Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
18 DECEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze waarop de personeelsleden van de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel overgaan naar de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.
Titre
18 DECEMBRE 2002. - Arrêté royal déterminant les modalités de transfert des membres du personnel de l'Office belge du Commerce extérieur au Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement.
Informations sur le document
Numac: 2002021485
Datum: 2002-12-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002021485
Date: 2002-12-18
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder :
  1° de Dienst : de Belgische Dienst voor de Buitenlandse Handel;
  2° de Federale Overheidsdienst : de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking;
  3° personeelsleden :
  a) de personeelsleden aangeworven bij arbeidsovereenkomst en benoemd door de Koning op voordracht van de Raad van Bestuur van de Dienst
  b) de personeelsleden aangeworven bij arbeidsovereenkomst door de Raad van Bestuur van de Dienst;
  c) de personeelsleden aangeworven bij vervangingsovereenkomst.
  § 2. Voor de toepassing van dit besluit, wordt het personeelslid bedoeld in § 1, 3°, c) , geacht de graad te bekleden die overeenstemt met de betrekking waarvoor het personeelslid werd aangeworven of, indien de overeenkomst zich niet uitspreekt over deze betrekking, de graad waaraan de weddeschaal verbonden is waarin zijn bezoldiging wordt vastgesteld.
Article 1. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° l'Office : l'Office belge du Commerce extérieur;
  2° le Service public fédéral : le Service public fédéral Affaires étrangères, Commerce extérieur et Coopération au Développement;
  3° membres du personnel :
  a) les membres du personnel engagés par contrat de travail et nommés par le Roi, sur proposition du Conseil d'administration de l'Office;
  b) les membres du personnel engagés par contrat de travail par le Conseil d'administration de l'Office;
  c) les membres du personnel engagés par contrat de remplacement.
  § 2. Pour l'application du présent arrêté, le membre du personnel visé au § 1er, 3°, c) , est censé être titulaire du grade correspondant à l'emploi pour lequel il a été engagé ou, si le contrat omet de faire mention de cet emploi, du grade auquel est liée l'échelle de traitement dans laquelle sa rémunération est fixée.
Art. 2. Onverminderd het koninklijk besluit van 18 december 2002 tot vaststelling van de wijze waarop de personeelsleden van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel overgaan naar het Agentschap voor Buitenlandse Handel en de Gewesten, worden personeelsleden van de Dienst overgedragen naar de Federale Overheidsdienst.
  De personeelsleden worden per dienstorder, opgesteld in uitvoering van dit besluit en van het koninklijk besluit van 18 december 2002 tot vaststelling van de wijze waarop de personeelsleden van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel overgaan naar het Agentschap voor Buitenlandse Handel en de Gewesten, ingelicht over de lijst van de betrekkingen per instelling. Zij worden verzocht binnen de dertig dagen schriftelijk te laten weten welke volgorde zij verkiezen wat de instellingen betreft.
  Zij richten hun aanvraag rechtstreeks tot de directeur-generaal van de Dienst die de ontvangst ervan bericht; zij doen een afschrift toekomen aan hun hiërarchische chef. De directeur-generaal zendt de aanvraag door naar de met de controle op de Dienst belaste minister.
  De aanvragers die de vereiste kwalificatie bezitten worden per graad en per taalrol gerangschikt. Zij worden overgedragen naar een betrekking die overeenstemt met hun graad, in de onderstaande volgorde :
  1° het personeelslid van de dienst, dat in voorkomend geval, in de dienstorder bedoeld wordt;
  2° binnen eenzelfde dienst, of bij gebrek aan kandidaten van de bedoelde dienst, het personeelslid met de grootste graadanciënniteit;
  3° bij gelijke graadanciënniteit, het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit;
  4° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste in leeftijd.
  Wanneer de dienstorder, bedoeld in het tweede lid, een betrekking slechts hetzij per niveau, hetzij per groep van graden van eenzelfde niveau vaststelt, worden de personeelsleden vooraf als volgt gerangschikt : het personeelslid dat het hoogst in graad is. Bij gelijke graden worden de personeelsleden gerangschikt zoals aangeduid in voorgaand lid.
  Het criterium van de graadanciënniteit wordt niet toegepast voor het personeelslid bedoeld in artikel 1, § 1, 3°, c).
  De dienstanciënniteit van het personeelslid bedoeld in artikel 1, § 1, 3°, c) , omvat de tijd gedurende welke hij in enige hoedanigheid en zonder vrijwillige onderbreking deel heeft uitgemaakt van de Dienst als titularis van een ambt met volledige prestaties.
  Indien er, nadat voldaan werd aan de aanvragen, nog in vacatures moet worden voorzien, wordt het vereiste aantal personeelsleden ambtshalve overgedragen, in de omgekeerde volgorde als die welke bepaald is in het vierde en vijfde lid.
Art. 2. Sans préjudice de l'arrêté royal du 18 décembre 2002 déterminant les modalités de transfert des membres du personnel de l'Office belge du Commerce extérieur à l'Agence pour le Commerce extérieur et aux Régions, des membres du personnel de l'Office sont transférés au Service public fédéral.
  Par ordre de service, pris en exécution du présent arrêté et de l'arrêté royal du 18 décembre 2002 déterminant les modalités de transfert des membres du personnel de l'Office belge du Commerce extérieur à l'Agence pour le Commerce extérieur et aux Régions, les membres du personnel sont informés de la liste des emplois par institution. Ils sont invités à faire savoir, par écrit, dans les trente jours, leur ordre de priorité entre les institutions.
  Ils adressent directement leur demande au directeur général de l'Office qui en accuse réception; ils font parvenir une copie de leur demande à leur supérieur hiérarchique. Le directeur général transmet la demande au ministre chargé du contrôle de l'Office.
  Les demandeurs qui possèdent la qualification requises sont classés par grade et par rôle linguistique et sont transférés dans un emploi correspondant à leur grade, dans l'ordre suivant :
  1° le membre du service visé, le cas échéant, dans l'ordre de service;
  2° au sein d'un même service visé, ou à défaut de candidat du service visé, le membre du personnel le plus ancien en grade;
  3° à égalité d'ancienneté de grade, le membre du personnel dont l'ancienneté de service est la plus grande;
  4° à égalité d'ancienneté de service, le membre du personnel le plus âgé.
  Lorsque l'ordre de service visé à l'alinéa 2 ne fixe un emploi que par niveau, ou par groupe de grades d'un même niveau, les membres du personnel sont classés comme suit : le membre du personnel le plus élevé en grade. A grade égal, les membres du personnel sont classés en suivant l'ordre visé dans l'alinéa précédent.
  Le critère de l'ancienneté de grade n'est pas appliqué au membre du personnel visé à l'article 1er, § 1er, 3°, c).
  L'ancienneté de service du membre du personnel visé à l'article 1er, § 1er, 3°, c) , comporte le temps pendant lequel il a, à quelque titre que ce soit et sans interruption volontaire, fait partie de l'Office comme titulaire d'une fonction comportant des prestations complètes.
  Si après qu'il a été satisfait aux demandes, il reste des emplois à pourvoir, le nombre nécessaire de membres du personnel est transféré d'office dans l'ordre inverse de celui que déterminent les alinéas 4 et 5.
Art. 3. De personeelsleden worden overgedragen bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit genomen op de gezamenlijke voordracht van de Eerste Minister en de toezichthoudende minister.
  De personeelsleden worden overgedragen volgens hun taalrol.
Art. 3. Les membres du personnel sont transférés par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, pris sur proposition conjointe du Premier Ministre et du ministre de tutelle.
  Les agents sont transférés selon leur rôle linguistique.
Art. 4. § 1. De in artikel 3 bedoelde overdrachten worden niet beschouwd als een benoeming.
  De overgedragen personeelsleden behouden hun hoedanigheid, hun graad, hun administratieve en geldelijke anciënniteit. Onverminderd de bepalingen van het derde lid van deze paragraaf, behouden zij ook de toelagen, de vergoedingen of premies en andere voordelen, waarvan zij bij de Dienst het genot hadden, overeenkomstig de reglementering krachtens welke deze verleend werden.
  Zij behouden de voordelen die verbonden zijn aan hun functie slechts in zoverre de voorwaarden voor de toekenning ervan behouden blijven.
  § 2. Voor de personeelsleden die bij de Dienst belast zijn met de uitoefening van een hogere functie, wordt voor hun overdracht alleen rekening gehouden met hun graad. Indien zij vanaf de datum van de overdracht zonder onderbreking opnieuw worden belast met uitoefening van dezelfde hogere functie als die welke zij bij de Dienst uitoefenden, worden zij voor de toepassing van het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de Rijksbesturen, geacht de hogere functie verder uit te oefenen.
  § 3. De personeelsleden die onderworpen zijn aan de beoordeling, behouden na hun overdracht de laatste beoordeling welke hun toegekend is.
  Deze beoordeling blijft geldig tot de toekenning van een nieuwe beoordeling of evaluatie.
  Indien een personeelslid op de datum van zijn overdracht krachtens dit besluit een beroep tegen zijn beoordeling heeft ingesteld, dan wordt dit beroep door de raad van beroep afgehandeld voordat de overdracht van het personeel zoals bepaald bij dit besluit, plaatsvindt.
Art. 4. § 1er. Les transferts visés à l'article 3 ne constituent pas des nominations.
  Les membres du personnel transférés conservent leur qualité, leur grade, leur ancienneté administrative et pécuniaire. Sans préjudice des dispositions de l'alinéa 3 du présent paragraphe, ils conservent également les allocations, les indemnités ou les primes et les autres avantages dont ils bénéficiaient à l'Office conformément à la réglementation qui les octroyait.
  Ils ne conservent les avantages liés à une fonction que pour autant que les conditions de leur octroi subsistent.
  § 2. Lorsqu'un membre du personnel est chargé de l'exercice d'une fonction supérieure à l'Office, il est uniquement tenu compte pour son transfert de son grade. S'il est à nouveau chargé, dès la date de son transfert et sans interruption de l'exercice de la même fonction supérieure que celle qu'il a exercée à l'organisme, il est censé poursuivre l'exercice de la fonction antérieure pour l'application de l'arrêté royal du 8 août 1983 relatif à l'exercice d'une fonction supérieure dans les administrations de l'Etat.
  § 3. Les membres du personnel soumis au signalement conservent après leur transfert le dernier signalement qui leur a été attribué.
  Ce signalement demeure valable jusqu'à l'attribution d'un nouveau signalement ou évaluation.
  Si à la date de son transfert en vertu du présent arrêté, un membre du personnel a introduit un recours contre son signalement, ce recours est traité par la Chambre de recours, avant que le transfert du membre du personnel ait lieu conformément au présent arrêté.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 6. Onze Eerste Minister, Onze Minister van Buitenlandse Zaken en Onze Minister toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 18 december 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Eerste Minister,
  G. VERHOFSTADT
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken,
  L. MICHEL
  De Vice-Eerste Minister en Minister van Begroting, Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie,
  J. VANDE LANOTTE
  De Minister toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken,
  Mevr. A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK.
Art. 6. Notre Premier Ministre, Notre Ministre des Affaires étrangères et Notre Ministre adjoint au Ministre des Affaires étrangères sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 18 décembre 2002.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Premier Ministre,
  G. VERHOFSTADT
  Le Vice-Premier Ministre et Ministre des Affaires étrangères,
  L. MICHEL
  Le Vice-Premier Ministre et Ministre du Budget, de l'Intégration sociale et de l'Economie sociale,
  J. VANDE LANOTTE
  La Ministre adjointe au Ministre des Affaires étrangères,
  Mme A.-M. NEYTS-UYTTEBROECK.