Artikel 1. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 19 april 1999 tot inrichting van een Commissie voor de analyse van de middelen voor productie van elektriciteit en de reëvaluatie van de energievectoren (AMPERE), gewijzigd door het koninklijk besluit van 25 november 1999, wordt aangevuld met een derde en vierde lid, luidende als volgt :
" De Commissie wordt bijgestaan door een internationaal Evaluatiecomité bestaande uit vijf deskundigen van internationale faam, die geen lid zijn van de Commissie en van wie de meerderheid niet van Belgische nationaliteit zijn. Deze deskundigen worden gekozen omwille van hun bekwaamheid in verband met de aangelegenheden die door de Commissie moeten worden onderzocht overeenkomstig artikel 3 van dit besluit.
Drie maanden na de indiening van het verslag van de Commissie overeenkomstig dit artikel, stelt het internationaal Evaluatiecomité een evaluatiedocument van het verslag van de Commissie op, dat openbaar gemaakt wordt na mededeling aan de Staatssecretaris en aan de leden van de Commissie. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
12 AUGUSTUS 2000. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 april 1999 tot inrichting van een Commissie voor de analyse van de middelen voor productie van elektriciteit en de reëvaluatie van de energievectoren (AMPERE).
Titre
12 AOUT 2000. - Arrêté royal portant modification de l'arrêté royal du 19 avril 1999 instituant une Commission pour l'analyse des modes de production de l'électricité et le redéploiement des énergies (AMPERE).
Informations sur le document
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1. L'article 2 de l'arrêté royal du 19 avril 1999 instituant une Commission pour l'analyse des modes de production de l'électricité et le redéploiement des énergies (AMPERE), modifié par l'arrêté royal du 25 novembre 1999, est complété par un troisième et quatrième alinéa, libellé comme suit :
" La Commission est assistée d'un Comité international d'évaluation, composé de cinq experts de renommée internationale, non-membres de la Commission, et dont la majorité ne sont pas de nationalité belge. Ces experts sont choisis en fonction de leurs compétences en rapport avec les différentes matières à examiner par la Commission, conformément à l'article 3 du présent arrêté.
Trois mois après le dépôt du rapport de la Commission, conformément au présent article, le Comité international d'évaluation rédige un document d'évaluation du rapport de la Commission, qui est rendu public après sa communication au Secrétaire d'Etat et aux membres de la Commission. ".
" La Commission est assistée d'un Comité international d'évaluation, composé de cinq experts de renommée internationale, non-membres de la Commission, et dont la majorité ne sont pas de nationalité belge. Ces experts sont choisis en fonction de leurs compétences en rapport avec les différentes matières à examiner par la Commission, conformément à l'article 3 du présent arrêté.
Trois mois après le dépôt du rapport de la Commission, conformément au présent article, le Comité international d'évaluation rédige un document d'évaluation du rapport de la Commission, qui est rendu public après sa communication au Secrétaire d'Etat et aux membres de la Commission. ".
Art. 2. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een tweede lid, dat luidt als volgt :
" Aan elk van de leden van het internationaal Evaluatiecomité bedoeld in artikel 2, derde lid, wordt een forfaitaire vergoeding toegekend van tweehonderdduizend frank. Bovendien hebben zij recht op vergoeding van hun reis- en verblijfkosten voor hun verplaatsingen naar België in het kader van hun opdracht. Deze vergoedingen worden aangerekend op dezelfde basistoelage van de begroting van het Ministerie van Economische Zaken. ".
" Aan elk van de leden van het internationaal Evaluatiecomité bedoeld in artikel 2, derde lid, wordt een forfaitaire vergoeding toegekend van tweehonderdduizend frank. Bovendien hebben zij recht op vergoeding van hun reis- en verblijfkosten voor hun verplaatsingen naar België in het kader van hun opdracht. Deze vergoedingen worden aangerekend op dezelfde basistoelage van de begroting van het Ministerie van Economische Zaken. ".
Art. 2. L'article 10 du même arrêté est complété par un deuxième alinéa, libellé comme suit :
" Une allocation forfaitaire de deux cents mille francs est attribuée à chacun des membres du Comité international d'évaluation visé à l'article 2, troisième alinéa. En outre, dans le cadre de leur mission, ils ont droit au remboursement de leurs frais de voyage et de séjour en Belgique. Ces allocations sont imputées à la même allocation de base du budget du Ministère des Affaires économiques. ".
" Une allocation forfaitaire de deux cents mille francs est attribuée à chacun des membres du Comité international d'évaluation visé à l'article 2, troisième alinéa. En outre, dans le cadre de leur mission, ils ont droit au remboursement de leurs frais de voyage et de séjour en Belgique. Ces allocations sont imputées à la même allocation de base du budget du Ministère des Affaires économiques. ".
Art. 3. In hetzelfde besluit, wordt een artikel 12bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Art. 12bis. Worden benoemd tot leden van het internationaal Evaluatiecomité bedoeld in artikel 2, derde lid : de Heren Ph. Bourdeau, B. Laponche, J.-B. Mortensen, R.-W. Morrison en Ph. Savelli. ".
" Art. 12bis. Worden benoemd tot leden van het internationaal Evaluatiecomité bedoeld in artikel 2, derde lid : de Heren Ph. Bourdeau, B. Laponche, J.-B. Mortensen, R.-W. Morrison en Ph. Savelli. ".
Art. 3. Dans le même arrêté est inséré un article 12bis, libellé comme suit :
" Art. 12bis. Sont nommés membres du Comité international d'évaluation visé à l'article 2, troisième alinéa : MM. Ph. Bourdeau, B. Laponche, J.-B. Mortensen, R.-W. Morrison et Ph. Savelli. ".
" Art. 12bis. Sont nommés membres du Comité international d'évaluation visé à l'article 2, troisième alinéa : MM. Ph. Bourdeau, B. Laponche, J.-B. Mortensen, R.-W. Morrison et Ph. Savelli. ".
Art. 4. Dit besluit treedt heden in werking.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur ce jour.
Art. 5. Onze Minister van Mobiliteit en Vervoer en Onze Staatssecretaris voor Energie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Nice, 12 augustus 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Mobiliteit en Vervoer,
Mevr. I. DURANT
De Staatssecretaris voor Energie,
O. DELEUZE
Gegeven te Nice, 12 augustus 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Mobiliteit en Vervoer,
Mevr. I. DURANT
De Staatssecretaris voor Energie,
O. DELEUZE
Art. 5. Notre Ministre de la Mobilité et des Transports et Notre Secrétaire d'Etat à l'Energie sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Nice, le 12 août 2000.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Mobilité et des Transports,
Mme I. DURANT
Le Secrétaire d'Etat à l'Energie,
O. DELEUZE
Donné à Nice, le 12 août 2000.
ALBERT
Par le Roi :
La Ministre de la Mobilité et des Transports,
Mme I. DURANT
Le Secrétaire d'Etat à l'Energie,
O. DELEUZE