1° de leden van het tijdelijk en definitief gesubsidieerd technisch personeel van de vrije psycho-medisch-sociale centra die worden gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, [1 ...]1;
2° [1 de niet-statutaire personeelsleden zoals bepaald in artikel 1, § 3, 10°, voor de bepalingen van de artikelen 27, 29, 30, 31 en 33;]1
3° [1 de inrichtende machten van die centra;]1
[1 § 2. In afwijking van § 1, is dit decreet niet van toepassing op :
De personeelsleden die geen weddesubsidie genieten ten laste van de Franse Gemeenschap, behalve voor wat in de artikelen 33, § 2, en 43, § 2, vermeld staat.]1
[1 § 3.]1 Voor de toepassing van dit decreet :
1° dient te worden verstaan onder " centrum " of " psycho-medisch-sociaal centrum ", de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra van onderwijsinrichtingen voor voltijds kleuter-, lager en secundair onderwijs en (gespecialiseerd) onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra voor inrichtingen voor buitengewoon onderwijs;
2° dient te worden verstaan onder " confessioneel centrum ", een centrum wiens project vertrekt van een godsdienst zoals bedoeld in artikel 8 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving en goedgekeurd door de bevoegde overheid van de betrokken eredienst, en onder " niet-confessioneel centrum ", een centrum dat hiervoor kiest of een centrum dat niet voldoet aan de voorwaarden van een confessioneel centrum;
3° dient te worden verstaan onder " centra van dezelfde aard ", een geheel van confessionele centra van eenzelfde godsdienst of een geheel van niet-confessionele centra, onderscheiden op hun verzoek naargelang de filosofie die zijn aanhangen of gegroepeerd in het tegenovergestelde geval;
4° dient te worden verstaan onder " vacante betrekking ", de betrekking die door de inrichtende macht is vrijgemaakt en die niet is toegekend aan een in vast verband aangenomen personeelslid in de zin van dit decreet en die in aanmerking komt voor het toelagestelsel van de Franse Gemeenschap en waarvoor een weddetoelage werd toegestaan;
5° zijn de begrippen " hoofdambt " en " bijambt " gedefinieerd overeenkomstig het koninklijk besluit van 15 april 1958 tot vaststelling van het geldelijk statuut van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Onderwijs;
6° dient te worden verstaan onder " bijkomende regels van de bevoegde paritaire commissie ", de regels die bovenop dit decreet zijn vastgelegd door de in artikel 111, § 1, bedoelde paritaire commissies;
7° worden de termijnen als volgt berekend :
a) de datum van de akte, waarmee alles begint, wordt niet meegerekend;
b) de vervaldatum zit vervat in de berekening. Wanneer deze dag valt op een zaterdag, een zondag of een feestdag, de feestdagen van of in de Franse Gemeenschap inbegrepen, valt de vervaldag evenwel op de eerstvolgende werkdag;
[1 8° de motivatie bestaat in de vermelding, in de akte, van de overwegingen in rechte en in feite die de beslissing ten grondslag liggen. Ze moet passend zijn;]1
[1 9°]1 het dienstjaar begint op 1 september van een jaar en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar.
([1 10°]1 dient men, per vertegenwoordigings- en coördinatieorgaan bedoeld in artikel 102, § 1, en 111, § 1, te verstaan :
a) tot 31 december 2003 en in afwijking van artikelen 102, § 2, en 111, § 2, diegenen onder de organen bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 18 juni 1998 tot erkenning van de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten van het onderwijs, waarbij de inrichtende machten van de psycho-medisch-sociale centra aansluiten;
b) vanaf 1 januari 2004, diegenen onder de organen bedoeld in artikel 5bis, § 1, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving waarbij de inrichtende machten van de psycho-medisch-sociale centra aansluiten.)
([1 11°]1 dient men onder " leden van het niet-statutair personeel " te verstaan de personen bedoeld bij de overeenkomsten genomen bij toepassing van artikel 18 van het decreet van het Waalse Gewest van 25 april 2002 betreffende de tegemoetkomingen ter bevordering van de indienstneming van niet-werkende werkzoekenden door de plaatselijke, gewestelijke en gemeenschapsoverheden, en door bepaalde werkgevers in de niet-commerciële sector, het onderwijs en de commerciële sector en van het besluit van de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 28 november 2002 betreffende het stelsel van de gesubsidieerde contractuelen, alsmede de personen die een ambt uitvoeren ten laste van de inrichtende macht, op voorwaarde dat die personen een gelijkaardig ambt uitvoeren als een ambt dat gesubsidieerd kan worden;)
[1 12° affectatiewijziging ", de overgang van een centrum naar een ander centrum of van een personeelsformatie naar een andere personeelsformatie die tot dezelfde inrichtende macht behoort, om er in vast verband hetzelfde ambt uit te oefenen als het ambt dat het in vast verband uitoefende in het centrum van afkomst, overeenkomstig de artikelen 40, § 2, en 45.
13° " mutatie ", de overgang van een gesubsidieerd centrum naar een ander centrum dat behoort tot een andere gesubsidieerde inrichtende macht, om er in vast verband hetzelfde ambt uit te oefenen als het ambt dat het in vast verband uitoefende bij de inrichtende macht van afkomst, overeenkomstig de artikelen 40, § 1, en 45.
14° " ambtswijziging " de uitoefening van een ander ambt dan dat waarvoor het personeelslid in vast verband aangeworven is;]1
[2 15° dient te worden verstaan onder " orgaan voor sociale democratie " :
a) ofwel de ondernemingsraad;
[3 b) ofwel, bij ontstentenis daarvan, de plaatselijke overleginstantie;]3
[3 c)]3 ofwel, bij ontstentenis daarvan, de vakbondsafvaardiging en de inrichtende macht;
[3 d)]3 ofwel, bij ontstentenis daarvan, de leden van het technisch personeel van het centrum, met uitzondering van de tijdelijke leden van het technisch personeel die niet voor de gehele duur van het dienstjaar aangeworven zijn, en de inrichtende macht.]2
Het gebruik in dit decreet van mannelijke benamingen voor verschillende bekwaamheidsbewijzen en ambten is gemeenslachtelijk zodat de leesbaarheid van de tekst gegarandeerd is niettegenstaande de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van beroepsnamen.