Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
26 JUNI 2002. - Wet betreffende de sluiting van de ondernemingen. (NOTA : art. 51, 52, 56 en 89 gewijzigd met ingang op een onbepaalde datum bij W2005-12-23/30, art. 42 tot 45, 002; Inwerkingtreding : onbepaald ) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-08-2002 en tekstbijwerking tot 31-12-2024)
Titre
26 JUIN 2002. - Loi relative aux fermetures d'entreprises. (NOTE : art. 51, 52, 56 et 89 modifiés avec effet à une date indéterminée par L2005-12-23/30, art. 42 à 45, 002; En vigueur : indéterminée ) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-08-2002 et mise à jour au 31-12-2024)
Informations sur le document
Numac: 2002012847
Datum: 2002-06-26
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002012847
Date: 2002-06-26
Moniteur: Voir
Tekst (124)
Texte (124)
TITEL I. - Definities en toepassingsgebied.
TITRE I. - Définitions et champ d'application.
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE I. - Définitions.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder :
  1° werknemers : personen die, krachtens een overeenkomst, tegen loon arbeid verrichten onder het gezag van een andere persoon;
  2° werkgevers : de personen die de onder 1° genoemde werknemers tewerkstellen;
  3° onderneming :
  a) de technische bedrijfseenheid bedoeld in artikel 14, § 1, van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven, elke afdeling van de onderneming wordt hiermee gelijkgesteld;
  b) de onderneming zonder handels- of industriële finaliteit; elke afdeling van de onderneming wordt hiermee gelijkgesteld.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wat voor de toepassing van deze wet onder onderneming zonder handels- of industriële finaliteit moet worden verstaan.
  De beoefenaars van vrije beroepen worden voor de toepassing van deze wet met ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit gelijkgesteld.
  [1 De Koning bepaalt wat voor de toepassing van deze wet onder vrije beroepen moet worden verstaan]1.
  [2 De Koning kan, na eenparig advies van het bijzonder comité, bedoeld in artikel 28, § 2, bepaalde sectoren uitsluiten van het begrip onderneming zonder handels- of industriële finaliteit, indien deze sectoren een structureel economisch sluitingsrisico kennen, in welk geval zij voor de toepassing van deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten moeten worden beschouwd als een technische bedrijfseenheid, bedoeld in 3°, a). De Koning bepaalt, na eenparig advies van het bijzonder comité, wat er moet worden begrepen onder een structureel economisch sluitingsrisico en het begrip sector. Hij bepaalt eveneens, na eenparig advies van het bijzonder comité, de nadere regels waaronder deze uitsluiting kan worden doorgevoerd;]2
  4° verbrekingsvergoeding : de vergoeding bedoeld bij de artikelen 39 en 40 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
  5° Fonds : het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, ingesteld door artikel 27.
  
Art. 2. Pour l'application de la présente loi, il faut entendre par :
  1° travailleurs : les personnes qui, en vertu d'un contrat, fournissent des prestations de travail, contre rémunération et sous l'autorité d'une autre personne;
  2° employeurs : les personnes qui occupent les travailleurs visés au 1°;
  3° entreprise :
  a) l'unité technique d'exploitation visée à l'article 14, § 1er, de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie; chacune des divisions de l'entreprise est assimilée à celle-ci;
  b) l'entreprise n'ayant pas une finalité industrielle ou commerciale; chacune des divisions de l'entreprise est assimilée à celle-ci.
  Le Roi définit, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, ce qu'il faut entendre par entreprise n'ayant pas une finalité industrielle ou commerciale pour l'application de la présente loi.
  Les titulaires de professions libérales sont assimilés aux entreprises n'ayant pas une finalité industrielle ou commerciale pour l'application de la présente loi.
  [1 Pour l'application de la présente loi, le Roi détermine ce qu'il faut entendre par professions libérales.]1
  [2 Le Roi peut, après avis unanime du comité particulier visé à l'article 28, § 2, exclure certains secteurs de la notion d'entreprise n'ayant pas une finalité industrielle ou commerciale, si ces secteurs présentent un risque économique structurel de fermeture, auquel cas ceux-ci doivent être considérés, pour l'application de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, comme une unité technique d'exploitation, telle que visée au 3°, a). Le Roi détermine, après avis unanime du comité particulier, ce qu'il faut entendre par risque économique structurel de fermeture et par notion de secteur. Il fixe également, après avis unanime du comité particulier, les modalités selon lesquelles cette exclusion peut être opérée;]2
  4° indemnité de rupture : l'indemnité prévue aux articles 39 et 40 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail;
  5° Fonds : le Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, institué par l'article 27.
  
Art. 3. <W 2006-07-11/44, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006> § 1. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder sluiting van een onderneming de definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming, wanneer het aantal werknemers is verminderd tot onder het vierde van het aantal werknemers dat gemiddeld was tewerkgesteld in de onderneming tijdens de vier trimesters voorafgaand aan het trimester gedurende hetwelk de definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming heeft plaatsgevonden.
  De sluiting wordt geacht in te gaan op de eerste dag van de maand die volgt op die waarin het aantal tewerkgestelde werknemers gedaald is onder het vierde van het in het eerste lid bedoelde gemiddelde.
  § 2. De Koning kan afwijken van de bepalingen van § 1, eerste lid, wat de voorwaarde betreft inzake het aantal werknemers die nog tewerkgesteld blijven, enerzijds, en wat de referteperiode betreft van vier trimesters, anderzijds. Hij kan bovendien de datum bepalen waarop de sluiting geacht wordt in te gaan.
  § 3. De Koning bepaalt de nadere regelen volgens welke het gemiddelde van de tijdens de in § 1 bedoelde referteperiode of tijdens deze bepaald krachtens § 2, tewerkg
Art. 3. <L 2006-07-11/44, art. 3, 003; En vigueur : 03-09-2006> § 1er. Pour l'application de la présente loi, il faut entendre par fermeture d'entreprise, la cessation définitive de l'activité principale de l'entreprise, lorsque le nombre de travailleurs est réduit en deçà du quart du nombre de travailleurs qui étaient occupés en moyenne dans l'entreprise au cours des quatre trimestres précédant le trimestre au cours duquel la cessation définitive de l'activité principale de l'entreprise a eu lieu.
  La fermeture est censée s'opérer le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le nombre de travailleurs occupés est descendu au-dessous du quart de la moyenne visée à l'alinéa 1er.
  § 2. Le Roi peut déroger aux dispositions du § 1er, alinéa 1er, en ce qui concerne, d'une part, la condition relative au nombre de travailleurs qui sont encore occupés et, d'autre part, la période de référence de quatre trimestres. En outre, il peut fixer la date à laquelle la fermeture est censée s'opérer.
  § 3. Le Roi détermine les modalités de calcul de la moyenne des travailleurs occupés pendant la période de référence visée au § 1er ou celle déterminée en vertu du § 2.
Art. 4. Het beheerscomité van het Fonds kan de verplaatsing van de exploitatiezetel of de fusie van de onderneming gelijkstellen met een sluiting van de onderneming. Het legt de datum vast van de verplaatsing van de exploitatiezetel en van de fusie van de onderneming.
Art. 4. Le comité de gestion du Fonds peut assimiler à une fermeture d'entreprise le déplacement du siège d'exploitation ou la fusion de l'entreprise. II fixe la date du déplacement du siège d'exploitation et de la fusion de l'entreprise.
Art. 5. Het beheerscomité van het Fonds kan de herstructurering van een onderneming gelijkstellen met een sluiting van een onderneming, voor zover deze ten minste het dubbele van het aantal collectieve ontslagen heeft teweeggebracht dat vereist is opdat de reglementering betreffende het collectief ontslag van toepassing is en voor zover deze beantwoordt aan de criteria vastgelegd door de Koning en onder voorbehoud van een door het beheerscomité van het Fonds goedgekeurd terugbetalingsplan dat beantwoordt aan de door de Koning vastgestelde voorwaarden. Het beheerscomité van het Fonds legt de aanvangsdatum en de duur van de herstructurering, die twee jaar niet mag overschrijden, vast.
Art. 5. Le comité de gestion du Fonds peut assimiler à une fermeture d'entreprise la restructuration d'une entreprise pour autant qu'elle ait entraîné au moins le double du nombre de licenciements collectifs requis pour qu'il y ait application de la réglementation relative aux licenciements collectifs et pour autant qu'elle réponde aux critères fixés par le Roi et sous réserve de l'approbation par le comité de gestion du Fonds d'un plan de remboursement répondant aux conditions fixées par le Roi. Le comité de gestion du Fonds fixe la date du début et la durée de la restructuration, qui ne peut pas dépasser deux ans.
Art. 7. Voor de toepassing van deze wet, verstaat men onder :
  1° overname van de activa :
  - hetzij de vestiging van een zakelijk recht op het geheel of een deel van de activa van een failliete onderneming (...) met het verderzetten van de hoofdactiviteit van de onderneming of van een afdeling ervan; <W 2006-07-11/44, art. 5, 1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  - hetzij de verderzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming of van een afdeling ervan door een werkgever die niet het geheel of een deel van de activa van de failliete onderneming (...) heeft overgenomen; het is niet van belang of de hoofdactiviteit van de onderneming wordt verder gezet met werknemers die opnieuw werden aangeworven door de werkgever die de activa heeft overgenomen of door derden. <W 2006-07-11/44, art. 5, 1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  Op voorstel van het beheerscomité van het Fonds, kan de Koning andere situaties gelijkstellen met een overname van de activa;
  2° niet-overgenomen werknemers in geval van overname van de activa na faillissement (...) : de werknemers die de in artikel 42 vastgestelde voorwaarden niet vervullen; <W 2006-07-11/44, art. 5, 1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  3° [1 datum van het faillissement: de datum van het vonnis van faillietverklaring zoals bedoeld in artikel XX.100 van het Wetboek van economisch recht;]1
  4° (...) <W 2006-07-11/44, art. 5, 2°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  (De datum van de overname van activa na faillissement wordt vastgesteld door het beheerscomité.) <W 2006-07-11/44, art. 5, 3°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  
Art. 7. Pour l'application de la présente loi, il faut entendre par :
  1° reprise de l'actif :
  - soit l'établissement d'un droit réel sur tout ou partie de l'actif d'une entreprise en faillite (...) avec la poursuite de l'activité principale de l'entreprise ou d'une division de celle-ci; <L 2006-07-11/44, art. 5, 1°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  - soit la poursuite de l'activité principale de l'entreprise ou d'une division de celle-ci par un employeur qui n'a pas repris tout ou partie de l'actif de l'entreprise en faillite (...); il est indifférent que l'activité principale de l'entreprise soit poursuivie avec des travailleurs réengagés par l'employeur qui a repris l'actif ou par des tiers. <L 2006-07-11/44, art. 5, 1°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  Sur la proposition du comité de gestion du Fonds, le Roi peut assimiler d'autres situations à une reprise de l'actif;
  2° travailleurs non repris en cas de reprise de l'actif après faillite (...) : les travailleurs qui ne remplissent pas les conditions fixées à l'article 42; <L 2006-07-11/44, art. 5, 1°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  3° [1 date de la faillite: la date du jugement de déclaration de faillite tel que visé à l'article XX.100 du Code de droit économique;]1
  4° (...) <L 2006-07-11/44, art. 5, 2°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  (La date de la reprise de l'actif après faillite est fixée par le comité de gestion.) <L 2006-07-11/44, art. 5, 3°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  
Art. 8. Voor de toepassing van deze wet verstaat men onder "aanvullende vergoeding bij brugpensioen" : de vergoeding die bepaald wordt bij een in de Nationale Arbeidsraad gesloten collectieve arbeidsovereenkomst waarbij een aanvullende vergoeding wordt toegekend aan sommige oudere werknemers indien zij worden ontslagen of door een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten overeenkomstig de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités in een paritair orgaan of die van toepassing is op een onderneming, die in soortgelijke voordelen voorziet als die van de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad.
Art. 8. Pour l'application de la présente loi, il faut entendre par "indemnité complémentaire de prépension" : l'indemnité prévue par une convention collective de travail conclue au sein du Conseil national du Travail prévoyant l'octroi d'une indemnité complémentaire à certains travailleurs âgés en cas de licenciement ou par une convention collective de travail conclue conformément à la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires au sein d'un organe paritaire ou s'appliquant à une entreprise qui prévoit des avantages similaires à ceux prévus par une convention collective de travail conclue au sein du Conseil national du Travail.
HOOFDSTUK II. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE II. - Champ d'application.
Art. 9. Deze wet is van toepassing op de werknemers en hun werkgevers.
  (De Koning kan echter bepaalde categorieën van ondernemingen of van werknemers die door Hem worden aangeduid uitsluiten van het toepassingsgebied van deze wet, wanneer er geen risico van insolvabiliteit bestaat.) <W 2006-07-11/44, art. 6, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
Art. 9. La présente loi s'applique aux travailleurs et à leurs employeurs.
  (Le Roi peut toutefois exclure du champ d'application de la présente loi certaines catégories d'entreprises ou de travailleurs qu'Il détermine lorsqu'il n'y a pas de risque d'insolvabilité.) <L 2006-07-11/44, art. 6, 003; En vigueur : 03-09-2006>
Art. 10. <W 2006-07-11/44, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006> § 1. Titel II en titel III van deze wet zijn van toepassing op de ondernemingen die gemiddeld ten minste twintig werknemers tewerkstelden tijdens de vier trimesters voorafgaand aan het trimester gedurende hetwelk de definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming heeft plaatsgevonden.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bij het eerste lid bedoelde aantal werknemers verminderen. Hij maakt van deze bevoegdheid gebruik na advies van het bevoegde paritaire orgaan. Het advies wordt meegedeeld binnen twee maanden nadat het verzoek daartoe is gedaan, zoniet mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
  § 2. In afwijking van § 1, is titel III van toepassing op de ondernemingen waar gemiddeld tussen tien en negentien werknemers tewerkgesteld werden tijdens de vier trimesters voorafgaand aan het trimester gedurende hetwelk de definitieve stopzetting van de hoofdactiviteit van de onderneming heeft plaatsgevonden, voorzover zij failliet werden verklaard, [1 overeenkomstig artikel XX.100 van het Wetboek van economisch recht]1, voorafgaand aan de datum van de sluiting.
  De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het aantal werknemers bedoeld in het eerste lid verminderen tot 5.
  § 3. De Koning bepaalt de nadere regelen volgens welke het gemiddelde van de tijdens de in § 1 en § 2 bedoelde periode van vier trimesters tewerkgestelde werknemers wordt berekend.
  
Art. 10. <L 2006-07-11/44, art. 7, 003; En vigueur : 03-09-2006> § 1er. Le titre II et le titre III de la présente loi s'appliquent aux entreprises qui occupaient en moyenne au moins vingt travailleurs, au cours des quatre trimestres précédant le trimestre au cours duquel la cessation définitive de l'activité principale de l'entreprise a eu lieu.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, réduire le nombre de travailleurs visés à l'alinéa 1er. II fait usage de cette faculté après avis de l'organe paritaire compétent. L'avis est communiqué dans les deux mois de la demande, à défaut de quoi, il est passé outre.
  § 2. Par dérogation au § 1er, le titre III s'applique aux entreprises qui occupaient en moyenne entre dix et dix-neuf travailleurs au cours des quatre trimestres précédant le trimestre au cours duquel la cessation définitive de l'activité principale de l'entreprise a eu lieu pour autant qu'elles aient été déclarées en faillite, [1 conformément à l'article XX.100 du Code de droit économique]1, préalablement à la date de la fermeture.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, réduire à cinq le nombre de travailleurs visé à l'alinéa 1er.
  § 3. Le Roi détermine les modalités de calcul de la moyenne des travailleurs occupés pendant la période de quatre trimestres visée au § 1er et § 2.
  
Art. 11. De Titels II, III, IV, hoofdstuk II, (afdelingen 1, 2, 4, 5 en 6), zijn niet van toepassing op ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit. <W 2006-12-27/32, art. 181, 004; Inwerkingtreding : 07-01-2007>
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, deze bepalingen geheel of gedeeltelijk toepasselijk verklaren op deze ondernemingen.
Art. 11. Les Titres II, III, IV, chapitre II, (sections 1re, 2, 4, 5 et 6), ne s'appliquent pas aux entreprises n'ayant pas une finalité industrielle ou commerciale. <L 2006-12-27/32, art. 181, 004; En vigueur : 07-01-2007>
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, rendre ces dispositions applicables, en tout ou en partie, à ces entreprises.
Art. 12. [1 itel IV, hoofdstuk II, afdeling 4, van deze wet is enkel van toepassing in geval van overname van activa binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum van het faillissement of binnen enige andere termijn vastgesteld bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad.
   De termijn bedoeld in het eerste lid kan verlengd worden met twee maanden indien bij het verstrijken van deze termijn :
   - de curator aan het Fonds schriftelijk bevestigt dat er nog lopende onderhandelingen zijn met een kandidaat-overnemer, of;
   - de curator nagelaten heeft de inlichtingen bepaald in artikel 50, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 23 maart 2007 tot uitvoering van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen, mee te delen aan het Fonds.
   De tweede termijn, bedoeld in het tweede lid, kan nog verlengd worden met twee maanden indien de curator bij het verstrijken van deze tweede termijn aan het Fonds schriftelijk bevestigt dat er nog lopende onderhandelingen zijn met een kandidaat-overnemer.]1

  
Art. 12. [1 Le titre IV, chapitre II, section 4, de la présente loi ne s'applique que lorsque la reprise de l'actif intervient dans un délai de deux mois à partir de la date de la faillite, ou dans tout autre délai fixé par convention collective de travail conclue au sein du Conseil national du Travail.
   Le délai visé à l'alinéa 1er peut être prolongé de deux mois lorsqu'à l'expiration de ce délai :
   - le curateur confirme par écrit au Fonds que des négociations restent en cours avec un candidat-repreneur, ou;
   - le curateur a omis de communiquer au Fonds les informations prévues à l'article 50, § 1er, 4°, de l'arrêté royal du 23 mars 2007 portant exécution de la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises.
   Le second délai, prévu à l'alinéa 2, peut encore être prolongé de deux mois si, à l'expiration de ce second délai, le curateur confirme, par écrit, au Fonds que des négociations restent encore en cours avec un candidat-repreneur.]1

  
Art. 13. <W 2006-07-11/44, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006> Na advies van het bevoegd paritair orgaan, kan de Koning de werknemers die door Hem worden aangeduid uitsluiten van het voordeel van deze wet of van sommige bepalingen ervan.
  Hij kan echter, onder dezelfde voorwaarden, slechts uitsluiten van het voordeel van de bepalingen van titel IV, hoofdstuk II, afdelingen 3 en 4, in de sectoren waarin voordelen van dezelfde aard worden toegekend aan de werknemers bij collectieve arbeidsovereenkomsten die door Hem algemeen verbindend werden verklaard.
Art. 13. <L 2006-07-11/44, art. 9, 003; En vigueur : 03-09-2006> Après avis de l'organe paritaire compétent, le Roi peut exclure du bénéfice de la présente loi ou de certaines dispositions de celle-ci, les travailleurs qu'Il détermine.
  Toutefois, II ne peut, dans les mêmes conditions, exclure du bénéfice des dispositions du titre IV, chapitre II, sections 3 et 4, que dans les branches d'activité dans lesquelles des avantages de même nature sont accordés aux travailleurs par des conventions collectives de travail rendues obligatoires par Lui.
Art. 14. Van de voordelen van deze wet wordt uitgesloten de werknemer die, door een in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke uitspraak, is veroordeeld wegens een strafbaar feit inzake het beheer van de onderneming die het voorwerp uitmaakt van een sluiting in de zin van de artikelen 3, 4 en 5.
  Indien het in het eerste lid bedoelde strafbaar feit aanleiding heeft gegeven tot een strafvervolging, worden de rechten die voortvloeien uit de toepassing van deze wet geschorst tot op het ogenblik dat van vervolging wordt afgezien of tot op het ogenblik van de vrijspraak.
Art. 14. Est exclu du bénéfice de la présente loi, le travailleur qui a été condamné par une décision pénale coulée en force de chose jugée, pour une infraction en matière de gestion de l'entreprise qui fait l'objet d'une fermeture au sens des articles 3, 4 et 5.
  Si l'infraction visée à l'alinéa 1 a donné lieu à des poursuites pénales, les droits qui résultent de l'application de la présente loi sont suspendus jusqu'au moment où il a été renoncé aux poursuites ou jusqu'à l'acquittement.
Art. 15. Wordt uitgesloten van de voordelen van titel III :
  1° de werknemer die [1 de wettelijke pensioenleeftijd]1 heeft bereikt;
  2° de werknemer die, vóór of ter gelegenheid van de sluiting van de onderneming, recht heeft op de (...) waarborg van het Fonds voor de betaling van de in artikel 8 bedoelde aanvullende vergoeding bij brugpensioen;
  3° de werknemer die voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op een overbruggingsvergoeding zoals bedoeld in titel IV, hoofdstuk II, afdeling 4. <W 2006-07-11/44, art. 10, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  
Art. 15. Est exclu du bénéfice du titre III :
  1° le travailleur qui a atteint [1 l'âge légal de la pension]1;
  2° le travailleur qui a droit, avant ou à l'occasion de la fermeture de l'entreprise, à la garantie du Fonds, (...), pour le paiement de l'indemnité complémentaire de prépension visée à l'article 8; <L 2006-07-11/44, art. 10, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  3° le travailleur qui remplit les conditions pour avoir droit à l'indemnité de transition prévue au titre IV, chapitre II, section 4.
  
TITEL II. - Informatie in geval van sluiting van ondernemingen.
TITRE II. - Information en cas de fermeture d'entreprises.
Art. 16. De paritaire comités en subcomités hebben als opdracht om, bij een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, de aan de sluiting van de onderneming voorafgaande informatie alsmede de wijzen waarop zij aan de betrokken overheden, instellingen en werknemers wordt meegedeeld, vast te stellen.
Art. 16. Les commissions et sous-commissions paritaires ont pour mission de déterminer, par convention collective de travail rendue obligatoire par le Roi, l'information préalable à la fermeture d'entreprise ainsi que les méthodes selon lesquelles celle-ci est communiquée aux autorités, aux institutions et aux travailleurs concernés.
Art. 17. Bij ontstentenis van een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, bepaalt Hij de aan de sluiting van de onderneming voorafgaande informatie alsmede de wijzen waarop zij aan de betrokken overheden, instellingen en werknemers wordt meegedeeld.
Art. 17. A défaut de convention collective de travail rendue obligatoire par le Roi, II détermine l'information préalable à la fermeture d'entreprise ainsi que les méthodes selon lesquelles celle-ci est communiquée aux autorités, aux institutions et aux travailleurs concernés.
TITEL III. - Sluitingsvergoeding.
TITRE III. - Indemnité de fermeture.
HOOFDSTUK I. - Betrokken werknemers.
CHAPITRE I. - Travailleurs concernés.
Art. 18. In geval van sluiting, bedoeld in de artikelen 3 en 4, heeft de werknemer, met ten minste één jaar anciënniteit in de onderneming en aan wiens arbeidsovereenkomst, die voor onbepaalde duur werd gesloten, een einde wordt gemaakt ofwel door de werkgever, ofwel door de werknemer wegens feiten die in hoofde van de werkgever een dringende reden uitmaken, [1 tijdens de periode gaande van de achttiende maand]1 die, naargelang het geval, de datum van de sluiting of de datum van de verplaatsing van de exploitatiezetel of de fusie van de onderneming voorafgaat, recht op een sluitingsvergoeding ten laste van zijn werkgever tot het einde van de twaalfde maand die volgt op deze data.
  Op voorstel van het bevoegd paritair orgaan, kan de Koning de in het eerste lid bepaalde anciënniteit van één jaar in de onderneming vervangen door één jaar anciënniteit in de ondernemingen die onder hetzelfde paritair orgaan ressorteren en tevens de berekeningsmodaliteiten ervan bepalen.
  [1 ...]1
  Voor de werknemers die aan de vereffeningswerkzaamheden van de onderneming deelnemen, wordt de in het eerste lid bepaalde termijn van twaalf maanden die, naargelang het geval, een aanvang neemt op de datum van de sluiting van de onderneming of op de datum van de verplaatsing van de exploitatiezetel of van de fusie van de onderneming, gebracht op drie jaar.
  Deze sluitingsvergoeding is evenwel niet verschuldigd :
  1° ingeval van ontslag door de werkgever om een dringende reden;
  2° indien de werknemer door zijn werkgever of door diens toedoen onmiddellijk in een andere onderneming wordt tewerkgesteld met behoud van zijn loon en zijn anciënniteit en hij door deze nieuwe werkgever binnen een termijn van zes maanden niet ontslagen wordt;
  3° indien de werknemer een schriftelijk aanbod tot tewerkstelling als bedoeld in 2°, vergezeld van een schriftelijke verbintenis van de werkgever die hem in dienst wenst te nemen, heeft geweigerd.
  
Art. 18. En cas de fermeture visée aux articles 3 et 4, le travailleur ayant au moins un an d'ancienneté dans l'entreprise et dont le contrat de travail conclu pour une durée indéterminée est rompu, soit par l'employeur, soit par le travailleur en raison de faits qui constituent un motif grave imputable à l'employeur, [1 a droit pendant la période allant du dix-huitième mois qui précède]1, selon le cas, la date de la fermeture ou la date du déplacement du siège d'exploitation ou de la fusion de l'entreprise, jusqu'à la fin du douzième mois qui suit ces dates, à une indemnité de fermeture à charge de son employeur.
  Le Roi peut, sur la proposition de l'organe paritaire compétent, remplacer l'année d'ancienneté dans l'entreprise, prévue à l'alinéa 1er, par une année d'ancienneté dans les entreprises ressortissant au même organe paritaire et en déterminer en même temps les modalités de calcul.
  [1 ...]1
  Pour les travailleurs qui participent aux activités de liquidation de l'entreprise, la période de douze mois prenant cours, selon le cas, à la date de la fermeture de l'entreprise ou à la date du déplacement du siège d'exploitation ou de la fusion de l'entreprise, prévue à l'alinéa 1er, est portée à trois ans.
  Toutefois, cette indemnité de fermeture n'est pas due :
  1° en cas de licenciement pour motif grave;
  2° si le travailleur a été immédiatement remis au travail dans une autre entreprise avec maintien de sa rémunération et de son ancienneté par l'employeur ou à l'intervention de celui-ci, pour autant qu'il ne soit pas licencié par ce nouvel employeur dans un délai de six mois;
  3° si le travailleur a refusé une offre d'emploi écrite au sens du 2°, accompagnée d'un engagement écrit de l'employeur qui souhaite l'engager.
  
Art. 19. Ingeval van herstructurering bedoeld in artikel 5, genieten enkel de werknemers die ontslagen worden tijdens de herstructureringsperiode, welke overeenkomstig datzelfde artikel is vastgesteld, van de toepassing van deze titel, voorzover zij één jaar anciënniteit tellen in de onderneming, en zij aangeworven werden in het kader van een arbeidsovereenkomst gesloten voor onbepaalde duur.
  Op voorstel van het bevoegd paritair orgaan, kan de Koning de in het eerste lid bepaalde anciënniteit van één jaar vervangen door één jaar anciënniteit in de ondernemingen die onder hetzelfde paritair orgaan ressorteren en tevens de berekeningsmodaliteiten ervan bepalen.
Art. 19. En cas de restructuration visée à l'article 5, seuls les travailleurs licenciés pendant la période de restructuration fixée conformément au même article, bénéficient de l'application du présent titre, pour autant qu'ils aient un an d'ancienneté dans l'entreprise et qu'ils soient engagés dans les liens d'un contrat de travail conclu pour une durée indéterminée.
  Le Roi peut, sur la proposition de l'organe paritaire compétent, remplacer l'année d'ancienneté, prévue à l'alinéa 1er, par une année d'ancienneté dans les entreprises ressortissant au même organe paritaire et en déterminer en même temps les modalités de calcul.
Art. 22. In geval van sluiting van een onderneming bedoeld in de artikelen 3 en 4 (...), kan het beheerscomité van het Fonds beslissen dat de sluitingsvergoeding eveneens moet worden toegekend aan de werknemers wier arbeidsovereenkomst in haar uitvoering is geschorst op de data vastgesteld (overeenkomstig de artikelen 3 en 4) en die na deze periode van schorsing hun werk niet meer kunnen hervatten. <W 2006-07-11/44, art. 12, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
Art. 22. En cas de fermeture d'entreprise visée aux articles 3 et 4 (...), le comité de gestion du Fonds peut décider que l'indemnité de fermeture doit également être accordée aux travailleurs dont l'exécution du contrat de travail est suspendue aux dates fixées (conformément aux articles 3 et 4) et qui ne peuvent pas reprendre leur travail après cette période de suspension. <L 2006-07-11/44, art. 12, 003; En vigueur : 03-09-2006>
HOOFDSTUK II. - Sluitingsvergoeding.
CHAPITRE II. - Indemnité de fermeture.
Art. 23. § 1. De vergoeding toegekend aan de werknemers bedraagt 116,56 (euro) per jaar anciënniteit in de onderneming of, met toepassing van artikel 18, tweede lid, per jaar anciënniteit in de ondernemingen die ressorteren onder hetzelfde paritair orgaan, met een maximum van 2.331,19 (euro). Onder dezelfde voorwaarden hebben de werknemers daarenboven recht (op een toeslag van 116,56 euro per leeftijdsjaar boven vijfenveertig jaar, met een maximum van 2.214,64 euro). <W 2006-07-11/44, art. 13, 1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  Deze bedragen worden gekoppeld aan de spilindex 114,20 en worden verhoogd of verminderd overeenkomstig artikel 4 van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen (aan het indexcijfer der consumptieprijzen worden gekoppeld). <W 2006-07-11/44, art. 13, 2°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  De verhoging of vermindering wordt toegepast vanaf de tweede maand die volgt op het einde van de periode van twee maanden tijdens dewelke het gemiddeld indexcijfer het cijfer bereikt dat een wijziging rechtvaardigt.
  § 2. Aan de anciënniteits- en leeftijdsvoorwaarden moet zijn voldaan de dag waarop de opzeggingstermijn begint te lopen of, bij verbreking zonder opzegging, op de dag dat de arbeidsovereenkomst wordt verbroken. Voor de in artikel 22 bedoelde werknemers moet aan deze anciënniteits- en leeftijdsvoorwaarden zijn voldaan, naargelang het geval, op de data vastgesteld (overeenkomstig de artikelen 3 en 4). <W 2006-07-11/44, art. 13, 3°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  § 3. Voor de berekening van de anciënniteit in de onderneming dient men rekening te houden met de periode gedurende dewelke de werknemer zonder onderbreking in dienst van dezelfde onderneming is gebleven evenals met de periodes van onvrijwillige werkloosheid, onmiddellijk (voorafgegaan en gevolgd door) een periode van tewerkstelling in dezelfde onderneming. De periodes van tewerkstelling bij een andere werkgever worden gelijkgesteld met arbeidsperiodes bij zijn werkgever op voorwaarde dat de werknemer deze betrekking heeft aanvaard om aan de werkloosheid te ontsnappen en dat hij vervolgens bij zijn eerste werkgever teruggekeerd is. <W 2006-07-11/44, art. 13, 4°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
Art. 23. § 1er. L'indemnité accordée aux travailleurs est de 116,56 (euros) par année d'ancienneté dans l'entreprise ou, s'il a été fait application de l'article 18, alinéa 2, par année d'ancienneté dans les entreprises relevant du même organe paritaire, avec un maximum de 2.331,19 (euros). Dans les mêmes conditions, les travailleurs ont droit, en outre, (à un supplément de 116,56 euros par année d'âge au-delà de quarante-cinq ans, avec un maximum de 2.214,64 euros). <L 2006-07-11/44, art. 13, 1°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  Ces montants sont rattachés à l'indice pivot 114,20 et sont augmentés ou diminués conformément à l'article 4 de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
  L'augmentation ou la diminution est appliquée à partir du deuxième mois qui suit la fin de la période de deux mois pendant laquelle l'indice moyen atteint le chiffre qui justifie une modification.
  § 2. Les conditions d'ancienneté et d'âge doivent être remplies au jour où le délai de préavis prend cours ou, en cas de rupture sans préavis, au jour de la rupture du contrat de travail. Pour les travailleurs visés à l'article 22, ces conditions d'ancienneté et d'âge doivent être remplies, selon le cas, aux dates fixées (conformément aux articles 3 et 4). <L 2006-07-11/44, art. 13, 3°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  § 3. Pour le calcul de l'ancienneté dans l'entreprise, il y a lieu de prendre en considération la période pendant laquelle le travailleur est demeuré sans interruption au service de la même entreprise ainsi que les périodes de chômage involontaire, immédiatement précédées et suivies par une période d'occupation dans la même entreprise. Les périodes d'occupation chez un autre employeur sont assimilées à des périodes de travail chez son employeur, à condition que le travailleur ait accepté cette occupation pour échapper au chômage et qu'il soit revenu par la suite chez son premier employeur.
Art. 24. De Koning kan het bedrag wijzigen van de in artikel 23 bedoelde sluitingsvergoeding.
Art. 24. Le Roi peut modifier le montant de l'indemnité de fermeture fixé à l'article 23.
Art. 25. De sluitingsvergoeding mag gecumuleerd worden met de verbrekingsvergoeding, de uitkeringen voor sociale zekerheid en met de vergoedingen bedoeld in artikel 16 van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden.
Art. 25. L'indemnité de fermeture peut être cumulée avec l'indemnité de rupture, avec les allocations de sécurité sociale et avec les indemnités visées à l'article 16 de la loi du 19 mars 1991 portant un régime de licenciement particulier pour les délégués du personnel aux conseils d'entreprise et aux comités de sécurité d'hygiène et d'embellissement des lieux de travail ainsi que pour les candidats-délégués du personnel.
Art. 26. De werkgever betaalt de sluitingsvergoeding uit binnen een periode van vijftien dagen die volgt op de data vastgesteld (overeenkomstig de artikelen 3 en 4) of, in geval van ontslag na deze datum, binnen een periode van vijftien dagen die volgt op de kennisgeving van het ontslag. <W 2006-07-11/44, art. 14, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  Voor de in artikel 22 bedoelde werknemers, moet de werkgever de sluitingsvergoeding betalen binnen vijftien dagen die volgen op de kennisgeving van de beslissing van het beheerscomité van het Fonds, genomen met toepassing van hetzelfde artikel.
Art. 26. L'employeur paie l'indemnité de fermeture dans les quinze jours qui suivent les dates fixées (conformément aux articles 3 et 4) ou, en cas de licenciement après ces dates, dans les quinze jours qui suivent le jour de la notification du licenciement. <L 2006-07-11/44, art. 14, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  Pour les travailleurs visés à l'article 22, l'employeur est tenu de payer l'indemnité de fermeture dans les quinze jours qui suivent la notification de la décision du comité de gestion du Fonds prise en application du même article.
TITEL IV. - Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers.
TITRE IV. - Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises.
HOOFDSTUK I. - Oprichting en werking.
CHAPITRE I. - Institution et fonctionnement.
Art. 27. Bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening wordt een Fonds opgericht onder de naam "Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers". Dit Fonds heeft rechtspersoonlijkheid.
Art. 27. II est institué, auprès de l'Office national de l'Emploi, un Fonds dénommé "Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises". Ce Fonds a la personnalité juridique.
Art. 28. § 1. [1 Het Fonds wordt beheerd door een beheerscomité, dat samengesteld is uit de leden die in toepassing van artikel 2 van de wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg zetelen in het beheerscomité van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening. De administrateur-generaal van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening en zijn adjunct worden belast met het dagelijks beheer van het Fonds.]1
  § 2. Voor de aangelegenheden die uitsluitend betrekking hebben op de ondernemingen bedoeld in artikel 2, 3°, b) , worden de bevoegdheden van het beheerscomité uitgeoefend door een bijzonder comité dat paritair is samengesteld uit vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van de werkgevers van de ondernemingen bedoeld in artikel 2, 3°, b) , en vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties.
  Dit bijzonder comité wordt voorgezeten door de voorzitter van het beheersomité bedoeld bij § 1.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de samenstelling van dit bijzonder comité en benoemt de leden ervan. Onder voorbehoud van afwijkingen vastgesteld door de Koning, werkt dit bijzonder comité volgens dezelfde regels als die welke bepaald zijn voor het beheerscomité bedoeld in § 1.
  
Art. 28. § 1er. [1 Le Fonds est administré par un comité de gestion composé des membres qui, en application de l'article 2 de la loi du 25 avril 1963 sur la gestion des organismes d'intérêt public de sécurité sociale et de prévoyance sociale, siègent dans le comité de gestion de l'Office national de l'emploi. L'administrateur général de l'Office national de l'emploi et son adjoint sont chargés de la gestion journalière du Fonds.]1
  § 2. Pour les questions qui concernent exclusivement les entreprises visées à l'article 2, 3°, b) , les compétences du comité de gestion sont exercées par un comité particulier composé paritairement de représentants des organisations représentatives des employeurs des entreprises visées à l'article 2, 3°, b) , et de représentants des organisations représentatives des travailleurs.
  Ce comité particulier est présidé par le président du comité de gestion visé au § 1er.
  Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, la composition de ce comité particulier et en nomme les membres. Sous réserve de dérogations fixées par le Roi, ce comité particulier fonctionne selon les mêmes règles que celles prévues pour le comité de gestion visé au § 1er.
  
Art. 29. Het toezicht op het Fonds wordt uitgeoefend door de regeringscommissarissen en de revisoren die toezicht uitoefenen op de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
Art. 29. Le contrôle du Fonds est exercé par les commissaires du gouvernement et les réviseurs qui exercent le contrôle de l'Office national de l'Emploi.
Art. 30. Het beheer van en het toezicht op het Fonds worden uitgeoefend overeenkomstig de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op het beheer van en het toezicht op de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. De Koning kan het Fonds vrijstellen van de naleving van sommige van deze bepalingen.
  Wat de ondernemingen zonder handels- en industriële finaliteit betreft, houdt het Fonds een afzonderlijke boekhouding. Geen enkele overdracht kan plaatsvinden tussen de boekhouding die betrekking heeft op de ondernemingen bedoeld in artikel 2, 3°, a) en die welke betrekking heeft op de ondernemingen zonder handels- en industriële finaliteit.
Art. 30. La gestion et le contrôle du Fonds sont exercés conformément aux dispositions légales et réglementaires qui sont applicables à la gestion et au contrôle de l'Office national de l'Emploi. Le Roi peut dispenser le Fonds du respect de certaines de ces dispositions.
  En ce qui concerne les entreprises n'ayant pas de finalité industrielle ou commerciale, le Fonds tient une comptabilité séparée. Aucun transfert ne peut s'effectuer entre la comptabilité relative aux entreprises visées à l'article 2, 3°, a) et celle relative aux entreprises n'ayant pas de finalité industrielle ou commerciale.
Art. 31. Het Fonds wordt gelijkgesteld met het Rijk voor de toepassing van de wetten betreffende de zegel-, griffie- en de hypotheekrechten, betreffende de met zegel gelijkgestelde taksen, alsmede betreffende de andere rechtstreekse of onrechtstreekse belastingen. Het is vrijgesteld van alle belastingen of taksen ten voordele van de provincies en de gemeenten.
Art. 31. Le Fonds est assimilé à l'Etat pour l'application des lois sur les droits de timbre, de greffe et d'hypothèque, sur les taxes assimilées au timbre, ainsi que sur les autres impôts directs ou indirects. II est exonéré de tous impôts ou taxes au profit des provinces et des communes.
Art. 32. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening stelt, tegen betaling, de diensten, het personeel, de uitrusting en de inrichtingen die nodig zijn voor de werking van het Fonds te zijner beschikking.
Art. 32. L'Office national de l'Emploi met à la disposition du Fonds, contre rétribution, les services, le personnel, l'équipement et les installations nécessaires au fonctionnement de celui-ci.
HOOFDSTUK II. - Opdrachten van het Fonds.
CHAPITRE II. - Missions du Fonds.
Afdeling 1. - Sluitingsvergoeding.
Section 1. - Indemnité de fermeture.
Art. 33. Het Fonds heeft als opdracht aan de betrokken werknemers de in Titel III bedoelde sluitingsvergoeding uit te betalen indien de werkgever, de curator of de vereffenaar ze niet heeft uitbetaald overeenkomstig artikel 26.
Art. 33. Le Fonds a pour mission de payer aux travailleurs intéressés l'indemnité de fermeture prévue aux dispositions du Titre III lorsque l'employeur, le curateur ou le liquidateur n'en ont pas effectué le paiement conformément à l'article 26.
Afdeling 2. - Vergoeding wegens collectief ontslag.
Section 2. - Indemnité en cas de licenciement collectif.
Afdeling 3. - Lonen, vergoedingen en voordelen.
Section 3. - Rémunérations, indemnités et avantages.
Art. 35.
Art. 35.
  § 1. Wanneer de werkgever zijn geldelijke verplichtingen tegenover zijn werknemers niet nakomt bij sluiting van de onderneming in de zin van de artikelen 3, 4 en 5 of bij overname van de activa die niet onderworpen is aan afdeling 4 van dit hoofdstuk, heeft het Fonds eveneens als opdracht hun te betalen :
   1° de lonen verschuldigd krachtens de individuele of collectieve arbeidsovereenkomsten;
   2° de vergoedingen en voordelen verschuldigd krachtens de wet of krachtens individuele of collectieve arbeidsovereenkomsten.
   § 2. In geval van overname van activa onderworpen aan de bepalingen van afdeling 4 van dit hoofdstuk moet het Fonds de in § 1, 1° en 2°, bedoelde geldelijke verplichtingen betalen aan de niet-overgenomen werknemers wanneer de vroegere werkgever (deze verplichtingen) tegenover zijn werknemers niet nakomt. <W 2006-07-11/44, art. 16, 1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
   Aan de werknemer die recht heeft op de overbruggingsvergoeding, moet het Fonds eveneens de in § 1, 1° en 2°, bedoelde geldelijke verplichtingen betalen, met uitzondering van de verbrekingsvergoeding, wanneer de vroegere werkgever zijn verbintenissen tegenover zijn werknemers niet nakomt.
   § 3. [1 ...]1.
  
  § 1er. Lorsqu'en cas de fermeture d'entreprise au sens des articles 3, 4 et 5 ou en cas de reprise d'actif non soumise à la section 4 du présent chapitre, l'employeur ne s'acquitte pas de ses obligations pécuniaires envers ses travailleurs, le Fonds a également pour mission de leur payer :
   1° les rémunérations dues en vertu des conventions individuelles ou collectives de travail;
   2° les indemnités et avantages dus en vertu de la loi ou des conventions individuelles ou collectives de travail.
   § 2. En cas de reprise d'actif soumise aux dispositions de la section 4 du présent chapitre, le Fonds est tenu de payer les obligations pécuniaires prévues au § 1er, 1° et 2°, aux travailleurs non repris, lorsque l'ancien employeur ne respecte pas (ces obligations) à l'égard de ses travailleurs. <L 2006-07-11/44, art. 16, 1°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
   II est également tenu de payer au travailleur qui a droit à l'indemnité de transition les obligations pécuniaires prévues au § 1er, 1° et 2°, à l'exception de l'indemnité de rupture, lorsque l'ancien employeur ne respecte pas ses obligations à l'égard de ses travailleurs.
   § 3. [1 ...]1.
  
Art. 36.
  § 1. (De bepalingen van artikel 35, §§ 1 en 2 zijn van toepassing wanneer aan de arbeidsovereenkomst een einde is gekomen in de loop van de dertien maanden voorafgaand aan de data vastgesteld overeenkomstig de artikelen 3 en 4 tot het einde van een periode van twaalf maanden die een aanvang neemt op diezelfde data. Voor de werknemers die deelnemen aan de vereffeningswerkzaamheden van de onderneming wordt de periode van twaalf maanden die een aanvang neemt op de data vastgesteld overeenkomstig artikelen 3 en 4 op drie jaar gebracht.) [2 Voor de werknemers die de verjaring ten aanzien van hun werkgever hebben gestuit door middel van een ingebrekestelling zoals bedoeld in artikel 2244, § 2, van het Burgerlijk Wetboek wordt de termijn van dertien maanden voorafgaand aan de data vastgesteld overeenkomstig de artikelen 3 en 4 op vijfentwintig maanden gebracht.]2 <W 2006-07-11/44, art. 17, 1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
   § 2. De in § 1 bedoelde termijnen zijn niet van toepassing op de ontslagen werknemers :
   1° op wie de betaling van de opzeggingsvergoeding in maandtermijnen overeenkomstig artikel 39bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing is, voorzover het enkel de bij artikel 39bis bedoelde vergoeding betreft;
   2° die recht hebben op de aanvullende vergoeding bij brugpensioen bedoeld in artikel 8;
   3° die het voordeel genieten van een beslissing uitgesproken na verloop van een gerechtelijke procedure, die vóór de sluiting geldig werd ingeleid, en dit voor de bedragen die voortvloeien uit deze beslissing.
  § 3. [1 ...]1.
  
Art. 36.
  § 1er. (Les dispositions de l'article 35, §§ 1er et 2, sont applicables lorsque le contrat de travail a pris fin dans les treize mois précédant les dates fixées conformément aux articles 3 et 4 jusqu'à la fin d'une période de douze mois prenant cours à ces mêmes dates. Pour les travailleurs qui participent aux activités de liquidation de l'entreprise, la période de douze mois prenant cours aux datas fixées conformément aux articles 3 et 4 est portée à trois ans.) [2 Pour les travailleurs qui ont interrompu la prescription à l'égard de leur employeur par une mise en demeure telle que visée à l'article 2244, § 2, du Code civil, le délai de treize mois précédant la date fixée conformément aux articles 3 et 4, est porté à vingt-cinq mois.]2 <L 2006-07-11/44, art. 17, 1°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
   § 2. Les délais prévus au § 1er, ne sont pas d'application pour les travailleurs licenciés :
   1° auxquels s'applique le paiement mensuel de l'indemnité de rupture conformément à l'article 39bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail pour ce qui concerne uniquement l'indemnité visée à cet article 39bis ;
   2° qui ont droit à l'indemnité complémentaire de prépension visée à l'article 8;
   3° qui bénéficient d'une décision rendue au terme d'une procédure judiciaire valablement introduite avant la fermeture pour les montants découlant de cette décision.
   § 3. [1 ...]1.
  
Art. 37. De Koning kan een maximumbedrag voor de betalingen door het Fonds vaststellen.
Art. 37. Le Roi peut fixer un montant maximum pour les paiements effectués par le Fonds.
Art. 38. Inzake de aanvullende vergoeding bij brugpensioen bedoeld in artikel 8, moet het Fonds enkel tussenkomen voor de categorieën van werknemers die door de Koning worden aangewezen.
Art. 38. Le Fonds ne peut être tenu d'intervenir que pour les catégories de travailleurs désignés par le Roi en ce qui concerne l'indemnité complémentaire de prépension visée à l'article 8.
Art. 39. Bij betwisting over het door het Fonds te betalen bedrag van de in artikel 35 bedoelde lonen, vergoedingen en voordelen betaalt het Fonds bij wijze van voorschot het bedrag uit waarover geen enkele betwisting bestaat. In hetzelfde geval betaalt het Fonds, wat de bedienden betreft, bij wijze van voorschot op de verbrekingsvergoeding, de minimumvergoeding uit in overeenstemming met de opzeggingstermijnen bedoeld in artikel 82, § 2 en § 3, tweede lid, van bovengenoemde wet van 3 juli 1978.
Art. 39. En cas de contestation sur le montant à payer par le Fonds pour les rémunérations, indemnités et avantages visés à l'article 35, le Fonds paie, à titre d'avance, le montant au sujet duquel il n'existe aucune contestation. Dans le même cas, en ce qui concerne les employés, le Fonds paye, à titre d'avance sur l'indemnité de rupture, l'indemnité minimale en conformité avec les délais de préavis, visés à l'article 82, § 2 et § 3, alinéa 2, de la loi du 3 juillet 1978 précitée.
Art. 40. Vooraleer over te gaan tot de betaling van de verbrekingsvergoeding, die een periode dekt gedurende dewelke voorlopige werkloosheidsuitkeringen of voorlopige arbeidsongeschiktheidsuitkeringen werden uitbetaald met toepassing van de reglementering betreffende de werkloosheidsverzekering of de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, kan het Fonds het bedrag van deze uitkeringen of vergoedingen aftrekken van het bedrag van de verbrekingsvergoeding en stort het dit aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of aan de verzekeringsinstelling van de werknemer.
Art. 40. Avant d'effectuer le paiement de l'indemnité de rupture couvrant une période durant laquelle des allocations provisoires de chômage ou des indemnités provisoires d'incapacité de travail sont payées en application de la réglementation relative à l'assurance-chômage ou à l'assurance soins de santé et indemnités, le Fonds peut déduire le montant de ces allocations ou indemnités, du montant de l'indemnité de rupture et le verse à l'Office national de l'Emploi ou à l'organisme assureur du travailleur.
Art. 40bis. <INGEVOEGD bij W 2006-07-11/44, art. 18; Inwerkingtreding : 03-09-2006> Wanneer een onderneming die gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat welke onderworpen is aan de verplichtingen van de Europese richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever, en die activiteiten uitoefent in België, insolvabel wordt verklaard in het kader van een insolventieprocedure in de zin van voormelde richtlijn, oefent het Fonds de in artikel 35 bedoelde opdracht uit onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde modaliteiten vastgelegd door de bepalingen van deze afdeling, ten aanzien van de werknemers van deze onderneming die hun werk gewoonlijk uitoefenen of uitoefenden in België.
  Wanneer de onderneming bedoeld in het eerste lid het voorwerp uitmaakt van een overname van activa [1 binnen de termijn bepaald bij artikel 12]1 vanaf de datum van het faillissement of vanaf de datum die voortvloeit uit de toepassing van artikel 2 van de Europese richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever, oefent het Fonds de in afdeling 4 van dit hoofdstuk bedoelde opdracht uit onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde modaliteiten bepaald door diezelfde afdeling, ten aanzien van de werknemers van deze onderneming die hun werk gewoonlijk uitoefenen of uitoefenden in België.
  In afwijking van artikel 2, eerste lid, 3°, verstaat men, voor de toepassing van dit artikel, onder onderneming, de juridische entiteit.
  De werknemers van wie de werkgever dient of diende bij te dragen aan de Belgische sociale zekerheid worden voor de toepassing van dit artikel beschouwd als werknemers die hun werk gewoonlijk uitoefenen of uitoefenden in België.
  
Art. 40bis. Lorsqu'une entreprise, établie sur le territoire d'un Etat tenu par les obligations de la directive européenne concernant le rapprochement des législations des Etats membres relatives à la protection des travailleurs en cas d'insolvabilité de l'employeur et ayant des activités en Belgique, est déclarée en état d'insolvabilité dans le cadre d'une procédure d'insolvabilité au sens de ladite directive, le Fonds exerce la mission visée à l'article 35, dans les mêmes conditions et les mêmes modalités déterminées par les dispositions de la présente section, à l'égard des travailleurs de cette entreprise qui exercent ou exerçaient habituellement leur travail en Belgique.
  Lorsque l'entreprise visée à l'alinéa 1er fait l'objet d'une reprise de l'actif [1 dans le délai prévu à l'article 12]1 à partir de la date de la faillite ou de la date qui découle de l'application de l'article 2 de la directive européenne concernant le rapprochement des législations des Etats membres relatives à la protection des travailleurs en cas d'insolvabilité de l'employeur, le Fonds exerce la mission prévue à la section 4 du présent chapitre, dans les mêmes conditions et les mêmes modalités déterminées par cette même section, à l'égard des travailleurs de cette entreprise qui exercent ou exerçaient habituellement leur travail en Belgique.
  Par dérogation à l'article 2, alinéa 1er, 3°, on entend par entreprise, pour l'application du présent article, l'entité juridique.
  Sont considérés, pour l'application du présent article, comme des travailleurs qui exercent ou exerçaient habituellement leur travail en Belgique, les travailleurs pour lesquels l'employeur doit ou devaient cotiser à la sécurité sociale belge.
  
Afdeling 4. - Overbruggingsvergoeding.
Section 4. - Indemnité de transition.
Art. 41. Van zodra de in artikel 12 vastgestelde voorwaarden vervuld zijn, hebben de werknemers wier activiteit werd onderbroken ten gevolge van het faillissement (...), en die opnieuw in dienst werden genomen door de werkgever die de activa heeft overgenomen, recht op een overbruggingsvergoeding ten laste van het Fonds voor de periode die ingaat op de datum van de onderbreking van hun activiteit volgend op de gehele of gedeeltelijke onderbreking van de activiteit van de onderneming en die eindigt op de dag van de indienstneming door de nieuwe werkgever. <W 2006-07-11/44, art. 19, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
Art. 41. Dès que les conditions fixées à l'article 12 sont remplies, les travailleurs dont l'activité a été interrompue à la suite de la faillite (...) et qui ont été réengagés par l'employeur qui a effectué une reprise de l'actif ont droit à une indemnité de transition à charge du Fonds pour la période qui prend cours à la date de l'interruption de leur activité consécutive à l'interruption totale ou partielle de l'activité de l'entreprise et qui prend fin le jour de l'engagement par le nouvel employeur. <L 2006-07-11/44, art. 19, 003; En vigueur : 03-09-2006>
Art. 42. Om recht te hebben op de overbruggingsvergoeding moeten de werknemers :
  1° ofwel op de datum van het faillissement (...) verbonden zijn door een arbeids- of leerovereenkomst, ofwel ontslagen zijn tijdens de maand die aan deze datum voorafgaat en recht hebben op een verbrekingsvergoeding die op deze datum niet volledig werd uitbetaald; <W 2006-07-11/44, art. 20, 1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  2° en na het faillissement (...) met de werkgever die de activa heeft overgenomen een arbeidsovereenkomst of leerovereenkomst hebben gesloten : <W 2006-07-11/44, art. 20, 1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  - hetzij vooraleer de overname van de activa plaatsvindt;
  - hetzij op het ogenblik van de overname van de activa;
  - hetzij binnen een bijkomende termijn van [1 vier maanden]1 na de overname van de activa.
  Bij opeenvolgende overnames van het geheel of een deel van de activa, loopt deze bijkomende termijn van [1 vier maanden]1 vanaf de laatste volledige of gedeeltelijke overname van de activa. Wanneer verschillende delen van de activa op verschillende ogenblikken werden overgenomen, begint deze termijn te lopen voor elk deel van de activa, vanaf het ogenblik van zijn overname.
  [1 ...]1
  
Art. 42. Pour avoir droit à l'indemnité de transition, les travailleurs doivent :
  1° soit être liés par un contrat de travail ou d'apprentissage à la date de la faillite (...), soit avoir été licenciés au cours du mois précédant cette date et avoir droit à une indemnité de rupture qui n'a pas été payée en totalité à cette date; <L 2006-07-11/44, art. 20, 1°,003; En vigueur : 03-09-2006>
  2° et avoir conclu un contrat de travail ou d'apprentissage, après la faillite (...), avec l'employeur qui a effectué la reprise de l'actif : <L 2006-07-11/44, art. 20, 1°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  - soit avant que la reprise d'actif n'ait lieu;
  - soit au moment de la reprise d'actif;
  - soit dans un délai supplémentaire de [1 quatre mois]1 suivant la reprise de l'actif.
  En cas de reprises successives de tout ou partie de l'actif, ce délai supplémentaire de [1 quatre mois]1 court à partir de la dernière reprise totale ou partielle de l'actif. Lorsque différentes parties de l'actif sont reprises à des moments différents, ce délai court, pour chaque partie de l'actif, à partir du moment de sa reprise.
  [1 ...]1
  
Art. 43. De overbruggingsvergoeding is niet verschuldigd voor de periodes gedekt door een verbrekingsvergoeding betaald door of voor rekening van de werkgever, de curator, de vereffenaar of een Fonds voor bestaanszekerheid.
  Bij gedeeltelijke betaling van de verbrekingsvergoeding, heeft de werknemer enkel recht op een overbruggingsvergoeding voor de periode die deze, gedekt door die vergoeding, overschrijdt.
Art. 43. L'indemnité de transition n'est pas due pour les périodes couvertes par une indemnité de rupture payée par ou pour le compte de l'employeur, du curateur, du liquidateur ou d'un Fonds de sécurité d'existence.
  En cas de paiement partiel de l'indemnité de rupture, le travailleur ne peut faire valoir son droit à l'indemnité de transition que pour la période qui dépasse celle couverte par cette indemnité.
Art. 44. § 1. De overbruggingsvergoeding is niet verschuldigd wanneer de werknemer, na door de werkgever die de activa heeft overgenomen, te zijn in dienst genomen op grond van een arbeidsovereenkomst met een beding van proeftijd, tijdens de proeftijd wordt ontslagen of zelf ontslag neemt.
  § 2. De overbruggingsvergoeding is evenmin verschuldigd voor :
  1° de periodes gedekt door een loon of een vergoeding verschuldigd tijdens de periode van volledige of gedeeltelijke onderbreking van de activiteit van de onderneming of tijdens een deel ervan;
  2° de periodes gedekt door sociale zekerheidsuitkeringen die door de Koning met loon of met een vergoeding worden gelijkgesteld, wanneer de werknemer verbonden is door een arbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst tijdens de periode van volledige of gedeeltelijke onderbreking van de activiteit van de onderneming of tijdens een deel ervan.
Art. 44. § 1er. L'indemnité de transition n'est pas due lorsque, après avoir été engagé par l'employeur qui a effectué la reprise de l'actif, dans les liens d'un contrat de travail comportant une clause d'essai, le travailleur est licencié ou démissionne durant cette période d'essai.
  § 2. L'indemnité de transition n'est pas d'avantage due :
  1° les périodes couvertes par une rémunération ou une indemnité due pendant la période d'interruption totale ou partielle de l'activité de l'entreprise ou pendant une partie de celle-ci;
  2° les périodes couvertes par des allocations de sécurité sociale assimilées par le Roi à une rémunération ou une indemnité lorsque le travailleur est lié par un contrat de travail ou un contrat d'apprentissage pendant la période d'interruption totale ou partielle de l'activité de l'entreprise ou pendant une partie de celle-ci.
Art. 45. Wanneer de werknemer niet verbonden is door een arbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst tijdens de periode van volledige of gedeeltelijke onderbreking van de activiteit van de onderneming of tijdens een deel ervan, kan het Fonds op het bedrag van de overbruggingsvergoeding de bedragen inhouden die bij wijze van voorschot werden betaald met toepassing van de wetten betreffende de werkloosheid en de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen en stort ze, naargelang het geval, over aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening of aan de verzekeringsinstelling van de werknemer.
Art. 45. Lorsque le travailleur n'est pas lié par un contrat de travail ou un contrat d'apprentissage pendant la période d'interruption totale ou partielle de l'activité de l'entreprise ou pendant une partie de celle-ci, le Fonds peut retenir sur le montant de l'indemnité de transition les montants provisionnels payés en application des lois relatives au chômage et à l'assurance soins de santé et indemnités et les verse, selon le cas, à l'Office national de l'Emploi ou à l'organisme assureur du travailleur.
Art. 46. § 1. De overbruggingsvergoeding is gelijk aan het brutoloon dat de werknemer geniet op het ogenblik van de onderbreking van de activiteit, begrensd tot een bedrag dat door de Koning vastgesteld is.
  De Koning bepaalt wat voor de toepassing van deze afdeling moet worden verstaan onder loon. In het kader van deze afdeling moet het Fonds aan de bediende, die opnieuw in dienst werd genomen door de werkgever die de activa heeft overgenomen, een vergoeding betalen die gelijk is aan het vakantiegeld dat zou verschuldigd geweest zijn voor de periode gedekt door de overbruggingsvergoeding.
  De Koning bepaalt de volgorde waarin het Fonds de betalingen moet verrichten bedoeld in hoofdstuk IV en deze afdeling.
  De Koning kan een totaal maximumbedrag van de tegemoetkoming van het Fonds vastleggen.
  § 2. De Koning legt de berekeningswijzen van de overbruggingsvergoeding vast wanneer de werknemer tewerkgesteld werd in een voltijdse of deeltijdse arbeidsregeling waarvan de wekelijkse arbeidsduur berekend wordt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 20bis en 26bis , § 1, van de arbeidswet van 16 maart 1971 of van artikel 11bis van de bovenvermelde wet van 3 juli 1978.
Art. 46. § 1er. L'indemnité de transition est égale à la rémunération brute dont le travailleur bénéficie au moment de l'interruption de l'activité, plafonnée à un montant fixé par le Roi.
  Le Roi détermine ce qu'il faut entendre par rémunération pour l'application de la présente section. Dans le cadre de la présente section, le Fonds est chargé de payer à l'employé qui a été réengagé par l'employeur qui a effectué la reprise de l'actif une indemnité égale au pécule de vacances qui aurait été dû pour la période couverte par l'indemnité de transition.
  Le Roi détermine l'ordre dans lequel le Fonds procédera aux paiements prévus par le chapitre IV et par la présente Section.
  Le Roi peut fixer un montant global maximum d'intervention du Fonds.
  § 2. Le Roi fixe les modalités de calcul de l'indemnité de transition, lorsque le travailleur à temps plein ou à temps partiel était occupé dans un régime de travail dans lequel la durée hebdomadaire de travail se calcule conformément aux dispositions des articles 20bis et 26bis , § 1er, de la loi du 16 mars 1971 sur le travail ou de l'article 11bis de la loi du 3 juillet 1978 précitée.
Afdeling 5. - Tegemoetkoming bij overmacht.
Section 5. - Intervention en cas de force majeure.
Art. 47. Bij sluiting van de onderneming in de zin van artikel 3 op grond van overmacht, moet het Fonds aan de werknemers wier arbeidsovereenkomst een einde heeft genomen wegens de definitieve onmogelijkheid om deze overeenkomst verder uit te voeren, ten gevolge van deze sluiting van de onderneming, de bij artikel 35 bedoelde vergoedingen uitbetalen die aan hen door hun werkgever verschuldigd zouden zijn geweest indien zij door hem zouden zijn ontslagen.
Art. 47. En cas de fermeture d'entreprise au sens de l'article 3 qui trouve son origine dans un cas de force majeure, le Fonds est chargé de payer aux travailleurs, dont le contrat de travail a pris fin du fait de l'impossibilité définitive d'exécuter ce contrat en raison de cette fermeture d'entreprise, les indemnités visées à l'article 35 qui leur auraient été dues par leur employeur s'ils avaient été licenciés.
Art. 48. De uitbetaling van deze vergoedingen mag het Fonds maar doen voorzover het geval van overmacht door het beheerscomité van het Fonds werd erkend.
  De Koning kan criteria vastleggen waaraan deze erkenning moet voldoen.
Art. 48. Le paiement de ces indemnités ne peut être effectué par le Fonds que pour autant que le comité de gestion du Fonds ait reconnu le cas de force majeure.
  Le Roi peut fixer les critères auxquels doit être soumise cette reconnaissance.
Afdeling 6. - De bijkomende vergoedingen verschuldigd aan sommige beschermde werknemers.
Section 6. - Les indemnités complémentaires dues à certains travailleurs protégés.
Art. 49. De Koning kan, bij verzuim van de werkgever, het Fonds belasten met de uitbetaling van de bijkomende vergoeding verschuldigd aan de personeelsafgevaardigde of aan de kandidaat-personeelsafgevaardigde met toepassing van artikel 9 van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden.
Art. 49. En application de l'article 9 de la loi du 19 mars 1991 portant un régime de licenciement particulier pour les délégués du personnel aux conseils d'entreprise et aux comités de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux du travail ainsi que pour les candidats-délégués du personnel, le Roi peut charger le Fonds du paiement, en cas de défaut de l'employeur, de l'indemnité complémentaire due au délégué ou au candidat-délégué du personnel.
Art. 50. Het Fonds betaalt de bijkomende vergoeding vanaf het ogenblik dat de (Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten) vaststelt dat deze niet betaald is geworden binnen de termijnen vastgesteld door of krachtens artikel 9 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers. <W 2006-07-11/44, art. 21, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
Art. 50. L'indemnité complémentaire est payée par le Fonds à partir du moment où (la Direction générale Contrôle des lois sociales) constate qu'elle n'a pas été payée dans les délais fixés par ou en vertu de l'article 9 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs. <L 2006-07-11/44, art. 21, 003; En vigueur : 03-09-2006>
Afdeling 7. - Aanvullende vergoeding bij brugpensioen.
Section 7. - Indemnité complémentaire de prépension.
Art. 51. Bij verzuim van de werkgever is het Fonds eveneens belast met de betaling van de aanvullende vergoeding bij brugpensioen bedoeld in artikel 8.
Art. 51. Le Fonds est également chargé de payer aux travailleurs l'indemnité complémentaire de prépension visée à l'article 8 en cas de défaut de l'employeur.
Art. 52. Het Fonds kan enkel tussenkomen voor de door de Koning aangewezen categorieën van werknemers.
  De Koning kan een maximumbedrag vastleggen voor de betalingen die door het Fonds uitgevoerd worden.
Art. 52. Le Fonds ne peut intervenir que pour les catégories de travailleurs désignés par le Roi.
  Le Roi peut fixer un montant maximum pour les paiements effectués par le Fonds.
Afdeling 8. - Tijdelijke werkloosheid.
Section 8. - Le chômage temporaire.
Art. 53. [1 Het Fonds neemt een deel ten laste van de werkloosheidsuitkeringen die door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening worden uitbetaald aan de werknemers wier arbeidsovereenkomst in haar uitvoering is geschorst met toepassing van de artikelen 49, 50, 51 en 77/4 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
   De Koning bepaalt, na advies van het beheerscomité van het Fonds en van de Nationale Arbeidsraad, het bedrag van het deel dat door het Fonds ten laste genomen wordt.]1

  
Art. 53. [1 Le Fonds prend en charge une partie du montant des allocations de chômage payé par l'Office national de l'Emploi aux travailleurs dont l'exécution du contrat de travail est suspendue en application des articles 49, 50, 51 et 77/4 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
   Le Roi fixe, après avis du comité de gestion du Fonds et du Conseil national du Travail, le montant de la partie qui est prise en charge par le Fonds.]1

  
Art. 54. <W 2006-07-11/44, art. 22, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006> De Koning bepaalt de nadere regelen en de termijnen van de uitbetaling aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, van het gedeelte, bedoeld in artikel 53, dat ten laste is van het Fonds.
  Hij kan ten laste van het Fonds de verplichting voorzien tot het storten van voorschotten om de uitbetaling door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van een deel van de werkloosheidsuitkeringen bedoeld in artikel 53 te dekken.
Art. 54. <L 2006-07-11/44, art. 22, 003; En vigueur : 03-09-2006> Le Roi fixe les modalités et les délais de paiement à l'Office national de l'Emploi de la partie, prévue à l'article 53, mise à charge du Fonds.
  II peut imposer au Fonds le versement d'avances pour couvrir le paiement d'une partie des allocations de chômage visées à l'article 53 par l'Office national de l'Emploi.
Afdeling 9. - Uitsluiting of beperking van bepaalde tegemoetkomingen van het Fonds.
Section 9. - Exclusion ou limitation de certaines interventions du Fonds.
Art. 55. De Koning kan bepaalde tegemoetkomingen van het Fonds uitsluiten of beperken.
Art. 55. Le Roi peut exclure ou limiter certaines interventions du Fonds.
Afdeling 10. [1 - Betaling van sommen en informatieverstrekking bedoeld in artikel 35/6/8 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.]1
Section 10. [1 - Versement de sommes et information prévus par l'article 35/6/8 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs.]1
Art.55/1. [1 Het Fonds:
   1° ontvangt de sommen bedoeld in artikel 35/6/8 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers en betaalt overeenkomstig dezelfde bepaling deze sommen aan de betrokken werknemers;
   2° betaalt aan de opdrachtgever bedoeld in artikel 35/6/8, § 1, achtste lid, en § 2, zevende lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers en, naar gelang het geval, aan de aannemer of intermediaire aannemer bedoeld in artikel 35/6/8, § 3, achtste lid, en § 4, zevende lid, van dezelfde wet, de sommen bedoeld door deze bepalingen overeenkomstig deze laatste bepalingen;
   3° brengt de aannemer bedoeld in artikel 35/6/8, § 1, tweede lid, en § 2, tweede lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers en de onderaannemer bedoeld in artikel 35/6/8, § 3, tweede lid, en § 4, tweede lid, van dezelfde wet op de hoogte van de betaling van de bedragen die zijn uitgekeerd aan de werknemers van die aannemer en onderaannemer overeenkomstig, naargelang het geval, de paragrafen 1 tot 4 van dit artikel 35/6/8;
   4° betaalt het eventuele saldo, bedoeld in artikel 35/6/8, § 1, vijfde lid, § 2, vijfde lid, § 3, vijfde lid, en § 4, vijfde lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, terug binnen de termijn en volgens de modaliteiten die krachtens dezelfde bepalingen zijn vastgesteld.]1

  
Art.55/1. [1 Le Fonds:
   1° reçoit les sommes visées par l'article 35/6/8 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, et verse de telles sommes aux travailleurs concernés, conformément à cette même disposition;
   2° reverse, au donneur d'ordres visé par l'article 35/6/8, § 1er, alinéa 8, et § 2, alinéa 7, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs et, selon le cas, à l'entrepreneur ou l'entrepreneur intermédiaire visés par l'article 35/6/8, § 3, alinéa 8, et § 4, alinéa 7, de la même loi, les sommes visées par ces dispositions, conformément à ces dernières;
   3° informe l'entrepreneur visé à l'article 35/6/8, § 1er, alinéa 2, et § 2, alinéa 2, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs et le sous-traitant visé à l'article 35/6/8, § 3, alinéa 2, et § 4, alinéa 2, de la même loi, du versement de sommes effectué aux travailleurs de cet entrepreneur et de ce sous-traitant, conformément, selon le cas, aux paragraphes 1er à 4 dudit article 35/6/8;
   4° rembourse le solde éventuel visé à l'article 35/6/8, § 1er, alinéa 5, § 2, alinéa 5, § 3, alinéa 5, et § 4, alinéa 5, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, dans le délai et selon les modalités qui sont prévus en vertu de ces mêmes dispositions.]1

  
HOOFDSTUK III. - Inkomsten van het Fonds.
CHAPITRE III. - Ressources du Fonds.
Art. 56. De inkomsten van het Fonds bestaan uit de opbrengst van de in artikel 60 bedoelde bijdragen, bijdrage-opslagen en nalatigheidsintresten die hem gestort worden door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid [2 ...]2, alsmede uit de opbrengst der terugbetalingen uitgevoerd krachtens de artikelen 60 tot 64.
  (De inkomsten van het Fonds kunnen ook bestaan uit [1 een krediet dat ingeschreven wordt in de begroting van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, ter financiering van de kosten van de uitbreiding van het toepassingsgebied tot ondernemingen met minder dan twintig werknemers.]1) <W 2006-07-11/44, art. 23, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  Deze inkomsten zijn eveneens bestemd tot dekking van de uitgaven van het Fonds inzake de diensten, het personeel, de uitrusting en de inrichtingen die de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening krachtens artikel 32 ter beschikking stelt van het Fonds, alsmede de last van de krachtens artikel 57 aangegane leningen.
  
Art. 56. Les ressources du Fonds sont constituées par le produit des cotisations, majorations et intérêts de retard visés à l'article 60 qui lui sont versés par l'Office national de Sécurité sociale [2 ...]2 et par le produit des remboursements effectués en vertu des articles 60 à 64.
  (Les ressources du Fonds peuvent également être constituées par [1 un crédit inscrit dans le budget du SPF Emploi, Travail et Concertation sociale, destiné au financement du coût dû à l'élargissement du champ d'application aux entreprises avec moins de vingt travailleurs.]1) <L 2006-07-11/44, art. 23, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  Ces ressources sont également destinées à couvrir les dépenses du Fonds afférentes aux services, au personnel, à l'équipement et aux installations que l'Office national de l'Emploi met à la disposition du Fonds en vertu de l'article 32, ainsi que la charge des emprunts contractés en vertu de l'article 57.
  
Art. 57. Teneinde het hoofd te bieden aan onvoorziene uitgaven, kan het Fonds leningen aangaan onder de vorm van kredietvoorschotten ten belope van de werkelijke behoeften, behalve voor de ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit.
Art. 57. En vue de faire face à des dépenses imprévues, le Fonds peut recourir à l'emprunt sous forme d'avances de crédit à concurrence des besoins réels, sauf pour les entreprises n'ayant pas de finalité industrielle ou commerciale.
Art. 58. § 1. De Koning kan, na advies van het beheerscomité van het Fonds en van de Nationale Arbeidsraad, aan de werkgevers die onder de toepassing vallen van deze wet, elk jaar de betaling van de bijdragen opleggen waarvan Hij het bedrag vaststelt. Hij bepaalt, na advies van het beheerscomité van het Fonds en van de Nationale Arbeidsraad, een bijzondere bijdrage voor de ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit.
  (De Koning kan bepaalde categorieën van ondernemingen vrijstellen van de betaling van de bijdragen voor wat betreft de opdracht van het Fonds bedoeld in artikel 33 waarvoor een alternatief systeem van financiering is voorzien.) <W 2006-07-11/44, art. 24, 1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  Het geraadpleegde orgaan deelt zijn advies mede binnen twee maanden nadat hem het verzoek is gedaan, zoniet mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.
  § 2. ([2 De Koning kan, na advies van het beheerscomité van het Fonds en van de Nationale Arbeidsraad, elk jaar de betaling van een bijdrage, waarvan Hij het bedrag vaststelt, opleggen aan de werkgevers bedoeld bij of krachtens de artikelen 1 en 2 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. De opbrengst van deze bijdragen mag niet hoger zijn dan het bedrag, ten laste genomen door het Fonds op grond van artikel 53, van de werkloosheidsuitkeringen uitbetaald aan de werknemers wier arbeidsovereenkomst in haar uitvoering is geschorst met toepassing van de artikelen 49, 50, 51 en 77/4 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.]2
  De Koning kan, na advies van het beheerscomité van het Fonds en van de Nationale Arbeidsraad, de bijdrage voorzien in het eerste lid voor bepaalde werkgevers of bepaalde categorieën van werkgevers aanpassen.
  Het geraadpleegde orgaan deelt zijn advies mede binnen twee maanden nadat hem het verzoek is gedaan, zoniet mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.) <W 2006-07-11/44, art. 24, 2°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  [§ 3. De bijdragen zijn verschuldigd vanaf het eerste trimester van onderwerping aan de bepalingen van deze wet. [1 ...]1] <W 2006-07-11/44, art. 24, 3°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  [2 § 4. De werkgever die overgaat tot ontslag van een bediende, bedoeld in artikel 82, § 5, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten of een bediende wiens arbeidsovereenkomst wordt beoogd door artikel 86/2, § 3, van dezelfde wet is een bijdrage van 3 % verschuldigd op het ontslagbedrag. De Koning bepaalt wat moet worden begrepen onder " ontslagbedrag ".
   Hij bepaalt de modaliteiten en termijnen van betaling van de bijdrage bedoeld in het eerste lid, zowel als de datum van inwerkingtreding van deze paragraaf.]2

  
Art. 58. § 1er. Pour chaque année, le Roi peut, après avis du comité de gestion du Fonds et du Conseil national du Travail, imposer aux employeurs assujettis à la présente loi le paiement des cotisations dont II fixe le montant. II fixe, après avis du comité de gestion du Fonds et du Conseil national du Travail, une cotisation spécifique pour les entreprises n'ayant pas de finalité industrielle ou commerciale.
  (Le Roi peut dispenser certaines catégories d'entreprises du paiement des cotisations en ce qui concerne la mission du Fonds visée à l'article 33 pour laquelle un système de financement alternatif est prévu.) <L 2006-07-11/44, art. 24, 1°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  L'organe consulté fait parvenir son avis dans les deux mois de la demande qui lui en est fait, à défaut de quoi, il est passé outre.
  § 2. ([2 Pour chaque année, le Roi peut, après avis du comité de gestion du Fonds et avis du Conseil national du Travail, imposer le paiement d'une cotisation dont Il fixe le montant aux employeurs visés par ou en vertu des articles 1er et 2 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés. Le produit de ces cotisations ne peut être supérieur au montant, pris en charge par le Fonds en vertu de l'article 53, des allocations de chômage payées pour les travailleurs dont l'exécution du contrat de travail est suspendue en application des articles 49, 50, 51 et 77/4 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail]2
  Le Roi peut, après avis du comité de gestion du Fonds et avis du Conseil nationale du Travail, moduler pour certains employeurs ou certaines catégories d'employeurs la cotisation prévue à l'alinéa 1er.
  L'organe consulté fait parvenir son avis dans les deux mois de la demande qui lui en est faite, à défaut de quoi, il sera passé outre.) <L 2006-07-11/44, art. 24, 2°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  [§ 3. Les cotisations sont dues à partir du premier trimestre d'assujettissement aux dispositions de la présente loi. [1 ...]1] <L 2006-07-11/44, art. 24, 3°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  [2 § 4. L'employeur qui licencie un employé visé à l'article 82, § 5, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail ou un employé dont le contrat de travail est visé à l'article 86/2, § 3, de la même loi est redevable d'une cotisation de 3 % sur le coût de ce licenciement. Le Roi détermine ce qu'il faut entendre par " coût de ce licenciement ".
   Il fixe les modalités et délais de paiement de la cotisation visée au premier alinéa, de même que la date d'entrée en vigueur du présent paragraphe.]2

  
Art. 59. De Koning kan de werkgevers met werknemers die uitgesloten zijn van de toepassing van alle of sommige bepalingen van deze wet, geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de betalingen van de bijdragen.
Art. 59. Le Roi peut dispenser, en tout ou en partie, du versement des cotisations, les employeurs dont les travailleurs sont exclus de l'application de toutes ou certaines dispositions de la présente loi.
Art. 60. De bijdragen verschuldigd krachtens deze wet zijn volgens de modaliteiten en binnen de termijnen die door de Koning worden vastgesteld [1 betaalbaar aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.]1
  De niet-betaling binnen de aldus vastgestelde termijnen brengt de toepassing mee van de bijdrage-opslagen en de nalatigheidsintresten, berekend volgens dezelfde bedragen en onder dezelfde voorwaarden als degene die vastgesteld zijn door hoger vermelde wet van 27 juni 1969 en de besluitwet van 7 februari 1945, alsmede door hun uitvoeringsbesluiten.
  De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid [1 kan]1 ten laste van het Fonds de administratiekosten terugvorderen die voortspruiten uit de toepassing van artikel 56 en de vorige leden van dit artikel.
  
Art. 60. Les cotisations dues en vertu de la présente loi sont payables, selon les modalités et les délais fixés par le Roi [1 à l'Office national de sécurité sociale]1.
  Le défaut de paiement dans les délais ainsi fixés entraîne l'application de majorations et d'intérêts de retard aux mêmes taux et dans les mêmes conditions que ceux prévus par la loi du 27 juin 1969 et par l'arrêté-loi du 7 février 1945 précités ainsi que par leurs arrêtés d'exécution.
  L'Office national de Sécurité sociale [1 peut]1 réclamer au Fonds les frais d'administration résultant de l'application de l'article 56 et des alinéas précédents du présent article.
  
Art. 61. § 1. De werkgever, de curator of de vereffenaar moet aan het Fonds, wanneer het tot uitbetaling is overgegaan, het volgende terugbetalen :
  1° het bedrag van de vergoedingen die het Fonds met toepassing van artikel 33 heeft uitbetaald;
  2° het bedrag van de lonen, vergoedingen en voordelen die het Fonds (met toepassing van artikel 35, §§ 1 en 2) heeft uitbetaald; <W 2006-07-11/44, art. 25, 1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  3° het bedrag van de bijkomende vergoeding die het Fonds met toepassing van artikel 49 heeft uitbetaald;
  4° het bedrag van de aanvullende vergoeding bij brugpensioen die het Fonds met toepassing van artikel 51 heeft uitbetaald.
  § 2. Het Fonds treedt van rechtswege in de rechten en de vorderingen van de werknemer tegenover de werkgever, curator of vereffenaar voor :
  1° het bedrag van de vergoedingen die het Fonds in toepassing van artikel 33 heeft uitbetaald;
  2° het bedrag van de lonen, vergoedingen en voordelen die het Fonds (met toepassing van artikel 35, §§ 1 en 2) heeft uitbetaald; <W 2006-07-11/44, art. 25,1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  3° het bedrag van de bijkomende vergoeding die het Fonds met toepassing van artikel 49 heeft uitbetaald;
  4° het bedrag van de aanvullende vergoeding bij brugpensioen die het Fonds met toepassing van artikel 51 heeft uitbetaald.
  § 3. [1 ...]1.
  § 4. [1 ...]1.
  
Art. 61. § 1er. L'employeur, le curateur ou le liquidateur sont tenus de rembourser au Fonds, lorsque celui-ci les a payés :
  1° le montant des indemnités payées par le Fonds en application de l'article 33;
  2° le montant des rémunérations, indemnités et avantages payés par le Fonds (en application de l'article 35, §§ 1er, et 2); <L 2006-07-11/44, art. 25, 1°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  3° le montant de l'indemnité complémentaire payée par le Fonds en application de l'article 49;
  4° le montant de l'indemnité complémentaire de prépension payée par le Fonds en application de l'article 51.
  § 2. Le Fonds est subrogé de plein droit aux droits et actions du travailleur à l'égard de son employeur, du curateur ou du liquidateur pour :
  1° le montant des indemnités payées par le Fonds en application de l'article 33;
  2° le montant des rémunérations, indemnités et avantages payés par le Fonds (en application de l'article 35, §§ 1er, et 2); <L 2006-07-11/44, art. 25, 1°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  3° le montant de l'indemnité complémentaire payée par le Fonds en application de l'article 49;
  4° le montant de l'indemnité complémentaire de prépension payée par le Fonds en application de l'article 51.
  § 3. [1 ...]1.
  § 4. [1 ...]1.
  
Art. 62. Het Fonds treedt van rechtswege :
  1° in de rechten en plichten van de Staat voor de inning bij de werkgever, de curator of de vereffenaar van de door het Fonds gedane fiscale inhoudingen;
  2° in de rechten en plichten van de in artikel 67 bedoelde instellingen voor de inning van de door het Fonds betaalde sociale bijdragen bij de werkgever, de curator of de vereffenaar.
Art. 62. Le Fonds est subrogé de plein droit :
  1° aux droits et obligations de l'Etat pour le recouvrement auprès de l'employeur, du curateur ou du liquidateur des retenues fiscales effectuées par le Fonds;
  2° aux droits et obligations des organismes visés à l'article 67 pour le recouvrement auprès de l'employeur, du curateur ou du liquidateur des cotisations sociales payées par le Fonds.
Art. 63. § 1. In geval van gelijkstelling van een herstructurering van een onderneming met een sluiting van een onderneming, legt het beheerscomité van het Fonds de duur vast van de periode waarbinnen de bedragen, die door het Fonds bij wijze van voorschot werden uitbetaald, moeten worden terugbetaald; deze periode begint te lopen vanaf het einde van de herstructureringsperiode. Het kan deze periode tot terugbetaling inkorten of verlengen, zonder een door de Koning vastgesteld maximum te overschrijden.
  § 2. Wanneer een herstructurering van een onderneming met een sluiting van een onderneming wordt gelijkgesteld, kunnen enkel de werknemers, die werden ontslagen tijdens de overeenkomstig artikel 5 vastgestelde herstructureringsperiode, genieten van de tegemoetkomingen van het Fonds. Voor elke herstructurering legt het beheerscomité van het Fonds de nadere regels vast voor de tegemoetkoming van het Fonds, waaronder het aantal werknemers dat bij de herstructurering betrokken is alsmede de totale kostprijs. Het aantal werknemers en de daarmee overeenstemmende kostprijs moeten worden bepaald op basis van de verschillende tegemoetkomingen van het Fonds.
Art. 63. § 1er. En cas d'assimilation d'une restructuration d'une entreprise à une fermeture d'entreprise, le comité de gestion du Fonds fixe la durée de la période de remboursement des sommes avancées par le Fonds; cette période commence à courir à partir de la fin de la période de restructuration. II peut réduire ou prolonger cette période de remboursement, sans dépasser un maximum fixé par le Roi.
  § 2. En cas d'assimilation d'une restructuration d'une entreprise à une fermeture d'entreprise, seuls les travailleurs licenciés pendant la période de restructuration, fixée conformément à l'article 5, peuvent bénéficier de l'intervention du Fonds. Le comité de gestion du Fonds fixe, pour chaque restructuration, les modalités d'intervention du Fonds, notamment le nombre de travailleurs concernés par la restructuration ainsi que le coût total. Le nombre de travailleurs et le coût correspondant doivent être déterminés selon les différentes interventions du Fonds.
Art. 64. <W 2006-07-11/44, art. 26, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006> § 1. De werkgever, de curator of de vereffenaar moeten het Fonds het bedrag terugbetalen van de overbruggingsvergoeding dat het heeft uitbetaald op grond van artikel 41.
  Zij moeten het Fonds eveneens het bedrag terugbetalen van de fiscale inhouding die op de in het eerste lid bedoelde vergoeding werd verricht en van de sociale bijdragen betaald door het Fonds.
  § 2. Wanneer de werkgever de bijkomende vergoeding, die het Fonds met toepassing van artikel 49 heeft betaald, moet terugbetalen, kan de Koning, onverminderd de intresten, een toeslag bepalen op de aan het Fonds verschuldigde bedragen om de bijkomende administratieve kosten te dekken die deze opdracht met zich meebrengt.
Art. 64. <L 2006-07-11/44, art. 26, 003; En vigueur : 03-09-2006> § 1er. L'employeur, le curateur ou le liquidateur sont tenus de rembourser au Fonds le montant de l'indemnité de transition dont il a effectué le paiement en vertu de l'article 41.
  Ils sont également tenus de rembourser au Fonds le montant de la retenue fiscale opérée sur l'indemnité visée a l'alinéa 1er et des cotisations sociales payées par le Fond.
  § 2. Lorsque l'employeur est tenu de rembourser l'indemnité complémentaire payée par le Fonds en application de l'article 49, le Roi peut, sans préjudice des intérêts, prévoir une majoration des sommes dues au Fonds pour couvrir les frais administratifs complémentaires entraînés par cette mission.
HOOFDSTUK IV. - Uitbetaling door het Fonds.
CHAPITRE IV. - Paiements effectues par le Fonds.
Art. 65.
Art. 65.
  Wat de in de artikelen 35, 41, 47, 49 en 51 bedoelde vergoedingen betreft, wordt het verzoek tot betaling bij het Fonds ingediend op initiatief van de werknemer. Wat de vergoedingen bepaald (bij artikel 33) betreft, komt het Fonds tussen op basis van informatie, die verstrekt wordt door de werkgever, de curator of de vereffenaar, of op verzoek van de werknemer. <W 2006-07-11/44, art. 27, 1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
   De Koning bepaalt de nadere regels voor de indiening van dit verzoek, de inlichtingen die de werkgever, [1 ...]1 de curator of de vereffenaar en de werknemer aan het Fonds moeten verstrekken en de termijn gedurende welke het dossier van de werknemer moet bewaard worden alsmede de nadere regels voor deze bewaring. In geval van faillissement (...) of na vereffening van de onderneming hebben de curatoren, vereffenaars, lasthebbers of de werkgever die de activa heeft overgenomen, dezelfde verplichtingen als de werkgever. <W 2006-07-11/44, art. 27, 2° en 3°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
   De Koning bepaalt de wijze waarop de betalingen door het Fonds geschieden, alsmede de formaliteiten die het Fonds moet vervullen bij die betalingen.
  
  En ce qui concerne les indemnités prévues aux articles 35, 41, 47, 49 et 51, le Fonds est saisi de la demande de paiement à l'initiative du travailleur. En ce qui concerne les indemnités prévues (dans l'article 33), le Fonds intervient sur la base des informations données par l'employeur, le curateur ou le liquidateur ou à la demande du travailleur. <L 2006-07-11/44, art. 27, 1°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
   Le Roi détermine les modalités d'introduction de cette demande, les informations que l'employeur, [1 ...]1 le curateur ou le liquidateur et le travailleur sont tenus de communiquer au Fonds et le délai pendant lequel le dossier du travailleur doit être conservé ainsi que les modalités de cette conservation. En cas de faillite (...) ou de liquidation de l'entreprise, les curateurs. liquidateurs, mandataires ou l'employeur qui a effectué une reprise de l'actif ont les mêmes obligations que celles prévues pour l'employeur. <L 2006-07-11/44, art. 27, 2° et 3°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
   Le Roi détermine les modalités des paiements effectues par le Fonds ainsi que les formalités à remplir par celui-ci a l'occasion de ces paiements.
  
Art. 66. Het Fonds moet tot uitbetaling zijn overgegaan binnen drie maanden vanaf de dag waarop het beheerscomité deze wet toepasselijk heeft verklaard en waarop het volledige individuele dossier van de werknemer en het volledig dossier van de onderneming bij het Fonds zijn voor de toepassing van de opdrachten (bedoeld bij de artikelen 33, 35, 41, 47 en 49). <W 2006-07-11/44, art. 28, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  Het Fonds moet tot uitbetaling zijn overgegaan binnen zestig dagen vanaf de dag waarop het individueel volledig dossier door de werknemer ingediend werd in uitvoering van de in artikel 51 bedoelde opdracht.
  De Koning bepaalt wat verstaan wordt onder een volledig dossier van de onderneming en een volledig individueel dossier van de werknemer.
  De intresten zijn van rechtswege verschuldigd vanaf de dag volgend op de laatste dag waarop de uitbetaling had moeten verricht zijn.
Art. 66. Les paiements doivent être effectués par le Fonds dans les trois mois à dater du jour où le comité de gestion a déclaré la présente loi applicable et où le dossier individuel complet du travailleur et le dossier complet de l'entreprise sont en possession du Fonds pour l'application des missions (prévues aux articles 33, 35, 41, 47 et 49). <L 2006-07-11/44, art. 28, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  Les paiements doivent être effectués par le Fonds dans les soixante jours à partir du jour où le dossier individuel complet est introduit par le travailleur en exécution de la mission prévue à l'article 51.
  Le Roi détermine ce qu'il faut entendre par dossier complet de l'entreprise et dossier individuel complet du travailleur.
  Des intérets sont dûs de plein droit à partir du lendemain du jour ultime où le paiement aurait du être effectué.
Art. 67. § 1. Wanneer het Fonds de in de artikelen 35, 41 en 47 bedoelde betalingen verzekert, moet het :
  1° de inhoudingen doen die opgelegd worden met toepassing van de belastingswetgeving, de wetgeving betreffende de sociale zekerheid en de collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid en de ingehouden bedragen aan de in artikel 60 [1 bedoelde instelling]1 en aan de Staat overdragen;
  2° [1 aan de in artikel 60 bedoelde instelling en aan de Fondsen voor bestaanszekerheid bedoeld in de wet van 7 januari 1958 betreffende de Fondsen voor bestaanszekerheid, waarvan de statuten bepalen dat zij zelf bijdragen innen en invorderen,]1 de werkgeversbijdragen betalen die opgelegd worden door de wetgeving betreffende de sociale zekerheid en de bijzondere of collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.
  In afwijking van punt 2°, moet het Fonds enkel de werkgeversbijdragen betalen die opgelegd worden door de wetgeving inzake sociale zekerheid wanneer hij de in artikel 41 bedoelde overbruggingsvergoeding betaalt.
  § 2. Wanneer, bij verzuim van de werkgever, het Fonds de in (de artikelen 33, 49 en 51 bedoelde) betalingen doet, moet hij de inhoudingen verrichten die krachtens de belastings- en sociale wetgeving zijn opgelegd. <W 2006-07-11/44, art. 29, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  
Art. 67. § 1er. Lorsque le Fonds assure les paiements prévus aux articles 35, 41 et 47, il est tenu :
  1° d'effectuer les retenues imposées par la législation fiscale, la législation relative à la sécurité sociale et les conventions collectives de travail concernant les avantages complémentaires de sécurité sociale et de verser les sommes retenues [1 à l'organisme visé]1 à l'article 60 et à l'Etat;
  2° de payer [1 à l'organisme visé à l'article 60 et aux Fonds de sécurité d'existence visés par la loi du 7 janvier 1958 concernant les Fonds de sécurité d'existence, dont les statuts prévoient que ceux-ci effectuent eux-mêmes la perception et le recouvrement des cotisations,]1 les cotisations patronales imposées par la législation relative à la sécurité sociale et par les conventions particulières ou collectives de travail concernant les avantages complémentaires de sécurité sociale.
  Par dérogation au point 2°, le Fonds est tenu de payer uniquement les cotisations patronales imposées par la législation en matière de sécurité sociale lorsqu'il paie l'indemnité de transition visée à l'article 41.
  § 2. Lorsque le Fonds assure, à défaut de l'employeur, les paiements (prévus par les articles 33, 49 et 51), il est tenu d'effectuer les retenues imposées en vertu de la législation fiscale et sociale. <L 2006-07-11/44, art. 29, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  
Art. 68. In geval van gelijkstelling van een herstructurering met een sluiting met toepassing van artikel 5, worden de bedragen die door de werkgever worden uitbetaald aan de werknemers die bij de herstructurering betrokken zijn en waarvoor de tegemoetkoming van het Fonds gevraagd en verkregen werd, aan elke werknemer uitbetaald in naam en voor rekening van het Fonds ten belope van het volledig individueel bedrag van zijn tegemoetkoming.
Art. 68. En cas d'assimilation d'une restructuration à une fermeture en application de l'article 5, les montants versés par l'employeur aux travailleurs concernés par la restructuration, pour lesquels l'intervention du Fonds est demandée et obtenue, sont payés à chaque travailleur au nom et pour le compte du Fonds à concurrence du montant individuel total de son intervention.
HOOFDSTUK V. - Informatie van het Fonds.
CHAPITRE V. - Information du Fonds.
Art. 69.
Art. 69.
  Bij sluiting van zijn onderneming (het Fonds hiervan op de hoogte brengen), moet de werkgever (het Fonds hiervan op de hoogte brengen). De Koning bepaalt de termijnen waarbinnen deze kennisgeving aan het Fonds moet worden gedaan alsmede de inlichtingen die de werkgever moet verstrekken. <W 2006-07-11/44, art. 30, 1°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
   De Koning bepaalt de nadere regels volgens dewelke de werkgever bij het Fonds het bewijs moet leveren van de betalingen die hij overeenkomstig artikel 68 voor rekening van het Fonds gedaan heeft.
   De Koning bepaalt de inlichtingen die de werkgever aan het Fonds moet meedelen bij sluiting van de onderneming ten gevolge van overmacht, en waarvoor een aanvraag tot tegemoetkoming van het Fonds werd ingediend.
   De lasthebbers, curatoren en de vereffenaars hebben, alsmede de werkgever die de activa heeft overgenomen, dezelfde verplichtingen als deze die ten laste van de werkgever vallen en zij voldoen hieraan onder dezelfde voorwaarden.
   Bovendien moeten de curator of de vereffenaar het Fonds inlichten over de overdracht van het geheel of een deel van de activa van de failliete onderneming (...). <W 2006-07-11/44, art. 30, 2°, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  [1 Zesde lid opgeheven.]1
   De Fondsen voor bestaanszekerheid moeten het Fonds alle inlichtingen verstrekken die nodig zijn voor de bepaling van zijn tegemoetkoming.
  
  En cas de fermeture de son entreprise (...), l'employeur est tenu (d'en informer le Fonds). Le Roi fixe les délais dans lesquels cette information doit être donnée au Fonds et détermine les renseignements que l'employeur doit fournir. <L 2006-07-11/44, art. 30, 1°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
   Le Roi détermine les modalités suivant lesquelles l'employeur justifie à l'égard du Fonds les paiements qu'il a effectués pour le compte du Fonds conformément à l'article 68.
   Le Roi détermine les informations que l'employeur doit communiquer au Fonds en cas de fermeture d'entreprise résultant d'un cas de force majeure pour lequel une demande d'intervention du Fonds a été introduite.
   Les mandataires, curateurs et liquidateurs ainsi que l'employeur qui a effectué une reprise de l'actif ont les mêmes obligations que celles qui incombent à l'employeur et y satisfont dans les mêmes conditions.
   En outre, le curateur ou le liquidateur sont tenus d'informer le Fonds de la cession de tout ou d'une partie de l'actif de l'entreprise en faillite (...). <L 2006-07-11/44, art. 30, 2°, 003; En vigueur : 03-09-2006>
   [1 Alinéa 6 abrogé.]1
   Les Fonds de sécurité d'existence sont tenus de fournir au Fonds toutes les informations nécessaires à la détermination de son intervention.
  
HOOFDSTUK VI. - Verzaking.
CHAPITRE VI. - Renonciation.
Art. 70. Onder de door de Koning bepaalde voorwaarden kan het beheerscomité van het Fonds verzaken aan de terugvordering ten laste van de werknemers van alle ten onrechte betaalde bedragen.
Art. 70. Dans les conditions déterminées par le Roi, le comité de gestion du Fonds peut renoncer à la récupération à charge des travailleurs de toutes sommes payées indûment.
HOOFDSTUK VII. - Verjaring.
CHAPITRE VII. - Prescription.
Art. 71. Verjaren na drie jaar de vorderingen waarover de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid [1 beschikt]1 tegen de werkgever op wie deze wet van toepassing is uit hoofde van niet-betaling der bijdragen, bijdrage-opslagen en nalatigheidsintresten binnen de vereiste termijnen.
  Drie jaar na de datum van de betaling verjaren de vorderingen ingesteld tegen de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid [1 ...]1 tot terugbetaling van niet-verschuldigde betaling van bijdragen.
  
Art. 71. Se prescrivent par trois ans, les actions dont [1 dispose l'Office national de sécurité sociale]1, contre les employeurs assujettis à la présente loi, du chef de non-paiement des cotisations, majorations et intérêts de retard dans les délais requis.
  Se prescrivent par trois ans à partir de la date du paiement, les actions intentées contre l'Office national de Sécurité sociale [1 ...]1 en répétition du paiement indu de cotisations.
  
Art. 72. Eén jaar vanaf de dag dat het dossier van de werknemer volledig is en goedgekeurd door het beheerscomité van het Fonds, verjaren de rechtsvorderingen inzake de uitbetaling van de in artikel 18 bedoelde sluitingsvergoeding en van de (bij de artikelen 33, 35, 41, 47, 49 en 51 bepaalde) tegemoetkomingen. <W 2006-07-11/44, art. 31, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  Deze termijn kan geschorst worden door een ingebrekestelling gericht aan het Fonds. De Koning bepaalt wat moet verstaan worden onder ingebrekestelling.
Art. 72. Se prescrivent par un an à partir du jour où le dossier du travailleur est complet et approuvé par le comité de gestion du Fonds, les actions des travailleurs portant sur le paiement de l'indemnité de fermeture prévue à l'article 18 et des interventions (prévues aux articles 33, 35, 41, 47, 49 et 51). <L 2006-07-11/44, art. 31, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  Ce délai peut être interrompu par une mise en demeure adressée au Fonds. Le Roi détermine ce qu'il faut entendre par mise en demeure.
Art. 72/1. [1 § 1. De terugvordering van de ten onrechte aan de werknemer verrichte betalingen op basis van de artikelen 33, 35, 41, 47, 49 en 51 verjaart na drie jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de betaling werd verricht.
   De in het eerste lid voorgeschreven termijn wordt teruggebracht tot zes maanden indien de betaling enkel het gevolg is van een vergissing van het Fonds, waarvan de werknemer zich normaliter geen rekenschap kon geven.
   De in het eerste lid voorgeschreven termijn wordt verlengd tot vijf jaar indien ten onrechte werd betaald in geval van bedrog, arglist of bedrieglijke handelingen van de werknemer.
   § 2. Van de beslissing tot terugvordering wordt, op straffe van nietigheid, kennis gegeven aan de werknemer bij ter post aangetekend schrijven.
   Hierin worden, op straffe van nietigheid, vermeld :
   - de vaststelling van het onverschuldigde;
   - het totale bedrag van het onverschuldigde, evenals de berekeningswijze ervan;
   - de bepalingen in strijd waarmede de betalingen werden verricht;
   - de in aanmerking genomen verjaringstermijn en de motivering ervan;
   - de mogelijkheid om, op straffe van verval, binnen een termijn van dertig dagen na de aanbieding aan de werknemer van het aangetekend schrijven, beroep in te stellen bij de bevoegde arbeidsrechtbank.
   Het ter post neerleggen van het aangetekend schrijven stuit de verjaring.]1

  
Art. 72/1. [1 § 1er. La répétition des paiements versés indûment au travailleur sur la base des articles 33, 35, 41, 47, 49 et 51 se prescrit par trois ans à compter de la date à laquelle le paiement a été effectué.
   Le délai prévu à l'alinéa 1er est ramené à six mois lorsque le paiement résulte uniquement d'une erreur du Fonds, dont le travailleur ne pouvait normalement se rendre compte.
   Le délai prévu à l'alinéa 1er est porté à cinq ans lorsque le paiement indu a été effectué en cas de fraude, de dol ou de manoeuvres frauduleuses du travailleur.
   § 2. La décision de répétition est, sous peine de nullité, portée à la connaissance du travailleur par lettre recommandée à la poste.
   A peine de nullité, cette lettre mentionne :
   - la constatation de l'indu;
   - le montant total de l'indu, ainsi que le mode de calcul;
   - les dispositions en infraction desquelles les paiements ont été effectués;
   - le délai de prescription pris en considération et sa justification;
   - la possibilité d'introduire un recours auprès du tribunal du travail compétent dans un délai de trente jours après la présentation du pli recommandé au travailleur, et ce à peine de forclusion.
   Le dépôt du pli recommandé à la poste interrompt la prescription.]1

  
TITEL V. - Raadpleging van de Nationale Arbeidsraad.
TITRE V. - Consultation du Conseil national du Travail.
Art. 73. Voor het uitoefenen van de bevoegdheden die Hem door deze wet zijn toegekend, wint de Koning het advies in van de Nationale Arbeidsraad. De Nationale Arbeidsraad deelt zijn advies mede binnen twee maanden nadat hem het verzoek daartoe is gedaan, zoniet mag aan de adviesvereisten worden voorbijgegaan.
Art. 73. Pour exercer les attributions qui Lui sont conférées par la présente loi, le Roi prend l'avis du Conseil national du Travail. Le Conseil national du Travail fait parvenir son avis dans les deux mois de la demande qui lui en est faite, à défaut de quoi il est passé outre.
TITEL VI. - Toezicht en sancties.
TITRE VI. - Surveillance et sanctions.
HOOFDSTUK I. - Toezicht.
CHAPITRE I. - Surveillance.
Art. 74. [1 De inbreuken op de bepalingen van deze wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.
   De sociaal inspecteurs beschikken over de in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde bevoegdheden wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.]1

  
Art. 74. [1 Les infractions aux dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution sont recherchées, constatées et sanctionnées conformément au Code pénal social.
   Les inspecteurs sociaux disposent des pouvoirs visés aux articles 23 à 39 du Code pénal social lorsqu'ils agissent d'initiative ou sur demande dans le cadre de leur mission d'information, de conseil et de surveillance relative au respect des dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.]1

  
Art. 75. De Minister van Financiën, de Minister van Justitie, met inbegrip van de parketten en de griffies der Hoven en van alle rechtscolleges van de rechterlijke orde, alsmede de instellingen van sociale zekerheid zijn gehouden, wanneer zij daartoe worden aangezocht door de Administrateur-generaal van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, hem alle in hun bezit zijnde inlichtingen te verstrekken, hem, zonder verplaatsing, van alle in hun bezit zijnde akten, stukken, registers en om het even welke bescheiden inzage te verlenen, en hem alle inlichtingen, afschriften of uittreksels te laten nemen, welke de Administrateur-generaal voor het uitvoeren van de opdrachten van het Fonds nodig acht. Van de akten, stukken, registers, bescheiden of inlichtingen met betrekking tot de rechtspleging mag evenwel geen inzage worden verleend zonder uitdrukkelijk verlof van de procureur-generaal.
Art. 75. Le Ministre des Finances, le Ministre de la Justice, y compris les parquets et les greffes des Cours et de toutes les juridictions de l'ordre judiciaire ainsi que les organismes de sécurité sociale sont tenus, lorsqu'ils en sont requis par l'Administrateur général de l'Office national de l'Emploi, de lui fournir tous renseignements en leur possession, de lui communiquer, sans déplacement, tous actes, pièces, registres et documents quelconques qu'ils détiennent et de lui laisser prendre tous renseignements, copies ou extraits que l'Administrateur général juge nécessaires à l'exercice des missions du Fonds. Toutefois, les actes, pièces, registres, documents ou renseignements relatifs à des procédures judiciaires ne peuvent être communiqués sans l'autorisation expresse du procureur général.
HOOFDSTUK II. - Strafbepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions pénales.
Art. 76. [1 opgeheven]1
  
Art. 76. [1 abrogé]1
  
Art. 77. [1 opgeheven]1
  
Art. 77. [1 abrogé]1
  
Art. 78. [1 opgeheven]1
  
Art. 78. [1 abrogé]1
  
Art. 79. [1 opgeheven]1
  
Art. 79. [1 abrogé]1
  
Art. 80. [1 opgeheven]1
  
Art. 80. [1 abrogé]1
  
TITEL VII. - Wijzigingsbepalingen.
TITRE VII. - Dispositions modificatives.
Art. 81. Een artikel 3bis , luidend als volgt, wordt in de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, ingevoegd :
  " Art. 3bis . De werknemer heeft recht op de betaling, door de werkgever, van het hem verschuldigde loon. Dit recht op de betaling van het loon heeft betrekking op het loon, vooraleer de in artikel 23 bedoelde inhoudingen in mindering zijn gebracht. "
Art. 81. Un article 3bis , rédigé comme suit, est inséré dans la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs
  " Art. 3bis . Le travailleur a droit au paiement par l'employeur de la rémunération qui lui est due. Ce droit au paiement de la rémunération porte sur la rémunération, avant imputation des retenues visées à l'article 23. ".
Art. 82. Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " Art. 10. Voor het loon is van rechtswege rente verschuldigd met ingang van het tijdstip waarop het eisbaar wordt.
  Die rente wordt berekend op het loon, vooraleer de in artikel 23 bedoelde inhoudingen in mindering zijn gebracht. "
Art. 82. L'article 10 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 10. La rémunération porte intérêt de plein droit à dater de son exigibilité.
  Cet intérêt est calculé sur la rémunération, avant l'imputation des retenues visées à l'article 23. ".
Art. 83. <W 2006-07-11/44, art. 34, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006> In artikel 19, eerste lid, van de hypotheekwet van 16 december 1851 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° 3°bis, ingevoegd bij de wet van 12 april 1965, vervangen bij de wet van 13 januari 1977 en gewijzigd bij de wetten van 22 januari 1985, 22 mei 2001, 8 april 2003 en van 23 december 2005 wordt vervangen als volgt :
  " 3°bis voor de werknemers bedoeld in artikel 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, het loon zoals bepaald in artikel 2 van genoemde wet, vooraleer de in artikel 23 van genoemde wet bedoelde inhoudingen in mindering zijn gebracht, zonder dat het bedrag daarvan 7.500 euro mag te boven gaan; deze beperking wordt niet toegepast op de vergoedingen die in het loon begrepen zijn en die verschuldigd zijn aan dezelfde personen wegens beëindiging van hun dienstbetrekking.
  Het hierboven bepaalde bedrag wordt om de twee jaar aangepast door de Koning, na advies van de Nationale Arbeidsraad.
  - De schuldvorderingen van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers gegrond :
  a) op artikel 61, § 1, 2° en 4°, § 2, 2° en 4°, § 3 en § 4, van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen, voor de bedragen die het heeft betaald in toepassing van de artikelen 35 en 51 van dezelfde wet;
  b) op artikel 62, 1° en 2°, van dezelfde wet voor de inhoudingen die het heeft gedaan op de in a) bedoelde bedragen en die het heeft betaald in toepassing van artikel 67, § 1, 1°, van dezelfde wet.
  - De sommen uitgeleend in het kader van een investeringsspaarplan bedoeld in hoofdstuk IV van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal en in de winst van de vennootschappen.
  - Voor dezelfde werknemers, de aanvullende vergoeding waarop zij ten laste van de werkgever recht hebben krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 afgesloten binnen de Nationale Arbeidsraad, die de toekenning voorziet van een aanvullende vergoeding aan bepaalde oudere werknemers in geval van ontslag, of krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten in het paritair comité, paritair subcomité of in de onderneming, die gelijkaardige voordelen voorziet als die voorzien door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en rekening houdende met het maandbedrag van de aanvullende vergoeding, de berekeningswijze vaststellen van het bedrag van de bevoorrechte schuldvordering van deze oudere werknemer.
  - De inschakelingsvergoeding bedoeld in de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact. "
  2° in 4°ter, ingevoegd door de wet van 18 december 1968 en gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 535 van 31 maart 1987, het koninklijk besluit van 19 mei 1995 en de wet van 25 januari 1999 en de programmawet van 24 december 2002, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid ingevoegd :
  " de schuldvorderingen van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers gegrond op artikel 62, 2° van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen evenals de schuldvorderingen van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers tegenover de werkgevers, de curatoren en de vereffenaars gegrond op artikel 67, § 1, 2°, van deze zelfde wet, in zover die schuldvorderingen niet meer bij wettelijke in de plaatsstelling ingevorderd kunnen worden, en de schuldvorderingen van ditzelfde Fonds, gegrond op de artikelen 61, § 1, 1° en 3°, en § 2, 1° en 3°, en 64, § 1, van dezelfde wet.
  3° 4°quinquies, ingevoegd bij de besluitwet van 28 december 1944 en vervangen bij de wet van 22 januari 1985, wordt opgeheven.
Art. 83. <L 2006-07-11/44, art. 34, 003; En vigueur : 03-09-2006> A l'article 19, alinéa 1er, de la loi hypothécaire du 16 décembre 1851 sont apportées les modifications suivantes :
  1° le 3°bis, inséré par la loi du 12 avril 1965, remplacé par la loi du 13 janvier 1977 et modifié par les lois des 22 janvier 1985, 22 mai 2001, 8 avril 2003 et 23 décembre 2005, est remplacé par la disposition suivante :
  " 3°bis pour les travailleurs visés a l'article 1er de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, la rémunération telle qu'elle est définie à l'article 2 de ladite loi, avant l'imputation des retenues visées à l'article 23 de ladite loi, sans que son montant puisse excéder 7.500 euros; cette limitation ne s'applique pas aux indemnités comprises dans la rémunération et qui sont dues aux mêmes personnes pour rupture de leur engagement.
  Le montant prévu ci-dessus est adapté tous les deux ans par le Roi, après avis du Conseil national du Travail.
  - Les créances du Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises basées :
  a) sur l'article 61, § 1er, 2° et 4°, § 2, 2° et 4°, § 3 et § 4, de la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises, pour les sommes qu'il a payées en application des articles 35 et 51 de cette même loi;
  b) sur l'article 62, 1° et 2°, de la même loi pour les retenues qu'il a effectuées sur les sommes visées au a) et qu'il a payées en application de l'article 67, § 1er, 1°, de cette même loi.
  - Les sommes prêtées dans le cadre d'un plan d'épargne d'investissement visé au chapitre IV de la loi du 22 mai 2001 relative aux régimes de participation des travailleurs au capital et aux bénéfices des sociétés.
  Pour ces mêmes travailleurs, l'indemnité complémentaire à laquelle ils ont droit a charge de l'employeur en vertu de la convention collective de travail n° 17 conclue au sein du Conseil national de Travail prévoyant l'octroi d'une indemnité complémentaire à certains travailleurs âgés en cas de licenciement, ou en vertu d'une convention collective de travail conclue au sein de la commission ou sous-commission paritaire ou au sein de l'entreprise, qui prévoit des avantages similaires à ceux prévus par la convention collective n° 17 conclue au sein du Conseil national du Travail. Le Roi peut, par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, et en tenant compte du montant mensuel de l'indemnité complémentaire, déterminer le mode de calcul du montant de la créance privilégiée de ce travailleur agé.
  - L'indemnité de reclassement prévue par la loi du 23 décembre 2005 relative au Pacte de solidarité entre les générations. "
  2° au 4°ter, inséré par la loi du 18 décembre 1968 et modifié par l'arrêté royal n° 535 du 31 mars 1987, l'arrêté royal du 19 mai 1995 et la loi du 25 janvier 1999 et la loi-programme du 24 décembre 2002, l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " les créances du Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises basées sur l'article 62, 2°, de la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises ainsi que les créances du Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises à l'égard des employeurs, des curateurs et des liquidateurs, basées sur l'article 67, § 1er, 2°, de cette même loi, dans la mesure où ces créances ne peuvent plus être recouvrées par la subrogation légale, et les créances de ce même Fonds, basées sur les articles 61, § 1er, 1° et 3°, et § 2, 1° et 3°, et 64, § 1er, de la même loi. "
  3° le 4°quinquies, inséré par l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 et remplacé par la loi du 22 janvier 1985, est abrogé.
Art. 84. Artikel 1, 10° en 11°, van de wet van 30 juni 1971 betreffende de administratieve geldboeten in geval van inbreuk op sommige sociale wetten wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " 10° de werkgever, de curatoren en de vereffenaars die zich schuldig maken aan overtreding van de bepalingen van titels II, III, en van de artikelen 61, 64, 65 en 69 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen en van hun uitvoeringsbesluiten;
  11° de werkgever die een overname van activa heeft verricht, zijn aangestelden of mandatarissen die een overtreding hebben begaan op de bepalingen van de artikelen 65 en 69 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen en van hun uitvoeringsbesluiten; ".
Art. 84. L'article 1er, 10° et 11°, de la loi du 30 juin 1971 relative aux amendes administratives applicables en cas d'infraction à certaines lois sociales est remplacé par le texte suivant :
  " 10° l'employeur, les curateurs et liquidateurs coupables d'infraction aux dispositions des titres II, III, et des articles 61, 64, 65 et 69 de la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises et de leurs arrêtés d'exécution;
  11° l'employeur qui a effectué une reprise de l'actif, ses préposés ou mandataires qui ont commis une infraction aux dispositions des articles 65 et 69 de la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises et de leurs arrêtés d'exécution; ".
TITEL VIII. - Overgangs- en slotbepalingen.
TITRE VIII. - Dispositions transitoires et finales.
Art. 85. Het Fonds neemt de rechten en plichten, de activa en de passiva over van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, opgericht bij artikel 9 van de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen.
Art. 85. Le Fonds succède aux droits et obligations, à l'actif et au passif du Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, institué par l'article 9 de la loi du 28 juin 1966 relative à l'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises.
Art. 86. Tot hun opheffing blijven de koninklijke besluiten van kracht die genomen werden in uitvoering van :
  1° de wet van 27 juni 1960 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen;
  2° de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen;
  3° de wet van 30 juni 1967 tot verruiming van de opdracht van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers;
  4° de wet van 12 mei 1975 tot verruiming van de opdracht van het Fonds tot vergoeding van de ingeval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers;
  5° de wet van 12 april 1985 waarbij het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers belast wordt met de uitbetaling van een overbruggingsvergoeding;
  6° artikel 9, vijfde lid, van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden;
  7° titel IV, hoofdstuk I, afdeling 2 van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen.
  De koninklijke besluiten tot algemeen verbindend verklaring van beslissingen van paritaire comités inzake de methodes tot voorafgaande informatie en herplaatsing bij sluiting van een onderneming, blijven van toepassing tot hun opheffing of hun vervanging door besluiten die in uitvoering van deze wet zijn genomen of door collectieve arbeidsovereenkomsten die door de Koning algemeen verbindend zijn verklaard. Dit lid is niet van toepassing op de bepalingen die niet overeenstemmen met deze wet of haar uitvoeringsbesluiten.
  De inbreuken op de besluiten die krachtens dit artikel van kracht blijven, worden opgespoord, vastgesteld en gestraft overeenkomstig de bepalingen van titel VI.
Art. 86. Restent en vigueur jusqu'à leur abrogation, les arrêtés royaux pris en exécution :
  1° de la loi du 27 juin 1960 relative à l'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises;
  2° de la loi du 28 juin 1966 relative à l'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises;
  3° de la loi du 30 juin 1967 portant extension de la mission du Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises;
  4° de la loi du 12 mai 1975 portant extension de la mission du Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises;
  5° de la loi du 12 avril 1985 chargeant le Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises du paiement d'une indemnité de transition;
  6° de l'article 9, alinéa 5, de la loi du 19 mars 1991 portant un régime de licenciement particulier pour les délégués du personnel aux conseils d'entreprise et aux comités de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux de travail, ainsi que les candidats délégués du personnel;
  7° du titre IV, chapitre Ier, section 2 de la loi du 26 juin 1992 portant des dispositions sociales et diverses.
  Les arrêtés royaux rendant obligatoires les décisions de commissions paritaires relatives aux méthodes d'information préalable et de replacement en cas de fermeture d'entreprises, restent en vigueur jusqu'à leur abrogation ou leur remplacement par des arrêtés pris en vigueur de la présente loi ou par des conventions collectives de travail rendues obligatoires par le Roi. Le présent alinéa n'est pas d'application aux dispositions non conformes à la présente loi ou à ses arrêtés d'exécution.
  Les infractions aux arrêtés maintenus en vigueur en vertu du présent article sont recherchées, constatées et punies conformément aux dispositions du titre VI.
Art. 87. De Koning mag de bepalingen van bestaande wetten wijzigen om ze aan te passen aan de bepalingen van deze wet.
Art. 87. Le Roi peut modifier les dispositions des lois existantes afin de les adapter aux dispositions de la présente loi.
Art. 88. Worden opgeheven :
  1° de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen;
  2° de wet van 30 juni 1967 tot verruiming van de opdracht van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers;
  3° de wet van 12 mei 1975 tot verruiming van de opdracht van het Fonds tot vergoeding van de ingeval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers;
  4° de wet van 12 april 1985 waarbij het Fonds tot vergoeding van de ingeval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers belast wordt met de uitbetaling van een overbruggingsvergoeding;
  5° artikel 9, vijfde lid, van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden;
  6° titel IV, hoofdstuk I, afdeling 2 van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen;
  7° (...) <W 2006-07-11/44, art. 35, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  zoals tot op heden gewijzigd.
Art. 88. Sont abrogés :
  1° la loi du 28 juin 1966 relative à l'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises;
  2° la loi du 30 juin 1967 portant extension de la mission du Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises;
  3° la loi du 12 mai 1975 portant extension de la mission du Fonds d'indemnisation des travailleurs licencies en cas de fermeture d'entreprises;
  4° la loi du 12 avril 1985 chargeant le Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises du paiement d'une indemnité de transition;
  5° l'article 9, alinéa 5, de la loi du 19 mars 1991 portant un régime de licenciement particulier pour les délégués du personnel aux conseils d'entreprise et aux comités de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux de travail, ainsi que les candidats délégués du personnel;
  6° le titre IV, chapitre Ier, section 2 de la loi du 26 juin 1992 portant des dispositions sociales et diverses;
  7° (...) <L 2006-07-11/44, art. 35, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  tels qu'ils ont été modifiés jusqu'à ce jour.
Art. 89. § 1. Deze wet is van toepassing op :
  1° de gevallen van sluiting van ondernemingen waarbij de sluitingsdatum na de datum van haar inwerkingtreding valt;
  2° de gevallen van verplaatsing van de exploitatiezetel of van de fusie van de onderneming die gelijkgesteld wordt met een sluiting van de onderneming waarbij de datum na de datum van haar inwerkingtreding valt;
  3° (...) <W 2006-07-11/44, art. 36, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  4° de verzoeken tot herstructurering waarbij de indieningsdatum na de datum van haar inwerkingtreding valt.
  § 2. De bepalingen, opgeheven door artikel 88, blijven evenwel van toepassing op :
  1 ° de gevallen van sluiting van ondernemingen waarbij de sluitingsdatum niet later dan de datum van inwerkingtreding van deze wet valt;
  2° de gevallen van de verplaatsing van de exploitatiezetel of van de fusie van de onderneming die gelijkgesteld wordt met een sluiting van de onderneming waarbij de datum niet later dan de datum van inwerkingtreding van deze wet valt;
  3° (...) <W 2006-07-11/44, art. 36, 003; Inwerkingtreding : 03-09-2006>
  4° de verzoeken tot herstructurering waarbij de indieningsdatum niet later dan de datum van de inwerkingtreding van deze wet valt.
Art. 89. § 1er. La présente loi s'applique :
  1° aux cas de fermeture d'entreprise dont la date de fermeture se situe après la date de son entrée en vigueur;
  2° aux cas de déplacement du siège d'exploitation ou de fusion de l'entreprise assimilés à une fermeture d'entreprise dont la date se situe après la date de son entrée en vigueur;
  3° (...) <L 2006-07-11/44, art. 36, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  4° aux demandes de restructuration dont la date d'introduction se situe après la date de son entrée en vigueur.
  § 2. Les dispositions abrogées par l'article 88 restent toutefois d'application
  1° aux cas de fermeture d'entreprise dont la date de fermeture n'est pas postérieure à la date de l'entrée en vigueur de la présente loi;
  2° aux cas de déplacement du siège d'exploitation ou de fusion de l'entreprise assimilés à une fermeture d'entreprise dont la date n'est pas postérieure à la date de l'entrée en vigueur de la présente loi;
  3° (...) <L 2006-07-11/44, art. 36, 003; En vigueur : 03-09-2006>
  4° aux demandes de restructuration dont la date d'introduction n'est pas postérieure à la date de l'entrée en vigueur de la présente loi.
Art. 90. § 1. De Koning bepaalt de datum waarop deze wet in werking treedt.
  § 2. In afwijking van artikel 89, § 1, zijn de afdelingen 3 en 7 van hoofdstuk II van Titel IV voor de ondernemingen zonder handels- of industriële finaliteit zoals bedoeld bij artikel 2, 3°, b) , van toepassing :
  1° op de sluitingen van ondernemingen waarbij de sluitingsdatum ten vroegste zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet valt;
  2° op gevallen van verplaatsing van de exploitatiezetel of van fusie van de onderneming die gelijkgesteld wordt met een sluiting van de onderneming, waarvan de datum ten vroegste zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet valt;
  3° op de verzoeken tot herstructurering waarvan de indieningsdatum ten vroegste zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet valt.
  (NOTA : Inwerkingtreding van artikelen 81 tot 82 vastgesteld op 01-07-2005 door KB 2005-07-03/36, art. 1)
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-04-2007 door KB 2007-03-23/35, art. 57)
Art. 90. § 1er. Le Roi fixe la date de l'entrée en vigueur de la présente loi.
  § 2. Par dérogation à l'article 89, § 1er, les sections 3 et 7 du chapitre II, du Titre IV s'appliquent, pour les entreprises n'ayant pas de finalité industrielle ou commerciale visées à l'article 2, 3°, b) :
  1° aux fermetures d'entreprises dont la date de fermeture se situe au plus tôt six mois après l'entrée en vigueur de la présente loi;
  2° aux cas de déplacement du siège d'exploitation ou de fusion de l'entreprise assimilés à une fermeture d'entreprise dont la date se situe au plus tôt six mois après l'entrée en vigueur de la présente loi;
  3° aux demandes de restructuration dont la date d'introduction se situe au plus tôt six mois après l'entrée en vigueur de la présente loi.
  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 81 à 82 fixée au 01-07-2005 par AR 2005-07-03/36, art. 1)
  (NOTE : Entrée en vigueur fixée au 01-04-2007 par AR 2007-03-23/35, art. 57)