Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
14 JANUARI 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 14 januari 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de zeevisserij, betreffende de toekenning van een aanvullende vergoeding bij brugpensioen vanaf 58 jaar. (Overeenkomst geregistreerd op 2 april 1999 onder het nummer 50428/CO/143).
Titre
14 JANVIER 1999. - Convention collective de travail du 14 janvier 1999, conclue au sein de la Commission paritaire de la pêche maritime, relative à l'octroi d'une indemnité complémentaire lors de la prépension à partir de 58 ans. (Convention enregistrée le 2 avril 1999 sous le numéro 50428/CO/143).
Informations sur le document
Numac: 2001A12472
Datum: 1999-01-14
Info du document
Numac: 2001A12472
Date: 1999-01-14
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden en werksters van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Comité voor de zeevisserij en gekend bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid onder het kencijfer 86, met uitzondering van de reders gekend bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid onder het kencijfer 19 en op het personeel dat zij tewerkstellen.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux ouvriers et ouvrières des entreprises ressortissant à la Commission paritaire de la pêche maritime et enregistrées à l'Office national de sécurité sociale sous l'indice 86, à l'exception des armateurs enregistrés à l'Office national de sécurité sociale sous l'indice 19 et au personnel qu'ils occupent.
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst voorziet in een aanvullende vergoeding bij brugpensioen ten laste van het " Waarborg- en Sociaal Fonds voor de zeevisserij " onder de volgende voorwaarden, waaraan cumulatief moet zijn voldaan :
- in alle gevallen van ontslag, behalve om dringende reden, van werknemers die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt;
- de werknemer in kwestie geeft schriftelijk expliciet aan de werkgever te kennen van de mogelijkheid tot brugpensioen gebruik te willen maken;
- de werknemer moet zich ertoe verbinden geen enkele activiteit binnen de sector te zullen uitoefenen;
- de werknemer in kwestie moet bewijzen dat hij niet kan genieten van de voordelen van het " Zeevissersfonds " op het ogenblik van de aanvraag;
- de werknemer in kwestie zal van de aanvullende vergoeding bij brugpensioen kunnen genieten tot de datum waarop zijn rustpensioen (gewoon rustpensioen of brugrustpensioen) ingang vindt;
- de werknemer moet bovendien voldoen aan de van kracht zijnde anciënniteitsvoorwaarden;
- de werkgever moet in de vervanging voorzien van de bruggepensioneerde door de aanwerving van een werkzoekende.
- in alle gevallen van ontslag, behalve om dringende reden, van werknemers die de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt;
- de werknemer in kwestie geeft schriftelijk expliciet aan de werkgever te kennen van de mogelijkheid tot brugpensioen gebruik te willen maken;
- de werknemer moet zich ertoe verbinden geen enkele activiteit binnen de sector te zullen uitoefenen;
- de werknemer in kwestie moet bewijzen dat hij niet kan genieten van de voordelen van het " Zeevissersfonds " op het ogenblik van de aanvraag;
- de werknemer in kwestie zal van de aanvullende vergoeding bij brugpensioen kunnen genieten tot de datum waarop zijn rustpensioen (gewoon rustpensioen of brugrustpensioen) ingang vindt;
- de werknemer moet bovendien voldoen aan de van kracht zijnde anciënniteitsvoorwaarden;
- de werkgever moet in de vervanging voorzien van de bruggepensioneerde door de aanwerving van een werkzoekende.
Art. 2. La présente convention collective de travail prévoit une indemnité complémentaire lors de la prépension, à charge du " Waarborg- en Sociaal Fonds voor de zeevisserij " selon les conditions suivantes, auxquelles il est impératif de satisfaire cumulativement :
- dans tous les cas de démission, sauf en cas de motif grave, des travailleurs qui ont atteint l'âge de 58 ans;
- le travailleur en question doit explicitement faire savoir par écrit à l'employeur qu'il désire faire usage de la possibilité de prépension;
- le travailleur doit s'engager à ne plus exercer aucune activité dans le secteur;
- le travailleur en question doit prouver qu'il ne peut bénéficier des avantages du " Zeevissersfonds " au moment où il introduit la demande;
- le travailleur en question bénéficiera de l'indemnité complémentaire lors de la prépension jusqu'à la date où sa pension prendra cours (pension de retraite ou prépension de retraite);
- le travailleur doit, en outre, satisfaire aux conditions d'ancienneté en vigueur;
- l'employeur doit s'engager à remplacer le prépensionné par l'embauche d'un demandeur d'emploi.
- dans tous les cas de démission, sauf en cas de motif grave, des travailleurs qui ont atteint l'âge de 58 ans;
- le travailleur en question doit explicitement faire savoir par écrit à l'employeur qu'il désire faire usage de la possibilité de prépension;
- le travailleur doit s'engager à ne plus exercer aucune activité dans le secteur;
- le travailleur en question doit prouver qu'il ne peut bénéficier des avantages du " Zeevissersfonds " au moment où il introduit la demande;
- le travailleur en question bénéficiera de l'indemnité complémentaire lors de la prépension jusqu'à la date où sa pension prendra cours (pension de retraite ou prépension de retraite);
- le travailleur doit, en outre, satisfaire aux conditions d'ancienneté en vigueur;
- l'employeur doit s'engager à remplacer le prépensionné par l'embauche d'un demandeur d'emploi.
Art. 3. Het bedrag van de aanvullende vergoeding bij brugpensioen wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 8 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974 tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers, indien zij worden ontslagen.
Art. 3. Le montant de l'indemnité complémentaire lors de la prépension est fixé selon les articles 5 jusque 8 y compris de la convention collective de travail n° 17 du 19 décembre 1974 instituant un régime d'indemnité complémentaire pour certains travailleurs âgés, en cas de licenciement.
Art. 4. De aanvullende vergoeding bij brugpensioen wordt ten laste genomen van het " Waarborg- en Sociaal Fonds voor de zeevisserij ".
Het sociaal fonds heft hiertoe een bijdrage van 0,25 pct op de bruto loonmassa ten laste van de werkgevers waarop huidige collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is.
Het sociaal fonds heft hiertoe een bijdrage van 0,25 pct op de bruto loonmassa ten laste van de werkgevers waarop huidige collectieve arbeidsovereenkomst van toepassing is.
Art. 4. L'indemnité complémentaire lors de la prépension est à charge du " Waarborg- en Sociaal Fonds voor de zeevisserij ".
Le fonds social perçoit à cet effet une cotisation de 0,25 pc de la masse salariale brute à charge des employeurs auxquels s'applique la présente convention collective de travail.
Le fonds social perçoit à cet effet une cotisation de 0,25 pc de la masse salariale brute à charge des employeurs auxquels s'applique la présente convention collective de travail.
Art. 5. Alle praktische modaliteiten worden uitgewerkt door de raad van beheer van het " Waarborg- en Sociaal Fonds voor de zeevisserij ".
Art. 5. Toutes les modalités pratiques sont élaborées par le conseil d'administration du " Waarborg- en Sociaal Fonds voor de zeevisserij ".
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2000.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 31 mei 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-05-31/73%%).
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 31 mei 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-05-31/73%%).
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
Art. 6. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1999 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 2000.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 31 mai 2001.
(Pour l'AR, voir %%2001-05-31/73%%).
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 31 mai 2001.
(Pour l'AR, voir %%2001-05-31/73%%).
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX