Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
5 SEPTEMBER 2001. - Koninklijk besluit houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de [politiezone]. <KB 2004-04-25/58, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 17-05-2004> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-09-2001 en tekstbijwerking tot 10-08-2010)
Titre
5 SEPTEMBRE 2001. - Arrêté royal portant le règlement général de la comptabilité de la [zone de police]. <AR 2004-04-25/58, art. 1, 002; En vigueur : 17-05-2004> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-09-2001 et mise à jour au 10-08-2010)
Informations sur le document
Numac: 2001000961
Datum: 2001-09-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001000961
Date: 2001-09-05
Moniteur: Voir
Tekst (124)
Texte (124)
TITEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN.
TITRE I. - DISPOSITIONS GENERALES.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement moet worden verstaan onder :
  1° " de wet " : de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;
  2° " de raad " : de gemeenteraad in de ééngemeentezones en de politieraad in de meergemeentezones;
  3° " het college " : het college van burgemeester en schepenen in de ééngemeentezones en het politiecollege in de meergemeentezones;
  4° " politiezone " : de ééngemeentezone of de meergemeentezone;
  5° [1 " bijzondere rekenplichtige " : de financiële raadgever en financiële beheerder van de lokale politie bedoeld in artikel 30 van de wet]1;
  6° " toezichthoudende overheid " : de gouverneur en de Minister van Binnenlandse Zaken;
  7° " gewone dienst van de begroting " : alle ontvangsten en uitgaven die ten minste één maal per financieel dienstjaar voorkomen en die de politiezone regelmatige inkomsten en een regelmatige werking waarborgen, met inbegrip van de periodieke aflossing van de schuld;
  8° " buitengewone dienst van de begroting " : alle ontvangsten en uitgaven die rechtstreeks en op een duurzame wijze invloed hebben op de omvang, de waarde of de instandhouding van het patrimonium van de politiezone, uitgezonderd de normale onderhoudswerken; de term omvat eveneens de voor hetzelfde doel toegestane toelagen en leningen, deelnemingen en beleggingen op meer dan één jaar, alsmede de vervroegde terugbetalingen van de schuld;
  9° " begrotingswijziging " : elke beslissing die door de raad aangenomen wordt na de vaststelling van de begroting en die leidt tot het ontstaan, de schrapping of de wijziging van één of meer begrotingskredieten;
  10° " functionele en economische code " : de numerieke identificatie, bestaande uit twee reeksen van ten minste drie cijfers, die de toewijzing en de aard bepaalt van het krediet waarop ze betrekking heeft; het geheel van de functionele en economische codes vormt de functionele en economische classificatie;
  11° " journaal " boekhoudkundig register dat chronologisch en zonder compensatie alle boekhoudkundige bewerkingen vermeldt; het bestaat uit twee onderscheiden en onafhankelijke delen;
  - het journaal van de budgettaire verrichtingen;
  - het journaal van de algemene verrichtingen;
  12° " grootboek " : boekhoudkundig register dat per rekening de verrichtingen overneemt van het journaal; het omvat twee onderscheiden delen :
  - het grootboek van de budgettaire verrichtingen;
  - het grootboek van de algemene verrichtingen;
  13° " betalingsbevel " : het geschreven bevel waarbij het college opdracht geeft aan de bijzondere rekenplichtige de vermelde som te betalen aan de aangeduide rechthebbende;
  14° " kasvoorraad van de politiezone " : het geheel van de gelden en de waarden die beschikbaar zijn of op maximaal één jaar belegd zijn;
  15° " invorderingsrecht " : elk bedrag dat met zekerheid, door een welbepaalde derde, tijdens een bepaald dienstjaar, aan de politiezone verschuldigd is;
  16° " vastgesteld recht " : invorderingsrecht dat geboekt is.
  [1 17° " suffix " : de numerieke identificatie, bestaande uit 1 reeks van 2 cijfers, die de toewijzing van een (loon)element aan een economische code bepaalt waarop ze betrekking heeft.]1
  
Article 1. Pour l'application du présent règlement, il y a lieu d'entendre par :
  1° " la loi " : la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux;
  2° " le conseil " : le conseil communal dans les zones unicommunales et le conseil de police dans les zones pluricommunales;
  3° " le collège " : le collège des bourgmestres et des échevins dans les zones unicommunales et le collège de police dans les zones pluricommunales;
  4° " zone de police " : la zone unicommunale ou la zone pluricommunale;
  5° [1 " comptable spécial " : le conseiller financier et le gestionnaire financier de la police locale visé à l'article 30 de la loi;]1
  6° " autorité de tutelle " : le gouverneur et le Ministre de l'Intérieur;
  7° " service ordinaire du budget " : l'ensemble des recettes et des dépenses qui se produisent une fois au moins au cours de chaque exercice financier et qui assurent à la zone de police des revenus et un fonctionnement réguliers, en ce compris le remboursement périodique de la dette;
  8° " service extraordinaire du budget " : l'ensemble des recettes et des dépenses qui affectent directement et durablement l'importance, la valeur ou la conservation du patrimoine de la zone de police, à l'exclusion de son entretien courant; il comprend également les subsides et prêts consentis à ces mêmes fins, les participations et placements de fonds à plus d'un an, ainsi que les remboursements anticipés de la dette;
  9° " modification budgétaire " : toute décision adoptée par le conseil après l'arrêt du budget et ayant pour effet de créer, supprimer ou modifier un ou plusieurs crédits budgétaires;
  10° " code fonctionnel et économique " : l'identification numérique comprenant deux séries d'au moins trois chiffres, qui détermine la destination et la nature du crédit auquel elle se rapporte : l'ensemble des codes fonctionnels et économiques constitue la classification fonctionnelle et économique;
  11° " livre-journal " : le registre comptable qui mentionne chronologiquement et sans compensation toutes les opérations comptables; il comprend deux parties distinctes :
  - le livre-journal des opérations budgétaires;
  - le livre-journal des opérations générales;
  12° " grand livre " : le registre comptable qui mentionne par compte les opérations portées au livre-journal; il comprend deux parties distinctes :
  - le grand livre des opérations budgétaires;
  - le grand livre des opérations générales;
  13° " mandat de paiement " : l'ordre écrit donné au comptable spécial par le collège de payer la somme y indiquée à l'ayant droit mentionné;
  14° " encaisse de la zone de police " : l'ensemble des fonds et valeurs disponibles ou placés à un an maximum;
  15° " droit à recette " : toute somme due à la zone de police de manière certaine, par un tiers précisément désigné, au cours d'un exercice déterminé;
  16° " droit constaté " : droit à recette qui a fait l'objet d'un enregistrement comptable.
  [1 17° " suffixe " : l'identification numérique, consistant en une série de deux chiffres, qui détermine l'attribution d'un élément (salarial) au code économique auquel il se rapporte.]1
  
Art. 2. Alle door de raad of het college getroffen uitvoerbare beslissingen i.v.m. de financiën worden onmiddellijk door het college aan de bijzondere rekenplichtige doorgezonden; te dien einde worden zij eensluidend verklaard met het register van de beraadslagingen en met de beslissingen van de toezichthoudende overheid.
Art. 2. Toutes les décisions exécutoires prises par le conseil ou le collège en matière financière sont immédiatement notifiées par le collège au comptable spécial; à cet effet, elles sont certifiées conformes aux registres des délibérations et aux décisions prises par l'autorité de tutelle.
Art. 3. De Minister bepaalt op welke manier de bewijzen van de inschrijvingen of bewaargevingen, alsmede alle andere akten waaruit de rechten van de politiezone blijken, bewaard worden.
Art. 3. Le Ministre détermine le mode de conservation des titres justificatifs des inscriptions ou dépôts, ainsi que de tous autres actes établissant les droits de la zone de police.
Art. 4. De financiële rekeningen worden, nadat het college zijn instemming heeft betuigd, door de bijzondere rekenplichtige op naam van de politiezone geopend. Ze worden door hem beheerd en de post wordt rechtstreeks aan hem geadresseerd.
  Op de verzoeken tot betaling wordt steeds het nummer van de financiële rekening vermeld waarop het bedrag moet worden gestort.
Art. 4. Les comptes financiers sont ouverts au nom de la zone de police par le comptable spécial après accord du collège. Ils sont gérés par lui et la correspondance lui est directement adressée.
  Dans tous les cas, les invitations à payer font mention du numéro de compte sur lequel la somme doit être versée.
TITEL II. - DE BEGROTING.
TITRE II. - DU BUDGET.
HOOFDSTUK I. - Algemeenheden.
CHAPITRE I. - Généralités.
Art. 5. De begroting omvat de precieze raming van alle ontvangsten en uitgaven die in de loop van het financieel dienstjaar kunnen worden gedaan, met uitzondering van de geldverrichtingen voor rekening van derden of die slechts de thesaurie treffen.
  Binnen de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen de gewone en buitengewone dienst en, binnen elk van die diensten, tussen het eigenlijk financieel dienstjaar en de vorige dienstjaren.
Art. 5. Le budget comprend l'estimation précise de toutes les recettes et de toutes les dépenses susceptibles d'être effectuées dans le courant de l'exercice financier, à l'exception des mouvements de fonds opérés pour le compte de tiers ou n'affectant que la trésorerie.
  Il est établi au sein du budget une distinction entre le service ordinaire et le service extraordinaire et, au sein de chacun de ceux-ci, entre l'exercice financier proprement dit et les exercices antérieurs.
Art. 6. De ontvangsten en uitgaven, alsook het resultaat ervan, worden onherroepelijk op een dienstjaar en op een dienst aangerekend.
Art. 6. Les recettes et les dépenses, ainsi que leur résultat, sont irrévocablement imputés à un exercice et à un service.
Art. 7. Alle door de toezichthoudende overheid getroffen beslissingen i.v.m. de begroting worden door het college aan de raad meegedeeld.
Art. 7. Toute décision de l'autorité de tutelle en matière budgétaire est communiquée par le collège au conseil.
HOOFDSTUK II. - De begroting.
CHAPITRE II. - Du budget.
Art. 8. Wanneer de begrotingsmiddelen toereikend zijn, kan de raad kredieten op zijn begroting uittrekken om die middelen te bestemmen :
  1° voor de verwerving van publieke fondsen en effecten;
  2° voor de vervroegde terugbetaling van de leningen;
  3° voor :
  a) de vorming van voorzieningen voor risico's en kosten;
  b) de vorming van gewone reserves geput uit gewone overschotten, of buitengewone reserves geput uit gewone of buitengewone overschotten;
  c) het dekken van buitengewone uitgaven.
Art. 8. Lorsque les moyens budgétaires sont suffisants, le conseil peut inscrire à son budget des crédits en vue d'affecter ces disponibilités :
  1° à l'acquisition de fonds publics et de valeurs de portefeuille;
  2° au remboursement anticipé des emprunts les plus onéreux;
  3° à :
  a) la constitution de provisions pour risques et charges;
  b) la constitution de réserves ordinaires prélevées sur des excédents ordinaires ou de réserves extraordinaires prélevées sur des excédents ordinaires ou extraordinaires;
  c) la couverture de dépenses extraordinaires.
Art. 9. Het geraamde overschot of tekort van de vorige dienstjaren, dat op de begroting wordt gebracht, is het resultaat van de begroting van het voorgaande dienstjaar, aangepast door de begrotingswijzigingen.
  Zodra de begrotingsrekening van dat voorgaand dienstjaar door de raad goedgekeurd is, wordt het geraamde overschot of tekort dat op de begroting gebracht is, vervangen door dat van het afgesloten dienstjaar.
  Wanneer die wijziging van die aard is dat ze een tekort veroorzaakt of vergroot, neemt de raad de passende maatregelen om het begrotingsevenwicht te herstellen.
  In de meergemeentezones kan dit slechts gebeuren na overleg met en akkoord van de afzonderlijke gemeenteraden.
  De modaliteiten van dit overleg worden door Ons bepaald.
Art. 9. L'excédent ou le déficit estimé des exercices antérieurs qui est porté au budget résulte du budget de l'exercice antérieur et de ses éventuelles modifications.
  Aussitôt que le compte budgétaire de cet exercice antérieur est approuvé par le conseil, l'excédent ou le déficit estimé qui a été porté au budget est remplacé par celui de l'exercice clôturé.
  Lorsque cette modification est de nature à provoquer ou à accroître un déficit, le conseil prend les mesures propres à rétablir l'équilibre budgétaire.
  Dans les zones pluricommunales, ces mesures sont possibles uniquement après concertation et accord des conseils communaux séparés.
  Les modalités de cette concertation sont fixées par Nous.
Art. 10. De uitgavenkredieten mogen slechts worden gebruikt voor het door de begroting vooropgestelde doel en ze zijn beperkt.
  Voor de uitgaven van de gewone dienst geldt de beperking waarvan sprake in het eerste lid voor het geheel van de kredieten die dezelfde functionele code dragen, beperkt tot de eerste drie cijfers, en die behoren tot dezelfde economische groep.
Art. 10. Les crédits de dépenses ne peuvent être utilisés à d'autres fins que celles que leur assigne le budget et ils sont limités.
  La limitation visée à l'alinéa 1er s'applique, pour les dépenses du service ordinaire, au total des crédits portant le même code fonctionnel, limité aux trois premiers chiffres, et appartenant au même groupe économique.
Art. 11. Het college maakt het begrotingsontwerp op na het advies te hebben ingewonnen van een commissie waarin tenminste één daartoe aangeduid lid van het college, de korpschef van de lokale politie en de bijzondere rekenplichtige zetelen.
  Het advies van de commissie, bedoeld in het eerste lid, slaat uitsluitend op de wettelijkheid en de verwachte financiële weerslag.
Art. 11. Le collège établit le projet de budget après avoir recueilli l'avis d'une commission où siègent au moins un membre du collège, le chef de corps de la police locale et le comptable spécial.
  L'avis de la commission visée à l'alinéa 1er porte exclusivement sur la légalité et les implications financières prévisibles.
Art. 12. Zodra de begroting definitief vastgesteld is, is ze uitvoerbaar, onverminderd de controle op de wettigheid van ontvangsten en uitgaven.
Art. 12. Une fois qu'il est définitivement arrêté, le budget est exécutoire, sans préjudice du contrôle de la légalité des recettes et dépenses qui y sont portées.
Art. 13. § 1. Voor de definitieve goedkeuring van de begroting door de toezichthoudende overheid, zoals bepaald in artikel 72 van de wet, mogen, door middel van voorlopige kredieten, uitgaven worden verricht waarvoor een uitvoerbaar krediet uitgetrokken was op de begroting van het vorige dienstjaar.
  Wanneer de begroting nog niet goedgekeurd is door de raad, zoals bepaald in de artikelen 39 en 40 van de wet, worden de voorlopige kredieten evenwel vastgesteld door de raad.
  § 2. De voorlopige kredieten mogen, per verlopen of begonnen maand, niet meer bedragen dan één twaalfde :
  1° van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar, wanneer de begroting van het dienstjaar nog niet goedgekeurd is door de raad;
  2° van het begrotingskrediet van het lopende dienstjaar of, indien het kleiner is, van het begrotingskrediet van het vorige dienstjaar, wanneer de begroting van het dienstjaar reeds goedgekeurd is door de raad.
  Die beperking is niet van toepassing op de uitgaven voor de bezoldiging van het personeel, voor de betaling van verzekeringspremies, voor de betaling van belastingen, voor de betaling van aflossingen en van interesten op leningen.
  § 3. De voorlopige kredieten hebben alleen betrekking op uitgaven van de gewone dienst.
Art. 13. § 1er. Avant l'approbation définitive du budget par l'autorité de tutelle, comme le stipule l'article 72 de la loi, il peut être pourvu par des crédits provisoires aux dépenses pour lesquelles un crédit exécutoire était inscrit au budget de l'exercice précédent.
  Toutefois, lorsque le budget n'est pas encore approuvé par le conseil, comme le stipulent les articles 39 et 40 de la loi, les crédits provisoires sont arrêtés par le conseil.
  § 2. Les crédits provisoires ne peuvent excéder, par mois écoulé ou commencé, le douzième :
  1° du crédit budgétaire de l'exercice précédent, lorsque le budget de l'exercice n'est pas encore approuvé par le conseil;
  2° du crédit budgétaire de l'exercice en cours ou, s'il est moins élevé, du crédit budgétaire de l'exercice précédent, lorsque le budget de l'exercice est déjà approuvé par le conseil.
  Cette restriction n'est pas applicable aux dépenses relatives à la rémunération du personnel, au paiement des primes d'assurances et des taxes, ni aux dépenses relatives à l'amortissement et aux charges de la dette.
  § 3. Les crédits provisoires ne concernent que les dépenses ordinaires.
HOOFDSTUK III. - De begrotingswijzigingen.
CHAPITRE III. - Des modifications budgétaires.
Art. 14. De begrotingswijzigingen zijn onderworpen aan dezelfde procedures als deze die toepasbaar zijn op de begroting.
  Zij worden voor elk krediet behoorlijk gerechtvaardigd.
Art. 14. Les modifications budgétaires sont soumises aux mêmes procédures que celles applicables au budget.
  Elles sont dûment justifiées pour chaque crédit budgétaire.
Art. 15. Op de begrotingswijzigingen moeten zonder verwijl worden uitgetrokken, de begrotingskredieten die nodig zijn om de uitgaven die door dwingende en onvoorziene omstandigheden worden vereist te dekken, alsmede de begrotingskredieten die betrekking hebben op niet-geraamde ontvangsten.
Art. 15. Doivent être inscrits au plus tôt dans les modifications budgétaires, les crédits budgétaires nécessaires pour couvrir les dépenses requises par des circonstances imprévues et impérieuses, ainsi que les crédits budgétaires afférents à des recettes imprévues.
TITEL III. - HET PATRIMONIUM EN HET BEHEER.
TITRE III. - LE PATRIMOINE ET LA GESTION
HOOFDSTUK I. - Het patrimonium en de balans.
CHAPITRE I. - Du patrimoine et du bilan.
Art. 16. § 1. De algemene toestand van de politiezone op 31 december van elk dienstjaar wordt bepaald door de balans.
  § 2. Het actief van de balans, dat bestaat uit de bezittingen en de vorderingen als geheel, die zijn opgebracht door het gebruik van de waarden van het passief, omvat :
  1° de vaste activa, welke de goederen zijn die blijvend verworven zijn door de politiezone, namelijk :
  a) de oprichtingskosten;
  b) de immateriële vaste activa;
  c) de materiële vaste activa die het onroerend en het roerend patrimonium omvatten;
  d) de financiële vaste activa;
  2° de vlottende activa, die de bezittingen en de vorderingen van de politiezone zijn, namelijk :
  a) de voorraden;
  b) de vorderingen op ten hoogste één jaar;
  c) de verrichtingen voor rekening van derden;
  d) de geldbeleggingen op ten hoogste één jaar;
  e) de liquide middelen;
  f) de overlopende rekeningen.
  § 3. Het passief van de balans, dat de herkomst aangeeft van de middelen waarover de politiezone beschikt om haar doelstellingen te bereiken, omvat :
  1° het eigen vermogen dat bestaat uit de middelen die de politiezone heeft geïnvesteerd en waarvan zij eigenaar is, namelijk :
  a) het aanvangskapitaal;
  b) de gekapitaliseerde resultaten;
  c) de resultaten van de vorige dienstjaren;
  d) de reserves;
  e) de ontvangen investeringstoelagen;
  f) de voorzieningen voor risico's en kosten;
  2° het vreemd vermogen of de schuld, welke de middelen zijn die door derden ter beschikking van de politiezone worden gesteld, namelijk :
  a) de schulden op meer dan één jaar;
  b) de schulden op ten hoogste één jaar;
  c) de verrichtingen voor rekening van derden;
  d) de overlopende rekeningen.
  § 4. In de beginbalans bestaat het aanvangskapitaal uit het verschil tussen het actief en het totaal van de schulden, de reserves, het samengevoegde resultaat van de voorgaande dienstjaren, de ontvangen investeringstoelagen en de voorzieningen voor risico's en kosten.
  Het verschil tussen het actief en de schulden bepaalt het nettovermogen van de politiezone. Dit wordt elk jaar aangepast door de inbreng van het saldo van de resultatenrekening van het afgesloten dienstjaar.
Art. 16. § 1er. La situation générale de la zone de police au 31 décembre de chaque exercice est déterminée par un bilan.
  § 2. L'actif du bilan, qui est constitué de l'ensemble des avoirs et droits rassemblés par l'utilisation des valeurs du passif, comprend :
  1° les actifs immobilisés, qui sont les biens acquis par la zone de police de façon durable, soit :
  a) les frais d'établissement;
  b) les immobilisations incorporelles;
  c) les immobilisations corporelles comprenant le patrimoine immobilier et le patrimoine mobilier;
  d) les immobilisations financières;
  2° les actifs circulants, qui sont les avoirs et droits de la zone de police, soit :
  a) les stocks;
  b) les créances à un an au plus;
  c) les opérations pour compte de tiers;
  d) les placements de trésorerie à un an au plus;
  e) les valeurs disponibles;
  f) les comptes de régularisation.
  § 3. Le passif du bilan, qui donne l'origine des ressources dont la zone de police dispose pour réaliser ses objectifs, comprend :
  1° les fonds propres, qui sont les moyens investis par la zone de police et dont elle est propriétaire, soit :
  a) le capital de départ;
  b) les résultats capitalisés;
  c) les résultats des exercices antérieurs;
  d) les réserves;
  e) les subsides d'investissement reçus;
  f) les provisions pour risques et charges;
  2° les fonds externes ou la dette, qui sont les moyens mis à la disposition de la zone de police par des tiers, soit :
  a) les dettes à plus d'un an;
  b) les dettes à un an au plus;
  c) les opérations pour compte de tiers;
  d) les comptes de régularisation.
  § 4. Au bilan initial, le capital de départ est constitué de la différence entre l'actif et le total des dettes, des réserves, du résultat cumulé des exercices antérieurs, des subsides d'investissement reçus et des provisions pour risques et charges.
  La différence entre l'actif et les dettes donne la situation nette de la zone de police. Elle est corrigée chaque année par l'apport du solde du compte de résultats de l'exercice clôturé.
Art. 17. De resultatenrekening omvat de vergelijkende boeking van en het verschil tussen de opbrengsten en de kosten van de politiezone tijdens een dienstjaar.
  De opbrengsten en de kosten zijn van drieërlei aard :
  1° de courante opbrengsten. Zij bestaan uit de vastgestelde rechten en de uitgaven aangerekend op de begrotingsposten van de gewone dienst;
  2° de opbrengsten en kosten die voortvloeien uit de normale schommelingen van de balanswaarden of de rechtzettingen van de opbrengsten en de kosten.
  Zij komen met name voort uit :
  a) de toevoegingen aan afschrijvingen en aan voorzieningen voor risico's en kosten;
  b) de wijzigingen in de voorraad;
  c) de verrichtingen i.v.m. de boekhoudkundige rechtzetting van de aanrekening van periodieke terugbetalingen van leningen;
  d) de inbreng van werken uitgevoerd in eigen beheer in de vaste activa;
  3° de uitzonderlijke opbrengsten en kosten en reserves :
  a) dergelijke opbrengsten komen met name voort uit :
  - de in artikel 20 bedoelde herwaarderingen van de waarde van de goederen van de vaste activa;
  - de meerwaarden gerealiseerd bij de overdracht van goederen uit de vaste activa;
  - de ontvangen uitzonderlijke schadevergoedingen voor de goederen van het patrimonium;
  - de onttrekkingen aan de reserves;
  - enige andere uitzonderlijke inbreng van de gewone of de buitengewone dienst;
  b) dergelijke kosten vinden met name hun oorsprong in :
  - de in artikel 20 bedoelde herwaarderingen van de waarde van de goederen van de vaste activa;
  - het oninbaar of oninvorderbaar verklaren van vorderingen, zoals bedoeld in artikel 52;
  - de minderwaarden gerealiseerd bij de overdracht of bij het verlies van goederen van de vaste activa;
  - de uitzonderlijke schadeloosstellingen van derden door de politiezone;
  - de toevoegingen aan de waardeverminderingen;
  - de toevoegingen aan het gewoon of buitengewoon reservefonds.
  In de resultatenrekening worden de volgende resultaten opgenomen :
  a) batig of nadelig exploitatieresultaat : het resultaat dat blijkt uit de algemene boekhouding en wordt bepaald door het vergelijken van de in 1° en 2° bedoelde kosten en opbrengsten;
  b) uitzonderlijk batig of nadelig saldo : het resultaat dat blijkt uit de algemene boekhouding en wordt bepaald door het vergelijken van de in 3° bedoelde kosten en opbrengsten;
  c) batig of nadelig saldo van het dienstjaar : het bedrijfsresultaat vermeerderd met het uitzonderlijk resultaat.
Art. 17. Le compte de résultats comprend l'enregistrement comparé et la différence entre les produits et les charges de la zone de police au cours de l'exercice.
  Les produits et les charges sont de trois ordres :
  1° produits et charges courants. Ceux-ci sont formés des droits constatés et des dépenses imputées aux articles budgétaires du service ordinaire;
  2° produits et charges résultant des variations normales des valeurs de bilan ou des redressements des charges et des produits.
  Ils résultent notamment :
  a) des dotations aux amortissements et aux provisions pour risques et charges;
  b) des variations de stocks;
  c) des opérations de redressement comptable concernant l'imputation du remboursement périodique des emprunts;
  d) des apports des travaux effectués en régie aux biens de l'actif immobilisé;
  3° produits et charges exceptionnels et réserves :
  a) les produits de cette nature résultent notamment :
  - de réévaluations de la valeur des biens de l'actif immobilisé visées à l'article 20;
  - de plus-values réalisées lors de la cession de biens de l'actif immobilisé;
  - de dédommagements exceptionnels reçus pour les biens du patrimoine;
  - de prélèvements sur les réserves;
  - de tout autre apport exceptionnel du service ordinaire ou du service extraordinaire;
  b) les charges de cette nature résultent notamment :
  - de réévaluations de la valeur des biens de l'actif immobilisé visées à l'article 20;
  - de la mise en non-valeurs ou en irrécouvrables de créances, visée à l'article 52;
  - de moins-values réalisées lors de la cession ou à l'occasion de la perte de biens de l'actif immobilisé;
  - de dédommagements exceptionnels de tiers par la zone de police;
  - de dotations aux réductions de valeur;
  - de dotations au fonds de réserve ordinaire ou extraordinaire.
  Le compte de résultats enregistre les résultats suivants :
  a) boni d'exploitation ou mali d'exploitation : le résultat dégagé par la comptabilité générale et déterminé par la comparaison des charges et des produits visés au 1° et 2°;
  b) boni ou mali exceptionnel : le résultat dégagé par la comptabilité générale et déterminé par la comparaison des charges et des produits visés au 3°;
  c) boni ou mali de l'exercice : le résultat d'exploitation augmenté du résultat exceptionnel.
Art. 18. Het college houdt de gedetailleerde, volledige en gewaardeerde inventaris bij van al zijn goederen, bezittingen, rechten en vorderingen, evenals van zijn investeringstoelagen en zijn schuld.
  De inventaris vermeldt bovendien de verplichtingen die voornoemde waarden bezwaren, evenals de avals en toegestane waarborgen.
  De nomenclatuur van de inventaris en de regels voor de waardebepaling van het patrimonium zijn deze die vervat zijn in het ministerieel besluit van 30 oktober 1990 tot uitvoering van de artikelen 19 en 21 van het koninklijk besluit van 2 augustus 1990 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit.
  De bijzondere rekenplichtige registreert in de balansrekening de waarden die in de inventaris opgenomen worden en hun wijzigingen.
  Te dien einde ontvangt hij van het college een eensluidend verklaard afschrift van alle akten, documenten en stukken betreffende deze waarden.
Art. 18. Le collège tient l'inventaire détaillé, complet et valorisé de tous ses biens, avoirs, droits et créances, ainsi que de ses subsides d'investissement et de sa dette.
  L'inventaire mentionne en outre les obligations qui grèvent les valeurs susmentionnées ainsi que les avals et garanties accordés.
  La nomenclature de l'inventaire et les règles de détermination de la valeur du patrimoine sont celles qui figurent dans l'arrêté ministériel du 30 octobre 1990 portant exécution des articles 19 et 21 de l'arrêté royal du 2 août 1990 portant le règlement général de la comptabilité communale.
  Le comptable spécial enregistre au compte du bilan les valeurs portées à l'inventaire et leurs variations.
  Il reçoit à cet effet du collège une copie certifiée conforme de tous actes, documents et pièces concernant ces valeurs.
Art. 19. In de boekhouding wordt een onderscheid gemaakt tussen de waarde van de grond en die van de onroerende goederen die zich daarop bevinden.
Art. 19. La comptabilité distingue la valeur du terrain de celle des biens immeubles qui s'y trouvent.
Art. 20. § 1. De goederen van het onroerend patrimonium worden jaarlijks geherwaardeerd.
  De herwaardering geschiedt volgens de aard van het goed, rekening houdende met de index van de prijzen van de bouwsector.
  § 2. Indien er zich aanzienlijke en niet-incidentele marktschommelingen voordoen, kan de Koning een uitzonderlijke herwaardering van de goederen van het onroerend patrimonium opleggen, op voorwaarde dat het in het § 1 bedoelde criterium niet volstaat om die schommelingen in te calculeren.
Art. 20. § 1er. Les biens du patrimoine immobilier sont réévalués annuellement.
  La réévaluation est opérée, selon la nature du bien, en fonction de l'indice des prix à la construction.
  § 2. Au cas où se produiraient des fluctuations importantes et non occasionnelles du marché, le Roi peut imposer une réévaluation exceptionnelle des biens du patrimoine immobilier, à condition que le critère visé au § 1er ne puisse suffire à rendre compte de ces fluctuations.
Art. 21. De afschrijving is jaarlijks en lineair.
  De goederen worden afgeschreven [1 overeenkomstig de bijlage 7]1.
  De investeringstoelagen worden op dezelfde wijze verrekend als de afschrijvingen van het goed waarvoor de toelage werd verleend.
  
Art. 21. L'amortissement est annuel et linéaire.
  Les biens sont soumis à l'amortissement [1 conformément à l'annexe 7]1.
  Les subsides d'investissement doivent être réduits au rythme de l'amortissement du bien auquel le subside a été affecté.
  
Art. 22. De politiezone kan voorzien in een beheer van voorraad overeenkomstig de regels vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken.
Art. 22. La zone de police peut prévoir une gestion du stock, selon les règles fixées par le Ministre de l'Intérieur.
Art. 23. Wanneer kosten en opbrengsten betrekking hebben op een volgend dienstjaar, worden zij aangerekend op een overlopende rekening die geen invloed heeft op het resultaat van het dienstjaar.
Art. 23. Lorsque des charges ou des produits concernent un exercice ultérieur, ils sont imputés à un compte de régularisation qui n'influence pas le résultat de l'exercice.
HOOFDSTUK II. - Leningen.
CHAPITRE II. - Des emprunts.
Art. 24. Op beslissing van de raad kan de politiezone leningen aangaan om het bedrag van de buitengewone uitgaven te dekken.
  De termijn voor terugbetaling van de leningen mag niet langer lopen dan de termijn voor de afschrijving van de goederen waarvoor die leningen zijn aangegaan.
  In het leningenbestand worden de terugbetalingtranches en de verschuldigde intresten per jaar en per lening vermeld volgens de vigerende rentevoet.
Art. 24. Sur décision du conseil, la zone de police peut contracter des emprunts pour couvrir le montant des dépenses extraordinaires.
  Le délai de remboursement des emprunts ne peut excéder la durée d'amortissement des biens pour lesquels ces emprunts ont été contractés.
  Le fichier de la dette mentionne par année et par emprunt les tranches de remboursement et les intérêts dus, sur la base du taux en vigueur.
Art. 25. Op beslissing van de raad kan de politiezone kredietopeningen aangaan door verdiscontering van toelagen of andere in de opgenomen begroting ontvangsten.
Art. 25. Sur décision du conseil, la zone de police peut contracter des ouvertures de crédit en escomptant des subsides ou d'autres recettes prévues au budget.
Art. 26. De ongebruikte saldi van de leningen worden bij beslissing van de raad bestemd voor :
  1° de vervroegde terugbetaling van de lening;
  2° of de betaling van buitengewone uitgaven die niet gedekt zijn door daartoe overeenkomstig artikel 24, 1e lid, aangewezen ontvangsten.
Art. 26. Les soldes non utilisés des emprunts sont affectés par décision du conseil :
  1° soit au remboursement anticipé de l'emprunt;
  2° soit au paiement de dépenses extraordinaires non couvertes par des recettes affectées conformément à l'article 24, alinéa 1.
Art. 27. Voorafgaand aan het opmaken van de balans wordt de schuld op meer dan één jaar verminderd met de aflossingstranches die binnen het volgend jaar vervallen en worden geboekt op een rekening van de schuld op ten hoogste één jaar.
Art. 27. Préalablement à l'établissement du bilan, la dette à plus d'un an est réduite du montant des tranches de remboursement venant à échéance au cours de l'exercice suivant, lesquelles sont portées à la dette à un an au plus.
HOOFDSTUK III. - Thesaurie en beleggingen.
CHAPITRE III. - De la trésorerie et des fonds placés.
Art. 28. Het college ziet erop toe dat de kasvoorraad van de politiezone voldoende kasmiddelen bevat om te allen tijde de verbintenissen van de politiezone te kunnen nakomen en haar uitgaven te kunnen betalen.
  Te dien einde waakt het er eveneens over dat de beslissingen omtrent het aangaan van leningen of kredietopeningen zonder verwijl worden genomen en uitgevoerd.
Art. 28. Le collège veille à ce que l'encaisse de la zone de police dispose des moyens de trésorerie suffisants pour faire face en tout temps aux engagements et dépenses de la zone de police.
  Il veille également à ce que les décisions de contracter des emprunts ou des ouvertures de crédit, soient prises et exécutées sans délai.
Art. 29. De beleggingen, verricht met speciale fondsen afkomstig van giften en legaten met een bepaalde bestemming, alsmede de inkomsten uit die beleggingen, worden aangerekend op de begrotingsposten die op elk van deze fondsen betrekking hebben.
  Die beleggingen worden zowel in de inventaris als in de boekhouding apart beheerd.
Art. 29. Les placements réalisés au moyen de fonds spéciaux provenant de dons et legs ayant une destination déterminée, ainsi que les revenus de ces placements, sont imputés aux articles budgétaires propres à chacun de ces fonds.
  Ces placements font l'objet d'une gestion distincte tant à l'inventaire qu'en comptabilité.
Art. 30. De beschikbare gelden mogen slechts bij financiële instellingen erkend door de Commissie voor het bank- en financiewezen belegd worden via plaatsingen waarbij minstens het kapitaal gewaarborgd is.
Art. 30. Les fonds disponibles peuvent uniquement être investis dans les institutions financières reconnues par la Commission bancaire et financière par le biais de placements dont au moins le capital est garanti.
Art. 31. De nettowaarde van de materiële vaste activa moet, in geval van realisatie, zo spoedig mogelijk opnieuw worden wedersamengesteld.
  De waarden en effecten van de politiezone kunnen te gelde worden gemaakt om te vermijden dat leningen moeten worden aangegaan waarvan de lasten de inkomsten uit die waarden en effecten zouden overtreffen.
Art. 31. La valeur nette des immobilisations corporelles doit, en cas de réalisation, être reconstituée aussi rapidement que possible.
  Les valeurs et titres de la zone de police peuvent être réalisés en vue d'éviter des opérations d'emprunt dont les charges seraient supérieures aux revenus de ces valeurs et titres.
Art. 32. De bijzondere rekenplichtige is verantwoordelijk voor de kasvoorraad.
  De gelden van de kasvoorraad worden afzonderlijk beheerd in de boekhouding waarin alle verrichtingen worden vermeld.
Art. 32. Le comptable spécial est responsable de l'encaisse.
  Les fonds de l'encaisse sont gérés de manière distincte dans les écritures comptables qui en mentionnent chaque mouvement.
Art. 33. § 1. De bijzondere rekenplichtige bewaart in kas slechts het geld dat nodig is om op de nabije vervaldagen de contante betalingen te verrichten.
  § 2. De overige beschikbare kasmiddelen worden gestort op de financiële rekeningen, of worden op minder dan een jaar belegd.
  § 3. Na raadpleging van de bijzondere rekenplichtige, regelt het college het beheer van de kasvoorraad.
Art. 33. § 1er. Le comptable spécial ne conserve en caisse que les fonds nécessaires pour régler les proches échéances des paiements à effectuer en espèces.
  § 2. Les autres fonds disponibles sont versés aux comptes courants, ou font l'objet de placements à moins d'un an auprès des ces institutions.
  § 3. Après consultation du comptable spécial, le collège règle la gestion de l'encaisse.
Art. 34. De bijzondere rekenplichtige is aansprakelijk voor het intrestverlies dat zou voortspruiten uit het feit :
  1° dat door zijn schuld de inkomsten van de politiezone niet tijdig werden ingevorderd;
  2° dat de gelden van de politiezone in kas werden gehouden of op niet renderende rekeningen bleven staan boven de door het college vastgestelde normen;
  3° dat op de lopende rekeningen van de politiezone een negatief saldo is blijven staan wanneer de beschikbare kasmiddelen meer bedragen dan die nodig voor betalingen op nabije vervaldagen.
Art. 34. Le comptable spécial est responsable des pertes d'intérêts qui pourraient résulter :
  1° des retards qui lui sont imputables dans le recouvrement des revenus de la zone de police;
  2° du maintien de fonds de la zone de police en caisse ou en comptes improductifs au-delà des normes fixées par le collège;
  3° du maintien d'un solde négatif aux comptes courants de la zone de police lorsque les fonds restés en caisse excèdent ceux nécessaires au règlement des proches échéances de paiement.
TITEL IV. - DE BOEKHOUDING.
TITRE IV. - DE LA COMPTABILITE.
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Généralités.
Art. 35. Het college en de bijzondere rekenplichtige, onder het gezag van dit college, zijn belast met het houden van de boekhouding van de politiezone.
  Het college stelt de bijzondere rekenplichtige de materiële middelen alsmede het personeel ter beschikking die noodzakelijk zijn om zijn bevoegdheden uit te oefenen.
  In de meergemeentezones betreft het personeelsleden van het administratief en logistiek kader van het lokale politiekorps.
  De terbeschikkingstelling ervan aan de bijzondere rekenplichtige gebeurt in overleg met de korpschef van de politiezone.
Art. 35. Le collège et, sous son autorité, le comptable spécial, sont chargés de la tenue de la comptabilité de la zone de police.
  Le collège met à la disposition du comptable spécial les moyens matériels nécessaires à l'exercice de ses attributions, ainsi que le personnel nécessaire.
  Pour les zones pluricommunales, il s'agit de membres du personnel du cadre administratif et logistique du corps de la police locale.
  La mise à disposition de ceux-ci auprès du comptable spécial a lieu en concertation avec le chef de corps de la zone de police.
Art. 36. § 1. Alle door een wet of dit besluit vereiste boeken en bescheiden worden op papier opgemaakt in de voorgeschreven vorm, telkens wanneer ze aanleiding geven tot afsluiting, mededeling, controle, nazicht of archivering.
  Elke boeking wordt gestaafd door bewijsstukken.
  § 2. Op de bewijsstukken worden vermeld :
  1° een volgnummer dat overeenstemt met de boeking ervan;
  2° het dienstjaar;
  3° het begrotingsartikel;
  4° een controlemerk van het invorderingsrecht of van de vastlegging.
  De door derden afgegeven stukken die betrekking hebben op diensten of leveringen ten bate van de politiezone worden bovendien voor ontvangst geviseerd.
  § 3. De boekingen worden dag na dag bijgehouden, van 1 januari tot 31december.
  Bij elke afsluiting worden de journalen doorlopend genummerd.
  Elke inschrijving draagt een volgnummer. Er wordt geen blanco of interlinie gelaten en er mogen geen doorhalingen, overheenschrijvingen of randaanmerkingen aangebracht worden. Elke correctie wordt aangegeven met een kenteken dat ter wille van de duidelijkheid aan het begin van de regel wordt geplaatst. Elk negatief bedrag wordt voorafgegaan door een kenteken.
  § 4. De verhogingen van de actiefrekeningen en de kostenrekeningen worden op het debet geboekt, en de verminderingen op het credit.
  De verhogingen van de passiefrekeningen en de opbrengstenrekeningen worden op het credit geboekt, en de verminderingen op het debet.
  De linkerzijde van de boeken vermeldt de actiefrekeningen en de kostenrekeningen, alsook de debetwaarden. De rechterzijde van de boeken vermeldt de passiefrekeningen en de opbrengstenrekeningen, alsmede de creditwaarden.
  Het debiteren van rekeningen heeft het crediteren van andere rekeningen tot gevolg.
  § 5. Bij de hoofdboeken kunnen hulpboeken worden geopend wanneer de omvang van de verrichtingen dat vereist. Die hulpboeken, die niet genummerd dienen te worden, worden bijgehouden volgens dezelfde regels als de hoofdboeken.
  § 6. Op het einde van elke bladzijde en van elke maand wordt het totaal van alle boeken gemaakt. De boeken worden tenminste eens per maand afgesloten. In voorkomend geval worden de totalen overgedragen naar de volgende bladzijde of naar het volgende boek.
  Bij elke afsluiting maakt de bijzondere rekenplichtige een staat op waaruit de overeenstemming van de boekingen met de kasmiddelen blijkt.
  § 7. Zodra de boeken aan het einde van het dienstjaar afgesloten zijn, wordt hiervan een afschrift overhandigd aan het college. De boeken en bewijsstukken worden door de bijzondere rekenplichtige bewaard tot de definitieve vaststelling van de rekening.
  Ze worden gedurende dertig jaar in de politiezone bewaard. De jaarrekeningen worden voor onbeperkte duur bewaard.
Art. 36. § 1er. Tous les livres et documents requis par une loi ou le présent arrêté doivent être établis sur papier dans la forme prescrite, chaque fois qu'ils donnent lieu à clôture, communication, contrôle, vérification ou archivage.
  Toute écriture est fondée sur des pièces justificatives.
  § 2. Sur les pièces justificatives figurent :
  1° un numéro d'ordre correspondant à leur comptabilisation;
  2° l'exercice;
  3° le numéro de l'article budgétaire;
  4° une mention de contrôle du droit constaté ou de l'engagement.
  Les pièces délivrées par des tiers et se rapportant à des services rendus ou à des fournitures faites à la zone de police sont, en outre, visées pour réception.
  § 3. Les écritures comptables sont effectuées jour par jour, du 1er janvier au 31 décembre.
  Lors de chaque clôture, les livres-journaux sont cotés de façon continue.
  Chaque inscription porte un numéro d'ordre. Il n'est laissé ni blanc, ni interligne et il n'est permis de faire aucune ratures, ni surcharges, ni transports en marge. Toute rectification est signalée par un signe distinctif placé en évidence en début de ligne. Tout montant négatif est précédé d'un signe distinctif.
  § 4. Les augmentations des postes d'actif et de charges sont portées à leur débit, et les diminutions à leur crédit.
  Les augmentations des postes de passif et de produits sont portées à leur crédit, et les diminutions à leur débit.
  A la gauche des livres figurent les comptes d'actif et de charges, et les valeurs débitrices. A la droite des livres figurent les comptes de passif et de produits, et les valeurs créditrices.
  Les mouvements des comptes généraux débitent les uns au crédit des autres.
  § 5. Il peut être ouvert des livres auxiliaires aux livres principaux lorsque le volume des opérations le requiert. Ces livres auxiliaires, qui ne doivent pas être cotés, sont tenus suivant les mêmes règles que les livres principaux.
  § 6. Tous les livres sont totalisés à la fin de chaque page et de chaque mois. Ils sont clôturés au moins une fois par mois. Le cas échéant, les totaux sont reportés à la page ou au livre suivant.
  Lors de chaque clôture, le comptable spécial dresse un document établissant la concordance des écritures avec l'encaisse.
  § 7. Tous les livres sont, sitôt clôturés à la fin de l'exercice, remis en copie au collège. Les livres et pièces justificatives sont conservés par le comptable spécial jusqu'à l'arrêt définitif des comptes.
  Ils sont conservés pendant trente ans dans la zone de police. Les comptes annuels sont conservés indéfiniment.
Art. 37. De budgettaire boekhouding vermeldt en verantwoordt :
  1° bij de ontvangsten : de invorderingsrechten, de onverhaalbare posten en de oninvorderbare ontvangsten;
  2° bij de uitgaven : de vastleggingen en de aanrekeningen.
  Ze wordt gevoerd volgens de methode van enkelvoudig boekhouden door middel van het journaal en het grootboek van de budgettaire boekhouding. Ze geeft na afloop van elk dienstjaar de begrotingsrekening.
Art. 37. La comptabilité budgétaire enregistre et justifie :
  1° en recettes, les droits à recette, les non-valeurs et les irrécouvrables;
  2° en dépenses, les engagements et les imputations comptables.
  Elle est tenue en partie simple au moyen du livre-journal et du grand livre des opérations budgétaires. Elle produit le compte budgétaire à l'échéance de chaque exercice.
Art. 38. De algemene boekhouding registreert de veranderingen in de balanswaarden, de kosten en de opbrengsten.
  Ze wordt gevoerd volgens de dubbele methode, door middel van het journaal en het grootboek van de algemene verrichtingen. Zij geeft na afloop van elk dienstjaar de balans en de resultatenrekening.
Art. 38. La comptabilité générale enregistre les mouvements des valeurs de bilan, les charges et les produits.
  Elle est tenue en partie double, au moyen du livre-journal et du grand livre des opérations générales. Elle produit le bilan et le compte de résultat à l'échéance de chaque exercice.
Art. 39. Aan de algemene rekeningen van de balans worden individuele rekeningen betreffende de bezittingen, schulden en vorderingen van de politiezone toegevoegd.
  Zij worden gelijktijdig met de balansrekeningen bijgehouden.
Art. 39. Aux comptes généraux de bilan sont adjoints les comptes particuliers des biens de la zone de police, de ses dettes et de ses créances.
  Ils sont tenus en même temps que les comptes de bilan.
Art. 40. Alle bewerkingen van de algemene en de budgettaire boekhouding worden geregistreerd tijdens het dienstjaar waarin zij zich voordoen.
  De op een ander dienstjaar aan te rekenen budgettaire verrichtingen worden aangeduid door de vermelding van dat dienstjaar.
Art. 40. Tous les mouvements de la comptabilité budgétaire et générale sont enregistrés au cours de l'exercice où ils se produisent.
  Les opérations budgétaires imputables à un autre exercice sont spécifiées par l'indication de cet exercice.
Art. 41. [1 § 1. De toegepaste functionele en economische classificatie, de classificatie van de algemene en individuele rekeningen alsook van de minimale rekeningstelsels en van de suffixen zijn vastgelegd in de bijlagen 1, 2, 3, 4 en 5.
   § 2. Het staat de politiezone vrij de suffixen al dan niet toe te voegen aan de economische code. Enkel de codering opgenomen in bijlage 5 mag gebruikt worden bij de toevoeging van de suffixen aan de economische code.
   § 3. Wanneer een politiezone de voorkeur heeft om op het subniveau van de suffixen te werken moet zij deze op het niveau van de economische code waarop de suffix(en) betrekking heeft (hebben) totaliseren, teneinde de leesbaarheid en vergelijkbaarheid van de gegevens te garanderen.
   § 4. De functionele code en de economische code betreffende de federale, de gemeentelijke dotatie(s) en financiële bijdragen worden eenduidig bepaald in de bijlage 6.]1

  
Art. 41. [1 § 1er. La classification fonctionnelle et économique, la classification des comptes généraux et individuels ainsi que des plans comptables minimaux et des suffixes sont fixées aux annexes 1re, 2, 3, 4 et 5.
   § 2. Il est loisible à la zone de police d'ajouter ou non des suffixes aux codes économiques. Seul le codage repris en annexe 5 peut être utilisé lors de l'ajout de suffixes aux codes économiques.
   § 3. Lorsqu'une zone de police opte pour fonctionner au sous-niveau des suffixes, elle doit totaliser ceux-ci au niveau du code économique auquel se rapporte(nt) le(s) suffixe(s) afin de garantir la lisibilité et la comparabilité des données.
   § 4. Les codes fonctionnels et les codes économiques concernant les dotations fédérales, communales et les contributions financières sont déterminés de manière univoque dans l'annexe 6.]1

  
HOOFDSTUK II. - De ontvangsten en de opbrengsten.
CHAPITRE II. - Des recettes et des produits.
Afdeling 1. - De invorderingsrechten en de opbrengsten.
Section 1. - Des droits à recette et des produits.
Art. 42. § 1. Alleen het college stelt het invorderingsrecht vast.
  § 2. Wanneer het recht niet door een wet of door een bewijskrachtig document wordt aangetoond, maakt het college een invorderingsstaat op die het samen met alle bewijsstukken van het recht en van de vaststelling ervan aan de bijzondere rekenplichtige bezorgt.
  Op de invorderingsstaat worden de naam en het adres van de schuldenaar, de aard en het bedrag van de vordering, alsook het dienstjaar en het begrotingsartikel, vermeld.
  Er kan een collectieve invorderingsstaat worden opgemaakt wanneer de boekhoudkundige verantwoording en aanrekening voor verscheidene vorderingen gemeenschappelijk zijn.
  § 3. Op de bewijsstukken worden het dienstjaar en het begrotingsartikel, waarop de ontvangsten worden aangerekend, vermeld.
Art. 42. § 1er. Seul le collège constate les droits à recette.
  § 2. Lorsque le droit n'est pas établi par une loi ou par un document faisant foi, le collège établit un état de recouvrement et le transmet au comptable spécial avec toutes les pièces justificatives du droit et de sa constatation.
  L'état de recouvrement mentionne le nom et l'adresse du redevable, la nature et le montant de la créance, ainsi que l'exercice et l'article budgétaires.
  Un état de recouvrement collectif peut être établi lorsque la justification et l'imputation comptables sont communes à plusieurs créances.
  § 3. Les pièces justificatives sont complétées par la mention de l'exercice et de l'article budgétaire auxquels les recettes sont imputées.
Art. 43. § 1. Elk invorderingsrecht wordt onmiddellijk geboekt.
  § 2. In de volgende gevallen wordt het invorderingsrecht vastgesteld :
  1° wanneer andere personeelsleden van de politiezone de bedragen die contant geïnd zijn voor rekening van de politiezone, aan de bijzondere rekenplichtige overmaken;
  2° op het ogenblik dat de raad de voorwaarden aanvaardt die de kredietinstelling voor het leningscontract geeft;
  3° bij de kennisgeving van de dividenden en winstaandelen en van het bedrag van de gemeentelijke en federale dotaties;
  4° op de vervaldag van de intresten.
  § 3. Bij een ontvangst waarvan het invorderingsrecht of de verantwoording niet voorafgaandelijk vastgesteld zijn, legt de bijzondere rekenplichtige aan het college een invorderingsstaat in tweevoud voor. Hiervan bezorgt het college hem een voor akkoord ondertekend exemplaar terug.
Art. 43. § 1er. Tout droit à recette est immédiatement enregistré en comptabilité.
  § 2. Dans les cas suivants, le droit à recette est constaté :
  1° lors du versement au comptable spécial, par d'autres membres du personnel de la zone de police, des sommes perçues au comptant pour compte de la zone de police;
  2° lorsqu'est prise la décision par laquelle le conseil accepte les conditions mises par l'organisme de crédit au contrat d'emprunt;
  3° lors de la notification, pour les dividendes, les parts bénéficiaires et le montant des dotations communales et fédérales;
  4° à l'échéance, pour les intérêts.
  § 3. Lorsque la recette est perçue sans droit ni justificatif préalables, le comptable spécial soumet au collège un état de recouvrement en double exemplaire dont le collège lui restitue un exemplaire signé pour accord.
Art. 44. De algemene rekeningen worden tegelijkertijd met de vaststelling van de rechten in de budgettaire boekhouding bijgehouden.
Art. 44. Les comptes généraux sont tenus à jour en même temps que la constatation des droits en comptabilité budgétaire.
Art. 45. De werken, leveringen of diensten die de politiezone voor rekening van derden heeft verricht, geven aanleiding tot het opmaken van facturen, schuldvorderingen of invorderingsstaten in tweevoud. Op de facturen en de schuldvorderingen worden alle inlichtingen vermeld die op elke invorderingsstaat moeten staan.
  Er is echter geen factuur of schuldvordering vereist voor rechten die ter plaatse en contant betaalbaar zijn tegen kwijting of enig ander bewijsstuk.
Art. 45. Les travaux, fournitures ou services effectués par la zone de police au bénéfice de tiers donnent lieu à l'établissement de factures, de déclarations de créance ou d'états de recouvrement en double exemplaire. Les factures et déclarations de créance mentionnent tous les renseignements qui doivent figurer sur tout état de recouvrement.
  Toutefois, aucune facture ni déclaration de créance n'est requise pour les droits payables sur place et en espèces contre délivrance d'une quittance ou de tout autre document de preuve.
Art. 46. De rechten kunnen voorlopig worden vastgesteld in de budgettaire boekhouding alhoewel ze nog geen invorderingsrechten uitmaken.
  Deze worden door invorderingsrechten vervangen op het ogenblik van de vaststelling.
  De voorlopige invorderingsrechten worden in elk geval geschrapt bij de afsluiting van het dienstjaar.
Art. 46. Les droits peuvent être provisoirement constatés en comptabilité budgétaire, encore qu'ils ne constituent pas des droits à recette.
  Ces droits sont remplacés par des droits à recette lors de leur constatation.
  Les droits provisoirement constatés sont en tout cas annulés à la clôture de l'exercice.
Art. 47. Het grootboek van de budgettaire boekhouding vermeldt elk begrotingsartikel van de ontvangsten :
  1° de omschrijving en het bedrag van het begrotingskrediet;
  2° de datum en het nummer van het basisdocument dat het bewijs levert van het invorderingsrecht, de onverhaalbare post of de oninvorderbare ontvangst en, in voorkomend geval, het nummer van de individuele rekening;
  3° het bedrag van de invorderingsrechten, onverhaalbare posten en oninvorderbare ontvangsten die dag na dag genummerd zijn, waarbij ze worden onderscheiden van de voorlopig vastgestelde rechten;
  4° het verschil tussen het begrotingskrediet en het totaal van de invorderingsrechten verminderd met de oninvorderbare ontvangsten en de onverhaalbare posten.
Art. 47. Le grand livre des opérations budgétaires mentionne en regard de chaque article budgétaire de recettes :
  1° le libellé et le montant du crédit budgétaire;
  2° la date et le numéro de la pièce principale justifiant le droit à recette, la non-valeur ou l'irrécouvrable et, le cas échéant, le numéro du compte particulier;
  3° le montant des droits à recette, des non-valeurs et des irrécouvrables numérotés au jour le jour en les distinguant des droits provisoirement constatés;
  4° la différence entre le crédit budgétaire et le total des droits à recettes, sous déduction des irrécouvrables et des non-valeurs.
Art. 48. De bijzondere rekenplichtige houdt de individuele rekeningen bij van de schuldenaren die benevens hun identiteit, volgende inlichtingen bevatten :
  1° de datum, het bedrag en het nummer van het vastgesteld recht;
  2° de datum, het bedrag en de refertes van de inningen;
  3° de onwaarden en de oninvorderbare rechten.
  De rechten vastgesteld bij middel van collectieve invorderingsstaten mogen ingeschreven worden in een globale rekening per retributie en per dienstjaar.
Art. 48. Le comptable spécial tient à l'égard de chaque redevable un compte particulier qui mentionne, outre l'identité du redevable :
  1° la date, le montant et le numéro du droit constaté;
  2° la date, le montant et la référence des recouvrements;
  3° les non-valeurs et irrécouvrables.
  Les droits établis par voie de relevés collectifs peuvent être enregistrés dans un compte global par redevance et par exercice.
Afdeling 2. - De ontvangsten.
Section 2. - Des recettes.
Art. 49. Zodra de bijzondere rekenplichtige in het bezit is van de documenten die de rechten van de politiezone vaststellen, controleert hij de regelmatigheid van deze documenten en van hun bewijsstukken, evenals hun aanrekening in de budgettaire en algemene boekhouding.
Art. 49. Dès qu'il est en possession des documents constatant les droits de la zone de police, le comptable spécial contrôle la régularité de ces documents et de leurs justificatifs, ainsi que leur imputation en comptabilité budgétaire et générale.
Art. 50. De bijzondere rekenplichtige geeft geregeld aan het college schriftelijk kennis van de maatregelen die genomen werden om de openstaande vorderingen te innen.
  Als een schuldenaar niet betaalt binnen de toegestane termijnen en als er geen uitvoerbare titel is, brengt de bijzondere rekenplichtige het college schriftelijk daarvan op de hoogte, met het oog op de eventuele toepassing van artikel 270 van de nieuwe gemeentewet, zoals aangevuld door artikel 210 van de wet.
  Bij beslissing van het college, genomen op basis van een verslag van de bijzondere rekenplichtige, worden de vorderingen van de politiezone waarvan de invorderbaarheid twijfelachtig is, in de algemene boekhouding overgeboekt naar een rekening "dubieuze debiteuren".
Art. 50. Le comptable spécial porte régulièrement par écrit à la connaissance du collège les mesures prises en vue d'opérer le recouvrement des créances.
  Si un débiteur ne s'exécute pas dans les délais impartis et s'il n'existe pas de titre exécutoire, le comptable spécial en informe par écrit le collège, en vue de l'application éventuelle de l'article 270 de la nouvelle loi communale, comme complété par l'article 210 de la loi.
  Les créances de la zone de police dont la perception est devenue incertaine seront transférées dans un compte "débiteurs douteux" de la comptabilité générale, sur base de la décision du collège prise sur rapport du comptable spécial.
Art. 51. § 1. De bijzondere rekenplichtige boekt de geïnde invorderingsrechten.
  Hij boekt tevens de onrechtmatig geïnde bedragen.
  § 2. Wanneer de bedragen in gereed geld worden betaald, geeft de bijzondere rekenplichtige een kwijting of enig ander bewijs van betaling.
Art. 51. § 1er. Le comptable spécial comptabilise les droits à recette recouvrés.
  Il comptabilise également les sommes indûment recouvrées.
  § 2. Lorsque les montants sont versés en espèces, le comptable spécial délivre une quittance ou toute autre preuve de paiement.
Art. 52. § 1. De bijzondere rekenplichtige boekt als onverhaalbare post de ontheffingen en verminderingen die behoorlijk zijn toegestaan door het college, dat hem kennis geeft van de toestemmingen.
  § 2. De bijzondere rekenplichtige boekt als oninvorderbare ontvangsten :
  1° de bedragen te betalen door schuldenaren wier insolventie bewezen is door om het even welke bewijsstukken;
  2° de vastgestelde rechten die wegens materiële vergissingen vervallen.
Art. 52. § 1er. Le comptable spécial porte en non-valeurs les dégrèvements et remises dûment autorisés par le collège, qui lui notifie les autorisations.
  § 2. Le comptable spécial porte en irrécouvrables :
  1° les sommes dues par des redevables dont l'insolvabilité est établie par toutes pièces probantes;
  2° les droits constatés tombant en annulation du chef d'erreurs matérielles.
HOOFDSTUK III. - De uitgaven en de kosten.
CHAPITRE III. - Des dépenses et des charges.
Afdeling 1. - Voorafgaande bepaling.
Section 1. - Disposition préliminaire.
Art. 53. Behoudens de bij een wet of bij dit besluit bepaalde uitzondering, kan geen uitgave aangezuiverd worden dan na de definitieve vastlegging, de aanrekening op een begrotingsartikel, de registratie in de algemene rekeningen betreffende de inkomende facturen, de aanrekening op de algemene en individuele rekeningen, de betaalbaarstelling door het college en het opmaken van een bevelschrift tot betaling overeenkomstig artikel 250 van de nieuwe gemeentewet en artikel 34, 4°, van de wet.
Art. 53. Sauf exception établie par une loi ou le présent arrêté, nulle dépense ne peut être acquittée qu'après son engagement définitif, son imputation aux articles budgétaires, l'enregistrement dans les comptes généraux des factures entrantes, son imputation aux comptes généraux et particuliers, son ordonnancement par le collège et l'établissement d'un mandat de paiement conformément à l'article 250 de la nouvelle loi communale et à l'article 34, 4°, de la loi.
Afdeling 2. - De vastlegging en de aanrekening van de uitgaven en de kosten.
Section 2. - De l'engagement et de l'imputation des dépenses et des charges.
Art. 54. Alleen het college is bevoegd om tot vastleggingen over te gaan.
  De vastlegging is het gevolg van een verplichting voortvloeiend uit een wet, een overeenkomst of een eenzijdige beslissing van de raad of het college.
  Door de vastlegging wordt het volledige of het gedeeltelijke begrotingskrediet uitsluitend voor een welbepaalde bestemming voorbehouden.
  Een vastlegging omvat :
  1° de naam van de schuldeiser of rechthebbende;
  2° het vermoedelijk bedrag;
  3° het dienstjaar en het budgettair artikel.
Art. 54. Le collège est seul habilité à procéder à des engagements.
  L'engagement procède d'une obligation résultant d'une loi, d'une convention ou d'une décision unilatérale du conseil ou du collège.
  L'engagement réserve tout ou partie d'un crédit budgétaire à une fin exclusive de toute autre destination.
  L'engagement mentionne :
  1° le nom du créancier ou de l'ayant droit;
  2° le montant présumé;
  3° l'exercice et l'article budgétaire.
Art. 55. Een uitgave kan voorlopig vastgelegd worden indien het college besluit een begrotingskrediet geheel of gedeeltelijk te bestemmen voor de uitvoering van een voorzienbare verbintenis van de politiezone.
  Deze vastlegging wordt opgenomen in de begrotingsartikelen; ze wordt geheel of gedeeltelijk vervangen door een definitieve vastlegging en vervalt in elk geval bij de afsluiting van het dienstjaar.
Art. 55. L'engagement d'une dépense peut être effectué à titre provisoire si le collège décide de réserver tout ou partie d'un crédit budgétaire à l'exécution d'une obligation prévisible de la zone de police.
  Cet engagement est acté dans les articles budgétaires; il est remplacé en tout ou en partie par un engagement définitif et, en tout cas, annulé à la clôture de l'exercice.
Art. 56. Wanneer de betalingen door een factuur kunnen gestaafd worden, plaatst de betrokken dienst elke bestelling door middel van een bestelbon die voor de verzending door het college geviseerd wordt.
  De factuur, die de schuldeiser, in tweevoud, aan het college richt, dient vergezeld te zijn van de bestelbon.
Art. 56. Lorsque les dépenses peuvent être justifiées par une simple facture acceptée, le service intéressé par la dépense effectue toute commande au moyen d'un bon de commande visé par le collège, préalablement à son envoi.
  Le créancier de la commune doit produire une facture, en double exemplaire, accompagnée du bon de commande et adressée au collège.
Art. 57. De vastleggingen van de uitgaven worden in het grootboek van de budgettaire boekhouding ingeschreven zodra ze worden gedaan overeenkomstig artikel 54.
Art. 57. Les engagements de dépenses sont portés au grand livre des opérations budgétaires dès qu'il y est procédé conformément à l'article 54.
Art. 58. Het budgettair grootboek vermeldt voor elk begrotingsartikel van de uitgaven :
  1° de omschrijving en het bedrag van het begrotingskrediet;
  2° de datum en het nummer van het basisdocument en, in voorkomend geval, het nummer van de individuele rekening;
  3° het bedrag van de dag na dag genummerde vastleggingen, op elk begrotingskrediet, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de voorlopige vastleggingen en de definitieve vastleggingen;
  4° het aangerekend bedrag op elke vastlegging;
  5° het saldo van het begrotingskrediet.
Art. 58. Le grand livre des opérations budgétaires mentionne, en regard de chaque compte de dépenses :
  1° le libellé et le montant du crédit budgétaire;
  2° la date et le numéro de la pièce principale et, le cas échéant, le numéro de compte particulier;
  3° le montant des engagements numérotés, au jour le jour, sur chaque crédit budgétaire, en distinguant les engagements provisoires des engagements définitifs;
  4° le montant imputé sur chaque engagement;
  5° le solde du crédit budgétaire.
Art. 59. Het college registreert onmiddellijk de facturen of de documenten die deze vervangen. Die registratie geschiedt zodanig dat de vervaldatum altijd gemakkelijk kan worden nagekeken.
  De facturen worden voor ontvangst getekend door het personeelslid dat met de controle op de leveringen of de gepresteerde diensten belast is.
Art. 59. Le collège procède immédiatement à l'enregistrement des factures ou documents en tenant lieu. L'enregistrement se fait de telle sorte que la date d'échéance soit aisément consultable à tout moment.
  Les factures sont visées pour réception par l'agent chargé du contrôle des fournitures ou des services prestés.
Art. 60. De facturen en andere uitgavendocumenten worden aan de bijzondere rekenplichtige overgemaakt samen met alle stukken tot staving van de regelmatigheid van de uitgaven die hiermee gepaard gaan.
  Na onderzoek van deze documenten, gaat de bijzondere rekenplichtige over tot de aanrekening op de budgettaire en algemene rekeningen, of zendt hij ze aan het college terug indien hij niet akkoord gaat.
  Door de aanrekening in de algemene rekeningen worden de kosten en de balanswijzigingen, die daaraan verbonden zijn, geregistreerd.
  Door de aanrekening wordt het werkelijk verschuldigd bedrag, ingevolge de vastlegging, op de begrotingsrekeningen geboekt en, indien nodig, de vastlegging aangepast.
Art. 60. Les factures et autres pièces de dépenses sont transmises au comptable spécial avec tous les documents justificatifs de la régularité de la dépense qu'elles entraînent.
  Le comptable spécial, après avoir contrôlé ces documents, procède à l'imputation aux comptes budgétaires et généraux ou, en cas de désaccord, les transmet au collège.
  L'imputation aux comptes généraux consiste à enregistrer la charge et les mouvements du bilan liés à la dépense.
  L'imputation aux comptes budgétaires consiste à y porter la somme réellement due en suite de l'engagement et, s'il échet, à corriger l'engagement.
Afdeling 3. - Het opmaken van bevelschriften tot betaling.
Section 3. - De l'établissement des mandats de paiement.
Art. 61. § 1. Op de bevelschriften tot betaling worden vermeld :
  1° de datum van uitgifte;
  2° het lopende dienstjaar;
  3° het begrotingsartikel;
  4° het oorspronkelijk dienstjaar;
  5° de aard van de uitgave;
  6° het nummer van de vastlegging;
  7° de rechthebbenden;
  8° het te betalen bedrag.
  In voorkomend geval kan op het bevelschrift tot betaling ook de wijze van betaling worden vermeld.
  De bevelschriften die in gereed geld moeten worden betaald aan instellingen zonder rechtspersoonlijkheid, maken melding van de naam, de voornaam en de hoedanigheid van twee personen belast met het innen van het geld.
  Bij collectieve bevelschriften tot betaling wordt tot staving ook een staat met een opsomming van de uitgaven gevoegd.
  § 2. Alle verantwoordingsstukken worden bij het bevelschrift tot betaling gevoegd en blijven erbij.
  De verantwoordingsstukken betreffende verscheidene opeenvolgende bevelschriften worden bij het eerste gevoegd.
  § 3. Wijzigingen van de vermeldingen op een bevelschrift tot betaling moeten worden ondertekend door de personen bedoeld in artikel 53 van dit besluit.
Art. 61. § 1er. Les mandats de paiement mentionnent :
  1° la date de leur émission;
  2° l'exercice en cours;
  3° l'article du budget;
  4° l'exercice d'origine;
  5° la nature de la dépense;
  6° le numéro de l'engagement;
  7° les ayants droit;
  8° la somme à payer.
  Le cas échéant, le mandat peut également indiquer le mode de paiement.
  Les mandats à payer en espèces à des organismes non dotés de la personnalité juridique font mention du nom, du prénom et de la qualité de deux personnes chargées de l'encaissement des fonds.
  Les mandats collectifs sont en outre appuyés d'un état mentionnant le détail des dépenses.
  § 2. Toutes les pièces justificatives sont jointes au mandat de paiement et y restent attachées.
  Les pièces justificatives relatives à plusieurs mandats successifs sont jointes au premier d'entre eux.
  § 3. Les modifications apportées aux écritures figurant sur les mandats de paiement doivent être signées par les personnes visées à l'article 53 de cet arrêté.
Art. 62. Er behoeft geen bevelschrift tot betaling te worden opgemaakt :
  1° bij betaling van een ontvangst gedaan ten voordele van een derde;
  2° bij terugbetaling aan een derde van een bedrag dat hij ten onrechte heeft betaald.
Art. 62. Il n'y a pas lieu d'établir un mandat de paiement :
  1° lors du paiement d'une recette effectuée pour le compte d'un tiers;
  2° lors du remboursement à un tiers d'une somme qu'il a payée erronément.
Art. 63. De bijzondere rekenplichtige registreert in de boekhouding de betalingen in uitvoering.
Art. 63. Le comptable spécial porte dans la comptabilité les paiements en cours d'exécution.
Afdeling 4. - De betaling van de uitgaven.
Section 4. - Du paiement des dépenses.
Art. 64. De bijzondere rekenplichtige stuurt elk niet regelmatig bevelschrift aan het college terug, met vermelding van de redenen waarop zijn weigering tot betalen steunt.
Art. 64. Le comptable spécial renvoie au collège tout mandat non régulier, en faisant connaître les motifs pour lesquels il refuse le paiement.
Art. 65. Het nummer van de financiële rekening van de schuldeisers van de politiezone moet vermeld worden op de contracten, facturen, schuldvorderingen en andere documenten betreffende de voor werken, leveringen, of om het even welke diensten, uit te keren bedragen.
Art. 65. Le numéro du compte financier des créanciers de la zone de police doit être indiqué sur les contrats, factures, déclarations de créances et autres pièces relatives à la liquidation des sommes dues pour travaux, fournitures, ou services quelconques.
HOOFDSTUK IV. - De jaarrekeningen.
CHAPITRE IV. - Des comptes annuels.
Afdeling 1. - Afsluiting van de rekeningen.
Section 1. - De la clôture des comptes.
Art. 66. Tussen 1 december van het af te sluiten jaar en 15 februari van het volgend jaar, worden de volgende verrichtingen uitgevoerd :
  1° de opgave van de beschikbare begrotingskredieten wordt aan de beherende beambten of diensten bezorgd;
  2° dezen overhandigen aan de bijzondere rekenplichtige de stukken betreffende de niet-afgehandelde aanrekeningen, waarvan de inschrijving in de begrotingsartikelen zo vlug mogelijk moet worden verricht;
  3° de bijzondere rekenplichtige stelt daarna de lijst van de lopende vastleggingen op en laat die door de beheerders aanvullen, die er de af te sluiten vastleggingen op vermelden;
  4° de aanzuivering van de begrotingsartikelen geschiedt door het optellen van de afgesloten vastleggingen en door elke niet-afgesloten vastlegging apart te vermelden;
  5° er wordt een eerste voorlopige opgave van de toestand van de begrotingskredieten, de vastleggingen en de aanrekeningen opgemaakt en toegezonden aan de beheerders die er de nog te verrichten vastleggingen en aanrekeningen op aantekenen;
  6° op grond van die voorlopige opgave boekt de bijzondere rekenplichtige definitief en afzonderlijk :
  a) de afgesloten vastleggingen;
  b) de af te trekken vastleggingen;
  c) het totaal van de vastleggingen;
  d) de niet-afgesloten kredieten die naar het volgende dienstjaar moeten worden overgedragen;
  e) de ongebruikte kredieten;
  7° het college stelt onverwijld, per vastlegging en per begrotingsartikel, de lijst op van de over te dragen kredieten en vastleggingen;
  8° de in ten 7° bedoelde overdrachten worden ingeschreven in de begrotingsartikelen van het volgende dienstjaar.
Art. 66. Entre le 1er décembre de l'exercice budgétaire à clôturer et le 15 février de l'année suivante, il est procédé aux opérations suivantes :
  1° le relevé des soldes disponibles sur les crédits budgétaires est remis aux agents ou services gestionnaires;
  2° ceux-ci remettent au comptable spécial les pièces en cours d'imputation dont l'enregistrement aux articles budgétaires doit être effectué le plus rapidement possible;
  3° le comptable spécial établit ensuite la liste des engagements en cours et la fait compléter par les gestionnaires, qui y mentionnent les engagements à clôturer;
  4° l'apurement des articles budgétaires est effectué en totalisant les engagements clôturés et en mettant en évidence chaque engagement non clôturé;
  5° un premier relevé provisoire de la situation des crédits budgétaires, engagements et imputations est établi et transmis aux gestionnaires qui y portent les engagements et les imputations restant à effectuer;
  6° sur base du relevé provisoire, le comptable spécial comptabilise définitivement et de manière distincte :
  a) les engagements clôturés;
  b) les engagements en réduction;
  c) le total des engagements;
  d) les crédits engagés, non clôturés et à reporter à l'exercice suivant;
  e) les crédits sans emploi;
  7° le collège arrête aussitôt la liste des crédits et engagements à reporter, par engagement et par article budgétaire;
  8° les reports visés au 7° sont inscrits aux articles budgétaires de l'exercice suivant.
Art. 66bis. <INGEVOEGD bij KB 2004-04-25/58, art. 2, Inwerkingtreding : 17-05-2004> Voor de jaarrekening van (de jaren 2002 tot en met 2005) wordt de termijn bedoeld in artikel 66 herleid tot twee maanden. Deze termijn neemt een aanvang na afloop van een verificatietermijn van één maand, waarbinnen de door de Centrale Dienst voor Vaste Uitgaven aangeleverde stukken door de bijzondere rekenplichtige gecontroleerd worden. Bedoelde verificatietermijn neemt een aanvang de dag nadat de politiezone van de Centrale Dienst voor Vaste Uitgaven alle boekhoudkundige stukken, betalingsstukken en de nodige verantwoordingsstukken, zoals bedoeld in artikel 140ter van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, heeft ontvangen. Het college van burgemeester en schepenen of het politiecollege stelt de datum vast waarop alle hiervoor bedoelde stukken ontvangen werden en licht daar onverwijld de gouverneur van in. <KB 2006-01-24/31, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 06-02-2006>
  Indien de bijzondere rekenplichtige fouten vaststelt in de door de Centrale Dienst voor Vaste Uitgaven aangeleverde stukken, stuurt hij deze onverwijld terug, vergezeld van een toelichtende nota. Zolang de verbeterde stukken niet terug ontvangen werden wordt de verificatietermijn opgeschort.
  Het politiecollege licht de gouverneur onverwijld in van elke opschorting van de verificatietermijn en van de reden van de opschorting. In dat geval licht het college de gouverneur onverwijld in van de datum waarop alle stukken correct bevonden zijn.
Art. 66bis. Pour les comptes annuels de (2002 jusqu'à 2005 inclus), le délai visé à l'article 66 est ramené à deux mois. Ce délai prend cours à l'issue d'un délai de vérification d'un mois, au cours duquel les pièces remises par le Service central des Dépenses fixes sont contrôlées par le comptable spécial. Le délai de vérification visé prend cours le jour après que la zone de police a reçu du Service central des Dépenses fixes toutes les pièces comptables, les pièces de paiement et les pièces justificatives nécessaires, comme visé à l'article 140ter de la loi du 7 décembre 1998 organisant un service de police intégré, structuré à deux niveaux. Le collège des bourgmestre et échevins ou le collège de police fixe la date à laquelle toutes les pièces susvisées ont été reçues et en informe immédiatement le gouverneur. <AR 2006-01-24/31, art. 1, 003; En vigueur : 06-02-2006>
  Au cas où le comptable spécial constaterait des erreurs dans les pièces remises par le Service central des Dépenses fixes, il les renverra immédiatement, accompagnées d'une note explicative. Tant que les pièces corrigées n'auront pas de nouveau été fournies, le délai de vérification sera suspendu.
  Le collège de police informe immédiatement le gouverneur de toute suspension du délai de vérification ainsi que du motif de la suspension. Le cas échéant, le collège communique directement au gouverneur la date à laquelle toutes les pièces auront été jugées correctes.
Art. 66ter. <INGEVOEGD bij KB 2004-04-25/58, art. 3, Inwerkingtreding : 17-05-2004> Het college van burgemeester en schepenen of het politiecollege stelt de in artikel 66bis bedoelde datum vast onmiddellijk nadat, voor het (dienstjaar 2002, 2003, 2004 en 2005), alle hieronder vermelde stukken ontvangen zijn : <KB 2006-01-24/31, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 06-02-2006>
  1. de brutobedragen van de wedden, de toelagen en de premies, verschuldigd met toepassing van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot vaststelling van het juridisch statuut van het politiepersoneel, per personeelslid en per maand of referentieperiode. Voor de ex-personeelsleden van het operationeel korps van een korps van de gemeentepolitie die het recht op voorafgaande betaling van de wedde hebben behouden, gaat het om de maanden januari tot en met (december 2002, 2003, 2004 en 2005). Voor de overige personeelsleden gaat het om de maanden januari tot en met (november 2002, 2003, 2004 en 2005); <KB 2006-01-24/31, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 06-02-2006>
  2. het brutobedrag van de vergoedingen van de bijzondere rekenplichtige en, indien hij er één ontvangt, van de secretaris van de politiezone;
  3. het brutobedrag van de presentiegelden van de leden van de politieraad, per raadslid en per zitting;
  4. een duidelijk overzicht van de berekening van de wettelijke en reglementaire inhoudingen inzake bedrijfsvoorheffing, sociale zekerheid en pensioenen en van de berekening van de patronale socialezekerheidsbijdragen, vertrekkende van de in de punten 1 tot 3 opgesomde brutobedragen;
  5. het brutoloon per personeelslid, waarop de totale bijdrage voor de diverse pensioenregelingen waaraan de personeelsleden op 31 maart 2001 onderworpen waren, moet berekend worden zoals bepaald in artikel 41, tweede lid, van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid;
  6. een prognose, voor de totaliteit van het personeelsbestand, van de totale patronale sociale zekerheidsbijdragen op toelagen, vergoedingen en premies, verschuldigd met toepassing van het koninklijk besluit van 30 maart 2001 tot vaststelling van het juridisch statuut van het politiepersoneel;
  7. het basisbedrag waarop de bijdrage inzake arbeidsongevallen, zoals bedoeld in de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssectoren en haar uitvoeringsbesluiten, kan berekend worden;
  8. het bedrag van 0,15 % van de bezoldigingen van alle personeelsleden van de politiekorpsen, die in aanmerking komen voor de berekening van de sociale zekerheidsbijdragen, zoals bedoeld in artikel 11, § 2, van de wet van 24 maart 1999 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakverenigingen van het personeel van de politiediensten, zoals gewijzigd bij artikel 17 van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het Fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid;
  9. een jaaroverzicht, met een weergave per personeelslid en per maand, van de brutobedragen van alle wedden, vergoedingen, toelagen, premies en presentiegelden, alsook van de ventilatie van deze bedragen en de werkgeversbijdragen, eveneens per personeelslid en per maand weergegeven.
Art. 66ter. Le collège des bourgmestre et échevins ou le collège de police fixe la date visée a l'article 66bis immédiatement après réception, pour l'(exercices 2002, 2003, 2004 et 2005), de toutes les pièces mentionnées ci-dessous : <AR 2006-01-24/31, art. 2, 003; En vigueur : 06-02-2006>
  1. les montants bruts des traitements, allocations et primes dus en application de l'arrêté royal du 30 mars 2001 portant la position juridique du personnel des services de police, par membre du personnel et par mois ou par période de référence. Pour les ex-membres du personnel du cadre opérationnel d'un corps de la police communale qui ont gardé le droit d'un payement anticipé du salaire mensuel, cela concerne les mois de janvier à (décembre 2002, 2003, 2004 et 2005) inclus. Pour les autres membres du personnel cela concerne les mois de janvier à (novembre 2002, 2003, 2004 et 2005); <AR 2006-01-24/31, art. 2, 003; En vigueur : 06-02-2006>
  2. le montant brut des indemnités du comptable spécial et, s'il en perçoit une, du secrétaire de la zone de police;
  3. le montant brut des jetons de présence des membres du conseil de police, par conseiller et par séance;
  4. un relevé clair du calcul des retenues et cotisations légales et réglementaires, précomptes professionnels, assurances sociales, pensions et le calcul des charges sociales patronales, en partant des points 1 à 3 des montants bruts énumérés;
  5. le salaire brut par membre du personnel, en fonction duquel la cotisation totale aux différents régimes de pensions auxquels étaient assujettis les membres du personnel du 31 mars 2001, doit être calculée comme précisé à l'article 41, alinéa 2, de la loi du 6 mai 2002 portant création du Fonds des pensions de la police intégrée et portant des dispositions particulières en matière de sécurité sociale;
  6. un pronostic, pour la totalité des effectifs, concernant le total des cotisations patronales à la sécurité sociale en matière d'allocations, d'indemnités et de primes dues en application de l'arrêté royal du 30 mars 2001 portant la position juridique du personnel des services de police;
  7. le montant de base en fonction duquel la cotisation en matière d'accidents de travail peut être calculée, tel que visé dans la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public, et ses arrêtés d'exécution;
  8. le montant de 0,15 % des rémunérations de tous les membres du personnel des corps de police, qui entrent en ligne de compte pour le calcul des cotisations de sécurité sociale, comme visé à l'article 11, § 2, de la loi du 24 mars 1999 organisant les relations entre les autorités publiques et les organisations syndicales du personnel des services de police, modifié par l'article 17 de la loi du 6 mai 2002 portant création du Fonds des pensions de la police intégrée et portant des dispositions particulières en matière de sécurité sociale;
  9. un relevé annuel, détaillé par membre du personnel et par mois, des montants bruts de tous les traitements, indemnités, allocations, primes et jetons de présence, ainsi que de la ventilation de ces montants et des cotisations patronales, également détaillée par membre du personnel et par mois.
Art. 66quater. [1 Het Secretariaat van de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, maakt per in artikel 66 bedoelde begunstigde, de boekhoudkundige stukken, de betalingsstukken en de verantwoordingsstukken op die betrekking hebben op hun geldelijke rechten conform de toegepaste functionele en economische classificatie, de classificatie van de algemene en individuele rekeningen alsook van de minimale rekeningstelsels en van de suffixen.
   Het Secretariaat levert eveneens de subtotalen op het niveau van de functioneel-economische-suffix code alsook op het niveau van de functioneel-economische code aan.]1

  
Art. 66quater. [1 Le Secrétariat de la police intégrée, structurée à deux niveaux, rédige par bénéficiaire visé à l'article 66ter, les pièces comptables, les pièces de paiement et les pièces justificatives relatives à l'établissement des droits conformément à la classification fonctionnelle et économique, à la classification des comptes généraux et individuels ainsi qu'aux plans comptables minimaux et aux suffixes.
   Le Secrétariat délivre également les sous-totaux au niveau du code suffixe fonctionnel et économique ainsi qu'au niveau du code fonctionnel et économique.]1

  
Afdeling 2. - De vaststelling van de jaarrekeningen.
Section 2. - De l'établissement des comptes annuels.
Art. 67. Na de afsluiting van de grootboeken en nadat het college de lijst van de naar het volgende dienstjaar overgedragen begrotingskredieten en vastleggingen opgesteld heeft, maakt de bijzondere rekenplichtige de begrotingsrekening op.
Art. 67. Après la clôture des grands livres et l'arrêt par le collège de la liste des crédits budgétaires et des engagements reportés à l'exercice suivant, le comptable spécial dresse le compte budgétaire.
Art. 68. § 1. De begrotingsrekening recapituleert elk begrotingsartikel van het grootboek van de begrotingsverrichtingen en maakt het totaal van de begrotingsartikelen in de volgorde van de functionele en economische indeling van de begroting.
  Ze vermeldt :
  1° het begrotingsresultaat, dat is het verschil tussen, enerzijds, de vastgestelde rechten, verminderd met de onverhaalbare posten en de oninvorderbare ontvangsten, en, anderzijds, de vastleggingen;
  2° het boekhoudkundig resultaat, dat is het verschil tussen enerzijds de vastgestelde rechten, verminderd met de onverhaalbare posten en oninvorderbare ontvangsten, en anderzijds de aangerekende uitgaven.
  Het boekhoudkundig resultaat vormt het saldo dat naar het volgende dienstjaar moet worden overgedragen. In dat resultaat zijn de gecumuleerde boekhoudkundige resultaten van de voorgaande dienstjaren begrepen.
  § 2. Bij de begrotingsrekening worden gevoegd :
  1° de lijst per artikel van de naar het volgende dienstjaar over te dragen begrotingskredieten en vastleggingen;
  2° de lijst per individuele rekening en per dienstjaar van de nog te innen vastgestelde invorderingsrechten, waarbij de dubieuze debiteuren afzonderlijk worden vermeld.
Art. 68. § 1er. Le compte budgétaire récapitule chaque article budgétaire du grand livre des opérations budgétaires et établit la somme des articles budgétaires selon la classification fonctionnelle et économique du budget.
  Il mentionne :
  1° le résultat budgétaire, soit la différence entre, d'une part, les droits constatés diminués des non-valeurs et irrécouvrables et, d'autre part, les engagements;
  2° le résultat comptable, soit la différence entre, d'une part, les droits constatés diminués des non-valeurs et irrécouvrables et, d'autre part, les imputations de dépenses.
  Le résultat comptable constitue le solde à reporter à l'exercice suivant. Ce résultat inclut les résultats comptables cumulés des exercices antérieurs.
  § 2. Au compte budgétaire sont jointes :
  1° la liste par article des crédits budgétaires et des engagements à reporter à l'exercice suivant;
  2° la liste par compte particulier et par exercice des droits constatés à recouvrer et dans laquelle les débiteurs douteux sont mentionnés séparément.
Art. 69. Het opmaken van de balans wordt voorafgegaan door de herwaardering bedoeld in artikel 20,§1, de afschrijvingen bedoeld in artikel 21, en het opmaken van de inventaris op 31 december.
Art. 69. Avant l'établissement du bilan, il est procédé à la réévaluation visée à l'article 20, § 1er, aux amortissements visés à l'article 21 et à l'établissement de l'inventaire arrêté au 31 décembre.
Art. 70. De resultatenrekening en de balans worden opgemaakt op basis van de saldi van de definitieve balans van de algemene rekeningen.
Art. 70. Le compte de résultats et le bilan sont établis sur la base des soldes de la balance définitive des comptes généraux.
Art. 71. De door de bijzondere rekenplichtige ondertekende jaarrekeningen, worden vóór 1 maart van het volgende dienstjaar aan het college toegezonden.
  Na verificatie bevestigt het college dat alle handelingen waarvoor het bevoegd is, correct zijn opgenomen in de rekeningen.
Art. 71. Les comptes annuels, signés par le comptable spécial, sont transmis au collège avant le 1er mars de l'exercice suivant.
  Après vérification, le collège certifie que tous les actes relevant de sa compétence ont été correctement portés aux comptes.
Art. 71bis. <INGEVOEGD bij KB 2004-04-25/58, art. 4, Inwerkingtreding : 17-05-2004> In afwijking van de bepalingen van artikel 71, eerste lid, wordt de door de bijzondere rekenplichtige ondertekende (jaarrekening van 2002, 2003, 2004 en 2005), binnen de 14 dagen na afloop van de in artikel 66bis bepaalde termijn, aan het college toegezonden. <KB 2006-01-24/31, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 06-02-2006>
Art. 71bis. Par dérogation aux dispositions de l'article 71, alinéa 1er, les (comptes annuels 2002, 2003, 2004 et 2005), signés par le comptable spécial, sont transmis au collège dans les 14 jours qui suivent l'issue du délai fixé à l'article 66bis. <AR 2006-01-24/31, art. 3, 003; En vigueur : 06-02-2006>
Art. 72. De definitief goedgekeurde rekeningen worden voor kennisgeving aan de bijzondere rekenplichtige bezorgd.
  De schrifturen van de boeken worden in voorkomend geval aangepast aan de goedgekeurde rekeningen.
Art. 72. Les comptes définitivement approuvés sont notifiés au comptable spécial.
  Les écritures des livres sont, s'il y a lieu, rectifiées conformément aux comptes approuves.
TITEL V. - DE BIJZONDERE REKENPLICHTIGE EN DE EINDREKENING.
TITRE V. - DU COMPTABLE SPECIAL ET DU COMPTE DE FIN DE GESTION.
HOOFDSTUK I. - De bijzondere rekenplichtige.
CHAPITRE I. - Du comptable spécial.
Art. 73. De bijzondere rekenplichtige overhandigt aan het einde van elke maand aan het college het in artikel 36, § 6, 2e lid, bedoelde stuk waaruit de overeenstemming tussen de boekingen blijkt.
Art. 73. Le comptable spécial transmet au collège, à la fin de chaque mois, le document établissant la concordance des écritures, visé à l'article 36, § 6, alinéa 2.
Art. 74. Het nazicht van de kasmiddelen geschiedt zonder voorafgaande waarschuwing.
  De met nazicht belaste overheid kan toegang eisen tot de kantoren van de bijzondere rekenplichtige, zelfs wanneer ze in diens privé-woning ingericht zijn. Ze kan zich zonder afbreuk te doen aan haar verantwoordelijkheid laten vergezellen door een deskundige en door iemand die de verrichtingen i.v.m. het nazicht moet bijhouden.
  Bij dat nazicht moet de bijzondere rekenplichtige alle boeken, bescheiden en waarden overleggen en alle inlichtingen verstrekken omtrent zijn beheer en het vermogen van de politiezone.
Art. 74. La vérification de l'encaisse a lieu sans avertissement préalable.
  L'autorité chargée de la vérification peut exiger l'accès aux bureaux du comptable spécial, même s'ils sont établis à son domicile privé. Elle peut se faire accompagner, sans dégager aucunement sa responsabilité, d'un technicien et d'une personne chargée de tenir les écritures de la vérification.
  Lors de cette vérification, le comptable spécial est tenu de présenter tous livres, pièces, valeurs et de fournir tous renseignements sur sa gestion et sur l'avoir de la zone de police.
Art. 75. Ten einde de juistheid van de rekeningen te behouden in geval van tekort, diefstal of verlies, zal een vordering ten belope van hetzelfde bedrag worden geboekt in de algemene boekhouding.
  Zodra de definitieve beslissing hieromtrent genotificeerd is, zal de bijzondere rekenplichtige in voorkomend geval het bedrag waarvoor hij ontlasting bekwam, in uitgave brengen.
Art. 75. En vue d'assurer l'exactitude des comptes en cas de déficit, de vol ou de perte, une créance d'un même montant est ouverte en comptabilité générale.
  Dès notification de la décision définitive prise à ce sujet, le comptable spécial porte, le cas échéant, en dépense le montant pour lequel il a obtenu décharge.
Art. 76. De bijzondere rekenplichtige is verantwoordelijk voor de hem toevertrouwde akten, titels en documenten.
  Hij moet :
  1° het college ten minste zes maanden van tevoren in kennis stellen van het aflopen van de contracten;
  2° verhinderen dat de rechten van de politiezone verjaren en waken over het behoud van de domeinen, voorrechten en hypotheken;
  3° de inschrijving op het kantoor der hypotheken vorderen voor alle daarvoor in aanmerking komende titels;
  4° het college verwittigen van diefstal of verlies van de akten, titels en documenten die hem toevertrouwd worden.
  De bijzondere rekenplichtige mag zich niet van de hem toevertrouwde boeken en documenten ontdoen, noch er, zonder toestemming van het college, afschriften of uittreksels van geven.
Art. 76. Le comptable spécial est responsable des actes, titres et documents qui lui sont confiés.
  Il est tenu :
  1° d'avertir le collège de l'expiration des contrats, au moins six mois à l'avance;
  2° d'empêcher la prescription des droits de la zone de police et de veiller a la conservation des domaines, privilèges et hypothèques;
  3° de requérir l'inscription au bureau des hypothèques de tous titres qui en sont susceptibles;
  4° d'avertir le collège du vol ou de la perte des actes, titres et documents qui lui sont confiés.
  Le comptable spécial ne peut se dessaisir des livres et documents qui lui sont confiés, ni en délivrer des copies ou extraits, sans y être autorisé par le collège.
HOOFDSTUK II. - De eindrekening.
CHAPITRE II. - Du compte de fin de gestion.
Art. 77. § 1. De ontslagnemende bijzondere rekenplichtige blijft zijn dienst waarnemen tot aan de ambtsaanvaarding van zijn opvolger.
  Op dat ogenblik maakt hij, in drievoud, een inventaris op van de documenten, boeken, meubilair, materieel en andere voorwerpen die ter beschikking van de bijzondere rekenplichtige zijn gesteld. Deze inventaris wordt door beide bijzondere rekenplichtigen ondertekend, die er elk één exemplaar van behouden. Het derde exemplaar berust in het archief van de politiezone. In geval het een gewestelijke ontvanger betreft, wordt er een vierde exemplaar opgesteld, dat berust in het archief van het provinciebestuur.
  § 2. Bij overlijden, afzetting of schorsing van de bijzondere rekenplichtige, of wanneer hij zich in de onmogelijkheid bevindt om de eindrekening op te maken, worden alle vereiste bewarende maatregelen getroffen en wordt de voormelde inventaris opgemaakt door bemiddeling van het college.
  Zodra de vervanger aangewezen is, wordt hem die inventaris ter hand gesteld.
Art. 77. § 1er. Le comptable spécial démissionnaire ne cesse ses fonctions que lors de l'installation de son successeur.
  Il dresse à ce moment un inventaire en triple expédition des documents, livres, mobilier, matériel et objets remis au comptable spécial. Cet inventaire est signé par les deux comptables spéciaux qui en gardent chacun une expédition. La troisième expédition est déposée aux archives de la zone de police. Lorsqu'il s'agit d'un receveur régional, une quatrième expédition est dressée et est conservée aux archives du gouvernement provincial.
  § 2. En cas de décès, révocation, suspension du comptable spécial ou s'il se trouve dans l'impossibilité de dresser le compte de fin de gestion, toutes les mesures conservatoires requises sont prises et l'inventaire est dressé à l'intervention du collège.
  Dès que le remplaçant est désigné, cet inventaire lui est remis.
Art. 78. § 1. Na de inventaris wordt de eindrekening opgemaakt, ondertekend en gewaarmerkt door de uittredende bijzondere rekenplichtige, en onder voorbehoud aanvaard door de aantredende bijzondere rekenplichtige.
  § 2. Wanneer de uittredende bijzondere rekenplichtige de eindrekening te laat afgeeft of weigert af te geven aan de opvolger, maant het college hem aan zijn verplichtingen na te komen.
  De aanmaning geschiedt bij gerechtsdeurwaardersexploot dat de uitvoeringstermijn vaststelt.
  Is de aanmaning bij het verstrijken van die termijn zonder gevolg gebleven, dan maakt het college de eindrekening op volgens de gegevens die in zijn bezit zijn.
  De aanmanings- en expertisekosten worden in de eindrekening ten laste van de uittredende bijzondere rekenplichtige aangerekend.
  Een exemplaar van de rekening wordt de uittredende bijzondere rekenplichtige ter hand gesteld met verzoek zijn opmerkingen te formuleren binnen dertig dagen.
  § 3. Bij overlijden of afzetting van de bijzondere rekenplichtige, of wanneer de uittredende bijzondere rekenplichtige zich in de onmogelijkheid bevindt om de eindrekening op te maken, maakt het college die rekening op.
  Een exemplaar van de rekening wordt de uittredende bijzondere rekenplichtige of aan zijn rechtverkrijgenden ter hand gesteld, met verzoek hun opmerkingen te formuleren binnen dertig dagen.
  § 4. De eindrekening wordt, in voorkomend geval samen met de opmerkingen van de uittredende bijzondere rekenplichtige of zijn rechtverkrijgenden, voorgelegd aan de raad, die ze voorlopig afsluit.
Art. 78. § 1er. Après l'inventaire, le compte de fin de gestion est dressé, signé et certifié exact par le comptable spécial sortant et accepté sous réserve par le comptable spécial entrant.
  § 2. En cas de retard ou de refus du comptable spécial sortant de remettre au successeur le compte de fin de gestion, le collège le met en demeure de satisfaire à ses obligations.
  Cette mise en demeure est faite par exploit d'huissier de justice qui fixe le délai d'exécution.
  Si, à l'expiration de ce délai, la sommation est restée sans suite, le collège dresse le compte de fin de gestion d'après les éléments en sa possession.
  Les frais de sommation et d'expert sont imputés au compte de fin de gestion à charge du comptable spécial sortant.
  Un exemplaire du compte est transmis au comptable spécial sortant, avec invitation à formuler ses observations dans les trente jours.
  § 3. En cas de décès ou de révocation du comptable spécial ou si le comptable spécial sortant se trouve dans l'impossibilité de dresser le compte de fin de gestion, le collège le dresse.
  Un exemplaire du compte est transmis au comptable spécial sortant ou à ses ayants cause, avec invitation à formuler leurs observations dans les trente jours.
  § 4. Le compte de fin de gestion, accompagné, s'il échet, des observations du comptable spécial sortant ou de ses ayant cause, est soumis au conseil, qui l'arrête.
Art. 79. De artikelen 77, § 2, en 78, §§ 2 tot 4, zijn van toepassing op de gewestelijke ontvanger-bijzondere rekenplichtige, onder voorbehoud dat de bevoegdheden door deze bepalingen toevertrouwd aan het college of aan de raad worden uitgeoefend door de provinciegouverneur.
Art. 79. Les articles 77, § 2, et 78, §§ 2 à 4, sont applicables au receveur régional-comptable spécial, sous la réserve que les attributions confiées par ces dispositions au collège ou au conseil sont exercées par le gouverneur de la province.
Art. 80. De eindrekening omvat :
  1° de resultaten van de laatste definitief vastgestelde jaarrekeningen;
  2° de daaropvolgende niet-definitief vastgestelde jaarrekeningen;
  3° de verrichtingen die nog niet in de jaarrekening zijn opgenomen.
  Ze vermeldt dat de fondsen, waarden, effecten en boekhoudingsstukken overhandigd werden aan de aantredende bijzondere rekenplichtige en dat hij de verbintenis aangaat in de volgende jaarrekeningen de verrichtingen, aangehaald in lid 1, 3°, te verantwoorden, onder voorbehoud van alle rechten in geval van vergissing, verzuim, valsheid in geschriften of onnodige herhalingen.
  Indien een kastekort wordt vastgesteld, wordt een vordering ten belope van het bedrag van het tekort geboekt in de algemene boekhouding ten laste van de uittredende bijzondere rekenplichtige.
  Een afschrift van de eindrekening wordt, na de vaststelling ervan, overhandigd aan :
  1° de uittredende bijzondere rekenplichtige of zijn rechtverkrijgenden;
  2° de aantredende bijzondere rekenplichtige;
  3° het college.
Art. 80. Le compte de fin de gestion comprend :
  1° les résultats des derniers comptes annuels arrêtés définitivement;
  2° les comptes annuels des exercices ultérieurs qui ne sont pas arrêtés définitivement;
  3° les opérations qui ne sont pas encore portées dans un compte annuel.
  Il mentionne que les fonds, valeurs, titres et documents comptables justificatifs ont été remis au comptable spécial entrant et que celui-ci s'engage à rendre compte des opérations visées à l'alinéa 1er, 3°, dans les comptes annuels à présenter ultérieurement, sous réserve de tous droits en cas d'erreur, omission, faux ou double emploi.
  En cas de déficit de caisse, une créance du montant du déficit est ouverte en comptabilité générale à charge du comptable spécial sortant.
  Une expédition du compte de fin de gestion est remise, après qu'il ait été arrêté :
  1° au comptable spécial sortant ou à ses ayants cause;
  2° au comptable spécial entrant;
  3° au collège.
Art. 81. Zodra de eindrekening definitief werd vastgesteld, wordt de boekhouding, zo daar aanleiding toe bestaat, ermee in overeenstemming gebracht.
Art. 81. Dès qu'il a été statué définitivement sur le compte de fin de gestion, les écritures comptables sont modifiées en conséquence, s'il y a lieu.
Art. 82. Het tekort ten bezware van de gewestelijke ontvangers wordt door het bij koninklijk besluit van 16 maart 1935 ingestelde waarborgfonds voor het beheer van de gewestelijke ontvangers, aan de politiezone terugbetaald en door de administratie van de belasting op de toegevoegde waarde, de registratie en domeinen ten laste van de gewestelijke ontvangers in debet teruggevorderd.
Art. 82. Le déficit mis à charge des receveurs régionaux est remboursé à la zone de police par le fonds de garantie institué par l'arrêté royal du 16 mars 1935 relatif au fonds de garantie de la gestion des receveurs communaux régionaux et récupéré sur les receveurs régionaux en débet par l'administration de la taxe sur la valeur ajoutée, de l'enregistrement et des domaines.
TITEL VI. - DIVERSE BEPALINGEN.
TITRE VI. - DISPOSITIONS DIVERSES.
Art. 83. De jaarrekeningen en de eindrekeningen kunnen niet meer gewijzigd worden, nadat zij definitief goedgekeurd zijn.
  Bij vergissing, verzuim, valsheid in geschriften of onnodige herhalingen kunnen de bijzondere rekenplichtige of de raad evenwel binnen de dertig jaren die volgen op hun definitieve goedkeuring, de herziening van deze rekeningen aanvragen bij de overheid die bevoegd is om ze definitief vast te stellen.
  De aanvraag bepaalt nauwkeurig de feiten die de herziening rechtvaardigen.
Art. 83. Les comptes annuels et les comptes de fin de gestion ne peuvent plus être modifiés lorsque ces comptes ont été approuvés définitivement.
  Toutefois, en cas d'erreur, omission, faux ou double emploi, le comptable spécial ou le conseil peuvent, au cours des trente ans qui suivent l'approbation définitive de ces comptes, demander leur révision à l'autorité habilitée à les arrêter définitivement.
  La demande précise les faits qui justifient la révision.
Art. 84. Per 1 januari 2002 maakt de politiezone een inventaris en een beginbalans op.
Art. 84. Au 1er janvier 2002, la zone de police établit un inventaire et un bilan initial.
Art. 85. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 85. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de sa publication au Moniteur belge.
Art. 86. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 5 september 2001.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  A. DUQUESNE.
Art. 86. Notre Ministre de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 5 septembre 2001.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Intérieur,
  A. DUQUESNE.
BIJLAGE.
ANNEXES.
Art. N1. [1 Bijlage 1. - De genormaliseerde functionele classificatie
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 10-08-2010, p. 50945-50953)]1

  
Art. N1. [1 Annexe 1. - La classification fonctionelle normalisée
   (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 10-08-2010, p. 50945-50953)]1

  
Art. N2. [1 Bijlage 2. - Tabel van de economische codes
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 10-08-2010, p. 50954-51008)]1

  
Art. N2. [1 Annexe 2. - Plan des codes économiques
   (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 10-08-2010, p. 51009-51060)]1

  
Art. N3. [1 Bijlage 3. - Tabel van de algemene rekeningen
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 10-08-2010, p. 51061-51133)]1

  
Art. N3. [1 Annexe 3. - Tableau des comptes généraux
   (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 10-08-2010, p. 51134-51203)]1

  
Art. N4. [1 Bijlage 4. - Tabel van de individuele rekeningen
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 10-08-2010, p. 51204-51205)]1

  
Art. N4. [1 Annexe 4. - Plan des comptes particuliers
   (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 10-08-2010, p. 51204-51205)]1

  
Art. N5. [1 Bijlage 5. - De suffixen
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 10-08-2010, p. 51206-51207)]1

  
Art. N5. [1 Annexe 5. - Les suffixes
   (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 10-08-2010, p. 51206-51207)]1

  
Art. N6. [1 Bijlage 6. - Federale dotaties
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 10-08-2010, p. 51208-51209)]1

  
Art. N6. [1 Annexe 6. - Dotations fédérales
   (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 10-08-2010, p. 51208-51209)]1

  
Art. N7. [1 N7. Bijlage 7. - Afschrijvingsduur van de goederen volgens hun aard
   (Bijlage niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 10-08-2010, p. 51210-51212)]1

  
Art. N7. [1 Annexe 7. - Durée des amortissements des biens selon leur nature
   (Annexe non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 10-08-2010, p. 51210-51212)]1