De bepalingen betreffende deze materie zijn van toepassing op het grondgebied van het Franse taalgebied, (...).
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
6 MEI 1999. - Decreet betreffende de "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi" (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) (VERTALING). (NOTA : In dit dicreet dient " Regering " te worden gelezen in plaats van " Waalse Regering " ; zie DWG2003-03-13/37, art. 48) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-07-1999 en tekstbijwerking tot 24-01-2025)
Titre
6 MAI 1999. - Décret relatif à l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi. (NOTE : Dans le décret, il faut lire " Gouvernement " en lieu et place de " Gouvernement wallon " ; voir DRW2003-03-13/37, art. 48) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-07-1999 et mise à jour au 24-01-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - "Office wallon de la formation p...
HOOFDSTUK II. - Bevoegdheden.
Afdeling 1. - [1 Opdrachten betreffende de door...
Afdeling 2. [1 Verzameling, verwerking, uitwiss...
Afdeling 3. - [1 Beginselen betreffende de uitv...
Afdeling 4. - Beheerscontract.
Afdeling 5. - [1 Beroep op de tussenkomst van d...
Afdeling 6.
HOOFDSTUK III. - Beheer.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Afdeling 2. (oude afdeling 1) - Beheerscomité.
Afdeling (3). - Bevoegdheden van het beheerscom...
Afdeling 4. (oude afdeling 3) - Werking.
Afdeling 5. (oude afdeling 4) - [1 Het uitvoere...
Afdeling 6.
Afdeling 6. (afdeling 7 wordt hernummerd naar a...
Afdeling 7. [1 - Strategisch comité]1
Afdeling 8. [1 - Raad voor financiële en budget...
HOOFDSTUK IV. - Personeel van de " Office ".
HOOFDSTUK V. - [1 Territoriale organisatie]1
HOOFDSTUK VI. - Financiering en begroting van d...
HOOFDSTUK VII. - [1 Diensten met afzonderlijk b...
Afdeling 1.
HOOFDSTUK VIIbis. [1 - Subregionale kamers voor...
HOOFDSTUK VIII. - Bekendmakingen in het Belgisc...
HOOFDSTUK IX. [1 - Interne audit]1
Afdeling 1. - (...).
HOOFDSTUK IXbis. [1 - Verplichting tot overmaki...
HOOFDSTUK IXter. [1 - Bewijswaarde van de infor...
Afdeling 2. - (...).
HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen.
Table des matières
CHAPITRE I. - l'Office wallon de la Formation p...
CHAPITRE II. - Attributions.
Section 1. - [1 Missions relatives aux compéten...
Section 2. [1 - Collecte, traitement, échange e...
Section 3. - [1 Principes relatifs à l'exécutio...
Section 4. - Contrat de gestion.
Section 5. - [1 Recours à l'intervention de tie...
Section 6.
CHAPITRE III. - Gestion.
Section 1. - Dispositions générales.
Section 2. (ancien section 1) - Du Comité de ge...
Section 3. (ancien section 2) - Attributions du...
Section 4. (ancien section 3) - Fonctionnement.
Section 5. (ancien section 4) - [1 Du bureau ex...
Section 6.
Section 6. (section 7 devient section 6; voir D...
Section 7. [1 - Du comité stratégique]1
Section 8. [1 - Conseil de suivi financier et b...
CHAPITRE IV. - Du personnel de l'Office.
CHAPITRE V. - [1 De l'organisation territoriale]1
CHAPITRE VI. - Du financement et du budget de l...
CHAPITRE VII. - [1 Des Services à gestion disti...
Section 1.
Chapitre VIIbis. [1 - Des chambres subrégionale...
CHAPITRE VIII. - Publications au Moniteur belge.
CHAPITRE IX. - [1 Audit interne]1
Section 1. - (...).
CHAPITRE IXbis. [1 - Obligation de transmission...
CHAPITRE IXter. [1 - De la valeur probante des ...
Section 2. - (...).
CHAPITRE X. - Dispositions finales.
Tekst (110)
Texte (110)
HOOFDSTUK I. - "Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi".
CHAPITRE I. - l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi.
Artikel 1. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) Dit besluit regelt gedeeltelijk een materie bedoeld in artikel 127, § 1, van de Grondwet, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet.
De bepalingen betreffende deze materie zijn van toepassing op het grondgebied van het Franse taalgebied, (...).
De bepalingen betreffende deze materie zijn van toepassing op het grondgebied van het Franse taalgebied, (...).
Article 1. (voir NOTE sous INTITULE) Le présent décret règle, en partie, en application de l'article 138 de la Constitution, une matière visée à l'article 127, § 1er, de celle-ci.
Les dispositions relatives à cette matière sont applicables sur le territoire de la Région de langue française (...).
Les dispositions relatives à cette matière sont applicables sur le territoire de la Région de langue française (...).
Art. 1bis. <INGEVOEGD bij DWG 2003-03-13/37, art. 3; Inwerkingtreding : 01-04-2003> Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder :
1° [3 "gebruiker : elke natuurlijke of rechtspersoon die als particulier of als werkgever in aanmerking komt voor de diensten van de " Office " en wiens identificatieniveau door FOREm varieert naar gelang van het soort diensten dat hij van FOREm verlangt;]3
[1 2° [3 de werkzoekende : elke particuliere gebruiker, ingeschreven als werkzoekende bij de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" overeenkomstig hoofdstuk 2 van het decreet van 12 november 2021 betreffende de coaching- en oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden, die een beroepsactiviteit zoekt, al dan niet in loondienst, en die verblijft op het grondgebied van het Franstalig gebied overeenkomstig artikel 1 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten;]3
[3 2° /1 de verplicht ingeschreven werkzoekende: iedere werkzoekende die ingeschreven is bij FOREm om werkloosheids-, vrijwarings- of inschakeling-uitkeringen te ontvangen, met uitzondering van de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende die onderworpen is aan de verplichting van aangepaste beschikbaarheid;
2° /2 de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende: elke werkzoekende ingeschreven bij FOREm die een beroepsinschakelingstijd volgt zoals bedoeld in artikel 36, § 1, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
2° /3 : de ingeschreven werkzoekende onderworpen aan de verplichting van aangepaste beschikbaarheid: elke werkzoekende die ingeschreven is bij FOREm om werkloosheidsuitkeringen te ontvangen en die onderworpen is aan de verplichting van aangepaste beschikbaarheid bedoeld in artikel 56/2, § 1, eerste en zesde lid, en § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;]3
3° werknemer : elke natuurlijke persoon die, als gebruiker, als loontrekkende of zelfstandige werkt en die op het grondgebied van het Franstalige taalgebied verblijft;
4° werkgever : elke natuurlijke of rechtspersoon die de werknemer of werkzoekende een betrekking of de ontwikkeling van de bekwaamheden aanbiedt;
5° dienst van algemeen belang : al dan niet commerciële dienstenactiviteit die de overheid van algemeen belang acht en die daarom aan specifieke openbare verplichtingen onderworpen worden;
6° ondernemingsplan : programma zoals bedoeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 12 februari 2004 betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking;
7° vaardigheidscentrum : partnerstructuur erkend door de Regering, in het kader van één of meerdere beroepsorganisaties, met als opdracht de informatieverlening en de sensibilisering betreffende beroepen en technologieën, de bewaking, de vorming en de analyse van de behoeften aan vorming, voor de gebruikers bedoeld in het erkenningsdossier;
8° tewerkstellingshuis; door de Regering erkende buurtgebonden partnerstructuur, belast met gedecentraliseerde activiteiten in verband met de advisering en de steun van de werkzoekenden;
9° kruispunt tewerkstelling vorming oriëntatie : door de Regering erkende partnerstructuur, belast met activiteiten in verband met de informatie, de oriëntatie en de advisering van de gebruikers op de gewestelijke arbeidsmarkt;]1
10° [2 "Plaatselijk agentschap voor arbeidsvoorziening": VZW opgericht krachtens artikel 8 van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, hierna "ALE" afgekort;]2
11° [3 de voorziening voor levenslange oriëntering: de door FOREm gecoördineerde en aangestuurde voorziening die een geheel van zowel fysieke als digitale voorlichtings-, arbeidsbevorderings- en loopbaanbegeleidingsdiensten omvat, gericht op alle burgers, ongeacht hun statuut, vanaf het begin van de leerplicht tot het einde van hun beroepsloopbaan, en dat via het Cités Métiers-netwerk wordt georganiseerd met het oog op de samenhang van het dienstenaanbod op het gebied van levenslange loopbaanoriëntering;]3
12° [3 "Cité des Métiers": partnerschapsstructuur die een VZW met het label "Cité des métiers" combineert met een "Carrefour Emploi Formation Orientation" (kruispunt tewerkstelling vorming oriëntatie), kortweg "CEFO", die deel uitmaakt van een netwerk georganiseerd rond VZW's met het label "Cités des métiers" en "Carrefours Emploi Formation Orientation", waarin de belangrijkste actoren op het gebied van onderwijs, opleiding en socioprofessionele inschakeling zijn verenigd en die de toegangspoort vormt tot het geheel van diensten die door de voorziening van levenslange loopbaanbegeleiding worden aangeboden;]3
13° [3 FormaForm: de structuur waarin de overheidsinstanties voor werkgelegenheid en beroepsopleiding zijn verenigd en die verantwoordelijk is voor de uitvoering van een reeks diensten voor de ontwikkeling van de vaardigheden van beroepsbeoefenaren op het gebied van begeleiding, beroepsopleiding, socio-professionele inschakeling en validering van vaardigheden;]3
[3 14° "Wallonie Compétences d'Avenir" : partnerschapsplatform dat de belangrijkste publieke actoren op het gebied van de beroepsopleiding verenigt rond strategische actieterreinen voor Wallonië en dat tot taak heeft, via de optimalisering, de coherentie en de coördinatie van het beroepsopleidingsaanbod, een antwoord te bieden op de huidige en toekomstige behoeften aan vaardigheden van de ondernemingen en de arbeidsmarkt waarin niet of onvoldoende wordt voorzien en, om deze doelstelling te bereiken, innoverende pedagogische praktijken op het gebied van de beroepsopleiding in Wallonië te stimuleren;
15° de registratie: proces aan het einde waarvan de gebruiker zich bij FOREm identificeert;
16° het enkel dossier van de gebruiker: alle door FOREm gecentraliseerde, bijgehouden en geaggregeerde informatie die noodzakelijk is voor de dienstverlening aan de gebruiker in het kader van de opdrachten toegekend bij of krachtens artikel 3 of die wordt verwerkt op grond van andere wettelijke verplichtingen en, voor zover het de particuliere gebruiker betreft, de informatie met betrekking tot zijn inschakelingsparcours.]3
1° [3 "gebruiker : elke natuurlijke of rechtspersoon die als particulier of als werkgever in aanmerking komt voor de diensten van de " Office " en wiens identificatieniveau door FOREm varieert naar gelang van het soort diensten dat hij van FOREm verlangt;]3
[1 2° [3 de werkzoekende : elke particuliere gebruiker, ingeschreven als werkzoekende bij de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" overeenkomstig hoofdstuk 2 van het decreet van 12 november 2021 betreffende de coaching- en oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden, die een beroepsactiviteit zoekt, al dan niet in loondienst, en die verblijft op het grondgebied van het Franstalig gebied overeenkomstig artikel 1 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten;]3
[3 2° /1 de verplicht ingeschreven werkzoekende: iedere werkzoekende die ingeschreven is bij FOREm om werkloosheids-, vrijwarings- of inschakeling-uitkeringen te ontvangen, met uitzondering van de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende die onderworpen is aan de verplichting van aangepaste beschikbaarheid;
2° /2 de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende: elke werkzoekende ingeschreven bij FOREm die een beroepsinschakelingstijd volgt zoals bedoeld in artikel 36, § 1, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
2° /3 : de ingeschreven werkzoekende onderworpen aan de verplichting van aangepaste beschikbaarheid: elke werkzoekende die ingeschreven is bij FOREm om werkloosheidsuitkeringen te ontvangen en die onderworpen is aan de verplichting van aangepaste beschikbaarheid bedoeld in artikel 56/2, § 1, eerste en zesde lid, en § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;]3
3° werknemer : elke natuurlijke persoon die, als gebruiker, als loontrekkende of zelfstandige werkt en die op het grondgebied van het Franstalige taalgebied verblijft;
4° werkgever : elke natuurlijke of rechtspersoon die de werknemer of werkzoekende een betrekking of de ontwikkeling van de bekwaamheden aanbiedt;
5° dienst van algemeen belang : al dan niet commerciële dienstenactiviteit die de overheid van algemeen belang acht en die daarom aan specifieke openbare verplichtingen onderworpen worden;
6° ondernemingsplan : programma zoals bedoeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 12 februari 2004 betreffende het beheerscontract en de verplichtingen tot informatieverstrekking;
7° vaardigheidscentrum : partnerstructuur erkend door de Regering, in het kader van één of meerdere beroepsorganisaties, met als opdracht de informatieverlening en de sensibilisering betreffende beroepen en technologieën, de bewaking, de vorming en de analyse van de behoeften aan vorming, voor de gebruikers bedoeld in het erkenningsdossier;
8° tewerkstellingshuis; door de Regering erkende buurtgebonden partnerstructuur, belast met gedecentraliseerde activiteiten in verband met de advisering en de steun van de werkzoekenden;
9° kruispunt tewerkstelling vorming oriëntatie : door de Regering erkende partnerstructuur, belast met activiteiten in verband met de informatie, de oriëntatie en de advisering van de gebruikers op de gewestelijke arbeidsmarkt;]1
10° [2 "Plaatselijk agentschap voor arbeidsvoorziening": VZW opgericht krachtens artikel 8 van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, hierna "ALE" afgekort;]2
11° [3 de voorziening voor levenslange oriëntering: de door FOREm gecoördineerde en aangestuurde voorziening die een geheel van zowel fysieke als digitale voorlichtings-, arbeidsbevorderings- en loopbaanbegeleidingsdiensten omvat, gericht op alle burgers, ongeacht hun statuut, vanaf het begin van de leerplicht tot het einde van hun beroepsloopbaan, en dat via het Cités Métiers-netwerk wordt georganiseerd met het oog op de samenhang van het dienstenaanbod op het gebied van levenslange loopbaanoriëntering;]3
12° [3 "Cité des Métiers": partnerschapsstructuur die een VZW met het label "Cité des métiers" combineert met een "Carrefour Emploi Formation Orientation" (kruispunt tewerkstelling vorming oriëntatie), kortweg "CEFO", die deel uitmaakt van een netwerk georganiseerd rond VZW's met het label "Cités des métiers" en "Carrefours Emploi Formation Orientation", waarin de belangrijkste actoren op het gebied van onderwijs, opleiding en socioprofessionele inschakeling zijn verenigd en die de toegangspoort vormt tot het geheel van diensten die door de voorziening van levenslange loopbaanbegeleiding worden aangeboden;]3
13° [3 FormaForm: de structuur waarin de overheidsinstanties voor werkgelegenheid en beroepsopleiding zijn verenigd en die verantwoordelijk is voor de uitvoering van een reeks diensten voor de ontwikkeling van de vaardigheden van beroepsbeoefenaren op het gebied van begeleiding, beroepsopleiding, socio-professionele inschakeling en validering van vaardigheden;]3
[3 14° "Wallonie Compétences d'Avenir" : partnerschapsplatform dat de belangrijkste publieke actoren op het gebied van de beroepsopleiding verenigt rond strategische actieterreinen voor Wallonië en dat tot taak heeft, via de optimalisering, de coherentie en de coördinatie van het beroepsopleidingsaanbod, een antwoord te bieden op de huidige en toekomstige behoeften aan vaardigheden van de ondernemingen en de arbeidsmarkt waarin niet of onvoldoende wordt voorzien en, om deze doelstelling te bereiken, innoverende pedagogische praktijken op het gebied van de beroepsopleiding in Wallonië te stimuleren;
15° de registratie: proces aan het einde waarvan de gebruiker zich bij FOREm identificeert;
16° het enkel dossier van de gebruiker: alle door FOREm gecentraliseerde, bijgehouden en geaggregeerde informatie die noodzakelijk is voor de dienstverlening aan de gebruiker in het kader van de opdrachten toegekend bij of krachtens artikel 3 of die wordt verwerkt op grond van andere wettelijke verplichtingen en, voor zover het de particuliere gebruiker betreft, de informatie met betrekking tot zijn inschakelingsparcours.]3
Art. 1erbis. Pour l'application du présent décret, l'on entend par :
1° usager : toute personne physique ou morale qui bénéficie [1 ou est susceptible de bénéficier]1 des services de l'Office [3 en tant que particulier ou en tant qu'employeur et dont le niveau d'identification par le FOREm varie selon le type de services qu'elle sollicite auprès du FOREm]3;
[1 2° [3 le demandeur d'emploi : tout usager particulier, inscrit en tant que demandeur d'emploi auprès de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi conformément au chapitre 2 du décret du 12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi, qui recherche une activité professionnelle, salariée ou indépendante, et qui réside sur le territoire de la Région de langue française conformément à l'article 1er de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour;]3
[3 2° /1 le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement : tout demandeur d'emploi inscrit auprès du FOREm en vue de bénéficier d'allocations de chômage, de sauvegarde ou d'insertion, à l'exception du jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée ;
2° /2 le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement : tout demandeur d'emploi inscrit auprès du FOREm qui est en stage d'insertion visé à l'article 36, § 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ;
2° /3 le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée : tout demandeur d'emploi inscrit auprès du FOREm en vue de bénéficier d'allocations de chômage soumis à l'obliga tion de disponibilité adaptée visée à l'article 56/2, § 1er, alinéas 1er et 6, et § 2, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ;]3
3° travailleur : toute personne physique exerçant, en tant qu'usager, une activité professionnelle, salariée ou indépendante et qui réside sur le territoire de la région de langue française;
4° employeur : toute personne physique ou morale susceptible de proposer au travailleur ou au demandeur d'emploi, une offre d'emploi ou un développement des compétences;
5° service d'intérêt général : activité de services, marchands ou non marchands, considérée d'intérêt général par les autorités publiques et soumise pour cette raison à des obligations spécifiques de service public;
6° plan d'entreprise : programme tel que défini à l'article 2, 4°, du décret du 12 février 2004 relatif au contrat de gestion et aux obligations d'information;
7° centre de compétence : structure partenariale reconnue par le Gouvernement, dans le cadre d'un ou plusieurs secteurs professionnels, ayant pour mission l'information et la sensibilisation aux métiers et aux technologies, la veille, la formation et l'analyse des besoins en formation, ouverte aux usagers tels que ciblés dans le dossier de reconnaissance;
8° maison de l'emploi : structure partenariale de proximité reconnue par le Gouvernement chargée d'activités décentralisées liées au conseil et à l'appui des demandeurs d'emploi;
9° carrefour emploi formation orientation : structure partenariale reconnue par le Gouvernement, chargée d'activités liées à l'information, à l'orientation et au conseil des usagers sur le marché régional du travail;]1
10° [2 Agence locale pour l'emploi : ASBL constituée en vertu de l'article 8 de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, ci-après ALE.]2
11° [3 le dispositif d'orientation tout au long de la vie : le dispositif coordonné et piloté par le FOREm, comprenant un ensemble de services d'information, de promotion des métiers et d'orientation professionnelle, à la fois physiques et digitaux, visant tous les publics, quel que soit leur statut, depuis le début de leur scolarité obligatoire jusqu'à la fin de leur carrière professionnelle, et organisé, au travers du réseau des Cités Métiers, afin d'assurer la cohérence de l'offre de services en matière d'orientation professionnelle tout au long de la vie;]3
12° [3 Cité des Métiers : structure partenariale, agrégeant une ASBL labellisée " Cité des métiers " et un Carrefour Emploi Formation Orientation, en abrégé CEFO, faisant partie d'un réseau organisé autour des ASBL labellisées " Cités des métiers " et des Carrefours Emploi Formation Orientation, rassemblant les principaux acteurs de l'enseignement, de la formation et de l'insertion socioprofessionnelle et constituant la porte d'entrée vers l'ensemble de l'offre de services du dispositif d'orientation tout au long de la vie;]3
13° [3 FormaForm : la structure rassemblant les organismes publics de l'emploi et de la formation professionnelle, chargée de mettre en oeuvre une offre de services de développement des compétences des professionnels de l'orientation, de la formation professionnelle, de l'insertion socioprofessionnelle et de la validation des compétences ;]3
[3 14° Wallonie Compétences d'Avenir : plateforme partenariale rassemblant les principaux acteurs publics de la formation professionnelle autour des domaines d'activités stratégiques pour la Wallonie, chargée, via l'optimisation, la cohérence et la coordination de l'offre de formation professionnelle, d'apporter une réponse aux besoins de compétences, non ou insuffisamment rencontrés, actuels et futurs des entreprises et du marché du travail et de stimuler, pour atteindre cet objectif, les pratiques pédagogiques innovantes en matière de formation professionnelle en Wallonie;
15° l'enregistrement : processus au terme duquel l'usager s'identifie auprès du FOREm;
16° le dossier unique de l'usager : l'ensemble des informations centralisées, conservées et agrégées par le FOREm, nécessaires aux services qui sont fournis à l'usager dans le cadre des missions attribuées par ou vertu de l'article 3 ou traitées en vertu d'autres obligations légales et en ce qui concerne l'usager particulier, les informations relatives à son parcours d'insertion sur le marché du travail.]3
1° usager : toute personne physique ou morale qui bénéficie [1 ou est susceptible de bénéficier]1 des services de l'Office [3 en tant que particulier ou en tant qu'employeur et dont le niveau d'identification par le FOREm varie selon le type de services qu'elle sollicite auprès du FOREm]3;
[1 2° [3 le demandeur d'emploi : tout usager particulier, inscrit en tant que demandeur d'emploi auprès de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi conformément au chapitre 2 du décret du 12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi, qui recherche une activité professionnelle, salariée ou indépendante, et qui réside sur le territoire de la Région de langue française conformément à l'article 1er de la loi du 19 juillet 1991 relative aux registres de la population, aux cartes d'identité, aux cartes d'étranger et aux documents de séjour;]3
[3 2° /1 le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement : tout demandeur d'emploi inscrit auprès du FOREm en vue de bénéficier d'allocations de chômage, de sauvegarde ou d'insertion, à l'exception du jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée ;
2° /2 le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement : tout demandeur d'emploi inscrit auprès du FOREm qui est en stage d'insertion visé à l'article 36, § 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ;
2° /3 le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée : tout demandeur d'emploi inscrit auprès du FOREm en vue de bénéficier d'allocations de chômage soumis à l'obliga tion de disponibilité adaptée visée à l'article 56/2, § 1er, alinéas 1er et 6, et § 2, alinéa 1er, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage ;]3
3° travailleur : toute personne physique exerçant, en tant qu'usager, une activité professionnelle, salariée ou indépendante et qui réside sur le territoire de la région de langue française;
4° employeur : toute personne physique ou morale susceptible de proposer au travailleur ou au demandeur d'emploi, une offre d'emploi ou un développement des compétences;
5° service d'intérêt général : activité de services, marchands ou non marchands, considérée d'intérêt général par les autorités publiques et soumise pour cette raison à des obligations spécifiques de service public;
6° plan d'entreprise : programme tel que défini à l'article 2, 4°, du décret du 12 février 2004 relatif au contrat de gestion et aux obligations d'information;
7° centre de compétence : structure partenariale reconnue par le Gouvernement, dans le cadre d'un ou plusieurs secteurs professionnels, ayant pour mission l'information et la sensibilisation aux métiers et aux technologies, la veille, la formation et l'analyse des besoins en formation, ouverte aux usagers tels que ciblés dans le dossier de reconnaissance;
8° maison de l'emploi : structure partenariale de proximité reconnue par le Gouvernement chargée d'activités décentralisées liées au conseil et à l'appui des demandeurs d'emploi;
9° carrefour emploi formation orientation : structure partenariale reconnue par le Gouvernement, chargée d'activités liées à l'information, à l'orientation et au conseil des usagers sur le marché régional du travail;]1
10° [2 Agence locale pour l'emploi : ASBL constituée en vertu de l'article 8 de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, ci-après ALE.]2
11° [3 le dispositif d'orientation tout au long de la vie : le dispositif coordonné et piloté par le FOREm, comprenant un ensemble de services d'information, de promotion des métiers et d'orientation professionnelle, à la fois physiques et digitaux, visant tous les publics, quel que soit leur statut, depuis le début de leur scolarité obligatoire jusqu'à la fin de leur carrière professionnelle, et organisé, au travers du réseau des Cités Métiers, afin d'assurer la cohérence de l'offre de services en matière d'orientation professionnelle tout au long de la vie;]3
12° [3 Cité des Métiers : structure partenariale, agrégeant une ASBL labellisée " Cité des métiers " et un Carrefour Emploi Formation Orientation, en abrégé CEFO, faisant partie d'un réseau organisé autour des ASBL labellisées " Cités des métiers " et des Carrefours Emploi Formation Orientation, rassemblant les principaux acteurs de l'enseignement, de la formation et de l'insertion socioprofessionnelle et constituant la porte d'entrée vers l'ensemble de l'offre de services du dispositif d'orientation tout au long de la vie;]3
13° [3 FormaForm : la structure rassemblant les organismes publics de l'emploi et de la formation professionnelle, chargée de mettre en oeuvre une offre de services de développement des compétences des professionnels de l'orientation, de la formation professionnelle, de l'insertion socioprofessionnelle et de la validation des compétences ;]3
[3 14° Wallonie Compétences d'Avenir : plateforme partenariale rassemblant les principaux acteurs publics de la formation professionnelle autour des domaines d'activités stratégiques pour la Wallonie, chargée, via l'optimisation, la cohérence et la coordination de l'offre de formation professionnelle, d'apporter une réponse aux besoins de compétences, non ou insuffisamment rencontrés, actuels et futurs des entreprises et du marché du travail et de stimuler, pour atteindre cet objectif, les pratiques pédagogiques innovantes en matière de formation professionnelle en Wallonie;
15° l'enregistrement : processus au terme duquel l'usager s'identifie auprès du FOREm;
16° le dossier unique de l'usager : l'ensemble des informations centralisées, conservées et agrégées par le FOREm, nécessaires aux services qui sont fournis à l'usager dans le cadre des missions attribuées par ou vertu de l'article 3 ou traitées en vertu d'autres obligations légales et en ce qui concerne l'usager particulier, les informations relatives à son parcours d'insertion sur le marché du travail.]3
Art. 2. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) Er wordt een " Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi " (afgekort " [1 De FOREm]1 ") opgericht, hierna " Office " genoemd.
De " Office " is een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid en wordt ingedeeld bij de instellingen van categorie B in de zin van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. De " Office " valt onder de bepalingen van voormelde wet, die van toepassing is op de instellingen van bovenbedoelde categorie, tenzij dit decreet er van afwijkt.
[1 De "Office" is de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling) belast met de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 3.
De door de "Office" uitgevoerde opdrachten worden beheerd volgens specifieke regels, genomen bij of krachtens dit decreet.]1
[1 ...]1
[1 ...]1
De " Office " is een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid en wordt ingedeeld bij de instellingen van categorie B in de zin van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. De " Office " valt onder de bepalingen van voormelde wet, die van toepassing is op de instellingen van bovenbedoelde categorie, tenzij dit decreet er van afwijkt.
[1 De "Office" is de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" (Waalse Dienst voor Beroepsopleiding en Arbeidsbemiddeling) belast met de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 3.
De door de "Office" uitgevoerde opdrachten worden beheerd volgens specifieke regels, genomen bij of krachtens dit decreet.]1
[1 ...]1
[1 ...]1
Art. 2. (voir NOTE sous INTITULE) Il est institué un " Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi ", ci-après dénommé " Office ", dont le sigle est " [1 Le FOREm]1 ".
L'Office est un organisme d'intérêt public, doté de la personnalité juridique et classé parmi les organismes de la catégorie B au sens de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public. A moins qu'il n'y soit dérogé par le présent décret, l'Office est soumis aux dispositions de la loi précitée applicable aux organismes de ladite catégorie.
[1 L'Office est le Service public wallon de la Formation professionnelle et de l'emploi chargé de mener les missions définies à l'article 3.
Les missions exercées par l'Office sont gérées selon des règles spécifiques, prises par ou en vertu du présent décret. ]1
[1 ...]1
[1 ...]1
L'Office est un organisme d'intérêt public, doté de la personnalité juridique et classé parmi les organismes de la catégorie B au sens de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public. A moins qu'il n'y soit dérogé par le présent décret, l'Office est soumis aux dispositions de la loi précitée applicable aux organismes de ladite catégorie.
[1 L'Office est le Service public wallon de la Formation professionnelle et de l'emploi chargé de mener les missions définies à l'article 3.
Les missions exercées par l'Office sont gérées selon des règles spécifiques, prises par ou en vertu du présent décret. ]1
[1 ...]1
[1 ...]1
HOOFDSTUK II. - Bevoegdheden.
CHAPITRE II. - Attributions.
Afdeling 1. - [1 Opdrachten betreffende de door het Gewest uitgeoefende bekwaamheden inzake arbeidsbemiddeling en inzake beroepsomscholing en -bijscholing]1
Section 1. - [1 Missions relatives aux compétences en matière d'emploi et en matière de recyclage et reconversion professionnels exercées par la Région]1
Art. 3. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) (§ 1. [1 De "Office" zorgt voor de uitvoering van het tewerkstellings- en vormingsbeleid die haar door of krachtens een wettelijke of decretale bepaling worden toevertrouwd, ofwel verleent de volgende diensten van openbaar nut :
1° de afstemming tussen de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt, met inbegrip van de geschikte methoden om in de behoeften van de werkzoekenden en van de werkgevers te voorzien, door middel van :
a) de advisering en de steun van de werkzoekenden door middel van :
i) de inschrijving, de schrapping en de herinschrijving van de werkzoekenden met inachtneming van de wettelijke bepalingen inzake sociale zekerheid;
ii) de informatie en de oriëntatie van de werkzoekenden op de gewestelijke arbeidsmarkt;
iii) de begeleiding van de werkzoekenden [4 ...]4, met inbegrip van een [4 coaching- en oplossingsgerichte]4 begeleiding [3 en de outplacementbegeleiding]3;
[3 iv) de beslissingen betreffende de afwijkingen van de beschikbaarheideis voor de arbeidsmarkt van de uitkeringsgerechtigde werklozen met handhaving van de uitkeringen, bij het hervatten van studies, van een beroepsopleiding of een stage;]3
[4 v) de organisatie van overeenkomsten betreffende de observatie van een beroep door middel van een simulatie van beroepstoestand, gesloten tussen de werkzoekende, de onderneming en FOREm, met het oog op de bevestiging van het werkplan van de werkzoekende;]4
b) het beheer van de betrekkingen van de werkgevers om op hun aanwervingsbehoeften in te spelen, door middel van :
i) inzameling, beheer en bekendmaking van de vacatures;
ii) bemiddeling tussen aanbod en vraag;
c) actief beheer van de reserves aan arbeidskrachten om in de bestaande of potentiële behoeften van de gewestelijke arbeidsmarkt te voorzien;
2° de ontwikkeling en de identificatie van de bekwaamheden van de werkzoekenden [4 en werknemers die op eigen initiatief en voor hun persoonlijke behoeften een opleiding wensen te volgen]4, door middel van :
a) organisatie van beroepsinducerende of overkoepelende vormingen met het oog op de aanpassing van de bekwaamheden van de werkzoekenden [4 en van de in 2° bedoelde werknemers]4, op grond van de bestaande of potentiële behoeften van de gewestelijke arbeidsmarkt; de beroepsvormingen beogen de verwerving van bekwaamheden die het aanleren van een bepaald beroep mogelijk maken terwijl de overkoepelende vormingen de verwerving van bekwaamheden beogen die nuttig zijn voor de beroepsinschakeling en die niet rechtstreeks verbonden zijn met een beroep.
b) identificatie en erkenning van de bekwaamheden van de werkzoekenden [4 en de in 2° bedoelde werknemers, met inbegrip van de validering van de vaardigheden in de zin van betreffende de validering van de vaardigheden, gesloten tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie of het verstrekken van beroepscertificaties in de zin van het samenwerkingsakkoord van 26 februari 2015 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie, betreffende de oprichting en het beheer van een "Cadre francophone des certifications (C.F.C.)" (Franstalig Kwalificatiekader), als bewijs van de vaardigheden die de stagiairs hebben verworven in het kader van een beroepsopleiding of een transversale opleiding die door FOREm of door andere opleidingsoperatoren wordt georganiseerd overeenkomstig de voorwaarden van het bovenvermelde samenwerkingsakkoord van 26 februari 2015]4;
[4 c) de organisatie van opleidingen op de werkplek om een werkzoekende in staat te stellen specifieke vaardigheden te verwerven die op de arbeidsmarkt niet in voldoende mate voorhanden zijn, en om een snelle inschakeling te bevorderen, in de volgende situaties:
i) in het kader van een beroepsinlevingsovereenkomst in de zin van artikel 104 van de programmawet van 2 augustus 2002, gesloten tussen de werkgever en de werkzoekende en waarvan het opleidingsplan wordt erkend of georganiseerd door FOREm;
ii) in het kader van een overeenkomst waarbij FOREm partij is, betreffende een opleiding waarbij praktijkervaring in een onderneming wordt gecombineerd met een opleiding bij een opleidingsverstrekker;
iii) in het kader van een door FOREm toegekende beroepsopleidingsovereenkomst, wanneer het gaat om een stage in een onderneming die erop gericht is de werkzoekende in staat te stellen zijn werkplan of de vaardigheden die in het kader van een opleiding op grond van een beroepsopleidingsovereenkomst zijn verworven, te confronteren met de realiteit van de onderneming;]4
3° de coördinatie en de organisatie van de activiteiten van de tewerkstellingshuizen, [3 van de "ALE"]3 van de kruispunten tewerkstelling vorming oriëntatie, alsook van de kenniscentra en hun netwerken; daarenboven is de "Office" belast met de behandeling van de aanvragen tot erkenning van de kenniscentra et van de tewerkstellingshuizen die aan de beslissing van de Regering worden onderworpen;
4° de organisatie van geïntegreerde denksporen voor de behoeften van de gebruikers met, in voorkomend geval, tussenkomst van derden;
5° de analyse, het beheer en de bekendmaking van de informatie en van het kennis op de gewestelijke arbeidsmarkt;
6° de deelname aan en het sturen van het territoriaal overleg overeenkomstig de territoriale organisatie bedoeld bij of krachtens dit decreet;
7° de ontwikkeling en de identificatie van de bekwaamheden van de werkzoekenden [4 op verzoek van hun werkgever of voor de behoeften van deze laatste en op verzoek van de werknemer, die in hoofdzaak of in bijberoep zelfstandige is, voor de uitoefening van zijn activiteit]4;]1
[3 8° de controle op [4 de beschikbaarheid van de verplicht ingeschreven werkzoekende, de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende op wie de verplichting van aangepaste beschikbaarheid van toepassing is]4 en het opleggen van de desbetreffende straffen, overeenkomstig artikel 35;]3
[2 9° de toekenning, de vereffening, de budgettaire opvolging en de controle op de openbare steun en de financiële incentives voor de tewerkstelling en de opleiding in verband met het tewerkstellings- en vormingsbeleid toevertrouwd aan de "Office" krachtens een wettelijke, decretale of reglementaire bepaling;]2
[3 10° [4 de validatie van het opleidingsplan en de ontwerpovereenkomst tussen de werkgever en de stagiair met betrekking tot de bepalingen bedoeld in of krachtens de artikelen 104 tot 108 van de programmawet van 2 augustus 2002 betreffende de beroepsinlevingsovereenkomst;]4]3
[4 11° de deelname aan, de coördinatie en de sturing van de voorziening voor levenslange loopbaanoriëntering en de "Cités des Métiers";
12° de opleiding van beroepsbeoefenaars in orïentering, opleiding, socio-professionele inschakeling en validatie van vaardigheden via FormaForm
13° de deelname aan en de coördinatie van het platform "Wallonie Compétences d'Avenir".]4
[4 In afwijking van artikel 1bis, 3°, wordt de opdracht bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 7°, opgedragen aan de "Office" voor de werknemers die tewerkgesteld zijn in een vestigingseenheid gelegen op het grondgebied van het Franse taalgebied.]4
§ 2. (oude § 3) Binnen de perken van haar bevoegdheden inzake tewerkstelling [1 en inzake beroepsvorming]1 mag de Waalse Regering (, na advies van het beheerscomité, de modaliteiten bepalen voor de uitvoering [1 van de opdrachten bedoeld in paragraaf 1]1 of) elke andere taak opdragen aan de " Office "; de beheersovereenkomst wordt dienovereenkomstig aangepast.
§ 3. (oude § 4) De bij of krachtens de paragrafen 1 en (2) bepaalde opdrachten hebben ook een internationale draagwijdte; binnen de perken van zijn bevoegdheden vervult de " Office " de taken die bij of krachtens een supranationale wetgeving, met name die van de Europese Unie, opgedragen worden aan de openbare diensten voor tewerkstelling.
[1 § 4. De bij of krachtens de paragrafen 1 en 2 bepaalde opdrachten worden opgevolgd en onderworpen aan een evaluatie aan de hand van de indicatoren bedoeld in het kader van het beheerscontract.]1
1° de afstemming tussen de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt, met inbegrip van de geschikte methoden om in de behoeften van de werkzoekenden en van de werkgevers te voorzien, door middel van :
a) de advisering en de steun van de werkzoekenden door middel van :
i) de inschrijving, de schrapping en de herinschrijving van de werkzoekenden met inachtneming van de wettelijke bepalingen inzake sociale zekerheid;
ii) de informatie en de oriëntatie van de werkzoekenden op de gewestelijke arbeidsmarkt;
iii) de begeleiding van de werkzoekenden [4 ...]4, met inbegrip van een [4 coaching- en oplossingsgerichte]4 begeleiding [3 en de outplacementbegeleiding]3;
[3 iv) de beslissingen betreffende de afwijkingen van de beschikbaarheideis voor de arbeidsmarkt van de uitkeringsgerechtigde werklozen met handhaving van de uitkeringen, bij het hervatten van studies, van een beroepsopleiding of een stage;]3
[4 v) de organisatie van overeenkomsten betreffende de observatie van een beroep door middel van een simulatie van beroepstoestand, gesloten tussen de werkzoekende, de onderneming en FOREm, met het oog op de bevestiging van het werkplan van de werkzoekende;]4
b) het beheer van de betrekkingen van de werkgevers om op hun aanwervingsbehoeften in te spelen, door middel van :
i) inzameling, beheer en bekendmaking van de vacatures;
ii) bemiddeling tussen aanbod en vraag;
c) actief beheer van de reserves aan arbeidskrachten om in de bestaande of potentiële behoeften van de gewestelijke arbeidsmarkt te voorzien;
2° de ontwikkeling en de identificatie van de bekwaamheden van de werkzoekenden [4 en werknemers die op eigen initiatief en voor hun persoonlijke behoeften een opleiding wensen te volgen]4, door middel van :
a) organisatie van beroepsinducerende of overkoepelende vormingen met het oog op de aanpassing van de bekwaamheden van de werkzoekenden [4 en van de in 2° bedoelde werknemers]4, op grond van de bestaande of potentiële behoeften van de gewestelijke arbeidsmarkt; de beroepsvormingen beogen de verwerving van bekwaamheden die het aanleren van een bepaald beroep mogelijk maken terwijl de overkoepelende vormingen de verwerving van bekwaamheden beogen die nuttig zijn voor de beroepsinschakeling en die niet rechtstreeks verbonden zijn met een beroep.
b) identificatie en erkenning van de bekwaamheden van de werkzoekenden [4 en de in 2° bedoelde werknemers, met inbegrip van de validering van de vaardigheden in de zin van betreffende de validering van de vaardigheden, gesloten tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie of het verstrekken van beroepscertificaties in de zin van het samenwerkingsakkoord van 26 februari 2015 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie, betreffende de oprichting en het beheer van een "Cadre francophone des certifications (C.F.C.)" (Franstalig Kwalificatiekader), als bewijs van de vaardigheden die de stagiairs hebben verworven in het kader van een beroepsopleiding of een transversale opleiding die door FOREm of door andere opleidingsoperatoren wordt georganiseerd overeenkomstig de voorwaarden van het bovenvermelde samenwerkingsakkoord van 26 februari 2015]4;
[4 c) de organisatie van opleidingen op de werkplek om een werkzoekende in staat te stellen specifieke vaardigheden te verwerven die op de arbeidsmarkt niet in voldoende mate voorhanden zijn, en om een snelle inschakeling te bevorderen, in de volgende situaties:
i) in het kader van een beroepsinlevingsovereenkomst in de zin van artikel 104 van de programmawet van 2 augustus 2002, gesloten tussen de werkgever en de werkzoekende en waarvan het opleidingsplan wordt erkend of georganiseerd door FOREm;
ii) in het kader van een overeenkomst waarbij FOREm partij is, betreffende een opleiding waarbij praktijkervaring in een onderneming wordt gecombineerd met een opleiding bij een opleidingsverstrekker;
iii) in het kader van een door FOREm toegekende beroepsopleidingsovereenkomst, wanneer het gaat om een stage in een onderneming die erop gericht is de werkzoekende in staat te stellen zijn werkplan of de vaardigheden die in het kader van een opleiding op grond van een beroepsopleidingsovereenkomst zijn verworven, te confronteren met de realiteit van de onderneming;]4
3° de coördinatie en de organisatie van de activiteiten van de tewerkstellingshuizen, [3 van de "ALE"]3 van de kruispunten tewerkstelling vorming oriëntatie, alsook van de kenniscentra en hun netwerken; daarenboven is de "Office" belast met de behandeling van de aanvragen tot erkenning van de kenniscentra et van de tewerkstellingshuizen die aan de beslissing van de Regering worden onderworpen;
4° de organisatie van geïntegreerde denksporen voor de behoeften van de gebruikers met, in voorkomend geval, tussenkomst van derden;
5° de analyse, het beheer en de bekendmaking van de informatie en van het kennis op de gewestelijke arbeidsmarkt;
6° de deelname aan en het sturen van het territoriaal overleg overeenkomstig de territoriale organisatie bedoeld bij of krachtens dit decreet;
7° de ontwikkeling en de identificatie van de bekwaamheden van de werkzoekenden [4 op verzoek van hun werkgever of voor de behoeften van deze laatste en op verzoek van de werknemer, die in hoofdzaak of in bijberoep zelfstandige is, voor de uitoefening van zijn activiteit]4;]1
[3 8° de controle op [4 de beschikbaarheid van de verplicht ingeschreven werkzoekende, de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende op wie de verplichting van aangepaste beschikbaarheid van toepassing is]4 en het opleggen van de desbetreffende straffen, overeenkomstig artikel 35;]3
[2 9° de toekenning, de vereffening, de budgettaire opvolging en de controle op de openbare steun en de financiële incentives voor de tewerkstelling en de opleiding in verband met het tewerkstellings- en vormingsbeleid toevertrouwd aan de "Office" krachtens een wettelijke, decretale of reglementaire bepaling;]2
[3 10° [4 de validatie van het opleidingsplan en de ontwerpovereenkomst tussen de werkgever en de stagiair met betrekking tot de bepalingen bedoeld in of krachtens de artikelen 104 tot 108 van de programmawet van 2 augustus 2002 betreffende de beroepsinlevingsovereenkomst;]4]3
[4 11° de deelname aan, de coördinatie en de sturing van de voorziening voor levenslange loopbaanoriëntering en de "Cités des Métiers";
12° de opleiding van beroepsbeoefenaars in orïentering, opleiding, socio-professionele inschakeling en validatie van vaardigheden via FormaForm
13° de deelname aan en de coördinatie van het platform "Wallonie Compétences d'Avenir".]4
[4 In afwijking van artikel 1bis, 3°, wordt de opdracht bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 7°, opgedragen aan de "Office" voor de werknemers die tewerkgesteld zijn in een vestigingseenheid gelegen op het grondgebied van het Franse taalgebied.]4
§ 2. (oude § 3) Binnen de perken van haar bevoegdheden inzake tewerkstelling [1 en inzake beroepsvorming]1 mag de Waalse Regering (, na advies van het beheerscomité, de modaliteiten bepalen voor de uitvoering [1 van de opdrachten bedoeld in paragraaf 1]1 of) elke andere taak opdragen aan de " Office "; de beheersovereenkomst wordt dienovereenkomstig aangepast.
§ 3. (oude § 4) De bij of krachtens de paragrafen 1 en (2) bepaalde opdrachten hebben ook een internationale draagwijdte; binnen de perken van zijn bevoegdheden vervult de " Office " de taken die bij of krachtens een supranationale wetgeving, met name die van de Europese Unie, opgedragen worden aan de openbare diensten voor tewerkstelling.
[1 § 4. De bij of krachtens de paragrafen 1 en 2 bepaalde opdrachten worden opgevolgd en onderworpen aan een evaluatie aan de hand van de indicatoren bedoeld in het kader van het beheerscontract.]1
Modifications
Art. 3. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. [1 L'Office met en oeuvre les politiques en matière d'emploi et de formation qui lui sont confiées par ou en vertu d'une disposition légale ou décrétale, soit accomplit les services d'intérêt général suivants :
1° le rapprochement entre l'offre et la demande d'emploi, qui comprend les méthodes appropriées pour répondre [4 aux besoins des personnes qui recherchent un emploi]4 et des employeurs, par :
a) le conseil et [4 l'appui aux personnes qui recherchent un emploi]4 par :
i) l'inscription, la radiation et la réinscription des demandeurs d'emploi dans le respect des dispositions légales en matière de sécurité sociale;
ii) l'information et l'orientation des [4 personnes qui recherchent un emploi]4 sur le marché régional du travail;
iii) l'accompagnement des demandeurs d'emploi [4 ...]4, en ce compris l'accompagnement [4 orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi]4 [3 et le reclassement professionnel]3;
[3 iv) les décisions relatives aux dispenses à l'exigence de disponibilité pour le marché du travail des chômeurs indemnisés, avec maintien des allocations, en cas de reprise d'études, de suivi d'une formation professionnelle ou d'un stage;]3
[4 v) l'organisation de conventions portant sur l'observation d'un métier au travers d'une mise en situation professionnelle, conclue entre le demandeur d'emploi, l'entreprise et le FOREm, visant la confirmation du projet professionnel du demandeur d'emploi;]4
b) la gestion des offres d'emploi des employeurs en vue de satisfaire leurs besoins en recrutement, par :
i) la collecte, la gestion et la diffusion des offres d'emploi;
ii) l'intermédiation entre l'offre et la demande;
c) la gestion active des réserves de main-d'oeuvre en vue de répondre aux besoins ou tensions, existants ou potentiels, du marché régional du travail;
2° le développement et l'identification des compétences des demandeurs d'emploi [4 et des travailleurs qui désirent suivre une formation de leur propre initiative et pour leurs besoins personnels]4, par :
a) la mise en oeuvre de formations professionnalisantes ou transversales visant à adapter les compétences des demandeurs d'emploi [4 et des travailleurs visés au 2°]4, au regard des besoins ou tensions existants ou potentiels du marché régional du travail; les formations professionnalisantes visent l'acquisition de compétences permettant l'apprentissage d'un métier déterminé tandis que les formations transversales visent l'acquisition de compétences utiles à l'insertion professionnelle non directement liées à un métier.
b) l'identification et la reconnaissance des compétences des demandeurs d'emploi [4 et des travailleurs visés au 2°, dont la validation des compétences au sens de l'accord de coopération du 21 mars 2019 entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française relatif à la validation des compétences ou la délivrance de certifications professionnelles au sens de l'accord de coopération du 26 février 2015 entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française concernant la création et la gestion d'un Cadre francophone des certifications, en abrégé " C.F.C. ", attestant des compétences acquises par les stagiaires dans le cadre des formations professionnalisantes ou transversales organisées par le FOREm ou par d'autres opérateurs de formation dans le respect des conditions prévues par l'accord de coopération du 26 février 2015 précité]4;
[4 c) l'organisation de formations en milieu de travail en vue de permettre à un demandeur d'emploi d'acquérir des compétences spécifiques, insuffisamment rencontrées sur le marché du travail, et de favoriser son insertion rapide, dans les situations suivantes :
i) dans le cadre d'une convention d'immersion professionnelle au sens de l'article 104 de la loi-programme du 2 août 2002 conclue entre l'employeur et le demandeur d'emploi et dont le plan de formation est reconnu ou organisé par le FOREm;
ii) dans le cadre d'une convention à laquelle le FOREm est partie prenante, portant sur une formation associant expérience pratique en entreprise et formation auprès d'un opérateur de formation ;
iii) dans le cadre d'un contrat de formation professionnelle octroyé par le FOREm lorsqu'il s'agit d'un stage en entreprise visant à permettre à un demandeur d'emploi de confronter avec la réalité de l'entreprise son projet professionnel ou les compétences acquises dans le cadre d'une formation sous contrat de formation professionnelle ;]4
3° la coordination et l'animation de l'action des maisons de l'emploi, [3 des ALE,]3 des carrefour emploi formation orientation, ainsi que des centres de compétence et de leurs réseaux; l'Office est en outre chargé de l'instruction des demandes de reconnaissance des centres de compétence et des maisons de l'emploi, qui sont soumises à la décision du Gouvernement;
4° l'organisation de réponses intégrées aux besoins des usagers, s'il échet, par le recours à l'intervention de tiers;
5° l'analyse, la gestion et la diffusion de l'information et de la connaissance sur le marché régional du travail;
6° la participation à et l'animation de la concertation territoriale selon l'organisation territoriale prévue par ou en vertu du présent décret;
7° le développement et l'identification des compétences des travailleurs [4 à la demande de leur employeur ou pour les besoins de ce dernier et à la demande du travailleur, qui exerce une activité professionnelle à titre d'indépendant principal ou complémentaire, pour les besoins de son activité]4.]1
[3 8° le contrôle de la disponibilité [4 du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, du jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée]4 et l'imposition des sanctions y relatives, conformément à l'article 35;]3
[2 9° l'octroi, la liquidation, le suivi budgétaire et le contrôle des aides publiques et des incitants financiers à l'emploi et à la formation liés aux politiques de l'emploi et de la formation, confiées à l'Office par ou en vertu d'une disposition légale, décrétale ou réglementaire;]2
[3 10° [4 la validation du plan de formation et du projet de convention entre l'employeur et le stagiaire au regard des dispositions visées par ou en vertu des articles 104 à 108 de la loi-programme du 2 août 2002 relative à la convention d'immersion professionnelle;]4]3
[4 11° la participation, la coordination et le pilotage du dispositif d'orientation tout au long de la vie et des Cités des Métiers ;
12° la formation des professionnels de l'orientation, de la formation, de l'insertion socioprofessionnelle et de la validation des compétences au travers de FormaForm;
13° la participation et la coordination de la plateforme Wallonie Compétences d'Avenir.]4
[4 Par dérogation à l'article 1erbis, 3°, la mission visée à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 7°, est attribuée à l'Office pour les travailleurs occupés dans une unité d'établissement située sur le territoire de la région de langue française.]4
§ 2. (ancien § 3) Dans les limites de ses compétences en matière d'emploi [1 et en matière de formation professionnelle]1, le Gouvernement wallon est habilité (à préciser, sur avis du comité de gestion, les modalités d'exécution [1 des missions visées au paragraphe 1er]1 ou) à confier toute autre mission à l'Office; le contrat de gestion sera adapté en conséquence.
§ 3. (ancien § 3) Les missions établies par ou en vertu des paragraphes 1er et (2) s'étendent à leurs aspects internationaux; dans les limites de ses attributions, l'Office accomplit les missions attribuées par ou en vertu de législations supranationales, notamment de l'Union européenne, aux services publics de l'emploi.
[1 § 4. Les missions établies par ou en vertu des paragraphes 1er et 2 font l'objet d'un suivi et d'une évaluation via les indicateurs prévus dans le cadre du contrat de gestion.]1
1° le rapprochement entre l'offre et la demande d'emploi, qui comprend les méthodes appropriées pour répondre [4 aux besoins des personnes qui recherchent un emploi]4 et des employeurs, par :
a) le conseil et [4 l'appui aux personnes qui recherchent un emploi]4 par :
i) l'inscription, la radiation et la réinscription des demandeurs d'emploi dans le respect des dispositions légales en matière de sécurité sociale;
ii) l'information et l'orientation des [4 personnes qui recherchent un emploi]4 sur le marché régional du travail;
iii) l'accompagnement des demandeurs d'emploi [4 ...]4, en ce compris l'accompagnement [4 orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi]4 [3 et le reclassement professionnel]3;
[3 iv) les décisions relatives aux dispenses à l'exigence de disponibilité pour le marché du travail des chômeurs indemnisés, avec maintien des allocations, en cas de reprise d'études, de suivi d'une formation professionnelle ou d'un stage;]3
[4 v) l'organisation de conventions portant sur l'observation d'un métier au travers d'une mise en situation professionnelle, conclue entre le demandeur d'emploi, l'entreprise et le FOREm, visant la confirmation du projet professionnel du demandeur d'emploi;]4
b) la gestion des offres d'emploi des employeurs en vue de satisfaire leurs besoins en recrutement, par :
i) la collecte, la gestion et la diffusion des offres d'emploi;
ii) l'intermédiation entre l'offre et la demande;
c) la gestion active des réserves de main-d'oeuvre en vue de répondre aux besoins ou tensions, existants ou potentiels, du marché régional du travail;
2° le développement et l'identification des compétences des demandeurs d'emploi [4 et des travailleurs qui désirent suivre une formation de leur propre initiative et pour leurs besoins personnels]4, par :
a) la mise en oeuvre de formations professionnalisantes ou transversales visant à adapter les compétences des demandeurs d'emploi [4 et des travailleurs visés au 2°]4, au regard des besoins ou tensions existants ou potentiels du marché régional du travail; les formations professionnalisantes visent l'acquisition de compétences permettant l'apprentissage d'un métier déterminé tandis que les formations transversales visent l'acquisition de compétences utiles à l'insertion professionnelle non directement liées à un métier.
b) l'identification et la reconnaissance des compétences des demandeurs d'emploi [4 et des travailleurs visés au 2°, dont la validation des compétences au sens de l'accord de coopération du 21 mars 2019 entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française relatif à la validation des compétences ou la délivrance de certifications professionnelles au sens de l'accord de coopération du 26 février 2015 entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française concernant la création et la gestion d'un Cadre francophone des certifications, en abrégé " C.F.C. ", attestant des compétences acquises par les stagiaires dans le cadre des formations professionnalisantes ou transversales organisées par le FOREm ou par d'autres opérateurs de formation dans le respect des conditions prévues par l'accord de coopération du 26 février 2015 précité]4;
[4 c) l'organisation de formations en milieu de travail en vue de permettre à un demandeur d'emploi d'acquérir des compétences spécifiques, insuffisamment rencontrées sur le marché du travail, et de favoriser son insertion rapide, dans les situations suivantes :
i) dans le cadre d'une convention d'immersion professionnelle au sens de l'article 104 de la loi-programme du 2 août 2002 conclue entre l'employeur et le demandeur d'emploi et dont le plan de formation est reconnu ou organisé par le FOREm;
ii) dans le cadre d'une convention à laquelle le FOREm est partie prenante, portant sur une formation associant expérience pratique en entreprise et formation auprès d'un opérateur de formation ;
iii) dans le cadre d'un contrat de formation professionnelle octroyé par le FOREm lorsqu'il s'agit d'un stage en entreprise visant à permettre à un demandeur d'emploi de confronter avec la réalité de l'entreprise son projet professionnel ou les compétences acquises dans le cadre d'une formation sous contrat de formation professionnelle ;]4
3° la coordination et l'animation de l'action des maisons de l'emploi, [3 des ALE,]3 des carrefour emploi formation orientation, ainsi que des centres de compétence et de leurs réseaux; l'Office est en outre chargé de l'instruction des demandes de reconnaissance des centres de compétence et des maisons de l'emploi, qui sont soumises à la décision du Gouvernement;
4° l'organisation de réponses intégrées aux besoins des usagers, s'il échet, par le recours à l'intervention de tiers;
5° l'analyse, la gestion et la diffusion de l'information et de la connaissance sur le marché régional du travail;
6° la participation à et l'animation de la concertation territoriale selon l'organisation territoriale prévue par ou en vertu du présent décret;
7° le développement et l'identification des compétences des travailleurs [4 à la demande de leur employeur ou pour les besoins de ce dernier et à la demande du travailleur, qui exerce une activité professionnelle à titre d'indépendant principal ou complémentaire, pour les besoins de son activité]4.]1
[3 8° le contrôle de la disponibilité [4 du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, du jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée]4 et l'imposition des sanctions y relatives, conformément à l'article 35;]3
[2 9° l'octroi, la liquidation, le suivi budgétaire et le contrôle des aides publiques et des incitants financiers à l'emploi et à la formation liés aux politiques de l'emploi et de la formation, confiées à l'Office par ou en vertu d'une disposition légale, décrétale ou réglementaire;]2
[3 10° [4 la validation du plan de formation et du projet de convention entre l'employeur et le stagiaire au regard des dispositions visées par ou en vertu des articles 104 à 108 de la loi-programme du 2 août 2002 relative à la convention d'immersion professionnelle;]4]3
[4 11° la participation, la coordination et le pilotage du dispositif d'orientation tout au long de la vie et des Cités des Métiers ;
12° la formation des professionnels de l'orientation, de la formation, de l'insertion socioprofessionnelle et de la validation des compétences au travers de FormaForm;
13° la participation et la coordination de la plateforme Wallonie Compétences d'Avenir.]4
[4 Par dérogation à l'article 1erbis, 3°, la mission visée à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 7°, est attribuée à l'Office pour les travailleurs occupés dans une unité d'établissement située sur le territoire de la région de langue française.]4
§ 2. (ancien § 3) Dans les limites de ses compétences en matière d'emploi [1 et en matière de formation professionnelle]1, le Gouvernement wallon est habilité (à préciser, sur avis du comité de gestion, les modalités d'exécution [1 des missions visées au paragraphe 1er]1 ou) à confier toute autre mission à l'Office; le contrat de gestion sera adapté en conséquence.
§ 3. (ancien § 3) Les missions établies par ou en vertu des paragraphes 1er et (2) s'étendent à leurs aspects internationaux; dans les limites de ses attributions, l'Office accomplit les missions attribuées par ou en vertu de législations supranationales, notamment de l'Union européenne, aux services publics de l'emploi.
[1 § 4. Les missions établies par ou en vertu des paragraphes 1er et 2 font l'objet d'un suivi et d'une évaluation via les indicateurs prévus dans le cadre du contrat de gestion.]1
Afdeling 2. [1 Verzameling, verwerking, uitwisseling en bescherming van persoonsgegevens]1
Section 2. [1 - Collecte, traitement, échange et protection des données à caractère personnel]1
Art. 4. [1 FOREm is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die hij verwerkt voor de uitvoering van de opdrachten die hem zijn toevertrouwd bij of krachtens artikel 3.]1
Modifications
Art. 4. [1 Le FOREm est responsable du traitement des données qu'il traite pour l'exécution des missions confiées par ou en vertu de l'article 3.]1
Modifications
Art. 4/1. [1 § 1. FOREm verwerkt, naargelang wat noodzakelijk is om zijn verplichtingen na te komen, zijn opdrachten uit te voeren of de vraag naar diensten van de particuliere gebruiker te beantwoorden, de volgende categorieën van persoonsgegevens:
1° het identificatienummer in het Rijksregister of het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid indien de betrokkene niet in het Rijksregister is ingeschreven ;
2° de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 10° en 14°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van natuurlijke personen;
3° indien de in 2° bedoelde gegevens niet beschikbaar zijn of indien de gebruiker niet beschikt over één van de in 1° bedoelde nummers, de naam, voornaam, geslacht, geboortedatum en adres;
4° gegevens met betrekking tot de inschrijving als werkzoekende bij FOREm, met inbegrip van de reden van inschrijving;
5° telefonische en elektronische contactgegevens;
6° het door de instellingen van sociale zekerheid erkende statuut dat een invloed heeft op de rechten en plichten van de particuliere gebruiker ten aanzien van FOREm;
7° studies, opleidingen en beheerste talen;
8° de beroepskwalificaties, met vermelding, in voorkomend geval, van de behaalde beroepscertificaties alsook van de tijdens de opleiding verworven kwalificaties, attesten en getuigschriften van vakbekwaamheid, diploma's en andere professionele erkenningen;
9° beroepsaspiraties, met inbegrip van beroepspositionering;
10° beroepservaring en -bekwaamheden die op formele, informele en niet-formele wijze zijn verworven;
11° informatie met betrekking tot de digitale autonomie;
12° gegevens met betrekking tot de stappen die de particuliere gebruiker met FOREm onderneemt;
13° psycho-medisch-sociale elementen, met inbegrip van gezondheidsgegevens, meegedeeld door de particuliere gebruiker of geattesteerd door een arts, een psycholoog of een maatschappelijk werker of meegedeeld door de begeleidingspartners, de derden bedoeld in hoofdstuk IV van het decreet van 12 november 2021 betreffende de coaching- en oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden en elke andere derde die over deze elementen beschikt, die een invloed kunnen hebben op zijn beroepspositionering, zijn graad van nabijheid tot de arbeidsmarkt, de vaststelling van zijn begeleiding, zijn mogelijkheden om inschakeling- of opleidingsacties uit te voeren, de vaststelling van de status van niet-mobiliseerbare werkzoekende of van zijn verplichting van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt als verplicht ingeschreven werkzoekende, als verplicht ingeschreven jonge werkzoekende of als verplicht ingeschreven werkzoekende voor wie de verplichting van aangepaste beschikbaarheid geldt, of de verificatie mogelijk maken van de capaciteit van de particuliere gebruiker om een baan uit te oefenen of toegang te krijgen tot een opleiding;
14° gegevens met betrekking tot een handicap, invaliditeit of arbeidsongeschiktheid, erkend door een bevoegde instantie of door de derde die door deze instantie is gemandateerd;
15° bankgegevens nodig voor de betaling van de door FOREm betaalde steun;
16° de informatie volgens welke de werkzoekende onder schuldbemiddeling staat, alsook de naam, voornaam en contactgegevens van de schuldbemiddelaar;
17° gegevens met betrekking tot zijn zoektocht naar werk;
18° gegevens met betrekking tot het bezit van een rijbewijs;
19° gegevens met betrekking tot acties inzake oriëntering, opleiding, validering van vaardigheden of inschakeling die zijn uitgevoerd in het kader van het inschakelingsparcours van de particuliere gebruiker op de arbeidsmarkt, met name de feedback met betrekking tot de acties die zijn uitgevoerd door de begeleidingspartners en derden bedoeld in hoofdstuk IV van het decreet van 12 november 2021 met betrekking tot coaching- en oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden en de derden bedoeld in artikel 7;
20° gegevens met betrekking tot een vrijheidsstraf of een tot vrijlating strekkende maatregel, wanneer deze maatregelen plaatsvinden terwijl de particuliere gebruiker in kwestie door FOREm wordt begeleid of onderworpen is aan de controle van zijn beschikbaarheid op de arbeidsmarkt.
Voor de particuliere gebruiker van wie de identiteit is geauthenticeerd, worden zijn gegevens gecentraliseerd, samengevoegd en in één bestand bewaard, teneinde de follow-up van de door de particuliere gebruiker met FOREm of met derden uitgevoerde of uit te voeren acties te verzekeren en een longitudinale follow-up van zijn acties en elementen in verband met zijn inschakeling op de arbeidsmarkt mogelijk te maken vanaf het einde van zijn leerplicht tot de leeftijd van zijn pensioen.
§ 2. Om de particuliere gebruiker niet te sturen naar een baan of een beroepsopleiding waarvan de voorwaarden voor toegang of uitoefening gereglementeerd zijn of verband houden met een activiteit waarbij contacten met minderjarigen worden gelegd, of wanneer de particuliere gebruiker naar een dergelijke baan of opleiding voor een dergelijke baan wordt gestuurd, raadpleegt FOREm het centrale strafregister om vooraf na te gaan of er al dan niet sprake is van een strafrechtelijke veroordeling die de toegang tot de baan of de beroepsopleiding die tot deze baan leidt, verhindert.
§ 3. FOREm bewaart de gegevens van de particuliere gebruiker gedurende een periode van maximaal tien jaar, vanaf het moment dat de gebruiker geen diensten bij FOREm meer verbruikt, behalve indien een wettelijke of decretale bepaling een langere bewaartermijn voorschrijft. In geval van een geschil kan FOREm de gegevens van de particuliere gebruiker bewaren gedurende de periode die noodzakelijk is voor het beheer van het geschil.
In afwijking van lid 1 kan FOREm tot de pensioengerechtigde leeftijd van de particuliere gebruiker of tot 3 jaar na de laatste bij FOREm verbruikte dienst wanneer de gebruiker na de pensioengerechtigde leeftijd als werkzoekende ingeschreven blijft staan, de volgende gegevens bewaren:
1° de gegevens waarvoor FOREm de referentiebeheerder is;
2° de gegevens die FOREm heeft voortgebracht en waarvoor zij garant staat;
3° de gegevens die nodig zijn voor de longitudinale opvolging van de handelingen van de particuliere gebruiker en de elementen met betrekking tot zijn socioprofessionele inschakeling die door de Regering worden bepaald.
§ 4. FOREm en de in paragraaf 2 bedoelde derden kunnen de in § 1, eerste lid, 1°, 3°, 5°, 7° tot 13°, 18° en 19° bedoelde categorieën van gegevens uitwisselen die betrekking hebben op particuliere gebruikers ingeschreven in een parcours waarin de derde optreedt.
De uitwisseling van gegevens betreffende de particuliere gebruiker, tussen FOREm en derden die tussenkomen in het parcours van de gebruiker, hetzij krachtens artikel 7, hetzij wegens hun medewerking aan de uitoefening door FOREm van de opdrachten voorzien bij of krachtens artikel 3, hetzij wegens hun tussenkomst in het parcours van de gebruiker voorzien bij of krachtens een wettelijke, decretale of reglementaire bepaling, gebeurt via de door FOREm voorziene middelen van of naar het enkel dossier.
Voor de identificatie en authenticatie van particuliere gebruikers en in het kader van de uitvoering van zijn taken, alsmede voor de uitwisseling van gegevens met de in lid 2 bedoelde derden, die in het parcours van de gebruiker interveniëren, is FOREm gemachtigd om de volgende middelen te gebruiken:
1° het identificatienummer in het Rijksregister, indien het gaat om gegevens betreffende een in het Rijksregister ingeschreven natuurlijke persoon ;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, indien het gaat om gegevens met betrekking tot een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister is ingeschreven.
De in lid 2 bedoelde derden zijn gemachtigd de voormelde identificatienummers te gebruiken om de gebruiker te identificeren in hun uitwisselingen met FOREm.
§ 5. FOREm werkt samen met de andere Belgische openbare diensten voor arbeidsbemiddeling en kan de gegevens bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 3° tot 5°, 7° tot 13°, 17° tot 19°, uitwisselen betreffende de werkzoekenden die zich verplaatsen naar het grondgebied waarvoor deze andere openbare dienst voor arbeidsbemiddeling bevoegd is.
§ 6. De particuliere gebruiker kan toegang krijgen tot de gegevens die FOREm over hem bewaart.]1
1° het identificatienummer in het Rijksregister of het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid indien de betrokkene niet in het Rijksregister is ingeschreven ;
2° de gegevens bedoeld in artikel 3, eerste lid, 1° tot 10° en 14°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van natuurlijke personen;
3° indien de in 2° bedoelde gegevens niet beschikbaar zijn of indien de gebruiker niet beschikt over één van de in 1° bedoelde nummers, de naam, voornaam, geslacht, geboortedatum en adres;
4° gegevens met betrekking tot de inschrijving als werkzoekende bij FOREm, met inbegrip van de reden van inschrijving;
5° telefonische en elektronische contactgegevens;
6° het door de instellingen van sociale zekerheid erkende statuut dat een invloed heeft op de rechten en plichten van de particuliere gebruiker ten aanzien van FOREm;
7° studies, opleidingen en beheerste talen;
8° de beroepskwalificaties, met vermelding, in voorkomend geval, van de behaalde beroepscertificaties alsook van de tijdens de opleiding verworven kwalificaties, attesten en getuigschriften van vakbekwaamheid, diploma's en andere professionele erkenningen;
9° beroepsaspiraties, met inbegrip van beroepspositionering;
10° beroepservaring en -bekwaamheden die op formele, informele en niet-formele wijze zijn verworven;
11° informatie met betrekking tot de digitale autonomie;
12° gegevens met betrekking tot de stappen die de particuliere gebruiker met FOREm onderneemt;
13° psycho-medisch-sociale elementen, met inbegrip van gezondheidsgegevens, meegedeeld door de particuliere gebruiker of geattesteerd door een arts, een psycholoog of een maatschappelijk werker of meegedeeld door de begeleidingspartners, de derden bedoeld in hoofdstuk IV van het decreet van 12 november 2021 betreffende de coaching- en oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden en elke andere derde die over deze elementen beschikt, die een invloed kunnen hebben op zijn beroepspositionering, zijn graad van nabijheid tot de arbeidsmarkt, de vaststelling van zijn begeleiding, zijn mogelijkheden om inschakeling- of opleidingsacties uit te voeren, de vaststelling van de status van niet-mobiliseerbare werkzoekende of van zijn verplichting van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt als verplicht ingeschreven werkzoekende, als verplicht ingeschreven jonge werkzoekende of als verplicht ingeschreven werkzoekende voor wie de verplichting van aangepaste beschikbaarheid geldt, of de verificatie mogelijk maken van de capaciteit van de particuliere gebruiker om een baan uit te oefenen of toegang te krijgen tot een opleiding;
14° gegevens met betrekking tot een handicap, invaliditeit of arbeidsongeschiktheid, erkend door een bevoegde instantie of door de derde die door deze instantie is gemandateerd;
15° bankgegevens nodig voor de betaling van de door FOREm betaalde steun;
16° de informatie volgens welke de werkzoekende onder schuldbemiddeling staat, alsook de naam, voornaam en contactgegevens van de schuldbemiddelaar;
17° gegevens met betrekking tot zijn zoektocht naar werk;
18° gegevens met betrekking tot het bezit van een rijbewijs;
19° gegevens met betrekking tot acties inzake oriëntering, opleiding, validering van vaardigheden of inschakeling die zijn uitgevoerd in het kader van het inschakelingsparcours van de particuliere gebruiker op de arbeidsmarkt, met name de feedback met betrekking tot de acties die zijn uitgevoerd door de begeleidingspartners en derden bedoeld in hoofdstuk IV van het decreet van 12 november 2021 met betrekking tot coaching- en oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden en de derden bedoeld in artikel 7;
20° gegevens met betrekking tot een vrijheidsstraf of een tot vrijlating strekkende maatregel, wanneer deze maatregelen plaatsvinden terwijl de particuliere gebruiker in kwestie door FOREm wordt begeleid of onderworpen is aan de controle van zijn beschikbaarheid op de arbeidsmarkt.
Voor de particuliere gebruiker van wie de identiteit is geauthenticeerd, worden zijn gegevens gecentraliseerd, samengevoegd en in één bestand bewaard, teneinde de follow-up van de door de particuliere gebruiker met FOREm of met derden uitgevoerde of uit te voeren acties te verzekeren en een longitudinale follow-up van zijn acties en elementen in verband met zijn inschakeling op de arbeidsmarkt mogelijk te maken vanaf het einde van zijn leerplicht tot de leeftijd van zijn pensioen.
§ 2. Om de particuliere gebruiker niet te sturen naar een baan of een beroepsopleiding waarvan de voorwaarden voor toegang of uitoefening gereglementeerd zijn of verband houden met een activiteit waarbij contacten met minderjarigen worden gelegd, of wanneer de particuliere gebruiker naar een dergelijke baan of opleiding voor een dergelijke baan wordt gestuurd, raadpleegt FOREm het centrale strafregister om vooraf na te gaan of er al dan niet sprake is van een strafrechtelijke veroordeling die de toegang tot de baan of de beroepsopleiding die tot deze baan leidt, verhindert.
§ 3. FOREm bewaart de gegevens van de particuliere gebruiker gedurende een periode van maximaal tien jaar, vanaf het moment dat de gebruiker geen diensten bij FOREm meer verbruikt, behalve indien een wettelijke of decretale bepaling een langere bewaartermijn voorschrijft. In geval van een geschil kan FOREm de gegevens van de particuliere gebruiker bewaren gedurende de periode die noodzakelijk is voor het beheer van het geschil.
In afwijking van lid 1 kan FOREm tot de pensioengerechtigde leeftijd van de particuliere gebruiker of tot 3 jaar na de laatste bij FOREm verbruikte dienst wanneer de gebruiker na de pensioengerechtigde leeftijd als werkzoekende ingeschreven blijft staan, de volgende gegevens bewaren:
1° de gegevens waarvoor FOREm de referentiebeheerder is;
2° de gegevens die FOREm heeft voortgebracht en waarvoor zij garant staat;
3° de gegevens die nodig zijn voor de longitudinale opvolging van de handelingen van de particuliere gebruiker en de elementen met betrekking tot zijn socioprofessionele inschakeling die door de Regering worden bepaald.
§ 4. FOREm en de in paragraaf 2 bedoelde derden kunnen de in § 1, eerste lid, 1°, 3°, 5°, 7° tot 13°, 18° en 19° bedoelde categorieën van gegevens uitwisselen die betrekking hebben op particuliere gebruikers ingeschreven in een parcours waarin de derde optreedt.
De uitwisseling van gegevens betreffende de particuliere gebruiker, tussen FOREm en derden die tussenkomen in het parcours van de gebruiker, hetzij krachtens artikel 7, hetzij wegens hun medewerking aan de uitoefening door FOREm van de opdrachten voorzien bij of krachtens artikel 3, hetzij wegens hun tussenkomst in het parcours van de gebruiker voorzien bij of krachtens een wettelijke, decretale of reglementaire bepaling, gebeurt via de door FOREm voorziene middelen van of naar het enkel dossier.
Voor de identificatie en authenticatie van particuliere gebruikers en in het kader van de uitvoering van zijn taken, alsmede voor de uitwisseling van gegevens met de in lid 2 bedoelde derden, die in het parcours van de gebruiker interveniëren, is FOREm gemachtigd om de volgende middelen te gebruiken:
1° het identificatienummer in het Rijksregister, indien het gaat om gegevens betreffende een in het Rijksregister ingeschreven natuurlijke persoon ;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, indien het gaat om gegevens met betrekking tot een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister is ingeschreven.
De in lid 2 bedoelde derden zijn gemachtigd de voormelde identificatienummers te gebruiken om de gebruiker te identificeren in hun uitwisselingen met FOREm.
§ 5. FOREm werkt samen met de andere Belgische openbare diensten voor arbeidsbemiddeling en kan de gegevens bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, 3° tot 5°, 7° tot 13°, 17° tot 19°, uitwisselen betreffende de werkzoekenden die zich verplaatsen naar het grondgebied waarvoor deze andere openbare dienst voor arbeidsbemiddeling bevoegd is.
§ 6. De particuliere gebruiker kan toegang krijgen tot de gegevens die FOREm over hem bewaart.]1
Art. 4/1. [1 § 1er. Le FOREm traite, en fonction de ce qui est nécessaire pour répondre à ses obligations, à l'exécution de ses missions ou à la demande de services de l'usager particulier, les catégories de données à caractère personnel suivantes :
1° le numéro d'identification au Registre national ou le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la sécurité sociale si la personne physique n'est pas inscrite au Registre national ;
2° les données visées à l'article 3, alinéa 1er, 1° à 10° et 14°, de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques ;
3° si les données visées au 2° ne sont pas disponibles ou si l'usager ne dispose d'aucun des numéros visés au 1°, les nom, prénom, genre, date de naissance et adresse ;
4° les données relatives à l'inscription en tant que demandeur d'emploi auprès du FOREm, en ce compris le motif de son inscription ;
5° les données de contact téléphonique et électronique ;
6° le statut reconnu par des institutions de sécurité sociale qui a un impact sur les droits et obligations de l'usager particulier à l'égard du FOREm ;
7° les études, les formations et les langues maîtrisées ;
8° les qualifications professionnelles, en indiquant, le cas échéant, la ou les certifications professionnelles obtenues ainsi que, les titres de compétences, les attestations et certificats de compétences acquises en formation, les brevets et autres agréments professionnels ;
9° les aspirations professionnelles, en ce compris le positionnement métier ;
10° l'expérience professionnelle et les compétences acquises de manière formelle, informelle et non formelle ;
11° les informations relatives à l'autonomie numérique ;
12° les données en lien avec les démarches réalisées par l'usager particulier auprès du FOREm;
13° les éléments d'ordre psycho-médico-social, en ce compris les données de santé, communiqués par l'usager particulier ou attestés par un médecin, un psychologue ou un assistant social ou communiqués par les partenaires de l'accompagnement, les tiers visés au chapitre IV du décret du 12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi et tout autre tiers disposant de ces éléments, pouvant avoir un impact sur son positionnement métier, son degré de proximité du marché de l'emploi, la détermination de son accompagnement, ses possibilités de réaliser des actions d'insertion ou de formation, la détermination du statut de demandeur d'emploi non-mobilisable ou sur son obligation de disponibilité pour le marché de l'emploi en tant que demandeur d'emploi obligatoirement inscrit, jeune demandeur d'emploi obligatoirement inscrit ou demandeur d'emploi obligatoirement inscrit soumis à l'obligation de disponibilité adaptée ou permettant de vérifier la capacité de l'usager particulier à exercer un emploi ou à accéder à une formation;
14° des données relatives à un handicap, une invalidité ou une incapacité sur le marché du travail, reconnus par toute autorité compétente ou par le tiers mandaté par cette autorité ;
15° les données bancaires nécessaires au paiement des aides versées par le FOREm;
16° l'information selon laquelle le demandeur d'emploi est sous médiation de dettes ainsi que les nom, prénom et données de contact du médiateur de dettes ;
17° les données relatives à sa recherche d'emploi ;
18° les données relatives à la détention d'un permis de conduire ;
19° les données relatives aux actions d'orientation, de formation, de validation des compétences ou d'insertion réalisées dans le cadre du parcours d'insertion de l'usager particulier sur le marché du travail, notamment le retour d'informations relatives aux actions mises en oeuvre par les partenaires de l'accompagnement et les tiers visés au chapitre IV du décret du 12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi et les tiers visés à l'article 7;
20° les données relatives à une peine privative de liberté ou à la libération lorsque ces mesures interviennent pendant que l'usager particulier est accompagné par le FOREm ou soumis au contrôle de sa disponibilité sur le marché du travail.
Pour l'usager particulier dont l'identité a été authentifiée, ses données sont centralisées, agrégées et conservées dans un dossier unique, afin d'assurer le suivi des actions réalisées ou à réaliser par l'usager particulier auprès du FOREm ou auprès de tiers et de permettre un suivi longitudinal de ses actions et éléments relatifs à son insertion sur le marché du travail à partir de la fin de son obligation scolaire jusqu'à l'âge de sa pension.
§ 2. Afin de ne pas orienter l'usager particulier vers un emploi ou une formation professionnelle dont les conditions d'accès ou d'exercice sont réglementées ou en lien avec une activité impliquant des contacts avec des mineurs ou lorsque l'usager particulier se dirige vers un tel emploi ou une formation à un tel emploi, le FOREm consulte le casier judiciaire central afin de vérifier préalablement s'il existe ou non une condamnation pénale qui l'empêche d'accéder à l'emploi ou à la formation professionnelle qui conduit à cet emploi.
§ 3. Le FOREm conserve les données de l'usager particulier, au maximum pendant dix ans, à partir du moment où l'usager ne consomme plus de services auprès du FOREm, sauf si une disposition légale ou décrétale impose une durée de conservation plus longue. En cas de contentieux, le FOREm peut conserver les données de l'usager particulier pendant la durée nécessaire à la gestion du contentieux.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le FOREm peut conserver, jusqu'à l'âge de la pension de l'usager particulier ou jusqu'à 3 ans après le dernier service consommé auprès du FOREm lorsque l'usager reste inscrit comme demandeur d'emploi après l'âge de sa pension, les données suivantes :
1° les données dont le FOREm est le gestionnaire de référence ;
2° les données que le FOREm a produites et dont il est le garant ;
3° les données nécessaires au suivi longitudinal des actions de l'usager particulier et des éléments relatifs à son insertion socioprofessionnelle qui sont déterminées par le Gouvernement.
§ 4. Le FOREm et les tiers visés à l'alinéa 2 peuvent échanger, les catégories de données visées au § 1er, alinéa 1er, 1°, 3°, 5°, 7° à 13°, 18° et 19°, relatives aux usagers particuliers inscrits dans un parcours dans lequel le tiers intervient.
Les échanges portant sur les données relatives à l'usager particulier, entre le FOREm et les tiers qui interviennent dans le parcours de l'usager, soit en vertu de l'article 7, soit en raison de leur collaboration à l'exercice par le FOREm des missions prévues par ou en vertu de l'article 3, soit en raison de leur intervention dans le parcours de l'usager prévue par ou en vertu d'une disposition légale, décrétale ou réglementaire, s'opèrent via les moyens mis en place par le FOREm au départ ou à destination du dossier unique.
Le FOREm est autorisé à utiliser, pour l'identification et l'authentification des usagers particuliers, dans le cadre de l'exécution de ses missions ainsi que pour les échanges de données avec les tiers visés à l'alinéa 2, intervenant dans le parcours de l'usager, les moyens suivants :
1° le numéro d'identification au Registre national, s'il s'agit de données relatives à une personne physique inscrite au Registre national ;
2° le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, visé à l'article 8, § 1er, 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque carrefour de la sécurité sociale, s'il s'agit de données relatives à une personne physique non inscrite au Registre national.
Les tiers visés à l'alinéa 2 sont autorisés, à des fins d'identification de l'usager dans leurs échanges avec le FOREm, à utiliser les numéros d'identification susmentionnés.
§ 5. Le FOREm collabore avec les autres services publics de l'emploi belges et peut échanger les données visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, 3° à 5°, 7° à 13°, 17° à 19°, concernant les demandeurs d'emploi qui déménagent sur le territoire pour lequel cet autre service public de l'emploi est compétent.
§ 6. L'usager particulier peut obtenir un accès aux données le concernant dont le FOREm dispose.]1
1° le numéro d'identification au Registre national ou le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la sécurité sociale si la personne physique n'est pas inscrite au Registre national ;
2° les données visées à l'article 3, alinéa 1er, 1° à 10° et 14°, de la loi du 8 août 1983 organisant un registre national des personnes physiques ;
3° si les données visées au 2° ne sont pas disponibles ou si l'usager ne dispose d'aucun des numéros visés au 1°, les nom, prénom, genre, date de naissance et adresse ;
4° les données relatives à l'inscription en tant que demandeur d'emploi auprès du FOREm, en ce compris le motif de son inscription ;
5° les données de contact téléphonique et électronique ;
6° le statut reconnu par des institutions de sécurité sociale qui a un impact sur les droits et obligations de l'usager particulier à l'égard du FOREm ;
7° les études, les formations et les langues maîtrisées ;
8° les qualifications professionnelles, en indiquant, le cas échéant, la ou les certifications professionnelles obtenues ainsi que, les titres de compétences, les attestations et certificats de compétences acquises en formation, les brevets et autres agréments professionnels ;
9° les aspirations professionnelles, en ce compris le positionnement métier ;
10° l'expérience professionnelle et les compétences acquises de manière formelle, informelle et non formelle ;
11° les informations relatives à l'autonomie numérique ;
12° les données en lien avec les démarches réalisées par l'usager particulier auprès du FOREm;
13° les éléments d'ordre psycho-médico-social, en ce compris les données de santé, communiqués par l'usager particulier ou attestés par un médecin, un psychologue ou un assistant social ou communiqués par les partenaires de l'accompagnement, les tiers visés au chapitre IV du décret du 12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi et tout autre tiers disposant de ces éléments, pouvant avoir un impact sur son positionnement métier, son degré de proximité du marché de l'emploi, la détermination de son accompagnement, ses possibilités de réaliser des actions d'insertion ou de formation, la détermination du statut de demandeur d'emploi non-mobilisable ou sur son obligation de disponibilité pour le marché de l'emploi en tant que demandeur d'emploi obligatoirement inscrit, jeune demandeur d'emploi obligatoirement inscrit ou demandeur d'emploi obligatoirement inscrit soumis à l'obligation de disponibilité adaptée ou permettant de vérifier la capacité de l'usager particulier à exercer un emploi ou à accéder à une formation;
14° des données relatives à un handicap, une invalidité ou une incapacité sur le marché du travail, reconnus par toute autorité compétente ou par le tiers mandaté par cette autorité ;
15° les données bancaires nécessaires au paiement des aides versées par le FOREm;
16° l'information selon laquelle le demandeur d'emploi est sous médiation de dettes ainsi que les nom, prénom et données de contact du médiateur de dettes ;
17° les données relatives à sa recherche d'emploi ;
18° les données relatives à la détention d'un permis de conduire ;
19° les données relatives aux actions d'orientation, de formation, de validation des compétences ou d'insertion réalisées dans le cadre du parcours d'insertion de l'usager particulier sur le marché du travail, notamment le retour d'informations relatives aux actions mises en oeuvre par les partenaires de l'accompagnement et les tiers visés au chapitre IV du décret du 12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi et les tiers visés à l'article 7;
20° les données relatives à une peine privative de liberté ou à la libération lorsque ces mesures interviennent pendant que l'usager particulier est accompagné par le FOREm ou soumis au contrôle de sa disponibilité sur le marché du travail.
Pour l'usager particulier dont l'identité a été authentifiée, ses données sont centralisées, agrégées et conservées dans un dossier unique, afin d'assurer le suivi des actions réalisées ou à réaliser par l'usager particulier auprès du FOREm ou auprès de tiers et de permettre un suivi longitudinal de ses actions et éléments relatifs à son insertion sur le marché du travail à partir de la fin de son obligation scolaire jusqu'à l'âge de sa pension.
§ 2. Afin de ne pas orienter l'usager particulier vers un emploi ou une formation professionnelle dont les conditions d'accès ou d'exercice sont réglementées ou en lien avec une activité impliquant des contacts avec des mineurs ou lorsque l'usager particulier se dirige vers un tel emploi ou une formation à un tel emploi, le FOREm consulte le casier judiciaire central afin de vérifier préalablement s'il existe ou non une condamnation pénale qui l'empêche d'accéder à l'emploi ou à la formation professionnelle qui conduit à cet emploi.
§ 3. Le FOREm conserve les données de l'usager particulier, au maximum pendant dix ans, à partir du moment où l'usager ne consomme plus de services auprès du FOREm, sauf si une disposition légale ou décrétale impose une durée de conservation plus longue. En cas de contentieux, le FOREm peut conserver les données de l'usager particulier pendant la durée nécessaire à la gestion du contentieux.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le FOREm peut conserver, jusqu'à l'âge de la pension de l'usager particulier ou jusqu'à 3 ans après le dernier service consommé auprès du FOREm lorsque l'usager reste inscrit comme demandeur d'emploi après l'âge de sa pension, les données suivantes :
1° les données dont le FOREm est le gestionnaire de référence ;
2° les données que le FOREm a produites et dont il est le garant ;
3° les données nécessaires au suivi longitudinal des actions de l'usager particulier et des éléments relatifs à son insertion socioprofessionnelle qui sont déterminées par le Gouvernement.
§ 4. Le FOREm et les tiers visés à l'alinéa 2 peuvent échanger, les catégories de données visées au § 1er, alinéa 1er, 1°, 3°, 5°, 7° à 13°, 18° et 19°, relatives aux usagers particuliers inscrits dans un parcours dans lequel le tiers intervient.
Les échanges portant sur les données relatives à l'usager particulier, entre le FOREm et les tiers qui interviennent dans le parcours de l'usager, soit en vertu de l'article 7, soit en raison de leur collaboration à l'exercice par le FOREm des missions prévues par ou en vertu de l'article 3, soit en raison de leur intervention dans le parcours de l'usager prévue par ou en vertu d'une disposition légale, décrétale ou réglementaire, s'opèrent via les moyens mis en place par le FOREm au départ ou à destination du dossier unique.
Le FOREm est autorisé à utiliser, pour l'identification et l'authentification des usagers particuliers, dans le cadre de l'exécution de ses missions ainsi que pour les échanges de données avec les tiers visés à l'alinéa 2, intervenant dans le parcours de l'usager, les moyens suivants :
1° le numéro d'identification au Registre national, s'il s'agit de données relatives à une personne physique inscrite au Registre national ;
2° le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, visé à l'article 8, § 1er, 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque carrefour de la sécurité sociale, s'il s'agit de données relatives à une personne physique non inscrite au Registre national.
Les tiers visés à l'alinéa 2 sont autorisés, à des fins d'identification de l'usager dans leurs échanges avec le FOREm, à utiliser les numéros d'identification susmentionnés.
§ 5. Le FOREm collabore avec les autres services publics de l'emploi belges et peut échanger les données visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, 3° à 5°, 7° à 13°, 17° à 19°, concernant les demandeurs d'emploi qui déménagent sur le territoire pour lequel cet autre service public de l'emploi est compétent.
§ 6. L'usager particulier peut obtenir un accès aux données le concernant dont le FOREm dispose.]1
Art. 4/2. [1 § 1. FOREm verwerkt, naargelang wat nodig is om zijn verplichtingen na te komen, zijn opdrachten uit te voeren of het verzoek om dienstverlening van de gebruiker-werkgever in te willigen, de volgende gegevens:
1° identificatiegegevens, namelijk de handelsnaam, de rechtsvorm en het nummer van de onderneming en van de vestigingseenheid of het identificatienummer toegekend door het land waar de werkgever zijn maatschappelijke zetel heeft;
2° de contactgegevens, met name het adres van de maatschappelijke zetel en de telefonische en elektronische contactgegevens;
3° de activiteitensector van de werkgever in verhouding tot de bij FOREm verbruikte diensten;
4° gegevens met betrekking tot de bij FOREm verbruikte diensten;
5° de identificatie- en contactgegevens van de personen die door de werkgever zijn aangewezen om het uniek dossier van de werkgever-gebruiker te beheren en te raadplegen, met name hun identificatienummer in het Rijksregister of hun identificatienummer in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, hun naam, voornaam, telefoonnummer en e-mailadres;
6° gegevens betreffende contactpersonen die door de werkgever op vrijwillige basis worden meegedeeld ter attentie van individuele gebruikers die met hem contact wensen op te nemen.
§ 2. Voor de geauthenticeerde werkgever-gebruiker worden zijn gegevens gecentraliseerd, geaggregeerd en bewaard in één enkel dossier, gecreëerd en beheerd door FOREm, teneinde de opvolging van de bij FOREm verbruikte diensten te verzekeren.
FOREm verifieert de identiteit van de in paragraaf 1, 5°, bedoelde personen aan de hand van hun identiteitskaart of een ander identificatiemiddel dat een hoog garantieniveau biedt als bedoeld in Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, teneinde hen te authentificeren.
FOREm is gemachtigd om voor de identificatie en authenticatie van de in § 1, 5° bedoelde personen, in het kader van de uitvoering van haar opdrachten, de volgende middelen te gebruiken :
1° het identificatienummer in het Rijksregister, indien het gaat om gegevens betreffende een in het Rijksregister ingeschreven natuurlijke persoon ;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, indien de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister is ingeschreven.
§ 3. De FOREm bewaart de gegevens van de gebruiker-werkgever maximaal tien jaar vanaf het moment dat hij niet langer diensten van de FOREm afneemt, behalve indien een wettelijke of decretale bepaling een langere bewaartermijn voorschrijft. ".
In geval van een geschil kan FOREm de gegevens van de gebruiker-werkgever bewaren gedurende de tijd die nodig is om het geschil in goede banen te leiden.]1
1° identificatiegegevens, namelijk de handelsnaam, de rechtsvorm en het nummer van de onderneming en van de vestigingseenheid of het identificatienummer toegekend door het land waar de werkgever zijn maatschappelijke zetel heeft;
2° de contactgegevens, met name het adres van de maatschappelijke zetel en de telefonische en elektronische contactgegevens;
3° de activiteitensector van de werkgever in verhouding tot de bij FOREm verbruikte diensten;
4° gegevens met betrekking tot de bij FOREm verbruikte diensten;
5° de identificatie- en contactgegevens van de personen die door de werkgever zijn aangewezen om het uniek dossier van de werkgever-gebruiker te beheren en te raadplegen, met name hun identificatienummer in het Rijksregister of hun identificatienummer in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, hun naam, voornaam, telefoonnummer en e-mailadres;
6° gegevens betreffende contactpersonen die door de werkgever op vrijwillige basis worden meegedeeld ter attentie van individuele gebruikers die met hem contact wensen op te nemen.
§ 2. Voor de geauthenticeerde werkgever-gebruiker worden zijn gegevens gecentraliseerd, geaggregeerd en bewaard in één enkel dossier, gecreëerd en beheerd door FOREm, teneinde de opvolging van de bij FOREm verbruikte diensten te verzekeren.
FOREm verifieert de identiteit van de in paragraaf 1, 5°, bedoelde personen aan de hand van hun identiteitskaart of een ander identificatiemiddel dat een hoog garantieniveau biedt als bedoeld in Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, teneinde hen te authentificeren.
FOREm is gemachtigd om voor de identificatie en authenticatie van de in § 1, 5° bedoelde personen, in het kader van de uitvoering van haar opdrachten, de volgende middelen te gebruiken :
1° het identificatienummer in het Rijksregister, indien het gaat om gegevens betreffende een in het Rijksregister ingeschreven natuurlijke persoon ;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, bedoeld in artikel 8, § 1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, indien de gegevens betrekking hebben op een natuurlijke persoon die niet in het Rijksregister is ingeschreven.
§ 3. De FOREm bewaart de gegevens van de gebruiker-werkgever maximaal tien jaar vanaf het moment dat hij niet langer diensten van de FOREm afneemt, behalve indien een wettelijke of decretale bepaling een langere bewaartermijn voorschrijft. ".
In geval van een geschil kan FOREm de gegevens van de gebruiker-werkgever bewaren gedurende de tijd die nodig is om het geschil in goede banen te leiden.]1
Art. 4/2. [1 § 1er. Le FOREm traite, en fonction de ce qui est nécessaire pour répondre à ses obligations, à l'exécution de ses missions ou à la demande de service de l'usager employeur, les données suivantes :
1° les données d'identification, à savoir la dénomination sociale, la forme juridique et les numéros d'entreprise et d'unité d'établissement ou le numéro d'identification octroyé par le pays où l'employeur a son siège social ;
2° les données de contact, à savoir l'adresse du siège social et les données de contact téléphonique et électronique ;
3° le secteur d'activité de l'employeur en lien avec les services consommés auprès du FOREm ;
4° les données en lien avec les services consommés auprès du FOREm;
5° les données d'identification et les données de contact des personnes, désignées par l'employeur, pour gérer et accéder au dossier unique de l'usager employeur, à savoir leur numéro d'identification au registre national ou leur numéro d'identification de la banque carrefour de sécurité sociale, leur nom, prénom, téléphone et adresse électronique ;
6° les données relatives aux personnes de contact communiquées sur une base volontaire par l'employeur à l'attention des usagers particuliers qui souhaitent entrer en contact avec lui.
§ 2. Pour l'usager employeur authentifié, ses données sont centralisées, agrégées et conservées dans un dossier unique, créé et géré par le FOREm, afin d'assurer le suivi des services consommés auprès du FOREm.
Le FOREm vérifie l'identité des personnes visées au paragraphe 1er, 5°, via leur carte d'identité ou par tout autre moyen d'identification qui offre un niveau de garantie élevé tel que visé dans le Règlement (UE) n° 910/2014 du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE, de manière à les authentifier.
Le FOREm est autorisé à utiliser, pour l'identification et l'authentification des personnes visées au § 1er, 5°, dans le cadre de l'exécution de ses missions, les moyens suivants :
1° le numéro d'identification au Registre national, s'il s'agit de données relatives à une personne physique inscrite au Registre national ;
2° le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, visé à l'article 8, § 1er, 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque carrefour de la sécurité sociale, s'il s'agit de données relatives à une personne physique non inscrite au Registre national.
§ 3. Le FOREm conserve les données de l'usager employeur au maximum pendant dix ans à partir du moment où il ne consomme plus de services auprès du FOREm, sauf si une disposition légale ou décrétale impose une durée de conservation plus longue.
En cas de contentieux, le FOREm peut conserver les données de l'usager employeur pendant la durée nécessaire à la gestion du contentieux.]1
1° les données d'identification, à savoir la dénomination sociale, la forme juridique et les numéros d'entreprise et d'unité d'établissement ou le numéro d'identification octroyé par le pays où l'employeur a son siège social ;
2° les données de contact, à savoir l'adresse du siège social et les données de contact téléphonique et électronique ;
3° le secteur d'activité de l'employeur en lien avec les services consommés auprès du FOREm ;
4° les données en lien avec les services consommés auprès du FOREm;
5° les données d'identification et les données de contact des personnes, désignées par l'employeur, pour gérer et accéder au dossier unique de l'usager employeur, à savoir leur numéro d'identification au registre national ou leur numéro d'identification de la banque carrefour de sécurité sociale, leur nom, prénom, téléphone et adresse électronique ;
6° les données relatives aux personnes de contact communiquées sur une base volontaire par l'employeur à l'attention des usagers particuliers qui souhaitent entrer en contact avec lui.
§ 2. Pour l'usager employeur authentifié, ses données sont centralisées, agrégées et conservées dans un dossier unique, créé et géré par le FOREm, afin d'assurer le suivi des services consommés auprès du FOREm.
Le FOREm vérifie l'identité des personnes visées au paragraphe 1er, 5°, via leur carte d'identité ou par tout autre moyen d'identification qui offre un niveau de garantie élevé tel que visé dans le Règlement (UE) n° 910/2014 du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE, de manière à les authentifier.
Le FOREm est autorisé à utiliser, pour l'identification et l'authentification des personnes visées au § 1er, 5°, dans le cadre de l'exécution de ses missions, les moyens suivants :
1° le numéro d'identification au Registre national, s'il s'agit de données relatives à une personne physique inscrite au Registre national ;
2° le numéro d'identification de la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale, visé à l'article 8, § 1er, 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque carrefour de la sécurité sociale, s'il s'agit de données relatives à une personne physique non inscrite au Registre national.
§ 3. Le FOREm conserve les données de l'usager employeur au maximum pendant dix ans à partir du moment où il ne consomme plus de services auprès du FOREm, sauf si une disposition légale ou décrétale impose une durée de conservation plus longue.
En cas de contentieux, le FOREm peut conserver les données de l'usager employeur pendant la durée nécessaire à la gestion du contentieux.]1
Art. 4/3. [1 § 1. De Regering kan nader bepalen welke gegevens die tot de in 4/1, § 1 en 4/2, § 1 bedoelde categorieën van gegevens behoren, noodzakelijk zijn voor de vervulling van de opdrachten die bij of krachtens artikel 3 zijn opgedragen.
De Regering kan bepalen welke van de in artikel 4/1, § 4, eerste lid, bedoelde categorieën van gegevens niet mogen worden doorgegeven aan de in artikel 4/1, § 4, bedoelde derden.
§ 1. FOREm voert de informatie met betrekking tot de individuele gebruiker bedoeld in artikel 4/1, § 1, en de werkgever-gebruiker bedoeld in artikel 4/2, § 1, in op basis van de beschikbare gegevens uit de authentieke bronnen waartoe het toegang heeft. ". Voor alle andere gegevens geldt dat FOREm deze verzamelt bij de gebruiker zelf of, voor de individuele gebruiker, bij de derde die tussenkomt in zijn parcours.]1
De Regering kan bepalen welke van de in artikel 4/1, § 4, eerste lid, bedoelde categorieën van gegevens niet mogen worden doorgegeven aan de in artikel 4/1, § 4, bedoelde derden.
§ 1. FOREm voert de informatie met betrekking tot de individuele gebruiker bedoeld in artikel 4/1, § 1, en de werkgever-gebruiker bedoeld in artikel 4/2, § 1, in op basis van de beschikbare gegevens uit de authentieke bronnen waartoe het toegang heeft. ". Voor alle andere gegevens geldt dat FOREm deze verzamelt bij de gebruiker zelf of, voor de individuele gebruiker, bij de derde die tussenkomt in zijn parcours.]1
Art. 4/3. [1 § 1er. Le Gouvernement peut préciser les données comprises dans les catégories de données visées aux 4/1, § 1er, et 4/2, § 1er, nécessaires à l'exécution des missions confiées par ou en vertu de l'article 3.
Le Gouvernement peut déterminer, parmi les catégories de données visées à l'article 4/1, § 4, alinéa 1er, les données qui ne peuvent pas être partagées avec les tiers visés à l'article 4/1, § 4.
§ 2. Le FOREm alimente les informations relatives à l'usager particulier visé à l'article 4/1, § 1er, et à l'usager employeur visé à l'article 4/2, § 1er, sur la base des données disponibles auprès des sources authentiques auxquelles il a accès. Pour toutes les autres données, le FOREm les collecte auprès de l'usager lui-même ou, pour l'usager particulier, auprès du tiers intervenant dans son parcours.]1
Le Gouvernement peut déterminer, parmi les catégories de données visées à l'article 4/1, § 4, alinéa 1er, les données qui ne peuvent pas être partagées avec les tiers visés à l'article 4/1, § 4.
§ 2. Le FOREm alimente les informations relatives à l'usager particulier visé à l'article 4/1, § 1er, et à l'usager employeur visé à l'article 4/2, § 1er, sur la base des données disponibles auprès des sources authentiques auxquelles il a accès. Pour toutes les autres données, le FOREm les collecte auprès de l'usager lui-même ou, pour l'usager particulier, auprès du tiers intervenant dans son parcours.]1
Art. 4/4. [1 § 1. FOREm kan gebruik maken van kunstmatige-intelligentie-instrumenten ter ondersteuning van de besluitvorming bij de uitvoering van de in artikel 3 bedoelde opdrachten.
Alvorens gebruik te maken van de in lid 1 bedoelde instrumenten, verricht het FOREm een effectbeoordeling van het gebruik van deze instrumenten op de rechten en vrijheden van de betrokken personen. De effectbeoordeling is onderworpen aan het voorafgaande advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, die verplicht is de effectbeoordeling te publiceren, alsmede het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit daarover.
Wanneer FOREm gebruik maakt van de in lid 1 bedoelde instrumenten, informeert zij de betrokkenen vooraf, op de door haar vastgestelde wijze, over de categorieën gegevens die door de instrumenten worden gebruikt en de fasen van het proces waarvoor zij worden gebruikt.
§ 2. De Regering kan een adviescommissie oprichten, "het Ethisch Comité" genoemd, die tot taak heeft voorafgaand aan de besluitvorming advies uit te brengen over de ontwikkeling van instrumenten op het gebied van kunstmatige intelligentie ter ondersteuning van haar digitaliseringsactiviteiten.
Indien de Regering gebruik maakt van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid, bepaalt zij :
1° de samenstelling van het Ethisch Comité, waarvan ten minste twee derden van de leden personen zijn die geen deel uitmaken van FOREm, evenals de modaliteiten van de benoeming van haar leden;
2° de werkzaamheden die voortvloeien uit de opdracht van het Ethische Comité bedoeld in het eerste lid 1;
3° de werkingsregels van het Ethisch Comité;
4° de berekeningswijze van de deelnamepremie en de verplaatsingsvergoeding waarop de externe leden recht hebben.]1
Alvorens gebruik te maken van de in lid 1 bedoelde instrumenten, verricht het FOREm een effectbeoordeling van het gebruik van deze instrumenten op de rechten en vrijheden van de betrokken personen. De effectbeoordeling is onderworpen aan het voorafgaande advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, die verplicht is de effectbeoordeling te publiceren, alsmede het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit daarover.
Wanneer FOREm gebruik maakt van de in lid 1 bedoelde instrumenten, informeert zij de betrokkenen vooraf, op de door haar vastgestelde wijze, over de categorieën gegevens die door de instrumenten worden gebruikt en de fasen van het proces waarvoor zij worden gebruikt.
§ 2. De Regering kan een adviescommissie oprichten, "het Ethisch Comité" genoemd, die tot taak heeft voorafgaand aan de besluitvorming advies uit te brengen over de ontwikkeling van instrumenten op het gebied van kunstmatige intelligentie ter ondersteuning van haar digitaliseringsactiviteiten.
Indien de Regering gebruik maakt van de in lid 1 bedoelde mogelijkheid, bepaalt zij :
1° de samenstelling van het Ethisch Comité, waarvan ten minste twee derden van de leden personen zijn die geen deel uitmaken van FOREm, evenals de modaliteiten van de benoeming van haar leden;
2° de werkzaamheden die voortvloeien uit de opdracht van het Ethische Comité bedoeld in het eerste lid 1;
3° de werkingsregels van het Ethisch Comité;
4° de berekeningswijze van de deelnamepremie en de verplaatsingsvergoeding waarop de externe leden recht hebben.]1
Art. 4/4. [1 § 1er. Le FOREm peut recourir, dans l'exécution des missions visées à l'article 3, à des outils d'intelligence artificielle d'aide à la décision.
Préalablement à l'utilisation des outils visés à l'alinéa 1er, le FOREm réalise une analyse d'impact de l'utilisation de ces outils sur les droits et libertés des personnes concernées. L'analyse d'impact est soumise à l'avis préalable de l'autorité de protection des données avec obligation de publier l'analyse d'impact, ainsi que l'avis de l'autorité de protection des données sur cette dernière.
Lorsque le FOREm recourt aux outils visés à l'alinéa 1er, il informe, selon les modalités qu'il détermine, préalablement les personnes concernées des catégories de données utilisées par les outils et des étapes du processus pour lesquelles il y est recouru.
§ 2. Le Gouvernement peut créer un comité consultatif, dénommé " le Comité d'éthique ", chargé de remettre des avis préalablement aux décisions de développement des outils d'intelligence artificielle en soutien des activités de digitalisation de celles-ci.
Si le Gouvernement utilise la faculté visée à l'alinéa 1er, il fixe :
1° la composition du Comité d'éthique dont au moins deux tiers des membres sont des personnes externes au FOREm, ainsi que les modalités de désignation de ses membres ;
2° les activités découlant de la mission du Comité d'éthique visée à l'alinéa 1er;
3° les règles de fonctionnement du Comité d'éthique ;
4° le mode de calcul de l'allocation de participation et de l'indemnité pour frais de déplacement auxquelles ont droit les membres externes.]1
Préalablement à l'utilisation des outils visés à l'alinéa 1er, le FOREm réalise une analyse d'impact de l'utilisation de ces outils sur les droits et libertés des personnes concernées. L'analyse d'impact est soumise à l'avis préalable de l'autorité de protection des données avec obligation de publier l'analyse d'impact, ainsi que l'avis de l'autorité de protection des données sur cette dernière.
Lorsque le FOREm recourt aux outils visés à l'alinéa 1er, il informe, selon les modalités qu'il détermine, préalablement les personnes concernées des catégories de données utilisées par les outils et des étapes du processus pour lesquelles il y est recouru.
§ 2. Le Gouvernement peut créer un comité consultatif, dénommé " le Comité d'éthique ", chargé de remettre des avis préalablement aux décisions de développement des outils d'intelligence artificielle en soutien des activités de digitalisation de celles-ci.
Si le Gouvernement utilise la faculté visée à l'alinéa 1er, il fixe :
1° la composition du Comité d'éthique dont au moins deux tiers des membres sont des personnes externes au FOREm, ainsi que les modalités de désignation de ses membres ;
2° les activités découlant de la mission du Comité d'éthique visée à l'alinéa 1er;
3° les règles de fonctionnement du Comité d'éthique ;
4° le mode de calcul de l'allocation de participation et de l'indemnité pour frais de déplacement auxquelles ont droit les membres externes.]1
Afdeling 3. - [1 Beginselen betreffende de uitvoering van opdrachten t.a.v. de gebruikers]1
Section 3. - [1 Principes relatifs à l'exécution des missions vis-à-vis des usagers]1
Art. 5. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) [1 De " Office " valt voor het geheel van zijn activiteiten onder de wetgeving inzake openbare dienst, met name de beginselen van continuïteit van de openbare dienst, van gelijke behandeling en van veranderlijkheid. Als dusdanig ziet hij er vooral op toe de gebruikers een universele dienst te waarborgen.
Voor de gebruikers worden de dienstverleningen kosteloos verschaft en verstrekt. De Regering kan afwijken van het kosteloosheidsbeginsel voor diensten aan gebruikers overeenkomstig de opdracht bedoeld in artikel 3, § 1, 7°, alsook bij uitzonderingsmaatregel voor sommige producten en diensten die door de "Office" aan verschillende werkgevers worden verleend in het kader van andere opdrachten waarmee hij wordt belast.]1
[1 De "Office" ziet eveneens toe op de uitvoering van zijn opdrachten met inachtneming van de openbare algemene beginselen van transparantie en leesbaarheid van zijn actie, van administratieve vereenvoudiging, van doeltreffendheid en de doelmatigheid met het oog op de optimalisering en op de optimale toewijzing van de beschikbare middelen en hulpbronnen.
De Regering kan, binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, de toekenningsvoorwaarden bepalen van een voordeel of van onkostenvergoedingen aan de werkzoekenden, overeenkomstig de modaliteiten en de voorwaarden die zij bepaalt]1
(De Regering legt op voorstel van de " Office " een Handvest van de gebruikers vast waarin alle in de vorige leden bedoelde principes geïmplementeerd worden.)
Voor de gebruikers worden de dienstverleningen kosteloos verschaft en verstrekt. De Regering kan afwijken van het kosteloosheidsbeginsel voor diensten aan gebruikers overeenkomstig de opdracht bedoeld in artikel 3, § 1, 7°, alsook bij uitzonderingsmaatregel voor sommige producten en diensten die door de "Office" aan verschillende werkgevers worden verleend in het kader van andere opdrachten waarmee hij wordt belast.]1
[1 De "Office" ziet eveneens toe op de uitvoering van zijn opdrachten met inachtneming van de openbare algemene beginselen van transparantie en leesbaarheid van zijn actie, van administratieve vereenvoudiging, van doeltreffendheid en de doelmatigheid met het oog op de optimalisering en op de optimale toewijzing van de beschikbare middelen en hulpbronnen.
De Regering kan, binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, de toekenningsvoorwaarden bepalen van een voordeel of van onkostenvergoedingen aan de werkzoekenden, overeenkomstig de modaliteiten en de voorwaarden die zij bepaalt]1
(De Regering legt op voorstel van de " Office " een Handvest van de gebruikers vast waarin alle in de vorige leden bedoelde principes geïmplementeerd worden.)
Art. 5. (voir NOTE sous INTITULE) [1 L'Office est soumis aux lois du service public pour toutes ses activités, notamment les principes de continuité du service public, d'égalité de traitement et de mutabilité. A ce titre, il veille tout particulièrement à rendre aux usagers un service universel.
Pour les usagers, les prestations de services sont fournies et dispensées gratuitement. Le Gouvernement peut déroger au principe de gratuité pour les prestations aux usagers en exécution de la mission visée à l'article 3, § 1er, 7°, ainsi qu'à titre exceptionnel, pour certains produits ou prestations délivrés à certains employeurs par l'Office dans le cadre d'autres missions dont il est investi.]1
[1 L'Office veille également à l'accomplissement de ses missions dans le respect des principes généraux de transparence et de lisibilité de son action, de simplification administrative, d'efficacité et d'efficience publiques visant à l'optimisation et à l'allocation optimale des moyens et des ressources disponibles.
Le Gouvernement peut arrêter, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, les conditions d'octroi d'un avantage ou d'un défraiement aux demandeurs d'emploi, selon les modalités et les conditions qu'il détermine.]1
(Le Gouvernement arrête, sur proposition de l'Office, une Charte de l'usager dans laquelle les principes visés aux alinéas précédents sont mis en oeuvre.)
Pour les usagers, les prestations de services sont fournies et dispensées gratuitement. Le Gouvernement peut déroger au principe de gratuité pour les prestations aux usagers en exécution de la mission visée à l'article 3, § 1er, 7°, ainsi qu'à titre exceptionnel, pour certains produits ou prestations délivrés à certains employeurs par l'Office dans le cadre d'autres missions dont il est investi.]1
[1 L'Office veille également à l'accomplissement de ses missions dans le respect des principes généraux de transparence et de lisibilité de son action, de simplification administrative, d'efficacité et d'efficience publiques visant à l'optimisation et à l'allocation optimale des moyens et des ressources disponibles.
Le Gouvernement peut arrêter, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, les conditions d'octroi d'un avantage ou d'un défraiement aux demandeurs d'emploi, selon les modalités et les conditions qu'il détermine.]1
(Le Gouvernement arrête, sur proposition de l'Office, une Charte de l'usager dans laquelle les principes visés aux alinéas précédents sont mis en oeuvre.)
Afdeling 4. - Beheerscontract.
Section 4. - Contrat de gestion.
Art. 6. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) De verschillende opdrachten van de " Office " worden uitgevoerd met inachtneming van de beheersovereenkomst die gesloten is door de Waalse Regering en het in hoofdstuk III bedoelde beheerscomité.
[3 ...]3
De overeenkomst wordt gesloten [1 voor een duur van minstens drie en hoogstens vijf jaar]1.
De beheersovereenkomst bevat [3 onder andere]3 :
- de verbintenissen van de Waalse Regering inzake toelagen en andere niet-financiële verbintenissen;
- [4 de verbintenissen van de " Office " i.v.m. de aan de doelgroepen te verlenen diensten, het efficiënte beheer van zijn hulpbronnen, de doelstellingen inzake verrichtingen, resultaten, kwaliteit, aan te wenden middelen om ze te halen en termijnen;]4
- de voorschriften voor de uitvoering, de opvolging en de herziening.
[2 ...]2
De uitvoering ervan maakt het voorwerp uit van jaarlijkse evaluatieverslagen die door het beheerscomité en de commissarissen van de Waalse Regering worden opgemaakt en aan de Waalse Regering worden voorgelegd.
[1 Na het sluiten van de beheersovereenkomst, stelt de "Office" het ondernemingsplan op. [4 Het ondernemingsplan bevat minstens de uit te voeren projecten en acties om de doelstellingen van de "Office" die vermeld worden in de beheersovereenkomst te vervullen.]4 ]1
[3 ...]3
De overeenkomst wordt gesloten [1 voor een duur van minstens drie en hoogstens vijf jaar]1.
De beheersovereenkomst bevat [3 onder andere]3 :
- de verbintenissen van de Waalse Regering inzake toelagen en andere niet-financiële verbintenissen;
- [4 de verbintenissen van de " Office " i.v.m. de aan de doelgroepen te verlenen diensten, het efficiënte beheer van zijn hulpbronnen, de doelstellingen inzake verrichtingen, resultaten, kwaliteit, aan te wenden middelen om ze te halen en termijnen;]4
- de voorschriften voor de uitvoering, de opvolging en de herziening.
[2 ...]2
De uitvoering ervan maakt het voorwerp uit van jaarlijkse evaluatieverslagen die door het beheerscomité en de commissarissen van de Waalse Regering worden opgemaakt en aan de Waalse Regering worden voorgelegd.
[1 Na het sluiten van de beheersovereenkomst, stelt de "Office" het ondernemingsplan op. [4 Het ondernemingsplan bevat minstens de uit te voeren projecten en acties om de doelstellingen van de "Office" die vermeld worden in de beheersovereenkomst te vervullen.]4 ]1
Modifications
Art. 6. (voir NOTE sous INTITULE) L'exercice des diverses missions de l'Office se fait conformément au contrat de gestion conclu entre le Gouvernement wallon et le Comité de gestion prévu au Chapitre III.
[3 ...]3
Ce contrat est conclu [1 pour une durée de trois ans au moins et cinq ans au plus]1.
Le contrat de gestion contient [1 notamment]1 :
- les engagements du Gouvernement wallon en matière de subventions et d'autres engagements non financiers;
- [4 les engagements de l'Office, en termes de services à rendre aux publics-cibles, de gestion efficiente de ses ressources, d'objectifs de réalisations, de résultats, de qualité, de moyens à mettre en oeuvre pour atteindre ces objectifs et d'échéances;]4
- les modalités de mise en oeuvre, de suivi et de révision.
[2 ...]2
Son exécution fait l'objet de rapports annuels d'évaluation établis par le Comité de gestion et par les commissaires du Gouvernement wallon et présentés au Gouvernement wallon.
[1 Après la conclusion du contrat de gestion, l'Office établit le plan d'entreprise. [4 Le plan d'entreprise est constitué au minimum des projets et actions à mettre en oeuvre pour rencontrer les engagements de l'Office repris dans le contrat de gestion. ]4]1
[3 ...]3
Ce contrat est conclu [1 pour une durée de trois ans au moins et cinq ans au plus]1.
Le contrat de gestion contient [1 notamment]1 :
- les engagements du Gouvernement wallon en matière de subventions et d'autres engagements non financiers;
- [4 les engagements de l'Office, en termes de services à rendre aux publics-cibles, de gestion efficiente de ses ressources, d'objectifs de réalisations, de résultats, de qualité, de moyens à mettre en oeuvre pour atteindre ces objectifs et d'échéances;]4
- les modalités de mise en oeuvre, de suivi et de révision.
[2 ...]2
Son exécution fait l'objet de rapports annuels d'évaluation établis par le Comité de gestion et par les commissaires du Gouvernement wallon et présentés au Gouvernement wallon.
[1 Après la conclusion du contrat de gestion, l'Office établit le plan d'entreprise. [4 Le plan d'entreprise est constitué au minimum des projets et actions à mettre en oeuvre pour rencontrer les engagements de l'Office repris dans le contrat de gestion. ]4]1
Modifications
Afdeling 5. - [1 Beroep op de tussenkomst van derden voor de uitvoering van dienstverleningen ten gunste van de gebruikers]1
Section 5. - [1 Recours à l'intervention de tiers pour l'exécution de prestations de services au bénéfice des usagers.]1
Art. 7. [1 De Office kan zijn opdrachten uitvoeren door de tussenkomst van derden, die al dan niet rechtstreeks dienstverleningen leveren ten opzichte van de gebruikers en die deze dienstverleningen uitvoeren met inachtneming van de beginselen bedoeld in artikel 5.
Dit beroep op de tussenkomst van derden bestaat ofwel in een partnerschap, ofwel in een subsidiëring, ofwel in een overheidsopdracht [2 , ofwel in een oproep tot belangverklaring]2.
De in het kader van een partnerschap, van een subsidiëring [2 , van een overheidsopdracht of een oproep tot belangverklaring]2 verrichte handelingen moeten overeenstemmen met de richtlijnen van de beheersovereenkomst.
[2 ...]2]1
Dit beroep op de tussenkomst van derden bestaat ofwel in een partnerschap, ofwel in een subsidiëring, ofwel in een overheidsopdracht [2 , ofwel in een oproep tot belangverklaring]2.
De in het kader van een partnerschap, van een subsidiëring [2 , van een overheidsopdracht of een oproep tot belangverklaring]2 verrichte handelingen moeten overeenstemmen met de richtlijnen van de beheersovereenkomst.
[2 ...]2]1
Art. 7. [1 L'Office peut accomplir ses missions par l'intervention de tiers, qui assurent directement ou indirectement des prestations de services à l'égard des usagers et accomplissent celles-ci dans le respect des principes définis à l'article 5.
Ce recours à l'intervention de tiers prend la forme soit d'un partenariat, soit d'un subventionnement, soit d'un marché public [2 , soit d'un appel à manifestation d'intérêt]2.
Les actions menées dans le cadre d'un partenariat, d'un subventionnement [2 , d'un marché public ou d'un appel à manifestation d'intérêt]2 doivent s'inscrire dans les orientations du contrat de gestion.
[2 ...]2]1
Ce recours à l'intervention de tiers prend la forme soit d'un partenariat, soit d'un subventionnement, soit d'un marché public [2 , soit d'un appel à manifestation d'intérêt]2.
Les actions menées dans le cadre d'un partenariat, d'un subventionnement [2 , d'un marché public ou d'un appel à manifestation d'intérêt]2 doivent s'inscrire dans les orientations du contrat de gestion.
[2 ...]2]1
Art. 7bis. [1 § 1. Wanneer de "Office" zijn opdrachten vervult in het kader van een partnerschap. Onder "partnerschap" dient te worden verstaan elke vorm van vereniging of samenwerking met partners uit de openbare of de privé-sector, waardoor financiële en materiële middelen, alsook menselijke krachten gezamenlijk ingeschakeld kunnen worden ofwel om een doel te bereiken dat deel uitmaakt van de opdrachten van de "Office", maar dat beter inspeelt op een behoefte van het doelpubliek dan één partner alleen, ofwel om bijstand te verlenen wanneer de "Office" zich niet alleen van zijn opdrachten kan kwijten omdat in een specifieke behoefte moet worden voorzien.
De "Office" kan ofwel een partnerschapsovereenkomst sluiten, ofwel deel uitmaken van een publiek- of privaatrechtelijk rechtspersoon die onder een Belgische, buitenlandse of supranationale wetgeving valt, onder de in dit artikel bedoelde voorwaarden.
§ 2. De "Office" kan partnerschapsovereenkomsten sluiten voor zover die overeenkomst :
1° voorziet in de oprichting van een collegiaal orgaan dat moet nagaan of ze goed wordt uitgevoerd;
2° voorziet in een geschikte deelneming van de "Office" zodat de doelstellingen van het partnerschap gehaald kunnen worden;
3° bepaalt welke middelen ter beschikking worden gesteld om ze uit te voeren;
4° de kwestie van de intellectuele rechten regelt meer bepaald de auteursrechten, die wegens het gezamenlijk inzetten van de middelen tevoorschijn zou kunnen komen, en voorziet in de verdeling ervan al naar gelang de gezamenlijk ingezette middelen;
5° bepaalt dat geen verlenging zal plaatsvinden zonder een evaluatie van de verrichte handelingen, en op grond van welke criteria de evaluatie uitgevoerd zal worden;
6° bepaalt de wijze waarop ze ontbonden wordt als :
a) de finaliteit van het partnerschap uit het oog wordt verloren;
b) de verrichte handelingen niet meer overeenstemmen met de beheersovereenkomst;
c) niet meer wordt voldaan aan één van de voorwaarden bedoeld onder de punten 1° tot 5°.
§ 3. De "Office" kan deel uitmaken van een instelling met een ander rechtsstatuut voor zover :
1° de statuten bepalen dat hij ten belope van zijn inbreng vertegenwoordigd wordt binnen de bestuurs- of beslissingsorganen;
2° de statuten voorzien in de verdeling van de goederen en bezittingen ten belope van de respectievelijke inbreng;
3° de statuten moeten bepalen dat de rekeningen ieder ogenblik kunnen worden gecontroleerd om na te gaan hoe de openbare gelden worden gebruikt;
4° de statuten de wijze bepalen waarop de "Office" zich terugtrekt als :
a) de finaliteit van het partnerschap uit het oog wordt verloren;
b) de verrichte handelingen niet meer overeenstemmen met de beheersovereenkomst;
c) niet meer wordt voldaan aan één van de voorwaarden bedoeld onder de punten 1° tot 3° en 5°;
5° de statuten de wijze bepalen waarop het openbaar onderzoek zal worden uitgevoerd.
§ 4. De Office verbindt zich en werkt samen met derden, met name in het kader van de volgende partnerstructuren om samen bij te dragen tot :
1° de opdrachten bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, a, ii) en iii) en b, i), voor het deel betreffende de verspreiding van vacatures, via de kruispunten tewerkstelling vorming oriëntatie;
2° de opdrachten bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, a, i) en iii) en b), i), voor het deel betreffende de verspreiding van vacatures, via tewerkstellingshuizen;
3° de opdrachten bedoeld in artikel 3, § 1, 2° en 7°, via kenniscentra [2 en de "cités des métiers" (Cities van de beroepen)"]2.
De Regering wordt ertoe gemachtigd om de minimale voorwaarden te bepalen voor de erkenning van een structuur als kruispunt tewerkstelling vorming oriëntatie, tewerkstellingshuis of kenniscentrum.
§ 5. De Regering kan de andere modaliteiten en procedures bepalen volgens dewelke de partnerschapsovereenkomsten worden gesloten.]1
De "Office" kan ofwel een partnerschapsovereenkomst sluiten, ofwel deel uitmaken van een publiek- of privaatrechtelijk rechtspersoon die onder een Belgische, buitenlandse of supranationale wetgeving valt, onder de in dit artikel bedoelde voorwaarden.
§ 2. De "Office" kan partnerschapsovereenkomsten sluiten voor zover die overeenkomst :
1° voorziet in de oprichting van een collegiaal orgaan dat moet nagaan of ze goed wordt uitgevoerd;
2° voorziet in een geschikte deelneming van de "Office" zodat de doelstellingen van het partnerschap gehaald kunnen worden;
3° bepaalt welke middelen ter beschikking worden gesteld om ze uit te voeren;
4° de kwestie van de intellectuele rechten regelt meer bepaald de auteursrechten, die wegens het gezamenlijk inzetten van de middelen tevoorschijn zou kunnen komen, en voorziet in de verdeling ervan al naar gelang de gezamenlijk ingezette middelen;
5° bepaalt dat geen verlenging zal plaatsvinden zonder een evaluatie van de verrichte handelingen, en op grond van welke criteria de evaluatie uitgevoerd zal worden;
6° bepaalt de wijze waarop ze ontbonden wordt als :
a) de finaliteit van het partnerschap uit het oog wordt verloren;
b) de verrichte handelingen niet meer overeenstemmen met de beheersovereenkomst;
c) niet meer wordt voldaan aan één van de voorwaarden bedoeld onder de punten 1° tot 5°.
§ 3. De "Office" kan deel uitmaken van een instelling met een ander rechtsstatuut voor zover :
1° de statuten bepalen dat hij ten belope van zijn inbreng vertegenwoordigd wordt binnen de bestuurs- of beslissingsorganen;
2° de statuten voorzien in de verdeling van de goederen en bezittingen ten belope van de respectievelijke inbreng;
3° de statuten moeten bepalen dat de rekeningen ieder ogenblik kunnen worden gecontroleerd om na te gaan hoe de openbare gelden worden gebruikt;
4° de statuten de wijze bepalen waarop de "Office" zich terugtrekt als :
a) de finaliteit van het partnerschap uit het oog wordt verloren;
b) de verrichte handelingen niet meer overeenstemmen met de beheersovereenkomst;
c) niet meer wordt voldaan aan één van de voorwaarden bedoeld onder de punten 1° tot 3° en 5°;
5° de statuten de wijze bepalen waarop het openbaar onderzoek zal worden uitgevoerd.
§ 4. De Office verbindt zich en werkt samen met derden, met name in het kader van de volgende partnerstructuren om samen bij te dragen tot :
1° de opdrachten bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, a, ii) en iii) en b, i), voor het deel betreffende de verspreiding van vacatures, via de kruispunten tewerkstelling vorming oriëntatie;
2° de opdrachten bedoeld in artikel 3, § 1, 1°, a, i) en iii) en b), i), voor het deel betreffende de verspreiding van vacatures, via tewerkstellingshuizen;
3° de opdrachten bedoeld in artikel 3, § 1, 2° en 7°, via kenniscentra [2 en de "cités des métiers" (Cities van de beroepen)"]2.
De Regering wordt ertoe gemachtigd om de minimale voorwaarden te bepalen voor de erkenning van een structuur als kruispunt tewerkstelling vorming oriëntatie, tewerkstellingshuis of kenniscentrum.
§ 5. De Regering kan de andere modaliteiten en procedures bepalen volgens dewelke de partnerschapsovereenkomsten worden gesloten.]1
Art. 7bis. [1 § 1er. Lorsque l'Office accomplit ses missions dans le cadre d'un partenariat. Par partenariat, il faut entendre toute forme d'association ou de collaboration avec des intervenants publics et/ou privés, par laquelle des moyens financiers, humains ou matériels peuvent être mis en commun pour poursuivre un objectif ressortissant aux missions de l'Office qui dépasse ou qui rend plus adéquate la réponse qu'un intervenant aurait pu apporter seul aux besoins du public concerné ou lorsque l'Office ne peut réaliser une partie de ses missions seul, en raison de la spécificité du besoin à couvrir.
L'Office peut soit conclure une convention de partenariat, soit faire partie d'une personne morale de droit public ou privé régie par une législation belge, étrangère ou supranationale, dans les conditions déterminées par le présent article.
§ 2. L'Office peut conclure des conventions de partenariat dans les conditions suivantes :
1° la convention doit prévoir la création d'une instance collégiale dont l'objet est de suivre sa bonne exécution;
2° la convention doit garantir à l'Office une participation appropriée permettant d'atteindre les objectifs du partenariat;
3° la convention doit définir les moyens mis à disposition pendant l'exécution de la convention;
4° la convention doit régler le sort des droits intellectuels, spécialement le droit d'auteur, qui apparaîtraient en raison de la mise en commun des moyens et doit en prévoir la répartition proportionnellement aux moyens mis en commun;
5° la convention doit prévoir qu'aucune reconduction n'a lieu sans une évaluation des actions réalisées et les critères sur base desquels cette évaluation s'effectue;
6° la convention doit prévoir les modalités de sa résiliation, au moins lorsque les circonstances suivantes surviennent :
a) la finalité du partenariat n'est plus respectée;
b) les actions menées ne s'inscrivent plus dans les orientations du contrat de gestion;
c) une des conditions visées aux 1° à 5° n'est plus remplie.
§ 3. L'Office peut participer à une institution juridiquement distincte dans les conditions suivantes :
1° les statuts doivent prévoir que l'Office est représenté dans les organes d'administration et de décision au moins à concurrence de ses apports;
2° les statuts doivent prévoir la répartition des biens et avoirs au moins à concurrence des apports respectifs;
3° les statuts doivent prévoir qu'un contrôle sur les comptes peut avoir lieu à n'importe quel moment, de façon à vérifier l'utilisation qui est faite des deniers publics;
4° les statuts doivent prévoir les modalités de retrait de l'Office, au moins lorsque les circonstances suivantes surviennent :
a) la finalité du partenariat n'est plus respectée;
b) les actions menées ne s'inscrivent plus dans les orientations du contrat de gestion.
c) une des conditions visées aux 1° à 3° et 5° n'est plus remplie;
5° les statuts doivent prévoir les modalités permettant d'assurer le contrôle public.
§ 4. L'Office s'associe et collabore avec des tiers notamment dans le cadre des structures partenariales suivantes afin de contribuer ensemble aux :
1° missions visées à l'article 3, § 1er, 1°, a, ii) et iii) et b, i), pour la partie relative à la diffusion des offres d'emploi, par l'intermédiaire des carrefour emploi formation orientation;
2° missions visées à l'article 3, § 1er, 1°, a, i) et iii) et b), i), pour la partie relative à la diffusion des offres d'emploi, par l'intermédiaire des maisons de l'Emploi;
3° missions visées à l'article 3, § 1er, 2° et 7°, par l'intermédiaire des centres de compétence [2 et des cités des métiers]2.
Le Gouvernement est habilité à déterminer les conditions minimales pour qu'une structure soit reconnue comme carrefour emploi formation orientation, maison de l'emploi ou centre de compétence.
§ 5. Le Gouvernement peut arrêter les autres modalités et procédures selon lesquelles les conventions de partenariat sont conclues.]1
L'Office peut soit conclure une convention de partenariat, soit faire partie d'une personne morale de droit public ou privé régie par une législation belge, étrangère ou supranationale, dans les conditions déterminées par le présent article.
§ 2. L'Office peut conclure des conventions de partenariat dans les conditions suivantes :
1° la convention doit prévoir la création d'une instance collégiale dont l'objet est de suivre sa bonne exécution;
2° la convention doit garantir à l'Office une participation appropriée permettant d'atteindre les objectifs du partenariat;
3° la convention doit définir les moyens mis à disposition pendant l'exécution de la convention;
4° la convention doit régler le sort des droits intellectuels, spécialement le droit d'auteur, qui apparaîtraient en raison de la mise en commun des moyens et doit en prévoir la répartition proportionnellement aux moyens mis en commun;
5° la convention doit prévoir qu'aucune reconduction n'a lieu sans une évaluation des actions réalisées et les critères sur base desquels cette évaluation s'effectue;
6° la convention doit prévoir les modalités de sa résiliation, au moins lorsque les circonstances suivantes surviennent :
a) la finalité du partenariat n'est plus respectée;
b) les actions menées ne s'inscrivent plus dans les orientations du contrat de gestion;
c) une des conditions visées aux 1° à 5° n'est plus remplie.
§ 3. L'Office peut participer à une institution juridiquement distincte dans les conditions suivantes :
1° les statuts doivent prévoir que l'Office est représenté dans les organes d'administration et de décision au moins à concurrence de ses apports;
2° les statuts doivent prévoir la répartition des biens et avoirs au moins à concurrence des apports respectifs;
3° les statuts doivent prévoir qu'un contrôle sur les comptes peut avoir lieu à n'importe quel moment, de façon à vérifier l'utilisation qui est faite des deniers publics;
4° les statuts doivent prévoir les modalités de retrait de l'Office, au moins lorsque les circonstances suivantes surviennent :
a) la finalité du partenariat n'est plus respectée;
b) les actions menées ne s'inscrivent plus dans les orientations du contrat de gestion.
c) une des conditions visées aux 1° à 3° et 5° n'est plus remplie;
5° les statuts doivent prévoir les modalités permettant d'assurer le contrôle public.
§ 4. L'Office s'associe et collabore avec des tiers notamment dans le cadre des structures partenariales suivantes afin de contribuer ensemble aux :
1° missions visées à l'article 3, § 1er, 1°, a, ii) et iii) et b, i), pour la partie relative à la diffusion des offres d'emploi, par l'intermédiaire des carrefour emploi formation orientation;
2° missions visées à l'article 3, § 1er, 1°, a, i) et iii) et b), i), pour la partie relative à la diffusion des offres d'emploi, par l'intermédiaire des maisons de l'Emploi;
3° missions visées à l'article 3, § 1er, 2° et 7°, par l'intermédiaire des centres de compétence [2 et des cités des métiers]2.
Le Gouvernement est habilité à déterminer les conditions minimales pour qu'une structure soit reconnue comme carrefour emploi formation orientation, maison de l'emploi ou centre de compétence.
§ 5. Le Gouvernement peut arrêter les autres modalités et procédures selon lesquelles les conventions de partenariat sont conclues.]1
Art. 7bis/1. [1 § 1. Onverminderd de bij de bestaande decreten en uitvoeringsbesluiten ingevoerde subsidieregelingen kan de Dienst, binnen de grenzen van de daartoe in zijn begroting beschikbare kredieten, op basis van een oproep tot het indienen van projecten en met inachtneming van de beginselen van billijkheid en transparantie, de in artikel 7, lid 1, bedoelde derden financiële steun verlenen.
De in lid 1 bedoelde subsidie is bestemd voor de financiering van alle of een deel van de kosten van de organisatie van begeleidings- en oplossingsgerichte maatregelen voor niet-werkende werkzoekenden met het oog op hun integratie op de arbeidsmarkt.
§ 1. De subsidie dekt ten hoogste de daadwerkelijk gemaakte kosten in het kader van qua doel en duur beperkte acties. De begunstigden van de subsidie voeren een afzonderlijke boekhouding van de kosten en ontvangsten in verband met de uitvoering van elke gesubsidieerde actie.
De subsidie kan door de begunstigde niet worden overgedragen zonder voorafgaande toestemming van FOREm.
§ 3. De Regering bepaalt de wijze van toepassing van de paragrafen 1 en 2 en stelt de regels vast met betrekking tot :
1° de organisatie van oproepen tot het indienen van projecten ;
2° de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de subsidie;
3° de vaststelling van het bedrag van de subsidie ;
4° hoe de subsidie zal worden gebruikt;
5° de modaliteiten voor de vereffening van de subsidie;
6° de bewijsstukken die door de begunstigde van de subsidie moeten worden verstrekt;
7° de specifieke modaliteiten van de controle, de herziening en de terugbetaling van het geheel of een deel van de subsidie.
§ 4. Het aanvraagformulier voor de subsidie en de documenten die nodig zijn voor de functionele en financiële evaluatie van het gebruik van de subsidie worden uitsluitend langs elektronische weg meegedeeld, overeenkomstig de door FOREm ter beschikking gestelde middelen.]1
De in lid 1 bedoelde subsidie is bestemd voor de financiering van alle of een deel van de kosten van de organisatie van begeleidings- en oplossingsgerichte maatregelen voor niet-werkende werkzoekenden met het oog op hun integratie op de arbeidsmarkt.
§ 1. De subsidie dekt ten hoogste de daadwerkelijk gemaakte kosten in het kader van qua doel en duur beperkte acties. De begunstigden van de subsidie voeren een afzonderlijke boekhouding van de kosten en ontvangsten in verband met de uitvoering van elke gesubsidieerde actie.
De subsidie kan door de begunstigde niet worden overgedragen zonder voorafgaande toestemming van FOREm.
§ 3. De Regering bepaalt de wijze van toepassing van de paragrafen 1 en 2 en stelt de regels vast met betrekking tot :
1° de organisatie van oproepen tot het indienen van projecten ;
2° de voorwaarden en de procedure voor de toekenning van de subsidie;
3° de vaststelling van het bedrag van de subsidie ;
4° hoe de subsidie zal worden gebruikt;
5° de modaliteiten voor de vereffening van de subsidie;
6° de bewijsstukken die door de begunstigde van de subsidie moeten worden verstrekt;
7° de specifieke modaliteiten van de controle, de herziening en de terugbetaling van het geheel of een deel van de subsidie.
§ 4. Het aanvraagformulier voor de subsidie en de documenten die nodig zijn voor de functionele en financiële evaluatie van het gebruik van de subsidie worden uitsluitend langs elektronische weg meegedeeld, overeenkomstig de door FOREm ter beschikking gestelde middelen.]1
Art. 7bis/1. [1 § 1er. Sans préjudice des régimes de subvention organisés par les décrets existants et leurs arrêtés d'exécution, dans les limites des crédits disponibles inscrits à cet effet dans son budget, l'Office peut, au terme d'un appel à projets et dans le respect des principes d'équité et de transparence, octroyer un soutien financier à des tiers visés par l'article 7, alinéa 1er.
La subvention visée à l'alinéa 1er est destinée à couvrir tout ou partie des frais liés à l'organisation d'actions d'accompagnement orienté coaching et solutions, à destination des demandeurs d'emploi inoccupés, en vue de leur insertion sur le marché du travail.
§ 2. La subvention couvre, au maximum, les coûts effectivement supportés dans le cadre d'actions limitées dans leur objet et leur durée. Les bénéficiaires de la subvention tiennent une comptabilité séparée des coûts et recettes découlant de la mise en oeuvre de chaque action subventionnée.
La subvention ne peut être cédée par son bénéficiaire sans l'accord préalable du FOREm.
§ 3. Le Gouvernement précise les modalités d'application des paragraphes 1er et 2 et définit les règles relatives à :
1° l'organisation des appels à projets ;
2° les conditions et la procédure d'octroi de la subvention ;
3° la détermination du montant de la subvention ;
4° les modalités d'utilisation de la subvention ;
5° les modalités de liquidation de la subvention ;
6° les pièces justificatives à fournir par le bénéficiaire de la subvention ;
7° les modalités particulières de contrôle, de révision et de remboursement de tout ou partie de la subvention.
§ 4. Le formulaire de demande de la subvention ainsi que les documents nécessaires à l'évaluation fonctionnelle et financière de l'utilisation de la subvention sont communiqués uniquement par voie électronique, selon les moyens prévus par le FOREm.]1
La subvention visée à l'alinéa 1er est destinée à couvrir tout ou partie des frais liés à l'organisation d'actions d'accompagnement orienté coaching et solutions, à destination des demandeurs d'emploi inoccupés, en vue de leur insertion sur le marché du travail.
§ 2. La subvention couvre, au maximum, les coûts effectivement supportés dans le cadre d'actions limitées dans leur objet et leur durée. Les bénéficiaires de la subvention tiennent une comptabilité séparée des coûts et recettes découlant de la mise en oeuvre de chaque action subventionnée.
La subvention ne peut être cédée par son bénéficiaire sans l'accord préalable du FOREm.
§ 3. Le Gouvernement précise les modalités d'application des paragraphes 1er et 2 et définit les règles relatives à :
1° l'organisation des appels à projets ;
2° les conditions et la procédure d'octroi de la subvention ;
3° la détermination du montant de la subvention ;
4° les modalités d'utilisation de la subvention ;
5° les modalités de liquidation de la subvention ;
6° les pièces justificatives à fournir par le bénéficiaire de la subvention ;
7° les modalités particulières de contrôle, de révision et de remboursement de tout ou partie de la subvention.
§ 4. Le formulaire de demande de la subvention ainsi que les documents nécessaires à l'évaluation fonctionnelle et financière de l'utilisation de la subvention sont communiqués uniquement par voie électronique, selon les moyens prévus par le FOREm.]1
Afdeling 6.
Section 6.
HOOFDSTUK III. - Beheer.
CHAPITRE III. - Gestion.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Section 1. - Dispositions générales.
Art. 8. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) De " Office " wordt bestuurd door een beheerscomité, in die functie [1 bijgestaan door een uitvoerend bureau, zoals bedoeld in afdeling 5 van dit hoofdstuk en door een strategisch comité, zoals bedoeld in afdeling 7 van dit hoofdstuk]1.
Modifications
Art. 8. (voir NOTE sous INTITULE) L'Office est administré par un comité de gestion assisté dans cette fonction, [1 par un bureau exécutif, tel que visé à la section 5 du présent chapitre et par un comité stratégique, tel que visé à la section 7 du présent chapitre]1.
Modifications
Afdeling 2. (oude afdeling 1) - Beheerscomité.
Section 2. (ancien section 1) - Du Comité de gestion.
Art. 9. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) Het beheerscomité is samengesteld uit :
1° een voorzitter (en een ondervoorzitter);
2° (acht) vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties en (acht) vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties die alleen raadgevende stem hebben. (Hoogstens twee derden van die vertegenwoordigers zijn van hetzelfde geslacht [1 , namelijk elf personen van hetzelfde geslacht" ingevoegd na de woorden "die vertegenwoordigers zijn van hetzelfde geslacht]1.)
1° een voorzitter (en een ondervoorzitter);
2° (acht) vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties en (acht) vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties die alleen raadgevende stem hebben. (Hoogstens twee derden van die vertegenwoordigers zijn van hetzelfde geslacht [1 , namelijk elf personen van hetzelfde geslacht" ingevoegd na de woorden "die vertegenwoordigers zijn van hetzelfde geslacht]1.)
Modifications
Art. 9. (voir NOTE sous INTITULE) Le Comité de gestion est composé comme suit :
1° un président (et un vice-président);
2° (huit) représentants des organisations représentatives des employeurs et (huit) représentants des organisations représentatives des travailleurs qui, seuls, ont voix délibérative. Deux tiers au maximum de ces représentants sont du même sexe [1 soit un maximum de onze personnes du même sexe]1.
1° un président (et un vice-président);
2° (huit) représentants des organisations représentatives des employeurs et (huit) représentants des organisations représentatives des travailleurs qui, seuls, ont voix délibérative. Deux tiers au maximum de ces représentants sont du même sexe [1 soit un maximum de onze personnes du même sexe]1.
Modifications
Art. 10. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) De Waalse Regering benoemt de voorzitter (en de ondervoorzitter).
[1 Laatsgenoemden moeten de voorwaarden en verplichtingen bedoeld in het decreet van 12 februari 2004 betreffende het statuut van de overheidsbestuurder vervullen en niet onder het gezag staan van de organisaties die binnen het beheerscomité van de "Office" vertegenwoordigd zijn.]1
Het mandaat van de voorzitter (en van de ondervoorzitter) loopt vijf jaar en is verlengbaar.
Het eindigt in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid of als niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden van het tweede lid.
De voorzitter (of de ondervoorzitter) die niet langer deel uitmaakt van het beheerscomité, wordt vervangen binnen de volgende drie maanden.
In geval van ontslagneming of als het mandaat verstrijkt, blijft de voorzitter(of de ondervoorzitter) het ten volle uitoefenen zolang hij niet vervangen is.
[1 Laatsgenoemden moeten de voorwaarden en verplichtingen bedoeld in het decreet van 12 februari 2004 betreffende het statuut van de overheidsbestuurder vervullen en niet onder het gezag staan van de organisaties die binnen het beheerscomité van de "Office" vertegenwoordigd zijn.]1
Het mandaat van de voorzitter (en van de ondervoorzitter) loopt vijf jaar en is verlengbaar.
Het eindigt in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid of als niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden van het tweede lid.
De voorzitter (of de ondervoorzitter) die niet langer deel uitmaakt van het beheerscomité, wordt vervangen binnen de volgende drie maanden.
In geval van ontslagneming of als het mandaat verstrijkt, blijft de voorzitter(of de ondervoorzitter) het ten volle uitoefenen zolang hij niet vervangen is.
Modifications
Art. 10. (voir NOTE sous INTITULE) Le Gouvernement wallon nomme le président (et le vice-président).
[1 Ceux-ci doivent remplir les conditions et les obligations prévues dans le décret 12 février 2004 relatif au statut de l'administrateur public et ne doivent pas être dans un lien de subordination avec les organisations représentées au sein du Comité de gestion de l'Office.]1
Le mandat du président (et du vice-président) a une durée de cinq ans, renouvelable.
Il prend fin en cas de décès, de démission, d'incapacité civile ou lorsqu'il n'est plus satisfait aux conditions visées à l'alinéa 2.
Le président (ou le vice-président) qui a cessé de faire partie du Comité de gestion est remplacé dans les trois mois qui suivent.
En cas de démission ou d'arrivée du terme du mandat, le président (ou le vice-président) continue à exercer pleinement son mandat aussi longtemps qu'il n'a pas été pourvu à son remplacement.
[1 Ceux-ci doivent remplir les conditions et les obligations prévues dans le décret 12 février 2004 relatif au statut de l'administrateur public et ne doivent pas être dans un lien de subordination avec les organisations représentées au sein du Comité de gestion de l'Office.]1
Le mandat du président (et du vice-président) a une durée de cinq ans, renouvelable.
Il prend fin en cas de décès, de démission, d'incapacité civile ou lorsqu'il n'est plus satisfait aux conditions visées à l'alinéa 2.
Le président (ou le vice-président) qui a cessé de faire partie du Comité de gestion est remplacé dans les trois mois qui suivent.
En cas de démission ou d'arrivée du terme du mandat, le président (ou le vice-président) continue à exercer pleinement son mandat aussi longtemps qu'il n'a pas été pourvu à son remplacement.
Modifications
Art. 11. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) De Waalse Regering benoemt de in artikel 9, 2°, bedoelde leden van het beheerscomité uit dubbeltallen die respectievelijk door de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties voorgedragen worden.
De leden van het beheerscomité moeten Belg zijn (of EU-onderdanen) en ten minste 21 jaar oud zijn.
Het mandaat van de leden van het beheerscomité loopt vijf jaar en is verlengbaar.
Het verstrijkt in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid of als niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden van het tweede lid.
De Waalse Regering verzoekt de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties binnen drie maanden na het ontslag of vóór het verstrijken van het mandaat hun kandidaten uit dubbeltallen voor te dragen.
De lijsten moeten binnen de maand na de ontslagneming aan de Waalse Regering gestuurd worden.
In geval van ontslagneming of als het mandaat verstrijkt, blijven de leden het ten volle uitoefenen zolang ze niet vervangen zijn.
Elk lid dat niet langer deel uitmaakt van het beheerscomité, wordt vervangen binnen de volgende drie maanden. In dit geval neemt het nieuwe lid het mandaat van zijn voorganger over.
De leden van het beheerscomité moeten Belg zijn (of EU-onderdanen) en ten minste 21 jaar oud zijn.
Het mandaat van de leden van het beheerscomité loopt vijf jaar en is verlengbaar.
Het verstrijkt in geval van overlijden, ontslag, burgerlijke onbekwaamheid of als niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden van het tweede lid.
De Waalse Regering verzoekt de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties binnen drie maanden na het ontslag of vóór het verstrijken van het mandaat hun kandidaten uit dubbeltallen voor te dragen.
De lijsten moeten binnen de maand na de ontslagneming aan de Waalse Regering gestuurd worden.
In geval van ontslagneming of als het mandaat verstrijkt, blijven de leden het ten volle uitoefenen zolang ze niet vervangen zijn.
Elk lid dat niet langer deel uitmaakt van het beheerscomité, wordt vervangen binnen de volgende drie maanden. In dit geval neemt het nieuwe lid het mandaat van zijn voorganger over.
Art. 11. (voir NOTE sous INTITULE) Le Gouvernement wallon nomme les membres du Comité de gestion visés à l'article 9, 2°, sur des listes doubles de candidats présentées respectivement par les organisations représentatives des employeurs et des travailleurs.
Les membres du Comité de gestion doivent être Belges (ou ressortissants d'un Etat membre de l'Union européenne) et âgés de vingt et un ans au moins.
Le mandat des membres du Comité de gestion a une durée de cinq ans, renouvelable.
Il prend fin en cas de décès, de démission, d'incapacité civile ou lorsqu'il n'est plus satisfait aux conditions visées à l'alinéa 2.
Dans un délai de trois mois suivant la démission ou précédant l'expiration du mandat, le Gouvernement wallon invite les organisations représentatives des employeurs et des travailleurs à présenter leurs candidats sur des listes doubles.
Ces listes doivent être adressées au Gouvernement wallon dans le mois qui suit la démission.
En cas de démission ou d'arrivée du terme de leur mandat, les membres continuent à exercer pleinement leur mandat aussi longtemps qu'il n'a pas été pourvu à leur remplacement.
Tout membre qui a cessé de faire partie du Comité de gestion est remplacé dans les trois mois qui suivent. Dans ce cas, le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.
Les membres du Comité de gestion doivent être Belges (ou ressortissants d'un Etat membre de l'Union européenne) et âgés de vingt et un ans au moins.
Le mandat des membres du Comité de gestion a une durée de cinq ans, renouvelable.
Il prend fin en cas de décès, de démission, d'incapacité civile ou lorsqu'il n'est plus satisfait aux conditions visées à l'alinéa 2.
Dans un délai de trois mois suivant la démission ou précédant l'expiration du mandat, le Gouvernement wallon invite les organisations représentatives des employeurs et des travailleurs à présenter leurs candidats sur des listes doubles.
Ces listes doivent être adressées au Gouvernement wallon dans le mois qui suit la démission.
En cas de démission ou d'arrivée du terme de leur mandat, les membres continuent à exercer pleinement leur mandat aussi longtemps qu'il n'a pas été pourvu à leur remplacement.
Tout membre qui a cessé de faire partie du Comité de gestion est remplacé dans les trois mois qui suivent. Dans ce cas, le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.
Afdeling (3). - Bevoegdheden van het beheerscomite.
Section 3. (ancien section 2) - Attributions du Comité de gestion.
Art. 12. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) § 1. Het beheerscomité heeft de volgende bevoegdheden :
1° het bespreekt en sluit de beheersovereenkomst met de Waalse Regering, zorgt voor de tenuitvoerlegging en de opvolging ervan;
2° het neemt alle strategie- en principebeslissingen met inachtneming van de richtlijnen bedoeld in de beheersovereenkomst.
Het gaat hier om beslissingen die wegens hun belang of de gevolgen die ze voor de " Office " hebben, een richtlijn, een beleid, een standpunt t.o.v. zijn omgeving of een te volgen gedragslijn bepalen of wijzigen (met inbegrip van degene m.b.t. de integratie van de opdrachten [2 en de transversaliteit van de opdrachten]2);
3° het geeft de Waalse Regering advies inzake het tewerkstellings- en beroepsopleidingsbeleid.
Daartoe kan het de Waalse Regering voorstellen wijzigingen aan te brengen in de wetten, decreten of besluiten die de " Office " moet toepassen.
Zijn voorstellen moeten vergezeld gaan van [2 een financiële impact]2 voor elke wijziging in de wetgeving of reglementering.
Als een voorstel niet eenstemmig wordt onthaald, moeten de verschillende standpunten uitgedrukt worden;
4° het kan (op gemeenschappelijke of exclusieve wijze) een deel van zijn bevoegdheden overdragen aan het uitvoerend bureau of aan de administrateur-generaal;
5° het neemt de beslissingen waarover ( [1 van het uitvoerend bureau]1 ) de in artikel 19, § 6, bedoelde consensus niet is bereikt, en de beslissingen over een punt dat de administrateur-generaal of, bij diens afwezigheid, de adjunct-administrateur-generaal bij hem aanhangig maakt overeenkomstig artikel 19, § 2;
6° [1 het stelt het huishoudelijk reglement van het uitvoerend bureau vast en keurt het huishoudelijk reglement van het strategisch comité bedoeld in artikel 24 goed;]1
7° het legt de begroting van de " Office " vast;
(7°bis. Het bepaalt de budgettaire verdeelsleutel binnen eenzelfde basisallocatie;)
8° het bepaalt [2 het ondernemingsplan voorgesteld door het Directiecomité en voorgelegd door de administrateur-generaal]2;
9° het beslist, binnen de perken van [2 7bis, § 1 en § 3]2, over de deelneming van de " Office " in de oprichting, de directie en de financiering van publiek- of privaatrechtelijk rechtspersonen die krachtens een Belgische, buitenlandse of supranationale wetgeving beheerd worden.
In die beslissing worden de duur van het mandaat van de vertegenwoordigers en de financiële participatie van de "Office" opgegeven, alsmede de wijze waarop die participatie in de boekhouding en in de begroting wordt verwerkt en waarop de rekeningen van de betrokken rechtspersoon worden overgemaakt en nagekeken.
10° het bepaalt de regels op grond waarvan de " Office " partnerschapsovereenkomsten kan sluiten overeenkomstig [4 artikel 7bis, § 5]4;
11° het neemt administratieve beslissingen met een individuele draagwijdte die betrekking hebben op overheidsopdrachten, tegemoetkomingen en subsidies die [2 door de Office worden toegekend en op de in artikel 7bis, § 2, bedoelde overeenkomsten]2 [1 ...]1 voor zover het geraamde bedrag van de overheidsopdrachten, tegemoetkomingen en subsidies of overeenkomsten hoger is dan (740.000 euro), exclusief BTW;
[1 Het neemt ook administratieve beslissingen met een individuele draagwijdte die betrekking hebben op meerjarige overheidsopdrachten van diensten, waarvan het geraamde bedrag hoger is dan [3 30.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidsopdracht]3, en op de meerjarige overheidsopdrachten van leveringen en werken, waarvan het bedrag hoger is dan [3 85.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidsopdracht]3, voor zover deze overheidsopdrachten niet slaan op de lopende uitgaven die nodig zijn voor de werking van de "Office".]1
12° het bepaalt de voorwaarden waaronder de " Office " schulden kan afschrijven (en het kan een compromis sluiten).
(13° het [2 ...]2 controleert de werken [1 van het uitvoerend bureau]1;)
[2 14° het keurt het meerjarige actieprogramma [5 van het College van de subregionale kamers voor "tewerkstelling en vorming van de instanties van de regio's voor Kwalificerend onderwijs - Vorming - Arbeidsmarkt, hierna "KOVA-regio-instanties" genoemd, die bedoeld zijn in het samenwerkingsakkoord, gesloten op 20 maart 2014 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de uitvoering van regio's voor Kwalificerend Onderwijs - Vorming - Arbeidsmarkt]5 ;]2
[1 Het beheerscomité [2 spreekt zich uit, na advies van het strategisch comité]2 bedoeld in artikel 24 over de beslissingen bedoeld in het eerste lid, 2°, 7°, 8° [2 , 10°, 11° en 14°]2.
Het strategisch comité brengt ook een voorafgaand advies uit over de in het eerste lid, § 1, 4°, bedoelde beslissingen inzake overdracht van bevoegdheden aan het uitvoerend bureau en aan de administrateur-generaal voor zover ze rechtstreeks betrekking hebben op één van de beslissingen bedoeld in het tweede lid.]1
§ 2. Het neemt beslissingen bedoeld in welke wetgeving of reglementering ook, tenzij die bevoegdheid krachtens dit decreet aan een ander orgaan van de " Office " wordt opgedragen.
§ 3. Het beschikt over de nodige macht om voormelde bevoegdheden uit te oefenen.
§ 4. De administrateur-generaal brengt om de drie maanden verslag uit aan het beheerscomité over de uitvoering van de beslissingen die het genomen heeft.
1° het bespreekt en sluit de beheersovereenkomst met de Waalse Regering, zorgt voor de tenuitvoerlegging en de opvolging ervan;
2° het neemt alle strategie- en principebeslissingen met inachtneming van de richtlijnen bedoeld in de beheersovereenkomst.
Het gaat hier om beslissingen die wegens hun belang of de gevolgen die ze voor de " Office " hebben, een richtlijn, een beleid, een standpunt t.o.v. zijn omgeving of een te volgen gedragslijn bepalen of wijzigen (met inbegrip van degene m.b.t. de integratie van de opdrachten [2 en de transversaliteit van de opdrachten]2);
3° het geeft de Waalse Regering advies inzake het tewerkstellings- en beroepsopleidingsbeleid.
Daartoe kan het de Waalse Regering voorstellen wijzigingen aan te brengen in de wetten, decreten of besluiten die de " Office " moet toepassen.
Zijn voorstellen moeten vergezeld gaan van [2 een financiële impact]2 voor elke wijziging in de wetgeving of reglementering.
Als een voorstel niet eenstemmig wordt onthaald, moeten de verschillende standpunten uitgedrukt worden;
4° het kan (op gemeenschappelijke of exclusieve wijze) een deel van zijn bevoegdheden overdragen aan het uitvoerend bureau of aan de administrateur-generaal;
5° het neemt de beslissingen waarover ( [1 van het uitvoerend bureau]1 ) de in artikel 19, § 6, bedoelde consensus niet is bereikt, en de beslissingen over een punt dat de administrateur-generaal of, bij diens afwezigheid, de adjunct-administrateur-generaal bij hem aanhangig maakt overeenkomstig artikel 19, § 2;
6° [1 het stelt het huishoudelijk reglement van het uitvoerend bureau vast en keurt het huishoudelijk reglement van het strategisch comité bedoeld in artikel 24 goed;]1
7° het legt de begroting van de " Office " vast;
(7°bis. Het bepaalt de budgettaire verdeelsleutel binnen eenzelfde basisallocatie;)
8° het bepaalt [2 het ondernemingsplan voorgesteld door het Directiecomité en voorgelegd door de administrateur-generaal]2;
9° het beslist, binnen de perken van [2 7bis, § 1 en § 3]2, over de deelneming van de " Office " in de oprichting, de directie en de financiering van publiek- of privaatrechtelijk rechtspersonen die krachtens een Belgische, buitenlandse of supranationale wetgeving beheerd worden.
In die beslissing worden de duur van het mandaat van de vertegenwoordigers en de financiële participatie van de "Office" opgegeven, alsmede de wijze waarop die participatie in de boekhouding en in de begroting wordt verwerkt en waarop de rekeningen van de betrokken rechtspersoon worden overgemaakt en nagekeken.
10° het bepaalt de regels op grond waarvan de " Office " partnerschapsovereenkomsten kan sluiten overeenkomstig [4 artikel 7bis, § 5]4;
11° het neemt administratieve beslissingen met een individuele draagwijdte die betrekking hebben op overheidsopdrachten, tegemoetkomingen en subsidies die [2 door de Office worden toegekend en op de in artikel 7bis, § 2, bedoelde overeenkomsten]2 [1 ...]1 voor zover het geraamde bedrag van de overheidsopdrachten, tegemoetkomingen en subsidies of overeenkomsten hoger is dan (740.000 euro), exclusief BTW;
[1 Het neemt ook administratieve beslissingen met een individuele draagwijdte die betrekking hebben op meerjarige overheidsopdrachten van diensten, waarvan het geraamde bedrag hoger is dan [3 30.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidsopdracht]3, en op de meerjarige overheidsopdrachten van leveringen en werken, waarvan het bedrag hoger is dan [3 85.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidsopdracht]3, voor zover deze overheidsopdrachten niet slaan op de lopende uitgaven die nodig zijn voor de werking van de "Office".]1
12° het bepaalt de voorwaarden waaronder de " Office " schulden kan afschrijven (en het kan een compromis sluiten).
(13° het [2 ...]2 controleert de werken [1 van het uitvoerend bureau]1;)
[2 14° het keurt het meerjarige actieprogramma [5 van het College van de subregionale kamers voor "tewerkstelling en vorming van de instanties van de regio's voor Kwalificerend onderwijs - Vorming - Arbeidsmarkt, hierna "KOVA-regio-instanties" genoemd, die bedoeld zijn in het samenwerkingsakkoord, gesloten op 20 maart 2014 tussen de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie betreffende de uitvoering van regio's voor Kwalificerend Onderwijs - Vorming - Arbeidsmarkt]5 ;]2
[1 Het beheerscomité [2 spreekt zich uit, na advies van het strategisch comité]2 bedoeld in artikel 24 over de beslissingen bedoeld in het eerste lid, 2°, 7°, 8° [2 , 10°, 11° en 14°]2.
Het strategisch comité brengt ook een voorafgaand advies uit over de in het eerste lid, § 1, 4°, bedoelde beslissingen inzake overdracht van bevoegdheden aan het uitvoerend bureau en aan de administrateur-generaal voor zover ze rechtstreeks betrekking hebben op één van de beslissingen bedoeld in het tweede lid.]1
§ 2. Het neemt beslissingen bedoeld in welke wetgeving of reglementering ook, tenzij die bevoegdheid krachtens dit decreet aan een ander orgaan van de " Office " wordt opgedragen.
§ 3. Het beschikt over de nodige macht om voormelde bevoegdheden uit te oefenen.
§ 4. De administrateur-generaal brengt om de drie maanden verslag uit aan het beheerscomité over de uitvoering van de beslissingen die het genomen heeft.
Modifications
Art. 12. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. Le Comité de gestion dispose des pouvoirs suivants :
1° il négocie et conclut le contrat de gestion avec le Gouvernement wallon, s'assure de sa mise en oeuvre et de son suivi;
2° il prend toutes les décisions de stratégie et de principe, dans le respect des orientations tracées par le contrat de gestion (en ce compris celles qui concernent les aspects d'intégration des missions [2 et de transversalité des missions]2).
Sont considérées comme telles, les décisions qui, en raison de leur importance ou des conséquences qu'elles entraînent pour l'Office, déterminent ou modifient une orientation, une politique, un positionnement vis-à-vis de son environnement ou une ligne de conduite à tenir;
3° il conseille le Gouvernement wallon pour ce qui concerne la politique de l'emploi et de la formation professionnelle.
A ce titre, il peut notamment présenter au Gouvernement wallon des propositions de modifications aux lois, décrets ou arrêtés que l'Office est chargé d'appliquer.
Il est tenu de joindre à ses propositions [2 l'impact financier]2 de toute modification de la législation ou de la réglementation.
Si une proposition n'a pas recueilli l'unanimité, les différentes positions sont exprimées;
4° il est habilité à déléguer (, de manière commune ou exclusive,) une partie de ses pouvoirs [1 au bureau exécutif]1 ou à l'administrateur général;
5° il prend les décisions qui n'ont pas fait l'objet, au sein [1 du bureau exécutif]1, du consensus prévu à l'article 19, § 6, et celles relatives à un point dont l'administrateur général ou, en son absence, l'administrateur général adjoint le saisit conformément à l'article 19, § 2;
6° [1 il arrête le règlement d'ordre intérieur du bureau exécutif et approuve le règlement d'ordre intérieur du comité stratégique visé à l'article 24;]1
7° il [4 établit]4 le budget de l'Office;
(7°bis. il décide de la répartition budgétaire effectuée au sein d'une même allocation de base;)
8° il arrête [2 le plan d'entreprise proposé par le Comité de direction et présenté par l'administrateur général]2;
9° il décide de la participation de l'Office aux créations, directions et financements de personnes morales de droit public ou privé régies par une législation belge, étrangère ou supranationale, dans les limites de l'[2 7bis, § 1er et § 3]2.
Cette décision précise les limites du mandat des représentants et de la participation financière de l'Office, les modalités de prise en considération comptable et budgétaire de cette participation ainsi que les modalités de communication et de contrôle des comptes de la personne morale concernée;
10° il détermine les règles sur la base desquelles l'Office peut conclure des conventions de partenariat en conformité avec [4 l'article 7bis, § 5]4;
11° il prend les décisions administratives à portée individuelle relatives aux marchés publics, aux aides financières et subsides alloués [2 par l'Office et aux conventions visées à l'article 7bis, § 2,]2 [1 ...]1 pour autant que le montant estimé de ces marchés, de ces aides et subsides ou de ces conventions dépasse (740.000 euros) hors T.V.A.;
[1 Il prend également les décisions administratives à portée individuelle relatives aux marchés publics de services pluriannuels dont le montant estimé dépasse [3 30.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]3 et aux marchés publics de fournitures et de travaux pluriannuels dont le montant dépasse [3 85.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]3, pour autant que ces marchés ne concernent pas les dépenses courantes nécessaires au fonctionnement de l'Office.]1
12° il définit les conditions dans lesquelles l'Office peut abandonner des créances (et peut transiger).
(13° il [2 ...]2 contrôle les travaux [1 du bureau exécutif]1;)
[2 14° il approuve le programme d'actions pluriannuel [4 du Collège des chambres subrégionales emploi et formation des Instances bassins Enseignement qualifiant - Formation - Emploi, ci-après Instances bassin EFE, visées par l'accord de coopération conclu le 20 mars 2014 entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française relatif à la mise en oeuvre des bassins Enseignement qualifiant - Formation - Emploi]4;]2
[1 Le comité de gestion [2 statue, après avis du comité stratégique]2 visé à l'article 24 sur les décisions visées à l'alinéa 1er, 2°, 7°, 8° [2 ,10°, 11° et 14°]2.
Le comité stratégique rend également un avis préalable sur les décisions de délégation au bureau exécutif et à l'administrateur général, visées à l'alinéa 1er, § 1er, 4°, pour autant qu'elles concernent directement l'une des décisions visées à l'alinéa 2.]1
§ 2. Il prend les décisions visées par toute législation ou réglementation, à moins que le présent décret ne réserve cette compétence à un autre organe de l'Office.
§ 3. Il dispose de tous les pouvoirs nécessaires à l'exercice des compétences précitées.
§ 4. L'administrateur général fait rapport trimestriellement au Comité de gestion sur l'exécution des décisions prises par ce dernier.
1° il négocie et conclut le contrat de gestion avec le Gouvernement wallon, s'assure de sa mise en oeuvre et de son suivi;
2° il prend toutes les décisions de stratégie et de principe, dans le respect des orientations tracées par le contrat de gestion (en ce compris celles qui concernent les aspects d'intégration des missions [2 et de transversalité des missions]2).
Sont considérées comme telles, les décisions qui, en raison de leur importance ou des conséquences qu'elles entraînent pour l'Office, déterminent ou modifient une orientation, une politique, un positionnement vis-à-vis de son environnement ou une ligne de conduite à tenir;
3° il conseille le Gouvernement wallon pour ce qui concerne la politique de l'emploi et de la formation professionnelle.
A ce titre, il peut notamment présenter au Gouvernement wallon des propositions de modifications aux lois, décrets ou arrêtés que l'Office est chargé d'appliquer.
Il est tenu de joindre à ses propositions [2 l'impact financier]2 de toute modification de la législation ou de la réglementation.
Si une proposition n'a pas recueilli l'unanimité, les différentes positions sont exprimées;
4° il est habilité à déléguer (, de manière commune ou exclusive,) une partie de ses pouvoirs [1 au bureau exécutif]1 ou à l'administrateur général;
5° il prend les décisions qui n'ont pas fait l'objet, au sein [1 du bureau exécutif]1, du consensus prévu à l'article 19, § 6, et celles relatives à un point dont l'administrateur général ou, en son absence, l'administrateur général adjoint le saisit conformément à l'article 19, § 2;
6° [1 il arrête le règlement d'ordre intérieur du bureau exécutif et approuve le règlement d'ordre intérieur du comité stratégique visé à l'article 24;]1
7° il [4 établit]4 le budget de l'Office;
(7°bis. il décide de la répartition budgétaire effectuée au sein d'une même allocation de base;)
8° il arrête [2 le plan d'entreprise proposé par le Comité de direction et présenté par l'administrateur général]2;
9° il décide de la participation de l'Office aux créations, directions et financements de personnes morales de droit public ou privé régies par une législation belge, étrangère ou supranationale, dans les limites de l'[2 7bis, § 1er et § 3]2.
Cette décision précise les limites du mandat des représentants et de la participation financière de l'Office, les modalités de prise en considération comptable et budgétaire de cette participation ainsi que les modalités de communication et de contrôle des comptes de la personne morale concernée;
10° il détermine les règles sur la base desquelles l'Office peut conclure des conventions de partenariat en conformité avec [4 l'article 7bis, § 5]4;
11° il prend les décisions administratives à portée individuelle relatives aux marchés publics, aux aides financières et subsides alloués [2 par l'Office et aux conventions visées à l'article 7bis, § 2,]2 [1 ...]1 pour autant que le montant estimé de ces marchés, de ces aides et subsides ou de ces conventions dépasse (740.000 euros) hors T.V.A.;
[1 Il prend également les décisions administratives à portée individuelle relatives aux marchés publics de services pluriannuels dont le montant estimé dépasse [3 30.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]3 et aux marchés publics de fournitures et de travaux pluriannuels dont le montant dépasse [3 85.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]3, pour autant que ces marchés ne concernent pas les dépenses courantes nécessaires au fonctionnement de l'Office.]1
12° il définit les conditions dans lesquelles l'Office peut abandonner des créances (et peut transiger).
(13° il [2 ...]2 contrôle les travaux [1 du bureau exécutif]1;)
[2 14° il approuve le programme d'actions pluriannuel [4 du Collège des chambres subrégionales emploi et formation des Instances bassins Enseignement qualifiant - Formation - Emploi, ci-après Instances bassin EFE, visées par l'accord de coopération conclu le 20 mars 2014 entre la Communauté française, la Région wallonne et la Commission communautaire française relatif à la mise en oeuvre des bassins Enseignement qualifiant - Formation - Emploi]4;]2
[1 Le comité de gestion [2 statue, après avis du comité stratégique]2 visé à l'article 24 sur les décisions visées à l'alinéa 1er, 2°, 7°, 8° [2 ,10°, 11° et 14°]2.
Le comité stratégique rend également un avis préalable sur les décisions de délégation au bureau exécutif et à l'administrateur général, visées à l'alinéa 1er, § 1er, 4°, pour autant qu'elles concernent directement l'une des décisions visées à l'alinéa 2.]1
§ 2. Il prend les décisions visées par toute législation ou réglementation, à moins que le présent décret ne réserve cette compétence à un autre organe de l'Office.
§ 3. Il dispose de tous les pouvoirs nécessaires à l'exercice des compétences précitées.
§ 4. L'administrateur général fait rapport trimestriellement au Comité de gestion sur l'exécution des décisions prises par ce dernier.
Modifications
Art. 13. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) De Waalse Regering verzoekt het beheerscomité om advies over elk voorontwerp van decreet, besluit of reglement tot wijziging van de wetgeving of de reglementering die de " Office " moet toepassen of betreffende de personeelsformatie en de structuur van de " Office ".
Het beheerscomité brengt advies uit binnen een termijn van één maand, te rekenen van de datum waarop de aanvraag is verzonden. Op verzoek van de Waalse Regering kan deze termijn ingekort worden tot 20 werkdagen. Het advies wordt niet meer verlangd als het niet binnen de voorgeschreven termijn wordt uitgebracht.
Als het advies niet eenstemmig wordt goedgekeurd, worden de verschillende standpunten uitgedrukt.
Het beheerscomité brengt advies uit binnen een termijn van één maand, te rekenen van de datum waarop de aanvraag is verzonden. Op verzoek van de Waalse Regering kan deze termijn ingekort worden tot 20 werkdagen. Het advies wordt niet meer verlangd als het niet binnen de voorgeschreven termijn wordt uitgebracht.
Als het advies niet eenstemmig wordt goedgekeurd, worden de verschillende standpunten uitgedrukt.
Art. 13. (voir NOTE sous INTITULE) Le Gouvernement wallon soumet à l'avis du Comité de gestion tout avant-projet de décret, d'arrêté ou de règlement modifiant la législation ou la réglementation que l'Office est chargé d'appliquer ou concernant le cadre du personnel et la structure de l'Office.
Le Comité de gestion donne son avis dans un délai d'un mois à dater du jour de l'envoi de la demande. A la demande du Gouvernement wallon, ce délai peut être réduit à vingt jours ouvrables. L'avis cesse d'être requis s'il n'est pas émis dans le délai prescrit.
Si l'avis n'a pas recueilli l'unanimité, les différentes positions y sont exprimées.
Le Comité de gestion donne son avis dans un délai d'un mois à dater du jour de l'envoi de la demande. A la demande du Gouvernement wallon, ce délai peut être réduit à vingt jours ouvrables. L'avis cesse d'être requis s'il n'est pas émis dans le délai prescrit.
Si l'avis n'a pas recueilli l'unanimité, les différentes positions y sont exprimées.
Afdeling 4. (oude afdeling 3) - Werking.
Section 4. (ancien section 3) - Fonctionnement.
Art. 14. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) Het beheerscomité stelt zijn huishoudelijk reglement op. Dat reglement voorziet o.a. in :
1° de wijze waarop het beheerscomité wordt bijeengeroepen op verzoek van de Minister van Tewerkstelling en/of de voor beroepsopleiding bevoegde Minister, de commissarissen van de Waalse Regering, de voorzitter, de met het dagelijks beheer van de instelling belaste persoon of twee leden;
2° de wijze waarop de agenda wordt opgemaakt en, in geval van uitstel van een vergadering, in de verplichte opneming van de punten op de agenda van de eerstkomende vergadering;
3° de wijze waarop het voorzitterschap wordt waargenomen in geval van afwezigheid of verhindering van de voorzitter;
4° de aanwezigheid van ten minste de helft van de vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties om op geldige wijze te beraadslagen en te beslissen, alsook in de wijze waarop gestemd wordt binnen het beheerscomité;
5° de wijze waarop de pariteit hersteld wordt wanneer de leden die de werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigen niet in gelijk aantal aanwezig zijn bij de stemming;
6° de voorwaarden waaronder het beheerscomité een beroep mag doen op personen die speciaal bevoegd zijn om specifieke aangelegenheden te onderzoeken;
7° de wijze waarop de in artikel 12, § 1, 3°, bedoelde voorstellen worden geformuleerd en het in artikel 13 bedoelde advies uitgebracht;
8° de voorwaarden waaronder het beheerscomité bepaalde specifieke taken [1 aan het uitvoerend bureau]1 mag overdragen, met name wat betreft hun inhoud en de termijn binnen dewelke ze uitgevoerd moeten worden;
9° de voorwaarden waaronder het beheerscomité de administrateur-generaal kan gelasten de " Office " op geldige wijze te vertegenwoordigen in gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en in zijn naam en op zijn verzoek op te treden wat betreft de handelingen die tot zijn bevoegdheid behoren;
10° de voorwaarden waaronder het beheerscomité de beslissingen neemt die [1 het uitvoerend bureau]1 niet kan nemen omdat de in artikel 19, § 6, bedoelde voorwaarden niet vervuld zijn;
11° de periodiciteit van zijn vergaderingen;
12° de wijze waarop de driemaandelijkse verslagen door de administrateur-generaal worden opgemaakt.
(13° de regels en modaliteiten op grond waarvan het beheerscomité de werkzaamheden [1 van het uitvoerend bureau]1 controleert [2 ...]2;)
14° [1 ...]1
(15° de deontologische regels om binnen het kader van de uitoefening van de mandaten belangenconflicten te voorkomen en om de naleving van het vertrouwelijkheidsbeginsel te waarborgen.)
1° de wijze waarop het beheerscomité wordt bijeengeroepen op verzoek van de Minister van Tewerkstelling en/of de voor beroepsopleiding bevoegde Minister, de commissarissen van de Waalse Regering, de voorzitter, de met het dagelijks beheer van de instelling belaste persoon of twee leden;
2° de wijze waarop de agenda wordt opgemaakt en, in geval van uitstel van een vergadering, in de verplichte opneming van de punten op de agenda van de eerstkomende vergadering;
3° de wijze waarop het voorzitterschap wordt waargenomen in geval van afwezigheid of verhindering van de voorzitter;
4° de aanwezigheid van ten minste de helft van de vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties om op geldige wijze te beraadslagen en te beslissen, alsook in de wijze waarop gestemd wordt binnen het beheerscomité;
5° de wijze waarop de pariteit hersteld wordt wanneer de leden die de werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigen niet in gelijk aantal aanwezig zijn bij de stemming;
6° de voorwaarden waaronder het beheerscomité een beroep mag doen op personen die speciaal bevoegd zijn om specifieke aangelegenheden te onderzoeken;
7° de wijze waarop de in artikel 12, § 1, 3°, bedoelde voorstellen worden geformuleerd en het in artikel 13 bedoelde advies uitgebracht;
8° de voorwaarden waaronder het beheerscomité bepaalde specifieke taken [1 aan het uitvoerend bureau]1 mag overdragen, met name wat betreft hun inhoud en de termijn binnen dewelke ze uitgevoerd moeten worden;
9° de voorwaarden waaronder het beheerscomité de administrateur-generaal kan gelasten de " Office " op geldige wijze te vertegenwoordigen in gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en in zijn naam en op zijn verzoek op te treden wat betreft de handelingen die tot zijn bevoegdheid behoren;
10° de voorwaarden waaronder het beheerscomité de beslissingen neemt die [1 het uitvoerend bureau]1 niet kan nemen omdat de in artikel 19, § 6, bedoelde voorwaarden niet vervuld zijn;
11° de periodiciteit van zijn vergaderingen;
12° de wijze waarop de driemaandelijkse verslagen door de administrateur-generaal worden opgemaakt.
(13° de regels en modaliteiten op grond waarvan het beheerscomité de werkzaamheden [1 van het uitvoerend bureau]1 controleert [2 ...]2;)
14° [1 ...]1
(15° de deontologische regels om binnen het kader van de uitoefening van de mandaten belangenconflicten te voorkomen en om de naleving van het vertrouwelijkheidsbeginsel te waarborgen.)
Art. 14. (voir NOTE sous INTITULE) Le Comité de gestion fixe son règlement d'ordre intérieur qui prévoit notamment :
1° les règles concernant la convocation du Comité de gestion à la demande du Ministre ayant l'Emploi dans ses attributions et/ou du Ministre ayant la Formation professionnelle dans ses attributions, des commissaires du Gouvernement wallon, du président, de la personne chargée de la gestion journalière de l'organisme ou de deux membres;
2° les règles relatives à l'inscription des points à l'ordre du jour et, en cas de report, à l'inscription obligatoire à l'ordre du jour de la séance qui suit immédiatement;
3° les règles relatives à la présidence du Comité de gestion en cas d'absence ou d'empêchement du président;
4° la présence d'au moins la moitié des représentants des organisations représentatives des employeurs et des représentants des organisations représentatives des travailleurs pour délibérer et decider valablement, ainsi que les modalités de vote au sein du Comité de gestion;
5° les règles concernant le rétablissement de la parité lorsque les membres représentant respectivement les organisations des employeurs et les organisations des travailleurs ne sont pas présents en nombre égal au moment du vote;
6° les conditions dans lesquelles le Comité de gestion peut faire appel à des personnes spécialement compétentes pour l'examen de questions particulières;
7° les modalités selon lesquelles les propositions visées à l'article 12, § 1er, 3°, et l'avis visé à l'article 13 sont donnés;
8° les règles en fonction desquelles le Comité de gestion peut déléguer certaines tâches spécifiques [1 au bureau exécutif]1, notamment quant au contenu de ces tâches et au délai dans lequel elles doivent être accomplies;
9° les règles en fonction desquelles le Comité de gestion peut charger l'administrateur général de représenter valablement l'Office dans les actes judiciaires et extra-judiciaires et d'agir en son nom et à sa demande, pour ce qui concerne les actes relevant de sa compétence;
10° les règles en fonction desquelles le Comité de gestion prend les décisions qui n'ont pas pu être arrêtées par [1 le bureau exécutif]1, faute de respect des conditions prévues à l'article 19, § 6;
11° la périodicité de ses réunions;
12° la forme des rapports trimestriels à établir par l'administrateur général.
(13° les règles et modalités en fonction desquelles le comité de gestion [2 ...]2 contrôle les travaux [1 du bureau exécutif]1;)
14° [1 ...]1
(15° les règles de déontologie visant à prévenir le conflit d'intérêt et à assurer le respect du principe de confidentialité, dans le cadre de l'exercice des mandats.)
1° les règles concernant la convocation du Comité de gestion à la demande du Ministre ayant l'Emploi dans ses attributions et/ou du Ministre ayant la Formation professionnelle dans ses attributions, des commissaires du Gouvernement wallon, du président, de la personne chargée de la gestion journalière de l'organisme ou de deux membres;
2° les règles relatives à l'inscription des points à l'ordre du jour et, en cas de report, à l'inscription obligatoire à l'ordre du jour de la séance qui suit immédiatement;
3° les règles relatives à la présidence du Comité de gestion en cas d'absence ou d'empêchement du président;
4° la présence d'au moins la moitié des représentants des organisations représentatives des employeurs et des représentants des organisations représentatives des travailleurs pour délibérer et decider valablement, ainsi que les modalités de vote au sein du Comité de gestion;
5° les règles concernant le rétablissement de la parité lorsque les membres représentant respectivement les organisations des employeurs et les organisations des travailleurs ne sont pas présents en nombre égal au moment du vote;
6° les conditions dans lesquelles le Comité de gestion peut faire appel à des personnes spécialement compétentes pour l'examen de questions particulières;
7° les modalités selon lesquelles les propositions visées à l'article 12, § 1er, 3°, et l'avis visé à l'article 13 sont donnés;
8° les règles en fonction desquelles le Comité de gestion peut déléguer certaines tâches spécifiques [1 au bureau exécutif]1, notamment quant au contenu de ces tâches et au délai dans lequel elles doivent être accomplies;
9° les règles en fonction desquelles le Comité de gestion peut charger l'administrateur général de représenter valablement l'Office dans les actes judiciaires et extra-judiciaires et d'agir en son nom et à sa demande, pour ce qui concerne les actes relevant de sa compétence;
10° les règles en fonction desquelles le Comité de gestion prend les décisions qui n'ont pas pu être arrêtées par [1 le bureau exécutif]1, faute de respect des conditions prévues à l'article 19, § 6;
11° la périodicité de ses réunions;
12° la forme des rapports trimestriels à établir par l'administrateur général.
(13° les règles et modalités en fonction desquelles le comité de gestion [2 ...]2 contrôle les travaux [1 du bureau exécutif]1;)
14° [1 ...]1
(15° les règles de déontologie visant à prévenir le conflit d'intérêt et à assurer le respect du principe de confidentialité, dans le cadre de l'exercice des mandats.)
Art. 15. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) Op de voordracht van de administrateur-generaal wijst het beheerscomité onder de personeelsleden van de " Office " een persoon aan die de processen-verbaal van zijn vergaderingen zal opmaken, alsmede zijn plaatsvervanger.
Art. 15. (voir NOTE sous INTITULE) Sur la proposition de l'administrateur général, le Comité de gestion désigne, parmi les membres du personnel de l'Office, la personne chargée d'assurer la rédaction des procès-verbaux des réunions du Comité et son suppléant.
Art. 16. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) Op de voordracht van de Minister van Tewerkstelling en van de voor beroepsopleiding bevoegde Minister, wijst de Waalse Regering twee commissarissen aan die de in bovenvermelde wet van 16 maart 1954 [1 , bij het decreet van 12 februari 2004 betreffende de Regeringscommissarissen,]1 en in artikel 18 bedoelde bevoegdheden zullen uitoefenen.
Op de voordracht van de Minister van Tewerkstelling en van de voor beroepsopleiding bevoegde Minister, wijst ze een persoon aan die deze bevoegdheden zal uitoefenen voor alle beslissingen met een budgettaire, boekhoudkundige of financiële weerslag.
Op de voordracht van de Minister van Tewerkstelling en van de voor beroepsopleiding bevoegde Minister, wijst ze een persoon aan die deze bevoegdheden zal uitoefenen voor alle beslissingen met een budgettaire, boekhoudkundige of financiële weerslag.
Art. 16. (voir NOTE sous INTITULE) Le Gouvernement wallon sur la proposition du Ministre ayant l'Emploi dans ses attributions et du Ministre ayant la Formation professionnelle dans ses attributions, désigne deux commissaires en vue d'exercer les compétences définies par la loi du 16 mars 1954 précitée [1 , par le décret du 12 février 2004 relatif aux commissaires du Gouvernement,]1 et à l'article 18.
Il désigne, sur la proposition du Ministre ayant l'Emploi dans ses attributions et du Ministre ayant la Formation professionnelle dans ses attributions, celui qui exerce ces compétences pour toutes les décisions qui ont une incidence budgétaire, comptable ou financière.
Il désigne, sur la proposition du Ministre ayant l'Emploi dans ses attributions et du Ministre ayant la Formation professionnelle dans ses attributions, celui qui exerce ces compétences pour toutes les décisions qui ont une incidence budgétaire, comptable ou financière.
Art. 17. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) [1 De Regering bepaalt het bedrag van de vergoedingen en presentiegelden van de voorzitter, [2 de ondervoorzitter,]2 de leden van het beheerscomité, de leden van het uitvoerend bureau, de leden van het strategisch comité, de commissarissen en de leden van het auditcomité.]1
Deze vergoedingen en presentiegelden komen ten laste van de begroting van de " Office ".
Deze vergoedingen en presentiegelden komen ten laste van de begroting van de " Office ".
Art. 17. (voir NOTE sous INTITULE) [1 Le Gouvernement wallon fixe le montant des indemnités et des jetons de présence à allouer au président [2 au vice-président]2, aux membres du comité de gestion, aux membres du bureau exécutif, aux membres du comité stratégique, aux commissaires et aux membres du comité d'audit.]1
Ces indemnités et jetons de présence sont à charge du budget de l'Office.
Ces indemnités et jetons de présence sont à charge du budget de l'Office.
Art. 18. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) Als het algemeen belang, de wetten, decreten, besluiten, reglementen en de beheersovereenkomst het verlangen, kan de Waalse Regering of, in voorkomend geval, één van de daartoe gemachtigde commissarissen het beheerscomité, [1 en het uitvoerend bureau zoals bedoeld in afdeling 5 van dit hoofdstuk]1, verzoeken te beraadslagen over elke aangelegenheid die zij bepaalt, of hen bevelen de nodige maatregelen te nemen of de nodige handelingen te verrichten binnen een termijn die zij bepaalt en die niet korter mag zijn dan twintig dagen, behalve in spoedgevallen.
Als het beheerscomité, [1 of het uitvoerend bureau]1 na afloop van die termijn geen beslissing heeft genomen of als de Waalse Regering niet instemt met deze maatregelen of handelingen, kan ze de beslissing nemen in de plaats van het beheerscomité, [1 het uitvoerend bureau]1.
Van elke beslissing die de Waalse Regering in de plaats van het beheerscomité, [1 het uitvoerend bureau]1 neemt, wordt onmiddellijk een afschrift aan [2 het Waals Parlement]2 overgemaakt.
Als het beheerscomité, [1 of het uitvoerend bureau]1 na afloop van die termijn geen beslissing heeft genomen of als de Waalse Regering niet instemt met deze maatregelen of handelingen, kan ze de beslissing nemen in de plaats van het beheerscomité, [1 het uitvoerend bureau]1.
Van elke beslissing die de Waalse Regering in de plaats van het beheerscomité, [1 het uitvoerend bureau]1 neemt, wordt onmiddellijk een afschrift aan [2 het Waals Parlement]2 overgemaakt.
Art. 18. (voir NOTE sous INTITULE) Lorsque l'intérêt général, le respect des lois, décrets, arrêtés, règlements, contrat de gestion le requièrent, le Gouvernement wallon ou, le cas échéant, un des commissaires délégués à cette fin peut requérir le Comité de gestion, [1 et le bureau exécutif visé à la section 5 du présent chapitre]1, afin de délibérer sur toute question qu'il détermine, ou leur enjoindre de prendre les mesures ou d'accomplir les actes nécessaires, dans le délai qu'il fixe, qui ne peut être inférieur à vingt jours, sauf en cas d'urgence.
Lorsqu'à l'expiration du délai, le Comité de gestion, [1 ou le bureau exécutif]1 n'a pas pris de décision ou lorsque le Gouvernement wallon ne se rallie pas à ces mesures ou à ces actes, il peut prendre la décision en lieu et place du Comité de gestion, [1 ou du bureau exécutif]1.
Toute décision prise par le Gouvernement wallon en lieu et place du Comité de gestion, [1 ou du bureau exécutif]1 est immédiatement transmise en copie au [2 Parlement wallon]2.
Lorsqu'à l'expiration du délai, le Comité de gestion, [1 ou le bureau exécutif]1 n'a pas pris de décision ou lorsque le Gouvernement wallon ne se rallie pas à ces mesures ou à ces actes, il peut prendre la décision en lieu et place du Comité de gestion, [1 ou du bureau exécutif]1.
Toute décision prise par le Gouvernement wallon en lieu et place du Comité de gestion, [1 ou du bureau exécutif]1 est immédiatement transmise en copie au [2 Parlement wallon]2.
Afdeling 5. (oude afdeling 4) - [1 Het uitvoerend bureau en zijn bevoegdheden]1
Section 5. (ancien section 4) - [1 Du bureau exécutif et de ses attributions]1
Art. 19. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) § 1. [1 Het uitvoerend bureau bestaat uit]1 :
1° de voorzitter (en de ondervoorzitter) van het beheerscomité;
2° twee vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties en twee vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties, alsook uit hun plaatsvervangers die het beheerscomité (...) kiest;
3° de administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal;
4° [3 het geheel van de [4 directeurs-generaal]4 die verantwoordelijk zijn van de directoraten-generaal]3
(Hoogstens twee derden van de in punt 2° bedoelde leden zijn van hetzelfde geslacht.
Ze mogen niet [2 aan een derde die dienstverleningen uitvoert ten gunste van de gebruikers in het kader van de opdrachten van de "Office"]2 gebonden worden op grond van een arbeids- of bedrijfsovereenkomst.)
§ 2. Alleen de onder punt 2° bedoelde leden [1 van het uitvoerend bureau]1 hebben raadgevende stem. De administrateur-generaal of, bij diens afwezigheid, de adjunct-administrateur-generaal heeft evenwel het recht een zaak aanhangig te maken bij het beheerscomité, op voorwaarde dat hij de redenen daarvoor opgeeft tijdens de vergadering. In dit geval beslist het beheerscomité in de plaats van (het [1 ...]1 uitvoerend bureau).
§ 3. [1 Op de voordracht van de administrateur-generaal wijst het uitvoerend bureau onder de personeelsleden de persoon aan die zijn secretariaat zal waarnemen, alsmede zijn plaatsvervanger.]1
§ 4. De in artikel 16 bedoelde commissarissen wonen de vergaderingen [1 van het uitvoerend bureau]1 bij en oefenen er de bevoegdheden uit die bepaald zijn bij bovenvermelde wet van 16 maart 1954 [2 , bij het decreet van 12 februari 2004 betreffende de Regeringscommissarissen,]2 en die bedoeld zijn in artikel 18.
§ 5. Elk lid bedoeld in § 1, 1° en 2°, dat wegens ontslag of om één van de in de artikelen 10 en 11 bedoelde redenen niet langer deel uitmaakt [1 van het uitvoerend bureau]1, wordt vervangen binnen de volgende drie maanden. Als een lid vóór het einde van het mandaat wordt vervangen, wordt het mandaat door zijn plaatsvervanger overgenomen.
§ 6. De beslissingen [1 van het uitvoerend bureau]1 worden op geldige wijze genomen bij een quorum van vier leden, waaronder drie van die bedoeld in § 1, 2°. De beslissingen worden bij consensus genomen. Elk lid bedoeld in § 1, 2°, heeft het recht zich te verzetten tegen de goedkeuring van een beslissing van het uitvoerend bureau. Dat verzet moet tijdens de vergadering uitgedrukt worden en met redenen omkleed zijn. Het houdt in dat de zaak op de eerstvolgende vergadering aanhangig wordt gemaakt bij het beheerscomité.
(§ 7. De voorzitter van het beheerscomité heeft het recht om zich te verzetten tegen de beslissing [1 van het uitvoerend bureau]1 als hij vaststelt dat bedoeld comité zijn bevoegdheden overschrijdt [1 ...]1 of als hij acht dat [1 de werkzaamheden van het uitvoerend bureau]1 punctueel moeten gecontroleerd worden door het comité. De voorzitter heeft dan het recht om de zaak aanhangig te maken bij het beheerscomité nadat tijdens de zitting een met redenen omkleed advies is uitgebracht. In dat geval beslist het comité in de plaats van het [1 ...]1 uitvoerend bureau.)
1° de voorzitter (en de ondervoorzitter) van het beheerscomité;
2° twee vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties en twee vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties, alsook uit hun plaatsvervangers die het beheerscomité (...) kiest;
3° de administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal;
4° [3 het geheel van de [4 directeurs-generaal]4 die verantwoordelijk zijn van de directoraten-generaal]3
(Hoogstens twee derden van de in punt 2° bedoelde leden zijn van hetzelfde geslacht.
Ze mogen niet [2 aan een derde die dienstverleningen uitvoert ten gunste van de gebruikers in het kader van de opdrachten van de "Office"]2 gebonden worden op grond van een arbeids- of bedrijfsovereenkomst.)
§ 2. Alleen de onder punt 2° bedoelde leden [1 van het uitvoerend bureau]1 hebben raadgevende stem. De administrateur-generaal of, bij diens afwezigheid, de adjunct-administrateur-generaal heeft evenwel het recht een zaak aanhangig te maken bij het beheerscomité, op voorwaarde dat hij de redenen daarvoor opgeeft tijdens de vergadering. In dit geval beslist het beheerscomité in de plaats van (het [1 ...]1 uitvoerend bureau).
§ 3. [1 Op de voordracht van de administrateur-generaal wijst het uitvoerend bureau onder de personeelsleden de persoon aan die zijn secretariaat zal waarnemen, alsmede zijn plaatsvervanger.]1
§ 4. De in artikel 16 bedoelde commissarissen wonen de vergaderingen [1 van het uitvoerend bureau]1 bij en oefenen er de bevoegdheden uit die bepaald zijn bij bovenvermelde wet van 16 maart 1954 [2 , bij het decreet van 12 februari 2004 betreffende de Regeringscommissarissen,]2 en die bedoeld zijn in artikel 18.
§ 5. Elk lid bedoeld in § 1, 1° en 2°, dat wegens ontslag of om één van de in de artikelen 10 en 11 bedoelde redenen niet langer deel uitmaakt [1 van het uitvoerend bureau]1, wordt vervangen binnen de volgende drie maanden. Als een lid vóór het einde van het mandaat wordt vervangen, wordt het mandaat door zijn plaatsvervanger overgenomen.
§ 6. De beslissingen [1 van het uitvoerend bureau]1 worden op geldige wijze genomen bij een quorum van vier leden, waaronder drie van die bedoeld in § 1, 2°. De beslissingen worden bij consensus genomen. Elk lid bedoeld in § 1, 2°, heeft het recht zich te verzetten tegen de goedkeuring van een beslissing van het uitvoerend bureau. Dat verzet moet tijdens de vergadering uitgedrukt worden en met redenen omkleed zijn. Het houdt in dat de zaak op de eerstvolgende vergadering aanhangig wordt gemaakt bij het beheerscomité.
(§ 7. De voorzitter van het beheerscomité heeft het recht om zich te verzetten tegen de beslissing [1 van het uitvoerend bureau]1 als hij vaststelt dat bedoeld comité zijn bevoegdheden overschrijdt [1 ...]1 of als hij acht dat [1 de werkzaamheden van het uitvoerend bureau]1 punctueel moeten gecontroleerd worden door het comité. De voorzitter heeft dan het recht om de zaak aanhangig te maken bij het beheerscomité nadat tijdens de zitting een met redenen omkleed advies is uitgebracht. In dat geval beslist het comité in de plaats van het [1 ...]1 uitvoerend bureau.)
Modifications
Art. 19. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. [1 Le bureau exécutif est composé]1 comme suit :
1° le président (et le vice-président) du Comité de gestion;
2° deux représentants des organisations représentatives des employeurs et deux représentants des organisations représentatives des travailleurs ainsi que leurs suppléants [2 ...]2 choisis par le Comité de gestion (...);
3° l'administrateur général et l'administrateur général adjoint;
4° [2 l'ensemble des [4 directeurs généraux]4]3 responsables des directions générales;]2
(Deux tiers au maximum des membres visés au 2° sont du même sexe.
Ceux-ci ne peuvent être liés par contrat de travail ou d'entreprise [2 avec un tiers exécutant des prestations de services au bénéfice des usagers dans le cadre des missions de l'Office]2.)
§ 2. Les membres [1 du bureau exécutif]1 visés au point 2° ont seuls voix délibérative. Toutefois, l'administrateur général ou, en son absence, l'administrateur général adjoint dispose, moyennant motivation en séance, du droit de saisir le Comité de gestion. Dans ce cas, ce dernier décide en lieu et place (des bureaux exécutifs) [1 ...]1.
§ 3. [1 Sur la proposition de l'administrateur général, le bureau exécutif désigne, parmi les membres du personnel, la personne chargée d'assurer le secrétariat du bureau exécutif et son suppléant.]1
§ 4. Les commissaires visés à l'article 16 assistent aux réunions [1 du bureau exécutif]1 et y exercent les compétences définies par la loi du 16 mars 1954 précitée [2 , par le décret du 12 février 2004 relatif aux commissaires du Gouvernement,]2 et celles définies à l'article 18.
§ 5. Tout membre visé au paragraphe 1er, 1° et 2°, qui a cessé de faire partie [1 du bureau exécutif]1, pour cause de démission en tant que membre [1 du bureau exécutif]1 ou pour l'une des causes prévues aux articles 10 et 11, est remplacé dans les trois mois qui suivent. Lorsqu'il s'agit du remplacement d'un membre avant la date normale d'expiration du mandat, le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.
§ 6. Le quorum de présence requis pour que les décisions [1 du bureau exécutif]1) puissent être valablement prises est de quatre membres dont trois membres parmi ceux visés au paragraphe 1er, 2°. Les décisions se prennent au consensus. Tout membre visé au paragraphe 1er, 2°, dispose du droit de s'opposer à l'adoption d'une décision [1 du bureau exécutif]1. Cette opposition doit être exprimée en séance et doit être motivée. Elle entraîne la saisine du Comité de gestion lors de sa séance la plus proche.
(§ 7. Le président du comité de gestion dispose du droit de s'opposer à la prise de décision [1 du bureau exécutif]1, lorsqu'il constate qu'il dépasse ses compétences, [1 ...]1 ou lorsqu'il estime que le contrôle du comité de gestion [1 sur les travaux du bureau exécutif]1 doit s'exercer ponctuellement. Le président dispose alors, moyennant motivation en séance, du droit de saisir le comité de gestion. Dans ce cas, ce dernier décide en lieu et place du bureau exécutif [1 ...]1.)
1° le président (et le vice-président) du Comité de gestion;
2° deux représentants des organisations représentatives des employeurs et deux représentants des organisations représentatives des travailleurs ainsi que leurs suppléants [2 ...]2 choisis par le Comité de gestion (...);
3° l'administrateur général et l'administrateur général adjoint;
4° [2 l'ensemble des [4 directeurs généraux]4]3 responsables des directions générales;]2
(Deux tiers au maximum des membres visés au 2° sont du même sexe.
Ceux-ci ne peuvent être liés par contrat de travail ou d'entreprise [2 avec un tiers exécutant des prestations de services au bénéfice des usagers dans le cadre des missions de l'Office]2.)
§ 2. Les membres [1 du bureau exécutif]1 visés au point 2° ont seuls voix délibérative. Toutefois, l'administrateur général ou, en son absence, l'administrateur général adjoint dispose, moyennant motivation en séance, du droit de saisir le Comité de gestion. Dans ce cas, ce dernier décide en lieu et place (des bureaux exécutifs) [1 ...]1.
§ 3. [1 Sur la proposition de l'administrateur général, le bureau exécutif désigne, parmi les membres du personnel, la personne chargée d'assurer le secrétariat du bureau exécutif et son suppléant.]1
§ 4. Les commissaires visés à l'article 16 assistent aux réunions [1 du bureau exécutif]1 et y exercent les compétences définies par la loi du 16 mars 1954 précitée [2 , par le décret du 12 février 2004 relatif aux commissaires du Gouvernement,]2 et celles définies à l'article 18.
§ 5. Tout membre visé au paragraphe 1er, 1° et 2°, qui a cessé de faire partie [1 du bureau exécutif]1, pour cause de démission en tant que membre [1 du bureau exécutif]1 ou pour l'une des causes prévues aux articles 10 et 11, est remplacé dans les trois mois qui suivent. Lorsqu'il s'agit du remplacement d'un membre avant la date normale d'expiration du mandat, le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.
§ 6. Le quorum de présence requis pour que les décisions [1 du bureau exécutif]1) puissent être valablement prises est de quatre membres dont trois membres parmi ceux visés au paragraphe 1er, 2°. Les décisions se prennent au consensus. Tout membre visé au paragraphe 1er, 2°, dispose du droit de s'opposer à l'adoption d'une décision [1 du bureau exécutif]1. Cette opposition doit être exprimée en séance et doit être motivée. Elle entraîne la saisine du Comité de gestion lors de sa séance la plus proche.
(§ 7. Le président du comité de gestion dispose du droit de s'opposer à la prise de décision [1 du bureau exécutif]1, lorsqu'il constate qu'il dépasse ses compétences, [1 ...]1 ou lorsqu'il estime que le contrôle du comité de gestion [1 sur les travaux du bureau exécutif]1 doit s'exercer ponctuellement. Le président dispose alors, moyennant motivation en séance, du droit de saisir le comité de gestion. Dans ce cas, ce dernier décide en lieu et place du bureau exécutif [1 ...]1.)
Afdeling 6.
Section 6.
Art. 20. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) [1 Op grond van de richtlijnen en beslissingen van het beheerscomité beschikt het uitvoerend bureau over de volgende bevoegdheden :
1° het bereidt de door het beheerscomité te nemen beslissingen voor;
2° het neemt alle beslissingen die geen verband houden met het dagelijks beheer en die voortvloeien uit de strategie- en principebeslissingen;
3° het neemt administratieve beslissingen met een individuele draagwijdte die betrekking hebben op overheidsopdrachten, die niet slaan op de gewone uitgaven die nodig zijn voor de werking van de "Office", die niet meerjarig zijn en waarvan het geraamde bedrag niet hoger is dan 740.000 euro, exclusief btw; het bezorgt het beheerscomité een driemaandelijks verslag over de gunningen van overheidsopdrachten van diensten waarvan het bedrag hoger is dan [2 30.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidspdracht]2, en de gunningen van overheidsopdrachten van leveringen en werken waarvan het bedrag hoger is dan [2 85.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidsopdracht]2;
4° het vervult de andere taken die het beheerscomité hem speciaal opdraagt, overeenkomstig artikel 12, § 1, 4°.]1
1° het bereidt de door het beheerscomité te nemen beslissingen voor;
2° het neemt alle beslissingen die geen verband houden met het dagelijks beheer en die voortvloeien uit de strategie- en principebeslissingen;
3° het neemt administratieve beslissingen met een individuele draagwijdte die betrekking hebben op overheidsopdrachten, die niet slaan op de gewone uitgaven die nodig zijn voor de werking van de "Office", die niet meerjarig zijn en waarvan het geraamde bedrag niet hoger is dan 740.000 euro, exclusief btw; het bezorgt het beheerscomité een driemaandelijks verslag over de gunningen van overheidsopdrachten van diensten waarvan het bedrag hoger is dan [2 30.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidspdracht]2, en de gunningen van overheidsopdrachten van leveringen en werken waarvan het bedrag hoger is dan [2 85.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidsopdracht]2;
4° het vervult de andere taken die het beheerscomité hem speciaal opdraagt, overeenkomstig artikel 12, § 1, 4°.]1
Art. 20. (voir NOTE sous INTITULE) [1 Conformément aux orientations et décisions prises par le comité de gestion, le bureau exécutif dispose des pouvoirs suivants :
1° il prépare les décisions à prendre par le comité de gestion;
2° il prend toutes les décisions autres que relevant de la gestion journalière, dérivées des décisions de stratégie et de principe;
3° il prend les décisions administratives à portée individuelle relatives aux marchés publics, qui ne concernent pas les dépenses courantes nécessaires au fonctionnement de l'Office, ne présentent pas un caractère pluriannuel et dont le montant estimé des marchés ne dépasse pas 740.000 euros hors T.V.A.; il adresse au comité de gestion un rapport trimestriel sur les passations de marchés publics de services dont le montant dépasse [2 30.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]2 et les passations de marchés publics de fournitures et de travaux dont le montant dépasse [2 85.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]2;
4° il exerce toutes autres tâches qui lui sont spécifiquement déléguées par le comité de gestion conformément à l'article 12, § 1er, 4°;]1
1° il prépare les décisions à prendre par le comité de gestion;
2° il prend toutes les décisions autres que relevant de la gestion journalière, dérivées des décisions de stratégie et de principe;
3° il prend les décisions administratives à portée individuelle relatives aux marchés publics, qui ne concernent pas les dépenses courantes nécessaires au fonctionnement de l'Office, ne présentent pas un caractère pluriannuel et dont le montant estimé des marchés ne dépasse pas 740.000 euros hors T.V.A.; il adresse au comité de gestion un rapport trimestriel sur les passations de marchés publics de services dont le montant dépasse [2 30.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]2 et les passations de marchés publics de fournitures et de travaux dont le montant dépasse [2 85.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]2;
4° il exerce toutes autres tâches qui lui sont spécifiquement déléguées par le comité de gestion conformément à l'article 12, § 1er, 4°;]1
Art. 21. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) [1 Het uitvoerend bureau legt zijn huishoudelijk reglement voor aan het beheerscomité]1. Dat reglement voorziet o.a. in :
1° de wijze waarop [1 van het uitvoerend bureau]1 wordt bijeengeroepen op verzoek van de Minister van Tewerkstelling en/of de voor beroepsopleiding bevoegde Minister, de commissarissen of één lid;
2° de wijze waarop de voorzitter wordt vervangen als hij afwezig of verhinderd is;
3° de voorwaarden waaronder [1 het uitvoerend bureau punctueel een beroep mag doen]1 op personen die speciaal bevoegd zijn om specifieke aangelegenheden te behandelen;
4° de voorwaarden waaronder de administrateur-generaal personeelsleden van de " Office " kan aanwijzen die de vergaderingen [1 van het uitvoerend bureau]1 moeten bijwonen;
5° de periodiciteit van (hun) vergaderingen;
6° de wijze waarop [1 zijn]1 beslissingen meegedeeld worden.
7° [2 de deontologische regels om belangenconflicten te voorkomen en om de naleving van het vertrouwelijkheidsbeginsel te waarborgen.]2
1° de wijze waarop [1 van het uitvoerend bureau]1 wordt bijeengeroepen op verzoek van de Minister van Tewerkstelling en/of de voor beroepsopleiding bevoegde Minister, de commissarissen of één lid;
2° de wijze waarop de voorzitter wordt vervangen als hij afwezig of verhinderd is;
3° de voorwaarden waaronder [1 het uitvoerend bureau punctueel een beroep mag doen]1 op personen die speciaal bevoegd zijn om specifieke aangelegenheden te behandelen;
4° de voorwaarden waaronder de administrateur-generaal personeelsleden van de " Office " kan aanwijzen die de vergaderingen [1 van het uitvoerend bureau]1 moeten bijwonen;
5° de periodiciteit van (hun) vergaderingen;
6° de wijze waarop [1 zijn]1 beslissingen meegedeeld worden.
7° [2 de deontologische regels om belangenconflicten te voorkomen en om de naleving van het vertrouwelijkheidsbeginsel te waarborgen.]2
Art. 21. (voir NOTE sous INTITULE) [1 Le bureau exécutif propose son règlement d'ordre intérieur]1 qui prévoit notamment :
1° les règles concernant la convocation [1 du bureau exécutif]1 à la demande du Ministre ayant l'Emploi dans ses attributions et du Ministre ayant la Formation professionnelle dans ses attributions, des commissaires ou d'un membre;
2° les règles relatives a la présidence [1 du bureau exécutif]1 en cas d'absence ou d'empêchement du président;
3° les conditions dans lesquelles [1 le bureau exécutif peut faire appel]1 de manière ponctuelle à des personnes spécialement compétentes pour l'examen de questions particulières;
4° les conditions dans lesquelles l'administrateur général peut désigner des membres du personnel de l'Office, chargés d'assister aux séances [1 du bureau exécutif]1;
5° la périodicite de [1 ses]1 réunions;
6° les modalités de communication de [1 ses]1 décisions;
7° [2 les règles de déontologie visant à prévenir le conflit d'intérêt et à assurer le respect de la confidentialité.]2
1° les règles concernant la convocation [1 du bureau exécutif]1 à la demande du Ministre ayant l'Emploi dans ses attributions et du Ministre ayant la Formation professionnelle dans ses attributions, des commissaires ou d'un membre;
2° les règles relatives a la présidence [1 du bureau exécutif]1 en cas d'absence ou d'empêchement du président;
3° les conditions dans lesquelles [1 le bureau exécutif peut faire appel]1 de manière ponctuelle à des personnes spécialement compétentes pour l'examen de questions particulières;
4° les conditions dans lesquelles l'administrateur général peut désigner des membres du personnel de l'Office, chargés d'assister aux séances [1 du bureau exécutif]1;
5° la périodicite de [1 ses]1 réunions;
6° les modalités de communication de [1 ses]1 décisions;
7° [2 les règles de déontologie visant à prévenir le conflit d'intérêt et à assurer le respect de la confidentialité.]2
Afdeling 6. (afdeling 7 wordt hernummerd naar afdeling 6, zie DWG 2011-03-31/03, art. 12, 008; Inwerkingtreding : 17-04-2011) - Dagelijks beheer van de " Office ".
Section 6. (section 7 devient section 6; voir DRW 2011-03-31/03, art. 12, 008, En vigueur : 17-04-2011) - De la gestion journalière de l'Office.
Art. 23. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) § 1. De administrateur-generaal voert de beslissingen van het beheerscomité uit en brengt hem om de drie maanden verslag uit daarover. Hij neemt het dagelijks beheer waar voor alle taken die bij dit decreet aan de " Office " opgedragen worden. Te dien einde kan hij alle bewarende maatregelen nemen en alle handelingen van tenuitvoerlegging van de door het beheerscomité of [1 het uitvoerend bureau]1 genomen beslissingen verrichten, alsook de handelingen die, van wege hun omvang of de gevolgen die ze voor de " Office " hebben, geen uitzonderlijk karakter vertonen of geen verandering van (het bestuursbeleid) teweegbrengen en die de behandeling van de lopende zaken van de " Office " vormen. Hij neemt elke andere taak waar die hem door het beheerscomité [1 ...]1 wordt opdragen.
§ 2. Overeenkomstig § 1 en met inachtneming van de beheersovereenkomst en de door het beheerscomité genomen beslissingen wordt hij belast met de volgende opdrachten :
1° hij werft en ontslaat het contractuele personeel;
2° hij oefent alle bevoegdheden uit die overeenkomstig [3 de Waalse Ambtenarencode aan de [6 Secretaris-generaal]6 ]3 worden verleend;
3° hij heeft de leiding over het personeel;
4° hij bepaalt de interne organisatie van de " Office " [3 in het kader van het organogram aangenomen door het beheerscomité]3;
5° hij ondertekent alle stukken en brieven i.v.m. de bevoegdheden van dagelijks beheer;
6° hij vertegenwoordigt de " Office " op geldige wijze in gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en treedt op geldige wijze op in zijn naam en voor zijn rekening wat betreft de handelingen van dagelijks beheer;
7° hij vertegenwoordigt de " Office " op geldige wijze in gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en treedt op geldige wijze op in naam en op verzoek van het beheerscomité en [1 van het uitvoerend bureau]1 wat betreft de handelingen die tot hun bevoegdheden behoren.
(8° [6 beslist over bevoegdheids- en belangenconflicten tussen de centrale directoraten-generaal, de diensten met afzonderlijk beheer en de territoriale directies.]6 )
[1 9° neemt de administratieve beslissingen met een individuele draagwijdte die betrekking hebben op overheidsopdrachten, die slaan op de lopende, al dan niet meerjarige, uitgaven die nodig zijn voor de werking van de "Office" waarvan het geraamde bedrag niet hoger is dan 740.000 euro, exclusief btw.
Hij neemt ook de administratieve beslissingen met een individuele draagwijdte die betrekking hebben op meerjarige overheidsopdrachten van diensten, waarvan het geraamde bedrag niet hoger is dan [4 30.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidspdracht]4, en op de meerjarige overheidsopdrachten van leveringen en werken, waarvan het bedrag niet hoger is dan [4 85.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidsopdracht]4, voor zover deze overheidsopdrachten niet slaan op de lopende uitgaven die nodig zijn voor de werking van de "Office".]1
§ 3. De [3 ...]3 bevoegdheden i.v.m. het dagelijks beheer zoals bedoeld in § 1, en de wijze waarop de in § 4 bedoelde informatie moet worden verstrekt, worden in onderlinge overeenstemming door het beheerscomité en de administrateur-generaal bepaald. Die overeenstemming wordt uiterlijk zes maanden na de inwerkintreding van dit decreet door de Waalse Regering goedgekeurd. [1 Die overeenstemming kan mits de goedkeuring van de Regering herzien worden ofwel binnen het jaar van herziening van het beheerscontract of van de wijziging ervan bij aanhangsel, ofwel binnen het jaar waarin het beheerscomité op eigen initiatief of op verzoek van de administrateur-generaal een officieel verzoekschrift richt aan de Regering.]1
(De overeenkomst voor het dagelijks beheer bevat een specifiek deel betreffende de precieze verdeling [3 van de opdrachten bedoeld in paragraaf 3]3.)
§ 4. De administrateur-generaal moet de voorzitter van het beheerscomité en [1 van het uitvoerend bureau]1, op eigen initiatief of op verzoek van het beheerscomité, kennis geven van de handelingen die in het kader van het dagelijks beheer verricht worden en hem uitleg geven daaromtrent. [1 De administrateur-generaal bezorgt het beheerscomité een driemaandelijks verslag over de gunningen van overheidsopdrachten van diensten, waarvan het bedrag hoger is dan [4 30.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidspdracht]4, en de gunningen van overheidsopdrachten van leveringen en werken, waarvan het bedrag hoger is dan [4 85.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidsopdracht]4.]1
§ 5. [6 De administrateur-generaal mag, binnen de perken en onder de voorwaarden die hij bepaalt, een deel van de bevoegdheden die hem bij of krachtens dit artikel worden toegewezen, overdragen aan één of meerdere mandatarissen of aan één of meerdere personeelsleden van de "Office", ongeacht of hij ambtenaar is in de zin van artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode of contractueel personeelslid in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 betreffende de voorwaarden voor de indienstneming en de administratieve en geldelijke toestand van de contractuele personeelsleden, met inbegrip van zijn bevoegdheid om de " Office " voor de administratieve of gewone gerechten te vertegenwoordigen.]6
[3 De administrateur-generaal heeft het recht om elke overgedragen opdracht aan zich te trekken.]3
§ 6. [3 ...]3
§ 7. [3 ...]3
§ 2. Overeenkomstig § 1 en met inachtneming van de beheersovereenkomst en de door het beheerscomité genomen beslissingen wordt hij belast met de volgende opdrachten :
1° hij werft en ontslaat het contractuele personeel;
2° hij oefent alle bevoegdheden uit die overeenkomstig [3 de Waalse Ambtenarencode aan de [6 Secretaris-generaal]6 ]3 worden verleend;
3° hij heeft de leiding over het personeel;
4° hij bepaalt de interne organisatie van de " Office " [3 in het kader van het organogram aangenomen door het beheerscomité]3;
5° hij ondertekent alle stukken en brieven i.v.m. de bevoegdheden van dagelijks beheer;
6° hij vertegenwoordigt de " Office " op geldige wijze in gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en treedt op geldige wijze op in zijn naam en voor zijn rekening wat betreft de handelingen van dagelijks beheer;
7° hij vertegenwoordigt de " Office " op geldige wijze in gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en treedt op geldige wijze op in naam en op verzoek van het beheerscomité en [1 van het uitvoerend bureau]1 wat betreft de handelingen die tot hun bevoegdheden behoren.
(8° [6 beslist over bevoegdheids- en belangenconflicten tussen de centrale directoraten-generaal, de diensten met afzonderlijk beheer en de territoriale directies.]6 )
[1 9° neemt de administratieve beslissingen met een individuele draagwijdte die betrekking hebben op overheidsopdrachten, die slaan op de lopende, al dan niet meerjarige, uitgaven die nodig zijn voor de werking van de "Office" waarvan het geraamde bedrag niet hoger is dan 740.000 euro, exclusief btw.
Hij neemt ook de administratieve beslissingen met een individuele draagwijdte die betrekking hebben op meerjarige overheidsopdrachten van diensten, waarvan het geraamde bedrag niet hoger is dan [4 30.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidspdracht]4, en op de meerjarige overheidsopdrachten van leveringen en werken, waarvan het bedrag niet hoger is dan [4 85.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidsopdracht]4, voor zover deze overheidsopdrachten niet slaan op de lopende uitgaven die nodig zijn voor de werking van de "Office".]1
§ 3. De [3 ...]3 bevoegdheden i.v.m. het dagelijks beheer zoals bedoeld in § 1, en de wijze waarop de in § 4 bedoelde informatie moet worden verstrekt, worden in onderlinge overeenstemming door het beheerscomité en de administrateur-generaal bepaald. Die overeenstemming wordt uiterlijk zes maanden na de inwerkintreding van dit decreet door de Waalse Regering goedgekeurd. [1 Die overeenstemming kan mits de goedkeuring van de Regering herzien worden ofwel binnen het jaar van herziening van het beheerscontract of van de wijziging ervan bij aanhangsel, ofwel binnen het jaar waarin het beheerscomité op eigen initiatief of op verzoek van de administrateur-generaal een officieel verzoekschrift richt aan de Regering.]1
(De overeenkomst voor het dagelijks beheer bevat een specifiek deel betreffende de precieze verdeling [3 van de opdrachten bedoeld in paragraaf 3]3.)
§ 4. De administrateur-generaal moet de voorzitter van het beheerscomité en [1 van het uitvoerend bureau]1, op eigen initiatief of op verzoek van het beheerscomité, kennis geven van de handelingen die in het kader van het dagelijks beheer verricht worden en hem uitleg geven daaromtrent. [1 De administrateur-generaal bezorgt het beheerscomité een driemaandelijks verslag over de gunningen van overheidsopdrachten van diensten, waarvan het bedrag hoger is dan [4 30.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidspdracht]4, en de gunningen van overheidsopdrachten van leveringen en werken, waarvan het bedrag hoger is dan [4 85.000 euro, exclusief btw, voor de gehele overheidsopdracht]4.]1
§ 5. [6 De administrateur-generaal mag, binnen de perken en onder de voorwaarden die hij bepaalt, een deel van de bevoegdheden die hem bij of krachtens dit artikel worden toegewezen, overdragen aan één of meerdere mandatarissen of aan één of meerdere personeelsleden van de "Office", ongeacht of hij ambtenaar is in de zin van artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode of contractueel personeelslid in de zin van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 betreffende de voorwaarden voor de indienstneming en de administratieve en geldelijke toestand van de contractuele personeelsleden, met inbegrip van zijn bevoegdheid om de " Office " voor de administratieve of gewone gerechten te vertegenwoordigen.]6
[3 De administrateur-generaal heeft het recht om elke overgedragen opdracht aan zich te trekken.]3
§ 6. [3 ...]3
§ 7. [3 ...]3
Modifications
Art. 23. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. L'administrateur général exécute les décisions du Comité de gestion et lui rend compte trimestriellement de l'exécution de celles-ci. Il assume la gestion journalière pour toutes les missions qui sont confiées à l'Office par le présent décret. A ce titre, il peut accomplir tous les actes conservatoires, tous les actes d'exécution des décisions prises par le Comité de gestion [1 par le bureau exécutif]1, de même que les actes qui, en raison de leur importance ou des conséquences qu'ils entraînent pour l'Office, ne présentent pas un caractère exceptionnel ni ne représentent un changement de politique administrative (...) et constituent l'expédition des affaires courantes de l'Office. Il assume toute autre mission qui lui est déléguée par le Comité de gestion [1 ...]1.
§ 2. En application du paragraphe 1er, dans le respect du contrat de gestion et des décisions prises par le Comité de gestion, il :
1° engage et licencie le personnel contractuel;
2° exerce toutes les compétences attribuées [3 au [6 secrétaire général]6 par le Code wallon de la Fonction publique]3;
3° dirige le personnel;
4° décide de l'organisation interne des services [3 dans le cadre de l'organigramme adopté par le comité de gestion]3;
5° signe toutes les pièces et correspondances résultant des pouvoirs de gestion journalière;
6° représente valablement l'Office dans les actes judiciaires et extra-judiciaires et agit valablement en son nom et pour son compte pour ce qui concerne les actes de gestion journalière;
7° représente valablement l'Office dans les actes judiciaires et extra-judiciaires et agit valablement au nom du Comité de gestion et au nom [1 du bureau exécutif]1, à leur demande, pour ce qui concerne les actes relevant de leur compétence.
(8° [6 arbitre les conflits de compétences et d'intérêt entre les directions générales centrales, les services à gestion distincte et les directions territoriales.]6 )
[1 9° prend les décisions administratives à portée individuelle relatives aux marchés publics, qui concernent les dépenses courantes nécessaires au fonctionnement de l'Office, pluriannuelles ou non, dont le montant estimé des marchés ne dépasse pas 740.000 euros hors T.V.A.
Il prend également les décisions administratives à portée individuelle, relatives aux marchés publics de services pluriannuels dont le montant estimé ne dépasse pas [4 30.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]4 et aux marchés publics de fournitures et de travaux pluriannuels dont le montant ne dépasse pas [4 85.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]4, qui ne concernent pas les dépenses courantes nécessaires au fonctionnement de l'Office.]1
§ 3. L'identification des [3 ...]3 pouvoirs de gestion journalière telle que définie au paragraphe 1er et les modalités de l'information visée au paragraphe 4 doivent être fixées de commun accord par le Comité de gestion et par l'administrateur général. Cet accord est approuvé par le (Gouvernement), au plus tard dans les six mois de l'entrée en vigueur du présent décret. [1 Cet accord peut être révisé, moyennant approbation du Gouvernement, soit dans l'année du renouvellement du contrat de gestion ou de la modification de celui-ci par avenant, soit dans l'année d'une requête officielle adressée au Gouvernement par le comité de gestion, de sa propre initiative ou à la demande de l'administrateur général.]1
(L'accord de gestion journalière contient un volet spécifique opérant la répartition précise [3 des missions visées à l'article 3]3.)
§ 4. L'administrateur général est tenu d'informer le président du Comité de gestion et [1 du bureau exécutif]1, agissant d'initiative ou à la demande du Comité de gestion, des actes accomplis dans le cadre de la gestion journalière et de lui fournir toutes explications y relatives. [1 L'administrateur général adresse au comité de gestion un rapport trimestriel sur les passations de marchés publics de services dont le montant dépasse [4 30.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]4 et les passations de marchés publics de fournitures et de travaux dont le montant dépasse [4 85.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]4 ]1
§ 5. [6 L'administrateur général est habilité à déléguer à un ou plusieurs mandataires ou à un ou plusieurs membres du personnel de l'Office, qu'il soit agent au sens de l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne ou membre du personnel contractuel au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 relatif aux conditions d'engagement et à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel, une partie des pouvoirs qui lui sont attribués par ou en vertu du présent article, dans les limites et conditions qu'il détermine, en ce compris son pouvoir de représenter l'Office devant les juridictions judiciaires et administratives.]6
[3 L'administrateur général dispose du droit d'évoquer toute décision prise par délégation.]3
§ 6. [3 ...]3
§ 7. [3 ...]3
§ 2. En application du paragraphe 1er, dans le respect du contrat de gestion et des décisions prises par le Comité de gestion, il :
1° engage et licencie le personnel contractuel;
2° exerce toutes les compétences attribuées [3 au [6 secrétaire général]6 par le Code wallon de la Fonction publique]3;
3° dirige le personnel;
4° décide de l'organisation interne des services [3 dans le cadre de l'organigramme adopté par le comité de gestion]3;
5° signe toutes les pièces et correspondances résultant des pouvoirs de gestion journalière;
6° représente valablement l'Office dans les actes judiciaires et extra-judiciaires et agit valablement en son nom et pour son compte pour ce qui concerne les actes de gestion journalière;
7° représente valablement l'Office dans les actes judiciaires et extra-judiciaires et agit valablement au nom du Comité de gestion et au nom [1 du bureau exécutif]1, à leur demande, pour ce qui concerne les actes relevant de leur compétence.
(8° [6 arbitre les conflits de compétences et d'intérêt entre les directions générales centrales, les services à gestion distincte et les directions territoriales.]6 )
[1 9° prend les décisions administratives à portée individuelle relatives aux marchés publics, qui concernent les dépenses courantes nécessaires au fonctionnement de l'Office, pluriannuelles ou non, dont le montant estimé des marchés ne dépasse pas 740.000 euros hors T.V.A.
Il prend également les décisions administratives à portée individuelle, relatives aux marchés publics de services pluriannuels dont le montant estimé ne dépasse pas [4 30.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]4 et aux marchés publics de fournitures et de travaux pluriannuels dont le montant ne dépasse pas [4 85.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]4, qui ne concernent pas les dépenses courantes nécessaires au fonctionnement de l'Office.]1
§ 3. L'identification des [3 ...]3 pouvoirs de gestion journalière telle que définie au paragraphe 1er et les modalités de l'information visée au paragraphe 4 doivent être fixées de commun accord par le Comité de gestion et par l'administrateur général. Cet accord est approuvé par le (Gouvernement), au plus tard dans les six mois de l'entrée en vigueur du présent décret. [1 Cet accord peut être révisé, moyennant approbation du Gouvernement, soit dans l'année du renouvellement du contrat de gestion ou de la modification de celui-ci par avenant, soit dans l'année d'une requête officielle adressée au Gouvernement par le comité de gestion, de sa propre initiative ou à la demande de l'administrateur général.]1
(L'accord de gestion journalière contient un volet spécifique opérant la répartition précise [3 des missions visées à l'article 3]3.)
§ 4. L'administrateur général est tenu d'informer le président du Comité de gestion et [1 du bureau exécutif]1, agissant d'initiative ou à la demande du Comité de gestion, des actes accomplis dans le cadre de la gestion journalière et de lui fournir toutes explications y relatives. [1 L'administrateur général adresse au comité de gestion un rapport trimestriel sur les passations de marchés publics de services dont le montant dépasse [4 30.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]4 et les passations de marchés publics de fournitures et de travaux dont le montant dépasse [4 85.000 euros hors T.V.A. pour l'ensemble du marché]4 ]1
§ 5. [6 L'administrateur général est habilité à déléguer à un ou plusieurs mandataires ou à un ou plusieurs membres du personnel de l'Office, qu'il soit agent au sens de l'article 1er de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne ou membre du personnel contractuel au sens de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 relatif aux conditions d'engagement et à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel, une partie des pouvoirs qui lui sont attribués par ou en vertu du présent article, dans les limites et conditions qu'il détermine, en ce compris son pouvoir de représenter l'Office devant les juridictions judiciaires et administratives.]6
[3 L'administrateur général dispose du droit d'évoquer toute décision prise par délégation.]3
§ 6. [3 ...]3
§ 7. [3 ...]3
Modifications
Art. 23bis. [1 De adjunct-administrateur-generaal staat de administrateur-generaal bij, bij het vervullen van al de hem opgedragen opdrachten.
Bij afwezigheid of verhinderhing van de administrateur-generaal, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de adjunct-administrateur-generaal. Bij verhindering van laatstgenoemde, wordt een ambtenaar-generaal [2 van rang A3]2 aangewezen doot het beheerscomité op voorstel van de administrateur-generaal om zijn functies uit te oefenen.
De Waalse Regering bepaalt, in de omtrek van het dagelijkse beheer, na advies van het strategische comité en op voorstel van het beheerscomité, de bevoegdheden van de adjunct administrateur-generaal die het voorwerp uitmaken van een delegatie door de administrateur-generaal.]1
Bij afwezigheid of verhinderhing van de administrateur-generaal, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de adjunct-administrateur-generaal. Bij verhindering van laatstgenoemde, wordt een ambtenaar-generaal [2 van rang A3]2 aangewezen doot het beheerscomité op voorstel van de administrateur-generaal om zijn functies uit te oefenen.
De Waalse Regering bepaalt, in de omtrek van het dagelijkse beheer, na advies van het strategische comité en op voorstel van het beheerscomité, de bevoegdheden van de adjunct administrateur-generaal die het voorwerp uitmaken van een delegatie door de administrateur-generaal.]1
Art. 23bis. [1 L'administrateur général adjoint assiste l'administrateur général dans l'exécution des tâches qui lui sont confiées.
En cas d'absence ou d'empêchement de l'administrateur général, ses pouvoirs sont exercés par l'administrateur général adjoint. Si ce dernier est empêché, un fonctionnaire général [2 de rang A3]2 est désigné par le comité de gestion sur la proposition de l'administrateur général pour exercer ses fonctions.
Le Gouvernement wallon arrête, dans le périmètre de la gestion journalière, après avis du comité stratégique et sur proposition du comité de gestion, les pouvoirs de l'administrateur général adjoint faisant l'objet d'une délégation par l'administrateur général.]1
En cas d'absence ou d'empêchement de l'administrateur général, ses pouvoirs sont exercés par l'administrateur général adjoint. Si ce dernier est empêché, un fonctionnaire général [2 de rang A3]2 est désigné par le comité de gestion sur la proposition de l'administrateur général pour exercer ses fonctions.
Le Gouvernement wallon arrête, dans le périmètre de la gestion journalière, après avis du comité stratégique et sur proposition du comité de gestion, les pouvoirs de l'administrateur général adjoint faisant l'objet d'une délégation par l'administrateur général.]1
Art. 23ter. [1 Een directiecomité, samengesteld uit de administrateur-generaal, de [2 directeurs-generaal]2 en de adjunct-directeurs-generaal van de centrale directoraten-generaal bedoeld in artikel 23quater en van de territoriale directies bedoeld in artikel 26, tweede lid, is belast met de coördinatie van de operationalisering van de strategie- en principebeslissingen en van de begrotingsbeslissingen genomen of gedelegeerd door het beheerscomité, alsook de beslissingen en acties van de verschillende centrale directoraten-generaal met het oog op de uitvoering van het overkoepelend of overeenstemmend beleid.]1
Art. 23ter. [1 Un comité de direction composé de l'administrateur général, de l'administrateur général adjoint, des [2 directeurs généraux]2 des directions générales centrales visées à l'article 23quater et des directions territoriales visées à l'article 26, alinéa 2, est chargé de coordonner l'opérationnalisation des décisions de stratégie et de principe et des décisions budgétaires prises par le comité de gestion ou déléguées par celui-ci, ainsi que des décisions et actions des différentes directions générales centrales en vue de mener des politiques convergentes ou transversales.]1
Art. 23quater. [1 De "Office" wordt in grondgebieden zoals bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderverdeeld en beschikt over een centrale zetel die een rol i.v.m. de steun en dienstverlening aan de grondgebieden vervult om de enigheid en de transversaliteit van de functies inzake operationele begeleiding en steun binnen de territoriale directies te waarborgen.
[2 De centrale zetel bestaat uit drie centrale directoraten-generaal die de volgende inhoudelijke bevoegdheden onder elkaar verdelen:
1° de ontwikkeling en het beheer van de producten en diensten aan de werkgevers en aan de particulieren;
2° de strategie, met inbegrip van de positionering van FOREM als operator of regisseur van de arbeidsmarkt en de vorming;
3° de organisatie van zijn relaties met de operatoren, en de coördinatie van de acties met het oog op het bevorderen van de intergewestelijke mobiliteit van de werkzoekenden en de werknemers;
4° de human ressources, het beheer en de ontwikkeling van de financiën, van het bestuur en van de informatietechnologieën]2.
Op voorstel van de administrateur-generaal bepaalt het beheerscomité de materiële bevoegdheid van elk centraal directoraat-generaal.]1
[2 De centrale zetel bestaat uit drie centrale directoraten-generaal die de volgende inhoudelijke bevoegdheden onder elkaar verdelen:
1° de ontwikkeling en het beheer van de producten en diensten aan de werkgevers en aan de particulieren;
2° de strategie, met inbegrip van de positionering van FOREM als operator of regisseur van de arbeidsmarkt en de vorming;
3° de organisatie van zijn relaties met de operatoren, en de coördinatie van de acties met het oog op het bevorderen van de intergewestelijke mobiliteit van de werkzoekenden en de werknemers;
4° de human ressources, het beheer en de ontwikkeling van de financiën, van het bestuur en van de informatietechnologieën]2.
Op voorstel van de administrateur-generaal bepaalt het beheerscomité de materiële bevoegdheid van elk centraal directoraat-generaal.]1
Art. 23quater. [1 L'Office est organisé en territoires tels que déterminés à l'article 26, alinéa 2, et dispose d'un siège central, exerçant un rôle de support et de service aux territoires afin de garantir l'unicité et la transversalité des fonctions de pilotage opérationnel des services et de support au sein des directions territoriales.
[2 Le siège central est composé de trois directions générales centrales qui se répartissent les compétences matérielles suivantes :
1° le développement et la gestion des produits et services aux employeurs et aux particuliers;
2° la stratégie en ce compris le positionnement du FOREM en tant qu'opérateur ou régisseur du marché de l'emploi et de la formation;
3° l'organisation de ses relations avec les opérateurs, et la coordination des actions visant à favoriser la mobilité interrégionale des demandeurs d'emploi et des travailleurs;
4° les ressources humaines, la gestion et le développement des finances, de l'administration et des technologies de l'information]2.
Sur proposition de l'administrateur général, le comité de gestion détermine les compétences matérielles de chaque direction générale centrale.]1
[2 Le siège central est composé de trois directions générales centrales qui se répartissent les compétences matérielles suivantes :
1° le développement et la gestion des produits et services aux employeurs et aux particuliers;
2° la stratégie en ce compris le positionnement du FOREM en tant qu'opérateur ou régisseur du marché de l'emploi et de la formation;
3° l'organisation de ses relations avec les opérateurs, et la coordination des actions visant à favoriser la mobilité interrégionale des demandeurs d'emploi et des travailleurs;
4° les ressources humaines, la gestion et le développement des finances, de l'administration et des technologies de l'information]2.
Sur proposition de l'administrateur général, le comité de gestion détermine les compétences matérielles de chaque direction générale centrale.]1
Art. 23quinquies. [1 § 1. [3 De administrateur-generaal wordt ertoe gemachtigd om bepaalde bevoegdheden over te dragen aan de adjunct administrateur-generaal, de [4 directeurs-generaal]4 van de centrale directoraten-generaal, de [4 directeurs-generaal]4 van de territoriale directies en de verantwoordelijken voor de diensten met een afzonderlijk beheer, in activiteitendomeinen i.v.m. hun specifieke functies, binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop de in artikel 23, § 3, bedoelde overeenkomst betreffende het dagelijks beheer is gesloten.]3
§ 2. De administrateur-generaal, de adjunct-administrateur-generaal en de [2[4 directeurs-generaal]4 van de directoraten-generaal wonen de vergaderingen van het beheerscomitié bij, met raadgevende stem.]1
[3 De [4 ]directeurs-generaal-4 van de territoriale directies bedoeld in artikel 26, tweede lid, wonen de vergaderingen van het beheerscomité met raadgevende stem bij naar gelang van de behandelde thematiek, volgens de door dat comité bepaalde modaliteiten en periodiciteit, om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de plaatselijke toestand en om hun deelname tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de "Office" te coördineren.]3
§ 2. De administrateur-generaal, de adjunct-administrateur-generaal en de [2[4 directeurs-generaal]4 van de directoraten-generaal wonen de vergaderingen van het beheerscomitié bij, met raadgevende stem.]1
[3 De [4 ]directeurs-generaal-4 van de territoriale directies bedoeld in artikel 26, tweede lid, wonen de vergaderingen van het beheerscomité met raadgevende stem bij naar gelang van de behandelde thematiek, volgens de door dat comité bepaalde modaliteiten en periodiciteit, om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met de plaatselijke toestand en om hun deelname tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de "Office" te coördineren.]3
Modifications
Art. 23quinquies. [1 § 1er. [3 L'administrateur général est habilité à déléguer à l'administrateur général adjoint, aux [4 directeurs généraux ]4 des directions générales centrales, aux [4 directeurs généraux ]4 des directions territoriales et aux responsables des services à gestion distincte, des pouvoirs déterminés dans les domaines d'activités qui les concernent, dans un délai de six mois à dater de la conclusion de l'accord de gestion journalière visé à l'article 23, § 3.]3
§ 2. L'administrateur général, l'administrateur général adjoint et les [4 directeurs généraux ]4 des directions générales assistent aux réunions du comité de gestion avec voix consultative.]1
[3 Les [4 directeurs généraux ]4 des directions territoriales visées à l'article 26, alinéa 2, assistent aux réunions du comité de gestion avec voix consultative, en fonction des thématiques abordées, selon les modalités et la périodicité qu'il prévoit, afin de garantir la prise en compte des réalités locales et de coordonner leur participation à la réalisation des objectifs de l'Office.]3
§ 2. L'administrateur général, l'administrateur général adjoint et les [4 directeurs généraux ]4 des directions générales assistent aux réunions du comité de gestion avec voix consultative.]1
[3 Les [4 directeurs généraux ]4 des directions territoriales visées à l'article 26, alinéa 2, assistent aux réunions du comité de gestion avec voix consultative, en fonction des thématiques abordées, selon les modalités et la périodicité qu'il prévoit, afin de garantir la prise en compte des réalités locales et de coordonner leur participation à la réalisation des objectifs de l'Office.]3
Modifications
Art. 23sexties. [1 De Dienst wordt geleid door een administrateur-generaal van rang A1, bijgestaan door een adjunct-administrateur-generaal van rang A2 en zeven directeurs-generaal van rang A3.
De administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal worden door de Regering voor een mandaat aangewezen onder de voorwaarden vastgesteld bij Titel II van Boek II van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode.
Behoudens uitzondering bepaald door de Regering overeenkomstig artikel 25 van dit decreet of artikel 2 van het decreet van 22 januari 1998 betreffende het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waals Gewest vallen, en onder voorbehoud van de toepassing van de bijzondere bepalingen vastgesteld bij het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende het statuut van het "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" en onder voorbehoud van de toepassing van de bijzondere bepalingen vervat in hoofdstuk III van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 betreffende betreffende de voorwaarden voor de indienstneming en de administratieve en geldelijke toestand van de contractuele personeelsleden van de Dienst, overeenkomstig de artikelen 10, § 3, lid 2, en 339, 2°, van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode, worden de directeurs-generaal en de andere ambtenaren-generaal van rang A3 aangewezen door de Regering tegen de voorwaarden vastgesteld bij Titel II van Boek II van hetzelfde Wetboek.
In de interne organisatie van de centrale directoraten-generaal en de territoriale directies leggen de directeurs-generaal verantwoording voor hun dagelijks beheer enkel af voor de administrateur-generaal.
Elke directeur-generaal van een centraal directoraat-generaal of van een territoriaal directoraat-generaal wordt geacht ordonnateur te zijn van de uitgaven en ontvangsten wat betreft de uitgaven die rechtstreeks verbonden zijn aan het/de door hem/haar geleide directoraat-generaal of territoriale directie]1.
De administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal worden door de Regering voor een mandaat aangewezen onder de voorwaarden vastgesteld bij Titel II van Boek II van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode.
Behoudens uitzondering bepaald door de Regering overeenkomstig artikel 25 van dit decreet of artikel 2 van het decreet van 22 januari 1998 betreffende het statuut van het personeel van sommige instellingen van openbaar nut die onder het Waals Gewest vallen, en onder voorbehoud van de toepassing van de bijzondere bepalingen vastgesteld bij het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende het statuut van het "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi" en onder voorbehoud van de toepassing van de bijzondere bepalingen vervat in hoofdstuk III van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 betreffende betreffende de voorwaarden voor de indienstneming en de administratieve en geldelijke toestand van de contractuele personeelsleden van de Dienst, overeenkomstig de artikelen 10, § 3, lid 2, en 339, 2°, van het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse Ambtenarencode, worden de directeurs-generaal en de andere ambtenaren-generaal van rang A3 aangewezen door de Regering tegen de voorwaarden vastgesteld bij Titel II van Boek II van hetzelfde Wetboek.
In de interne organisatie van de centrale directoraten-generaal en de territoriale directies leggen de directeurs-generaal verantwoording voor hun dagelijks beheer enkel af voor de administrateur-generaal.
Elke directeur-generaal van een centraal directoraat-generaal of van een territoriaal directoraat-generaal wordt geacht ordonnateur te zijn van de uitgaven en ontvangsten wat betreft de uitgaven die rechtstreeks verbonden zijn aan het/de door hem/haar geleide directoraat-generaal of territoriale directie]1.
Modifications
Art. 23sexties. [1 L'Office est dirigé par un administrateur général de rang A1 assisté d'un administrateur général adjoint de rang A2 et de sept directeurs généraux de rang A3.
L'administrateur général et l'administrateur général adjoint sont désignés par le Gouvernement pour un mandat aux conditions fixées par le Titre II du Livre II de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la fonction publique wallonne.
Sauf exception prévue par le Gouvernement en application de l'article 25 du présent décret ou de l'article 2 du décret du 22 janvier 1998 relatif au statut du personnel de certains organismes d'intérêt public relevant de la Région wallonne, et sous réserve de l'application des dispositions particulières fixées par l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le statut des agents de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi et sous réserve de l'application des dispositions particulières contenues dans le chapitre III de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 relatif aux conditions d'engagement et à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel de l'Office, conformément aux articles 10, § 3, alinéa 2, et 339, 2°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la fonction publique wallonne, les directeurs généraux et les autres fonctionnaires généraux de rang A3 sont désignés par le Gouvernement pour un mandat aux conditions fixées par le Titre II du Livre II du même Code.
Dans l'organisation interne des directions générales centrales ou des directions territoriales, les directeurs généraux justifient de leur gestion quotidienne uniquement devant l'administrateur général.
Chaque directeur général d'une direction générale centrale ou d'une direction territoriale est réputé ordonnateur des dépenses et des recettes pour ce qui concerne les dépenses liées directement aux activités de la direction générale ou de la direction territoriale qu'il dirige ]1.
L'administrateur général et l'administrateur général adjoint sont désignés par le Gouvernement pour un mandat aux conditions fixées par le Titre II du Livre II de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la fonction publique wallonne.
Sauf exception prévue par le Gouvernement en application de l'article 25 du présent décret ou de l'article 2 du décret du 22 janvier 1998 relatif au statut du personnel de certains organismes d'intérêt public relevant de la Région wallonne, et sous réserve de l'application des dispositions particulières fixées par l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le statut des agents de l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi et sous réserve de l'application des dispositions particulières contenues dans le chapitre III de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 relatif aux conditions d'engagement et à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel de l'Office, conformément aux articles 10, § 3, alinéa 2, et 339, 2°, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la fonction publique wallonne, les directeurs généraux et les autres fonctionnaires généraux de rang A3 sont désignés par le Gouvernement pour un mandat aux conditions fixées par le Titre II du Livre II du même Code.
Dans l'organisation interne des directions générales centrales ou des directions territoriales, les directeurs généraux justifient de leur gestion quotidienne uniquement devant l'administrateur général.
Chaque directeur général d'une direction générale centrale ou d'une direction territoriale est réputé ordonnateur des dépenses et des recettes pour ce qui concerne les dépenses liées directement aux activités de la direction générale ou de la direction territoriale qu'il dirige ]1.
Modifications
Art. 24. [1 § 1. Naast de opdrachten bepaald in artikel 12, tweede en derde lid, is het strategisch comité een raadgevend orgaan dat ermee belast is voorafgaande adviezen uit te brengen over :
1° de documenten of de hoofdzakelijke te nemen beslissingen die strategische, principiële en methodologische oriëntaties bepaalt inzake de uitvoering van het beheerscontract alsmede over de resultaten van de uitvoering en de opvolging van het beheerscontract;
2° [2 het ondernemingsplan;]2
3° de beslissingen die door het beheerscomité inzake de overdracht van bevoegdheden aan het uitvoerend bureau genomen moeten worden met het oog op de toepassing [2 van artikel 20, 4°]2;
4° de documenten of de beslissingen van het beheerscomité betreffende het opmaken van de oorspronkelijke begroting van de "Office", de opvolging van de begrotingsuitvoering en de voorstellen van budgettaire aanpassingen, waaronder die bedoeld in artikel 27, § 1;
5° de projecten om leningen aan te gaan, zoals bedoeld in artikel 27, § 3 [2 en de adjunct-administrateur-generaal]2;
6° de beslissingen die door het beheerscomité genomen moeten worden en die het wenst hem voor te leggen.
§ 2. Het strategisch comité bestaat uit :
1° de voorzitter en de ondervoorzitter van het beheerscomité die de functies van voorzitter en ondervoorzitter waarnemen;
2° twee vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties alsmede uit hun plaatsvervangers die door de Regering benoemd worden op grond van een dubbellijst van kandidaten voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties;
3° twee vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties alsmede uit hun plaatsvervangers die door de Regering benoemd worden op grond van een dubbellijst van kandidaten voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties;
4° twee leden aangewezen door de Regering;
5° de administrateur-generaal.
[2 Op voorstel van de administrateur-generaal, wijst het strategisch comité onder de personeelsleden de persoon aan, die wordt belast met het secretariaat van het strategisch comité en zijn plaatsvervangende.]2
Het strategisch comité wordt volledig hernieuwd vóór 31 december van het installatiejaar van de Regering, behalve wat betreft de eerste aanwijzing van het strategisch comité.
Alleen de leden van het strategisch comité bedoeld in het eerste lid, 1° tot 4°, nemen deel aan de uitwerking en goedkeuring van het advies. Ze moeten Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie en minstens eenentwintig jaar oud zijn.
Maximum twee derde van die leden zijn van hetzelfde geslacht.
§ 3. Het beheerscomité richt de aanvraag om advies aan het strategisch comité.
Het strategisch comité brengt zijn advies pas rechtsgeldig uit als minstens de helft van de leden aanwezig zijn.
Als het advies door de leden bedoeld in § 2, eerste lid, 1° tot 4°, niet eenstemmig wordt uitgebracht, worden de verschillende stellingen erin uitgedrukt. Het uitgebrachte advies is met redenen omkleed.
Het strategisch comité maakt zijn eigen huishoudelijk reglement op dat minstens hetgeen volgt bevat :
1° de regels betreffende de bijeenroeping van het strategisch comité;
2° de regels betreffende het voorzitterschap van het strategisch comité;
3° de voorwaarden waaronder het strategisch comité een oproep kan doen op deskundigen of op personen die speciaal bevoegd zijn voor het onderzoek van bijzondere vragen;
4° de regels betreffende de modaliteiten inzake de beraadslaging en de inwinning van adviezen;
5° de regels betreffende de modaliteiten inzake de opstelling en de goedkeuring van adviezen, notulen, door het comité;
6° de regels betreffende de overmaking en de communicatie van de adviezen;
7° de periodiciteit van de vergaderingen;
8° de beroepsregels die als doel hebben het belangenconflict te voorkomen en de naleving van de vertrouwelijkheid te waarborgen.
§ 4. [3 Het strategisch comité zal erom verzoeken dat de adviezen die het tijdens zijn zitting heeft uitgebracht, op de agenda van het beheerscomité, die deze zitting onmiddellijk volgt, worden geplaatst.
De door de Regering aangewezen leden communiceren met de Ministers van Tewerkstelling en Vorming en met de in artikel 16 bedoelde commissarissen van de Waalse Regering vóór en na de vergaderingen van het strategisch comité.]3 ]1
1° de documenten of de hoofdzakelijke te nemen beslissingen die strategische, principiële en methodologische oriëntaties bepaalt inzake de uitvoering van het beheerscontract alsmede over de resultaten van de uitvoering en de opvolging van het beheerscontract;
2° [2 het ondernemingsplan;]2
3° de beslissingen die door het beheerscomité inzake de overdracht van bevoegdheden aan het uitvoerend bureau genomen moeten worden met het oog op de toepassing [2 van artikel 20, 4°]2;
4° de documenten of de beslissingen van het beheerscomité betreffende het opmaken van de oorspronkelijke begroting van de "Office", de opvolging van de begrotingsuitvoering en de voorstellen van budgettaire aanpassingen, waaronder die bedoeld in artikel 27, § 1;
5° de projecten om leningen aan te gaan, zoals bedoeld in artikel 27, § 3 [2 en de adjunct-administrateur-generaal]2;
6° de beslissingen die door het beheerscomité genomen moeten worden en die het wenst hem voor te leggen.
§ 2. Het strategisch comité bestaat uit :
1° de voorzitter en de ondervoorzitter van het beheerscomité die de functies van voorzitter en ondervoorzitter waarnemen;
2° twee vertegenwoordigers van de representatieve werkgeversorganisaties alsmede uit hun plaatsvervangers die door de Regering benoemd worden op grond van een dubbellijst van kandidaten voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties;
3° twee vertegenwoordigers van de representatieve werknemersorganisaties alsmede uit hun plaatsvervangers die door de Regering benoemd worden op grond van een dubbellijst van kandidaten voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties;
4° twee leden aangewezen door de Regering;
5° de administrateur-generaal.
[2 Op voorstel van de administrateur-generaal, wijst het strategisch comité onder de personeelsleden de persoon aan, die wordt belast met het secretariaat van het strategisch comité en zijn plaatsvervangende.]2
Het strategisch comité wordt volledig hernieuwd vóór 31 december van het installatiejaar van de Regering, behalve wat betreft de eerste aanwijzing van het strategisch comité.
Alleen de leden van het strategisch comité bedoeld in het eerste lid, 1° tot 4°, nemen deel aan de uitwerking en goedkeuring van het advies. Ze moeten Belg of onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie en minstens eenentwintig jaar oud zijn.
Maximum twee derde van die leden zijn van hetzelfde geslacht.
§ 3. Het beheerscomité richt de aanvraag om advies aan het strategisch comité.
Het strategisch comité brengt zijn advies pas rechtsgeldig uit als minstens de helft van de leden aanwezig zijn.
Als het advies door de leden bedoeld in § 2, eerste lid, 1° tot 4°, niet eenstemmig wordt uitgebracht, worden de verschillende stellingen erin uitgedrukt. Het uitgebrachte advies is met redenen omkleed.
Het strategisch comité maakt zijn eigen huishoudelijk reglement op dat minstens hetgeen volgt bevat :
1° de regels betreffende de bijeenroeping van het strategisch comité;
2° de regels betreffende het voorzitterschap van het strategisch comité;
3° de voorwaarden waaronder het strategisch comité een oproep kan doen op deskundigen of op personen die speciaal bevoegd zijn voor het onderzoek van bijzondere vragen;
4° de regels betreffende de modaliteiten inzake de beraadslaging en de inwinning van adviezen;
5° de regels betreffende de modaliteiten inzake de opstelling en de goedkeuring van adviezen, notulen, door het comité;
6° de regels betreffende de overmaking en de communicatie van de adviezen;
7° de periodiciteit van de vergaderingen;
8° de beroepsregels die als doel hebben het belangenconflict te voorkomen en de naleving van de vertrouwelijkheid te waarborgen.
§ 4. [3 Het strategisch comité zal erom verzoeken dat de adviezen die het tijdens zijn zitting heeft uitgebracht, op de agenda van het beheerscomité, die deze zitting onmiddellijk volgt, worden geplaatst.
De door de Regering aangewezen leden communiceren met de Ministers van Tewerkstelling en Vorming en met de in artikel 16 bedoelde commissarissen van de Waalse Regering vóór en na de vergaderingen van het strategisch comité.]3 ]1
Art. 24. [1 § 1er. Outre les missions fixées à l'article 12, alinéas 2 et 3, le comité stratégique est un organe consultatif chargé de remettre des avis préalablement sur :
1° les documents ou les décisions principales à prendre qui fixent des orientations de stratégie, de principe et de méthode relatives à la mise en oeuvre du contrat de gestion, ainsi que sur les résultats de mise en oeuvre et de suivi du contrat de gestion;
2° [2 le plan d'entreprise;]2
3° les décisions à prendre par le comité de gestion en matière de délégation de compétence au bureau exécutif, en vue de l'application [2 à l'article 20, 4°]2;
4° les documents ou décisions du comité de gestion concernant la confection du budget initial de l'Office, le suivi de l'exécution budgétaire et les propositions d'ajustements budgétaires, dont ceux visés à l'article 27, § 1er;
5° les projets de contracter des emprunts visés à l'article 27, § 3;
6° les décisions à prendre par le comité de gestion qu'il souhaite lui soumettre.
§ 2. Le comité stratégique est composé :
1° du président et du vice-président du comité de gestion, assurant les fonctions de président et de vice-président;
2° de deux représentants des organisations représentatives des employeurs, ainsi que leurs suppléants, nommés par le Gouvernement, sur la base d'une liste double de candidats présentés par les organisations représentatives des employeurs;
3° de deux représentants des organisations représentatives des travailleurs, ainsi que leurs suppléants, nommés par le Gouvernement, sur la base d'une liste double de candidats présentés par les organisations représentatives des travailleurs;
4° de deux membres désignés par le Gouvernement;
5° de l'administrateur général [2 et l'administrateur général adjoint]2.
[2 Sur la proposition de l'administrateur général, le comité stratégique désigne parmi les membres du personnel, la personne chargée d'assurer le secrétariat du comité stratégique et son suppléant.]2
Le comité stratégique est renouvelé dans son intégralité avant le 31 décembre de l'année de la mise en place du Gouvernement, sauf en ce qui concerne la première désignation du comité stratégique.
Seuls les membres du comité stratégique visés à l'alinéa 1er, 1° à 4°, participent à l'élaboration et à l'approbation de l'avis. Ils doivent être belges ou ressortissants d'un Etat membre de l'Union européenne et âgés de vingt et un ans au moins.
Deux tiers au maximum de ces membres sont du même sexe.
§ 3. Le comité de gestion adresse la demande d'avis au comité stratégique.
Le comité stratégique ne rend valablement son avis que si la moitié des membres au moins sont présents.
Si l'avis n'a pas recueilli l'unanimité des membres visés au 2, alinéa 1er, 1° à 4°, les différentes positions y sont exprimées. L'avis rendu est motivé.
Le comité stratégique établit son propre règlement d'ordre intérieur qui contient au minimum :
1° les règles concernant la convocation du comité stratégique;
2° les règles relatives à la présidence du comité stratégique;
3° les conditions dans lesquelles le comité stratégique peut faire appel à des experts ou à des personnes spécialement compétentes pour l'examen de questions particulières;
4° les règles relatives aux modalités de délibération et de prise d'avis;
5° les règles relatives aux modalités de rédaction et d'approbation des avis, des procès-verbaux, par le comité;
6° les règles relatives à la transmission et à la communication des avis;
7° la périodicité des réunions;
8° les règles de déontologie visant à prévenir le conflit d'intérêt et à assurer le respect de la confidentialité.
§ 4. [3 Le comité stratégique sollicitera l'inscription des avis qu'il a remis en séance, à l'ordre du jour du comité de gestion qui suit immédiatement cette séance.
Les membres désignés par le Gouvernement communiquent avec les Ministres de l'Emploi et de la Formation et aux commissaires du Gouvernement wallon visés à l'article 16 en amont et en aval des réunions du comité stratégique.]3 ]1
1° les documents ou les décisions principales à prendre qui fixent des orientations de stratégie, de principe et de méthode relatives à la mise en oeuvre du contrat de gestion, ainsi que sur les résultats de mise en oeuvre et de suivi du contrat de gestion;
2° [2 le plan d'entreprise;]2
3° les décisions à prendre par le comité de gestion en matière de délégation de compétence au bureau exécutif, en vue de l'application [2 à l'article 20, 4°]2;
4° les documents ou décisions du comité de gestion concernant la confection du budget initial de l'Office, le suivi de l'exécution budgétaire et les propositions d'ajustements budgétaires, dont ceux visés à l'article 27, § 1er;
5° les projets de contracter des emprunts visés à l'article 27, § 3;
6° les décisions à prendre par le comité de gestion qu'il souhaite lui soumettre.
§ 2. Le comité stratégique est composé :
1° du président et du vice-président du comité de gestion, assurant les fonctions de président et de vice-président;
2° de deux représentants des organisations représentatives des employeurs, ainsi que leurs suppléants, nommés par le Gouvernement, sur la base d'une liste double de candidats présentés par les organisations représentatives des employeurs;
3° de deux représentants des organisations représentatives des travailleurs, ainsi que leurs suppléants, nommés par le Gouvernement, sur la base d'une liste double de candidats présentés par les organisations représentatives des travailleurs;
4° de deux membres désignés par le Gouvernement;
5° de l'administrateur général [2 et l'administrateur général adjoint]2.
[2 Sur la proposition de l'administrateur général, le comité stratégique désigne parmi les membres du personnel, la personne chargée d'assurer le secrétariat du comité stratégique et son suppléant.]2
Le comité stratégique est renouvelé dans son intégralité avant le 31 décembre de l'année de la mise en place du Gouvernement, sauf en ce qui concerne la première désignation du comité stratégique.
Seuls les membres du comité stratégique visés à l'alinéa 1er, 1° à 4°, participent à l'élaboration et à l'approbation de l'avis. Ils doivent être belges ou ressortissants d'un Etat membre de l'Union européenne et âgés de vingt et un ans au moins.
Deux tiers au maximum de ces membres sont du même sexe.
§ 3. Le comité de gestion adresse la demande d'avis au comité stratégique.
Le comité stratégique ne rend valablement son avis que si la moitié des membres au moins sont présents.
Si l'avis n'a pas recueilli l'unanimité des membres visés au 2, alinéa 1er, 1° à 4°, les différentes positions y sont exprimées. L'avis rendu est motivé.
Le comité stratégique établit son propre règlement d'ordre intérieur qui contient au minimum :
1° les règles concernant la convocation du comité stratégique;
2° les règles relatives à la présidence du comité stratégique;
3° les conditions dans lesquelles le comité stratégique peut faire appel à des experts ou à des personnes spécialement compétentes pour l'examen de questions particulières;
4° les règles relatives aux modalités de délibération et de prise d'avis;
5° les règles relatives aux modalités de rédaction et d'approbation des avis, des procès-verbaux, par le comité;
6° les règles relatives à la transmission et à la communication des avis;
7° la périodicité des réunions;
8° les règles de déontologie visant à prévenir le conflit d'intérêt et à assurer le respect de la confidentialité.
§ 4. [3 Le comité stratégique sollicitera l'inscription des avis qu'il a remis en séance, à l'ordre du jour du comité de gestion qui suit immédiatement cette séance.
Les membres désignés par le Gouvernement communiquent avec les Ministres de l'Emploi et de la Formation et aux commissaires du Gouvernement wallon visés à l'article 16 en amont et en aval des réunions du comité stratégique.]3 ]1
Afdeling 7. [1 - Strategisch comité]1
Section 7. [1 - Du comité stratégique]1
Afdeling 8. [1 - Raad voor financiële en budgettaire opvolging]1
Section 8. [1 - Conseil de suivi financier et budgétaire]1
Art. 24bis. [1 § 1. De Raad voor financiële en budgettaire opvolging is als volgt samengesteld:
1° twee leden van het Directiecomité bedoeld in artikel 9, 2°, die respectievelijk de representatieve organisaties van de werknemers en van de werkgevers vertegenwoordigen;
2° [3 twee]3 leden, erkend voor hun budgettaire expertise, aangewezen door de Regering;
3° een Inspecteur van Financiën, aangewezen door de Regering;
4° een vertegenwoordiger van het Rekenhof;
5° een afgevaardigde van de Gewestelijke Begrotingsadministratie, aangewezen door de Regering;
6° een vertegenwoordiger van het [3 Strategisch centrum van fiscale, financiële en budgettaire expertise]3;
[3 7° een lid aangewezen door de Minister van Begroting.]3
Voor ieder gewoon lid als bedoeld in lid 1 wordt een plaatsvervangend lid benoemd. Het neemt alleen zitting bij afwezigheid van het corresponderende gewone lid.
Het lidmaatschap van de Raad voor financiële en budgettaire opvolging is onverenigbaar met het mandaat of de taken van :
- lid van het Beheerscomité, met uitzondering van de leden bedoeld in lid 1, 1° ;
- lid van de Regering van de federale Staat, van een Gewest [3 , van een gemeenschap of de Brusselse staatssecretaris]3;
- lid van het Europees Parlement, van de federale wetgevende kamers of van een gewest- of gemeenschapsparlement;
- provinciegouverneur ;
- personeel van de instelling of van een van haar dochterondernemingen, met uitzondering van de perso(o)n(en) die belast is (zijn) met het dagelijks beheer;
- externe adviseur of vaste consultant van de instelling
In afwijking van lid 3 nemen de Administrateur-generaal, de adjunct administrateur-generaal, de [3 directeurs-generaal]3 van de in artikel 23quater bedoelde centrale directoraten-generaal en de regeringscommissarissen met raadgevende stem deel aan de zittingen van de Raad voor financiële en begrotingscontrole. Bovendien neemt het hoofd van de administratieve dienst die met de begroting van de Dienst is belast, of zijn afgevaardigde, met raadgevende stem aan de vergaderingen van de Dienst deel.
De voorzitter wordt benoemd door de Regering uit de effectieve leden bedoeld in paragraaf 1, 2° [3 tot 7°]3.
§ 2. Het mandaat van de in lid 1 bedoelde leden vangt aan binnen zes maanden na de beëdiging van de leden van de Regering ingevolge de vernieuwing van het Waals Parlement. Ze kunnen vernieuwd worden. Zij eindigen in geval van overlijden, ontslag, civiele onbekwaamheid of wanneer het lid de hoedanigheid verliest waarvoor hij is benoemd.
Wanneer het mandaat van een van de in paragraaf 1, eerste lid, [3 1° tot 7°]3, bedoelde gewone leden of van een van hun plaatsvervangers eindigt om een van de in het eerste lid genoemde redenen, maakt het nieuwe lid het mandaat van zijn voorganger af.]1
1° twee leden van het Directiecomité bedoeld in artikel 9, 2°, die respectievelijk de representatieve organisaties van de werknemers en van de werkgevers vertegenwoordigen;
2° [3 twee]3 leden, erkend voor hun budgettaire expertise, aangewezen door de Regering;
3° een Inspecteur van Financiën, aangewezen door de Regering;
4° een vertegenwoordiger van het Rekenhof;
5° een afgevaardigde van de Gewestelijke Begrotingsadministratie, aangewezen door de Regering;
6° een vertegenwoordiger van het [3 Strategisch centrum van fiscale, financiële en budgettaire expertise]3;
[3 7° een lid aangewezen door de Minister van Begroting.]3
Voor ieder gewoon lid als bedoeld in lid 1 wordt een plaatsvervangend lid benoemd. Het neemt alleen zitting bij afwezigheid van het corresponderende gewone lid.
Het lidmaatschap van de Raad voor financiële en budgettaire opvolging is onverenigbaar met het mandaat of de taken van :
- lid van het Beheerscomité, met uitzondering van de leden bedoeld in lid 1, 1° ;
- lid van de Regering van de federale Staat, van een Gewest [3 , van een gemeenschap of de Brusselse staatssecretaris]3;
- lid van het Europees Parlement, van de federale wetgevende kamers of van een gewest- of gemeenschapsparlement;
- provinciegouverneur ;
- personeel van de instelling of van een van haar dochterondernemingen, met uitzondering van de perso(o)n(en) die belast is (zijn) met het dagelijks beheer;
- externe adviseur of vaste consultant van de instelling
In afwijking van lid 3 nemen de Administrateur-generaal, de adjunct administrateur-generaal, de [3 directeurs-generaal]3 van de in artikel 23quater bedoelde centrale directoraten-generaal en de regeringscommissarissen met raadgevende stem deel aan de zittingen van de Raad voor financiële en begrotingscontrole. Bovendien neemt het hoofd van de administratieve dienst die met de begroting van de Dienst is belast, of zijn afgevaardigde, met raadgevende stem aan de vergaderingen van de Dienst deel.
De voorzitter wordt benoemd door de Regering uit de effectieve leden bedoeld in paragraaf 1, 2° [3 tot 7°]3.
§ 2. Het mandaat van de in lid 1 bedoelde leden vangt aan binnen zes maanden na de beëdiging van de leden van de Regering ingevolge de vernieuwing van het Waals Parlement. Ze kunnen vernieuwd worden. Zij eindigen in geval van overlijden, ontslag, civiele onbekwaamheid of wanneer het lid de hoedanigheid verliest waarvoor hij is benoemd.
Wanneer het mandaat van een van de in paragraaf 1, eerste lid, [3 1° tot 7°]3, bedoelde gewone leden of van een van hun plaatsvervangers eindigt om een van de in het eerste lid genoemde redenen, maakt het nieuwe lid het mandaat van zijn voorganger af.]1
Art. 24bis. [1 § 1er. Le Conseil de suivi financier et budgétaire est composé de :
1° deux membres du Comité de gestion visés à l'article 9, 2°, et représentant respectivement les organisations représentatives des travailleurs et les organisations représentatives des employeurs ;
2° [3 deux]3 membres reconnus pour leurs compétences budgétaires, désignés par le Gouvernement ;
3° un Inspecteur des Finances désigné par le Gouvernement ;
4° un représentant de la Cour des Comptes ;
5° un délégué de l'Administration du budget de la Région, désigné par le Gouvernement ;
6° un représentant du [3 Centre stratégique d'expertise fiscale, financière et budgétaire]3;
[3 7° un membre désigné par le ministre du Budget.]3
Pour chaque membre effectif visé à l'alinéa 1er, un membre suppléant est désigné. Il ne siège qu'en l'absence du membre effectif correspondant.
La qualité de membre du Conseil de suivi financier et budgétaire est incompatible avec le mandat ou les fonctions de :
- membre du Comité de gestion, sauf pour ce qui concerne les membres visés à l'alinéa 1er, 1° ;
- membre du Gouvernement de l'Etat fédéral, d'une Région [3 , d'une Communauté ou le Secrétaire d'Etat bruxellois]3 ;
- membre du Parlement européen, des Chambres législatives fédérales ou d'un parlement de Région ou de Communauté ;
- gouverneur de province ;
- membre du personnel de l'organisme, ou d'une de ses filiales, à l'excep tion du ou des responsable(s) de la gestion journalière ;
- conseiller externe ou consultant régulier de l'organisme.
Par dérogation à l'alinéa 3, l'Administrateur général, l'Administrateur général adjoint, les [3 directeurs généraux]3 des directions générales centrales visées à l'article 23quater, et les commissaires du Gouvernement, assistent aux réunions du Conseil de suivi financier et budgétaire avec voix consultative. En outre, assiste également aux réunions de ce dernier, avec voix consultative, le responsable du service administratif en charge du budget de l'Office ou son délégué.
Le président est désigné, par le Gouvernement, parmi les membres effectifs visés à l'alinéa 1er, 2° [3 à 7°]3.
§ 2. Les mandats des membres visés au paragraphe 1er prennent cours dans les six mois qui suivent la date de prestation de serment des membres du Gouvernement à la suite du renouvellement du Parlement wallon. Ils peuvent être renouvelés. Ils prennent fin en cas de décès, de démission, d'incapacité civile ou, lorsque le membre perd la qualité en raison de laquelle il a été désigné.
Lorsque le mandat d'un des membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, [3 1° à 7°]3, ou d'un de leurs suppléants prend fin pour l'un des motifs évoqués à l'alinéa 1er, le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.]1
1° deux membres du Comité de gestion visés à l'article 9, 2°, et représentant respectivement les organisations représentatives des travailleurs et les organisations représentatives des employeurs ;
2° [3 deux]3 membres reconnus pour leurs compétences budgétaires, désignés par le Gouvernement ;
3° un Inspecteur des Finances désigné par le Gouvernement ;
4° un représentant de la Cour des Comptes ;
5° un délégué de l'Administration du budget de la Région, désigné par le Gouvernement ;
6° un représentant du [3 Centre stratégique d'expertise fiscale, financière et budgétaire]3;
[3 7° un membre désigné par le ministre du Budget.]3
Pour chaque membre effectif visé à l'alinéa 1er, un membre suppléant est désigné. Il ne siège qu'en l'absence du membre effectif correspondant.
La qualité de membre du Conseil de suivi financier et budgétaire est incompatible avec le mandat ou les fonctions de :
- membre du Comité de gestion, sauf pour ce qui concerne les membres visés à l'alinéa 1er, 1° ;
- membre du Gouvernement de l'Etat fédéral, d'une Région [3 , d'une Communauté ou le Secrétaire d'Etat bruxellois]3 ;
- membre du Parlement européen, des Chambres législatives fédérales ou d'un parlement de Région ou de Communauté ;
- gouverneur de province ;
- membre du personnel de l'organisme, ou d'une de ses filiales, à l'excep tion du ou des responsable(s) de la gestion journalière ;
- conseiller externe ou consultant régulier de l'organisme.
Par dérogation à l'alinéa 3, l'Administrateur général, l'Administrateur général adjoint, les [3 directeurs généraux]3 des directions générales centrales visées à l'article 23quater, et les commissaires du Gouvernement, assistent aux réunions du Conseil de suivi financier et budgétaire avec voix consultative. En outre, assiste également aux réunions de ce dernier, avec voix consultative, le responsable du service administratif en charge du budget de l'Office ou son délégué.
Le président est désigné, par le Gouvernement, parmi les membres effectifs visés à l'alinéa 1er, 2° [3 à 7°]3.
§ 2. Les mandats des membres visés au paragraphe 1er prennent cours dans les six mois qui suivent la date de prestation de serment des membres du Gouvernement à la suite du renouvellement du Parlement wallon. Ils peuvent être renouvelés. Ils prennent fin en cas de décès, de démission, d'incapacité civile ou, lorsque le membre perd la qualité en raison de laquelle il a été désigné.
Lorsque le mandat d'un des membres effectifs visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, [3 1° à 7°]3, ou d'un de leurs suppléants prend fin pour l'un des motifs évoqués à l'alinéa 1er, le nouveau membre achève le mandat de son prédécesseur.]1
Art. 24bis/1. [1 De Raad voor financiële en budgettaire opvolging is belast met:
1° adviezen uitbrengen in het kader van de procedure tot vaststelling van de begroting van de Dienst, bedoeld in artikel 12, § 1, 7° [3 , aan de Regering en aan het beheerscomité]3;
2° gemotiveerde begrotingsadviezen of -voorstellen formuleren met het oog op de evaluatie van de werking en de toestand van de openbare dienst waarvoor de Dienst verantwoordelijk is en het jaarverslag opstellen over de uitvoering van het beheerscontract [3 binnen een maximumtermijn van één maand te rekenen van het formuleren van de aanvraag]3. Het Beheerscomité stelt de termijn vast waarbinnen de adviezen [3 aan de Regering en aan het beheerscomité]3 van de Raad voor financiële en budgettaire opvolgingmoeten zijn ontvangen. Deze termijn mag niet korter zijn dan vijftien dagen, te rekenen vanaf de datum van het verzoek;
3° elk kwartaal aan het Beheerscomité en aan de Regering verslag uitbrengen over de ontvangsten en uitgaven van de Dienst, [3 met inbegrip van investeringsprogramma's en wijzigingen in de kaspositie van de Dienst,]3 inzonderheid over de ramingen dienaangaande en over de verschillende aspecten van de evolutie ervan;
4° advies uitbrengen over elke begrotingskwestie die hem door de Regering en het Directiecomité wordt voorgelegd.
De Raad voor financieele en budgettaire opvolging beschikt in het kader van zijn opdracht over de ruimste onderzoeksbevoegdheden, zonder evenwel toegang te hebben tot individuele gegevens. Het onderzoekt verrichtingen met financiële of budgettaire gevolgen, heeft toegang tot alle dossiers en archieven en ontvangt van de diensten van de Dienst alle informatie waarom het verzoekt. Het kan sommige van zijn leden afvaardigen naar vergaderingen van de organen van de Dienst.]1
[3 De in het eerste lid bedoelde adviezen en verslagen worden door de voorzitter van het comité ter behandeling en archivering toegezonden aan de door de regering aangewezen dienst.]3
1° adviezen uitbrengen in het kader van de procedure tot vaststelling van de begroting van de Dienst, bedoeld in artikel 12, § 1, 7° [3 , aan de Regering en aan het beheerscomité]3;
2° gemotiveerde begrotingsadviezen of -voorstellen formuleren met het oog op de evaluatie van de werking en de toestand van de openbare dienst waarvoor de Dienst verantwoordelijk is en het jaarverslag opstellen over de uitvoering van het beheerscontract [3 binnen een maximumtermijn van één maand te rekenen van het formuleren van de aanvraag]3. Het Beheerscomité stelt de termijn vast waarbinnen de adviezen [3 aan de Regering en aan het beheerscomité]3 van de Raad voor financiële en budgettaire opvolgingmoeten zijn ontvangen. Deze termijn mag niet korter zijn dan vijftien dagen, te rekenen vanaf de datum van het verzoek;
3° elk kwartaal aan het Beheerscomité en aan de Regering verslag uitbrengen over de ontvangsten en uitgaven van de Dienst, [3 met inbegrip van investeringsprogramma's en wijzigingen in de kaspositie van de Dienst,]3 inzonderheid over de ramingen dienaangaande en over de verschillende aspecten van de evolutie ervan;
4° advies uitbrengen over elke begrotingskwestie die hem door de Regering en het Directiecomité wordt voorgelegd.
De Raad voor financieele en budgettaire opvolging beschikt in het kader van zijn opdracht over de ruimste onderzoeksbevoegdheden, zonder evenwel toegang te hebben tot individuele gegevens. Het onderzoekt verrichtingen met financiële of budgettaire gevolgen, heeft toegang tot alle dossiers en archieven en ontvangt van de diensten van de Dienst alle informatie waarom het verzoekt. Het kan sommige van zijn leden afvaardigen naar vergaderingen van de organen van de Dienst.]1
[3 De in het eerste lid bedoelde adviezen en verslagen worden door de voorzitter van het comité ter behandeling en archivering toegezonden aan de door de regering aangewezen dienst.]3
Art. 24bis/1. [1 Le Conseil de suivi financier et budgétaire est chargé de :
1° rendre des avis, dans le cadre de la procédure d'élaboration du budget de l'Office, visée à l'article 12, § 1er, 7° [3 , au Gouvernement et au Comité de gestion]3;
2° formuler [3 au Gouvernement et au Comité de gestion,]3 les avis ou propositions budgétaires motivés en vue de l'évaluation du fonctionnement et de l'état du service public dont est chargé l'Office et en vue de l'établissement du rapport annuel sur la mise en oeuvre du contrat de gestion [3 dans un délai maximum d'un mois à partir de la formulation de la demande]3. Le Comité de gestion fixe le délai dans lequel les avis du Conseil de suivi financier et budgétaire doivent lui parvenir. Ce délai ne peut être inférieur à quinze jours à partir de la formulation de la demande ;
3° faire trimestriellement rapport au Comité de gestion et au Gouvernement sur les recettes et les dépenses de l'Office, [3 en ce compris les programmes d'investissements et l'évolution de la trésorerie de l'Office,]3 en particulier sur les prévisions en la matière et sur les différents aspects de leur évolution ;
4° donner un avis sur toute question budgétaire que lui soumettent le Gouvernement et le Comité de gestion.
Le Conseil de suivi financier et budgétaire dispose des pouvoirs d'investigation les plus larges dans le cadre de sa mission, sans toutefois avoir accès aux données individuelles. Il examine les opérations ayant une incidence financière ou budgétaire, a accès à tous les dossiers et archives et reçoit des services de l'Office tous les renseignements qu'il demande. Il peut déléguer certains de ses membres aux réunions des organes de l'Office.]1
[3 Les avis et rapports visés à l'alinéa 1er sont transmis par le président du comité au service désigné par le Gouvernement, pour traitement et archivage.]3
1° rendre des avis, dans le cadre de la procédure d'élaboration du budget de l'Office, visée à l'article 12, § 1er, 7° [3 , au Gouvernement et au Comité de gestion]3;
2° formuler [3 au Gouvernement et au Comité de gestion,]3 les avis ou propositions budgétaires motivés en vue de l'évaluation du fonctionnement et de l'état du service public dont est chargé l'Office et en vue de l'établissement du rapport annuel sur la mise en oeuvre du contrat de gestion [3 dans un délai maximum d'un mois à partir de la formulation de la demande]3. Le Comité de gestion fixe le délai dans lequel les avis du Conseil de suivi financier et budgétaire doivent lui parvenir. Ce délai ne peut être inférieur à quinze jours à partir de la formulation de la demande ;
3° faire trimestriellement rapport au Comité de gestion et au Gouvernement sur les recettes et les dépenses de l'Office, [3 en ce compris les programmes d'investissements et l'évolution de la trésorerie de l'Office,]3 en particulier sur les prévisions en la matière et sur les différents aspects de leur évolution ;
4° donner un avis sur toute question budgétaire que lui soumettent le Gouvernement et le Comité de gestion.
Le Conseil de suivi financier et budgétaire dispose des pouvoirs d'investigation les plus larges dans le cadre de sa mission, sans toutefois avoir accès aux données individuelles. Il examine les opérations ayant une incidence financière ou budgétaire, a accès à tous les dossiers et archives et reçoit des services de l'Office tous les renseignements qu'il demande. Il peut déléguer certains de ses membres aux réunions des organes de l'Office.]1
[3 Les avis et rapports visés à l'alinéa 1er sont transmis par le président du comité au service désigné par le Gouvernement, pour traitement et archivage.]3
Art. 24bis/2. [1 § 1. De raad voor financiële en budgettaire opvolging stelt een huishoudelijk reglement op dat met name het volgende omvat:
1° regels voor het bijeenroepen van vergaderingen ;
2° de regels met betrekking tot hun voorzitterschap bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter;
3° de regels met betrekking tot de modaliteiten van de beraadslaging ;
4° regels voor het beheer van de in paragraaf 2 bedoelde situaties.
Het in lid 1 bedoelde huishoudelijk reglement wordt door de Regering goedgekeurd en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
§ 2. Het is de leden van de raad voor financiële en budgettaire opvolging verboden aanwezig te zijn bij de bespreking of de beraadslaging over een agendapunt waarbij zij een direct of indirect, vermogensrechtelijk of persoonlijk belang hebben.
§ 3. Het Beheerscomité benoemt uit het personeel van de Dienst, op voorstel van de Administrateur-generaal, de persoon die met het secretariaat van de Raad voor financiële en budgettaire opvolging wordt belast.
§ 4. De vergaderingen van de raad voor financiële en budgettaire opvolging worden niet bezoldigd. De effectieve leden en de plaatsvervangende leden van de raad voor financiële en budgettaire opvolging hebben recht op terugbetaling van de reiskosten die zij hebben gemaakt voor de behoeften die inherent zijn aan de uitoefening van hun mandaat, in de vormen en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld bij het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse ambtenarencode.
De schadevergoeding waarop zij in dit verband eventueel recht hebben, komt ten laste van de Dienst.]1
1° regels voor het bijeenroepen van vergaderingen ;
2° de regels met betrekking tot hun voorzitterschap bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter;
3° de regels met betrekking tot de modaliteiten van de beraadslaging ;
4° regels voor het beheer van de in paragraaf 2 bedoelde situaties.
Het in lid 1 bedoelde huishoudelijk reglement wordt door de Regering goedgekeurd en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
§ 2. Het is de leden van de raad voor financiële en budgettaire opvolging verboden aanwezig te zijn bij de bespreking of de beraadslaging over een agendapunt waarbij zij een direct of indirect, vermogensrechtelijk of persoonlijk belang hebben.
§ 3. Het Beheerscomité benoemt uit het personeel van de Dienst, op voorstel van de Administrateur-generaal, de persoon die met het secretariaat van de Raad voor financiële en budgettaire opvolging wordt belast.
§ 4. De vergaderingen van de raad voor financiële en budgettaire opvolging worden niet bezoldigd. De effectieve leden en de plaatsvervangende leden van de raad voor financiële en budgettaire opvolging hebben recht op terugbetaling van de reiskosten die zij hebben gemaakt voor de behoeften die inherent zijn aan de uitoefening van hun mandaat, in de vormen en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld bij het besluit van de Waalse Regering van 18 december 2003 houdende de Waalse ambtenarencode.
De schadevergoeding waarop zij in dit verband eventueel recht hebben, komt ten laste van de Dienst.]1
Art. 24bis/2. [1 § 1er. Le Conseil de suivi financier et budgétaire établit un règlement d'ordre intérieur qui contient notamment :
1° les règles concernant la convocation des réunions ;
2° les règles relatives à leur présidence en l'absence du président ou en cas d'empêchement de celui-ci;
3° les règles relatives aux modalités de délibération ;
4° les règles relatives à la gestion des situations visées au paragraphe 2.
Le règlement d'ordre intérieur visé à l'alinéa 1er est approuvé par le Gouvernement et publié au Moniteur belge.
§ 2. Il est interdit à tout membre du Conseil de suivi financier et budgétaire d'être présent lorsqu'un point est examiné ou mis en délibération sur un objet pour lequel il a un intérêt direct ou indirect, patrimonial ou personnel.
§ 3. Le Comité de gestion désigne parmi les membres du personnel de l'Office, et sur proposition de l'Administrateur général, la personne chargée du secrétariat du Conseil de suivi financier et budgétaire.
§ 4. Les réunions du Conseil de suivi financier et budgétaire ne sont pas rémunérées. Les membres effectifs et les membres suppléants du Conseil de suivi financier et budgétaire ont droit au remboursement des frais de parcours qu'ils ont exposés pour les besoins inhérents à l'exercice de leur mandat dans les formes et conditions fixées par l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne.
Les indemnités auxquelles ils peuvent prétendre à ce titre sont à charge de l'Office.]1
1° les règles concernant la convocation des réunions ;
2° les règles relatives à leur présidence en l'absence du président ou en cas d'empêchement de celui-ci;
3° les règles relatives aux modalités de délibération ;
4° les règles relatives à la gestion des situations visées au paragraphe 2.
Le règlement d'ordre intérieur visé à l'alinéa 1er est approuvé par le Gouvernement et publié au Moniteur belge.
§ 2. Il est interdit à tout membre du Conseil de suivi financier et budgétaire d'être présent lorsqu'un point est examiné ou mis en délibération sur un objet pour lequel il a un intérêt direct ou indirect, patrimonial ou personnel.
§ 3. Le Comité de gestion désigne parmi les membres du personnel de l'Office, et sur proposition de l'Administrateur général, la personne chargée du secrétariat du Conseil de suivi financier et budgétaire.
§ 4. Les réunions du Conseil de suivi financier et budgétaire ne sont pas rémunérées. Les membres effectifs et les membres suppléants du Conseil de suivi financier et budgétaire ont droit au remboursement des frais de parcours qu'ils ont exposés pour les besoins inhérents à l'exercice de leur mandat dans les formes et conditions fixées par l'arrêté du Gouvernement wallon du 18 décembre 2003 portant le Code de la Fonction publique wallonne.
Les indemnités auxquelles ils peuvent prétendre à ce titre sont à charge de l'Office.]1
Art. 24bis/3. [1 Ten minste eenmaal per jaar, bij de opstelling van de balans en de winst- en verliesrekening of van de jaarrekening, dient de bedrijfsrevisor bij de Regering, het Beheerscomité en de Raad voor financiële en budgettaire opvolging een verslag in over het vermogen van de Dienst en over de resultaten van zijn verrichtingen. Hij stelt de Regering, het Beheerscomité en de Raad voor financiële en budgettaire opvolging onverwijld in kennis van elke nalatigheid, onregelmatigheid of situatie die de solvabiliteit en de liquiditeit van de Dienst in gevaar kan brengen. De kosten die voortvloeien uit de aan de controleur toevertrouwde opdrachten komen ten laste van de Dienst.]1
Art. 24bis/3. [1 Le réviseur d'entreprises adresse au Gouvernement, au Comité de gestion et au Conseil de suivi financier et budgétaire un rapport sur la situation active et passive de l'Office ainsi que sur les résultats de l'exploitation de celle-ci au moins une fois par an, à l'occasion de la confection du bilan et du compte de pertes et profits ou du compte annuel. Il signale au Gouvernement, au Comité de gestion et au Conseil de suivi financier et budgétaire, sans délai, toute négligence, toute irrégularité ou toute situation susceptible de compromettre la solvabilité de l'Office et ses liquidités. Les dépenses qui découlent des missions confiées au réviseur d'entreprises sont à charge de l'Office.]1
HOOFDSTUK IV. - Personeel van de " Office ".
CHAPITRE IV. - Du personnel de l'Office.
Art. 25. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) (Op voorstel van het beheerscomité legt de Waalse Regering de personeelsformatie van de " Office " vast, alsook de regels van toepassing op het personeel dat onder een arbeidsovereenkomst valt.)
De " Office " mag contractueel personeel werven voor de exclusieve doeleinden bedoeld (in artikel 2, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 22 december 2000) tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen.
Wat de specifieke taken betreft, is de " Office " ertoe gemachtigd contractueel personeel te werven voor expertise- en consultancytaken, alsook voor de ermee gepaard gaande pedagogische en begeleidingstaken en (de taken waarbij de " Office " [1 ...]1 kan optreden als acteur op de gemengde arbeidsmarkt). Dat personeel is onderworpen aan bijzondere reglementen.
Met inachtneming van bovenvermeld koninklijk besluit van (22 december 2000) legt de Waalse Regering, na advies van het beheerscomité, de lijst van de specifieke taken vast (...).
De " Office " mag contractueel personeel werven voor de exclusieve doeleinden bedoeld (in artikel 2, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 22 december 2000) tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen en van de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie, alsook op de publiekrechtelijke rechtspersonen die ervan afhangen.
Wat de specifieke taken betreft, is de " Office " ertoe gemachtigd contractueel personeel te werven voor expertise- en consultancytaken, alsook voor de ermee gepaard gaande pedagogische en begeleidingstaken en (de taken waarbij de " Office " [1 ...]1 kan optreden als acteur op de gemengde arbeidsmarkt). Dat personeel is onderworpen aan bijzondere reglementen.
Met inachtneming van bovenvermeld koninklijk besluit van (22 december 2000) legt de Waalse Regering, na advies van het beheerscomité, de lijst van de specifieke taken vast (...).
Art. 25. (voir NOTE sous INTITULE) (Sur la proposition du comité de gestion, le Gouvernement wallon fixe le cadre du personnel de l'Office et les règles générales applicables au personnel sous contrat de travail.)
L'Office est autorisé à recruter du personnel contractuel aux fins exclusives énumérées (à l'article 2, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 22 décembre 2000) fixant les principes généraux du statut administratif et pécuniaire des agents de l'Etat applicables au personnel des services des gouvernements de Communauté et de Région et des collèges de la Commission communautaire commune et de la Commission communautaire française ainsi qu'aux personnes morales de droit public qui en dépendent.
En ce qui concerne les tâches spécifiques, l'Office est autorisé à recruter du personnel contractuel placé sous règlements particuliers pour des tâches d'expertise, des taches de consultance, des tâches pédagogiques et d'encadrement liées a celles-ci et (des tâches permettant à l'Office [1 ...]1 d'être un acteur du marché mixte de l'emploi).
Dans le respect de l'arrêté royal du (22 décembre 2000) précité, le Gouvernement wallon arrête, après avis du Comité de gestion, une liste de ces tâches specifiques (...).
L'Office est autorisé à recruter du personnel contractuel aux fins exclusives énumérées (à l'article 2, § 1er, alinéa 2, de l'arrêté royal du 22 décembre 2000) fixant les principes généraux du statut administratif et pécuniaire des agents de l'Etat applicables au personnel des services des gouvernements de Communauté et de Région et des collèges de la Commission communautaire commune et de la Commission communautaire française ainsi qu'aux personnes morales de droit public qui en dépendent.
En ce qui concerne les tâches spécifiques, l'Office est autorisé à recruter du personnel contractuel placé sous règlements particuliers pour des tâches d'expertise, des taches de consultance, des tâches pédagogiques et d'encadrement liées a celles-ci et (des tâches permettant à l'Office [1 ...]1 d'être un acteur du marché mixte de l'emploi).
Dans le respect de l'arrêté royal du (22 décembre 2000) précité, le Gouvernement wallon arrête, après avis du Comité de gestion, une liste de ces tâches specifiques (...).
HOOFDSTUK V. - [1 Territoriale organisatie]1
CHAPITRE V. - [1 De l'organisation territoriale]1
Art. 26. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) [1 De "Office" verleent zijn diensten in functie van de behoeften van de gebruikers, om ze bereikbaar te maken.]1
(De " Office " wordt onderverdeeld [1 [3 in territoriale directies]3 die rechtstreeks afhangen van de administrateur-generaal [2 ...]2 ]1.)
[3 De territoriale directies organiseren het aanbod van diensten van de "Office" op hun grondgebied. Ze programmeren de activiteiten, voeren de strategie uit, waarbij ze op hun grondgebied ervoor zorgen het tuseenkomstbeleid en het aanbod van diensten van de "Office" te waarborgen en werken samen met de op hun grondgebied aanwezige operatoren.]3
[1 Na overleg met het beheerscomité]1 legt de Waalse Regering het aantal [1 [3 ...]3 directies [2 ...]2 ]1 en het ambtsgebied ervan vast [1 , met inachtneming van de volgende criteria :
1° de diversiteit op het Waalse grondgebied;
2° de plaatselijke socio-economische bijzonderheden;
3° de optimale omvang van de grondgebieden met het oog op de vereenvoudiging van het beheer van de "Office";
4° complementariteit op het vlak van aanbod van diensten aan de gebruikers;
5° de integratie van de activiteiten in verband met de betrekking en de vorming op het grondgebied en de globale begeleiding binnen de regionale directies;
6° het in acht nemen van de territoriale strategieën opgesteld op de schaal van het grondgebied van het Waalse Gewest voor de aangelegenheden in verband met het beleid inzake tewerkstelling en inzake beroepsvorming.]1.
(De " Office " wordt onderverdeeld [1 [3 in territoriale directies]3 die rechtstreeks afhangen van de administrateur-generaal [2 ...]2 ]1.)
[3 De territoriale directies organiseren het aanbod van diensten van de "Office" op hun grondgebied. Ze programmeren de activiteiten, voeren de strategie uit, waarbij ze op hun grondgebied ervoor zorgen het tuseenkomstbeleid en het aanbod van diensten van de "Office" te waarborgen en werken samen met de op hun grondgebied aanwezige operatoren.]3
[1 Na overleg met het beheerscomité]1 legt de Waalse Regering het aantal [1 [3 ...]3 directies [2 ...]2 ]1 en het ambtsgebied ervan vast [1 , met inachtneming van de volgende criteria :
1° de diversiteit op het Waalse grondgebied;
2° de plaatselijke socio-economische bijzonderheden;
3° de optimale omvang van de grondgebieden met het oog op de vereenvoudiging van het beheer van de "Office";
4° complementariteit op het vlak van aanbod van diensten aan de gebruikers;
5° de integratie van de activiteiten in verband met de betrekking en de vorming op het grondgebied en de globale begeleiding binnen de regionale directies;
6° het in acht nemen van de territoriale strategieën opgesteld op de schaal van het grondgebied van het Waalse Gewest voor de aangelegenheden in verband met het beleid inzake tewerkstelling en inzake beroepsvorming.]1.
Art. 26. (voir NOTE sous INTITULE) [1 L'Office dispense ses services en fonction des besoins des usagers, en vue de les leur rendre accessibles.]1
(L'Office est organisé [1 [3 en directions territoriales]3 dépendant directement de l'administrateur général [2 ...]2 ]1.)
[3 Les directions territoriales organisent l'offre de services de l'Office sur leur territoire. Elles programment les activités, mettent en oeuvre la stratégie en veillant à garantir sur leur territoire, les politiques d'intervention et l'offre de services de l'Office et elles collaborent avec les opérateurs présents sur leur territoire.]3
Le Gouvernement wallon, [1 , après concertation avec le comité de gestion]1, arrête le nombre et le ressort territorial de ces [1 directions [3 ...]3 [2 ...]2 ]1 [1 , tout en veillant au respect des critères suivants :
1° la diversité du territoire wallon;
2° les spécificités socio-économiques locales;
3° la taille optimale des territoires dans un souci de simplification de la gestion de l'Office;
4° la complémentarité des services offerts aux usagers;
5° l'intégration des activités liées à l'emploi et à la formation sur le territoire et le pilotage unique au sein des directions régionales;
6° la prise en compte des stratégies territoriales établies à l'échelle de la Région wallonne pour les matières liées aux politiques d'emploi et de formation.]1.
(L'Office est organisé [1 [3 en directions territoriales]3 dépendant directement de l'administrateur général [2 ...]2 ]1.)
[3 Les directions territoriales organisent l'offre de services de l'Office sur leur territoire. Elles programment les activités, mettent en oeuvre la stratégie en veillant à garantir sur leur territoire, les politiques d'intervention et l'offre de services de l'Office et elles collaborent avec les opérateurs présents sur leur territoire.]3
Le Gouvernement wallon, [1 , après concertation avec le comité de gestion]1, arrête le nombre et le ressort territorial de ces [1 directions [3 ...]3 [2 ...]2 ]1 [1 , tout en veillant au respect des critères suivants :
1° la diversité du territoire wallon;
2° les spécificités socio-économiques locales;
3° la taille optimale des territoires dans un souci de simplification de la gestion de l'Office;
4° la complémentarité des services offerts aux usagers;
5° l'intégration des activités liées à l'emploi et à la formation sur le territoire et le pilotage unique au sein des directions régionales;
6° la prise en compte des stratégies territoriales établies à l'échelle de la Région wallonne pour les matières liées aux politiques d'emploi et de formation.]1.
HOOFDSTUK VI. - Financiering en begroting van de " Office ".
CHAPITRE VI. - Du financement et du budget de l'Office.
Art. 27. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) § 1. Binnen de perken van de daartoe op de begroting van het Waalse Gewest uitgetrokken kredieten geniet de " Office " toelagen om [1 de in artikel 3 bedoelde opdrachten]1 te vervullen.
(Telkens als de Regering een andere activiteit aan de " Office " toevertrouwt, worden budgettaire aanpassingen uitgevoerd, na overleg tussen de Regering en het beheerscomité over o.a. de doelgroepen en de te halen doelstellingen.)
(§ 1bis. [1 De jaarlijkse toelagen dekken afzonderlijk de lopende en vermogensverrichtingen om het vervullen van zijn opdrachten zoals bedoeld in artikel 3 mogelijk te maken.
Het Waalse Gewest voorziet in zijn begrotingen in toelagen om deze verrichtingen te dekken.]1
[1 ...]1
[1 ...]1
§ 2. De " Office " mag giften en legaten in ontvangst nemen en elke andere ontvangst invorderen.
§ 3. (Met de waarborg van het Waalse Gewest mag de " Office " leningen uitsluitend aangaan voor de financiering [1 van vermogensverrichtingen]1 betreffende zijn opdrachten [1 ...]1 enerzijds en om de achterstand in de inning van zijn ontvangsten in te halen anderzijds.)
(In het laatste geval wordt de Regering vooraf in kennis gesteld van het project en wordt tijdens de hele duur van de lening om de drie maanden een stand van zaken overgelegd.)
§ 4. [1 ...]1
§ 5. De " Office " beschikt over een bedrijfskapitaal dat o.a. gespijsd wordt met toelagen ten laste van de begroting van het Waalse Gewest, waarvan het bedrag en de gebruiksregels door de Waalse Regering worden bepaald.
§ 6. [4 [5 De in de begroting opgenomen subsidies worden ter beschikking van de Dienst gesteld in twaalf maandelijkse schijven die niet gelijk hoeven te zijn aan elkaar. Deze bepaling is niet van toepassing op de artikelen 41.05 (vakdomeinen 103.003 (ESER-code 41)) van programma 18.13 (WBFIN-programma 18.103), 41.15 (110.012 (ESER-code 41)) van programma 18.22 (WBFIN-programma 18.110) van de begroting waarvoor het ritme van de vereffening door de Minister bevoegd voor werkgelegenheid en opleiding wordt bepaald. ]5]4
(Telkens als de Regering een andere activiteit aan de " Office " toevertrouwt, worden budgettaire aanpassingen uitgevoerd, na overleg tussen de Regering en het beheerscomité over o.a. de doelgroepen en de te halen doelstellingen.)
(§ 1bis. [1 De jaarlijkse toelagen dekken afzonderlijk de lopende en vermogensverrichtingen om het vervullen van zijn opdrachten zoals bedoeld in artikel 3 mogelijk te maken.
Het Waalse Gewest voorziet in zijn begrotingen in toelagen om deze verrichtingen te dekken.]1
[1 ...]1
[1 ...]1
§ 2. De " Office " mag giften en legaten in ontvangst nemen en elke andere ontvangst invorderen.
§ 3. (Met de waarborg van het Waalse Gewest mag de " Office " leningen uitsluitend aangaan voor de financiering [1 van vermogensverrichtingen]1 betreffende zijn opdrachten [1 ...]1 enerzijds en om de achterstand in de inning van zijn ontvangsten in te halen anderzijds.)
(In het laatste geval wordt de Regering vooraf in kennis gesteld van het project en wordt tijdens de hele duur van de lening om de drie maanden een stand van zaken overgelegd.)
§ 4. [1 ...]1
§ 5. De " Office " beschikt over een bedrijfskapitaal dat o.a. gespijsd wordt met toelagen ten laste van de begroting van het Waalse Gewest, waarvan het bedrag en de gebruiksregels door de Waalse Regering worden bepaald.
§ 6. [4 [5 De in de begroting opgenomen subsidies worden ter beschikking van de Dienst gesteld in twaalf maandelijkse schijven die niet gelijk hoeven te zijn aan elkaar. Deze bepaling is niet van toepassing op de artikelen 41.05 (vakdomeinen 103.003 (ESER-code 41)) van programma 18.13 (WBFIN-programma 18.103), 41.15 (110.012 (ESER-code 41)) van programma 18.22 (WBFIN-programma 18.110) van de begroting waarvoor het ritme van de vereffening door de Minister bevoegd voor werkgelegenheid en opleiding wordt bepaald. ]5]4
Modifications
[2]geen nederlandse versie
Art. 27. (voir NOTE sous INTITULE) § 1er. L'Office bénéficie de subventions pour l'exercice [1 des missions définies par l'article 3]1, dans les limites des crédits inscrits à cette fin au budget de la Région wallonne.
(Lorsque le Gouvernement confie toute autre activité à l'Office, les implications budgétaires sont traduites en ajustements, après concertation entre le Gouvernement et le comité de gestion portant notamment sur les publics cibles et les objectifs à atteindre.)
(§ 1erbis. [1 Les subventions annuelles couvrent distinctement les opérations courantes et patrimoniales pour permettre l'accomplissement des missions telles que définies à l'article 3.
La Région wallonne prévoit, dans ses budgets, des subventions pour couvrir ces opérations.]1
[1 ...]1
[1 ...]1
§ 2. L'Office peut recevoir des legs et donations et percevoir toutes autres recettes.
§ 3. L'Office peut contracter des emprunts exclusivement (d'une part,) pour financer [1 des opérations patrimoniales]1 relatives à ses missions [1 ...]1 et (, d'autre part, pour faire face à un retard dans la perception de ses recettes) moyennant la garantie de la Région wallonne.
(Pour ce dernier cas, il en communique préalablement le projet au Gouvernement et fournit trimestriellement un état de la situation pendant toute la durée de l'emprunt.)
§ 4. [1 ...]1
§ 5. L'Office dispose d'un fonds de roulement alimenté notamment par subvention à charge du budget de la Région wallonne, dont les montants et les modalités d'utilisation sont arrêtés par le Gouvernement wallon.
§ 6. [5 [6 Les subventions inscrites au budget sont mises à la disposition de l'Office en douze tranches mensuelles qui ne doivent pas être impérativement égales entre elles. Cette disposition ne s'applique pas pour les articles 41.05 (les domaines fonctionnels 103.003 (code SEC 41)) du programme 18.13 (programme WBFIN 18.103), 41.15 (110.012 (code SEC 41)) du programme 18.22 (programme WBFIN 18.110) du budget pour lesquels le rythme de la liquidation est fixé par la Ministre qui a l'emploi et la formation dans ses attributions. ]6]5
(Lorsque le Gouvernement confie toute autre activité à l'Office, les implications budgétaires sont traduites en ajustements, après concertation entre le Gouvernement et le comité de gestion portant notamment sur les publics cibles et les objectifs à atteindre.)
(§ 1erbis. [1 Les subventions annuelles couvrent distinctement les opérations courantes et patrimoniales pour permettre l'accomplissement des missions telles que définies à l'article 3.
La Région wallonne prévoit, dans ses budgets, des subventions pour couvrir ces opérations.]1
[1 ...]1
[1 ...]1
§ 2. L'Office peut recevoir des legs et donations et percevoir toutes autres recettes.
§ 3. L'Office peut contracter des emprunts exclusivement (d'une part,) pour financer [1 des opérations patrimoniales]1 relatives à ses missions [1 ...]1 et (, d'autre part, pour faire face à un retard dans la perception de ses recettes) moyennant la garantie de la Région wallonne.
(Pour ce dernier cas, il en communique préalablement le projet au Gouvernement et fournit trimestriellement un état de la situation pendant toute la durée de l'emprunt.)
§ 4. [1 ...]1
§ 5. L'Office dispose d'un fonds de roulement alimenté notamment par subvention à charge du budget de la Région wallonne, dont les montants et les modalités d'utilisation sont arrêtés par le Gouvernement wallon.
§ 6. [5 [6 Les subventions inscrites au budget sont mises à la disposition de l'Office en douze tranches mensuelles qui ne doivent pas être impérativement égales entre elles. Cette disposition ne s'applique pas pour les articles 41.05 (les domaines fonctionnels 103.003 (code SEC 41)) du programme 18.13 (programme WBFIN 18.103), 41.15 (110.012 (code SEC 41)) du programme 18.22 (programme WBFIN 18.110) du budget pour lesquels le rythme de la liquidation est fixé par la Ministre qui a l'emploi et la formation dans ses attributions. ]6]5
Modifications
Art. 28. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) De saldo's van de gewestelijke toelagen die niet gebruikt zijn bij de afsluiting van het begrotingsjaar, worden als reserves opgenomen op de balans van de " Office ".
Deze reserves worden [1 gestijfd door de schrifturen]1 i.v.m. de besteding van het resultaat van het boekjaar en dekken de behoeften [1 in verband met de opdrachten]1.
De Waalse Regering beslist over de besteding van deze reserves op advies van het beheerscomité en stelt het aantal desbetreffende rekeningen vast.
Deze reserves en de besteding ervan worden respectievelijk gerechtvaardigd op de rekeningen en begroting van de " Office ".
Deze reserves worden [1 gestijfd door de schrifturen]1 i.v.m. de besteding van het resultaat van het boekjaar en dekken de behoeften [1 in verband met de opdrachten]1.
De Waalse Regering beslist over de besteding van deze reserves op advies van het beheerscomité en stelt het aantal desbetreffende rekeningen vast.
Deze reserves en de besteding ervan worden respectievelijk gerechtvaardigd op de rekeningen en begroting van de " Office ".
Art. 28. (voir NOTE sous INTITULE) Les soldes [1 des subventions régionales non utilisées]1 en date de clôture de l'exercice budgétaire sont à porter en réserves, au bilan de l'Office.
Ces réserves sont [1 alimentées par les écritures]1 d'affectation du résultat de l'exercice et couvrent des besoins [1 relatifs aux missions]1.
L'affectation de ces réserves est décidée, sur avis du Comité de gestion, par le Gouvernement wallon qui fixe le nombre de comptes y afférents.
Ces réserves et leur affectation sont respectivement justifiées aux comptes et budgets de l'Office.
Ces réserves sont [1 alimentées par les écritures]1 d'affectation du résultat de l'exercice et couvrent des besoins [1 relatifs aux missions]1.
L'affectation de ces réserves est décidée, sur avis du Comité de gestion, par le Gouvernement wallon qui fixe le nombre de comptes y afférents.
Ces réserves et leur affectation sont respectivement justifiées aux comptes et budgets de l'Office.
Art. 29. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) [1 De begroting wordt voorgesteld per programma en per basisallocatie, en wordt verdeeld [2 per centraal directoraat-generaal, per territoriale directie]2 en per dienst met afzonderlijk beheer, met de speciefieke begrotingskredieten.]1
[1 Het ontwerp van]1 van de " Office " wordt [1 aan het Waals Parlement]1 overgemaakt als bijlage bij het ontwerp van begroting van het Waalse Gewest.
[1 Het ontwerp van]1 van de " Office " wordt [1 aan het Waals Parlement]1 overgemaakt als bijlage bij het ontwerp van begroting van het Waalse Gewest.
Art. 29. (voir NOTE sous INTITULE) [1 Le budget est présenté par programme et par allocation de base, ainsi que ventilé [2 par direction générale centrale, par direction territoriale]2 et par service à gestion distincte, comprenant les crédits budgétaires spécifiques.]1
Le [1 projet de]1 budget de l'Office est communiqué [1 au Parlement wallon]1 en annexe au projet du budget de la Région wallonne.
Le [1 projet de]1 budget de l'Office est communiqué [1 au Parlement wallon]1 en annexe au projet du budget de la Région wallonne.
HOOFDSTUK VII. - [1 Diensten met afzonderlijk beheer]1
CHAPITRE VII. - [1 Des Services à gestion distincte]1
Afdeling 1.
Section 1.
Art. 32. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) [1 De diensten met afzonderlijk beheer zijn diensten van de "Office" belast met het administratief, budgettair en financieel beheer voor de activiteitendomeinen bedoeld in de artikelen 33 [3 tot 35]3.
Deze diensten zijn voorzien van een beslissingsbevoegdheid inzake het beheer met inachtneming van beginselen en regelgevingen die van toepassing zijn op de "Office".
Op voorstel van het beheerscomité bepaalt de Regering, voor elke dienst, de beheers- en werkingsregels en de modaliteiten voor de aanwijzing van de ordonnateur van de uitgaven [2 en van de ontvangsten]2 en van de dienstverantwoordelijke.]1
Deze diensten zijn voorzien van een beslissingsbevoegdheid inzake het beheer met inachtneming van beginselen en regelgevingen die van toepassing zijn op de "Office".
Op voorstel van het beheerscomité bepaalt de Regering, voor elke dienst, de beheers- en werkingsregels en de modaliteiten voor de aanwijzing van de ordonnateur van de uitgaven [2 en van de ontvangsten]2 en van de dienstverantwoordelijke.]1
Art. 32. (voir NOTE sous INTITULE) [1 Les services à gestion distincte sont des services de l'Office chargés de la gestion administrative, financière et budgétaire pour les domaines d'activités visés aux articles 33 [3 à 35]3.
Ces services jouissent d'une capacité de décision en matière de gestion dans le respect des principes et réglementations s'appliquant à l'Office.
Sur proposition du comité de gestion, le Gouvernement fixe, pour chacun des services, les règles de gestion et de fonctionnement et les modalités de désignation de l'ordonnateur des dépenses [2 et des recettes]2 et du responsable de service.]1
Ces services jouissent d'une capacité de décision en matière de gestion dans le respect des principes et réglementations s'appliquant à l'Office.
Sur proposition du comité de gestion, le Gouvernement fixe, pour chacun des services, les règles de gestion et de fonctionnement et les modalités de désignation de l'ordonnateur des dépenses [2 et des recettes]2 et du responsable de service.]1
Art. 33. [1 Een dienst met afzonderlijk beheer is binnen de "Office" belast met de in artikel 3, § 1, 9°, bedoelde opdracht.]1
Art. 33. [1 Un service à gestion distincte est chargé au sein de l'Office de la mission visée à l'article 3, § 1er, 9°.]1
Art. 34. [1 Een dienst met afzonderlijk beheer is binnen de "Office" belast met het financiële en budgettaire beheer van de "Instanties KOVA-regio" gelegen in het Waalse Gewest.
De dienst met afzonderlijk beheer vervult een steunopdracht, waarbij hij voor de samenhang en de wettelijkheid van de administratieve en organisationele procedures van de regio-instanties zorgt, en verleent een logistieke begeleiding aan de subregionale kamers voor "tewerkstelling en vorming van de KOVA-regio-instanties via de bestemming van de in artikel 21, eerste lid, van bovenvermelde samenwerkingsovereenkomst bedoelde middelen.]1
De dienst met afzonderlijk beheer vervult een steunopdracht, waarbij hij voor de samenhang en de wettelijkheid van de administratieve en organisationele procedures van de regio-instanties zorgt, en verleent een logistieke begeleiding aan de subregionale kamers voor "tewerkstelling en vorming van de KOVA-regio-instanties via de bestemming van de in artikel 21, eerste lid, van bovenvermelde samenwerkingsovereenkomst bedoelde middelen.]1
Art. 34. [1 Un service à gestion distincte est chargé au sein de l'Office de la gestion financière et budgétaire des Instances bassin EFE situées en Région wallonne.
Le service à gestion distincte assure une mission de support en veillant à la cohérence et la légalité des procédures administratives et organisationnelles des Instances bassin et apporte, par l'affectation des moyens visés à l'article 21, alinéa 1er, de l'accord de coopération précité, un appui logistique aux Chambres subrégionales emploi et formation des Instances bassin EFE.]1
Le service à gestion distincte assure une mission de support en veillant à la cohérence et la légalité des procédures administratives et organisationnelles des Instances bassin et apporte, par l'affectation des moyens visés à l'article 21, alinéa 1er, de l'accord de coopération précité, un appui logistique aux Chambres subrégionales emploi et formation des Instances bassin EFE.]1
Art. 35. [1 In het kader van de uitoefening van de opdrachten bedoeld in artikel 3, § 1, 8°, ziet een afzonderlijk beheerde dienst in de zin van artikel 32 toe op de beschikbaarheid op de arbeidsmarkt van verplicht ingeschreven werkzoekenden binnen de grenzen voorzien bij of krachtens dit artikel, jonge verplicht ingeschreven werkzoekenden en verplicht ingeschreven werkzoekenden onderworpen aan de verplichting tot aangepaste beschikbaarheid en beslist, in voorkomend geval, met inachtneming van de rechten van verdediging, over de daaraan verbonden sancties, overeenkomstig het normatieve kader dat van toepassing is op de controle op de beschikbaarheid, zoals voorzien bij of krachtens het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
De organisatie en het functioneren van deze dienst waarborgen de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van deze dienst bij de uitoefening van de opdrachten die hem uit hoofde van lid 1 zijn toevertrouwd.
Voor de controle van de actieve beschikbaarheid van de verplicht ingeschreven werkzoekende beoordeelt de afzonderlijk beheerde dienst, met inachtneming van de rechten van verdediging, de actieve beschikbaarheid van de verplicht ingeschreven werkzoekende wanneer diens dossier naar hem wordt doorverwezen, overeenkomstig artikel 15, § 3, van het decreet van 12 november 2021 betreffende de coaching- en oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden.
Om de actieve beschikbaarheid van de jonge werkzoekende die verplicht is ingeschreven na te gaan, beoordeelt de afzonderlijk beheerde dienst, met inachtneming van de rechten van verdediging, zijn beschikbaarheid overeenkomstig artikel 15, § 4, van het decreet van 12 november 2021 betreffende de coaching- en oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden
De Regering bepaalt de wijze waarop de afzonderlijk beheerde dienst de beschikbaarheid controleert en, in voorkomend geval, de daaraan verbonden sancties oplegt, de wijze waarop de verplicht ingeschreven werkzoekenden en de verplicht ingeschreven jonge werkzoekenden, in voorkomend geval, worden opgeroepen voor een gesprek om hun actieve beschikbaarheid te beoordelen en de wijze waarop de verplicht ingeschreven werkzoekenden en de verplicht ingeschreven werkzoekenden voor wie de verplichting tot aangepaste beschikbaarheid geldt, worden opgeroepen voor een gesprek in het kader van de controle van hun passieve of aangepaste beschikbaarheid.
De verplicht ingeschreven werkzoekende, de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende of de verplicht ingeschreven werkzoekende voor wie de verplichting tot aangepaste beschikbaarheid geldt, kan een verzoek indienen om de beslissingen die de in lid 1 bedoelde afzonderlijk beheerde dienst ten aanzien van hem genomen heeft, te herzien volgens de door de Regering vastgestelde procedures.
De Regering stelt de nadere regels vast voor de uitvoering van de in lid 1 bedoelde beschikbaarheidscontroleprocedure.
In het kader van de door de in lid 1 bedoelde afzonderlijk beheerde dienst verrichte opdrachten kan het FOREm, wanneer de verplicht ingeschreven werkzoekende, de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende of de verplicht ingeschreven werkzoekende voor wie een verplichting tot aangepaste beschikbaarheid geldt, zich beroept op een gezondheidsprobleem dat gevolgen kan hebben voor zijn of haar verplichting tot beschikbaarheid op de arbeidsmarkt, een onderzoek laten verrichten door een gezondheidswerker.
De verplicht ingeschreven werkzoekende, de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende of de verplicht ingeschreven werkzoekende voor wie een aangepaste beschikbaarheidsverplichting geldt en die zich beroept op een gezondheidsprobleem, wordt in kennis gesteld van de mogelijkheid om het in lid 8 bedoelde onderzoek te weigeren.
Wanneer de verplicht ingeschreven werkzoekende, de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende voor wie een aangepaste beschikbaarheidsverplichting geldt, het in lid 8 bedoelde onderzoek weigert, kan FOREm weigeren rekening te houden met het aangevoerde gezondheidsprobleem bij de beoordeling van de actieve, passieve of aangepaste beschikbaarheid.
De verwerking van deze gezondheidsgegevens geschiedt onder de verantwoordelijkheid van een arts die onderworpen is aan het beroepsgeheim of door een andere persoon die eveneens aan een geheimhoudingsplicht is onderworpen.]1
De organisatie en het functioneren van deze dienst waarborgen de onpartijdigheid en onafhankelijkheid van deze dienst bij de uitoefening van de opdrachten die hem uit hoofde van lid 1 zijn toevertrouwd.
Voor de controle van de actieve beschikbaarheid van de verplicht ingeschreven werkzoekende beoordeelt de afzonderlijk beheerde dienst, met inachtneming van de rechten van verdediging, de actieve beschikbaarheid van de verplicht ingeschreven werkzoekende wanneer diens dossier naar hem wordt doorverwezen, overeenkomstig artikel 15, § 3, van het decreet van 12 november 2021 betreffende de coaching- en oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden.
Om de actieve beschikbaarheid van de jonge werkzoekende die verplicht is ingeschreven na te gaan, beoordeelt de afzonderlijk beheerde dienst, met inachtneming van de rechten van verdediging, zijn beschikbaarheid overeenkomstig artikel 15, § 4, van het decreet van 12 november 2021 betreffende de coaching- en oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden
De Regering bepaalt de wijze waarop de afzonderlijk beheerde dienst de beschikbaarheid controleert en, in voorkomend geval, de daaraan verbonden sancties oplegt, de wijze waarop de verplicht ingeschreven werkzoekenden en de verplicht ingeschreven jonge werkzoekenden, in voorkomend geval, worden opgeroepen voor een gesprek om hun actieve beschikbaarheid te beoordelen en de wijze waarop de verplicht ingeschreven werkzoekenden en de verplicht ingeschreven werkzoekenden voor wie de verplichting tot aangepaste beschikbaarheid geldt, worden opgeroepen voor een gesprek in het kader van de controle van hun passieve of aangepaste beschikbaarheid.
De verplicht ingeschreven werkzoekende, de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende of de verplicht ingeschreven werkzoekende voor wie de verplichting tot aangepaste beschikbaarheid geldt, kan een verzoek indienen om de beslissingen die de in lid 1 bedoelde afzonderlijk beheerde dienst ten aanzien van hem genomen heeft, te herzien volgens de door de Regering vastgestelde procedures.
De Regering stelt de nadere regels vast voor de uitvoering van de in lid 1 bedoelde beschikbaarheidscontroleprocedure.
In het kader van de door de in lid 1 bedoelde afzonderlijk beheerde dienst verrichte opdrachten kan het FOREm, wanneer de verplicht ingeschreven werkzoekende, de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende of de verplicht ingeschreven werkzoekende voor wie een verplichting tot aangepaste beschikbaarheid geldt, zich beroept op een gezondheidsprobleem dat gevolgen kan hebben voor zijn of haar verplichting tot beschikbaarheid op de arbeidsmarkt, een onderzoek laten verrichten door een gezondheidswerker.
De verplicht ingeschreven werkzoekende, de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende of de verplicht ingeschreven werkzoekende voor wie een aangepaste beschikbaarheidsverplichting geldt en die zich beroept op een gezondheidsprobleem, wordt in kennis gesteld van de mogelijkheid om het in lid 8 bedoelde onderzoek te weigeren.
Wanneer de verplicht ingeschreven werkzoekende, de verplicht ingeschreven jonge werkzoekende en de verplicht ingeschreven werkzoekende voor wie een aangepaste beschikbaarheidsverplichting geldt, het in lid 8 bedoelde onderzoek weigert, kan FOREm weigeren rekening te houden met het aangevoerde gezondheidsprobleem bij de beoordeling van de actieve, passieve of aangepaste beschikbaarheid.
De verwerking van deze gezondheidsgegevens geschiedt onder de verantwoordelijkheid van een arts die onderworpen is aan het beroepsgeheim of door een andere persoon die eveneens aan een geheimhoudingsplicht is onderworpen.]1
Modifications
Art. 35. [1 Dans le cadre de l'exercice des missions visées à l'article 3, § 1er, 8°, un service à gestion distincte, au sens de l'article 32, contrôle, dans les limites prévues par ou en vertu du présent article, la disponibilité sur le marché de l'emploi des demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement, des jeunes demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement et des demandeurs d'emploi inscrits obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée et décide, le cas échéant, dans le respect des droits de la défense, des sanctions y afférentes, conformément au cadre normatif applicable au contrôle de la disponibilité, prévu par ou en vertu de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage.
L'organisation et le fonctionnement de ce service garantissent son impartialité et son indépendance dans l'exercice des missions qui lui sont confiées à l'alinéa 1er.
Pour le contrôle de la disponibilité active du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le service à gestion distincte, en veillant au respect des droits de la défense, évalue la disponibilité active du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement lorsqu'il est saisi du dossier de ce dernier, conformément à l'article 15, § 3, du décret du 12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi.
Pour le contrôle de la disponibilité active du jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le service à gestion distincte, en veillant au respect des droits de la défense, évalue sa disponibilité, conformément à l'article 15,§ 4, du décret du12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi.
Le Gouvernement arrête la manière dont le service à gestion distincte exerce le contrôle de la disponibilité et, le cas échéant, l'imposition des sanctions y afférentes, la manière selon laquelle le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement sont, le cas échéant, convoqués à un entretien d'évaluation de leur disponibilité active et la manière selon laquelle le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée sont convoqués à une audition dans le cadre du contrôle de leur disponibilité passive ou adaptée.
Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ou le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée peut introduire une demande de révision des décisions prises par le service à gestion distincte, visé à l'alinéa 1er, qui le concerne, selon les modalités déterminées par le Gouvernement.
Le Gouvernement arrête les modalités concernant le déroulement de la procédure du contrôle de la disponibilité visé à l'alinéa 1er.
Dans le cadre des missions exercées par le service à gestion distincte visé à l'alinéa 1er, lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ou le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée invoque un problème de santé pouvant avoir un impact sur son obligation de disponibilité sur le marché de l'emploi, le FOREm peut faire réaliser un examen par un professionnel de la santé.
Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ou le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée qui invoque un problème de santé est informé de la possibilité de refuser l'examen visé à l'alinéa 8.
Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée refuse l'examen visé à l'alinéa 8, le FOREm peut refuser de prendre en compte le problème de santé invoqué dans l'évaluation de la disponibilité active, passive ou adaptée.
Le traitement de ces données de santé est réalisé sous la responsabilité d'un médecin soumis au secret professionnel ou par une autre personne, également soumise à une obligation de secret.]1
L'organisation et le fonctionnement de ce service garantissent son impartialité et son indépendance dans l'exercice des missions qui lui sont confiées à l'alinéa 1er.
Pour le contrôle de la disponibilité active du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le service à gestion distincte, en veillant au respect des droits de la défense, évalue la disponibilité active du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement lorsqu'il est saisi du dossier de ce dernier, conformément à l'article 15, § 3, du décret du 12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi.
Pour le contrôle de la disponibilité active du jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le service à gestion distincte, en veillant au respect des droits de la défense, évalue sa disponibilité, conformément à l'article 15,§ 4, du décret du12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi.
Le Gouvernement arrête la manière dont le service à gestion distincte exerce le contrôle de la disponibilité et, le cas échéant, l'imposition des sanctions y afférentes, la manière selon laquelle le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement sont, le cas échéant, convoqués à un entretien d'évaluation de leur disponibilité active et la manière selon laquelle le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée sont convoqués à une audition dans le cadre du contrôle de leur disponibilité passive ou adaptée.
Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ou le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée peut introduire une demande de révision des décisions prises par le service à gestion distincte, visé à l'alinéa 1er, qui le concerne, selon les modalités déterminées par le Gouvernement.
Le Gouvernement arrête les modalités concernant le déroulement de la procédure du contrôle de la disponibilité visé à l'alinéa 1er.
Dans le cadre des missions exercées par le service à gestion distincte visé à l'alinéa 1er, lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ou le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée invoque un problème de santé pouvant avoir un impact sur son obligation de disponibilité sur le marché de l'emploi, le FOREm peut faire réaliser un examen par un professionnel de la santé.
Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ou le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée qui invoque un problème de santé est informé de la possibilité de refuser l'examen visé à l'alinéa 8.
Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement, le jeune demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement soumis à l'obligation de disponibilité adaptée refuse l'examen visé à l'alinéa 8, le FOREm peut refuser de prendre en compte le problème de santé invoqué dans l'évaluation de la disponibilité active, passive ou adaptée.
Le traitement de ces données de santé est réalisé sous la responsabilité d'un médecin soumis au secret professionnel ou par une autre personne, également soumise à une obligation de secret.]1
Modifications
HOOFDSTUK VIIbis. [1 - Subregionale kamers voor "tewerkstelling en vorming van de KOVA-regio-instanties]1
Chapitre VIIbis. [1 - Des chambres subrégionales emploi et formation des Instances bassin EFE]1
Art. 38. [1 Elke subregionale kamer voor "tewerkstelling en vorming van de KOVA-regio-instanties" heeft als opdracht :
1° de uitbrenging van een advies over de erkenningen waarvoor zijn advies door of krachtens een decretale bepaling wordt verplicht;
2°de uitbrenging van aanbevelingen of voorstellen in verband met de adequatie tussen het beleid inzake tewerkstelling en vorming van dit territoriaal ambtsgebied en de socio-economische behoeften van dit gebied;
3° het voeren van elke opdracht toevertrouwd krachtens decretale of reglementaire bepalingen en elke actie overgedragen of goedgekeurd door de regio-instantie.]1
1° de uitbrenging van een advies over de erkenningen waarvoor zijn advies door of krachtens een decretale bepaling wordt verplicht;
2°de uitbrenging van aanbevelingen of voorstellen in verband met de adequatie tussen het beleid inzake tewerkstelling en vorming van dit territoriaal ambtsgebied en de socio-economische behoeften van dit gebied;
3° het voeren van elke opdracht toevertrouwd krachtens decretale of reglementaire bepalingen en elke actie overgedragen of goedgekeurd door de regio-instantie.]1
Art. 38. [1 Chaque chambre subrégionale emploi et formation des Instances bassin EFE a pour missions de :
1° émettre un avis sur les agréments pour lesquels son avis est rendu obligatoire par ou en vertu d'une disposition décrétale;
2° émettre des recommandations ou propositions sur l'adéquation entre des politiques d'emploi et de formation au niveau de ce ressort territorial et les besoins socio-économiques de ce même territoire;
3° mener toute mission confiée en vertu des dispositions décrétales ou réglementaires et toute action déléguée ou avalisée par l'Instance bassin.]1
1° émettre un avis sur les agréments pour lesquels son avis est rendu obligatoire par ou en vertu d'une disposition décrétale;
2° émettre des recommandations ou propositions sur l'adéquation entre des politiques d'emploi et de formation au niveau de ce ressort territorial et les besoins socio-économiques de ce même territoire;
3° mener toute mission confiée en vertu des dispositions décrétales ou réglementaires et toute action déléguée ou avalisée par l'Instance bassin.]1
Art. 44. [1 § 1. Een college van de subregionale kamers voor tewerkstelling en vorming van de KOVA-regio-instanties is belast met de coördinatie, volgens de door dat college bepaalde modaliteiten en periodiciteit, van de uitvoering van de aanvullende opdrachten bovenop bovenvermelde samenwerkingsovereenkomst van 20 maart 2014 die bij decretale of reglementaire bepalingen aan de verschillende kamers worden toegekend om de samenhang ervan en de naleving van het kader van hun opdrachten te waarborgen.
§ 2. Het secretariaat van het college van de subregionale kamers voor tewerkstelling en vorming van de KOVA-regio-instanties wordt waargenomen door een personeelslid van de dienst met afzonderlijk beheer.
§ 3. De werkingsmodaliteiten, met name betreffende het stemmingsquorum, worden vastgesteld in het huishoudelijk reglement, dat ter goedkeuring van de Voogdijminister wordt voorgelegd.
§ 4. Het college van de subregionale kamers voor tewerkstelling en vorming van de KOVA-regio-instanties bestaat uit :
1° een vertegenwoordiger van elke subregionale kamers voor tewerkstelling en vorming van de -regio-instanties die binnen dat college zitting heeft;
2° de administrateur-generaal of zijn vertegenwoordiger.
De gewone en plaatsvervangende vertegenwoordiger bedoeld in het eerste lid, 1°, wordt door de Regering op de voordracht van de kamer die hij vertegenwoordigt, benoemd.]1
§ 2. Het secretariaat van het college van de subregionale kamers voor tewerkstelling en vorming van de KOVA-regio-instanties wordt waargenomen door een personeelslid van de dienst met afzonderlijk beheer.
§ 3. De werkingsmodaliteiten, met name betreffende het stemmingsquorum, worden vastgesteld in het huishoudelijk reglement, dat ter goedkeuring van de Voogdijminister wordt voorgelegd.
§ 4. Het college van de subregionale kamers voor tewerkstelling en vorming van de KOVA-regio-instanties bestaat uit :
1° een vertegenwoordiger van elke subregionale kamers voor tewerkstelling en vorming van de -regio-instanties die binnen dat college zitting heeft;
2° de administrateur-generaal of zijn vertegenwoordiger.
De gewone en plaatsvervangende vertegenwoordiger bedoeld in het eerste lid, 1°, wordt door de Regering op de voordracht van de kamer die hij vertegenwoordigt, benoemd.]1
Art. 44. [1 § 1er. Un collège des chambres subrégionales emploi et formation des Instances bassin EFE, coordonne selon les modalités et la périodicité qu'il prévoit, la mise en oeuvre des missions complémentaires à l'accord de coopération du 20 mars 2014 précité, attribuées par des dispositions décrétales ou réglementaires aux différentes chambres, afin d'en assurer la cohérence et de garantir le respect du cadre de leurs missions.
§ 2. Un membre du personnel du service à gestion distincte assure la fonction de secrétaire du collège des chambres subrégionales emploi et formation des Instances bassin EFE.
§ 3. Le règlement d'ordre intérieur, soumis pour approbation au Ministre de tutelle, fixe les modalités de fonctionnement, notamment en ce qui concerne le quorum de vote.
§ 4. Le collège des chambres subrégionales emploi et formation des Instances bassin EFE se compose comme suit :
1° un représentant de chaque chambre subrégionale emploi et formation des Instances bassin, siégeant en son sein;
2° l'administrateur général ou son représentant.
Le Gouvernement nomme le représentant effectif et suppléant visé à l'alinéa 1er, 1°, sur proposition de la chambre qu'il représente.]1
§ 2. Un membre du personnel du service à gestion distincte assure la fonction de secrétaire du collège des chambres subrégionales emploi et formation des Instances bassin EFE.
§ 3. Le règlement d'ordre intérieur, soumis pour approbation au Ministre de tutelle, fixe les modalités de fonctionnement, notamment en ce qui concerne le quorum de vote.
§ 4. Le collège des chambres subrégionales emploi et formation des Instances bassin EFE se compose comme suit :
1° un représentant de chaque chambre subrégionale emploi et formation des Instances bassin, siégeant en son sein;
2° l'administrateur général ou son représentant.
Le Gouvernement nomme le représentant effectif et suppléant visé à l'alinéa 1er, 1°, sur proposition de la chambre qu'il représente.]1
Art. 45. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) (Opgeheven)
Art. 45. (voir NOTE sous INTITULE) (Abrogé)
HOOFDSTUK VIII. - Bekendmakingen in het Belgisch staatsblad.
CHAPITRE VIII. - Publications au Moniteur belge.
Art. 46. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) Het huishoudelijk reglement van het beheerscomité, [1 van het uitvoerend bureau en van het strategisch comité]1, de in artikel 23, § 3, bedoelde overeenstemming, de ermee gepaard gaande overdrachten van bevoegdheden van dagelijks beheer (...) worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op initiatief van de administrateur-generaal.
Modifications
Art. 46. (voir NOTE sous INTITULE) Le règlement d'ordre intérieur du Comité de gestion, [1 du bureau exécutif et du comité stratégique]1, l'accord prévu à l'article 23, § 3, de même que les délégations de pouvoirs de gestion journalière qui en découlent, (...) font l'objet d'une publication au Moniteur belge, à l'initiative de l'administrateur général.
Modifications
HOOFDSTUK IX. [1 - Interne audit]1
CHAPITRE IX. - [1 Audit interne]1
Afdeling 1. - (...).
Section 1. - (...).
Art. 47. [1 De "Office" wordt voorzien van een interne auditregeling om het beheerscomité bij te staan in zijn supervisieactiviteiten en om een zekerheid te bieden omtrent de mate van beheersing van de risico's en verrichtingen en activiteiten beheerd door de "Office". Deze interne auditregeling voldoet aan de internationale normen terzake, zowel op het ethisch en het professioneel vlak, als op het vlak van de in te zetten mechanismen, praktijken en middelen. Deze interne auditregeling bestaat uit een auditcomité en een cel voor interne audit.]1
Art. 47. [1 L'Office est doté d'un dispositif d'audit interne afin d'assister le comité de gestion dans ses activités de supervision et afin de fournir une assurance quant au degré de maîtrise des risques et des opérations et activités gérées par l'Office. Ce dispositif d'audit interne répond aux standards internationaux en la matière tant en termes d'éthique et de professionnalisme, que de mécanismes, pratiques et moyens à mettre en oeuvre. Ce dispositif d'audit interne comprend un comité d'audit et une cellule d'audit interne.]1
Art. 48. [1 Het auditcomité bestaat uit :
- de voorzitter en de ondervoorzitter van het beheerscomité;
- twee deskundige externe leden die niet van de "Office" afhangen, gekozen op grond van hun bevoegdheid inzake interne audit en aangewezen door de Regering op de voordracht van het beheerscomité.
[2 Deze laatste worden aangewezen door de Regering voor de duur van het beheersovereenkomst. Hun mandaat is hernieuwbaar.]2
De voorzitter en de ondervoorzitter van het auditcomité moeten deel uitmaken van verschillende componenten, waarbij de ene één van de twee vertegenwoordigers is van het beheerscomité en de andere één van de twee externe deskundigen die niet van de "Office" afhangen.
Elk lid dat het auditcomité verlaat, wordt vervangen binnen drie maanden volgend op het beëindigen van zijn mandaat. De voor de vervanging aangewezen persoon voleindigt het mandaat van zijn voorganger.]1
- de voorzitter en de ondervoorzitter van het beheerscomité;
- twee deskundige externe leden die niet van de "Office" afhangen, gekozen op grond van hun bevoegdheid inzake interne audit en aangewezen door de Regering op de voordracht van het beheerscomité.
[2 Deze laatste worden aangewezen door de Regering voor de duur van het beheersovereenkomst. Hun mandaat is hernieuwbaar.]2
De voorzitter en de ondervoorzitter van het auditcomité moeten deel uitmaken van verschillende componenten, waarbij de ene één van de twee vertegenwoordigers is van het beheerscomité en de andere één van de twee externe deskundigen die niet van de "Office" afhangen.
Elk lid dat het auditcomité verlaat, wordt vervangen binnen drie maanden volgend op het beëindigen van zijn mandaat. De voor de vervanging aangewezen persoon voleindigt het mandaat van zijn voorganger.]1
Art. 48. [1 Le comité d'audit est composé :
- du président et du vice-président du comité de gestion;
- de deux membres experts, externes et indépendants de l'Office, choisis sur la base de leur compétence en matière d'audit interne et désignés par le Gouvernement, sur proposition du comité de gestion.
[2 Ces derniers sont désignés par le Gouvernement pour la durée du contrat de gestion. Leur mandat est renouvelable.]2
Le président et le vice-président du comité d'audit doivent appartenir à des composantes différentes, l'un des deux étant un des deux représentants du comité de gestion, et l'autre un des deux experts, externes et indépendants de l'Office.
Tout membre quittant le comité d'audit est remplacé dans les trois mois qui suivent la prise de fin de son mandat. La personne désignée au remplacement achève le mandat de son prédécesseur.]1
- du président et du vice-président du comité de gestion;
- de deux membres experts, externes et indépendants de l'Office, choisis sur la base de leur compétence en matière d'audit interne et désignés par le Gouvernement, sur proposition du comité de gestion.
[2 Ces derniers sont désignés par le Gouvernement pour la durée du contrat de gestion. Leur mandat est renouvelable.]2
Le président et le vice-président du comité d'audit doivent appartenir à des composantes différentes, l'un des deux étant un des deux représentants du comité de gestion, et l'autre un des deux experts, externes et indépendants de l'Office.
Tout membre quittant le comité d'audit est remplacé dans les trois mois qui suivent la prise de fin de son mandat. La personne désignée au remplacement achève le mandat de son prédécesseur.]1
Art. 49. [1 Het auditcomité vergadert minstens vier keer per jaar. Het auditcomité bepaalt het werkingshandvest waarin minstens de werkingsmodaliteiten voor de vergaderingen van het auditcomité, de uitoefening van zijn opdrachten, zijn rechten en plichten ten opzichte van de "Office", zijn betrekkingen met de organen van de "Office" en de andere organen belast met de externe controle bepaald worden, en legt het handvest ter goedkeuring voor aan de Regering.]1
Art. 49. [1 Le comité d'audit se réunit au minimum quatre fois par an. Le comité d'audit arrête la charte de fonctionnement, dans laquelle figurent au moins les modalités de fonctionnement des réunions du comité d'audit, l'exercice de ses missions, ses droits et obligations envers l'office, ses relations avec les organes de l'Office et les autres organes de contrôle externe, et soumet la charte pour approbation au comité de gestion.]1
Art. 50. [1 Het auditcomité beschikt over een departement voor interne audit, genoemd "cel voor interne audit", dat rechtstreeks onder zijn gezag staat en dat belast is met het [2 ...]2 beheer van de opdrachten van het auditcomité.
Via de auditcel maakt het comité een jaarlijks programma en een meerjarig plan van opdrachten van interne audits op.
Voor elke auditopdracht worden een schriftelijk verslag dat de beschrijving van de feiten en vaststellingen bevat, en een evaluatie van het systeem voor interne controle en van de eventuele aanbevelingen opgemaakt.]1
Via de auditcel maakt het comité een jaarlijks programma en een meerjarig plan van opdrachten van interne audits op.
Voor elke auditopdracht worden een schriftelijk verslag dat de beschrijving van de feiten en vaststellingen bevat, en een evaluatie van het systeem voor interne controle en van de eventuele aanbevelingen opgemaakt.]1
Art. 50. [1 Le comité d'audit dispose d'un département d'audit interne, appelé "cellule d'audit interne", relevant directement de son autorité et chargé de la gestion [2 ...]2 des missions du comité d'audit.
Le comité, par l'intermédiaire de la cellule d'audit, établit un programme annuel et un plan pluriannuel de missions d'audits internes.
Pour chaque mission d'audit, un rapport écrit contenant la description des faits et des constatations, ainsi qu'une évaluation du système de contrôle interne et des éventuelles recommandations est établi.]1
Le comité, par l'intermédiaire de la cellule d'audit, établit un programme annuel et un plan pluriannuel de missions d'audits internes.
Pour chaque mission d'audit, un rapport écrit contenant la description des faits et des constatations, ainsi qu'une évaluation du système de contrôle interne et des éventuelles recommandations est établi.]1
Art. 51. [1 De bestaans- en geldmiddelen van het auditcomité, met inbegrip van die betreffende de cel voor interne audit, komen ten laste van de begroting van de "Office" in een aparte budgetlijn.]1
Art. 51. [1 Les ressources et moyens du comité d'audit, en ce compris ceux relatifs à la cellule d'audit interne, sont à charge du budget de l'Office, dans une ligne budgétaire spécifique.]1
HOOFDSTUK IXbis. [1 - Verplichting tot overmaking van de werkaanbiedingen.]1
CHAPITRE IXbis. [1 - Obligation de transmission des offres d'emploi]1
Art. 52. [1 Overeenkomstig artikel 3, eerste lid, 1°, b) verzamelt de "Office" alle werkaanbiedingen overgemaakt door de ondernemingen die minstens 100 werknemers tijdens het kalenderjaar vóór de vacature in dienst namen en die minstens een bedrijfszetel hebben in het Waalse Gewest en dit, onverminderd de vrijheid van de ondernemingen om hun verspreidingskanalen voor hun werkaanbiedingen en de wervingsmiddelen te kiezen.
Deze mededeling wordt uitgevoerd voor elke vacante betrekking uiterlijk op het moment waarop een werkaanbieding voor die post al dan niet rechtstreeks en ongeacht de wijze meegedeeld wordt aan personen die niet tot het personeel van de onderneming behoren. Deze kennisgeving wordt door middel van een schrijven met vaste datum verricht.
Onder vacante betrekking dient te worden verstaan een post waarvoor de werkgever actief zoekt naar een gepaste kandidaat buiten de betrokken onderneming.
Onder onderneming dient te worden verstaan de openbare of privé-organisatie in technische bedrijfseenheid zoals bedoeld in artikel 14 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven.
De berekening van het aantal werknemers binnen de onderneming wordt uitgevoerd overeenkomstig de formule bedoeld in artikel 7 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen tenzij de Regering een andere berekekingsbasis beslist.]1
Deze mededeling wordt uitgevoerd voor elke vacante betrekking uiterlijk op het moment waarop een werkaanbieding voor die post al dan niet rechtstreeks en ongeacht de wijze meegedeeld wordt aan personen die niet tot het personeel van de onderneming behoren. Deze kennisgeving wordt door middel van een schrijven met vaste datum verricht.
Onder vacante betrekking dient te worden verstaan een post waarvoor de werkgever actief zoekt naar een gepaste kandidaat buiten de betrokken onderneming.
Onder onderneming dient te worden verstaan de openbare of privé-organisatie in technische bedrijfseenheid zoals bedoeld in artikel 14 van de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven.
De berekening van het aantal werknemers binnen de onderneming wordt uitgevoerd overeenkomstig de formule bedoeld in artikel 7 van de wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen tenzij de Regering een andere berekekingsbasis beslist.]1
Art. 52. [1 En application de l'article 3, alinéa 1er, 1°, b), l'Office récolte toutes les offres d'emploi transmises par les entreprises qui occupaient au moins 100 travailleurs au cours de l'année civile précédant la vacance d'emploi et qui ont au moins un siège d'exploitation dans la Région wallonne et ce, sans préjudice de la liberté qu'ont les entreprises de choisir les canaux de diffusion de leurs offres d'emploi et les moyens de recrutement.
Cette notification a lieu pour tout emploi vacant au plus tard au moment où une offre d'emploi pour ce poste est communiquée directement ou indirectement par quelque moyen que ce soit à des personnes n'appartenant pas au personnel de l'entreprise. La notification s'opère par envoi ayant date certaine.
Par emploi vacant, il y a lieu d'entendre un poste pour lequel l'employeur cherche activement un candidat approprié en dehors de l'entreprise concerné.
Par entreprise, il y a lieu d'entendre l'organisation publique ou privée organisée en unité technique d'exploitation visée à l'article 14 de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie.
Le calcul du nombre de travailleurs au sein de l'entreprise s'effectue conformément à la formule visée à l'article 7 de la loi du 4 décembre 2007 relative aux élections sociales, à moins que le Gouvernement ne décide d'une autre base de calcul.]1
Cette notification a lieu pour tout emploi vacant au plus tard au moment où une offre d'emploi pour ce poste est communiquée directement ou indirectement par quelque moyen que ce soit à des personnes n'appartenant pas au personnel de l'entreprise. La notification s'opère par envoi ayant date certaine.
Par emploi vacant, il y a lieu d'entendre un poste pour lequel l'employeur cherche activement un candidat approprié en dehors de l'entreprise concerné.
Par entreprise, il y a lieu d'entendre l'organisation publique ou privée organisée en unité technique d'exploitation visée à l'article 14 de la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie.
Le calcul du nombre de travailleurs au sein de l'entreprise s'effectue conformément à la formule visée à l'article 7 de la loi du 4 décembre 2007 relative aux élections sociales, à moins que le Gouvernement ne décide d'une autre base de calcul.]1
HOOFDSTUK IXter. [1 - Bewijswaarde van de informatie behandeld, geregistreerd, behouden of weergegeven door de "Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi.]1
CHAPITRE IXter. [1 - De la valeur probante des informations traitées, enregistrées, conservées ou reproduites par l'Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi.]1
Art. 53. [1 Voor de uitoefening van zijn opdrachten kan de "Office" informatie die door hem of door een derde wordt geproduceerd, behandelen, registreren, behouden of weergeven volgens fotografische, optische, elektronische processen of door elke andere techniek.
De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd om de modaliteiten die nageleefd moeten worden om de bewijswaarde van die informatie te waarborgen, te bepalen.]1
De Waalse Regering wordt ertoe gemachtigd om de modaliteiten die nageleefd moeten worden om de bewijswaarde van die informatie te waarborgen, te bepalen.]1
Art. 53. [1 Pour l'exercice de ses missions, l'Office peut traiter, enregistrer, conserver ou reproduire, selon des procédés photographiques, optiques, électroniques ou par toute autre technique des informations qu'il génère ou émanant d'un tiers.
Le Gouvernement wallon est habilité à préciser les modalités à respecter pour garantir la valeur probante de ces informations.]1
Le Gouvernement wallon est habilité à préciser les modalités à respecter pour garantir la valeur probante de ces informations.]1
Art. 54. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) (Opgeheven)
Art. 54. (voir NOTE sous INTITULE) (Abrogé)
Afdeling 2. - (...).
Section 2. - (...).
Art. 55. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) (Opgeheven)
Art. 55. (voir NOTE soos INTITULE) (Abrogé)
Art. 56. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) (Opgeheven)
Art. 56. (voir NOTE sous INTITULE) (Abrogé)
HOOFDSTUK X. - Slotbepalingen.
CHAPITRE X. - Dispositions finales.
Art. 57. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) In artikel 1, B, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut worden de termen " Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi (Forem) " (Waalse dienst voor beroepsopleiding en arbeidsbemiddeling) ingevoegd.
Art. 57. (voir NOTE sous INTITULE) Dans l'article 1er, B, de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, les mots " Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi (Forem) " sont ajoutés.
Art. 58. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) De goederen, rechten en verplichtingen en het personeel van de Gewestdienst voor arbeidsbemiddeling worden aan de " Office " overgedragen. De overdracht kan zonder verdere formaliteiten aan derden tegengeworpen worden vanaf de inwerkingtreding van dit decreet.
(Tweede lid opgeheven)
De overdracht kan zonder verdere formaliteiten aan derden tegengeworpen worden vanaf de inwerkingtreding van dit decreet.
(Tweede lid opgeheven)
De overdracht kan zonder verdere formaliteiten aan derden tegengeworpen worden vanaf de inwerkingtreding van dit decreet.
Art. 58. (voir NOTE sous INTITULE) Les biens, les droits et obligations et le personnel de l'Office régional de l'Emploi sont transféres à l'Office. La cession est opposable aux tiers sans autre formalité dès l'entrée en vigueur du présent décret.
(Alinéa 2 abrogé)
La cession est opposable aux tiers sans autre formalité dès l'entrée en vigueur du présent décret.
(Alinéa 2 abrogé)
La cession est opposable aux tiers sans autre formalité dès l'entrée en vigueur du présent décret.
Art. 58bis. De goederen, rechten en verplichtingen, het personeel in dienst genomen door de subregionale comités voor arbeidsbemiddeling en vorming worden naar de " Office " overgeheveld op de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Regering tot regeling van de overdrachtsmodaliteiten.
De overdracht kan zonder verdere formaliteiten aan derden worden tegengeworpen zodra dit decreet in werking treedt.
De overdracht kan zonder verdere formaliteiten aan derden worden tegengeworpen zodra dit decreet in werking treedt.
Art. 58bis. (voir NOTE sous INTITULE) Les biens, les droits et obligations, le personnel engagé par les comités subrégionaux de l'emploi et de la formation sont transférés à l'Office, à la date d'entrée en vigueur de l'arrêté du Gouvernement réglant les modalités de transfert.
La cession est opposable aux tiers sans autre formalité dès l'entrée en vigueur du présent décret.
La cession est opposable aux tiers sans autre formalité dès l'entrée en vigueur du présent décret.
Art. 59. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) Opgezegd worden :
1° het samenwerkingsakkoord tot oprichting van de subregionale comités voor arbeidsbemiddeling en vorming, op 24 november 1989 te Brussel gesloten door de Franse Gemeenschapsexecutieve en de Waalse Gewestexecutieve;
2° het samenwerkingsakkoord tot vaststelling van de modaliteiten betreffende de toelagen, het personeel en de controle van de subregionale comités voor arbeidsbemiddeling en vorming, alsook hun territoriaal ambtsgebied, op 18 maart 1990 te Brussel gesloten door de Franse Gemeenschapsexecutieve en de Waalse Gewestexecutieve;
3° het samenwerkingsakkoord tot vaststelling van de modaliteiten voor de subsidiëring van de subregionale comités voor arbeidsbemiddeling en vorming, op 27 december 1993 te Brussel gesloten door de Franse Gemeenschapsexecutieve en de Waalse Gewestexecutieve.
1° het samenwerkingsakkoord tot oprichting van de subregionale comités voor arbeidsbemiddeling en vorming, op 24 november 1989 te Brussel gesloten door de Franse Gemeenschapsexecutieve en de Waalse Gewestexecutieve;
2° het samenwerkingsakkoord tot vaststelling van de modaliteiten betreffende de toelagen, het personeel en de controle van de subregionale comités voor arbeidsbemiddeling en vorming, alsook hun territoriaal ambtsgebied, op 18 maart 1990 te Brussel gesloten door de Franse Gemeenschapsexecutieve en de Waalse Gewestexecutieve;
3° het samenwerkingsakkoord tot vaststelling van de modaliteiten voor de subsidiëring van de subregionale comités voor arbeidsbemiddeling en vorming, op 27 december 1993 te Brussel gesloten door de Franse Gemeenschapsexecutieve en de Waalse Gewestexecutieve.
Art. 59. (voir NOTE sous INTITULE) Sont dénoncés :
1° l'accord de coopération instituant les comités subrégionaux de l'emploi et de la formation, conclu à Bruxelles le 24 novembre 1989, entre l'Exécutif de la Communauté française et l'Exécutif régional wallon;
2° l'accord de coopération déterminant les modalités relatives aux subventions, au personnel et au contrôle des comités subrégionaux de l'emploi et de la formation, ainsi que leur ressort territorial, conclu à Bruxelles le 18 mars 1990 entre l'Exécutif de la Communauté française et l'Exécutif régional wallon;
3° l'accord de coopération déterminant les modalités de subvention des comités subrégionaux de l'emploi et de la formation, conclu à Bruxelles le 27 décembre 1993 entre l'Exécutif de la Communauté française et l'Exécutif de la Région wallonne.
1° l'accord de coopération instituant les comités subrégionaux de l'emploi et de la formation, conclu à Bruxelles le 24 novembre 1989, entre l'Exécutif de la Communauté française et l'Exécutif régional wallon;
2° l'accord de coopération déterminant les modalités relatives aux subventions, au personnel et au contrôle des comités subrégionaux de l'emploi et de la formation, ainsi que leur ressort territorial, conclu à Bruxelles le 18 mars 1990 entre l'Exécutif de la Communauté française et l'Exécutif régional wallon;
3° l'accord de coopération déterminant les modalités de subvention des comités subrégionaux de l'emploi et de la formation, conclu à Bruxelles le 27 décembre 1993 entre l'Exécutif de la Communauté française et l'Exécutif de la Région wallonne.
Art. 60. (zie NOTA onder OPSCHRIFT) In alle vigerende wettelijke of verordeningsbepalingen dient in de plaats van " Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi " " Office wallon de la formation professionnelle et de l'emploi " te worden gelezen.
Art. 60. (voir NOTE sous INTITULE) Dans toutes les dispositions légales ou réglementaires en vigueur, il y a lieu de lire " Office wallon de la Formation professionnelle et de l'Emploi " en lieu et place de " Office communautaire et régional de la Formation professionnelle et de l'Emploi ".
Art. 61. [1 De Regering kan de bedragen bedoeld in de artikelen12, § 1, eerste lid, 11°, 20, 3° en 23, § 2, 9° en § 4 van het decreet wijzigen.]1
Art. 61. [1 Le Gouvernement peut modifier les montants prévus aux articles 12, § 1er, alinéa 1er, 11°, 20, 3° et 23, § 2, 9° et § 4 du présent décret.]1