Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
13 MEI 1997. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 1997, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de vorming (Overeenkomst geregistreerd op 16 september 1997 onder het nummer 45053/CO/109).
Titre
13 MAI 1997. - Convention collective de travail du 13 mai 1997, conclue au sein de la Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la confection, relative aux mesures en faveur de l'emploi et la formation (Convention enregistrée le 16 septembre 1997 sous le numéro 45053/CO/109).
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden en werksters van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf ressorteren.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux ouvriers et ouvrières des entreprises ressortissant à la Commission paritaire de l'industrie de l'habillement et de la confection.
Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten in uitvoering van hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.
Art. 2. La présente convention collective de travail est conclue en exécution du chapitre II de l'arrêté royal du 27 janvier 1997 contenant des mesures pour la promotion de l'emploi en application de l'article 7, § 2 de la loi du 26 juillet 1996 relative à la promotion de l'emploi et à la sauvegarde préventive de la compétitivité.
Art. 3. De werkgevers bedoeld in artikel 1 van deze collectieve arbeidsovereenkomst zijn voor de jaren 1997 en 1998 een inspanning van 0,10 pct. verschuldigd berekend op grond van het volledige loon van de werklieden en werksters, zoals bedoeld in artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en de uitvoeringsbesluiten van deze wet.
  Deze inspanning is bestemd voor de personen die behoren tot de risicogroepen of op wie een begeleidingsplan van toepassing is.
  De betaling wordt verricht aan het " Sociaal Waarborgfonds voor de arbeiders van de kleding- en confectienijverheid ", zoals voorzien in artikel 3, § 9° van de statuten van dit fonds. Dit sociaal waarborgfonds draagt deze middelen over aan het " Instituut voor Vorming en Onderzoek in de Confectie (IVOC) ".
Art. 3. Les employeurs visés à l'article 1 de la présente convention collective de travail sont redevables, pour les années 1997 et 1998, d'un effort de 0,10 pc calculé sur la base du salaire global des ouvriers et ouvrières, comme prévu à l'article 23 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés et aux arrêtés d'exécution de cette loi.
  Cet effort est destiné aux personnes qui appartiennent aux groupes à risque ou auxquelles s'applique un plan d'accompagnement.
  Le paiement est effectué au " Fonds Social de Garantie pour ouvriers de l'industrie de l'habillement et de la confection ", comme prévu à l'article 3, 9° des statuts dudit fonds. Ce fonds social de garantie transmet ces cotisations à " l'Institut pour la Recherche et l'Enseignement dans la confection (IREC) ".
Art. 4. De forfaitaire vergoeding ten belope van 10 000 F aan de werkgever die een loopbaanonderbreking met vervanging toestaat - ingevoerd bij artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 maart 1989 betreffende de sectoriële tewerkstellings- en vormingsinitiatieven - wordt verder toegekend tijdens de duur van deze collectieve arbeidsovereenkomst overeenkomstig artikel 5, § 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 mei 1997 betreffende de beroepsloopbaanonderbreking.
Art. 4. L'indemnité forfaitaire de 10 000 F, octroyée aux employeurs qui autorisent une interruption de carrière avec remplacement - introduite par l'article 3 de la convention collective de travail du 15 mars 1989 concernant les initiatives sectorielles en matière d'emploi et de formation - continue à être octroyée pendant la durée de la présente convention collective de travail, conformément à l'article 5, § 5 de la convention collective de travail, de la convention collective de travail du 13 mai 1997 relative à l'interruption de la carrière professionnelle.
Art. 5. Binnen het " Instituut voor Vorming en Onderzoek in de Confectie (IVOC) " wordt door de ondertekenende organisaties beslist welke vormings- en opleidingsinitiatieven verder ontwikkeld worden ten gunste van de personen die behoren tot de risicogroepen of op wie een begeleidingsplan van toepassing is.
  Personen die behoren tot de risicogroepen zijn werkzoekenden en werknemers die door opleidingsinitiatieven hun werkgelegenheid kunnen behouden of hun kansen op de arbeidsmarkt kunnen verhogen.
Art. 5. Les organisations signataires représentées au sein de l'" Institut pour la Recherche et l'Enseignement dans la Confection (IREC) " détermineront quelles initiatives d'emploi et de formation sont élaborées en faveur des groupes à risques auxquelles s'applique un plan d'accompagnement.
  Les personnes qui appartiennent aux groupes à risque sont des demandeurs d'emploi et des travailleurs, pouvant sauvegarder leur emploi ou augmenter leur possibilités sur le marché du travail.
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998. Zij treedt evenwel slechts in werking onder de opschortende voorwaarde dat de in deze collectieve arbeidsovereenkomst voorziene inspanningen voor de jaren 1997 en 1998 door de Minister van Tewerkstelling en Arbeid goedgekeurd worden overeenkomstig hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen tot bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.
Art. 6. La présente convention collective de travail produit ses effets le 1er janvier 1997 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 1998. Elle ne peut cependant pas entrer en vigueur que sous la condition suspensive que les efforts prévus par la présente convention collective de travail pour les années 1997 et 1998 soient considérés comme des efforts reconnus par le Ministre de l'Emploi et du Travail conformément au chapitre II de l'arrêté royal du 27 janvier 1997 contenant des mesures pour la promotion de l'emploi en application de l'article 7 § 2 de la loi du 26 juillet 1996 relative à la promotion de l'emploi et à la sauvegarde préventive de la compétitivité.
Art. 7. Deze collectieve arbeidsovereenkomst vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 maart 1995 houdende maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de vorming, die opgehouden heeft van kracht te zijn op 31 december 1996.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 29 april 1999.
  (Voor het KB, zie %%1999-04-29/06%%).
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET
Art. 7. La présente convention collective de travail remplace la convention collective de travail du 24 mars 1995 portant les mesures en faveur de l'emploi et la formation qui a cessé d'être en vigueur le 31 décembre 1996.
  Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 29 avril 1999.
  (Pour l'AR, voir %%1999-04-29/06%%).
  La Ministre de l'Emploi et du Travail,
  Mme M. SMET