Artikel 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 december 1967 genomen in toepassing van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel en van de diensten van de Rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, zoals gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 21 oktober 1968 en 30 mei 1975, bij het besluit van 17 april 1991 van de Executieve van de Franse Gemeenschap en bij het besluit van 16 september 1993 van de Regering van de Franse Gemeenschap, worden de leden 1 en lid 2 vervangen door de volgende bepaling :
" De leden van het administratief personeel, van het meesters-, vak- en dienstpersoneel en van de diensten van de inrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Franse Gemeenschap genieten een jaarlijks vakantieverlof, de zaterdagen niet inbegrepen, waarvan de duur als volgt is vastgesteld :
- voor de personeelsleden van minder dan vijfenveertig jaar : 32 werkdagen;
- voor de personeelsleden tussen vijfenveertig en negenenveertig jaar : 33 werkdagen;
- vanaf vijftig jaar : 34 werkdagen. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
22 DECEMBER 2000. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 december 1967 genomen in toepassing van artikel 3 van het koninklijk besluit van 28 februari 1967 houdende vaststelling van de administratieve stand van de leden van het administratief personeel en van het meesters-, vak- en dienstpersoneel en van de diensten van de Rijksinrichtingen voor kleuter-, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs (VERTALING).
Titre
22 DECEMBRE 2000. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté française modifiant l'arrêté royal du 8 décembre 1967 pris en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 28 février 1967 déterminant les positions administratives du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Article 1. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 8 décembre 1967 pris en application de l'article 3 de l'arrêté royal du 28 février 1967 déterminant les positions administratives du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, tel que modifié par les arrêtés royaux des 21 octobre 1968 et 30 mai 1975, par l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 17 avril 1991 et par l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 16 septembre 1993, les alinéas 1er et 2 sont remplacés par la disposition suivante :
" Les membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de la Communauté française bénéficient d'un congé annuel de vacances, les samedis non compris, dont la durée est fixée comme suit :
- pour les membres du personnel âgés de moins de quarante-cinq ans : 32 jours ouvrables;
- pour les membres du personnel âgés de quarante-cinq ans à quarante-neuf ans : 33 jours ouvrables;
- à partir de cinquante ans : 34 jours ouvrables. ".
" Les membres du personnel administratif, du personnel de maîtrise, gens de métier et de service des établissements d'enseignement gardien, primaire, spécial, moyen, technique, artistique et normal de la Communauté française bénéficient d'un congé annuel de vacances, les samedis non compris, dont la durée est fixée comme suit :
- pour les membres du personnel âgés de moins de quarante-cinq ans : 32 jours ouvrables;
- pour les membres du personnel âgés de quarante-cinq ans à quarante-neuf ans : 33 jours ouvrables;
- à partir de cinquante ans : 34 jours ouvrables. ".
Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2000.
Art. 2. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2000.
Art. 3. De minister, tot wiens bevoegdheid de statuten van het onderwijspersoneel behoren, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 22 december 2000.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
De Minister van Kinderwelzijn, belast met het basisonderwijs, de opvang en de opdrachten toegewezen aan de " O.N.E. ",
J.-M. NOLLET
De Minister van Secundair en Buitengewoon Onderwijs,
P. HAZETTE
De Minister van Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek,
F. DUPUIS
De Minister van Jeugdzaken, Ambtenarenzaken en Onderwijs voor sociale promotie,
W. TAMINIAUX
Brussel, 22 december 2000.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
De Minister van Kinderwelzijn, belast met het basisonderwijs, de opvang en de opdrachten toegewezen aan de " O.N.E. ",
J.-M. NOLLET
De Minister van Secundair en Buitengewoon Onderwijs,
P. HAZETTE
De Minister van Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek,
F. DUPUIS
De Minister van Jeugdzaken, Ambtenarenzaken en Onderwijs voor sociale promotie,
W. TAMINIAUX
Art. 3. Le ministre, ayant les statuts des personnels de l'enseignement dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 22 décembre 2000.
Par le Gouvernement de la Communauté française :
Le Ministre de l'Enfance, chargé de l'enseignement fondamental, de l'accueil et des missions confiées à l'O.N.E.,
J.-M. NOLLET
Le Ministre de l'Enseignement secondaire et de l'Enseignement spécial,
P. HAZETTE
La Ministre de l'Enseignement supérieur et de la Recherche scientifique,
Mme F. DUPUIS
Le Ministre de la Jeunesse, de la Fonction publique et de l'Enseignement de promotion sociale,
W. TAMINIAUX
Bruxelles, le 22 décembre 2000.
Par le Gouvernement de la Communauté française :
Le Ministre de l'Enfance, chargé de l'enseignement fondamental, de l'accueil et des missions confiées à l'O.N.E.,
J.-M. NOLLET
Le Ministre de l'Enseignement secondaire et de l'Enseignement spécial,
P. HAZETTE
La Ministre de l'Enseignement supérieur et de la Recherche scientifique,
Mme F. DUPUIS
Le Ministre de la Jeunesse, de la Fonction publique et de l'Enseignement de promotion sociale,
W. TAMINIAUX