Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van dit besluit hebben de termen " aardgas ", " gasvervoer ", " vervoerinstallaties ", " afnemer ", " eindafnemer ", " in aanmerking komende afnemer ", " distributieonderneming ", " gasdistributie ", " vervoervergunning ", " Minister ", en " Commissie " de betekenis bepaald in artikel 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen.
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit moet bovendien worden verstaan onder :
1° " maximum uurdebiet " : maximaal volume aardgas afgenomen in de loop van één uur;
2° " wet van 12 april 1965 " : de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;
3° " besluitwet van 22 januari 1945 " : de wet van 22 januari 1945 betreffende de economische reglementering en de prijzen;
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
23 OKTOBER 2002. - Koninklijk besluit betreffende de openbare dienstverplichtingen in de aardgasmarkt. (NOTA : De wijzigingen aangebracht bij KB2003-07-08/34zijn bekrachtigd met hun respectievelijke datum van inwerking, bij W2009-12-15/03) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-11-2002 en tekstbijwerking tot 23-12-2009)
Titre
23 OCTOBRE 2002. - Arrêté royal concernant les obligations de service public dans le marché du gaz naturel. (NOTE : Les modifications apportées par AR2003-07-08/34sont confirmées avec leurs entrées en vigueur respectives, par L2009-12-15/03) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-11-2002 et mise à jour au 23-12-2009)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE I. - Définitions.
Article 1. § 1er. Pour l'application du présent arrêté, les termes " gaz naturel ", " transport de gaz ", " installations de transport ", " client ", "client final ", " client éligible ", " entreprise de distribution ", " distribution de gaz ", " autorisation de transport ", " Ministre " et " Commission " ont les significations définies à l'article 1er de la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations.
§ 2. En outre, pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
1° " débit horaire maximum " : quantité maximale de gaz prélevée au cours d'une heure;
2° " loi du 12 avril 1965 " : la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations;
3° " loi du 22 janvier 1945 " : la loi du 22 janvier 1945 sur la réglementation économique et les prix;
§ 2. En outre, pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
1° " débit horaire maximum " : quantité maximale de gaz prélevée au cours d'une heure;
2° " loi du 12 avril 1965 " : la loi du 12 avril 1965 relative au transport de produits gazeux et autres par canalisations;
3° " loi du 22 janvier 1945 " : la loi du 22 janvier 1945 sur la réglementation économique et les prix;
HOOFDSTUK II. - Openbare dienstverplichtingen van de houders van een vervoervergunning ten gunste van niet in aanmerking komende afnemers.
CHAPITRE II. - Obligations de service public des titulaires d'une autorisation de transport en faveur des clients non éligibles.
Art. 2. De openbare dienstverplichtingen inzake investeringen bedoeld in artikel 15/11, 1°, van de wet van 12 april 1965 hebben betrekking op de verplichting om bijkomende vervoerinstallaties te bouwen en/of te exploiteren in economisch verantwoorde omstandigheden waarmee afnemers die geen in aanmerking komende afnemers zijn :
1.- ofwel de maximum uurdebieten voorzien aan de reeds aangesloten leveringspunten kunnen verhogen,
2.- ofwel nieuwe leveringspunten kunnen bevoorraden.
1.- ofwel de maximum uurdebieten voorzien aan de reeds aangesloten leveringspunten kunnen verhogen,
2.- ofwel nieuwe leveringspunten kunnen bevoorraden.
Art. 2. Les obligations de service public en matière d'investissements visées à l'article 15/11, 1°, de la loi du 12 avril 1965 portent sur l'obligation de construire et/ou d'exploiter des installations de transport supplémentaires dans des conditions économiquement justifiées permettant pour les clients n'ayant pas la qualité de client éligible :
1.- soit d'augmenter les débits horaires maxima prévus aux points de fourniture déjà raccordés,
2.- soit d'alimenter de nouveaux points de fourniture.
1.- soit d'augmenter les débits horaires maxima prévus aux points de fourniture déjà raccordés,
2.- soit d'alimenter de nouveaux points de fourniture.
