Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
9 DECEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden.
Titre
9 DECEMBRE 2002. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 19 décembre 2001 de promotion de mise à l'emploi des demandeurs d'emploi de longue durée.
Informations sur le document
Numac: 2002013437
Datum: 2002-12-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002013437
Date: 2002-12-09
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. In artikel 2, § 2, eerste lid van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  A) 3° wordt vervangen door de volgende tekst : "3° de periodes van tewerkstelling in de programma's voor wedertewerkstelling van de niet werkende werkzoekenden bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 2° van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;"
  B) 4° wordt vervangen door de volgende tekst : "4° de periodes van tewerkstelling in toepassing van invoeginterim, overeenkomstig de artikelen 194 en 195 van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen;"
  C) 5° wordt opgeheven.
Article 1. Dans l'article 2, § 2, alinéa 1er de l'arrêté royal du 19 décembre 2001 de promotion de mise à l'emploi des demandeurs d'emploi de longue durée, sont apportées les modifications suivantes :
  A) le 3° est remplacé par la disposition suivante : "3° les périodes d'occupation dans les programmes de remise au travail des demandeurs d'emploi inoccupés visés à l'article 6, § 1er, IX, 2° de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles;"
  B) le 4° est remplacé par la disposition suivante : " 4° les périodes d'occupation dans le cadre de l'application de l'intérim d'insertion, en application des articles 194 et 195 de la loi du 12 août 2000, portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses; "
  C) le 5° est abrogé.
Art. 2. In artikel 5, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden "in de loop van de achttien kalendermaanden voorafgaand aan de maand van indienstneming" vervangen door "in de loop van de maand van indienstneming en de achttien kalendermaanden daaraan voorafgaand".
Art. 2. Dans l'article 5, alinéa 1er, 3° du même arrêté, les mots " au cours de la période de dix-huit mois calendrier qui précède le mois de l'engagement ", sont remplacés par les mots " au cours du mois de l'engagement et des dix-huit mois calendrier qui le précèdent ".
Art. 3. In artikel 6, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden "in de loop van de zesendertig kalendermaanden voorafgaand aan de maand van indienstneming" vervangen door "in de loop van de maand van indienstneming en de zesendertig kalendermaanden daaraan voorafgaand".
Art. 3. Dans l'article 6, alinéa 1er, 3° du même arrêté, les mots "au cours de la période de trente-six mois calendrier qui précède le mois de l'engagement" sont remplacés par les mots "au cours du mois de l'engagement et des trente-six mois calendrier qui le précèdent".
Art. 4. In artikel 8, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden "in de loop van de negen kalendermaanden voorafgaand aan de maand van indienstneming" vervangen door "in de loop van de maand van indienstneming en de negen kalendermaanden daaraan voorafgaand".
Art. 4. Dans l'article 8, alinéa 1er, 3° du même arrêté, les mots "au cours de la période de neuf mois calendrier qui précède le mois de l'engagement", sont remplacés par les mots "au cours du mois de l'engagement et des neuf mois calendrier qui le précèdent".
Art. 5. In artikel 9, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden "in de loop van de achttien kalendermaanden voorafgaand aan de maand van indienstneming" vervangen door "in de loop van de maand van indienstneming en de achttien kalendermaanden daaraan voorafgaand" en worden de woorden "in de loop van de zesendertig kalendermaanden voorafgaand aan de maand van indienstneming" vervangen door "in de loop van de maand van indienstneming en de zesendertig kalendermaanden daaraan voorafgaand".
Art. 5. Dans l'article 9, alinéa 1er, 3° du même arrêté, les mots "au cours de la période de dix-huit mois calendrier qui précèdent le mois de l'engagement" sont remplacés par les mots "au cours du mois de l'engagement et des dix-huit mois calendrier qui le précèdent" et les mots "au cours des trente-six mois calendrier qui précèdent le mois de l'engagement" sont remplacés par les mots "au cours du mois de l'engagement et des trente-six mois calendrier qui le précèdent".
Art. 6. In artikel 11, eerste lid, tweede gedachtestreep, van hetzelfde besluit worden de woorden "en in de loop van de zesendertig kalendermaanden voorafgaand aan de maand van indienstneming" vervangen door "en in de loop van de maand van indienstneming en de zesendertig kalendermaanden daaraan voorafgaand".
Art. 6. Dans l'article 11, alinéa 1er, deuxième tiret, du même arrêté les mots "au cours de la période de trente-six mois calendrier qui précède le mois de l'engagement" sont remplacés par les mots "au cours du mois de l'engagement et des trente-six mois calendrier qui le précèdent".
Art. 7. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 27 november 2002, wordt het vierde lid vervangen door de volgende tekst :
  " Om van de voordelen van artikel 5 tot 11ter te kunnen genieten, moet de aanvraag van de werkkaart, bedoeld in het vorige lid, ten laatste de dertigste dag volgend op de dag van de indienstneming ingediend worden op het bevoegde werkloosheidsbureau. Wanneer de aanvraag van de werkkaart wordt ingediend buiten deze termijn, wordt, in afwijking van de bepalingen van artikelen 5 tot 11ter, en onverminderd de toepassing van artikel 15, § 1, vierde en vijfde lid, de periode gedurende dewelke de voordelen bedoeld in de artikelen 5 tot 11ter kunnen worden toegekend, verminderd met een periode die aanvangt op de dag van de indienstneming en die eindigt op de laatste dag van het kwartaal waarin de datum gesitueerd is van de laattijdige indiening van de aanvraag van de werkkaart. "
Art. 7. Dans l'article 13, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 27 novembre 2002, l'alinéa 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " Afin de pouvoir bénéficier des avantages prévus aux articles 5 à 11ter, la demande de la carte de travail visée à l'alinéa précédent doit être introduite au plus tard le trentième jour suivant celui de l'engagement au bureau de chômage compétent. Par dérogation aux dispositions des articles 5 à 11ter et nonobstant l'application de l'article 15, § 1er, alinéas 4 et 5, lorsque la demande de la carte de travail est introduite en dehors du délai précité, la période pendant laquelle les avantages prévus aux articles 5 à 11ter peuvent être accordés, est diminuée de la période commençant le jour de l'engagement et se terminant le dernier jour du trimestre dans lequel se situe la date de l'introduction tardive de la demande de la carte de travail. "
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een nieuw Hoofdstuk Vbis ingevoegd, luidend als volgt :
  "HOOFDSTUK Vbis. - Bijzondere bepalingen voor uitzendarbeid en arbeid van korte duur.
  Art. 17bis. In afwijking van de artikelen 7, 10, 11 en 11ter wordt het bedrag van de maximale werkuitkering die toegekend kan worden voor een arbeidsovereenkomst voor een beschouwde kalendermaand bekomen door 500 euro te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aantal uren waarvoor loon verschuldigd is tijdens de periode gedekt door die arbeidsovereenkomst gelegen in deze beschouwde kalendermaand en de noemer gelijk aan 4,33 maal de factor S bedoeld in artikel 99, 2°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, indien het een tewerkstelling betreft :
  1° in het kader van uitzendarbeid in de zin van Hoofdstuk II van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikkingstellen van werknemers ten behoeve van gebruikers;
  2° in het kader van een arbeidsovereenkomst voor een bepaalde tijd van minder dan twee maanden, gerekend van datum tot datum.
  Art. 17ter. In afwijking van artikel 15, § 1, tweede lid, moet een werknemer geen nieuwe uitkeringsaanvraag indienen indien hij gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° de werknemer wordt door een uitzendbureau in dienst genomen met een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid in de zin van artikel 7, 2°, van de voormelde wet van 24 juli 1987;
  2° de datum van de indienstneming is gesitueerd tijdens de geldigheidsduur van een werkkaart bedoeld in artikel 13, zevende of negende lid;
  3° de werknemer werd tijdens de geldigheidsduur van de werkkaart bedoeld in 2°, reeds in dienst genomen door hetzelfde uitzendbureau en heeft naar aanleiding van deze indienstneming een uitkeringsaanvraag ingediend conform de bepalingen van artikel 15, § 1, tweede en vierde lid. "
Art. 8. Dans le même arrêté il est inséré un nouveau Chapitre Vbis , rédigé comme suit :
  CHAPITRE Vbis. - Dispositions spécifiques pour le travail intérimaire et le travail de courte durée.
  Art. 17bis. Par dérogation aux articles 7, 10, 11 et 11ter, le montant de l'allocation de travail maximale qui peut être accordé pour un contrat de travail pour un mois calendrier considéré, est obtenu en multipliant 500 euro par une fraction dont le numérateur équivaut au nombre d'heures pour lesquelles un salaire est dû pendant la période couverte par ce contrat de travail, situées dans ce mois calendrier considéré et dont le dénominateur équivaut à 4,33 fois le facteur S visé à l'article 99, 2° de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, lorsqu'il s'agit d'une occupation :
  1° dans le cadre du travail intérimaire visé au Chapitre II de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs;
  2° dans le cadre d'un contrat de travail pour une durée déterminée de moins de deux mois, calculés de date à date.
  Art. 17ter. Par dérogation aux dispositions de l'article 15, § 1er, alinéa 2, un travailleur ne doit pas introduire une nouvelle demande d'allocations lorsqu'il remplit simultanément les conditions suivantes :
  1° le travailleur est engagé par un bureau d'intérim avec un contrat de travail intérimaire dans le sens de l'article 7, 2° de la loi du 24 juillet 1987 précitée;
  2° la date de l'engagement est située pendant la durée de validité d'une carte de travail visée à l'article 13, alinéa 7 ou 9;
  3° pendant la durée de validité de la carte de travail visée au 2°, le travailleur a déjà été engagé par le même bureau d'intérim et a, à l'occasion de cet engagement, introduit une demande d'allocations conformément aux dispositions de l'article 15, § 1er, alinéas 2 et 4. "
Art. 9. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin dit besluit wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  Ten aanzien van de werkgever en werknemer die een werkkaart hadden aangevraagd vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit, doch buiten de termijn bedoeld in artikel 13, vierde lid, van het bovenvermelde koninklijk besluit van 19 december 2001, zoals van toepassing vóór de datum van inwerkingtreding van onderhavig besluit, wordt het voordeel van artikel 13, vierde lid, van het bovenvermelde koninklijk besluit van 19 december 2001, zoals van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van onderhavig besluit, slechts toegekend mits een nieuwe werkkaart wordt aangevraagd.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du trimestre qui suit celui au cours duquel il a été publié au Moniteur belge.
  A l'égard de l'employeur et du travailleur qui avaient demandé une carte de travail avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, mais en dehors du délai visé à l'article 13, alinéa 4 de l'arrêté royal précité du 19 décembre 2001, comme il était d'application avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, l'avantage de l'article 13, alinéa 4 de l'arrêté royal précité du 19 décembre 2001, tel qu'il est d'application à partir de la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, est seulement accordé à la condition qu'une nouvelle carte de travail soit demandée.
Art. 10. Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 9 december 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Sociale Zaken,
  F. VANDENBROUCKE.
Art. 10. Notre Ministre de l'Emploi et notre Ministre des Affaires Sociales sont chargés de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 9 décembre 2002.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre des Affaires sociales,
  F. VANDENBROUCKE.