Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
11 DECEMBER 1998. - [wet van 11 december 1998 tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen en veiligheidsadviezen] <Opschrift vervangen door W2024-06-16/13, art. 2, 006; Inwerkingtreding : 01-02-2025> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-05-1999 en tekstbijwerking tot 16-07-2024)
Titre
11 DECEMBRE 1998. - [loi du 11 décembre 1998 portant création d'un organe de recours en matière d'habilitations et d'avis de sécurité] <Intitulé remplacé par L2024-06-16/13, art. 2, 006; En vigueur : 01-02-2025> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 07-05-1999 et mise à jour au 16-07-2024)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (15)
Texte (15)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
Art. 2. In deze wet wordt verstaan onder :
1° " inlichtingen- en veiligheidsdienst ", de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht;
2° " Vast Comité I ", het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingendiensten, opgericht bij de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten.
(3° " griffie ", de griffier van het Vast Comité I;
4° " overheid ", de overheden bedoeld in de artikelen [1 15, 25 en 26, § 1, 1°, en de overheid bedoeld in artikel 24 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]1.) <W 2005-05-03/32, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
1° " inlichtingen- en veiligheidsdienst ", de Veiligheid van de Staat en de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht;
2° " Vast Comité I ", het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingendiensten, opgericht bij de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten.
(3° " griffie ", de griffier van het Vast Comité I;
4° " overheid ", de overheden bedoeld in de artikelen [1 15, 25 en 26, § 1, 1°, en de overheid bedoeld in artikel 24 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]1.) <W 2005-05-03/32, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
Modifications
Art. 2. Dans la présente loi, on entend par :
1° " service de renseignement et de sécurité ", la Sûreté de l'Etat et le Service général du renseignement et de la sécurité des Forces armées;
2° " Comité permanent R ", le Comité permanent de contrôle des services de renseignements créé par la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignements.
(3° " greffe ", le greffier du Comité permanent R;
4° " autorité ", les autorités visées aux articles [1 15, 25 et 26, § 1er, 1°, et l'autorité visée à l'article 24 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]1.) <L 2005-05-03/32, art. 3, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
1° " service de renseignement et de sécurité ", la Sûreté de l'Etat et le Service général du renseignement et de la sécurité des Forces armées;
2° " Comité permanent R ", le Comité permanent de contrôle des services de renseignements créé par la loi du 18 juillet 1991 organique du contrôle des services de police et de renseignements.
(3° " greffe ", le greffier du Comité permanent R;
4° " autorité ", les autorités visées aux articles [1 15, 25 et 26, § 1er, 1°, et l'autorité visée à l'article 24 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]1.) <L 2005-05-03/32, art. 3, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
Modifications
Art. 3. (Het college samengesteld uit de voorzitter van het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingendiensten, de voorzitter van het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten en de voorzitter [1 van de geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit]1 of hun plaatsvervanger, lid van hetzelfde instituut [1 ...]1), hierna het " beroepsorgaan " genoemd, neemt kennis van de met toepassing van deze wet ingestelde beroepen. <W 2005-05-03/32, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
(Het beroepsorgaan wordt voorgezeten door de voorzitter van het Vast Comité I of zijn plaatsvervanger.) <W 2005-05-03/32, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
(Wanneer bij het beroepsorgaan een beroep aanhangig is gemaakt, doen het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten, het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingendiensten en de Commissie tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer voor de duur van de procedure geen onderzoek naar respectievelijk klachten en aangiften in de zin van voornoemde wet van 18 juli 1991 en klachten in de zin van de [2 wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens]2 die betrekking hebben op elk veiligheidsonderzoek of elke veiligheidsverificatie die uitgevoerd wordt ter gelegenheid van procedures in het kader van [2 veiligheidsmachtigingen of veiligheidsadviezen]2 die het voorwerp uitmaken van dat beroep.) <W 2005-05-03/32, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
(Het beroepsorgaan wordt voorgezeten door de voorzitter van het Vast Comité I of zijn plaatsvervanger.) <W 2005-05-03/32, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
(Wanneer bij het beroepsorgaan een beroep aanhangig is gemaakt, doen het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten, het Vast Comité van Toezicht op de inlichtingendiensten en de Commissie tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer voor de duur van de procedure geen onderzoek naar respectievelijk klachten en aangiften in de zin van voornoemde wet van 18 juli 1991 en klachten in de zin van de [2 wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens]2 die betrekking hebben op elk veiligheidsonderzoek of elke veiligheidsverificatie die uitgevoerd wordt ter gelegenheid van procedures in het kader van [2 veiligheidsmachtigingen of veiligheidsadviezen]2 die het voorwerp uitmaken van dat beroep.) <W 2005-05-03/32, art. 4, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
Art. 3. (Le collège composé du président du Comité permanent de Contrôle des services de renseignement, du président du Comité permanent de Contrôle des services de police et du président [1 de la chambre contentieuse de l'Autorité de protection des données]1 ou de leur suppléant, membre de la même institution [1 ...]1), ci-après dénommé " l'organe de recours ", connaît des recours introduits en application de la présente loi.<L 2005-05-03/32, art. 4, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
(L'organe de recours est présidé par le président du Comité permanent R ou son suppléant.) <L 2005-05-03/32, art. 4, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
(Lorsque l'organe de recours est saisi, les Comités permanents de Contrôle des services de police et des services de renseignement et la Commission de la protection de la vie privée s'abstiennent, pendant la durée de la procédure, d'examiner respectivement les plaintes et dénonciations au sens de la loi du 18 juillet 1991 précitée et les plaintes au sens de [2 loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel]2, qui concernent toute enquête ou toute vérification de sécurité effectuée à l'occasion des procédures [2 d'habilitation ou d'avis]2 de sécurité faisant l'objet du recours.) <L 2005-05-03/32, art. 4, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
(L'organe de recours est présidé par le président du Comité permanent R ou son suppléant.) <L 2005-05-03/32, art. 4, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
(Lorsque l'organe de recours est saisi, les Comités permanents de Contrôle des services de police et des services de renseignement et la Commission de la protection de la vie privée s'abstiennent, pendant la durée de la procédure, d'examiner respectivement les plaintes et dénonciations au sens de la loi du 18 juillet 1991 précitée et les plaintes au sens de [2 loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel]2, qui concernent toute enquête ou toute vérification de sécurité effectuée à l'occasion des procédures [2 d'habilitation ou d'avis]2 de sécurité faisant l'objet du recours.) <L 2005-05-03/32, art. 4, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
Art. 4. <W 2005-05-03/32, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14> § 1. Wanneer overeenkomstig artikel 22 van de [2 wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2 de toekenning van de vereiste veiligheidsmachtiging wordt geweigerd, wanneer de beslissing niet genomen of niet ter kennis gebracht is binnen de voorziene termijn, of wanneer de veiligheidsmachtiging wordt ingetrokken, kan de persoon voor wie de machtiging vereist is, binnen dertig dagen, respectievelijk na de kennisgeving van de beslissing of na het verstrijken van de termijn, bij aangetekend schrijven beroep instellen bij het beroepsorgaan.
Het beroep staat niet open wanneer de veiligheidsmachtiging wordt ingetrokken in het geval bedoeld in artikel 16, § 1, derde lid, van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.
Het uitblijven van een beslissing door de veiligheidsoverheid binnen de termijn bepaald door het beroepsorgaan overeenkomstig artikel 10, § 1, of § 2, 1°, van deze wet, wordt beschouwd als een beslissing tot weigering en is vatbaar voor beroep door de betrokkene, overeenkomstig het eerste lid.
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [1 De persoon die met toepassing van [2 de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2 het voorwerp uitmaakt van een negatief veiligheidsadvies, kan binnen acht dagen na ontvangst van het advies bij aangetekend schrijven het beroepsorgaan vatten.]1
[2 § 4. Behoudens in het geval bedoeld in artikel 41, § 5, van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst, kan de persoon voor wie een veiligheidsadvies vereist is, wanneer van dat advies niet binnen de voorgeschreven termijn werd kennis gegeven, binnen de acht dagen na het verstrijken van die termijn een beroep indienen bij het beroepsorgaan]2
Het beroep staat niet open wanneer de veiligheidsmachtiging wordt ingetrokken in het geval bedoeld in artikel 16, § 1, derde lid, van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen.
Het uitblijven van een beslissing door de veiligheidsoverheid binnen de termijn bepaald door het beroepsorgaan overeenkomstig artikel 10, § 1, of § 2, 1°, van deze wet, wordt beschouwd als een beslissing tot weigering en is vatbaar voor beroep door de betrokkene, overeenkomstig het eerste lid.
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [1 De persoon die met toepassing van [2 de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2 het voorwerp uitmaakt van een negatief veiligheidsadvies, kan binnen acht dagen na ontvangst van het advies bij aangetekend schrijven het beroepsorgaan vatten.]1
[2 § 4. Behoudens in het geval bedoeld in artikel 41, § 5, van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst, kan de persoon voor wie een veiligheidsadvies vereist is, wanneer van dat advies niet binnen de voorgeschreven termijn werd kennis gegeven, binnen de acht dagen na het verstrijken van die termijn een beroep indienen bij het beroepsorgaan]2
Art. 4. <L 2005-05-03/32, art. 5, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14> § 1er. Lorsque, conformément à l'article 22 de [2 la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2, l'octroi de l'habilitation de sécurité requise est refusé, lorsque la décision n'est pas intervenue ou n'a pas été notifiée dans le délai prévu, ou lorsque l'habilitation de sécurité est retirée, la personne pour laquelle l'habilitation a été requise, peut, dans les trente jours suivant respectivement la notification de la décision ou l'expiration du délai, introduire un recours, par lettre recommandée, auprès de l'organe de recours.
Le recours n'est pas ouvert lorsque l'habilitation de sécurité est retirée dans le cas visé à l'article 16, § 1er, alinéa 3, de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité.
Une absence de décision de l'autorité de sécurité dans le délai fixé par l'organe de recours conformément à l'article 10, § 1er ou § 2, 1°, est considérée comme une décision de refus et est susceptible de recours, par l'intéressé, conformément à l'alinéa premier.
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [1 La personne destinataire d'un avis de sécurité négatif, en application [2 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2, peut, dans les huit jours de la réception de cet avis, saisir, par lettre recommandée, l'organe de recours.]1
[2 § 4. Sauf dans le cas visé à l'article 41, § 5, de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé, lorsqu'un avis de sécurité n'a pas été notifié dans le délai prévu, la personne pour laquelle la vérification de sécurité est requise peut introduire un recours auprès de l'organe de recours dans les huit jours qui suivent l'expiration de ce délai.]2
Le recours n'est pas ouvert lorsque l'habilitation de sécurité est retirée dans le cas visé à l'article 16, § 1er, alinéa 3, de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification et aux habilitations, attestations et avis de sécurité.
Une absence de décision de l'autorité de sécurité dans le délai fixé par l'organe de recours conformément à l'article 10, § 1er ou § 2, 1°, est considérée comme une décision de refus et est susceptible de recours, par l'intéressé, conformément à l'alinéa premier.
§ 2. [2 ...]2
§ 3. [1 La personne destinataire d'un avis de sécurité négatif, en application [2 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2, peut, dans les huit jours de la réception de cet avis, saisir, par lettre recommandée, l'organe de recours.]1
[2 § 4. Sauf dans le cas visé à l'article 41, § 5, de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé, lorsqu'un avis de sécurité n'a pas été notifié dans le délai prévu, la personne pour laquelle la vérification de sécurité est requise peut introduire un recours auprès de l'organe de recours dans les huit jours qui suivent l'expiration de ce délai.]2
Art. 5. § 1. In geval van beroep [inzake veiligheidsmachtigingen] zendt de veiligheidsoverheid het onderzoeksverslag aan het beroepsorgaan over, waarbij het origineel van de met redenen omklede beslissing alsmede een kopie van de kennisgeving van deze beslissing aan de eiser, en, in voorkomend geval, het in artikel 22 van de [3 wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]3 bedoelde onderzoeksdossier worden gevoegd. <W 2005-05-03/32, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
[3 ...]3
In geval van beroep inzake veiligheidsadviezen zendt de [3 de overheden bedoeld in de artikelen 26, § 1, 1°, en 34 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]3 het verificatiedossier aan het beroepsorgaan, waarbij de met redenen omklede vraag tot uitvoering van de veiligheidsverificaties, het origineel van het met redenen omklede advies alsmede een kopie van de kennisgeving van dit advies aan de eiser, worden gevoegd.] <W 2005-05-03/32, art.6 , 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
§ 2. Indien het beroepsorgaan het nuttig acht voor het onderzoek [inzake veiligheidsmachtigingen] van het beroep, verzoekt het de inlichtingen- en veiligheidsdienst die het onderzoek heeft ingesteld of instelt, een kopie van het volledige onderzoeksdossier over te zenden. Het kan eveneens van deze dienst de mededeling eisen van elke aanvullende informatie die het nuttig acht voor het onderzoek van het aanhangig gemaakte beroep. <W 2005-05-03/32, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
Daartoe kan het beroepsorgaan de leden horen van de inlichtingendiensten die aan het veiligheidsonderzoek hebben meegewerkt.
[1 De leden van de inlichtingendiensten zijn verplicht om de geheimen waarvan zij kennis hebben, bekend te maken aan het beroepsorgaan. Als deze geheimen betrekking hebben op een lopend opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek, overlegt het beroepsorgaan hierover voorafgaandelijk met de bevoegde magistraat.]1
Acht het lid van de inlichtingendienst het nuttig die informatie toch geheim te houden omdat de verspreiding ervan de bescherming van de bronnen, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van derden of de vervulling van de opdrachten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zoals bepaald in de artikelen 7, 8 en 11 van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in het gedrang kan brengen, dan wordt de vraag voorgelegd aan de voorzitter van het beroepsorgaan, die uitspraak doet na het hoofd van de dienst te hebben gehoord.
[Indien het beroepsorgaan het nuttig acht voor het onderzoek van het beroep inzake [3 ...]3 veiligheidsadviezen, kan het de overheden die het [3 ...]3 advies uitgebracht hebben en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten om elke bijkomende informatie verzoeken en de leden van deze diensten die hun medewerking aan de verificatie hebben geleverd, horen. In dit geval zijn het derde en vierde lid van toepassing op de leden van de politie- en inlichtingendiensten.] <W 2005-05-03/32, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
§ 3. Op verzoek van de [politie- of inlichtingendienst] kan het beroepsorgaan beslissen dat sommige inlichtingen uit de verklaring van een lid van de in § 2 bedoelde [politie- of inlichtingendienst], uit het onderzoeksverslag of het onderzoeksdossier [of het verificatiedossier], om een van de in § 2, vierde lid, genoemde redenen, [2 of als deze onder het geheim van een lopend opsporings- of gerechtelijk onderzoek vallen,]2 geheim zijn en dat de eiser noch zijn advocaat er inzage van krijgen. [2 Als deze geheimen betrekking hebben op een lopend opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek, overlegt het beroepsorgaan hierover voorafgaandelijk met de bevoegde magistraat.]2 <W 2005-05-03/32, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
Wanneer die inlichtingen afkomstig zijn van een buitenlandse inlichtingendienst, wordt de beslissing tot niet-inzage genomen door de inlichtingen- en veiligheidsdienst.
Tegen die beslissingen is geen beroep mogelijk.
[3 ...]3
In geval van beroep inzake veiligheidsadviezen zendt de [3 de overheden bedoeld in de artikelen 26, § 1, 1°, en 34 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]3 het verificatiedossier aan het beroepsorgaan, waarbij de met redenen omklede vraag tot uitvoering van de veiligheidsverificaties, het origineel van het met redenen omklede advies alsmede een kopie van de kennisgeving van dit advies aan de eiser, worden gevoegd.] <W 2005-05-03/32, art.6 , 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
§ 2. Indien het beroepsorgaan het nuttig acht voor het onderzoek [inzake veiligheidsmachtigingen] van het beroep, verzoekt het de inlichtingen- en veiligheidsdienst die het onderzoek heeft ingesteld of instelt, een kopie van het volledige onderzoeksdossier over te zenden. Het kan eveneens van deze dienst de mededeling eisen van elke aanvullende informatie die het nuttig acht voor het onderzoek van het aanhangig gemaakte beroep. <W 2005-05-03/32, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
Daartoe kan het beroepsorgaan de leden horen van de inlichtingendiensten die aan het veiligheidsonderzoek hebben meegewerkt.
[1 De leden van de inlichtingendiensten zijn verplicht om de geheimen waarvan zij kennis hebben, bekend te maken aan het beroepsorgaan. Als deze geheimen betrekking hebben op een lopend opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek, overlegt het beroepsorgaan hierover voorafgaandelijk met de bevoegde magistraat.]1
Acht het lid van de inlichtingendienst het nuttig die informatie toch geheim te houden omdat de verspreiding ervan de bescherming van de bronnen, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van derden of de vervulling van de opdrachten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zoals bepaald in de artikelen 7, 8 en 11 van de wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten in het gedrang kan brengen, dan wordt de vraag voorgelegd aan de voorzitter van het beroepsorgaan, die uitspraak doet na het hoofd van de dienst te hebben gehoord.
[Indien het beroepsorgaan het nuttig acht voor het onderzoek van het beroep inzake [3 ...]3 veiligheidsadviezen, kan het de overheden die het [3 ...]3 advies uitgebracht hebben en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten om elke bijkomende informatie verzoeken en de leden van deze diensten die hun medewerking aan de verificatie hebben geleverd, horen. In dit geval zijn het derde en vierde lid van toepassing op de leden van de politie- en inlichtingendiensten.] <W 2005-05-03/32, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
§ 3. Op verzoek van de [politie- of inlichtingendienst] kan het beroepsorgaan beslissen dat sommige inlichtingen uit de verklaring van een lid van de in § 2 bedoelde [politie- of inlichtingendienst], uit het onderzoeksverslag of het onderzoeksdossier [of het verificatiedossier], om een van de in § 2, vierde lid, genoemde redenen, [2 of als deze onder het geheim van een lopend opsporings- of gerechtelijk onderzoek vallen,]2 geheim zijn en dat de eiser noch zijn advocaat er inzage van krijgen. [2 Als deze geheimen betrekking hebben op een lopend opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek, overlegt het beroepsorgaan hierover voorafgaandelijk met de bevoegde magistraat.]2 <W 2005-05-03/32, art. 6, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
Wanneer die inlichtingen afkomstig zijn van een buitenlandse inlichtingendienst, wordt de beslissing tot niet-inzage genomen door de inlichtingen- en veiligheidsdienst.
Tegen die beslissingen is geen beroep mogelijk.
Art. 5. § 1er. En cas de recours [en matière d'habilitation de sécurité], l'autorité de sécurité communique à l'organe de recours le rapport d'enquête, en y joignant l'original de la décision motivée et une copie de la notification de cette décision au requérant, et, le cas échéant, le dossier d'enquête, visé à l'article 22 de [3 la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]3. <L 2005-05-03/32, art. 6, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
[3 ...]3
En cas de recours en matière d'avis de sécurité, [3 les autorités visées aux articles 26, § 1er, 1°, et 34 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]3 communique à l'organe de recours le dossier de vérification en y joignant la demande motivée de l'accomplissement de la vérification de sécurité, l'original de l'avis motivé et un copie de la notification de cet avis au requérant.] <L 2005-05-03/32, art. 6, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
§ 2. S'il l'estime utile à l'examen du recours [en matière d'habilitation de sécurité], l'organe de recours requiert du service de renseignement et de sécurité qui a procédé ou procède à l'enquête de lui communiquer une copie du dossier d'enquête dans sont intégralité. Il peut également requérir de ce service la communication de toute information complémentaire qu'il juge utile à l'examen du recours dont il est saisi. <L 2005-05-03/32, art. 6, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
A cette fin, l'organe de recours peut entendre les membres des services de renseignement qui ont participé à l'enquête de sécurité.
[1 Les membres des services de renseignements sont tenus de révéler à l'organe de recours les secrets dont ils sont dépositaires. Si ces secrets concernent une information ou une instruction judiciaire en cours, l'organe de recours se concerte au préalable à ce sujet avec le magistrat compétent.]1
Si le membre du service de renseignement estime devoir garder le secret dont il est dépositaire parce que sa divulgation est de nature à porter préjudice à la protection des sources, à la protection de la vie privée de tiers ou à l'accomplissement des missions des services de renseignement et de sécurité telles que définies aux articles 7, 8 et 11 de la loi du 30 novembre 1998 organique des services de renseignement et de sécurité, la question est soumise au président de l'organe de recours, qui statue après avoir entendu le chef du service.
[S'il l'estime utile à l'examen du recours en matière [3 ...]3 d'avis de sécurité, l'organe de recours peut requérir des autorités qui ont émis [3 ...]3 l'avis et des services de police et de renseignement et de sécurité toute information complémentaire et entendre les membres de ces services qui ont apporté leur concours à la vérification. Dans ce cas, les alinéas 3 et 4 s'appliquent aux membres des services de police et de renseignement.] <L 2005-05-03/32, art. 6, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
§ 3. A la demande [d'un service de police ou de renseignement], l'organe de recours peut décider que certaines informations figurant dans la déposition d'un membre [d'un service de police ou de renseignement] visé au § 2, dans le rapport d'enquête ou dans le dossier d'enquête [ou de vérification] sont secrètes pour un des motifs visés au § 2, alinéa 4, [2 ou parce qu'elles relèvent du secret d'une information ou d'une instruction judiciaire en cours,]2 et qu'elles ne pourront être consultées ni par le requérant ni par son avocat. [2 Si ces secrets concernent une information ou une instruction judiciaire en cours, l'organe de recours se concerte au préalable à ce sujet avec le magistrat compétent.]2 <L 2005-05-03/32, art. 6, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
Lorsque ces informations proviennent d'un service de renseignement étranger, la décision de non-consultation est prise par le service de renseignement et de sécurité.
Ces décisions ne sont susceptibles d'aucun recours.
[3 ...]3
En cas de recours en matière d'avis de sécurité, [3 les autorités visées aux articles 26, § 1er, 1°, et 34 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]3 communique à l'organe de recours le dossier de vérification en y joignant la demande motivée de l'accomplissement de la vérification de sécurité, l'original de l'avis motivé et un copie de la notification de cet avis au requérant.] <L 2005-05-03/32, art. 6, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
§ 2. S'il l'estime utile à l'examen du recours [en matière d'habilitation de sécurité], l'organe de recours requiert du service de renseignement et de sécurité qui a procédé ou procède à l'enquête de lui communiquer une copie du dossier d'enquête dans sont intégralité. Il peut également requérir de ce service la communication de toute information complémentaire qu'il juge utile à l'examen du recours dont il est saisi. <L 2005-05-03/32, art. 6, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
A cette fin, l'organe de recours peut entendre les membres des services de renseignement qui ont participé à l'enquête de sécurité.
[1 Les membres des services de renseignements sont tenus de révéler à l'organe de recours les secrets dont ils sont dépositaires. Si ces secrets concernent une information ou une instruction judiciaire en cours, l'organe de recours se concerte au préalable à ce sujet avec le magistrat compétent.]1
Si le membre du service de renseignement estime devoir garder le secret dont il est dépositaire parce que sa divulgation est de nature à porter préjudice à la protection des sources, à la protection de la vie privée de tiers ou à l'accomplissement des missions des services de renseignement et de sécurité telles que définies aux articles 7, 8 et 11 de la loi du 30 novembre 1998 organique des services de renseignement et de sécurité, la question est soumise au président de l'organe de recours, qui statue après avoir entendu le chef du service.
[S'il l'estime utile à l'examen du recours en matière [3 ...]3 d'avis de sécurité, l'organe de recours peut requérir des autorités qui ont émis [3 ...]3 l'avis et des services de police et de renseignement et de sécurité toute information complémentaire et entendre les membres de ces services qui ont apporté leur concours à la vérification. Dans ce cas, les alinéas 3 et 4 s'appliquent aux membres des services de police et de renseignement.] <L 2005-05-03/32, art. 6, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
§ 3. A la demande [d'un service de police ou de renseignement], l'organe de recours peut décider que certaines informations figurant dans la déposition d'un membre [d'un service de police ou de renseignement] visé au § 2, dans le rapport d'enquête ou dans le dossier d'enquête [ou de vérification] sont secrètes pour un des motifs visés au § 2, alinéa 4, [2 ou parce qu'elles relèvent du secret d'une information ou d'une instruction judiciaire en cours,]2 et qu'elles ne pourront être consultées ni par le requérant ni par son avocat. [2 Si ces secrets concernent une information ou une instruction judiciaire en cours, l'organe de recours se concerte au préalable à ce sujet avec le magistrat compétent.]2 <L 2005-05-03/32, art. 6, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
Lorsque ces informations proviennent d'un service de renseignement étranger, la décision de non-consultation est prise par le service de renseignement et de sécurité.
Ces décisions ne sont susceptibles d'aucun recours.
Art. 6. Onverminderd artikel 5, § 3, eerste en tweede lid, mogen de eiser en zijn advocaat (het verificatiedossier of) het onderzoeksverslag en eventueel het onderzoeksdossier gedurende vijf werkdagen vóór de zitting op de griffie van het beroepsorgaan inzien, op de data en uren die door het beroepsorgaan worden opgegeven.
De eiser wordt gehoord door het beroepsorgaan, op verzoek van dat orgaan of op eigen verzoek. Hij kan zich laten bijstaan door een advocaat. <W 2005-05-03/32, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
De eiser wordt gehoord door het beroepsorgaan, op verzoek van dat orgaan of op eigen verzoek. Hij kan zich laten bijstaan door een advocaat. <W 2005-05-03/32, art. 7, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
Art. 6. Sans préjudice de l'article 5, § 3, alinéas 1er et 2, le requérant et son avocat peuvent consulter au greffe de l'organe de recours le rapport d'enquête et, le cas échéant, (le dossier de vérification ou) le dossier d'enquête, pendant cinq jours ouvrables avant l'audience, aux dates et heures indiquées par l'organe de recours. <L 2005-05-03/32, art. 7, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
Le requérant est entendu par l'organe de recours, à la demande de celui-ci ou à sa propre demande. Il peut être assisté d'un avocat.
Le requérant est entendu par l'organe de recours, à la demande de celui-ci ou à sa propre demande. Il peut être assisté d'un avocat.
Art. 7. § 1. De leden (van het beroepsorgaan) en de personeelsleden van het Vast Comité I zijn gehouden tot een geheimhoudingsplicht ten aanzien van de feiten, handelingen of inlichtingen waarvan zij kennis hebben wegens de medewerking die zij verlenen aan de toepassing van deze wet.
Deze geheimhoudingsplicht blijft bestaan, ook wanneer zij opgehouden hebben deze medewerking te verlenen.
§ 2. Het beroepsorgaan moet de nodige interne maatregelen nemen om het vertrouwelijk karakter van de (verificatiedossiers, van de) onderzoeksverslagen, van de documenten die erbij gevoegd zijn overeenkomstig artikel 5, § 1, en, in voorkomend geval, van de onderzoeksdossiers, te waarborgen. <W 2005-05-03/32, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
Deze geheimhoudingsplicht blijft bestaan, ook wanneer zij opgehouden hebben deze medewerking te verlenen.
§ 2. Het beroepsorgaan moet de nodige interne maatregelen nemen om het vertrouwelijk karakter van de (verificatiedossiers, van de) onderzoeksverslagen, van de documenten die erbij gevoegd zijn overeenkomstig artikel 5, § 1, en, in voorkomend geval, van de onderzoeksdossiers, te waarborgen. <W 2005-05-03/32, art. 8, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
Art. 7. § 1er. Les membres (de l'organe de recours) et les membres du personnel du Comité permanent R sont tenus à une obligation de secret à l'égard des faits, actes ou renseignements dont ils ont connaissance en raison du concours qu'ils apportent à l'application de la présente loi. <L 2005-05-03/32, art. 8, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
Cette obligation de secret subsiste même lorsqu'ils ont cessé d'apporter ce concours.
§ 2. L'organe de recours doit prendre les mesures internes nécessaires afin de garantir le caractère confidentiel (des dossiers de vérification et) des rapports d'enquêtes, des documents qui y sont joints conformément à l'article 5, § 1er, et, le cas échéant, des dossiers d'enquêtes. <L 2005-05-03/32, art. 8, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
Cette obligation de secret subsiste même lorsqu'ils ont cessé d'apporter ce concours.
§ 2. L'organe de recours doit prendre les mesures internes nécessaires afin de garantir le caractère confidentiel (des dossiers de vérification et) des rapports d'enquêtes, des documents qui y sont joints conformément à l'article 5, § 1er, et, le cas échéant, des dossiers d'enquêtes. <L 2005-05-03/32, art. 8, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
Art. 8. Met geldboete van tweehonderd frank tot tienduizend frank wordt gestraft, iedere persoon bedoeld in artikel 7 die de geheimhoudingsplicht waartoe hij gehouden is op grond van dat artikel, heeft geschonden.
Art. 8. Est punie d'une amende de deux cents francs à dix mille francs, toute personne visée à l'article 7 qui a violé l'obligation de secret à laquelle elle est astreinte sur la base de cet article.
Art. 9. Het beroepsorgaan beraadslaagt bij meerderheid van stemmen (respectievelijk binnen vijftien of zestig dagen) nadat het beroep (inzake [2 ...]2 veiligheidsmachtigingen) bij het beroepsorgaan aanhangig is gemaakt. <W 2005-05-03/32, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
De beslissingen van het beroepsorgaan worden met redenen omkleed. (Zij worden bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de eiser, van de veiligheidsoverheid en van de inlichtingen- en veiligheidsdienst, naargelang van het geval, die hetzij het veiligheidsonderzoek heeft ingesteld, hetzij het dossier van de veiligheidsverificatie heeft samengesteld en zijn vanaf hun kennisgeving rechtstreeks uitvoerbaar.) <W 2005-05-03/32, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
(De kennisgeving aan de eiser mag geen enkele inlichting bevatten waarvan de mededeling schade zou kunnen toebrengen aan de verdediging van de onschendbaarheid van het nationaal grondgebied, aan de militaire defensieplannen, aan de vervulling van de opdrachten van de strijdkrachten, aan de inwendige veiligheid van de Staat, met inbegrip van het domein van de kernenergie, aan het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde, aan de uitwendige veiligheid van de Staat en de internationale betrekkingen, aan het wetenschappelijk of economisch potentieel of elk ander fundamenteel belang van het land, aan de veiligheid van Belgische onderdanen in het buitenland, aan de werking van de besluitvormingsorganen van de Staat, aan de bescherming van de bronnen [1 , aan het geheim van een lopend opsporings- of gerechtelijk onderzoek]1 of aan de bescherming van het privé-leven van derden.) [1 Als deze geheimen betrekking hebben op een lopend opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek, overlegt het beroepsorgaan hierover voorafgaandelijk met de bevoegde magistraat.]1
De beslissingen van het beroepsorgaan zijn niet vatbaar voor enig beroep.
De rechtspleging welke voor het beroepsorgaan dient te worden gevolgd, wordt vastgesteld bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
De beslissingen van het beroepsorgaan worden met redenen omkleed. (Zij worden bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de eiser, van de veiligheidsoverheid en van de inlichtingen- en veiligheidsdienst, naargelang van het geval, die hetzij het veiligheidsonderzoek heeft ingesteld, hetzij het dossier van de veiligheidsverificatie heeft samengesteld en zijn vanaf hun kennisgeving rechtstreeks uitvoerbaar.) <W 2005-05-03/32, art. 9, 002; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14>
(De kennisgeving aan de eiser mag geen enkele inlichting bevatten waarvan de mededeling schade zou kunnen toebrengen aan de verdediging van de onschendbaarheid van het nationaal grondgebied, aan de militaire defensieplannen, aan de vervulling van de opdrachten van de strijdkrachten, aan de inwendige veiligheid van de Staat, met inbegrip van het domein van de kernenergie, aan het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde, aan de uitwendige veiligheid van de Staat en de internationale betrekkingen, aan het wetenschappelijk of economisch potentieel of elk ander fundamenteel belang van het land, aan de veiligheid van Belgische onderdanen in het buitenland, aan de werking van de besluitvormingsorganen van de Staat, aan de bescherming van de bronnen [1 , aan het geheim van een lopend opsporings- of gerechtelijk onderzoek]1 of aan de bescherming van het privé-leven van derden.) [1 Als deze geheimen betrekking hebben op een lopend opsporingsonderzoek of gerechtelijk onderzoek, overlegt het beroepsorgaan hierover voorafgaandelijk met de bevoegde magistraat.]1
De beslissingen van het beroepsorgaan zijn niet vatbaar voor enig beroep.
De rechtspleging welke voor het beroepsorgaan dient te worden gevolgd, wordt vastgesteld bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit.
Art. 9. L'organe de recours délibère à la majorité des voix (respectivement dans les quinze ou les soixante jours) suivant celui où il a été saisi du recours (en matière [2 ...]2 d'habilitation de sécurité). <L 2005-05-03/32, art. 9, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
Les décisions de l'organe de recours sont motivées. (Elles sont notifiées, par lettre recommandée, au requérant, à l'autorité de sécurité et au service de renseignement et de sécurité, suivant le cas, qui a soit procédé à l'enquête de sécurité, soit établi le dossier de vérification de sécurité. Elles sont, dès leur notification, directement exécutoires). <L 2005-05-03/32, art. 9, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
La notification adressée au requérant ne peut contenir aucune information dont la communication serait de nature à porter atteinte à la défense de l'intégrité du territoire national, aux plans de défense militaires, à l'accomplissement des missions des forces armées, à la sûreté intérieure de l'Etat, y compris dans le domaine de l'énergie nucléaire, à la pérennité de l'ordre démocratique et constitutionnel, à la sûreté extérieure de l'Etat et aux relations internationales, au potentiel scientifique ou économique ou tout autre intérêt fondamental du pays, à la sécurité des ressortissants belges à l'étranger, au fonctionnement des organes décisionnels de l'Etat, à la protection des sources [1 , au secret d'une information ou d'une instruction judiciaire en cours]1 ou à la protection de la vie privée de tiers. [1 Si ces secrets concernent une information ou une instruction judiciaire en cours, l'organe de recours se concerte au préalable à ce sujet avec le magistrat compétent.]1
Les décisions de l'organe de recours ne sont susceptibles d'aucun recours.
La procédure à suivre devant l'organe de recours sera déterminée par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
Les décisions de l'organe de recours sont motivées. (Elles sont notifiées, par lettre recommandée, au requérant, à l'autorité de sécurité et au service de renseignement et de sécurité, suivant le cas, qui a soit procédé à l'enquête de sécurité, soit établi le dossier de vérification de sécurité. Elles sont, dès leur notification, directement exécutoires). <L 2005-05-03/32, art. 9, 002; En vigueur : 07-06-2005. Voir également son art. 14>
La notification adressée au requérant ne peut contenir aucune information dont la communication serait de nature à porter atteinte à la défense de l'intégrité du territoire national, aux plans de défense militaires, à l'accomplissement des missions des forces armées, à la sûreté intérieure de l'Etat, y compris dans le domaine de l'énergie nucléaire, à la pérennité de l'ordre démocratique et constitutionnel, à la sûreté extérieure de l'Etat et aux relations internationales, au potentiel scientifique ou économique ou tout autre intérêt fondamental du pays, à la sécurité des ressortissants belges à l'étranger, au fonctionnement des organes décisionnels de l'Etat, à la protection des sources [1 , au secret d'une information ou d'une instruction judiciaire en cours]1 ou à la protection de la vie privée de tiers. [1 Si ces secrets concernent une information ou une instruction judiciaire en cours, l'organe de recours se concerte au préalable à ce sujet avec le magistrat compétent.]1
Les décisions de l'organe de recours ne sont susceptibles d'aucun recours.
La procédure à suivre devant l'organe de recours sera déterminée par un arrêté royal délibéré en Conseil des ministres.
Art. 9bis. <INGEVOEGD bij W 2005-05-03/32, art. 10 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14> § 1. Het beroepsorgaan beraadslaagt bij meerderheid van stemmen binnen dertig dagen nadat het beroep inzake het veiligheidsadvies bij het beroepsorgaan aanhangig is gemaakt.
Het advies van het beroepsorgaan wordt met redenen omkleed. Het wordt, bij aangetekend schrijven, ter kennis gebracht van de eiser, van de administratieve overheid en [1 van de overheden bedoeld in de artikelen 26, § 1, 1°, en 34 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]1. Art. 9, derde lid, is van toepassing op de kennisgeving aan de eiser.
Indien het beroepsorgaan het negatief veiligheidsadvies niet bevestigt, moet de administratieve overheid de redenen weergeven waarom zij het advies van het beroepsorgaan niet volgt. Zij deelt haar beslissing mee aan de betrokkene en zendt een afschrift over aan het beroepsorgaan en aan de veiligheidsoverheid.
De Koning bepaalt de termijnen en de nadere regels voor de kennisgevingen bedoeld in het tweede en derde lid.
§ 2. Wanneer de administratieve overheid zich bij de motivering van haar beslissing uitsluitend baseert op het advies van het beroepsorgaan, is deze beslissing niet vatbaar voor enig beroep.
Het advies van het beroepsorgaan wordt met redenen omkleed. Het wordt, bij aangetekend schrijven, ter kennis gebracht van de eiser, van de administratieve overheid en [1 van de overheden bedoeld in de artikelen 26, § 1, 1°, en 34 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]1. Art. 9, derde lid, is van toepassing op de kennisgeving aan de eiser.
Indien het beroepsorgaan het negatief veiligheidsadvies niet bevestigt, moet de administratieve overheid de redenen weergeven waarom zij het advies van het beroepsorgaan niet volgt. Zij deelt haar beslissing mee aan de betrokkene en zendt een afschrift over aan het beroepsorgaan en aan de veiligheidsoverheid.
De Koning bepaalt de termijnen en de nadere regels voor de kennisgevingen bedoeld in het tweede en derde lid.
§ 2. Wanneer de administratieve overheid zich bij de motivering van haar beslissing uitsluitend baseert op het advies van het beroepsorgaan, is deze beslissing niet vatbaar voor enig beroep.
Modifications
Art. 9bis. § 1er. L'organe de recours délibère à la majorité des voix dans les trente jours suivant celui où il a été saisi d'un recours en matière d'avis de sécurité.
L'avis de l'organe de recours est motivé. Il est notifié par lettre recommandée au requérant, à l'autorité administrative et [1 aux autorités visées aux articles 26, § 1er, 1°, et 34 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]1. L'article 9, alinéa 3, est applicable à la notification adressée au requérant.
Lorsque l'organe de recours ne confirme pas l'avis de sécurité négatif, l'autorité administrative est tenue d'indiquer les motifs pour lesquels elle ne suit pas l'avis de l'organe de recours. Elle notifie sa décision à la personne intéressée et en transmet copie à l'organe de recours et à l'autorité de sécurité.
Le Roi fixe les délais et les modalités des notifications visées aux alinéas 2 et 3.
§ 2. Lorsque l'autorité administrative motive sa décision en se fondant exclusivement sur l'avis de l'organe de recours, cette décision n'est susceptible d'aucun recours.
L'avis de l'organe de recours est motivé. Il est notifié par lettre recommandée au requérant, à l'autorité administrative et [1 aux autorités visées aux articles 26, § 1er, 1°, et 34 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]1. L'article 9, alinéa 3, est applicable à la notification adressée au requérant.
Lorsque l'organe de recours ne confirme pas l'avis de sécurité négatif, l'autorité administrative est tenue d'indiquer les motifs pour lesquels elle ne suit pas l'avis de l'organe de recours. Elle notifie sa décision à la personne intéressée et en transmet copie à l'organe de recours et à l'autorité de sécurité.
Le Roi fixe les délais et les modalités des notifications visées aux alinéas 2 et 3.
§ 2. Lorsque l'autorité administrative motive sa décision en se fondant exclusivement sur l'avis de l'organe de recours, cette décision n'est susceptible d'aucun recours.
Modifications
Art. 10. § 1. Wanneer het beroep betrekking heeft op het uitblijven van een beslissing inzake het verlenen van een veiligheidsmachtiging, kan het beroepsorgaan, na de veiligheidsoverheid of de betrokken inlichtingen- en veiligheidsdienst te hebben ondervraagd over de redenen voor de niet-naleving van de overeenkomstig artikel 22, eerste lid, van de [1 wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]1 bepaalde termijn, eisen dat het veiligheidsonderzoek wordt beëindigd, dat het onderzoeksverslag door de veiligheidsoverheid wordt onderzocht en dat zij beslist binnen de termijnen die het vaststelt.
§ 2. Wanneer het beroep volgt op een weigering om de veiligheidsmachtiging te verlenen of op de intrekking van een veiligheidsmachtiging, kan het beroepsorgaan, als het, na de eiser of zijn advocaat gehoord te hebben, van oordeel is dat de redenen ingeroepen om de bestreden beslissing te rechtvaardigen, ongegrond zijn en niet in verhouding staan tot het vereiste machtigingsniveau :
1° eisen dat het veiligheidsonderzoek wordt afgerond met betrekking tot de punten die het bepaalt en dat de beslissing tot weigering of intrekking opnieuw door de veiligheidsoverheid wordt onderzocht binnen de termijnen die het vaststelt;
2° eisen dat de veiligheidsoverheid de veiligheidsmachtiging verleent.
§ 3. Wanneer het beroep volgt op het uitblijven van beslissing van de veiligheidsoverheid binnen de termijn bepaald door het beroepsorgaan overeenkomstig § 1 of § 2, 1°, kan het beroepsorgaan, indien het, na de eiser of zijn advocaat gehoord te hebben, meent dat niets zich ertegen verzet, de veiligheidsoverheid dwingen de veiligheidsmachtiging toe te kennen.
§ 2. Wanneer het beroep volgt op een weigering om de veiligheidsmachtiging te verlenen of op de intrekking van een veiligheidsmachtiging, kan het beroepsorgaan, als het, na de eiser of zijn advocaat gehoord te hebben, van oordeel is dat de redenen ingeroepen om de bestreden beslissing te rechtvaardigen, ongegrond zijn en niet in verhouding staan tot het vereiste machtigingsniveau :
1° eisen dat het veiligheidsonderzoek wordt afgerond met betrekking tot de punten die het bepaalt en dat de beslissing tot weigering of intrekking opnieuw door de veiligheidsoverheid wordt onderzocht binnen de termijnen die het vaststelt;
2° eisen dat de veiligheidsoverheid de veiligheidsmachtiging verleent.
§ 3. Wanneer het beroep volgt op het uitblijven van beslissing van de veiligheidsoverheid binnen de termijn bepaald door het beroepsorgaan overeenkomstig § 1 of § 2, 1°, kan het beroepsorgaan, indien het, na de eiser of zijn advocaat gehoord te hebben, meent dat niets zich ertegen verzet, de veiligheidsoverheid dwingen de veiligheidsmachtiging toe te kennen.
Modifications
Art. 10. § 1er. Lorsque le recours fait suite à une absence de décision sur l'octroi d'une habilitation de sécurité, l'organe de recours peut, après avoir interrogé l'autorité de sécurité ou le service de renseignement et de sécurité concerné sur les motifs du non-respect du délai prescrit conformément à l'article 22, alinéa 1er, de [1 la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]1, requérir que l'enquête de sécurité soit achevée, que le rapport d'enquête soit examiné par l'autorité de sécurité, et que celle-ci statue dans les délais qu'il fixe.
§ 2. Lorsque le recours fait suite à une décision de refus d'octroi d'une habilitation de sécurité ou de retrait d'une habilitation de sécurité, l'organe de recours peut, s'il estime, après audition du requérant ou de son avocat, que les motifs invoqués à l'appui de la décision attaquée ne sont pas fondés et adéquats en fonction du niveau d'habilitation requis :
1° requérir que l'enquête de sécurité soit complétée sur les points qu'il détermine et que la décision de refus d'octroi ou de retrait soit réexaminée par l'autorité de sécurité dans les délais qu'il fixe;
2° requérir l'autorité de sécurité d'octroyer l'habilitation de sécurité.
§ 3. Lorsque le recours fait suite à une absence de décision de l'autorité de sécurité dans le délai fixé par l'organe de recours conformément au § 1er ou au § 2, 1°, l'organe de recours peut, s'il estime, après audition du requérant ou de son avocat, que rien ne s'y oppose, requérir l'autorité de sécurité d'octroyer l'habilitation de sécurité.
§ 2. Lorsque le recours fait suite à une décision de refus d'octroi d'une habilitation de sécurité ou de retrait d'une habilitation de sécurité, l'organe de recours peut, s'il estime, après audition du requérant ou de son avocat, que les motifs invoqués à l'appui de la décision attaquée ne sont pas fondés et adéquats en fonction du niveau d'habilitation requis :
1° requérir que l'enquête de sécurité soit complétée sur les points qu'il détermine et que la décision de refus d'octroi ou de retrait soit réexaminée par l'autorité de sécurité dans les délais qu'il fixe;
2° requérir l'autorité de sécurité d'octroyer l'habilitation de sécurité.
§ 3. Lorsque le recours fait suite à une absence de décision de l'autorité de sécurité dans le délai fixé par l'organe de recours conformément au § 1er ou au § 2, 1°, l'organe de recours peut, s'il estime, après audition du requérant ou de son avocat, que rien ne s'y oppose, requérir l'autorité de sécurité d'octroyer l'habilitation de sécurité.
Modifications
Art. 11. [1 Overeenkomstig artikel 4, § 4, wanneer het beroep volgt op het uitblijven van een veiligheidsadvies van de overheid binnen de termijn bepaald overeenkomstig artikel 33 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst, eist het beroepsorgaan, na de bevoegde overheid voor het afleveren van het veiligheidsadvies gehoord te hebben, dat de veiligheidsverificatie zich voltrekt binnen een termijn die het bepaalt.
Wanneer de overheid, binnen de termijn bepaald door het beroepsorgaan overeenkomstig het eerste lid, geen veiligheidsadvies heeft uitgebracht, kan het beroepsorgaan, indien het, na de eiser of zijn advocaat gehoord te hebben, meent dat niets zich ertegen verzet, een positief veiligheidsadvies toekennen.]1
Wanneer de overheid, binnen de termijn bepaald door het beroepsorgaan overeenkomstig het eerste lid, geen veiligheidsadvies heeft uitgebracht, kan het beroepsorgaan, indien het, na de eiser of zijn advocaat gehoord te hebben, meent dat niets zich ertegen verzet, een positief veiligheidsadvies toekennen.]1
Modifications
Art. 11. [1 Conformément à l'article 4, § 4, lorsque le recours fait suite à une absence d'avis de sécurité de l'autorité dans le délai fixé conformément à l'article 33 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé, l'organe de recours, après avoir interrogé l'autorité compétente pour délivrer l'avis de sécurité, requiert que la vérification de sécurité soit achevée dans un délai qu'il fixe.
Lorsque l'autorité n'a pas délivré d'avis de sécurité dans le délai fixé par l'organe de recours conformément à l'alinéa 1er, l'organe de recours peut, s'il estime, après audition du requérant ou de son avocat, que rien ne s'y oppose, rendre un avis de sécurité positif.]1
Lorsque l'autorité n'a pas délivré d'avis de sécurité dans le délai fixé par l'organe de recours conformément à l'alinéa 1er, l'organe de recours peut, s'il estime, après audition du requérant ou de son avocat, que rien ne s'y oppose, rendre un avis de sécurité positif.]1
Modifications
Art. 12. <INGEVOEGD bij W 2005-05-03/32, art. 12 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14> § 1. [2 ...]2
§ 2. [1 Nadat de overheid zich heeft uitgesproken over het aanvraagdossier conform artikel [2 27, § 2, van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2, kan eenieder die een legitiem belang heeft, vanuit de uitoefening van een beroep, een functie, een opdracht of mandaat, de toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen, [2 ...]2 het bezit van een vergunning, een licentie of een toelating, [2 of de behoefte aan toegang tot een grootschalig nationaal, internationaal, diplomatiek of protocollair evenement]2 binnen acht dagen na kennisname ervan, bij het beroepsorgaan beroep aantekenen tegen deze belissing van de overheid.]1
§ 3. Het beroepsorgaan onderzoekt [2 ...]2 of de veiligheidsverificaties gerechtvaardigd zijn vanuit de eisen van de wet betreffende de classificatie [2 , de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2. Indien hij hierom verzoekt, hoort het beroepsorgaan de persoon of de overheid die het beroep aantekende. Het beroepsorgaan kan beslissen de betrokken persoon, de publieke of administratieve overheid en de in [2 artikelen 24, 25 en 26 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2 te horen.
§ 4. Het beroepsorgaan beraadslaagt bij meerderheid van stemmen binnen 15 dagen nadat het beroep aanhangig is gemaakt.
§ 5. De beslissing van het beroepsorgaan wordt overeenkomstig artikel 9, derde lid, met redenen omkleed en, naar gelang het geval, ter kennis gebracht van :
1° [2 de overheden bedoeld in de artikelen 26, § 1, 1°, en 34 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst;]2
2° [1 de overheden bedoeld in [2 artikel 24, § 2, van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2;]1
3° [2 ...]2
4° [1 de betrokken personen, binnen de termijn bepaald door de Koning, door de overheden bedoeld in de [2 artikelen 24, § 2, en 34 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2 op dezelfde wijze als die waarop hen de beslissing om tot een veiligheidsverificatie over te gaan, ter kennis werd gebracht.]1
§ 6. De beslissingen van het beroepsorgaan zijn vanaf hun kennisgeving rechtstreeks uitvoerbaar. Er is geen beroep mogelijk.
§ 7. De procedure voor het beroepsorgaan heeft geen schorsende werking.
§ 8. De voor het beroepsorgaan te volgen rechtspleging wordt vastgesteld bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad.
§ 2. [1 Nadat de overheid zich heeft uitgesproken over het aanvraagdossier conform artikel [2 27, § 2, van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2, kan eenieder die een legitiem belang heeft, vanuit de uitoefening van een beroep, een functie, een opdracht of mandaat, de toegang tot lokalen, gebouwen of terreinen, [2 ...]2 het bezit van een vergunning, een licentie of een toelating, [2 of de behoefte aan toegang tot een grootschalig nationaal, internationaal, diplomatiek of protocollair evenement]2 binnen acht dagen na kennisname ervan, bij het beroepsorgaan beroep aantekenen tegen deze belissing van de overheid.]1
§ 3. Het beroepsorgaan onderzoekt [2 ...]2 of de veiligheidsverificaties gerechtvaardigd zijn vanuit de eisen van de wet betreffende de classificatie [2 , de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2. Indien hij hierom verzoekt, hoort het beroepsorgaan de persoon of de overheid die het beroep aantekende. Het beroepsorgaan kan beslissen de betrokken persoon, de publieke of administratieve overheid en de in [2 artikelen 24, 25 en 26 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2 te horen.
§ 4. Het beroepsorgaan beraadslaagt bij meerderheid van stemmen binnen 15 dagen nadat het beroep aanhangig is gemaakt.
§ 5. De beslissing van het beroepsorgaan wordt overeenkomstig artikel 9, derde lid, met redenen omkleed en, naar gelang het geval, ter kennis gebracht van :
1° [2 de overheden bedoeld in de artikelen 26, § 1, 1°, en 34 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst;]2
2° [1 de overheden bedoeld in [2 artikel 24, § 2, van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2;]1
3° [2 ...]2
4° [1 de betrokken personen, binnen de termijn bepaald door de Koning, door de overheden bedoeld in de [2 artikelen 24, § 2, en 34 van de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, de veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst]2 op dezelfde wijze als die waarop hen de beslissing om tot een veiligheidsverificatie over te gaan, ter kennis werd gebracht.]1
§ 6. De beslissingen van het beroepsorgaan zijn vanaf hun kennisgeving rechtstreeks uitvoerbaar. Er is geen beroep mogelijk.
§ 7. De procedure voor het beroepsorgaan heeft geen schorsende werking.
§ 8. De voor het beroepsorgaan te volgen rechtspleging wordt vastgesteld bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad.
Art. 12. § 1er. [2 ...]2
§ 2. [1 Après que l'autorité ait statué sur le dossier de demande conformément à l'article [2 27, § 2, de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2, quiconque se prévaut d'un intérêt légitime en raison de l'exercice d'une profession, d'une fonction, d'une mission, d'un mandat de l'accès à des locaux, des bâtiments, des sites, [2 ...]2 la détention d'un permis, d'une licence ou d'une autorisation, [2 ou du besoin d'accéder à un événement national, international, diplomatique ou protocolaire de grande ampleur,]2 peut, dans un délai de huit jours après en avoir pris connaissance, introduire un recours auprès de l'organe de recours contre cette décision de l'autorité.]1
§ 3. L'organe de recours examine [2 ...]2, si les vérifications de sécurité sont justifiées au regard des exigences de la loi relative à la classification [2 , aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2. L'organe de recours entend la personne ou l'autorité qui a introduit le recours, à leur demande. L'organe de recours peut décider d'entendre la personne concernée, l'autorité publique ou administrative et l'autorité visée [2 aux articles 24, 25 et 26 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2.
§ 4. L'organe de recours délibère à la majorité des voix dans les quinze jours suivant celui où il a été saisi du recours.
§ 5. La décision de l'organe de recours est motivée conformément à l'article 9, alinéa 3 et portée à la connaissance, selon le cas :
1° [2 des autorités visées aux articles 26, § 1er, 1°, et 34 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé;]2
2° [1 des autorités visées [2 à l'article 24, § 2, de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2;]1
3° [2 ...]2
4° [1 des personnes concernées, dans le délai déterminé par le Roi, par les autorités visées aux articles [2 24, § 2, et 34 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2, de la même manière que la décision de procéder à une vérification de sécurité a été portée à leur connaissance.]1
§ 6. Les décisions de l'organe de recours sont exécutoires de plein droit dès leur notification et ne sont susceptibles d'aucun recours.
§ 7. La procédure devant l'organe de recours n'a pas d'effet suspensif.
§ 8. La procédure à suivre devant l'organe de recours est déterminée par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.
§ 2. [1 Après que l'autorité ait statué sur le dossier de demande conformément à l'article [2 27, § 2, de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2, quiconque se prévaut d'un intérêt légitime en raison de l'exercice d'une profession, d'une fonction, d'une mission, d'un mandat de l'accès à des locaux, des bâtiments, des sites, [2 ...]2 la détention d'un permis, d'une licence ou d'une autorisation, [2 ou du besoin d'accéder à un événement national, international, diplomatique ou protocolaire de grande ampleur,]2 peut, dans un délai de huit jours après en avoir pris connaissance, introduire un recours auprès de l'organe de recours contre cette décision de l'autorité.]1
§ 3. L'organe de recours examine [2 ...]2, si les vérifications de sécurité sont justifiées au regard des exigences de la loi relative à la classification [2 , aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2. L'organe de recours entend la personne ou l'autorité qui a introduit le recours, à leur demande. L'organe de recours peut décider d'entendre la personne concernée, l'autorité publique ou administrative et l'autorité visée [2 aux articles 24, 25 et 26 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2.
§ 4. L'organe de recours délibère à la majorité des voix dans les quinze jours suivant celui où il a été saisi du recours.
§ 5. La décision de l'organe de recours est motivée conformément à l'article 9, alinéa 3 et portée à la connaissance, selon le cas :
1° [2 des autorités visées aux articles 26, § 1er, 1°, et 34 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé;]2
2° [1 des autorités visées [2 à l'article 24, § 2, de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2;]1
3° [2 ...]2
4° [1 des personnes concernées, dans le délai déterminé par le Roi, par les autorités visées aux articles [2 24, § 2, et 34 de la loi du 11 décembre 1998 relative à la classification, aux habilitations de sécurité, aux avis de sécurité et au service public réglementé]2, de la même manière que la décision de procéder à une vérification de sécurité a été portée à leur connaissance.]1
§ 6. Les décisions de l'organe de recours sont exécutoires de plein droit dès leur notification et ne sont susceptibles d'aucun recours.
§ 7. La procédure devant l'organe de recours n'a pas d'effet suspensif.
§ 8. La procédure à suivre devant l'organe de recours est déterminée par un arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres.
Art. 13. <INGEVOEGD bij W 2005-05-03/32, art. 13 ; Inwerkingtreding : 07-06-2005. Zie ook haar art. 14> Het beroepsorgaan stelt jaarlijks een activiteitenverslag op en zendt dit over aan de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat evenals aan de bevoegde ministers.
Art. 13. L'organe de recours établit annuellement un rapport d'activités et le communique aux présidents de la Chambre des représentants et du Sénat ainsi qu'aux ministres compétents.
Art. 14. (oud art. 11) Deze wet treedt in werking op dezelfde dag als artikel 22 van de wet van 11 december 1998, betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen.
Art. 14. (ancien art. 11) La présente loi entre en vigueur le même jour que l'article 22 de la loi du 11 décembre 1998, relative à la classification et aux habilitations de sécurité.