Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
10 FEBRUARI 2000. - Besluit van de Regering betreffende het schoolbezoek. (Vertaling)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-05-2000 en tekstbijwerking tot 18-12-2019)
Titre
10 FEVRIER 2000. - Arrêté du Gouvernement relatif à la fréquentation scolaire. (Traduction) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-05-2000 et mise à jour au 18-12-2019)
Informations sur le document
Numac: 2000033033
Datum: 2000-02-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2000033033
Date: 2000-02-10
Moniteur: Voir
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op het gewoon en buitengewoon lager onderwijs, op het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en op het secundair onderwijs met beperkt leerplan, georganiseerd of gesubsidieerd door de Duitstalige Gemeenschap.
  Voor de toepassing van dit besluit dient te worden verstaan onder :
  1° ouders : de personen die de ouderlijke macht uitoefenen of de leerplichtige in rechte of in feite onder hun bewaring hebben;
  2° verwante : een persoon met wie een bloed- of aanverwantschap bestaat;
  3° dagen : de dagen waarop de school open is.
  [1 4° Regering: de Regering van de Duitstalige Gemeenschap.]1
  
Article 1. Les dispositions du présent arrêté sont applicables à l'enseignement primaire ordinaire et spécial, à l'enseignement secondaire ordinaire et spécial et à l'enseignement secondaire à horaire réduit, organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone.
  Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° parents : les personnes qui sont investies de l'autorité parentale ou qui assurent, en droit ou en fait, la garde de l'enfant soumis à l'obligation scolaire;
  2° parent ou allié : une personne avec laquelle il existe un lien de parenté ou d'alliance;
  3° jours : les jours d'ouverture de l'école.
  [1 4° Gouvernement : le Gouvernement de la Communauté germanophone. ]1
  
Art. 2. Elke school houdt voor elke klas een register over het schoolbezoek bij.
  De aan- en afwezigheden worden ten minste één keer in de voormiddag en één keer in de namiddag in het register ingeschreven.
Art. 2. Chaque école tient un registre de fréquentation des élèves pour chaque classe.
  Les présences ou absences sont inscrites dans le registre de fréquentation au moins une fois l'avant-midi et une fois l'après-midi.
Art. 3. § 1. Worden als verantwoord beschouwd de afwezigheden die te wijten zijn aan :
  1° [5 een afwezigheid wegens ziekte, gestaafd door een medisch attest. Als het medisch attest geen einddatum bevat, geldt de afwezigheid slechts tot het einde van het schooljaar als verantwoord;]5
  2° een oproeping door een overheidsmacht of de verplichting voor de leerling zich bij die overheidsmacht te begeven die hem een attest bezorgt;
  3° het overlijden van één der ouders of van een verwante van de eerste graad; in dat geval mag de afwezigheid niet langer dan vier dagen duren;
  4° het overlijden van een verwante vanaf de tweede graad die onder hetzelfde dak als de leerling woont; in dat geval mag de afwezigheid niet langer dan twee dagen duren;
  5° het overlijden van een verwante van de tweede, de derde of de vierde graad die niet onder hetzelfde dak als de leerling woont; in dat geval mag de afwezigheid niet langer dan één dag duren.
  Opdat de in het eerste lid, 1° en 2°, opgenomen redenen als aanvaardbaar kunnen worden beschouwd, moeten de vereiste documenten of schriftelijke attesten op de dag volgend op de afwezigheid aan het inrichtinghoofd bezorgd worden. Als de afwezigheid langer dan drie dagen duurt, dan worden ze ten laatste op de vierde dag bezorgd.
  [1 § 2. Naast de in § 1 opgenomen redenen kunnen de overmacht of buitengewone omstandigheden die verband houden met familiale problemen, gezondheidsproblemen en vervoersproblemen, de deelneming aan nationale en internationale sportcompetities van hoog niveau, aan nationale en internationale professionele en corporatieve kampioenschappen, alsmede de medewerking aan culturele manifestaties met internationale uitstraling een afwezigheid verantwoorden.
   De ouders of de meerderjarige leerlingen dienen een schriftelijk met redenen omkleed verzoek bij het inrichtingshoofd in. Het inrichtingshoofd bepaalt of één van de gevallen bedoeld in het eerste lid al dan niet bestaat.
   In het schoolreglement wordt vastgelegd hoe dikwijls de afwezigheid door de ouders of door de meerderjarige leerling kan verantwoord worden; in geen enkel geval mag het aantal dagen noch lager dan 8 halve dagen noch hoger dan 30 halve dagen liggen.
   § 3. Naast de in §§ 1en 2 opgenomen redenen kan een afwezigheid verantwoord worden door de deelneming aan trainingskampen of sportcompetities die gericht voorbereiden op de deelneming aan nationale, Europese of wereldse kampioenschappen, aan olympische spelen en aan internationale sportcompetities van hoog niveau. De ouders of de meerderjarige leerling dient, ten laatste 2 weken vóór het trainingskamp of de sportcompetitie een schriftelijk met redenen omkleed verzoek bij het inrichtingshoofd in. Het inrichtingshoofd beslist of de afwezigheid al dan niet verantwoord is. De duur van de afwezigheden mag 30 halve dagen per schooljaar niet overschrijden.
   [2 ...]2
  [2 § 3.1. Met behoud van de toepassing van de redenen vermeld in de § § 1 tot 3 kan een regelmatige afwezigheid gewettigd worden door de omstandigheid dat de Regering, overeenkomstig artikel 22 van het Sportdecreet van 19 april 2004, de status van sporter van een C-kader, B-kader of A-kader heeft toegekend. De duur van die afwezigheid mag niet meer dan zes lesuren per week bedragen.
   Daartoe dienen de ouders - of de meerderjarige leerling - een schriftelijk verzoek bij het inrichtingshoofd in. Het inrichtingshoofd beslist binnen 10 [4 dagen]4 na ontvangst van het verzoek of die afwezigheid wordt goedgekeurd; die goedkeuring geldt voor de duur van één schooljaar, onder voorbehoud van de intrekking van de toekenning van de status van sporter van een C-kader, B-kader of A-kader en onder voorbehoud van het vierde lid. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt het verzoek als goedgekeurd.
   [3 De minister bevoegd voor Onderwijs kan in uitzonderlijke gevallen extra afwezigheden toestaan. Daartoe dienen de ouders - of de meerderjarige leerling - een verzoek bij het inrichtingshoofd in. Het inrichtingshoofd stuurt dat verzoek, samen met zijn standpunt, door naar de onderwijsinspectie. De Minister beslist op basis van een advies van de onderwijsinspectie of de extra afwezigheden worden toegestaan.]3
   Indien aangetoond kan worden dat de schoolprestaties van de betrokken leerling erop achteruitgaan, kan het inrichtingshoofd - in afspraak met de klassenraad en na ruggespraak met de ouders of de meerderjarige leerling - de met toepassing van het eerste en het derde lid toegestane afwezigheden aanpassen of de toegestane afwezigheden helemaal intrekken. Het inrichtingshoofd licht de onderwijsinspectie en het departement Sport, Media en Toerisme van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap over de genomen beslissingen in.
   Indien de ouders - of de meerderjarige leerling - het niet eens zijn met de beslissingen van het inrichtingshoofd vermeld in het tweede en het vierde lid, hebben ze overeenkomstig hoofdstuk 2, afdeling 3, van het decreet van 25 juni 2012 over de onderwijsinspectie en het adviespunt voor schoolontwikkeling het recht een klacht daartegen in te dienen.
   Het inrichtingshoofd bezorgt de onderwijsinspectie binnen tien [4 dagen]4 na zijn beslissing het besluit van de Regering tot toekenning van de status van sporter van een C-kader, B-kader of A-kader en het overzicht van de toegestane afwezigheden resp. de aangepaste afwezigheden, alsook - in voorkomend geval - de beslissing om de toegestane afwezigheden in te trekken.
   De leerling noteert alle trainingsuren in een trainings- en contactboekje. Het trainings- en contactboekje wordt medeondertekend door een verantwoordelijke van de sportfederatie of sportvereniging.]2

  [4 § 3.2. Met behoud van de toepassing van de redenen vermeld in § 1 tot § 3.1 kan een regelmatige afwezigheid verantwoord worden, wanneer het buitengewone muzikale talent van een leerling bevestigd wordt door een positief advies van een instelling voor deeltijds kunstonderwijs die erkend is overeenkomstig artikel 51 van het decreet van 23 maart 2009 betreffende de organisatie van het deeltijdse kunstonderwijs. Dat advies wordt opgemaakt nadat de leerling in het kader van de openbare examens die door dezelfde erkende instelling voor deeltijds kunstonderwijs georganiseerd worden, een muziekstuk heeft voorgespeeld voor een externe examencommissie. Voorts moet die leerling de twee vervolmakingsniveaus in de muziekeducatie volgen of reeds voltooid hebben aan een erkende instelling voor deeltijds kunstonderwijs. De duur van die afwezigheid mag niet meer dan zes lesuren per week bedragen.
   Daartoe vragen de ouders - of de meerderjarige leerling - vóór 15 april, voor het daaropvolgende schooljaar, een advies aan bij een erkende instelling voor deeltijds kunstonderwijs van de Duitstalige Gemeenschap. Vervolgens dienen de ouders - of de meerderjarige leerling - een schriftelijke aanvraag bij het inrichtingshoofd in. Het inrichtingshoofd beslist binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag of die afwezigheid wordt goedgekeurd; die goedkeuring geldt voor de duur van één schooljaar, onder voorbehoud van het vierde lid. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als goedgekeurd.
   De minister bevoegd voor Onderwijs kan in uitzonderlijke gevallen extra afwezigheden toestaan. Daartoe dienen de ouders - of de meerderjarige leerling - een aanvraag bij het inrichtingshoofd in. Het inrichtingshoofd stuurt die aanvraag, samen met zijn standpunt, door naar de onderwijsinspectie. De Minister beslist op basis van een advies van de onderwijsinspectie of de extra afwezigheden worden toegestaan.
   Indien aangetoond kan worden dat de schoolprestaties van de betrokken leerling erop achteruitgaan, kan het inrichtingshoofd - in afspraak met de klassenraad en na ruggespraak met de ouders of de meerderjarige leerling - de met toepassing van het eerste en het derde lid toegestane afwezigheden aanpassen of de toegestane afwezigheden helemaal intrekken. Het inrichtingshoofd licht de onderwijsinspectie in over de genomen beslissingen.
   Indien de ouders - of de meerderjarige leerling - het niet eens zijn met de beslissingen van het inrichtingshoofd vermeld in het tweede en het vierde lid, hebben ze overeenkomstig hoofdstuk 2, afdeling 3, van het decreet van 25 juni 2012 over de onderwijsinspectie en het adviespunt voor schoolontwikkeling het recht een klacht daartegen in te dienen.
   Het inrichtingshoofd bezorgt de onderwijsinspectie binnen tien dagen zijn beslissing en het overzicht van de toegestane afwezigheden resp. de aangepaste afwezigheden, alsook - in voorkomend geval - de beslissing om de toegestane afwezigheden in te trekken. ]4

   § 4. Naast de in [2 § § 1 tot [4 § 3.2]4]2, opgenomen redenen kan de Minister bevoegd inzake Onderwijs, op schriftelijk verzoek van de ouders of van de meerderjarige leerling en op advies van de schoolleiding langere afwezigheden toelaten voor de deelneming aan professionele en corporatieve kampioenschappen, de deelneming aan voorbereidingen tot professionele en corporatieve kampioenschappen alsmede de medewerking aan culturele manifestaties met internationale uitstraling. Het verzoek wordt ten minste twee weken voor het kampioenschap of de manifestatie bij de Minister bevoegd inzake Onderwijs ingediend.
   § 5. Elke andere afwezigheid wordt als onverantwoord beschouwd.]1

  
Art. 3. § 1. Sont considérées comme justifiées les absences motivées par :
  1° [5 une maladie couverte par un certificat médical. Si celui-ci ne mentionne aucune date de fin, l'absence est considérée comme justifiée uniquement jusqu'à la fin de l'année scolaire en cours;]5
  2° une convocation par une autorité publique, ou la nécessité pour l'élève de se rendre auprès de cette autorité, qui délivre une attestation;
  3° le décès d'un des parents ou d'un parent ou allié au premier degré; l'absence ne peut dans ce cas dépasser 4 jours;
  4° le décès d'un parent ou allié à partir du deuxième degré vivant sous le même toit que l'élève; l'absence ne peut dans ce cas dépasser 2 jours;
  5° le décès d'un parent ou allié au deuxième, troisième ou quatrième degré, ne vivant pas sous le même toit que l'élève; l'absence ne peut dans ce cas dépasser un jour.
  Pour que les motifs énumérés au premier alinéa, 1° et 2° puissent être reconnus valables, les documents ou attestations écrites requis doivent être remis au chef d'établissement le lendemain de l'absence. Si l'absence dure plus de trois jours, les documents sont introduits au plus tard le quatrième jour d'absence.
  [1 § 2. Outre les motifs énumérés au § 1er, les cas de force majeure ou circonstances exceptionnelles liés à des problèmes familiaux, de santé et de transport, ainsi que la participation à des compétitions sportives nationales et internationales de haut niveau, à des championnats nationaux et internationaux professionnels et corporatifs et la collaboration à des manifestations culturelles de rayonnement international peuvent justifier une absence.
   Les parents ou les élèves majeurs introduisent une demande motivée écrite auprès du chef d'établissement. Le chef d'établissement décide s'il s'agit d'un des cas énumérés au premier alinéa.
   Le règlement intérieur de l'école établit le nombre d'absences que les parents ou les élèves majeurs peuvent justifier; ce nombre ne peut en aucun cas être inférieur à 8 demi-jours ni supérieur à 30 demi-jours.
   § 3. Outre les motifs énumérés aux §§ 1er et 2, une absence pour participer à des camps d'entraînement ou à des compétitions sportives peut être justifiée si ceux-ci préparent de manière ciblée à la participation à des championnats nationaux, européens et mondiaux, à des jeux olympiques et des compétitions sportives internationales de haut niveau. Les parents ou les élèves majeurs introduisent par écrit, au plus tard 2 semaines avant le camp d'entraînement ou la compétition sportive, une demande motivée auprès du chef d'établissement. Le chef d'établissement décide si l'absence est justifiée. La durée de ces absences ne peut être supérieure à 30 demi-jours par année scolaire.
   [2 ...]2
  [2 § 3.1. Sans préjudice des motifs énumérés aux § § 1er à 3, la reconnaissance du statut d'athlète des cadres C, B ou A par le Gouvernement conformément à l'article 22 du décret sur le sport du 19 avril 2004 peut justifier une absence régulière. La durée de cette absence ne peut excéder six périodes de cours par semaine.
   A cette fin, les parents ou l'élève majeur introduisent une demande écrite auprès du chef d'établissement. Le chef d'établissement décide dans les dix [4 jours]4 suivant la réception de la demande d'approbation de cette absence, laquelle vaut pour la durée d'une année scolaire sous réserve du retrait de la reconnaissance du statut d'athlète des cadres C, B ou A et sous réserve de l'alinéa 4. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être acceptée.
   [3 Le Ministre compétent en matière d'Enseignement peut, dans des cas exceptionnels, accorder des absences supplémentaires. A cette fin, les parents ou l'élève majeur introduisent une demande auprès du chef d'établissement. Le chef d'établissement la transmet accompagnée de sa prise de position à l'inspection scolaire. Le ministre décide d'accorder ou non les absences supplémentaires sur la base de l'avis émis par l'inspection scolaire.]3
   S'il est manifeste que les prestations scolaires de l'élève concerné évoluent de manière négative, le chef d'établissement peut - en concertation avec le conseil de classe et après avoir discuté avec les parents ou l'élève majeur - décider d'adapter les absences accordées en application des alinéas 1 et 3 ou de supprimer totalement les absences accordées. Le chef d'établissement informe l'inspection scolaire et le département Sports, Médias et Tourisme du Ministère de la communauté germanophone des décisions prises.
   Si les parents ou l'élève majeur ne sont pas d'accord avec les décisions prises par le chef d'établissement, visées aux alinéas 2 et 4, ils ont le droit d'introduire un recours conformément au chapitre 2, section 3, du décret du 25 juin 2012 relatif à l'inspection scolaire et à la guidance en développement scolaire.
   Dans les 10 [4 jours]4s suivant sa décision, le chef d'établissement adresse à l'inspection scolaire la décision du Gouvernement portant reconnaissance du statut d'athlète du cadre C, B ou A et le relevé des absences accordées ou adaptées, selon le cas, ainsi que, le cas échéant, la décision de supprimer les absences accordées.
   L'élève inscrit toutes ses heures d'entraînement dans un carnet d'entraînement et de liaison. Le carnet d'entraînement et de liaison est contresigné par un responsable de la fédération sportive ou du club.]2

  [4 § 3.2. Sans préjudice des motifs énumérés aux §§ 1 à 3.1, une absence régulière peut être justifiée lorsque le talent musical exceptionnel d'un élève est reconnu par un avis positif émis par un établissement d'enseignement artistique à horaire réduit en Communauté germanophone agréé conformément à l'article 51 du décret du 23 mars 2009 portant organisation de l'enseignement artistique à horaire réduit. Cet avis est émis par un jury externe après une prestation effectuée dans le cadre des examens publics organisés par ce même établissement agréé d'enseignement artistique à horaire réduit. En outre, cet élève doit suivre ou avoir déjà suivi avec fruit les deux degrés de perfectionnement en éducation musicale auprès d'un établissement agréé d'enseignement artistique à horaire réduit. La durée de cette absence ne peut excéder six périodes de cours par semaine.
   A cette fin, les parents ou l'élève majeur demandent, avant le 15 avril, un avis auprès d'un établissement agréé d'enseignement artistique à horaire réduit de la Communauté germanophone, et ce, pour l'année scolaire suivante. Ensuite, les parents ou l'élève majeur introduisent une demande écrite auprès du chef d'établissement. Le chef d'établissement statue, dans les dix jours suivant la réception de la demande, sur l'approbation de cette absence, laquelle vaut pour la durée d'une année scolaire, sous réserve de l'alinéa 4. A défaut de décision dans le délai imparti, la demande est censée être acceptée.
   Le Ministre compétent en matière d'Enseignement peut, dans des cas exceptionnels, accorder des absences supplémentaires. A cette fin, les parents ou l'élève majeur introduisent une demande auprès du chef d'établissement. Le chef d'établissement la transmet accompagnée de sa prise de position à l'inspection scolaire. Le ministre décide d'accorder ou non les absences supplémentaires sur la base de l'avis émis par l'inspection scolaire.
   S'il est manifeste que les prestations scolaires de l'élève concerné évoluent de manière négative, le chef d'établissement peut - en concertation avec le conseil de classe et après avoir discuté avec les parents ou l'élève majeur - adapter les absences accordées en application des alinéas 1er et 3 ou les supprimer totalement. Le chef d'établissement informe l'inspection scolaire des décisions prises.
   Si les parents ou l'élève majeur ne sont pas d'accord avec les décisions prises par le chef d'établissement, visées aux alinéas 2 et 4, ils ont le droit d'introduire un recours conformément au chapitre 2, section 3, du décret du 25 juin 2012 relatif à l'inspection scolaire et à la guidance en développement scolaire.
   Dans les dix jours suivant sa décision, le chef d'établissement adresse à l'inspection scolaire sa décision et le relevé des absences accordées ou adaptées, selon le cas, ainsi que, le cas échéant, la décision de supprimer les absences accordées.]4

   § 4. Sur demande écrite des parents ou de l'élève majeur et sur avis de la direction de l'école, le Ministre compétent en matière d'Enseignement peut, en plus des motifs prévus aux §§ 1er à [4 § 3.2]4, approuver des absences de plus longue durée pour la participation à des championnats nationaux et internationaux professionnels et corporatifs, pour la participation à des préparations à des championnats nationaux et internationaux professionnels et corporatifs, ainsi que pour la collaboration à des manifestations culturelles de rayonnement international. La demande est introduite auprès du Ministre compétent en matière d'Enseignement au moins deux semaines avant le championnat ou la manifestation par l'intermédiaire du chef d'établissement.
   § 5. Toute autre absence est considérée comme injustifiée.]1

  
Art. 4. Een onverantwoorde afwezigheid wordt de ouders of de meerderjarige leerlingen schriftelijk medegedeeld ten laatste op het einde van de week waar de afwezigheid vastgesteld werd.
Art. 4. Toute absence injustifiée est communiquée par écrit aux parents ou à l'élève majeur au plus tard à la fin de la semaine au cours de laquelle elle a été constatée.
Art. 5. Een leerling mag om geneeskundige redenen van de cursus lichamelijke opvoeding vrijgesteld worden als deze redenen door een medisch attest gestaafd worden. [1 Het attest voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 3, § 1, 1°.]1
  
Art. 5. L'élève peut être dispensé du cours d'éducation physique pour raisons médicales, si celles-ci sont attestées par un certificat établi par un médecin. [1 Le certificat est soumis aux conditions mentionnées à l'article 3, § 1er, 1°. ]1
  
Art. 6. Hoofdstuk IV van het koninklijk besluit van 11 december 1987 tot vaststelling van het organiek reglement voor de rijksonderwijsinrichtingen met volledig leerplan, waarvan de onderwijstaal het Frans of het Duits is, met uitzondering van de inrichtingen voor hoger onderwijs, wordt opgeheven.
Art. 6. Le chapitre IV de l'arrêté royal du 11 décembre 1987 déterminant le règlement organique des établissements de plein exercice de l'Etat dont la langue de l'enseignement est le français ou l'allemand, à l'exclusion des établissements d'enseignement supérieur, est abrogé.
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.
Art. 7. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de son adoption.
Art. 8. De Minister bevoegd inzake Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le Ministre compétent en matière d'enseignement est chargé de l'exécution du présent arrêté.