Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 APRIL 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 30 april 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de landbouw, betreffende het conventioneel brugpensioen (Overeenkomst geregistreerd op 11 juni 1999 onder het nummer 50935/CO/144).
Titre
30 AVRIL 1999. - Convention collective de travail du 30 avril 1999, conclue au sein de la Commission paritaire de l'agriculture, relative à la prépension conventionnelle sectorielle (Convention enregistrée le 11 juin 1999 sous le numéro 50935/CO/144).
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werklieden en werksters en hun werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor de landbouw.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux ouvriers et ouvrières et leurs employeurs qui ressortissent à la Commission paritaire de l'agriculture.
HOOFDSTUK II. - Rechthebbenden.
CHAPITRE II. - Bénéficiaires.
Art. 2. Om te kunnen genieten van de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst, dienen de werknemers te voldoen aan de voorwaarden vastgelegd in het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen en dienen zij op het ogenblik waarop de arbeidsovereenkomst werkelijk wordt beëindigd, de leeftijd van 58 jaar te hebben bereikt.
Art. 2. Pour pouvoir bénéficier des dispositions de la présente convention collective de travail, les travailleurs doivent satisfaire aux conditions fixées par l'arrêté royal du 7 décembre 1992 relatif à l'octroi d'allocations de chômage en cas de prépension conventionnelle et, au moment où le contrat de travail prend effectivement fin, avoir atteint l'âge de 58 ans.
HOOFDSTUK III. - Aanvullende vergoeding.
CHAPITRE III. - Indemnité complémentaire.
Art. 3. De werknemers bedoeld in artikel 2 hebben na ontslag recht op een aanvullende vergoeding ten laste van hun werkgever. Die aanvullende vergoeding wordt toegekend vanaf het einde van de wettelijke opzeggingstermijn tot aan de pensioengerechtigde leeftijd.
Art. 3. Les travailleurs visés à l'article 2 ont droit à une indemnité complémentaire à charge de leur employeur après licenciement. Cette indemnité complémentaire est octroyée à partir du moment où le délai de préavis légal vient à expiration et elle s'applique jusqu'à l'âge de la pension.
Art. 4. De aanvullende vergoeding is gelijk aan de helft van het verschil tussen het netto refertemaandloon en de werkloosheidsuitkering en wordt berekend en aangepast overeenkomstig de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van 19 december 1974, gesloten in de Nationale Arbeidsraad tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 16 januari 1975.
Art. 4. L'indemnité complémentaire est égale à la moitié de la différence entre le salaire net mensuel de référence et l'allocation de chômage et est calculée et adaptée conformément aux dispositions de la convention collective de travail n° 17 du 19 décembre 1974, conclue au sein du Conseil national du travail instituant un régime d'indemnité complémentaire pour certains travailleurs âgés, en cas de licenciement, rendue obligatoire par arrêté royal du 16 janvier 1975.
HOOFDSTUK IV. - Tussenkomst van het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de landbouw in de aanvullende vergoeding.
CHAPITRE IV. - Intervention du Fonds social et de garantie pour l'agriculture dans l'indemnité complémentaire.
Art. 5. Het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de landbouw, opgericht bij collectieve arbeidsovereenkomst van 18 mei 1995, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid en vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 8 december 1995, Belgisch Staatsblad van 17 februari 1996, betaalt aan de werkgever de in artikel 3 bedoelde aanvullende vergoeding, met inbegrip van de bijzondere maandelijkse werkgeversbijdragen, terug tot een door het Paritair Comité voor de landbouw te bepalen maximumbedrag per bruggepensioneerde.
Art. 5. Le Fonds social et de garantie pour l'agriculture, institué par la convention collective de travail du 18 mai 1995, instituant un fonds de sécurité d'existence et fixant ses statuts, rendue obligatoire par arrêté royal du 8 décembre 1995, Moniteur belge du 17 février 1996, rembourse à l'employeur l'indemnité complémentaire visée à l'article 3, y compris les cotisations spéciales mensuelles à charge de l'employeur, à concurrence d'un montant maximum par prépensionné, à fixer par la Commission paritaire de l'agriculture.
Art. 6. Alleen de werkgevers waarvan de bruggepensioneerde werknemers gedurende de twee jaren voorafgaand aan hun brugpensioen onafgebroken door een arbeidsovereenkomst verbonden zijn geweest met een werkgever die onder het Paritair Comité voor de landbouw ressorteert, kunnen genieten van de in artikel 5 bedoelde tussenkomst.
Art. 6. Seuls les employeurs desquels les travailleurs prépensionnés ont été liés sans interruption pendant les deux ans précédant leur prépension par un contrat de travail à un employeur ressortissant à la Commission paritaire de l'agriculture pourront bénéficier de l'intervention visée à l'article 5.
Art. 7. Onverminderd artikel 4 van deze collectieve arbeidsovereenkomst, wordt de tussenkomst door het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de landbouw berekend op basis van het gemiddelde van de lonen die de werknemer heeft ontvangen gedurende de twaalf maanden voorafgaand aan zijn brugpensioen en niet op basis van het loon van de refertemaand.
Art. 7. Sans préjudice de l'article 4 de la présente convention collective de travail, l'intervention par le Fonds social et de garantie pour l'agriculture sera calculé sur la base de la moyenne des rémunérations perçues par le travailleur pendant les douze mois précédant sa prépension, et non pas sur base de la rémunération du mois de référence.
Art. 8. De raad van beheer van het Waarborg- en Sociaal Fonds voor de landbouw stelt de praktische modaliteiten vast met betrekking tot de uitvoering van dit hoofdstuk.
Art. 8. Le conseil d'administration du Fonds social et de garantie pour l'agriculture fixe les modalités pratiques concernant l'exécution du présent chapitre.
HOOFDSTUK V. - Vervanging.
CHAPITRE V. - Remplacement.
Art. 9. De bruggepensioneerden dienen vervangen te worden overeenkomstig artikel 4 van bovenvermeld koninklijk besluit van 7 december 1992.
De sancties die voortvloeien uit het niet eerbiedigen door de werkgevers van de wettelijke verplichtingen inzake brugpensioen, vallen geheel ten laste van de individuele werkgevers.
Art. 9. Les prépensionnés doivent être remplacés conformément à l'article 4 de l'arrêté royal du 7 décembre 1992 mentionné ci-dessus.
Les sanctions qui découlent du non-respect par l'employeur des obligations légales en matière de prépension restent entièrement à charge des employeurs individuels.
HOOFDSTUK VI. - Geldigheid.
CHAPITRE VI. - Validité.
Art. 10. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2000 en houdt op van kracht te zijn op 1 januari 2003.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 mei 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-05-17/46%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 10. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 2000 et cesse d'être en vigueur le 1er janvier 2003.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 17 mai 2001.
(Pour l'AR, voir %%2001-05-17/46%%)
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.