Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
25 MEI 1999. - Koninklijk besluit tot financiering van het begeleidingsplan. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-09-1999 en tekstbijwerking tot 03-07-2001)
Titre
25 MAI 1999. - Arrêté royal portant financement du plan d'accompagnement. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-09-1999 et mise à jour au 03-07-2001)
Informations sur le document
Numac: 1999012479
Datum: 1999-05-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999012479
Date: 1999-05-25
Moniteur: Voir
Tekst (40)
Texte (40)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit moet verstaan worden onder :
  1° het Samenwerkingsakkoord : het Samenwerkingsakkoord 1999-2000 van 3 mei 1999 tussen de Staat, de Gemeenschappen en de Gewesten betreffende het begeleidingsplan;
  2° het begeleidingsplan : het plan bedoeld in het Samenwerkingsakkoord;
  3° het Evaluatiecomité : het Comité bedoeld in artikel 24 van het Samenwerkingsakkoord;
  4° de wet : de wet van 26 maart 1999 betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen;
  5° de Minister : de Federale Minister van Tewerkstelling en Arbeid;
  6° de bijdragen : de bijdragen bedoeld in artikel 121 van de wet;
  7° de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging : de dienst Inschakeling in het Arbeidsproces van de Administratie van de Werkgelegenheid van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid;
  8° de RVA : de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening;
  9° de VDAB : de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
  10° de FOREM : "l'Office régional de la formation professionnelle et de l'emploi";
  11° de BGDA : de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling;
  12° het IBFFP : "l'Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle".
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° l'Accord de coopération : l'Accord de coopération 1999-2000 du 3 mai 1999 entre l'Etat, les Communautés et les Régions concernant le plan d'accompagnement des chômeurs;
  2° le plan d'accompagnement : le plan visé par l'Accord de coopération;
  3° le Comité d'évaluation : le Comité visé à l'article 24 de l'Accord de coopération;
  4° la loi : la loi du 26 mars 1999 relative au plan d'action belge pour l'emploi 1998 et portant des dispositions diverses;
  5° le Ministre : le Ministre fédéral de l'Emploi et du Travail;
  6° les cotisations : les cotisations visées à l'article 121 de la loi;
  7° le service public chargé du contrôle et du suivi : le service Insertion professionnelle de l'Administration de l'Emploi du Ministère de l'Emploi et du Travail;
  8° l'ONEM : l'Office national de l'Emploi;
  9° le VDAB : le "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
  10° le FOREM : l'Office régional de la formation professionnelle et de l'emploi;
  11° l'ORBEM : l'Office régional bruxellois de l'emploi;
  12° l'IBFFP : l'Institut bruxellois francophone pour la formation professionnelle.
Art. 2. Dit besluit bepaalt de nadere regels voor de aanwending en de verdeling van de opbrengst van de bijdragen voor het begeleidingsplan ingesteld door het Samenwerkingsakkoord voor een duur van twee jaar, aan de openbare instellingen belast met de arbeidsbemiddeling en aan de openbare instellingen belast met de beroepsopleiding.
Art. 2. Le présent arrêté détermine les modalités d'affectation et de répartition du produit des cotisations relatives au plan d'accompagnement mis en place par l'Accord de coopération pour une durée de deux ans, aux organismes d'intérêt public chargés du placement et aux organismes d'intérêt public chargés de la formation professionnelle.
HOOFDSTUK II. - Aanwending en verdeling van de financiële middelen.
CHAPITRE II. - Affectation et répartition des moyens financiers.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Section 1. - Dispositions générales.
Art. 3. De Minister verdeelt volgens de bijzondere regels voorzien in dit hoofdstuk, per kwartaal, de opbrengst van de bijdragen tussen de VDAB, de FOREM, de BGDA en het IBFFP.
  De uitbetalingen komen op jaarbasis overeen met de volgende bedragen :
  - maximum 460 miljoen BEF als begeleidingskosten voor de VDAB, de FOREM en de BGDA;
  - maximum 540 miljoen BEF voor de bijkomende opleiding voor VDAB, de FOREM en het IBFFP.
  Indien de opbrengst van de per kwartaal geïnde bijdragen lager is dan de bedragen die nodig zijn voor de per kwartaal overeengekomen uitbetalingen, worden de uitbetalingen proportioneel verminderd ten belope van het tekort. Het overblijvende saldo wordt toegevoegd aan de uitbetalingen van de volgende kwartalen.
Art. 3. Le Ministre répartit selon les règles particulières prévues dans le présent chapitre, par trimestre, le produit des cotisations entre le VDAB, le FOREM, l'ORBEM et l'IBFFP.
  Les paiements correspondent sur base annuelle, aux montants suivants :
  - 460 millions BEF maximum pour les frais d'accompagnement pour le VDAB, le FOREM et l'ORBEM;
  - 540 millions BEF maximum pour les frais de formation intensive supplémentaire pour le VDAB, le FOREM et l'IBFFP.
  Dans le cas où le produit des cotisations percues par trimestre est inférieur aux montants nécessaires pour les paiements trimestriels convenus, ceux-ci sont réduits proportionnellement à concurrence du déficit. Le solde restant dû dans ce cas est ajouté aux paiements des trimestres suivants.
Art. 4. § 1. De Minister verdeelt volgens de bijzondere regels voorzien in dit hoofdstuk, per kwartaal, de middelen die bepaald zijn in Hoofdstuk III, afdeling VII, artikel 122 van de wet en voorzien zijn voor de federale diensten belast met het toezicht, de opvolging en de omkadering van het begeleidingsplan voor werklozen.
  § 2. De uitbetalingen komen op jaarbasis overeen met de volgende bedragen :
  - maximum 5 miljoen BEF voor de openbare dienst belast met de controle en de opvolging van het begeleidingsplan;
  - maximum 155 miljoen BEF voor de opvolgingskosten van het begeleidingsplan van de RVA.
Art. 4. § 1. Le Ministre répartit selon les règles particulières prévues dans le présent chapitre, par trimestre, les montants visés dans le Chapitre III, section VII, article 122 de la loi entre les services fédéraux chargés du contrôle, du suivi et de l'encadrement du plan d'accompagnement.
  § 2. Ces montants correspondent sur base annuelle aux montants suivants :
  - 5 millions BEF maximum pour le service public chargé du contrôle et du suivi du plan d'accompagnement;
  - 155 millions BEF maximum pour les frais de suivi du plan d'accompagnement de l'ONEM.
Afdeling 2. - Begeleidingskosten.
Section 2. - Frais d'accompagnement.
Art. 5. Voor de toepassing van deze afdeling moet verstaan worden onder begeleiding : de begeleiding bedoeld in Titel II, Hoofdstuk I van het Samenwerkingsakkoord.
Art. 5. Pour l'application de la présente section, on entend par accompagnement, l'accompagnement visé au Titre II, Chapitre I de l'Accord de coopération.
Art. 6. § 1. Aan de VDAB, de FOREM en de BGDA wordt een bedrag van 10.000 BEF toegekend per jongere die :
  - hetzij een begeleidingsovereenkomst gevolgd heeft die aanleiding gegeven heeft tot een evaluatie;
  - hetzij het begeleidingsplan onderbroken heeft;
  en na transmissie van deze gegevens door de bevoegde gewestelijke dienst aan de RVA.
  § 2. Het totaal toegekend jaarbedrag is begrensd, per Gemeenschap en per Gewest, tot :
  - maximum 196,42 miljoen BEF voor de VDAB;
  - maximum 185,38 miljoen BEF voor de FOREM;
  - maximum 78,20 miljoen BEF voor de BGDA.
Art. 6. § 1. Au VDAB, au FOREM et à l'ORBEM, il est accordé un montant de 10.000 BEF par jeune qui :
  - soit a suivi un accompagnement qui donne lieu à une évaluation de fin de programme;
  - soit a interrompu ce programme;
  et après transmission de ces informations par le service régional compétent à l'ONEM.
  § 2. Le montant annuel total octroyé est plafonné, par Communauté et par Région, à :
  - 196,42 millions BEF maximum pour le VDAB;
  - 185,38 millions BEF maximum pour le FOREM;
  - 78,20 millions BEF maximum pour l'ORBEM.
Afdeling 3. - Kosten voor de intensieve opleiding.
Section 3. - Frais pour la formation intensive.
Art. 7. Voor de toepassing van deze afdeling moet verstaan worden onder intensieve opleiding, de intensieve opleiding bedoeld in Titel II, Hoofdstuk II, afdeling 1 van het Samenwerkingsakkoord.
Art. 7. Pour l'application de la présente section, on entend par formation intensive, la formation intensive visée au Titre II, Chapitre II, section 1re de l'Accord de coopération.
Art. 8. § 1. Aan de VDAB, de FOREM en het IBFFP wordt een bedrag van 150.000 BEF toegekend :
  - per voleindigde intensieve opleiding met een minimum van 1.000 uren;
  - of per onderbroken intensieve opleiding van minimum 1.000 uren hetzij als gevolg van de intrede van de jongere op de arbeidsmarkt, hetzij op eigen initiatief van de jongere, en na transmissie van deze gegevens door de bevoegde dienst aan de RVA.
  § 2. Voor een intensieve opleiding onderbroken vóór de 1.000 voormelde uren wordt onder dezelfde voorwaarden als bepaald in § 1 een bedrag van 150 BEF per uur intensieve opleiding toegekend.
  § 3. Het totaal toegekend jaarbedrag voor de intensieve opleidingen heeft geen betrekking op de periode doorgebracht in de werkervaring van de jongere bedoeld in artikel 10, 2e lid van het Samenwerkingsakkoord en is begrensd, per Gemeenschap en per Gewest, tot :
  - maximum 263,25 miljoen BEF voor de VDAB;
  - maximum 222,75 miljoen BEF voor de FOREM, waarvan maximum 9,342 miljoen BEF voor de intensieve opleiding in de Duitstalige Gemeenschap;
  - maximum 54,00 miljoen BEF voor het IBFFP.
Art. 8. § 1. Au VDAB, au FOREM et à l'IBFFP, il est accordé un montant de 150.000 BEF :
  - par formation intensive terminée d'un minimum de 1.000 heures;
  - ou par formation intensive interrompue après un minimum de 1.000 heures de formation intensive, soit à la suite de l'insertion du jeune sur le marché du travail, soit à l'initiative du jeune,
  et après transmission de ces informations par le service compétent à l'ONEM.
  § 2. Au cas où la formation intensive est interrompue avant les 1.000 heures précitées, il est octroyé un montant de 150 BEF par heure de formation intensive, aux mêmes conditions que celles prévues au paragraphe précédent.
  § 3. Le montant annuel total octroyé pour la formation intensive ne concerne pas la période écoulée durant l'expérience professionnelle du jeune visée à l'article 10, alinéa 2 de l'Accord de coopération et est plafonné, par Communauté et par Région, à :
  - 263,25 millions BEF maximum pour le VDAB;
  - 222,75 millions BEF maximum pour le FOREM, dont 9,342 millions BEF maximum pour la formation intensive dans la Communauté germanophone;
  - 54,00 millions BEF maximum pour l'IBFFP.
Afdeling 4. - Kosten voor de actieve zoektocht naar werk.
Section 4. - Frais pour la recherche active d'emploi.
Art. 9. Voor de toepassing van deze afdeling moet verstaan worden onder actieve zoektocht naar werk : de actieve zoektocht naar werk bedoeld in Titel II, Hoofdstuk III van het Samenwerkingsakkoord.
Art. 9. Pour l'application de la présente section, on entend par recherche active d'emploi : la recherche active d'emploi visée au Titre II, Chapitre III de l'Accord de coopération.
Art. 10. § 1. Er wordt een bedrag toegekend van 15.000 BEF per jongere die :
  - hetzij een volledig programma "actieve zoektocht naar werk" heeft gevolgd voor een minimum duur van 40 uren;
  - hetzij een job verkregen heeft in de loop van dit programma,
  en na transmissie van deze gegevens door de bevoegde gewestelijke dienst aan de RVA.
  § 2. Het totaal toegekend jaarbedrag is begrensd, per Gemeenschap en per Gewest, tot :
  - maximum 196,42 miljoen BEF na aftrek van het bedrag dat werd aangewend voor de bepalingen zoals voorzien in Hoofdstuk II, afdeling 2 van dit besluit voor de VDAB;
  - maximum 185,38 miljoen BEF na aftrek van het bedrag dat werd aangewend voor de bepalingen zoals voorzien in Hoofdstuk II, afdeling 2 voor de FOREM;
  - maximum 78,20 miljoen BEF na aftrek van het bedrag dat werd aangewend voor de bepalingen zoals voorzien in Hoofdstuk II, afdeling 2 voor de BGDA.
Art. 10. § 1. Il est accordé un montant de 15.000 BEF par jeune :
  - soit qui a suivi complètement un module de recherche active d'emploi d'un minimum de 40 heures;
  - soit qui a décroché un emploi au cours de ce module,
  et après transmission de ces informations par le service régional compétent à l'ONEM.
  § 2. Le montant annuel total octroyé est plafonné, par Communauté et par Région, à :
  - 196,42 millions BEF maximum après déduction du montant utilisé dans le cadre des dispositions prévues au Chapitre II, section 2 du présent arrêté, pour le "VDAB";
  - 185,38 millions BEF maximum après déduction du montant utilisé dans le cadre des dispositions prévues au Chapitre II, section 2 du présent arrêté, pour le FOREM;
  - 78,20 millions BEF maximum après déduction du montant utilisé dans le cadre des dispositions prévues au Chapitre II, section 2 du présent arrêté, pour l'ORBEM.
Afdeling 5. - Begeleidingskosten voor werklozen van 25 tot 45 jaar.
Section 5. - Frais d'accompagnement de chômeurs de 25 à 45 ans.
Art. 11. Voor de toepassing van deze afdeling moet verstaan worden onder werklozen van 25 tot 45 jaar : de werklozen van 25 tot 45 jaar zoals bedoeld in Titel III van het Samenwerkingsakkoord.
Art. 11. Pour l'application de la présente section, on entend par chômeurs de 25 à 45 ans : les chômeurs de 25 à 45 ans visés au Titre III de l'Accord de coopération.
