Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
15 JULI 2002. - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 188, tweede lid en 194, § 1, tweede lid, van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen.
Titre
15 JUILLET 2002. - Arrêté royal pris en exécution des articles 188, alinéa 2 et 194, § 1, alinéa 2, de la loi du 12 août 2000 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses.
Informations sur le document
Numac: 2002012835
Datum: 2002-07-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002012835
Date: 2002-07-15
Moniteur: Voir
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van de artikelen 188 en 194, § 1, de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen wordt verstaan onder :
  A. langdurig niet-werkende werkzoekende : de werkzoekende die bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling ingeschreven is hetzij gedurende minstens driehonderd en twaalf dagen in de loop van de periode van achttien kalendermaanden, hetzij gedurende ten minste zeshonderd vierentwintig dagen in de loop van de periode van zesendertig kalendermaanden die de indienstneming voorafgaat, indien hij minder dan vijfenveertig jaar oud is op het ogenblik van de indienstneming of minstens honderd zesenvijftig dagen in de loop van de periode van negen kalendermaanden die de indienstneming voorafgaat, indien hij minstens vijfenveertig jaar oud is op het ogenblik van de indienstneming.
  De volgende periodes worden met periodes van inschrijving als werkzoekende gelijkgesteld :
  1° de periodes, gelegen tijdens een periode van inschrijving als werkzoekende of tijdens een periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 19 december 2001 tot bevordering van de tewerkstelling van langdurig werkzoekenden, die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een uitkering bij toepassing van wets- of reglementsbepalingen inzake verplichte verzekering tegen ziekte- of invaliditeit of inzake moederschapsverzekering;
  2° de periodes van gevangenzetting tijdens een periode van inschrijving als werkzoekende of een periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid zoals bedoeld in artikel 3 van het voornoemd koninklijk besluit van 19 december 2001;
  3° de periodes van tewerkstelling in de projecten erkend en gesubsidieerd overeenkomstig artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen;
  4° de periodes van tewerkstelling in de projecten erkend en gesubsidieerd overeenkomstig artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen;
  5° de periodes van tewerkstelling in de tewerkstellingsprojecten erkend en gesubsidieerd overeenkomstig artikel 6 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen;
  6° de periodes van deeltijds onderwijs in het kader van de deeltijdse leerplicht;
  7° de periode van alternerende tewerkstelling en opleiding bedoeld in het koninklijk besluit nr. 495 van 31 december 1986 tot invoering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd voor deze jongeren;
  8° de periode van een opleiding of een tewerkstelling in de projecten betreffende de partnershipovereenkomsten gesloten en gesubsidieerd krachtens het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Executieve van 27 juni 1991 houdende machtiging voor de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling tot het sluiten van partnershipovereenkomsten teneinde de kansen van bepaalde werkzoekenden om werk te vinden of terug werk te vinden, te vergroten in het kader van gecoördineerde beschikkingen voor socio-professionele inschakeling, voor zover de werknemer geen getuigschrift of diploma heeft van het hoger middelbaar onderwijs;
  9° de periodes van inschrijving als minder-valide bij het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap of het " Agence wallonne pour l'Intégration des personnes handicapées " of de " Service bruxellois francophone des personnes handicapées " of de " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behindering sowie für die besondere soziale Fürsorge ";
  10° de periodes van tewerkstelling als moeilijk te plaatsen werkzoekende in de sociale inschakelingseconomie, behalve indien tijdens deze tewerkstelling de voordelen van dit besluit reeds toegekend werden;
  11° de periodes van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid zoals bedoeld in artikel 3 van het voornoemd koninklijk besluit van 19 december 2001;
  12° de periodes van tewerkstelling met een startbaanovereenkomst, met toepassing van Hoofdstuk VIII van Titel II van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, van een werknemer die geen getuigschrift of diploma van het hoger secundair onderwijs bezit;
  B. bestaansminimumtrekker : de persoon die, op het ogenblik van de indienstneming :
  - hetzij begunstigde is van het recht op een bestaansminimum zoals ingesteld bij de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van een recht op een bestaansminimum;
  - hetzij tewerkgesteld is in het kader van een arbeidsovereenkomst in toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  C. gerechtigde van de financiële sociale bijstand : de persoon die, op het ogenblik van de indienstneming aan de volgende voorwaarden voldoet :
  1° de persoon heeft geen recht op het bestaansminimum op grond van zijn nationaliteit;
  2° de persoon ontvangt financiële steun ten laste van een OCMW;
  3° de persoon is :
  - hetzij ingeschreven in het bevolkingsregister;
  - hetzij beschikt over een verblijfsvergunning van onbepaalde duur;
  - hetzij beschikt over een verblijfsvergunning met toepassing van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, in zoverre de verlenging van deze verblijfsvergunning onderworpen is aan de voorwaarde tewerkgesteld te zijn;
  - hetzij gerechtigd of toegelaten, met toepassing van de artikelen 9 of 10 van de voormelde wet van 15 december 1980, voor een bepaalde duur op het grondgebied te verblijven in zoverre de mogelijkheid van een verblijfsvergunning van onbeperkte duur uitdrukkelijk voorzien is.
Article 1. § 1. Pour l'application des articles 188 et 194, § 1, la loi du 12 août 2000 portant des dispositions sociales, budgétaires et diverses, il faut entendre par :
  A. demandeur d'emploi inoccupé de longue durée : le demandeur d'emploi inscrit auprès du service régional de l'emploi soit pendant au moins trois cent douze jours au cours de la période de dix-huit mois calendrier, soit pendant au moins six cent vingt-quatre jours dans la période de trente-six mois calendrier qui précède l'engagement, s'il est âgé de moins de quarante-cinq ans au moment de l'engagement ou au moins cent cinquante-six jours au cours de la période de neuf mois calendrier qui précède l'engagement, s'il est âgé de quarante-cinq ans au moins au moment de l'engagement.
  Sont assimilées aux périodes d'inscription comme demandeur d'emploi, les périodes suivantes :
  1° les périodes, situées au cours d'une période d'inscription comme demandeur d'emploi ou au cours d'une période de chômage complet indemnisé comme visée à l'article 3 de l'arrêté royal du 19 décembre 2001 de promotion de mise à l'emploi des demandeurs d'emploi de longue durée, qui ont donné lieu au paiement d'une allocation en application des dispositions légales ou réglementaires en matière d'assurance obligatoire contre la maladie ou l'invalidité ou en matière d'assurance maternité;
  2° les périodes d'emprisonnement au cours d'une période d'inscription comme demandeur d'emploi ou d'une période de chômage complet indemnisé comme visée à l'article 3 de l'arrêté royal précité du 19 décembre 2001;
  3° les périodes d'occupation dans les projets agréés et subsidiés conformément à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exécution de l'arrêté royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant création d'un régime de contractuels subventionnés par l'Etat auprès de certains pouvoirs locaux;
  4° les périodes d'occupation dans les projets agréés et subsidiés conformément à l'article 7 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant généralisation du régime des contractuels subventionnés;
  5° les périodes d'occupation dans les projets de mise au travail agréés et subsidiés conformément à l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant généralisation du régime des contractuels subventionnés;
  6° les périodes d'enseignement à temps partiel dans le cadre de l'obligation scolaire à temps partiel;
  7° la période d'occupation et de formation en alternance visée dans l'arrêté royal n° 495 du 31 décembre 1986 instaurant un système associant le travail et la formation pour les jeunes de 18 à 25 ans et portant diminution temporaire des cotisations patronales de sécurité sociale dues dans le chef de ces jeunes;
  8° la période de formation ou d'occupation dans les projets relatifs aux conventions de partenariat conclues et subsidiées en vertu de l'arrêté de l'Exécutif de la Région de Bruxelles-Capitale du 27 juin 1991 autorisant l'Office régional bruxellois de l'Emploi à conclure des conventions de partenariat en vue d'accroître les chances de certains demandeurs d'emploi de trouver ou de retrouver du travail dans le cadre des dispositifs coordonnés d'insertion socio-professionnelle, pour autant que le travailleur ne dispose pas d'un certificat ou d'un diplôme de l'enseignement secondaire supérieur;
  9° les périodes d'inscription comme handicapé au " Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap " ou à l'Agence wallonne pour l'Intégration des personnes handicapées ou au Service bruxellois francophone des personnes handicapées ou au " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge ";
  10° les périodes d'occupation comme demandeur d'emploi difficile à placer dans l'économie sociale d'insertion, sauf lorsque pendant cette occupation, les avantages du présent arrêté ont déjà été accordés;
  11° les périodes de chômage complet indemnisé telles que visées à l'article 3 de l'arrêté royal précité du 19 décembre 2001;
  12° les périodes d'occupation, dans les liens d'une convention de premier emploi en application du Chapitre VIII du Titre II de la loi du 24 décembre 1999 en vue de la promotion de l'emploi, d'un travailleur qui ne possède pas de certificat ou de diplôme de l'enseignement secondaire supérieur;
  B. bénéficiaire du minimum de moyens d'existence : la personne qui est, au moment de l'engagement :
  - soit bénéficiaire du droit au minimum de moyens d'existence institué par la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence;
  - soit occupée dans les liens d'un contrat de travail en application de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide sociale;
  C. bénéficiaire de l'aide sociale financière : la personne qui remplit les conditions suivantes au moment de l'engagement :
  1° n'a pas droit au minimum de moyens d'existence en raison de sa nationalité;
  2° perçoit une aide sociale financière à charge d'un CPAS;
  3° est :
  - soit inscrite au registre de la population,
  - soit autorisée à un séjour illimité,
  - soit autorisée au séjour en application de l'article 9, alinéa 3 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, pour autant que la prolongation de l'autorisation de séjour soit soumise à la condition d'occuper un emploi;
  - soit autorisée ou admise en application des articles 9 ou 10 de la loi du 15 décembre 198o précitée au séjour de durée déterminée pour autant que la possibilité d'une autorisation de séjour pour une durée indéterminée soit expressément prévue.
Art. 2. In afwijking van artikel 1, voldoen de werknemers die, in het kader van de maatregelen van de terbeschikkingstelling van moeilijk te plaatsen werknemers met het oog op hun herinschakeling op de arbeidsmarkt en de invoeginterim, bepaald in de artikelen 186 tot en met 195 van de voornoemde wet van 12 augustus 2000, in dienst werden genomen vóór 1 januari 2002, aan de voorwaarden bepaald bij artikel 1, voorzover zij op het ogenblik van hun indienstneming voldeden aan de voorwaarden die destijds golden.
Art. 2. Par dérogation à l'article 1, les travailleurs engagés avant le 1er janvier 2002 dans le cadre des mesures de mise de travailleurs difficiles à placer à la disposition d'utilisateurs en vue de leur réinsertion dans le marché du travail et organisant un intérim d'insertion, précisées dans les articles 186 à 195 de la loi précitée du 12 août 2000 remplissent les conditions fixées à l'article 1, pour autant qu'au moment de leur entrée en service, ils remplissaient les conditions qui s'appliquaient à l'époque.
Art. 3. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.
Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2002.
Art. 4. Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 15 juli 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX
Art. 4. Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 15 juillet 2002.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX