Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
25 FEBRUARI 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 25 februari 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement Doornik, betreffende het conventioneel brugpensioen op 56 jaar (Overeenkomst geregistreerd op 2 april 1999 onder het nummer 50432/CO/102.07).
Titre
25 FEVRIER 1999. - Convention collective de travail du 25 février 1999, conclue au sein de la Sous-commission paritaire de l'industrie des carrières, cimenteries et fours à chaux de l'arrondissement administratif de Tournai, relative à la prépension conventionnelle à 56 ans (Convention enregistrée le 2 avril 1999 sous le numéro 50432/CO/102.07).
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werknemers van de ondernemingen welke onder het Paritair Subcomité voor het bedrijf der kalksteengroeven, cementfabrieken en kalkovens van het administratief arrondissement Doornik ressorteren.
  Met "werknemers" worden de werklieden en werksters bedoeld.
Article 1. La présente convention collective de travail est applicable aux employeurs et aux travailleurs occupés dans les entreprises ressortissant à la Sous-commission paritaire de l'industrie des carrières, cimenteries et fours à chaux de l'arrondissement administratif de Tournai.
  Par "travailleurs" on entend les ouvriers et ouvrières.
HOOFDSTUK II. - Bepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions.
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten in uitvoering van het interprofessioneel akkoord getekend op 8 december 1998.
Art. 2. La présente convention collective de travail est conclue en application de l'accord interprofessionnel signé le 8 décembre 1998.
Art. 3. Onverminderd de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 december 1992 betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen, wordt het principe van de toepassing van een regeling van conventioneel brugpensioen in de sector van het groefbedrijf van het Doornikse aanvaard voor het werkend personeel (met uitsluiting van de werknemers die langdurig ziek zijn) dat voor deze formule opteert en tussen 1 januari 1999 en 31 december 2000 de leeftijd van 56 jaar bereikt.
Art. 3. Sans préjudice des dispositions de l'arrêté royal du 7 décembre 1992 relatif à l'octroi d'allocations de chômage en cas de prépension conventionnelle, le principe de l'application d'un régime de prépension conventionnelle est admis dans le secteur carrier du Tournaisis pour le personnel actif (à l'exclusion des grands malades), qui opte pour cette formule et qui atteint l'âge de 56 ans entre le 1er janvier 1999 et le 31 décembre 2000.
Art. 4. a) De leeftijd van het brugpensioen van de werknemers die 33 jaar beroepsverleden als loontrekkende kunnen rechtvaardigen berekend overeenkomstig artikel 114, § 4, tweede lid van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsuitkeringen, wordt op 56 jaar gebracht vanaf 1 januari 1999.
  b) Voor de toepassingsmodaliteiten van dit beroepsverleden, wordt de gelijkstelling van de dagen van volledige werkloosheid beperkt tot een maximum van 5 jaar.
Art. 4. a) L'âge de la prépension des travailleurs qui peuvent se prévaloir de 33 ans de passé professionnel en tant que salarié, calculés conformément à l'article 114, § 4, alinéa 2, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 relatif aux allocations de chômage, est ramené à 56 ans à partir du 1er janvier 1999.
  b) Pour les modalités d'application de cette carrière professionnelle, l'assimilation des périodes de chômage complet est limité à un maximum de 5 ans.
Art. 5. De toepassing van de verschillende bepalingen overeenkomstig de artikelen 3 en 4 is evenwel onderworpen aan volgende regelingen :
  a) het brugpensioen op 56 jaar zal toegestaan worden voor zover de werknemer een beroepsverleden van 33 jaar, gelijkstellingperiodes inbegrepen, kan aantonen, en tenminste 20 jaar in een nachtarbeid omvattend ploegenstelsel heeft gewerkt;
  b) voor de werknemer die met brugpensioen wenst te gaan op 56 jaar onder de voorwaarden bepaald onder a) wordt een aanvullende vergoeding toegekend tot de leeftijd van 65 jaar;
  c) zowel voor de bruggepensioneerden als voor de bejaarde werknemers is er verplichting tot vervanging;
  d) de controle zal worden uitgevoerd door de instanties van het huidige paritair subcomité eind december 1999 en eind december 2000.
Art. 5. L'application des diverses dispositions prévues aux articles 3 et 4 précités est cependant soumise aux conditions suivantes :
  a) la prépension à 56 ans sera accordée pour autant que le travailleur puisse justifier d'un passé professionnel de 33 ans, périodes d'assimilation comprises, et avoir travaillé au moins 20 ans dans un régime de travail en équipes comportant des prestations de nuit;
  b) pour le travailleur désirant prendre sa prépension à 56 ans dans les conditions reprises sous a), il sera octroyé une indemnité complémentaire jusqu'à l'âge de 65 ans;
  c) tant pour les prépensionnés que pour les chômeurs âgés, il y a obligation de remplacement;
  d) le contrôle sera effectué par les instances de la présente sous-commission paritaire à fin décembre 1999 et à fin décembre 2000.
Art. 6. In geval van brugpensioen zal de bruggepensioneerde worden vervangen in het raam van arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur voor een periode van 3 jaar.
Art. 6. En cas de prépensionnement le prépensionné sera remplacé dans les liens de contrats de travail à durée déterminée pour une période déterminée de 3 ans.
HOOFDSTUK III. - Rechthebbenden en bedrag van de aanvullende vergoeding.
CHAPITRE III Bénéficiaires et montant de l'indemnité complémentaire.
Art. 7. De werkgever garandeert de bruggepensioneerde een zodanig bedrag voor de aanvullende vergoeding bij de werkloosheidsuitkeringen dat het jaarlijks minimum bruto-inkomen gelijk is aan 551.349 BEF (indexcijfer 120,68) per jaar geïndexeerd op basis van het indexcijfer bepaald in de collectieve arbeidsovereenkomst voor de sector Doornik van 6 mei 1997 tot coördinatie van de algemene arbeidsregels in de sector.
Art. 7. L'employeur garanti au prépensionné un montant d'indemnité complémentaire à l'allocation de chômage de manière telle que le revenu brut annuel garanti soit égal à 551.349 BEF (indice 120,68) par an indexé sur la base de l'indice de la convention collective de travail du secteur du Tournaisis du 6 mai 1997 coordonnant les conditions générales de travail dans le secteur.
Art. 8. Zonder afbreuk te doen aan de vereiste dat de minimumleeftijd waarvan sprake in de artikelen 3 en 4 moet bereikt zijn tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst, kan de eerste dag die recht geeft op wettelijke werkloosheidsvergoeding zich situeren na 1 mei 1999 indien dit te wijten is aan de verlenging van de opzeggingstermijn ingevolge toepassing van de artikelen 38, § 2 en 38bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
Art. 8. Sans préjudice de la condition selon laquelle l'âge minimum visé aux articles 3 et 4 doit être atteint pendant la durée de la présente convention collective de travail, le premier jour donnant droit à l'allocation de chômage peut se situer après le 1er mai 1999, si cela est la conséquence de la prolongation du délai de préavis par application des articles 38, § 2 et 38bis de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
Art. 9. Het stelsel van conventioneel brugpensioen op 56 jaar is facultatief.
  De werkgever verbindt er zich toe het brugpensioen ten gepasten tijde voor te stellen aan de werknemer die de vrije keuze heeft.
  Het vertrek met voormeld brugpensioen wordt echter effectief 3 maand na het akkoord.
Art. 9. Le système de prépension conventionnelle à 56 ans est facultatif.
  L'employeur s'engage à proposer en temps utile la prépension au travailleur qui a manifesté sa volonté d'en réclamer le bénéfice.
  Toutefois, le départ à ladite prépension sera effectif 3 mois après l'accord.
Art. 10. Het vertrek met brugpensioen wordt gelijkgesteld met een gewoon vertrek uit de onderneming in de zin van een rechtzetting van de structuren.
Art. 10. Le départ en prépension est assimilé à un départ naturel dans l'ajustement des structures.
Art. 11. Een persoon tegen wie door de R.V.A. een disciplinaire maatregel werd getroffen zal in geen geval van zijn vroegere werkgever enigerlei compensatie kunnen eisen die hoger is dan de aanvullende vergoeding waarop het recht had vóór de maatregel werd getroffen.
Art. 11. Une personne faisant l'objet d'une sanction disciplinaire de l'ONEM ne pourra en aucun cas revendiquer une quelconque compensation auprès de son ancien employeur au-delà de l'indemnité complémentaire à laquelle il avait droit avant la sanction.
Art. 12. In 1999 zal de werkgever bovendien in het sociaal fonds storten, de premie aan de georganiseerden ten bedrage van 3.500 BEF, de vakantiebijslag ten bedrage van 3.500 BEF en de vormingspremie die 3.500 BEF bedraagt.
  Deze bedragen worden pro rata temporis, per gepresteerde of gelijkgestelde maanden berekend.
Art. 12. En 1999, l'employeur versera au fonds social, outre la prime syndicale de 3.500 BEF, l'allocation complémentaire de vacances de 3.500 BEF et la prime de formation de 3.500 BEF.
  Ces montants sont calculés prorata temporis par mois presté ou assimilé.
HOOFDSTUK IV. - Geldigheid.
CHAPITRE IV. - Validité.
Art. 13. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1999 en houdt op van kracht te zijn op 1 mei 1999.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 26 september 2000.
  (Voor het KB, zie %%2000-09-26/31%%)
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX.
Art. 13. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1999 et cesse de produire ses effets le 1er mai 1999.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 26 septembre 2000.
  (Pour l'AR, voir %%2000-09-26/31%%)
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX.