Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
30 NOVEMBER 2000. - Besluit van de Regering betreffende de regeling van de tegemoetkoming van de Duitstalige Gemeenschap en van sommige instellingen van openbaar nut in de vervoerkosten van de personeelsleden (VERTALING)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-03-2001 en tekstbijwerking tot 07-11-2023)
Titre
30 NOVEMBRE 2000. - Arrêté du Gouvernement concernant l'intervention de la Communauté germanophone et de certains organismes d'intérêt public dans les frais de transport des membres du personnel (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-03-2001 et mise à jour au 07-11-2023)
Informations sur le document
Numac: 2001033012
Datum: 2000-11-30
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001033012
Date: 2000-11-30
Moniteur: Voir
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. [1 Dit besluit is van toepassing op de personeelsleden
1. van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap, met inbegrip van de diensten met afzonderlijk beheer "Mediacentrum" en "Gemeenschapscentra";
2. van de volgende instellingen van openbaar nut van de Duitstalige Gemeenschap :
a) [4 ...]4
b) het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de K.M.O.'s;
c) [4 ...]4.]1

[2 d) het Belgisch Radio- en Televisiecentrum van de Duitstalige Gemeenschap.]2
[4 e) het centrum voor kinderopvang van de Duitstalige Gemeenschap.]4
Article 1. [1 Le présent arrêté est applicable aux membres du personnel :
1. du Ministère de la Communauté germanophone, y compris des services à gestion séparée "Centre des médias" et "Centres communautaires";
2. des organismes d'intérêt public de la Communauté germanophone suivants :
a) [4 ...]4;
b) de l'Institut pour la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les P.M.E.;
c) [4 ...]4.]1

[2 d) du Centre belge pour la Radiodiffusion-Télévision de la Communauté germanophone]2
[4 e) du Centre de la Communauté germanophone pour l'accueil d'enfants]4
Art. 2. Tegemoetkoming
§ 1. [1 De instellingen vermeld in artikel 1 betalen een tegemoetkoming in de kosten van hun personeelsleden voor hun woon-werkverkeer, op voorwaarde dat de afstand tussen de plaatsen waar de verblijfplaats en de werkplek zijn gevestigd, minstens 3,5 km bedraagt.
In afwijking van het eerste lid betalen de instellingen ook een tegemoetkoming in de vervoerkosten indien de verblijfplaats en de werkplek in dezelfde plaats gevestigd zijn, maar minstens 3,5 km uit elkaar liggen.
De secretaris-generaal houdt de kilometerafstanden tussen de verschillende plaatsen bij in een register dat toegankelijk is voor de personeelsleden.]1

[2 De wekelijkse tegemoetkoming van de instellingen vermeld in artikel 1 stemt overeen met 50 % van het als volgt berekende bedrag : prijs van het sociaal maandabonnement 2e klasse van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen gedeeld door 3,3027.]2
§ 2. In het geval van een éénjarige dienstbetrekking komen forfaitair 52 weken per kalenderjaar in aanmerking. Indien de dienstbetrekking minder dan één jaar duurt, dan wordt het aantal in aanmerking komende weken verhoudingsgewijze verminderd; het wordt zo nodig naar boven afgerond.
Het recht op de tegemoetkoming vervalt voor de duur :
1. van een voltijdse loopbaanonderbreking;
2. van een contractueel vastgestelde schorsing van de tewerkstelling;
3. van de ononderbroken afwezigheid na een ononderbroken afwezigheid van 30 kalenderdagen, behalve bij jaarlijks vakantieverlof.
§ 3. [3 Bij een deeltijdse betrekking wordt de tegemoetkoming verminderd in verhouding tot het tewerkstellingspercentage.
Indien het personeelslid op basis van een schriftelijke overeenkomst een deel van zijn werktijd als structureel telewerk verricht, wordt de bijdrage van de werkgever in de vervoerkosten verminderd in verhouding tot het percentage telewerk]3
.
§ 4. [1 ...]1
Art. 2. Intervention
§ 1er. [1 Tous les organismes mentionnés à l'article 1er contribuent aux coûts encourus par les membres de leur personnel qui utilisent des moyens de transport pour se rendre au travail, à condition que la distance entre les localités où sont situés le lieu de résidence et le lieu de travail soit au moins de 3,5 km.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les organismes contribuent également aux frais de transport lorsque le lieu de résidence et le lieu de travail sont situés dans la même localité, mais sont distants d'au moins 3,5 km.
Le Secrétaire général consigne dans un registre les distances en kilomètres entre les différentes localités; ce registre peut être consulté par les membres du personnel.]1

[2 La contribution hebdomadaire des organismes mentionnés à l'article 1er correspond à 50 % du montant calculé comme suit : prix de l'abonnement social mensuel en 2e classe de la Société nationale des chemins de fer belges, divisé par 3,3027.]2
§ 2 - Pour un engagement d'une année complète, 52 semaines calendrier sont forfaitairement prises en considération. Si l'engagement ne couvre pas une année complète, le nombre de semaines est réduit au prorata. Ce nombre est, au besoin, arrondi à l'unité supérieure.
Le droit à l'intervention est supprimé pour la durée :
1° d'une interruption de carrière à temps plein;
2° de la suspension de l'engagement prévue par contrat;
3° de l'absence ininterrompue suivant une absence ininterrompue de 30 jours calendrier, sauf en cas de congés de vacances annuelles.
§ 3. [3 En cas d'engagement à temps partiel, l'intervention est réduite au prorata du pourcentage d'occupation.
Si le membre du personnel preste une partie de son temps de travail sous forme de télétravail structurel en vertu d'une convention écrite, l'intervention de l'employeur dans les frais de transport est réduite au prorata du pourcentage de télétravail]3
.
§ 4. [1 ...]1
Art.2.1. [1 Gebruik van het openbaar vervoer
De personeelsleden vermeld in artikel 1 die het openbaar vervoer gebruiken voor hun woon-werkverkeer, krijgen de ontstane vervoerkosten onafhankelijk van de afgelegde afstand terugbetaald op vertoon van een abonnement op naam dat is afgegeven door een maatschappij voor openbaar vervoer. De kosten van het abonnement van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen wordt terugbetaald op basis van de prijs van een abonnement 2e klasse.]1

Art.2.1. [1 Utilisation de transports en commun
Les membres du personnel mentionnés à l'article 1er qui utilisent les transports en commun pour se rendre au travail se voient rembourser les frais encourus, indépendamment de la distance parcourue, et ce, sur présentation d'un abonnement nominatif délivré par une société de transports en commun. Le coût d'un abonnement de la Société nationale des Chemins de fer belges est remboursé sur la base du prix d'un abonnement de 2e classe.]1

Art.2.2. [1 Verbod om dubbele vergoeding ontvangen
De tegemoetkoming vermeld in artikel 2 en het bedrag dat overeenkomstig artikel 2.1 moet worden terugbetaald, kunnen voor hetzelfde traject en voor dezelfde periode noch parallel, noch gelijktijdig met een andere reiskostenvergoeding ontvangen worden.]1

Art.2.2. [1 Interdiction de perception concomitante
Pour le même parcours et la même période, le montant mentionné à l'article 2 et le montant remboursé conformément à l'article 2.1 ne peuvent être perçus ni parallèlement ni concomitamment à une autre indemnité de déplacement.]1

Art. 3. Uitbetaling De tegemoetkoming wordt maandelijks op hetzelfde ogenblik en op dezelfde wijze als de wedde uitbetaald. Voor de toepassingsperiode vóór de inwerkingtreding van dit besluit wordt de tegemoetkoming door middel van een eenmalige storting uitbetaald.
Art. 3. Liquidation L'intervention est liquidée mensuellement, en même temps et selon les mêmes modalités que le traitement. Pour la période d'application précédant l'entrée en vigueur du présent arrêté, l'intervention est liquidée en un versement unique.
Art. 4. Overgangsbepalingen
Aan de personeelsleden die vanaf 1 januari 2000 een tegemoetkoming in de prijs van hun abonnement bij een maatschappij voor gemeenschappelijk vervoer hebben gekregen, wordt het verschil tussen het bedrag uitbetaald dat krachtens dit besluit te betalen is.
Art. 4. Dispositions transitoires
Les membres du personnel qui, à partir du 1er janvier 2000, ont perçu des interventions pour leur abonnement auprès d'une société de transport en commun, se verront liquider la différence par rapport au montant dû en vertu du présent arrêté.
Art. 5. Opheffingsbepaling
Het koninklijk besluit van 18 november 1991 tot regeling van de tegemoetkoming van de Staat en van sommige instellingen van openbaar nut in de vervoerkosten van de personeelsleden is opgeheven, wat de Duitstalige Gemeenschap betreft.
Art. 5. Dispositions abrogatoires
L'arrêté royal du 18 novembre 1991 réglant l'intervention de l'Etat et de certains organismes d'intérêt public dans les frais de transport des membres du personnel est abrogé pour ce qui concerne la Communauté germanophone.
Art. 6. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.
Art. 6. Entrée en vigueur
Le présent arrêté entre en vigueur le jour de son adoption.
Art. 7. Slotbepaling
De Minister-President, bevoegd inzake Personeel en Begroting, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Disposition finale
Le Ministre-Président, compétent en matière de Personnel et de Budget, est chargé de l'exécution du présent arrêté.