Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
28 APRIL 1999. - Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende de deelname van België aan de Wereldtentoonstelling van Hannover in 2000.
Titre
28 AVRIL 1999. - Accord de coopération entre l'Autorité fédérale, les Communautés et les Régions relatif à la participation de la Belgique à l'Exposition universelle de Hanovre en 2000.
Table des matières
Table des matières
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. § 1. De partijen bij dit akkoord verbinden zich ertoe op een kwalitatief hoogstaande manier samen deel te nemen aan de Wereldtentoonstelling van HANNOVER 2000 onder het thema "Ruimte om te leven en te ondernemen". Het paviljoen van België zal bestaan uit een gemeenschappelijke basisstructuur, waaraan de partijen gezamenlijk zullen bijdragen voor een maximumbedrag van 332 miljoen frank, evenals uit aan de Federale Overheid en aan de Gemeenschappen en Gewesten toegewezen tentoonstellingsruimten.
  Evenwel kan de algemene begroting worden opgetrokken tot een bedrag hoger dan 332 miljoen frank zo dit bedrag volledig wordt verkregen door sponsoring in geld, bovenop de bedragen die worden ingebracht door de Federale Overheid zoals bedoeld in artikel 2, § l, of in natura.
  De algemene begroting wordt geraamd op 157 miljoen frank voor de huur van het gebouw; 105 miljoen frank voor de binnen- en buiteninrichting; 70 miljoen frank voor de beheers- en werkingskosten van het paviljoen. In functie van de noodwendigheden kunnen nochtans aanpassingen worden aangebracht aan de onderverdeling in begrotingsposten met het akkoord van de deelnemende partijen. Ter informatie wordt de algemene begroting gespecifieerd in bijlage l van dit samenwerkingsakkoord. Deze bijlage maakt integrerend deel uit van het akkoord.
  Elke deelnemende partij verbindt zich ertoe bij te dragen in de kosten van de gemeenschappelijke ruimten a rato van haar financiële deelneming.
  § 2. De functionele netto-oppervlakten van het Belgisch paviljoen beslaan 2.580 m2.
  De toewijzing van de beschikbare oppervlakten aan de deelnemende partijen gebeurt volgens de volgende verdeelsleutel:
  - Federale Overheid: 20/60
  - Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest: 20/60
  - Waals Gewest: 10/60 - Franse Gemeenschap: 5/60
  - Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 4/60
  - Duitstalige Gemeenschap: 1/60 Voor de goede schikking van het paviljoen, kan hiervan afgeweken worden ten belope van maximaal 5 % van het aandeel dat aan een deelnemende partij wordt toegewezen.
  § 3. Rekening houdend met de bepalingen voorzien in artikel l, § 1, 3e lid en in artikel 2, § l, eerste lid, is iedere deelnemende partij verantwoordelijk voor de aankleding van de eigen tentoonstellingsruimte en voor de organisatie van de activiteiten die er georganiseerd worden. Alle kosten hiervan vallen ten laste van de betrokken partij.
  § 4. Wanneer de partijen hun eigen personeel inzetten in hun tentoonstellingsruimte en voor hun programma, vallen deze bijkomende kosten ten laste van de betrokken partij.
Article 1. § 1. Les parties au présent accord s'engagent à participer ensemble, par un travail de qualité, à l'Exposition universelle de HANOVRE 2000 sous le thème "Espace pour vivre et pour entreprendre". Le pavillon belge sera composé d'une structure de base commune à laquelle les parties participantes contribueront conjointement pour un montant total de maximum 332 millions de francs, ainsi que des parties privatives d'exposition attribuées à l'Autorité fédérale, aux Communautés et aux Régions.
  Toutefois le budget général peut être augmenté jusqu'à un montant supérieur à 332 millions de francs si ce montant est totalement obtenu par du sponsoring en argent, en plus des montants apportés par l'Autorité fédérale tel que visé à l'article 2, § 1er, ou en nature.
  Le budget général est estimé à 157 millions de francs pour la location du bâtiment; 105 millions de francs pour l'installation intérieure et extérieure; 70 millions de francs pour les frais de gestion et d'exploitation du pavillon. En fonction des nécessités, des ajustements peuvent cependant être apportés dans la ventilation des postes budgétaires en accord avec les parties participantes. A titre indicatif, le projet de budget général est spécifié dans l'annexe 1 au présent accord de coopération. Cette annexe fait partie intégrante de l'accord.
  Chaque partie participante s'engage à participer dans les frais des espaces communs au prorata de sa participation financière.
  § 2. Les surfaces nettes fonctionnelles occupent une superficie de 2.580 m2.
  L'attribution des surfaces disponibles s'effectue entre les parties participantes selon la clé de répartition suivante:
  - Autorité fédérale: 20/60
  - Communauté flamande et Région flamande: 20/60
  - Région wallonne: 10/60
  - Communauté française: 5/60
  - Région de Bruxelles-Capitale: 4/60
  - Communauté germanophone: 1/60
  Pour la bonne disposition du pavillon, on peut s'en écarter à concurrence de maximum 5 % de la part attribuée à une partie participante.
  § 3. En tenant compte des dispositions prévues à l'article 1er, § 1er,3ième alinéa et à l'article 2, § 1er, 1er alinéa, chaque partie participante est responsable de l'aménagement de la partie privative d'exposition qu'elle occupe au sein du pavillon et de l'organisation des activités qui y sont organisées. Tous les frais y afférents sont à charge de la partie concernée.
  § 4. Lorsque les parties engagent leur propre personnel au sein de leur espace d'exposition dans le cadre de leur programme, ces frais supplémentaires sont à charge de la partie concernée.
Art. 2. § l. De Federale Overheid verbindt zich ertoe, voor een bedrag van 132 miljoen frank waarvan maximum 75 miljoen ten laste van de algemene uitgavenbegroting en waarvan minimum 57 miljoen frank ten laste zijn van publiek of privé sponsoring, enerzijds samen met de Gemeenschappen en de Gewesten bij te dragen tot de financiering van de huurkosten, van de algemene binneninrichtingkosten en van de uitbatingskosten van het paviljoen, en anderzijds tot het te zijnen laste nemen van de kosten voor de installatie en de inrichting van de tentoonstellingsruimte waarin de Federale Overheid de algemene voorstelling van België zal verzekeren.
  Dit bedrag voorziet al de kosten zoals voorzien in artikel l, § l, derde lid.
  De kosten voor de algemene binneninrichting worden gespecifieerd in bijlage twee bij dit samenwerkingsakkoord. Deze bijlage maakt integrerend deel uit van het akkoord.
  Daarenboven mag het Commissariaat-generaal de opbrengsten voortkomend uit de exploitatie van het restaurant, de cafetaria, de verhuur van het business center en eventuele andere inkomstenbronnen aanwenden voor de goede werking van het Belgisch Paviljoen.
  § 2. De Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest verbinden zich ertoe deel te nemen voor een maximumbedrag van 100 miljoen frank, als tussenkomst in de kosten vermeld in artikel l, § l, 3e lid, overeenkomstig de beslissing van de Vlaamse Regering, genomen op 27 april 1999.
  § 3. De Franse Gemeenschap verbindt zich ertoe deel te nemen voor een maximumbedrag van 25 miljoen frank, als tussenkomst in de kosten vermeld in artikel l, § l, 3e lid, overeenkomstig de beslissing van de Regering van de Franse Gemeenschap, genomen op 30 maart 1998.
  § 4. De Duitstalige Gemeenschap verbindt zich ertoe deel te nemen voor een maximumbedrag van 5 miljoen frank, als tussenkomst in de kosten vermeld in artikel l, § l, 3e lid, overeenkomstig de beslissing van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap, genomen op 18 maart 1998.
  § 5. Het Waalse Gewest verbindt zich ertoe deel te nemen voor een maximumbedrag van 50 miljoen frank, als tussenkomst in de kosten vermeld in artikel l, § l, 3e lid, overeenkomstig de beslissing van de Regering van het Waalse Gewest, genomen op 26 maart 1998.
  § 6. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verbindt zich ertoe deel te nemen voor een maximumbedrag van 20 miljoen frank, als tussenkomst in de kosten vermeld in artikel l, § l, 3e lid, overeenkomstig de beslissing van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, genomen op 4 juni 1998.
  § 7. De deelname van Gemeenschappen en de Gewesten kan eveneens privésponsoring bevatten.
  § 8. De eventuele overschotten die zouden gekoppeld zijn aan de kosten bedoeld in artikel l, § l, tweede lid zullen het voorwerp uitmaken van een verdeling a rato van de financiële deelname van de deelnemende partijen.
  Bij gebrek aan een akkoord binnen de schoot van het Begeleidingscomité, bedoeld in artikel 5, § l, zal de vraag aan het Overlegcomité Federale Regering Gemeenschaps- en Gewestregeringen.
Art. 2. § 1er. L'Autorité fédérale s'engage, à concurrence de 132 millions de francs dont maximum 75 millions de francs sont à charge du budget général des dépenses et dont minimum 57 millions de francs sont à charge du sponsoring public ou privé, d'une part, à contribuer avec les Communautés et les Régions au financement du coût de location, du coût de l'aménagement intérieur général et des coûts d'exploitation du pavillon et, d'autre part, à prendre en charge les frais pour l'installation et l'aménagement de l'espace d'exposition dans lequel l'Autorité fédérale assurera la présentation générale de la Belgique.
  Ce montant prévoit tous les coûts ainsi que le prévoit l'article 1er, § 1er, 3ème alinéa.
  Les frais d'aménagement intérieur général sont spécifiés dans l'annexe 2 jointe au présent accord de coopération. Cette annexe fait partie intégrante de l'accord.
  De plus, le Commissariat général peut utiliser les revenus provenant de l'exploitation du restaurant, de la cafétéria, de la location du business center et d'autres revenus éventuels pour le bon fonctionnement du Pavillon belge.
  § 2. La Communauté et la Région flamandes s'engagent à participer à concurrence d'un montant maximum de 100 millions de francs, comme intervention dans les frais mentionnés à l'article 1er, § 1er, 3ème alinéa, conformément à la décision du Gouvernement flamand du 27 avril 1999.
  § 3. La Communauté française s'engage à participer à concurrence d'un montant maximum de 25 millions de francs, comme intervention dans les frais mentionnés à l'article 1er, § ler, 3ème alinéa conformément à la décision du Gouvernement de la Communauté française du 30 mars 1998.
  § 4. La Communauté germanophone s'engage à participer à concurrence d'un montant maximum de 5 millions de francs, comme intervention dans les frais mentionnés à l'article 1er, § 1er, 3ème alinéa, conformément à la décision du Gouvernement de la Communauté germanophone du 18 mars 1998.
  § 5. La Région wallonne s'engage à participer à concurrence d'un montant maximum de 50 millions de francs, comme intervention dans les frais mentionnés à l'article 1er, § 1er, 3ème alinéa, conformément à la décision du Gouvernement de la Région wallonne du 26 mars 1998.
  § 6. La Région de Bruxelles-Capitale s'engage à participer à concurrence d'un montant maximum de 20 millions de francs, comme intervention dans les frais mentionnés à l'article 1er, § 1er, 3ème alinéa, conformément à la décision du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 4 juin 1998.
  § 7. La participation des Communautés et des Régions peut inclure une part de sponsoring privé.
  § 8. Les surplus éventuels qui seraient liés aux frais visés à l'article 1er, § 1er alinéa 2 feront l'objet d'une répartition au prorata de la participation financière des parties participantes. A défaut d'accord au sein du Comité d'accompagnement visé à l'article 5, § 1er, la question sera portée au Comité de concertation Gouvernement fédéral Gouvernements des Communautés et des Régions.
Art. 3. § l. Om de verplichtingen te dekken, beoogd in artikel 2, § l, verbindt de Federale Overheid zich ertoe in de algemene uitgavenbegroting (programma 32.62/2) in te schrijven:
  - 15 miljoen frank in 1998;
  - 30 miljoen frank in 1999;
  - 30 miljoen frank in 2000.
  De kredieten van de publiek of privé-sponsoring zullen ingeschreven worden ten laste van de variabele kredieten.
  § 2. Om de verplichting te dekken, beoogd in artikel 2, §§ 2 tot 6, verbinden de Gemeenschappen en de Gewesten zich ertoe, elk wat hem betreft, hun bijdrage te storten aan het Fonds voor de Organisatie van Internationale Tentoonstellingen, ingeschreven op het programma 32.62/2 van de algemene uitgavenbegroting.
  § 3. Wat betreft de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest, zullen de stortingen geschieden volgens volgende kalender:
  - een eerste schijf van 20 miljoen frank ten laatste op 31 juli 1999;
  - een tweede schijf van 70 miljoen frank ten laatste op 31 maart 2000;
  - een derde schijf van 10 miljoen frank ten laatste op 30 september 2000.
  § 4. Wat betreft de Franse Gemeenschap, zullen de stortingen geschieden volgens volgende kalender:
  - een eerste schijf van 8,4 miljoen frank ten laatste op 31 augustus 1999;
  - een tweede schijf van 8,4 miljoen frank ten laatste op 31 maart 2000;
  - een derde schijf van 8,2 miljoen frank ten laatste op 30 september 2000.
  § 5. Wat betreft de Duitstalige Gemeenschap, zullen de stortingen geschieden volgens volgende kalender:
  - een eerste schijf van l miljoen frank ten laatste op 31 augustus 1999;
  - een tweede schijf van 2 miljoen frank ten laatste op 31 maart 2000;
  - een derde schijf van 2 miljoen frank ten laatste op 30 september 2000.
  § 6. Wat betreft het Waalse Gewest, zullen de stortingen geschieden volgens volgende kalender:
  - een eerste schijf van 15 miljoen frank ten laatste op 31 maart 1999;
  - een tweede schijf van 18 miljoen frank ten laatste op 31 augustus 1999;
  - een derde schijf van 17 miljoen frank ten laatste op 30 september 2000.
  § 7. Wat betreft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zullen de stortingen geschieden volgens volgende kalender:
  - een eerste schijf van 15 miljoen frank ten laatste op 31 augustus 1999;
  - een tweede schijf van 5 miljoen frank ten laatste op 31 maart 2000.
  § 8. De Commissaris-generaal zal een gedetailleerd driemaandelijks verslag betreffende de stand van zaken van de uitgaven aan de deelnemende partijen bezorgen.
Art. 3. § 1er. Pour couvrir les obligations visées à l'article 2, § 1er, l'Autorité fédérale s'engage à inscrire dans le budget général des dépenses (programme 32.62/2):
  - 15 millions de francs en 1998;
  - 30 millions de francs en 1999;
  - 30 millions de francs en 2000.
  Les crédits du sponsoring public ou privé seront inscrits à charge des crédits variables.
  § 2. Pour couvrir l'obligation visée à l'article 2, §§ 2 à 6, les Communautés et les Régions s'engagent, chacune pour ce qui la concerne, à verser leur contribution au Fonds pour l'Organisation des Expositions Internationales inscrit au programme 32.62/2 du budget général des dépenses.
  § 3. En ce qui concerne la Communauté et la Région flamandes, les versements seront effectués selon le calendrier suivant:
  - une première tranche de 20 millions de francs au plus tard le 31 juillet 1999;
  - une deuxième tranche de 70 millions de francs au plus tard le 31 mars 2000;
  - une troisième tranche de 10 millions de francs au plus tard le 30 septembre 2000.
  § 4. En ce qui concerne la Communauté française, les versements seront effectués selon le calendrier suivant:
  - une première tranche de 8,4 millions de francs au plus tard le 31 août 1999;
  - une deuxième tranche de 8,4 millions de francs au plus tard le 31 mars 2000;
  - une troisième tranche de 8,2 millions de francs au plus tard le 30 septembre 2000.
  § 5. En ce qui concerne la Communauté germanophone, les versements seront effectués selon le calendrier suivant:
  - une première tranche de 1 million de francs au plus tard le 31 août 1999;
  - une deuxième tranche de 2 millions de francs au plus tard le 31 mars 2000;
  - une troisième tranche de 2 millions de francs au plus tard le 30 septembre 2000.
  § 6. En ce qui concerne la Région wallonne, les versements seront effectués selon le calendrier suivant:
  - une première tranche de 15 millions de francs au plus tard le 31 mars 1999;
  - une deuxième tranche de 18 millions de francs au plus tard le 31 août 1999;
  - une troisième tranche de 17 millions de francs au plus tard le 30 septembre 2000.
  § 7. En ce qui concerne la Région de Bruxelles-Capitale, les versements seront effectués selon le calendrier suivant:
  - une première tranche de 15 millions de francs au plus tard le 31 août 1999;
  - une deuxième tranche de 5 millions de francs au plus tard le 31 mars 2000.
  § 8. Le Commissaire général transmettra aux parties participantes un rapport trimestriel détaillé concernant l'état d'avancement des dépenses.
Art. 4. Het Commissariaat-generaal zal elke deelnemende partij optimaal bijstaan bij de verwezenlijking en de organisatie van haar tentoonstelling en haar activiteiten in het Belgisch paviljoen, op de Expo en in de stad Hannover.
Art. 4. Le Commissariat général assistera chaque partie participante de façon optimale lors de la réalisation et de l'organisation de son exposition et de ses activités dans le pavillon belge, au sein de l'exposition et dans la ville d'Hanovre.
Art. 5. § l. Een Begeleidingscomité wordt opgericht samengesteld uit de afgevaardigden van de Ministers, die elk van de deelnemende partijen aan dit akkoord vertegenwoordigen, een afgevaardigde van de Federale Minister van Begroting, van de Commissaris-generaal en van de Adjunct-commissarisgeneraal en voorgezeten door de afgevaardigde van de Federale Minister van Economie.
  Dit comité is belast met de algemene, financiële en budgettaire coördinatie van dit project.
  § 2. Een Technisch Comité, samengesteld uit experten afgevaardigd door de Ministers die elk aan de deelnemende partijen aan dit akkoord vertegenwoordigen, de Commissaris-generaal en de Adjunct-commissarisgeneraal en de experten van de betrokken Federale, Gemeenschaps- en Gewestbesturen, en voorgezeten door de Commissaris-generaal, wordt opgericht.
  Dit comité is belast met de voorbereiding, de opvolging van bouwen, de uitrusting, evenals met de technische coördinatie van het Belgisch paviljoen en de Belgische aanwezigheid in haar geheel op Expo 2000.
Art. 5. § 1er. Il est créé un Comité d'accompagnement composé des délégués des Ministres représentant chacune des parties au présent accord, d'un délégué du Ministre fédéral du Budget, du Commissaire général et du Commissaire général adjoint, et présidé par le délégué du Ministre fédéral de l'Economie.
  Ce comité est chargé de la coordination générale, financière et budgétaire de ce projet.
  § 2. Un Comité technique, composé d'experts délégués par les Ministres représentant chacune des parties au présent accord, du Commissaire général, du Commissaire général adjoint et des experts des administrations fédérales, communautaires et régionales concernées, et présidé par le Commissaire général, est créé.
  Ce comité est chargé de la préparation, du suivi de la construction et de l'installation ainsi que de la coordination technique du Pavillon belge et de la présence belge dans son ensemble à l'Expo 2000.
Art. 6. Op voorstel van het Commissariaat-generaal, zullen de deelnemende partijen bij dit akkoord een gezamenlijk protocol afsluiten dat door het Begeleidingscommité zal worden uitgewerkt, rekening houdend met de financiële inbreng van elke partij. Het zal onder meer volgende elementen bevatten:
  - de regeling voor het gebruik van de gemeenschappelijke gedeelten (business center, restaurant, enz.);
  - de regeling voor de organisatie van het paviljoen, met inbegrip van de prestaties van het personeel dat door het Commissariaat-generaal is aangeworven;
  - de organisatie van de promotie;
  - de regeling voor het toezicht op het gebouw en op de algemene uitrusting van het paviljoen;
  - de regeling voor de activiteitenkalender in het paviljoen;
  - de dienstverlening van het Commissariaat-generaal;
  - het opzoeken en de aanwending van de sponsoring.
Art. 6. Sur proposition du Commissariat général, les parties au présent accord concluront un protocole commun qui sera élaboré au sein du Comité d'accompagnement en tenant compte de l'apport financier de chaque partie. Il contiendra notamment les éléments suivants:
  - le règlement pour l'utilisation des parties communes (business center, restaurant, etc);
  - le règlement pour l'organisation du pavillon, y compris les prestations du personnel engagé par le Commissariat général;
  - l'organisation de la promotion;
  - le règlement pour la surveillance du bâtiment et de l'installation générale du pavillon;
  - le règlement pour le calendrier des activités du pavillon;
  - les prestations de service du Commissariat général;
  - la recherche et l'utilisation du produit du sponsoring.
Art. 7. De geschillen tussen de contracterende partijen, die voortspruiten uit de interpretatie of uit de uitvoering van dit akkoord, worden beslecht door het Begeleidingscomité. Bij gebrek aan akkoord zullen ze gebracht worden voor het Overlegcomité Federale Regering - Gemeenschaps- en Gewestregeringen. Kan hier nog geen akkoord bereikt worden, dan worden de geschillen voorgelegd aan de rechtbanken van Brussel.
  Opgemaakt te Brussel op 28 april 1999 in acht originele exemplaren (in het Nederlands, het Frans en het Duits).
  Voor de Federale Regering,
  De Minister van Economie
  Elio DI RUPO
  Voor de Vlaamse Gemeenschap,
  De Minister-President van de Vlaamse Regering,
  Vlaams Minister van Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden,
  Wetenschap en Technologie
  L. VAN DEN BRANDE
  Voor de Franse Gemeenschap,
  De Minister-President van de Franse Gemeenschapsregering
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Internationale Betrekkingen
  W. ANCION
  Voor de Duitstalige Gemeenschap,
  De Minister-President
  van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap,
  Minister van Internationale Betrekkingen
  J.MARAITE
  Voor het Vlaamse Gewest,
  De Minister-President van de Vlaamse Regering,
  Vlaams Minister van Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden,
  Wetenschap en Technologie.
  L. VAN DEN BRANDE
  Voor het Waalse Gewest,
  De Minister-President van de Waalse Regering
  R. COLLIGNON
  De Minister van Internationale Betrekkingen
  W. ANCION
  Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest,
  De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering
  Ch. PICQUE
  De Minister van Externe Betrekkingen
  J. CHABERT
Art. 7. Les litiges entre les parties contractantes nés de l'interprétation ou de l'exécution du présent accord sont tranchés par le Comité d'accompagnement. A défaut d'accord, ils seront portés devant le Comité de concertation Gouvernement fédéral - Gouvernements des Communautés et des Régions. En absence de tout accord, les litiges seront soumis aux tribunaux de Bruxelles.
  Fait à Bruxelles, le 28 avril 1999 en huit exemplaires originaux (en néerlandais, en français et en allemand).
  Pour le Gouvernement fédéral,
  Le Ministre de l'Economie
  E. DI RUPO
  Pour la Communauté flamande,
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  Ministre flamand de la Politique extérieure, des Affaires européennes, des Sciences et de la Technologie
  L. VAN DEN BRANDE
  Pour la Communauté française,
  La Ministre-Présidente du Gouvernement de la Communauté française
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre des Relations internationales
  W. ANCION
  Pour la Communauté germanophone,
  Le Ministre-Président du Gouvernement de la Communauté germanophone,
  Ministre des Relations internationales
  J. MARAITE
  Pour la Région flamande,
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  Ministre flamand de la Politique extérieure, des Affaires européennes, des Sciences et de la Technologie
  L. VAN DEN BRANDE
  Pour la Région wallonne,
  Le Ministre-Président du Gouvernement wallon
  R. COLLIGNON
  Le Ministre des Relations internationales
  W. ANCION
  Pour la Région de Bruxelles-Capitale,
  Le Ministre-Président du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale
  Ch. PICQUE
  Le Ministre des Relations extérieures
  J. CHABERT
Bijlagen.
Annexes.
Art. N1. Bijlage 1. Wereldexpo. - EXPO 2000 HANNOVER. - Toestand op 19 april 1999.
  Begroting
Art. N1. Annexe 1. Exposition universelle. - EXPO 2000 HANOVRE.
  Situation au 19 avril 1999.
  Budget
          Aard                                       Begroting (BF)
  A. Uitbatingskosten
   l. PERSONEEL:
   1.1. Commissarissen (generaal + adjunct)            8.500.000
   1.2. Secretariaat                                   7.000.000
   1.3. Hostessen                                      7.500.000
   2. LOGIES                                          10.000.000
   3. ADMINISTRATIEKOSTEN                              2.000.000
   4. REPRESENTATIEKOSTEN                              6.500.000
   5. ONTHAALKOSTEN                                    3.000.000
   6. REIS- EN VERBLIJFKOSTEN                          7.000.000
   7. WAGENS                                           1.000.000
   8. PUBLICITEIT                                      3.500.000
   9. KLEDING                                          1.500.000
  10. ONDERHOUD                                        3.000.000
  11. BEWAKING                                         1.500.000
  12. VERZEKERINGEN                                    pro memorie
  13. DIVERSEN                                         1.000.000
  14. RESERVE                                          5.000.000
  15. REGIE DER GEBOUWEN                               2.000.000
       Nature                                       Budget (FB)
  A. Frais de fonctionnement
  Totaal A                                            70.000.000
                                                     zonder de verzekeringen,
   1. PERSONNEL:
   1.1. Commissaires (générale + adjoint)             8.500.000
   1.2. Secretariat                                   7.000.000
   1.3. Hotesses                                      7.500.000
   2. LOGEMENTS                                      10.000.000
   3. FRAIS ADMINISTRATIFS                            2.000.000
   4. FRAIS DE REPRESENTATION                         6.500.000
   5. FRAIS DE RECEPTION                              3.000.000
   6. FRAIS DE VOYAGE & SEJOUR                        7.000.000
   7. VOITURES                                        1.000.000
   8. PUBLICITE                                       3.500.000
   9. HABILLEMENT                                     1.500.000
  10. MAINTENANCE                                     3.000.000
  11. SURVEILLANCE                                    1.500.000
  12. ASSURANCES                                   pour mémoire
  13. DIVERS                                          1.000.000
  14. RESERVE                                         5.000.000
  15. REGIE DES BATIMENTS                             2.000.000
  B. Algemene uitrustingskosten
  Total A                                            70.000.000
                                           sans les assurances,
  l) Installatiekosten                                80.000.000
  B. Frais d'installation gen.
  voor niveau l
  voor niveau 2
  Afbraakkosten
  1) Frais d'installation                            80.000.000
  2) Transportkosten                                   2.000.000
  pour niveau 1
  pour niveau 2
  Frais de démontage
  3) Tuin en omgeving, hoofdingang, gevels            10.000.000
  2) Frais de transport                               2.000.000
  4) Architekt-concepteur-coordinatie                  7.000.000
  3) Jardin et environnement entrée princ.,          10.000.000
  façade
  5) Technische kosten voor energieverbruik,           6.000.000
  water, afval enz.
  4) Architecte-concepteur-coordinateur               7.000.000
  Totaal B                                           105.000.000
  5) Frais techniques, consom. d'énergie, eau,        6.000.000
  déchets, etc.
  C. Huurprijs van het paviljoen                     157.000.000
  Total B                                           105.000.000
  Totaal C                                           157.000.000
  C. Location du pavillon                           157.000.000
  ALGEMEEN TOTAAL                                    332.000.000
  Total C                                           157.000.000
  GRAND TOTAL                                       332.000.000
Art. N2. BIJLAGE 2. I. Zijn niet begrepen onder de algemene binneninrichtingskosten, de kosten bepaald in artikel 2, § l, 2e lid en in het bijzonder de kosten voor:
  - de funderingen;
  - de structuur;
  - het dak;
  - de aankleding en de elementen van gevels;
  - het buitentimmerwerk en het sluitingstimmerwerk van de gevels;
  - de thermische isolatie van het paviljoen;
  - de productie-eenheden voor warmte, verse lucht, warm en koud water;
  - de elektrische transformator- en verdeeleenheden;
  - de liften;
  - de inrichting van de tentoonstellingsruimten van de deelstaten;
  - de uitrusting eigen aan de inrichting voor het goed doen uitkomen van de tentoongestelde onderwerpen.
  II. De algemene binneninrichtingskosten van het paviljoen hebben betrekking op:
  - de niet-dragende wanden die de verschillende ruimten van het paviljoen scheiden;
  - het binnentimmerwerk;
  - de valse zolderingen van het paviljoen met uitzondering van deze die slechts noodzakelijk zouden zijn voor de inrichting van de tentoonstellingsruimte van de deelstaten;
  - de technische vloeren of de valse vloeren van het paviljoen met uitzondering van deze die slechts noodzakelijk zouden zijn voor de inrichting van de tentoonstellingsruimte van de deelstaten;
  - de grond-, muur- en zolderingbekleding van het paviljoen met uitzondering van deze die slechts noodzakelijk zouden zijn voor de inrichting van de tentoonstellingsruimte van de deelstaten;
  - het vast en mobiel meubilair voor de kantoren, de keuken, het VIP Center en het restaurant;
  - het bureauticamateriaal behalve het specifieke materiaal van de tentoonstellingsruimten van de deelstaten;
  - de apparaten, apparaturen en vaatwerk voor de keuken;
  - de sanitaire uitrustingen (distributie en uitrustingen);
  - de algemene telecommunicatie-installatie (daarbij inbegrepen de eindapparatuur);
  - de verwarmings- en ventilatie-installatie (distributie en uitrustingen);
  - de elektrische installatie (distributie en uitrustingen met inbegrip van de verlichtingstoestellen en met uitzondering van deze die noodzakelijk zouden zijn voor de inrichting van de tentoonstellingsruimte van één of meerdere deelstaten - inrichting van de directe omgeving - uitrustingen voor de brand- en inbraakveiligheid (gedeeltelijk)).
  III. De specifieke binneninrichtingskosten voor de eigen tentoonstellingsgedeelten hebben meer bepaald betrekking op:
  - de specifieke uitrustingen betreffende de inrichting en het goed doen uitkomen van de tentoongestelde onderwerpeen: sokkels en tentoonstellingsuitstalkasten, specifiek materiaal (datamateriaal, audiovisueel materiaal, enz.),...;
  - de technische vloeren en de valse vloeren die voorbehouden zouden zijn voor de inrichting van de tentoonstellingsruimte van de deelstaten;
  - de grond-, muur- en zolderingbekleding, valse zolderingen die voorbehouden zouden zijn voor de inrichting van de tentoonstellingsruimte van de deelstaten;
  - de elektrische installatie en de bijzondere verlichtingen die voorbehouden zouden zijn voor de inrichting van de tentoonstellingsruimte van één of meerdere deelstaten.
  De noodzakelijke inrichtingen naast de gezamenlijke inrichtingen voor het paviljoen maken deel uit van de inrichtingskost van de eigen tentoonstellingsruimten.
Art. N2. ANNEXE 2. I. Ne sont pas compris dans les frais d'aménagement intérieur général les coûts tels que visés à l'article 2, § 1er, 2ème alinéa, et en particulier les coûts:
  - des fondations;
  - de la structure;
  - de la toiture;
  - du parement et des éléments de façades;
  - des menuiseries extérieures et de fermetures de façades;
  - d'isolation thermique du pavillon;
  - des unités de production de chaleur, d'air frais, d'eau chaude/froide;
  - des unités de transformation et de répartition électrique;
  - des ascenseurs;
  - de l'aménagement des espaces d'exposition des entités fédérées;
  - de l'équipement spécifique à l'aménagement à la mise en valeur des sujets exposés.
  II. Les frais d'aménagement intérieur général du pavillon ont trait plus particulièrement:
  - aux cloisons non portantes séparant les différents espaces du pavillon;
  - aux menuiseries intérieures;
  - aux faux plafonds du pavillon à l'exception de ceux qui seraient uniquement nécessaires pour l'aménagement de l'espace d'exposition des entités fédérées;
  - aux planchers techniques ou faux planchers du pavillon à l'exception de ceux qui seraient uniquement nécessaires pour l'aménagement de l'espace d'exposition des entités fédérées;
  - aux revêtements de sols, murs et plafonds du pavillon à l'exception de ceux qui seraient uniquement nécessaires pour l'aménagement de l'espace d'exposition des entités fédérées;
  - au mobilier fixe et mobile pour les bureaux, la cuisine, le VIP Center et le restaurant;
  - au matériel de bureautique hormis le matériel spécifique des espaces d'exposition des entités fédérées;
  - aux appareils, appareillages et vaisselle pour la cuisine;
  - aux installations sanitaires (distribution et équipements);
  - à l'installation générale de télécommunication (y compris les appareils terminaux);
  - à l'installation de chauffage et de ventilation (distribution et équipements);
  - à l'installation électrique (distribution et équipements y compris les appareils d'éclairage à l'exception de ceux qui seraient nécessaires pour l'aménagement de l'espace d'exposition d'une ou de plusieurs entités fédérées - aménagement des abords - équipements pour la sécurité incendie et anti-intrusion (partiellement)).
  III. Les frais d'aménagement des espaces privatifs d'exposition ont trait plus particulièrement:
  - aux équipements spécifiques relatifs à l'aménagement et à la mise en valeur des sujets exposés: socles et vitrines d'exposition, matériel spécifique (matériel data, matériel audiovisuel, etc.),...;
  - à l'installation électrique et aux éclairages particuliers qui seraient réservés à l'aménagement de l'espace d'exposition d'une ou de plusieurs entités fédérées;
  - aux planchers techniques et faux planchers qui seraient réservés à l'aménagement de l'espace d'exposition des entités fédérées;
  - aux revêtements de sol, murs, plafonds et faux plafonds qui seraient réservés à l'aménagement de l'espace d'exposition des entités fédérées;
  Les aménagements nécessaires, en plus des aménagements communs à l'ensemble du pavillon, font partie du coût d'aménagement des parties privatives.