Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
28 NOVEMBER 2001. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van de regels voor de verdeling en de toewijzing van de financiële middelen en voor de controle daarop in het kader van het samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gewesten en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de sociale economie.
Titre
28 NOVEMBRE 2001. - Arrêté royal fixant les règles de répartition, d'affectation et de contrôle des moyens financiers dans le cadre de l'accord de coopération entre l'Etat, les Régions et la Communauté germanophone au sujet de l'économie sociale.
Informations sur le document
Numac: 2001022910
Datum: 2001-11-28
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001022910
Date: 2001-11-28
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet worden verstaan onder :
  1° het samenwerkingsakkoord : het samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gewesten en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de sociale economie, ondertekend te Brussel op 4 juli 2000;
  2° de Minister : de federale Minister bevoegd voor sociale economie;
  3° het overlegcomité : het interministerieel overlegcomité sociale economie zoals opgericht bij artikel 5 van het voormeld samenwerkingsakkoord;
  4° de administratie : de cel sociale economie toegevoegd aan de Bestuursdirectie Maatschappelijk Welzijn van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu;
  5° de betrokken overheid : elk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il y a lieu d'entendre par :
  1° l'accord de coopération : l'accord de coopération entre l'Etat, les Régions et la Communauté germanophone relatif à l'économie sociale signé à Bruxelles, le 4 juillet 2000;
  2° le Ministre : le Ministre fédéral qui est compétent en matière d'économie sociale;
  3° le comité de concertation : le comité de concertation interministériel économie sociale, tel qu'il est institué par l'article 5 de l'accord de coopération précité;
  4° l'administration : la cellule économie sociale, adjointe à la Direction de l'Administration de l'Aide sociale du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement;
  5° l'autorité concernée : chaque région et la Communauté germanophone.
HOOFDSTUK II. - Toewijzing en verdeling van de financiële middelen.
CHAPITRE II. - Affectation et répartition des moyens financiers.
Art. 2. § 1. De Minister wordt gemachtigd een bedrag van 500 000 000 BEF aan te rekenen op begrotingsartikel 55 4 2 0101 86 van de Algemene Uitgavenbegroting 2001, voor de cofinanciering van gezamenlijke inspanningen die moeten geleverd worden met de betrokken overheden.
  § 2. Dit bedrag wordt als volgt verdeeld :
  278 500 000 BEF of 55,7 % van deze federale middelen worden ter beschikking gesteld voor gezamenlijke initiatieven met het Vlaams Gewest en moeten gestort worden op de financiële rekeningnummer van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap,
  165 000 000 BEF of 33 % van deze federale middelen worden ter beschikking gesteld voor gezamenlijke initiatieven met het Waals Gewest en moeten gestort worden op de financiële rekening van het Ministerie van het Waalse Gewest,
  50 000 000 BEF of 10 % van deze federale middelen worden ter beschikking gesteld voor gezamenlijke initiatieven met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en moeten gestort worden op de financiële rekening Ministerie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest,
  6 500 000 BEF of 1,3 % van deze federale middelen worden ter beschikking gesteld voor gezamenlijke initiatieven met de Duitstalige Gemeenschap en moeten gestort worden op de financiële rekening van de Duitstalige Gemeenschap,
  § 3. De tegemoetkoming zal bestaan in een eenmalige storting aan de betrokken overheden, op basis van een aparte overeenkomst gesloten tussen de Minister en de betrokken overheid waarbij de modaliteiten en de toewijzing van de bedragen worden geregeld. In die overeenkomst worden de gezamenlijke inspanningen van de federale en regionale overheden of de Duitstalige gemeenschap omschreven.
Art. 2. § 1. Le Ministre est autorisé à imputer un montant de 500 000 000 BEF à l'article budgétaire 55 4 2 0101 86 du Budget général des dépenses pour 2001, pour le cofinancement des efforts communs à livrer avec les autorités concernées.
  § 2. La répartition est la suivante :
  278 500 000 BEF ou 55,7 % de ces moyens fédéraux sont mis à la disposition des initiatives communes avec la Région flamande à verser sur le compte financier du Ministère de la Région flamande,
  165 000 000 BEF ou 33 % de ces moyens fédéraux sont mis à la disposition des initiatives communes avec la Région wallonne à verser sur le compte financier du Ministère de la Région wallonne,
  50 000 000 BEF ou 10 % de ces moyens fédéraux sont mis à la disposition des initiatives communes avec la Région de Bruxelles-Capitale à verser sur le compte financier du Ministère de la Région Bruxelles-Capitale,
  6 500 000 BEF ou 1,3 % de ces moyens fédéraux sont mis à la disposition des initiatives communes avec la Communauté germanophone à verser sur le compte financier Communauté Germanophone.
  § 3. L'intervention prendra la forme d'un versement unique aux autorités concernées, sur la base d'une convention séparée conclue entre le Ministre et l'autorité concernée qui règle les modalités et l'affectation des montants. Les efforts communs des autorités fédérales et régionales ou de la Communauté germanophone sont décrits dans cette convention.
Art. 3. De betrokken overheid verbindt zich ertoe uiterlijk 1 juli van ieder jaar een raming voor te leggen van de financiële middelen, naargelang van de initiatieven, die zij wenst te besteden aan de uitvoering van het samenwerkingsakkoord tijdens het volgend begrotingsjaar.
Art. 3. L'autorité concernée s'engage à présenter chaque année, au plus tard le 1er juillet, une estimation des moyens financiers en fonction des initiatives qu'elles comptent affecter à la réalisation de l'accord de coopération durant l'année budgétaire suivante.
HOOFDSTUK III. - Toezicht op het gebruik van de financiële middelen.
CHAPITRE III. - Contrôle de l'utilisation des moyens financiers.
Art. 4. § 1. De betrokken overheid verbindt zich ertoe een jaarverslag in te dienen bij het overlegcomité. Bij deze eerste controle gaat men na of de middelen door de betrokken overheid in overeenstemming met de overeenkomst die tussen de partijen werd gesloten, werden vastgelegd.
  Het verslag moet op een omstandige manier voor elk initiatief de tot stand gebrachte realisaties toelichten alsook de graad waarin de vastgelegde doelstellingen werden bereikt en de resultaten die dankzij de uitwerking van het initiatief werden behaald.
  Het verslag moet uitdrukkelijk aantonen dat de financiële middelen werden vastgelegd in overeenstemming met de overeenkomst die tussen de partijen werd gesloten. Het verslag moet als bijlage alle bewijsstukken en alle andere nuttige stukken bevatten. Enkel die vastleggingen die betrekking hebben op de periode tussen 1 januari 2001 en 31 maart 2002 zullen in rekening worden gebracht. Het staat de betrokken overheid vrij hierbij reeds bewijsstukken van ordonnanceringen van deze bedragen in te leveren. De bewijsstukken van ordonnanceringen die nog niet ingeleverd werden, zullen bij de eindafrekening worden gevoegd.
  § 2. De betrokken overheid verbindt zich ertoe uiterlijk op 1 oktober 2003 een eindafrekening in te dienen. Bij deze 2de controle wordt nagaan of de in § 1 genoemde, vastgelegde middelen door de betrokken overheid werden vereffend volgens de in § 1 genoemde vastleggingen en in overeenstemming met de overeenkomst tussen beide partijen.
  De eindafrekening moet, per initiatief, de lijst bevatten van de uitgaven betaald door de betrokken overheid. De eindafrekening moet uitdrukkelijk aantonen dat ordonnanceringen door de betrokken overheid zijn gebeurd in overeenstemming met de vastleggingen en de overeenkomst tussen beide partijen. De eindafrekening moet als bijlage alle bewijsstukken van de ordonnanceringen en alle andere nuttige stukken bevatten. Enkel die ordonnanceringen die betrekking hebben op de periode tussen 1 januari 2001 en 30 september 2003 zullen in rekening worden gebracht.
  § 3. De niet-toegewezen bedragen zullen door de federale overheid worden teruggevorderd.
  § 4. Deze niet-toegewezen bedragen kunnen aanleiding geven tot een vermindering van de tegemoetkoming van de federale overheid voor de begrotingsjaren die volgen op het betreffende jaar, behoudens in geval van gegronde redenen waarover een akkoord bestaat tussen de betrokken partijen. Het overlegcomité zal bepalen wat moet worden verstaan onder gegronde redenen. Het overlegcomité moet worden ingelicht over een eventuele beslissing tot vermindering.
Art. 4. § 1. L'autorité concernée s'engage à transmettre un rapport annuel au Comité de concertation. Lors de ce premier contrôle, il sera vérifié si l'autorité concernée a engagé les moyens conformément à la convention signée entre les parties.
  Le rapport présente de manière circonstanciée, pour chaque initiative, les réalisations effectuées, le degré d'accomplissement des objectifs fixés et les résultats concrets obtenus par la mise en oeuvre de l'initiative.
  Le rapport doit explicitement démontrer que les moyens financiers ont été engagés conformément à la convention conclue entre les parties. Le rapport annuel contient en annexe les preuves et toutes les autres pièces utiles. Seuls les engagements relatifs à la période comprise entre le 1er janvier 2001 et le 31 mars 2002 seront pris en considération. Les autorités concernées ont la liberté de présenter également à cette date les preuves des ordonnancements de ces montants. Les pièces justificatives des ordonnancements qui n'auraient pas encore été transmises sont jointes au décompte final.
  § 2. L'autorité concernée s'engage à transmettre un décompte final au Comité de concertation, au plus tard le 1er octobre 2003. Lors de ce deuxième contrôle, il sera vérifié si l'autorité concernée a liquidé les moyens conformément aux engagements visé au § 1 et conformément à la convention signée entre les parties.
  Le décompte final reprend, par initiative, la liste des dépenses liquidées par l'autorité concernée. Le décompte final doit explicitement démontrer que les moyens financiers sont ordonnancés conformément aux engagements et à la convention signée entre les parties. Le décompte final contient en annexe les preuves d'ordonnancements et toutes les autres pièces utiles. Seuls les ordonnancements relatifs à la période comprise entre le 1er janvier 2001 et le 30 septembre 2003 seront pris en compte.
  § 3. Les montants non affectés seront recouvrés par l'autorité fédérale.
  § 4. Ces montants non affectés peuvent donner lieu à une diminution de l'intervention des autorités fédérales pour les années budgétaires qui suivent l'année concernée, sauf s'il existe des raisons valables pour lesquelles un accord a été conclu entre les parties concernées. Le Comité de concertation définira ce qu'il faut entendre par raisons valables. Le Comité de concertation sera informé d'une éventuelle décision de diminution.
HOOFDSTUK IV. - Eindbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de la publication au Moniteur belge.
Art. 6. Onze Minister van Sociale Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 28 november 2001.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Maatschappelijke Integratie en Sociale Economie,
  J. VANDE LANOTTE
Art. 6. Notre Ministre de l'Economie sociale est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 28 novembre 2001.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Intégration sociale et de l'Economie sociale,
  J. VANDE LANOTTE