Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
20 JULI 2000. - Wet tot wijziging van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten.
Titre
20 JUILLET 2000. - Loi modifiant la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignements.
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (17)
Texte (17)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE I. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten.
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignements.
Art. 2. Artikel 11, 1°, van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten wordt vervangen als volgt :
" 1° jaarlijks, door een algemeen activiteitenverslag dat, indien nodig, algemene conclusies en voorstellen kan bevatten en dat de periode betreft gaande van 1 januari tot 31 december van het voorgaande jaar. Dat verslag wordt uiterlijk op 15 april overgezonden aan de Voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat alsmede aan de bevoegde ministers. ".
" 1° jaarlijks, door een algemeen activiteitenverslag dat, indien nodig, algemene conclusies en voorstellen kan bevatten en dat de periode betreft gaande van 1 januari tot 31 december van het voorgaande jaar. Dat verslag wordt uiterlijk op 15 april overgezonden aan de Voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat alsmede aan de bevoegde ministers. ".
Art. 2. L'article 11, 1°, de la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignements est remplacé par la disposition suivante :
" 1° annuellement, par un rapport général d'activités qui comprend, s'il échet, des conclusions et des propositions d'ordre général et qui couvre la période allant du 1er janvier au 31 décembre de l'année précédente. Ce rapport est transmis aux Présidents de la Chambre des représentants et du Sénat ainsi qu'aux ministres compétents le 15 avril au plus tard. ".
" 1° annuellement, par un rapport général d'activités qui comprend, s'il échet, des conclusions et des propositions d'ordre général et qui couvre la période allant du 1er janvier au 31 décembre de l'année précédente. Ce rapport est transmis aux Présidents de la Chambre des représentants et du Sénat ainsi qu'aux ministres compétents le 15 avril au plus tard. ".
Art. 3. Artikel 17 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Art. 17. Niemand kan tot hoofd of adjunct-hoofd van de Dienst Enquêtes P worden benoemd indien hij niet gedurende vijf jaar magistraat of lid van een politiedienst is geweest of indien hij als ambtenaar geen nuttige ervaring van ten minste vijf jaar kan doen gelden in ambten die in verband staan met de activiteiten van de politiediensten. Op het ogenblik van zijn benoeming moet hij de volle leeftijd van 35 jaar hebben bereikt.
Het hoofd en de twee adjunct-hoofden van de Dienst Enquêtes P worden benoemd door het Vast Comité P voor een termijn van vijf jaar die tweemaal vernieuwbaar is.
Alvorens hun ambt te aanvaarden, leggen het hoofd en de adjunct-hoofden van de Dienst Enquêtes P in handen van de voorzitter van het Vast Comité P de bij artikel 2 van het decreet van 30 juli 1831 voorgeschreven eed af.
Zij moeten de Nederlandse en de Franse taal kennen.
De adjunct-hoofden van de Dienst Enquêtes P zijn van een verschillende taalrol.
Het hoofd en de adjunct-hoofden van de Dienst Enquêtes P behouden hun rechten op bevordering en op weddeverhoging.
Zij kunnen door het Vast Comité P worden afgezet. ".
" Art. 17. Niemand kan tot hoofd of adjunct-hoofd van de Dienst Enquêtes P worden benoemd indien hij niet gedurende vijf jaar magistraat of lid van een politiedienst is geweest of indien hij als ambtenaar geen nuttige ervaring van ten minste vijf jaar kan doen gelden in ambten die in verband staan met de activiteiten van de politiediensten. Op het ogenblik van zijn benoeming moet hij de volle leeftijd van 35 jaar hebben bereikt.
Het hoofd en de twee adjunct-hoofden van de Dienst Enquêtes P worden benoemd door het Vast Comité P voor een termijn van vijf jaar die tweemaal vernieuwbaar is.
Alvorens hun ambt te aanvaarden, leggen het hoofd en de adjunct-hoofden van de Dienst Enquêtes P in handen van de voorzitter van het Vast Comité P de bij artikel 2 van het decreet van 30 juli 1831 voorgeschreven eed af.
Zij moeten de Nederlandse en de Franse taal kennen.
De adjunct-hoofden van de Dienst Enquêtes P zijn van een verschillende taalrol.
Het hoofd en de adjunct-hoofden van de Dienst Enquêtes P behouden hun rechten op bevordering en op weddeverhoging.
Zij kunnen door het Vast Comité P worden afgezet. ".
Art. 3. L'article 17 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 17. Nul ne peut être nommé chef ou chef adjoint du Service d'enquêtes P s'il n'a été pendant cinq ans magistrat ou membre d'un service de police ou si, comme fonctionnaire, il ne peut faire valoir une expérience utile d'au moins cinq ans dans des fonctions en rapport avec les activités des services de police. Au moment de sa nomination, il doit avoir atteint l'âge de 35 ans.
Le chef et les deux chefs adjoints du Service d'enquêtes P sont nommés par le Comité permanent P pour un terme de cinq ans renouvelable deux fois.
Avant d'entrer en fonction, le chef et les chefs adjoints du Service d'enquêtes P prêtent, entre les mains du président du Comité permanent P, le serment prescrit par l'article 2 du décret du 30 juillet 1831.
Ils doivent connaître les langues française et néerlandaise.
Les chefs adjoints du Service d'enquêtes P appartiennent à des rôles linguistiques différents.
Le chef et les chefs adjoints du Service d'enquêtes P conservent leurs droits à la promotion et à l'avancement de traitement.
Ils peuvent être révoqués par le Comité permanent P. ".
" Art. 17. Nul ne peut être nommé chef ou chef adjoint du Service d'enquêtes P s'il n'a été pendant cinq ans magistrat ou membre d'un service de police ou si, comme fonctionnaire, il ne peut faire valoir une expérience utile d'au moins cinq ans dans des fonctions en rapport avec les activités des services de police. Au moment de sa nomination, il doit avoir atteint l'âge de 35 ans.
Le chef et les deux chefs adjoints du Service d'enquêtes P sont nommés par le Comité permanent P pour un terme de cinq ans renouvelable deux fois.
Avant d'entrer en fonction, le chef et les chefs adjoints du Service d'enquêtes P prêtent, entre les mains du président du Comité permanent P, le serment prescrit par l'article 2 du décret du 30 juillet 1831.
Ils doivent connaître les langues française et néerlandaise.
Les chefs adjoints du Service d'enquêtes P appartiennent à des rôles linguistiques différents.
Le chef et les chefs adjoints du Service d'enquêtes P conservent leurs droits à la promotion et à l'avancement de traitement.
Ils peuvent être révoqués par le Comité permanent P. ".
Art. 4. Artikel 18 van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende leden :
" Hij wordt bijgestaan door twee adjunct-hoofden. Is het hoofd van de Dienst Enquêtes verhinderd, dan vervangen de adjunct-hoofden hem in de volgorde die het Vast Comité P bepaalt.
Een adjunct-hoofd staat het hoofd bij in de leiding van de leden van de Dienst Enquêtes bedoeld in artikel 20bis, eerste lid; het andere adjunct-hoofd staat het hoofd bij in de leiding van de overige leden van de dienst. ".
" Hij wordt bijgestaan door twee adjunct-hoofden. Is het hoofd van de Dienst Enquêtes verhinderd, dan vervangen de adjunct-hoofden hem in de volgorde die het Vast Comité P bepaalt.
Een adjunct-hoofd staat het hoofd bij in de leiding van de leden van de Dienst Enquêtes bedoeld in artikel 20bis, eerste lid; het andere adjunct-hoofd staat het hoofd bij in de leiding van de overige leden van de dienst. ".
Art. 4. L'article 18 de la même loi est complété par les alinéas suivants :
" Il est assisté par deux chefs adjoints. Si le chef du Service d'enquêtes est empêché, les chefs adjoints le remplacent dans l'ordre fixé par le Comité permanent P.
Un chef adjoint est chargé d'assister le chef en ce qui concerne la direction des membres du Service d'enquêtes visés à l'article 20bis, alinéa 1er; l'autre chef adjoint est chargé d'assister le chef en ce qui concerne la direction des autres membres du service. ".
" Il est assisté par deux chefs adjoints. Si le chef du Service d'enquêtes est empêché, les chefs adjoints le remplacent dans l'ordre fixé par le Comité permanent P.
Un chef adjoint est chargé d'assister le chef en ce qui concerne la direction des membres du Service d'enquêtes visés à l'article 20bis, alinéa 1er; l'autre chef adjoint est chargé d'assister le chef en ce qui concerne la direction des autres membres du service. ".
Art. 5. Artikel 28, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 april 1999, wordt vervangen als volgt :
" Het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, hierna het Vast Comité I genoemd, is samengesteld uit drie werkende leden, onder wie een voorzitter. Voor elk van hen wordt een plaatsvervanger benoemd. Zij worden allen benoemd door de Senaat, die hen ook kan afzetten indien zij een van de functies of activiteiten uitoefenen of een van de betrekkingen of mandaten bekleden welke zijn bedoeld in het vierde lid, of wegens ernstige redenen. ".
" Het Vast Comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, hierna het Vast Comité I genoemd, is samengesteld uit drie werkende leden, onder wie een voorzitter. Voor elk van hen wordt een plaatsvervanger benoemd. Zij worden allen benoemd door de Senaat, die hen ook kan afzetten indien zij een van de functies of activiteiten uitoefenen of een van de betrekkingen of mandaten bekleden welke zijn bedoeld in het vierde lid, of wegens ernstige redenen. ".
Art. 5. L'article 28, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 1er avril 1999, est remplacé par la disposition suivante :
" Le Comité permanent de contrôle des services de renseignements et de sécurité, ci-après dénommé " le Comité permanent R ", se compose de trois membres effectifs, dont un président. Un suppléant est nommé pour chacun d'eux. Tous sont nommés par le Sénat, qui peut les révoquer s'ils exercent une des fonctions ou activités ou un des emplois ou mandats visés à l'alinéa 4, ou pour motifs graves. ".
" Le Comité permanent de contrôle des services de renseignements et de sécurité, ci-après dénommé " le Comité permanent R ", se compose de trois membres effectifs, dont un président. Un suppléant est nommé pour chacun d'eux. Tous sont nommés par le Sénat, qui peut les révoquer s'ils exercent une des fonctions ou activités ou un des emplois ou mandats visés à l'alinéa 4, ou pour motifs graves. ".
Art. 6. Artikel 30, tweede lid, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Het mandaat waarvan de uitoefening door een lid wordt beëindigd, wordt voltooid door zijn plaatsvervanger. Bij het openvallen van een plaats van plaatsvervangend lid gaat de Senaat onverwijld over tot de benoeming van een nieuw plaatsvervangend lid. ".
" Het mandaat waarvan de uitoefening door een lid wordt beëindigd, wordt voltooid door zijn plaatsvervanger. Bij het openvallen van een plaats van plaatsvervangend lid gaat de Senaat onverwijld over tot de benoeming van een nieuw plaatsvervangend lid. ".
Art. 6. L'article 30, alinéa 2, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Le mandat qu'un membre cesse d'exercer est achevé par son suppléant. En cas de vacance d'une place de membre suppléant, le Sénat procède sans délai à la nomination d'un nouveau membre suppléant. ".
" Le mandat qu'un membre cesse d'exercer est achevé par son suppléant. En cas de vacance d'une place de membre suppléant, le Sénat procède sans délai à la nomination d'un nouveau membre suppléant. ".
Art. 7. In artikel 33, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 april 1999, vervallen de woorden " , of de voorzitter ervan namens dit Comité, ".
Art. 7. A l'article 33, alinéa 2, de la même loi, modifié par la loi du 1er avril 1999, les mots " , ou son président au nom dudit Comité, " sont supprimés.
Art. 8. Artikel 35, 1°, van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" 1° jaarlijks, door een algemeen activiteitenverslag dat, indien nodig, algemene conclusies en voorstellen kan bevatten en dat de periode betreft gaande van 1 januari tot 31 december van het voorgaande jaar. Dat verslag wordt uiterlijk op 15 april overgezonden aan de Voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat alsmede aan de bevoegde ministers. ".
" 1° jaarlijks, door een algemeen activiteitenverslag dat, indien nodig, algemene conclusies en voorstellen kan bevatten en dat de periode betreft gaande van 1 januari tot 31 december van het voorgaande jaar. Dat verslag wordt uiterlijk op 15 april overgezonden aan de Voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat alsmede aan de bevoegde ministers. ".
Art. 8. L'article 35, 1°, de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" 1° annuellement, par un rapport général d'activités qui comprend, s'il échet, des conclusions et des propositions d'ordre général et qui couvre la période allant du 1er janvier au 31 décembre de l'année précédente. Ce rapport est transmis aux Présidents de la Chambre des représentants et du Sénat ainsi qu'aux ministres compétents le 15 avril au plus tard. ".
" 1° annuellement, par un rapport général d'activités qui comprend, s'il échet, des conclusions et des propositions d'ordre général et qui couvre la période allant du 1er janvier au 31 décembre de l'année précédente. Ce rapport est transmis aux Présidents de la Chambre des représentants et du Sénat ainsi qu'aux ministres compétents le 15 avril au plus tard. ".
Art. 9. In artikel 41, tweede lid, van dezelfde wet wordt het woord " eenmaal " vervangen door het woord " tweemaal ".
Art. 9. Dans l'article 41, alinéa 2, de la même loi le mot " une " est remplacé par le mot " deux ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 1 april 1999 houdende wijziging van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten.
CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 1er avril 1999 modifiant la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignements.
Art. 10. De artikelen 29 en 30 van de wet van 1 april 1999 houdende wijziging van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten worden opgeheven.
Art. 10. Les articles 29 et 30 de la loi du 1er avril 1999 modifiant la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignements sont abrogés.
Art. 11. Artikel 35 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Art. 35. In artikel 61 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 15 december 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, derde lid, worden de woorden " een achttiende " vervangen door de woorden " een twintigste ";
2° na § 1 wordt een nieuwe § 2 ingevoegd, luidende :
" § 2. Tenzij hij uit zijn ambt is ontzet, ontvangt het lid van een Vast Comité wanneer aan zijn ambt een eind wordt gemaakt of wanneer zijn mandaat niet wordt vernieuwd, een forfaitaire toelage wegens ontslag die gelijk is aan de bruto-maandwedde van de laatste achttien maanden.
Wanneer die toelage wordt toegekend vóór de eerste ambtstermijn van vijf jaar verstreken is, wordt zij verhoudingsgewijs verminderd.
Van de toekenning van die toelage worden uitgesloten :
1° de leden op wie artikel 65 van toepassing is;
2° de leden die, vóór hun benoeming bij een Vast Comité, lid waren van een politiedienst of van een inlichtingen- en veiligheidsdienst en naar die dienst terugkeren. ".
3° § 2 wordt vernummerd tot § 3.
" Art. 35. In artikel 61 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 15 december 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, derde lid, worden de woorden " een achttiende " vervangen door de woorden " een twintigste ";
2° na § 1 wordt een nieuwe § 2 ingevoegd, luidende :
" § 2. Tenzij hij uit zijn ambt is ontzet, ontvangt het lid van een Vast Comité wanneer aan zijn ambt een eind wordt gemaakt of wanneer zijn mandaat niet wordt vernieuwd, een forfaitaire toelage wegens ontslag die gelijk is aan de bruto-maandwedde van de laatste achttien maanden.
Wanneer die toelage wordt toegekend vóór de eerste ambtstermijn van vijf jaar verstreken is, wordt zij verhoudingsgewijs verminderd.
Van de toekenning van die toelage worden uitgesloten :
1° de leden op wie artikel 65 van toepassing is;
2° de leden die, vóór hun benoeming bij een Vast Comité, lid waren van een politiedienst of van een inlichtingen- en veiligheidsdienst en naar die dienst terugkeren. ".
3° § 2 wordt vernummerd tot § 3.
Art. 11. L'article 35 de la même loi est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 35. A l'article 61 de la même loi, remplacé par la loi du 15 décembre 1993, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 3, les mots " un dix-huitième " sont remplacés par les mots " un vingtième ";
2° un § 2 (nouveau) rédigé comme suit, est inséré après le § 1er :
" § 2. Sauf s'il est révoqué, lorsqu'il est mis fin aux fonctions d'un membre d'un Comité permanent ou lorsque son mandat n'est pas renouvelé, il bénéficie d'une allocation forfaitaire de départ équivalente aux derniers dix-huit mois de salaire mensuel brut.
Cette allocation est réduite à due concurrence lorsqu'elle est octroyée avant l'expiration du premier mandat de cinq ans.
Sont exclus du bénéfice de cette allocation :
1° les membres auxquels s'applique l'article 65;
2° les membres qui étaient membres d'un service de police ou d'un service de renseignements et de sécurité avant leur nomination au Comité permanent et qui réintègrent ce service. ".
3° le § 2 devient le § 3.
" Art. 35. A l'article 61 de la même loi, remplacé par la loi du 15 décembre 1993, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 3, les mots " un dix-huitième " sont remplacés par les mots " un vingtième ";
2° un § 2 (nouveau) rédigé comme suit, est inséré après le § 1er :
" § 2. Sauf s'il est révoqué, lorsqu'il est mis fin aux fonctions d'un membre d'un Comité permanent ou lorsque son mandat n'est pas renouvelé, il bénéficie d'une allocation forfaitaire de départ équivalente aux derniers dix-huit mois de salaire mensuel brut.
Cette allocation est réduite à due concurrence lorsqu'elle est octroyée avant l'expiration du premier mandat de cinq ans.
Sont exclus du bénéfice de cette allocation :
1° les membres auxquels s'applique l'article 65;
2° les membres qui étaient membres d'un service de police ou d'un service de renseignements et de sécurité avant leur nomination au Comité permanent et qui réintègrent ce service. ".
3° le § 2 devient le § 3.
Art. 12. In artikel 44 van dezelfde wet worden de woorden " de artikelen 29, 30 en 35, die in werking treden " vervangen door de woorden " artikel 35, dat in werking treedt ".
Art. 12. Dans l'article 44 de la même loi, les mots " les articles 29, 30 et 35, qui entrent en vigueur " sont remplacés par les mots " article 35, qui entre en vigueur ".
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE IV. - Entrée en vigueur.
Art. 13. Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 20 juli 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
(Met 's Lands zegel gezegeld :
Voor de Minister van Justitie, afwezig,
De Minister van Landbouw en Middenstand,
J. GABRIELS)
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 20 juli 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT
De Minister van Binnenlandse Zaken,
A. DUQUESNE
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
(Met 's Lands zegel gezegeld :
Voor de Minister van Justitie, afwezig,
De Minister van Landbouw en Middenstand,
J. GABRIELS)
Art. 13. La présente loi entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 20 juillet 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
G. VERHOFSTADT
Le Ministre de l'Intérieur,
A. DUQUESNE
Le Ministre de la Défense,
A. FLAHAUT
Le Ministre de la Justice,
M. VERWILGHEN
(Scellé du sceau de l'Etat :
Pour le Ministre de la Justice, absent,
Le Ministre de l'Agriculture et des classes moyennes,
J. GABRIELS)
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 20 juillet 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
G. VERHOFSTADT
Le Ministre de l'Intérieur,
A. DUQUESNE
Le Ministre de la Défense,
A. FLAHAUT
Le Ministre de la Justice,
M. VERWILGHEN
(Scellé du sceau de l'Etat :
Pour le Ministre de la Justice, absent,
Le Ministre de l'Agriculture et des classes moyennes,
J. GABRIELS)