Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
9 JULI 2002. - Koninklijk besluit tot wijziging van de koninklijke besluiten tot uitvoering van artikel 62, §§ 3, 4 en 5 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders.
Titre
9 JUILLET 2002. - Arrêté royal modifiant les arrêtés royaux d'exécution de l'article 62, §§ 3, 4 et 5, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 16 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder en van de periode gedurende welke kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat een verhandeling bij het einde van hogere studies voorbereidt, worden de woorden "artikel 62, § 5, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders" vervangen door de woorden "artikel 62, § 4, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders".
Article 1. A l'article 1er de l'arrêté royal du 16 février 1968 déterminant les conditions et la période durant laquelle les allocations familiales sont accordées en faveur de l'enfant qui prépare un mémoire de fin d'études supérieures, les mots "article 62, § 5, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés", sont remplacés par les mots "article 62, § 4, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés".
Art. 2. Artikel 3, tweede lid van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 december 1983 en 24 juni 1987, wordt opgeheven.
Art. 2. L'article 3, alinéa 2, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 5 décembre 1983 et 24 juin 1987, est abrogé.
Art. 3. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 december 1983, 25 juni 1986 en 26 juni 1987 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "titel VI van de wet van 3 juli 1978" vervangen door de woorden "titel VII van de wet van 3 juli 1978"
2° het tweede en derde lid worden vervangen door de volgende bepalingen :
" Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen of beroepsziekten gedurende de in artikel 3 bedoelde periode, staat het verlenen van kinderbijslag niet in de weg als de uitkering voortvloeit uit een overeenkomstig het eerste lid toegelaten winstgevende activiteit.
Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor werkloosheid en van een uitkering wegens beroepsloopbaanonderbreking, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 5, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, staat het verlenen van kinderbijslag in de weg. "
1° in het eerste lid worden de woorden "titel VI van de wet van 3 juli 1978" vervangen door de woorden "titel VII van de wet van 3 juli 1978"
2° het tweede en derde lid worden vervangen door de volgende bepalingen :
" Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen of beroepsziekten gedurende de in artikel 3 bedoelde periode, staat het verlenen van kinderbijslag niet in de weg als de uitkering voortvloeit uit een overeenkomstig het eerste lid toegelaten winstgevende activiteit.
Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor werkloosheid en van een uitkering wegens beroepsloopbaanonderbreking, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 5, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, staat het verlenen van kinderbijslag in de weg. "
Art. 3. A l'article 4 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 5 décembre 1983, 25 juin 1986 et 26 juin 1987 sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots "titre VI de la loi du 3 juillet 1978", sont remplacés par les mots "titre VII de la loi du 3 juillet 1978";
2° les alinéas 2 et 3 sont remplacés par les dispositions suivantes :
" Le bénéfice d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif à la maladie, à l'invalidité, aux accidents de travail ou aux maladies professionnelles, pendant la période visée à l'article 3, ne constitue pas un obstacle à l'octroi des allocations familiales, si elle trouve sa source dans une activité lucrative autorisée conformément à l'alinéa 1.
Le bénéficie d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif au chômage et d'une allocation d'interruption de carrière visée au chapitre IV, section 5, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, constitue un obstacle à l'octroi des allocations familiales. "
1° à l'alinéa 1er, les mots "titre VI de la loi du 3 juillet 1978", sont remplacés par les mots "titre VII de la loi du 3 juillet 1978";
2° les alinéas 2 et 3 sont remplacés par les dispositions suivantes :
" Le bénéfice d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif à la maladie, à l'invalidité, aux accidents de travail ou aux maladies professionnelles, pendant la période visée à l'article 3, ne constitue pas un obstacle à l'octroi des allocations familiales, si elle trouve sa source dans une activité lucrative autorisée conformément à l'alinéa 1.
Le bénéficie d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif au chômage et d'une allocation d'interruption de carrière visée au chapitre IV, section 5, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, constitue un obstacle à l'octroi des allocations familiales. "
Art. 4. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 19 augustus 1969 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat een stage maakt om in een ambt te kunnen worden benoemd, worden de woorden "artikel 62, § 4, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 7 van 18 april 1967, bij het koninklijk besluit nr. 68 van 10 november 1967 en bij de wet van 4 juli 1969," vervangen door de woorden "artikel 62, § 3, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders".
Art. 4. A l'article 1er de l'arrêté royal du 19 août 1969 déterminant les conditions auxquelles les allocations familiales sont accordées en faveur de l'enfant qui effectue un stage pour pouvoir être nommé à une charge, les mots "article 62, § 4, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, modifié par l'arrêté royal n° 7 du 18 avril 1967, par l'arrêté royal n° 68 du 10 novembre 1967 et par la loi du 4 juillet 1969", sont remplacés par les mots "article 62, § 3, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés".
Art. 5. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 5 december 1983, 25 juni 1986 en 26 juni 1987 worden het derde en vierde lid vervangen door de volgende bepalingen :
" Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen of beroepsziekten gedurende de in artikel 2 bedoelde periode, staat het verlenen van kinderbijslag niet in de weg als de uitkering voortvloeit uit een overeenkomstig het eerste lid toegelaten winstgevende activiteit.
Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor werkloosheid en van een uitkering wegens beroepsloopbaanonderbreking, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 5, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, staat het verlenen van kinderbijslag in de weg. "
" Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen of beroepsziekten gedurende de in artikel 2 bedoelde periode, staat het verlenen van kinderbijslag niet in de weg als de uitkering voortvloeit uit een overeenkomstig het eerste lid toegelaten winstgevende activiteit.
Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor werkloosheid en van een uitkering wegens beroepsloopbaanonderbreking, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 5, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, staat het verlenen van kinderbijslag in de weg. "
Art. 5. A l'article 3 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 5 décembre 1983, 25 juin 1986 et 26 juin 1987, les alinéas 3 et 4 sont remplacés par les dispositions qui suivent :
" Le bénéfice d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif à la maladie, à l'invalidité, aux accidents de travail ou aux maladies professionnelles, pendant la période visée à l'article 2, ne constitue pas un obstacle à l'octroi des allocations familiales, si elle trouve sa source dans une activité lucrative autorisée conformément à l'alinéa 1.
Le bénéfice d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif au chômage et d'une allocation d'interruption de carrière, visée au chapitre IV, section 5, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, constitue un obstacle à l'octroi des allocations familiales. "
" Le bénéfice d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif à la maladie, à l'invalidité, aux accidents de travail ou aux maladies professionnelles, pendant la période visée à l'article 2, ne constitue pas un obstacle à l'octroi des allocations familiales, si elle trouve sa source dans une activité lucrative autorisée conformément à l'alinéa 1.
Le bénéfice d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif au chômage et d'une allocation d'interruption de carrière, visée au chapitre IV, section 5, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, constitue un obstacle à l'octroi des allocations familiales. "
Art. 6. In artikel 11 van het koninklijk besluit van 30 december 1975 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder kinderbijslag wordt verleend ten behoeve van het kind dat onderwijs volgt, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 oktober 1979, worden de woorden " beroepsloopbaanonderbreking, " ingevoegd tussen de woorden " werkloosheid, " en " arbeidsongevallen ".
Art. 6. A l'article 11 de l'arrêté royal du 30 décembre 1975 fixant les conditions auxquelles les allocations familiales sont accordées en faveur de l'enfant qui suit des cours, modifié par l'arrêté royal du 29 octobre 1997, les mots "à l'interruption de carrière," sont insérés entre les mots "au chômage" et les mots "aux accidents du travail".
Art. 7. Artikel 12 van het zelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 april 1979, 5 december 1983, 12 augustus 1985, 25 juni 1986, 26 juni 1987, 6 april 1995 en 29 oktober 1997, wordt vervangen door het volgende :
" Art. 12. Een winstgevende activiteit van het kind staat het verlenen van kinderbijslag niet in de weg :
1° wanneer zij uitgeoefend wordt gedurende de maand juli;
2° wanneer zij uitgeoefend wordt in het kader van een arbeidsovereenkomst voor studenten, bedoeld in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
3° wanneer zij in een kalendermaand gedurende minder dan tachtig uren wordt uitgeoefend;
4° wanneer zij wordt uitgeoefend in de vakanties bedoeld in de artikelen 9 en 10bis . Onverminderd 1°, wordt, wanneer een winstgevende activiteit wordt uitgeoefend, voor of na deze vakanties, gedurende de kalendermaand waarin zij aanvangen of eindigen, de kinderbijslag voor deze maand verleend indien de voorwaarden bedoeld onder 2° of 3° vervuld zijn;
Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen of beroepsziekten, staat het verlenen van kinderbijslag niet in de weg als de uitkering voortvloeit uit een overeenkomstig het eerste lid toegelaten winstgevende activiteit.
Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor werkloosheid en van een uitkering wegens beroepsloopbaanonderbreking, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 5, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, staat het verlenen van kinderbijslag in de weg. "
" Art. 12. Een winstgevende activiteit van het kind staat het verlenen van kinderbijslag niet in de weg :
1° wanneer zij uitgeoefend wordt gedurende de maand juli;
2° wanneer zij uitgeoefend wordt in het kader van een arbeidsovereenkomst voor studenten, bedoeld in titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
3° wanneer zij in een kalendermaand gedurende minder dan tachtig uren wordt uitgeoefend;
4° wanneer zij wordt uitgeoefend in de vakanties bedoeld in de artikelen 9 en 10bis . Onverminderd 1°, wordt, wanneer een winstgevende activiteit wordt uitgeoefend, voor of na deze vakanties, gedurende de kalendermaand waarin zij aanvangen of eindigen, de kinderbijslag voor deze maand verleend indien de voorwaarden bedoeld onder 2° of 3° vervuld zijn;
Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen of beroepsziekten, staat het verlenen van kinderbijslag niet in de weg als de uitkering voortvloeit uit een overeenkomstig het eerste lid toegelaten winstgevende activiteit.
Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor werkloosheid en van een uitkering wegens beroepsloopbaanonderbreking, bedoeld in hoofdstuk IV, afdeling 5, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, staat het verlenen van kinderbijslag in de weg. "
Art. 7. L'article 12 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 23 avril 1979, 5 décembre 1983, 12 août 1985, 25 juin 1986, 26 juin 1987, 6 avril 1995 et 29 octobre 1997, est remplacé par le texte suivant :
" Art. 12. L'activité lucrative de l'enfant n'est pas un obstacle à l'octroi des allocations familiales :
1° lorsqu'elle est exercée durant le mois de juillet;
2° lorsqu'elle est exercée dans le cadre d'un contrat d'occupation d'étudiants, visé au titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
3° lorsqu'elle est exercée au cours d'un mois civil pendant moins de quatre-vingts heures;
4° lorsqu'elle est exercée pendant les vacances visées aux articles 9 et 10bis . Sans préjudice du 1°, lorsqu'une activité lucrative est exercée avant ou après ces vacances, durant le mois civil au cours duquel elles commencent ou se terminent, les allocations familiales relatives à ce mois sont octroyées si les conditions visées au 2° ou au 3° sont satisfaites;
Le bénéfice d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif à la maladie, à l'invalidité, aux accidents de travail, ou aux maladies professionnelles ne constitue pas un obstacle à l'octroi des allocations familiales, lorsque ce bénéfice trouve sa source dans une activité lucrative autorisée conformément à l'alinéa 1.
Le bénéfice d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif au chômage et d'une allocation d'interruption de carrière visée au chapitre IV, section 5, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, fait obstacle à l'octroi des allocations familiales. "
" Art. 12. L'activité lucrative de l'enfant n'est pas un obstacle à l'octroi des allocations familiales :
1° lorsqu'elle est exercée durant le mois de juillet;
2° lorsqu'elle est exercée dans le cadre d'un contrat d'occupation d'étudiants, visé au titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
3° lorsqu'elle est exercée au cours d'un mois civil pendant moins de quatre-vingts heures;
4° lorsqu'elle est exercée pendant les vacances visées aux articles 9 et 10bis . Sans préjudice du 1°, lorsqu'une activité lucrative est exercée avant ou après ces vacances, durant le mois civil au cours duquel elles commencent ou se terminent, les allocations familiales relatives à ce mois sont octroyées si les conditions visées au 2° ou au 3° sont satisfaites;
Le bénéfice d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif à la maladie, à l'invalidité, aux accidents de travail, ou aux maladies professionnelles ne constitue pas un obstacle à l'octroi des allocations familiales, lorsque ce bénéfice trouve sa source dans une activité lucrative autorisée conformément à l'alinéa 1.
Le bénéfice d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif au chômage et d'une allocation d'interruption de carrière visée au chapitre IV, section 5, de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, fait obstacle à l'octroi des allocations familiales. "
Art. 8. Artikel 4, § 4, tweede lid van het koninklijk besluit van 12 augustus 1985 tot uitvoering van artikel 62, § 5, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 1 maart 1990, wordt vervangen door het volgende :
" Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen of beroepsziekten, staat het verlenen van kinderbijslag niet in de weg als de uitkering voortvloeit uit een overeenkomstig het eerste lid toegelaten winstgevende activiteit. "
" Het ontvangen van een sociale uitkering op grond van een Belgische of buitenlandse regeling voor ziekte, invaliditeit, arbeidsongevallen of beroepsziekten, staat het verlenen van kinderbijslag niet in de weg als de uitkering voortvloeit uit een overeenkomstig het eerste lid toegelaten winstgevende activiteit. "
Art. 8. L'article 4, § 4, alinéa 2, de l'arrêté royal du 12 août 1985 portant exécution de l'article 62, § 5, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, inséré par l'arrêté royal du 1er mars 1990, est remplacé par le texte suivant :
" Le bénéfice d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif à la maladie, à l'invalidité, aux accidents de travail ou aux maladies professionnelles, n'est pas un obstacle à l'octroi des allocations familiales, lorsque ce bénéfice trouve sa source dans une activité lucrative autorisée conformément à l'alinéa 1. "
" Le bénéfice d'une prestation sociale en application d'un régime belge ou étranger relatif à la maladie, à l'invalidité, aux accidents de travail ou aux maladies professionnelles, n'est pas un obstacle à l'octroi des allocations familiales, lorsque ce bénéfice trouve sa source dans une activité lucrative autorisée conformément à l'alinéa 1. "
Art. 9. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand na die waarin het in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt is.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel il sera publié au Moniteur belge.
Art. 10. Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 9 juli 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
F. VANDENBROUCKE.
Gegeven te Brussel, 9 juli 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken en Pensioenen,
F. VANDENBROUCKE.
Art. 10. Notre Ministre des Affaires sociales est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 9 juillet 2002.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales et des Pensions,
F. VANDENBROUCKE.
Donné à Bruxelles, le 9 juillet 2002.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires sociales et des Pensions,
F. VANDENBROUCKE.