Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
21 DECEMBER 2000. - Besluit van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap betreffende het politiek verlof voor de personeelsleden in het onderwijs en houdende aanpassing van de bezoldigingsregeling (VERTALING). - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-02-2001 en tekstbijwerking tot 15-02-2022)
Titre
21 DECEMBRE 2000. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté germanophone relatif au congé politique pour les membres du personnel dans l'enseignement et portant adaptation du statut pécuniaire (TRADUCTION). - (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-02-2001 et mise à jour au 15-02-2022)
Informations sur le document
Numac: 2001033004
Datum: 2000-12-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001033004
Date: 2000-12-21
Moniteur: Voir
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK I. - Politiek verlof.
CHAPITRE I. - Congé politique.
Toepassingsgebied.
Champ d'application.
Artikel 1. [1 - Dit hoofdstuk is van toepassing op:
   1° de personeelsleden van de onderwijsinstellingen en psycho-medisch-sociale centra, georganiseerd door de Duitstalige Gemeenschap, die aan een statuut onderworpen zijn;
   2° de gesubsidieerde personeelsleden van de onderwijsinstellingen en psycho-medisch-sociale centra, gesubsidieerd door de Duitstalige Gemeenschap, die aan een statuut onderworpen zijn.]1

  
Article 1. [1 - Le présent chapitre s'applique :
   1° aux membres du personnel des établissements d'enseignement et centres PMS organisés par la Communauté germanophone, soumis à un statut;
   2° aux membres du personnel subsidiés des établissements d'enseignement et centres PMS subventionnés par la Communauté germanophone, soumis à un statut.]1

  
Verlof van ambtswege voor de uitoefening van bepaalde politieke mandaten.
Congé d'office pour l'exercice de certains mandats politiques.
Art. 2. § 1. De in artikel 1 vermelde personeelsleden die in vast verband benoemd of aangesteld zijn, tot de stage toegelaten zijn of tot het einde van het schooljaar tijdelijk aangewezen of aangesteld zijn, worden van ambtswege voltijds op verlof gesteld om de volgende politieke mandaten uit te oefenen :
  1° lid van de bestendige Deputatie van een Provincieraad;
  2° voorzitter van een agglomeratie of federatie van gemeenten;
  3° lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers, van de Senaat of van de Federale Regering;
  4° lid van het Europees Parlement of van de Europese Commissie;
  5° lid van de Regering of van de Raad van het Waalse Gewest, van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, van de Vlaamse Gemeenschap of van de Franse Gemeenschap;
  6° voorzitter van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap;
  7° lid van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap.
  § 2. Het politiek verlof begint op de dag van de eedaflegging voor één der bovenvermelde mandaten en, wat de voorzitter van de Raad betreft, op de dag van zijn verkiezing.
  Het politiek verlof eindigt op de laatste dag van de maand volgend op de maand waarop het mandaat een einde neemt.
Art. 2. § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 1er, nommés ou engagés à titre définitif, admis au stage, désignés ou engagés à titre temporaire jusqu'à la fin de l'année scolaire, sont d'office mis en congé à temps plein, afin de remplir les mandats politiques suivants :
  1° membre de la Députation permanente d'un Conseil provincial;
  2° président d'une agglomération ou fédération de commune;
  3° membre de la Chambre des représentants, du Sénat ou du Gouvernement fédéral;
  4° membre du Parlement européen ou de la Commission européenne;
  5° membre du Gouvernement ou du Conseil de la Région wallonne, de la Région de Bruxelles-Capitale, de la Communauté flamande ou de la Communauté française;
  6° président du Conseil de la Communauté germanophone;
  7° membre du Gouvernement de la Communauté germanophone.
  § 2. Le congé politique prend cours à la date de la prestation de serment pour l'un des mandats susvisés ou, lorsqu'il s'agit du président du Conseil, au jour de son élection.
  Le congé politique expire le dernier jour du mois qui suit celui de la fin du mandat.
Politiek verlof van ambtswege en op aanvraag met het oog op de uitoefening van het ambt van burgemeester, schepen of voorzitter van de Raad voor maatschappelijk welzijn.
Congé d'office ou à la demande pour remplir la fonction de bourgmestre, d'échevin ou de président du Conseil de l'aide sociale.
Art. 3. § 1. (De in artikel 1 vermelde personeelsleden die in vast verband benoemd of aangesteld zijn, tot de stage toegelaten zijn of tot het einde van het schooljaar tijdelijk aangewezen of aangesteld zijn, worden van ambtswege gedeeltelijk op verlof gesteld om de volgende politieke mandaten uit te oefenen :
  1° burgemeester of schepen;
  2° voorzitter van de Raad voor Maatschappelijk Welzijn.
  De dienstprestaties worden zodanig verminderd, dat de te verstrekken diensten alleen maar 3/4 van een voltijdse betrekking mogen bedragen.)
  § 2. Op aanvraag, mogen de in § 1 bedoelde personeelsleden het politiek verlof uitbreiden door hun dienstprestaties tot nihil te herleiden of tot de helft van de uren te beperken die noodzakelijk zijn voor een voltijdse betrekking. Het personeelslid vermeldt dit in zijn aanvraag.
  § 3. In de in de §§ 1 en 2 bedoelde gevallen, geldt als deler het minimumaantal uren of lesuren dat noodzakelijk is voor een voltijdse betrekking in het overeenkomstige ambt. Indien de breuk geen rond getal is, wordt het naar de hogere eenheid afgerond.
  § 4. Het in § 1 bedoeld verlof begint op de dag van de eedaflegging voor één der bovenvermelde mandaten. Het eindigt op de laatste dag van de maand volgend op de maand waarop het mandaat een einde neemt.
  Het in § 2 bedoeld verlof begint op de eerste dag van de maand volgend op de maand van de eedaflegging voor één der bovenvermelde mandaten of op de eerste dag van het schooljaar. Het eindigt op de laatste dag van de maand volgend op de maand waarop het mandaat een einde neemt of op de laatste dag van het schooljaar, zomervakantie inbegrepen.
Art. 3. (§ 1er. Les membres du personnel visés à l'article premier, nommés ou engagés à titre définitif, admis au stage, voire désignés ou engagés à titre temporaire jusqu'à la fin de l'année scolaire sont d'office mis en congé à temps partiel afin de remplir les mandats politiques suivants :
   1° bourgmestre ou échevin;
   2° président du Conseil de l'Aide sociale.
   Les prestations sont réduites de telle sorte que les services à prester ne peuvent plus représenter que 3/4 d'un emploi à temps plein.)
  § 2. A leur demande, les membres du personnel, visés au § 1er, peuvent étendre le congé politique en réduisant leurs prestations à zéro ou en les limitant à la moitié des heures requises pour un emploi à temps plein. Le membre du personnel en fait mention dans sa demande.
  § 3. Dans les cas visés aux §§ 1er et 2, le diviseur est le nombre minimal d'heures ou périodes requises pour un emploi à temps plein dans la fonction concernée. Dans la mesure où la fraction ne donne pas un chiffre rond, elle est arrondie à l'unité supérieure.
  § 4. Le congé, visé au § 1er, prend cours à la date de la prestation de serment pour l'un des mandats susvisés. Il expire le dernier jour du mois qui suit celui de la fin du mandat.
  Le congé, visé au § 2, prend cours le premier jour du mois suivant celui de la prestation de serment pour l'un des mandats susvisés ou le premier jour de l'année scolaire. Il expire au dernier jour du mois suivant celui de la fin du mandat ou au dernier jour de l'année scolaire, vacances d'été comprises.
Verlof op aanvraag met het oog op de uitoefening van een mandaat van lid van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap of van de Gemeente- of Provincieraad.
Congé à la demande pour remplir un mandat de membre du Conseil de la Communauté germanophone ou du Conseil provincial ou communal.
Art. 4. § 1. (Op aanvraag mogen de in artikel 1 vermelde personeelsleden die in vast verband benoemd of aangesteld zijn, tot de stage toegelaten zijn of tot het einde van het schooljaar tijdelijk aangewezen of aangesteld zijn, op politiek verlof gesteld worden als ze een mandaat van lid van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap of van de gemeente- of provincieraad uitoefenen.)
  § 2. Door dit verlof, kunnen de dienstprestaties beperkt of tot nihil herleid worden. In geval van beperking van de prestaties, blijft het personeelslid 3/4 of 1/2 van de uren presteren die noodzakelijk zijn voor een voltijdse betrekking. Het personeelslid vermeldt dit in zijn aanvraag.
  Het minimumaantal uren of lesuren dat noodzakelijk is voor een voltijdse betrekking in het overeenkomstige ambt geldt als deler. Indien de breuk geen rond getal is, wordt het naar de hogere eenheid afgerond.
  § 3. Het politiek verlof begint op de eerste dag van de maand volgend op de maand van de eedaflegging voor één der bovenvermelde mandaten of op de eerste dag van het schooljaar. Het eindigt op de laatste dag van de maand volgend op de maand waarop het mandaat een einde neemt of op de laatste dag van het schooljaar, zomervakantie inbegrepen.
Art. 4. § 1er. (§ 1er. A leur demande, les membres du personnel visés à l'article premier, nommés ou engagés à titre définitif, admis au stage, voire désignés ou engagés à titre temporaire jusqu'à la fin de l'année scolaire peuvent se voir accorder un congé politique s'ils exercent un mandat de membre du Conseil de la Communauté germanophone ou du conseil communal ou provincial.)
  § 2. Ce congé peut entraîner une réduction des prestations à zéro ou une limitation de celles-ci. Dans ce dernier cas, le membre du personnel continue de prester ou 3/4 ou la moitié des heures requises pour un emploi à temps plein. Le membre du personnel en fait mention dans sa demande.
  Le diviseur est le nombre minimal d'heures ou périodes requises pour un emploi à temps plein dans la fonction concernée. Dans la mesure où la fraction ne donne pas un chiffre rond, elle est arrondie à l'unité supérieure.
  § 3. Le congé politique prend cours le premier jour du mois qui suit celui de la prestation de serment pour l'un des mandats susvisés ou au premier jour de l'année scolaire. Il expire le dernier jour du mois suivant celui de la fin du mandat ou au dernier jour de l'année scolaire, vacances d'été comprises.
Voorlopige toewijzing.
Affectation provisoire.
Art. 5. § 1. Als het met toepassing van artikel 3, §§ 1 en 2 en van artikel 4 gedeeltelijk op verlof gesteld personeelslid titularis is van een bevorderingsambt, dan kan het voor de uren waarvoor het op verlof is gesteld voorlopig worden bijgestaan door een personeelslid dat houder is van een wervings- of selectieambt dat toegang tot dit bevorderingsambt verleent.
  Een beslissend argument voor een voorlopige toewijzing is dat er voor de continuïteit van de dienst wordt gezorgd.
  § 2. In het gemeenschapsonderwijs, wordt de toewijzing door de minister, bevoegd inzake onderwijs, uitgevoerd.
  In het gesubsidieerd vrij of officieel onderwijs, wordt de toewijzing door de inrichtende macht uitgevoerd mits voorafgaande goedkeuring door de Regering.
Art. 5. § 1er. Si le membre du personnel mis en congé à temps partiel, en application des articles 3, §§ 1er et 2, et 4, est titulaire d'une fonction de promotion, il peut être provisoirement assisté par un membre du personnel titulaire d'une fonction de recrutement ou de sélection menant à cette fonction de promotion pour les heures pour lesquelles il est mis en congé.
  Le fait de garantir la continuité du service est déterminant pour l'affectation provisoire.
  § 2. Dans l'enseignement communautaire, c'est le Ministre de l'Enseignement qui procède à l'affectation.
  Dans l'enseignement libre subventionné et officiel subventionné, le pouvoir organisateur procède à cette affectation après avoir reçu l'approbation du Gouvernement.
Administratieve stand.
Position administrative.
Art. 6. Gedurende de periodes van politiek verlof op aanvraag of van ambtswege bevindt zich het personeelslid in dienstactiviteit. Het personeelslid heeft geen recht op wedde of weddetoelage. Niettemin behoudt het zijn aanspraken op bevordering tot een hogere wedde of op weddetoelage.
Art. 6. Pendant les périodes couvertes par le congé politique accordé à sa demande ou d'office, le membre du personnel se trouve en activité de service. Il n'a droit ni à un traitement ni à une subvention-traitement. Il conserve néanmoins ses droits aux augmentations barémiques ou aux augmentations de sa subvention-traitement.
Diensthervatting.
Reprise du service.
Art. 7. (Opgeheven)
Art. 7. (Abrogé)
Art. 8. Verbod om de wedde te cumuleren met bepaalde voordelen en uitstel van de wederopneming.
  § 1. Na zijn wederopneming in het onderwijs of in het psycho-medisch-sociaal Centrum, mag het personeelslid zijn wedde of weddetoelage, zijn wachtwedde of wachtweddetoelage niet cumuleren met voordelen die verbonden zijn aan de uitoefening van een politiek mandaat bedoeld in de artikelen 2, § 1 en 3, § 1 en die een wederaanpassingsvergoeding uitmaken.
  § 2. Op aanvraag van het betrokken personeelslid, mag de minister, bevoegd inzake onderwijs, het uitstel van de wederopneming in het ambt gedurende maximaal één jaar toestaan.
  Gedurende deze periode bevindt zich het personeelslid in non-activiteit en heeft geen recht op wedde of weddetoelage. Het behoudt evenwel zijn aanspraken op bevordering tot een hogere wedde of weddetoelage.
Art. 8. Interdiction de cumul du traitement avec certains avantages et report de la rentrée en fonction.
  § 1er. Après sa réintégration dans l'enseignement ou au Centre psycho-médico-social, le membre du personnel ne peut cumuler son traitement/sa subvention-traitement ou son traitement d'attente/sa subvention-traitement d'attente avec des avantages afférents à l'exercice d'un mandat politiques, tel que visé à l'article 2, § 1er, et à l'article 3, § 1er, et qui constituent une indemnité de réadaptation.
  § 2. A la demande du membre du personnel intéressé, le ministre compétent en matière d'enseignement peut autoriser le report de la rentrée en fonction pour une période d'un an maximum.
  Pendant cette période, le membre du personnel se trouve en non-activité et n'a pas droit à un traitement ou à une subvention-traitement. Il conserve néanmoins ses droits aux augmentations barémiques ou aux augmentations de sa subvention-traitement.
HOOFDSTUK II. - Het niet in aanmerking nemen van bepaalde inkomsten om een bijbetrekking te bepalen.
CHAPITRE II. - Non-intervention de certains revenus pour la détermination de la fonction accessoire.
Aanpassing van de bezoldigingsregeling.
Adaptation du statut pécuniaire.
Art. 9. In artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling voor het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, wordt het derde lid, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 15 december 1978, door de volgende bepaling vervangen :
  " Voor de toepassing van de vorige leden wordt geen rekening gehouden met :
  1° het inkomen voortvloeiend uit het verrichten van een deskundigenonderzoek in strafzaken in opdracht van de rechterlijke overheid, noch met de tijdsduur die daaraan is besteed;
  2° het inkomen voortvloeiend uit de uitoefening van een mandaat van burgemeester, van schepen, van voorzitter van de Raad voor maatschappelijk welzijn, van lid van de Gemeente- of Provincieraad of van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap. ".
Art. 9. A l'article 5 de l'arrêté royal du 15 avril 1958 portant statut pécuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilé du Ministère de l'Instruction publique, l'alinéa 3, inséré par l'arrêté royal du 15 décembre 1978, est remplacé par la disposition suivante :
  " Pour l'application des alinéas précédents, il n'est tenu compte :
  1° ni des revenus provenant d'indemnités d'expertises judiciaires, en matière pénale, effectuées sur ordre des autorités judiciaires, ni de la durée des prestations qui y sont consacrées;
  2° ni des revenus provenant de l'exercice d'un mandat de bourgmestre, d'échevin, de président du Conseil de l'aide sociale, de membre du Conseil communal ou provincial ou encore du Conseil de la Communauté germanophone. ".
HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions finales.
Overgangsbepaling.
Disposition transitoire.
Art. 10. Voor de personeelsleden die in de loop van het schooljaar 2000-2001 het ambt van burgemeester, schepen of voorzitter van de Raad voor maatschappelijk welzijn aanvatten, begint het verlof van ambtswege, op 1 september 2001, in afwijking van artikel 3, § 4, lid 1.
  Tijdens deze overgangsperiode, kunnen de in het eerste lid vermelde personeelsleden naar analogie van artikel 3, § 2, eveneens een politiek verlof aanvragen met terugbrenging van de prestaties tot 3/4 van een voltijdse betrekking. Het verlof begint op de eerste dag van de maand volgend op de maand van de eedaflegging voor één der bovenvermelde mandaten en eindigt op 31 augustus 2001.
Art. 10. Pour les membres du personnel qui entament la fonction de bourgmestre, d'échevin ou de président du Conseil de l'aide sociale au cours de l'année scolaire 2000-2001, le congé prend cours d'office au 1er septembre 2001, par dérogation à l'article 3, § 4, alinéa premier.
  Durant cette période transitoire, les membres du personnel, visés à l'alinéa premier, peuvent, par analogie à l'article 3, § 2, également solliciter un congé politique avec réduction des prestations à 3/4 d'un emploi à temps plein. Le congé prend cours le premier jour du mois suivant celui de la prestation de serment pour l'un des mandats susvisés et expire au 31 août 2001.
Inwerkingtreding.
Entrée en vigueur.
Art. 11. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2001.
Art. 11. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2001.
Uitvoering.
Exécution.
Art. 12. De minister, bevoegd inzake onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 12. Le ministre compétent en matière d'enseignement est chargé de l'exécution du présent arrêté.