Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
28 JULI 1999. - Ministerieel besluit betreffende de inbeslagname van vers vlees en van sommige producten van dierlijke oorsprong afkomstig van varkens.
Titre
28 JUILLET 1999. - Arrêté ministériel relatif à la saisie de viandes fraîches et de certains produits d'origine animale provenant de porcs.
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
Tekst (17)
Texte (17)
Afdeling 1. - Vers vlees van varkens.
Section 1. - Viandes fraîches de porcs.
Artikel 1. Het vers vlees van varkens, hierna vers vlees genoemd, bekomen van slachtingen tot 23 juli 1999 en dat aanwezig is in de slachthuizen en andere inrichtingen, erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 30 december 1992 betreffende de erkenning en de inrichtingsvoorwaarden van de slachthuizen en andere inrichtingen, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 25 februari 1994, 11 april 1995, 19 augustus 1997, 11 oktober 1997, 24 oktober 1997 en 9 oktober 1998, wordt onder bewarend beslag geplaatst.
Article 1. Les viandes fraîches de porcs, nommées viandes fraîches ci-après, obtenues d'abattages faites jusqu'au 23 juillet 1999 et qui sont présentes dans les abattoirs et les autres établissements, agréés en vertu de l'arrêté royal du 30 décembre 1992 relatif à l'agrément et aux conditions d'installation des abattoirs et d'autres établissements, modifié par les arrêtés royaux des 25 février 1994, 11 avril 1995, 19 août 1997, 11 octobre 1997, 24 octobre 1997 et 9 octobre 1998, sont saisies à titre conservatoire.
Art. 2. § 1. Het is verboden het in artikel 1 bedoelde vers vlees te verhandelen dan nadat :
1° er de inventaris is van opgesteld door de exploitant van de inrichting;
2° de exploitant van de inrichting ter afsluiting van de inventaris een door hem ondertekende verklaring aflegt waarin hij de volledigheid en correctheid ervan bevestigt evenals zijn kennisname van dit besluit;
3° de eigenaar van het vers vlees, indien hij niet de exploitant van de inrichting is waar het zich bevindt, een gelijkaardige verklaring heeft afgelegd als bedoeld in 2°, evenwel beperkt tot de hoeveelheden die zijn eigendom zijn;
4° de inventaris en de verklaringen correct en volledig zijn bevonden door een toezichthoudende dierenarts van het Instituut voor veterinaire keuring;
5° aan de toezichthoudende dierenarts uiterlijk op 31 augustus 1999 het bewijs wordt voorgelegd dat voldaan is aan één van de voorwaarden van artikel 3, onverminderd de bepalingen van artikel 5.
§ 2. De inventaris en de verklaringen bedoeld in § 1, 1° tot 3°, dienen verplicht opgesteld evenals een kopie ervan gezonden aan het hoofd van de keurkring binnen tien dagen na de inwerkingtreding van dit besluit.
1° er de inventaris is van opgesteld door de exploitant van de inrichting;
2° de exploitant van de inrichting ter afsluiting van de inventaris een door hem ondertekende verklaring aflegt waarin hij de volledigheid en correctheid ervan bevestigt evenals zijn kennisname van dit besluit;
3° de eigenaar van het vers vlees, indien hij niet de exploitant van de inrichting is waar het zich bevindt, een gelijkaardige verklaring heeft afgelegd als bedoeld in 2°, evenwel beperkt tot de hoeveelheden die zijn eigendom zijn;
4° de inventaris en de verklaringen correct en volledig zijn bevonden door een toezichthoudende dierenarts van het Instituut voor veterinaire keuring;
5° aan de toezichthoudende dierenarts uiterlijk op 31 augustus 1999 het bewijs wordt voorgelegd dat voldaan is aan één van de voorwaarden van artikel 3, onverminderd de bepalingen van artikel 5.
§ 2. De inventaris en de verklaringen bedoeld in § 1, 1° tot 3°, dienen verplicht opgesteld evenals een kopie ervan gezonden aan het hoofd van de keurkring binnen tien dagen na de inwerkingtreding van dit besluit.
Art. 2. § 1er. Il est interdit de commercialiser les viandes fraîches mentionnées à l'article 1er si ce n'est après que :
1° l'exploitant de l'établissement en ait dressé l'inventaire;
2° l'exploitant de l'établissement, en clôturant l'inventaire, fasse une déclaration signée par laquelle il en confirme l'intégralité et l'exactitude ainsi que sa connaissance du présent arrêté;
3° le propriétaire des viandes fraîches, s'il n'est pas l'exploitant de l'établissement où elles se trouvent, fasse une déclaration similaire à celle mentionnée sous 2°, limitée toutefois aux quantités dont il est propriétaire;
4° l'inventaire et les déclarations sont considérés exacts et complets par un vétérinaire de contrôle de l'Institut d'expertise vétérinaire;
5° au plus tard le 31 août 1999, la preuve soit présentée à l'expert de contrôle qu'il est satisfait à une des conditions mentionnées à l'article 3, sans préjudice aux dispositions de l'article 5.
§ 2. L'inventaire et les déclarations mentionnés au § 1er, 1° jusqu'à 3°, doivent obligatoirement être faits ainsi qu'une copie être envoyée au chef du cercle d'expertise dans les dix jours suivant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
1° l'exploitant de l'établissement en ait dressé l'inventaire;
2° l'exploitant de l'établissement, en clôturant l'inventaire, fasse une déclaration signée par laquelle il en confirme l'intégralité et l'exactitude ainsi que sa connaissance du présent arrêté;
3° le propriétaire des viandes fraîches, s'il n'est pas l'exploitant de l'établissement où elles se trouvent, fasse une déclaration similaire à celle mentionnée sous 2°, limitée toutefois aux quantités dont il est propriétaire;
4° l'inventaire et les déclarations sont considérés exacts et complets par un vétérinaire de contrôle de l'Institut d'expertise vétérinaire;
5° au plus tard le 31 août 1999, la preuve soit présentée à l'expert de contrôle qu'il est satisfait à une des conditions mentionnées à l'article 3, sans préjudice aux dispositions de l'article 5.
§ 2. L'inventaire et les déclarations mentionnés au § 1er, 1° jusqu'à 3°, doivent obligatoirement être faits ainsi qu'une copie être envoyée au chef du cercle d'expertise dans les dix jours suivant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 3. De voorwaarden bedoeld in artikel 2, § 1, 5° zijn :
1° het vers vlees is bekomen van varkens, geslacht vóór 15 januari 1999 of na 23 juli 1999;
2° het vers vlees is van buitenlandse oorsprong;
3° het vers vlees kan getraceerd worden als zijnde niet van oorsprong van een landbouwbedrijf waarvoor op 11 juni 1999 door de Minister van Landbouw een maatregel was genomen in verband met mogelijke dioxineverontreiniging noch van een landbouwbedrijf waarvoor er sedertdien een dergelijke maatregel is genomen, tenzij de varkens waarvan het vers vlees is bekomen, zouden zijn geslacht nadat de maatregel was opgeheven;
4° het resultaat van laboratoriumanalyses als bedoeld in artikel 2, c van het ministerieel besluit van 5 juni 1999 houdende maatregelen betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong afkomstig van runderen en varkens, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 12 juni 1999, uitgevoerd op het vers vlees overeenkomstig het ministerieel besluit van 12 juni 1999 tot vaststelling van de modaliteiten van monsterneming en de technische competentie van de laboratoria voor het opsporen van residuen van PCB/dioxines in sommige producten van dierlijke oorsprong, heeft een gunstig advies opgeleverd van de Opvolgingscommissie voor de opheffing van de bewarende maatregelen inzake dioxinecontaminatie.
1° het vers vlees is bekomen van varkens, geslacht vóór 15 januari 1999 of na 23 juli 1999;
2° het vers vlees is van buitenlandse oorsprong;
3° het vers vlees kan getraceerd worden als zijnde niet van oorsprong van een landbouwbedrijf waarvoor op 11 juni 1999 door de Minister van Landbouw een maatregel was genomen in verband met mogelijke dioxineverontreiniging noch van een landbouwbedrijf waarvoor er sedertdien een dergelijke maatregel is genomen, tenzij de varkens waarvan het vers vlees is bekomen, zouden zijn geslacht nadat de maatregel was opgeheven;
4° het resultaat van laboratoriumanalyses als bedoeld in artikel 2, c van het ministerieel besluit van 5 juni 1999 houdende maatregelen betreffende sommige producten van dierlijke oorsprong afkomstig van runderen en varkens, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 12 juni 1999, uitgevoerd op het vers vlees overeenkomstig het ministerieel besluit van 12 juni 1999 tot vaststelling van de modaliteiten van monsterneming en de technische competentie van de laboratoria voor het opsporen van residuen van PCB/dioxines in sommige producten van dierlijke oorsprong, heeft een gunstig advies opgeleverd van de Opvolgingscommissie voor de opheffing van de bewarende maatregelen inzake dioxinecontaminatie.
Art. 3. Les conditions mentionnées à l'article 2, § 1er, 5° sont :
1° les viandes fraîches ont été obtenues à partir de porcs abattus avant le 15 janvier 1999 ou après le 23 juillet 1999;
2° les viandes fraîches sont d'origine étrangère;
3° les viandes fraîches peuvent être retracées comme n'étant pas originaires d'une exploitation agricole pour laquelle à la date du 11 juin 1999 une mesure avait été prise par le Ministre de l'Agriculture relative à une possible contamination par la dioxine ou comme n'étant pas originaires d'une exploitation agricole pour laquelle une telle mesure a été prise depuis lors, à moins que les porcs dont proviennent les viandes fraîches aient été abattus après la levée de cette mesure.
4° le résultat d'analyses de laboratoire mentionnées à l'article 2, c de l'arrêté ministériel du 5 juin 1999 portant des mesures relatives à certains produits d'origine animale provenant de bovins et de porcs, modifié par l'arrêté ministériel du 12 juin 1999, effectuées sur les viandes fraîches conformément à l'arrêté ministériel du 12 juin 1999 fixant les modalités d'échantillonnage et la compétence technique des laboratoires en vue de la recherche de résidus de PCB/dioxines dans certains produits d'origine animale, ait conduit à un avis favorable de la Commission de suivi pour la levée des mesures conservatoires relatives à la contamination par la dioxine.
1° les viandes fraîches ont été obtenues à partir de porcs abattus avant le 15 janvier 1999 ou après le 23 juillet 1999;
2° les viandes fraîches sont d'origine étrangère;
3° les viandes fraîches peuvent être retracées comme n'étant pas originaires d'une exploitation agricole pour laquelle à la date du 11 juin 1999 une mesure avait été prise par le Ministre de l'Agriculture relative à une possible contamination par la dioxine ou comme n'étant pas originaires d'une exploitation agricole pour laquelle une telle mesure a été prise depuis lors, à moins que les porcs dont proviennent les viandes fraîches aient été abattus après la levée de cette mesure.
4° le résultat d'analyses de laboratoire mentionnées à l'article 2, c de l'arrêté ministériel du 5 juin 1999 portant des mesures relatives à certains produits d'origine animale provenant de bovins et de porcs, modifié par l'arrêté ministériel du 12 juin 1999, effectuées sur les viandes fraîches conformément à l'arrêté ministériel du 12 juin 1999 fixant les modalités d'échantillonnage et la compétence technique des laboratoires en vue de la recherche de résidus de PCB/dioxines dans certains produits d'origine animale, ait conduit à un avis favorable de la Commission de suivi pour la levée des mesures conservatoires relatives à la contamination par la dioxine.
Art. 4. De toezichthoudende dierenarts beslist per partij vers vlees op basis van het hem voorgelegde bewijs bedoeld in artikel 2, § 1, 5°, tot de vrijgave of tot het definitief beslag van het vers vlees.
Indien de eigenaar van het vers vlees zich niet kan verenigen met de beslissing van de toezichthoudende dierenarts beschikt hij over een termijn van 24 uur om dit schriftelijk mee te delen aan het hoofd van de keurkring. Deze laatste of de door hem aangestelde dierenarts-ambtenaar, neemt binnen de drie daaropvolgende dagen een definitieve beslissing op grond van de voorgelegde bewijzen.
Indien de eigenaar van het vers vlees zich niet kan verenigen met de beslissing van de toezichthoudende dierenarts beschikt hij over een termijn van 24 uur om dit schriftelijk mee te delen aan het hoofd van de keurkring. Deze laatste of de door hem aangestelde dierenarts-ambtenaar, neemt binnen de drie daaropvolgende dagen een definitieve beslissing op grond van de voorgelegde bewijzen.
Art. 4. Le vétérinaire de contrôle décide par lot de viandes fraîches de la libération ou de la saisie définitive des viandes fraîches, sur base des preuves mentionnées à l'article 2, § 1er, 5°, qui lui sont présentées.
Si le propriétaire des viandes fraîches ne se rallie pas à la décision du vétérinaire de contrôle, il dispose d'un délai de 24 heures pour faire opposition par écrit adressée au chef du cercle d'expertise. Ce dernier ou le vétérinaire fonctionnaire qu'il délègue prend une décision définitive, dans les trois jours suivants, sur base des preuves qui lui sont présentées.
Si le propriétaire des viandes fraîches ne se rallie pas à la décision du vétérinaire de contrôle, il dispose d'un délai de 24 heures pour faire opposition par écrit adressée au chef du cercle d'expertise. Ce dernier ou le vétérinaire fonctionnaire qu'il délègue prend une décision définitive, dans les trois jours suivants, sur base des preuves qui lui sont présentées.
Art. 5. Door de Inspectiedienst van het Instituut voor veterinaire keuring zal in elk geval worden onderzocht of het vers vlees niet vóór 15 januari 1999 is bekomen of niet van buitenlandse oorsprong is.
Door de Inspectiedienst van het Instituut voor veterinaire keuring zal in elk geval een onderzoek worden uitgevoerd op de aangetroffen karkassen of halve karkassen om uit te maken of ze beantwoorden aan de voorwaarden van art. 3, 3°.
Indien de hierboven bedoelde onderzoeken tot een gunstige conclusie leiden, wordt het vers vlees vrijgegeven voor de handel.
Door de Inspectiedienst van het Instituut voor veterinaire keuring zal in elk geval een onderzoek worden uitgevoerd op de aangetroffen karkassen of halve karkassen om uit te maken of ze beantwoorden aan de voorwaarden van art. 3, 3°.
Indien de hierboven bedoelde onderzoeken tot een gunstige conclusie leiden, wordt het vers vlees vrijgegeven voor de handel.
Art. 5. Le service d'Inspection de l'Institut d'expertise vétérinaire fera en tout cas une enquête afin de déterminer si les viandes fraîches n'ont pas été produites avant la date du 15 janvier 1999 ou si elles ne sont pas d'origine étrangère.
Le service d'Inspection de l'Institut d'expertise vétérinaire fera en tout cas une enquête sur les carcasses ou demi-carcasses concernées afin de déterminer si elles répondent aux conditions de l'article 3, 3°.
Si les enquêtes mentionnées ci-dessus mènent à une conclusion favorable, les viandes fraîches sont libérées pour le commerce.
Le service d'Inspection de l'Institut d'expertise vétérinaire fera en tout cas une enquête sur les carcasses ou demi-carcasses concernées afin de déterminer si elles répondent aux conditions de l'article 3, 3°.
Si les enquêtes mentionnées ci-dessus mènent à une conclusion favorable, les viandes fraîches sont libérées pour le commerce.
Art. 6. Indien het traceringsonderzoek of de resultaten van laboratoriumanalyses tot ongunstige conclusie leiden of indien ten laatste op 31 augustus 1999 de vrijgave voor de handel niet kan worden gegeven, wordt het vers vlees definitief in beslag genomen en vernietigd.
Art. 6. Si l'enquête de tracabilité ou les résultats d'analyses de laboratoire mènent à une conclusion défavorable ou si la libération pour le commerce ne peut être octroyée au plus tard le 31 août 1999, les viandes fraîches sont saisies définitivement et détruites.
Art. 7. Vóór 31 augustus 1999 kan de eigenaar het vers vlees op zijn verzoek door de overheid definitief in beslag laten nemen voor vernietiging, tenzij een onderzoek op grond van artikel 5, tot de vrijgave voor de handel leidt.
Art. 7. Avant le 31 août 1999, le propriétaire peut, à sa demande, faire procéder à la saisie définitive des viandes fraîches pour destruction, sauf si une enquête basée sur l'article 5, mène à la libération pour le commerce.
Art. 8. Het vers vlees bedoeld in artikel 1, waarvoor ten laatste op 31 augustus 1999 geen bewijs als bedoeld in artikel 2, § 1, 5° wordt bekomen, wordt ambtshalve definitief in beslag genomen en vernietigd.
Art. 8. Les viandes fraîches mentionnées à l'article 1er, pour lesquelles aucune des preuves mentionnées à l'article 2, § 1er, 5° n'est obtenue au plus tard le 31 août 1999, sont définitivement saisies d'office et détruites.
Afdeling 2. - Producten van varkensvlees.
Section 2. - Produits de viandes de porc.
Art. 9. Producten van varkensvlees die zich ingevolge het ministerieel besluit van 5 juni 1999 op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit nog onder bewarend beslag bevinden en niet ten laatste op 31 augustus 1999 kunnen worden vrijgegeven op grond van een traceringsonderzoek of van gunstige resultaten van laboratoriumanalyses uitgevoerd overeenkomstig het ministerieel besluit van 12 juni 1999 tot vaststelling van de modaliteiten van monsterneming en de technische competentie van de laboratoria voor het opsporen van residuen van PCB/dioxines in sommige producten van dierlijke oorsprong, worden ambtshalve definitief in beslag genomen en vernietigd.
Art. 9. Les produits de viandes de porc qui sont, suite à l'arrêté ministériel du 5 juin 1999, encore sous saisie conservatoire à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté et qui ne peuvent être libérés au plus tard le 31 août 1999 sur base d'une enquête de tracabilité ou de résultats favorables d'analyses de laboratoire effectuées conformément à l'arrêté ministériel du 12 juin 1999 fixant les modalités d'échantillonnage et la compétence technique des laboratoires en vue de la recherche de résidus de PCB/dioxines dans certains produits d'origine animale, sont définitivement saisis d'office et détruits.
Art. 10. Vóór 31 augustus 1999 kan de eigenaar de producten van varkensvlees bedoeld in artikel 9 op zijn verzoek door de overheid definitief in beslag laten nemen voor vernietiging, tenzij een traceringsonderzoek tot de vrijgave voor de handel leidt.
Art. 10. Avant le 31 août 1999, le propriétaire peut, à sa demande, faire procéder à la saisie définitive des produits de viandes de porc mentionnés à l'article 9 pour destruction, sauf si une enquête de tracabilité mène à la libération pour le commerce.
Afdeling 3. - Vers vlees en producten van varkensvlees in het buitenland.
Section 3. - Viandes fraîches et produits de viandes de porc se trouvant à l'étranger.
Art. 11. De eigenaar van vers vlees of van producten varkensvlees die in het buitenland door de bevoegde autoriteit geweigerd werden en waarvoor een traceringsonderzoek of laboratoriumanalyses uitgevoerd overeenkomstig het ministerieel besluit van 12 juni 1999 tot vaststelling van de modaliteiten van monsterneming en de technische competentie van de laboratoria voor het opsporen van residuen van PCB/dioxines in sommige producten van dierlijke oorsprong een aangevraagde laboratoriumanalyse inzake residuen van PCB/dioxine niet vóór 31 augustus 1999 tot een gunstig resultaat hebben geleid, kan het vers vlees of de producten van varkensvlees ofwel in het land van bestemming laten vernietigen, ofwel, mits is voldaan aan de invoerreglementering, ze naar België laten terugbrengen waar ze in beslag worden genomen en vernietigd.
Art. 11. Le propriétaire de viandes fraîches ou de produits de viandes de porc qui ont été refusés à l'étranger par l'autorité compétente et pour lesquelles une enquête de tracabilité ou des analyses de laboratoires effectuées conformément à l'arrêté ministériel du 12 juin 1999 fixant les modalités d'échantillonnage et la compétence technique des laboratoires en vue de la recherche de résidus de PCB/dioxines dans certains produits d'origine animale, n'ont pas, avant le 31 août 1999, menés à un résultat favorable, peut faire détruire les viandes fraîches ou les produits de viandes de porc, dans le pays de destination, ou, s'il est satisfait à la réglementation relative à l'importation, les ramener en Belgique, où ils seront saisis et détruits.
Afdeling 4. - (Overgangsbepalingen).
Section 4. - (Mesures transitoires).
Art. 11bis. <INGEVOEGD bij MB 1999-09-01/30, art. 1; Inwerkingtreding : 01-09-1999> In afwijking op de bepalingen van de artikelen 6, 8 en 9, wordt het definitief beslag met het oog op vernietiging uitgesteld tot op het ogenblik dat een ongunstig resultaat is bekomen bij de laboratoriumanalyses die uiterlijk op 31 augustus 1999 zijn aangevraagd.
Ingeval bij de laboratoriumanalyses bedoeld in het eerste lid een gunstig resultaat wordt bekomen, worden het vers vlees of de producten van varkensvlees na voorlegging van dit resultaat aan de toezichthoudende dierenarts ontheven van het bewarend beslag en kunnen ze alsnog, in afwijking op artikel 2, § l, 5° in de handel worden gebracht.
Ingeval bij de laboratoriumanalyses bedoeld in het eerste lid een gunstig resultaat wordt bekomen, worden het vers vlees of de producten van varkensvlees na voorlegging van dit resultaat aan de toezichthoudende dierenarts ontheven van het bewarend beslag en kunnen ze alsnog, in afwijking op artikel 2, § l, 5° in de handel worden gebracht.
Art. 11bis. Par dérogation aux dispositions des articles 6, 8 et 9, la saisie définitive en vue de la destruction sera reportée jusqu'au moment de l'obtention d'un résultat défavorable lors des analyses de laboratoire demandées au plus tard le 31 août 1999.
Si lors d'analyses de laboratoire visées à l'alinéa 1er un résultat favorable est obtenu, les viandes fraîches ou les produits de viandes de porc sont libérés de la saisie à titre conservatoire par le vétérinaire de contrôle après la production de ce résultat et, par dérogation à l'article 2, § 1er, 5°, ils peuvent encore être commercialisés.
Si lors d'analyses de laboratoire visées à l'alinéa 1er un résultat favorable est obtenu, les viandes fraîches ou les produits de viandes de porc sont libérés de la saisie à titre conservatoire par le vétérinaire de contrôle après la production de ce résultat et, par dérogation à l'article 2, § 1er, 5°, ils peuvent encore être commercialisés.
Art. 12. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 28 juli 1999.
M. AELVOET
Brussel, 28 juli 1999.
M. AELVOET
Art. 12. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Bruxelles, le 28 juillet 1999.
M. AELVOET
Bruxelles, le 28 juillet 1999.
M. AELVOET