Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
5 OKTOBER 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 5 oktober 1999, gesloten in het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf, houdende invoering voor de jaren 1999-2000 van een stelsel van conventioneel brugpensioen op 56 jaar in de sigarettenfabrieken en de gemengde ondernemingen (Overeenkomst geregistreerd op 3 april 2000 onder het nummer 54466/CO/133).
Titre
5 OCTOBRE 1999. - Convention collective de travail du 5 octobre 1999, conclue au sein de la Commission paritaire de l'industrie des tabacs, instaurant pour les années 1999-2000 un régime de prépension conventionnelle à 56 ans dans les usines de cigarettes et les entreprises mixtes (Convention enregistrée le 3 avril 2000 sous le numéro 54466/CO/133).
Tekst (9)
Texte (9)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de sigarettenfabrieken en de gemengde ondernemingen, dit wil zeggen de sigarettenfabrieken die in dezelfde productie-eenheid ook kerftabak produceren en onder het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf ressorteren.
  Onder "werknemers" wordt verstaan : de arbeiders en arbeidsters
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et travailleurs des entreprises fabriquant des cigarettes et des entreprises mixtes, c'est-à-dire les usines de cigarettes qui, dans la même unité de production produisent également du tabac de coupe et qui ressortissent à la Commission paritaire de l'industrie des tabacs.
  On entend par "travailleurs" : les ouvriers et ouvrières.
HOOFDSTUK II. - Beschikkingen.
CHAPITRE II. - Dispositions.
Art. 2. Overeenkomstig de mogelijkheden voorzien bij de artikelen 110 en 111 van de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen met het daarbij horende uitvoeringsbesluit van 30 april 1999, wordt een stelsel van conventioneel brugpensioen ingevoerd op 56-jarige leeftijd voor de werknemers onder de hierna vermelde voorwaarden, rekening houdende met de modaliteiten en voorwaarden zoals voorzien in voornoemd koninklijk besluit van 30 april 1999.
Art. 2. Conformément à la possibilité prévue par les articles 110 et 111 de la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses y compris l'arrêté royal du 30 avril 1999 y afférent, un régime de prépension conventionnelle à l'âge de 56 ans est instauré sous les conditions mentionnées ci-après en tenant compte des modalités et des conditions telles que prévues par l'arrêté royal du 30 avril 1999 précité.
Art. 3. Om van dit stelsel van conventioneel brugpensioen te kunnen genieten, dienen de werknemers niet alleen de leeftijd van 56 jaar te hebben bereikt tijdens de duur van onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst, doch ook op het ogenblik van de beëindiging van hun arbeidsovereenkomst.
  Daarenboven dienen de betrokken werknemers, op het ogenblik van de beëindiging van hun arbeidsovereenkomst, 33 jaar beroepsverleden als loontrekkende te kunnen rechtvaardigen waarvan 20 jaar in nachtarbeid zoals omschreven in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 46 gesloten op 23 maart 1990 in de Nationale Arbeidsraad en algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 10 mei 1990.
Art. 3. Pour pouvoir bénéficier de ce régime de prépension conventionnelle, les travailleurs doivent non seulement avoir atteint l'âge de 56 ans au cours de la présente convention collective de travail, mais également au moment de la fin de leur contrat de travail.
  En outre les travailleurs doivent, au moment de la fin de leur contrat de travail, pouvoir se prévaloir de 33 ans de passé professionnel en tant que salarié dont 20 ans en travail de nuit tel que écrit à l'article 1er de la convention collective de travail n° 46 conclue le 23 mars 1990 au sein du Conseil national du travail et rendue obligatoire par arrêté royal du 10 mai 1990.
Art. 4. § 1. Een bijzondere compenserende maandelijkse bijdragen ten laste van de werkgever is voorzien, gelijk aan 50 pct. van de aanvullende vergoeding zoals omschreven in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 gesloten in de Nationale Arbeidsraad, tot invoering van een regeling van aanvullende vergoeding ten gunste van sommige bejaarde werknemers indien zij worden ontslagen.
  § 2. Het percentage van 50 pct. vermeld in § 1 wordt teruggebracht tot 33 pct. indien de bruggepensioneerde vervangen wordt door een werkloze die sinds 1 jaar tenminste volledig uitkeringsgerechtigd is.
  § 3. Deze bijzondere compenserende bijdrage is verschuldigd door de werkgever tot en met de maand waarin de betrokkene werknemer in brugpensioen, zoals omschreven in onderhavige overeenkomst, de leeftijd van 58 jaar bereikt en dient gestort aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
Art. 4. § 1er. Une cotisation mensuelle compensatoire particulière est prévue à charge de l'employeur, égale à 50 p.c. de l'indemnité complémentaire telle que décrite par la convention collective de travail n° 17 conclue au sein du Conseil national du travail instituant un régime d'indemnité complémentaire pour certains travailleurs âgés en cas de licenciement.
  § 2. Le pourcentage de 50 p.c. dont mention au § 1er est ramené à 33 p.c. lorsque le prépensionné est remplacé par un chômeur complet indemnisé depuis au moins un an.
  § 3. Cette cotisation compensatoire particulière est due par l'employeur jusqu'au mois au cours duquel le travailleur en prépension, tel que décrit par la présente convention, atteint l'âge de 58 ans et doit être payé à l'Office national de sécurité sociale.
Art. 5. Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst doet geen afbreuk aan de bestaande sectorale overeenkomsten inzake conventioneel brugpensioen conform de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17.
Art. 5. La présente convention collective de travail ne porte pas préjudice aux conventions sectorielles en vigueur en matière de prépension conventionnelle conformément à la convention collective de travail n° 17 précitée.
Art. 6. Onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst treedt in voege op 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 2000.
Art. 6. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1999 et cesse de produire ses effets au 31 décembre 2000.
Art. 7. Ieder der contracterende partijen kan onderhavige overeenkomst opzeggen, mits een opzeggingstermijn van drie maanden, betekend bij een ter post aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het tabaksbedrijf en aan elk der contracterende partijen.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2001.
  (Voor het KB, zie %%2001-01-12/32%%)
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 7. Chacune des parties contractantes peut dénoncer la présente convention par lettre recommandée à la poste, moyennant un délai de préavis de trois mois notifié au président de la Commission paritaire de l'industrie des tabacs et à chacune des parties contractantes.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 12 janvier 2001.
  (Pour l'AR, voir %%2001-01-12/32%%)
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX.