Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
21 SEPTEMBER 2001. - Ministerieel besluit betreffende de maandelijkse vergoeding bedoeld in artikel 379 van het Gerechtelijk Wetboek(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-09-2001 en tekstbijwerking tot 08-03-2021)
Titre
21 SEPTEMBRE 2001. - Arrêté ministériel relatif à l'indemnité mensuelle prévue à l'article 379 du Code judiciaire(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-09-2001 et mise à jour au 08-03-2021)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Table des matières
Tekst (11)
Texte (11)
HOOFDSTUK I. - Verordeningsbepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions réglementaires.
Artikel 1. [1 De plaatsvervangende rechter of de plaatsvervangende raadsheer]1 die recht heeft op de maandelijkse vergoeding als bedoeld in artikel 379 van het Gerechtelijk Wetboek, vraagt de vergoeding aan in de vorm omschreven in de artikelen 2 en 3.
Article 1. [1 Le juge suppléant ou le conseiller suppléant]1 qui a droit à l'indemnité mensuelle prévue à l'article 379 du Code judiciaire en fait la demande dans les formes fixées par les articles 2 et 3.
Modifications
Art. 2. [1 De aanvraag tot toekenning van de vergoeding eindigt met de woorden : " Ik bevestig op mijn erewoord dat deze echt en volledig is ". Naargelang van het geval wordt de aanvraag overgezonden aan de eerste voorzitter van het hof van beroep, aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, van [2 de ondernemingsrechtbank]2 of van de arbeidsrechtbank [2 of aan de voorzitter van de vrederechters en van rechters in de politierechtbank]2 [3 ...]3, die ze overzendt aan de Minister van Justitie en er zijn advies aan toevoegt.]1
Art. 2. [1 La demande d'octroi de l'indemnité se termine par les mots : " J'affirme sur l'honneur que la présente déclaration est sincère et complète ". Elle est remise selon le cas, au premier président de la cour d'appel, au président du tribunal de première instance, [2 du tribunal de l'entreprise]2 ou du tribunal du travail, [2 ou au président des juges de paix et des juges au tribunal de police]2 [3 ...]3, qui la transmet au Ministre de la Justice en y joignant son avis.]1
Art. 3. De aanvraag van de evenredige vergoeding moet de naam van de vervangen magistraat, de data, de duur en de aard van de verleende prestaties vermelden.
De aanvraag van de forfaitaire vergoeding moet de naam van de vervangen magistraat, en de duur van de verleende prestaties opgeven, en moet vermelden dat al de functies van die magistraat werden waargenomen.
De aanvraag van de forfaitaire vergoeding moet de naam van de vervangen magistraat, en de duur van de verleende prestaties opgeven, en moet vermelden dat al de functies van die magistraat werden waargenomen.
Art. 3. La demande d'indemnité proportionnelle mentionne le nom du magistrat remplacé, les dates, la durée et la nature des prestations.
La demande d'indemnité forfaitaire contient le nom du magistrat remplacé, la durée des prestations et la mention que toutes les fonctions de ce magistrat ont été exercées.
La demande d'indemnité forfaitaire contient le nom du magistrat remplacé, la durée des prestations et la mention que toutes les fonctions de ce magistrat ont été exercées.
Art. 4. [1 De evenredige vergoeding wordt als volgt berekend :
1° hoven van beroep [2 ...]2 :
a) per terechtzitting zoals bepaald door het bijzonder reglement bedoeld in artikel 106 van het Gerechtelijk Wetboek : 70,08 EUR;
b) per zitting voor getuigenverhoor : 43,46 EUR;
c) per prestatie andere dan in a) en b) : 43,46 EUR;
2° rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken en [2 ondernemingsrechtbanken]2 :
a) per terechtzitting zoals bepaald door het bijzonder reglement bedoeld in artikel 88, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek : 56,05 EUR;
b) per zitting voor getuigenverhoor : 35,03 EUR;
c) per prestatie andere dan in a) en b) : 35,03 EUR;
3° vredegerechten en politierechtbanken :
a) per terechtzitting zoals vastgesteld door [2 het bijzonder reglement bedoeld in artikel 66, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek]2 : 70,08 EUR;
b) per zitting voor getuigenverhoor : 43,46 EUR;
c) per prestatie andere dan in a) en b) : 43,46 EUR.]1
De vacaties van minder dan drie uur geven recht op de helft van bovenvermelde vergoeding.
1° hoven van beroep [2 ...]2 :
a) per terechtzitting zoals bepaald door het bijzonder reglement bedoeld in artikel 106 van het Gerechtelijk Wetboek : 70,08 EUR;
b) per zitting voor getuigenverhoor : 43,46 EUR;
c) per prestatie andere dan in a) en b) : 43,46 EUR;
2° rechtbanken van eerste aanleg, arbeidsrechtbanken en [2 ondernemingsrechtbanken]2 :
a) per terechtzitting zoals bepaald door het bijzonder reglement bedoeld in artikel 88, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek : 56,05 EUR;
b) per zitting voor getuigenverhoor : 35,03 EUR;
c) per prestatie andere dan in a) en b) : 35,03 EUR;
3° vredegerechten en politierechtbanken :
a) per terechtzitting zoals vastgesteld door [2 het bijzonder reglement bedoeld in artikel 66, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek]2 : 70,08 EUR;
b) per zitting voor getuigenverhoor : 43,46 EUR;
c) per prestatie andere dan in a) en b) : 43,46 EUR.]1
De vacaties van minder dan drie uur geven recht op de helft van bovenvermelde vergoeding.
Art. 4. [1 L'indemnité proportionnelle est fixée comme suit :
1° cours d'appel [2 ...]2 :
a) par audience de jugement fixée par le règlement particulier visé à l'article 106 du Code judiciaire : 70,08 EUR;
b) par audience d'enquête : 43,46 EUR;
c) par prestation autre que celles visées sous a) et b) : 43,46 EUR;
2° tribunaux de première instance, tribunaux du travail et [2 tribunaux de l'entreprise]2 :
a) par audience de jugement fixée par le règlement particulier visé à l'article 88, § 1er, du Code judiciaire : 56,05 EUR;
b) par audience d'enquête : 35,03 EUR;
c) par prestation autre que celles visées sous a) et b) : 35,03 EUR;
3° justices de paix et tribunaux de police :
a) par audience de jugement fixée par [2 le règlement particulier visé à l'article 66, § 1er, du Code judiciaire]2 : 70,08 EUR;
b) par audience d'enquête : 43,46 EUR;
c) par prestation autre que celles visées sous a) et b) : 43,46 EUR.]1
Les vacations d'une durée inférieure à trois heures donnent droit à la moitié de l'indemnité fixée ci-dessus.
1° cours d'appel [2 ...]2 :
a) par audience de jugement fixée par le règlement particulier visé à l'article 106 du Code judiciaire : 70,08 EUR;
b) par audience d'enquête : 43,46 EUR;
c) par prestation autre que celles visées sous a) et b) : 43,46 EUR;
2° tribunaux de première instance, tribunaux du travail et [2 tribunaux de l'entreprise]2 :
a) par audience de jugement fixée par le règlement particulier visé à l'article 88, § 1er, du Code judiciaire : 56,05 EUR;
b) par audience d'enquête : 35,03 EUR;
c) par prestation autre que celles visées sous a) et b) : 35,03 EUR;
3° justices de paix et tribunaux de police :
a) par audience de jugement fixée par [2 le règlement particulier visé à l'article 66, § 1er, du Code judiciaire]2 : 70,08 EUR;
b) par audience d'enquête : 43,46 EUR;
c) par prestation autre que celles visées sous a) et b) : 43,46 EUR.]1
Les vacations d'une durée inférieure à trois heures donnent droit à la moitié de l'indemnité fixée ci-dessus.
Art. 5. De mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van het personeel van de [1 federale overheidsdiensten]1, geldt eveneens voor de vergoeding bedoeld in artikel 4.
Zij wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.
Zij wordt gekoppeld aan de spilindex 138,01.
Modifications
Art. 5. Le régime de mobilité applicable aux traitements du personnel des [1 services publics fédéraux]1 s'applique également à l'indemnité visée à l'article 4.
Elle est liée à l'indice-pivot 138,01.
Elle est liée à l'indice-pivot 138,01.
Modifications
Art.5/1. [1 Aan de personen genoemd in artikel 1 wordt een vergoeding toegekend voor de verplaatsingskosten van hun verblijfplaats naar de zetel of naar waar de vervanging plaats heeft en voor de reiskosten onder de voorwaarden en volgens de bedragen van toepassing op het personeel van de federale overheidsdiensten.]1
Art.5/1. [1 Une indemnité pour frais de déplacement entre leur résidence et le siège où le remplacement est effectué et pour frais de parcours, est allouée aux personnes visées à l'article 1er, dans les conditions et suivant les taux établis pour le personnel des services publics fédéraux.]1
Modifications
HOOFDSTUK II. - Slotbepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions finales.
Art. 6. Het ministerieel besluit van 5 juli 1976 houdende de maandelijkse vergoeding als bedoeld in artikel 379 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 29 mei 1998, wordt opgeheven.
Art. 6. L'arrêté ministériel du 5 juillet 1976 relatif à l'indemnité mensuelle prévue par l'article 379 du Code judiciaire, modifié par l'arrêté ministériel du 29 mai 1998, est abrogé.
Art. 7. Voor de periode tussen het in werking treden van dit besluit tot 31 december 2001 gelden de in de hierna vermelde bepalingen van dit besluit in frank uitgedrukte bedragen, die in de tweede kolom van de volgende tabel worden vermeld, in de plaats van de in euro uitgedrukte bedragen van de derde kolom van dezelfde tabel.
Art. 7. Dans les dispositions indiquées ci-dessous du présent arrêté, pour la période s'étalant depuis l'entrée en vigueur du présent arrêté au 31 décembre 2001, les montants exprimés en franc figurant à la deuxième colonne du tableau ci-après sont d'application au lieu des montants exprimés en euro dans la troisième colonne du même tableau.
| Arikel 4 | ||
| Eerste lid, 1° | 2 827 | 70,08 EUR |
| 1 753 | 43,46 EUR | |
| 2° | 2 261 | 56,05 EUR |
| 1 413 | 35,03 EUR | |
| 3° | 2 827 | 70,08 EUR |
| 1 753 | 43,46 EUR |
| Article 4 | ||
| Alinéa 1er, 1° | 2 827 | 70,08 EUR |
| 1 753 | 43,46 EUR | |
| 2° | 2 261 | 56,05 EUR |
| 1 413 | 35,03 EUR | |
| 3° | 2 827 | 70,08 EUR |
| 1 753 | 43,46 EUR |
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 8. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge.