Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
28 JANUARI 1988. - Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Verenigde Staten van Amerika aangaande de rechtshulp in strafzaken. (NOTA : originele versie. Voor de toestanden later dan 30-01-2010, zie1988-01-28/40)
Titre
28 JANVIER 1988. - Convention entre le Royaume de Belgique et les Etats-Unis d'Amérique concernant l'entraide judiciaire en matière pénale (NOTE : version originale. Pour les situations postérieures au 31-01-2010, voir1988-01-28/40)
Table des matières
Table des matières
Tekst (22)
Texte (22)
Artikel 1. Toepassingsgebied.
  1. De overeenkomstsluitende Staten verlenen elkander, in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst, rechtshulp bij alles wat betrekking heeft op de opsporing, de vervolging en de bestraffing van misdrijven.
  2. De rechtshulp heeft meer bepaald betrekking op :
  a) de lokalisatie of identificatie van personen;
  b) de mededeling van stukken;
  c) de mededeling van gegevens en de overlegging van voorwerpen, daaronder begrepen dossiers, stukken en bewijsmateriaal;
  d) het verhoor van getuigen en de overlegging van stukken;
  e) de uitvoering van verzoeken tot huiszoeking en inbeslagneming;
  f) de overbrenging van in hechtenis genomen personen met het oog op hun verhoor als getuige of tot andere doeleinden;
  g) de lokalisatie, de opsporing, het immobiliseren, de inbeslagneming en de verbeurdverklaring van wederrechtelijk verkregen winsten; en
  h) de teruggave van hun goederen aan de slachtoffers van een misdrijf.
  3. Tenzij deze Overeenkomst het anders bepaalt wordt de rechtshulp verleend voor elk misdrijf dat door de wetten van de verzoekende Staat wordt bestraft.
  4. Deze Overeenkomst beoogt enkel de rechtshulp tussen de overeenkomstsluitende Staten. Ze kent geen enkel nieuw recht toe aan de particuliere personen wat het bekomen, het achterhouden en het uitsluiten van bewijzen betreft; ze biedt hen evenmin de mogelijkheid zich tegen de uitvoering van een verzoek te verzetten.
Article 1. Champ d'application.
  1. Les Etats contractants s'accordent, conformément aux dispositions de la présente Convention, l'entraide judiciaire pour tout ce qui concerne la recherche, la poursuite et la répression des infractions.
  2. L'entraide judiciaire s'applique notamment à :
  a) la localisation ou l'identification de personnes;
  b) la remise de documents;
  c) la communication d'informations et d'objets y compris de documents, dossiers et éléments de preuve;
  d) l'audition de témoins et la production de documents;
  e) l'exécution de demandes de perquisitions et de saisies;
  f) le transfèrement de personnes détenues en vue de leur audition comme témoins ou à d'autres fins;
  g) la localisation, la recherche, l'immobilisation, la saisie et la confiscation de gains illicites; et à;
  h) la restitution de leurs biens aux victimes d'une infraction.
  3. A moins que la présente Convention n'en dispose autrement, l'entraide est accordée pour toute infraction réprimée par les lois de l'Etat requérant.
  4. La présente Convention vise uniquement l'entraide judiciaire entre les Etats contractants. Elle n'attribue aucun droit nouveau aux particuliers en ce qui concerne l'obtention, la rétention et l'exclusion de preuves; de même, elle ne leur permet pas de s'opposer à l'exécution d'une demande.
Art. 2. Lokalisatie of identificatie van personen.
  De aangezochte Staat doet al het mogelijke om de in het verzoek vermelde personen te lokaliseren of te identificeren.
Art. 2. Localisation ou identification de personnes.
  L'Etat requis fera tout ce qui est en son pouvoir afin de localiser ou d'identifier les personnes mentionnées dans la demande.
Art. 3. Mededeling van stukken.
  1. De aangezochte Staat zorgt voor de mededeling van elke gerechtelijke akte of stuk hiertoe door de verzoekende Staat toegezonden.
  2. Elk verzoek tot mededeling van een stuk, waarin om de verschijning van een persoon voor een overheid in de verzoekende Staat wordt verzocht, wordt verzonden binnen een redelijke termijn voor de datum vastgelegd voor de verschijning.
  3. De aangezochte Staat zendt als bewijs van de mededeling een ontvangstbewijs terug, ondertekend en gedagtekend door de geadresseerde, ofwel een verklaring ondertekend door de ambtenaar die de mededeling heeft gedaan, die de vorm en de datum van de mededeling vermeldt.
Art. 3. Remise de documents.
  1. L'Etat requis assurera la remise de tout acte ou document judiciaire transmis à cet effet par l'Etat requérant.
  2. Toute demande de remise d'un document requérant la comparution d'une personne devant une autorité dans l'Etat requérant sera adressée dans un délai raisonnable avant la date fixée pour la comparution.
  3. L'Etat requis renverra comme preuve de la remise, un récépissé daté et signé par le destinataire ou une déclaration signée par l'agent qui a fait la remise, constatant la forme et la date de la remise.
Art. 4. Verschijning van getuigen en deskundigen in de verzoekende Staat.
  1. Indien de verzoekende Staat oordeelt dat de verschijning in persoon van een getuige of van een deskundige voor zijn rechterlijke overheden in het bijzonder nodig is, kan hij hiervan melding maken in het verzoek en de aangezochte Staat verzoekt deze getuige of deskundige om te verschijnen. De aangezochte Staat laat onmiddellijk het antwoord van de getuige of van de deskundige weten aan de verzoekende Staat.
  2. De getuige of de deskundige ontvangt, vanwege de verzoekende Staat, op passende wijze, terugbetaling van de reis- en verblijfkosten die werden gemaakt om aan het verzoek te voldoen. Indien de getuige of de deskundige hierom verzoekt kan de verzoekende Staat hem een voorschot betalen op de reis- en verblijfkosten; dit voorschot kan hem worden betaald door de Ambassade van deze Staat in de aangezochte Staat.
  3. De getuige of deskundige die een dagvaarding om te verschijnen, waarvan de mededeling werd gevraagd, niet is nagekomen, kan aan geen enkele straf of dwangmaatregel worden onderworpen in de aangezochte Staat, zelfs niet wanneer deze dagvaarding een verplichting om te verschijnen bevat.
Art. 4. Comparution de témoins et experts dans l'Etat requérant.
  1. Si l'Etat requérant estime que la comparution personnelle d'un témoin ou d'un expert devant ses autorités judiciaires est particulièrement nécessaire, elle peut en faire mention dans la demande et l'Etat requis invite ce témoin ou expert à comparaître. L'Etat requis fait immédiatement connaître la réponse du témoin ou de l'expert à l'Etat requérant.
  2. Le témoin ou l'expert est remboursé de fa}on appropriée par l'Etat requérant, des frais de voyage et de séjour encourus pour satisfaire à la demande. Si le témoin ou l'expert le demande, l'Etat requérant peut lui verser une avance sur les frais de voyage et de séjour; cette avance peut lui être versée par l'Ambassade de cet Etat dans l'Etat requis.
  3. Le témoin ou expert qui n'aura pas déféré à une citation à comparaître dont la remise a été demandée, ne pourra être soumis à aucune sanction ou mesure de contrainte dans l'Etat requis, même si cette citation contient des injonctions.
Art. 5. Mededeling van inlichtingen en overlegging van voorwerpen, in het bezit van overheidsbesturen of -instellingen.
  Op verzoek en tot doeleinden van deze Overeenkomst :
  a) verstrekt de aangezochte Staat elke inlichting en alle voorwerpen, daaronder begrepen de stukken of dossiers, in het bezit van een overheidsbestuur of -instelling en die voor het publiek toegankelijk zijn;
  b) kan de aangezochte Staat elke inlichting en alle voorwerpen verstrekken, daaronder begrepen de stukken of dossiers, in het bezit van een overheidsbestuur of -instelling en die niet voor het publiek toegankelijk zijn, in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden als diegene die van toepassing zijn op zijn eigen rechterlijke overheden of overheden die belast zijn met de toepassing van de wet. De aangezochte Staat kan het verzoek geheel of gedeeltelijk afwijzen zonder dat ze deze beslissing met redenen moet omkleden.
Art. 5. Communication des informations et objets en possession d'administrations ou d'organismes gouvernementaux.
  Sur demande et aux fins de la présente Convention :
  a) l'Etat requis fournira toute information et tous objets, y compris les documents ou dossiers, en possession d'une administration ou d'un organisme gouvernemental et qui sont accessibles au public;
  b) l'Etat requis peut communiquer toute information et tous objets, y compris les documents ou dossiers, en possession d'une administration ou d'un organisme gouvernemental et qui ne sont pas accessibles au public, dans la même mesure et aux mêmes conditions que celles applicables à ses propres autorités judiciaires ou chargées de l'application de la loi. L'Etat requis peut rejeter la demande en tout ou en partie sans devoir motiver sa décision.
Art. 6. Het horen van getuigen en de overlegging van stukken in de aangezochte Staat.
  1. Iedere persoon van wie bewijsmateriaal wordt verlangd wordt, indien nodig, gedagvaard om te verschijnen teneinde te getuigen of voorwerpen over te leggen, daaronder begrepen stukken, dossiers of bewijsmateriaal, in dezelfde mate als in geval van een aan de gang zijnd onderzoek of een lopende procedure in de aangezochte Staat.
  Rechten tot verschoning van het afleggen van getuigenissen krachtens de wetten van de verzoekende Staat worden niet in aanmerking genomen bij de uitvoering van verzoeken op grond van dit artikel; niettemin, indien deze worden ingeroepen, wordt er melding van gemaakt in het proces-verbaal.
  2. De aangezochte Staat vermeldt op verzoek datum en plaats van het getuigenverhoor.
  3. De aangezochte Staat stemt, bij de uitvoering van een verzoek, in met de aanwezigheid van de beschuldigde, de raadsman van de beschuldigde en van iedere andere in het verzoek vermelde belanghebbende.
  4. De overheid die het verzoek uitvoert geeft iedere persoon wiens aanwezigheid is toegestaan de mogelijkheid om vragen te laten stellen aan de persoon wiens getuigenis gevraagd is. De vragen worden gesteld volgens de procedure die van toepassing is in de aangezochte Staat.
Art. 6. Audition de témoins et production de documents dans l'Etat requis.
  1. Toute personne dont on désire obtenir des éléments de preuve est, si nécessaire, citée à comparaître pour témoigner ou pour produire des objets, y compris des documents, des dossiers ou des éléments de preuve, tout comme s'il s'agissait d'une instruction ou procédure en cours dans l'Etat requis.
  Les dispenses légales de témoigner propres aux lois de l'Etat requérant ne seront pas prises en considération lors de l'exécution des demandes sur base de cet article; néanmoins si elles sont invoquées, le procès-verbal en fera mention.
  2. L'Etat requis communique, sur demande, la date et le lieu de l'audition du témoin.
  3. L'Etat requis autorise, lors de l'exécution d'une demande, la présence de l'accusé, du conseil de l'accusé et de toute autre personne concernée et qui est mentionnée dans la demande.
  4. L'autorité qui exécute la demande donne à toute personne dont la présence est autorisée, la possibilité de faire poser des questions à la personne dont le témoignage est demandé. Les questions seront posées selon la procédure applicable dans l'Etat requis.
Art. 7. Uitvoering van verzoeken tot huiszoeking en inbeslagneming.
  1. De aangezochte Staat geeft, voor zover zijn wetgeving zulks toelaat, gevolg aan een verzoek tot huiszoeking of tot inbeslagneming, alsmede tot overdracht aan de verzoekende Staat van alle voorwerpen, daaronder begrepen stukken, dossiers en bewijsmateriaal, op voorwaarde dat het verzoek gegevens bevat die een dergelijke handeling rechtvaardigen ten aanzien van de wetten van de aangezochte Staat. De huiszoeking en de inbeslagneming worden uitgevoerd overeenkomstig de wet van de aangezochte Staat.
  2. De aangezochte Staat kan de overdracht van voorwerpen afhankelijk stellen van de voorwaarde dat de verzoekende Staat voldoende waarborgen geeft dat ze zo spoedig mogelijk zullen worden teruggegeven aan de aangezochte Staat. Wanneer een dergelijke voorwaarde niet werd uitgedrukt bestaat er geen enkele verplichting om de voorwerpen aan de aangezochte Staat terug te geven. De aangezochte Staat kan de overdracht van voorwerpen ook verdagen indien ze in deze Staat als bewijs moeten dienen.
  3. De rechten van derden op deze voorwerpen worden behoorlijk gevrijwaard.
Art. 7. Exécution des demandes de perquisition et de saisie.
  1. Dans la mesure permise par sa législation, l'Etat requis donne suite à une demande de perquisition ou de saisie, ainsi que de remise à l'Etat requérant de tous objets, y compris les documents, dossiers et éléments de preuve, à condition que la demande contienne les informations justifiant une telle action au regard des lois de l'Etat requis. La perquisition et la saisie sont effectuées conformément aux lois de l'Etat requis.
  2. L'Etat requis peut subordonner la remise des objets à la condition que l'Etat requérant donne une garantie suffisante qu'ils seront restitués à l'Etat requis aussi rapidement que possible. Lorsqu'une telle condition n'a pas été exprimée, il n'existe aucune obligation de restituer les objets à l'Etat requis. L'Etat requis peut aussi ajourner la remise des objets s'ils doivent servir de preuve dans cet Etat.
  3. Les droits des tiers sur ces objets sont dûment respectés.
Art. 8. Procedures betreffende de toelaatbaarheid van het bewijs.
  1. De verzoekende Staat kan vragen dat de aangezochte Staat bijzondere procedures volgt bij de uitvoering van een verzoek bepaald in de artikelen 5, 6 of 7, teneinde de toelaatbaarheid van de overgelegde of in beslag genomen voorwerpen te verzekeren; de aangezochte Staat volgt deze procedures op voorwaarde dat ze niet verboden zijn door zijn recht.
  2. De in België in beslag genomen goederen worden onder de bewaring geplaatst van de griffie van de rechtbank nadat er vooraf een inventaris van werd opgemaakt. Deze voorwerpen worden door de griffie ter beschikking gehouden van de autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika. Deze griffie levert op verzoek, tegelijkertijd met de overgelegde voorwerpen, attesten af die in overeenstemming zijn met het formulier dat bij deze Overeenkomst in bijlage is gevoegd. Deze attesten worden opgemaakt door iedere persoon die het voorwerp in zijn bezit heeft gehad vanaf het ogenblik van de inbeslagneming.
  Deze attesten worden in de Verenigde Staten van Amerika aanvaard als bewijs van de erin vermelde feiten; er wordt geen enkel ander attest vereist.
  3. Indien de omstandigheden dit vereisen plegen de Centrale Overheden met elkaar overleg aangaande de modaliteiten voor de te volgen bijzondere procedures.
Art. 8. Procédures relatives à l'admissibilité de la preuve.
  1. L'Etat requérant peut demander que l'Etat requis suive des procédures particulières dans l'exécution d'une demande prévue aux articles 5, 6 ou 7 en vue d'assurer l'admissibilité des objets remis ou saisis; l'Etat requis suivra ces procédures à condition qu'elles ne soient pas prohibées par son droit.
  2. Les objets saisis en Belgique sont placés sous la garde du greffe du tribunal après avoir été au préalable inventoriés. Ces objets sont tenus par ce greffe à la disposition des autorités des Etats-Unis d'Amérique. Sur demande, ce greffe fournit, en même temps que les objets remis, des attestations conformes au formulaire annexé à la présente Convention qui seront établies par toute personne ayant eu l'objet en sa possession à partir du moment de la saisie.
  Ces attestations sont admises aux Etats-Unis d'Amérique comme preuve des faits qui y sont mentionnés; aucune autre attestation ne sera exigée.
  3. Si les circonstances l'exigent, les autorités centrales se consultent sur les modalités relatives aux procédures particulières à suivre.
Art. 9. Overbrenging naar de verzoekende Staat van personen die in de aangezochte Staat in hechtenis verkeren.
  1. Iedere persoon die in de aangezochte Staat in hechtenis verkeert en waarvan de aanwezigheid in de verzoekende Staat noodzakelijk is voor de rechtshulp waarin deze Overeenkomst voorziet, wordt naar de verzoekende Staat overgebracht op voorwaarde dat deze persoon daarmee instemt en dat de aangezochte Staat geen redenen heeft om deze overbrenging te weigeren.
  2. De aangezochte Staat kan de uitvoering van het verzoek uitstellen zolang de aanwezigheid van deze persoon noodzakelijk is, in deze Staat voor een onderzoek of een procedure.
  3. De verzoekende Staat heeft de bevoegdheid en is verplicht de persoon in hechtenis te houden, tenzij de aangezochte Staat zijn invrijheidstelling heeft bevolen.
  4. Zodra de omstandigheden het toestaan, tenzij anders werd overeengekomen, levert de verzoekende Staat elke persoon die niet krachtens § 3 in vrijheid werd gesteld terug over aan de bewaring van de aangezochte Staat.
  De verzoekende Staat kan niet weigeren een overgebrachte persoon terug te zenden om reden dat deze persoon een onderdaan van die Staat is.
Art. 9. Transfèrement vers l'Etat requérant de personnes détenues dans l'Etat requis.
  1. Toute personne détenue dans l'Etat requis et dont la présence dans l'Etat requérant est nécessaire aux fins de l'entraide prévue par la présente Convention, sera transférée vers l'Etat requérant à condition qu'elle y consente et que l'Etat requis n'ait pas de motif pour refuser ce transfèrement.
  2. L'Etat requis peut différer l'exécution de la demande aussi longtemps que la présence de cette personne est nécessaire dans cet Etat aux fins d'une instruction ou d'une procédure.
  3. L'Etat requérant a le pouvoir et l'obligation de garder la personne en détention sauf si l'Etat requis a ordonné sa mise en liberté.
  4. Dès que les circonstances le permettront, à moins qu'il n'en soit autrement convenu, l'Etat requérant remettra à la garde de l'Etat requis toute personne qui n'aura pas été remise en liberté en application du § 3.
  L'Etat requérant ne pourra refuser de renvoyer une personne transférée pour le motif que cette personne est un ressortissant de cet Etat.
Art. 10. Overbrenging naar de aangezochte Staat van personen die in de verzoekende Staat in hechtenis verkeren.
  1. De verzoekende Staat kan vragen, met het oog op de rechtshulp waarin deze Overeenkomst voorziet, dat een persoon die hij in hechtenis houdt, wordt overgebracht naar de aangezochte Staat op voorwaarde dat deze persoon daarmee instemt en dat de aangezochte Staat geen redenen heeft om deze overbrenging te weigeren.
  2. De aangezochte Staat heeft de bevoegdheid en is verplicht deze persoon in hechtenis te houden tenzij de verzoekende Staat zijn invrijheidstelling heeft bevolen.
  3. Zodra de omstandigheden het toestaan, tenzij anders werd overeengekomen, levert de aangezochte Staat elke persoon die niet krachtens § 2 in vrijheid werd gesteld terug over aan de bewaring van de verzoekende Staat. De aangezochte Staat kan niet weigeren de overgebrachte persoon terug te zenden om reden dat deze persoon een onderdaan van die Staat is.
Art. 10. Transfèrement vers l'Etat requis de personnes détenues dans l'Etat requérant.
  1. Aux fins de l'entraide prévue par la présente Convention, l'Etat requérant peut demander qu'une personne qu'il détient soit transférée vers l'Etat requis à condition que cette personne y consente et que l'Etat requis n'ait pas de motif pour refuser ce transfèrement.
  2. L'Etat requis a le pouvoir et l'obligation de garder cette personne en détention sauf si l'Etat requérant a ordonné sa mise en liberté.
  3. Dès que les circonstances le permettent, à moins qu'il n'en soit autrement convenu, l'Etat requis renverra à la garde de l'Etat requérant toute personne qui n'aura pas été remise en liberté en application du § 2. L'Etat requis ne pourra refuser de renvoyer la personne transférée pour le motif que cette personne est un ressortissant de cet Etat.
Art. 11. Toepassing van de artikelen 9 en 10.
  1. In geval van toepassing van de artikelen 9 en 10 :
  a) de hechtenis ondergaan in de Staat naar dewelke de persoon werd overgebracht wordt afgetrokken van de duur van de vrijheidsbeneming die in de andere Staat nog moet worden ondergaan;
  b) de overgebrachte persoon kan in de Staat naar dewelke hij werd overgebracht niet worden vervolgd, in hechtenis gehouden, of aan enige andere vrijheidsbeperking worden onderworpen voor feiten of veroordelingen welke voorafgingen aan zijn overbrenging;
  c) de in letter b) van dit artikel bedoelde immuniteit neemt een einde wanneer de overgebrachte persoon :
  (i) hoewel hij gedurende vijftien opeenvolgende dagen de mogelijkheid had de Staat naar dewelke hij werd overgebracht te verlaten, daar gebleven is; of
  (ii) na deze Staat te hebben verlaten, er is teruggekeerd.
  2. In geval van vlucht van de overgebrachte persoon neemt de Staat naar dewelke deze persoon werd overgebracht alle maatregelen die tot zijn aanhouding kunnen leiden.
  3. Elke persoon die krachtens de artikelen 9 of 10 is overgebracht wordt teruggebracht zonder dat de uitleveringsprocedure moet worden aangewend.
Art. 11. Application des articles 9 et 10.
  1. Lorsqu'il est fait application des articles 9 et 10 :
  a) la détention subie dans l'Etat vers lequel la personne a été transférée est imputée sur la durée de la privation de liberté restant à subir dans l'autre Etat;
  b) la personne transférée ne peut être poursuivie, détenue ou soumise à aucune autre restriction de sa liberté individuelle dans l'Etat vers lequel elle a été transférée pour des faits ou condamnations antérieurs à son transfèrement;
  c) l'immunité prévue à la lettre b) du présent article cesse lorsque la personne transférée :
  (i) ayant eu la possibilité pendant quinze jours consécutifs de quitter l'Etat vers lequel elle a été transférée, y est restée; ou
  (ii) après l'avoir quitté, y est retournée.
  2. En cas de fuite de la personne transférée, l'Etat vers lequel cette personne a été transférée, prend toute mesure en vue de son arrestation.
  3. Toute personne transférée en vertu des articles 9 ou 10 sera reconduite sans qu'il y ait lieu de recourir à la procédure d'extradition.
Art. 12. Wederrechtelijk verkregen winsten en restitutie aan de slachtoffers.
  1. Iedere overeenkomstsluitende Staat verbindt zich ertoe, voor zover zijn intern recht toepasselijk op het ogenblik van het verzoek zulks toestaat, de hulp toe te kennen waardoor het mogelijk is :
  a) over te gaan tot de lokalisatie, de opsporing, het immobiliseren, de inbeslagneming en de verbeurdverklaring van op wederrechtelijke wijze bekomen winsten; en
  b) te zorgen voor de teruggave van hun goederen aan slachtoffers van een misdrijf.
  2. De Centrale Overheid van een overeenkomstsluitende Staat die redenen heeft om aan te nemen dat de andere Staat op wederrechtelijke wijze bekomen winsten kunnen worden ontdekt, brengt de Centrale Overheid van deze Staat hiervan op de hoogte. Deze laatste oordeelt welk gevolg er aan deze informatie dient gegeven te worden en laat zo spoedig mogelijk weten welke maatregelen werden getroffen.
Art. 12. Gains illicites et restitution aux victimes.
  1. Dans les limites permises par son droit interne applicable au moment de la demande, chacun des Etats contractants s'engage à accorder l'aide permettant :
  a) de procéder à la localisation, à la recherche, à l'immobilisation, à la saisie et à la confiscation de gains acquis de manière illicite; et
  b) d'assurer la restitution de leurs biens aux victimes d'une infraction.
  2. L'Autorité centrale d'un Etat contractant ayant des raisons de croire que des gains illicites peuvent être découverts dans l'autre Etat, en informe l'Autorité centrale de celui-ci qui apprécie la suite à donner à cette information et fait connaître dès que possible les mesures prises.
Art. 13. Beperkingen van de rechtshulp.
  1. De Centrale Overheid van de aangezochte Staat kan weigeren gevolg te geven aan een verzoek in de mate waarin :
  a) de uitvoering van het verzoek een aantasting zou zijn van de soevereiniteit, de veiligheid of andere wezenlijke algemene belangen van de aangezochte Staat;
  b) het verzoek betrekking heeft op een overtreding van de militaire wetten die geen misdrijf naar de gewone strafwet is; of
  c) het verzoek niet in overeenstemming is met de bepalingen van deze Overeenkomst.
  2. De Centrale Overheid van de aangezochte Staat kan eveneens weigeren gevolg te geven aan een verzoek indien deze betrekking heeft op een politiek misdrijf.
  Deze paragraaf is niet van toepassing op de misdrijven voor dewelke de overeenkomstsluitende Staten de mogelijkheid hebben ze niet als politiek te beschouwen naar luid van elk ander verdrag of elke andere Overeenkomst waarbij ze partij zijn.
  3. Indien, in overeenstemming met dit artikel, een beslissing tot weigering wordt overwogen, plegen de Centrale Overheden voorafgaand overleg om te bepalen onder welke voorwaarden de rechtshulp eventueel kan worden toegekend. Indien de verzoekende Staat de hulp onder deze voorwaarden aanvaardt verbindt hij zich ertoe deze te eerbiedigen.
  4. De Centrale Overheid van de aangezochte Staat kan de uitvoering van een verzoek uitstellen of er slechts gevolg aan geven onder bepaalde voorwaarden indien de uitvoering een aan de gang zijnd onderzoek of een lopende wettelijke procedure in die Staat kan belemmeren.
  5. De Centrale Overheid van de aangezochte Staat licht de Centrale Overheid van de verzoekende Staat zo spoedig mogelijk in over de reden van de weigering of van het uitstel van de uitvoering van het verzoek.
Art. 13. Limites de l'entraide.
  1. L'Autorité centrale de l'Etat requis peut refuser de donner suite à une demande dans la mesure où :
  a) l'exécution de la demande porterait atteinte à la souveraineté, à la sécurité ou à d'autres intérêts publics essentiels de l'Etat requis;
  b) la demande est relative à une infraction aux lois militaires qui n'est pas une infraction d'après la loi pénale ordinaire; ou
  c) la demande n'est pas conforme aux dispositions de la présente Convention.
  2. L'Autorité centrale de l'Etat requis peut également refuser de donner suite à une demande si celle-ci est relative à une infraction politique.
  Le présent paragraphe ne s'applique pas aux infractions que les Etats contractants ont la faculté de ne pas considérer comme politiques aux termes de tout autre accord international auquel ils sont partie.
  3. Si, conformément au présent article, une décision de refus est envisagée, elle sera précédée d'une consultation entre les Autorités centrales aux fins de déterminer à quelles conditions l'entraide peut éventuellement être accordée. Si l'Etat requérant accepte l'entraide sous ces conditions, il s'engage à les respecter.
  4. L'Autorité centrale de l'Etat requis peut différer l'exécution d'une demande ou n'y donner suite que sous certaines conditions si l'exécution est de nature à entraver une instruction ou une procédure légale en cours dans cet Etat.
  5. L'Autorité centrale de l'Etat requis informe, aussi rapidement que possible, l'Autorité centrale de l'Etat requérant du motif du refus ou de l'ajournement de l'exécution de la demande.
Art. 14. Bescherming van de vertrouwelijke aard.
  De aangezochte Staat stelt alles in het werk, indien de verzoekende Staat dit wenst, om de vertrouwelijke aard van een verzoek en van de inhoud ervan te vrijwaren.
  Indien er geen gevolg kan worden gegeven aan het verzoek zonder aantasting van het gevraagde vertrouwelijk karakter, dan brengt de Centrale Overheid van de aangezochte Staat dit ter kennis van de Centrale Overheid van de verzoekende Staat die dient te beslissen of het verzoek niettemin mag worden uitgevoerd.
Art. 14. Protection du caractère confidentiel.
  Si l'Etat requérant en exprime le souhait, l'Etat requis met tout en oeuvre afin de sauvegarder le caractère confidentiel d'une demande et de son contenu.
  S'il ne peut être donné suite à la demande sans qu'il soit porté atteinte au caractère confidentiel postulé, l'Autorité centrale de l'Etat requis en informe l'Autorité centrale de l'Etat requérant à laquelle il appartient de décider si la demande peut néanmoins être exécutée.
Art. 15. Inhoud van de verzoeken.
  1. Een verzoek om rechtshulp vermeldt :
  a) de naam van de overheid die het onderzoek of de procedure waarop het verzoek betrekking heeft, leidt;
  b) het onderwerp en de aard van het onderzoek of van de procedure;
  c) een beschrijving van de gewenste gegevens of van het gezochte voorwerp of van de te verrichten tussenkomst; en
  d) het doel waartoe de gegevens, het voorwerp of de tussenkomst worden gevraagd.
  2. Voor zover noodzakelijk, en in de mate van het mogelijke, houdt het verzoek in :
  a) de beschikbare gegevens betreffende de identiteit en de lokalisatie van een op te sporen persoon;
  b) de identiteit en de lokalisatie van de persoon voor wie een stuk bestemd is, zijn betrokkenheid bij de procedure en de wijze waarop de mededeling moet geschieden;
  c) de identiteit en de lokalisatie van personen van wie bewijsmateriaal wordt verlangd;
  d) een beschrijving van de wijze waarop een getuigenis dient te worden afgenomen en opgetekend;
  e) een lijst van de te beantwoorden vragen;
  f) een nauwkeurige beschrijving van de plaats waar de huiszoeking moet worden verricht en van de voorwerpen die in beslag moeten worden genomen;
  g) een beschrijving van iedere bijzondere procedure die moet worden gevolgd bij de uitvoering van het verzoek; en
  h) gegevens betreffende de vergoedingen waarop de getuige of de deskundige, die in de verzoekende Staat moeten verschijnen, recht zouden kunnen hebben.
Art. 15. Contenu des demandes.
  1. Une demande d'assistance précise :
  a) le nom de l'autorité qui dirige l'instruction ou la procédure à laquelle la demande a trait;
  b) la matière et la nature de l'instruction ou de la procédure;
  c) une description de l'information ou de l'objet recherché ou de l'intervention à entreprendre; et
  d) le but pour lequel l'information, l'objet ou l'intervention sont demandés.
  2. Pour autant que nécessaire, et dans la mesure du possible, la demande comprend :
  a) les informations disponibles sur l'identité et la localisation d'une personne à rechercher;
  b) l'identité et la localisation du destinataire d'une pièce, sa relation avec la procédure et la manière dont la remise de la pièce doit être effectuée;
  c) l'identité et la localisation de personnes dont on désire obtenir des éléments de preuve;
  d) une description de la manière dont un témoignage doit être recueilli et transcrit;
  e) une liste des questions auxquelles il y a lieu de répondre;
  f) une description exacte de l'endroit où la perquisition doit avoir lieu ainsi que des objets à saisir;
  g) une description de toute procédure particulière à suivre pour l'exécution de la demande; et
  h) des informations relatives aux indemnités auxquelles pourrait avoir droit le témoin ou l'expert appelé à comparaître dans l'Etat requérant.
Art. 16. Uitvoering van het verzoek en terugzending van de voorwerpen.
  1. De Centrale Overheid van de aangezochte Staat geeft zo spoedig mogelijk gevolg aan het verzoek of verzendt het, indien nodig, voor uitvoering aan de bevoegde overheid die, in de mate van het mogelijke, het verzoek uitvoert.
  De rechterlijke overheden van de aangezochte Staat zijn bevoegd voor het uitreiken van dagvaardingen om te verschijnen, van huiszoekingsbevelen of van andere beschikkingen die nodig zijn voor de uitvoering van het verzoek.
  2. De verzoeken worden uitgevoerd in overeenstemming met het intern recht en de interne procedures van de aangezochte Staat, tenzij deze Overeenkomst er anders over beschikt. De in het verzoek aangegeven procedures worden nageleefd, zelfs indien zij in de aangezochte Staat ongebruikelijk zijn, voor zover zij niet uitdrukkelijk verboden zijn door de wetten van die Staat.
  3. De aangezochte Staat kan afschriften van de stukken verstrekken, daaronder begrepen documenten, dossiers en bewijsmateriaal, verkregen ter uitvoering van het verzoek. De aangezochte Staat verstrekt, op verzoek van de verzoekende Staat, in de mate van het mogelijke de originelen.
  4. De verzoekende Staat zendt, onverminderd de bepalingen van artikel 7, alle voorwerpen die verstrekt werden voor de uitvoering van het verzoek tot rechtshulp zo snel mogelijk terug, tenzij de aangezochte Staat er afstand van doet.
Art. 16. Exécution de la demande et renvoi des objets.
  1. L'Autorité centrale de l'Etat requis donne suite aussitôt que possible à la demande ou, si nécessaire, la transmet pour exécution, à l'autorité compétente qui, dans la mesure du possible, exécute la demande.
  Les autorités judiciaires de l'Etat requis sont compétentes pour délivrer des citations à comparaître, des mandats de perquisition ou d'autres ordonnances nécessaires pour l'exécution de la demande.
  2. A moins que la présente Convention n'en dispose autrement, les demandes sont exécutées conformément au droit et aux procédures internes de l'Etat requis. Les procédures spécifiées dans la demande sont suivies, même si elles sont inhabituelles dans l'Etat requis, pour autant qu'elles ne soient pas prohibées expressément par les lois de cet Etat.
  3. L'Etat requis peut fournir des copies des pièces y compris des documents, dossiers et éléments de preuve recueillis en exécution de la demande. A la demande de l'Etat requérant, l'Etat requis fournit les originaux dans toute la mesure du possible.
  4. Sans préjudice des dispositions de l'article 7, l'Etat requérant renvoie aussi rapidement que possible tous les objets qui ont été fournis en exécution de la demande d'entraide à moins que l'Etat requis n'y renonce.
Art. 17. Centrale Overheden.
  1. Alle verzoeken om rechtshulp worden ingediend en uitgevoerd door tussenkomst van een Centrale Overheid voor elk van de overeenkomstsluitende Staten. Deze Centrale Overheden onderhouden rechtstreeks contact met elkaar met het oog op de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst.
  2. In deze Overeenkomst wordt verstaan onder Centrale Overheid :
  a) voor het Koninkrijk België, de Minister van Justitie, zijn vertegenwoordiger of zijn gemachtigde;
  b) voor de Verenigde Staten van Amerika, de Attorney General of de door hem aangewezen vertegenwoordigers.
Art. 17. Autorités centrales.
  1. Toute demande d'entraide est présentée et exécutée par l'intermédiaire d'une Autorité centrale pour chacun des Etats contractants. Ces Autorités centrales communiquent directement entre elles en vue de l'application des dispositions de la présente Convention.
  2. Aux fins de la présente Convention, on entend par Autorité centrale :
  a) pour le Royaume de Belgique, le Ministre de la Justice, son représentant ou son délégué;
  b) pour les Etats-Unis d'Amérique, l'Attorney General ou les représentants qu'ils aura désignés.
Art. 18. Kosten en vertalingen.
  1. De aangezochte Staat verleent hulp aan de verzoekende Staat zonder financiële tussenkomst van deze Staat, met uitzondering van de erelonen van particuliere deskundigen indien het verzoek toestaat op deze deskundigen een beroep te doen.
  2. De verzoekende Staat draagt alle kosten met betrekking tot de overbrenging, op grond van de artikelen 9 en 10, van een persoon in hechtenis.
  3. Indien in de loop van de uitvoering van het verzoek duidelijk blijkt dat uitzonderlijke kosten moeten gemaakt worden om er gevolg aan te geven, dan plegen de Centrale Overheden overleg met elkaar wat de modaliteiten en voorwaarden betreft volgens dewelke de uitvoering van het verzoek kan worden verdergezet.
  4. De door deze Overeenkomst bedoelde verzoeken worden opgesteld in de Engelse taal en in de Franse of de Nederlandse taal; de begeleidende brieven uitgaande van een Centrale Overheid hoeven echter niet te worden vertaald.
  Indien nodig worden de bij deze verzoeken gevoegde stukken vertaald door de verzoekende Staat.
  De verzoekende Staat is belast met de vertaling van de stukken die verstrekt worden ter uitvoering van de verzoeken.
Art. 18. Frais et traductions.
  1. L'Etat requis prête son assistance à l'Etat requérant sans participation financière de cet Etat à l'exception des honoraires d'experts privés si la demande autorise le recours à ces experts.
  2. L'Etat requérant supporte toutes les dépenses relatives au transfèrement d'une personne détenue qui a été effectué sur base des articles 9 et 10.
  3. Si, au cours de l'exécution de la demande, il s'avère manifeste que, pour y donner suite, des frais exceptionnels doivent être engagés, les Autorités centrales se concertent sur les modalités et conditions auxquelles l'exécution de la demande peut être poursuivie.
  4. Les demandes prévues par la présente Convention sont établies en langue anglaise et en langue française ou néerlandaise; toutefois, les lettres de transmission émanant d'une Autorité centrale ne doivent pas être traduites.
  S'il y a lieu, les pièces jointes à ces demandes sont traduites par l'Etat requérant.
  La traduction des documents fournis en exécution des demandes incombe à l'Etat requérant.
Art. 19. Andere overeenkomsten en intern recht.
  De uit deze Overeenkomst voortvloeiende rechtshulp en procedures vormen geen belemmering voor de rechtshulp en procedures waarin voorzien is door andere internationale overeenkomsten of akkoorden, alsmede door het intern recht en de interne praktijk van de overeenkomstsluitende Staten.
Art. 19. Autres conventions et droit interne.
  L'entraide et les procédures résultant de la présente Convention ne font pas obstacle aux entraides et procédures prévues par d'autres conventions ou accords internationaux, ainsi que par le droit et la pratique internes des Etats contractants.
Art. 20. Inwerkingtreding en opzegging.
  1. Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd. De uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden vindt zo spoedig mogelijk plaats te Brussel.
  2. Deze Overeenkomst treedt in werking de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van de uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden.
  3. Deze Overeenkomst is van toepassing op misdrijven, begaan zowel voor als na zijn inwerkingtreding.
  4. Iedere overeenkomstsluitende Staat kan deze Overeenkomst opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere overeenkomstsluitende Staat. De opzegging wordt effectief zes maanden na de datum van de kennisgeving.
  Ten blijke waarvan, de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
  Gedaan te Washington, op achtentwintig januari 1988, in twee exemplaren, ieder in de Engelse, de Franse en de Nederlandse taal, de drie teksten zijnde gelijkelijk authentiek.
Art. 20. Entrée en vigueur et dénonciation.
  1. La présente Convention sera ratifiée. L'échange des instruments de ratification aura lieu à Bruxelles le plus tôt possible.
  2. La présente Convention entrera en vigueur le premier jour du deuxième mois qui suit la date de l'échange des instruments de ratification.
  3. La présente Convention s'applique aux infractions commises aussi bien avant qu'après son entrée en vigueur.
  4. Chacun des Etats contractants peut dénoncer la présente Convention par notification écrite à l'autre Etat contractant. Cette dénonciation sortira ses effets six mois après la date de ladite notification.
  En foi de quoi, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé la présente Convention.
  Fait à Washington, le vingt-huit janvier 1988, en double exemplaire, en langue anglaise, française et néerlandaise, les trois textes faisant également foi.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage. FORMULIER.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 08-12-1999, p. 45441).
Art. N. Annexe. FORMULAIRE.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-12-1999, p. 45440 - 45441).