Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden van de witzandexploitaties welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Limburg.
Met " werklieden " worden de arbeiders en arbeidsters bedoeld.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
27 APRIL 1999. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 1999, gesloten in het Paritair Subcomité voor het bedrijf der grind- en zandgroeven welke in openlucht geëxploiteerd worden in de provincies Antwerpen, West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen en Limburg, betreffende het halftijds conventioneel brugpensioen op 55 jaar in de witzandexploitaties (Overeenkomst geregistreerd op 30 juli 1999 onder het nummer 51799/CO/102.06).
Titre
27 AVRIL 1999. - Convention collective de travail du 27 avril 1999, conclue au sein de la Sous-commission paritaire de l'industrie des carrières de gravier et de sable exploitées à ciel ouvert dans les provinces d'Anvers, de Flandre occidentale, de Flandre orientale et de Limbourg, relative à la prépension conventionnelle à mi-temps à 55 ans dans les exploitations de sable blanc (Convention enregistrée le 30 juillet 1999 sous le numéro 51799/CO/102.06).
Informations sur le document
Numac: 2000A12492
Datum: 1999-04-27
Info du document
Numac: 2000A12492
Date: 1999-04-27
Table des matières
Tekst (10)
Texte (10)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux ouvriers des exploitations de sable blanc à ciel ouvert dans les provinces d'Anvers, de Flandre occidentale, de Flandre orientale et de Limbourg.
Par " ouvriers " on entend les ouvriers et les ouvrières.
Par " ouvriers " on entend les ouvriers et les ouvrières.
HOOFDSTUK II. - Bepalingen.
CHAPITRE II. - Dispositions.
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is gesloten in uitvoering van het interprofessioneel akkoord van 8 december 1998 en de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55bis gesloten op 7 februari 1995 in de Nationale Arbeidsraad, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 55, gesloten op 13 juli 1993 in de Nationale Arbeidsraad, tot instelling van een regeling van aanvullende vergoeding voor sommige oudere werknemers, in geval van halvering van de arbeidsprestaties (koninklijk besluit van 17 november 1993, Belgisch Staatsblad van 4 december 1993).
Art. 2. La présente convention collective de travail est conclue en exécution de l'accord interprofessionnel du 8 décembre 1998 et de la convention collective de travail n° 55bis, conclue le 7 février 1995 au sein du Conseil national du travail, modifiant la convention collective de travail n° 55, conclue le 13 juillet 1993 au sein du Conseil national du travail instituant un régime d'indemnité complémentaire pour certains travailleurs âgés, en cas de réduction des prestations de travail à mi-temps (arrêté royal du 17 novembre 1993, Moniteur belge du 4 décembre 1993).
Art. 3. Het principe van de toepassing van een regeling van halftijds conventioneel brugpensioen wordt in deze sector aanvaard voor het werkend personeel dat voor deze formule opteert en tussen 1 januari 1999 en 31 december 2000 de leeftijd van 55 jaar bereikt.
Art. 3. Le principe de l'application d'un régime de prépension conventionnelle à mi-temps est admis dans ce secteur pour le personnel actif qui opte pour cette formule et qui atteint l'âge de 55 ans entre le 1er janvier 1999 et le 31 décembre 2000.
Art. 4. Het systeem van het halftijds conventioneel brugpensioen op 55 jaar is facultatief. De werkgever verbindt er zich toe te gelegener tijd het halftijds brugpensioen voor te stellen aan de werknemer die de wil om er aanspraak op te maken te kennen heeft gegeven.
Art. 4. Le système de prépension conventionnelle à mi-temps à 55 ans est facultatif. L'employeur s'engage à proposer en temps utile la prépension à mi-temps au travailleur qui a manifesté sa volonté d'en réclamer le bénéfice.
Art. 5. De toekenningsvoorwaarden van het halftijds conventioneel brugpensioen op 55 jaar worden gepreciseerd in de wetgeving.
Art. 5. Les conditions d'octroi de la prépension conventionnelle à mi-temps à 55 ans sont celles précisées par la législation.
Art. 6. De toepassing van de verschillende bepalingen overeenkomstig de artikelen 3, 4 en 5 is evenwel volgende regelingen bepaald;
a) het halftijds brugpensioen op 55 jaar zal toegestaan worden voor zover de werknemers die een beroepsverleden van 33 jaar, gelijkstellingsperiodes inbegrepen kunnen getuigen, waaronder 20 jaar anciënniteit in de onderneming;
b). de werkgever kan weigeren indien omwille van de werkorganisatie halftijds brugpensioen in die functie niet mogelijk is;
c) voor de bruggepensioneerden is er verplichting tot vervanging.
a) het halftijds brugpensioen op 55 jaar zal toegestaan worden voor zover de werknemers die een beroepsverleden van 33 jaar, gelijkstellingsperiodes inbegrepen kunnen getuigen, waaronder 20 jaar anciënniteit in de onderneming;
b). de werkgever kan weigeren indien omwille van de werkorganisatie halftijds brugpensioen in die functie niet mogelijk is;
c) voor de bruggepensioneerden is er verplichting tot vervanging.
Art. 6. L'application des différentes dispositions des articles 3, 4 et 5 est soumise aux conditions suivantes :
a) la prépension à mi-temps à 55 ans sera accordée pour autant que les travailleurs puissent justifier d'un passé professionnel de 33 ans, périodes d'assimilation comprises, dont 20 années d'ancienneté dans l'entreprise;
b) l'employeur peut refuser dans la mesure où l'organisation du travail ne permet pas d'accorder la prépension à mi-temps dans cette fonction;
c) pour les prépensionnés il y a obligation de remplacement.
a) la prépension à mi-temps à 55 ans sera accordée pour autant que les travailleurs puissent justifier d'un passé professionnel de 33 ans, périodes d'assimilation comprises, dont 20 années d'ancienneté dans l'entreprise;
b) l'employeur peut refuser dans la mesure où l'organisation du travail ne permet pas d'accorder la prépension à mi-temps dans cette fonction;
c) pour les prépensionnés il y a obligation de remplacement.
HOOFDSTUK III. - Geldigheid.
CHAPITRE III. - Validité.
Art. 7. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1999 en blijft van toepassing tot en met 31 december 2000.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 juni 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-06-24/61%%)
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 24 juni 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-06-24/61%%)
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 7. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1999 et reste d'application jusqu'au et y compris 31 décembre 2000.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 24 juin 2000.
(Pour l'AR, voir %%2000-06-24/61%%)
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 24 juin 2000.
(Pour l'AR, voir %%2000-06-24/61%%)
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.