Art. 3. De openbare dienstverplichtingen, bedoeld in artikel 2, worden bij gewoon schrijven meegedeeld aan de houder van de vervoersvergunning.
Art. 3. Les obligations de service public, visées aux article 2, sont communiquées pour avis au titulaire de l'autorisation de transport par simple lettre.
Art. 4. De Minister past, in voorkomend geval, de vervoervergunning met betrekking tot de vervoerinstallatie die het onderwerp uitmaakt van een openbare dienstverplichting aan.
Art. 4. Le Ministre adapte, le cas échéant, l'autorisation de transport qui porte sur l'installation de transport faisant l'objet d'une obligation de service public.
HOOFDSTUK III. - Openbare dienstverplichtingen van de houders van een leveringsvergunning, ten gunste van distributiebedrijven en andere afnemers in de mate dat zij niet in aanmerking komen.
CHAPITRE III. - Obligations de service public des titulaires d'une autorisation de fourniture en faveur d'entreprises de distribution et d'autres clients dans la mesure où ils ne sont pas éligibles.
Art. 5. Een openbare dienstverplichting wordt opgelegd aan de houders van een leveringsvergunning voor aardgas voor de levering van aardgas :
1° aan een distributiebedrijf voor zover deze niet in aanmerking komt; en
2° aan een afnemer die niet in aanmerking komt.
1° aan een distributiebedrijf voor zover deze niet in aanmerking komt; en
2° aan een afnemer die niet in aanmerking komt.
Art. 5. Une obligation de service public est imposée aux titulaires d'une autorisation de fourniture de gaz naturel pour la fourniture de gaz naturel :
1° à une entreprise de distribution dans la mesure où celle-ci n'est pas éligible; et
2° à un client n'ayant pas la qualité de client éligible.
1° à une entreprise de distribution dans la mesure où celle-ci n'est pas éligible; et
2° à un client n'ayant pas la qualité de client éligible.
Art. 6. De houder van een leveringsvergunning is verplicht om de continuïteit van de aardgasleveringen te verzekeren aan de distributieonderneming bedoeld in artikel 5 en aan de niet in aanmerking komende afnemer overeenkomstig het contract afgesloten respectievelijk met bovenvermelde belanghebbenden.
De aardgaslevering kan in de volgende gevallen evenwel worden verminderd of onderbroken voor zover de vermindering of onderbreking noodzakelijk is :
1° in geval van overmacht;
2° in geval van aansluiting van nieuwe vervoer- of distributie-installaties of voor het onderhoud van bestaande installaties.
In het geval voorzien in het tweede lid, 1° brengt de houder van een leveringsvergunning de in artikel 5 bedoelde distributieonderneming en de niet in aanmerking komende afnemer getroffen door de onderbreking hiervan zo spoedig mogelijk op hoogte.
In het geval voorzien in het tweede lid, 2° deelt de houder van een leveringsvergunning de uren van de onderbreking minstens drie dagen op voorhand mee aan de betrokken distributieonderneming bedoeld in artikel 6 en aan de niet in aanmerking komende afnemer.
In de gevallen voorzien in het tweede lid, 1° en 2°, deelt de houder van een leveringsvergunning de oorzaak en het aantal individuele leveringsonderbrekingen mee aan de Minister en aan de Commissie.
De aardgaslevering kan in de volgende gevallen evenwel worden verminderd of onderbroken voor zover de vermindering of onderbreking noodzakelijk is :
1° in geval van overmacht;
2° in geval van aansluiting van nieuwe vervoer- of distributie-installaties of voor het onderhoud van bestaande installaties.
In het geval voorzien in het tweede lid, 1° brengt de houder van een leveringsvergunning de in artikel 5 bedoelde distributieonderneming en de niet in aanmerking komende afnemer getroffen door de onderbreking hiervan zo spoedig mogelijk op hoogte.
In het geval voorzien in het tweede lid, 2° deelt de houder van een leveringsvergunning de uren van de onderbreking minstens drie dagen op voorhand mee aan de betrokken distributieonderneming bedoeld in artikel 6 en aan de niet in aanmerking komende afnemer.
In de gevallen voorzien in het tweede lid, 1° en 2°, deelt de houder van een leveringsvergunning de oorzaak en het aantal individuele leveringsonderbrekingen mee aan de Minister en aan de Commissie.
Art. 6. Le titulaire d'une autorisation de fourniture est obligé d'assurer la continuité des fournitures de gaz naturel à l'entreprise de distribution visée à l'article 5 et au client n'ayant pas la qualité de client éligible conformément au contrat conclu respectivement avec les précités.
La fourniture de gaz peut toutefois être réduite ou interrompue dans les cas suivants pour autant que la réduction ou l'interruption soit nécessaire :
1° en cas de force majeure;
2° en cas de raccordement de nouvelles installations de transport ou de distribution ou pour l'entretien des installations existantes.
Dans le cas visé à l'alinéa 2, 1°, le titulaire d'une autorisation de fourniture avertit dans les plus brefs délais l'entreprise de distribution visée à l'article 5 et le client n'ayant pas la qualité de client éligible affecté par l'interruption.
Dans le cas visé à l'alinéa 2, 2°, le titulaire d'une autorisation de fourniture communique au moins trois jours à l'avance à l'entreprise de distribution visée à l'article 6 et au client n'ayant pas la qualité de client éligible intéressée les heures d'interruption.
Dans les cas visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, le titulaire d'une autorisation de fourniture communique au Ministre et à la Commission la cause et le nombre des interruptions de fourniture individuelle.
La fourniture de gaz peut toutefois être réduite ou interrompue dans les cas suivants pour autant que la réduction ou l'interruption soit nécessaire :
1° en cas de force majeure;
2° en cas de raccordement de nouvelles installations de transport ou de distribution ou pour l'entretien des installations existantes.
Dans le cas visé à l'alinéa 2, 1°, le titulaire d'une autorisation de fourniture avertit dans les plus brefs délais l'entreprise de distribution visée à l'article 5 et le client n'ayant pas la qualité de client éligible affecté par l'interruption.
Dans le cas visé à l'alinéa 2, 2°, le titulaire d'une autorisation de fourniture communique au moins trois jours à l'avance à l'entreprise de distribution visée à l'article 6 et au client n'ayant pas la qualité de client éligible intéressée les heures d'interruption.
Dans les cas visés à l'alinéa 2, 1° et 2°, le titulaire d'une autorisation de fourniture communique au Ministre et à la Commission la cause et le nombre des interruptions de fourniture individuelle.
Art. 7. De houder van een leveringsvergunning die aardgas levert aan een in artikel 5 bedoelde distributiebedrijf en aan een niet in aanmerking komende afnemer is verplicht, in het kader van de bevoorradingszekerheid, om nieuwe afnemers enkel te bevoorraden indien de verplichtingen aangegaan ten opzichte van het distributiebedrijf of de niet in aanmerking komende afnemer nageleefd worden, met name in termen van maximum debieten en hoeveelheden.
Art. 7. Le titulaire d'une autorisation de fourniture qui fournit du gaz naturel à une entreprise de distribution visée à l'article 5 et à un client n'ayant pas la qualité de client éligible est obligé, dans le cadre de la garantie d'approvisionnement, de n'alimenter de nouveaux clients que si les engagements pris à l'égard de cette entreprise de distribution et de ce client n'ayant pas la qualité de client éligible sont respectés, notamment en termes de débits et quantités maxima.
HOOFDSTUK IV. - De financiering van de openbare dienstverplichtingen.
CHAPITRE IV. - Le financement des obligations de service public.
Art. 8. (Opgeheven) <KB 2003-07-08/34, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
Art. 8. (Abrogé) <AR 2003-07-08/34, art. 8, 002; En vigueur : 01-07-2003>
Art. 9. (Opgeheven) <KB 2003-07-08/34, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
Art. 9. (Abrogé) <AR 2003-07-08/34, art. 8, 002; En vigueur : 01-07-2003>
Art. 10. (Opgeheven) <KB 2003-07-08/34, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
Art. 10. (Abrogé) <AR 2003-07-08/34, art. 8, 002; En vigueur : 01-07-2003>
Art. 11. (Opgeheven) <KB 2003-07-08/34, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2003>
Art. 11. (Abrogé) <AR 2003-07-08/34, art. 8, 002; En vigueur : 01-07-2003>
HOOFDSTUK V. - Diverse en overgangsbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions diverses et transitoires.
Art. 12. Artikelen 7, 8, 9 en 10 van het koninklijk besluit van 15 maart 1966 betreffende de algemene voorschriften voor gasvervoervergunningen worden opgeheven.
Art. 12. Les articles 7, 8, 9 et 10 de l'arrêté royal du 15 mars 1966 relatif aux prescriptions générales pour les concessions de transport de gaz sont abrogés.
Art. 13. De inbreuken op de bepalingen van dit besluit kunnen worden bestraft met een gevangenisstraf van één tot zes maanden en een boete van 1 tot 500 euro, of één van deze straffen.
Art. 13. Les infractions aux dispositions du présent arrêté peuvent être sanctionnées d'une peine d'emprisonnement d'un à six mois et d'une amende de 1 à 500 euros, ou d'une de ces peines seulement.
Art. 14. § 1. Voor het jaar 2002 wordt 50% van het bedrag, bedoeld in artikel 11, gestort door de houder van een leveringsvergunning op 30 november 2002 en wordt 50% van het bedrag, bedoeld in artikel 8, gestort door de houder van een leveringsvergunning op 31 december 2002.
§ 2. Een bedrag van 3.221.000 euro is in mindering gebracht van het bedrag voorzien in artikel 8 en dit voor het jaar 2002.
§ 2. Een bedrag van 3.221.000 euro is in mindering gebracht van het bedrag voorzien in artikel 8 en dit voor het jaar 2002.
Art. 14. § 1er. Pour l'année 2002, 50% du montant visé à l'article 11 est versé par le titulaire d'une autorisation de fourniture en date du 30 novembre 2002 et 50% du montant visé à l'article 8 est versé par le titulaire d'une autorisation de fourniture en date du 31 décembre 2002.
§ 2. Il est soustrait un montant de 3.221.000 euros au montant prévu à l'article 8 et ceci pour l'année 2002.
§ 2. Il est soustrait un montant de 3.221.000 euros au montant prévu à l'article 8 et ceci pour l'année 2002.
Art. 15. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van artikel 9 dat uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 2002. (NOTA : de W 2002-12-24/31, art. 428, bevestigt de hoofdstukken IV en V van onderhavig besluit met uitwerking op 1 oktober 2002. Justel heeft beschouwd dat de inwerkingtredingdatum - 06-11-2002 - van de andere artikelen dan 9 ook bevestigd is.)
Art. 15. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge , à l'exception de l'article 9 qui produit ses effets le 1er octobre 2002. (NOTE : la L 2002-12-24/31, art. 428, confirme les chapitres IV et V du présent arrêté avec effet au 1er octobre 2002. Justel a considéré quel'entrée en vigueur - 06-11-2002 - des articles autres que le neuvième est elle aussi confirmée.)
Art. 16. Onze Vice-Eerste Minister en Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer en Onze Staatssecretaris voor Energie zijn, ieder voor hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 23 oktober 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer,
Mevr. I. DURANT
De Staatssecretaris voor Energie,
O. DELEUZE.
Gegeven te Brussel, 23 oktober 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Mobiliteit en Vervoer,
Mevr. I. DURANT
De Staatssecretaris voor Energie,
O. DELEUZE.
Art. 16. Notre Vice-Première Ministre et Notre Ministre de la Mobilité et des Transports et Notre Secrétaire d'Etat à l'Energie sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution de présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 23 octobre 2002.
ALBERT
Par le Roi :
La Vice-Première Ministre et Ministre de la Mobilité et des Transports,
Mme I. DURANT
Le Secrétaire d'Etat à l'Energie,
O. DELEUZE.
Donné à Bruxelles, le 23 octobre 2002.
ALBERT
Par le Roi :
La Vice-Première Ministre et Ministre de la Mobilité et des Transports,
Mme I. DURANT
Le Secrétaire d'Etat à l'Energie,
O. DELEUZE.