Artikel 1. Zodra een betrekking van een zelfde graad als die welke opgenomen is in de aanvullende personeelsformatie, vastgesteld ter uitvoering van artikel 19 van de wet van 20 februari 1990 betreffende het personeel van de overheidsbesturen en van sommige instellingen van openbaar nut, vacant wordt in de personeelsformatie van de betrokken overheidsdienst, wordt deze betrekking van ambtswege verleend aan een van de ambtenaren van de genoemde aanvullende personeelsformatie.
De betrekking wordt verleend volgens de bepalingen die gelden inzake rangschikking van het rijkspersoneel.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
22 DECEMBER 2000. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de bepalingen betreffende de aanwijzing in de personeelsformatie van de ambtenaren die een betrekking bekleden in de aanvullende personeelsformatie.
Titre
22 DECEMBRE 2000. - Arrêté royal fixant les dispositions relatives à l'affectation au cadre organique des agents occupant un emploi du cadre organique de complément.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Article 1. Dès qu'un emploi d'un grade identique à ceux figurant au cadre organique de complément, fixé en exécution de l'article 19 de loi du 20 février 1990 relative aux agents des administrations et de certains organismes d'intérêt public, devient vacant au cadre organique du service public concerné, cet emploi est d'office attribué à un des agents dudit cadre de complément.
L'emploi est attribué selon les dispositions qui gouvernent le classement des agents de l'Etat.
L'emploi est attribué selon les dispositions qui gouvernent le classement des agents de l'Etat.
Art. 2. De in artikel 1 bedoelde ambtenaar behoudt zijn hoedanigheid en het voordeel van zijn weddeschaal.
In voorkomend geval kan hij worden aangewezen in een vacante betrekking van de graad waaraan de eerste weddeschaal is verbonden. Die affectatie blijft op hem van toepassing tot op het ogenblik dat een betrekking overeenstemmend met zijn weddeschaal vacant wordt of tot op het ogenblik dat hij, met eerbiediging van de bepalingen die gelden inzake rangschikking van het rijkspersoneel, een bevordering door verhoging in weddeschaal kan verkrijgen.
In voorkomend geval kan hij worden aangewezen in een vacante betrekking van de graad waaraan de eerste weddeschaal is verbonden. Die affectatie blijft op hem van toepassing tot op het ogenblik dat een betrekking overeenstemmend met zijn weddeschaal vacant wordt of tot op het ogenblik dat hij, met eerbiediging van de bepalingen die gelden inzake rangschikking van het rijkspersoneel, een bevordering door verhoging in weddeschaal kan verkrijgen.
Art. 2. L'agent visé à l'article 1er conserve sa qualité et le bénéfice de son échelle de traitement.
Le cas échéant, il peut être affecté à un emploi vacant du grade auquel est liée la première échelle de traitement. Cette affectation lui reste applicable jusqu'au moment où un emploi correspondant à son échelle de traitement devient vacant ou jusqu'au moment où il peut obtenir une promotion par avancement barémique dans le respect des dispositions qui régissent le classement des agents de l'Etat.
Le cas échéant, il peut être affecté à un emploi vacant du grade auquel est liée la première échelle de traitement. Cette affectation lui reste applicable jusqu'au moment où un emploi correspondant à son échelle de traitement devient vacant ou jusqu'au moment où il peut obtenir une promotion par avancement barémique dans le respect des dispositions qui régissent le classement des agents de l'Etat.
Art. 3. Onze Ministers en Onze Staatssecretarissen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen,
L. VAN DEN BOSSCHE.
Gegeven te Brussel, 22 december 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen,
L. VAN DEN BOSSCHE.
Art. 3. Nos Ministres et Nos Secrétaires d'Etat sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 22 décembre 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Fonction publique et de la Modernisation de l'administration,
L. VAN DEN BOSSCHE.
Donné à Bruxelles, le 22 décembre 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Fonction publique et de la Modernisation de l'administration,
L. VAN DEN BOSSCHE.