Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
19 JULI 2001. - Koninklijk besluit betreffende de toegang van bepaalde openbare besturen tot het Centraal Strafregister(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-08-2001 en tekstbijwerking tot 26-07-2018)
Titre
19 JUILLET 2001. - Arrêté royal relatif à l'accès de certaines administrations publiques au Casier judiciaire central(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-08-2001 et mise à jour au 26-07-2018)
Informations sur le document
Numac: 2001009579
Datum: 2001-07-19
Info du document
Numac: 2001009579
Date: 2001-07-19
Table des matières
Tekst (40)
Texte (40)
HOOFDSTUK I. - Algemeenheden.
CHAPITRE I. - Généralités.
Artikel 1. De openbare besturen bedoeld in hoofdstuk II hebben toegang tot de in het Centraal Strafregister opgenomen gegevens, volgens de regels bepaald in artikel 594 van het Wetboek van Strafvordering, in het koninklijk besluit van 19 juli 2001 tot uitvoering van de wet van 8 augustus 1997 betreffende het Centraal Strafregister en in dit besluit.
Article 1. Les administrations publiques visées au chapitre II ont accès aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central, selon les modalités prévues par l'article 594 du Code d'instruction criminelle, par l'arrêté royal du 19 juillet 2001 portant exécution de la loi du 8 août 1997 relative au Casier judiciaire central et par le présent arrêté.
Art.2. De gegevens verkregen overeenkomstig artikel 7 en volgende mogen uitsluitend worden aangewend om de door of krachtens de wet bepaalde taken uit te voeren. Zij mogen niet aan derden worden medegedeeld.
In verband met de toepassing van voornoemde artikelen worden volgende personen niet als derden beschouwd :
1° de personen op wie de gegevens betrekking hebben, of hun wettelijke vertegenwoordigers;
2° de bij of krachtens de wet aangewezen autoriteiten en diensten die bevoegdelijk toegang hebben tot de gegevens van het Centraal Strafregister, voor zover het gaat om informatie die hun op grond van hun aanwijzing en in het raam van hun onderlinge betrekkingen mag worden meegedeeld.
In verband met de toepassing van voornoemde artikelen worden volgende personen niet als derden beschouwd :
1° de personen op wie de gegevens betrekking hebben, of hun wettelijke vertegenwoordigers;
2° de bij of krachtens de wet aangewezen autoriteiten en diensten die bevoegdelijk toegang hebben tot de gegevens van het Centraal Strafregister, voor zover het gaat om informatie die hun op grond van hun aanwijzing en in het raam van hun onderlinge betrekkingen mag worden meegedeeld.
Art.2. Les informations obtenues en application des articles 7 et suivants ne peuvent être utilisées qu'en vue de l'accomplissement des missions définies par ou en vertu de la loi visées auxdits articles. Elles ne peuvent être communiquées à des tiers.
Ne sont pas considérés comme des tiers pour l'application de ces articles :
1° les personnes auxquelles se rapportent ces informations, ou leurs représentants légaux;
2° les autorités et les services habilités à accéder aux informations du Casier judiciaire central judiciaire central, désignés par ou en vertu de la loi, pour les informations qui peuvent leur être communiquées en vertu de leur désignation, et dans le cadre des relations qu'ils entretiennent entre eux.
Ne sont pas considérés comme des tiers pour l'application de ces articles :
1° les personnes auxquelles se rapportent ces informations, ou leurs représentants légaux;
2° les autorités et les services habilités à accéder aux informations du Casier judiciaire central judiciaire central, désignés par ou en vertu de la loi, pour les informations qui peuvent leur être communiquées en vertu de leur désignation, et dans le cadre des relations qu'ils entretiennent entre eux.
Art.3. Het toewijzen van bevoegdheden aan personen en het aanwijzen van personen overeenkomstig artikel 7 en volgende kunnen alleen indien zulks nodig is voor de tenuitvoerlegging van wets- en verordeningsbepalingen die kennis van de gerechtelijke antecedenten vereisen.
Art.3. Les délégations et désignations de personnes, prévues aux articles 7 et suivants, ne peuvent avoir lieu que dans la mesure nécessaire à l'exécution des dispositions légales et réglementaires qui requièrent la connaissance des antécédents judiciaires.
Art.4. De lijst van de personen aan wie bevoegdheden zijn toegewezen of die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 7 en volgende, wordt jaarlijks opgemaakt en met dezelfde regelmaat toegezonden aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Graad en betrekking van die personen moeten worden vermeld.
De in het eerste lid bedoelde personen verbinden er zich schriftelijk toe te waken over de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de gegevens waartoe zij toegang hebben.
Graad en betrekking van die personen moeten worden vermeld.
De in het eerste lid bedoelde personen verbinden er zich schriftelijk toe te waken over de veiligheid en de vertrouwelijkheid van de gegevens waartoe zij toegang hebben.
Art.4. La liste des personnes déléguées ou désignées sur base des articles 7 et suivants, est dressée annuellement et transmise suivant la même périodicité à la Commission de la protection de la vie privée.
Il est fait mention pour chaque personne, de son grade et de sa fonction.
Les personnes visées à l'alinéa 1er, s'engagent par écrit à veiller à la sécurité et à la confidentialité des données auxquelles elles ont accès.
Il est fait mention pour chaque personne, de son grade et de sa fonction.
Les personnes visées à l'alinéa 1er, s'engagent par écrit à veiller à la sécurité et à la confidentialité des données auxquelles elles ont accès.
Art.5. Wanneer in de volgende artikelen wordt verwezen naar bepaalde overtredingen of categorieën overtredingen waarvan alleen de openbare besturen kennis mogen hebben, worden die overtredingen of categorieën overtredingen bedoeld zoals ze vermeld staan in de nomenclatuur gebruikt door het Centraal Strafregister.
Art.5. Lorsqu'il est fait référence, dans les articles suivants, à des infractions déterminées ou à des catégories d'infractions dont les administrations publiques peuvent uniquement avoir connaissance, ces infractions ou catégories d'infractions sont celles visées dans la nomenclature des infractions utilisée par le Casier judiciaire central.
Art.6. De veiligheidsadviseur bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 19 juli 2001 tot uitvoering van de wet van 8 augustus 1997 betreffende het Centraal Strafregister neemt de nodige technische maatregelen met het oog de beperking van de gegevens te waarborgen waarvan alleen de openbare overheden kennis mogen hebben.
Art.6. Le conseiller en sécurité visé à l'article 10 de l'arrêté royal du 19 juillet 2001 portant exécution de la loi du 8 août 1997 relative au Casier judiciaire central, prend les mesures techniques nécessaires en vue d'assurer la limitation des informations dont les administrations publiques peuvent uniquement avoir connaissance.
HOOFDSTUK II. - Diensten waaraan toegang wordt verleend tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister.
CHAPITRE II. - Administrations autorisées à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central.
Art.7. Met het oog op de toepassing van artikelen 16 en 27, § 2 van het Koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van Rijksambtenaren, en van artikel 87, § 2 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van instellingen, en van artikel 1, § 3, 2° en 3° van het koninklijk besluit van 26 september 1994 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen, worden volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van het Selectiebureau van de federale Overheid;
2° de personeelsleden van het Selectiebureau van de federale Overheid die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de rijksambtenaren.
1° de leidinggevende ambtenaar van het Selectiebureau van de federale Overheid;
2° de personeelsleden van het Selectiebureau van de federale Overheid die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de rijksambtenaren.
Art.7. Dans le cadre de l'application des articles 16 et 27, § 2 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, de l'article 87, § 2 de la loi spéciale du 8 août 1980 des réformes institutionnelles, et de l'article 1er, § 3, 2° et 3° de l'arrêté royal du 26 septembre 1994 fixant les principes généraux du statut administratif et pécuniaire des agents de l'Etat applicables au personnel des services des Gouvernements de Communauté et de Région et des Collèges de la Commission communautaire commune et de la Commission communautaire française ainsi qu'aux personnes morales de droit public qui en dépendent, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant le Bureau de sélection de l'Administration fédérale;
2° les membres du personnel du Bureau de sélection de l'Administration fédérale que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
1° le fonctionnaire dirigeant le Bureau de sélection de l'Administration fédérale;
2° les membres du personnel du Bureau de sélection de l'Administration fédérale que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Art.8. Met het oog op de toepassing van artikel 1 van het reglement van orde van de Interdepartementale Raad van Beroep, bedoeld in artikel 82, 2° van het Koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van Rijksambtenaren, worden volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de minister onder wiens bevoegdheid de appellant staat;
2° het personeelslid van het ministerie waartoe de appellant behoort, door de minister bij naam daartoe schriftelijk aangeduid, zulks gelet op de betrekking die hij uitoefent en voor zover hij is bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de rijksambtenaren.
1° de minister onder wiens bevoegdheid de appellant staat;
2° het personeelslid van het ministerie waartoe de appellant behoort, door de minister bij naam daartoe schriftelijk aangeduid, zulks gelet op de betrekking die hij uitoefent en voor zover hij is bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de rijksambtenaren.
Art.8. Dans le cadre de l'application de l'article 1er du règlement d'ordre de la Chambre de Recours interdépartementale visée à l'article 82, 2° de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le ministre dont relève l'appelant;
2° le membre du personnel du ministère dont relève l'appelant, que le ministre désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'il occupe et pour autant qu'il soit revêtu d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
1° le ministre dont relève l'appelant;
2° le membre du personnel du ministère dont relève l'appelant, que le ministre désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'il occupe et pour autant qu'il soit revêtu d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Art.9. Met het oog op de toepassing van artikel 21, § 4, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, worden volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de dienst Naturalisaties van de Kamer van volksvertegenwoordigers;
2° de personeelsleden van de dienst Naturalisaties die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op het Boek II van het Strafwetboek of op de politieke orde en openbare veiligheid.
1° de leidinggevende ambtenaar van de dienst Naturalisaties van de Kamer van volksvertegenwoordigers;
2° de personeelsleden van de dienst Naturalisaties die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op het Boek II van het Strafwetboek of op de politieke orde en openbare veiligheid.
Art.9. Dans le cadre de l'application de l'article 21, § 4, du Code de la nationalité belge, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant le service des Naturalisations de la Chambre des représentants;
2° les membres du personnel du service des Naturalisations que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction au Livre II du Code pénal ou en matière d'ordre politique ou de sécurité publique.
1° le fonctionnaire dirigeant le service des Naturalisations de la Chambre des représentants;
2° les membres du personnel du service des Naturalisations que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction au Livre II du Code pénal ou en matière d'ordre politique ou de sécurité publique.
Art.10. Met het oog op de toepassing van de artikelen 3 eerste lid, 7°, 7, 20 tot 22, 43, 52bis en 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, worden volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken;
2° de personeelsleden van de dienst Vreemdelingenzaken die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op het Boek II van het Strafwetboek of op de politieke orde en openbare veiligheid.
1° de leidinggevende ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken;
2° de personeelsleden van de dienst Vreemdelingenzaken die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op het Boek II van het Strafwetboek of op de politieke orde en openbare veiligheid.
Art.10. Dans le cadre de l'application des articles 3, alinéa 1er, 7°, 7, 20 à 22, 43, 52bis et 54 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant l'Office des étrangers;
2° les membres du personnel de l'Office des étrangers que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction au Livre II du Code pénal ou en matière d'ordre politique ou de sécurité publique.
1° le fonctionnaire dirigeant l'Office des étrangers;
2° les membres du personnel de l'Office des étrangers que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction au Livre II du Code pénal ou en matière d'ordre politique ou de sécurité publique.
Art.11. Met het oog op de toepassing van artikel 4, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 dat het organiek reglement van het Ministerie van Financiën vastlegt, is de Administrateur-generaal van de belastingen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister.
Met het oog op de toepassing van artikel 4, § 2, vierde lid, van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 dat het organiek reglement van het Ministerie van Financiën vastlegt, is de Adjunct Administrateur-generaal van de belastingen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister.
De personen bedoeld in de vorige leden hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk I en op hoofdstuk II van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, op de bescherming van openbare inkomsten of van de economische orde.
Met het oog op de toepassing van artikel 4, § 2, vierde lid, van het koninklijk besluit van 29 oktober 1971 dat het organiek reglement van het Ministerie van Financiën vastlegt, is de Adjunct Administrateur-generaal van de belastingen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister.
De personen bedoeld in de vorige leden hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk I en op hoofdstuk II van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, op de bescherming van openbare inkomsten of van de economische orde.
Art.11. Dans le cadre de l'application de l'article 4, § 2, 1er alinéa, de l'arrêté royal du 29 octobre 1971 fixant le règlement organique du Ministère des Finances, l'Administrateur général des impôts est autorisé à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central.
Dans le cadre de l'application de l'article 4, § 2, alinéa 4, de l'arrêté royal du 29 octobre 1971 fixant le règlement organique du Ministère des Finances, l'Administrateur général adjoint des impôts est autorisé à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central.
Les personnes visées aux alinéas précédents ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction aux sections 1 et 2 du chapitre Ier et au chapitre II du Titre IX du Livre II du Code pénal, pour une infraction en matière de protection des ressources publiques ou de l'ordre économique.
Dans le cadre de l'application de l'article 4, § 2, alinéa 4, de l'arrêté royal du 29 octobre 1971 fixant le règlement organique du Ministère des Finances, l'Administrateur général adjoint des impôts est autorisé à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central.
Les personnes visées aux alinéas précédents ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction aux sections 1 et 2 du chapitre Ier et au chapitre II du Titre IX du Livre II du Code pénal, pour une infraction en matière de protection des ressources publiques ou de l'ordre économique.
Art.12. Met het oog op de toepassing van artikel 327 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en van artikel 319bis van hetzelfde Wetboek, inzake het innen van belastingen, worden volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de directeur-generaal van de Centrale administratie van de Administratie der directe belastingen, die bevoegdheden kan toewijzen aan een ambtenaar die diensthoofd is;
2° de gewestelijke directeurs of hun vervanger van de buitendiensten van de Administratie der directe belastingen;
3° de directeur-generaal van de Centrale Administratie van de bijzondere belastingsinspectie, die bevoegdheden kan toewijzen aan een ambtenaar die diensthoofd is;
4° de gewestelijke directeurs of hun vervanger van de buitendiensten van de Administratie van de bijzondere belastingsinspectie.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk I en op hoofdstuk II van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, op de bescherming van openbare inkomsten of van de economische orde.
1° de directeur-generaal van de Centrale administratie van de Administratie der directe belastingen, die bevoegdheden kan toewijzen aan een ambtenaar die diensthoofd is;
2° de gewestelijke directeurs of hun vervanger van de buitendiensten van de Administratie der directe belastingen;
3° de directeur-generaal van de Centrale Administratie van de bijzondere belastingsinspectie, die bevoegdheden kan toewijzen aan een ambtenaar die diensthoofd is;
4° de gewestelijke directeurs of hun vervanger van de buitendiensten van de Administratie van de bijzondere belastingsinspectie.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk I en op hoofdstuk II van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, op de bescherming van openbare inkomsten of van de economische orde.
Art.12. Dans le cadre de l'application de l'article 327 du Code des impôts sur les revenus 1992 en ce qui concerne l'établissement des impôts et de l'article 319bis du même Code, en matière de recouvrement, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le directeur général de l'Administration centrale de l'Administration des contributions directes, qui peut accorder délégation à un fonctionnaire chef de service;
2° les directeurs régionaux, ou leur remplaçant, des Services extérieurs de l'Administration des contributions directes;
3° le directeur général de l'Administration centrale de l'Administration de l'inspection spéciale des impôts, qui peut accorder délégation à un fonctionnaire chef de service;
4° les directeurs régionaux ou leur remplaçant, des Services extérieurs de l'Administration de l'inspection spéciale des impôts.
Les personnes visées aux alinéas précédents ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction aux sections 1 et 2 du chapitre Ier et au chapitre II du Titre IX du Livre II du Code pénal, pour une infraction en matière de protection des ressources publiques ou de l'ordre économique.
1° le directeur général de l'Administration centrale de l'Administration des contributions directes, qui peut accorder délégation à un fonctionnaire chef de service;
2° les directeurs régionaux, ou leur remplaçant, des Services extérieurs de l'Administration des contributions directes;
3° le directeur général de l'Administration centrale de l'Administration de l'inspection spéciale des impôts, qui peut accorder délégation à un fonctionnaire chef de service;
4° les directeurs régionaux ou leur remplaçant, des Services extérieurs de l'Administration de l'inspection spéciale des impôts.
Les personnes visées aux alinéas précédents ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction aux sections 1 et 2 du chapitre Ier et au chapitre II du Titre IX du Livre II du Code pénal, pour une infraction en matière de protection des ressources publiques ou de l'ordre économique.
Art.13. Met het oog op de toepassing van artikelen 129, § 1 en 210, § 1 van de algemene wet inzake douane en de accijnzen van 18 juli 1977 en van artikel 11 van de wet van 28 december 1983, betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht worden volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de directeur-generaal van de Centrale administratie van de Administratie van Douane en Accijnzen, die bevoegdheden kan toewijzen aan een ambtenaar die diensthoofd is;
2° de gewestelijke directeurs of hun vervanger, van de buitendiensten van de Administratie van Douane en Accijnzen;
3° de directeur-generaal van de Centrale administratie van de bijzondere belastingsinspectie, die bevoegdheden kan toewijzen aan een ambtenaar die diensthoofd is;
4° de gewestelijke directeurs of hun vervanger, van de buitendiensten van de Administratie van de bijzondere belastingsinspectie.
De personen bedoeld in de vorige leden hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens knevelarij of omkoping van ambtenaren, tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de hoofdstukken IV, V, VI en VII, van Titel VII, en op de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk I en op hoofdstuk II van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, tot veroordelingen wegens heling, het houden van een speelhuis, het onwettig aanvaarden van weddenschappen op paardenrennen, het houden van een kantoor voor andere weddenschappen dan op paardenrennen, en tot veroordelingen op de bescherming van openbare inkomsten of van de economische orde.
1° de directeur-generaal van de Centrale administratie van de Administratie van Douane en Accijnzen, die bevoegdheden kan toewijzen aan een ambtenaar die diensthoofd is;
2° de gewestelijke directeurs of hun vervanger, van de buitendiensten van de Administratie van Douane en Accijnzen;
3° de directeur-generaal van de Centrale administratie van de bijzondere belastingsinspectie, die bevoegdheden kan toewijzen aan een ambtenaar die diensthoofd is;
4° de gewestelijke directeurs of hun vervanger, van de buitendiensten van de Administratie van de bijzondere belastingsinspectie.
De personen bedoeld in de vorige leden hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens knevelarij of omkoping van ambtenaren, tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de hoofdstukken IV, V, VI en VII, van Titel VII, en op de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk I en op hoofdstuk II van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, tot veroordelingen wegens heling, het houden van een speelhuis, het onwettig aanvaarden van weddenschappen op paardenrennen, het houden van een kantoor voor andere weddenschappen dan op paardenrennen, en tot veroordelingen op de bescherming van openbare inkomsten of van de economische orde.
Art.13. Dans le cadre de l'application des articles 129, § 1er et 210, § 1er de la loi générale sur les douanes et accises du 18 juillet 1977 et de l'article 11 de la loi du 28 décembre 1983 sur le débit de boissons spiritueuses et sur la taxe de patente, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le directeur général de l'Administration centrale de l'Administration des douanes et accises, qui peut accorder délégation à un fonctionnaire chef de service;
2° les directeurs régionaux ou leur remplaçant, des Services extérieurs de l'Administration des douanes et accises;
3° le directeur général de l'Administration centrale de l'Administration de l'inspection spéciale des impôts, qui peut accorder délégation à un fonctionnaire chef de service;
4° les directeurs régionaux ou leur remplaçant, des Services extérieurs de l'Administration de l'inspection spéciale des impôts.
Les personnes visées aux alinéas précédents ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction de concussion ou de corruption de fonctionnaires, une infraction aux chapitres IV, V, VI et VII, du Titre VII, et aux sections 1 et 2 du chapitre Ier et au chapitre II du Titre IX du Livre II du Code pénal, pour recel, pour tenue d'une maison de jeux, pour acceptation illicite de paris sur courses de chevaux, pour tenue d'une agence de paris autres que sur courses de chevaux, pour une infraction en matière de protection des ressources publiques ou de l'ordre économique.
1° le directeur général de l'Administration centrale de l'Administration des douanes et accises, qui peut accorder délégation à un fonctionnaire chef de service;
2° les directeurs régionaux ou leur remplaçant, des Services extérieurs de l'Administration des douanes et accises;
3° le directeur général de l'Administration centrale de l'Administration de l'inspection spéciale des impôts, qui peut accorder délégation à un fonctionnaire chef de service;
4° les directeurs régionaux ou leur remplaçant, des Services extérieurs de l'Administration de l'inspection spéciale des impôts.
Les personnes visées aux alinéas précédents ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction de concussion ou de corruption de fonctionnaires, une infraction aux chapitres IV, V, VI et VII, du Titre VII, et aux sections 1 et 2 du chapitre Ier et au chapitre II du Titre IX du Livre II du Code pénal, pour recel, pour tenue d'une maison de jeux, pour acceptation illicite de paris sur courses de chevaux, pour tenue d'une agence de paris autres que sur courses de chevaux, pour une infraction en matière de protection des ressources publiques ou de l'ordre économique.
Art.14. Met het oog op de toepassing van artikel 93quaterdecies van het Wetboek van de Belasting over de toegevoegde waarde, van artikel 211 van het Wetboek van de met het zegel gelijkgestelde taksen en van artikel 34 van de wet van 20 augustus 1947 betreffende de successierechten, worden de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de directeur-generaal van de Centrale administratie van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, van het Bestuur der registratie en domeinen, die bevoegdheden kan toewijzen aan een ambtenaar die diensthoofd is;
2° de gewestelijke directeurs of hun vervanger en de directeur van de opsporings- en documentatiediensten van de sector BTW, van de Administratie van de BTW, van het Bestuur der registratie en domeinen;
3° de directeur-generaal van de Centrale administratie van de Administratie van de bijzondere belastingsinspectie, die bevoegdheden kan toewijzen aan een ambtenaar die diensthoofd is;
4° de gewestelijke directeurs of hun vervanger, van de buitendiensten van de Administratie van de bijzondere belastingsinspectie.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de belasting over de toegevoegde waarde, op het zegelrecht en taksen gelijkgesteld met het zegel, op registratie-, hypotheek- en griffierechten of successierechten.
1° de directeur-generaal van de Centrale administratie van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, van het Bestuur der registratie en domeinen, die bevoegdheden kan toewijzen aan een ambtenaar die diensthoofd is;
2° de gewestelijke directeurs of hun vervanger en de directeur van de opsporings- en documentatiediensten van de sector BTW, van de Administratie van de BTW, van het Bestuur der registratie en domeinen;
3° de directeur-generaal van de Centrale administratie van de Administratie van de bijzondere belastingsinspectie, die bevoegdheden kan toewijzen aan een ambtenaar die diensthoofd is;
4° de gewestelijke directeurs of hun vervanger, van de buitendiensten van de Administratie van de bijzondere belastingsinspectie.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de belasting over de toegevoegde waarde, op het zegelrecht en taksen gelijkgesteld met het zegel, op registratie-, hypotheek- en griffierechten of successierechten.
Art.14. Dans le cadre de l'application de l'article 93quaterdecies du Code de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'article 211 du Code des taxes assimilées au timbre et de l'article 34 de la loi du 20 août 1947 en ce qui concerne les droits de succession, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le directeur général de l'Administration centrale de l'Administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines, qui peut accorder délégation à un fonctionnaire chef de service;
2° les directeurs régionaux ou leur remplaçant et le directeur du service de recherche et de documentation de l'enregistrement des Services extérieurs de l'Administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines;
3° le directeur général de l'Administration centrale de l'Administration de l'inspection spéciale des impôts, qui peut accorder délégation à un fonctionnaire chef de service;
4° les directeurs régionaux ou leur remplaçant, des Services extérieurs de l'Administration de l'inspection spéciale des impôts.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction en matière de taxe sur la valeur ajoutée, de droits de timbre et taxes assimilées aux timbres, de droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, ou de droits de succession.
1° le directeur général de l'Administration centrale de l'Administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines, qui peut accorder délégation à un fonctionnaire chef de service;
2° les directeurs régionaux ou leur remplaçant et le directeur du service de recherche et de documentation de l'enregistrement des Services extérieurs de l'Administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines;
3° le directeur général de l'Administration centrale de l'Administration de l'inspection spéciale des impôts, qui peut accorder délégation à un fonctionnaire chef de service;
4° les directeurs régionaux ou leur remplaçant, des Services extérieurs de l'Administration de l'inspection spéciale des impôts.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction en matière de taxe sur la valeur ajoutée, de droits de timbre et taxes assimilées aux timbres, de droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, ou de droits de succession.
Art.15. Met het oog op de toepassing van artikel 49 van de wet van 21 juli 1844 op de burgerlijke en kerkelijke pensioenen, van artikel 65 van de gecoördineerde wetten op militaire pensioenen, van artikelen 53 en 54 van de gecoördineerde wetten op de vergoedingspensioenen, van de artikelen 6 en 19 van de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, en van artikel 131 van de wet van 26 juni 1992 houdende de sociale en diverse bepalingen, worden de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de Administratie der pensioenen;
2° de personeelsleden van de Administratie der pensioenen die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een criminele straf of een correctionele gevangenisstraf inhouden, beslissingen tot internering en ontzetting van de ouderlijke macht.
1° de leidinggevende ambtenaar van de Administratie der pensioenen;
2° de personeelsleden van de Administratie der pensioenen die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een criminele straf of een correctionele gevangenisstraf inhouden, beslissingen tot internering en ontzetting van de ouderlijke macht.
Art.15. Dans le cadre de l'application de l'article 49 de la loi du 21 juillet 1844 sur les pensions civiles et ecclésiastiques, de l'article 65 des lois coordonnées sur les pensions militaires, des articles 53 et 54 des lois coordonnées sur les pensions de réparation, des articles 6 et 19 de la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pension, et de l'article 131 de la loi du 26 juin 1992 portant des dispositions sociales et diverses, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant l'Administration des pensions;
2° les membres du personnel de l'Administration des pensions que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations à une peine criminelle ou à une peine d'emprisonnement correctionnel, aux décisions d'internement et aux déchéances de l'autorité parentale.
1° le fonctionnaire dirigeant l'Administration des pensions;
2° les membres du personnel de l'Administration des pensions que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations à une peine criminelle ou à une peine d'emprisonnement correctionnel, aux décisions d'internement et aux déchéances de l'autorité parentale.
Art.16. Met het oog op de toepassing van artikelen 8, 9, 10, 11 en 13 van de wet van 14 augustus 1974 betreffende de afgifte van paspoorten, worden de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de directeur-generaal van de Consulaire Zaken bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
2° de personeelsleden van het Directoraat-generaal Consulaire Zaken bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken die de Directeur-generaal bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die geleid hebben tot een opsluiting en tot beslissingen die een voorwaardelijke invrijheidstelling tot gevolg hebben.
1° de directeur-generaal van de Consulaire Zaken bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
2° de personeelsleden van het Directoraat-generaal Consulaire Zaken bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken die de Directeur-generaal bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die geleid hebben tot een opsluiting en tot beslissingen die een voorwaardelijke invrijheidstelling tot gevolg hebben.
Art.16. Dans le cadre de l'application des articles 8, 9, 10, 11 et 13 de la loi du 14 août 1974 relative à la délivrance des passeports, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le directeur général des Affaires consulaires du Ministère des Affaires étrangères;
2° les membres du personnel de la Direction générale des Affaires consulaires du Ministère des Affaires étrangères que le Directeur général désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations à un emprisonnement et aux décisions de libération conditionnelle.
1° le directeur général des Affaires consulaires du Ministère des Affaires étrangères;
2° les membres du personnel de la Direction générale des Affaires consulaires du Ministère des Affaires étrangères que le Directeur général désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations à un emprisonnement et aux décisions de libération conditionnelle.
Art.17. Met het oog op de toepassing van artikel 11 van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, en van artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Executieve van 16 januari 1985 betreffende het toezicht op de toekenning en de intrekking van de arbeidsvergunningen en arbeidskaarten voor werknemers van vreemde nationaliteit, worden de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de Afdeling Inspectie van de Administratie Werkgelegenheid van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° de personeelsleden van de Afdeling Inspectie van de Administratie Werkgelegenheid van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die de Minister daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die hij uitoefent en voor zover ze zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens bedrog bij faillissement, oplichting, misbruik van vertrouwen, valsheid in geschriften, overtredingen inzake seksuele moraal, racisme, bescherming van openbare inkomsten of sociale orde.
1° de leidinggevende ambtenaar van de Afdeling Inspectie van de Administratie Werkgelegenheid van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° de personeelsleden van de Afdeling Inspectie van de Administratie Werkgelegenheid van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die de Minister daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die hij uitoefent en voor zover ze zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens bedrog bij faillissement, oplichting, misbruik van vertrouwen, valsheid in geschriften, overtredingen inzake seksuele moraal, racisme, bescherming van openbare inkomsten of sociale orde.
Art.17. Dans le cadre de l'application de l'article 11 de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, et de l'article 1er de l'arrêté de l'exécutif flamand du 16 janvier 1985 relatif au contrôle sur l'octroi et le retrait des autorisations d'occupation et des permis de travail pour les travailleurs de nationalité étrangère, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant la Division de l'Inspection de l'Administration de l'Emploi du Ministère de la Communauté flamande;
2° les membres du personnel de la Division de l'Inspection de l'Administration de l'Emploi du Ministère de la Communauté flamande que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction de fraude lors d'une faillite, une infraction d'escroquerie, d'abus de confiance, de faux en écritures, en matière de morale sexuelle, de racisme, de protection des ressources publiques ou de l'ordre social.
1° le fonctionnaire dirigeant la Division de l'Inspection de l'Administration de l'Emploi du Ministère de la Communauté flamande;
2° les membres du personnel de la Division de l'Inspection de l'Administration de l'Emploi du Ministère de la Communauté flamande que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction de fraude lors d'une faillite, une infraction d'escroquerie, d'abus de confiance, de faux en écritures, en matière de morale sexuelle, de racisme, de protection des ressources publiques ou de l'ordre social.
Art.18. Met het oog op de toepassing van artikel 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 mei 1999 betreffende het toezicht op het naleven van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake leefmilieu, van artikel 2 van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 7 juli 1994 betreffende de internationale in- en uitvoer van afvalstoffen, en van artikel 5 van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu, zijn de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de afdeling Inspectie en Toezicht van het Brussels Instituut voor Milieubeheer;
2° de personeelsleden van de afdeling Inspectie en Toezicht van het Brussels Instituut voor Milieubeheer die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau1 bij de rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens een overtreding op de bescherming van het leefmilieu of op het transport.
1° de leidinggevende ambtenaar van de afdeling Inspectie en Toezicht van het Brussels Instituut voor Milieubeheer;
2° de personeelsleden van de afdeling Inspectie en Toezicht van het Brussels Instituut voor Milieubeheer die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau1 bij de rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens een overtreding op de bescherming van het leefmilieu of op het transport.
Art.18. Dans le cadre de l'application de l'article 1er de l'arrêté du 20 mai 1999 du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif au contrôle du respect des dispositions légales et réglementaires en matière d'environnement, de l'article 2 de l'arrêté du 7 juillet 1994 du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif à l'importation et à l'exportation internationales de déchets, et de l'article 5 de l'ordonnance du 25 mars 1999 relative à la recherche, la constatation, la poursuite et la répression des infractions en matière d'environnement, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant la Division Inspection et Surveillance de l'Institut bruxellois pour la Gestion de l'Environnement;
2° les membres du personnel de la Division Inspection et Surveillance de l'Institut bruxellois pour la Gestion de l'Environnement, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction en matière de protection de l'environnement ou de transport.
1° le fonctionnaire dirigeant la Division Inspection et Surveillance de l'Institut bruxellois pour la Gestion de l'Environnement;
2° les membres du personnel de la Division Inspection et Surveillance de l'Institut bruxellois pour la Gestion de l'Environnement, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction en matière de protection de l'environnement ou de transport.
Art.19. Met het oog op de toepassing van de artikelen 68 tot 70 van het decreet van de Vlaamse Raad betreffende de ruimtelijke ordening gecoördineerd op 22 oktober 1996, zijn de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de afdeling Bouwinspectie van de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° de personeelsleden van de afdeling Bouwinspectie van de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens valsheid in geschriften, oplichting, bedrog bij faillissement, wegens overtredingen op de bescherming van het leefmilieu, stedebouw en huisvesting en op wapendracht.
1° de leidinggevende ambtenaar van de afdeling Bouwinspectie van de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° de personeelsleden van de afdeling Bouwinspectie van de Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Monumenten en Landschappen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens valsheid in geschriften, oplichting, bedrog bij faillissement, wegens overtredingen op de bescherming van het leefmilieu, stedebouw en huisvesting en op wapendracht.
Art.19. Dans le cadre de l'application des articles 68 à 70 du décret flamand relatif à l'aménagement du territoire, coordonné le 22 octobre 1996, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant la Division Inspection de l'Urbanisme de l'Administration de l'Aménagement du Territoire, du Logement, des Monuments et des Sites du Ministère de la Communauté flamande;
2° les membres du personnel de la Division Inspection de l'Urbanisme de l'Administration de l'Aménagement du Territoire, du Logement, des Monuments et des Sites du Ministère de la Communauté flamande que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction de faux en écriture, d'escroquerie, de fraude lors d'une faillite, pour une infraction en matière de protection de l'environnement, d'urbanisme et d'aménagement du territoire ou en matière d'armes.
1° le fonctionnaire dirigeant la Division Inspection de l'Urbanisme de l'Administration de l'Aménagement du Territoire, du Logement, des Monuments et des Sites du Ministère de la Communauté flamande;
2° les membres du personnel de la Division Inspection de l'Urbanisme de l'Administration de l'Aménagement du Territoire, du Logement, des Monuments et des Sites du Ministère de la Communauté flamande que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction de faux en écriture, d'escroquerie, de fraude lors d'une faillite, pour une infraction en matière de protection de l'environnement, d'urbanisme et d'aménagement du territoire ou en matière d'armes.
Art.20. Met het oog op de toepassing van artikel 120 van het Boswetboek zijn volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de afdeling Bos en Groen van de Administratie Milieu-, Natuur, Land- en Waterbeheer van het Departement Leefmilieu en Infrastructuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° de personeelsleden van de afdeling Bos en Groen van de Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer van het Departement Leefmilieu en Infrastructuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens een overtreding op de bescherming van het leefmilieu en op de wapendracht.
1° de leidinggevende ambtenaar van de afdeling Bos en Groen van de Administratie Milieu-, Natuur, Land- en Waterbeheer van het Departement Leefmilieu en Infrastructuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° de personeelsleden van de afdeling Bos en Groen van de Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer van het Departement Leefmilieu en Infrastructuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens een overtreding op de bescherming van het leefmilieu en op de wapendracht.
Art.20. Dans le cadre de l'application de l'article 120 du Code forestier, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant la Division Forêts et Espaces verts de l'Administration de la Gestion de l'Environnement, de la Nature, du Sol et des Eaux du Département de l'Environnement et de l'Infrastructure du Ministère de la Communauté flamande;
2° les membres du personnel de la Division Forêts et Espaces verts de l'Administration de la Gestion de l'Environnement, de la Nature, du Sol et des Eaux du Département de l'Environnement et de l'Infrastructure du Ministère de la Communauté flamande que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction en matière de protection de l'environnement ou en matière d'armes.
1° le fonctionnaire dirigeant la Division Forêts et Espaces verts de l'Administration de la Gestion de l'Environnement, de la Nature, du Sol et des Eaux du Département de l'Environnement et de l'Infrastructure du Ministère de la Communauté flamande;
2° les membres du personnel de la Division Forêts et Espaces verts de l'Administration de la Gestion de l'Environnement, de la Nature, du Sol et des Eaux du Département de l'Environnement et de l'Infrastructure du Ministère de la Communauté flamande que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction en matière de protection de l'environnement ou en matière d'armes.
Art.21. Met het oog op de toepassing van de volgende bepalingen :
1° de artikelen 1 en 6 van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie;
2° de artikelen 87 tot 90 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971;
3° artikel 68 van de gecoördineerde wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten;
4° de artikelen 143, 144, 145 en 149 van de gecoördineerde wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders;
5° artikel 169 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
6° artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 5 betreffende het bijhouden van sociale documenten;
7° de artikelen 31 en 32 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
8° artikel 69, § 2, van de wet tot economische heroriëntering van 4 augustus 1978;
9° de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;
10° artikel 7 van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen;
11° afdeling 1, hoofdstuk III, titel II van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen;
12° artikel 1 van het koninklijk besluit van 5 augustus 1991 houdende gelijkstelling met sociale zekerheidsbijdragen van de bijzondere bijdrage bedoeld in artikel 141, § 1, van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen;
13° de artikelen 103 tot 107 van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen;
14° de artikelen 135 tot 143 van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen;
15° de artikelen 1 tot 4 van de wet van 10 juni 1993 tot omzetting van sommige bepalingen van het interprofessioneel akkoord van 9 december 1992;
16° de artikelen 106 tot 112 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen;
17° het koninklijk besluit nr. 33 van 30 maart 1982 betreffende een inhouding op invaliditeitsuitkeringen en brugpensioenen;
18° de artikelen 74, 75 en 170 van de programmawet van 22 december 1989;
19° artikel 75 van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen;
20° de artikelen 53 tot 59 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
21° de artikelen 47, 48 en 52 van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971;
22° artikel 11 van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
23° artikel 39 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring 's lands concurrentievermogen;
24° artikel 6 van het decreet van 19 juli 1973 van de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de voor de wet en de verordeningen voor geschreven akten en bescheiden van de ondernemingen,
worden de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de dienst Sociale Inspectie van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu;
2° de leden van de dienst Sociale Inspectie van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens bedrog bij faillissement, oplichting, misbruik van vertrouwen, valsheid in geschriften, overtredingen inzake seksuele moraal, racisme en bescherming van openbare inkomsten en sociale orde.
1° de artikelen 1 en 6 van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie;
2° de artikelen 87 tot 90 van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971;
3° artikel 68 van de gecoördineerde wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten;
4° de artikelen 143, 144, 145 en 149 van de gecoördineerde wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders;
5° artikel 169 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
6° artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 5 betreffende het bijhouden van sociale documenten;
7° de artikelen 31 en 32 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
8° artikel 69, § 2, van de wet tot economische heroriëntering van 4 augustus 1978;
9° de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;
10° artikel 7 van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen;
11° afdeling 1, hoofdstuk III, titel II van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen;
12° artikel 1 van het koninklijk besluit van 5 augustus 1991 houdende gelijkstelling met sociale zekerheidsbijdragen van de bijzondere bijdrage bedoeld in artikel 141, § 1, van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen;
13° de artikelen 103 tot 107 van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen;
14° de artikelen 135 tot 143 van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen;
15° de artikelen 1 tot 4 van de wet van 10 juni 1993 tot omzetting van sommige bepalingen van het interprofessioneel akkoord van 9 december 1992;
16° de artikelen 106 tot 112 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen;
17° het koninklijk besluit nr. 33 van 30 maart 1982 betreffende een inhouding op invaliditeitsuitkeringen en brugpensioenen;
18° de artikelen 74, 75 en 170 van de programmawet van 22 december 1989;
19° artikel 75 van de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen;
20° de artikelen 53 tot 59 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
21° de artikelen 47, 48 en 52 van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers gecoördineerd op 28 juni 1971;
22° artikel 11 van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers;
23° artikel 39 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring 's lands concurrentievermogen;
24° artikel 6 van het decreet van 19 juli 1973 van de Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers, alsmede van de voor de wet en de verordeningen voor geschreven akten en bescheiden van de ondernemingen,
worden de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de dienst Sociale Inspectie van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu;
2° de leden van de dienst Sociale Inspectie van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens bedrog bij faillissement, oplichting, misbruik van vertrouwen, valsheid in geschriften, overtredingen inzake seksuele moraal, racisme en bescherming van openbare inkomsten en sociale orde.
Art.21. Dans le cadre de l'application des dispositions suivantes :
1° les articles 1er et 6 de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail;
2° les articles 87 à 90 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail;
3° l'article 68 des lois coordonnées relatives à la réparation des dommages résultant des maladies professionnelles;
4° les articles 143, 144, 145 et 149 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés;
5° l'article 169 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
6° l'article 7 de l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux;
7° les articles 31 et 32 de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
8° l'article 69, § 2, de la loi du 4 août 1978 de réorientation économique;
9° la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs;
10° l'article 7 de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales;
11° la section 1re du chapitre III du titre II de la loi du 29 décembre 1990 portant des dispositions sociales;
12° l'article 1er de l'arrêté royal du 5 août 1991 portant assimilation à des cotisations de sécurité sociale de la cotisation spéciale visée à l'article 141, § 1er, de la loi du 29 décembre 1990 portant des dispositions sociales;
13° les articles 103 à 107 de la loi du 26 juin 1992 portant des dispositions sociales et diverses;
14° les articles 135 à 143 de la loi du 30 décembre 1992 portant des dispositions sociales et diverses;
15° les articles 1er à 4 de la loi du 10 juin 1993 transposant certaines dispositions de l'accord interprofessionnel du 9 décembre 1992;
16° les articles 106 à 112 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales;
17° l'arrêté royal n° 33 du 30 mars 1982 concernant la retenue sur les indemnités d'invalidité et les prépensions;
18° les articles 74, 75 et 170 de la loi-programme du 22 décembre 1989;
19° l'article 75 de la loi du 20 juillet 1991 portant diverses mesures sociales;
20° les articles 53 à 59 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale;
21° les articles 47, 48 et 52 des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés coordonnées le 28 juin 1971;
22° l'article 11 de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers;
23° l'article 39 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays;
24° l'article 6 du décret du 19 juillet 1973 du Conseil culturel de la Communauté néerlandaise, réglant l'emploi des langues en matière de relations sociales entre employeurs et travailleurs, ainsi qu'en matière d'actes et de documents d'entreprise prescrits par la loi et les règlements,
sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant le Service de l'Inspection sociale du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement;
2° les membres du Service de l'Inspection sociale du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction de fraude lors d'une faillite, une infraction d'escroquerie, d'abus de confiance, de faux en écritures, en matière de morale sexuelle, de racisme, de protection des ressources publiques ou de l'ordre social.
1° les articles 1er et 6 de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail;
2° les articles 87 à 90 de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail;
3° l'article 68 des lois coordonnées relatives à la réparation des dommages résultant des maladies professionnelles;
4° les articles 143, 144, 145 et 149 des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés;
5° l'article 169 de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994;
6° l'article 7 de l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux;
7° les articles 31 et 32 de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
8° l'article 69, § 2, de la loi du 4 août 1978 de réorientation économique;
9° la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs;
10° l'article 7 de la loi du 1er août 1985 portant des dispositions sociales;
11° la section 1re du chapitre III du titre II de la loi du 29 décembre 1990 portant des dispositions sociales;
12° l'article 1er de l'arrêté royal du 5 août 1991 portant assimilation à des cotisations de sécurité sociale de la cotisation spéciale visée à l'article 141, § 1er, de la loi du 29 décembre 1990 portant des dispositions sociales;
13° les articles 103 à 107 de la loi du 26 juin 1992 portant des dispositions sociales et diverses;
14° les articles 135 à 143 de la loi du 30 décembre 1992 portant des dispositions sociales et diverses;
15° les articles 1er à 4 de la loi du 10 juin 1993 transposant certaines dispositions de l'accord interprofessionnel du 9 décembre 1992;
16° les articles 106 à 112 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales;
17° l'arrêté royal n° 33 du 30 mars 1982 concernant la retenue sur les indemnités d'invalidité et les prépensions;
18° les articles 74, 75 et 170 de la loi-programme du 22 décembre 1989;
19° l'article 75 de la loi du 20 juillet 1991 portant diverses mesures sociales;
20° les articles 53 à 59 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale;
21° les articles 47, 48 et 52 des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés coordonnées le 28 juin 1971;
22° l'article 11 de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers;
23° l'article 39 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays;
24° l'article 6 du décret du 19 juillet 1973 du Conseil culturel de la Communauté néerlandaise, réglant l'emploi des langues en matière de relations sociales entre employeurs et travailleurs, ainsi qu'en matière d'actes et de documents d'entreprise prescrits par la loi et les règlements,
sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant le Service de l'Inspection sociale du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement;
2° les membres du Service de l'Inspection sociale du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction de fraude lors d'une faillite, une infraction d'escroquerie, d'abus de confiance, de faux en écritures, en matière de morale sexuelle, de racisme, de protection des ressources publiques ou de l'ordre social.
Art.22. Met het oog op de toepassing van artikelen 55, lid 5 en 56decies, § 1, van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, worden de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers;
2° de leden van Rijksdienst voor kinderbijslag voor de werknemers die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die hebben geleid tot een gevangenisstraf en beslissingen genomen in toepassing van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers.
1° de leidinggevende ambtenaar van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers;
2° de leden van Rijksdienst voor kinderbijslag voor de werknemers die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die hebben geleid tot een gevangenisstraf en beslissingen genomen in toepassing van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers.
Art.22. Dans le cadre de l'application des articles 55, alinéa 5 et 56decies, § 1, des lois coordonnées relatives aux allocations familiales pour travailleurs salariés, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés;
2° les membres du personnel de l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations à un emprisonnement et aux décisions prises par application de la loi du 1er juillet 1964 de défense sociale à l'égard des anormaux et des délinquants d'habitude.
1° le fonctionnaire dirigeant l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés;
2° les membres du personnel de l'Office national d'allocations familiales pour travailleurs salariés, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations à un emprisonnement et aux décisions prises par application de la loi du 1er juillet 1964 de défense sociale à l'égard des anormaux et des délinquants d'habitude.
Art.23. Met het oog op de toepassing van de artikelen 70, 74, § 2 en 75 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, worden de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de Rijksdienst voor pensioenen;
2° de personeelsleden van de Rijksdienst voor pensioenen die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens doodslag of een poging tot doodslag, tot veroordelingen die tot een gevangenisstraf hebben geleid, tot beslissingen genomen in toepassing van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers en tot ontzetting van de ouderlijke macht.
1° de leidinggevende ambtenaar van de Rijksdienst voor pensioenen;
2° de personeelsleden van de Rijksdienst voor pensioenen die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens doodslag of een poging tot doodslag, tot veroordelingen die tot een gevangenisstraf hebben geleid, tot beslissingen genomen in toepassing van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers en tot ontzetting van de ouderlijke macht.
Art.23. Dans le cadre de l'application des articles 70, 74, § 2 et 75 de l'arrêté royal du 21 décembre 1967 portant règlement général du régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant l'Office national des pensions;
2° les membres du personnel de l'Office national des pensions, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour meurtre ou tentative de meurtre, aux condamnations à un emprisonnement, aux décisions prises par application de la loi du 1er juillet 1964 de défense sociale à l'égard des anormaux et des délinquants d'habitude et aux déchéances de l'autorité parentale.
1° le fonctionnaire dirigeant l'Office national des pensions;
2° les membres du personnel de l'Office national des pensions, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour meurtre ou tentative de meurtre, aux condamnations à un emprisonnement, aux décisions prises par application de la loi du 1er juillet 1964 de défense sociale à l'égard des anormaux et des délinquants d'habitude et aux déchéances de l'autorité parentale.
Art.24. Met het oog op de toepassing van artikelen 64 en 67 van het koninklijk besluit van 29 april 1969 houdende algemeen reglement betreffende het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, worden volgende personen gemachtigd om toegang te hebben in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de Rijksdienst voor pensioenen
2° de personeelsleden van de Rijksdienst voor pensioenen die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die hebben geleid tot een gevangenisstraf en tot beslissingen genomen in toepassing van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers.
1° de leidinggevende ambtenaar van de Rijksdienst voor pensioenen
2° de personeelsleden van de Rijksdienst voor pensioenen die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die hebben geleid tot een gevangenisstraf en tot beslissingen genomen in toepassing van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers.
Art.24. Dans le cadre de l'application des articles 64 et 67 de l'arrêté royal du 29 avril 1969 portant règlement général en matière de revenu garanti aux personnes âgées, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant l'Office national des pensions;
2° les membres du personnel de l'Office national des pensions, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations à un emprisonnement et aux décisions prises par application de la loi du 1er juillet 1964 de défense sociale à l'égard des anormaux et des délinquants d'habitude.
1° le fonctionnaire dirigeant l'Office national des pensions;
2° les membres du personnel de l'Office national des pensions, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations à un emprisonnement et aux décisions prises par application de la loi du 1er juillet 1964 de défense sociale à l'égard des anormaux et des délinquants d'habitude.
Art.25. Met het oog op de toepassing van artikel 3nonies, § 1, tweede lid van de wet van 16 juni 1960 dat de organismen belast met het beheer van de sociale zekerheid van de werknemers van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi onder de controle en de waarborg van de Belgische Staat plaatst en die waarborg draagt door de Belgische Staat van de maatschappelijke prestaties ten gunste van deze werknemers verzekerd, in toepassing van artikel 22sexies, § 1 van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid en van artikel 4, lid 1, a, van het koninklijk besluit van 4 mei 1971 houdende uitvoeringsmaatregelen van de bepalingen van artikel 34 van de wet van 22 februari 1971 tot wijziging van de wetten van 16 juni 1960 en 17 juli 1963, betreffende de overzeese sociale zekerheid zijn volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de Dienst voor overzeese sociale zekerheid;
2° de personeelsleden van de Dienst voor overzeese sociale zekerheid die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen tot moord of poging tot moord en tot ontzetting van de ouderlijke macht.
1° de leidinggevende ambtenaar van de Dienst voor overzeese sociale zekerheid;
2° de personeelsleden van de Dienst voor overzeese sociale zekerheid die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij de rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen tot moord of poging tot moord en tot ontzetting van de ouderlijke macht.
Art.25. Dans le cadre de l'application de l'article 3nonies, § 1er, alinéa 2 de la loi du 16 juin 1960 plaçant sous la garantie de l'Etat belge les organismes gérant la sécurité sociale des employés du Congo belge et du Ruanda-Urundi, et portant garantie par l'Etat belge des prestations sociales assurées en faveur de ceux-ci, de l'article 22sexies, § 1er de la loi du 17 juillet 1963 relative à la sécurité sociale d'outre-mer, et de l'article 4, alinéa 1er, a, de l'arrêté royal du 4 mai 1971 portant mesures d'exécution des dispositions de l'article 34 de la loi du 22 février 1971 modifiant les lois du 16 juin 1960 et du 17 juillet 1963, relatives à la sécurité sociale d'outre-mer, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant l'Office de sécurité sociale d'outre-mer;
2° les membres du personnel de l'Office de sécurité sociale d'outre-mer, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour meurtre ou tentative de meurtre et aux déchéances de l'autorité parentale.
1° le fonctionnaire dirigeant l'Office de sécurité sociale d'outre-mer;
2° les membres du personnel de l'Office de sécurité sociale d'outre-mer, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour meurtre ou tentative de meurtre et aux déchéances de l'autorité parentale.
Art.26. Met het oog op de toepassing van artikelen 59 en 61 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, worden volgende personen gemachtigd om toegang te hebben in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de dienst "Handelsreglementering" van het Bestuur Handelsbeleid van het Ministerie van economische Zaken;
2° de personeelsleden van de dienst "Handelsreglementering" van het Bestuur Handelsbeleid van het Ministerie van economische Zaken, die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de hoofdstukken I tot IV van Titel III, op de hoofdstukken III en IV van Titel IV en op de hoofdstukken I en II van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, of op de verkoop op afbetaling en zijn financiering.
1° de leidinggevende ambtenaar van de dienst "Handelsreglementering" van het Bestuur Handelsbeleid van het Ministerie van economische Zaken;
2° de personeelsleden van de dienst "Handelsreglementering" van het Bestuur Handelsbeleid van het Ministerie van economische Zaken, die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de hoofdstukken I tot IV van Titel III, op de hoofdstukken III en IV van Titel IV en op de hoofdstukken I en II van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, of op de verkoop op afbetaling en zijn financiering.
Art.26. Dans le cadre de l'application des articles 59 et 61 de la loi du 14 juillet 1991 sur les pratiques du commerce et sur l'information et la protection du consommateur, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant le service "Réglementation commerciale" de l'Administration de la Politique commerciale du Ministère des Affaires économiques;
2° les membres du personnel du service "Réglementation commerciale" de l'Administration de la Politique commerciale du Ministère des Affaires économiques, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit a cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction aux chapitres Ier à IV du Titre III, aux chapitres III et IV du Titre IV et aux chapitres Ier et II du Titre IX du Livre II du Code pénal, ou pour une infraction en matière de ventes a tempérament et leur financement.
1° le fonctionnaire dirigeant le service "Réglementation commerciale" de l'Administration de la Politique commerciale du Ministère des Affaires économiques;
2° les membres du personnel du service "Réglementation commerciale" de l'Administration de la Politique commerciale du Ministère des Affaires économiques, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit a cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction aux chapitres Ier à IV du Titre III, aux chapitres III et IV du Titre IV et aux chapitres Ier et II du Titre IX du Livre II du Code pénal, ou pour une infraction en matière de ventes a tempérament et leur financement.
Art.27. Met het oog op de toepassing van artikelen 60, § 1, 4°, 64, 66, 6) en 67 van de wet van 28 maart 1984 op de uitvindingsoctrooien, worden volgende personen gemachtigd om toegang te hebben in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de Dienst voor de Industriële Eigendom van het Bestuur Handelsbeleid van het Ministerie van Economische Zaken;
2° de personeelsleden van de Dienst voor de Industriële Eigendom van het Bestuur Handelsbeleid van het Ministerie van economische Zaken, die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de hoofdstukken I tot IV van Titel III, op de hoofdstukken III en IV van Titel IV en op de hoofdstukken I en II van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, of tot veroordelingen die een ontzetting voorzien in artikelen 31 tot 34 van het Strafwetboek inhouden.
1° de leidinggevende ambtenaar van de Dienst voor de Industriële Eigendom van het Bestuur Handelsbeleid van het Ministerie van Economische Zaken;
2° de personeelsleden van de Dienst voor de Industriële Eigendom van het Bestuur Handelsbeleid van het Ministerie van economische Zaken, die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de hoofdstukken I tot IV van Titel III, op de hoofdstukken III en IV van Titel IV en op de hoofdstukken I en II van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, of tot veroordelingen die een ontzetting voorzien in artikelen 31 tot 34 van het Strafwetboek inhouden.
Art.27. Dans le cadre de l'application des articles 60, § 1er, 4°, 64, 66, 6) et 67 de la loi du 28 mars 1984 sur les brevets d'invention, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant l'Office de la Propriété industrielle de l'Administration de la Politique commerciale du Ministère des Affaires économiques;
2° les membres du personnel de l'Office de la Propriété industrielle de l'Administration de la Politique commerciale du Ministère des Affaires économiques, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction aux chapitres Ier a IV du Titre III, aux chapitres III et IV du Titre IV et aux chapitres Ier et II du Titre IX du Livre II du Code pénal, et aux condamnations qui entraînent une interdiction de droits visée aux articles 31 à 34 du Code pénal.
1° le fonctionnaire dirigeant l'Office de la Propriété industrielle de l'Administration de la Politique commerciale du Ministère des Affaires économiques;
2° les membres du personnel de l'Office de la Propriété industrielle de l'Administration de la Politique commerciale du Ministère des Affaires économiques, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction aux chapitres Ier a IV du Titre III, aux chapitres III et IV du Titre IV et aux chapitres Ier et II du Titre IX du Livre II du Code pénal, et aux condamnations qui entraînent une interdiction de droits visée aux articles 31 à 34 du Code pénal.
Art.28. Met het oog op de toepassing van artikelen 74, 75, 75bis, 77 en 78 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet, worden volgende personen gemachtigd om toegang te hebben in het Centraal Strafregister :
1° de leidinggevende ambtenaar van de dienst "Verzekeringen-Crediet" van het Bestuur Handelsbeleid van het Ministerie van Economische Zaken;
2° de personeelsleden van de dienst "Verzekeringen-Crediet " van het Bestuur Handelsbeleid van het Ministerie van Economische Zaken, die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de hoofdstukken I tot IV van Titel III, op de hoofdstukken III en IV van Titel IV en op de hoofdstukken I en II van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, of op het consumentenkrediet.
1° de leidinggevende ambtenaar van de dienst "Verzekeringen-Crediet" van het Bestuur Handelsbeleid van het Ministerie van Economische Zaken;
2° de personeelsleden van de dienst "Verzekeringen-Crediet " van het Bestuur Handelsbeleid van het Ministerie van Economische Zaken, die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad die overeenstemt met niveau 1 bij rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het vorige lid hebben enkel toegang tot veroordelingen die een overtreding betreffen op de hoofdstukken I tot IV van Titel III, op de hoofdstukken III en IV van Titel IV en op de hoofdstukken I en II van Titel IX van Boek II van het Strafwetboek, of op het consumentenkrediet.
Art.28. Dans le cadre de l'application des articles 74, 75, 75bis, 77 et 78 de la loi du 12 juin 1991 relative au crédit à la consommation, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant le service "Assurances-Credit" de l'Administration de la Politique commerciale du Ministère des Affaires économiques;
2° les membres du personnel du service "Assurances-Crédit" de l'Administration de la Politique commerciale du Ministère des Affaires économiques, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction aux chapitres Ier à IV du Titre III, aux chapitres III et IV du Titre IV et aux chapitres Ier et II du Titre IX du Livre II du Code pénal, ou pour une infraction en matière de crédit a la consommation.
1° le fonctionnaire dirigeant le service "Assurances-Credit" de l'Administration de la Politique commerciale du Ministère des Affaires économiques;
2° les membres du personnel du service "Assurances-Crédit" de l'Administration de la Politique commerciale du Ministère des Affaires économiques, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade équivalent à celui du niveau 1 des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour une infraction aux chapitres Ier à IV du Titre III, aux chapitres III et IV du Titre IV et aux chapitres Ier et II du Titre IX du Livre II du Code pénal, ou pour une infraction en matière de crédit a la consommation.
Art. 28/1. [1 Met het oog op de toepassing van artikel 9, eerste lid, 3°, en artikel 11, 1° tot 3° van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, worden gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de commandant van de Dienst Onthaal en Oriëntering binnen de algemene directie human resources van het ministerie van Landsverdediging;
2° de personeelsleden van de Dienst Onthaal en Oriëntering die de commandant van deze dienst bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, gelet op de functie die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad van officier of een graad van niveau A bij de Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het eerste lid hebben enkel toegang tot de veroordelingen tot criminele straffen, de veroordelingen tot een correctionele gevangenisstraf van meer dan of gelijk aan drie maanden en de veroordelingen tot een verval of een ontzetting van de rechten bedoeld in artikel 31, eerste lid, 1° en 6° van het Strafwetboek. Zij hebben toegang binnen het strikte kader van de beperkingen die uitdrukkelijk voorzien zijn in artikel 594 van het Wetboek van Strafvordering.]1
1° de commandant van de Dienst Onthaal en Oriëntering binnen de algemene directie human resources van het ministerie van Landsverdediging;
2° de personeelsleden van de Dienst Onthaal en Oriëntering die de commandant van deze dienst bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, gelet op de functie die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad van officier of een graad van niveau A bij de Rijksambtenaren.
De personen bedoeld in het eerste lid hebben enkel toegang tot de veroordelingen tot criminele straffen, de veroordelingen tot een correctionele gevangenisstraf van meer dan of gelijk aan drie maanden en de veroordelingen tot een verval of een ontzetting van de rechten bedoeld in artikel 31, eerste lid, 1° en 6° van het Strafwetboek. Zij hebben toegang binnen het strikte kader van de beperkingen die uitdrukkelijk voorzien zijn in artikel 594 van het Wetboek van Strafvordering.]1
Art. 28/1. [1 Dans le cadre de l'application de l'article 9, alinéa 1er, 3° et de l'article 11, 1° à 3° de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le commandant du Service Accueil et Orientation au sein de la Direction générale human resources du ministère de la Défense;
2° les membres du personnel du Service Accueil et Orientation que le commandant de ce service désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade d'officier ou d'un grade équivalent à celui du niveau A des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa 1er ont uniquement accès aux condamnations à des peines criminelles, aux condamnations à un emprisonnement correctionnel supérieur ou égal à trois mois et aux condamnations à une déchéance ou une interdiction des droits visés à l'article 31, alinéa 1er, 1° et 6° du Code pénal. Elles ont accès dans le cadre strict des limitations expressément prévues à l'article 594 du Code d'instruction criminelle.]1
1° le commandant du Service Accueil et Orientation au sein de la Direction générale human resources du ministère de la Défense;
2° les membres du personnel du Service Accueil et Orientation que le commandant de ce service désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade d'officier ou d'un grade équivalent à celui du niveau A des agents de l'Etat.
Les personnes visées à l'alinéa 1er ont uniquement accès aux condamnations à des peines criminelles, aux condamnations à un emprisonnement correctionnel supérieur ou égal à trois mois et aux condamnations à une déchéance ou une interdiction des droits visés à l'article 31, alinéa 1er, 1° et 6° du Code pénal. Elles ont accès dans le cadre strict des limitations expressément prévues à l'article 594 du Code d'instruction criminelle.]1
Modifications
Art. 28/2. [1 Met het oog op de toepassing van de artikelen 55, 56, 57, 58 en 171 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, artikel 44 van de wet van 14 januari 1975 houdende het tuchtreglement van de Krijgsmacht en het Militair Strafwetboek, worden gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister :
1° de overheid bevoegd voor het beheer van de tucht binnen de algemene directie human resources van het ministerie van Landsverdediging;
2° de personeelsleden van de algemene directie human resources die de overheid, bedoeld in 1°, bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, gelet op de functie die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad van officier of een graad van niveau A bij de Rijksambtenaren.".
De personen bedoeld in het eerste lid hebben toegang tot de veroordelingen en de beslissingen opgenomen in het Centraal Strafregister binnen het strikte kader van de beperkingen die uitdrukkelijk voorzien zijn in artikel 594 van het Wetboek van Strafvordering.]1
1° de overheid bevoegd voor het beheer van de tucht binnen de algemene directie human resources van het ministerie van Landsverdediging;
2° de personeelsleden van de algemene directie human resources die de overheid, bedoeld in 1°, bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, gelet op de functie die zij uitoefenen en voor zover zij zijn bekleed met een graad van officier of een graad van niveau A bij de Rijksambtenaren.".
De personen bedoeld in het eerste lid hebben toegang tot de veroordelingen en de beslissingen opgenomen in het Centraal Strafregister binnen het strikte kader van de beperkingen die uitdrukkelijk voorzien zijn in artikel 594 van het Wetboek van Strafvordering.]1
Art. 28/2. [1 Dans le cadre de l'application des articles 55, 56, 57, 58 et 171 de la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armées, de l'article 44 de la loi du 14 janvier 1975 portant le règlement de discipline des Forces armées et le Code pénal militaire, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° l'autorité compétente pour la gestion de la discipline au sein de la direction générale human resources du ministère de la Défense ;
2° les membres du personnel de la direction générale human resources que l'autorité visée au 1°, désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade d'officier ou d'un grade équivalent à celui du niveau A des agents de l'Etat.".
Les personnes visées à l'alinéa 1er ont accès aux condamnations et décisions enregistrées dans le Casier judiciaire central dans le cadre strict des limitations expressément prévues à l'article 594 du code d'instruction criminelle.]1
1° l'autorité compétente pour la gestion de la discipline au sein de la direction générale human resources du ministère de la Défense ;
2° les membres du personnel de la direction générale human resources que l'autorité visée au 1°, désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent et pour autant qu'ils soient revêtus d'un grade d'officier ou d'un grade équivalent à celui du niveau A des agents de l'Etat.".
Les personnes visées à l'alinéa 1er ont accès aux condamnations et décisions enregistrées dans le Casier judiciaire central dans le cadre strict des limitations expressément prévues à l'article 594 du code d'instruction criminelle.]1
Modifications
Art.28/3. [1 Met het oog op de toepassing van de artikelen 17 en 55 van het Sociaal Strafwetboek worden de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister:
1° de leidinggevende ambtenaar van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, vanwege de functie die hij bekleedt;
2° de personeelsleden van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen.
De personen bedoeld in het vorig lid hebben enkel toegang tot het Centraal Strafregister tot de gegevens betreffende veroordelingen wegens inbreuken voorzien in het Sociaal Strafwetboek, mensenhandel, Verordeningen inzake vervoer, discriminatie en racisme, bedrog bij faillissement, oplichting, misbruik van vertrouwen, valsheid in geschriften, bescherming van openbare inkomsten of sociale orde en gewelddelicten.
De leidinggevende ambtenaar is de verantwoordelijke van de verwerking en moet instaan voor de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en erover waken dat voor alle personen die handelen onder zijn gezag, de toegang tot de gegevens en de verwerkingsmogelijkheden beperkt zijn tot wat deze personen nodig hebben om hun functies uit te oefenen.]1
1° de leidinggevende ambtenaar van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, vanwege de functie die hij bekleedt;
2° de personeelsleden van de Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen.
De personen bedoeld in het vorig lid hebben enkel toegang tot het Centraal Strafregister tot de gegevens betreffende veroordelingen wegens inbreuken voorzien in het Sociaal Strafwetboek, mensenhandel, Verordeningen inzake vervoer, discriminatie en racisme, bedrog bij faillissement, oplichting, misbruik van vertrouwen, valsheid in geschriften, bescherming van openbare inkomsten of sociale orde en gewelddelicten.
De leidinggevende ambtenaar is de verantwoordelijke van de verwerking en moet instaan voor de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en erover waken dat voor alle personen die handelen onder zijn gezag, de toegang tot de gegevens en de verwerkingsmogelijkheden beperkt zijn tot wat deze personen nodig hebben om hun functies uit te oefenen.]1
Art.28/3. [1 Dans le cadre de l'application des articles 17 et 55 du Code pénal social, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant de la Direction générale Contrôle des Lois sociales du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, en raison des fonctions qu'il occupe;
2° les membres du personnel de la Direction générale Contrôle des Lois sociales du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès au Casier judiciaire central aux informations concernant les condamnations pour des infractions visées dans le Code pénal social, en matière de traite des êtres humains, aux règlements en matière de transport, en matière de discrimination et de racisme, en matière de fraude dans le cadre d'une faillite, en matière d'escroquerie, en matière d'abus de confiance, en matière de faux en écriture, en matière de protection des ressources publiques ou de l'ordre social et en matière de délits de violence.
Le fonctionnaire dirigeant est le responsable du traitement et doit assurer le respect de la législation en matière de protection de la vie privée et veiller à ce que, pour toutes les personnes agissant sous son autorité, l'accès aux données et les possibilités de traitement soient limités à ce dont ces personnes ont besoin pour l'exercice de leurs fonctions.]1
1° le fonctionnaire dirigeant de la Direction générale Contrôle des Lois sociales du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, en raison des fonctions qu'il occupe;
2° les membres du personnel de la Direction générale Contrôle des Lois sociales du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès au Casier judiciaire central aux informations concernant les condamnations pour des infractions visées dans le Code pénal social, en matière de traite des êtres humains, aux règlements en matière de transport, en matière de discrimination et de racisme, en matière de fraude dans le cadre d'une faillite, en matière d'escroquerie, en matière d'abus de confiance, en matière de faux en écriture, en matière de protection des ressources publiques ou de l'ordre social et en matière de délits de violence.
Le fonctionnaire dirigeant est le responsable du traitement et doit assurer le respect de la législation en matière de protection de la vie privée et veiller à ce que, pour toutes les personnes agissant sous son autorité, l'accès aux données et les possibilités de traitement soient limités à ce dont ces personnes ont besoin pour l'exercice de leurs fonctions.]1
Modifications
Art.28/4. [1 Met het oog op de toepassing van de artikelen 17 en 55 van het Sociaal Strafwetboek worden de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister:
1° de leidinggevende ambtenaar van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, vanwege de functie die hij bekleedt;
2° de personeelsleden van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen.
De personen bedoeld in het vorig lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving inzake het welzijn op het werk.
De leidinggevende ambtenaar is de verantwoordelijke van de verwerking en moet instaan voor de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en erover waken dat voor alle personen die handelen onder zijn gezag, de toegang tot de gegevens en de verwerkingsmogelijkheden beperkt zijn tot wat deze personen nodig hebben om hun functies uit te oefenen.]1
1° de leidinggevende ambtenaar van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, vanwege de functie die hij bekleedt;
2° de personeelsleden van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen.
De personen bedoeld in het vorig lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving inzake het welzijn op het werk.
De leidinggevende ambtenaar is de verantwoordelijke van de verwerking en moet instaan voor de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en erover waken dat voor alle personen die handelen onder zijn gezag, de toegang tot de gegevens en de verwerkingsmogelijkheden beperkt zijn tot wat deze personen nodig hebben om hun functies uit te oefenen.]1
Art.28/4. [1 Dans le cadre de l'application des articles 17 et 55 du Code pénal social, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant de la Direction générale Contrôle du Bien-être au Travail du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, en raison des fonctions qu'il occupe;
2° les membres du personnel de la Direction générale Contrôle du Bien-être au Travail du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour des infractions à la législation du bien-être au travail.
Le fonctionnaire dirigeant est le responsable du traitement et doit assurer le respect de la législation en matière de protection de la vie privée et veiller à ce que, pour toutes les personnes agissant sous son autorité, l'accès aux données et les possibilités de traitement soient limités à ce dont ces personnes ont besoin pour l'exercice de leurs fonctions.]1
1° le fonctionnaire dirigeant de la Direction générale Contrôle du Bien-être au Travail du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, en raison des fonctions qu'il occupe;
2° les membres du personnel de la Direction générale Contrôle du Bien-être au Travail du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour des infractions à la législation du bien-être au travail.
Le fonctionnaire dirigeant est le responsable du traitement et doit assurer le respect de la législation en matière de protection de la vie privée et veiller à ce que, pour toutes les personnes agissant sous son autorité, l'accès aux données et les possibilités de traitement soient limités à ce dont ces personnes ont besoin pour l'exercice de leurs fonctions.]1
Modifications
Art.28/5. [1 Met het oog op de toepassing van de artikelen 76, 84, 111 en 115 van het Sociaal Strafwetboek worden de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister:
de ambtenaren van de Directie van de administratieve geldboeten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg aangewezen in artikel 10 van het koninklijk besluit van 1 juli 2011 tot uitvoering van de artikelen 16, 13°, 17, 20, 63, 70 en 88 van het Sociaal Strafwetboek en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht.
De personen bedoeld in het vorig lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens inbreuken op de sociale wetten.]1
de ambtenaren van de Directie van de administratieve geldboeten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg aangewezen in artikel 10 van het koninklijk besluit van 1 juli 2011 tot uitvoering van de artikelen 16, 13°, 17, 20, 63, 70 en 88 van het Sociaal Strafwetboek en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht.
De personen bedoeld in het vorig lid hebben enkel toegang tot veroordelingen wegens inbreuken op de sociale wetten.]1
Art.28/5. [1 Dans le cadre de l'application des articles 76, 84, 111 et 115 du Code pénal social, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
les fonctionnaires de la Direction des amendes administratives du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, désignés par l'article 10 de l'arrêté royal du 1er juillet 2011 portant exécution des articles 16, 13°, 17, 20, 63, 70 et 88 du Code pénal social et fixant la date d'entrée en vigueur de la loi du 2 juin 2010 comportant des dispositions de droit pénal social.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour des infractions aux lois sociales.]1
les fonctionnaires de la Direction des amendes administratives du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, désignés par l'article 10 de l'arrêté royal du 1er juillet 2011 portant exécution des articles 16, 13°, 17, 20, 63, 70 et 88 du Code pénal social et fixant la date d'entrée en vigueur de la loi du 2 juin 2010 comportant des dispositions de droit pénal social.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux condamnations pour des infractions aux lois sociales.]1
Modifications
Art.28/6. [1 Met het oog op de toepassing van artikel 4, § 1, 1° van het koninklijk besluit van 5 juli 2004 betreffende de erkenning van havenarbeiders in de havengebieden die onder het toepassingsgebied vallen van de wet van 8 juni 1972 betreffende de havenarbeid worden de volgende personen gemachtigd om toegang te hebben tot de gegevens opgenomen in het Centraal Strafregister:
1° de leidinggevende ambtenaar van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen, Afdeling van de sociale bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, vanwege de functie die hij bekleedt;
2° de personeelsleden van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen, Afdeling van de sociale bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen.
De personen bedoeld in het vorig lid hebben enkel toegang tot de gegevens die vermeld staan op het uittreksel van het Centraal Strafregister dat het attest van goed gedrag en zeden heeft vervangen.
De leidinggevende ambtenaar is de verantwoordelijke van de verwerking en moet instaan voor de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en erover waken dat voor alle personen die handelen onder zijn gezag, de toegang tot de gegevens en de verwerkingsmogelijkheden beperkt zijn tot wat deze personen nodig hebben om hun functies uit te oefenen.]1
1° de leidinggevende ambtenaar van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen, Afdeling van de sociale bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, vanwege de functie die hij bekleedt;
2° de personeelsleden van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen, Afdeling van de sociale bemiddeling van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg die de leidinggevende ambtenaar bij naam schriftelijk daartoe aanwijst, zulks gelet op de betrekking die zij uitoefenen.
De personen bedoeld in het vorig lid hebben enkel toegang tot de gegevens die vermeld staan op het uittreksel van het Centraal Strafregister dat het attest van goed gedrag en zeden heeft vervangen.
De leidinggevende ambtenaar is de verantwoordelijke van de verwerking en moet instaan voor de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en erover waken dat voor alle personen die handelen onder zijn gezag, de toegang tot de gegevens en de verwerkingsmogelijkheden beperkt zijn tot wat deze personen nodig hebben om hun functies uit te oefenen.]1
Art.28/6. [1 Dans le cadre de l'application de l'article 4, § 1er, 1° de l'arrêté royal du 5 juillet 2004 relatif à la reconnaissance des ouvriers portuaires dans les zones portuaires tombant dans le champ d'application de la loi du 8 juin 1972 organisant le travail portuaire, sont autorisés à accéder aux informations enregistrées dans le Casier judiciaire central :
1° le fonctionnaire dirigeant de la Direction générale Relations collectives de travail, Division de la conciliation sociale du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, en raison des fonctions qu'il occupe;
2° les membres du personnel de la Direction générale Relations collectives de travail, Division de la conciliation sociale du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux données qui figurent sur l'extrait du Casier judiciaire central qui a remplacé le certificat de bonne conduite, vie et moeurs.
Le fonctionnaire dirigeant est le responsable du traitement et doit assurer le respect de la législation en matière de protection de la vie privée et veiller à ce que, pour toutes les personnes agissant sous son autorité, l'accès aux données et les possibilités de traitement soient limités à ce dont ces personnes ont besoin pour l'exercice de leurs fonctions.]1
1° le fonctionnaire dirigeant de la Direction générale Relations collectives de travail, Division de la conciliation sociale du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, en raison des fonctions qu'il occupe;
2° les membres du personnel de la Direction générale Relations collectives de travail, Division de la conciliation sociale du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, que le fonctionnaire dirigeant désigne nommément et par écrit à cet effet, en raison des fonctions qu'ils occupent.
Les personnes visées à l'alinéa précédent ont uniquement accès aux données qui figurent sur l'extrait du Casier judiciaire central qui a remplacé le certificat de bonne conduite, vie et moeurs.
Le fonctionnaire dirigeant est le responsable du traitement et doit assurer le respect de la législation en matière de protection de la vie privée et veiller à ce que, pour toutes les personnes agissant sous son autorité, l'accès aux données et les possibilités de traitement soient limités à ce dont ces personnes ont besoin pour l'exercice de leurs fonctions.]1
Modifications
HOOFDSTUK III. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions transitoires et finales.
Art.29. De ministeries bedoeld in dit besluit moeten worden beschouwd als Federale Overheidsdiensten zodra deze laatsten de diensten van de ministeries hebben overgenomen.
Art.29. Les ministères visés dans le présent arrêté doivent être considérés comme services publics fédéraux dès que ces derniers auront repris les services des ministères.
Art.30. Dit besluit treedt in werking op dezelfde datum als de wet van 8 augustus 1997 betreffende het Centraal Strafregister.
Art.30. Le présent arrêté entre en vigueur à la même date d'entrée en vigueur que la loi du 8 août 1997 relative au Casier judiciaire central.
Art. 31. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 31. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.