Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
17 MEI 1999. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende toepassing van artikel 28 van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie (VERTALING). (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-10-1999 en tekstbijwerking tot 05-02-2018)
Titre
17 MAI 1999. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté francaise portant application de l'article 28 du décret du 30 juin 1998 visant à assurer à tous les élèves des chances égales d'émancipation sociale, notamment par la mise en oeuvre de discriminations positives. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 20-10-1999 et mise à jour au 05-02-2018)
Informations sur le document
Numac: 1999029411
Datum: 1999-05-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999029411
Date: 1999-05-17
Moniteur: Voir
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op iedere persoon die zijn ambt, geheel of gedeeltelijk, of zijn opdracht uitoefent in een inrichting voor basis- of secundair, gewoon of (gespecialiseerd) onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, alsook in [1 een instelling voor niet-universitair hoger onderwijs of]1 een psycho-medisch sociaal centrum, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.
  
Article 1. Le présent arrêté s'applique à toute personne exerçant sa fonction en tout ou en partie ou chargée d'une mission dans un établissement d'enseignement fondamental ou secondaire, ordinaire ou (spécialisé), organisé ou subventionné par la Communauté française, ainsi que dans [1 un établissement d'enseignement supérieur non universitaire ou]1 un centre psycho-medico-social organisé ou subventionné par la Communauté française.
  
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder :
  1° " aanranding " : elke lichamelijke en/of psychologische aanslag op de persoon (bedoeld) bij artikel 1 alsook elke beschadiging van het bezit van dat lid die toegebracht werd ofwel door een leerling, ofwel door een derde op zijn aanzetting of met zijn medeplichtigheid, ofwel door een familielid van de leerling of door iedere persoon die onder hetzelfde dak woont, (in het kader van de dienstprestatie van de bij artikel 1 bedoelde persoon) of in rechtstreeks verband ermee, ofwel door gelijk welke andere persoon, voor zover dat het slachtoffer bewijzen kan dat de aanranding rechtstreeks verband houdt met de dienstprestatie;
  2° " rechtsbijstand " : de gedeeltelijke of volledige tenlasteneming van de honoraria en de kosten van de advocaat en de procedurekosten;
  3° " psychologische hulpverlening bij dringende noodzaak " : de in de tijd beperkte hulpverlening met een maximum van 12 behandelingen door een psycholoog en/of een psychiater, teneinde onmiddellijk hulp te bieden aan het slachtoffer van een aanranding.
  Deze psychologische hulpverlening bij dringende noodzaak is voorbehouden voor de aanslagen op de persoon;
  4° " prestatieplichtige van de hulpverlening " : de persoon die aan het slachtoffer van de aanranding de bij dit besluit bedoelde rechtsbijstand of psychologische hulpverlening bij dringende noodzaak bezorgt;
  5° " betrokken dienst " : algemene Dienst voor algemene Aangelegenheden van het algemeen Secretariaat.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° " agression " : toute atteinte physique et/ou psychologique contre la personne (visé) à l'article 1er ainsi que toute détérioration (aux biens de celle-ci) commise soit par un élève, soit par un tiers sur instigation ou avec la complicité de celui-ci, soit par un membre de la famille de l'élève ou toute personne habitant sous le même toit, (dans le cadre du service de la personne visée à l'article 1er) ou en relation directe avec celui-ci, soit par toute autre personne, pour autant qu'il soit démontré par la victime que l'agression est en relation directe avec le service;
  2° " assistance en justice " : la prise en charge partielle ou totale des honoraires et des frais d'avocat et de procédure;
  3° " assistance psychologique d'urgence " : l'assistance limitée dans le temps avec un maximum de 12 séances d'un psychologue et/ou d'un psychiatre dans le but de fournir une aide immédiate à la victime d'une agression.
  Cette assistance psychologique d'urgence est réservée aux atteintes contre la personne;
  4° " prestataire de l'assistance " : personne qui fournit à la victime de l'agression l'assistance en justice ou psychologique d'urgence visée par le présent arrêté;
  5° " service concerné " : Service général des Affaires générales du Secrétariat général.
Art. 3. De rechtsbijstand en de psychologische hulpverlening bij dringende noodzaak zoals bepaald bij artikel 2 worden slechts toegekend voor zover het slachtoffer bij de gerechtelijke machten klacht heeft neergelegd.
Art. 3. L'assistance en justice et l'assistance psychologique d'urgence telles que définies à l'article 2 ne sont octroyées que pour autant que la victime ait déposé une plainte auprès des autorités judiciaires.
Art. 4. § 1. Behoudens in geval van overmacht behoorlijk verantwoord dient het slachtoffer van een aanranding binnen de 8 werkdagen tijdens welke de feiten zich hebben voorgedaan het verzoek om rechtsbijstand en/of psychologische hulpverlening in [2 per aangetekend schrijven]2 van ontvangst bij de Directie voor Verplicht Onderwijs die nagaat of de voorwaarden van dit besluit vervuld zijn. Binnen dezelfde termijn stuurt zij eveneens [2 per aangetekend schrijven]2 van ontvangst een afschrift van het verzoek naar het inrichtingshoofd voor de inrichtingen georganiseerd door de Franse Gemeenschap (...) (,naar de directeur van het centrum voor de psycho-medische sociale centra georganiseerd door de Franse Gemeenschap en naar de inrichtende macht voor de inrichtingen en de psycho-medische sociale centra gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap).
  [1 Wanneer het slachtoffer zijn ambt binnen een instelling voor niet-universitair hoger onderwijs uitoefent, wordt de aanvraag bedoeld in het eerste lid ingediend bij de Algemene Directie niet-verplicht onderwijs.]1
  Op het verzoek staan in de mate van het mogelijke de oorzaken, de omstandigheden en de waarschijnlijke gevolgen van de aanranding vermeld.
  (Het inrichtingshoofd, de directeur van het centrum of de inrichtende macht), naargelang van het geval, waarvan het slachtoffer afhangt, geeft zijn advies te kennen [1 bij de Algemene Directie verplicht onderwijs of bij de Algemene Directie niet-verplicht onderwijs]1 binnen de 3 werkdagen die volgen op de ontvangst van het afschrift bedoeld bij lid 1 en laat binnen dezelfde termijn aan het slachtoffer afschrift geworden van zijn advies.
  § 2. Wanneer de aanranding buiten de onderwijsinrichting werd gepleegd wordt het verzoek om rechtsbijstand slechts in aanmerking genomen voor zover dat de pleger van de aanranding kon erkend worden.
  § 3. De beslissing tot toekenning van hulpverlening wordt door de algemene Directie voor het Verplicht Onderwijs genomen binnen de 8 werkdagen die volgen op de ontvangst van het bij § 1, lid 1 bedoeld verzoek. Bij weigering kan het personeelslid of, in geval van behoorlijk verantwoorde overmacht, zijn gemachtigde per [3 aangetekend schrijven]3 binnen de 10 werkdagen die volgen op de kennisgeving van de weigering van de toekenning van hulpverlening via de algemene Directie voor het Verplicht Onderwijs een beroep instellen bij de Minister tot wiens bevoegdheid het Verplicht Onderwijs behoort.
  [1 Wanneer het slachtoffer een ambt binnen een instelling van niet-universitair hoger onderwijs uitoefent, wordt de beslissing tot toekenning van hulpverlening genomen binnen de 8 werkdagen volgend op de ontvangst van de aanvraag bedoeld in § 1, eerste lid, door de Algemene Directie niet-verplicht onderwijs. Bij weigering kan het personeelslid of, ingeval van behoorlijk met redenen omklede overmacht, zijn vertegenwoordiger bij aangetekende brief binnen de tien werkdagen volgend op de mededeling van de weigering van de toekenning van hulpverlening via de Algemene Directie niet-verplicht onderwijs, een beroep indienen bij de Minister van Hoger Onderwijs.]1
  
Art. 4. § 1er. Sauf cas de force majeure dûment justifié, la victime d'une agression introduit la demande d'assistance en justice et/ou psychologique, par [2 envoi recommandé]2, dans les 8 jours ouvrables de la survenance des faits, auprès de la Direction générale de l'Enseignement obligatoire qui vérifie si les conditions du présent arrêté sont remplies. Dans le même délai, elle envoie également par [2 envoi recommandé]2, copie de la demande au chef d'établissement pour les établissements organisés par la Communauté française (...) (, au directeur du centre pour les centres psycho-médico-sociaux organisés par la Communauté française et au pouvoir organisateur pour les établissements et les centres psycho-médico-sociaux subventionnés par la Communauté française).
  [1 Lorsque la victime exerce sa fonction au sein d'un établissement d'enseignement supérieur non universitaire, la demande visée à l'alinéa 1er est introduite auprès de la Direction générale de l'enseignement non obligatoire.]1
  La demande indique, dans la mesure du possible, les causes, les circonstances et les conséquences probables de l'agression.
  (Le chef de l'établissement, le directeur du centre ou le pouvoir organisateur), selon le cas, dont relève la victime, fait parvenir son avis [1 à la Direction générale de l'enseignement obligatoire ou à la Direction générale de l'enseignement non obligatoire]1, dans les 3 jours ouvrables de la réception de la copie de la demande visée à l'alinéa 1er et transmet à la victime copie de son avis dans les mêmes délais.
  § 2. Lorsque l'agression a été commise à l'extérieur de l'établissement scolaire, la demande d'assistance en justice ne sera prise en considération que pour autant que l'auteur de l'agression ait pu être identifié.
  § 3. La décision d'octroi d'assistance est prise dans les 8 jours ouvrables qui suivent la réception de la demande visée au § 1er, alinéa 1er, par la Direction générale de l'Enseignement obligatoire. En cas de refus, le membre du personnel ou, en cas de force majeure dûment justifié, son représentant, peut introduire, via la Direction générale de l'Enseignement obligatoire, un recours auprès du Ministre qui a l'Enseignement obligatoire dans ses attributions, par [3 envoi recommandé]3 dans les 10 jours ouvrables qui suivent la notification du refus d'octroi d'assistance.
  [1 Lorsque la victime exerce sa fonction au sein d'un établissement d'enseignement supérieur non universitaire, la décision d'octroi d'assistance est prise dans les 8 jours ouvrables qui suivent la réception de la demande visée au § 1er, alinéa 1er, par la Direction générale de l'enseignement non obligatoire. En cas de refus, le membre du personnel ou, en cas de force majeure dûment justifié, son représentant, peut introduire, via la Direction générale de l'enseignement non obligatoire, un recours auprès du Ministre qui a l'enseignement supérieur dans ses attributions, par lettre recommandée dans les dix jours ouvrables qui suivent la notification du refus d'octroi d'assistance.]1
  
Art. 5. Het beheer van de rechtsbijstand en de psychologische hulpverlening bij dringende noodzaak hangt af van de bevoegdheid van de betrokken dienst.
  De tenlasteneming van de honoraria en de kosten van de advocaat, de kosten voor de procedure en de psychologische en/of psychiatrische consultatie wordt per schade tot 150.000 BF beperkt.
  Uitzonderlijk op behoorlijk gemotiveerd verzoek, kan het slachtoffer toelating krijgen de grens bepaald bij lid 2 van dit artikel te overschrijden. Het verzoek moet bij de betrokken dienst ingediend worden.
  De volledig of gedeeltelijk terugbetaalde of ten laste genomen kosten, ofwel krachtens een wettelijke of reglementaire bepaling, ofwel krachtens een verzekeringspolis die het slachtoffer of gelijk welke derde had aangegaan, geven geen recht op een tegemoetkoming.
  Alleen de betrokken dienst is ertoe gemachtigd de kostenstaten en de honoraria bedoeld bij de leden 2 en 3 te beoordelen en houdt zich het recht voor zijn tegemoetkoming te weigeren of te onderbreken :
  - wanneer hij van oordeel is dat de thesis van het slachtoffer niet verdedigbaar is;
  - wanneer hij van oordeel is dat het compromisvoorstel door een derde gedaan billijk en betrouwbaar is;
  - wanneer hij van oordeel is dat een verhaal tegen een gevelde gerechtelijke beslissing geen werkelijke kans op slagen maakt.
  De kosten of honoraria waarvoor de betrokken dienst zijn tegemoetkoming geweigerd of onderbroken heeft in toepassing van vorig lid worden evenwel ten laste genomen overeenkomstig dit besluit in de veronderstelling dat het slachtoffer de zaak wint via een definitieve beslissing waartegen er geen gewoon of buitengewoon verhaal kan aangetekend worden.
  Tegen de beslissing van de betrokken dienst bedoeld bij lid 3 kan er binnen een termijn van 20 werkdagen beroep ingesteld worden vanaf de ontvangst ervan bij de Minister tot wiens bevoegdheid de Ambtenarenzaken behoren.
Art. 5. La gestion de l'assistance en justice et de l'assistance psychologique d'urgence relève de la compétence du service concerné.
  La prise en charge des honoraires et des frais d'avocat, de procédure et de consultation psychologique et/ou psychiatrique est limitée, par sinistre, à BEF 150 000.
  A titre exceptionnel, sur demande dûment motivée, la victime peut être autorisée à dépasser le seuil prévu à l'alinéa 2 du présent article. La demande doit être introduite auprès du service concerné.
  Les frais remboursés ou pris en charge, totalement ou partiellement, soit en vertu d'une autre disposition légale ou réglementaire, soit en vertu d'un contrat d'assurance souscrit par la victime ou par tout tiers, ne donnent pas lieu à intervention.
  Le service concerné est seul habilité à apprécier les états de frais et d'honoraires visés aux alinéas 2 et 3 et se réserve le droit de refuser ou d'interrompre son intervention :
  - lorsqu'il estime que la thèse de la victime n'est pas défendable;
  - lorsqu'il juge que la proposition transactionnelle faite par le tiers est équitable et sérieuse;
  - lorsqu'il estime qu'un recours contre une décision judiciaire intervenue ne présente pas de chance sérieuse de succès.
  Toutefois, les frais ou honoraires, pour lesquels le service concerné a refusé ou interrompu son intervention en application de l'alinéa précédent, sont pris en charge conformément au présent arrêté dans l'hypothèse où la victime obtient gain de cause par une décision définitive non susceptible de recours ordinaire ou extraordinaire.
  La décision du service concerné visée à l'alinéa 3 est susceptible de recours auprès du Ministre ayant la Fonction publique dans ses attributions dans un délai de 20 jours ouvrables, à dater de sa réception.
Art. 6. In het kader van de rechtsbijstanden of van psychologische hulpverleningen bij dringende noodzaak bezorgt (de bij artikel 1 bedoelde persoon) aan de betrokken dienst de stukken ter verantwoording van zijn uitgaven. Daartoe worden onder meer alle oproepingen, dagvaardingen en in het algemeen alle gerechtelijke akten doorgestuurd binnen de 10 werkdagen die volgen op hun afgifte of betekening.
Art. 6. Dans le cadre des assistances en justice ou psychologique d'urgence, (la personne visée à l'article 1er) communique au service concerné les pièces justifiant les dépenses. A cet effet, sont communiqués, notamment, toutes citations, assignations et généralement tous les actes judiciaires dans les 10 jours ouvrables de leur remise ou signification.
Art. 7. (De bij artikel 1 bedoelde persoon) wendt zicht tot de prestatieplichtige voor hulpverlening die hij vrij gekozen heeft.
  Desgevallend bezorgt de betrokken dienst hem op zijn verzoek en ter inlichting een lijst van prestatieplichtigen die hij na een aanranding kan aanspreken.
  Het slachtoffer deelt aan de betrokken dienst de naam (namen) van de prestatieplichtige(n) die hij gekozen heeft en die zijn dossier behandelt (behandelen).
Art. 7. (La personne visée à l'article 1er) recourt au prestataire de l'assistance de son choix.
  Le cas échéant, le service concerné lui communique, à sa demande et à titre indicatif, une liste de prestataires à contacter en cas d'agression.
  La victime communique au service concerné le(s) nom(s) du (des) prestataire(s) de son choix qui prend (prennent) en charge son dossier.
Art. 8. De kredieten die nodig zijn om de uitgeven te dekken die voortvloeien uit de rechtsbijstanden en de psychologische hulpverleningen bij dringende noodzaak worden op de begroting van de Franse Gemeenschap uitgetrokken in het kader van de aan de betrokken dienst toegewezen kredieten.
Art. 8. Les crédits nécessaires à couvrir les dépenses générées par les assistances en justice et psychologiques d'urgence sont inscrits au budget de la Communauté française dans le cadre des crédits octroyés au service concerné.
Art. 9. In afwijking van artikel 4, § 1 kunnen de personen die hun ambt, geheel of gedeeltelijk, of hun opdracht uitoefenen in een inrichting voor basis-, gewoon of (gespecialiseerd) onderwijs, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, alsook in een psycho-medisch sociaal centrum en die ten vroegste op 16 april 2002 en uiterlijk op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit houdende wijziging van dit artikel, slachtoffer waren van een aanranding, de rechtsbijstand en/of de psychologische hulpverlening bij dringende noodzaak genieten volgens de voorwaarden voorzien bij dit besluit, voor zover zij hun aanvraag indienen binnen de maand die volgt op de inwerkingtreding van het besluit houdende wijziging van dit artikel.
Art. 9. Par dérogation à l'article 4, § 1er, les personnes exerçant leur fonction en tout ou en partie ou chargées d'une mission dans un établissement d'enseignement fondamental, ordinaire ou (spécialisé), organisé ou subventionné par la Communauté française, ainsi que dans un centre psycho-medico-social, ayant subi une agression au plus tôt le 16 avril 2002 et au plus tard à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté portant modification du présent article, peuvent obtenir le bénéfice de l'assistance en justice et/ou psychologique d'urgence selon les conditions prévues par le présent arrêté, pour autant qu'elles introduisent leur demande dans le mois qui suit la date de l'entrée en vigueur de l'arrêté portant modification du présent article.
Art. 10. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 10. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 11. De Minister-Voorzitster tot wier bevoegdheid het Onderwijs behoort is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. La Ministre-Présidente ayant l'Education dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.