Art. 12. § 1. Indien er een budgettaire marge bestaat, binnen het kader van de verdeling voorzien in Hoofdstuk II, afdeling 2 van dit besluit, en indien alle jongeren bedoeld in Hoofdstuk II, afdeling 2 en 4 van dit besluit een begeleidingsplan genoten hebben volgens de voorziene bepalingen, kunnen deze marges toegewezen worden aan de financiering van een begeleiding zoals voorzien in de artikelen 5 tot 7 van het Samenwerkingsakkoord, voor de werklozen van 25 tot 45 jaar.
  § 2. Aan de VDAB, aan de FOREM en aan de BGDA wordt een bedrag toegekend van 10.000 BEF per werkloze die :
  - hetzij een begeleidingsovereenkomst gevolgd heeft die aanleiding gegeven heeft tot een evaluatie;
  - hetzij het begeleidingsplan onderbroken heeft;
  en na transmissie van deze gegevens door de bevoegde gewestelijke dienst aan de RVA.
  § 3. Het totaal toegekend jaarbedrag is begrensd, per Gemeenschap en per Gewest, tot :
  - maximum 196,42 miljoen BEF verminderd met het bedrag zoals bedoeld in Hoofdstuk II, afdeling 2 en 4 van dit besluit, voor de VDAB;
  - maximum 185,38 miljoen BEF verminderd met het bedrag bedoeld in Hoofdstuk II, afdeling 2 en 4 van dit besluit, voor de FOREM;
  - maximum 78,20 miljoen BEF verminderd met het bedrag bedoeld in Hoofdstuk II, afdeling 2 en 4 van dit besluit, voor de BGDA.
Art. 12. § 1. Si des marges budgétaires existent, dans le cadre de la répartition prévue au Chapitre II, section 2 du présent arrêté, et si tous les jeunes visés au Chapitre II, sections 2 et 4 du présent arrêté ont bénéficié du plan d'accompagnement selon les dispositions prévues, ces marges peuvent être affectées au financement d'un accompagnement tel que prévu aux articles 5 à 7 de l'Accord de coopération, pour les chômeurs de 25 à 45 ans.
  § 2. Au VDAB, au FOREM et à l'ORBEM, il est accordé un montant de 10.000 BEF par chômeur qui :
  - soit a suivi un accompagnement qui donne lieu à une évaluation de fin de programme;
  - soit a interrompu ce programme;
  et après transmission à l'ONEM de ces informations par le service régional compétent.
  § 3. Le montant annuel total octroyé est plafonné, par Communauté et par Région, à :
  - 196,42 millions BEF maximum après déduction du montant utilisé dans le cadre des dispositions prévues au Chapitre II, sections 2 et 4 du présent arrêté, pour le VDAB;
  - 185,38 millions BEF maximum après déduction du montant utilisé dans le cadre des dispositions prévues au Chapitre II, sections 2 et 4 du présent arrêté, pour le FOREM;
  - 78,20 millions BEF maximum après déduction du montant utilisé dans le cadre des dispositions prévues Chapitre II, sections 2 et 4 du présent arrêté, pour l'ORBEM.
Afdeling 6. - Kosten voor de bijkomende intensieve opleiding (...) voor werklozen van 25 tot 45 jaar.
Section 6. - Frais pour la formation intensive complémentaire (...) pour les chômeurs de 25 à 45 ans.
Art. 13. Voor de toepassing van deze afdeling moet verstaan worden onder werklozen van 25 tot 45 jaar : de werklozen van 25 tot 45 jaar zoals bedoeld in (artikel 20) van het Samenwerkingsakkoord. <KB 1999-06-16/46, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
Art. 13. Pour l'application de la présente section, on entend par chômeurs de 25 à 45 ans : les chômeurs de 25 à 45 ans visé a l'(article 20) de l'Accord de coopération. <AR 1999-06-16/46, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-1999>
Art. 14. (§ l. Indien het Evaluatiecomité vaststelt dat er een budgettaire marge bestaat, binnen het kader van de verdeling van de middelen voorzien in de afdeling 3 van dit hoofdstuk voor de intensieve opleiding en indien alle jongeren bedoeld in voornoemde afdeling een intensieve opleiding genoten hebben volgens de artikelen 10 en 11 van het Samenwerkingsakkoord, kan deze marge toegewezen worden aan de financiering van een intensieve opleiding zoals voorzien in de artikelen 10 en 11 van het Samenwerkingsakkoord, voor de werklozen van 25 tot 45 jaar.) <KB 1999-06-16/46, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
  § 2. Voor deze intensieve opleiding (...) wordt een bedrag van 150.000 BEF toegekend : <KB 1999-06-16/46, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
  - per voleindigde intensieve opleiding met een minimumduur van 1.000 uren;
  - of per onderbroken intensieve opleiding van minimum 1.000 uren hetzij als gevolg van de intrede van de werkloze op de arbeidsmarkt, hetzij op eigen initiatief van de werkloze,
  en na transmissie van deze gegevens door de bevoegde dienst aan de RVA.
  § 3. Voor een intensieve opleiding onderbroken vóór de 1.000 voormelde uren wordt, onder dezelfde voorwaarden als bepaald in § 2, een bedrag van 150 BEF per uur intensieve opleiding toegekend.
  (§ 4. Het totaal toegekend jaarbedrag voor de intensieve opleidingen heeft geen betrekking op de periode doorgebracht in de werkervaring van de jongeren bedoeld in artikel 10, 2e lid, van het Samenwerkingsakkoord en is begrensd, per Gemeenschap en per Gewest, tot :
  - maximum 263,25 miljoen BEF voor de VDAB, na aftrek van het bedrag dat werd aangewend voor de actie bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk voor de intensieve opleiding;
  - maximum 222,75 miljoen BEF voor de FOREM, waarvan maximum 9,342 miljoen BEF voor de intensieve opleiding in de Duitstalige Gemeenschap, na aftrek van het bedrag dat werd aangewend voor de actie bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk voor de intensieve opleiding;
  - maximum 54,00 miljoen BEF voor het IBFFP na aftrek van het bedrag dat werd aangewend voor de actie bedoeld in afdeling 3 van dit hoofdstuk voor de intensieve opleiding.) <KB 1999-06-16/46, art. 3, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
Art. 14. (§ 1er. Si le Comité d'évaluation constate que des marges budgétaires existent dans le cadre des moyens visés à la section 3 du présent chapitre, pour la formation intensive et si tous les jeunes visés à la section précitée ont bénéficié d'une formation intensive telle que visée aux articles 10 et 11 de l'Accord de coopération, ces marges peuvent être affectées au financement d'une formation intensive telle que prévue aux articles 10 et 11 de l'Accord de coopération, pour les chômeurs de 25 à 45 ans.) <AR 1999-06-16/46, art. 3, 002; En vigueur : 01-01-1999>
  § 2. Pour cette formation intensive (...), il est accordé un montant de 150.000 BEF : <AR 1999-06-16/46, art. 3, 002; En vigueur : 01-01-1999>
  - par formation intensive terminée d'un minimum de 1.000 heures;
  - ou par formation intensive interrompue après un minimum de 1.000 heures, soit à la suite de l'insertion du chômeur sur le marché du travail, soit à l'initiative du chômeur,
  et après transmission à l'ONEM de ces informations par le service compétent.
  § 3. Au cas où la formation intensive est interrompue avant les 1.000 heures précitées, il est octroyé un montant de 150 BEF par heure de formation intensive aux mêmes conditions que celles prévues au § 2.
  (§ 4. Le montant annuel octroyé pour la formation intensive ne concerne pas la période écoulée durant l'expérience professionnelle visée à l'article 10, alinéa 2 de l'Accord de coopération et est plafonné, par Communauté et par Région à :
  - 263,25 millions BEF maximum pour le VDAB, après déduction du montant utilisé dans le cadre des dispositions prévues à la section 3 du présent chapitre, pour la formation intensive;
  - 222,75 millions BEF maximum pour le FOREM, dont 9,342 BEF maximum pour la formation intensive dans la Communauté germanophone, après déduction du montant utilisé dans le cadre des dispositions prévues à la section 3 du présent chapitre, pour la formation intensive;
  - 54,00 millions BEF pour l'IBFFP après déduction du montant utilisé dans le cadre des dispositions prévues à la section 3 du présent chapitre, pour la formation intensive.) <AR 1999-06-16/46, art. 3, 002; En vigueur : 01-01-1999>
HOOFDSTUK III. - Betaling.
CHAPITRE III. - Paiement.
Afdeling 1. - Algemeenheden.
Section 1. - Généralités.
Art. 15. § 1. De acties die verbonden zijn aan het begeleidingsplan worden betaald op het ogenblik dat zij een einde nemen en ten laatste op 30 juni 2002, overeenkomstig de door dit besluit vastgestelde voorwaarden. Zij worden toegekend op de begroting van het burgelijke jaar tijdens hetwelke zij een aanvang hebben genomen.
  § 2. De acties begonnen vóór 1 januari 2000 en die een einde nemen ten laatste vóór 1 juli 2001 worden in rekening gebracht voor de trimesteriële betalingen volgens de modaliteiten bedoeld in dit besluit tot op het moment dat het voorziene maximum jaarbedrag voor het jaar 1999 wordt bereikt.
  (lid opgeheven) <KB 2001-04-04/40, art. 20, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2000>
Art. 15. § 1. Les actions liées au plan d'accompagnement sont payées au moment où elles se terminent et au plus tard le 30 juin 2002, conformément aux conditions fixées par le présent arrêté. Elles sont imputables au budget afférent à l'année civile au cours de laquelle elles ont débuté.
  § 2. Les actions commencées avant le 1er janvier 2000 et se terminant avant le 1er juillet 2001 sont prises en compte pour des paiements trimestriels selon les modalités fixées par le présent arrêté jusqu'au moment où le montant annuel maximum prévu pour l'année 1999 est atteint.
  (alinéa abrogé) <AR 2001-04-04/40, art. 20, 003; En vigueur : 01-01-2000>
Afdeling 2. - Voorschot.
Section 2. - Avance.
Art. 16. § 1. Aan de RVA wordt een éénmalig voorschot toegekend dat gelijk is aan de helft van het maximale jaarbedrag zoals bedoeld in artikel 4 van dit besluit.
  § 2. De RVA bezorgt aan de Minister in de maand volgend op de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad, een door zijn leidend ambtenaar voor echt verklaarde en ondertekende schuldvordering inzake de aanvraag tot betaling van het éénmalige voorschot.
  § 3. Dit voorschot wordt uitbetaald binnen de 30 dagen volgend op de indiening van voornoemde schuldvordering.
Art. 16. § 1. A l'ONEM, il est accordé une avance unique équivalent à la moitié du montant annuel maximum visé à l'article 4 du présent arrêté.
  § 2. L'ONEM communique au Ministre dans le courant du mois qui suit celui de la publication au Moniteur belge du présent arrêté, une déclaration sur l'honneur, relative à la demande de paiement de l'avance unique, signée et déclarée sincère par son fonctionnaire dirigeant.
  § 3. Cette avance est payée dans les 30 jours qui suivent la réception de la déclaration sur l'honneur précitée.
Art. 17. § 1. Voor de instellingen voorzien in Hoofdstuk II, afdeling 2 en 3 van dit besluit wordt een éénmalig voorschot toegekend. Dit voorschot bedraagt de helft van de maximale jaarbedragen voorzien in Hoofdstuk II, afdeling 2 en 3 van dit besluit.
  § 2. De VDAB, de FOREM, de BGDA en het IBFFP bezorgen aan de Minister in de maand volgend op de publicatie van dit besluit in het Belgisch Staatsblad een door hun leidend ambtenaar voor echt verklaarde en ondertekende schuldvordering inzake de aanvraag tot betaling van het éénmalige voorschot.
  § 3. Dit voorschot wordt uitbetaald binnen de 30 dagen volgend op de indiening van voornoemde schuldvordering.
Art. 17. § 1. Aux institutions visées au Chapitre II, sections 2 et 3 du présent arrêté, il est accordé une avance unique. Celle-ci équivaut à la moitié du montant annuel maximum visé au Chapitre II, sections 2 et 3 du présent arrêté.
  § 2. Le VDAB, le FOREM, l'ORBEM et l'IBFFP communiquent au Ministre dans le courant du mois qui suit celui de la publication du présent arrêté au Moniteur belge une déclaration sur l'honneur, relative à la demande de paiement de l'avance unique, signée et déclarée sincère par leur fonctionnaire dirigeant.
  § 3. Cette avance est payée dans les 30 jours qui suivent la réception de la déclaration sur l'honneur précitée.
Afdeling 3. - Trimesteriële betalingen.
Section 3. - Paiements trimestriels.
Art. 18. § 1. De betalingen gebeuren driemaandelijks door de openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging van het begeleidingsplan op basis van een driemaandelijks dossier minstens samengesteld uit verantwoordingsstukken en documenten zoals bedoeld in de artikelen 5, 3 °, 7, 11, 14, 17 (...) van het Samenwerkingsakkoord. <KB 1999-06-16/46, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
  § 2. De Minister bepaalt wat moet verstaan worden onder verantwoordingsstukken en bepaalt eveneens de nadere voorwaarden en/of modaliteiten noodzakelijk voor de goede uitvoering van dit besluit.
  § 3. Het dossier moet bij de Minister worden ingediend uiterlijk op de laatste kalenderdag van de maand volgend op het betreffende kwartaal overeenkomstig de voorwaarden opgelegd door dit besluit.
  § 4. De betalingen zullen geschieden binnen de drie maanden die volgen op de ontvangst van het dossier zoals bedoeld in § 3.
  § 5. De openbare dienst belast met het toezicht en de opvolging kan indien nodig eveneens een kopie opvragen van de rapporten zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid van het Samenwerkingsakkoord.
Art. 18. § 1. Les paiements sont effectués par le service public chargé du contrôle et du suivi du plan d'accompagnement, sur base d'un dossier trimestriel constitué au moins des pièces justificatives ainsi que des documents visés aux articles 5, 3°, 7, 11, 14, 17 (...) de l'Accord de coopération. <AR 1999-06-16/46, art. 4, 002; En vigueur : 01-01-1999>
  § 2. Le Ministre définit ce qu'il faut entendre par pièces justificatives et définit également les conditions et/ou modalités nécessaires pour la bonne exécution du présent arrêté.
  § 3. Le dossier doit être introduit auprès du Ministre au plus tard le dernier jour calendrier du mois qui suit le trimestre concerné conformément aux dispositions du présent arrêté.
  § 4. Les paiements sont effectués endéans les trois mois qui suivent la réception du dossier visé au § 3.
  § 5. Le service public chargé du contrôle et du suivi peut au besoin demander également copie des rapports visés à l'article 5, alinéa 2 de l'Accord de coopération.
Art. 19. § 1. Voor de uitbetalingen dient het Evaluatiecomité in de loop van het kwartaal volgend op het betreffende kwartaal een overzicht goed te keuren dat de volgende elementen bevat :
  a) een stand van zaken betreffende de uitvoering van de gegevenstransfer inzake de weigering van werk, van een opleiding evenals de gevallen van onbeschikbaarheid voor de arbeidsmarkt;
  b) voor de jongeren van minder dan 25 jaar :
  1° het aantal begeleidingsplannen die :
  - verwezenlijkt zijn of die al dan niet geleid hebben tot een tewerkstelling;
  - verbroken zijn ten gevolge van een tewerkstelling;
  - verbroken zijn op aanvraag van de jongeren;
  2° het aantal intensieve opleidingen die :
  - verwezenlijkt zijn en die al dan niet geleid hebben tot een tewerkstelling;
  - verbroken werden voor minimum 1.000 uren ten gevolge van een tewerkstelling;
  - onderbroken zijn voor minimum 1.000 uren op vraag van de jongere;
  3° het aantal programma's "actieve zoektocht naar werk" die :
  - verwezenlijkt zijn en die al dan niet geleid hebben tot een tewerkstelling;
  - verbroken zijn ten gevolge van een tewerkstelling;
  - verbroken zijn op aanvraag van de jongeren.
  c) in de mate dat dit zich heeft voorgedaan, dezelfde inlichtingen dan sub b), voor de werklozen van 25 tot 45 jaar;
  d) in de mate dat dit zich heeft voorgedaan, dezelfde inlichtingen dan sub b) 2°, voor de werklozen van 25 tot 45 jaar (...). <KB 1999-06-16/46, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 01-01-1999>
  § 2. Indien het Evaluatiecomité het in § 1 voorziene overzicht niet heeft goedkeurd, kan de Minister de bedragen voorzien in Hoofdstuk II van dit besluit afzonderlijk toekennen.
Art. 19. § 1. Avant les paiements, le Comité d'évaluation doit approuver, au cours du trimestre qui suit le trimestre concerné, un apercu comprenant les éléments suivants :
  a) un état de la situation concernant l'exécution de l'échange de données relatives à un refus d'emploi, d'une formation intensive ainsi que des cas d'indisponibilité pour le marché de l'emploi;
  b) pour les jeunes de moins de 25 ans :
  1° le nombre de plans d'accompagnement qui :
  - ont été réalisés et qui ont ou n'ont pas abouti à une mise au travail;
  - ont été interrompus suite à une mise au travail;
  - ont été interrompus à la demande du jeune;
  2° le nombre de formations intensives qui :
  - ont été réalisées et qui ont ou n'ont pas abouti à une mise au travail;
  - ont été interrompues avant les 1.000 heures minimum suite à une mise au travail;
  - ont été interrompues avant les 1.000 heures minimum à la demande du jeune;
  3° le nombre de modules de recherche active d'emploi qui :
  - ont été réalisés et qui ont ou n'ont pas abouti à une mise au travail;
  - ont été interrompus suite à une mise au travail;
  - ont été interrompus à la demande du jeune.
  c) dans la mesure où cela s'est produit, les mêmes informations que sub b), pour les chômeurs de 25 à 45 ans;
  d) dans la mesure où cela s'est produit, les mêmes informations que sub b) 2°, pour les formations intensives des chômeurs de 25 à 45 ans (...). <AR 1999-06-16/46, art. 5, 002; En vigueur : 01-01-1999>
  § 2. Dans le cas où le Comité d'évaluation n'a pas approuvé l'apercu prévu au § 1, le Ministre peut accorder séparément les montants prévus au Chapitre II du présent arrêté.
Art. 20. § 1. De RVA maakt binnen de maand die volgt op het kwartaal waarop de uitgaven betrekking hebben, alle verantwoordingsstukken, inclusief schuldvordering inzake de verrichte uitgaven over aan de Minister. De schuldvordering moet eveneens vermelden dat de bedoelde uitgaven enkel betrekking hebben op supplementaire activiteiten die duidelijk verbonden zijn aan het begeleidingsplan en die door geen enkele andere maatregel werden gefinancierd.
  § 2. De Minister bepaalt wat moet verstaan worden onder verantwoordingsstukken. Hij kan ook de nadere voorwaarden en/of modaliteiten bepalen noodzakelijk voor de goede uitvoering van dit besluit.
  § 3. Elke overschrijding van de door dit artikel voorziene indieningstermijnen geeft aanleiding tot een minstens evengrote overschrijding van de betalingstermijn.
Art. 20. § 1. L'ONEM communique au Ministre, endéans le mois suivant le trimestre auquel les dépenses se rapportent, toutes les pièces justificatives, y compris la déclaration sur l'honneur, relative aux dépenses effectuées. La déclaration sur l'honneur mentionne que lesdites dépenses l'ont été uniquement pour des activités supplémentaires clairement liées au plan d'accompagnement et qu'elle ne sont financées par aucune autre mesure.
  § 2. Le Ministre définit ce qu'il faut entendre par pièces justificatives. Il peut également définir les conditions et/ou modalités nécessaires à la bonne exécution du présent arrêté.
  § 3. Tout dépassement du délai d'introduction des pièces justificatives déterminé par le présent article entraîne un dépassement au moins équivalent du délai de paiement.
Art. 21. § 1. Het éénmalige voorschot voorzien in de artikelen 16 en 17 is, voor wat betreft de verantwoordingsstukken, onderworpen aan de bepalingen die voorzien zijn in de artikelen 18 en 19.
  § 2. Het éénmalige voorschot bedoeld in § 1, wordt verrekend vanaf het zevende kwartaal waarvan het verschuldigde bedrag wordt verminderd met maximum de helft van dit voorschot. Het saldo van het voorschot wordt in mindering gebracht van het verschuldigde bedrag voor het achtste kwartaal.
  Indien blijkt dat dit laatste bedrag te laag is, wordt het resterende deel van het voorschot in vermindering gebracht van het verschuldigde bedrag voor het volgende kwartaal of kwartalen en dit tot het voorschot volledig is verrekend.
Art. 21. § 1. L'avance unique prévue aux articles 16 et 17 reste, en ce qui concerne les pièces justificatives, soumise aux dispositions prévues aux articles 18 et 19.
  § 2. L'avance unique prévue au § 1 est récupérée à partir du septième trimestre dont le montant est diminué de maximum la moitié de l'avance. Le solde de l'avance est déduit du montant dû pour le huitième trimestre.
  S'il s'avère que ce dernier montant est trop peu élevé, le restant de l'avance est déduit du montant dû pour le ou les trimestres suivants et ce jusqu'à ce que l'avance soit entièrement récupérée.
Afdeling 4. - Eindafrekening.
Section 4. - Décompte final.
Art. 22. § 1. Op het einde van het kwartaal volgend op datgene waarin de laatste aktie werd beëindigd en ten laatste op het einde van het derde kwartaal 2002 wordt er overgegaan tot een volledige afrekening.
  § 2. Voor deze eindafrekening maakt elke instelling aan de openbare dienst belast met de controle en de opvolging van het begeleidingsplan het volgende over :
  a) een volledige stand van zaken, volgens de aard van de akties uitgevoerd in het kader van dit besluit en die al aanleiding tot betaling hebben gegeven als diegene die nog te betalen zijn;
  b) de verantwoordingsstukken voorzien in de artikelen 18 en 19 van dit besluit die betrekking hebben op de resterende bedragen voor de akties die zijn beëindigd of zullen beëindigd worden.
Art. 22. § 1. A la fin du trimestre qui suit celui au cours duquel se termine la dernière action et au plus tard, à la fin du troisième trimestre 2002, il est procédé à un décompte final.
  § 2. Pour ce décompte final, chaque organisme fait parvenir au service chargé du contrôle et du suivi du plan d'accompagnement :
  a) un état récapitulatif complet, selon le type d'actions, des actions réalisées dans le cadre du présent arrêté et ayant déjà donné lieu à paiement ou demande de paiement ainsi que celles encore à payer;
  b) les pièces justificatives visées aux articles 18 et 19 du présent arrêté et afférentes aux sommes restant dues pour des actions venant d'être terminées ou se terminant.
Afdeling 5. - Intresten.
Section 5. - Intérêts.
Art. 23. De instellingen, bedoeld in artikel 3, kunnen intresten aanrekenen, berekend tegen de wettelijke rentevoet indien de verschuldigde bedragen in toepassing van dit besluit niet werden toegekend binnen de termijnen voorzien in ditzelfde besluit. Er zijn evenwel geen intresten verschuldigd zolang alle voorwaarden opgelegd door dit besluit of in uitvoering van dit besluit niet werden vervuld.
Art. 23. Les organismes visés à l'article 3 peuvent réclamer des intérêts calculés au taux légal, lorsque les sommes qui leur sont dues en application du présent arrêté ne leur ont pas été accordées dans les délais prévus par le même arrêté. Toutefois, aucun intérêt n'est dû tant que les conditions imposées par le présent arrêté ou en exécution de cet arrêté ne sont pas remplies.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art. 24. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999.
Art. 24. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1999.
Art. 25. Onze Minister van Tewerkstelling en Arbeid is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 25 mei 1999.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET
Art. 25. Notre Ministre de l'Emploi et du Travail est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 25 mai 1999.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi et du Travail,
  Mme M. SMET