Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
14 DECEMBER 1998. - Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot toekenning van een toelage aan de "Conseil des Pouvoirs organisateurs de l'Enseignement officiel neutre subventionné" om de invoering van de maatregelen voor positieve discriminatie in het onderwijs voor sociale promotie te garanderen (VERTALING).
Titre
14 DECEMBRE 1998. - Arrêté du Gouvernement de la Communauté francaise octroyant une subvention au Conseil des Pouvoirs organisateurs de l'Enseignement officiel neutre subventionné pour assurer la mise en ouvre de discriminations positives dans l'enseignement de promotion sociale
Informations sur le document
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Een globale toelage van 18 053 870 frank aan te rekenen op het kredit ingeschreven in de basisallocatie 01.01, activiteitenprogramme 70, organisatie-afdeling 56 van de begroting van de Franse Gemeenschap, uitgaven van het Ministerie van Onderwijs, Onderzoek en Vorming, begrotingensjaar 1999, wordt toegekend aan de "Conseil des Pouvoirs organisateurs de l'Enseignement officiel neutre subventionné (CPEONS)" - rekening nr. 210-0202481-94.
Article 1. Un subside global de 18 053 870 francs à imputer à charge du crédit inscrit à l'allocation de base 01.01, programme d'activité 70, division organique 56 du budget de la Communauté française, dépenses du Ministère de l'Education, de la Recherche et de la Formation, année budgétaire 1999, est alloué au Conseil des Pouvoirs organisateurs de l'Enseignement officiel neutre subventionné (CPEONS) n° de compte 210-0202481-94.
Art. 2. De bij artikel 1 bedoelde toelage is bestemd om de verwezenlijking te dekken van de projecten bedoeld bij artikel 1, 2° van het besluit van 14 december 1998 van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende goedkeuring van de lijst van de actieprojecten voor positieve discriminatie, overeenkomstig artikel 58 van het decreet van 30 juni 1998 dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, onder meer door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie.
Art. 2. Le subside visé à l'article 1er est destiné à couvrir la réalisation des projets visés à l'article 1er, 2° de l'arrêté du Gouvernement de la Communauté française du 14 décembre 1998 approuvant la liste des projets d'actions à discriminations positives, conformément à l'article 58 du décret du 30 juin 1998 visant à assurer à tous les élèves des chances égales d'émancipation sociale, notamment par la mise en ouvre de discriminations positives.
Art. 3. Het gedeelte van de bij artikel 1 bedoelde toelage dat overeenstemt met de uitgaven die het gevolg zijn van de toepassing van artikel 55, 2° van voormeld decreet van 30 juni 1998 wordt in één schijf uitbetaald bij de ondertekening van dit besluit.
De uitgaven voortvloeiend uit de toepassing van artikel 55, 1° van voormeld decreet van 30 juni 1998 worden rechtstreeks uitgetrokken op de basisallocatie bedoeld bij artikel l.
De uitgaven voortvloeiend uit de toepassing van artikel 55, 1° van voormeld decreet van 30 juni 1998 worden rechtstreeks uitgetrokken op de basisallocatie bedoeld bij artikel l.
Art. 3. La part du subside visé à l'article 1er, correspondant aux dépenses résultant de l'application de l'article 55, 2° du décret du 30 juin 1998 précité, sera liquidée, en une seule tranche, à la signature du présent arrêté.
Les dépenses résultant de l'application de l'article 55, 1° du décret du 30 juin 1998 précité, sont prises en charge directement par l'allocation de base visée à l'article 1er.
Les dépenses résultant de l'application de l'article 55, 1° du décret du 30 juin 1998 précité, sont prises en charge directement par l'allocation de base visée à l'article 1er.
Art. 4. Op het einde van de projecten bedoeld bij artikel 2 en wat de bij artikel 3, lid 1 bedoelde uitgaven betreft moeten de begunstigde inrichtingen voor onderwijs voor sociale promotie binnen de drie maanden de volgende bescheiden laten geworden aan de Dienst voor het onderwijs voor sociale promotie van de algemene Directie van het niet-verplicht onderwijs, Rijksadministratief Centrum, Pachecolaan 19, bus O, bureau 4007, te 1010 Brussel :
1° de gedetailleerde rekening, in tweevoud, van de bij artikel 3, lid 1 bedoelde uitgaven;
2° de bewijsstukken betreffende al de uitgaven bedoeld bij 1. Die stukken moeten in tweevoud opgemaakt worden en in chronologische orde opgenomen op een verzamelstaat eveneens in tweevoud opgesteld.
De begungstigde inrichtingen moeten de originele stukken bedoeld bij 1° en 2° bewaren en die ter beschikking houdend van de verificatiedienst.
1° de gedetailleerde rekening, in tweevoud, van de bij artikel 3, lid 1 bedoelde uitgaven;
2° de bewijsstukken betreffende al de uitgaven bedoeld bij 1. Die stukken moeten in tweevoud opgemaakt worden en in chronologische orde opgenomen op een verzamelstaat eveneens in tweevoud opgesteld.
De begungstigde inrichtingen moeten de originele stukken bedoeld bij 1° en 2° bewaren en die ter beschikking houdend van de verificatiedienst.
Art. 4. Au terme des projets visés à l'article 2 et pour les dépenses visées à l'article 3, alinéa 1er, les établissements d'enseignement de promotion sociale bénéficiaires doivent, dans les trois mois, transmettre au Service de l'enseignement de promotion sociale de la Direction générale de l'enseignement non obligatoire, Cité administrative de l'Etat, boulevard Pachéco 19, bte 0, bureau 4007, à 1010 Bruxelles, les documents suivants :
1° le compte détaillé, en double exemplaire, des dépenses visées à l'article 3, alinéa 1er;
2° les pièces justificatives relatives à toutes les dépenses visées au 1. Ces pièces doivent être établies en double exemplaire et reprises par ordre chronologique sur un relevé récapitulatif établi en double exemplaire.
Les établissements bénéficiaires doivent conserver les originaux des documents visés aux 1° et 2° et les tenir à la disposition du service de vérification.
1° le compte détaillé, en double exemplaire, des dépenses visées à l'article 3, alinéa 1er;
2° les pièces justificatives relatives à toutes les dépenses visées au 1. Ces pièces doivent être établies en double exemplaire et reprises par ordre chronologique sur un relevé récapitulatif établi en double exemplaire.
Les établissements bénéficiaires doivent conserver les originaux des documents visés aux 1° et 2° et les tenir à la disposition du service de vérification.
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1999.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 1999.
Art. 6. De Minister tot wiens bevoegdheid het onderwijs voor sociale promotie behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 14 december 1998.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Brussel, 14 december 1998.
Vanwege de Regering van de Franse Gemeenschap :
De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Art. 6. Le Ministre ayant l'enseignement de promotion sociale dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 14 décembre 1998.
Par le Gouvernement de la Communauté française :
Le Ministre du Budget, des Finances et de la Fonction publique,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
Bruxelles, le 14 décembre 1998.
Par le Gouvernement de la Communauté française :
Le Ministre du Budget, des Finances et de la Fonction publique,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE