Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
29 JUNI 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 29 juni 1999, gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij betreffende de tewerkstelling, de vorming en de arbeidsomstandigheden in de sector van de steenbakkerijen.(Overeenkomst geregistreerd op 13 juli 1999 onder het nummer 51427/COF/114).
Titre
29 JUIN 1999. - Commission paritaire de l'industrie des briques. Convention collective de travail du 29 juin 1999. L'emploi, la formation et les conditions de travail dans le secteur briquetier. (Convention enregistrée le 13 juillet 1999 sous le numéro 51427/COF/114).
Informations sur le document
Numac: 2001A12283
Datum: 1999-06-29
Info du document
Numac: 2001A12283
Date: 1999-06-29
Table des matières
Table des matières
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten in het Paritair Comité voor de steenbakkerij als sectoriëel vormings- en tewerkstellingsakkoord, werd gesloten in uitvoering van Afdeling IV, hoofdstuk II van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen en conform het koninklijk besluit van 4 juni 1999 houdende de vormvoorwaarden waaraan de collectieve arbeidsovereenkomst en het akkoord betreffende vorming en tewerkstelling dienen te voldoen, alsook de procedure tot raadpleging van de werknemers die in acht dient genomen te worden bij de sluiting van een akkoord betreffende vorming en tewerkstelling.
Article 1. Cette convention collective de travail, conclue en Commission paritaire pour l'industrie des briques comme accord sectoriel d'emploi et de formation, a été conclue en exécution de la Section IV, chapitre II de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et contenant diverses dispositions et, conformément à l'arrêté royal du 4 juin 1999 déterminant les conditions de forme auxquelles doivent satisfaire la convention collective de travail et l'accord relatif à la formation et l'emploi ainsi que la procédure de consultation des travailleurs à respecter en cas d'établissement d'un accord relatif à la formation et l'emploi.
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking ten aanzien van alle werkgevers en arbeiders bedoeld in artikel 3. Zij heeft bijgevolg directe uitwerking.
Art. 2. Cette convention collective de travail s'applique à tous les employeurs et ouvriers visés à l'article 3. En conséquence, elle a effet direct.
Art. 3. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en arbeiders van de ondernemingen welke ressorteren onder het Paritair Comité voor de steenbakkerij.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op de NV Scheerders-van Kerchove's Verenigde Fabrieken te Sint-Niklaas en op de arbeiders die er zijn tewerkgesteld.
Onder " arbeiders " wordt verstaan de werklieden en werksters.
Deze collectieve arbeidsovereenkomst is niet van toepassing op de NV Scheerders-van Kerchove's Verenigde Fabrieken te Sint-Niklaas en op de arbeiders die er zijn tewerkgesteld.
Onder " arbeiders " wordt verstaan de werklieden en werksters.
Art. 3. Cette convention collective de travail s'applique aux employeurs et ouvriers des entreprises ressortissant à la Commission paritaire de l'industrie des briques.
Cette convention collective de travail ne s'applique pas à la firme NV Scheerders-Van Kerchove's Verenigde Fabrieken à Sint-Niklaas, ni aux ouvriers qui y sont occupés.
Par " ouvriers ", on entend les ouvriers et les ouvrières.
Cette convention collective de travail ne s'applique pas à la firme NV Scheerders-Van Kerchove's Verenigde Fabrieken à Sint-Niklaas, ni aux ouvriers qui y sont occupés.
Par " ouvriers ", on entend les ouvriers et les ouvrières.
HOOFDSTUK II. - Tewerkstellingsmaatregelen.
CHAPITRE II. - Mesures d'emploi.
Afdeling 1. - Loopbaanonderbreking.
Section 1. - Interruption de carrière.
Art. 4. De regeling van loopbaanonderbreking is de regeling die arbeiders de mogelijkheid biedt hun beroepsactiviteit gedurende een bepaalde tijd geheel of gedeeltelijk te schorsen om nadien hun vroegere betrekking in de onderneming weer op te nemen.
Art. 4. L'organisation en matière d'interruption de carrière est l'arrangement qui offre la possibilité aux ouvriers de suspendre leur activité professionnelle, totalement ou partiellement, durant une durée déterminée et de reprendre après ce laps de temps leur précédente fonction au sein de l'entreprise.
Art. 5. De bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr 56, gesloten in de Nationale Arbeidsraad op 13 juli 1993, tot instelling van een beperkt recht op loopbaanonderbreking, zijn van toepassing, zonder beperking op het aantal werknemers dat loopbaanonderbreking kan genieten.
In het geval er zich problemen zouden stellen van organisatorische aard dient er op initiatief van de werkgever overleg te worden gepleegd op het vlak van de onderneming.
In het geval er zich problemen zouden stellen van organisatorische aard dient er op initiatief van de werkgever overleg te worden gepleegd op het vlak van de onderneming.
Art. 5. Les dispositions de la convention collective de travail n° 56, conclue au sein du Conseil national du travail le 13 juillet 1993, instaurant un droit restreint à l'interruption de carrière, sont d'application, sans limitation du nombre de travailleurs pouvant bénéficier de l'interruption de carrière.
Dans le cas où des problèmes d'organisation se poseraient, il faudrait à l'initiative de l'employeur en discuter sur le plan de l'entreprise.
Dans le cas où des problèmes d'organisation se poseraient, il faudrait à l'initiative de l'employeur en discuter sur le plan de l'entreprise.
Art. 6. Kunnen met hun werkgever overeenkomen dat zij van een loopbaanonderbreking kunnen genieten, de arbeiders die gedurende minstens 12 maanden in dienst zijn van de onderneming met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur die voorziet in een voltijdse arbeid. Deze periode van 12 maanden arbeid in dienst van de onderneming dient ononderbroken te zijn en zich te situeren onmiddellijk voor de loopbaanonderbreking.
Art. 6. Peuvent convenir avec leur employeur de pouvoir bénéficier d'une interruption de carrière les ouvriers qui sont occupés dans l'entreprise depuis au moins 12 mois avec un contrat de travail à durée indéterminée prévoyant une activité à temps plein. Cette période de 12 mois de travail au service de l'entreprise doit être ininterrompue et se situer immédiatement avant l'interruption de carrière.
Art. 7. De arbeiders die gebruik maken van een loopbaanonderbreking ontvangen vanwege de overheid een maandelijkse onderbrekingsuitkering. De werkgever verbindt er zich toe de voorwaarden te vervullen opdat de betrokkenen van de uitkering zouden kunnen genieten.
Art. 7. Les ouvriers qui font usage d'une interruption de carrière reçoivent du gouvernement une indemnité mensuelle d'interruption de carrière. L'employeur s'engage à remplir les conditions pour que les intéressés puissent bénéficier de cette indemnité.
Afdeling 2. - Arbeidsduurvermindering.
Section 2. - Diminution du temps de travail.
Art. 8. Voor arbeiders met een anciënniteit van 10 jaar wordt een arbeidsduurvermindering op jaarbasis als volgt toegepast :
- aan de arbeiders met 10 jaar anciënniteit wordt één conventionele verlofdag toegekend;
- aan de arbeiders met 25 jaar anciënniteit wordt een tweede conventionele verlofdag toegekend.
- aan de arbeiders met 10 jaar anciënniteit wordt één conventionele verlofdag toegekend;
- aan de arbeiders met 25 jaar anciënniteit wordt een tweede conventionele verlofdag toegekend.
Art. 8. Pour les ouvriers qui ont 10 ans d'ancienneté, une diminution du temps de travail sur base annuelle est appliquée comme suit :
- un jour de congé conventionnel est accordé aux ouvriers qui ont 10 ans d'ancienneté;
- un deuxième jour de congé conventionnel est accordé aux ouvriers qui ont 25 ans d'ancienneté.
- un jour de congé conventionnel est accordé aux ouvriers qui ont 10 ans d'ancienneté;
- un deuxième jour de congé conventionnel est accordé aux ouvriers qui ont 25 ans d'ancienneté.
Art. 9. De conventionele verlofdagen bedoeld in artikel 8 worden verworven vanaf het jaar waarin de vermelde anciënniteitsvoorwaarde is voldaan.
Art. 9. Les jours de congé conventionnels visés à l'article 8 sont acquis à partir de l'année au cours de laquelle la condition d'ancienneté citée est remplie.
Art. 10. Voor de toekenning van deze conventionele verlofdagen worden dezelfde regels in acht genomen als voor de toekenning van de jaarlijkse vakantie.
Art. 10. Pour l'octroi de ces jours de congé conventionnels, les mêmes règles sont prises en considération que celles pour l'octroi des congés annuels.
Art. 11. Het begrip anciënniteit wordt, voor wat het voordeel vermeld in artikel 8 betreft, verruimd naar de anciënniteit verworven in ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de steenbakkerij (= sectoranciënniteit).
Art. 11. La notion " ancienneté " est, en ce qui concerne l'avantage cité à l'article 8, élargie à l'ancienneté acquise dans les entreprises ressortissant à la Commission paritaire de l'industrie des briques (= ancienneté de secteur).
Afdeling 3. - Werkgroep.
Section 3. - Groupe de travail.
Art. 12. De aangelegenheden en problemen die verband houden met de werkgelegenheid in de sector kunnen worden besproken in een paritair samengestelde werkgroep die zich met deze problematiek zal bezighouden.
De in het Paritair Comité voor de steenbakkerij vertegenwoordigde organisaties kunnen om de bijeenkomst verzoeken en suggesties, problemen of aangelegenheden van allerlei aard die verband houden met de werkgelegenheid, ter bespreking voorleggen.
De werkgroep kan adviezen, die verder in paritair comité kunnen worden behandeld, of aanbevelingen naar de bedrijven formuleren.
De in het Paritair Comité voor de steenbakkerij vertegenwoordigde organisaties kunnen om de bijeenkomst verzoeken en suggesties, problemen of aangelegenheden van allerlei aard die verband houden met de werkgelegenheid, ter bespreking voorleggen.
De werkgroep kan adviezen, die verder in paritair comité kunnen worden behandeld, of aanbevelingen naar de bedrijven formuleren.
Art. 12. Les matières et problèmes relatifs à l'emploi dans le secteur peuvent être discutés au sein d'un groupe de travail, paritairement constitué, qui se consacrera à cette problématique.
Les organisations représentées au sein de la Commission paritaire pour l'industrie des briques peuvent demander une réunion et y soumettre à discussion, suggestions, problèmes et matières de toute nature en relation avec l'emploi.
Le groupe de travail peut émettre des avis qui peuvent être ultérieurement discutés en commission paritaire ou adresser des recommandations aux entreprises.
Les organisations représentées au sein de la Commission paritaire pour l'industrie des briques peuvent demander une réunion et y soumettre à discussion, suggestions, problèmes et matières de toute nature en relation avec l'emploi.
Le groupe de travail peut émettre des avis qui peuvent être ultérieurement discutés en commission paritaire ou adresser des recommandations aux entreprises.
HOOFDSTUK III. - Permanente vorming.
CHAPITRE III. - Formation permanente.
Art. 13. De permanente vorming wordt georganiseerd met het doel de werkgelegenheid van de werklieden binnen de onderneming zo maximaal mogelijk te garanderen en hun kansen op de arbeidsmarkt te verbeteren.
Hierbij zullen de objectieven, zoals gesteld in het op 8 december 1998 ondertekend interprofessioneel akkoord, als leidraad dienen.
Hierbij zullen de objectieven, zoals gesteld in het op 8 december 1998 ondertekend interprofessioneel akkoord, als leidraad dienen.
Art. 13. La formation permanente est organisée afin de garantir de façon maximale l'emploi des ouvriers au sein de l'entreprise et d'améliorer leurs chances sur le marché du travail.
A cette fin, les objectifs tels que posés dans l'accord interprofessionnel signé le 8 décembre 1998 serviront de fil conducteur.
A cette fin, les objectifs tels que posés dans l'accord interprofessionnel signé le 8 décembre 1998 serviront de fil conducteur.
Art. 14. De in het Paritair Comité voor de steenbakkerij vertegenwoordigde organisaties erkennen dat omwille van het specifieke karakter van de industriële activiteiten, de problematiek van de vorming op een adequate wijze dient te worden uitgewerkt.
Gezien de toenemende graad van specialisatie bij het bedienen, onderhouden en herstellen van de productiemachines en installaties (ovens en droogkamers) is het aangewezen dat de opleiding en permanente vorming in hoofdzaak ter plaatse, in de bedrijven plaatsvindt.
Vooral de fase waarin nieuwe machines en installaties worden geplaatst en op punt gesteld is hierin belangrijk.
Gezien de wenselijkheid van een hoge graad van polyvalentie en inzetbaarheid van de werklieden is het aangewezen de bediening, het onderhoud en het herstellen van deze machines en installaties aan zoveel mogelijk werklieden aan te leren.
Gezien de toenemende graad van specialisatie bij het bedienen, onderhouden en herstellen van de productiemachines en installaties (ovens en droogkamers) is het aangewezen dat de opleiding en permanente vorming in hoofdzaak ter plaatse, in de bedrijven plaatsvindt.
Vooral de fase waarin nieuwe machines en installaties worden geplaatst en op punt gesteld is hierin belangrijk.
Gezien de wenselijkheid van een hoge graad van polyvalentie en inzetbaarheid van de werklieden is het aangewezen de bediening, het onderhoud en het herstellen van deze machines en installaties aan zoveel mogelijk werklieden aan te leren.
Art. 14. Les organisations représentées au sein de la Commission paritaire pour l'industrie des briques reconnaissent que, malgré le caractère spécifique des activités industrielles, la problématique de la formation doit être élaborée de façon adéquate.
Etant donné le niveau croissant de spécialisation de l'usage, de l'entretien et de la réparation des machines et des installations de production (fours et séchoirs), il est indiqué que l'instruction et la formation permanente aient lieu essentiellement sur place dans les entreprises.
Principalement la phase de placement et de mise au point de nouvelles machines et installations est importante dans ce contexte.
Vu l'intérêt d'un haut niveau de polyvalence et d'engagement des ouvriers, il est opportun d'apprendre à autant d'ouvriers que possible l'usage, l'entretien et la réparation de ces machines et installations.
Etant donné le niveau croissant de spécialisation de l'usage, de l'entretien et de la réparation des machines et des installations de production (fours et séchoirs), il est indiqué que l'instruction et la formation permanente aient lieu essentiellement sur place dans les entreprises.
Principalement la phase de placement et de mise au point de nouvelles machines et installations est importante dans ce contexte.
Vu l'intérêt d'un haut niveau de polyvalence et d'engagement des ouvriers, il est opportun d'apprendre à autant d'ouvriers que possible l'usage, l'entretien et la réparation de ces machines et installations.
Art. 15. Een paritair samengestelde werkgroep zal zich tijdens de duurtijd van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst met de vormingsproblematiek bezighouden.
In eerste instantie zal een evaluatie gemaakt worden van de vormingsinspanningen die er reeds plaatsvinden. Er zal vervolgens worden nagegaan op welke wijze de permanente vorming op de meest adequate wijze kan worden georganiseerd.
Hierbij wordt gestreefd naar een zo ruim mogelijke betrokkenheid van alle werklieden. Niet alleen de werklieden wiens functie rechtstreeks verband houdt met productie, onderhoud en herstelling maar ook de werklieden betrokken bij de ontginning, vervoer en voorbereiding van de grondstoffen, het intern en extern transport en andere algemene of specifieke taken.
In eerste instantie zal een evaluatie gemaakt worden van de vormingsinspanningen die er reeds plaatsvinden. Er zal vervolgens worden nagegaan op welke wijze de permanente vorming op de meest adequate wijze kan worden georganiseerd.
Hierbij wordt gestreefd naar een zo ruim mogelijke betrokkenheid van alle werklieden. Niet alleen de werklieden wiens functie rechtstreeks verband houdt met productie, onderhoud en herstelling maar ook de werklieden betrokken bij de ontginning, vervoer en voorbereiding van de grondstoffen, het intern en extern transport en andere algemene of specifieke taken.
Art. 15. Un groupe de travail, paritairement constitué, s'occupera de la problématique de formation durant toute la durée de la présente convention collective de travail.
En première instance, les efforts de formation qui sont déjà consentis feront l'objet d'une évaluation. Il sera ensuite examiné de quelle manière la formation permanente peut être organisée de la façon la plus appropriée.
On veillera donc à une large implication de tous les ouvriers, pas seulement ceux dont la fonction est directement liée à la production, l'entretien et la réparation, mais également les ouvriers occupés à l'extraction, au transport et préparation des matières premières, au transport interne et externe et à d'autres tâches générales ou spécifiques.
En première instance, les efforts de formation qui sont déjà consentis feront l'objet d'une évaluation. Il sera ensuite examiné de quelle manière la formation permanente peut être organisée de la façon la plus appropriée.
On veillera donc à une large implication de tous les ouvriers, pas seulement ceux dont la fonction est directement liée à la production, l'entretien et la réparation, mais également les ouvriers occupés à l'extraction, au transport et préparation des matières premières, au transport interne et externe et à d'autres tâches générales ou spécifiques.
Art. 16. In tweede instantie zal de werkgroep suggesties formuleren omtrent de verbetering van de organisatie, de evaluatie en de opvolging van de vorming in de bedrijven en de sector in het algemeen.
Art. 16. En seconde instance, le groupe de travail formulera des suggestions pour améliorer l'organisation, l'évaluation et le suivi de la formation dans les entreprises et dans le secteur en général.
HOOFDSTUK IV. - Kwaliteit van de arbeidsomstandigheden.
CHAPITRE IV. - Qualité des conditions de travail.
Art. 17. Aangezien in de sector van de steenbakkerijen sectorale aangelegenheden die verband houden met preventie, bescherming, veiligheid en gezondheid in gewestelijke comités die paritair zijn samengesteld en tweemaal per jaar samenkomen onder voorzitterschap van de mijningenieur-directeur van het Bestuur Kwaliteit en Veiligheid van het Ministerie van Economische Zaken worden behandeld zal voor de aanpak van de problemen van veiligheid en gezondheid eigen aan de sector worden gewerkt via de bestaande gewestelijke comités VGV.
Art. 17. Etant donné que dans le secteur briquetier, les matières sectorielles relevant de la prévention, de la protection, de la sécurité et de l'hygiène sont traitées en comités paritaires régionaux se réunissant deux fois par an sous la présidence de l'ingénieur-directeur des mines de la Gestion Qualité et Sécurité du Ministère des Affaires économiques, les problèmes relatifs à la sécurité et à l'hygiène propres au secteur seront abordés via les comités SHE régionaux existants.
Art. 18. Het uitwerken en regelen van een beleid ter voorkoming van stress op het werk wordt toevertrouwd aan een werkgroep.
Art. 18. L'élaboration et la réglementation d'une politique de prévention du stress sur les lieux de travail sont confiées à un groupe de travail.
HOOFDSTUK V. - Geldigheid.
CHAPITRE V. - Validité.
Art. 19. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 1 januari 2001.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 april 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-04-02/40%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 april 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-04-02/40%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
Art. 19. Cette convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1999 et cesse d'être en vigueur le 1er janvier 2001.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 2 avril 2001.
(Pour l'AR, voir %%2001-04-02/40%%).
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 2 avril 2001.
(Pour l'AR, voir %%2001-04-02/40%%).
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX