Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
23 MAART 2001. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen en tot opheffing van het koninklijk besluit van 13 juni 1999 houdende oprichting van een dienst voor aalmoezeniers behorende tot één van de erkende erediensten en de moreel consulenten bij de strafinrichtingen en tot vaststelling van hun administratief en geldelijk statuut.
Titre
23 MARS 2001. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 21 mai 1965 portant règlement général des établissements pénitentiaires et abrogeant l'arrêté royal du 13 juin 1999 portant création d'un service pour les aumôniers appartenant à un des cultes reconnus et pour les conseillers moraux auprès des établissements pénitentiaires et fixant leur statut administratif et pécuniaire.
Informations sur le document
Numac: 2001009258
Datum: 2001-03-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001009258
Date: 2001-03-23
Moniteur: Voir
Tekst (21)
Texte (21)
Artikel 1. In artikel 16 van het koninklijk besluit van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het tweede lid, 2), worden de woorden "of aan de vieringen inzake de niet- confessionele morele dienstverlening" ingevoegd tussen het woord "eredienst" en het woord "wil";
  b) in het tweede lid, 3), worden de woorden "of van de islamconsulent" ingevoegd tussen het woord "beoefenen" en het woord "zowel";
  c) in het tweede lid, 4) worden de woorden "van een islamconsulent" ingevoegd tussen de woorden "aalmoezenier of" en de woorden "van een morele";
  d) in de Nederlandse tekst van het tweede lid, 4), worden de woorden "morele consulent" vervangen door de woorden "moreel consulent";
  e) in het vierde lid, worden de woorden "of van de niet-confessionele morele dienstverlening" ingevoegd tussen de woorden "dan de zijne" en de woorden "mag bijwonen".
Article 1. A l'article 16 de l'arrêté royal du 21 mai 1965 portant règlement général des établissements pénitentiaires, modifié par l'arrêté royal du 4 décembre 1990, sont apportées les modifications suivantes :
  a) dans l'alinéa 2, 2), les mots "ou aux célébrations relatives à l'assistance morale non-confessionnelle" sont ajoutés après les mots "d'un culte";
  b) dans l'alinéa 2, 3), les mots "ou du conseiller islamique" sont insérés entre les mots "pratiquer" et "tant";
  c) dans l'alinéa 2, 4), les mots "soit d'un conseiller islamique" sont insérés entre le mot "aumônier" et les mots "soit d'un conseiller moral";
  d) dans le texte néerlandais de l'alinéa 2, 4), les mots "morele consulent" sont remplacés par les mots "moreel consulent";
  e) dans l'alinéa 4, les mots "ou de l'assistance morale non-confessionnelle" sont insérés entre les mots "le sien" et "notamment".
Art. 2. In Titel II, Hoofdstuk III, afdeling 2, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van onderafdeling 1 vervangen als volgt : "Onderafdeling 1 - Door leden van het personeel, de aalmoezeniers, de islamconsulenten en de moreel consulenten".
Art. 2. Dans le Titre II, Chapitre III, section 2, du même arrêté, l'intitulé de la sous-section première est remplacé par l'intitulé suivant : "Sous-section première - Par des membres du personnel, les aumôniers, les conseillers islamiques et les conseillers moraux".
Art. 3. _ In artikel 25, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden "de islamconsulent" worden ingevoegd tussen het woord "aalmoezenier" en de woorden "de morele consulent";
  b) in de Nederlandse tekst worden de woorden "de morele consulent" vervangen door de woorden "de moreel consulent".
Art. 3. Dans l'article 25, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 4 décembre 1990, sont apportées les modifications suivantes :
  a) les mots "du conseiller islamique" sont insérés entre les mots "de l'aumônier," et les mots "du conseiller moral";
  b) dans le texte néerlandais, les mots "morele consulent" sont remplacés par les mots "moreel consulent".
Art. 4. In artikel 26, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 december 1990 en 9 maart 2001, vervallen de volgende woorden : "van de aalmoezeniers, moreel consulenten of islamconsulenten".
Art. 4. Dans l'article 26, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 4 décembre 1990 et 9 mars 2001, les mots "des aumôniers, conseillers moraux ou conseillers islamiques" sont supprimés.
Art. 5. In artikel 37 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 4 december 1990, 4 april 1991 en 10 februari 1999, vervallen de volgende woorden : "de aalmoezeniers van de erkende erediensten, de morele consulenten".
Art. 5. Dans l'article 37 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux des 4 décembre 1990, 4 avril 1991 et 10 février 1999, les mots suivants sont supprimés : "par les aumôniers des cultes reconnus, par les conseillers moraux".
Art. 6. In Titel II, Hoofdstuk IV, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen als volgt : "Uitoefening van de eredienst of de niet- confessionele morele dienstverlening en religieuze of morele bijstand op grond van de verklaringen van de gedetineerden overeenkomstig artikel 16, tweede lid".
Art. 6. Dans le Titre II, Chapitre IV, du même arrêté, l'intitulé de la section 3 est remplacé par l'intitulé suivant : "Pratique des cultes ou de l'assistance morale non-confessionnelle et assistance morale ou religieuse sur la base des déclarations faites par les détenus conformément à l'article 16, alinéa 2".
Art. 7. In afdeling 3 van Titel II, Hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt een artikel 39bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 39bis. § 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° aalmoezenier : elke persoon, al dan niet bezoldigd ten laste van de overheid, die door het bevoegde representatieve orgaan van een erkende eredienst, met uitzondering van de islamitische eredienst, wordt voorgedragen om religieuze bijstand in een strafinrichting te verlenen en die hiertoe door de Minister van Justitie wordt gemachtigd;
  2° islamconsulent : elke persoon, al dan niet bezoldigd ten laste van de overheid, die door het representatief orgaan van de islamitische eredienst wordt voorgedragen om religieuze bijstand in een strafinrichting te verlenen en die hiertoe door de Minister van Justitie wordt gemachtigd;
  3° moreel consulent : elke persoon, al dan niet bezoldigd ten laste van de overheid, die door een erkende organisatie die morele diensten verleent op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing wordt voorgedragen om morele bijstand in een strafinrichting te verlenen en die hiertoe door de Minister van Justitie wordt gemachtigd;
  4° hoofdaalmoezenier, islamconsulent-hoofd van dienst en moreel consulent-hoofd van dienst : respectievelijk de aalmoezenier, de islamconsulent en de moreel consulent die door het bevoegde representatieve orgaan voorgedragen wordt en door de Minister van Justitie erkend wordt als contactpersoon bij het Bestuur;
  5° bevoegde representatief orgaan : orgaan dat de religieuze overheid van een erkende eredienst of de overheid van een erkende organisatie die morele diensten verleent op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing vertegenwoordigt naar de burgerlijke overheid toe.
  § 2. De aalmoezeniers, islamconsulenten en moreel consulenten zijn geen personeelsleden van het Directoraat-generaal Strafinrichtingen en hebben niet de hoedanigheid van rijksambtenaar.
  § 3. De verleende machtiging geldt voor één of meerdere bepaalde strafinrichtingen.
  De Minister van Justitie is bevoegd om de verleende machtiging of erkenning definitief of tijdelijk in te trekken, onder meer in geval van overtreding van de regels vervat in artikel 48 van dit besluit.
  Deze beslissing wordt schriftelijk hetzij aan de hoofdaalmoezenier, aan de islamconsulent-hoofd van dienst of aan de moreel consulent-hoofd van dienst betekend binnen een termijn van tien dagen.
  § 4. Bij diens afwezigheid worden de hoofdaalmoezenier, de islamconsulent-hoofd van dienst en de moreel consulent-hoofd van dienst vervangen respectievelijk door een aalmoezenier, een islamconsulent en een moreel consulent gemachtigd door de Minister van Justitie. ".
Art. 7. Un article 39bis, rédigé comme suit, est inséré dans la section 3 du Titre II, Chapitre IV, du même arrêté :
  " Art. 39bis. § 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° aumônier : toute personne, qu'elle soit ou non rémunérée à charge de l'autorité, proposée par l'organe représentatif compétent d'un culte reconnu, à l'exception du culte islamique, en vue de fournir une assistance religieuse dans un établissement pénitentiaire et qui est autorisée à cet effet par le Ministre de la Justice;
  2° conseiller islamique : toute personne, qu'elle soit ou non rémunérée à charge de l'autorité, proposée par l'organe représentatif du culte islamique en vue de fournir une assistance religieuse dans un établissement pénitentiaire et qui est autorisée à cet effet par le Ministre de la Justice;
  3° conseiller moral : toute personne, qu'elle soit ou non rémunérée à charge de l'autorité, proposée par une organisation reconnue offrant une assistance morale selon une conception philosophique non confessionnelle en vue de fournir une assistance morale dans un établissement pénitentiaire et qui est autorisée à cet effet par le Ministre de la Justice;
  4° aumônier en chef, conseiller islamique-chef de service et conseiller moral-chef de service : respectivement l'aumônier, le conseiller islamique et le conseiller moral proposé par l'organe représentatif compétent et reconnu par le Ministre de la Justice comme interlocuteur auprès de l'Administration;
  5° organe représentatif compétent : organe qui représente l'autorité religieuse d'un culte reconnu ou l'autorité d'une organisation reconnue offrant une assistance morale selon une conception philosophique non-confessionnelle auprès de l'autorité civile.
  § 2. Les aumôniers, conseillers islamiques et conseillers moraux ne sont pas membres du personnel de la Direction générale des Etablissements pénitentiaires et n'ont pas la qualité d'agent de l'Etat.
  § 3. L'autorisation accordée est valable pour un ou plusieurs établissements déterminés.
  Le Ministre de la Justice est compétent pour retirer temporairement ou définitivement l'autorisation ou la reconnaissance accordée, notamment en cas d'infraction aux règles contenues dans l'article 48 du présent arrêté.
  Cette décision est notifiée par écrit selon le cas à l'aumônier en chef, au conseiller islamique-chef de service ou au conseiller moral-chef de service dans un délai de dix jours.
  § 4. En cas d'absence, l'aumônier en chef, le conseiller islamique-chef de service et le conseiller moral-chef de service sont remplacés respectivement par un aumônier, un conseiller islamique et un conseiller moral autorisé par le Ministre de la Justice. ".
Art. 8. Artikel 40 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 1990,wordt vervangen als volgt :
  " Art. 40. De gedetineerden ontvangen op hun verzoek de morele en religieuze bijstand van een bedienaar van hun eredienst of de morele bijstand van een moreel consulent.
  Deze laatsten worden in het bezit gesteld van een identificatiekaart die door de Minister van Justitie wordt afgeleverd. ".
Art. 8. L'article 40 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 4 décembre 1990, est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 40. Les détenus reçoivent à leur demande l'assistance morale et religieuse d'un ministre de leur culte ou l'assistance morale d'un conseiller moral.
  Ces derniers seront mis en possession d'une carte d'identification délivrée par le Ministre de la Justice. ".
Art. 9. Artikel 42 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 4 december 1990, wordt opgeheven.
Art. 9. L'article 42 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 4 décembre 1990, est abrogé.
Art. 10. In artikel 43 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden "de islamconsulenten" worden ingevoegd tussen de woorden "de aalmoezeniers" en de woorden "en de morele consulenten";
  b) in de Nederlandse tekst worden de woorden "de morele consulenten" vervangen door de woorden "de moreel consulenten";
  c) volgende woorden vervallen : "tenzij deze er uitdrukkelijk om vragen".
Art. 10. Dans l'article 43 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  a) les mots "les conseillers islamiques," sont insérés entre les mots "les aumôniers," et les mots "et les conseillers moraux";
  b) dans le texte néerlandais, les mots "de morele consulenten" sont remplacés par les mots "de moreel consulenten";
  c) les mots suivants sont supprimés : "à moins que ces détenus n'en fassent expressément la demande".
Art. 11. In de Nederlandse tekst van artikel 44 van hetzelfde besluit worden de woorden "de morele consulenten" vervangen door de woorden "de moreel consulenten".
Art. 11. Dans le texte néerlandais de l'article 44 du même arrêté, les mots "de morele consulenten" sont remplacés par les mots "de moreel consulenten".
Art. 12. In artikel 45 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid worden de woorden "en de islamconsulenten" ingevoegd tussen de woorden "de aalmoezeniers" en het woord "leiden";
  b) het volgende lid wordt ingevoegd tussen het eerste en het tweede lid :
  " De moreel consulenten leiden de vieringen en vervullen al de plichten van hun opdracht bij de gedetineerden van hun overtuiging";
  c) in het vroegere tweede lid, dat het derde lid is geworden, worden de woorden "Zij worden terstond ontboden" vervangen door de woorden "De aalmoezeniers, de islamconsulenten en de moreel consulenten worden terstond verwittigd";
  d) volgende woorden vervallen : "die zich voordoen onder de bevolking, die aan hun zorg is toevertrouwd".
Art. 12. Dans l'article 45 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  a) dans l'alinéa 1er, les mots "et les conseillers islamiques," sont insérés entre les mots "les aumôniers" et le mot "président";
  b) l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Les conseillers moraux président aux célébrations et remplissent tous les devoirs de leur mission auprès des détenus de leur conviction";
  c) dans l'alinéa 2 ancien, devenu l'alinéa 3, les mots "Ils sont appelés" sont remplacés par les mots "Les aumôniers et conseillers islamiques et les conseillers moraux sont appelés";
  d) les mots suivants sont supprimés : "qui se produisent dans la population confiée à leurs soins".
Art. 13. In artikel 46 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) in het eerste lid worden de woorden "of de vieringen inzake de niet-confessionele morele dienstverlening" ingevoegd tussen de woorden "ceremonieën van hun eredienst" en het woord "moeten";
  b) in het tweede lid worden de woorden "of van de niet-confessionele morele dienstverlening" ingevoegd tussen de woorden "een eredienst" en het woord "deelneemt".
Art. 13. Dans l'article 46 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  a) dans l'alinéa 1er, les mots "ou aux célébrations de l'assistance morale non-confessionnelle" sont insérés entre les mots "cérémonies de leur culte" et le mot "doivent";
  b) dans l'alinéa 2, les mots "ou de l'assistance morale non-confessionnelle" sont insérés entre les mots "d'un culte" et le mot "exprime".
Art. 14. In artikel 48 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden "de personen belast met de zedelijke bijstand aan gedetineerden" worden vervangen door de woorden "de aalmoezeniers, islamconsulenten en moreel consulenten";
  b) de opsomming wordt aangevuld als volgt :
  " 3° geestrijke dranken of enig schadelijk product in de inrichting binnen te brengen;
  4° zonder toelating iemand in de inrichting binnen te brengen;
  5° enig aan de Staat toebehorend voorwerp te gebruiken, behalve indien dit geschiedt in of naar aanleiding van de uitoefening van hun ambt;
  6° zonder uitdrukkelijke toelating van de Minister van Justitie, aan anderen dan aan de bevoegde overheden inlichtingen of getuigschriften over te maken betreffende ofwel gedetineerden, ofwel de organisatie van de verschillende diensten;
  7° voorwerpen die voor de gedetineerden bestemd zijn of hun toebehoren, binnen of buiten de inrichting te brengen of boodschappen voor hen te verrichten zonder de toelating van de directeur;
  8° om het even wat van de gedetineerden te kopen of te ontlenen, dan wel aan hen te verkopen of te lenen;
  9° buiten de gevallen waarvoor de Minister van Justitie een bijzondere toelating heeft verleend, gedetineerden of echtgenote, bloed- of aanverwanten ervan in eigen dienst te nemen;
  10° om het even welke onregelmatige mededeling van de gedetineerden, hetzij binnen de inrichting, hetzij met de buitenwereld, te vergemakkelijken of te gedogen;
  11° buiten de inrichting en in het bijzonder aan verwanten en vrienden van de gedetineerden inlichtingen te verstrekken over de dienst;
  12° aan gedetineerden genade, strafvermindering, voorwaardelijke invrijheidstelling of andere gunsten te beloven;
  13° de gedetineerden te beïnvloeden bij de keuze van hun verdedigers of raadslieden. ".
Art. 14. Dans l'article 48 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  a) les mots "personnes chargées de l'assistance morale aux détenus" sont remplacés par les mots "aumôniers, conseillers islamiques et conseillers moraux";
  b) l'énumération est complétée comme suit :
  " 3° d'introduire dans l'établissement des boissons spiritueuses et tous produits nocifs;
  4° d'introduire aucune personne à l'intérieur de l'établissement sans autorisation;
  5° d'utiliser, si ce n'est dans l'exercice ou à l'occasion de l'exercice de leurs fonctions, aucun objet appartenant à l'Etat;
  6° de fournir, sans autorisation expresse du Ministre de la Justice, si ce n'est aux autorités compétentes, des renseignements ou attestations relatifs soit aux détenus soit à l'organisation des divers services;
  7° d'introduire à l'établissement ou d'en faire sortir aucun objet destiné ou appartenant à des détenus ou de se charger pour eux d'aucune commission sans l'autorisation du directeur;
  8° d'acheter ou vendre, prêter ou emprunter quoi que ce soit aux détenus;
  9° d'employer à leur service particulier, hors les cas spécialement autorisés par le Ministre de la Justice, des détenus ou les conjoint, parents, ou alliés de ceux-ci;
  10° de faciliter ou de tolérer toute communication irrégulière des détenus, soit à l'intérieur, soit avec l'extérieur;
  11° de communiquer au dehors et spécialement aux parents et amis des détenus, des renseignements qui se rattachent au service;
  12° de promettre aux détenus des grâces, des réductions de peine, une libération conditionnelle ou d'autres faveurs;
  13° d'influencer les détenus dans le choix de leurs défenseurs ou conseils. ".
Art. 15. Artikel 49 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 15. L'article 49 du même arrêté est abrogé.
Art. 16. In Titel II, Hoofdstuk IV van hetzelfde besluit, worden afdeling 4, bestaande uit de artikelen 50 tot 52, en afdeling 5, bestaande uit artikelen 53 tot 55, opgeheven.
Art. 16. Dans le Titre II, Chapitre IV du même arrêté, la section 4, comprenant les articles 50 à 52 et la section 5, comprenant les articles 53 à 55 sont abrogées.
Art. 17. In artikel 92 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 september 1995, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden "de islamconsulent" worden ingevoegd tussen het woord "aalmoezenier" en de woorden "of de moreel consulent";
  b) in de Nederlandse tekst worden de woorden "de morele consulent" vervangen door de woorden "de moreel consulent".
Art. 17. Dans l'article 92 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 26 septembre 1995, sont apportées les modifications suivantes :
  a) les mots "du conseiller islamique" sont insérés entre le mot "aumônier" et les mots "ou du conseiller moral";
  b) dans le texte néerlandais, les mots "de morele consulent" sont remplacés par les mots "de moreel consulent".
Art. 18. In de bijlage van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de woorden "de aalmoezenier van de islamitische eredienst" worden vervangen door de woorden "de islamconsulent";
  b) de woorden "de morele consulent van de Stichting voor morele bijstand aan gedetineerden" worden vervangen door de woorden "de moreel consulent";
  c) in de Nederlandse tekst wordt het woord "godsdienstige" vervangen door het woord "religieuze";
  d) een vijfde punt wordt toegevoegd, luidende :
  " 5. Ik wens deel te nemen aan de vieringen inzake niet-confessionele morele dienstverlening";
  e) een zesde punt wordt toegevoegd, luidende :
  " 6. Ik wens niet deel te nemen aan de vieringen inzake niet-confessionele morele dienstverlening".
Art. 18. Dans l'annexe au même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  a) les mots "l'aumônier du culte islamique" sont remplacés par les mots "le conseiller islamique";
  b) les mots "du conseiller moral de la Fondation pour l'assistance morale aux détenus" sont remplacés par les mots "du conseiller moral ";
  c) dans le texte néerlandais, le mot "godsdienstige" est remplacé par le mot "religieuze";
  d) un point 5 est ajouté, rédigé comme suit :
  " 5. Je désire participer aux célébrations relatives à l'assistance morale non-confessionnelle";
  e) un point 6 est ajouté, rédigé comme suit :
  " 6. Je ne désire pas participer aux célébrations relatives à l'assistance morale non-confessionnelle".
Art. 19. Het koninklijk besluit van 13 juni 1999 houdende oprichting van een dienst voor aalmoezeniers behorende tot één van de erkende erediensten en de moreel consulenten bij de strafinrichtingen en tot vaststelling van hun administratief en geldelijk statuut wordt opgeheven.
Art. 19. L'arrêté royal du 13 juin 1999 portant création d'un service pour les aumôniers appartenant à un des cultes reconnus et pour les conseillers moraux auprès des établissements pénitentiaires et fixant leur statut administratif et pécuniaire est abrogé.
Art. 20. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2001.
Art. 20. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2001.
Art. 21. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 23 maart 2001.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN.
Art. 21. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 23 mars 2001.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN.