Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op de ambtenaren van de volgende organismen :
1. [2 ...]2;
2. het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's;
3. [2 ...]2;
[2 4. het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap.]2
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
7 JUNI 2001. - Besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap houdende organisatie van de organismen van openbaar nut der Duitstalige Gemeenschap en houdende regeling van de aanwerving, de loopbaan en de bezoldiging van de ambtenaren ervan. (Vertaling) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-08-2001 en tekstbijwerking tot 16-05-2025)
Titre
7 JUIN 2001. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté germanophone portant organisation des organismes d'intérêt public de la Communauté germanophone et réglant le recrutement, la carrière et le statut pécuniaire de leurs agents. (Traduction) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-08-2001 et mise à jour au 16-05-2025)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (59)
Texte (59)
Article 1. Le présent arrêté s'applique aux agents des organismes suivants :
1. [2 ...]2;
2. l'Institut pour la formation et la formation continue dans les Classes moyennes et les PME;
3. [2 ...]2;
[2 4° le Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants.]2
1. [2 ...]2;
2. l'Institut pour la formation et la formation continue dans les Classes moyennes et les PME;
3. [2 ...]2;
[2 4° le Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants.]2
Art. 2. § 1. Het besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap van 27 december 1996 houdende organisatie van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap en houdende regeling van de aanwerving, de loopbaan en de bezoldiging van de ambtenaren is van toepassing op de ambtenaren en de stagiairs van de organismen vermeld in artikel 1, behoudens de modaliteiten vastgelegd in dit besluit.
§ 2. De bepalingen die die van het in § 1 vermelde besluit wijzigen, aanvullen of vervangen, zijn van rechtswege toepasselijk op de ambtenaren en de stagiairs, behalve als ze afwijken van bepalingen waarop de aanpassingsmaatregelen waarin dit besluit voorziet, betrekking hebben.
§ 2. De bepalingen die die van het in § 1 vermelde besluit wijzigen, aanvullen of vervangen, zijn van rechtswege toepasselijk op de ambtenaren en de stagiairs, behalve als ze afwijken van bepalingen waarop de aanpassingsmaatregelen waarin dit besluit voorziet, betrekking hebben.
Art. 2. § 1. L'arrêté du Gouvernement de la Communauté germanophone du 27 décembre 1996 portant organisation du Ministère de la Communauté germanophone et réglant le recrutement, la carrière et le statut pécuniaire des agents est applicable aux agents et stagiaires des organismes mentionnés à l'article 1, sous réserve des modalités fixées dans le présent arrêté.
§ 2. Les dispositions qui peuvent modifier, compléter ou remplacer l'arrêté visé au § 1 s'appliquent de plein droit aux agents et stagiaires des organismes sauf si elles dérogent à des dispositions auxquelles se rapportent les mesures d'adaptation prévues dans le présent arrêté.
§ 2. Les dispositions qui peuvent modifier, compléter ou remplacer l'arrêté visé au § 1 s'appliquent de plein droit aux agents et stagiaires des organismes sauf si elles dérogent à des dispositions auxquelles se rapportent les mesures d'adaptation prévues dans le présent arrêté.
Art. 3. Met het oog op zijn toepassing op de ambtenaren en stagairs van de organismen vermeld in artikel 1 wordt het bovenvermelde besluit van 27 december 1996 aangepast zoals bepaald in de artikelen 4 tot 18.
Art. 3. En vue de son application aux agents et stagiaires des organismes mentionnés à l'article 1, l'arrêté susvisé du 27 décembre 1996 est adapté, comme prévu dans les articles 4 à 18 du présent arrêté.
Art. 4. In de artikelen 1 tot 5, 11, 12, lid 1, 13 tot 15, 23, 32, lid 1, eerste en derde zin, 36.1, 36.12, 36.14, [1 41, 44, 45]1, 69, 71, 73 en 90, van het bovenvermelde besluit van 27 december 1996, alsmede in de titel van de bijlagen 1 en 3 bij dit besluit worden de woorden " Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap " en " Ministerie " door het woord " organisme " vervangen.
Modifications
Art. 4. Dans les articles 1er à 5, 11, 12, alinéa 1er, 13 à 15, 23, 32, alinéa 1er, première et troisième phrases, 36.1, 36.12, 36.14, [1 41, 44, 45]1, 69, 71, 73 et 90 de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé, ainsi que dans le titre des annexes 1re et 3 de cet arrêté, les mots "Ministère de la Communauté germanophone" et "Ministère" sont remplacés par le mot "organisme".
Modifications
Art. 5. In artikel 3, § 1, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden " Minister bevoegd inzake openbaar ambt " door de woorden " toezichthoudende minister " vervangen.
Art. 5. Dans l'article 3, § 1, 3°, du même arrêté, les mots " Ministre compétent en matière de fonction publique " sont remplacés par les mots " Ministre de tutelle ".
Art. 6. Artikel 9 van hetzelfde besluit luidt als volgt :
" Artikel 9. De vacantverklaring van betrekkingen, de toelatingen tot de stage en de benoemingen worden, behalve voor de betrekking als afgevaardigd directeur, door de Raad van beheer besloten. De vacantverklaring van betrekkingen moet door de Regering bekrachtigd worden. "
" Artikel 9. De vacantverklaring van betrekkingen, de toelatingen tot de stage en de benoemingen worden, behalve voor de betrekking als afgevaardigd directeur, door de Raad van beheer besloten. De vacantverklaring van betrekkingen moet door de Regering bekrachtigd worden. "
Art. 6. L'article 9 du même arrêté est rédigé comme suit :
" Article 9. Les déclarations de vacance d'emplois, les admissions au stage et les nominations sont décidées par le Conseil d'administration, sauf pour ce qui concerne le directeur délégué. Les déclarations de vacance d'emplois doivent être entérinées par le Gouvernement. "
" Article 9. Les déclarations de vacance d'emplois, les admissions au stage et les nominations sont décidées par le Conseil d'administration, sauf pour ce qui concerne le directeur délégué. Les déclarations de vacance d'emplois doivent être entérinées par le Gouvernement. "
Art. 7. Artikel 10 van hetzelfde besluit luidt als volgt :
" Artikel 10. De afgevaardigde directeur leidt het organisme en houdt toezicht op de uitvoering van de beslissingen van de Raad van beheer.
De afgevaardigde directeur of een door hem onder de ambtenaren met een graad van niveau I aangewezen ambtenaar, past maatregelen toe mbt de integratie van de stagiairs en de vorming van de stagiairs of ambtenaren en begeleidt de stageperiode ".
" Artikel 10. De afgevaardigde directeur leidt het organisme en houdt toezicht op de uitvoering van de beslissingen van de Raad van beheer.
De afgevaardigde directeur of een door hem onder de ambtenaren met een graad van niveau I aangewezen ambtenaar, past maatregelen toe mbt de integratie van de stagiairs en de vorming van de stagiairs of ambtenaren en begeleidt de stageperiode ".
Art. 7. L'article 10 du même arrêté est rédigé comme suit :
" L'article 10. Le directeur délégué dirige l'organisme et contrôle l'exécution des décisions du Conseil d'administration.
Le directeur délégué ou un agent qu'il désigne parmi les agents d'un grade de niveau I applique des mesures visant l'intégration des stagiaires et la formation des stagiaires ou des agents et guide le stage. "
" L'article 10. Le directeur délégué dirige l'organisme et contrôle l'exécution des décisions du Conseil d'administration.
Le directeur délégué ou un agent qu'il désigne parmi les agents d'un grade de niveau I applique des mesures visant l'intégration des stagiaires et la formation des stagiaires ou des agents et guide le stage. "
Art. 8. [1 In de artikelen 14, 23, 26, 28, 55, 62, 87.1 en 90 ]1 van hetzelfde besluit worden, naargelang het geval, de woorden " Secretaris-generaal ", " hoofd van de afdeling waar de stage plaatsvindt ", " hoofd van de afdeling waarin de stage verricht wordt " en " afdelingshoofd dat de evaluatie toekent " telkens door " afgevaardigde directeur " vervangen.
Modifications
Art. 8. [1 Dans les articles 14, 23, 26, 28, 55, 62, 87.1 et 90]1 du même arrêté, les mots " Secrétaire général ", " chef de la division où se déroule le stage ", " chef de la division dans laquelle se déroule le stage " et " chef de division qui émet l'évaluation " selon le cas, sont remplacés par les mots " directeur délégué ".
Modifications
Art. 9. Artikel 11, § 1, van hetzelfde besluit luidt als volgt :
" Artikel 11. § 1. De Regering legt de samenstelling en de werking van de directieraad van elk organisme vast ".
" Artikel 11. § 1. De Regering legt de samenstelling en de werking van de directieraad van elk organisme vast ".
Art. 9. L'article 11, § 1 du même arrêté est rédigé comme suit :
" Article 11. § 1. Le Gouvernement fixe la composition et le fonctionnement du Conseil de direction de chaque organisme ".
" Article 11. § 1. Le Gouvernement fixe la composition et le fonctionnement du Conseil de direction de chaque organisme ".
Art.9.1. [1 In artikel 11.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. in het eerste lid worden de woorden "van het Ministerie" vervangen door de woorden "van het organisme", worden de woorden "De Regering" vervangen door de woorden "De raad van bestuur" en worden de woorden "de Minister die bevoegd is voor de betrokken aangelegenheden" vervangen door de woorden "de afgevaardigd directeur";
2. het artikel wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
"De Regering bepaalt het aantal departementen en het aantal administratieve eenheiden binnen het organisme.]1
1. in het eerste lid worden de woorden "van het Ministerie" vervangen door de woorden "van het organisme", worden de woorden "De Regering" vervangen door de woorden "De raad van bestuur" en worden de woorden "de Minister die bevoegd is voor de betrokken aangelegenheden" vervangen door de woorden "de afgevaardigd directeur";
2. het artikel wordt aangevuld met een derde lid, luidende:
"De Regering bepaalt het aantal departementen en het aantal administratieve eenheiden binnen het organisme.]1
Art.9.1. [1 A l'article 11.1 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " du Ministère ", " par le Gouvernement " et " du ministre compétent pour les matières concernées " sont respectivement remplacé par les mots " de l'organisme ", " par le conseil d'administration " et " du directeur délégué ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Gouvernement fixe le nombre de départements et des unités au sein de l'organisme.]1
1° dans l'alinéa 1er, les mots " du Ministère ", " par le Gouvernement " et " du ministre compétent pour les matières concernées " sont respectivement remplacé par les mots " de l'organisme ", " par le conseil d'administration " et " du directeur délégué ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le Gouvernement fixe le nombre de départements et des unités au sein de l'organisme.]1
Art.9.2. [1 In artikel 11.2 van hetzelfde besluit worden de woorden "De Regering" vervangen door de woorden "De raad van bestuur" en worden de woorden "het Ministerie" vervangen door de woorden "het organisme.]1
Art.9.2. [1 Dans l'article 11.2 du même arrêté, les mots " Le Gouvernement " et " le Ministère " sont respectivement remplacés par les mots " Le conseil d'administration " et " l'organisme "]1
Art.9.3. [1 In artikel 11.3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. de woorden "het Ministerie" worden vervangen door de woorden "het organisme" en de woorden "de plaatsvervangende secretaris-generaal bevoegd voor Personeel" wordt telkens vervangen door de woorden "de afgevaardigd directeur";
2. het artikel wordt aangevuld met een zesde lid, luidende:
"Als het organisme geen directieraad heeft, worden de taken van de directieraad uitgeoefend door de raad van bestuur.]1
1. de woorden "het Ministerie" worden vervangen door de woorden "het organisme" en de woorden "de plaatsvervangende secretaris-generaal bevoegd voor Personeel" wordt telkens vervangen door de woorden "de afgevaardigd directeur";
2. het artikel wordt aangevuld met een zesde lid, luidende:
"Als het organisme geen directieraad heeft, worden de taken van de directieraad uitgeoefend door de raad van bestuur.]1
Art.9.3. [1 A l'article 11.3 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " le Ministère " sont remplacés par les mots " l'organisme " et les mots " secrétaire général suppléant compétent en matière de Personnel " par les mots " directeur délégué ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" S'il n'existe pas de conseil de direction au sein de l'organisme, c'est le conseil d'administration qui en remplit les missions.]1
1° les mots " le Ministère " sont remplacés par les mots " l'organisme " et les mots " secrétaire général suppléant compétent en matière de Personnel " par les mots " directeur délégué ";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" S'il n'existe pas de conseil de direction au sein de l'organisme, c'est le conseil d'administration qui en remplit les missions.]1
Art. 10. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met volgend lid :
" Het programma van het vergelijkend wervingsexamen voor de graad " afgevaardigd directeur " wordt door de Regering van de Duitstalige Gemeenschap vastgelegd na overleg met de Vaste Wervingssecretaris. "
" Het programma van het vergelijkend wervingsexamen voor de graad " afgevaardigd directeur " wordt door de Regering van de Duitstalige Gemeenschap vastgelegd na overleg met de Vaste Wervingssecretaris. "
Art. 10. L'article 14 du même arrêté est complété par l'alinéa suivant :
" Le programme du concours de recrutement pour le grade de " directeur délégué " est établi par le Gouvernement de la Communauté germanophone après concertation avec le Secrétaire permanent au recrutement. "
" Le programme du concours de recrutement pour le grade de " directeur délégué " est établi par le Gouvernement de la Communauté germanophone après concertation avec le Secrétaire permanent au recrutement. "
Art. 11. Artikel 15, § 1, van hetzelfde besluit luidt als volgt :
" Artikel 15. § 1. Bijzondere wervingsvoorwaarden kunnen worden opgelegd, wanneer het te verlenen ambt het vereist. Zij worden bepaald door de afgevaardigde directeur na overleg met de Vaste Wervingssecretaris en de directieraad. "
" Artikel 15. § 1. Bijzondere wervingsvoorwaarden kunnen worden opgelegd, wanneer het te verlenen ambt het vereist. Zij worden bepaald door de afgevaardigde directeur na overleg met de Vaste Wervingssecretaris en de directieraad. "
Art. 11. L'article 15, § 1, du même arrêté est rédigé comme suit :
" Article 15. § 1. Des conditions spécifiques de recrutement peuvent être imposées si la fonction à conférer l'exige. Elles sont fixées par le directeur délégué après concertation avec le Secrétaire permanent au recrutement et le Conseil de direction. "
" Article 15. § 1. Des conditions spécifiques de recrutement peuvent être imposées si la fonction à conférer l'exige. Elles sont fixées par le directeur délégué après concertation avec le Secrétaire permanent au recrutement et le Conseil de direction. "
Art. 12. In artikel 32 van hetzelfde besluit wordt de zin " De secretaris-generaal of een door hem binnen het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap aangewezen vertegenwoordiger bekleedt het voorzitterschap " door " De afgevaardigde directeur of een door hem aangewezen vertegenwoordiger bekleedt het voorzitterschap " vervangen, behalve voor het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's, waar het woord " secretaris-generaal " door de woorden " voorzitter van de Raad van beheer " wordt vervangen.
Art. 12. Dans l'article 32 du même arrêté, la phrase " Le secrétaire général ou un représentant désigné par lui au sein du Ministère de la Communauté germanophone assure la présidence " est remplacée par " Le directeur délégué ou un représentant désigné par lui assure la présidence ", sauf pour l'Institut de Formation permanente pour les Classes moyennes et les Petites et Moyennes Entreprises où le terme " secrétaire général " est remplacé par le terme " président du conseil d'administration ".
Art. 12.1. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 26; Inwerkingtreding : 01-10-2003> In de artikelen 36.1, 36.3, 36.4 en 36.6 van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 wordt het woord " secretaris-generaal " door de woorden " president van de Raad van beheer " vervangen.
In de artikelen 36.2, 36.4, lid 3, 36.6 en 36.7 van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 wordt het woord " Regering " door de woorden " Raad van beheer " vervangen.
In de artikelen 36.2, 36.4, lid 3, 36.6 en 36.7 van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 wordt het woord " Regering " door de woorden " Raad van beheer " vervangen.
Art. 12.1. Aux articles 36.1, 36.3, 36.4 et 36.6 de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé, les mots " secrétaire général " sont remplacés par " président du conseil d'administration ".
Aux articles 36.2, 36.4, alinéa 3, 36.6 et 36.7 de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé, le mot " Gouvernement " est remplacé par " conseil d'administration.
Aux articles 36.2, 36.4, alinéa 3, 36.6 et 36.7 de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé, le mot " Gouvernement " est remplacé par " conseil d'administration.
Art. 12.2. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 27; Inwerkingtreding : 01-10-2003> Artikel 36.4, lid 4, luidt als volgt : De president van de Raad van beheer stelt drie weken vóór het einde van de stage een vierde stageverslag op met een aanbeveling om al dan niet tot een benoeming over te gaan. De stagiair moet dit verslag onverwijld viseren om te bekrachtigen dat hij ervan kennis heeft genomen. Hij krijgt een afschrift ervan. Het verslag en de aanbeveling worden onverwijld aan de Raad van beheer toegestuurd.
Art. 12.2. L'article 36.4, alinéa 4, est rédigé comme suit : " Trois semaines avant la fin du stage, le président du conseil d'administration établit un quatrième rapport de stage contenant la recommandation de nommer ou pas. Le stagiaire vise immédiatement ce rapport pour attester qu'il en a pris connaissance. Il en reçoit copie. Le rapport et la recommandation sont immédiatement transmis au conseil d'administration. "
Art. 12.3. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 28; Inwerkingtreding : 01-10-2003> Artikel 36.8, § 1, luidt als volgt :
§ 1. Stelt de Raad van beheer op het einde van de stage vast dat de stage met vrucht werd volbracht, dan gaat de Regering onmiddellijk over tot de benoeming.
§ 1. Stelt de Raad van beheer op het einde van de stage vast dat de stage met vrucht werd volbracht, dan gaat de Regering onmiddellijk over tot de benoeming.
Art. 12.3. L'article 36.8, § 1er, est rédigé comme suit :
" § 1er. Lorsque le conseil d'administration, à la fin du stage, constate la réussite de celui-ci, la nomination par le Gouvernement intervient directement. "
" § 1er. Lorsque le conseil d'administration, à la fin du stage, constate la réussite de celui-ci, la nomination par le Gouvernement intervient directement. "
Art. 13. [1 ...]1
Art. 13. [1 ...]1
Art. 14. [1 Artikel 39 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
« Artikel 39. § 1. Na overleg met de afgevaardigde directeur nodigt de onmiddellijke hiërarchische meerdere de ambtenaar tot een gesprek uit ten einde voor de evaluatie pertinente gegevens te verkrijgen en de evaluatie voor te bereiden. De evaluatiecriteria vermeld in artikel 38, § 2, dienen als basis.
Na het gesprek stelt de onmiddellijke meerdere een verslag op. De ambtenaar kan zijn opmerkingen doen gelden. De afgevaardigde directeur bepaalt de nadere vorm van het verslag.
De directieraad wijst de onmiddellijke hiërarchische meerderen aan wier naam vooraf door de afgevaardigde directeur werd medegedeeld. Het kan gaan om ambtenaren, contractuele personeelsleden en personeelsleden van het onderwijs die in de inrichting een bijzondere opdracht vervullen.
§ 2. De afgevaardigde directeur verricht de evaluatie nadat hij het verslag gelezen en een gesprek met de ambtenaar heeft gehad.
§ 3. Bij het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's vindt, in afwijking van § 1, geen gesprek plaats in het kader van de evaluatie en wordt geen verslag opgesteld. »]1
« Artikel 39. § 1. Na overleg met de afgevaardigde directeur nodigt de onmiddellijke hiërarchische meerdere de ambtenaar tot een gesprek uit ten einde voor de evaluatie pertinente gegevens te verkrijgen en de evaluatie voor te bereiden. De evaluatiecriteria vermeld in artikel 38, § 2, dienen als basis.
Na het gesprek stelt de onmiddellijke meerdere een verslag op. De ambtenaar kan zijn opmerkingen doen gelden. De afgevaardigde directeur bepaalt de nadere vorm van het verslag.
De directieraad wijst de onmiddellijke hiërarchische meerderen aan wier naam vooraf door de afgevaardigde directeur werd medegedeeld. Het kan gaan om ambtenaren, contractuele personeelsleden en personeelsleden van het onderwijs die in de inrichting een bijzondere opdracht vervullen.
§ 2. De afgevaardigde directeur verricht de evaluatie nadat hij het verslag gelezen en een gesprek met de ambtenaar heeft gehad.
§ 3. Bij het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's vindt, in afwijking van § 1, geen gesprek plaats in het kader van de evaluatie en wordt geen verslag opgesteld. »]1
Modifications
Art. 14. [1 L'article 39 du même arrêté doit être lu comme suit :
« Article 39. § 1er. Après s'être concerté avec le directeur délégué, le supérieur hiérarchique immédiat invite l'agent à un entretien afin de recueillir des informations pertinentes pour l'évaluation et de préparer celle-ci. Les critères d'évaluation mentionnés à l'article 38, § 2, serviront de base.
Après l'entretien, le supérieur hiérarchique immédiat établit un rapport. L'agent peut formuler ses remarques. Le directeur délégué détermine plus précisément la forme de ce rapport.
Le conseil de direction désigne les supérieurs hiérarchiques immédiats dont le nom a d'abord été communiqué par le directeur délégué. Il peut s'agir de fonctionnaires, de contractuels et de membres du personnel de l'enseignement assurant une mission auprès de l'organisme.
§ 2. Le directeur délégué procédera à l'évaluation après examen dudit rapport et après un entretien avec l'agent.
§ 3. Par dérogation au § 1er, il n'y a ni entretien ni rapport dans le cadre de l'évaluation en ce qui concerne l'Institut de Formation permanente pour les Classes moyennes et les Petites et Moyennes Entreprises. »]1
« Article 39. § 1er. Après s'être concerté avec le directeur délégué, le supérieur hiérarchique immédiat invite l'agent à un entretien afin de recueillir des informations pertinentes pour l'évaluation et de préparer celle-ci. Les critères d'évaluation mentionnés à l'article 38, § 2, serviront de base.
Après l'entretien, le supérieur hiérarchique immédiat établit un rapport. L'agent peut formuler ses remarques. Le directeur délégué détermine plus précisément la forme de ce rapport.
Le conseil de direction désigne les supérieurs hiérarchiques immédiats dont le nom a d'abord été communiqué par le directeur délégué. Il peut s'agir de fonctionnaires, de contractuels et de membres du personnel de l'enseignement assurant une mission auprès de l'organisme.
§ 2. Le directeur délégué procédera à l'évaluation après examen dudit rapport et après un entretien avec l'agent.
§ 3. Par dérogation au § 1er, il n'y a ni entretien ni rapport dans le cadre de l'évaluation en ce qui concerne l'Institut de Formation permanente pour les Classes moyennes et les Petites et Moyennes Entreprises. »]1
Modifications
Art.14.1. [1 Artikel 58 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een vierde lid, luidende:
"De 'vermindering van de rang- of niveauanciënniteit' vermeld in het tweede en het derde lid moet vooraf schriftelijk worden goedgekeurd door de Regering.]1
"De 'vermindering van de rang- of niveauanciënniteit' vermeld in het tweede en het derde lid moet vooraf schriftelijk worden goedgekeurd door de Regering.]1
Art.14.1. [1 L'article 58 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" La réduction de l'ancienneté de rang ou de niveau, selon le cas, mentionnée aux alinéas 2 et 3, requiert l'autorisation préalable du Gouvernement.]1
" La réduction de l'ancienneté de rang ou de niveau, selon le cas, mentionnée aux alinéas 2 et 3, requiert l'autorisation préalable du Gouvernement.]1
Art. 15. [1 In artikel 41 worden de woorden « het bevoegde afdelingshoofd » en « de secretaris-generaal » respectievelijk vervangen door « de afgevaardigde directeur » en « de Minister bevoegd inzake Personeel]1
Modifications
Art. 15. [1 Dans l'article 41, les termes « le chef de division compétent » et « le secrétaire général » sont respectivement remplacés par « le directeur délégué » et « le Ministre compétent en matière de Personnel ».]1
Modifications
Art. 15.1. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 29; Inwerkingtreding : 01-01-2004> In de artikelen 88, 91, 99, 140, 146, 149, § 2, 152, 161, 167, § 4, en 202 van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 dient onder " Ministerie " " het betrokken organisme van openbaar nut " te worden verstaan.
Art. 15.1. Aux articles 88, 91, 99, 140, 146, 149, § 2, 152, 161, 167, § 4, et 202 de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé, il faut lire " l'organisme d'intérêt public concerné " en lieu et place de " Ministère ".
Art. 15.2. In de artikelen [2 ...]2 91, 104, [2 117.1]2, 120, § 2, 125.1, 126, 132, 154, 155, 168, lid 1, 169, 171, 172 [1 , 191.2, 191.5]1 en 217 van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 dient onder " secretaris-generaal " " afgevaardigde directeur " te worden verstaan.
Art. 15.2. Aux articles [2 ...]2, 91, 104, [2 117.1]2, 120, § 2, 125.1, 126, 132, 154, 155, 168, alinéa 1, 169, 171, 172 [1 , 191.2, 191.5]1 et 217 de l'arrêté du 27 décembre 1996 précité, l'on entend par " secrétaire général " le " directeur délégué ".
Art. 15.3. [1 In de artikelen 105, 121, 137, tweede lid, 139, 159, 162, 170, 174 en 187 van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 dient onder " afdelingshoofd " " afgevaardigde directeur " te worden verstaan.]1
Modifications
Art. 15.3. [1 Aux articles 105, 121, 137, alinéa 2, 139, 159, 162, 170, 174 et 187 de l'arrêté du 27 décembre 1996 précité, l'on entend par " chef de division " le " directeur délégué ".]1
Modifications
Art. 15.4. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 32; Inwerkingtreding : 01-01-2004> In de artikelen [1 ...]1 138, 180, 181 en 183 van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 dient onder " Regering " " Raad van beheer " te worden verstaan.
Modifications
Art. 15.4. Aux articles [1 ...]1 138, 180, 181 et 183 de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé, il faut lire " conseil d'administration " en lieu et place de " Gouvernement ".
Modifications
Art. 15.5. [1 Het tweede en het derde lid van artikel 117 van het bovenvermeld besluit van 27 december 1996 worden vervangen door de volgende bepalingen:
"De ambtenaar moet bij de afgevaardigd directeur een schriftelijke aanvraag indienen en voor de bepalingen onder 2° en 3° moet hij dit minstens één maand van tevoren doen.
De beslissing wordt genomen door de afgevaardigd directeur, na overleg met de onmiddellijke hiërarchische meerdere van de betrokken ambtenaar."]1
"De ambtenaar moet bij de afgevaardigd directeur een schriftelijke aanvraag indienen en voor de bepalingen onder 2° en 3° moet hij dit minstens één maand van tevoren doen.
De beslissing wordt genomen door de afgevaardigd directeur, na overleg met de onmiddellijke hiërarchische meerdere van de betrokken ambtenaar."]1
Modifications
Art. 15.5. [1 L'article 117, alinéas 2 et 3, de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé sont rédigés comme suit :
"Le fonctionnaire doit introduire une demande écrite auprès du directeur délégué, au moins un mois à l'avance pour le 2° et le 3°.
La décision est prise par le directeur délégué en concertation avec le supérieur hiérarchique immédiat de l'agent concerné."]1
"Le fonctionnaire doit introduire une demande écrite auprès du directeur délégué, au moins un mois à l'avance pour le 2° et le 3°.
La décision est prise par le directeur délégué en concertation avec le supérieur hiérarchique immédiat de l'agent concerné."]1
Modifications
Art. 15.6. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 34; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Artikel 120, lid 1, van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 luidt als volgt :
" Een ambtenaar die een verlof voor persoonlijke aangelegenheden wenst te genieten, dient uiterlijk twee maanden vóór het begin van dit verlof een schriftelijke aanvraag bij de afgevaardigde-directeur in die daarover beslist. "
" Een ambtenaar die een verlof voor persoonlijke aangelegenheden wenst te genieten, dient uiterlijk twee maanden vóór het begin van dit verlof een schriftelijke aanvraag bij de afgevaardigde-directeur in die daarover beslist. "
Art. 15.6. L'article 120, alinéa 1er, de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé est rédigé comme suit :
" Un agent qui souhaite demander un congé pour convenance personnelle introduit, au plus tard deux mois avant le début dudit congé, une demande écrite auprès du directeur délégué, lequel prend la décision. "
" Un agent qui souhaite demander un congé pour convenance personnelle introduit, au plus tard deux mois avant le début dudit congé, une demande écrite auprès du directeur délégué, lequel prend la décision. "
Art. 15.7. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 35; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Artikel 137, lid 3, van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 luidt als volgt :
" De afgevaardigde-directeur neemt de beslissing. "
" De afgevaardigde-directeur neemt de beslissing. "
Art. 15.7. L'article 137, alinéa 3, de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé est rédigé comme suit :
" Le directeur délégué prend la décision. "
" Le directeur délégué prend la décision. "
Art. 15.8. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 36; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Artikel 158, tweede zin, van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 luidt als volgt :
" De verplichting om een opleiding of voortgezette opleiding te volgen, wordt door de afgevaardigde-directeur uitgesproken. "
" De verplichting om een opleiding of voortgezette opleiding te volgen, wordt door de afgevaardigde-directeur uitgesproken. "
Art. 15.8. L'article 158, deuxième phrase, de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé est rédigé comme suit :
" C'est le directeur délégué qui décide du caractère obligatoire d'une formation ou formation continue. "
" C'est le directeur délégué qui décide du caractère obligatoire d'une formation ou formation continue. "
Art. 15.9. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 37; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Artikel 160, van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 luidt als volgt :
" Artikel 160. De afgevaardigde-directeur beslist over de aanvraag van de ambtenaar binnen 10 werkdagen en deelt zijn beslissing aan de ambtenaar schriftelijk mede.
Indien de aanvraag verworpen wordt, is een motivering geëist.
De betrokken ambtenaar kan tegen de beslissing bij de president van de Raad van beheer opkomen, die de definitieve beslissing neemt. De president van de Raad van beheer informeert de Raad van beheer over de beroepen. "
" Artikel 160. De afgevaardigde-directeur beslist over de aanvraag van de ambtenaar binnen 10 werkdagen en deelt zijn beslissing aan de ambtenaar schriftelijk mede.
Indien de aanvraag verworpen wordt, is een motivering geëist.
De betrokken ambtenaar kan tegen de beslissing bij de president van de Raad van beheer opkomen, die de definitieve beslissing neemt. De president van de Raad van beheer informeert de Raad van beheer over de beroepen. "
Art. 15.9. L'article 160 de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé est rédigé comme suit :
" Article 160. Le directeur délégué statue dans les dix jours ouvrables sur la demande introduite par l'agent et communique sa décision par écrit à l'agent.
Un refus de la demande doit être motivé.
L'intéressé a un droit de recours auprès du président du conseil d'administration, lequel statue définitivement. Le président du conseil d'administration informe le Conseil d'administration des recours introduits. "
" Article 160. Le directeur délégué statue dans les dix jours ouvrables sur la demande introduite par l'agent et communique sa décision par écrit à l'agent.
Un refus de la demande doit être motivé.
L'intéressé a un droit de recours auprès du président du conseil d'administration, lequel statue définitivement. Le président du conseil d'administration informe le Conseil d'administration des recours introduits. "
Art. 15.9.1. <INGEVOEGD bij BDG 2006-10-19/41, art. 26; Inwerkingtreding : 25-12-2006> Artikel 161 van bovenvermeld besluit luidt als volgt :
De Raad van beheer bepaalt de gevallen waar de kosten van een opleiding of voortgezette opleiding door de Duitstalige Gemeenschap worden gedragen.
De Raad van beheer bepaalt de gevallen waar de kosten van een opleiding of voortgezette opleiding door de Duitstalige Gemeenschap worden gedragen.
Art. 15.9.1. L'article 161 de l'arrêté précité est rédigé comme suit :
Le conseil d'administration détermine dans quels cas le coût d'une formation ou d'une formation continue est supporté par l'organisme.
Le conseil d'administration détermine dans quels cas le coût d'une formation ou d'une formation continue est supporté par l'organisme.
Art. 15.10. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 38; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Artikel 168, lid 2, van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 luidt als volgt :
" Ten minste twee maanden vóór het begin van het gewenste verlof dient de ambtenaar zijn met redenen omkleed verzoek langs hiërarchische weg bij de afgevaardigde directeur in. Een studiebeschrijving en een lijst met de voorziene afwezigheidsperiodes moeten bij de aanvraag worden gevoegd. "
" Ten minste twee maanden vóór het begin van het gewenste verlof dient de ambtenaar zijn met redenen omkleed verzoek langs hiërarchische weg bij de afgevaardigde directeur in. Een studiebeschrijving en een lijst met de voorziene afwezigheidsperiodes moeten bij de aanvraag worden gevoegd. "
Art. 15.10. L'article 168, alinéa 2 de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé est rédigé comme suit :
" Deux mois au moins avant le début du congé sollicité, l'agent introduit sa demande motivée par la voie hiérarchique auprès du directeur délégué. La demande doit être accompagnée d'une description des cours et d'un relevé des périodes d'absence prévues. "
" Deux mois au moins avant le début du congé sollicité, l'agent introduit sa demande motivée par la voie hiérarchique auprès du directeur délégué. La demande doit être accompagnée d'une description des cours et d'un relevé des périodes d'absence prévues. "
Art. 15.11. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 39; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Artikel 175 van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 luidt als volgt :
" De aanvraag om dienstvrijstelling om een opdracht uit te voeren wordt bij de president van de Raad van beheer ingediend. Een uitvoerige beschrijving van de opdracht met vermelding van de begindatum van de opdracht alsmede de vermoedelijke duur van de dienstvrijstelling wordt bij de aanvraag gevoegd.
De president van de Raad van beheer beslist na het advies van de betrokken afgevaardigdedirecteur te hebben ingewonnen en deelt zijn beslissing aan de ambtenaar schriftelijk mede.
In geval van een ongunstige beslissing ontvangt de ambtenaar een schriftelijke motivering binnen 10 werkdagen na ontvangst van de aanvraag. "
" De aanvraag om dienstvrijstelling om een opdracht uit te voeren wordt bij de president van de Raad van beheer ingediend. Een uitvoerige beschrijving van de opdracht met vermelding van de begindatum van de opdracht alsmede de vermoedelijke duur van de dienstvrijstelling wordt bij de aanvraag gevoegd.
De president van de Raad van beheer beslist na het advies van de betrokken afgevaardigdedirecteur te hebben ingewonnen en deelt zijn beslissing aan de ambtenaar schriftelijk mede.
In geval van een ongunstige beslissing ontvangt de ambtenaar een schriftelijke motivering binnen 10 werkdagen na ontvangst van de aanvraag. "
Art. 15.11. L'article 175 de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé est rédigé comme suit :
" Article 175. La demande de dispense de service pour mission est introduite auprès du président du conseil d'administration. La demande est accompagnée d'une description détaillée de la mission, avec mention du début de celle-ci et de la durée probable de la dispense de service.
Le président du conseil d'administration prend sa décision sur avis du directeur délégué concerné et la communique par écrit à l'agent.
En cas de décision négative, l'agent reçoit communication écrite de la motivation dans les dix jours ouvrables suivant la réception de la demande. "
" Article 175. La demande de dispense de service pour mission est introduite auprès du président du conseil d'administration. La demande est accompagnée d'une description détaillée de la mission, avec mention du début de celle-ci et de la durée probable de la dispense de service.
Le président du conseil d'administration prend sa décision sur avis du directeur délégué concerné et la communique par écrit à l'agent.
En cas de décision négative, l'agent reçoit communication écrite de la motivation dans les dix jours ouvrables suivant la réception de la demande. "
Art. 15.12. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 40; Inwerkingtreding : 01-01-2004> In artikel 178 van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 dient onder " Minister bevoegd inzake Personeel " " president van de Raad van beheer " te worden verstaan.
Art. 15.12. A l'article 178 de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé, il faut lire " président du conseil d'administration " au lieu de " ministre compétent en matière de Personnel ".
Art. 15.13. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 41; Inwerkingtreding : 01-01-2004> In de artikelen 173 en 198 van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 dient onder " afdelingshoofd " " afgevaardigde-directeur " te worden verstaan.
De woorden " en aan de secretaris-generaal ", ", de secretaris-generaal " en " en van de secretaris-generaal " worden geschrapt zonder vervangen te worden.
De woorden " en aan de secretaris-generaal ", ", de secretaris-generaal " en " en van de secretaris-generaal " worden geschrapt zonder vervangen te worden.
Art. 15.13. Aux articles 173 et 198 de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé, il faut lire " directeur délégué " au lieu de " chef de division ".
Les mots " et au secrétaire général ", " ainsi que le secrétaire général " et " et du secrétaire général " sont supprimés sans être remplacés.
Les mots " et au secrétaire général ", " ainsi que le secrétaire général " et " et du secrétaire général " sont supprimés sans être remplacés.
Art. 15.14. <INGEVOEGD bij BDG 2003-12-11/51, art. 42; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Artikel 201 van bovenvermeld besluit van 27 december 1996 luidt als volgt :
" Artikel 201. Het voorstel dat ertoe strekt een tuchtstraf op te leggen wordt door de afgevaardigde-directeur gedaan. Betreft het voorstel de afgevaardigde directeur, dan wordt het door de minister bevoegd inzake Personeel gedaan.
De afgevaardigde-directeur die het voorstel heeft gedaan, neemt niet deel aan de beraadslaging over het uitspreken van de tuchtstraf. "
" Artikel 201. Het voorstel dat ertoe strekt een tuchtstraf op te leggen wordt door de afgevaardigde-directeur gedaan. Betreft het voorstel de afgevaardigde directeur, dan wordt het door de minister bevoegd inzake Personeel gedaan.
De afgevaardigde-directeur die het voorstel heeft gedaan, neemt niet deel aan de beraadslaging over het uitspreken van de tuchtstraf. "
Art. 15.14. L'article 201 de l'arrêté du 27 décembre 1996 susvisé est rédigé comme suit :
" Article 201. La proposition de peine disciplinaire émane du directeur délégué. Si la proposition concerne le directeur délégué, elle émane du ministre compétent en matière de Personnel.
Le directeur délégué qui a fait la proposition ne participe pas aux délibérations portant sur la peine disciplinaire à prononcer. "
" Article 201. La proposition de peine disciplinaire émane du directeur délégué. Si la proposition concerne le directeur délégué, elle émane du ministre compétent en matière de Personnel.
Le directeur délégué qui a fait la proposition ne participe pas aux délibérations portant sur la peine disciplinaire à prononcer. "
Art. 15.15. [1 Artikel 87.2, § 1, van het voormelde besluit van 27 december 1996 wordt vervangen door de volgende bepaling :
" § 1. De afgevaardigd directeur kan een toelage toekennen aan een personeelslid dat managements- of stafopdrachten binnen een bepaald werkterrein vervult. Indien de betrokken instelling een directieraad heeft, geschiedt dit op voorstel van de directieraad.
Onder personeelslid wordt verstaan : een contractueel personeelslid, een stagiair of een ambtenaar van de instelling of een personeelslid dat door het onderwijs belast is met een opdracht voor de betrokken instelling.
De Regering bepaalt, per instelling, het maximale aantal toelagen dat kan worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid kan alleen de minister bevoegd voor Personeel die toelage toekennen aan de afgevaardigd directeur.]1
[2 Tijdens de duur van zijn aanwijzing als eenheidshoofd ontvangt het eenheidshoofd een toelage voor managements- en stafopdrachten.]2
[3 De departementshoofden ontvangen de toelage voor managements- of stafopdrachten van rechtswege.]3
" § 1. De afgevaardigd directeur kan een toelage toekennen aan een personeelslid dat managements- of stafopdrachten binnen een bepaald werkterrein vervult. Indien de betrokken instelling een directieraad heeft, geschiedt dit op voorstel van de directieraad.
Onder personeelslid wordt verstaan : een contractueel personeelslid, een stagiair of een ambtenaar van de instelling of een personeelslid dat door het onderwijs belast is met een opdracht voor de betrokken instelling.
De Regering bepaalt, per instelling, het maximale aantal toelagen dat kan worden toegekend.
In afwijking van het eerste lid kan alleen de minister bevoegd voor Personeel die toelage toekennen aan de afgevaardigd directeur.]1
[2 Tijdens de duur van zijn aanwijzing als eenheidshoofd ontvangt het eenheidshoofd een toelage voor managements- en stafopdrachten.]2
[3 De departementshoofden ontvangen de toelage voor managements- of stafopdrachten van rechtswege.]3
Art. 15.15. [1 L'article 87.2, § 1er, de l'arrêté précité du 27 décembre 1996 est rédigé comme suit :
" § 1er. Le directeur délégué peut octroyer une allocation au membre du personnel qui assure des missions de management et d'encadrement dans un certain domaine d'activités. Si l'organisme concerné a un conseil de direction, cela se passe sur sa proposition.
Par membre du personnel, l'on entend l'agent contractuel, le stagiaire ou l'agent statutaire de l'organisme, ainsi que l'agent détaché de l'enseignement et chargé d'une mission auprès dudit organisme.
Le Gouvernement détermine, par établissement, le nombre maximum d'allocations pouvant être octroyées.
Par dérogation à l'alinéa 1er, cette allocation ne peut être accordée au directeur délégué que par le ministre compétent en matière de Personnel.
[2 Pendant la durée de sa désignation en tant que chef d'unité, celui-ci perçoit une allocation de management et d'encadrement.]2]1
[3 Les chefs de département obtiennent de droit de l'allocation pour missions de management et d'encadrement.]3
" § 1er. Le directeur délégué peut octroyer une allocation au membre du personnel qui assure des missions de management et d'encadrement dans un certain domaine d'activités. Si l'organisme concerné a un conseil de direction, cela se passe sur sa proposition.
Par membre du personnel, l'on entend l'agent contractuel, le stagiaire ou l'agent statutaire de l'organisme, ainsi que l'agent détaché de l'enseignement et chargé d'une mission auprès dudit organisme.
Le Gouvernement détermine, par établissement, le nombre maximum d'allocations pouvant être octroyées.
Par dérogation à l'alinéa 1er, cette allocation ne peut être accordée au directeur délégué que par le ministre compétent en matière de Personnel.
[2 Pendant la durée de sa désignation en tant que chef d'unité, celui-ci perçoit une allocation de management et d'encadrement.]2]1
[3 Les chefs de département obtiennent de droit de l'allocation pour missions de management et d'encadrement.]3
Art. 15.16. [1 Het tweede en het derde lid van artikel 87.3 van het bovenvermeld besluit van 27 december 1996 worden vervangen door de volgende bepalingen :
"In afwijking van het eerste lid schrapt de afgevaardigd directeur de toelage voortijdig als het personeelslid geen managements- of stafopdrachten meer vervult." Indien de betrokken instelling een directieraad heeft, geschiedt dit na advies of op voorstel van de directieraad.
In afwijking van het eerste lid schrapt de minister bevoegd voor Personeel vroegtijdig de toelage als het personeelslid geen afgevaardigd directeur meer is of geen managements- of stafopdrachten meer vervult.]1
"In afwijking van het eerste lid schrapt de afgevaardigd directeur de toelage voortijdig als het personeelslid geen managements- of stafopdrachten meer vervult." Indien de betrokken instelling een directieraad heeft, geschiedt dit na advies of op voorstel van de directieraad.
In afwijking van het eerste lid schrapt de minister bevoegd voor Personeel vroegtijdig de toelage als het personeelslid geen afgevaardigd directeur meer is of geen managements- of stafopdrachten meer vervult.]1
Modifications
Art. 15.16. [1 Dans l'article 87.3 de l'arrêté précité du 27 décembre 1996, les alinéas 2 et 3 sont rédigés comme suit :
"Par dérogation au premier alinéa, le directeur délégué supprime prématurément l'allocation si le membre du personnel n'assure plus de mission de management ou d'encadrement. Si l'organisme concerné a un conseil de direction, cela se passe sur son avis ou sa proposition.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le ministre compétent en matière de Personnel supprime prématurément l'allocation lorsque le membre du personnel n'est plus directeur délégué et n'assure plus de mission de management ou d'encadrement.]1
"Par dérogation au premier alinéa, le directeur délégué supprime prématurément l'allocation si le membre du personnel n'assure plus de mission de management ou d'encadrement. Si l'organisme concerné a un conseil de direction, cela se passe sur son avis ou sa proposition.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le ministre compétent en matière de Personnel supprime prématurément l'allocation lorsque le membre du personnel n'est plus directeur délégué et n'assure plus de mission de management ou d'encadrement.]1
Modifications
Art.15.17. [1 In artikel 87.5 van hetzelfde besluit van de Regering worden de woorden "door de Regering" vervangen door de woorden "door de raad van bestuur]1
Art.15.17. [1 In artikel 87.5 van hetzelfde besluit van de Regering worden de woorden "door de Regering" vervangen door de woorden "door de raad van bestuur".]1
Art.15_18.TOEKOMSTIG_RECHT. [1 Artikel 179, § 1, van hetzelfde besluit van de Regering wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende:
"6° "lid van de Regering of het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, voor zover geen wettelijke onverenigbaarheid bestaat.]1
"6° "lid van de Regering of het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, voor zover geen wettelijke onverenigbaarheid bestaat.]1
Modifications
Art.15_18.DROIT_FUTUR. [1 Dans l'article 179, § 1er, du même arrêté du Gouvernement, il est inséré un 6° rédigé comme suit :
"6° membre du Gouvernement ou du Parlement de la Communauté germanophone, pour autant qu'il n'y ait pas d'incompatibilité légale."]1
"6° membre du Gouvernement ou du Parlement de la Communauté germanophone, pour autant qu'il n'y ait pas d'incompatibilité légale."]1
Modifications
Art.15.19. [1 De artikelen 191.1 tot 191.6 van hetzelfde besluit van de Regering zijn niet van toepassing op de ambtenaren van het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap die als kinderoppasser of kinderbegeleider huisarbeid verrichten.
De raad van bestuur van het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap sluit een overeenkomst voor tewerkstelling van huisarbeiders met de ambtenaren die als kinderoppasser of kinderbegeleider huisarbeid verrichten.
Ambtenaren die als kinderoppasser of kinderbegeleider huisarbeid verrichten, krijgen voor de kinderopvang in de eigen ruimten een vergoeding die is samengesteld uit de volgende bedragen:
1° een maandelijkse vergoeding ten belope van 203,79 euro per voltijdsequivalent voor de structurele kosten, onafhankelijk van het aantal op te vangen kinderen. Daartoe behoren elektriciteit, water, verwarming, schoonmaak, het gebruik van de private internet- en telefoonverbinding voor professionele doeleinden, het gebruik van private werkbenodigdheden zoals bestek en kookgerei voor professionele doeleinden, alsook een tegemoetkoming in de kosten van huishoudelijke apparatuur die kinderoppassers of kinderbegeleiders de mogelijkheid biedt meer tijd te besteden aan de opvang van de kinderen. Als een ambtenaar zijn wekelijkse arbeidstijd verkort, wordt het forfait verminderd ten belope van het percentage van de arbeidstijdverkorting;
2° een maandelijkse vergoeding per voltijdsequivalent voor de verbruiksgoederen waarvoor de kosten per kind toenemen; eten, drinken, afvalverwijdering, huisapotheek. Als een ambtenaar zijn wekelijkse arbeidstijd verkort, wordt het forfait verminderd ten belope van het percentage van de arbeidstijdverkorting. Het maandelijkse bedrag per opvangplaats bedraagt 58,67 euro.]1
De raad van bestuur van het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap sluit een overeenkomst voor tewerkstelling van huisarbeiders met de ambtenaren die als kinderoppasser of kinderbegeleider huisarbeid verrichten.
Ambtenaren die als kinderoppasser of kinderbegeleider huisarbeid verrichten, krijgen voor de kinderopvang in de eigen ruimten een vergoeding die is samengesteld uit de volgende bedragen:
1° een maandelijkse vergoeding ten belope van 203,79 euro per voltijdsequivalent voor de structurele kosten, onafhankelijk van het aantal op te vangen kinderen. Daartoe behoren elektriciteit, water, verwarming, schoonmaak, het gebruik van de private internet- en telefoonverbinding voor professionele doeleinden, het gebruik van private werkbenodigdheden zoals bestek en kookgerei voor professionele doeleinden, alsook een tegemoetkoming in de kosten van huishoudelijke apparatuur die kinderoppassers of kinderbegeleiders de mogelijkheid biedt meer tijd te besteden aan de opvang van de kinderen. Als een ambtenaar zijn wekelijkse arbeidstijd verkort, wordt het forfait verminderd ten belope van het percentage van de arbeidstijdverkorting;
2° een maandelijkse vergoeding per voltijdsequivalent voor de verbruiksgoederen waarvoor de kosten per kind toenemen; eten, drinken, afvalverwijdering, huisapotheek. Als een ambtenaar zijn wekelijkse arbeidstijd verkort, wordt het forfait verminderd ten belope van het percentage van de arbeidstijdverkorting. Het maandelijkse bedrag per opvangplaats bedraagt 58,67 euro.]1
Art.15.19. [1 Les articles 191.1 à 191.6 du même arrêté du Gouvernement ne s'appliquent pas aux agents du Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants qui travaillent à domicile en tant qu'auxiliaire de l'enfance ou accompagnateur d'enfants.
Le conseil d'administration du Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants conclut un accord sur le travail à domicile avec les agents qui travaillent à domicile en tant qu'auxiliaire de l'enfance ou accompagnateur d'enfants.
Les agents qui travaillent à domicile en tant qu'auxiliaire de l'enfance ou accompagnateur d'enfants perçoivent une indemnité pour l'accueil d'enfants dans leurs propres locaux, qui se compose des montants suivants :
1° une indemnité mensuelle de 203,79 euros par équivalent temps plein pour les frais structurels encourus, quel que soit le nombre d'enfants à accueillir. Il s'agit notamment de l'électricité, de l'eau, du chauffage, du nettoyage, de l'utilisation professionnelle de la connexion Internet et du téléphone privés, de l'utilisation professionnelle d'outils de travail privés tels que la vaisselle et les casseroles, ainsi que d'une participation aux appareils électroménagers dont l'utilisation permet aux auxiliaires de l'enfance ou accompagnateurs d'enfants de consacrer plus de temps à l'accueil d'enfants. En cas de réduction du temps de travail hebdomadaire de l'agent, ce forfait est diminué au prorata de la réduction du temps de travail;
2° une indemnité mensuelle par équivalent temps plein pour les produits de consommation dont le coût augmente par enfant : nourriture, boissons, gestion des déchets, pharmacie. En cas de réduction du temps de travail hebdomadaire de l'agent, ce forfait est diminué au prorata de la réduction du temps de travail. Le montant mensuel par place d'accueil est de 58,67 euros.]1
Le conseil d'administration du Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants conclut un accord sur le travail à domicile avec les agents qui travaillent à domicile en tant qu'auxiliaire de l'enfance ou accompagnateur d'enfants.
Les agents qui travaillent à domicile en tant qu'auxiliaire de l'enfance ou accompagnateur d'enfants perçoivent une indemnité pour l'accueil d'enfants dans leurs propres locaux, qui se compose des montants suivants :
1° une indemnité mensuelle de 203,79 euros par équivalent temps plein pour les frais structurels encourus, quel que soit le nombre d'enfants à accueillir. Il s'agit notamment de l'électricité, de l'eau, du chauffage, du nettoyage, de l'utilisation professionnelle de la connexion Internet et du téléphone privés, de l'utilisation professionnelle d'outils de travail privés tels que la vaisselle et les casseroles, ainsi que d'une participation aux appareils électroménagers dont l'utilisation permet aux auxiliaires de l'enfance ou accompagnateurs d'enfants de consacrer plus de temps à l'accueil d'enfants. En cas de réduction du temps de travail hebdomadaire de l'agent, ce forfait est diminué au prorata de la réduction du temps de travail;
2° une indemnité mensuelle par équivalent temps plein pour les produits de consommation dont le coût augmente par enfant : nourriture, boissons, gestion des déchets, pharmacie. En cas de réduction du temps de travail hebdomadaire de l'agent, ce forfait est diminué au prorata de la réduction du temps de travail. Le montant mensuel par place d'accueil est de 58,67 euros.]1
Art. 15bis. <INGEVOEGD bij BDG 2003-02-20/57, art. 5; Inwerkingtreding : 01-01-2003> Artikel 73 § 2 lid 3 van hetzelfde besluit zal als volgt luiden :
" Boven de 10 jaar, maximale grens bepaald in het tweede lid, kan de Raad van Bestuur op voorwaarde dat de Regering het goedkeurt elke andere beroepservaring als in aanmerking komende diensten erkennen, voor zover het nuttige beroepservaring is en zij in de oproep tot de kandidaten vermeld is. ".
" Boven de 10 jaar, maximale grens bepaald in het tweede lid, kan de Raad van Bestuur op voorwaarde dat de Regering het goedkeurt elke andere beroepservaring als in aanmerking komende diensten erkennen, voor zover het nuttige beroepservaring is en zij in de oproep tot de kandidaten vermeld is. ".
Art. 15bis. L'article 73 § 2 alinéa 3 du même arrêté sera libellé comme suit :
" En plus des 10 années maximum prévues à l'alinéa 2, le Conseil d'Administration peut, à condition que le Gouvernement l'approuve, reconnaître comme services admissibles toute autre expérience professionnelle dans la mesure où il s'agit d'expérience professionnelle utile et où elle est prévue dans l'appel aux candidats. ".
" En plus des 10 années maximum prévues à l'alinéa 2, le Conseil d'Administration peut, à condition que le Gouvernement l'approuve, reconnaître comme services admissibles toute autre expérience professionnelle dans la mesure où il s'agit d'expérience professionnelle utile et où elle est prévue dans l'appel aux candidats. ".
Art. 16. [1 Voor de toepassing van dit besluit moet bijlage I van hetzelfde besluit rekening houdend met volgende aanvullingen gelezen worden:
"Graad Rang
Afgevaardigd directeur I.B
Pedagogisch adviseur I.D
Adjunct-adviseur (pedagoog) I.E
Pedagogische adjunct I.F
Eerste leersecretaris II+.A
Eerste boekhouder II+.A
Eerstaanwezend leersecretaris II+.B
Eerstaanwezend boekhouder II+.B
Leersecretaris II+.C
Boekhouder II+.C
Eerste kinderbegeleider II.A
Eerstaanwezend kinderbegeleider II.B
Kinderbegeleider II.C
Eerste kinderoppasser III.A
Eerstaanwezend kinderoppasser III.B
Kinderoppasser III.C]1
"Graad Rang
Afgevaardigd directeur I.B
Pedagogisch adviseur I.D
Adjunct-adviseur (pedagoog) I.E
Pedagogische adjunct I.F
Eerste leersecretaris II+.A
Eerste boekhouder II+.A
Eerstaanwezend leersecretaris II+.B
Eerstaanwezend boekhouder II+.B
Leersecretaris II+.C
Boekhouder II+.C
Eerste kinderbegeleider II.A
Eerstaanwezend kinderbegeleider II.B
Kinderbegeleider II.C
Eerste kinderoppasser III.A
Eerstaanwezend kinderoppasser III.B
Kinderoppasser III.C]1
Modifications
Art. 16. [1 Pour l'application du présent arrêté, l'annexe 1 du même arrêté doit être lue en tenant compte des ajouts suivants :
"Grade Rang
Directeur délégué I.B
Conseiller pédagogique I.D
Conseiller pédagogique adjoint I.E
Conférencier pédagogique I.F
Premier secrétaire d'apprentissage II+.A
Premier comptable II+.A
Secrétaire d'apprentissage principal II+.B
Comptable principal II+.B
Secrétaire d'apprentissage II+.C
Comptable II+.C
Premier accompagnateur d'enfants II.A
Accompagnateur d'enfants principal II.B
Accompagnateur d'enfants II.C
Premier auxiliaire de l'enfance III.A
Auxiliaire de l'enfance principal III.B
Auxiliaire de l'enfance III.C"]1
"Grade Rang
Directeur délégué I.B
Conseiller pédagogique I.D
Conseiller pédagogique adjoint I.E
Conférencier pédagogique I.F
Premier secrétaire d'apprentissage II+.A
Premier comptable II+.A
Secrétaire d'apprentissage principal II+.B
Comptable principal II+.B
Secrétaire d'apprentissage II+.C
Comptable II+.C
Premier accompagnateur d'enfants II.A
Accompagnateur d'enfants principal II.B
Accompagnateur d'enfants II.C
Premier auxiliaire de l'enfance III.A
Auxiliaire de l'enfance principal III.B
Auxiliaire de l'enfance III.C"]1
Modifications
Art. 17. [1 Voor de toepassing van dit besluit moet bijlage III van hetzelfde besluit rekening houdend met volgende aanvullingen gelezen worden:
"Graad Weddeschaal
Afgevaardigd directeur M3
Pedagogisch adviseur I/8
Adjunct-adviseur (pedagoog) I/4
Pedagogische adjunct I/1
Eerste leersecretaris II+/3
Eerstaanwezend leersecretaris II+/2
Leersecretaris II+/1
Eerste kinderbegeleider II/4
Eerstaanwezend kinderbegeleider II/3
Kinderbegeleider II/1
Eerste kinderoppasser III/6
Eerstaanwezend kinderoppasser III/4
Kinderoppasser III/2"]1
"Graad Weddeschaal
Afgevaardigd directeur M3
Pedagogisch adviseur I/8
Adjunct-adviseur (pedagoog) I/4
Pedagogische adjunct I/1
Eerste leersecretaris II+/3
Eerstaanwezend leersecretaris II+/2
Leersecretaris II+/1
Eerste kinderbegeleider II/4
Eerstaanwezend kinderbegeleider II/3
Kinderbegeleider II/1
Eerste kinderoppasser III/6
Eerstaanwezend kinderoppasser III/4
Kinderoppasser III/2"]1
Modifications
Art. 17. [1 Pour l'application du présent arrêté, l'annexe III du même arrêté doit être lue en tenant compte des ajouts suivants :
"Grade Rang
Directeur délégué M3
Conseiller pédagogique I/8
Conseiller pédagogique adjoint I/4
Conférencier pédagogique I/1
Premier secrétaire d'apprentissage II+/3
Secrétaire d'apprentissage principal II+/2
Secrétaire d'apprentissage II+/1
Premier accompagnateur d'enfants II/4
Accompagnateur d'enfants principal II/3
Accompagnateur d'enfants II/1
Premier auxiliaire de l'enfance III/6
Auxiliaire de l'enfance principal III/4
Auxiliaire de l'enfance III/2"]1
"Grade Rang
Directeur délégué M3
Conseiller pédagogique I/8
Conseiller pédagogique adjoint I/4
Conférencier pédagogique I/1
Premier secrétaire d'apprentissage II+/3
Secrétaire d'apprentissage principal II+/2
Secrétaire d'apprentissage II+/1
Premier accompagnateur d'enfants II/4
Accompagnateur d'enfants principal II/3
Accompagnateur d'enfants II/1
Premier auxiliaire de l'enfance III/6
Auxiliaire de l'enfance principal III/4
Auxiliaire de l'enfance III/2"]1
Modifications
Art. 18. Voor de toepassing van dit besluit moet de bijlage IV van hetzelfde besluit rekening houdend met volgende aanvullingen gelezen worden :
Art. 18. Pour l'application du présent arrêté, l'annexe IV du même arrêté doit être lue en tenant compte des ajouts suivants :
| Toenmalige graad | Nieuwe graad |
| Inspecteur-generaal | Afgevaardigd Directeur |
| Directeur-hoofd van dienst | Afgevaardigd Directeur |
| Directeur | Eerste adviseur |
| Pedagogisch adviseur | Adjunct-adviseur (pedagoog) |
| Pedagogische voordrachtgever | Pedagogische voordrachtgever |
| Attache | Voordrachtgever |
| Eerste leersecretaris | Eerste leersecretaris |
| Eerstaanwezend leersecretaris | Eerstaanwezend leersecretaris |
| Leersecretaris | Leersecretaris |
| Gegradueerde | Arbeidsadviseur |
| Eerstaanwezend gegradueerde | Eerstaanwezend arbeidsadviseur |
| Gegradueerde | Maatschappelijk assistent |
| Eerstaanwezend gegradueerde | Eerstaanwezend maatschappelijk assistent |
| Eerste gegradueerde | Eerste arbeidsadviseur |
| Assistent | Opsteller |
| Eerstaanwezend assistent | Eerstaanwezend opsteller |
| Operateur | Vakman |
| Adjunct | Secretaris |
| Ancien grade | nouveau grade |
| Inspecteur general | Directeur delegue |
| Directeur-chef de service | Directeur delegue |
| Directeur | Premier conseiller |
| Conseiller pedagogique | Conseiller pedagogique adjoint |
| Conferencier pedagogique | Conferencier pedagogique |
| Attache | Conferencier |
| Premier secretaire d'apprentissage | Premier secretaire d'apprentissage |
| Secretaire d'apprentissage principal | Secretaire d'apprentissage principal |
| Secretaire d'apprentissage | Secretaire d'apprentissage |
| Gradue | Conseiller-emploi |
| Gradue principal | Conseiller-emploi principal |
| Gradue | Assistant social |
| Gradue principal | Assistant social principal |
| Premier gradue | Premier conseiller-emploi |
| Assistant | Redacteur |
| Assistant principal | Redacteur principal |
| Operateur | Ouvrier specialiste |
| Adjoint | Secretaire |
Art.18.1.[1 Voor de toepassing van dit besluit moet bijlage VII van hetzelfde besluit rekening houdend met volgende aanvullingen gelezen worden:
"Hoofdstuk III - Diploma's die toegang verlenen tot een specifieke rang
In afwijking van bijlage VII, hoofdstuk I, niveau II, verlenen alleen volgende diploma's en getuigschriften toegang tot de graad van kinderbegeleider in niveau II:
1° het [2 bekwaamheidsgetuigschrift van het zesde jaar van het]2 technisch secundair onderwijs in de studierichting Opvoeding;
2° het [2 bekwaamheidsgetuigschrift van het zevende jaar van het]2 secundair beroepsonderwijs in de studierichting Begeleiding van kinderen in groep;
3° [2 ...]2;
4° het brevet van kinderverzorger;
5° [2 ...]2 het bekwaamheidsgetuigschrift van het zesde of het zevende jaar van het secundair beroepsonderwijs in de studierichting Kinderverzorging;
6° [2 ...]2 het bekwaamheidsgetuigschrift van het zesde jaar van het secundair beroepsonderwijs in de studierichting Gezinshulp;
7° het getuigschrift van kinderbegeleider of van gezins- en ouderenhulp en zorgkundige dat wordt uitgereikt door de dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap in samenwerking met de vzw Deutschsprachige Krankenpflegevereinigung in Belgien KPVDB (Duitstalige vereniging voor verplegend personeel in België) of een bewijs dat door de Regering als gelijkwaardig wordt erkend;
8° het door de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap uitgereikte attest van deelname aan een opleiding tot hulpkracht in het kleuteronderwijs of een bewijs dat door de Regering als gelijkwaardig wordt erkend, telkens aangevuld met een bewijs van een voortgezette opleiding 'kinderopvang' van ten minste 120 uren die door de Regering wordt erkend;
9° elk diploma uit de studierichtingen maatschappelijk werk, sanitaire en verpleegkundige wetenschappen, pedagogiek, psychologie, opvoedingswetenschappen en onderwijswetenschappen dat toegang verleent tot de niveaus II+ en I."]1
"Hoofdstuk III - Diploma's die toegang verlenen tot een specifieke rang
In afwijking van bijlage VII, hoofdstuk I, niveau II, verlenen alleen volgende diploma's en getuigschriften toegang tot de graad van kinderbegeleider in niveau II:
1° het [2 bekwaamheidsgetuigschrift van het zesde jaar van het]2 technisch secundair onderwijs in de studierichting Opvoeding;
2° het [2 bekwaamheidsgetuigschrift van het zevende jaar van het]2 secundair beroepsonderwijs in de studierichting Begeleiding van kinderen in groep;
3° [2 ...]2;
4° het brevet van kinderverzorger;
5° [2 ...]2 het bekwaamheidsgetuigschrift van het zesde of het zevende jaar van het secundair beroepsonderwijs in de studierichting Kinderverzorging;
6° [2 ...]2 het bekwaamheidsgetuigschrift van het zesde jaar van het secundair beroepsonderwijs in de studierichting Gezinshulp;
7° het getuigschrift van kinderbegeleider of van gezins- en ouderenhulp en zorgkundige dat wordt uitgereikt door de dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap in samenwerking met de vzw Deutschsprachige Krankenpflegevereinigung in Belgien KPVDB (Duitstalige vereniging voor verplegend personeel in België) of een bewijs dat door de Regering als gelijkwaardig wordt erkend;
8° het door de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap uitgereikte attest van deelname aan een opleiding tot hulpkracht in het kleuteronderwijs of een bewijs dat door de Regering als gelijkwaardig wordt erkend, telkens aangevuld met een bewijs van een voortgezette opleiding 'kinderopvang' van ten minste 120 uren die door de Regering wordt erkend;
9° elk diploma uit de studierichtingen maatschappelijk werk, sanitaire en verpleegkundige wetenschappen, pedagogiek, psychologie, opvoedingswetenschappen en onderwijswetenschappen dat toegang verleent tot de niveaus II+ en I."]1
Art.18.1.[1 Pour l'application du présent arrêté, l'annexe VII du même arrêté doit être lue en tenant compte des ajouts suivants :
"Chapitre III - Liste des diplômes qui donnent accès à des rangs spécifiques
Par dérogation à l'annexe VII, chapitre Ier, niveau I, seuls les diplômes et certificats suivants donnent accès au grade d'accompagnateur d'enfants au niveau II :
1° [2 le certificat de qualification de sixième année]2 de l'enseignement secondaire technique du degré supérieur, dans la filière Education;
2° [2 le certificat de qualification de septième année]2 de l'enseignement secondaire professionnel du degré supérieur, dans la filière Accueil collectif d'enfants;
3° [2 ...]2;
4° le brevet de puériculteur;
5° [2 le certificat de qualification ]2 de la sixième ou septième année d'enseignement secondaire professionnel dans la filière puériculture;
6° [2 le certificat de qualification de la sixième année]2 d'enseignement secondaire professionnel dans la filière aide familiale;
7° le certificat d'auxiliaire de l'enfance, d'aide aux familles et aux aînés ou d'aide-soignant délivré par l'Office de l'emploi de la Communauté germanophone en collaboration avec l'ASBL Deutschsprachige Krankenpflegevereinigung in Belgien KPVDB (association germanophone des soins infirmiers en Belgique) ou un certificat équivalent agréé par le Gouvernement;
8° l'attestation de participation à une formation d'assistant de puériculture délivrée par l'Office de l'emploi de la Communauté germanophone ou une attestation équivalente agréée par le Gouvernement, complétée dans chaque cas par une attestation de suivi d'une formation continue dans le domaine de l'accueil d'enfants, agréée par le Gouvernement et d'une durée minimale de 120 heures;
9° tout diplôme de la filière du travail social, des sciences infirmières et de la santé, de la pédagogie, de la psychologie, des sciences de l'éducation, des sciences de la formation, qui donne accès aux niveaux II+ et I.]1
"Chapitre III - Liste des diplômes qui donnent accès à des rangs spécifiques
Par dérogation à l'annexe VII, chapitre Ier, niveau I, seuls les diplômes et certificats suivants donnent accès au grade d'accompagnateur d'enfants au niveau II :
1° [2 le certificat de qualification de sixième année]2 de l'enseignement secondaire technique du degré supérieur, dans la filière Education;
2° [2 le certificat de qualification de septième année]2 de l'enseignement secondaire professionnel du degré supérieur, dans la filière Accueil collectif d'enfants;
3° [2 ...]2;
4° le brevet de puériculteur;
5° [2 le certificat de qualification ]2 de la sixième ou septième année d'enseignement secondaire professionnel dans la filière puériculture;
6° [2 le certificat de qualification de la sixième année]2 d'enseignement secondaire professionnel dans la filière aide familiale;
7° le certificat d'auxiliaire de l'enfance, d'aide aux familles et aux aînés ou d'aide-soignant délivré par l'Office de l'emploi de la Communauté germanophone en collaboration avec l'ASBL Deutschsprachige Krankenpflegevereinigung in Belgien KPVDB (association germanophone des soins infirmiers en Belgique) ou un certificat équivalent agréé par le Gouvernement;
8° l'attestation de participation à une formation d'assistant de puériculture délivrée par l'Office de l'emploi de la Communauté germanophone ou une attestation équivalente agréée par le Gouvernement, complétée dans chaque cas par une attestation de suivi d'une formation continue dans le domaine de l'accueil d'enfants, agréée par le Gouvernement et d'une durée minimale de 120 heures;
9° tout diplôme de la filière du travail social, des sciences infirmières et de la santé, de la pédagogie, de la psychologie, des sciences de l'éducation, des sciences de la formation, qui donne accès aux niveaux II+ et I.]1
Art.18.2. [1 Elke kinderoppasser van het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap die, binnen tien jaar na indiensttreding, het bewijs van een van de in artikel 18.1 vermelde diploma's en getuigschriften als kinderbegeleider levert, krijgt, op de eerste dag van de maand na indiening van het bewijs, een arbeidsovereenkomst als kinderbegeleider in niveau II aangeboden.]1
Art.18.2. [1 Tout auxiliaire de l'enfance du Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants qui, apporte la preuve de l'un des diplômes et certificats d'accompagnateur d'enfants visés à l'article 18.1 au cours des dix années suivant son entrée en service, se voit proposer un contrat d'accompagnateur d'enfants de niveau II à partir du premier jour du mois qui suit le dépôt de la preuve.]1
Art. 19. In artikel 1 van het besluit van de Executive van 22 juni 1993 tot vastlegging van de specifieke opdrachten waarvoor de " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge " contractueel personeel mag aanwerven, wordt de weddeschaal " 10/1 " vervangen door " I/1 ".
Art. 19. Dans l'article 1 de l'arrêté de l'Exécutif du 22 juin 1993 fixant les tâches spécifiques pour lesquelles le " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge " peut engager du personnel contractuel, le barème " 10/1 " est remplacé par " I/1 ".
Art. 20. Het besluit van de Executieve van 24 februari 1992 tot vaststelling van het statuut en van de dienstgraad van de directeur van de " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge " wordt opgeheven.
Art. 20. L'arrêté de l'Exécutif du 24 février 1992 fixant le statut et le grade du directeur du " Dienststelle der Deutschsprachigen Gemeinschaft für Personen mit einer Behinderung sowie für die besondere soziale Fürsorge " est abrogé.
Art. 21. Bij de inwerkingtreding van dit besluit worden de desgevallend toegekende evaluaties " zeer goed " en " goed " in de evaluatie " positief " en de evaluatie " onvoldoende " in " negatief " omgezet totdat een nieuwe evaluatie plaatsvindt.
Indien bij de inwerkingtreding van dit besluit geen evaluatie toegekend was, dan geldt de evaluatie " positief " totdat een nieuwe evaluatie plaatsvindt.
Indien bij de inwerkingtreding van dit besluit geen evaluatie toegekend was, dan geldt de evaluatie " positief " totdat een nieuwe evaluatie plaatsvindt.
Art. 21. Lors de l'entrée en vigueur du présent arrêté et jusqu'à ce qu'il soit procédé à une nouvelle évaluation, les mentions " très bien " et " bien " éventuellement attribuées sont commuées en mention " positif " et la mention " insuffisant " en " négatif ".
S'il n'existe pas d'évaluation au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté, la mention " positif " est retenue jusqu'à ce qu'il soit procédé à une nouvelle évaluation.
S'il n'existe pas d'évaluation au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté, la mention " positif " est retenue jusqu'à ce qu'il soit procédé à une nouvelle évaluation.
Art. 22. De ambtenaren die een graad in de linkse kolom van de door artikel 19 aangevulde tabel van de bijlage IV van het in artikel 2, § 1, bedoelde besluit bekleden, worden bij de inwerkingtreding van voorliggend besluit met de graad van de rechtse kolom bekleed.
De verworven rang- en graadanciënniteit wordt in de graad van de rechtse kolom overgenomen.
Toepasselijke voorschriften die desgevallend benamingen van graden van de linkse kolom gebruiken, worden op de ambtenaren met graden van de rechtse kolom mutatis mutandis aangewend.
De verworven rang- en graadanciënniteit wordt in de graad van de rechtse kolom overgenomen.
Toepasselijke voorschriften die desgevallend benamingen van graden van de linkse kolom gebruiken, worden op de ambtenaren met graden van de rechtse kolom mutatis mutandis aangewend.
Art. 22. Les agents qui sont revêtus d'un grade mentionné dans la colonne de gauche du tableau repris à l'annexe IV de l'arrêté mentionné à l'article 2, § 1, tableau complété par l'article 19, sont revêtus du grade figurant dans la colonne de droite dudit tableau au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
L'ancienneté de rang et de grade acquise est reportée dans le grade de la colonne de droite.
Les réglementations applicables qui utilisent éventuellement les dénominations de grades figurant dans la colonne de gauche sont appliquées mutatis mutandis aux agents revêtus des grades figurant dans la colonne de droite.
L'ancienneté de rang et de grade acquise est reportée dans le grade de la colonne de droite.
Les réglementations applicables qui utilisent éventuellement les dénominations de grades figurant dans la colonne de gauche sont appliquées mutatis mutandis aux agents revêtus des grades figurant dans la colonne de droite.
Art. 23. De ambtenaren die bij de inwerkingtreding van dit besluit geslaagd waren voor een bevorderingsexamen mbt een graad behorend tot de toenmalige rang 22 of van een equivalente rang worden geacht voor het bevorderingsexamen bedoeld in artikel 55, lid 1, van het in artikel 2, § 1, vermeld besluit geslaagd te zijn. Dit geldt eveneens voor de ambtenaren die vóór de inwerkingtreding van dit besluit voor een bevorderingsexamen mbt de toenmalige rang 22 of een equivalente rang ingeschreven waren en na de inwerkingtreding van dit besluit voor dit examen slagen.
Art. 23. Les agents qui, au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté, ont réussi un examen de promotion à un grade relevant de l'ancien rang 22 ou d'un rang équivalent sont censés avoir réussi l'examen de promotion prévu à l'article 55, alinéa 1, de l'arrêté mentionné à l'article 2, § 1. Ceci vaut également pour les agents qui, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, s'étaient inscrits à un examen de promotion à un grade relevant de l'ancien rang 22 ou d'un rang équivalent et réussissent cet examen après l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 24. Als overgangsbepaling en in afwijking van de artikelen 17 en 18 worden de ambtenaren van de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap die vóór de inwerkingtreding van hun overheveling van het Waalse Gewest naar de Duitstalige Gemeenschap geslaagd waren voor een bevorderingsexamen van rang B2 naar rang B1 in niveau II+ vanaf de inwerkingtreding van voorliggend besluit met de graad eerste arbeidsadviseur en de weddeschaal II+/4 bekleed.
Art. 24. Comme mesure transitoire et par dérogation aux articles 17 et 18, les agents de l'Office de l'emploi qui, avant l'entrée en vigueur de leur transfert de la Région wallonne vers la Communauté germanophone ont réussi un examen de promotion du rang B2 au rang B1 du niveau II+ sont à partir de l'entrée en vigueur du présent arrêté revêtus du grade Premier conseiller-emploi avec l'échelle de traitement II+/4.
Art.24.1. [1 In afwijking van de maxima vermeld in artikel 73, § 2, tweede lid, van het besluit van de Regering van 27 december 1996 houdende organisatie van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap en houdende regeling van de aanwerving, de loopbaan en de bezoldiging van de ambtenaren worden alle werkelijke diensten die aantoonbaar in het kader van een arbeidsovereenkomst bij de vzw Regionalzentrum für Kleinkindbetreuung of als toegelaten aangesloten onthaalouders zijn gepresteerd, voor de berekening van de financiële anciënniteit als in aanmerking komende diensten beschouwd voor alle personeelsleden van de vzw Regionalzentrum für Kleinkindbetreuung die op 31 december 2023 bij die vzw in dienst zijn, alsook voor alle aangesloten onthaalouders die op 31 december 2023 op basis van het decreet van 31 maart 2014 betreffende de kinderopvang toegelaten zijn en van het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap een arbeidsovereenkomst aangeboden krijgen.]1
Art.24.1. [1 Par dérogation au plafond visé à l'article 73, § 2, alinéa 2, de l'arrêté du Gouvernement du 27 décembre 1996 portant organisation du Ministère de la Communauté germanophone et réglant le recrutement, la carrière et le statut pécuniaire des agents, tous les collaborateurs de l'ASBL Regionalzentrum für Kleinkindbetreuung qui se trouvent au 31 décembre 2023 dans une relation de travail avec celle-ci ainsi que tous les accueillants conventionnés, agréés au 31 décembre 2023 en vertu du décret du 31 mars 2014 relatif à l'accueil d'enfants et qui se voient proposer un contrat de travail par le Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants, tous les services effectifs dont il est prouvé qu'ils ont été prestés dans le cadre d'un contrat de travail au sein de l'ASBL Regionalzentrum für Kleinkindbetreuung ou en tant qu'accueillant conventionnés agréés sont considérés comme une période de service acceptable pour l'évaluation de leur ancienneté.]1
Art.24.2. [1 De werknemer van de vzw Regionalzentrum für Kleinkindbetreuung die op 31 december 2023 een hogere wedde heeft dan hem met toepassing van dit besluit als personeelslid van het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap toekomt, wordt als personeelslid van dat centrum verder betaald op basis van de hem op 31 december 2023 toegewezen geldige weddeschaal van het besluit van de Regering van 22 juni 2001 tot vaststelling van de berekeningsgrondslagen voor de subsidiëring van de personeelskosten in de sectoren "sociale aangelegenheden" en "gezondheid", totdat een betaling overeenkomstig dit besluit gunstiger is.]1
Art.24.2. [1 L'employé de l'ASBL Regionalzentrum für Kleinkindbetreuung qui, au 31 décembre 2023, perçoit un traitement supérieur à celui auquel il a droit en application du présent arrêté en tant que collaborateur du Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants, continue à être rémunéré en tant que collaborateur de ce centre sur la base de l'échelle de traitement en vigueur qui lui est attribuée au 31 décembre 2023 par l'arrêté du Gouvernement du 22 juin 2001 fixant les bases de calcul en ce qui concerne la subsidiation des frais de personnel dans les secteurs des affaires sociales et de la santé, jusqu'à ce qu'une rémunération conforme au présent arrêté soit plus avantageuse.]1
Art. 25. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 25. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 26. De bevordering in een vlakke loopbaan en de verhogingen van weddeschaal bedoeld in artikel 71 van het in artikel 2 § 1 vermeld besluit zijn van toepassing vanaf 1 januari 2001 overeenkomstig de nieuwe desbetreffende geldige voorschriften.
Art. 26. La promotion en carrière plane et les augmentations des échelles de traitements prévues à l'article 71 de l'arrêté mentionné à l'article 2 § 1 sont néanmoins applicables à partir du 1er janvier 2001 conformément aux nouvelles réglementations en vigueur en la matière.
Art. 27. De Minister-President, Minister van Werkgelegenheid, Gehandicaptenbeleid, Media en Sport, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 27. Le Ministre-Président, Ministre de l'Emploi, de la Politique des Handicapés, des Médias et des Sports, est chargé de l'exécution du présent arrêté.