Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
29 APRIL 1999. - Wet betreffende de oprichting van een federaal Borstvoedingscomité(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 02-12-1999 en tekstbijwerking tot 31-12-2012)
Titre
29 AVRIL 1999. - Loi relative à la création d'un Comité fédéral de l'allaitement maternel(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 02-12-1999 et mise à jour au 31-12-2012)
Informations sur le document
Numac: 1999022438
Datum: 1999-04-29
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999022438
Date: 1999-04-29
Moniteur: Voir
Tekst (11)
Texte (11)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling.
CHAPITRE I. - Dispositions préliminaires.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt onder "borstvoeding" verstaan, het geven van moedermelk aan het kind.
Art. 2. Pour l'application de la présente loi, on entend par "allaitement maternel", le fait de nourrir un enfant au lait maternel.
HOOFDSTUK II. - Het federaal Borstvoedingscomité.
CHAPITRE II. - Du Comité fédéral de l'allaitement maternel.
Art. 3. Bij het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu wordt een federaal Borstvoedingscomité opgericht, hierna "comité" genoemd.
Art. 3. Il est créé, au sein du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement, un Comité fédéral de l'allaitement maternel ci-après dénommé "Comité".
Art. 4. Het comité is belast met de volgende taken :
1° adviezen uitbrengen over alle door de federale overheid genomen of te overwegen beleidsmaatregelen inzake borstvoeding;
2° de wijze evalueren waarop in kraamklinieken en elders het al dan niet uitsluitend geven van borstvoeding wordt bevorderd, met inachtneming van de criteria van de Wereldgezondheidsorganisatie en Unicef;
3° volgens de criteria van de Wereldgezondheidsorganisatie en Unicef, statistieken verzamelen, het percentage berekenen van de moeders dat borstvoeding geeft bij het verlaten van de kraamklinieken, na 16 weken, na 26 weken en na één jaar en bij thuisbevallingen;
4° toezien op de invoering van de procedure voor de toekenning van het keurmerk "babyvriendelijk ziekenhuis", overeenkomstig het Europees Actieplan dat de Wereldgezondheidsorganisatie en Unicef gezamenlijk hebben opgezet;
5° overleg plegen met de wetgevende en de uitvoerende instanties die op federaal vlak, alsook op gewest- en gemeenschapsniveau, bevoegd zijn voor het beleid inzake borstvoeding;
6° het organiseren, op gang brengen, aanmoedigen en ondersteunen van de wetenschappelijke of andersoortige initiatieven die de bevordering van borstvoeding ten goede kunnen komen, met inachtneming van de vrije en weloverwogen keuze van de moeder.
Art. 4. Le Comité a pour missions :
1° d'émettre des avis sur toutes mesures relatives à la politique de l'allaitement maternel prises ou à envisager par l'autorité fédérale;
2° d'évaluer la manière dont l'allaitement, exclusif ou non, est soutenu dans les maternités et ailleurs en vertu des critères émis par l'Organisation mondiale de la santé et l'Unicef;
3° de rassembler des statistiques et de chiffrer les taux d'allaitement à la sortie de la maternité, à 16 semaines, 26 semaines et un an ainsi qu'en cas d'accouchement à domicile, selon les critères émis par l'Organisation mondiale de la santé et l'Unicef;
4° de veiller à la mise en oeuvre du processus d'attribution du label "hôpital ami des bébés" conformément au Plan d'Action Européen établi conjointement par l'Organisation mondiale de la santé et l'Unicef;
5° de dialoguer avec les autorités législatives et exécutives fédérales, communautaires ou régionales compétentes pour la politique liée à l'allaitement maternel;
6° d'organiser, de susciter, d'encourager et de soutenir les initiatives scientifiques ou autres susceptibles d'améliorer la promotion de l'allaitement maternel, dans le respect du choix libre et éclairé de la mère.
Art. 5. Het comité brengt de in artikel 4, 1°, bedoelde adviezen uit, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de Minister of de Staatssecretaris bevoegd voor Volksgezondheid, van de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van de Voorzitter van de Senaat.
Het comité brengt advies uit binnen drie maanden na het verzoek. In spoedgevallen kan de instantie die om het advies heeft verzocht, een kortere termijn voorschrijven.
Art. 5. Le Comité rend les avis visés à l'article 4, 1°, de sa propre initiative ou à la demande du Ministre ou Secrétaire d'Etat qui a la Santé publique dans ses attributions, du Président de la Chambre des représentants ou du Président du Sénat.
Le Comité rend ses avis dans les trois mois de la demande. En cas d'urgence, un délai plus court peut être prescrit par l'autorité qui a demandé l'avis.
Art. 6. Het comité stelt jaarlijks een activiteitenverslag op, dat het aan de Minister van Volksgezondheid en de wetgevende Kamers overzendt.
Art. 6. Le Comité rédige annuellement un rapport d'activités qu'il transmet au Ministre de la Santé publique et aux Chambres législatives.
Art. 7. § 1. [1 Het Comité bestaat uit 19 leden, van wie evenveel Franstaligen als Nederlandstaligen en een vertegenwoordiger van de Duitstalige Gemeenschap, onder wie :
a) een vertegenwoordiger van het Belgisch Comité voor Unicef;
b) vier vertegenwoordigers van organisaties ter bevordering van de borstvoeding;
c) een vertegenwoordiger van de ONE;
d) een vertegenwoordiger van Kind en Gezin;
e) een vertegenwoordiger van Dienst für Kind und Familie;
f) een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, een vertegenwoordiger van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid en een vertegenwoordiger van Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg;
g) vier vertegenwoordigers van de artsen, onder wie ten minste een kinderarts, een gynaecoloog en een huisarts;
h) twee vertegenwoordigers van de verpleegkundigen;
i) twee vertegenwoordigers van de vroedkundigen.]1

§ 2. Om zijn taken te vervullen, wordt het comité bijgestaan door ten minste twee administratieve medewerkers, die de coördinatie waarnemen.
§ 3. De Koning bepaalt de wijze waarop de leden van het comité worden voorgedragen en aangewezen.
§ 4. De Koning benoemt de leden van het comité, voor een hernieuwbare termijn van vier jaar.
Art. 7. § 1. [1 Le Comité est composé de 19 membres, dont autant de membres francophones que néerlandophones et un représentant de la Communauté germanophone, parmi lesquels :
a) un représentant du Comité belge de l'Unicef;
b) quatre représentants d'associations de soutien à l'allaitement maternel;
c) un représentant de l'ONE;
d) un représentant de l'association Kind en Gezin;
e) un représentant de Dienst für Kind und Familie;
f) un représentant du Service publique fédéral Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement, un représentant du Service publique fédéral Sécurité sociale et un représentant du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale;
g) quatre représentants du corps médical dont au moins un pédiatre, un gynécologue et un médecin généraliste;
h) deux représentants du corps infirmier,
i) deux représentants du corps des accoucheurs.]1

§ 2. Pour remplir ses missions, le Comité est assisté d'un cadre administratif d'au moins deux personnes, qui se chargent de la coordination.
§ 3. Le Roi détermine la manière dont sont proposés et désignés les membres du Comité.
§ 4. Les membres du Comité sont nommés par le Roi pour une période renouvelable de quatre ans.
Art. 8. Het comité vaardigt zijn huishoudelijk reglement uit. Dat reglement moet met name bepalingen bevatten aangaande :
1° de samenstelling van zijn bestuur, dat uit ten minste een voorzitter en een ondervoorzitter bestaat;
2° de instanties via welke het comité zijn taken uitvoert;
3° de nadere voorwaarden inzake bijeenroepingen en beraadslagingen;
4° de publicatie van de stukken;
5° de frequentie van de vergaderingen.
Dat reglement wordt voor akkoord aan de Minister van Volksgezondheid voorgelegd.
Art. 8. Le Comité arrête son règlement d'ordre intérieur. Ce règlement doit notamment contenir des dispositions concernant :
1° la formation de son bureau qui comprend au moins un président et un vice-président;
2° les organes par lesquels le Comité assure ses missions;
3° les modalités de convocation et de délibération;
4° la publication des actes;
5° la périodicité de ses réunions.
Ce règlement est soumis à l'accord du Ministre de la Santé publique.
Art. 9. De uitgaven van het comité worden geboekt op de algemene uitgavenbegroting, onder de kredieten van Volksgezondheid.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 29 april 1999.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Art. 9. Les dépenses du Comité sont imputées au budget général des dépenses sur les crédits de la Santé publique.
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 29 avril 1999.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique et des Pensions,
M. COLLA
Scellé du sceau d'Etat :
Le Ministre de la Justice,
T. VAN PARYS