Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 AUGUSTUS 2002. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de arbeidsrechtbank te Brugge.(NOTA : opgeheven met ingang op een onbepaalde datum bij KB2016-06-12/04, art. 1, Inwerkingtreding : onbepaald )
Titre
30 AOUT 2002. - Arrêté royal fixant le règlement particulier du tribunal du travail de Bruges.(NOTE : abrogé avec effet à une date indéterminée par AR2016-06-12/04, art. 1, En vigueur : indéterminée )
Informations sur le document
Numac: 2002009778
Datum: 2002-08-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002009778
Date: 2002-08-30
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. § 1. De arbeidsrechtbank te Brugge bestaat uit acht kamers, één kamer voor kort geding en één bureau voor rechtsbijstand;
  § 2. De eerste, tweede, derde, zesde, zevende en achtste kamer nemen kennis van de zaken bedoeld in de artikelen 578, 579, 580, 582, 3° tot 6°, van het Gerechtelijk Wetboek, alsmede van de zaken bedoeld in artikel 583 van hetzelfde Wetboek voor zover dit niet van toepassing is op de zelfstandigen.
  De voorzitters van deze kamers, alleen rechtsprekend, nemen ook kennis van de betwistingen bedoeld in artikel 52, § 3, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, en van alle andere geschillen die bij wet door een alleen zitting houdend rechter dienen te worden behandeld.
  De vierde kamer neemt kennis van de zaken bedoeld in artikel 581 van het Gerechtelijk Wetboek en van artikel 583 van hetzelfde Wetboek, voor zover dit van toepassing is op de zelfstandigen.
  De vijfde kamer neemt kennis van de zaken bedoeld in artikel 582, 1° en 2°, van het Gerechtelijk Wetboek.
  Daarenboven neemt elke kamer, overeenkomstig de wettelijke samenstelling en de verdeling gedaan door de voorzitter, kennis van de andere zaken waarvan de arbeidsgerechten kennis nemen krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende aangelegenheden die niet vermeld zijn in de artikelen 578 tot 583 van het Gerechtelijk Wetboek.
Article 1. § 1. Le tribunal du travail de Bruges se compose de huit chambres, d'une chambre de référé et d'un bureau d'assistance judiciaire;
  § 2. Les première, deuxième, troisième, sixième, septième et huitième chambres connaissent des affaires visées aux articles 578, 579, 580, 582, 3° à 6°, du Code judiciaire et des affaires visées à l'article 583 du même Code pour autant qu'il ne s'applique pas aux indépendants.
  Les présidents de ces chambres, siégeant seuls, connaissent également des contestations visées à l'article 52, § 3, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994, ainsi que de tous les autres litiges dans lesquels il doit, conformément à la loi, être statué par un juge unique.
  La quatrième chambre connaît des affaires visées à l'article 581 du Code judiciaire et à l'article 583 du même Code, pour autant qu'il s'applique aux indépendants.
  La cinquième chambre connaît des affaires visées à l'article 582, 1° et 2°, du Code judiciaire.
  Par ailleurs, toutes les chambres composées légalement et selon la répartition faite par le président, connaissent des autres affaires dont les tribunaux du travail connaissent suivant les dispositions légales ou réglementaires relatives aux affaires non visées aux articles 578 à 583 du Code judiciaire.
Art. 2. § 1. De kamers houden zitting als volgt :
  1° de eerste kamer : op de eerste, tweede, derde en vierde maandag van de maand, om 14 uur 30;
  2° de tweede kamer : op de eerste, tweede, derde en vierde dinsdag van de maand, om 14 uur 30;
  3° de derde kamer : op de eerste, tweede, derde en vierde woensdag van de maand, om 14 uur 30;
  4° de vierde kamer : op de eerste, tweede, derde en vierde donderdag van de maand, om 14 uur 30;
  5° de vijfde kamer : op de eerste, tweede, derde en vierde maandag van de maand, om 14 uur 30;
  6° de zesde kamer : op de eerste, tweede, derde en vierde dinsdag van de maand, om 14 uur 30;
  7° de zevende kamer : op de eerste, tweede, derde en vierde woensdag van de maand, om 14 uur 30;
  8° de achtste kamer : op de eerste, tweede, derde en vierde vrijdag van de maand, om 14 uur 30.
  § 2. De zittingen in kort geding worden gehouden op maandag en donderdag om 9 uur 30.
  § 3. Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting op donderdag om 9 uur 30.
  § 4. De rechtsdagen waarvan sprake in de artikelen 5 en 6 van de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraden en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen, alsmede voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden, worden gehouden op maandag en donderdag om 9 uur.
Art. 2. § 1. Les chambres tiennent audience comme suit :
  1° la première chambre : les premier, deuxième, troisième et quatrième lundis du mois, à 14 heures 30;
  2° la deuxième chambre : les premier, deuxième, troisième et quatrième mardis du mois, à 14 heures 30;
  3° la troisième chambre : les premier, deuxième, troisième et quatrième mercredis du mois, à 14 heures 30;
  4° la quatrième chambre : les premier, deuxième, troisième et quatrième jeudis du mois, à 14 heures 30;
  5° la cinquième chambre : les premier, deuxième, troisième et quatrième lundis du mois, à 14 heures 30;
  6° la sixième chambre : les premier, deuxième, troisième et quatrième mardis du mois, à 14 heures 30;
  7° la septième chambre : les premier, deuxième, troisième et quatrième mercredis du mois, à 14 heures 30;
  8° la huitième chambre : les premier, deuxième, troisième et quatrième vendredis du mois, à 14 heures 30.
  § 2. Les audiences en référé ont lieu le lundi et le jeudi à 9 heures 30.
  § 3. Le bureau d'assistance judiciaire tient audience le jeudi à 9 heures 30.
  § 4. Les audiences dont question aux articles 5 et 6 de la loi du 19 mars 1991 portant un régime de licenciement particulier pour les délégués du personnel aux conseils d'entreprise et aux comités de sécurité, d'hygiène et d'embellissement des lieux de travail, ainsi que pour les candidats délégués du personnel, ont lieu le lundi et le jeudi à 9 heures.
Art. 3. § 1. De kamers kunnen, na overleg met de voorzitter van de rechtbank, naar gelang van de behoeften van de dienst buitengewone zittingen houden, waarvan ze zelf de dagen en uren bepalen.
  § 2. Indien de behoeften van de dienst het vergen, kan de voorzitter van de rechtbank, na advies van de arbeidsauditeur en de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, beslissen dat één of meer kamers bijkomende zittingen houden op de dagen en uren die hij bepaalt.
  § 3. De voorzitter van de rechtbank kan ook, na het advies van de arbeidsauditeur en van de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, het aantal en de bevoegdheden van de kamers tijdelijk wijzigen.
  § 4. In de gevallen bedoeld in de §§ 2 en 3, wordt de beschikking van de voorzitter van de rechtbank ter griffie aangeplakt en onmiddellijk ter kennis gebracht van de eerste voorzitter van het Arbeidshof.
Art. 3. § 1. Les chambres peuvent, après concertation avec le président du tribunal, selon les besoins du service, tenir des audiences extraordinaires dont elles fixent elles-mêmes les jours et les heures.
  § 2. Lorsque les besoins du service le justifient, le président du tribunal peut, après avoir pris l'avis de l'auditeur du travail et du greffier en chef, décider de faire tenir, par une ou plusieurs chambres, des audiences supplémentaires dont il fixe les jours et les heures.
  § 3. Le président du tribunal peut également, après avoir pris l'avis de l'auditeur du travail et du greffier en chef, modifier temporairement le nombre et les compétences des chambres.
  § 4. Dans les cas visés aux §§ 2 et 3, l'ordonnance du président du tribunal est affichée au greffe et immédiatement portée à la connaissance du premier président de la Cour du travail.
Art. 4. De vorderingen bij dagvaarding worden ingeleid :
  1° op elke zitting van de eerste kamer, wat de zaken betreft bedoeld in artikel 578 van het Gerechtelijk Wetboek wanneer de betrokken werknemer een bediende is;
  2° op elke zitting van de tweede kamer, wat de zaken betreft bedoeld in artikel 578 van het Gerechtelijk Wetboek wanneer de betrokken werknemer een arbeider is en voor alle andere zaken bedoeld in de artikelen 579 en 582, 3° tot 6°, van hetzelfde Wetboek;
  3° op elke zitting van de derde kamer, wat de zaken betreft bedoeld in artikel 580 van het Gerechtelijk Wetboek en voor de zaken waarvan de arbeidsgerechten kennis nemen krachtens wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende aangelegenheden die niet genoemd zijn in de artikelen 578 tot 583 van hetzelfde Wetboek;
  4° op de zittingen van de eerste en de derde donderdag van de maand van de vierde kamer, wat de zaken betreft bedoeld in artikel 581 van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 4. Les demandes sont introduites par citation :
  1° à chaque audience de la première chambre, pour les matières visées à l'article 578 du Code judiciaire, lorsque le travailleur salarié concerné est un employé;
  2° à chaque audience de la deuxième chambre, pour les matières visées à l'article 578 du Code judiciaire, lorsque le travailleur salarié concerné est un ouvrier et pour toutes les autres matières visées aux articles 579 et 582, 3° à 6°, du même Code;
  3° à chaque audience de la troisième chambre, pour les matières visées à l'article 580 du Code judiciaire et pour les affaires dont les tribunaux du travail connaissent en vertu de dispositions légales ou réglementaires relatives à des matières non visées aux articles 578 à 583 du même Code;
  4° aux audiences des premier et troisième jeudis du mois de la quatrième chambre, pour les contestations prévues à l'article 581 du Code judiciaire.
Art. 5. De inleiding van de vorderingen bij verzoekschrift of bij vrijwillige verschijning geschiedt voor elke bevoegde kamer van de rechtbank.
Art. 5. L'introduction des demandes par requête écrite ou par comparution volontaire a lieu devant toute chambre compétente du tribunal.
Art. 6. De voorzitter van de rechtbank bepaalt, na het advies van de arbeidsauditeur en de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, de dagen en uren van de vakantiezittingen en wijst de magistraten aan die er zitting houden. De voorzitter kan altijd die tabel wijzigen met het oog op de behoeften van de dienst.
Art. 6. Le président du tribunal établit, après avoir pris l'avis de l'auditeur du travail et du greffier en chef, les jours et heures des audiences de vacation et désigne les magistrats qui y siègent. Le président du tribunal peut, en tout temps, modifier ce tableau selon les nécessités du service.
Art. 7. De beschikkingen die de voorzitter van de rechtbank neemt op grond van de artikelen 89 en 90 van het Gerechtelijk Wetboek of op grond van dit besluit, worden ter griffie van de rechtbank aangeplakt. Deze beschikkingen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de eerste voorzitter van het arbeidshof en van de arbeidsauditeur.
Art. 7. Les ordonnances que le président du tribunal prend sur la base des articles 89 et 90 du Code judiciaire ou du présent arrêté sont affichées au greffe du tribunal. Le premier président de la cour du travail et l'auditeur du travail en sont immédiatement avisés.
Art. 8. Het koninklijk besluit van 20 augustus 1985 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de arbeidsrechtbank te Brugge, wordt opgeheven.
Art. 8. L'arrêté royal du 20 août 1985 fixant le règlement particulier du tribunal du travail de Bruges est abrogé.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2002.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2002.
Art. 10. Onze Minister bevoegd voor Werkgelegenheid en Onze Minister bevoegd voor Justitie, zijn ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 30 augustus 2002.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN
Art. 10. Notre Ministre qui a l'emploi dans ses attributions et Notre Ministre qui a la justice dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 30 août 2002.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN