Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
28 SEPTEMBER 2000. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 2, § 5, eerste lid, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum.
Titre
28 SEPTEMBRE 2000. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 9 février 1999 pris en exécution de l'article 2, § 5, alinéa 1er, de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence.
Informations sur le document
Numac: 2000022727
Datum: 2000-09-28
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2000022727
Date: 2000-09-28
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. In Titel 2 van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 genomen tot uitvoering van artikel 2, § 5, eerste lid, van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum wordt een Hoofdstuk V ingevoegd, luidende :
  "HOOFDSTUK V. - Invoeginterim
Article 1. Il est inséré dans le Titre 2 de l'arrêté royal du 9 février 1999 pris en exécution de l'article 2, § 5, alinéa 1er, de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence, un Chapitre V, rédigé comme suit :
  "CHAPITRE V. - Intérim d'insertion
Afdeling 1. - Voorwaarden tot toekenning en behoud van een geactiveerd bestaansminimum.
Section 1. - Conditions d'octroi et de maintien d'un minimum de moyens d'existence activé.
Art. 15quinquies. De werknemer die in dienst wordt genomen door een uitzendbureau dat een overeenkomst heeft gesloten met de Minister tot wiens bevoegdheid de Maatschappelijke Integratie behoort heeft recht op een geactiveerd bestaansminimum indien de volgende voorwaarden vervuld zijn :
  1° de betrokkene is, op het ogenblik van de aanwerving, of is dit geweest binnen de veertig dagen voor zijn aanwerving :
  - ofwel gerechtigd op het bestaansminimum;
  - ofwel tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst bij toepassing van artikel 60, § 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  2° de betrokkene wordt aangeworven met een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur die voorziet in een voltijds uurrooster.
  De in het eerste lid bedoelde overeenkomst heeft betrekking op verschillende verplichtingen die het uitzendbureau worden opgelegd en die namelijk verband houden met de opleiding van de werknemer en diens inschakeling op de arbeidsmarkt en met de aanwerving van een bepaald aantal werknemers uit de doelgroep bedoeld in artikel 15quinquies, eerste lid, 1°.
  Voormeld uitzendbureau waarborgt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn het recht op arbeid van de betrokkene tijdens een ononderbroken periode van vierentwintig maanden; de tewerkstelling van de betrokkene kan gebeuren :
  - ofwel rechtstreeks door het uitzendbureau met of zonder ter beschikkingstelling van een gebruiker;
  - ofwel bij een andere werkgever.
  Indien de tewerkstelling krachtens een arbeidsovereenkomst rechtstreeks plaatsheeft bij een andere werkgever dan het uitzendbureau en de arbeidsovereenkomst wordt onderbroken tijdens de periode waarvoor het uitzendbureau de werkzekerheid moet waarborgen, verbindt dit uitzendbureau zich ertoe de werknemer opnieuw met een arbeidsovereenkomst aan te werven en ten minste voor het saldo van de duur van het gewaarborgd recht op arbeid.
Art. 15quinquies. Le travailleur engagé par une entreprise de travail intérimaire qui a conclu une convention avec le Ministre ayant l'Intégration sociale dans ses attributions a droit à un minimum de moyens d'existence activé lorsque les conditions suivantes sont remplies :
  1° l'intéressé est, au moment de l'engagement, ou a été, dans les quarante jours qui précèdent son engagement :
  - soit bénéficiaire du minimum de moyens d'existence;
  - soit occupé dans les liens d'un contrat de travail en application de l'article 60, § 7, de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide sociale;
  2° l'intéressé est engagé dans les liens d'un contrat de travail à durée indéterminée, constaté par écrit et qui prévoit un horaire de travail à temps plein.
  La convention visée à l'alinéa 1er porte sur diverses obligations imposées à l'entreprise de travail intérimaire et liées, notamment, à la formation et l'intégration du travailleur dans le circuit du marché du travail ainsi qu'à l'engagement d'un certain nombre de travailleurs issus du groupe cible visé à l'article 15quinquies alinéa 1er, 1°.
  L'entreprise de travail intérimaire précitée garantit au centre public d'aide sociale le droit au travail de l'intéressé pendant une durée ininterrompue de vingt-quatre mois; la mise au travail de l'intéressé peut s'effectuer :
  - soit directement par l'entreprise de travail intérimaire avec ou sans mise à disposition d'un utilisateur;
  - soit auprès d'un autre employeur.
  Lorsque la mise au travail est effectuée en vertu d'un contrat de travail directement auprès d'un employeur autre que l'entreprise de travail intérimaire et que le contrat de travail vient à être rompu durant la période pour laquelle l'entreprise de travail intérimaire doit garantir la sécurité de l'emploi, cette dernière s'oblige à réengager le travailleur sous contrat de travail et au minimum pour le solde de la durée de garantie du droit au travail.
Afdeling 2. - Maandelijks bedrag van het geactiveerd bestaansminimum.
Section 2. - Montant mensuel du minimum de moyens d'existence activé.
Art. 15sexies. Het bedrag van het geactiveerd bestaansminimum bedraagt 20 000 BEF per kalendermaand waarvoor de betrokkene verbonden is door een schriftelijke arbeidsovereenkomst die voorziet in een voltijds uurrooster, of door meerdere schriftelijke arbeidsovereenkomsten die met een voltijds uurrooster equivalent zijn.
  Het in het vorig lid bedoeld bedrag van het geactiveerd bestaansminimum is evenwel begrensd in verhouding tot het aantal kalenderdagen van de maand waarvoor de werknemer verbonden is door een arbeidsovereenkomst, wanneer de betrokken maand niet volledig is.
  Het bedrag van het geactiveerd bestaansminimum wordt door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan het uitzendbureau gestort.
Art. 15sexies. Le montant du minimum activé de moyens d'existence s'élève à 20 000 BEF par mois calendrier pour lequel l'intéressé est lié par un contrat de travail constaté par écrit et qui prévoit un horaire de travail à temps plein ou par plusieurs contrats de travail constatés par écrit et qui prévoient un horaire de travail équivalent au temps plein.
  Le montant du minimum de moyens d'existence activé visé à l'alinéa précédent, est toutefois limité au prorata du nombre de jours calendrier du mois pour lequel le travailleur est lié par le contrat de travail, lorsque le mois concerné n'est pas complet.
  Le montant du minimum de moyens d'existence activé est versé par le centre public d'aide sociale à l'entreprise de travail intérimaire.
Afdeling 3. - Duur van de tewerkstelling die recht geeft op een geactiveerd bestaansminimum.
Section 3. - Durée de la mise au travail ouvrant le droit à un minimum de moyens d'existence activé.
Art. 15septies. Wanneer het uitzendbureau en de rechthebbende op het bestaansminimum voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 15quinquies, heeft laatstgenoemde recht op het bedrag van het geactiveerd bestaansminimum bedoeld in artikel 15sexies, voor een ononderbroken periode van vierentwintig maanden.".
Art. 15septies. Lorsque l'entreprise de travail intérimaire et le bénéficiaire du minimum de moyens d'existence remplissent les conditions visées à l'article 15quinquies, ce dernier a droit au montant du minimum de moyens d'existence activé visé à l'article 15sexies, pour une période ininterrompue de vingt-quatre mois calendrier.".
Art. 2. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In het eerste lid worden de woorden "in de artikelen 5, § 2, 6, 10 en 14" vervangen door de woorden "in de artikelen 5, § 2, 6, 10, 14, 15quater en 15sexies. ";
  2° Het eerste lid wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Het bedrag van het geactiveerd bestaansminimum bedoeld in artikel 15sexies mag niet worden toegekend voor de perioden waarvoor geen enkel loon verschuldigd is aan de werknemer. ".
Art. 2. A l'article 16 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
  1° A l'alinéa 1er, les mots "aux articles 5, § 2, 6, 10 et 14" sont remplacés par les mots "aux articles 5, § 2, 6, 10, 14, 15quater et 15sexies. ";
  2° L'alinéa 1er est complété par l'alinéa suivant :
  " Le montant du minimum de moyens d'existence activé visé à l'article 15sexies ne peut être octroyé pour les périodes pour lesquelles aucun salaire n'est dû au travailleur. ".
Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2000, uitgezonderd de bepaling van artikel 2, 1°, wat betreft de invoeging van de verwijzing dat artikel 16, eerste lid, maakt naar artikel 15quater, die uitwerking heeft op 1 september 2000.
Art. 3. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 2000, excepté la disposition de l'article 2, 1°, en ce qui concerne l'insertion de la référence que l'article 16, alinéa 1er, fait à l'article 15quater laquelle produit ses effets le 1er septembre 2000.
Art. 4. Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze Minister van Maatschappelijke Integratie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 28 september 2000.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Maatschappelijke Integratie,
  J. VANDE LANOTTE.
Art. 4. Notre Ministre de l'Emploi et Notre Ministre de l'Intégration sociale sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 28 septembre 2000.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre de l'Intégration sociale,
  J. VANDE LANOTTE.