Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
10 AUGUSTUS 2001. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de rechtbank van eerste aanleg te Namen.(NOTA : opgeheven met ingang op een onbepaalde datum bij KB2016-06-12/04, art. 1, Inwerkingtreding : onbepaald )
Titre
10 AOUT 2001. - Arrêté royal fixant le règlement particulier du tribunal de première instance de Namur.(NOTE : abrogé avec effet à une date indéterminée par AR2016-06-12/04, art. 1, En vigueur : indéterminée )
Informations sur le document
Numac: 2001009699
Datum: 2001-08-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001009699
Date: 2001-08-10
Moniteur: Voir
Tekst (14)
Texte (14)
Artikel 1. De rechtbank van eerste aanleg te Namen bestaat uit zeventien kamers, waarvan zes burgerlijke kamers, een kamer voor zaken in kort geding, een kamer voor beslagzaken, zeven correctionele kamers, een jeugdkamer en een raadkamer.
Article 1. Le tribunal de première instance de Namur est composé de dix-sept chambres, dont six chambres civiles, une chambre des référés, une chambre des saisies, sept chambres correctionnelles, une chambre de la jeunesse et une chambre du conseil.
Art. 2. De eerste tot en met de zesde kamer nemen kennis van de burgerlijke zaken.
  De zevende kamer houdt zitting als raadkamer.
  De achtste kamer neemt kennis van de zaken in kort geding.
  De negende kamer neemt kennis van de beslagzaken.
  De tiende tot en met de zestiende kamer nemen kennis van de strafzaken. De zaken welke aanleiding geven tot toepassing van de procedure tot onmiddellijke verschijning in strafzaken overeenkomstig de wet van 28 maart 2000 tot invoeging van een procedure van onmiddellijke verschijning in strafzaken en de wet van 28 maart 2000 tot wijziging van de rechterlijke organisatie ten gevolge van de invoering van een procedure van onmiddellijke verschijning, worden gebracht voor één van deze kamers, dewelke, naargelang het geval, samengesteld is uit één of uit drie rechters.
  De zeventiende kamer neemt kennis van de zaken die tot de bevoegdheid van de jeugdrechtbank behoren.
Art. 2. Les chambres de une à six connaissent des affaires civiles.
  La septième chambre siège comme chambre du conseil.
  La huitième chambre connaît des référés.
  La neuvième chambre connaît des saisies.
  Les chambres de dix à seize connaissent des affaires pénales. Les causes donnant lieu à application de la procédure de comparution immédiate en matière pénale, conformément à la loi du 28 mars 2000 insérant une procédure de comparution immédiate en matière pénale et à la loi du 28 mars 2000 portant modification de l'organisation judiciaire à la suite de l'instauration d'une procédure de comparution immédiate, sont portées devant une de ces chambres, composée de un ou de trois juges, selon le cas.
  La dix-septième chambre connaît des affaires relevant de la compétence du tribunal de la jeunesse.
Art. 3. De eerste, de elfde en de dertiende kamer zijn samengesteld uit drie rechters; zo de noodwendigheden van de dienst zulks vereisen, kunnen zij evenwel bestaan uit één rechter.
  Onverminderd de toepassing van de artikelen 91 en 92 van het Gerechtelijk Wetboek, bestaan de andere kamers en het bureau voor rechtsbijstand slechts uit één rechter.
  Voor de toepassing van de artikelen 91 en 92 van het Gerechtelijk Wetboek kan elke kamer, op initiatief van de magistraat die voorzit en met het akkoord van de voorzitter van de rechtbank, met drie rechters zitting houden.
Art. 3. Les première, onzième et treizième chambres sont composées de trois juges; toutefois, selon les nécessités de service, elles pourront ne comprendre qu'un juge.
  Sans préjudice de l'application des articles 91 et 92 du Code judiciaire, les autres chambres et le bureau d'assistance judiciaire ne comprennent qu'un juge.
  Pour l'application des articles 91 et 92 du Code judiciaire, chaque chambre pourra, à l'initiative du magistrat qui la préside et de l'accord du président du tribunal, siéger au nombre de trois juges.
Art. 4. De kamers houden zitting als volgt :
  - de eerste kamer, op maandag en vrijdag om 9 uur 15 of om 14 uur;
  - de tweede kamer, op dinsdag om 9 uur 15 of om 14 uur;
  - de derde kamer, op maandag (voor de verzoekschriften) en op woensdag om 9 uur 15 of om 14 uur;
  - de vierde kamer, op woensdag om 9 uur 15 of om 14 uur;
  - de vijfde kamer, op donderdag om 9 uur 15 of om 14 uur;
  - de zesde kamer, op vrijdag om 9 uur 15 of om 14 uur;
  - de zevende kamer, op maandag om 14 uur en op woensdag - en elke andere werkdag indien nodig -, hetzij om 9 uur 30, hetzij om 14 uur, de dag volgend op een feestdag;
  - de achtste kamer, op dinsdag en op vrijdag om 8 uur 45;
  - de negende kamer, op maandag (voor de collectieve schuldregelingen), op dinsdag (voor de verzoeningen) en op vrijdag om 14 uur;
  - de tiende kamer, op maandag om 9 uur;
  - de elfde kamer, op dinsdag om 9 uur;
  - de twaalfde kamer, op woensdag om 9 uur;
  - de dertiende kamer, op donderdag om 9 uur;
  - de veertiende en de vijftiende kamer, op vrijdag om 9 uur;
  - de zestiende kamer, op maandag om 9 uur;
  - de zeventiende kamer, op maandag om 8 uur 45 en op dinsdag en donderdag om 14 uur.
  Het bureau voor rechtsbijstand houdt zitting op dinsdag om 14 uur.
  De getuigenverhoren in burgerlijke zaken hebben plaats op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag om 14 uur of om 14 uur 30.
  De neerlegging van de verzoekschriften en de verschijningen inzake echtscheiding of scheiding van tafel en bed door onderlinge toestemming hebben plaats op maandag om 9 uur.
  De burgerlijke en correctionele zittingen duren ten minste drie uur, de rolregeling en de uitspraak van de vonnissen niet inbegrepen.
Art. 4. Les chambres tiennent audience comme suit :
  - la première chambre, le lundi et le vendredi à 9 heures 15 ou à 14 heures;
  - la deuxième chambre, le mardi à 9 heures 15 ou à 14 heures;
  - la troisième chambre, le lundi (pour les requêtes) et le mercredi à 9 heures 15 ou à 14 heures;
  - la quatrième chambre, le mercredi à 9 heures 15 ou à 14 heures;
  - la cinquième chambre, le jeudi à 9 heures 15 ou à 14 heures;
  - la sixième chambre, le vendredi à 9 heures 15 ou à 14 heures;
  - la septième chambre, le lundi à 14 heures et le mercredi - et tout autre jour ouvrable si nécessaire -, soit à 9 heures 30, soit à 14 heures le lendemain d'un jour férié;
  - la huitième chambre, le mardi et le vendredi à 8 heures 45;
  - la neuvième chambre, le lundi (pour les règlements collectifs de dettes), le mardi (pour les conciliations) et le vendredi à 14 heures;
  - la dixième chambre, le lundi à 9 heures;
  - la onzième chambre, le mardi à 9 heures;
  - la douzième chambre, le mercredi à 9 heures;
  - la treizième chambre, le jeudi à 9 heures;
  - les quatorzième et quinzième chambres, le vendredi à 9 heures;
  - la seizième chambre, le lundi à 9 heures;
  - la dix-septième chambre, le lundi à 8 heures 45 et les mardi et jeudi à 14 heures.
  Le bureau d'assistance judiciaire siège le mardi à 14 heures.
  Les enquêtes en matière civile se tiennent les lundi, mardi, mercredi et jeudi à 14 heures ou à 14 heures 30.
  Le dépôt des requêtes et les comparutions en matière de divorce ou de séparation de corps par consentement mutuel ont lieu le lundi à 9 heures.
  La durée des audiences civiles et correctionnelles est de trois heures au moins, non compris le règlement du rôle et la prononciation des jugements.
Art. 5. De kamers kunnen, naargelang van de behoeften van de dienst, buitengewone zittingen houden, waarvan zij zelf de dagen en uren bepalen, met instemming van de voorzitter van de rechtbank.
Art. 5. Les chambres peuvent, selon les besoins du service, tenir des audiences extraordinaires dont elles fixent elles-mêmes les jours et heures, avec l'accord du président du tribunal.
Art. 6. De voorzitter van de rechtbank kan, zo de behoeften van de dienst het vereisen, en na het advies van de procureur des Konings en van de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, beslissen dat één of meer kamers bijkomende zittingen houden, waarvoor hij de dagen en uren bepaalt.
Art. 6. Le président du tribunal peut, lorsque les besoins du service le justifient, et après avoir pris l'avis du procureur du Roi et du greffier en chef, décider de faire tenir, par une ou plusieurs chambres, des audiences supplémentaires, dont il fixe les jours et heures.
Art. 7. De inleidingen hebben plaats :
  a) voor de burgerlijke rechtbank : op de zitting van de tweede kamer op dinsdag, behalve de zaken betreffende de staat van personen (echtscheiding, scheiding van tafel en bed, betwisting van vaderschap, enz.), dewelke worden ingeleid op de zitting van de derde kamer op woensdag en de zaken bedoeld in artikel 92, § 1, 1° tot 6°, van het Gerechtelijk Wetboek, dewelke worden ingeleid op de zitting van de eerste kamer op maandag;
  b) voor de correctionele rechtbank, inzake rechtstreekse dagvaarding : hetzij op de zitting van de dertiende kamer op donderdag, hetzij op de zitting van de twaalfde kamer op woensdag, naargelang de zaak moet worden vastgesteld voor een kamer met drie rechters of voor een kamer met een rechter;
  c) voor de voorzitter, of de magistraat die hij aanduidt, zetelend in kort geding of zoals in kort geding : op de zitting van de achtste kamer, op dinsdag en vrijdag;
  d) voor de beslagrechter : op de zitting van de negende kamer, op vrijdag, of, ingeval van hoogdringendheid, op een van de eerste vier werkdagen van de week;
  e) voor de jeugdrechtbank : op de zitting van de zeventiende kamer, op donderdag;
  f) voor het bureau voor rechtsbijstand : op dinsdag, om 14 uur.
Art. 7. Les introductions ont lieu :
  a) devant le tribunal civil : à l'audience de la deuxième chambre le mardi, hormis pour les causes concernant l'état des personnes (divorce, séparation de corps, contestation de paternité, etc), qui sont introduites à l'audience de la troisième chambre le mercredi et pour les causes visées à l'article 92, § 1, 1° à 6°, du Code judiciaire, qui sont introduites à l'audience de la première chambre le lundi;
  b) devant le tribunal correctionnel, en matière de citation directe : soit à l'audience de la treizième chambre le jeudi, soit à l'audience de la douzième chambre le mercredi, selon que l'affaire doit être fixée devant une chambre à trois juges ou une chambre à un juge;
  c) devant le président ou le magistrat qu'il délègue, siégeant en référé ou comme en référé : à l'audience de la huitième chambre, les mardi et vendredi;
  d) devant le juge des saisies : à l'audience de la neuvième chambre, le vendredi ou, en cas d'urgence, un des quatre premiers jours ouvrables de la semaine;
  e) devant le tribunal de la jeunesse : à l'audience de la dix-septième chambre, le jeudi;
  f) devant le bureau d'assistance judiciaire : le mardi, à 14 heures.
Art. 8. De voorzitter van de rechtbank verdeelt de burgerlijke zaken.
  De strafzaken worden, op voorstel van de procureur des Konings, door de voorzitter van de rechtbank toebedeeld.
Art. 8. Le président du tribunal distribue les affaires civiles.
  Les affaires pénales sont distribuées par le président du tribunal, sur proposition du procureur du Roi.
Art. 9. De voorzitter van de rechtbank bepaalt, na het advies van de procureur des Konings te hebben ingewonnen, de dienstregeling van de onderzoeksrechters en de verdeling van de zaken onder hen.
  De zaken worden toebedeeld aan de onderzoeksrechter die met dienst is op de datum van de vordering van de procureur des Konings.
  Wanneer de behoeften van de dienst of een goede rechtsbedeling dit vergen, kan de voorzitter van de rechtbank, na het advies van de procureur des Konings te hebben ingewonnen, afwijken van de dienstregeling en van de verdeling van de zaken of aan een onderzoeksrechter een zaak toebedelen die voor een andere onderzoeksrechter aanhangig is.
Art. 9. Le président du tribunal arrête, après avoir pris l'avis du procureur du Roi, le tableau de service des juges d'instruction et la répartition des affaires entre eux.
  Les affaires sont distribuées au juge d'instruction qui est de service à la date du réquisitoire du procureur du Roi.
  Si les besoins du service ou la bonne administration de la justice l'exigent, le président du tribunal peut déroger, après avoir pris l'avis du procureur du Roi, au tableau de service et de répartition des affaires ou distribuer à un juge d'instruction une affaire dont un autre juge d'instruction est saisi.
Art. 10. De voorzitter van de rechtbank bepaalt, na het advies van de procureur des Konings te hebben ingewonnen, de dagen en uren van de vakantiezittingen, in overeenstemming met de artikelen 334 tot 339 van het Gerechtelijk Wetboek.
  Hij maakt de lijst op van de magistraten die er zitting zullen houden.
  De voorzitter van de rechtbank kan te allen tijde die lijst wijzigen, met het oog op de behoeften van de dienst.
Art. 10. Le président du tribunal établit, après avoir pris l'avis du procureur du Roi, les jours et heures des audiences de vacation, en se conformant aux articles 334 à 339 du Code judiciaire.
  Il détermine la liste des magistrats qui y siégeront.
  Le président du tribunal peut, en tout temps, modifier ce tableau en raison des nécessités du service.
Art. 11. De beschikkingen die de voorzitter van de rechtbank neemt op grond van de artikelen 89 en 90 van het Gerechtelijk Wetboek of op grond van dit reglement, worden ter griffie van de rechtbank aangeplakt. Deze beschikkingen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de eerste voorzitter van het Hof van Beroep en van de procureur des Konings.
Art. 11. Les ordonnances que le président du tribunal prend sur la base des articles 89 et 90 du Code judiciaire ou du présent règlement sont affichées au greffe du tribunal. Le premier président de la Cour d'appel et le procureur du Roi en sont immédiatement avisés.
Art. 12. Het koninklijk besluit van 3 december 1991 tot vaststelling van het bijzonder reglement van de rechtbank van eerste aanleg te Namen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 april 1997, wordt opgeheven.
Art. 12. L'arrêté royal du 3 décembre 1991 fixant le règlement particulier du tribunal de première instance de Namur, modifié par l'arrêté royal du 15 avril 1997, est abrogé.
Art. 13. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2001.
Art. 13. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2001.
Art. 14. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Nice, 10 augustus 2001.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN
Art. 14. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Nice, le 10 août 2001.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN