Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden van de witzandexploitaties welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Limburg.
Met " werklieden ", worden de arbeiders en arbeidsters bedoeld.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
27 APRIL 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Limburg, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de witzandexploitaties (Overeenkomst geregistreerd op 30 juli 1999, onder het nummer 51798/CO/102.06).
Titre
27 AVRIL 1999. - Convention collective de travail du 27 avril 1999, conclue au sein de la Sous-commission paritaire de l'industrie des carrières de gravier et de sable exploitées à ciel ouvert dans les provinces d'Anvers, de Flandre occidentale, de Flandre orientale et de Limbourg, relative à la prépension conventionnelle à 56 ans dans les exploitations de sable blanc (Convention enregistrée le 30 juillet 1999, sous le numéro 51798/CO/102.06).
Informations sur le document
Numac: 2001A12048
Datum: 1999-04-27
Info du document
Numac: 2001A12048
Date: 1999-04-27
Table des matières
Tekst (9)
Texte (9)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux ouvriers des exploitations de sable blanc à ciel ouvert dans les provinces d'Anvers, de Flandre occidentale, de Flandre orientale et de Limbourg.
Par " ouvriers ", on entend les ouvriers et les ouvrières.
Par " ouvriers ", on entend les ouvriers et les ouvrières.
HOOFDSTUK II. - Bepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions.
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten in uitvoering van het interprofessioneel akkoord van 8 december 1998.
Art. 2. La présente convention collective de travail est conclue en exécution de l'accord interprofessionnel du 8 décembre 1998.
Art. 3. Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen, wordt met ingang van 1 januari 1999 het principe van de toepassing van een regeling van conventioneel brugpensioen in deze sector aanvaard voor het werkend personeel (met uitsluiting van de werknemers die langdurig ziek zijn) dat voor deze formule opteert en tussen 1 januari 1999 en 31 december 2000 de leeftijd van 56 jaar zal bereiken of reeds bereikt heeft, en die 20 jaar nachtarbeid hebben.
Art. 3. Sans préjudice des dispositions de l'arrêté royal du 7 décembre 1992 relatif à l'octroi d'allocations de chômage en cas de prépension conventionnelle, le principe de l'application d'un régime de prépension conventionnelle est admis dans ce secteur, à partir du 1er janvier 1999, pour le personnel actif (à l'exception des travailleurs malades pendant une longue durée) qui opte pour cette formule et qui atteindra ou a déjà atteint l'âge de 56 ans entre le 1er janvier 1999 et le 31 décembre 2000, et qui ont 20 années de travail de nuit.
Art. 4. a) De leeftijd van het brugpensioen van de werknemers die 33 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen rechtvaardigen berekend overeenkomstig artikel 114, § 4, tweede lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsuitkeringen, wordt op 56 jaar gebracht in 1999.
b) Voor de toepassingsmodaliteiten van dit beroepsverleden, wordt de gelijkstelling voor de dagen van volledige werkloosheid tot een maximum van 5 jaar gedurende de loopbaan beperkt.
b) Voor de toepassingsmodaliteiten van dit beroepsverleden, wordt de gelijkstelling voor de dagen van volledige werkloosheid tot een maximum van 5 jaar gedurende de loopbaan beperkt.
Art. 4. a) L'âge de la prépension des travailleurs, qui peuvent se prévaloir de 33 ans de passé professionnel, calculés conformément à l'article 114, § 4, alinéa 2, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 relatif aux allocations de chômage, est ramené à 56 ans en 1999.
b) Pour les modalités d'application de cette carrière professionnelle, l'assimilation des périodes de chômage complet est limitée à un maximum de 5 ans.
b) Pour les modalités d'application de cette carrière professionnelle, l'assimilation des périodes de chômage complet est limitée à un maximum de 5 ans.
Art. 5. De toepassing van de verschillende bepalingen overeenkomstig de artikelen 3 en 4 is evenwel volgende regelingen bepaald :
a) het brugpensioen op 56 jaar zal toegestaan worden voor zover de werknemers die een beroepsverleden van 33 jaar, gelijkstellingsperiodes inbegrepen kunnen getuigen;
b) voor de bruggepensioneerden is er verplichting tot vervanging.
a) het brugpensioen op 56 jaar zal toegestaan worden voor zover de werknemers die een beroepsverleden van 33 jaar, gelijkstellingsperiodes inbegrepen kunnen getuigen;
b) voor de bruggepensioneerden is er verplichting tot vervanging.
Art. 5. L'application des différentes dispositions des articles 3 et 4 est soumise aux conditions suivantes :
a) la prépension à 56 ans sera accordée pour autant que les travailleurs puissent justifier d'un passé professionnel de 33 ans, périodes d'assimilation comprises;
b) pour les prépensionnés, il y a obligation de remplacement.
a) la prépension à 56 ans sera accordée pour autant que les travailleurs puissent justifier d'un passé professionnel de 33 ans, périodes d'assimilation comprises;
b) pour les prépensionnés, il y a obligation de remplacement.
HOOFDSTUK III. - Geldigheid.
CHAPITRE III. - Validité.
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1999 en blijft van toepassing tot en met 31 december 2000.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 oktober 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-10-27/74%%).
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 27 oktober 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-10-27/74%%).
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
Art. 6. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1999 et reste d'application jusqu'au et y compris le 31 décembre 2000.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 27 octobre 2000.
(Pour l'AR, voir %%2000-10-27/74%%).
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 27 octobre 2000.
(Pour l'AR, voir %%2000-10-27/74%%).
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX