Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
4 APRIL 2001. - Koninklijk besluit tot financiering van de inschakeling van werkzoekenden naar startbanen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 mei 1999 tot financiering van het begeleidingsplan.
Titre
4 AVRIL 2001. - Arrêté royal portant financement de l'insertion des demandeurs d'emploi vers la convention de premier emploi et modifiant l'arrêté royal du 25 mai 1999 portant financement du Plan d'accompagnement.
Informations sur le document
Numac: 2001012617
Datum: 2001-04-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001012617
Date: 2001-04-04
Moniteur: Voir
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder :
  1° Het Samenwerkingsakkoord : het Samenwerkingsakkoord van 30 maart 2000 tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende de inschakeling van werkzoekenden naar de startbanen;
  2° het inschakelingsparcours : het inschakelingsparcours bedoeld in Titel I van het Samenwerkingsakkoord;
  3° de module : de modules bedoeld in artikel 8 van het Samenwerkingsakkoord;
  4° het Evaluatiecomité : het Comité bedoeld in artikel 24 van het Samenwerkingsakkoord;
  5° de wet : de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid en houdende diverse bepalingen, inzonderheid op Hoofdstuk III, Afdeling VII, artikel 122;
  6° de Minister : de Minister van Werkgelegenheid;
  7° de bijdragen : de bijdragen bedoeld in artikel 122 van de wet;
  8° de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging : de Directie Inschakeling in het arbeidsproces van de Administratie van de Werkgelegenheid van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid;
  9° de R.V.A. : de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
  10° de V.D.A.B. : de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
  11° de FOREm : "l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi";
  12° de B.G.D.A. : de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
  13° het I.B.F.F.P. : "l'Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle";
  14° de Arbeitsamt : de Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° L'Accord de coopération : l'Accord de coopération du 30 mars 2000 entre l'Etat, les Communautés et les Régions concernant l'insertion des demandeurs d'emploi vers la convention de premier emploi;
  2° le parcours d'insertion : le parcours d'insertion visé au Titre I de l'Accord de coopération;
  3° le module : les modules visés à l'article 8 de l'Accord de coopération;
  4° le Comité d'évaluation : le Comité visé à l'article 24 de l'Accord de coopération;
  5° la loi : loi du 26 mars 1999 relative au Plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses, notamment le Chapitre III, Section VII, article 122;
  6° le Ministre : le Ministre de l'Emploi;
  7° les cotisations : les cotisations visées à l'article 122 de la loi;
  8° le service public chargé du contrôle et du suivi : la Direction de l'Insertion professionnelle de l'Administration de l'Emploi du Ministère de l'Emploi et du Travail;
  9° l'ONEm : l'Office national de l'Emploi;
  10° le V.D.A.B. : le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ";
  11° le FOREm : l'Office communautaire et régional de la formation professionnelle et de l'emploi;
  12° l'ORBEm : l'Office régional bruxellois de l'emploi;
  13° l'I.B.F.F.P. : l'Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle;
  14° le Arbeitsamt : Arbeitsamt der Deutschsprachigen Gemeinschaft.
Art. 2. Dit besluit bepaalt de nadere regels voor de aanwending en de verdeling van de opbrengst van de bijdragen aan de openbare instellingen belast met de arbeidsbemiddeling en aan de openbare instellingen belast met de beroepsopleiding.
Art. 2. Le présent arrêté détermine les modalités d'affectation et de répartition du produit des cotisations aux organismes d'intérêt public chargés du placement et aux organismes d'intérêt public chargés de la formation professionnelle.
HOOFDSTUK II. - Aanwending en verdeling van de financiële middelen.
CHAPITRE II. - Affectation et répartition des moyens financiers.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Section 1. - Dispositions générales.
Art. 3. De Minister verdeelt volgens de bijzondere regels voorzien in dit hoofdstuk, per kwartaal, de opbrengst van de bijdragen tussen de V.D.A.B., de FOREm, de B.G.D.A., het I.B.F.F.P. en de Arbeitsamt.
  De uitbetalingen komen op jaarbasis overeen met de volgende bedragen :
  - maximum 423,623 miljoen BEF als kosten voor het inschakelingsparcours en kosten voor modules voor de V.D.A.B.;
  - maximum 412,423 miljoen BEF als kosten voor het inschakelingsparcours en kosten voor modules voor de FOREm;
  - maximum 12,649 miljoen BEF als kosten voor het inschakelingsparcours en kosten voor modules voor de Arbeitsamt;
  - maximum 84,600 miljoen BEF als kosten voor het inschakelingsparcours en kosten voor modules voor de B.G.D.A.;
  - maximum 66,705 miljoen BEF als begeleidingskosten voor de I.B.F.F.P.
  Indien de opbrengst van de per kwartaal geïnde bijdragen lager is dan de bedragen die nodig zijn voor de per kwartaal overeengekomen uitbetalingen, worden de uitbetalingen proportioneel verminderd ten belope van het tekort. Het overblijvende saldo wordt toegevoegd aan de uitbetalingen van de volgende kwartalen.
Art. 3. Le Ministre répartit selon les règles particulières prévues dans le présent chapitre, par trimestre, le produit des cotisations entre le V.D.A.B., le FOREm, l'ORBEm, l'I.B.F.F.P. et le Arbeitsamt.
  Les paiements correspondent sur base annuelle, aux montants suivants :
  - 423,623 millions de BEF maximum pour les frais de parcours d'insertion et les frais relatifs aux modules pour le V.D.A.B.;
  - 412,423 millions de BEF maximum pour les frais de parcours d'insertion et les frais relatifs aux modules pour le FOREm;
  - 12,649 millions de BEF maximum pour les frais de parcours d'insertion et les frais relatifs aux modules pour le Arbeitsamt;
  - 84,600 millions de BEF maximum pour les frais de parcours d'insertion pour l'ORBEm;
  - 66,705 millions de BEF maximum pour les frais relatifs aux modules pour l'I.B.F.F.P.
  Dans le cas où le produit des cotisations perçues par trimestre est inférieur aux montants nécessaires pour les paiements trimestriels convenus, ceux-ci sont réduits proportionnellement à concurrence du déficit. Le solde restant dû dans ce cas est ajouté aux paiements des trimestres suivants.
Art. 4. § 1. De Minister verdeelt volgens de bijzondere regels voorzien in dit hoofdstuk, per kwartaal, de middelen die bepaald zijn in Hoofdstuk III, afdeling VII, artikel 122 van de wet en voorzien zijn voor de federale diensten belast met het toezicht, de opvolging en de omkadering van het inschakelingsparcours voor werklozen.
  § 2. De uitbetalingen komen op jaarbasis overeen met de volgende bedragen :
  - maximum 5 miljoen BEF voor de openbare dienst belast met de controle en de opvolging van het inschakelingsparcours;
  - maximum 155 miljoen BEF voor de opvolgingskosten van het inschakelingsparcours van de R.V.A..
Art. 4. § 1er. Le Ministre répartit selon les règles particulières prévues dans le présent chapitre, par trimestre, les montants visés dans le Chapitre III, section VII, article 122 de la loi entre les services fédéraux chargés du contrôle, du suivi et de l'encadrement du parcours d'insertion.
  § 2. Ces montants correspondent sur base annuelle aux montants suivants :
  - 5 millions de BEF maximum pour le service public chargé du contrôle et du suivi du parcours d'insertion;
  - 155 millions de BEF maximum pour les frais de suivi du parcours d'insertion de l'ONEm.
Afdeling 2. - Kosten betreffende het inschakelingsparcours.
Section 2. - Frais relatifs aux parcours d'insertion.
Art. 5. Voor de toepassing van deze afdeling moet verstaan worden onder begeleiding : de begeleiding bedoeld in Titel I, Hoofdstuk II van het Samenwerkingsakkoord.
Art. 5. Pour l'application de la présente section, on entend par parcours d'insertion, le parcours d'insertion visé au Titre Ier, Chapitre II de l'Accord de coopération.
Art. 6. § 1. Aan de V.D.A.B., de FOREm, de B.G.D.A. en de Arbeitsamt wordt een bedrag van 10 000 BEF toegekend per jongere die :
  - hetzij een inschakelingsparcours gevolgd heeft die aanleiding gegeven heeft tot een evaluatie;
  - hetzij dit inschakelingsparcours onderbroken heeft;
  en na transmissie van deze gegevens door de bevoegde gewestelijke dienst aan de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging.
  § 2. Het totaal toegekend jaarbedrag ligt per Gemeenschap en per Gewest binnen de grenzen van de begroting bedoeld in artikel 3 van dit besluit.
Art. 6. § 1er. Au V.D.A.B., au FOREm, à l'ORBEm et au Arbeitsamt il est accordé un montant de 10 000 BEF par jeune qui :
  - soit a suivi un parcours d'insertion qui donne lieu à une évaluation de fin de programme;
  - soit a interrompu ce parcours d'insertion;
  et après transmission de ces informations par le service régional compétent au service public chargé du contrôle et du suivi.
  § 2. Le montant annuel total octroyé par Communauté et par Région l'est dans les limites du budget visé à l'article 3 du présent arrêté.
Afdeling 3. - Kosten betreffende de modules.
Section 3. - Frais relatifs aux modules.
Art. 7. Voor de toepassing van deze afdeling moet verstaan worden onder modules, de modules bedoeld in artikel 8 van het Samenwerkingsakkoord.
Art. 7. Pour l'application de la présente section, on entend par modules, les actions visées à l'article 8 de l'Accord de coopération.
Art. 8. § 1. Aan de V.D.A.B., de FOREm, de B.G.D.A., het I.B.F.F.P. en de Arbeitsamt wordt een bedrag van 150 BEF per uur voor elke actie bedoeld in artikel 7 van dit besluit toegekend en per jongere die :
  - hetzij een module gevolgd heeft die aanleiding gegeven heeft tot een evaluatie;
  - hetzij deze module onderbroken heeft;
  en na transmissie van deze gegevens door de bevoegde gewestelijke diensten aan de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging.
  § 2. Het totaal toegekend jaarbedrag per jongere bedoeld in § 1 van dit besluit is 90 000 BEF.
  § 3. Het totaal toegekend jaarbedrag per Gemeenschap en Gewest is binnen de grenzen van de begroting bedoeld in artikel 3 van dit besluit.
Art. 8. § 1er. Au V.D.A.B., au FOREm, à l'ORBEm à l'I.B.F.F.P. et au Arbeitsamt il est accordé un montant de 150 BEF par heure pour toute action visée à l'article 7 du présent arrêté et par jeune qui :
  - soit a suivi un module qui a ou non débouché sur un emploi;
  - soit a interrompu ce module;
  et après transmission de ces pièces par les services régionaux compétente au service public chargé du contrôle et du suivi.
  § 2. Le montant maximum octroyé par jeune visé au § 1er est de 90 000 BEF.
  § 3. Le montant annuel total octroyé par Communauté et par Région l'est dans les limites du budget visé à l'article 3 du présent arrêté.
Afdeling 4. - Toewijzing van de budgettaire marges.
Section 4. - Affectation des marges budgétaires.
Art. 9. Voor de toepassing van deze afdeling moet verstaan worden onder werklozen zoals bedoeld in artikel 17 van het Samenwerkingsakkoord.
Art. 9. La présente section s'appliquent aux chômeurs visés à l'article 17 de l'Accord de coopération.
Art. 10. § 1. Indien er een budgettaire marge bestaat, binnen het kader van de verdeling voorzien in Hoofdstuk II, afdeling 2 van dit besluit, en indien alle jongeren bedoeld in Hoofdstuk II, afdeling 2 en 3 van dit besluit uitgenodigd werden te genieten van een inschakelingsparcours volgens de voorziene bepalingen, kunnen deze marges toegewezen worden aan de financiering van een begeleiding zoals voorzien in de artikelen 5 tot 7 van het Samenwerkingsakkoord.
  § 2. Aan de V.D.A.B., aan de FOREm en aan de B.G.D.A. wordt een bedrag toegekend van 10 000 BEF per werkloze die :
  - hetzij een inschakelingsparcours gevolgd heeft die aanleiding gegeven heeft tot een evaluatie;
  - hetzij het inschakelingsparcours onderbroken heeft;
  en na transmissie van deze gegevens door de bevoegde gewestelijke dienst aan de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging.
  § 3. Het totaal toegekend jaarbedrag per Gemeenschap en Gewest is binnen de grenzen van de begroting bedoeld in artikel 3 van dit besluit en na aftrek van het bedrag dat werd aangewend voor actie bedoeld in Hoofdstuk II, afdelingen 2 en 3 van dit besluit voor de instellingen bedoeld in § 2.
Art. 10. § 1er. Si des marges budgétaires existent, dans le cadre de la répartition prévue au Chapitre II, section 2 du présent arrêté, et si tous les jeunes visés au Chapitre II, sections 2 et 3 du présent arrêté ont été invités à bénéficier du parcours d'insertion selon les dispositions prévues, ces marges peuvent être affectées au financement d'un parcours d'insertion tel que prévu aux articles 5 à 7 de l'Accord de coopération.
  § 2. Au V.D.A.B., au FOREm, à l'ORBEm et au Arbeitsamt, il est accordé un montant de 10 000 BEF par chômeur qui :
  - soit a suivi un parcours d'insertion qui donne lieu à une évaluation de fin de programme;
  - soit a interrompu ce programme;
  et après transmission de ces informations par le service régional compétent au service public chargé du contrôle et du suivi.
  § 3. Le montant annuel total octroyé par Communauté et par Région l'est dans les limites du budget visé à l'article 3 du présent arrêté et après déduction du montant utilisé dans le cadre des dispositions prévues Chapitre II, sections 2 et 3 du présent arrêté, pour les organismes visés au § 2.
Art. 11. § 1. Indien er budgettaire marges bestaan, binnen het kader van de verdeling voorzien in Hoofdstuk II, afdeling 2 van dit besluit, en indien alle jongeren bedoeld in Hoofdstuk II, afdeling 2 en 3 van dit besluit uitgenodigd werden te genieten van een inschakelingsparcours volgens de voorziene bepalingen, kunnen deze marges toegewezen worden aan de financiering van een begeleiding zoals voorzien in de artikelen 8 tot 9 van het Samenwerkingsakkoord.
  § 2. Aan de V.D.A.B., de FOREm, de B.G.D.A., het I.B.F.F.P. en de Arbeitsamt wordt een bedrag van 150 BEF per uur voor elke actie bedoeld in artikel 7 van dit besluit toegekend en per jongere die :
  - hetzij een module gevolgd heeft die aanleiding gegeven heeft tot een tewerkstelling;
  - hetzij de module onderbroken heeft;
  en na transmissie van deze gegevens door de bevoegde dienst aan de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging.
  § 3. Het totaal toegekend jaarbedrag per jongere bedoeld in § 1 van dit besluit is 90 000 BEF.
  § 4. Het totaal toegekend jaarbedrag per Gemeenschap en Gewest is binnen de grenzen van de begroting bedoeld in artikel 3 van dit besluit en na aftrek van het bedrag dat werd aangewend voor acties bedoeld in Hoofdstuk II, afdelingen 2 en 3 van dit besluit voor de instellingen bedoeld in § 2.
Art. 11. § 1er. Si des marges budgétaires existent, dans le cadre de la répartition prévue au Chapitre II, section 2 du présent arrêté, et si tous les jeunes visés au Chapitre II, sections 2 et 3 du présent arrêté ont été invités à bénéficier du parcours d'insertion selon les dispositions prévues, ces marges peuvent être affectées au financement d'un module tel que prévu aux articles 8 et 9 de l'Accord de coopération.
  § 2. Au V.D.A.B., au FOREm, à l'ORBEm à l'I.B.F.F.P. et au Arbeitsamt il est accordé un montant de 150 BEF par heure pour toute action visée à l'article 7 du présent arrêté et par jeune qui :
  - soit a suivi un module qui a ou non débouché sur un emploi;
  - soit a interrompu ce module;
  et après transmission au de ces informations par le service compétent au service public chargé du contrôle et du suivi.
  § 3. Le montant maximum octroyé par jeune visé au § 1er est de 90 000 BEF.
  § 4. Le montant annuel total octroyé par Communauté et par Région l'est dans les limites du budget visé à l'article 3 du présent arrêté et après déduction du montant utilisé dans le cadre des dispositions prévues Chapitre II, sections 2 et 3 du présent arrêté, pour les organismes visés au § 2.
HOOFDSTUK III. - Betaling.
CHAPITRE III. - Paiement.
Afdeling 1. - Algemeenheden.
Section 1. - Généralités.
Art. 12. § 1. De acties die verbonden zijn aan het inschakelingsparcours worden enkel betaald wanneer zij beëindigd zijn en beantwoorden aan de voorwaarden zoals vastgelegd in dit besluit.
  § 2. De acties die betrekking hebben op het maximum voorziene jaarbedrag voor elke instelling in dit Hoofdstuk en die niet beëindigd zijn, zijn toe te voegen aan het maximum bedrag van het jaar tijdens hetwelke zij zijn begonnen en voor zover zij beantwoorden aan de door dit besluit vastgelegde voorwaarden.
Art. 12. § 1er. Les actions liées au parcours d'insertion ne sont payées que lorsqu'elles sont terminées et qu'elles répondent aux conditions fixées par le présent arrêté.
  § 2. Les actions afférentes au montant annuel maximum prévu pour chaque organisme dans le présent Chapitre et non terminées sont imputables, pour autant qu'elles répondent aux conditions fixées par le présent arrêté, au montant annuel maximum de l'année au cours de laquelle elles ont débuté.
Afdeling 2. - Trimesteriële betalingen.
Section 2. - Paiements trimestriels.
Art. 13. § 1. De betalingen gebeuren driemaandelijks door de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging van het inschakelingsparcours, op basis van een driemaandelijks dossier dat minstens samengesteld is uit verantwoordingsstukken en documenten zoals bedoeld in de artikelen 5, 7 et 9 van het Samenwerkingsakkoord.
  § 2. De Minister bepaalt wat moet verstaan worden onder verantwoordingsstukken en bepaalt eveneens de nadere voorwaarden en/of modaliteiten noodzakelijk voor de goede uitvoering van dit besluit.
  § 3. Het dossier moet bij de Minister worden ingediend uiterlijk op de laatste kalenderdag van de maand volgend op het betreffende kwartaal overeenkomstig de voorwaarden opgelegd door dit besluit of in uitvoering van dit besluit.
  § 4. De betalingen zullen geschieden binnen de drie maanden die volgen op de ontvangst van het dossier zoals bedoeld in § 3.
  § 5. De openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging kan indien nodig eveneens een kopie opvragen van de rapporten zoals bedoeld in artikel 5, 2° van het Samenwerkingsakkoord.
Art. 13. § 1er. Les paiements sont effectués par le service public chargé du contrôle et du suivi du parcours d'insertion, sur base d'un dossier trimestriel constitué au moins des pièces justificatives et des documents visés aux articles 5, 7 et 9 de l'Accord de coopération.
  § 2. Le Ministre définit ce qu'il faut entendre par pièces justificatives et définit également les conditions et/ou modalités nécessaires pour la bonne exécution du présent arrêté.
  § 3. Le dossier doit être introduit auprès du Ministre au plus tard le dernier jour calendrier du mois qui suit le trimestre concerné conformément aux dispositions du et en exécution du présent arrêté.
  § 4. Les paiements sont effectués endéans les trois mois qui suivent la réception du dossier visé au § 3.
  § 5. Le service public chargé du contrôle et du suivi peut au besoin demander également copie des rapports visés à l'article 5, 2° de l'Accord de coopération.
Art. 14. § 1. Vóór de uitbetaling dient het Evaluatiecomité het volgende overzicht goed te keuren :
  a) een stand van zaken betreffende de uitvoering van de gegevenstransfer inzake de weigering van werk, het volgen van een module evenals de gevallen van onbeschikbaarheid voor de arbeidsmarkt;
  b) het aantal gerealiseerde inschakelingsparcours die aanleiding gegeven hebben tot een tewerkstelling;
  c) het aantal modules die aanleiding gegeven hebben tot een tewerkstelling;
  d) het aantal inschakelingsparcours, het aantal modules die niet hebben geleid tot een tewerkstelling, op vraag van de jongere.
  § 2. Indien het Evaluatiecomité geen overzicht goedkeurde zoals voorzien in § 1, kan de Minister de bedragen voorzien in Hoofdstuk II, afzonderlijk toekennen.
Art. 14. § 1er. Avant les paiements, le Comité d'évaluation approuve l'aperçu suivant :
  a) un état de la situation concernant l'exécution de l'échange de données relatives à un refus d'emploi, de suivre un module ainsi que des cas d'indisponibilité pour le marché de l'emploi;
  b) le nombre réel de parcours d'insertion réalisés qui ont abouti à une mise au travail et celui de parcours interrompus suite à une mise au travail;
  c) le nombre de modules qui ont abouti à une mise au travail;
  d) le nombre de parcours d'insertion, de modules qui n'ont pas abouti à une mise au travail, à l'initiative du jeune.
  § 2. Dans le cas où le Comité d'évaluation n'a pas approuvé l'aperçu comme prévu au § 1er, le Ministre peut accorder séparément les montants prévus au Chapitre II du présent arrêté.
Art. 15. § 1. De R.V.A. maakt binnen de maand die volgt op het kwartaal waarop de uitgaven betrekking hebben, alle verantwoordingsstukken, inclusief schuldvorderingen inzake de verrichte uitgaven over aan de Minister. De schuldvorderingen moeten eveneens vermelden dat de bedoelde uitgaven enkel betrekking hebben op supplementaire activiteiten die duidelijk verbonden zijn aan het inschakelingsparcours en die door geen enkele andere maatregel werden gefinancierd.
  § 2. De Minister bepaalt wat moet verstaan worden onder verantwoordingsstukken en kan ook de nadere voorwaarden en/of modaliteiten bepalen noodzakelijk voor de goede uitvoering van dit besluit.
  § 3. Elke overschrijding van de door dit artikel of in uitvoering van dit artikel voorziene indieningstermijnen zal aanleiding geven tot een minstens evengrote overschrijding van de betalingstermijn.
Art. 15. § 1er. L'ONEm communique au Ministre, endéans le mois suivant le trimestre auquel les dépenses se rapportent, toutes les pièces justificatives, y compris les déclarations sur l'honneur, relatives aux dépenses effectuées. Les déclarations sur l'honneur mentionnent que lesdites dépenses l'ont été uniquement pour les activités liées au parcours d'insertion et qu'elles ne sont financées par aucune autre mesure.
  § 2. Le Ministre définit ce qu'il faut entendre par pièces justificatives et peut également définir les conditions et/ou modalités nécessaires pour la bonne exécution du présent arrêté.
  § 3. Tout dépassement du délai d'introduction des pièces justificatives déterminé par ou en exécution du présent arrêté entraîne un dépassement au moins équivalent du délai de paiement.
Afdeling 3. - Voorlopige stand van zaken.
Section 3. - Etat prévisionnel.
Art. 16. § 1. Op het einde van het eerste jaar delen alle in dit besluit bedoelde diensten een stand van zaken mee.
  § 2. Deze stand van zaken omvat voor elk trimester de uitgaven die in het kader van dit besluit gedaan werden voor wat betreft :
  - de reële verschuldigde bedragen overeenkomstig de beëindigde acties;
  - de bedragen met betrekking op de lopende, niet-beëindigde acties die zijn toe te schrijven aan de maximum voorziene bedragen voor het jaar tijdens hetwelke zij begonnen zijn.
  § 3. Vanaf het moment dat het bedrag voorzien in § 2 voor één van de instellingen zoals voorzien in dit besluit, het maximum voorziene jaarbedrag dat hen werd toegewezen overeenkomstig het artikel 3, bereikt of overschrijdt, zijn de acties verbonden aan het inschakelingsparcours ter zijner laste.
  § 4. Wanneer vastgesteld wordt dat een instelling zoals voorzien in dit besluit het maximum toegewezen jaarbedrag heeft of zal bereiken, stelt de openbare dienst, belast met het toezicht en de opvolging van het inschakelingsparcours, hen hiervan op de hoogte.
Art. 16. § 1er. A la fin de l'année, chacun des services visés par le présent arrêté communique un état de la situation.
  § 2. Cet état reprend pour chaque trimestre les dépenses engagées dans le cadre du présent arrêté en ce qui concerne :
  - les sommes réellement dues correspondant à des actions terminées;
  - les sommes afférentes aux actions en cours et non achevées qui sont imputables au montant annuel maximum prévu relatif à l'année au cours de laquelle elles ont débuté.
  § 3. Dès que le montant visé au § 2 atteint ou dépasse, pour un des organismes visés dans le présent arrêté, le montant annuel maximum qui lui est octroyé conformément à l'article 3, les actions liées au parcours d'insertion sont à sa charge.
  § 4. Lorsqu'il constate qu'un des organismes visés dans le présent arrêté a atteint ou va atteindre le montant annuel maximum qui lui est octroyé, le service public chargé du contrôle et du suivi du parcours d'insertion l'en avise.
Art. 17. § 1. Op het einde van het tweede trimester en op het einde van het jaar, deelt elke instelling die wordt voorzien in dit besluit een stand van zaken mee.
  § 2. Deze stand van zaken omvat voor elk trimester de uitgaven die in het kader van dit besluit gedaan werden voor wat betreft :
  - de reële verschuldigde bedragen overeenkomstig de beëindigde acties;
  - de bedragen met betrekking op de lopende, niet-beëindigde acties die zijn toe te schrijven aan de maximum voorziene bedragen voor het jaar tijdens hetwelke zij begonnen zijn.
Art. 17. § 1er. A la fin du deuxième trimestre et à la fin de l'année, chacun des services visés par le présent arrêté communique un état de la situation.
  § 2. Cet état reprend pour chaque trimestre les dépenses engagées dans le cadre du présent arrêté en ce qui :
  - les sommes réellement dues correspondant à des actions terminées;
  - les sommes afférentes aux actions en cours et non achevées qui sont imputables au montant annuel maximum prévu relatif à l'année au cours de laquelle elles ont débuté.
Afdeling 4. - Eindafrekening.
Section 4. - Décompte final.
Art. 18. § 1. Ten laatste op het einde van het derde trimester wordt er overgegaan tot een volledige afrekening.
  § 2. Voor deze eindafrekening zal elke instelling aan de openbare dienst belast met de controle en de opvolging van het inschakelingsparcours het volgende overmaken :
  een volledige stand van zaken van de uitgaven die per trimester de uitgaven voor de beëindigde acties weergeven in het kader van dit besluit :
  1. voor het inschakelingsparcours :
  - degenen die verwezenlijkt zijn of die al dan niet geleid hebben tot een tewerkstelling en betaald zijn volgens de modaliteiten voorzien in artikel 6 van dit besluit;
  - degenen die verbroken zijn ten gevolge van een tewerkstelling en betaald zijn volgens de modaliteiten voorzien in artikel 6 van dit besluit;
  - degenen die verbroken zijn op aanvraag van de jongere en betaald zijn volgens de modaliteiten voorzien in artikel 6 van dit besluit;
  2. voor de modules :
  - degenen die verwezenlijkt zijn en die geleid hebben tot een tewerkstelling, degenen die niet geleid hebben tot een tewerkstelling en die betaald zijn volgens de voorwaarden voorzien in artikel 8, van dit besluit;
  - degenen die verbroken werden ten gevolge van een tewerkstelling en die betaald zijn volgens de voorwaarden voorzien in artikel 8 van dit besluit;
  - degenen die onderbroken zijn op vraag van de jongere en die betaald zijn volgens de voorwaarden voorzien in artikel 8 van dit besluit;
  3. de verantwoordingsstukken voorzien in de artikelen 13 en 14 van dit besluit die betrekking hebben op de resterende bedragen voor de acties die zijn beëindigd of zullen beëindigd worden.
Art. 18. § 1er. Au plus tard à la fin du troisième trimestre, il est procédé à un décompte final.
  § 2. Pour ce décompte final, chaque organisme fait parvenir au service chargé du contrôle et du suivi du parcours d'insertion :
  un état complet des dépenses reprenant par trimestre les dépenses engagées dans le cadre du présent arrêté pour les actions terminées :
  1. pour les parcours d'insertion :
  - ceux qui ont été réalisés et qui ont ou n'ont pas abouti à une mise au travail et payés selon les modalités prévues à l'article 6 du présent arrêté;
  - ceux qui ont été interrompus suite à une mise au travail et payés selon les modalités prévues à l'article 6 du présent arrêté;
  - ceux qui ont été interrompus à la demande du jeune et payés selon les modalités prévues à l'article 6 du présent arrêté;
  2. pour les modules :
  - ceux qui ont été réalisés et qui ont abouti à une mise au travail, qui n'ont pas abouti à une mise au travail et qui ont été payés selon les modalités prévues à l'article 8 du présent arrêté;
  - ceux qui ont été interrompus suite à une mise au travail et qui ont été payés selon les modalités prévues à l'article 8 du présent arrêté;
  - ceux qui ont été interrompus à la demande du jeune et qui ont été payés selon les modalités prévues à l'article 8 du présent arrêté;
  3. les pièces justificatives visées aux articles 13 et 14 du présent arrêté et afférentes aux sommes restant dues pour des actions venant d'être terminées ou se terminant.
Afdeling 5. - Intresten.
Section 5. - Intérêts.
Art. 19. De instellingen, bedoeld in artikel 3, kunnen intresten aanrekenen, berekend tegen de wettelijke rentevoet indien de verschuldigde bedragen in toepassing van dit besluit niet werden toegekend binnen de termijnen voorzien in ditzelfde besluit. Er zijn evenwel geen intresten verschuldigd zolang alle voorwaarden opgelegd door dit besluit of in uitvoering van dit besluit niet werden vervuld.
Art. 19. Les organismes visés à l'article 3 peuvent réclamer des intérêts calculés au taux légal, lorsque les sommes qui leur sont dues en application du présent arrêté ne leur ont pas été accordées dans les délais prévus par le même arrêté. Toutefois, aucun intérêt n'est dû tant que les conditions imposées par le présent arrêté ou en exécution de cet arrêté ne sont pas remplies.
HOOFDSTUK IV. - Slot- en wijzigingsbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions modificatives et finales.
Art. 20. § 1. In artikel 15 van het koninklijk besluit van 25 mei 1999 tot financiering van het begeleidingsplan wordt het tweede lid van § 2 opgeheven.
  § 2. In artikel 21 van hetzelfde besluit wordt een § 3 ingevoegd die luidt als volgt :
  " § 3. Het eenmalig voorschot voorzien in § 1 is eveneens terugvorderbaar op de verschuldigde bedragen die worden voorzien in het koninklijk besluit van ........ tot financiering van de inschakeling van werkzoekenden naar startbanen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 mei 1999 tot financiering van het Begeleidingsplan. ".
Art. 20. § 1er. A l'article 15 de l'arrêté royal du 25 mai 1999 portant financement du Plan d'accompagnement, l'alinéa 2 du § 2 est abrogé.
  § 2. A l'article 21 du même arrêté, il est ajouté un § 3 rédigé comme suit :
  " § 3. L'avance unique prévue au § 1er est également récupérable sur les montants dus visés dans l'arrêté royal du ... portant financement de l'insertion des chômeurs vers la convention de premier emploi et modifiant l'arrêté royal du 25 mai 1999 portant financement du Plan d'accompagnement. ".
Art. 21. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2000.
Art. 21. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2000.
Art. 22. Onze Minister van Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 4 april 2001.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werkgelegenheid
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 22. Notre Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 4 avril 2001.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi
  Mme L. ONKELINX.