Art. 3. § 1. (De in artikel 1 vermelde personeelsleden die in vast verband benoemd of aangesteld zijn, tot de stage toegelaten zijn of tot het einde van het schooljaar tijdelijk aangewezen of aangesteld zijn, worden van ambtswege gedeeltelijk op verlof gesteld om de volgende politieke mandaten uit te oefenen :
1° burgemeester of schepen;
2° voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.
De dienstprestaties worden zodanig verminderd, dat de te verstrekken diensten alleen maar 3/4 van een voltijdse betrekking mogen bedragen.)
§ 2. Op aanvraag, mogen de in § 1 bedoelde personeelsleden het politiek verlof uitbreiden door hun dienstprestaties tot nihil te herleiden of tot de helft van de uren te beperken die noodzakelijk zijn voor een voltijdse betrekking. Het personeelslid vermeldt dit in zijn aanvraag.
§ 3. In de in de §§ 1 en 2 bedoelde gevallen, geldt als deler het minimumaantal uren of lesuren dat noodzakelijk is voor een voltijdse betrekking in het overeenkomstige ambt. Indien de breuk geen rond getal is, wordt het naar de hogere eenheid afgerond.
§ 4. Het in § 1 bedoeld verlof begint op de dag van de eedaflegging voor één der bovenvermelde mandaten. Het eindigt op de laatste dag van de maand volgend op de maand waarop het mandaat een einde neemt.
Het in § 2 bedoeld verlof begint op de eerste dag van de maand volgend op de maand van de eedaflegging voor één der bovenvermelde mandaten of op de eerste dag van het schooljaar. Het eindigt op de laatste dag van de maand volgend op de maand waarop het mandaat een einde neemt of op de laatste dag van het schooljaar, zomervakantie inbegrepen.
Art. 3. (§ 1er. Les membres du personnel visés à l'article premier, nommés ou engagés à titre définitif, admis au stage, voire désignés ou engagés à titre temporaire jusqu'à la fin de l'année scolaire sont d'office mis en congé à temps partiel afin de remplir les mandats politiques suivants :
1° bourgmestre ou échevin;
2° président du Conseil de l'Aide sociale.
Les prestations sont réduites de telle sorte que les services à prester ne peuvent plus représenter que 3/4 d'un emploi à temps plein.)
§ 2. A leur demande, les membres du personnel, visés au § 1er, peuvent étendre le congé politique en réduisant leurs prestations à zéro ou en les limitant à la moitié des heures requises pour un emploi à temps plein. Le membre du personnel en fait mention dans sa demande.
§ 3. Dans les cas visés aux §§ 1er et 2, le diviseur est le nombre minimal d'heures ou périodes requises pour un emploi à temps plein dans la fonction concernée. Dans la mesure où la fraction ne donne pas un chiffre rond, elle est arrondie à l'unité supérieure.
§ 4. Le congé, visé au § 1er, prend cours à la date de la prestation de serment pour l'un des mandats susvisés. Il expire le dernier jour du mois qui suit celui de la fin du mandat.
Le congé, visé au § 2, prend cours le premier jour du mois suivant celui de la prestation de serment pour l'un des mandats susvisés ou le premier jour de l'année scolaire. Il expire au dernier jour du mois suivant celui de la fin du mandat ou au dernier jour de l'année scolaire, vacances d'été comprises.