Aller au contenu principal

Comparaison NL / FR

| Word Word (citation)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titre
31 AUGUSTUS 1998. - Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor [de gewone en gespecialiseerde scholen] (VERTALING). <Opschrift gewijzigd door DDG2009-05-11/15, art.129 , 014; Inwerkingtreding : 01-09-2009> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 24-11-1998 en tekstbijwerking tot 31-10-2025)
Titre
31 AOUT 1998. - Décret relatif aux missions confiées aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles et portant des dispositions générales d'ordre pédagogique et organisationnel pour les [écoles ordinaires et spécialisées] (TRADUCTION). <Intitulé modifié par DCG2009-05-11/15, art. 129, 014; En vigueur : 01-09-2009> (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 24-11-1998 et mise à jour au 31-10-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen en definities. HOOFDSTUK II. - [1 Opdracht toevertrouwd door d... Afdeling 1. - Maatschappelijk project. Afdeling 2. - Specifieke opdracht van de inrich... Afdeling 3. - Specifieke opdracht van de versch... HOOFDSTUK III. - [1 Structuur van het gewoon en... Afdeling 1. - [1 De gewone basisschool]1 Afdeling 1bis. [1 - De gespecialiseerde basissc... Afdeling 2. - [1 De gewone secundaire school]1 Afdeling 2bis. [1 - De gespecialiseerde secunda... HOOFDSTUK IV. - [1 De leerling in het gewoon en... Afdeling 1. - Vrije keuze van de school en toel... Afdeling 2. - Inschrijving van leerlingen die k... Afdeling 3. - kosteloze toegang tot het onderwijs. Afdeling 4. - Algemene richtlijnen inzake insch... Afdeling 5. - Keuze tussen de cursus "godsdiens... Afdeling 6. - Rechten en plichten van de leerli... Afdeling 7. - Structuur van de beroepsmogelijkh... Afdeling 8. - Schoolreglement. Afdeling 9. - Tuchtmaatregelen. Afdeling 10. [1 - Samenwerking tussen scholen, ... Afdeling 11. [1 Leerlingenvervoer ]1 HOOFDSTUK V. - [1 Medebeslissing in de gewone e... Afdeling 1. - Algemene bepalingen. Afdeling 2. - De pedagogische raad. Afdeling 3. - Leerlingen- en oudersafvaardigingen. HOOFDSTUK VI. - Duur van een schooljaar, verlof... HOOFDSTUK VII. - [1 EVALUATIE EN BEGELEIDING VA... Afdeling 1. - Interne evaluatie. Afdeling 2. - Externe evaluatie. Afdeling 3. - Begeleiding van de scholen. [1 op... HOOFDSTUK VIII. - Inhoud van de cursussen, eval... Afdeling 1. - Inhoud van de cursussen. Afdeling 1.1 [1 Schooltaken]1 Afdeling 2. - Evaluatie. Afdeling 3. - De klasseraad. Afdeling 4. - Graad- en eindgetuigschriften. HOOFDSTUK VIIIbis. - [1 GESPECIALISEERDE PEDAGO... Afdeling 1. - [1 Principe van de gespecialiseer... Afdeling 2. - [1 Procedure voor het vaststellen... Onderafdeling 1. - [1 Algemeen]1 Onderafdeling 2. - [1 Starten van de procedure ... Onderafdeling 3. - [1 Vaststellen van de behoef... Afdeling 3. - [1 Inschrijving in een gewone sch... Afdeling 3.1. [1 - Bijzondere bepaling voor de ... Afdeling 4. - [1 Individueel ondersteuningsplan... Afdeling 5. - [1 Voortzetting of stopzetting va... Afdeling 6.-. [1 Comité voor onderwijs aan leer... HOOFDSTUK VIIIter. [1 - Redelijke aanpassingen ... Afdeling 1. [1 - Redelijke aanpassingen]1 Afdeling 2. [1 - Bescherming van de schoolcijfe... Afdeling 3. [1 - Bijeenroeping van het Comité v... HOOFDSTUK VIIIquater. [1 - Huisonderwijs]1 Afdeling 1. [1 - Algemeen]1 Afdeling 2. [1 - Vereisten waaraan het huisonde... Afdeling 3. [1 - Aanmelding voor huisonderwijs]1 Afdeling 4. [1 - Toezicht op het huisonderwijs]1 Afdeling 5. [1 - Inschrijving voor de zittijden... Afdeling 6. [1 - Hervatting van het huisonderwi... Afdeling 7. [1 - Bescherming van de persoonsgeg... HOOFDSTUK VIIIquinquies. [1 - Deelneming van ni... Afdeling 1. [1 - Toepassingsgebied en doelstell... Afdeling 2. [1 - Inschrijving en deelneming aan... Afdeling 3. [1 - Integratieraad]1 Afdeling 4. [1 - Redelijke aanpassingen wegens ... Afdeling 5. [1 - Betrekkingenpakket voor nieuwk... Afdeling 6. [1 - Gegevensbescherming]1 HOOFDSTUK VIIIsexies. [1 Deelneming aan het ond... HOOFDSTUK IX. - Opdrachten van het personeel. Afdeling 1. - Beschrijving van de opdrachten. HOOFDSTUK X. - Bijscholing en voortgezette ople... HOOFDSTUK X.1. [1 - Wekelijkse werktijd]1 HOOFDSTUK XI. - Wijzigingen van het decreet van... HOOFDSTUK XII. - Opheffings-; wijzigings- en o... HOOFDSTUK XIII. - Inwerkingtreding.
Table des matières
CHAPITRE I. - Dispositions générales et définit... CHAPITRE II. - [1 Mission confiée par la sociét... Section 1. - Projet social. Section 2. - Mission spéciale des pouvoirs orga... Section 3. - Mission spécifique des différentes... CHAPITRE III. - [1 Structure de l'enseignement ... Section 1. - [1 L'école fondamentale ordinaire]1 Section 1rebis. [1 - L'école fondamentale spéci... Section 2. - [1 L'école secondaire ordinaire]1 Section 2bis. [1 - L'école secondaire ordinaire]1 CHAPITRE IV. - [1 - L'élève dans l'enseignement... Section 1. - Libre choix de l'école et admission. Section 2. - Inscription d'élèves nécessitant u... Section 3. - Accès gratuit à l'enseignement. Section 4. - Instructions générales relatives à... Section 5. - Choix entre un cours de religion e... Section 6. - Droits et devoirs de l'élève et de... Section 7. - Structure de recours pour l'élève ... Section 8. - (Non publiée). Section 9. - Mesures disciplinaires. Section 10. [1 - Coopération entre les écoles, ... Section 11. [1 Section 10. ]1 CHAPITRE V. - [1 Implication dans les écoles or... Section 1. - Dispositions générales. Section 2. - Le Conseil pédagogique. Section 3. - Représentation des élèves et des p... CHAPITRE VI. - Durée d'une année scolaire et ré... CHAPITRE VII. - [1 Evaluation et accompagnement... Section 1. - Evaluation interne. Section 2. - Evaluation externe. Section 3. - Suivi des écoles. [1 abrogée]1 CHAPITRE VIII. - Contenu des cours, évaluation ... Section 1. - Contenu des cours. Section 1.1. [1 Devoirs]1 Section 2. - Evaluation. Section 3. - Le conseil de classe. Section 4. - Certificats de fin études ou de fi... CHAPITRE VIIIbis. [1 - Soutien pédagogique spéc... Section 1re. [1 - Principe du soutien pédagogiq... Section 2. [1 - Procédure visant à établir la n... Sous-section 1re. [1 - Généralités]1 Sous-section 2. [1 - Début de la procédure visa... Sous-section 3. [1 - Etablissement de la nécess... Section 3. [1 - Inscription dans une école ordi... Section 3.1. [1 - Disposition particulière pour... Section 4. [1 - Plan de soutien individuel et p... Section 5. [1 - Poursuite ou cessation de proje... Section 6. [1 - La Commission de soutien]1 CHAPITRE VIIIter. [1 - Compensation des désavan... Section 1. [1 - La compensation des désavantages]1 Section 2. [1 - La protection des notes]1 Section 3. [1 - Convocation de la Commission de... CHAPITRE VIIIquater. [1 - Enseignement à domici... Section 1. [1 - Généralités]1 Section 2. [1 - Exigences concernant l'enseigne... Section 3. [1 - Inscription à l'enseignement à ... Section 4. [1 - Contrôle de l'enseignement à do... Section 5. [1 - Inscription aux sessions d'exam... Section 6. [1 - Reprise de l'enseignement à dom... Section 7. [1 - Protection des données]1 CHAPITRE VIIIquinquies. [1 - Scolarisation des ... Section 1re. [1 - Champ d'application et object... Section 2. [1 - Inscription et scolarisation de... Section 3. [1 - Conseil d'intégration]1 Section 4. [1 - Compensation des désavantages e... Section 5. [1 - Capital emplois pour des élèves... Section 6. [1 - Protection des données]1 CHAPITRE VIIIsexies. [1 Scolarisation dans une ... CHAPITRE IX. - Mission du personnel. Section 1. - Description de la mission. CHAPITRE X. - Recyclage et formation continuée ... CHAPITRE X.1. [1 - Temps de travail hebdomadaire]1 CHAPITRE XI. - Modifications du décret du 30 ju... CHAPITRE XII. - Dispositions abrogatoires, mod... CHAPITRE XIII. - Entrée en vigueur.
Tekst (348)
Texte (348)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen en definities.
CHAPITRE I. - Dispositions générales et définitions.
Artikel 1. Toepassingsgebied.
  [2 Voorliggend decreet is van toepassing op het gewoon basisonderwijs en het basisonderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften evenals op het gewoon secundair onderwijs en het secundair onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften dat door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt, met uitzondering van het aanvullend secundair beroepsonderwijs, waarvoor uitsluitend de artikelen 38 en 39 evenals 42 tot en met 45 van toepassing zijn.
   De artikelen 23 tot en met 27, 28, 32, 57 tot en met 59 en 63 zijn eveneens van toepassing op het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd en gesubsidieerd secundair onderwijs met beperkt leerplan.]2

  [1 Voorliggend besluit is niet van toepassing op het deeltijdse kunstonderwijs dat door de Duitstalige Gemeenschap erkend, gesubsidieerd of georganiseerd wordt.]1
  [3 Artikel 45.1 is van toepassing op het Instituut voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's en op de centra voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's.]3
  
Article 1. Champ d'application.
  [2 Le présent décret est applicable à l'enseignement fondamental et secondaire ordinaire et spécialisé organisé ou subventionné par la Communauté germanophone, à l'exception de l'enseignement professionnel secondaire complémentaire auquel s'appliquent exclusivement les articles 38 et 39 ainsi que 42 à 45.
   Les articles 23 à 27, 28, 32, 57 à 59 et 63 sont également applicables à l'enseignement secondaire à horaire réduit organisé et subventionné par la Communauté germanophone.]2

  [1 Le présent décret ne s'applique pas à l'enseignement artistique à horaire réduit reconnu, subventionné ou organisé par la Communauté germanophone.]1
  [3 L'article 45.1 s'applique à l'Institut pour la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME et dans les centres de formation et de formation continue dans les classes moyennes et les PME]3
  
Art. 2. Hoedanigheden. In dit decreet gelden de hoedanigheden voor beide geslachten.
Art. 2. Qualifications. Dans le présent décret, les qualifications s'appliquent aux deux sexes.
Art. 3. Meerderjarigheid. Vanaf de dag waarop een leerling meerderjarig wordt, gelden voor hem de rechten en plichten die in dit decreet vastgelegd zijn voor de persoon belast met zijn opvoeding.
Art. 3. Majorité. A partir du jour où l'élève devient majeur, les droits et devoirs qui sont fixés dans le présent décret pour la personne chargée de l'éducation s'appliquent à lui.
Art. 4. Definities. Voor de toepassing van dit decreet verstaat men onder :
  1° [1 Parlement : Parlement van de Duitstalige Gemeenschap;]1
  2° Regering : de Regering van de Duitstalige Gemeenschap;
  3° [2 school : inrichting voor vorming en opvoeding die door een inrichtingshoofd wordt geleid en waar de leerlingen onderwezen worden volgens een studieprogramma dat door de Regering is vastgelegd of goedgekeurd, waarbij de onderwijsdoelstellingen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften kunnen worden aangepast;]2
  4° inrichtende macht : rechts- of natuurlijke persoon die de rechtelijke verantwoordelijkheid voor de oprichting, de organisatie en het bestuur van één of meerdere scholen op zich neemt en die prestaties verleent die eigen zijn aan het beheer van een school;
  5° [2 personen belast met de opvoeding : personen die krachtens de wet of een gerechtelijke beslissing het ouderlijke gezag over het kind of de jongere uitoefenen;]2
  6° huisonderwijs : onderwijs verstrekt aan leerplichtige kinderen en dat door de personen belast met hun opvoeding georganiseerd en gefinancierd wordt;
  7° officieel onderwijs : onderwijs georganiseerd door een publiekrechtelijke rechtspersoon;
  8° vrij onderwijs : onderwijs georganiseerd door een privaatrechtelijke natuurlijke persoon of rechtspersoon;
  9° studieprogramma : wekelijkse lessentabel en leerplannen van een klas in het lager en het secundair onderwijs;
  10° wekelijkse lessentabel : lijst van de onderwijseenheden verstrekt tijdens een week onderwijs in een vak of vakgebied;
  11° activiteitenplan : plan dat de pedagogische activiteiten opsomt die in de kleuterafdeling de ontwikkelingsdoelen dienen te bereiken;
  12° [1 leerplan : plan met de competenties, inhouden en aanwijzingen, zoals beschreven in de referentiekaders, voor de organisatie van een bepaald vak of vakgebied in het lager of secundair onderwijs;]1
  13° vakgebied : groep vakken die qua inhoud in verband tot elkaar gebracht worden;
  14° ontwikkelingsdoelen : doeleinden qua kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die in de kleuterafdeling nagestreefd worden;
  15° [1 competenties resp. bevoegdheden : vaardigheid efficiënt te handelen, wat een groep van verwante toestanden betreft; om deze toestanden te beheersen, is het noodzakelijk enerzijds de nodige kennis en anderzijds de vaardigheid te bezetten deze kennis met het oog op het opsporen en oplossen van problemen op reflectieve wijze en op het aangepast tijdstip in concrete handelingen om te zetten; er zijn zowel vakgebonden als vakoverstijgende competenties;]1
  16° [1 kerncompetenties : wezenlijke doeleinden in het vak of vakgebied die het vertrekpunt zijn voor het formuleren van de verwachte competenties;]1
  [1 16bis° verwachte competenties : de te bereiken leerresultaten die de leerlingen telkens op een bepaald tijdstip moeten hebben verworven om ervoor te zorgen dat zij verder met vrucht kunnen leren; deze gelden als minimale vereisten die door elke leerling moeten worden bereikt;]1
  [1 16ter° referentiekaders : bindende kaders die vereisten qua leren en aanleren op school formuleren; deze omvatten o.a. kerncompetenties, verwachte competenties en deelcompetenties; deze laatsten beschrijven tussendoeleinden voor de verschillende graden van het lager en secundair onderwijs die belangrijke etappes zijn in de ontwikkeling van de competenties;]1
  17° graad : structuur die in één onderwijsniveau meerdere leerjaren telt;
  18° [2 onderwijsniveau : indeling van het gewoon of gespecialiseerd onderwijs in kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs;]2
  19° klas : bepaalde groep leerlingen die samen het onderwijs volgen. Deze leerlingengroep bestaat uit leerlingen van hetzelfde leerjaar of van meerdere leerjaren;
  20° godsdienst : één der godsdiensten bedoeld in artikel 8 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
  21° bevoegde instantie van de betrokken eredienst : een kerkelijke gezagdrager erkend door de federale Staat;
  22° confessioneel onderwijs : onderwijs gebaseerd op één der godsdiensten bedoeld in artikel 8 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving en verstrekt met de instemming van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst, indien zo'n instantie bestaat;
  23° [2 leerling met specifieke onderwijsbehoeften : leerling bij wie overeenkomstig artikel 93.7 een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning is vastgesteld;]2
  24° [4 onderwijsinspectie : dienst die krachtens het decreet van 25 juni 2012 over [7 de onderwijsinspectie, het adviespunt voor schoolontwikkeling en het adviespunt voor inclusie en integratie in het onderwijs]7 is opgericht en die de inspectietaken uitoefent die hem bij dat decreet worden opgedragen;]4
  25° lestijd : eenheid van vijftig minuten aangewend voor het onderwijs of voor andere pedagogische activiteiten in het kader van de schoolopleiding;
  26° inrichtende macht op het gebied van de opleiding : alle door de Duitstalige Gemeenschap erkende publiekrechtelijke of private instellingen die een vormingsdoel nastreven;
  27° studiegetuigschriften : door de wet of de reglementen voorgeschreven getuigschriften die op het einde van een studiejaar uitgereikt worden;
  [2 28° leergroep : groep lerenden die een leerinhoud verwerken of uitdiepen;
   29° integratieproject : scolarisatie van een leerling met specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon onderwijs waarbij middelen op maat worden ingezet, ongeacht of het gaat om personeelsmiddelen, materiële middelen of didactische middelen voor gespecialiseerde pedagogische ondersteuning;
   30° ondersteuningsvergadering : vergadering van de personen belast met de opvoeding en de vertegenwoordigers van de gewone school en de gespecialiseerde school waarop de speciale onderwijsdoeleinden en de speciale onderwijsmaatregelen worden bepaald en overleg wordt gepleegd over de speciale onderwijsmiddelen en de plaats waar een kind of jongere met specifieke onderwijsbehoeften ondersteuning zal krijgen;
   31° individueel ondersteuningsplan : een onder de verantwoordelijkheid van het inrichtingshoofd opgesteld document waarmee de door diagnose gestuurde begeleiding van de leerprocessen wordt gewaarborgd. Uitgaand van de individuele sterke punten, de interessen en het ontwikkelingsniveau worden de speciale onderwijsdoeleinden en onderwijsmaatregelen beschreven. Het ondersteuningsplan bevat bovendien een lijst met de namen van de leden van het bestuurspersoneel, het onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het paramedisch en psychosociaal personeel dat het individueel ondersteuningsplan uitvoert. Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften wordt systematisch met een ondersteuningsplan gewerkt;
   32° ondersteuningsportfolio : documentatiemap met alle gegevens die voor de ondersteuning van de leerling relevant zijn, in het bijzonder diagnostische adviezen, gegevens over het ontwikkelingsniveau van de leerling, getuigenissen, documenten en bewijzen van de tot nu toe genomen pedagogische en therapeutische maatregelen.]2

  [3 33° schoolcurriculum : gedeelte van het schoolproject dat de schoolgemeenschap in het kader van een continue interne dialoog over de referentiekaders en de ontwikkelingszwaartepunten van de school uitwerkt als antwoord van de school op de noodzaak om de kwaliteit van het onderwijs te ontwikkelen en te controleren. Dit schoolcurriculum wordt binnen de school, op basis van de ontwikkelingsbehoeften van de school, geëvalueerd en zo nodig herzien binnen een termijn die vooraf afgesproken is met de schoolleiding, het onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het paramedisch en psychosociaal personeel van de school in kwestie.
   34° vakcurricula : gedeelten van het schoolcurriculum die per vak resp. vakgebied worden ontwikkeld. Ze zorgen voor de verticale continuïteit. Aanknopingspunten voor een vakoverschrijdend en vakverbindend onderwijs zorgen voor de horizontale continuïteit;
   35° deelcurricula : gedeelten van het schoolcurriculum die uitgewerkt worden op basis van de ontwikkelingszwaartepunten die binnen de school worden gekozen.]3

  [5 36° werkdag : de weekdagen van maandag tot vrijdag, met uitzondering van de wettelijke feestdagen.]5
  [6 37° nieuwkomers: kinderen of jongeren die bij een eerste inschrijving in een gewone school in de Duitstalige Gemeenschap voldoen aan de volgende voorwaarden :
   a) [9 2,5]9 tot 18 jaar oud zijn;
   b) een talenkennis hebben die onder niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen ligt;
   c) hun woonplaats of gewone verblijfplaats hebben in een van de negen gemeenten van het Duitse taalgebied;
   38° Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen: het op 26 september 2001 door de Raad voor Culturele Samenwerking van de Raad van Europa voorgestelde Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen: Leren, Onderwijzen, Beoordelen;
   39° immersieprincipe: het leren van een taal door contact en uitwisseling met andere personen die die taal in de praktijk gebruiken;
   40° taalklas: een jaargangoverschrijdende of graadoverschrijdende klas in gewone scholen waaraan uitsluitend nieuwkomers deelnemen die tussen 5 en 18 jaar oud zijn, met de bedoeling om het taalniveau te verwerven dat nodig is om gewoon basisonderwijs of gewoon secundair onderwijs te kunnen volgen;
   41° taalcursussen: intensieve taalcursussen in het gewone basisonderwijs die nieuwkomers de mogelijkheid bieden het taalniveau te verwerven dat nodig is om gewoon basisonderwijs te kunnen volgen;
   42° definitieve integratie: het tijdstip vanaf wanneer de nieuwkomer het gewoon basisonderwijs of gewoon secundair onderwijs definitief bezoekt en niet meer beschouwd wordt als een nieuwkomer die een taalklas bezoekt.]6

  [8 43°. Algemene Verordening Gegevensbescherming: Verordening 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG]8 [9 ;]9
  [9 44° schooltaken: taken die de leerkracht geeft aan de leerlingen om hun verworven competenties te verdiepen, de leerlingen voor te bereiden op tests en examens en hun te leren zelfstandig te werken[10 ;]10]9
  [10 45° op te leiden persoon met specifieke onderwijsbehoeften: de op te leiden persoon vermeld in artikel 7, § 7, 6.1°, van het decreet van 16 december 1991 betreffende de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de kmo's.]10
  
Art. 4. Définitions. Pour l'application du présent décret, l'on entend par :
  1° [1 Parlement : Parlement de la Communauté germanophone;]1
  2° Gouvernement : le Gouvernement de la Communauté germanophone;
  3° [2 école : établissement de formation et d'éducation placé sous la direction d'un chef d'établissement et où est dispensé un enseignement conforme à un programme d'études fixé ou approuvé par le Gouvernement, les objectifs de l'enseignement pouvant être adaptés pour des élèves nécessitant un soutien pédagogique spécialisé;]2
  4° pouvoir organisateur : personne morale ou physique qui est juridiquement responsable de la création, de l'organisation et de la gestion d'une ou de plusieurs écoles et fournit des prestations propres à la gestion de l'école;
  5° [2 personnes chargées de l'éducation : personnes qui exercent l'autorité parentale vis-à-vis de l'enfant ou du jeune, soit de plein droit soit à la suite d'un jugement;]2
  6° enseignement à domicile : enseignement dispensé à un enfant soumis à l'obligation scolaire et organisé et financé par les personnes chargées de l'éducation elles-mêmes;
  7° enseignement officiel : enseignement organisé par une personne juridique de droit public;
  8° enseignement libre : enseignement organisé par une personne physique ou morale de droit privé;
  9° programme d'études : grille-horaire hebdomadaire et programme des cours d'une classe dans l'enseignement primaire et secondaire;
  10° grille-horaire hebdomadaire : liste des unités de cours d'une discipline ou d'un domaine pour une semaine d'enseignement;
  11° plan d'activités : plan qui énumère les activités pédagogiques qui, en section maternelle, servent à atteindre les objectifs de développement;
  12° programme des cours : plan qui reprend les [1 les compétences décrites dans les référentiels de compétences, les contenus et les références]1 pour l'organisation, au sein de l'école primaire ou secondaire, d'une certaine discipline ou d'un certain domaine;
  13° domaine : groupe de disciplines dont le contenu est mis en interconnexion;
  14° objectif de développement : objectif poursuivi, en section maternelle, en ce qui concerne le savoir, l'observation, les capacités et le comportement;
  15° [1 compétence : capacité à agir efficacement par rapport à un ensemble de situations apparentées. La maîtrise de telles situations implique d'une part les connaissances nécessaires et d'autre part la capacité à les mettre en pratique de manière réfléchie et au moment opportun en vue de l'identification et de la résolution de problèmes réels;]1
  16° [1 macro-compétences : principaux objectifs d'une discipline ou d'une spécialité qui constituent un point de départ pour la formulation de la maîtrise des compétences attendues;]1
  [1 16bis ° : compétences attendues : ce que les élèves doivent avoir acquis à un moment défini pour consolider les chances de succès d'un apprentissage ultérieur; elles sont considérées comme les exigences minimales qui doivent être atteintes par chaque élève;]1
  [1 16ter ° : référentiels de compétences : dispositions obligatoires qui formulent les exigences en termes d'enseignement et d'apprentissage; celles-ci contiennent entre autres des macro-compétences, des compétences attendues et les niveaux de maîtrise des compétences attendues, ceux-ci décrivent les étapes intermédiaires pour les différents degrés de l'enseignement primaire et secondaire qui représentent des étapes importantes dans le développement des compétences.]1
  17° degré : structure regroupant plusieurs années d'études au sein d'un niveau d'enseignement;
  18° [2 niveau d'enseignement : subdivision de l'enseignement ordinaire et spécialisé en section maternelle, école primaire et école secondaire;]2
  19° classe : groupe déterminé d'élèves qui suivent ensemble un enseignement. Ce groupe d'élèves peut être constitué d'élèves d'une même année d'études ou de plusieurs;
  20° religion : une des religions visées à l'article 8 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement;
  21° autorité compétente pour le culte concerné : une autorité religieuse reconnue par l'Etat fédéral;
  22° enseignement confessionnel : enseignement basé sur une des religions visées à l'article 8 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement et organisé avec l'accord de l'autorité compétente pour le culte concerné, si elle existe;
  23° [2 élève nécessitant un soutien pédagogique spécialisé : élève pour lequel la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé a été établie conformément à l'article 93.7;]2
  24° [4 inspection scolaire : le service institué par le décret du 25 juin 2012 relatif à l'inspection scolaire [7 , la guidance en développement scolaire et la guidance pour l'inclusion et l'intégration]7 qui assure les missions d'inspection lui confiées par le même décret;]4
  25° période de cours : unité de 50 minutes pendant laquelle est dispensé l'enseignement ou sont organisées d'autres activités pédagogiques dans le cadre de la formation scolaire;
  26° pouvoir organisateur de formation : toute institution de droit public ou privé poursuivant un objectif formatif et reconnue par la Communauté germanophone;
  27° certificats d'études : les certificats prescrits par la loi ou les règlements et qui sont délivrés à la fin d'une année d'études;
  [2 28° groupe d'apprentissage : ensemble d'apprenants qui développent ou approfondissent un contenu d'apprentissage;
   29° projet d'intégration : scolarisation d'un élève nécessitant un soutien pédagogique spécialisé dans l'enseignement ordinaire moyennant la mise en oeuvre de moyens de soutien fixés individuellement, qu'il s'agisse de moyens humains, matériels ou didactiques de soutien pédagogique spécialisé;
   30° conférence de soutien : réunion des personnes chargées de l'éducation avec des représentants de l'école ordinaire et de l'école spécialisée qui déterminent des objectifs et mesures de soutien et qui discutent des moyens de soutien et du lieu où un enfant ou jeune nécessitant un soutien pédagogique spécialisé sera soutenu;
   31° plan de soutien individuel : document élaboré sous la responsabilité du chef d'établissement et qui garantit la guidance du processus d'apprentissage conformément au diagnostic. Il décrit des objectifs et des mesures de soutien à partir des points forts individuels, des intérêts et du stade de développement. Le plan de soutien comporte en outre une liste des noms des membres du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique chargés de l'exécution du plan de soutien individuel. Le plan de soutien est systématiquement mis en oeuvre pour les élèves nécessitant un soutien pédagogique spécialisé;
   32° portfolio de soutien : documentation reprenant toutes les données pertinentes pour le soutien de l'élève. Il s'agit plus particulièrement d'avis diagnostiques, de données relatives au stade de développement de l'élève, de témoignages, de documents et de justificatifs des mesures pédagogiques et thérapeutiques prises jusqu'ici.]2

  [3 33° curriculum d'établissement : partie du projet d'établissement établi par la communauté scolaire dans le cadre d'un dialogue interne continu en rapport avec les référentiels et les points forts de développement propres à l'établissement en tant que réponse de celui-ci à la nécessité de développer et de contrôler la qualité de l'enseignement. Ce curriculum d'établissement est évalué, voire retravaillé, en interne en tenant compte des besoins de l'établissement quant à son développement, et ce dans un laps de temps prédéfini avec la direction, le personnel enseignant, le personnel auxiliaire d'éducation, le personnel paramédical et socio-psychologique de l'établissement concerné.
   34° curriculums disciplinaires : parties du curriculum d'établissement qui sont développées par discipline ou domaine. Ils garantissent la continuité verticale. Des points de départ pour un enseignement transversal et transdisciplinaire assurent la continuité horizontale.
   35° curriculums partiels : parties du curriculum d'établissement qui sont établies sur la base des points forts de développement choisis au sein de l'établissement.]3

  [5 36° jour ouvrable : un jour de la semaine, du lundi au vendredi, à l'exception des jours fériés légaux.]5
  [6 37° élèves primo-arrivants : enfants ou jeunes qui, lors d'une première inscription dans une école ordinaire en Communauté germanophone, remplissent les conditions suivantes :
   a) être âgé de [9 2,5]9 à 18 ans;
   b) avoir des connaissances linguistiques se situant sous le niveau A2 du cadre européen commun de référence pour les langues;
   c) avoir son domicile ou sa résidence habituelle dans l'une des neuf communes de la région de langue allemande;
   38° cadre européen commun de référence pour les langues : le cadre européen commun de référence pour les langues proposé le 26 septembre 2001 par le Conseil de coopération culturelle du Conseil de l'Europe : apprendre, enseigner, évaluer.
   39° principe d'immersion : l'apprentissage d'une langue par le contact et l'échange avec d'autres personnes pratiquant cette langue.
   40° classe d'apprentissage linguistique : une classe regroupant des années et niveaux différents dans les écoles ordinaires, et où sont scolarisés uniquement des élèves primo-arrivants âgés de 5 à 18 ans, avec pour objectif d'acquérir les prérequis linguistiques pour être intégrés dans l'enseignement ordinaire fondamental ou secondaire.
   41° cours d'apprentissage linguistique : cours de langue intensifs dans les écoles fondamentales ordinaires qui permettent aux élèves primo-arrivants d'acquérir les prérequis linguistiques pour être intégrés dans l'enseignement fondamental ordinaire.
   42° intégration définitive : le moment à partir duquel l'élève primo-arrivant fréquente définitivement l'enseignement ordinaire fondamental ou secondaire et n'est plus considéré comme élève primo-arrivant de la classe d'apprentissage linguistique.]6

  [8 43° règlement général sur la protection des données : règlement 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE]8[9 ;]9
  [9 44° devoirs : les tâches que l'enseignant attribue aux élèves à des fins d'approfondissement des compétences acquises, de préparation. aux tests et aux examens et d'apprentissage du travail autonome [10 ; ]10]9
  [10 45° apprenant nécessitant un soutien spécifique : l'apprenant mentionné à l'article 7, § 7, 6.1°, du décret du 16 décembre 1991 relatif à la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME. ]10
  
HOOFDSTUK II. - [1 Opdracht toevertrouwd door de maatschappij aan de inrichtende machten en aan het personeel van de gewone en gespecialiseerde scholen]1
CHAPITRE II. - [1 Mission confiée par la société aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles ordinaires et spécialisées]1
Afdeling 1. - Maatschappelijk project.
Section 1. - Projet social.
Art. 5. Algemeenheden. Elke school die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd is, moet in het kader van haar vormings- en opleidingswerk een opdracht vervullen die haar door de maatschappij toevertrouwd is. Deze opdracht bestaat erin de algemene doeleinden, opgenomen in de artikels van deze afdeling, in alle cursussen en andere pedagogische activiteiten na te streven.
  Elk vormings- en opleidingswerk moet gebaseerd zijn op :
  1° de erkenning en de naleving van de rechten van de mens zoals bepaald door :
  a) de Universele verklaring van de rechten van de mens, afgekondigd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 10 december 1948 en;
  b) het Europees Verdrag van 4 november 1950 tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
  2° de verdediging en de luister van de taal alsmede op de bevordering van cultuur en identiteit.
Art. 5. Généralités. Toute école organisée ou subventionnée par la Communauté germanophone doit remplir, dans son travail formatif et éducatif, une mission qui lui est confiée par la société. Cette mission consiste à poursuivre les objectifs généraux repris dans les articles de la présente section, dans tous les cours et autres les activités pédagogiques.
  Tout travail formatif et éducatif se base obligatoirement sur :
  1° la reconnaissance et le respect des droits de l'homme, tels qu'ils ont été fixés :
  a) dans la Déclaration universelle des droits de l'homme, qui a été proclamée lors de l'assemblée générale des Nations Unies du 10 décembre 1948 et;
  b) dans la Convention européenne de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales du 4 novembre 1950;
  2° la défense et l'illustration de la langue ainsi que la promotion de la culture et de l'identité.
Art. 6. Ontwikkeling van de persoonlijkheid. De school bevordert de rijpingsproces van de leerlingen doordat ze rekening houdt met hun persoonlijkheid en hun behoefte aan zelfverwezenlijking, hun zelfvertrouwen versterkt en hun autonomie ontwikkelt. Daardoor houdt de school rekening met alle cognitieve, sociale, affectieve, psychomotorische en sanitaire aspecten.
  De school houdt rekening met de sociale en culturele afkomst van de leerling en bevordert zo de gelijke kansen.
  De school leert de leerlingen aan te erkennen dat alle anderen hetzelfde recht hebben op zelfverwezenlijking en op zelfbeschikking. Hun betrekkingen moeten op de rechtvaardigheid, de solidariteit en de verdraagzaamheid berusten alsmede op de gelijke kansen voor mannen en vrouwen.
  De leerlingen moeten in staat zijn hun medeverantwoordelijkheid te dragen alsmede hun plichten bij de organisatie van de menselijke betrekkingen in de huiselijke kring, op en buiten school, in hun professioneel leven, in de maatschappij en op het niveau van de Staat.
Art. 6. Développement de la personnalité. L'école favorise le processus de maturation des élèves en tenant compte de leur personnalité de leur besoin de réalisation de soi, en renforçant leur confiance en eux et en développant leur autonomie. Ce faisant, l'école prend en considération tous les aspects cognitifs, socio-affectifs, psychomoteurs et sanitaires.
  L'école tient compte de l'origine sociale et culturelle des élèves et favorise ainsi l'égalité des chances.
  L'école apprend aux élèves à reconnaître que tous les autres ont le même droit à la réalisation de soi et à l'autodétermination. Leurs rapports doivent s'organiser selon les principes de la justice, de la solidarité et de la tolérance, ainsi que de l'égalité des sexes.
  Les élèves doivent être capables d'assumer leur co-responsabilité et leurs devoirs dans l'organisation des relations humaines en famille, à l'école et en dehors de celle-ci, dans leur vie professionnelle, au niveau de la société et de l'Etat.
Art. 6.1. [1 Individuele ondersteuning
   Elke leerling heeft recht op passende ondersteuning op school. Die ondersteuning heeft tot doel alle leerlingen, ook die met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden, bij het leren van schoolse, sociale en maatschappelijke vaardigheden te ondersteunen en aan te moedigen. Zij biedt de leerlingen hulp en oriëntatie bij het overnemen van waarden, instellingen en houdingen.
   Een evaluatie van de vaardigheden en beperkingen van de leerlingen vormt de grondslag voor de uitvoering van de individuele ondersteuning. Bij de uitvoering van de individuele ondersteuning komt het erop aan ervoor te zorgen dat deze plaatsvindt in de natuurlijke leefomgeving van de leerling, zo dicht mogelijk bij zijn plaats van herkomst, zo veel mogelijk in een klas van het gewoon onderwijs en, als pedagogische ondersteuning moet worden geboden, in het kader van een integratieproject of scolarisatie in het gespecialiseerd onderwijs. Er moet ook rekening worden gehouden met preventieve maatregelen en vroegtijdige opsporing van de behoefte aan individuele ondersteuning.]1

  
Art. 6.1. [1 Soutien individuel.
   Chaque élève a droit à un soutien scolaire sur mesure. Le soutien a pour objectif d'aider et de stimuler tous les élèves lors de l'apprentissage d'aptitudes scolaires, sociales et sociétales, y compris ceux qui présentent un handicap ou des difficultés d'adaptation ou d'apprentissage. Il offre aide et orientation aux élèves lors de l'apprentissage de valeurs, d'attitudes et de comportements.
   La base de la mise en oeuvre d'un soutien individuel est une évaluation des aptitudes et limites des élèves. Lors de la mise en oeuvre du soutien individuel, il faut veiller à ce que celui-ci se déroule dans l'environnement naturel de l'élève, aussi près que possible de son lieu d'origine, autant que possible en intégration dans une classe de l'enseignement ordinaire et, si des mesures de soutien pédagogique sont nécessaires, en assurant un projet d'intégration ou une scolarisation dans l'enseignement spécialisé. Il faut également tenir compte de mesures préventives ainsi que du dépistage précoce de la nécessité d'un soutien individuel.]1

  
Art. 7. Achting voor mens en milieu. Op school leert men de anderen te eerbiedigen en zich milieubewust te gedragen.
Art. 7. Respect de l'homme et de l'environnement. L'école apprend à respecter l'autre et à avoir un comportement responsable vis-à-vis de l'environnement et de la nature.
Art. 8. De leerlingen in de maatschappij. De school heeft als opdracht bij alle leerlingen het gevoel voor het algemeen belang en de elementaire democratische gebruiken te bevorderen door hun belangstelling te wekken voor de sociale, politieke, culturele en economische vraagstellingen. De school bereidt er de leerlingen voor in het maatschappelijk en professioneel leven een actieve en creatieve rol te spelen.
  Als levensruimte maakt de school het de hele schoolgemeenschap mogelijk aan vraagstukken omtrent de school mee te werken die haar betreffen.
Art. 8. Les élèves dans la société. L'école a pour mission de développer chez tous les élèves le sens du bien commun et des pratiques démocratiques élémentaires en éveillant leur intérêt pour les rapports sociaux, politiques, culturels et économiques. Elle prépare les élèves à prendre une place active et créative dans la vie économique et professionnelle.
  En tant qu'espace vital, l'école crée les conditions permettant à toute la communauté scolaire d'agir au niveau des questions scolaires qui les concerne.
Art. 9. De overbrenging van kennis, bekwaamheid en vaardigheid. De school moet kennis overbrengen, bekwaamheden en vaardigheden ontwikkelen. Ze leert aan voor cultuur en wetenschap open te staan en eerbied voor de godsdienstige en ideologische overtuigingen van de anderen te hebben.
Art. 9. Transmission du savoir, des connaissances et des capacités. L'école doit transmettre du savoir et des connaissances, développer des capacités et des aptitudes. Elle apprend à être ouvert à la culture et à la science et à respecter les convictions religieuses et idéologiques des autres.
Art. 10. Wereldoriëntatie. De school leert aan internationaal opgesteld te zijn, bevordert de Europese ideeën en de meertaligheid.
Art. 10. Ouverture sur le monde. L'école apprend l'ouverture sur le monde, promeut la pensée européenne et le multilinguisme.
Art. 11. Ontwikkelingsdoelen. De opvoeding in de kleuterafdeling streeft ontwikkelingsdoelen na en bevordert voornamelijk de psychomotorische, sociale, affectieve en cognitieve bekwaamheden van het kind.
  De kleuterleiders hebben als opdracht deze ontwikkelingsdoelen als basis te beschouwen voor hun vormings- en opvoedingswerk opdat alle leerlingen van het kleuteronderwijs optimaal worden voorbereid op het lager onderwijs.
Art. 11. Objectifs de développement. L'éducation en section maternelle poursuit des objectifs de développement et promeut principalement les capacité psychomotrices, socio-affectives et cognitives de l'enfant.
  Les instituteurs maternels ont pour mission de considérer ces objectifs de développement comme base de leur travail formatif et éducatif, afin que tous les élèves de l'enseignement maternel soient préparés de façon optimale à l'enseignement primaire.
Art. 12. Bevoegdheden. Het vormingsdoel van alle lagere en secundaire scholen bestaat erin bevoegdheden bij te brengen.
  De school heeft als opdracht alle leerlingen in staat te stellen om zoveel mogelijke bevoegdheden te verwerven die hen ertoe brengen zich [1 kerncompetenties en verwachte competenties]1 eigen te maken.
  
Art. 12. Compétences. L'objectif formatif de toutes les écoles primaires et secondaires est de transmettre des compétences.
  L'école a pour mission de permettre à tous les élèves de s'approprier un maximum de compétences qui les mènent à l'acquisition des [1 macro-compétences et compétences attendues]1 .
  
Art. 13. [1 Vakoverstijgende competenties
   Vakoverstijgende competenties zijn competenties die in alle vakken en in het schoolleven ontwikkeld worden. De vakoverstijgende competenties vormen een basis om algemene opleidingsdoeleinden te bereiken en zijn een belangrijke voorwaarde voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerling. Zij vormen bovendien een basis voor de ontwikkeling van vakgebonden competenties.
   De vakoverstijgende competenties zijn eng met elkaar verbonden :
   1° methodische competenties : deze omvatten het flexibel gebruik van veelzijdige leer- en arbeidsmiddelen alsmede van leerstrategieën die het mogelijk maken, opdrachten te vervullen en problemen op te lossen. Het doel op lange termijn is de ontwikkeling van een zelfstandig, doelgericht, creatief en verantwoordelijkheidsbewust leerproces. Daarbij bevorderen de scholen de informatie- en mediacompetenties van de leerlingen en zorgen voor een aanpak van de informatie- en communicatietechnieken die aan de leeftijd van de leerlingen aangepast is;
   2° sociale competenties : deze duiden het geheel der vaardigheden en instellingen aan om het eigen gedrag eerder op een gemeenschappelijke dan op een individuele handeling te richten. De leerlingen laten hun individuele handelingsdoelen met die van de anderen overeenstemmen;
   3° persoonlijke competenties : deze zijn gericht op de vaardigheid van de leerlingen als individu succeservaringen, vereisten en grenzen in alle levenssituaties op te sporen. Dit houdt o.a. het leren van het zelfvertrouwen en van het gevoel van eigenwaarde in, alsmede het erkennen van de eigen sterke en zwakke punten met het oog op het kritische zelfimago en de ontwikkeling van een kritische oordeelvaardigheid.
   Het " aanleren " wordt georganiseerd opdat de leerlingen actief aan de " opbouw " van hun eigen kennis en aan de verwerving van competenties kunnen meewerken. De leerlingen moeten steeds de ervaring opdoen dat kennis en vaardigheden zinvol zijn en in praktijk kunnen worden gebracht. De school tracht dus de leersituaties te actualiseren en deze bij het levensmilieu van de leerlingen te betrekken.
   Tijdens de schoolopleiding zijn de opvoeding tot een zelfverantwoordelijk en zelfstandig leren alsmede de bevordering van het bereid zijn om prestaties te leveren belangrijke voorwaarden om levenslang te kunnen leren.]1

  
Art. 13. [1 compétences transversales
   Les compétences transversales sont des compétences qui sont développées dans toutes les disciplines et dans la vie scolaire. Les compétences transversales constituent l'assise permettant d'atteindre les qualifications de base et une condition importante pour le développement personnel des élèves. Elles forment également une assise pour le développement de compétences disciplinaires.
   Les compétences transversales sont intimement liées les unes aux autres :
   1. Les compétences méthodologiques : celles-ci comprennent l'utilisation flexible de moyens d'apprentissage et de travail variés ainsi que des stratégies d'apprentissage qui permettent de maîtriser des tâches et de résoudre des problèmes. L'objectif à long terme est le développement du processus d'apprentissage qui est autonome, ciblé, créatif et responsable. Pour ce, les écoles stimulent les compétences des élèves en matière d'informations et de médias et font utiliser les technologies de l'information et de la communication dans une forme adaptée à l'âge des élèves.
   2. Les compétences sociales : celles-ci désignent l'ensemble des capacités et attitudes pour passer d'une conduite individualiste à un comportement davantage orienté vers la vie en société. Les élèves mettent leurs compétences socio-affectives en harmonie avec celles d'autrui.
   3. Les compétences personnelles : celles-ci sont axées sur la capacité des élèves, en tant qu'individus, à identifier les opportunités, les exigences et les limites rencontrées dans toutes les circonstances de la vie. Ceci inclut notamment le développement de la confiance en soi et de l'estime de soi, l'identification de ses forces et de ses faiblesses avec la perception de soi comme objectif ainsi que le développement d'une capacité de jugement critique.
   Le processus d'apprentissage est à organiser de manière telle que les élèves puissent être impliqués activement dans la construction de leurs savoirs et dans l'appropriation de compétences. Les élèves doivent encore et toujours apprendre que savoir et savoir-faire ont un sens et sont applicables. L'école s'efforce en conséquence d'actualiser les situations d'apprentissage et de les inclure dans l'univers de vie des élèves.
   Dans l'enseignement et la formation, l'éducation à l'apprentissage responsable et autonome ainsi que l'incitation à l'engagement dans son propre travail sont des conditions préalables qui rendent les élèves capables d'apprendre tout au long de leur vie.]1

  
Art. 14. Gelijkwaardigheid van de opleidingswegen. De studierichtingen en opleidingsvormen zijn verschillende maar gelijkwaardige middelen om de doeleinden van dit decreet te realiseren.
  Ze zijn toegankelijk voor jongens en meisjes zonder uitzondering.
  Om deze maatschappelijke opdracht te vervullen, werken de scholen samen met andere inrichtende machten op het gebied van de opleiding telkens als het als zinvol geacht wordt.
Art. 14. Equivalence des filières de formation. Les orientations d'études et les formes que peut revêtir la formation sont des moyens différents mais équivalents pour réaliser les objectifs du présent décret.
  Elles sont accessibles tant aux garçons qu'aux filles, sans exception.
  Pour remplir cette mission qui leur est confiée par la société, les écoles ordinaires travaillent avec les autres pouvoirs organisateurs de formation chaque fois que cela s'avère sensé.
Art. 15. Opleidings- en beroepsvoorlichting. De scholen zijn ertoe verplicht, in samenwerking met [1 de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap en]1 andere gespecialiseerde instellingen, de leerlingen en de personen belast met hun opvoeding te informeren en te adviseren over de mogelijke studierichtingen, opleidingen en beroepen.
  [1 Om zich te kwijten van de taak vermeld in het eerste lid, verrichten de gewone scholen minstens de volgende activiteiten, die in het onderwijs voorbereid en nabesproken worden:
   1° om de leerlingen van de hogere klassen vertrouwd te maken met het arbeidsleven, organiseren de lagere scholen een beroepsverkenning. Deze verkenning van een beroepsveld ter plaatse geschiedt in klasverband als collectief instrument;
   2° de secundaire school zorgt ervoor dat iedere leerling een digitaal portfolio voor zijn beroepsoriëntatie aanlegt, dat hij zijn hele secundaire schoolloopbaan behoudt en dat voortdurend aangevuld wordt;
   3° om de verschillende activiteitengebieden in een individueel gekozen beroepsveld te leren kennen en zijn beroepswens te toetsen aan de realiteit, volgt de leerling in de eerste graad van het secundair onderwijs een observatiestage van één tot drie dagen, die plaatsvindt tijdens de lesuren en door de leerling zelf georganiseerd wordt. De school biedt zo nodig ondersteuning aan de leerling;
   4° om een algemeen overzicht te bieden over de structuur, de mogelijke functies, de verschillende bedrijfsprocessen en afdelingen van een bedrijf, organiseren de secundaire scholen een bedrijfsverkenning voor leerlingen van het derde jaar van het secundair onderwijs. Deze bedrijfsverkenning vindt plaats in klasverband als collectief instrument;
   5° in het vierde jaar van het secundair onderwijs volgen de leerlingen een praktijkstage van drie tot vijf dagen die plaatsvindt tijdens de lesuren en door de leerling zelf georganiseerd wordt. De school biedt zo nodig ondersteuning aan de leerling;
   6° om de leerling bewust te maken van zijn sterke punten, bekwaamheden en bijzondere interesses, organiseert de secundaire school in de derde graad een begeleide zelfreflectie als collectieve activiteit. Vertrekkende van deze eerste zelfreflectie in groep kan de leerling aansluitend op vrijwillige basis ingaan op individuele activiteiten die de school aanbiedt in samenwerking met externe deskundigen.]1

  
Art. 15. Information sur les formations et les professions. Les écoles sont obligées, en collaboration avec [1 l'Office de l'emploi de la Communauté germanophone et]1 d'autres établissements spécialisés, d'informer et de conseiller les élèves et les personnes chargées de leur éducation sur les études, formations et professions possibles.
  [1 Afin de remplir la mission mentionnée à l'alinéa 1er, les écoles ordinaires mettent en oeuvre au minimum les activités décrites ci-après qui sont préparées et suivies en classe :
   1° Afin que les élèves du degré supérieur puissent se forger une idée concrète du monde du travail, les écoles primaires organisent à leur intention une découverte des métiers. Cette découverte d'un domaine professionnel sur place intervient en tant qu'outil collectif dans le cadre de la classe.
   2° L'école secondaire veille à ce que chaque élève crée un portfolio numérique concernant son orientation professionnelle, qui l'accompagne tout au long de son parcours scolaire dans l'enseignement secondaire, et que ce portfolio soit enrichi en continu.
   3° Afin de découvrir les différents champs d'activités d'un domaine professionnel choisi individuellement et de confronter son choix de profession à la réalité, l'élève effectue au cours du premier degré de l'enseignement secondaire un stage d'observation d'un à trois jours, qui a lieu pendant les heures de cours et est organisé par l'élève lui-même. L'école soutient l'élève si nécessaire.
   4° Afin que les élèves en troisième année de l'enseignement secondaire bénéficient d'un aperçu général de la structure, des fonctions possibles, des divers processus opérationnels et des différents départements d'une entreprise, les écoles secondaires organisent une découverte de l'entreprise à leur intention. Cette découverte de l'entreprise intervient en tant qu'outil collectif dans le cadre de la classe.
   5° En quatrième année de l'enseignement secondaire, les élèves effectuent un stage de trois à cinq jours, qui a lieu pendant les heures de cours et est organisé par les élèves eux-mêmes. L'école soutient l'élève si nécessaire.
   6° Pour permettre à l'élève de prendre conscience de ses points forts, aptitudes et centres d'intérêt particuliers, l'école secondaire organise dans le troisième degré une réflexion personnelle accompagnée en tant qu'offre collective. Sur la base de cette première réflexion personnelle menée en groupe, l'élève peut ensuite, sur une base volontaire, bénéficier d'offres individuelles garanties par l'école en collaboration avec des experts externes.]1

  
Afdeling 2. - Specifieke opdracht van de inrichtende machten.
Section 2. - Mission spéciale des pouvoirs organisateurs.
Art. 16. Opvoedkundig project. Elke inrichtende macht stelt een eigen opvoedkundig project op voor haar scholen. Dit project moet verenigbaar zijn met het maatschappelijk project.
Art. 16. Projet éducatif. Chaque pouvoir organisateur élabore pour ses écoles son propre projet éducatif. Ce projet doit être compatible avec le projet social.
Art. 17. Activiteitenplan, studieprogramma en leerplan.
  § 1. Elke inrichtende macht stelt een activiteitenplan op of neemt er één over voor haar kleuterafdelingen.
  Voor zijn lagere en secundaire scholen stelt zij studieprogramma's of leerplannen op of neemt ze over per vak of vakgebied en per graad.
  Met uitzondering van de leerplannen voor de cursussen "godsdienst" of "niet-confessionele zedenleer" moeten de activiteitenplannen en de leerplannen respectievelijk de [1 de in de referentiekaders beschreven competenties]1 en de ontwikkelingsdoelen duidelijk vermelden.
  Bijkomende bevoegdheden worden ook als doelen in de verschillende leerplannen opgenomen.
  [2 De individuele ondersteuning van leerlingen in het gewoon en het gespecialiseerd onderwijs kan gebaseerd worden op een individueel ondersteuningsplan. Indien overeenkomstig artikel 93.7 een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning is vastgesteld, is het opstellen en volgen van een individueel ondersteuningsplan verplicht.]2
  § 2. De activiteitenplannen, de studieprogramma's en de leerplannen opgesteld door gesubsidieerde inrichtende machten worden aan de Regering ter goedkeuring voorgelegd.
  De Regering onderzoekt of er aan de voorwaarden van § 1, lid 3 voldaan wordt.
  Indien de Regering activiteitenplannen, studieprogramma's of leerplannen opgesteld door een inrichtende macht niet goedkeurt, dan worden ze omgewerkt en opnieuw de Regering ter goedkeuring voorgelegd. Intussen past de inrichtende macht in de betrokken scholen een activiteitenplan, leerplan of studieprogramma toe dat van toepassing is in de gemeenschapsscholen of dat door de Regering al goedgekeurd is.
  
Art. 17. Plan d'activités, programme d'études et programme de cours.
  § 1er. Chaque pouvoir organisateur élabore ou fait sien un plan d'activités pour ses sections maternelles.
  Pour ses écoles primaires et secondaires, il élabore ou fait siens des programmes d'études ou des programmes de cours par discipline ou domaine et par degré.
  A l'exception des programmes de religion et de morale non confessionnelle, les plans d'activités et les programmes de cours contiennent, de manière explicite, respectivement les objectifs de développement et les [1 compétences décrites dans les référentiels de compétences]1 .
  Des compétences supplémentaires sont également reprises comme objectifs dans les différents programmes de cours.
  [2 Le soutien individuel des élèves dans l'enseignement ordinaire et spécialisé peut s'appuyer sur un plan de soutien individuel. Si la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé a été établie conformément à l'article 93.7, il est obligatoire d'établir et de poursuivre un plan de soutien individuel.]2
  § 2. Les plans d'activités, programmes d'études et programmes de cours élaborés par des pouvoirs organisateurs subventionnés sont soumis à l'approbation du Gouvernement.
  Le Gouvernement examine si les conditions du § 1er, alinéa 3 sont remplies.
  Si le Gouvernement n'approuve pas des plans d'activités, des programmes d'études ou des programmes de cours élaborés par un pouvoir organisateur subventionné, ils sont retravaillés et soumis une nouvelle fois à l'approbation du Gouvernement. Entre-temps, le pouvoir organisateur applique dans les écoles concernées les plans d'activités, programmes d'études ou programmes de cours qui sont d'application dans les écoles communautaires ou qui ont déjà été approuvés par le Gouvernement.
  
Art. 18. Leerplannen voor de cursus "godsdienst". In afwijking van artikel 17 maken de bevoegde instanties van de betrokken erediensten, die verantwoordelijk zijn voor de cursus godsdienst, de leerplannen ter informatie aan de Regering over.
Art. 18. Programmes de religion. Par dérogation à l'article 17, les autorités compétentes pour les cultes concernés, responsables du cours de religion, soumettent les programmes de cours au Gouvernement, pour information.
Art. 19. Pedagogische vrijheid van de inrichtende macht en verbod van politieke activiteit. § 1. Op de voordracht van de pedagogische raad waarin hoofdstuk V, afdeling 2 voorziet, beslist elke inrichtende macht vrij over de didactische fundamenten en pedagogische methodes voor haar scholen.
  § 2. Elke politieke activiteit of propaganda alsook elke winstgevende bedrijvigheid zijn verboden in de scholen georganiseerd of gesubsidieerd door de Gemeenschap.
  Oneerlijke mededinging tussen scholen is verboden.
Art. 19. Liberté pédagogique du pouvoir organisateur et interdiction de mener une activité politique. § 1er. Chaque pouvoir organisateur décide librement, sur proposition du Conseil pédagogique prévu au chapitre V, section 2, des fondements didactiques et des méthodes pédagogiques valables pour ses écoles.
  § 2. Toute activité ou propagande politique ainsi que toute activité lucrative sont interdites dans les écoles organisées ou subventionnées par la Communauté.
  La concurrence déloyale entre écoles est interdite.
Afdeling 3. - Specifieke opdracht van de verschillende scholen.
Section 3. - Mission spécifique des différentes écoles.
Art. 20. [1 Schoolproject
   De schoolgemeenschap stelt in opdracht van de inrichtende macht een eigen schoolproject voor de school op. Het schoolproject, met uitzondering van het schoolcurriculum bedoeld in het tweede lid, 5°, wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de inrichtende macht.
   Het schoolproject omvat minstens het volgende :
   1. de uitgangssituatie van de school, d.w.z. de huidige ontwikkelingstand van de school, met inachtneming van de buitenschoolse en binnenschoolse gegevens;
   2. de referenties en de verplichtingen, die onder meer het volgende omvatten :
   a) de maatstaven waarmee de ontwikkeling van de leerling wordt beoordeeld en zijn prestaties worden geëvalueerd en die coherent zijn met het hele schoolproject;
   b) de wijze en het tijdstip waarop die evaluaties worden meegedeeld;
   c) een informatie over de mogelijkheden die aan de leerlingen en/of de personen belast met hun opvoeding aangeboden worden om beslissingen te betwisten die hen betreffen;
   [2 d) de met de leerlingen afgesproken vorm waarop ze aan het schoolleven kunnen meewerken en de aspecten waarover de leerlingen recht van inspraak hebben;]2
   e) de vorm die de medewerking van de ouders in het schoolleven zal aannemen, een vorm die in overleg met de ouderafvaardiging wordt gekozen.
   3. het pedagogische model van de school dat de grondhouding en de waarden bevat waarnaar de school zich in al haar activiteiten richt of wil richten.
   4. het uitvoeringsprogramma dat de maatregelen voor de toepassing van het pedagogische totaalconcept bevat en waarin wordt bepaald hoe de ontwikkelingszwaartepunten binnen de school in de praktijk worden gebracht. Daartoe behoren :
   a) de [3 schoolontwikkelingsdoelen]3 bepalen;
   b)[4 plannen wat wordt ontwikkeld, met maatregelen voor de uitvoering]4;
   c) concreet nagaan of de doelstellingen bereikt zijn;
   d) nieuwe of aanvullende ontwikkelingszwaartepunten vaststellen of aanpassen;
   5. het schoolcurriculum, dat is samengesteld uit de vakcurricula en deelcurricula m.b.t. de ontwikkelingszwaartepunten binnen de school.
   Het schoolproject wordt ondertekend door de schoolleiding, het onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch en psychosociaal personeel van de school en de inrichtende macht. De ondertekening geldt als bewijs dat ze kennis hebben genomen van het schoolproject. [5 De middenmanagers zorgen voor de coördinatie en sturing van de uitvoering en verdere ontwikkeling van het schoolproject in de zin van verandermanagement.]5]1

  
Art. 20. [1 Projet d'établissement
   La communauté scolaire élabore, sur ordre du pouvoir organisateur, un projet d'établissement pour chacune des écoles. Le projet d'établissement, sans le curriculum d'établissement visé à l'alinéa 2, 5°, est soumis à l'approbation du pouvoir organisateur.
   Le projet d'établissement comporte au moins les éléments suivants :
   1° la situation de départ de l'école, c.-à-d. le niveau de développement actuel de l'école en tenant compte des données extra- et intrascolaires;
   2° les référence et obligations, notamment :
   a) les critères pour évaluer le développement de l'élève et ses prestations, critères qui seront en cohérence avec l'ensemble du projet d'établissement;
   b) la forme des évaluations et la date à laquelle elles sont communiquées;
   c) une information sur les possibilités offertes aux élèves et/ou aux personnes chargées de leur éducation de contester les décisions les concernant;
   d) [2 la forme, décidée en concertation avec les élèves, que revêtira la participation de ceux-ci à la vie scolaire et les domaines pour lesquels ils ont un droit de codétermination]2;
   e) la forme que revêtira l'implication des parents d'élèves dans la vie de l'école, forme décidée en concertation avec la délégation des parents d'élèves;
   3° le schéma d'orientation pédagogique de l'école, reprenant l'attitude fondamentale et les valeurs d'après lesquelles l'école s'oriente ou souhaite s'orienter dans toutes ses activités;
   4° le programme d'exécution, comprenant les mesures de mise en oeuvre du concept pédagogique global et déterminant la mise en oeuvre des points forts de développement choisis au sein de l'établissement. En font partie :
   a) la fixation des objectifs [3 de développement scolaire]3;
   b) [4 la planification du développement, complétée par les mesures de mise en oeuvre]4;
   c) le contrôle concret du degré de réalisation des objectifs;
   d) la fixation de points forts de développement nouveaux ou supplémentaires, ou l'adaptation de ceux-ci;
   5° le curriculum d'établissement, qui se compose de curriculums disciplinaires et de curriculums partiels portant sur les points forts de développement de l'établissement.
   La direction, le personnel enseignant, le personnel auxiliaire d'éducation, le personnel paramédical et socio-psychologique de l'établissement en question et le pouvoir organisateur signent le projet d'établissement. Ceci confirme qu'ils en ont pris connaissance. [5 En matière de gestion des changements, il appartient au cadre intermédiaire de coordonner et de gérer la mise en place et la poursuite du développement du projet d'établissement.]5]1

  
HOOFDSTUK III. - [1 Structuur van het gewoon en het gespecialiseerd onderwijs]1
CHAPITRE III. - [1 Structure de l'enseignement ordinaire et spécialisé]1
Afdeling 1. - [1 De gewone basisschool]1
Section 1. - [1 L'école fondamentale ordinaire]1
Art. 21. Structuur.
  § 1. De basisschool bestaat uit een kleuterafdeling en een lagere school.
  [1 § 1.1. Onder een vijfjarig kind wordt verstaan: een kind dat uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, de leeftijd van vijf jaar bereikt.
   Onder een zesjarig kind wordt verstaan: een kind dat uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, de leeftijd van zes jaar bereikt.]1

  § 2. De kleuterafdeling richt zich tot kinderen [1 die tussen twee jaar en zes maanden en vijf jaar oud zijn]1.
  De lagere school richt zich tot [1 kinderen vanaf zes jaar]1 en telt ten hoogste drie graden van tenminste twee leerjaren.
  [1 In afwijking van het eerste lid en het tweede lid kan enerzijds een zesjarig kind nog de kleuterafdeling bezoeken en kan anderzijds een vijfjarig kind de lagere school bezoeken.]1
  In beide gevallen nemen de personen belast met zijn opvoeding een dienovereenkomstige beslissing nadat zij een met redenen omkleed advies van de klasseraad en van het bevoegde PMS-centrum ter kennis hebben genomen.
  Gaat het om een kind dat een kleuterafdeling nog niet heeft bezocht, dan is slechts het advies van het PMS-centrum vereist.
  § 3. Na de laatste graad beslist de klasseraad of het bewijs van basisonderwijs al dan niet zal worden uitgereikt.
  § 4. De klasseraad kan beslissen dat de leerling op de lagere school één enkele keer een bijkomend jaar in één en hetzelfde niveau volgt.
  Op de voordracht van de klasseraad en op advies van een PMS-centrum kunnen de personen belast met de opvoeding beslissen dat hun kind de jaren doorgebracht op de lagere school met een 8ste jaar verlengt.
  § 5. Op grond van een gunstig advies van de klasseraad kunnen de personen belast met de opvoeding beslissen dat de jaren doorgebracht door hun kind op de lagere school met één jaar worden verminderd.
  
Art. 21. Structure.
  § 1er. L'école fondamentale se compose d'une section maternelle et d'une école primaire.
  [1 § 1.1. Par "enfant de cinq ans", il faut entendre tout enfant qui atteindra l'âge de cinq ans au plus tard le 31 décembre de l'année calendrier au cours de laquelle l'année scolaire commence. "
   Par "enfant de six ans", il faut entendre tout enfant qui atteindra l'âge de six ans au plus tard le 31 décembre de l'année calendrier au cours de laquelle l'année scolaire commence.]1

  § 2. La section maternelle s'adresse aux enfants [1 qui ont entre deux ans et six mois et cinq ans]1.
  L'école primaire s'adresse aux enfants [1 à partir de six ans]1 et compte au plus trois degrés d'au moins deux années d'études.
  [1 Par dérogation aux alinéas 1er et 2, un enfant de six ans peut fréquenter la section maternelle tandis qu'un enfant de cinq ans peut fréquenter l'école primaire.]1
  Dans les deux cas, les personnes chargées de l'éducation de l'enfant prennent une décision allant dans ce sens après avoir pris connaissance d'un avis motivé émis par le conseil de classe et le Centre psycho-médico-social compétent.
  Lorsqu'il s'agit d'un enfant n'ayant pas encore fréquenté une section maternelle, seul l'avis du Centre psycho-médico-social est requis.
  § 3. Au terme du dernier degré, le conseil de classe décide d'attribuer ou non le certificat d'études de base.
  § 4. Le conseil de classe peut décider que l'élève accomplira, durant ses études primaires, une année supplémentaire dans un seul et même degré.
  Sur proposition du conseil de classe et sur avis du Centre P.M.S., les personnes chargées de l'éducation peuvent décider que leur enfant passera une 8ème année à l'école primaire.
  § 5. Sur avis positif du conseil de classe, les personnes chargées de l'éducation peuvent décider que le temps passé à l'école primaire par leur enfant sera réduit d'un an.
  
Afdeling 1bis. [1 - De gespecialiseerde basisschool]1
Section 1rebis. [1 - L'école fondamentale spécialisée]1
Art. 21/1. [1 Structuur
   § 1. De basisschool bestaat uit een kleuterafdeling en een lagere school.
  [2 § 1.1. Onder een vijfjarig kind wordt verstaan: een kind dat uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, de leeftijd van vijf jaar bereikt.
   Onder een zesjarig kind wordt verstaan: een kind dat uiterlijk op 31 december van het kalenderjaar waarin het schooljaar begint, de leeftijd van zes jaar bereikt. [3 De goedkeuring geldt voor een schooljaar en kan slechts één keer worden toegekend.]3]2

   § 2. De kleuterafdeling is voor kinderen die [2 tussen twee jaar en zes maanden en vijf jaar oud zijn]2.
   De lagere school is voor [2 kinderen vanaf zes jaar]2.
   § 3. Een kind bij wie overeenkomstig artikel 93.7 een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning is vastgesteld, mag als regelmatige leerling in de kleuterafdeling worden ingeschreven, indien het [2 tussen twee jaar en zes maanden en vijf jaar oud is]2 of deze leeftijd op 31 december van het lopende schooljaar bereikt.
   In afwijking van het eerste lid kan [2 een zesjarig kind]2 naar de kleuterafdeling gaan. De personen belast met de opvoeding nemen daaromtrent een beslissing na kennis te hebben genomen van een gemotiveerd advies van de klassenraad en van het bevoegde psycho-medisch-sociaal centrum. Bij een kind dat nog niet naar de kleuterafdeling gaat, is enkel het advies van een psycho-medisch-sociaal centrum vereist. Deze beslissing over het behoud in de kleuterafdeling kan een tweede keer worden uitgesproken.
   § 4. Een kind dat zijn woonplaats in het buitenland heeft, mag slechts in een kleuterafdeling worden ingeschreven :
   1. als het aan de algemene toelatingsvoorwaarden van § 3 voldoet;
   2. na overlegging van een door het Bestuur voor Onderwijs goedgekeurde aanvraag waaruit blijkt dat bijzondere persoonlijke omstandigheden de inschrijving rechtvaardigen;
   3. als overeenkomstig artikel 32, § 3, in voorkomend geval een inschrijvingsgeld werd betaald.
   In afwijking van de voorwaarden vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, hoeft een kind dat zijn woonplaats in het ambtsgebied van een buitenlandse publiekrechtelijke entiteit heeft geen door het Ministerie goedgekeurde aanvraag over te leggen en geen inschrijvingsgeld te betalen, indien deze entiteit evenredig bijdraagt in de personeels- en werkingskosten die de Duitstalige Gemeenschap voor deze kleuterafdeling moet dragen en op voorwaarde dat die kostenbijdrage in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd is.
   Het eerste lid, 2°, is niet van toepassing op een kind dat in het vreemdelingen-, wacht- of bevolkingsregister van een Belgische gemeente ingeschreven is.
   § 5. Een leerling bij wie overeenkomstig artikel 93.7 een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning is vastgesteld, mag als regelmatige leerling in de lagere school worden ingeschreven, indien hij op 31 december van het lopende schooljaar ten minste zes jaar oud is en de leeftijd van vijftien jaar nog niet heeft overschreden. Een leerling die houder is van het bewijs van basisonderwijs mag niet tot de lagere school worden toegelaten.
   De leerling bezoekt de lagere school tijdens zes schooljaren.
   In afwijking van het tweede lid kan de klassenraad beslissen dat de leerling een jaar langer op de lagere school blijft. Wanneer een leerling van school verandert, is deze beslissing bindend voor alle scholen.
   In afwijking van het tweede lid kunnen de personen belast met de opvoeding, op voorstel van de klassenraad en op grond van een advies van het psycho-medisch-sociaal centrum, beslissen dat hun kind een achtste jaar in de lagere school doorbrengt. Deze beslissing tot behoud in de lagere school kan een tweede keer worden uitgesproken.
   § 6. Indien een leerling die zijn woonplaats in het buitenland heeft en die de algemene toelatingsvoorwaarden vastgelegd in § 5, eerste lid, vervult, zich wil laten inschrijven in een lagere school, moet hij eerst een attest voorleggen dat is afgegeven door de bevoegde schooloverheid van de Staat waar hij zijn woonplaats heeft en waaruit blijkt dat hij in België een lagere school mag bezoeken. Dit attest hoeft alleen bij de eerste inschrijving te worden voorgelegd.
   Om in een lagere school in de Duitstalige Gemeenschap te worden ingeschreven, moet de in het buitenland woonachtige leerling bovendien aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
   1. een van de ouders van de leerling heeft een betrekking in de Duitstalige Gemeenschap in het kader van een arbeidsovereenkomst met een looptijd van ten minste zes maanden;
   2. een broer of zus van de leerling is reeds in dezelfde school van de Duitstalige Gemeenschap ingeschreven;
   3. er is een overmacht van pedagogische of sociale aard die door de Regering moet worden goedgekeurd.
   Voor leerlingen van wie de woonplaats onder de bevoegdheid van een ambtsgebied van een buitenlandse publiekrechtelijke entiteit valt, zijn de toelatingsvoorwaarden vermeld in het tweede lid niet van toepassing, voor zover er een dienovereenkomstige schriftelijke overeenkomst tussen die entiteit en de Duitstalige Gemeenschap bestaat.
   Het eerste tot en met het derde lid is niet van toepassing op de leerling die in het vreemdelingen-, wacht- of bevolkingsregister van een Belgische gemeente ingeschreven is.
   § 7. De in de §§ 3 en 5 vermelde algemene toelatingsvoorwaarden gelden onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 1.
   § 8. Op het einde van de lagereschooltijd beslist de klassenraad over de uitreiking van het getuigschrift.]1

  
Art. 21.1. [1 Structure.
   § 1er. L'école fondamentale se compose d'une section maternelle et d'une école primaire.
  [2 § 1.1. Par "enfant de cinq ans", il faut entendre tout enfant qui atteindra l'âge de cinq ans au plus tard le 31 décembre de l'année calendrier au cours de laquelle l'année scolaire commence.
   Par "enfant de six ans", il faut entendre tout enfant qui atteindra l'âge de six ans au plus tard le 31 décembre de l'année calendrier au cours de laquelle l'année scolaire commence.]2

   § 2. La section maternelle s'adresse aux enfants qui [2 ont entre deux ans et six mois et cinq ans]2.
   L'école primaire s'adresse aux enfants [2 à partir de six ans]2.
   § 3. Un enfant pour lequel la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé a été établie conformément à l'article 93.7 peut être régulièrement inscrit dans la section maternelle [2 s'il a entre deux ans et six mois et cinq ans]2 au plus tard le 31 décembre de l'année scolaire en cours.
   Par dérogation au premier alinéa, [2 un enfant de six ans]2 peut fréquenter la section maternelle pendant la première année de l'obligation scolaire. Les personnes chargées de son éducation prennent une décision allant dans ce sens après avoir pris connaissance d'un avis motivé émis par le conseil de classe et le centre P.M.S. compétent. Lorsqu'il s'agit d'un enfant n'ayant pas encore fréquenté la section maternelle, seul est requis l'avis d'un centre P.M.S. Cette décision de maintien dans la section maternelle peut être prise une deuxième fois.
   § 4. Un enfant domicilié à l'étranger ne peut être inscrit dans une section maternelle que :
   1° s'il remplit les conditions générales d'admission fixées au § 3;
   2° sur présentation d'une demande approuvée par l'administration de l'enseignement et dont il ressort que des circonstances personnelles particulières justifient cette inscription;
   3° si, le cas échéant, un droit d'inscription a été acquitté conformément à l'article 32, § 3.
   Par dérogation aux conditions énoncées à l'alinéa 1er, 2° et 3°, il ne faut, pour un enfant domicilié dans le ressort d'une entité territoriale étrangère de droit public, ni présenter une demande approuvée par le Ministère ni acquitter un droit d'inscription si cette entité territoriale participe proportionnellement aux frais de personnel et de fonctionnement encourus par la Communauté germanophone pour cette section maternelle et à condition que cette participation fasse l'objet d'une convention écrite.
   L'alinéa 1er, 2°, ne s'applique pas aux enfants inscrits au registre des étrangers, au registre d'attente ou au registre de la population d'une commune belge.
   § 5. Un élève pour lequel la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé a été établie conformément à l'article 93.7 peut être régulièrement inscrit à l'école primaire s'il a six ans au moins et quinze ans au plus au 31 décembre de l'année scolaire en cours. Un élève titulaire du certificat d'études de base ne peut être admis à l'école primaire.
   L'élève passe six années scolaires en primaire.
   Par dérogation au deuxième alinéa, le conseil de classe peut décider qu'un élève passe une année supplémentaire en primaire. En cas de changement d'école, cette décision est contraignante pour toutes les écoles.
   Par dérogation au deuxième alinéa, les personnes chargées de l'éducation peuvent décider, sur proposition du conseil de classe et sur avis d'un centre psycho-médico-social, que leur enfant passe une huitième année en primaire. Cette décision de maintien en primaire peut être prise une deuxième fois.
   § 6 - L'élève domicilié à l'étranger qui remplit les conditions générales d'admission fixées au § 5, alinéa 1er, produit, avant de pouvoir s'inscrire à l'école primaire, une attestation délivrée par l'autorité scolaire compétente de son pays de domicile et dont il ressort qu'il peut fréquenter une école primaire en Belgique. Cette attestation ne doit être présentée que lors de la première inscription.
   Pour pouvoir être inscrit dans une école primaire en Communauté germanophone, l'élève domicilié à l'étranger doit, en outre, remplir l'une des conditions suivantes :
   1° l'un de ses parents occupe un emploi en Communauté germanophone dans le cadre d'un contrat de travail d'une durée minimale de 6 mois;
   2° un frère ou une soeur de l'élève est déjà inscrit dans la même école en Communauté germanophone;
   3° il y a cas de force majeure, d'ordre pédagogique ou social, qui doit être approuvé par le Gouvernement.
   Pour les élèves dont le domicile relève d'une entité territoriale étrangère de droit public, les conditions d'admission reprises au deuxième alinéa ne s'appliquent pas lorsqu'il existe une convention écrite dans ce sens entre cette entité territoriale et la Communauté germanophone.
   Les alinéas 1er à 3 ne s'appliquent pas à un élève inscrit au registre des étrangers, au registre d'attente ou au registre de la population d'une commune belge.
   § 7. Les conditions générales d'admission mentionnées aux §§ 3 et 5 s'appliquent sans préjudice des dispositions de la section 1re du chapitre IV.
   § 8. A la fin de la scolarité primaire, le conseil de classe décide de délivrer ou non un certificat de fin d'études.]1

  
Art. 21/1 TOEKOMSTIG RECHT.    [1 Structuur
   § 1. De basisschool bestaat uit een kleuterafdeling en een lagere school.
   § 2. De kleuterafdeling is voor kinderen die nog niet leerplichtig zijn.
   De lagere school is voor leerplichtige kinderen.
   § 3. Een kind bij wie overeenkomstig artikel 93.7 een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning is vastgesteld, mag als regelmatige leerling in de kleuterafdeling worden ingeschreven, indien het nog niet leerplichtig is en [2 twee jaar en zes maanden oud is]2.
  [2 Voor een kind dat twee jaar en zes maanden, maar nog geen drie jaar oud is, gelden de volgende instapdagen in de kleuterafdeling :
   1° de eerste schooldag na elke schoolvakantie;
   2° de eerste schooldag van februari;
   3° de eerste schooldag na Hemelvaartsdag. ]2

   In afwijking van het eerste lid kan een leerplichtig kind tijdens het eerste jaar van de leerplicht naar de kleuterafdeling gaan. De personen belast met de opvoeding nemen daaromtrent een beslissing na kennis te hebben genomen van een gemotiveerd advies van de klassenraad en van het bevoegde psycho-medisch-sociaal centrum. Bij een kind dat nog niet naar de kleuterafdeling gaat, is enkel het advies van een psycho-medisch-sociaal centrum vereist. Deze beslissing over het behoud in de kleuterafdeling kan een tweede keer worden uitgesproken.
   § 4. Een kind dat zijn woonplaats in het buitenland heeft, mag slechts in een kleuterafdeling worden ingeschreven :
   1. als het aan de algemene toelatingsvoorwaarden van § 3 voldoet;
   2. na overlegging van een door het Bestuur voor Onderwijs goedgekeurde aanvraag waaruit blijkt dat bijzondere persoonlijke omstandigheden de inschrijving rechtvaardigen;
   3. als overeenkomstig artikel 32, § 3, in voorkomend geval een inschrijvingsgeld werd betaald.
   In afwijking van de voorwaarden vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, hoeft een kind dat zijn woonplaats in het ambtsgebied van een buitenlandse publiekrechtelijke entiteit heeft geen door het Ministerie goedgekeurde aanvraag over te leggen en geen inschrijvingsgeld te betalen, indien deze entiteit evenredig bijdraagt in de personeels- en werkingskosten die de Duitstalige Gemeenschap voor deze kleuterafdeling moet dragen en op voorwaarde dat die kostenbijdrage in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd is.
   Het eerste lid, 2°, is niet van toepassing op een kind dat in het vreemdelingen-, wacht- of bevolkingsregister van een Belgische gemeente ingeschreven is.
   § 5. Een leerling bij wie overeenkomstig artikel 93.7 een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning is vastgesteld, mag als regelmatige leerling in de lagere school worden ingeschreven, indien hij op 31 december van het lopende schooljaar ten minste zes jaar oud is en de leeftijd van vijftien jaar nog niet heeft overschreden. Een leerling die houder is van het bewijs van basisonderwijs mag niet tot de lagere school worden toegelaten.
   De leerling bezoekt de lagere school tijdens zes schooljaren.
   In afwijking van het tweede lid kan de klassenraad beslissen dat de leerling een jaar langer op de lagere school blijft. Wanneer een leerling van school verandert, is deze beslissing bindend voor alle scholen.
   In afwijking van het tweede lid kunnen de personen belast met de opvoeding, op voorstel van de klassenraad en op grond van een advies van het psycho-medisch-sociaal centrum, beslissen dat hun kind een achtste jaar in de lagere school doorbrengt. Deze beslissing tot behoud in de lagere school kan een tweede keer worden uitgesproken.
   § 6. Indien een leerling die zijn woonplaats in het buitenland heeft en die de algemene toelatingsvoorwaarden vastgelegd in § 5, eerste lid, vervult, zich wil laten inschrijven in een lagere school, moet hij eerst een attest voorleggen dat is afgegeven door de bevoegde schooloverheid van de Staat waar hij zijn woonplaats heeft en waaruit blijkt dat hij in België een lagere school mag bezoeken. Dit attest hoeft alleen bij de eerste inschrijving te worden voorgelegd.
   Om in een lagere school in de Duitstalige Gemeenschap te worden ingeschreven, moet de in het buitenland woonachtige leerling bovendien aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
   1. een van de ouders van de leerling heeft een betrekking in de Duitstalige Gemeenschap in het kader van een arbeidsovereenkomst met een looptijd van ten minste zes maanden;
   2. een broer of zus van de leerling is reeds in dezelfde school van de Duitstalige Gemeenschap ingeschreven;
   3. er is een overmacht van pedagogische of sociale aard die door de Regering moet worden goedgekeurd.
   Voor leerlingen van wie de woonplaats onder de bevoegdheid van een ambtsgebied van een buitenlandse publiekrechtelijke entiteit valt, zijn de toelatingsvoorwaarden vermeld in het tweede lid niet van toepassing, voor zover er een dienovereenkomstige schriftelijke overeenkomst tussen die entiteit en de Duitstalige Gemeenschap bestaat.
   Het eerste tot en met het derde lid is niet van toepassing op de leerling die in het vreemdelingen-, wacht- of bevolkingsregister van een Belgische gemeente ingeschreven is.
   § 7. De in de §§ 3 en 5 vermelde algemene toelatingsvoorwaarden gelden onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 1.
   § 8. Op het einde van de lagereschooltijd beslist de klassenraad over de uitreiking van het getuigschrift.]1
Art. 21_1.DROIT_FUTUR.    [1 Structure.
   § 1er. L'école fondamentale se compose d'une section maternelle et d'une école primaire.
   § 2. La section maternelle s'adresse aux enfants qui ne sont pas encore soumis à l'obligation scolaire.
   L'école primaire s'adresse aux enfants soumis à l'obligation scolaire.
   § 3. Un enfant pour lequel la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé a été établie conformément à l'article 93.7 peut être régulièrement inscrit dans la section maternelle s'il n'est pas encore soumis à l'obligation scolaire et a [2 deux ans et six mois au moins]2.
  [2 Pour un enfant âgé de deux ans et six mois à trois ans, les dates suivantes s'appliquent pour l'entrée en maternelle :
   1° le premier jour d'école après les vacances scolaires;
   2° le premier jour d'école du mois de février;
   3° le premier jour d'école après l'Ascension. ]2

   Par dérogation au premier alinéa, un enfant soumis à l'obligation scolaire peut fréquenter la section maternelle pendant la première année de l'obligation scolaire. Les personnes chargées de son éducation prennent une décision allant dans ce sens après avoir pris connaissance d'un avis motivé émis par le conseil de classe et le centre P.M.S. compétent. Lorsqu'il s'agit d'un enfant n'ayant pas encore fréquenté la section maternelle, seul est requis l'avis d'un centre P.M.S. Cette décision de maintien dans la section maternelle peut être prise une deuxième fois.
   § 4. Un enfant domicilié à l'étranger ne peut être inscrit dans une section maternelle que :
   1° s'il remplit les conditions générales d'admission fixées au § 3;
   2° sur présentation d'une demande approuvée par l'administration de l'enseignement et dont il ressort que des circonstances personnelles particulières justifient cette inscription;
   3° si, le cas échéant, un droit d'inscription a été acquitté conformément à l'article 32, § 3.
   Par dérogation aux conditions énoncées à l'alinéa 1er, 2° et 3°, il ne faut, pour un enfant domicilié dans le ressort d'une entité territoriale étrangère de droit public, ni présenter une demande approuvée par le Ministère ni acquitter un droit d'inscription si cette entité territoriale participe proportionnellement aux frais de personnel et de fonctionnement encourus par la Communauté germanophone pour cette section maternelle et à condition que cette participation fasse l'objet d'une convention écrite.
   L'alinéa 1er, 2°, ne s'applique pas aux enfants inscrits au registre des étrangers, au registre d'attente ou au registre de la population d'une commune belge.
   § 5. Un élève pour lequel la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé a été établie conformément à l'article 93.7 peut être régulièrement inscrit à l'école primaire s'il a six ans au moins et quinze ans au plus au 31 décembre de l'année scolaire en cours. Un élève titulaire du certificat d'études de base ne peut être admis à l'école primaire.
   L'élève passe six années scolaires en primaire.
   Par dérogation au deuxième alinéa, le conseil de classe peut décider qu'un élève passe une année supplémentaire en primaire. En cas de changement d'école, cette décision est contraignante pour toutes les écoles.
   Par dérogation au deuxième alinéa, les personnes chargées de l'éducation peuvent décider, sur proposition du conseil de classe et sur avis d'un centre psycho-médico-social, que leur enfant passe une huitième année en primaire. Cette décision de maintien en primaire peut être prise une deuxième fois.
   § 6 - L'élève domicilié à l'étranger qui remplit les conditions générales d'admission fixées au § 5, alinéa 1er, produit, avant de pouvoir s'inscrire à l'école primaire, une attestation délivrée par l'autorité scolaire compétente de son pays de domicile et dont il ressort qu'il peut fréquenter une école primaire en Belgique. Cette attestation ne doit être présentée que lors de la première inscription.
   Pour pouvoir être inscrit dans une école primaire en Communauté germanophone, l'élève domicilié à l'étranger doit, en outre, remplir l'une des conditions suivantes :
   1° l'un de ses parents occupe un emploi en Communauté germanophone dans le cadre d'un contrat de travail d'une durée minimale de 6 mois;
   2° un frère ou une soeur de l'élève est déjà inscrit dans la même école en Communauté germanophone;
   3° il y a cas de force majeure, d'ordre pédagogique ou social, qui doit être approuvé par le Gouvernement.
   Pour les élèves dont le domicile relève d'une entité territoriale étrangère de droit public, les conditions d'admission reprises au deuxième alinéa ne s'appliquent pas lorsqu'il existe une convention écrite dans ce sens entre cette entité territoriale et la Communauté germanophone.
   Les alinéas 1er à 3 ne s'appliquent pas à un élève inscrit au registre des étrangers, au registre d'attente ou au registre de la population d'une commune belge.
   § 7. Les conditions générales d'admission mentionnées aux §§ 3 et 5 s'appliquent sans préjudice des dispositions de la section 1re du chapitre IV.
   § 8. A la fin de la scolarité primaire, le conseil de classe décide de délivrer ou non un certificat de fin d'études.]1
Art. 21/2. [1 Inschrijving op een gespecialiseerde lagere school en [3 verandering van school in het gespecialiseerd basisonderwijs]3
   § 1. De inschrijving op een gespecialiseerde lagere school geschiedt uiterlijk op de laatste werkdag vóór het begin van het schooljaar.
   § 2. Tijdens het schooljaar is het overstappen van een [3 gespecialiseerde basisschool]3 naar een andere [3 gespecialiseerde basisschool]3 alleen toegestaan op grond van een woonplaatswijziging. [2 Het hoofd van de school waar de leerling zich laat inschrijven, stelt de [4 onderwijsinspectie]4 in kennis van die overstap zodra de leerling de nieuwe school bezoekt.]2
   Indien de woonplaats tijdens het schooljaar niet is gewijzigd, kunnen de personen belast met de opvoeding, in uitzonderlijke gevallen, bij de [4 onderwijsinspectie]4 een met redenen omklede aanvraag indienen om over te stappen van een [3 gespecialiseerde basisschool]3 naar een andere [3 gespecialiseerde basisschool]3. Die aanvraag omvat het advies van het hoofd van de school waar de leerling zou worden ingeschreven, alsook het advies van het hoofd van de school waar de leerling vandaan komt. De [4 onderwijsinspectie]4 beslist binnen tien werkdagen over de aanvraag; de schoolvakantiedagen gelden hier niet als werkdagen. Na het verstrijken van de termijn en bij stilzwijgen van de [4 onderwijsinspectie]4 wordt de verandering van school alleen als goedgekeurd beschouwd als het advies van de beide schoolhoofden positief is."]1

  
Art. 21.2. [1 Inscription dans une école primaire spécialisée et [3 changement d'école dans l'enseignement fondamental spécialisé]3
   § 1er. L'inscription dans une [3 école fondamentale spécialisée]3 intervient au plus tard le dernier jour ouvrable précédant le début de l'année scolaire.
   § 2. Un changement en cours d'année scolaire d'une [3 école fondamentale spécialisée]3 à une autre n'est autorisé qu'en cas de changement de domicile. [2 Le chef d'établissement "accueillant" en informe l'[4 inspection scolaire]4 dès que l'élève fréquente la nouvelle école.]2.
   S'il n'y a pas de changement de domicile en cours d'année scolaire, les personnes chargées de l'éducation peuvent, dans des cas exceptionnels, introduire une demande motivée de changement d'une [3 école fondamentale spécialisée]3 à une autre auprès de l'[4 inspection scolaire]4. Cette demande contient l'avis émis par le chef d'établissement de l'école où devrait être inscrit l'élève, ainsi que l'avis du chef d'établissement de l'école dont provient l'élève. L'[4 inspection scolaire]4 statue dans les dix jours ouvrables, les vacances scolaires n'étant pas considérées comme jours ouvrables. Au terme du délai et si l'[4 inspection scolaire]4 n'a pas statué, le changement d'école n'est réputé approuvé que lorsque les avis émis par les deux chefs d'établissement sont positifs.]1

  
Afdeling 2. - [1 De gewone secundaire school]1
Section 2. - [1 L'école secondaire ordinaire]1
Art. 22. Structuur. § 1. De secundaire school richt zicht tot jongeren die houder zijn van het bewijs van basisonderwijs of die op 31 december van het lopende schooljaar de leeftijd van 12 jaar zullen hebben bereikt. Zij telt drie graden van telkens twee leerjaren.
  § 2. In de tweede en derde graden onderscheidt men de studierichtingen van de overgangsafdeling en die van de kwalificatieafdeling.
  § 3. Er zijn drie onderwijsvormen :
  1° het algemeen onderwijs;
  2° het technisch onderwijs;
  3° het beroepsonderwijs.
  In het beroepsonderwijs kan de derde graad drie leerjaren tellen.
  De tweede en de derde graden van de overgangsafdeling van het algemeen en technisch onderwijs bereiden voornamelijk op het universitair en hoger onderwijs voor, kunnen echter ook directe toegang verlenen tot het beroepsleven.
  De tweede en de derde graden van de kwalificatieafdeling van het technisch en beroepsonderwijs bereiden voornamelijk op een direct toegang tot het beroepsleven voor, sluiten verdere studies echter niet uit.
  § 4. De Regering stelt [1 het Parlement]1 de eindgetuigschriften voor die buiten schoolverband uitgereikt worden en als toelatingsvoorwaarde kunnen worden opgenomen voor het kwalificatieonderwijs. De Regering coördineert de oorspronkelijke beroepsopleiding aangeboden door de scholen en de andere inrichtende machten van opleidingen. Zij bepaalt eveneens hoe de verschillende opleidingen met elkaar kunnen worden gecombineerd.
  
Art. 22. Structure. § 1er. L'école secondaire s'adresse aux élèves qui sont titulaires du certificat d'études de base ou auront atteint l'âge de 12 ans au 31 décembre de l'année scolaire en cours. Elle comporte trois degrés de deux années d'études chacun.
  § 2. Dans les 2ème et 3ème degrés, l'on opère une distinction entre les orientations d'études de l'enseignement de transition et les orientations d'études de l'enseignement de qualification.
  § 3. Il y a 3 formes d'enseignement :
  1° l'enseignement général;
  2° l'enseignement technique;
  3° l'enseignement professionnel.
  Dans l'enseignement professionnel, le 3ème degré peut compter 3 années d'études.
  Les 2ème et 3ème degrés de l'enseignement général et technique de transition préparent principalement à des études universitaires ou supérieures, permettent toutefois aussi l'accès direct à la vie professionnelle.
  Les 2ème et 3ème degrés de l'enseignement technique et professionnel de qualification préparent principalement à l'accès direct à la vie professionnelle, permettent toutefois aussi des études ultérieures.
  § 4. Le Gouvernement propose au [1 Parlement]1 les certificats de fin de formation délivrés en dehors du système scolaire qui peuvent être pris en considération comme conditions d'admission dans l'enseignement de qualification. Le Gouvernement coordonne la formation professionnelle initiale proposée par les écoles et autres pouvoirs organisateurs de formation. Il détermine, le cas échéant, comment seront combinées plusieurs filières de formation.
  
Afdeling 2bis. [1 - De gespecialiseerde secundaire school]1
Section 2bis. [1 - L'école secondaire ordinaire]1
Art. 22/1. [1 Structuur
   § 1. Een leerling bij wie overeenkomstig artikel 93.7 een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning is vastgesteld, mag als regelmatige leerling in de gespecialiseerde secundaire school worden ingeschreven, indien hij op 31 december van het lopende schooljaar ten minste twaalf jaar oud is en op 30 juni van het lopende schooljaar de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet heeft overschreden.
   In afwijking van het eerste lid kan het in artikel 93.24 vermelde Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, op grond van een positief advies van de klassenraad, goedkeuren dat een leerling die op 30 juni van het lopende schooljaar de leeftijd van eenentwintig jaar heeft overschreden een bijkomend jaar in de gespecialiseerde secundaire school doorbrengt. Het is de taak van het hoofd van de gespecialiseerde school om contact op te nemen met het Comité en die goedkeuring aan te vragen. [3 De goedkeuring geldt voor een schooljaar en kan slechts één keer worden toegekend.]3
   § 2. De in § 1 vermelde algemene toelatingsvoorwaarden gelden onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 1, van dit decreet.
   § 3. Indien een leerling die zijn woonplaats in het buitenland heeft en die de algemene toelatingsvoorwaarden vastgelegd in § 1, eerste lid, vervult, zich wil laten inschrijven in een secundaire school, moet hij eerst een attest voorleggen dat is afgegeven door de bevoegde schooloverheid van de Staat waar hij zijn woonplaats heeft en waaruit blijkt dat hij in België een secundaire school mag bezoeken. Dit attest hoeft alleen bij de eerste inschrijving te worden voorgelegd.
   § 4. In het gespecialiseerd secundair onderwijs kunnen de volgende onderwijsvormen worden georganiseerd :
   1. gespecialiseerd secundair onderwijs [2 afdeling voor sociale vaardigheden]2;
   2. gespecialiseerd secundair onderwijs [2 afdeling voor sociale en professionele vaardigheden]2;
   3. gespecialiseerd secundair beroepsonderwijs.
   § 5. De overstap van een leerling naar een andere onderwijsvorm gebeurt op basis van een gemotiveerde beslissing van de klassenraad. De klassenraad neemt die beslissing op grond van een advies van het bevoegde psycho-medisch-sociaal centrum.]1

  
Art. 22.1. [1 Structure
  § 1er. Un élève pour lequel la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé a été établie conformément à l'article 93.7 peut être régulièrement inscrit dans une école secondaire spécialisée s'il a douze ans au moins au 31 décembre de l'année scolaire en cours et vingt et un ans au plus au 30 juin de l'année scolaire en cours.
   Par dérogation au premier alinéa, la commission de soutien visée à l'article 93.24 peut, sur avis positif du conseil de classe, permettre qu'un élève âgé de plus de vingt et un ans au 30 juin de l'année scolaire en cours passe une année supplémentaire dans l'école secondaire spécialisée. Il revient au chef d'établissement de l'école spécialisée de contacter la commission de soutien en vue de l'octroi de l'autorisation. [3 Cette autorisation vaut pour une année scolaire et ne peut être accordée qu'une fois.]3
   § 2. Les conditions générales d'admission mentionnées au paragraphe 1er sont d'application sans préjudice des dispositions de la section 1re du chapitre IV du présent décret.
   § 3. L'élève domicilié à l'étranger qui remplit les conditions générales d'admission fixées au premier paragraphe, alinéa 1er produit, avant de pouvoir s'inscrire à l'école secondaire, une attestation délivrée par l'autorité scolaire compétente de son pays de domicile et dont il ressort qu'il peut fréquenter une école secondaire en Belgique. Cette attestation ne doit être présentée que lors de la première inscription.
   § 4. Les formes d'enseignement suivantes peuvent être organisées dans l'enseignement secondaire spécialisé :
   1. enseignement secondaire spécialisé [2 , section]2 sociale;
   2. enseignement secondaire spécialisé [2 , section]2 sociale et professionnelle;
   3. enseignement secondaire professionnel spécialisé;
   § 5. Le passage d'un élève d'une forme d'enseignement à l'autre s'effectue sur décision motivée du conseil de classe basée sur un avis émis par le centre psycho-médico-social compétent.]1

  
Art. 22/2. [1 Inschrijving op een gespecialiseerde secundaire school en verandering van school
   § 1. De inschrijving op een gespecialiseerde secundaire school geschiedt uiterlijk op de laatste werkdag vóór het begin van het schooljaar.
   § 2. Tijdens het schooljaar is het overstappen van een gespecialiseerde secundaire school naar een andere gespecialiseerde secundaire school alleen toegestaan op grond van een woonplaatswijziging. [2 Het hoofd van de school waar de leerling zich laat inschrijven, stelt de [3 onderwijsinspectie]3 in kennis van die overstap zodra de leerling de nieuwe school bezoekt.]2
   Indien de woonplaats tijdens het schooljaar niet is gewijzigd, kunnen de personen belast met de opvoeding, in uitzonderlijke gevallen, bij de [3 onderwijsinspectie]3 een met redenen omklede aanvraag indienen om over te stappen van een gespecialiseerde secundaire school naar een andere gespecialiseerde secundaire school. Die aanvraag omvat het advies van het hoofd van de school waar de leerling zou worden ingeschreven, alsook het advies van het hoofd van de school waar de leerling vandaan komt. De [3 onderwijsinspectie]3 beslist binnen tien werkdagen over de aanvraag; de schoolvakantiedagen gelden hier niet als werkdagen. Na het verstrijken van de termijn en bij stilzwijgen van de [3 onderwijsinspectie]3 wordt de verandering van school alleen als goedgekeurd beschouwd als het advies van de beide schoolhoofden positief is.]1

  
Art. 22.2. [1 Inscription dans une école secondaire spécialisée et changement d'école
   § 1er. L'inscription dans une école secondaire spécialisée intervient au plus tard le dernier jour ouvrable précédant le début de l'année scolaire.
   § 2. Un changement en cours d'année scolaire d'une école secondaire spécialisée à une autre n'est autorisé qu'en cas de changement de domicile. [2 Le chef d'établissement "accueillant" en informe l'[3 inspection scolaire]3 dès que l'élève fréquente la nouvelle école.]2.
   S'il n'y a pas de changement de domicile en cours d'année scolaire, les personnes chargées de l'éducation peuvent, dans des cas exceptionnels, introduire une demande motivée de changement d'une école secondaire spécialisée à une autre auprès de l'[3 inspection scolaire]3. Cette demande contient l'avis émis par le chef d'établissement de l'école où devrait être inscrit l'élève, ainsi que l'avis du chef d'établissement de l'école dont provient l'élève. L'[3 inspection scolaire]3 statue dans les dix jours ouvrables, les vacances scolaires n'étant pas considérées comme jours ouvrables. Au terme du délai et si l'[3 inspection scolaire]3 n'a pas statué, le changement d'école n'est réputé approuvé que lorsque les avis émis par les deux chefs d'établissement sont positifs.]1

  
HOOFDSTUK IV. - [1 De leerling in het gewoon en het gespecialiseerd onderwijs]1
CHAPITRE IV. - [1 - L'élève dans l'enseignement ordinaire et spécialisé]1
Afdeling 1. - Vrije keuze van de school en toelating.
Section 1. - Libre choix de l'école et admission.
Art. 23. Huisonderwijs. De personen belast met de opvoeding van een kind kiezen het schoolonderwijs of het huisonderwijs.
Art. 23. Enseignement à domicile. Les personnes chargées de l'éducation de l'enfant se décident pour l'enseignement en milieu scolaire ou pour l'enseignement à domicile.
Art. 24. Vrije keuze van de school. De personen belast met de opvoeding van een kind die het schoolonderwijs kiezen of de kinderen zelf hebben in principe de keuze tussen het door de Gemeenschap georganiseerd onderwijs, het door haar gesubsidieerd officieel onderwijs, het vrij confessioneel onderwijs, het vrij niet-confessioneel onderwijs en het pluralistische onderwijs.
  Pedagogische en/of financiële overleggingen kunnen, op de verschillende onderwijsniveaus en voor verschillende geografische zones binnen de Duitstalige Gemeenschap, meerdere onderwijsnetten of inrichtende machten ertoe leiden onder de medeverantwoordelijkheid van verschillende onderwijsnetten overeenkomsten te sluiten met het oog op de coördinatie en de complementariteit van het aangeboden onderwijs.
  De personen belast met de opvoeding van een kind hebben recht op een gedeeltelijke terugbetaling van de kosten aangegaan voor het vervoer van het kind naar de dichtstbijgelegen vrij gekozen school indien de afstand tussen de woonplaats van het kind en deze school niet onder de minimale door de Regering vastgelegde afstand ligt. [2 Kinderen die de leeftijd van twaalf jaar nog niet bereikt hebben, hebben recht op kosteloos leerlingenvervoer tot de dichtstbijgelegen school van eigen keuze.]2
  [1 In afwijking van het voorafgaande lid kan de Regering beslissen dat de personen belast met de opvoeding in geval van een overneming van een school door een andere inrichtende macht ook recht hebben op een gedeeltelijke terugbetaling van de kosten aangegaan voor het vervoer van de leerlingen naar de overgenomen school die niet de dichtstbij gelegen school naar vrije keuze is, op voorwaarde dat deze school vóór de overneming de dichtsbij gelegen school naar vrije keuze was. De personen belast met de opvoeding zijn diegenen van leerlingen die de betreffende school reeds op het ogenblik van de overneming bezoeken of van hun zusters of broeders.]1
  
Art. 24. Libre choix de l'école. Les personnes chargées de l'éducation de l'enfant qui se décident pour l'enseignement en milieu scolaire ou les élèves eux-mêmes ont en principe le libre choix entre l'enseignement organisé par la Communauté, l'enseignement officiel subventionné par elle, l'enseignement libre confessionnel, l'enseignement libre non confessionnel et l'enseignement pluraliste.
  Des considérations pédagogiques et/ou financières peuvent, aux différents niveaux d'enseignement et pour différentes zones géographiques en Communauté germanophone, amener plusieurs réseaux ou pouvoirs organisateurs à conclure des accords de coordination ou de complémentarité de leurs offres d'enseignement, et ce sous la co-responsabilité de différents réseaux d'enseignement.
  Les personnes chargées de l'éducation de l'enfant ont droit à un remboursement partiel des frais de transport scolaire encourus pour le conduire à l'école de leur choix la plus proche, lorsque la distance entre le domicile de l'enfant et cette école n'est pas inférieure à la distance minimale fixée par le Gouvernement. [2 Les enfant qui n'ont pas encore atteint l'âge de 12 ans ont droit à un transport gratuit vers l'école à pédagogie nouvelle la plus proche.]2
  [1 Par dérogation à l'alinéa précédent, le Gouvernement peut décider que les personnes chargées de l'éducation aient également droit, dans le cas d'une reprise d'une école par un autre pouvoir organisateur, à un remboursement proportionnel du transport scolaire jusqu'à l'école reprise qui n'est pas l'école de libre choix la plus proche, à condition que ladite école, avant la reprise, ait été l'école de libre choix la plus proche. Les personnes chargées de l'éduction susmentionnées sont les personnes chargées de l'éducation des élèves qui, au moment de la reprise, fréquentaient déjà l'école en question ou de leurs frères et soeurs.]1
  
Art. 25. Inschrijvingsverplichting opgelegd aan de Gemeenschapsscholen. De scholen van de Gemeenschap zijn ertoe verplicht elke leerling in te schrijven :
  (1° a) die Belg is en zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats in de Duitstalige Gemeenschap heeft;
  b) die vreemdeling is, zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats in de Duitstalige Gemeenschap heeft en in het vreemdelingenregister, het wachtregister of het bevolkingsregister van een gemeente van het Duitse taalgebied ingeschreven is;)
  2° die aan de toelatingsvoorwaarden voor het betrokken onderwijsniveau voldoet.
Art. 25. Obligation d'inscription pour les écoles communautaires. Les écoles de la Communauté sont obligées d'inscrire tout élève :
  (1° a) qui est belge et a son domicile ou sa résidence habituelle en Communauté germanophone;
  b) qui est étranger, a son domicile ou sa résidence habituelle en Communauté germanophone et est inscrit au registre des étrangers, au registre d'attente ou au registre de la population d'une commune de la région de langue allemande;)
  2° qui remplit les conditions d'admission du niveau d'enseignement concerné.
Art. 26. Inschrijvingsverplichting opgelegd aan de gemeentelijke scholen. De gesubsidieerde scholen ressorterend onder een gemeentelijke inrichtende macht zijn ertoe verplicht elke leerling in te schrijven :
  (1° a) die Belg is en zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats in deze gemeente of - indien de school waarin hij zich wil inschrijven de dichtstbijzijnde is - in een [1 naburige gemeente van het Duitse taalgebied]1 heeft;
  b) die vreemdeling is, zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats in deze gemeente of - indien de school waarin hij zich wil inschrijven de dichtstbijzijnde is - in een [1 naburige gemeente van het Duitse taalgebied]1 heeft en in het vreemdelingenregister, het wachtregister of het bevolkingsregister van de betrokken gemeente ingeschreven is;)
  2° die aan de toelatingsvoorwaarden voor het betrokken onderwijsniveau voldoet.
  
Art. 26. Obligation d'inscription pour les écoles communales. Les écoles subventionnées d'un pouvoir organisateur communal sont obligées d'inscrire tout élève :
  (1° a) qui est belge et a son domicile ou sa résidence habituelle dans cette commune ou - si l'école où il souhaite s'inscrire est l'école la plus proche - dans une [1 commune voisine de la région de langue allemande]1,
  b) qui est étranger, a son domicile ou sa résidence habituelle dans cette commune ou - si l'école où il souhaite s'inscrire est l'école la plus proche - dans une [1 commune voisine de la région de langue allemande]1 et est inscrit au registre des étrangers, au registre d'attente ou au registre de la population de la commune en question;)
  2° qui remplit les conditions d'admission du niveau d'enseignement concerné.
  
Art. 27. Inschrijvingsverplichting opgelegd aan de vrije gesubsidieerde scholen. De inrichtende macht van een vrije gesubsidieerde school is ertoe verplicht elke leerling in te schrijven :
  (1° a) die Belg is en zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats in de Duitstalige Gemeenschap heeft;
  b) die vreemdeling is, zijn woonplaats of zijn gewone verblijfplaats in de Duitstalige Gemeenschap heeft en in het vreemdelingenregister, het wachtregister of het bevolkingsregister van een gemeente van het Duitse taalgebied ingeschreven is;)
  2° die aan de toelatingsvoorwaarden voor het betrokken onderwijsniveau voldoet;
  3° wanneer de leerling of de persoon belast met zijn opvoeding het opvoedkundig project toestemt.
  Wordt de inschrijving geweigerd, dan moet de reden erom per aangetekende brief aan de persoon belast met de opvoeding van het kind medegedeeld worden.
Art. 27. Obligation d'inscription pour les écoles libres subventionnées. Le pouvoir organisateur d'une école libre subventionnée est obligé d'inscrire tout élève :
  (1° a) qui est belge et a son domicile ou sa résidence habituelle en Communauté germanophone;
  b) qui est étranger, a son domicile ou sa résidence habituelle en Communauté germanophone et est inscrit au registre des étrangers, au registre d'attente ou au registre de la population d'une commune de la région de langue allemande;)
  2° qui remplit les conditions d'admission du niveau d'enseignement concerné;
  3° lorsque l'élève ou la personne chargée de son éducation approuve le projet éducatif.
  Si l'inscription est refusée, le motif doit en être communiqué par recommandé à la personne chargée de l'éducation de l'enfant.
Art. 28. Controle op de inschrijvingen. De Regering regelt de controle op de inschrijvingen en op het regelmatig schoolbezoek van de leerplichtige leerlingen en bepaalt de mate waarin afwezigheden aanneembaar zijn.
  Het schoolhoofd is ertoe verplicht de controlediensten bij te staan tijdens de controle op de inschrijvingen en op het regelmatig schoolbezoek.
Art. 28. Contrôle des inscriptions. Le Gouvernement règle la vérification des inscriptions et de la fréquentation scolaire régulière des élèves soumis à l'obligation scolaire. Il détermine dans quelle mesure les absences sont acceptables.
  Le chef d'école est obligé d'aider les services de contrôle lors de la vérification des inscriptions et de la fréquentation scolaire régulière.
Afdeling 2. - Inschrijving van leerlingen die krachtig moeten worden gesteund.
Section 2. - Inscription d'élèves nécessitant un soutien accru.
Art. 29. (Opgeheven)
Art. 29. (Abrogé)
Afdeling 3. - kosteloze toegang tot het onderwijs.
Section 3. - Accès gratuit à l'enseignement.
Art. 32. Kosteloze toegang tot het onderwijs. § 1. De toegang tot het kleuter-, lager en secundair onderwijs verstrekt door een onderwijsinrichting die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt, is kosteloos.
  § 2. [1 Een gewone of gespecialiseerde basisschool mag van de personen belast met de opvoeding geen bijdrage in de kosten vragen voor :
   1° de leermiddelen vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 16 december 2002 betreffende de toekenning van financiële middelen voor pedagogische doeleinden in het onderwijs;
   [2 2° culturele activiteiten of sportactiviteiten van één dag die onder de schooltijd in de basisschool plaatsvinden;]2
   3° de zwemlessen en het vervoer van en naar het zwembad;
   4° de werkingskosten van de school;
   5° de kosten voor de uitreiking van de diploma's.
   Voor de activiteiten die onder de schooltijd plaatsvinden en het materiaal dat niet in het eerste lid wordt vermeld, mag de gewone of gespecialiseerde basisschool alleen de kostprijs vragen.]1

  § 3. In afwijking van § 1 wordt een inschrijvingsgeld geïnd voor een leerling van het kleuteronderwijs wanneer tegelijkertijd :
  1° geen van de personen belast met de opvoeding van de leerling Belg is;
  (2° de leerling niet in België woonachtig is of niet ingeschreven is in het bevolkingsregister, het vreemdelingenregister of het wachtregister van een Belgische gemeente;)
  3° een dergelijk inschrijvingsgeld wordt geheven in de Staat waar de leerling woonachtig is.
  De Regering bepaalt het bedrag van het inschrijvingsgeld alsmede de modaliteiten voor de uitbetaling ervan. Het inschrijvingsgeld mag in geen geval (euro 1.245) overschrijden.
  [3 § 4 - Een gewone of gespecialiseerde secundaire school mag van de personen belast met de opvoeding geen bijdrage in de kosten vragen voor:
   1° verstrekte kopieën;
   2° agenda's;
   3° de werkingskosten van de school;
   4° de kosten voor de uitreiking van de diploma's.]3

  
Art. 32. Accès gratuit à l'enseignement. § 1er. L'accès à l'enseignement maternel, primaire et secondaire dispensé par un établissement d'enseignement organisé ou subventionné par la Communauté germanophone est gratuit.
  § 2. [1 Une école fondamentale ordinaire ou spécialisée ne peut exiger des parents une participation aux frais pour :
   1° le matériel didactique mentionné à l'article 2, 1°, du décret du 16 décembre 2002 relatif à l'octroi de moyens financiers pour des objectifs pédagogiques dans l'enseignement;
   [2 2° les activités culturelles ou sportives d'une journée se déroulant au sein de l'école fondamentale pendant les heures scolaires;]2
   3° le cours de natation et le transport jusqu'au bassin de natation;
   4° les frais de fonctionnement de l'école;
   5° le coût de la délivrance des diplômes.
   Pour les activités se déroulant pendant les heures scolaires et les matériaux non repris au premier alinéa, l'école fondamentale ordinaire ou spécialisée ne peut demander que le prix de revient.]1

  § 3. Par dérogation au § 1er, un droit d'inscription est prélevé pour un élève de l'enseignement maternel lorsque, simultanément :
  1° aucune des personnes chargées de l'éducation de l'élève n'a la nationalité belge;
  (2° l'élève n'est pas domicilié en Belgique ou n'est pas inscrit au registre de la population, au registre des étrangers ou au registre d'attente d'une commune belge;)
  3° un tel droit est prélevé dans l'Etat où l'élève est domicilié.
  Le Gouvernement fixe le montant du droit d'inscription ainsi que les modalités de son acquittement. Le droit d'inscription ne peut en aucun cas dépasser (1.245 euros).
  [3 § 4 - Une école secondaire ordinaire ou spécialisée ne peut exiger des personnes chargées de l'éducation une participation aux frais pour :
   1° les copies distribuées;
   2° les journaux de classe;
   3° les frais de fonctionnement de l'école;
   4° les frais liés à la délivrance des diplômes. ]3

  
Afdeling 4. - Algemene richtlijnen inzake inschrijving.
Section 4. - Instructions générales relatives à l'inscription.
Art. 33. Informatie verstrekt bij de inschrijving. Bij de eerste inschrijving van een kind op school informeert het schoolhoofd schriftelijk de personen belast met zijn opvoeding over :
  1° de juridische vorm en de samenstelling van de inrichtende macht;
  2° [2 het opvoedkundig project en het schoolproject, met uitzondering van het schoolcurriculum, dat alleen op aanvraag aan de ouders en de personen belast met de opvoeding overhandigd wordt;]2
  3° het schoolreglement en de concrete organisatie van het wekelijkse uurrooster en van een schooldag;
  4° het leerlingenvervoer;
  5° de contacten met de personen belast met de opvoeding van het kind;
  6° de identiteit en de opdrachten van het bevoegde PMS-centrum of van de bevoegde gezondheidsdienst;
  7° de interne en externe informatie inzake school en beroep;
  8° [1 zo nodig, de maatregelen die de gewone school voor de daar ingeschreven leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften heeft genomen, met inbegrip van de vormen van samenwerking met gespecialiseerde scholen.]1
  
Art. 33. Informations fournies à l'inscription. A l'occasion de la première inscription d'un enfant dans une école, le chef d'école informe, par écrit, les personnes chargées de son éducation sur :
  1° la forme juridique et la composition du pouvoir organisateur;
  2° [2 le projet éducatif et le projet d'établissement, à l'exception du curriculum d'établissement, remis sur demande aux parents resp. aux personnes chargées de l'éducation;]2
  3° le règlement intérieur de l'école et l'organisation concrète de l'horaire hebdomadaire et du jour d'école;
  4° le transport scolaire;
  5° les contacts avec les personnes chargées de l'éducation;
  6° l'identité et les missions du Centre P.M.S. ou Centre de santé compétent;
  7° l'information scolaire et professionnelle, qu'elle soit interne ou externe;
  8° [1 le cas échéant, les mesures prises par l'école ordinaire pour les élèves nécessitant un soutien pédagogique spécialisé qui y sont inscrits, y compris les formes que peut revêtir la collaboration avec des écoles spécialisées.]1
  
Art. 33.1. [1 Inschrijvingsplicht.
   Met de inschrijving aan een school aanvaarden, als het gaat om een minderjarige leerling, de personen belast met de opvoeding voor de minderjarige leerling, of, als het gaat om een meerderjarige leerling, de leerling zelf het schoolreglement, het opvoedkundig project en het schoolproject.
   Onverminderd de artikelen 25, 26, 27, 33, 35, 36 en 37 geldt de minderjarige leerling als van jaar tot jaar ingeschreven aan dezelfde school tot de personen belast met de opvoeding de school schriftelijk in kennis stellen van een afmelding.
  [2 Bij de inschrijving deelt de meerderjarige leerling zijn doelstelling en zijn motivatie voor de voortzetting van zijn schoolopleiding schriftelijk mee.]2 Een meerderjarige [2 leerling]2 is verplicht zich elk jaar opnieuw in te schrijven als hij zijn schoolopleiding aan [2 dezelfde school]2 wil voortzetten. Als de inschrijving van een meerderjarige [2 leerling]2 wordt afgewezen, moet de leerling per aangetekende brief in kennis gesteld worden van de met redenen omklede beslissing.]1

  
Art. 33.1. [1 Obligation d'inscription
   L'inscription dans une école suppose l'acceptation par les personnes chargées de l'éducation, dans le cas des élèves mineurs, ou par les élèves majeurs du règlement d'ordre intérieur de l'école, du projet éducatif et du projet d'établissement.
   Sans préjudice des articles 25, 26, 27, 33, 35, 36 et 37, l'élève mineur est considéré comme inscrit dans la même école d'une année à l'autre, tant que les personnes chargées de l'éducation n'informent pas l'école par écrit de sa désinscription.
   Un élève majeur [2 ...]2 est tenu de se réinscrire chaque année s'il souhaite poursuivre sa formation scolaire au sein [2 de la même école]2. [2 Lors de l'inscription, l'élève majeur communique par écrit son objectif et sa motivation à poursuivre sa formation scolaire.]2 Si l'inscription est refusée, la décision motivée doit être communiquée par recommandé à l'élève majeur [2 ...]2.]1

  
Afdeling 5. - Keuze tussen de cursus "godsdienst" en de cursus "niet-confessionele zedenleer".
Section 5. - Choix entre un cours de religion et un cours de morale non confessionnelle.
Art. 34. Beslissing ofwel de cursus "godsdienst" ofwel de cursus "niet-confessionele zedenleer" te volgen. Bij de inschrijving van een kind in een school van het officieel onderwijs beslissen de personen belast met zijn opvoeding of het de cursus godsdienst of niet-confessionele zedenleer zal volgen. Zij moeten een schriftelijke verklaring afgeven.
  [5 In de eerste graad van het lager en het secundair onderwijs mag deze keuze gewijzigd worden tot op de laatste werkdag vóór het begin van elk schooljaar. In de tweede en de derde graad van het lager en het secundair onderwijs mag deze keuze gewijzigd worden tot op de laatste werkdag vóór het begin van elke graad. Met 'eerste graad' worden het eerste en het tweede studiejaar bedoeld, met 'tweede graad' het derde en het vierde studiejaar en met 'derde graad' het vijfde en het zesde en eventueel het zevende studiejaar.]5
  [4 Tijdens het schooljaar kunnen de personen belast met de opvoeding in uitzonderlijke gevallen een met redenen omklede aanvraag om van school te veranderen bij de schoolinspectie-begeleiding indienen. Die aanvraag omvat het advies van het schoolhoofd. De [6 onderwijsinspectie]6 beslist binnen tien werkdagen over de aanvraag; de schoolvakantiedagen gelden hier niet als werkdagen. Na het verstrijken van de termijn en bij stilzwijgen van de [6 onderwijsinspectie]6 wordt de aanvraag als goedgekeurd beschouwd.]4
  [7 Leerplichtige kinderen die de kleuterafdeling bezoeken, kunnen op aanvraag van de personen belast met de opvoeding lessen godsdienst of niet-confessionele zedenleer in de aangesloten lagere school bezoeken. De personen belast met de opvoeding maken hun keuze via een schriftelijke verklaring uiterlijk op de laatste werkdag voor het begin van het schooljaar, respectievelijk bij de inschrijving tijdens het jaar.]7
  [3 ...]3
  
Art. 34. Choix du cours de religion ou de morale non confessionnelle. Les personnes chargées de l'éducation de l'enfant décident, lors de son inscription dans une école de l'enseignement officiel, s'il suit un cours de religion ou un cours de morale non confessionnelle. Les personnes chargées de l'éducation doivent remettre une déclaration écrite.
  [5 Dans le premier degré de l'enseignement primaire et secondaire, ce choix peut être modifié jusqu'au dernier jour ouvrable précédant toute année d'études. Dans les deuxième et troisième degrés de l'enseignement primaire et secondaire, ce choix peut être modifié jusqu'au dernier jour ouvrable précédant chaque degré. Le premier degré est constitué des première et deuxième année d'études, le deuxième degré des troisième et quatrième années d'études et le troisième degré des cinquième et sixième, voire le cas échéant septième années d'études.]5
  [4 Dans des cas exceptionnels, les personnes chargées de l'éducation peuvent introduire auprès de l'[6 inspection scolaire]6 une demande motivée de changement de choix. Cette demande contient l'avis émis par le chef d'établissement. L'[6 inspection scolaire]6 statue dans les dix jours ouvrables, les vacances scolaires n'étant pas considérées comme jours ouvrables. Au terme du délai et si l'[6 inspection scolaire]6 n'a pas statué, la demande est réputée approuvée.]4
  [7 Les enfants soumis à l'obligation scolaire qui fréquentent la section maternelle peuvent suivre, à la demande des personnes chargées de leur éducation, un cours de religion ou un cours de morale non confessionnelle dans l'école primaire annexée. Les personnes chargées de l'éducation font part de leur choix au moyen d'une déclaration écrite, introduite au plus tard le dernier jour ouvrable précédant le début de l'année scolaire, ou, selon le cas, lors de l'inscription au cours de l'année.]7
  [3 ...]3
  
Afdeling 6. - Rechten en plichten van de leerling en van de persoon belast met zijn opvoeding.
Section 6. - Droits et devoirs de l'élève et des personnes chargées de son éducation.
Art. 35. Algemeenheden. De leerling heeft het recht en de plicht :
  1° het onderwijs te volgen en aan de schoolse manifestaties en activiteiten deel te nemen;
  2° zich te investeren in zijn opleiding.
Art. 35. Généralités. L'élève a le droit et le devoir :
  1° de participer à l'enseignement et aux manifestations et activités scolaires;
  2° de s'impliquer dans son propre cursus formatif.
Art. 36. Rechten van de leerling. De leerling heeft het recht :
  1° over elke zaak die hem betreft, geïnformeerd te worden;
  2° over zijn prestatieniveau van geïnformeerd te worden;
  3° geadviseerd te worden voor vragen i.v.m. zijn schoolloopbaan;
  4° beslissingen die hem betreffen te betwisten;
  5° gehoord te worden voordat tuchtmaatregelen toegepast worden;
  6° zich vrij te uiten, echter met inachtneming van de lichamelijke en zedelijke integriteit van zijn klasgenoten en van alle personeelsleden.
Art. 36. Droits de l'élève. L'élève a le droit :
  1° d'être informé de toute affaire le concernant;
  2° d'être informé sur son niveau de prestations;
  3° d'être conseillé pour toute question relative à son cursus scolaire;
  4° de contester toute décision le concernant;
  5° d'être entendu avant que des mesures disciplinaires ne soit appliquées;
  6° d'émettre librement son opinion dans le respect de l'intégrité physique et morale de ses compagnons d'études et de tous les membres du personnel.
Art. 37. Verplichtingen van de leerling. De leerling heeft de verplichting mee te werken aan de realisatie van de schoolopdrachten en van het vormingsdoel; hij moet o.a. :
  1° handelen overeenkomstig de onderrichtingen gegeven door de personeelsleden van de school en die noodzakelijk zijn in het kader van het onderwijs of met het oog op een ordentelijk schoolleven, en zich schikken naar het schoolreglement;
  2° zich onthouden van alles wat een ordentelijk onderwijs- en opvoedingswerk kan schaden;
  3° de schoolse installaties en uitrustingen zorgvuldig gebruiken.
Art. 37. Devoirs de l'élève. L'élève a le devoir de s'impliquer dans la réalisation des missions de l'école et de l'objectif formatif; il est notamment obligé :
  1° de suivre les instructions données par les membres du personnel de l'école, nécessaires dans le cadre de l'enseignement ou dans l'intérêt d'une vie scolaire ordonnée, et de respecter le règlement intérieur de l'école;
  2° de s'abstenir de tout ce qui pourrait porter atteinte à un travail ordonné d'enseignement et d'éducation;
  3° de respecter les installations et équipements scolaires.
Afdeling 7. - Structuur van de beroepsmogelijkheden voor de leerling of de personen belast met zijn opvoeding bij niet-overgang, niet-uitreiking van een studiegetuigschrift of uitsluiting uit de school.
Section 7. - Structure de recours pour l'élève ou les personnes chargées de son éducation dans le cas d'un non-passage dans la classe supérieure, d'une non-délivrance d'un certificat d'études ou d'un renvoi de l'école.
Art. 38. Oprichting, samenstelling en opdracht.
  § 1. De Regering richt een raad van beroep op belast met het onderzoek van de betwisten beslissingen m.b.t. :
  1° de uitsluiting uit de school;
  2° [2 ingeperkte overgang of niet-overgang in het secundair onderwijs;]2
  3° [2 niet-uitreiking van een studiegetuigschrift door
   a) de klassenraad;
   b) de examencommissie voor de uitreiking van het bekwaamheidsbewijs;
   c) de examencommissie voor het secundair onderwijs;
   d) de examencommissie voor de uitreiking van het bewijs van basisonderwijs buiten schoolverband.]2

  § 2. Deze raad van beroep bestaat uit :
  1° [1 een voorzitter die wordt uitgekozen onder de medewerkers van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor pedagogie;]1
  [1 1.1. een medewerker van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor pedagogie;]1
  2° twee ambtenaren van het Ministerie;
  3° een door de inrichtende macht aangewezen persoon die niet tot het personeel van de betrokken school behoort.
  De leden bedoeld in het eerste lid onder [1 1° tot 2°]1 worden aangewezen voor een periode van vier jaar. Het lid bedoeld in het eerste lid onder 3° wordt slechts voor de betrokken zaak aangewezen.
  § 3. De raad van beroep beslist bij meerderheid van stemmen. Onthoudingen zijn niet toegelaten. Bij staking der stemmen wordt het beroep als verworpen beschouwd.
  § 4. De leden hebben recht op de terugbetaling van de reis- en verblijfkosten volgens de modaliteiten die toepasselijk zijn op de ambtenaren van rang 10.
  
Art. 38. Création, composition et mandat.
  § 1er. Le Gouvernement institue une Chambre de recours qui examine les décisions contestées relatives :
  1° au renvoi de l'école;
  2° [2 au passage limité ou au non-passage à l'enseignement secondaire;]2
  3° [2 à la non-délivrance d'un certificat d'études par
   a) le conseil de classe;
   b) le jury chargé de délivrer le titre de capacité;
   c) le jury d'examens pour l'enseignement secondaire;
   d) le jury d'examens pour la délivrance extrascolaire du certificat d'études de base.]2

  § 2. Cette Chambre de recours se compose :
  1° [1 un président choisi parmi les membres du personnel du département du Ministère compétent pour la pédagogie;]1
  [1 1.1. un membre du personnel du département du Ministère compétent pour la pédagogie;]1
  2° de deux [1 membres du personnel]1 du Ministère;
  3° d'une personne désignée par le pouvoir organisateur, qui ne fait pas partie de l'école concernée.
  Les membres visés au [1 premier alinéa, 1° à 2°]1, sont désignés pour une durée de quatre ans. Le membre visé à l'alinéa 1er, 3° n'est désigné que pour l'affaire concernée.
  § 3. La Chambre de recours décide à la majorité des voix. Les abstentions ne sont pas permises. En cas de parité de voix, le recours est censé être rejeté.
  § 4. Les membres ont droit à des indemnités de parcours et de séjour selon les mêmes modalités que celles appliquées aux agents du rang 10.
  
Art. 39. Procedure.
  § 1. [5 De persoon belast met de opvoeding of, naargelang van het geval, de examinandus die een beslissing vermeld in artikel 38, § 1, 2° en 3°, wil betwisten, richt zich uiterlijk op de tweede werkdag na de kennisgeving van de beslissing tot het schoolhoofd of, naargelang van het geval, tot de voorzitter van de examencommissie. Het schoolhoofd of, naargelang van het geval, de voorzitter van de examencommissie bekrachtigt de beslissing van de klassenraad op dezelfde dag of legt de zaak om formele of inhoudelijke redenen onmiddellijk opnieuw voor aan de klassenraad of, naargelang van het geval, aan de examencommissie met het oog op een nieuwe beslissing. Zo mogelijk neemt de klassenraad nog op dezelfde dag een beslissing; zo niet neemt ze uiterlijk op de daaropvolgende werkdag een beslissing. De examencommissie beslist binnen een termijn van tien werkdagen.]5
  [5 Indien de persoon belast met de opvoeding of, naargelang van het geval, de examinandus het niet eens is met de bekrachtiging door het schoolhoofd of, naargelang van het geval, door de voorzitter van de examencommissie, of met de nieuwe beslissing van de klassenraad of, naargelang van het geval, van de examencommissie, heeft hij het recht deze zaak bij de raad van beroep aanhangig te maken.]5
  Bij uitsluiting uit de school wordt de zaak ook bij de raad van beroep aanhangig gemaakt.
  § 2. Het met redenen omkleed beroep moet binnen de [3 vijf]3 dagen na de mededeling van de beslissing schriftelijk ingediend worden. De klager heeft de mogelijkheid om bescheiden ter beschikking van de raad van beroep te stellen die hem dienstig kunnen zijn om het geval beter te begrijpen. De bescheiden omvatten geen geschreven document m.b.t. beslissingen betreffende andere [5 leerlingen of, naargelang van het geval, examinandi]5.
  § 3. [1 Het beroep wordt per aangetekend schrijven ingesteld bij de [4 voorzitter van de raad van beroep]4, die de raad van beroep onmiddellijk bijeenroept.]1 De klager richt tegelijkertijd een afschrift van het beroep tot het schoolhoofd. Het schoolhoofd is ertoe gemachtigd een met redenen omkleed advies of documenten ter beschikking van de raad van beroep te stellen die hem dienstig kunnen zijn om het geval beter te begrijpen.
  De raad van beroep kan de [5 school of, naargelang van het geval, examencommissie]5 om alle dienstige documenten verzoeken. Hij kan personen oproepen en deskundigen raadplegen. De [5 klassenraad of, naargelang van het geval, examencommissie]5 heeft het recht om gehoord te worden.
  § 4. De raad van beroep beslist of de wettelijke en reglementaire bepalingen al dan niet nageleefd werden bij de beslissing. Hij kan uitsluiting uit de school opheffen. Hij kan beslissingen over de overgang of de uitreiking van studiegetuigschriften vernietigen; in dit geval moet de [5 klassenraad of, naargelang van het geval, examencommissie]5 opnieuw beslissen.
  Tegen deze nieuwe beslissing mag geen beroep ingesteld worden.
  § 5. De Regering bepaalt de nadere regels inzake procedure.
  
Art. 39. Procédure.
  § 1er. [5 Le candidat ou la personne chargée de son éducation qui souhaite contester une décision mentionnée à l'article 38, § 1er, 2° et 3°, s'adresse au chef d'établissement ou, selon le cas, au président du jury au plus tard le deuxième jour ouvrable suivant la communication de la décision. Le chef d'établissement ou le président du jury confirme la décision du conseil de classe le jour même ou soumet à nouveau directement ce cas au conseil de classe ou au jury pour des raisons de forme ou de contenu. Dans la mesure du possible, le conseil de classe statue le jour même et au plus tard le jour ouvrable qui suit. Le jury statue dans un délai de dix jours ouvrables.]5
  [5 Si le candidat, ou la personne chargée de son éducation, n'est pas d'accord avec la confirmation de la décision par le chef d'établissement ou par le jury ou avec la nouvelle décision du conseil de classe ou du jury selon le cas, il a le droit de saisir la Chambre de recours.]5
  La Chambre de recours est également saisie lorsqu'un renvoi est contesté.
  § 2. Le recours doit être motivé et introduit par écrit dans les [3 cinq]3 jours suivant réception de la décision. Il est loisible au plaignant de mettre à la disposition de la Chambre de recours tout document éclairant le cas. Les documents ne contiennent pas d'écrits portant sur des décisions concernant d'autres [5 élèves ou candidats]5.
  § 3. [1 Le recours est adressé par recommandé [4 au président de la chambre de recours]4, lequel convoque immédiatement la chambre de recours.]1 Le plaignant adresse en même temps une copie du recours au chef d'école. Le chef d'école a le droit de mettre à la disposition de la Chambre de recours un avis motivé ou tout document éclairant le cas.
  La Chambre de recours peut demander à [5 l'école ou au jury]5 de lui remettre tout document jugé utile. Elle peut convoquer des personnes et consulter des experts. [5 Le conseil de classe ou le jury ont]5 le droit d'être entendu.
  § 4. La Chambre de recours décide si les dispositions légales et réglementaires ont été respectées dans la prise de décision. Elle peut annuler des renvois de l'école. Elle peut casser des décisions concernant le passage ou la délivrance de certificats d'études; dans ce cas, le [5 conseil de classe ou le jury doivent]5 à nouveau statuer.
  Cette nouvelle décision du [5 conseil de classe ou du jury]5 ne peut faire l'objet d'un recours.
  § 5. Le Gouvernement fixe les autres modalités de la procédure.
  
Afdeling 8. - Schoolreglement.
Section 8. - (Non publiée).
Art. 40. Algemeenheden. Op de voordracht van haar pedagogische raad stelt de inrichtende macht een schoolreglement op voor al haar scholen.
  Het schoolreglement omvat o.a. bepalingen over :
  1° de betrekkingen tussen de personeelsleden van de school en de leerlingen en/of de personen belast met hun opvoeding;
  2° de inschrijvingsprocedure;
  3° de principes inzake evaluatie en uitreiking van de eindgetuigschriften;
  4° de rechten en plichten van de leerling inzonderheid wat de punctualiteit en het regelmatig schoolbezoek aangaat;
  5° de openingsuren van de school;
  6° de werken van de leerlingen, de [1 schooltaken]1 en de schoolagenda;
  7° de mogelijkheden om een beroep in te stellen tegen een beslissing van de klasseraad;
  8° de orde- en tuchtmaatregelen en de desbetreffende procedure.
  
Art. 40. Généralités. Sur proposition de son Conseil pédagogique, le pouvoir organisateur établit un règlement d'ordre intérieur pour chacune de ses écoles.
  Le règlement d'ordre intérieur de école contient notamment des dispositions relatives :
  1° aux relations entre les membres du personnel de l'école et les élèves et/ou les personnes chargées de leur éducation;
  2° à la procédure d'inscription;
  3° aux principes d'évaluation et la délivrance des certificats de fin d'études;
  4° aux droits et devoirs de l'élève, en particulier en ce qui concerne la ponctualité et la fréquentation régulière;
  5° aux heures d'ouverture de l'école;
  6° aux travaux scolaires, aux [1 devoirs]1 et à la tenue du journal de classe;
  7° aux possibilités de recours contre une décision prise par le conseil de classe;
  8° aux mesures d'ordre et de discipline et la procédure y relative.
  
Art. 41. Informatieplicht. Het schoolreglement dient, bij de inschrijving en bij elke wijziging, door de leerling van het secundair onderwijs en de personen belast met zijn opvoeding ondertekend te worden.
Art. 41. Devoir d'information. Le règlement d'ordre de l'école est soumis à la signature des personnes chargées de l'éducation et de l'élève de l'enseignement secondaire lors de l'inscription et à chaque modification.
Afdeling 9. - Tuchtmaatregelen.
Section 9. - Mesures disciplinaires.
Art. 42. Algemeenheden. § 1. De tijdelijke verwijdering uit de cursussen en de uitsluiting uit de school zijn de enige tuchtmaatregelen.
  Ze worden slechts in buitengewone gevallen uitgesproken en moeten met de verweten fouten overeenkomen.
  § 2. Tuchtmaatregelen worden door de inrichtende macht of haar gevolmachtigde uitgesproken.
Art. 42. Généralités. § 1er. L'exclusion temporaire des cours et le renvoi de l'école sont les seules mesures disciplinaires.
  Ils sont prononcés dans des cas exceptionnels et doivent être proportionnels aux fautes reprochées.
  § 2. Les mesures disciplinaires sont prononcées par le pouvoir organisateur ou son délégué.
Art. 43. Tijdelijke verwijdering. Bij tijdelijke verwijdering wordt de leerling uitgesloten uit alle lestijden en alle andere activiteiten van zijn klas. Hij moet op school aanwezig zijn behalve als een andere overeenkomst met de persoon belast met zijn opvoeding schriftelijk wordt afgesloten.
  In de loop van een leerjaar kan een leerling ten hoogste tijdens 10 schooldagen van alle lestijden tijdelijk uitgesloten worden.
Art. 43. Exclusion temporaire. Lors d'une exclusion temporaire des cours, l'élève est exclu de toutes les périodes de cours et de toutes les autres manifestations scolaires de sa classe. Sa présence dans l'école est obligatoire à moins qu'un autre accord écrit ne soit passé avec les personnes chargées de son éducation.
  Au cours d'une année scolaire, un élève peut être temporairement exclu de toutes les périodes de cours pendant 10 jours scolaires au plus.
Art. 44. Uitsluiting uit de school. Een uitsluiting uit de school heeft pas uitwerking op het ogenblik van de inschrijving in een andere school, echter ten laatste 15 kalenderdagen na ontvangst van de in artikel 45, 4° bedoelde aangetekende brief. [1 Schoolvakantiedagen worden niet als kalenderdagen beschouwd.]1
  Tot op dit ogenblik wordt de leerling beschouwd als tijdelijk uitgesloten. De school zorgt voor zijn begeleiding.
  
Art. 44. Renvoi de l'école. Un renvoi de l'école ne devient effectif qu'au moment de l'inscription dans une autre école, au plus tard toutefois 15 jours calendrier après la réception du recommandé visé à l'article 45, 4°. [1 Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme jours calendrier.]1
  Jusque là, l'élève concerné est considéré comme temporairement exclu. L'école veille au suivi de l'élève.
  
Art. 45. Procedure bij tijdelijke verwijdering en bij uitsluiting uit de school. Bij een tijdelijke verwijdering voor drie schooldagen of minder moet de leerling gehoord worden.
  Een tijdelijke verwijdering voor meer dan drie schooldagen of een uitsluiting uit de school kan slechts volgens een procedure gebeuren die de volgende principes in acht neemt :
  1° het advies van de klassenraad moet vooraf worden ingewonnen;
  2° de personen belast met de opvoeding mogen het tuchtdossier inzien;
  3° de leerling wordt gehoord in aanwezigheid van de persoon belast met zijn opvoeding of, desgevallend, van zijn raadsman;
  4° de beslissing wordt schriftelijk met redenen omkleed en aan de persoon belast met de opvoeding per aangetekende brief overgemaakt. [1 Tegelijk wordt een kopie van dit aangetekend schrijven aan de [2 onderwijsinspectie]2 gericht.]1
  
Art. 45. Procédure en cas d'exclusion temporaire et de renvoi de l'école. En cas d'exclusion temporaire de trois jours scolaire ou moins, l'élève doit être entendu.
  Une exclusion temporaire de plus de trois jours ou un renvoi de l'école ne peut intervenir que dans le cadre d'une procédure respectant les principes suivants :
  1° l'avis préalable du conseil de classe est demandé;
  2° les personnes chargées de l'éducation peuvent consulter le dossier disciplinaire;
  3° l'élève est entendu en présence des personnes chargées de son éducation ainsi que, le cas échéant, de son conseil;
  4° la décision prise est motivée par écrit et est signifiée par recommandé aux personnes chargées de l'éducation. [1 Au même moment, une copie de ladite lettre recommandée sera envoyée au service de l'[2 inspection scolaire]2.]1
  
Afdeling 10. [1 - Samenwerking tussen scholen, het Instituut voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's en de centra voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's]1
Section 10. [1 - Coopération entre les écoles, l'Institut pour la formation et la formation continue des classes moyennes et les PME et les centres pour la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME ]1
Art. 45.1. [1 - Transferverslag
   § 1 - Na het sluiten van een leerovereenkomst onder toezicht van het Instituut voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's kan het bevoegde leersecretariaat van het Instituut aan het hoofd van de afgevende gewone of gespecialiseerde secundaire school vragen om het transferverslag toe te zenden, zodat het ontvangende centrum voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's en het Instituut voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's op de hoogte worden gebracht van bijzonderheden en onmiddellijk de nodige onderwijsmaatregelen kunnen nemen.
   Het hoofd van de secundaire school maakt een transferverslag dat de volgende persoonsgegevens bevat:
   1° de identificatie van de leerling;
   2° eventuele medische en psycho-sociale gegevens;
   3° schoolprestaties;
   4° alle gestelde doelen;
   5° ondersteuningsmaatregelen en bereikte resultaten;
   6° voorliggende ondersteuningsplannen;
   7° ondersteuningsportfolio's;
   8° voorliggende adviezen over het plan voor de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning die niet ouder mogen zijn dan zes jaar.
   Het hoofd van de secundaire school zendt het transferverslag vermeld in het tweede lid uiterlijk tien werkdagen na de indiening van de aanvraag naar de directeur van het Instituut voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's, die het doorstuurt naar de bevoegde directeurs van de centra voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's en naar het bevoegde leersecretariaat. Schoolvakantiedagen worden hier niet als werkdagen beschouwd.
   De gegevens worden bewaard tot hoogstens zes jaar nadat de leerling het centrum voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's, resp.het Instituut voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's heeft verlaten. Voor de verwerking van de gegevens is het betrokken centrum voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's, resp. het Instituut voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's verantwoordelijk, elk binnen zijn eigen bevoegdheidsgebied.
   § 2 - Nadat de leerling in een gewone of gespecialiseerde school is ingeschreven, kan het hoofd van de ontvangende school de directeur van het Instituut voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's vragen om een transferverslag toe te zenden, zodat de ontvangende school op de hoogte is van bijzonderheden en onmiddellijk de nodige onderwijsmaatregelen kan nemen. Het transferverslag stemt overeen met het transferverslag vermeld in § 1, tweede lid.
   De directeur van het centrum voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's zendt het door het bevoegde centrum voor opleiding en voortgezette opleiding in de Middenstand en de KMO's opgestelde transferverslag binnen tien werkdagen na de indiening van de aanvraag toe aan het hoofd van de ontvangende school. Schoolvakantiedagen worden hier niet als werkdagen beschouwd.
   De gegevens worden bewaard tot hoogstens zes jaar nadat de leerling de school heeft verlaten. Elke school is binnen haar eigen bevoegdheidsgebied verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens.]1

  
Art. 45.1. [1 - Disposition transitoire
   § 1er - Après la conclusion d'un contrat d'apprentissage sous la tutelle de l'Institut pour la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME, le secrétariat d'apprentissage dudit Institut peut demander au chef d'établissement de l'école secondaire ordinaire ou spécialisée cédante l'envoi du rapport de transfert afin que le centre pour la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME accueillant et l'Institut précité soient informés de toute particularité et qu'ils puissent mettre immédiatement en place les mesures pédagogiques nécessaires.
   Le chef d'établissement de l'école secondaire établit un rapport de transfert qui reprend les données à caractère personnel suivantes :
   1° les données d'identification de l'élève;
   2° les éventuelles données médicales, psychosociales;
   3° les performances scolaires;
   4° les objectifs fixés;
   5° les mesures de soutien et résultats attendus;
   6° les plans de soutien existants;
   7° les portfolios de soutien;
   8° les avis relatifs à la nécessité constatée d'un soutien pédagogique spécialisé de moins de six mois de date.
   Le chef d'établissement de l'école secondaire transmet le rapport de transfert visé à l'alinéa 2 au plus tard dix jours ouvrables après l'introduction de la demande au directeur de l'Institut pour la formation et la formation continuée dans les classes moyennes et les PME aux fins de transfert aux directeurs compétents des centres pour la formation et la formation continuée dans les classes moyennes et les PME et au secrétariat d'apprentissage compétent. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme jours ouvrables dans le cas présent.
   La durée de conservation des données est de dix ans au plus après le départ de l'apprenti du centre pour la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME ou, selon le cas, de l'Institut pour la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME. Le centre pour la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME et l'Institut pour la formation et la formation continue dans les classes moyennes et les PME sont chacun responsables du traitement des données dans leur domaine de compétences.
   § 2 - Après l'inscription de l'élève dans une école ordinaire ou spécialisée, le chef d'établissement de l'école accueillante peut demander au directeur de l'Institut pour la formation - et la formation continue dans les classes moyennes et les PME que le rapport de transfert lui soit envoyé afin que l'école accueillante soit informée de toute particularité et qu'elle puisse mettre immédiatement en place les mesures pédagogiques nécessaires. Le rapport de transfert correspond à celui visé au § 1er, alinéa 2.
   Le directeur du centre de formation et de formation continue dans les classes moyennes et les PME transmet au directeur de l'école accueillante le rapport de transfert établi par le centre de formation et de formation continue dans les classes moyennes et les PME compétent dans les dix jours ouvrables suivant l'introduction de la demande. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme jours ouvrables dans le cas présent.
   La durée du conservation des données est de six ans au plus après que l'élève a quitté l'école. Chaque école est responsable du traitement des données dans son domaine de compétences.]1

  
Afdeling 11. [1 Leerlingenvervoer ]1
Section 11. [1 Section 10. ]1
Art. 45.2. [1 Deze afdeling is van toepassing op de leerlingen vermeld in artikel 24, derde en vierde lid, en de leerlingen vermeld in artikel 20 van de wet van 6 juli 1970 op het gespecialiseerd en geïntegreerd onderwijs die gebruikmaken van leerlingenvervoer dat wordt georganiseerd door de Duitstalige Gemeenschap. ]1
  
Art. 45.2. [1 La présente section s'applique aux élèves mentionnés à l'article 24, alinéas 3 et 4, ainsi qu'aux élèves mentionnés à l'article 20 de la loi du 6 juillet 1970 sur l'enseignement spécialisé et intégré qui utilisent un transport scolaire organisé par la Communauté germanophone. ]1
  
Art. 45.3. [1 Aanmelding voor het leerlingenvervoer
   Het hoofd van de school waar de leerling ingeschreven is, dient de vervoersaanvraag van de betreffende leerling in bij de Regering. De vervoersaanvraag bevat de volgende gegevens:
   1° naam van de school;
   2° naam van de leerling, adres, geboortedatum, onderwijscyclus, studiejaar en, indien van toepassing, onderwijsvorm;
   3° aanduiding of de bezochte school de dichtstbijgelegen school naar vrije keuze is;
   4° afstand tussen woonplaats en school in kilometer;
   5° datum van het gewenste leerlingenvervoer;
   6° in geval van verhuizing: gegevens van de vorige ronde die de leerling gebruikte;
   7° datum van de aanvraag;
   8° door de personen belast met de opvoeding ondertekend vervoersreglement overeenkomstig artikel 45.4;
   9° gemotiveerd advies van het schoolhoofd;
   10° handtekening van het schoolhoofd of zijn vertegenwoordiger.
   Met behoud van de toepassing van artikel 3 van de wet van 26 april 1962 betreffende het gemeenschappelijk vervoer van de leerlingen van de onderwijsinrichtingen controleert de Regering, na ontvangst van de vervoersaanvraag, het recht op leerlingenvervoer overeenkomstig artikel 24, derde en vierde lid, en artikel 20 van de wet van 6 juli 1970 op het gespecialiseerd en geïntegreerd onderwijs en wijst een busronde toe aan de leerlingen die recht hebben op leerlingenvervoer. Ze deelt haar beslissing schriftelijk mee aan de school en de personen belast met de opvoeding.
   Als er geen ondertekend vervoersreglement bij de vervoersaanvraag is gevoegd, wijst de Regering de aanvraag af. ]1

  
Art. 45.3. [1 Inscription au transport scolaire
   Le chef de l'établissement dans lequel l'élève est inscrit introduit auprès du Gouvernement une demande de transport pour l'élève concerné. La demande de transport reprend les données suivantes :
   1° le nom de l'établissement;
   2° le nom de l'élève, son adresse, sa date de naissance, le niveau d'enseignement, l'année d'études et, le cas échéant, la forme d'enseignement;
   3° la mention indiquant si l'établissement fréquenté correspond à l'école de libre choix la plus proche;
   4° la distance en kilomètres entre le domicile et l'établissement;
   5° la date d'utilisation souhaitée du transport scolaire;
   6° en cas de déménagement : la mention indiquant l'ancien circuit qu'empruntait l'élève;
   7° la date de la demande;
   8° le règlement régissant le transport signé par les personnes chargées de l'éducation conformément à l'article 45.4;
   9° l'avis motivé du chef d'établissement;
   10° la signature du chef d'établissement ou de son représentant.
   Sans préjudice de l'article 3 de la loi du 26 avril 1962 relative au transport en commun des élèves des établissements d'enseignements, après réception de la demande de transport, le Gouvernement vérifie le droit au transport scolaire conformément à l'article 24, alinéas 3 et 4, ainsi qu'à l'article 20 de la loi du 6 juillet 1970 sur l'enseignement spécialisé et intégré et affecte les élèves qui ont droit au transport scolaire à un circuit donné. Il communique sa décision par écrit à l'établissement concerné et aux personnes chargées de l'éducation.
   Si la demande de transport n'est pas accompagnée du règlement régissant le transport signé, le Gouvernement refuse ladite demande. ]1

  
Art. 45.4. [1 - Vervoersreglement
   De Regering legt voor het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde leerlingenvervoer een vervoersreglement vast dat de volgende bepalingen bevat:
   1° de regels voor het gedrag aan de bushalte, in de bus en na het uitstappen;
   2° de ordemaatregelen, die de busbegeleider of, indien er geen busbegeleiding gepland is in de ronde, de buschauffeur, in voorkomend geval in overleg met de schoolleiding, kan opleggen in geval van niet-naleving van het vervoersreglement:
   a) een waarschuwing in de vorm van een schriftelijke opmerking in de schoolagenda voor de personen belast met de opvoeding;
   b) een straf die in verhouding staat tot het ongepaste gedrag;
   c) onmiddellijke uitsluiting van het leerlingenvervoer;
   3° de tuchtmaatregelen, die alleen in uitzonderlijke gevallen worden opgelegd door de Regering:
   a) tijdelijke uitsluiting van een leerling van het leerlingenvervoer;
   b) definitieve uitsluiting van een leerling van het leerlingenvervoer;
   4° de verwerking van de gegevens.
   Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, c), mogen busbegeleiders of buschauffeurs in gevallen die, om de veiligheid van de andere leerlingen, de busbegeleider of de buschaufeur te waarborgen, onmiddellijk ingrijpen vereisen, leerlingen onmiddellijk uitsluiten van het vervoer. De uitsluiting mag alleen worden uitgevoerd aan een halte of binnen een bebouwde kom. De buschauffeur of de busbegeleider informeert in dat geval onmiddellijk de personen belast met de opvoeding of de politie.
   De busbegeleider of de buschauffeur die de ordemaatregelen uitspreekt, licht de Regering nog dezelfde dag schriftelijk in over de opgelegde maatregelen.
   De school waarbij de leerling ingeschreven is, laat het vervoersreglement ondertekenen door de personen belast met de opvoeding bij de aanmelding voor het leerlingenvervoer en bij elke wijziging. ]1

  
Art. 45.4. [1 Règlement régissant le transport
   Le Gouvernement établit pour le transport scolaire organisé par la Communauté germanophone un règlement régissant le transport qui comprend les dispositions suivantes :
   1° les règles de comportement aux arrêts de bus, à bord des bus et une fois descendu du bus;
   2° les mesures d'ordre que peut prononcer le personnel d'accompagnement à bord des bus ou, si un tel accompagnement n'est pas prévu sur le circuit concerné, le chauffeur de bus, le cas échéant en accord avec la direction d'établissement, en cas de non-respect du règlement régissant le transport :
   a) un avertissement sous forme d'inscription écrite au journal de classe à l'attention des personnes chargées de l'éducation;
   b) l'octroi d'une amende proportionnée au comportement inapproprié;
   c) l'exclusion immédiate du bus de transport scolaire;
   3° les mesures disciplinaires qui sont imposées par le Gouvernement uniquement dans des cas exceptionnels :
   a) l'exclusion temporaire d'un élève du transport scolaire;
   b) l'exclusion définitive d'un élève du transport scolaire;
   4° le traitement des données.
   Pour l'application de l'alinéa 1er, 2°, c), les accompagnateurs de bus ou les chauffeurs de bus peuvent exclure sur-le-champ l'élève concerné du bus de transport scolaire dans les cas exigeant une réponse immédiate en raison d'une menace pour la sécurité des autres élèves, de l'accompagnateur de bus ou du chauffeur de bus. L'exclusion peut intervenir uniquement à un arrêt de bus ou au sein d'une agglomération. Le chauffeur de bus ou l'accompagnateur de bus prévient dans ce cas immédiatement les personnes chargées de l'éducation ou la police.
   L'accompagnateur de bus ou le chauffeur de bus qui prononce les mesures d'ordre informe le jour même le Gouvernement par écrit des mesures prononcées.
   L'établissement dans lequel l'élève est inscrit remet le règlement régissant le transport pour signature aux personnes chargées de l'éducation lors de l'inscription au transport scolaire ainsi qu'à chaque modification dudit règlement. ]1

  
Art. 45.5. [1 Vertrouwelijkheid
   Met behoud van de toepassing van andersluidende wettelijke of decretale bepalingen is iedereen die, in welke hoedanigheid dan ook, meewerkt aan de toepassing van deze afdeling, van artikel 24, van artikel 20 van de wet van 6 juli 1970 op het gespecialiseerd en geïntegreerd onderwijs en van de wet van 15 juli 1983 houdende oprichting van de Nationale Dienst voor leerlingenvervoer en zijn uitvoeringsbesluiten, ertoe verplicht de gegevens die aan hem toevertrouwd worden in het kader van de uitoefening van zijn opdracht, vertrouwelijk te behandelen. ]1

  
Art. 45.5. [1 Confidentialité
   Sans préjudice de dispositions légales ou décrétales contraires, quiconque, à quelque titre que ce soit, participe à l'application de la présente section, de l'article 24, de l'article 20 de la loi du 6 juillet 1970 sur l'enseignement spécialisé et intégré, de la loi du 15 juillet 1983 portant création du Service national de Transport scolaire et de ses dispositions d'exécution est tenu de traiter confidentiellement les données qui lui sont confiées dans le cadre de l'exercice de sa mission. ]1

  
Art. 45.6. [1 Verwerking van persoonsgegevens in het kader van het leerlingenvervoer georganiseerd door de Duitstalige Gemeenschap
   Met behoud van de toepassing van artikel 45.7 geldt de Regering voor de verwerking van de persoonsgegevens vermeld in artikel 45.8 als verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (Algemene Verordening Gegevensbescherming).
   De Regering verzamelt en verwerkt persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van haar wettelijke of decretale taken, in het bijzonder wat betreft de taken vermeld in artikel 24 van dit decreet, in artikel 20 van de wet van 6 juli 1970 op het gespecialiseerd en geïntegreerd onderwijs en in de wet van 15 juli 1983 houdende oprichting van de Nationale Dienst voor leerlingenvervoer. De Regering mag de verzamelde gegevens niet voor andere doeleinden dan voor de uitvoering van zijn wettelijke of decretale opdrachten gebruiken.
   De verwerking van persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming.
   De Regering wijst haar medewerkers en externe adviseurs in dat verband op hun plichten inzake informatieveiligheid en gegevensbescherming. ]1

  
Art. 45.6. [1 Traitement des données à caractère personnel dans le cadre du transport scolaire organisé par la Communauté germanophone
   Sans préjudice de l'article 45.7, le Gouvernement est responsable du traitement des données à caractère personnel mentionnées à l'article 45.8 au sens de l'article 4, 7), du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données).
   Le Gouvernement collecte et traite des données à caractère personnel en vue de l'exécution de ses missions légales ou décrétales, notamment en ce qui concerne les missions mentionnées à l'article 24 du présent décret, à l'article 20 de la loi du 6 juillet 1970 sur l'enseignement spécialisé et intégré, ainsi que dans la loi du 15 juillet 1983 portant création du Service national de Transport scolaire. Le Gouvernement ne peut utiliser les données collectées à d'autres fins que l'exercice de ses missions légales ou décrétales.
   Le traitement des données à caractère personnel s'opère dans le respect des dispositions légales applicables en matière de protection des données.
   Le Gouvernement informe à cet égard ses collaborateurs et conseillers externes de leurs devoirs en matière de sécurité de l'information et de protection des données. ]1

  
Art. 45.7. [1 Verwerking van gezondheidsgegevens
   De verwerking van gegevens over de gezondheid van de betrokken personen geschiedt onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar uit de gezondheidszorg. ]1

  
Art. 45.7. [1 Traitement de données relatives à la santé
   Le traitement de données relatives à la santé des personnes concernées s'opère sous la responsabilité d'un professionnel des soins de santé. ]1

  
Art. 45.8. [1 Gegevenscategorieën
   § 1 - De Regering kan alle overeenkomstig artikel 45.6 toereikende, ter zake dienende en niet-overmatige persoonsgegevens uit de volgende gegevenscategorieën verwerken:
   1° identiteitsgegevens en contactgegevens van de leerling;
   2° gegevens over de geboortedatum en de geboorteplaats;
   3° identiteitsgegevens en contactgegevens van de personen belast met de opvoeding van de leerling;
   4° gegevens over het schoolbezoek;
   5° gegevens over het gebruik van het leerlingenvervoer;
   6° gegevens over de orde- en tuchtmaatregelen overeenkomstig artikel 45.4, eerste lid, 2° en 3°;
   7° gegevens over de gezondheid en de ontwikkeling van de leerling:
   a) gegevens over de lichamelijke gezondheid;
   b) gegevens over inentingen;
   c) gegevens over de geestelijke gezondheid;
   d) gegevens over het gedrag;
   e) gegevens over risico's en risicofactoren.
   De in het eerste lid opgesomde gegevenscategorieën kunnen worden verwerkt voor de volgende doeleinden:
   1° de bepaling van het recht op leerlingenvervoer overeenkomstig artikel 24, derde en vierde lid, en artikel 20 van de wet van 6 juli 1970 op het gespecialiseerd en geïntegreerd onderwijs;
   2° de planning van de rondes van het leerlingenvervoer;
   3° het opleggen van tuchtmaatregelen overeenkomstig artikel 45.4, eerste lid, 3°.
   § 2 - De dienst met afzonderlijk beheer Service en Logistiek in het Gemeenschapsonderwijs kan alle overeenkomstig artikel 45.6 toereikende, ter zake dienende en niet-overmatige persoonsgegevens uit de volgende gegevenscategorieën verwerken:
   1° identiteitsgegevens en contactgegevens van de leerling;
   2° identiteitsgegevens en contactgegevens van de personen belast met de opvoeding van de leerling;
   3° gegevens over het schoolbezoek;
   4° gegevens over het gebruik van het leerlingenvervoer;
   5° gegevens over de orde- en tuchtmaatregelen overeenkomstig artikel 45.4, eerste lid, 2° en 3°;
   6° gegevens over de gezondheid en de ontwikkeling van de leerling, om in geval van nood te kunnen ingrijpen:
   a) gegevens over de lichamelijke gezondheid;
   b) gegevens over inentingen;
   c) gegevens over de geestelijke gezondheid;
   d) gegevens over het gedrag;
   e) gegevens over risico's en risicofactoren.
   De in het eerste lid opgesomde gegevenscategorieën kunnen worden verwerkt voor de volgende doeleinden:
   1° ondersteuning bieden aan de Regering bij de planning van de rondes van het leerlingenvervoer;
   2° contact opnemen met de personen belast met de opvoeding, om de rijtijden en eventuele veranderingen mee te delen en in geval van nood;
   3° de gegevens van de leerlingen doorgeven aan hulpdiensten in geval van nood.
   § 3 - De ondernemingen die de rondes van het leerlingenvervoer in opdracht van de Regering uitvoeren, kunnen alle overeenkomstig artikel 45.6 toereikende, ter zake dienende en niet-overmatige persoonsgegevens uit de volgende gegevenscategorieën verwerken:
   1° identiteitsgegevens en contactgegevens van de leerling;
   2° identiteitsgegevens en contactgegevens van de personen belast met de opvoeding van de leerling;
   3° gegevens over het schoolbezoek;
   4° gegevens over het gebruik van het leerlingenvervoer;
   5° gegevens over de orde- en tuchtmaatregelen overeenkomstig artikel 45.4, eerste lid, 2° en 3°;
   6° gegevens over de gezondheid en de ontwikkeling van de leerling, om in geval van nood te kunnen ingrijpen:
   a) gegevens over de lichamelijke gezondheid;
   b) gegevens over inentingen;
   c) gegevens over de geestelijke gezondheid;
   d) gegevens over het gedrag;
   e) gegevens over risico's en risicofactoren.
   De in het eerste lid, 2°, 5° en 6°, opgesomde gegevenscategorieën worden alleen door de ondernemingen verwerkt indien er geen busbegeleider gepland is in de ronde van het leerlingenvervoer.
   De in het eerste lid opgesomde gegevenscategorieën kunnen worden verwerkt voor de volgende doeleinden:
   1° ondersteuning bieden aan de Regering bij de planning van de rondes van het leerlingenvervoer;
   2° contact opnemen met de personen belast met de opvoeding, om de rijtijden en eventuele veranderingen mee te delen en in geval van nood, indien er geen busbegeleider gepland is in de ronde van het leerlingenvervoer;
   3° de gegevens van de leerlingen doorgeven aan hulpdiensten in geval van nood, indien er geen busbegeleider gepland is in de ronde van het leerlingenvervoer.
   De Regering kan de gegevenscategorieën vermeld in dit artikel preciseren . ]1

  
Art. 45.8. [1 Catégories de données
   § 1er - Le Gouvernement peut traiter toutes les données à caractère personnel appropriées, utiles et proportionnées, conformément à l'article 45.6, relevant des catégories de données suivantes :
   1° les données relatives à l'identité de l'élève et ses données de contact;
   2° les données relatives à la date et au lieu de naissance;
   3° les données relatives à l'identité des personnes chargées de l'éducation de l'élève et leurs données de contact;
   4° les données relatives à la fréquentation scolaire;
   5° les données relatives à l'utilisation du transport scolaire;
   6° les données relatives aux mesures d'ordre et aux mesures disciplinaires conformément à l'article 45.4, alinéa 1er, 2° et 3°;
   7° les données relatives à la santé et au développement de l'élève :
   a) les données relatives à sa santé physique;
   b) les données relatives à ses vaccinations;
   c) les données relatives à sa santé psychique;
   d) les données relatives à son comportement;
   e) les données relatives aux risques et facteurs de risque.
   Les catégories de données mentionnées à l'alinéa 1er peuvent être traitées aux fins suivantes :
   1° la détermination du droit au transport scolaire conformément à l'article 24, alinéas 3 et 4, ainsi qu'à l'article 20 de la loi du 6 juillet 1970 sur l'enseignement spécialisé et intégré;
   2° la planification des circuits du transport scolaire;
   3° la prise de mesures disciplinaires conformément à l'article 45.4, alinéa 1er, 3°.
   § 2 - Le service à gestion séparée "Service et Logistique dans l'enseignement communautaire" peut traiter toutes les données à caractère personnel appropriées, utiles et proportionnées, conformément à l'article 45.6, relevant des catégories de données suivantes :
   1° les données relatives à l'identité de l'élève et ses données de contact;
   2° les données relatives à l'identité des personnes chargées de l'éducation de l'élève et leurs données de contact;
   3° les données relatives à la fréquentation scolaire;
   4° les données relatives à l'utilisation du transport scolaire;
   5° les données relatives aux mesures d'ordre et aux mesures disciplinaires conformément à l'article 45.4, alinéa 1er, 2° et 3°;
   6° les données relatives à la santé et au développement de l'élève, afin de pouvoir intervenir en cas d'urgence :
   a) les données relatives à sa santé physique;
   b) les données relatives à ses vaccinations;
   c) les données relatives à sa santé psychique;
   d) les données relatives à son comportement;
   e) les données relatives aux risques et facteurs de risque.
   Les catégories de données mentionnées à l'alinéa 1er peuvent être traitées aux fins suivantes :
   1° le soutien au Gouvernement dans le cadre de la planification des circuits du transport scolaire;
   2° la prise de contact avec les personnes chargées de l'éducation pour leur communiquer les horaires et les éventuelles modifications et les contacter en cas d'urgence;
   3° la transmission aux équipes de secours des données relatives aux élèves dans les situations d'urgence.
   § 3 - Les entreprises qui effectuent les circuits de transport scolaire pour le compte du Gouvernement peuvent traiter toutes les données à caractère personnel appropriées, utiles et proportionnées, conformément à l'article 45.6, relevant des catégories de données suivantes :
   1° les données relatives à l'identité de l'élève et ses données de contact;
   2° les données relatives à l'identité des personnes chargées de l'éducation de l'élève et leurs données de contact;
   3° les données relatives à la fréquentation scolaire;
   4° les données relatives à l'utilisation du transport scolaire;
   5° les données relatives aux mesures d'ordre et aux mesures disciplinaires conformément à l'article 45.4, alinéa 1er, 2° et 3°;
   6° les données relatives à la santé et au développement de l'élève, afin de pouvoir intervenir en cas d'urgence :
   a) les données relatives à sa santé physique;
   b) les données relatives à ses vaccinations;
   c) les données relatives à sa santé psychique;
   d) les données relatives à son comportement;
   e) les données relatives aux risques et facteurs de risque.
   Les catégories de données mentionnées à l'alinéa 1er, 2°, 5° et 6°, ne sont traitées par les entreprises que si aucun accompagnateur de bus n'est prévu dans le cadre du circuit de transport scolaire.
   Les catégories de données mentionnées à l'alinéa 1er peuvent être traitées aux fins suivantes :
   1° le soutien au Gouvernement dans le cadre de la planification des circuits du transport scolaire;
   2° la prise de contact avec les personnes chargées de l'éducation pour leur communiquer les horaires et les éventuelles modifications et les contacter en cas d'urgence, si aucun accompagnateur de bus n'est prévu dans le cadre du circuit de transport scolaire;
   3° la transmission aux équipes de secours des données relatives aux élèves dans les situations d'urgence, si aucun accompagnateur de bus n'est prévu dans le cadre du circuit de transport scolaire.
   § 4 - Le Gouvernement peut préciser les catégories de données mentionnées dans le présent article. ]1

  
Art. 45.9. [1 Samenwerking
   De Regering werkt samen met de gewone en gespecialiseerde scholen in de Duitstalige Gemeenschap en met de dienstverrichters vermeld in artikel 45.8, § 3, die betrokken zijn bij de uitvoering van het leerlingenvervoer. Met dat doeleinde wisselen de genoemde instellingen de in artikel 45.8 vermelde gegevens over het leerlingenvervoer uit indien die informatie-uitwisseling noodzakelijk is in het belang van de leerling en de doorgegeven informatie toereikend, ter zake dienend en niet overmatig is. ]1

  
Art. 45.9. [1 Coopération
  Le Gouvernement travaille en coopération avec les écoles ordinaires et spécialisées de la Communauté germanophone ainsi qu'avec les prestataires mentionnés à l'article 45.8, § 3, qui participent à la mise en oeuvre du transport scolaire. A cette fin, les organismes précités échangent les données relatives aux élèves inscrits au transport scolaire qui sont mentionnées à l'article 45.8, lorsque la transmission des informations est nécessaire dans l'intérêt de l'élève et que les informations transmises sont appropriées, utiles et proportionnées. ]1

  
Art. 45.10. [1 Duur van de gegevensverwerking
   Met behoud van de toepassing van andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, die eventueel in een langere bewaartermijn voorzien, worden de gegevens van een leerling voor de duur dat de leerling het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde leerlingenvervoer gebruikt, verwerkt en bewaard vanaf de datum van aanmelding tot drie maanden na de afmelding.
   Met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende het archiefwezen worden ze uiterlijk na het verstrijken van die termijn vernietigd. ]1

  
Art. 45.10. [1 Durée du traitement des données
   Sans préjudice d'autres dispositions légales, décrétales ou réglementaires prévoyant, le cas échéant, un délai de conservation plus long, les données d'un élève sont traitées et conservées pour la durée du transport scolaire utilisé par l'élève et organisé par la Communauté germanophone, à compter de la date d'inscription et jusqu'à trois mois suivant la désinscription.
   Sans préjudice des dispositions relatives à l'archivage, elles sont détruites au plus tard au terme de ce délai. ]1

  
Art. 45.11. [1 Veiligheidsmaatregelen
   De Regering legt eventueel de nodige veiligheidsmaatregelen vast voor de in deze afdeling bedoelde verwerking van de persoonsgegevens. ]1

  
Art. 45.11. [1 Mesures de sécurité
   Le cas échéant, le Gouvernement fixe les mesures de sécurité nécessaires pour le traitement des données à caractère personnel prévu par la présente section ]1

  
HOOFDSTUK V. - [1 Medebeslissing in de gewone en de gespecialiseerde scholen]1
CHAPITRE V. - [1 Implication dans les écoles ordinaires et spécialisées]1
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Section 1. - Dispositions générales.
Art. 46. Doel. De medebeslissing heeft ten doel de eigen verantwoordelijkheid en de samenwerking van alle personen te bevorderen die aan het vormings- en opvoedingswerk van de school deelnemen.
Art. 46. Objectif. L'objectif de l'implication est de promouvoir la responsabilité propre et la coopération de tous les participants au travail formatif et éducatif de l'école.
Art. 47. Rechten en plichten. Deze medebeslissing brengt rechten en plichten mee voor alle partijen. Dit vereist een samenwerking van iedereen die op het vertrouwen berust.
Art. 47. Droits et devoirs. Cette implication entraîne des droits et des devoirs pour tous les participants. Ceci exige une collaboration de tous basée sur la confiance.
Afdeling 2. - De pedagogische raad.
Section 2. - Le Conseil pédagogique.
Art. 48. Algemeenheden. De inrichtende macht richt in elke school een pedagogische raad op.
  In afwijking van lid 1 staat het de inrichtende macht vrij om een pedagogische raad voor meerdere scholen of meerdere pedagogische raden voor één school op te richten.
  De pedagogische raad heeft een informatie- en consultatierecht voor alle pedagogische vraagstukken en aangelegenheden i.v.m de schoolorganisatie.
Art. 48. Généralités. Le pouvoir organisateur institue, auprès de chaque école, un Conseil pédagogique.
  Par dérogation au premier alinéa, le pouvoir organisateur est libre d'instituer un Conseil pédagogique pour plusieurs écoles ou plusieurs conseils pédagogiques pour une école.
  Le Conseil pédagogique a un droit d'information et de consultation dans toutes les questions d'ordre pédagogique et dans toutes les affaires concernant l'organisation de l'école.
Art. 49. Samenstelling en werking. De pedagogische raad bestaat uit het (de) schoolhoofd(en), de vertegenwoordiger van de inrichtende macht en ten minste 5 leden [1 van het onderwijzend, opvoedend hulp-, paramedisch en psychosociaal personeel]1 . [2 De personen die een middenmanagementfunctie bekleden en niet-gekozen lid van de pedagogische raad zijn, zijn leden van de pedagogische raad met raadgevende stem.]2
  In een school of vestiging met minder dan 5 leden van het [1 onderwijzend, opvoedend hulp-, paramedisch en psychosociaal personeel]1 bestaat, in afwijking van lid 1, de pedagogische raad uit alle leden van het onderwijzend en opvoedend personeel.
  Alle leden van de pedagogische raad zijn stemgerechtigd. Het schoolhoofd of één der schoolhoofden is voorzitter van de pedagogische raad.
  De pedagogische raad kan andere personen met raadgevende stem zijn zittingen laten bijwonen.
  Alle leden van de pedagogische raad, met uitzondering van het schoolhoofd en van de vertegenwoordiger van de inrichtende macht, worden tijdens de maand september voor drie jaar, bij geheime stemming, gekozen.
  [1 Alle leden van het onderwijzend, opvoedend hulp-, paramedisch en psychosociaal personeel, met inbegrip van de personeelsleden die tijdelijk en krachtens een schriftelijk arbeidscontract tot het einde van het schooljaar zijn aangesteld of in dienst genomen, zijn kiesgerechtigd en verkiesbaar.]1
  
Art. 49. Composition et fonctionnement. Le Conseil pédagogique se compose du (des) chef(s) d'école, du représentant du pouvoir organisateur et d'au moins 5 membres [1 du personnel enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique]1. [2 Les personnes qui ont une fonction de cadre intermédiaire et n'ont pas été choisies pour être membres du Conseil pédagogique le sont avec voix consultative.]2
  Dans une école ou implantation comptant moins de 5 membres du [1 personnel enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique]1 , le Conseil pédagogique compte, par dérogation au premier alinéa, tous les membres du personnel enseignant et éducatif.
  Tous les membres du Conseil pédagogique ont voix délibérative. Le chef d'école ou un des chefs d'école est président du Conseil pédagogique.
  Le Conseil pédagogique peut inviter d'autres personnes à assister à ses réunions avec voix consultative.
  Tous les membres du Conseil pédagogique, à l'exclusion du chef d'école et du représentant du pouvoir organisateur, sont désignés au cours du mois de septembre, au scrutin secret, pour une période de trois ans.
  [1 Tous les membres du personnel enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique, y compris les membres du personnel temporaire et les salariés engagés sur base d'un contrat de travail écrit désignés, respectivement engagés, jusqu'à la fin de l'année scolaire ont le droit de vote et sont éligibles.]1
  
Art. 50. Aanwezigheidsquorum. De pedagogische raad kan slechts geldig beraadslagen wanneer de meerderheid van zijn leden aanwezig is. De voorstellen van de pedagogische raad worden met de meerderheid aangenomen. Stemonthoudingen worden niet in aanmerking genomen. Tijdens één schooljaar komt de pedagogische raad ten minste vier keer bijeen.
Art. 50. Quorum de présences. Le Conseil pédagogique peut délibérer valablement lorsque la majorité de ses membres sont présents. Les propositions émises par le Conseil pédagogiques sont prises à la majorité des voix. Les abstentions ne sont pas prises en compte. Le Conseil pédagogique se réunit au moins quatre fois l'an.
Art. 51. Opdrachten. De pedagogische raad beraadslaagt over het vormings- en opvoedingswerk van de school en doet voorstellen, met name over :
  1° de aanschaffing van leermiddelen;
  2° de organisatie van de wekelijkse lessentabellen;
  3° de uitwerking en de aanpassing van het schoolproject;
  4° het opstellen van het schoolreglement;
  5° de vastlegging van de schoolstructuren;
  6° de vastlegging van de onderwijsmethoden;
  7° [2 ...]2
  8° [2 ...]2
  9° de organisatie van de vormende en normatieve evaluatie van de prestaties geleverd door de leerling;
  10° de planning en de organisatie van de pedagogische projectactiviteiten;
  11° de jaarlijkse planning qua vorming en voortgezette opleiding van het personeel;
  12° (Niet vertaald)
  13° de organisatie van de interne evaluatie van de school;
  (14° de organisatie van bijschoolse activiteiten.)
  [1 15° Ondersteuning van de externe evaluatie van de school]1
  [3 16° Schoolontwikkelingsdoelen en schoolontwikkelingswerk van de school]3
  [1 In de gewone school ontwikkelt de pedagogische raad een concept voor de gedifferentieerde ondersteuning van leerlingen met leermoeilijkheden en voor de integratie van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.
   In de gespecialiseerde school doet de pedagogische raad voorstellen om de gewone scholen te helpen bij de concrete uitvoering van de integratieprojecten.]1

  [3 Bij vragen omtrent schoolontwikkeling werkt de pedagogische raad nauw samen met het middenmanagement en de schoolleiding. De pedagogische raad adviseert en steunt het ontwikkelings-, coördinatie- en sturingswerk van de middenmanagers. In overleg met de schoolleiding kan de pedagogische raad opdrachten geven aan de middenmanagers.]3
  
Art. 51. Missions. Le Conseil pédagogique discute du travail formatif et éducatif de l'école et émet des propositions relatives notamment :
  1° à l'acquisition du matériel didactique;
  2° à l'organisation des grilles-horaires hebdomadaires;
  3° à l'élaboration et l'adaptation du projet de l'établissement;
  4° à l'élaboration du règlement d'ordre intérieur de l'école;
  5° à la fixation des structures de l'école;
  6° à la fixation des méthodes d'enseignement;
  7° [2 ...]2
  8° [2 ...]2
  9° à l'organisation de l'évaluation formative et normative des prestations des élèves;
  10° à la planification et à l'organisation d'activités pédagogiques projetées;
  11° à la planification annuelle du recyclage et de la formation continuée du personnel;
  12° à l'organisation du travail des conseils de classe;
  13° à l'organisation de l'évaluation interne de l'école;
  (14° à l'organisation d'activités parascolaires);
  [1 15. aide à l'évaluation externe de l'école;]1
  [3 16° aux objectifs de développement scolaire et au développement scolaire sur le terrain.]3
  [1 Dans l'école ordinaire, le Conseil pédagogique développe un concept visant le soutien différencié pour les élèves en difficulté d'apprentissage ainsi que l'intégration d'élèves nécessitant un soutien pédagogique spécialisé.
   Dans l'école spécialisée, le Conseil pédagogique formule des propositions visant à soutenir les écoles ordinaires lors de la mise en oeuvre des projets d'intégration.]1

  [3 En matière de développement scolaire, le Conseil pédagogique travaille en étroite collaboration avec le cadre intermédiaire et la direction de l'école. Le Conseil pédagogique conseille et soutient le travail de développement, de coordination et de gestion du cadre intermédiaire. En concertation avec la direction de l'école, le Conseil pédagogique peut confier des missions au cadre intermédiaire.]3
  
Art. 52. [1 Notulen
   De voorstellen van de pedagogische raad worden opgenomen in een notulenboek dat het Bestuur voor Onderwijs ter inzage ter beschikking staat.]1

  
Art. 52. [1 Procès-verbaux
   Les propositions formulées par le Conseil pédagogique sont consignées dans un registre des procès-verbaux qui reste à la disposition de l'administration de l'enseignement pour consultation.]1

  
Art. 53. Rol van het schoolhoofd. Het schoolhoofd neemt de voorstellen van de pedagogische raad over. Als het schoolhoofd om personele, materiële of budgettaire redenen de voorstellen van de pedagogische raad niet overneemt, verantwoordt het zijn beslissing bij de pedagogische raad.
Art. 53. Rôle du chef d'école. Le chef d'école reprend les propositions émises par le Conseil pédagogique. S'il ne le fait pas parce qu'il en est empêché par des conditions personnelles, matérielles ou budgétaires, il motive sa décision auprès du Conseil pédagogique.
Art. 54. Rechten van de inrichtende macht. De rechten van de inrichtende macht worden door het werk van de pedagogische raad niet beperkt.
Art. 54. Droits du pouvoir organisateur. Les droits du pouvoir organisateur ne sont pas limités par le travail du Conseil pédagogique.
Afdeling 3. - Leerlingen- en oudersafvaardigingen.
Section 3. - Représentation des élèves et des parents d'élèves.
Art. 55. [1 Recht van medewerking en van inspraak van de leerlingen
   De leerlingen en de leerlingenafvaardigingen werken mee aan het schoolleven en hebben recht op inspraak omtrent de aspecten die hen direct betreffen.
   Het hoofd van een secundaire school richt een gekozen leerlingenafvaardiging in zijn school in.
   Het hoofd van een lagere school kan een gekozen leerlingenafvaardiging in zijn school inrichten. Indien geen gekozen leerlingenafvaardiging wordt ingericht, wordt de medewerking van de leerlingen aan het schoolleven en hun recht van inspraak in ongeacht welke vorm gewaarborgd.
   Het schoolproject van een school omvat bepalingen omtrent de vorm van de medewerking van de leerlingen aan het schoolleven en de aspecten waarover de leerlingen recht van inspraak hebben. Deze bepalingen worden in de pedagogische raad gezamenlijk met de leerlingenafvaardiging uitgewerkt en aan de inrichtende macht voorgelegd die de beslissing neemt. Indien in een school geen leerlingenafvaardiging bestaat, waarborgt de pedagogische raad dat de leerlingen in ongeacht welke vorm aan de uitwerking van die bepalingen kunnen meewerken.]1

  
Art. 55. [1 Droit des élèves à la participation et à la codétermination
   Les élèves et les délégations d'élèves participent à la vie scolaire et ont un droit de codétermination dans des domaines qui les concernent directement.
   Au sein de son établissement, le directeur d'une école secondaire met en place une délégation d'élèves élue.
   Le directeur d'une école primaire peut mettre en place une délégation d'élèves élue dans son établissement. Si aucune délégation d'élèves élue n'est créée, la participation des élèves à la vie scolaire et leur droit de codétermination sont garantis sous quelque forme que ce soit.
   Le projet d'établissement de toute école reprend des dispositions concernant la forme que revêt la participation des élèves à la vie scolaire et les domaines dans lesquels ils ont un droit de codétermination. Ces dispositions sont élaborées au sein du Conseil pédagogique avec la délégation d'élèves et sont soumises au pouvoir organisateur pour décision. Si aucune délégation d'élèves n'existe au sein d'une école, le Conseil pédagogique veille à ce que les élèves puissent participer, sous quelque forme que ce soit, à l'élaboration de ces dispositions.]1

  
Art. 56. Oudersafvaardigingen. Via gekozen oudersafvaardigingen werken de personen belast met de opvoeding van de leerlingen aan het schoolleven mee.
  Elk schoolproject omvat bepalingen over de wijze waarop de oudersafvaardiging meewerkt. Deze bepalingen worden in de pedagogische raad gezamenlijk met de oudersafvaardigingen uitgewerkt en aan de inrichtende macht voorgelegd die een beslissing neemt.
Art. 56. Représentation des parents d'élèves. Les personnes chargées de l'éducation s'impliquent dans la vie de l'école par le biais de délégations de parents d'élèves.
  Le projet d'établissement de chacune des écoles contient des dispositions relatives à la forme que revêt l'implication de la délégation des parents élèves. Ces dispositions sont élaborées au sein du Conseil pédagogique avec la délégation des parents d'élèves et sont soumises au pouvoir organisateur pour décision.
HOOFDSTUK VI. - Duur van een schooljaar, verlof- en vakantieregeling.
CHAPITRE VI. - Durée d'une année scolaire et régime des congés et des vacances.
Art. 57. Duur van het schooljaar.
  De Regering bepaalt de duur van elk schooljaar. De scholen moeten van [1 178]1 tot 184 dagen openen.
  [1 De scholen zijn gemiddeld 181 dagen open. Het gemiddelde wordt over een referentieperiode van vier maanden berekend.]1
  
Art. 57. Durée de l'année scolaire.
  Le Gouvernement détermine la durée de chaque année scolaire. Les écoles doivent être ouvertes de [1 178]1 à 184 jours.
  [1 En moyenne, les écoles sont ouvertes 181 jours. La moyenne est calculée sur une période de référence de cinq années scolaires.]1
  
Art. 58. Schoolvakanties.
  De Regering bepaalt de eerste en de laatste schooldag. Zij bepaalt de schoolvakanties, legt de bepalingen vast over de supplementaire en buitengewone verlofdagen. [1 Het aantal lesvrije dagen bedraagt hoogstens twee dagen.]1 [2 De secundaire scholen beschikken bovendien over twee halve onderwijsvrije dagen per schooljaar om de klassenraden te houden. Ze voorzien in een omkadering voor de leerlingen die deze twee halve onderwijsvrije dagen in de school doorbrengen.]2
  Aan volgende dagen worden de lessen geschorst :
  1° op de zaterdagen en zondagen;
  2° op 1 november;
  3° op 11 november;
  4° op 15 november;
  5° op 24, 25 en 26 december;
  6° op 1 januari;
  7° op Paasmaandag;
  8° op 1 mei;
  9° op Hemelvaartsdag;
  10° op Pinksterenmaandag.
  
Art. 58. Jours de congé scolaires.
  Le Gouvernement détermine le premier et le dernier jour d'école. Il détermine les jours de congé scolaire, fixe les dispositions relatives aux jours de congé supplémentaires ou exceptionnels. [1 Il y a au plus deux jours de congé scolaire.]1 [2 En outre, les écoles secondaires disposent de deux demi-journées de congé par année scolaire pour organiser les conseils de classe. Elles assurent un encadrement pour les élèves qui passent ces deux demi-journées de congé à l'école.]2
  Aucun cours n'est dispensé aux dates suivantes :
  1° tous les samedis et dimanches;
  2° le 1er novembre;
  3° le 11 novembre;
  4° le 15 novembre;
  5° les 24, 25 et 26 décembre;
  6° le 1er janvier;
  7° le lundi de Pâques;
  8° le 1er mai;
  9° le jour de l'ascension;
  10° le lundi de Pentecôte.
  
Art. 59. Schooldagen en eindejaarsexamens.
  § 1. Het onderwijs wordt van maandag tot vrijdag verstrekt.
  In het basisonderwijs wordt 's woensdagnamiddag geen les gegeven.
  § 2. In het secundair onderwijs wordt onderricht verstrekt tot ten minste acht werkdagen voor het einde van het schooljaar.
  De eindejaarsexamens duren ten hoogste [1 acht opeenvolgende werkdagen]1 voor de eerste graad van het secundair onderwijs en ten hoogste [1 twaalf opeenvolgende werkdagen]1 voor de tweede en derde graden.
  
Art. 59. Jours d'école et examens de fin d'année
  § 1er. Les cours sont dispensés du lundi au vendredi.
  Dans l'enseignement fondamental, aucun cours n'est dispensé le mercredi après-midi.
  § 2. Dans l'enseignement secondaire, l'enseignement est dispensé au moins jusqu'à huit jours ouvrables avant la fin de l'année scolaire.
  Les examens de fin d'année couvrent au plus [1 huit jours ouvrables consécutifs]1 pour le premier degré et au plus [1 douze jours ouvrables consécutifs]1 pour les deuxième et troisième degrés de l'enseignement secondaire.
  
Art. 60. Wekelijks uurrooster in het lager onderwijs. In het basisonderwijs telt het wekelijkse uurrooster van de leerlingen 28 lestijden.
Art. 60. Horaire hebdomadaire dans l'enseignement fondamental. Dans une école fondamentale, l'horaire hebdomadaire des élèves comprend 28 périodes de cours.
Art. 61. Wekelijks uurrooster in het secundair onderwijs. In het secundair onderwijs telt het wekelijkse uurrooster tenminste 28 lestijden.
  De Regering bepaalt het maximaal aantal lestijden voor elke studierichting. Het mag in géén geval 36 lestijden overschrijden.
Art. 61. Horaire hebdomadaire dans l'enseignement secondaire. Dans une école secondaire, l'horaire hebdomadaire des élèves comprend au moins 28 périodes de cours.
  Le Gouvernement fixe le nombre maximum de périodes de cours pour chaque orientation d'études. Il ne peut en aucun cas excéder 36.
Art. 62. Vastlegging van het wekelijkse uurrooster. Na een overleg in het kader van de pedagogische raad beslist het schoolhoofd over de organisatie van het wekelijkse uurrooster.
Art. 62. Détermination de l'horaire hebdomadaire. Après délibération en Conseil pédagogique, le chef d'école décide de l'organisation de l'horaire hebdomadaire.
Art. 63. Onderwijsvrijstelling.
  (De Regering regelt de voorwaarden waaronder een leerling van de verplichting kan worden vrijgesteld alle lesuren te volgen.)
  Een algemene vrijstelling wordt nooit toegekend voor de cursus "godsdienst" of "niet-confessionele zedenleer".
Art. 63. Dispenses.
  (Le Gouvernement fixe les conditions auxquelles un élève peut être dispensé de l'obligation de suivre toutes les heures de cours.)
  Une dispense générale pour le cours de religion ou de morale non confessionnelle n'est jamais accordée.
Art. 64. Schooldag. De cursussen worden verstrekt tussen 8 en 17 uur. Afwijkingen zijn mogelijk in het kader van het schoolproject.
  De Regering kan beperkende maatregelen vastleggen wegens de organisatie van het leerlingenvervoer.
Art. 64. Jour d'école. Les cours sont dispensés entre 8 et 17 heures. Des dérogations sont possibles dans le cadre du projet scolaire.
  Pour des raisons liées à l'organisation du transport scolaire, le Gouvernement peut fixer des mesures restrictives.
Art. 65. Organisatie van de schooldag. Na een overleg in het kader van de pedagogische raad beslist het schoolhoofd over de organisatie van elke schooldag.
Art. 65. Organisation des jours d'école. Après délibération en Conseil pédagogique, le chef d'école décide de l'organisation de chaque jour d'école.
Art. 66. Middagpauze. De middagpauze duurt ten minste 60 minuten in een basisschool en tenminste 50 minuten in een secundaire school.
Art. 66. Pause de midi. La pause de midi dure au moins 60 minutes dans une école fondamentale et 50 dans une école secondaire.
Art. 67. Wijziging van het wekelijkse uurrooster. Het wekelijkse uurrooster mag in de loop van het schooljaar om pedagogische redenen gewijzigd worden; daarbij moet op het einde van de graad het voorgeschreven totaal aantal uren per vak bereikt worden.
Art. 67. Modification de l'horaire hebdomadaire. L'horaire hebdomadaire peut être modifié dans le courant de l'année scolaire pour des raisons pédagogiques, le nombre total de périodes par discipline devant être atteint en fin de degré.
Art. 67/1. [1 Strafmaatregel bij niet-naleving.
   § 1. Leeft een secundaire school van het gesubsidieerd onderwijs de artikelen 57-59 en 61 niet, dan kan de Regering bij de inrichtende macht van de secundaire school waar de niet-naleving werd vastgesteld, de terugbetaling van reeds uitbetaalde werkingstoelagen eisen.
   De terugvordering mag 20 % van de werkingstoelagen niet overstijgen die de secundaire school waar de niet-naleving werd vastgesteld, voor het voorafgaande schooljaar heeft verkregen.
   § 2. De Regering bepaalt de nadere modaliteiten voor de vaststelling van de in § 1, lid 1, vermelde niet-naleving en voor de toepassing van de terugvordering van werkingstoelagen. Deze procedure bepaalt voldoende beroepsmogelijkheden.]1

  
Art. 67/1. [1 Sanction en cas de non respect.
   § 1er. Si une école secondaire de l'enseignement subventionné ne respecte pas les articles 57 à 59 et 61, le Gouvernement peut exiger du pouvoir organisateur de l'école secondaire où a été constatée l'infraction le remboursement des subventions de fonctionnement déjà liquidées.
   Le remboursement exigé ne peut dépasser 20 % des subventions de fonctionnement qui ont été liquidées l'année précédente à l'école où l'infraction a été constatée.
   § 2. Le Gouvernement fixe les autres modalités quant à la constatation de l'infraction mentionnée au § 1er, alinéa 1er ainsi qu'à l'application du remboursement de subventions de fonctionnement. Cette procédure comporte suffisamment de possibilités de recours.]1

  
HOOFDSTUK VII. - [1 EVALUATIE EN BEGELEIDING VAN DE SCHOOL]1
CHAPITRE VII. - [1 Evaluation et accompagnement de l'école]1
Afdeling 1. - Interne evaluatie.
Section 1. - Evaluation interne.
Art. 68. [1 Doelstelling en organisatie
   [2 ...]2
   In de scholen is de Pedagogische Raad voor de organisatie van de interne evaluatie verantwoordelijk.
   De interne evaluatie heeft tot doel
   1. te onderzoeken of en in hoeverre de schoolstructuren, de methoden en de resultaten van het schoolwerk aan de doeleinden van het schoolproject voldoen;
   2. een wetenschappelijke basis voor de toekomstige ontwikkeling van de school te bieden.
   De interne evaluatie van de school wordt ten minste om de drie jaar uitgevoerd en kan op specifieke schoolthema's betrekking hebben die door de Pedagogische Raad of door de inrichtende macht worden vastgelegd. De Regering gaat na of deze evaluatie plaatsgevonden heeft.]1

  
Art. 68. [1 Objectif et organisation
   [2 ...]2
   Au niveau de l'école, c'est le Conseil pédagogique qui est responsable de l'organisation de l'évaluation interne.
   Les buts de l'évaluation sont :
   1. de vérifier, si et dans quelle mesure la structure, les méthodes et les résultats du travail scolaire correspondent bien au projet d'établissement;
   2. d'apporter une base scientifique au développement futur de l'école.
   L'évaluation interne de l'école est réalisée au moins une fois tous les trois ans et peut se fonder sur les éléments et thèmes fixés par le Conseil pédagogique et le pouvoir organisateur. Le Gouvernement vérifie si cette évaluation a bien eu lieu.]1

  
Art. 69. [1 Betrokkenheid van leerlingen en ouders
   Bij de interne evaluatie wordt het advies van de ouders- en leerlingenafvaardigingen ingewonnen.]1

  
Art. 69. [1 Participation des élèves et des parents
   Les points de vue des représentants des élèves et des parents sont écoutés dans le cadre de l'évaluation interne.]1

  
Afdeling 2. - Externe evaluatie.
Section 2. - Evaluation externe.
Art. 70. [1 Doelstelling en organisatie
   § 1. [2 De autonome hogeschool is verantwoordelijk voor de externe evaluatie van de scholen.
   Deze evaluatie heeft tot doel :
   1° te controleren of en in welke mate de scholen aan de in voorliggend decreet vastgelegde maatschappelijke taak voldoen;
   2° de Regering, de inrichtende machten en de afdeling Onderwijs en Opleiding van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap alle drie jaar op basis van de afzonderlijke verslagen van de geëvalueerde scholen een samenvattend verslag over de sterkten en de zwakten van de scholen te bezorgen.]2

   § 2. [2 De externe evaluatoren maken op basis van een door de Regering goedgekeurd en internationaal erkend kwaliteitskader een verslag op dat voorgelegd wordt aan de Regering, de inrichtende macht en de geëvalueerde school.]2
   § 3. Indien uit de externe evaluatie blijkt dat de kwaliteit van de opleidingsactiviteiten in een school ontoereikend is, bepalen de externe evaluatoren een tijdskader waarbinnen de betrokken school een gedetailleerd plan voorlegt om deze kwalitatieve tekortkomingen weg te werken. In het kader van een in tijd vastgelegde evaluatie achteraf controleren de externe evaluatoren de efficiëntie van deze maatregelen.
   Vervolgens stellen de externe evaluatoren een verslag over de resultaten van de evaluatie achteraf op dat aan de Regering, de inrichtende machten en de geëvalueerde school wordt voorgelegd.]1

  
Art. 70. [1 Objectif et organisation
   § 1. [2 La haute école autonome est responsable pour l'évaluation externe des écoles.
   Les buts de l'évaluation externe sont :
   1° de vérifier, si et dans quelle mesure les écoles remplissent la mission qui leur est confiée par la société et est fixée dans le présent décret;
   2° de remettre au Gouvernement, aux pouvoirs organisateurs et à la Division "Enseignement et Formation" du Ministère de la Communauté germanophone, tous les trois ans, un rapport compilé à partir des rapports individuels de chaque école évaluée, reprenant les points forts et les point faibles des écoles.]2

   § 2. [2 Les évaluateurs externes établissent sur la base d'un cadre de qualité international approuvé par le Gouvernement un rapport qui sera soumis au Gouvernement, au pouvoir organisateur et à l'école évaluée.]2
   § 3. Si l'évaluation externe révèle que la qualité des activités de formation d'une école est insuffisante, les évaluateurs externes fixeront un délai dans lequel l'école concernée devra soumettre un plan détaillé permettant de combler ses lacunes. Dans le cadre d'une évaluation a posteriori prévue dans un délai fixé, les évaluateurs externes vérifieront l'efficacité des mesures compensatoires prises par l'école.
   Ensuite, les évaluateurs externes établiront un rapport reprenant les résultats de l'évaluation a posteriori qui sera soumis au Gouvernement, au pouvoir organisateur et à l'école évaluée.]1

  
Art. 71. [1 Vertrouwelijkheid
   De vertrouwelijkheid van de inzichten en resultaten wordt in acht genomen.]1

  
Art. 71. [1 Confidentialité
   La confidentialité des constats et résultats de l'évaluation est garantie.]1

  
Art. 72. [1 Periodiciteit
  Elke school wordt ten minste een keer per vijf jaar extern geëvalueerd.]1

  
Art. 72. [1 Périodicité
   Chaque école fera, au moins une fois tous les cinq ans, l'objet d'une évaluation externe.]1

  
Art. 73. [1 Onderwijsinspectie
   In het geval vermeld in artikel 70, § 3, eerste lid, en naar aanleiding van opvallende resultaten in het kader van internationale vergelijkende studies stelt het inrichtingshoofd de onderwijsinspectie in kennis van de doelstellingen inzake kwaliteitsbewaking en kwaliteitsontwikkeling die de school onder eigen verantwoordelijkheid heeft uitgewerkt. De onderwijsinspectie geeft dan zo vlug mogelijk gemotiveerde feedback aan de school.]1

  
Art. 73. [1 Inspection scolaire
   Le chef d'établissement informe l'inspection scolaire quant aux objectifs que l'école s'est fixés, sous sa propre responsabilité, en matière de garantie et de développement de la qualité dans le cas mentionné à l'article 70, § 3, alinéa 1er, et à la suite de résultats interpellants dans le cadre d'études comparatives internationales. L'inspection scolaire donne alors, dans les meilleurs délais, un feedback motivé à l'école.]1

  
Afdeling 3. - Begeleiding van de scholen. [1 opgeheven]1
Section 3. - Suivi des écoles. [1 abrogée]1
HOOFDSTUK VIII. - Inhoud van de cursussen, evaluatie van de prestaties geleverd door de leerlingen en eindgetuigschriften.
CHAPITRE VIII. - Contenu des cours, évaluation des prestations fournies par les élèves et certificats de fin d'études.
Afdeling 1. - Inhoud van de cursussen.
Section 1. - Contenu des cours.
Art. 75. [1 Ontwikkelingsdoelen en de in de referentiekaders beschreven competenties]1 § 1. De kleuterafdeling streeft ontwikkelingsdoelen na.
  De lagere school en de secundaire school leren de leerlingen aan vakgebonden of [1 vakoverstijgende competenties]1 te verwerven.
  § 2. [1 De in de referentiekaders beschreven competenties zijn beslissend voor de klasovergang en voor de uitreiking van het graad- en eindgetuigschrift.]1
  § 3. [1 Behalve wat de cursussen " godsdienst " en " niet-confessionele zedenleer " betreft, worden in het lager onderwijs de in de referentiekaders beschreven competenties voor alle klassen bepaald en in het secundair onderwijs per vak of vakgebied, per graad en per onderwijsvorm.]1
  § 4. [1 Het Parlement]1 legt de ontwikkelingsdoelen en de sleutelbevoegdheden vast op de voordracht van de Regering.
  Voor de cursus godsdienst deelt de Regering de [1 referentiekaders]1 voorgesteld door de bevoegde instantie van de betrokken eredienst ter informatie aan [1 het Parlement]1 mede.
  (§ 5. Een inrichtende macht mag om een afwijking verzoeken wat de in § 4 bedoelde ontwikkelingsdoelen en [1 de in de referentiekaders beschreven competenties]1 betreft, indien zij van mening is dat ze niet genoeg handelingsvrijheid bieden voor de invoering van haar pedagogische opvattingen.
  In haar verzoek legt de inrichtende macht haar pedagogische opvattingen uit en verantwoordt in welke mate de ontwikkelingsdoelen en [1 de in de referentiekaders beschreven competenties]1 de invoering van haar opvattingen beletten. Bovendien lijst de inrichtende macht haar eigen ontwikkelingsdoelen en [1 de in de referentiekaders beschreven competenties]1 op en legt ze uit.
  De Regering zoekt na of het verzoek volledig is. Zo ja, onderzoekt zij of
  1° de voorgelegde ontwikkelingsdoelen en [1 de in de referentiekaders beschreven competenties]1 verenigbaar zijn met de fundamentele rechten en vrijheden;
  2° er voor de kwaliteit van het onderwijs gezorgd is en of de gelijkwaardigheid al dan niet bestaat met het oog op het uitreiken van de graad- en eindgetuigschriften.
  In het kader van dit onderzoek wint de Regering het advies van de Pedagogische Inspectie in. Zij mag eveneens andere deskundigen raadplegen.
  De inrichtende macht die om een afwijking verzoekt, dient haar verzoek in ten laatst op 1 september van het schooljaar vóór het schooljaar waar de afwijking van toepassing zou zijn. De Regering beslist over het verzoek ten laatste op 31 december van het voorafgaande schooljaar. De Regering legt [1 het Parlement]1 haar beslissing ter goedkeuring voor. Een afwijking is pas na goedkeuring van [1 het Parlement]1 uitvoerbaar.)
  
Art. 75. [1 Objectifs de développement et compétences décrites dans les référentiels de compétences]1 § 1er. La section maternelle poursuit des objectifs de développement.
  L'école primaire et l'école secondaire apprennent aux élèves à acquérir des compétences disciplinaires ou [1 transversales]1.
  § 2. [1 Les compétences décrites dans les référentiels de compétences sont déterminantes pour la délivrance des certificats de fin d'études ou de fin de degré.]1
  § 3. [1 A l'exception des cours de religion et de morale non-confessionnelle, les référentiels de compétences décrivent les compétences déterminées pour tout l'enseignement primaire et par discipline ou domaine, par degré et par forme d'enseignement pour l'enseignement secondaire.]1
  § 4. Le [1 Parlement]1 fixe les objectifs de développement et les [1 référentiels de compétences]1 sur proposition du Gouvernement.
  (alineé 2 pas traduit, voir version néerlandaise)
  (§ 5. Un pouvoir organisateur peut introduire une demande de dérogation aux objectifs de développement et [1 compétences décrites dans les référentiels de compétences]1 dont question au § 4 s'il est d'avis qu'ils n'offrent pas assez de marge pour la mise en oeuvre de ses conceptions pédagogiques.
   Dans sa demande, le pouvoir organisateur expose ses conceptions pédagogiques et justifie dans quelle mesure les objectifs de développement et [1 compétences décrites dans les référentiels de compétences]1 empêchent la mise en oeuvre de ses conceptions. De plus, le pouvoir organisateur énonce ses propres objectifs de développement et [1 compétences décrites dans les référentiels de compétences]1 et les explique.
  Le Gouvernement vérifie si la demande est complète. Si oui, il examine si
  1° les objectifs de développement et [1 compétences décrites dans les référentiels de compétences]1 soumis sont compatibles avec les droits et libertés fondamentaux;
  2° la qualité de l'enseignement est garantie et s'il y a bien équivalence de l'enseignement en vue de la délivrance des certificats de fin de degré et de fin d'études.
  Dans le cadre de cet examen, le Gouvernement demande l'avis de l'Inspection pédagogique. Il peut également consulter d'autres experts.
  Le pouvoir organisateur qui demande une dérogation introduit sa demande au plus tard le 1er septembre de l'année scolaire qui précède celle à partir de laquelle la dérogation devrait s'appliquer. Le Gouvernement statue sur la demande au plus tard le 31 décembre de l'année scolaire qui précède celle à partir de laquelle la dérogation devrait s'appliquer. Le Gouvernement soumet sa décision à l'approbation du [1 Parlement]1 . Une dérogation ne devient exécutoire qu'après approbation par le [1 Parlement]1 .)
  
Art. 75.1.. [1 Vanaf het schooljaar 2013-2014 worden de referentiekaders en de omzetting ervan in de scholen om de vier jaar door de [3 onderwijsinspectie]3 geëvalueerd. Te dien einde kan de pedagogische inspectie-begeleiding een beroep doen op deskundigen.]1 [2 Dit betekent dat voor de progressieve en systematische omzetting van de kaderplannen vier schooljaren ter beschikking staan.]2
  
Art. 75.1.. [1 A partir de l'année scolaire 2013-2014, l'[3 inspection scolaire]3 évalue tous les quatre ans les référentiels de compétences et leur application dans les écoles. A cette fin, l'inspection-guidance pédagogique peut avoir recours aux conseils d'un expert.]1 [2 Cela signifie, que pour la transposition progressive et planifiée des programmes cadres quatre années scolaires sont disponibles.]2
  
Afdeling 1.1 [1 Schooltaken]1
Section 1.1. [1 Devoirs]1
Art. 75.2. [1 Algemene beginselen inzake schooltaken.
   In alle lagere en secundaire scholen zijn de schooltaken aangepast aan het onderwijsniveau van de leerlingen.
   De leerkrachten geven zodanig schooltaken op dat de leerlingen ze inhoudelijk zonder de hulp van een derde persoon kunnen maken.
   De school stelt de documenten die nodig zijn om de schooltaken te maken, kosteloos ter beschikking. Zo nodig biedt ze de leerling de mogelijkheid de schoolmediatheek te raadplegen en digitale apparaten te gebruiken in de school.
   In het lager onderwijs worden schooltaken voornamelijk in de school tijdens de lesuren gemaakt. In het secundair onderwijs bestaat de mogelijkheid dat de leerlingen de schooltaken maken buiten de school of in de school buiten de lesuren.]1

  
Art. 75.2. [1 Principes généraux concernant les devoirs
   Dans toutes les écoles primaires et secondaires, les devoirs sont adaptés au niveau d'enseignement des élèves.
   Les enseignants donnent des devoirs de façon que les élèves puissent réaliser ceux-ci sur le plan du contenu sans l'aide d'un tiers.
   L'école met à disposition, à titre gratuit, les documents nécessaires à la réalisation des devoirs. Si besoin est, l'école permet en outre à l'élève d'accéder à la médiathèque scolaire et d'utiliser des équipements numériques au sein de l'école.
   Dans l'enseignement primaire, les devoirs sont organisés en priorité à l'école pendant les heures de cours. Dans l'enseignement secondaire, il est possible que les élèves effectuent les devoirs en dehors de l'école ou à l'école en dehors des heures de cours.]1

  
Art. 75.3. [1 Schooltaken in het lager en het secundair onderwijs.
   § 1 - In het kleuteronderwijs worden geen schooltaken opgegeven.
   § 2 - In de eerste twee leerjaren van het lager onderwijs kunnen uitsluitend schooltaken opgegeven worden ter bevordering van wezenlijke competenties in de vakken "onderwijstaal", "wiskunde" en "eerste vreemde taal". De schooltaken duren niet langer dan 15 minuten per werkdag. Schoolvakantiedagen worden hier niet als werkdagen beschouwd.
   § 3 - In het derde tot zesde leerjaar van het lager onderwijs en in het eerste tot derde leerjaar van het secundair onderwijs zorgt de inrichtende macht ervoor dat elke school door de schooltakenregeling te verankeren in haar schoolreglement en met behoud van de pedagogische verantwoordelijkheid van elke leerkracht of elke school:
   1° de duur van de schooltaken beperkt tot maximaal 20 minuten per werkdag in het derde en vierde leerjaar van het lager onderwijs en tot maximaal 30 minuten per werkdag in het vijfde en zesde leerjaar van het lager onderwijs. Schoolvakantiedagen worden hier niet als werkdagen beschouwd;
   2° de schooltaken zodanig ontwerpt dat ze verband houden met leerprocessen die tijdens de lesuren plaatsgevonden hebben of zullen plaatsvinden. In geen geval mogen de schooltaken betrekking hebben op het verwerven van competenties die een voorwaarde vormen voor de deelname aan de in het onderwijs georganiseerde leerprocessen;
   3° bij het vastleggen van de inhoud van de schooltaken, die door de leerkracht individueel bepaald wordt, rekening houdt met de competenties en het tempo van elke leerling;
   4° voor elke schooltaak zo snel mogelijk een evaluatie of feedback geeft, die uitsluitend een vormend karakter heeft;
   5° de leerling een passende hoeveelheid tijd laat om de schooltaken te voltooien, zodat de schooltaken bijdragen tot het leren van timemanagement en zelfstandigheid.
   § 4 - In het vierde tot zevende leerjaar van het secundair onderwijs zorgt de inrichtende macht ervoor dat elke school door de schooltakenregeling te verankeren in haar schoolreglement en met behoud van de pedagogische verantwoordelijkheid van elke leerkracht of elke school, zich houdt aan de bepalingen in § 3, 3° tot 5°, waarbij de evaluatie van de schooltaken voornamelijk een vormend karakter heeft.]1

  
Art. 75.3. [1 Les devoirs dans l'enseignement fondamental et secondaire
   § 1er - Aucun devoir n'est donné en section maternelle.
   § 2 - Au cours des deux premières années d'études de l'enseignement primaire, seuls des devoirs destinés à développer les compétences essentielles dans les disciplines "langue de l'enseignement", "mathématiques" et "première langue étrangère" peuvent être donnés. La durée des devoirs par jour ouvrable ne peut dépasser 15 minutes. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme jours ouvrables dans le cas présent.
   § 3 - De la troisième à la sixième année d'études de l'enseignement primaire et de la première à la troisième année d'études de l'enseignement secondaire, le pouvoir organisateur veille à ce que chaque école, par l'inscription des règles relatives aux devoirs dans son règlement d'ordre intérieur et dans le respect de la responsabilité pédagogique de chaque enseignant ou de chaque établissement :
   1° limite la durée consacrée aux devoirs à 20 minutes au maximum par jour ouvrable pour les troisième et quatrième années d'études de l'enseignement primaire et à 30 minutes au maximum par jour ouvrable pour les cinquième et sixième années d'études de l'enseignement primaire. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme jours ouvrables dans le cas présent;
   2° élabore des devoirs en lien avec les processus d'apprentissage qui ont eu lieu ou auront lieu pendant les heures de cours. Les devoirs ne peuvent en aucun cas concerner l'acquisition de prérequis essentiels pour accéder aux processus d'apprentissage organisés en classe;
   3° tienne compte du niveau de compétence et du rythme de chaque élève lors de la définition des contenus des devoirs, conçus de manière individualisée par l'enseignant;
   4° effectue, pour chaque devoir, une évaluation ou un retour d'informations à caractère formatif uniquement, et ce, dans les meilleurs délais;
   5° accorde à l'élève un temps approprié pour faire ses devoirs, de sorte que ceux-ci contribuent à l'apprentissage de la gestion du temps et de l'autonomie.
   § 4 - De la quatrième à la septième année d'études de l'enseignement secondaire, le pouvoir organisateur veille à ce que chaque école, par l'inscription des règles relatives aux devoirs dans son règlement d'ordre intérieur et dans le respect de la responsabilité pédagogique de chaque enseignant ou de chaque établissement, observe les dispositions mentionnées au § 3, 3° à 5°, l'évaluation des devoirs ayant avant tout un caractère formatif. ]1

  
Afdeling 2. - Evaluatie.
Section 2. - Evaluation.
Art. 76. Algemeenheden. De evaluatie maakt integrerend deel van het leren en aanleren. Ze dient ertoe het ontwikkelings- en prestatieniveau van elke leerling te bepalen.
Art. 76. Généralités. L'évaluation fait partie intégrante du processus d'apprentissage et d'enseignement. Elle sert à déterminer le stade de développement et les prestations de chaque élève.
Art. 77. Schriftelijke evaluatie. Het resultaat van de evaluatie wordt regelmatig opgetekend en uitgelegd.
Art. 77. Evaluation écrite. Le résultat de l'évaluation est régulièrement consigné par écrit et commenté.
Art. 78. Schoolrapport en -agenda. Het schoolrapport informeert regelmatig de leerling alsmede de persoon belast met zijn opvoeding over de evaluatie per vak of vakgebied.
  De schoolagenda van de leerling kan ook verder informeren over zijn prestatieniveau.
Art. 78. Bulletin et journal de classe. Le bulletin renseigne régulièrement l'élève ainsi que la personne chargée de son éducation sur l'évaluation par discipline ou par domaine.
  Le journal de classe de l'élève peut donner d'autres informations quant à ses prestations.
Art. 79. Vormende evaluatie. Tijdens zijn hele schooltijd wordt de leerling voortdurend in alle cursussen en andere pedagogische activiteiten geëvalueerd.
  De vormende evaluatie gebeurt voortdurend in alle vakken, vakgebieden en alle pedagogische projecten. Ze dient ertoe voortdurend informaties te geven over de manier waarop de leerling bevoegdheden verwerft. Zij meet de vooruitgang niet op basis van bepaalde normen maar geeft wezenlijke informaties over de persoonlijke ontwikkeling van de leerling.
Art. 79. Evaluation formative. Pendant toute la durée de sa scolarité, l'élève est évalué continuellement dans tous les cours et autres activités pédagogiques.
  L'évaluation formative est effectuée continuellement dans toutes les disciplines, dans tous les domaines et dans tous les projets pédagogiques. Elle sert à donner en permanence des indications sur l'évolution de la manière dont l'élève acquiert des compétences. Elle ne mesure pas cette évolution au moyen de normes déterminées, mais donne des renseignements fondamentaux sur son développement personnel.
Art. 80. Doelstellingen van de vormende evaluatie. § 1. De vormende evaluatie streeft vormingsdoelen na en betreft de vakgebonden en [1 vakoverstijgende bevoegdheden]1 .
  § 2. De vormende evaluatie leert de leerling hoe hij zijn leer- en werkmethodes kan verbeteren.
  Zij geeft de leraar de mogelijkheid om de wijze waarop hij doceert te analyseren en die, desgevallend, aan te passen.
  Zij geeft de klasseraad belangrijke informaties voor de uitvoering van maatregelen m.b.t. de leerlingenbegeleiding. Bovendien leert ze de klasseraad hoe een leerling efficiënt begeleid en ondersteund kan worden.
  
Art. 80. Objectifs de l'évaluation formative. § 1er. L'évaluation formative poursuit des objectifs éducatifs et porte sur les compétences disciplinaires et [1 transversales]1 .
  § 2. L'évaluation formative indique à l'élève comment il peut améliorer ses méthodes d'apprentissage et de travail.
  Elle donne à l'enseignant la possibilité d'examiner ses cours et, éventuellement, de les adapter.
  Elle donne au conseil de classe des indications importantes pour l'organisation de mesures de suivi des élèves. En outre, elle indique au conseil de classe comment un élève peut être suivi et soutenu de façon efficace.
  
Art. 81. Normatieve evaluatie. De normatieve evaluatie dient ertoe de leerling, de persoon belast met zijn opvoeding en de klasseraad informaties te geven die tonen in hoeverre de leerling de beoogde of te verwerven bevoegdheden heeft bereikt. Deze evaluatie steunt op normen die identiek zijn voor alle leerlingen en hen van te voren worden medegedeeld.
Art. 81. Evaluation normative. L'évaluation normative sert à donner à l'élève, à la personne chargée de son éducation et au conseil de classe des indications qui montrent dans quelle mesure l'élève a atteint les compétences visées ou à acquérir. Cette évaluation est basée sur des normes identiques pour tous les élèves et qui leurs sont préalablement communiquées.
Art. 82. (Voor de beslissing betreffende de uitreiking van het bewijs van basisonderwijs worden de vakken " moedertaal ", " eerste vreemde taal ", " wiskunde " " psychomotriciteit en lichamelijke opvoeding ", " kunst en handwerken " alsmede " wereldoriëntatie " in aanmerking genomen, waarbij aan de vakken " moedertaal ", " eerste vreemde taal " en " wiskunde " een heel bijzondere aandacht besteed wordt.)
  Voor de beslissing betreffende de overgang en de uitreiking van het graad- en eindgetuigschrift in het secundair onderwijs worden de vakken en vakgebieden van de basisopleiding en van de studierichting gevolgd door de leerling in aanmerking genomen.
  Op de voordracht van de pedagogische raad bepaalt de inrichtende macht of het schoolhoofd welke bijkomende vakken of vakgebieden in aanmerking worden genomen bij de beslissing betreffende de overgang van de leerling en de uitreiking van de graad- en eindgetuigschriften (bedoeld in lid 2.)
Art. 82. (Pour la décision concernant l'attribution du certificat d'études de base sont prises en considération les disciplines " langue maternelle ", " première langue étrangère " " mathématiques ", " psychomotricité et éducation physique ", " art et travaux manuels " ainsi que " ouverture sur le monde ", une attention toute particulière étant accordée aux disciplines " langue maternelle ", " première langue étrangère " et " mathématiques ".)
  Pour la décision concernant le passage et l'attribution des certificats de fin de degré et de fin d'études secondaires, sont pris en considération les disciplines et domaines constituant la formation de base et l'orientation d'études de élève
  Sur la proposition du Conseil pédagogique, le pouvoir organisateur ou le chef d'école détermine quels sont les disciplines ou domaines supplémentaires pris en compte lors de la décision relative au passage et à l'attribution des certificats de fin de degré et de fin d'études (mentionnés à l'alinéa 2).
Art. 83. Schoolrapporten. Op de voordracht van de pedagogische raad bepaalt het schoolhoofd wanneer de vormende resp. normatieve evaluatie per vak of vakgebied in een schoolrapport moet worden opgetekend. De evaluatie vindt ten minste twee keer per schooljaar plaats. Het schoolrapport bevat een commentaar op de vooruitgang van de leerling.
Art. 83. Bulletins. Sur la proposition du Conseil pédagogique, le chef d'école détermine quand l'évaluation formative et l'évaluation normative par discipline ou domaine doivent être consignées dans le bulletin. Elles le sont au moins deux fois par année scolaire. Le bulletin comprend un commentaire sur les progrès réalisés par l'élève.
Afdeling 3. - De klasseraad.
Section 3. - Le conseil de classe.
Art. 84. Opdrachten. De klasseraad :
  1° observeert, begeleidt en adviseert regelmatig de leerlingen tijdens hun schoolloopbaan en hun persoonlijke ontwikkeling;
  2° bepaalt, na grondige beraadslaging, in welke mate [1 de in de referentiekaders beschreven competenties]1 zijn bereikt;
  3° beslist over de overgang, de oriëntatie van de leerling en de uitreiking van de graad- en eindgetuigschriften bedoeld in de afdeling 4.
  
Art. 84. Missions. Le conseil de classe :
  1° observe, accompagne et conseille régulièrement les élèves tout au long de leur parcours scolaire et de leur évolution personnelle;
  2° détermine, après délibération approfondie, dans quelle mesure les [1 compétences décrites dans les référentiels de compétences]1 ont été atteintes;
  3° décide du passage, de l'orientation de l'élève et de la délivrance des certificats de fin d'études et de fin de degré mentionnés à la section 4.
  
Art. 85. Ondersteuning en oriëntatie van de leerlingen. De klasseraad zorgt ervoor dat elke leerling kennis neemt van de hulp en ondersteuning die hij nodig heeft op grond van zijn bekwaamheden en behoeften.
  [1 ...]1
  
Art. 85. Soutien et orientation de l'élève. Le conseil de classe veille à ce que chaque élève prenne connaissance de l'aide et du soutien nécessaires suivant ses capacités et ses besoins.
  [1 ...]1
  
Art. 86. [1 Het inrichtingshoofd of zijn vertegenwoordiger, evenals alle met de rechtstreekse begeleiding van de leerling belaste leden van het onderwijzend, opvoedend hulp-, paramedisch en psychosociaal personeel zijn stemgerechtigde leden van de klassenraad; een vertegenwoordiger van het psycho-medisch-sociaal centrum neemt als adviserend lid aan de vergaderingen van de klassenraad deel. De klassenraad kan externe adviseurs consulteren.
   Het inrichtingshoofd of zijn vertegenwoordiger is voorzitter van de klassenraad. De voorzitter ziet erop toe dat de wettelijke en reglementaire bepalingen worden nageleefd.]1

  De leden van de klasseraad nemen de beslissingen per consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, dan wordt er tot een stemming overgegaan waaraan de voorzitter niet deelneemt. Onthoudingen zijn verboden. Bij staking van stemmen wordt de beslissing door de voorzitter genomen.
  
Art. 86. [1 Le chef d'établissement ou son représentant ainsi que tous les membres du personnel enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique chargés directement de la guidance ont voix délibérative au sein du conseil de classe concerné; un représentant du centre psycho-médico-social participe aux réunions du conseil de classe avec voix consultative. Le conseil de classe peut faire appel à des consultants extérieurs.
   La présidence du conseil de classe est assurée par le chef d'établissement ou son représentant. Le président veille au respect des dispositions légales et réglementaires.]1

  Les membres du conseil de classe prennent leurs décisions de manière consensuelle. Si le consensus n'est pas possible, l'on procède à un vote auquel ne prend pas part le président. Les abstentions sont interdites. En cas de parité des voix, la décision est prise par le président.
  
Afdeling 4. - Graad- en eindgetuigschriften.
Section 4. - Certificats de fin études ou de fin de degré.
Art. 87. Algemeenheden.
  § 1. De graad- en eindgetuigschriften bekrachtigen officieel dat de leerling in elk vak [1 de in de referentiekaders beschreven competenties]1 genoeg beheerst die in het lager en secundair onderwijs als minimale bekwaamheden vereist worden voor de uitreiking van een graad- of eindgetuigschrift.
  § 2. De beraadslaging van de klasseraad betreffende de overgang of de uitreiking van een graad- of eindgetuigschrift steunt op de vormende en normatieve evaluatie die voor alle in artikel 82 bepaalde vakken plaatsvinden.
  De beslissingen genomen door de klasseraad moeten schriftelijk met redenen omkleed worden.
  
Art. 87. Généralités.
  § 1. Les certificats de fin d'études ou de fin de degré confirment officiellement que l'élève maîtrise suffisamment les [1 compétences décrites dans les référentiels de compétences]1 pour chaque discipline, à savoir les exigences minimales requises dans l'enseignement primaire et secondaire pour la délivrance d'un certificat de fin de degré ou de fin d'études.
  § 2. La délibération du conseil de classe relative au passage ou à la délivrance d'un certificat de fin de degré ou de fin d'études se base sur évaluation formative et normative pratiquée pour toutes les disciplines prévues à l'article 82.
  Les décisions prises par le conseil de classe sont motivées par écrit.
  
Art. 88. Bewijs van basisonderwijs.
  Het bezoek van het basisonderwijs wordt door een bewijs van basisonderwijs bekrachtigd.
  De leerling die de sleutelbevoegdheden genoeg beheerst, verkrijgt het bewijs van basisonderwijs.
Art. 88. Certificat d'études de base.
  La fréquentation de l'enseignement fondamental est sanctionnée par un certificat d'études de base.
  (alinéa 2 pas traduit, voir version néerlandaise)
Art. 89. Studiebewijs. De leerling die op het einde van het basisonderwijs het bewijs van basisonderwijs niet verkrijgt, heeft recht op een schriftelijke verklaring uitgereikt door het schoolhoofd waarin de bereikte bevoegdheden en het aantal gevolgde leerjaren worden vermeld.
Art. 89. Attestation de fréquentation scolaire. L'élève qui ne reçoit pas le certificat d'études de base à la fin de son cycle a droit à une déclaration écrite du chef d'école énumérant les compétences atteintes et le nombre d'années scolaires suivies.
Art. 90. Examencommissie voor de uitreiking van getuigschriften buiten schoolverband. Het bewijs van [1 gewone basisschool]1 kan buiten schoolverband uitgereikt worden. Er wordt te dien einde een examencommissie opgericht.
  
Art. 90. Jury d'examens pour la délivrance extra-scolaire du certificat d'[1 [ études de base]1. Le certificat d'[1 études de base ordinaires]1 peut être délivré en dehors du système scolaire. Un jury d'examens est créé à cette fin.
  
Art. 91. Graadgetuigschrift in het [1 gewoon secundair onderwijs]1 . Een graadgetuigschrift wordt uitgereikt op het einde van de eerste twee graden van het [1 gewoon secundair onderwijs]1 .
  
Art. 91. Certificat de fin de degré dans l'[1 enseignement secondaire ordinaire]1 . Un certificat de fin de degré est délivré à la fin des deux premiers degrés d'[1 enseignement secondaire ordinaire]1 .
  
Art. 92. Getuigschrift van [1 gewoon secundair onderwijs]1.
  [1 Het bezoek van het gewoon secundair onderwijs]1 wordt door de uitreiking van een getuigschrift van [1 gewoon secundair onderwijs]1 bekrachtigd.
  
Art. 92. Certificat de fin d'études de l'[1 enseignement secondaire ordinaire]1 .
  La fréquentation de l'[1 enseignement secondaire ordinaire]1 est sanctionnée par un certificat de fin d'études de l'[1 enseignement secondaire ordinaire]1.
  
Art. 93. Examencommissie voor de uitreiking van getuigschriften buiten schoolverband. Er wordt een examencommissie opgericht die het getuigschrift van de tweede graad en het getuigschrift van [1 het gewoon secundair onderwijs]1 kan uitreiken.
  
Art. 93. Jury d'examens pour la délivrance extra-scolaire de certificats. Il est créé un jury d'examens qui peut délivrer le certificat de fin de deuxième degré et le certificat de fin d'études de l'[1 enseignement secondaire ordinaire]1 .
  
HOOFDSTUK VIIIbis. - [1 GESPECIALISEERDE PEDAGOGISCHE ONDERSTEUNING IN DE GEWONE EN GESPECIALISEERDE SCHOLEN]1
CHAPITRE VIIIbis. [1 - Soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées]1
Afdeling 1. - [1 Principe van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning]1
Section 1re. [1 - Principe du soutien pédagogique spécialisé]1
Art. 93.1. [1 Doelstelling en organisatie
  Gespecialiseerde pedagogische ondersteuning heeft tot doel leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in staat te stellen zelfstandig en in gemeenschap te leven, te leren en te handelen, rekening houdend met hun individuele mogelijkheden. Ze ondersteunt en stimuleert deze leerlingen bij het leren van schoolse, sociale en maatschappelijke vaardigheden en biedt hen hulp en oriëntatie bij het overnemen van waarden, instellingen en houdingen.
  Tot de in het eerste lid vermelde waarden behoren :
  1. gelijkwaardigheid-evenwaardigheid ondanks de verscheidenheid;
  2. solidariteit;
  3. het vinden van een eigen identiteit.
  Gespecialiseerde pedagogische ondersteuning omvat de ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften op basis van een individueel ondersteuningsplan in gespecialiseerde scholen of in gewone scholen.
  De omvang en de inhoud van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning worden vastgelegd op basis van de individuele specifieke onderwijsbehoeften, evenals op basis van de personeels-, materiële en organisatorische kadervoorwaarden. Deze kadervoorwaarden zijn samen met de individuele behoeften van de leerling bepalend voor het vastleggen van de plaats waar de ondersteuning wordt aangeboden. Het gaat hierbij om de plaats waar het snelst en het best tegemoetgekomen kan worden aan de behoeften van het kind en waar het kind zijn vakgebonden en vakoverstijgende competenties en ontwikkelingsdoelen het best kan ontwikkelen.]1

  
Art. 93.1. [1 Objectif et organisation.
   Le soutien pédagogique spécialisé a pour mission de permettre aux élèves à besoins spécifiques, en difficulté d'adaptation ou d'apprentissage, de vivre, étudier et agir de manière autonome et commune tout en tenant compte de leurs capacités individuelles. Il soutient et stimule ces élèves dans l'apprentissage d'aptitudes scolaires, sociales et sociétales, les aide et les oriente lors de l'acquisition de valeurs, d'attitudes et de comportements.
   Font partie des valeurs visées au premier alinéa :
   1° l'équivalence dans la diversité;
   2° la solidarité;
   3° la quête d'identité.
   Le soutien pédagogique spécialisé comprend le soutien donné aux élèves nécessitant un soutien pédagogique spécialisé conformément à un plan de soutien individuel, dans les écoles spécialisées et ordinaires.
   Le volume et le contenu du soutien pédagogique spécialisé sont déterminés par le soutien pédagogique spécialisé nécessaire individuellement ainsi que par les conditions-cadres sur le plan du personnel, du matériel et de l'organisation. Ces conditions-cadres ainsi que les besoins individuels de l'élève sont déterminantes pour fixer le lieu de soutien, qui sera celui où l'on peut répondre le mieux et le plus rapidement aux besoins de l'enfant et où l'enfant peut développer au mieux ses capacités disciplinaires et pluridisciplinaires et ses objectifs de développement.]1

  
Afdeling 2. - [1 Procedure voor het vaststellen van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning]1
Section 2. [1 - Procédure visant à établir la nécessité du soutien pédagogique spécialisé]1
Onderafdeling 1. - [1 Algemeen]1
Sous-section 1re. [1 - Généralités]1
Art. 93.2. [1 Definitie
  Er is sprake van een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning wanneer algemene pedagogische maatregelen ontoereikend zijn om in de ondersteuningsbehoefte te voorzien. Dit is het geval wanneer de beperking van het kind of de jongere van dien aard is dat intensieve maatregelen inzake ontwikkelings- en leerbevordering noodzakelijk zijn en wanneer de aard van de beperking specifieke maatregelen vereist waarvoor de leerkrachten, de therapeuten en het verzorgend personeel specifiek opgeleid moeten zijn.]1

  
Art. 93.2. [1 Définition.
   Un soutien pédagogique spécialisé est nécessaire lorsque le soutien requis ne peut être rencontré par le biais de mesures pédagogiques générales. C'est le cas lorsque le handicap de l'enfant ou du jeune est tel que des mesures intensives de soutien au développement et à l'éducation sont nécessaires et que la nature du handicap exige des mesures spécifiques requérant des enseignants, thérapeutes et soignants qui disposent d'une formation technique adéquate.]1

  
Art. 93.3. [1 Advisering van de personen belast met de opvoeding
  § 1 - De personen belast met de opvoeding hebben recht op een objectieve, professionele en uitvoerige advisering en begeleiding, in het bijzonder gedurende de periode die aan de indiening van de aanvraag voorafgaat en tijdens de procedure tot vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning.
  § 2 - Het advies wordt in eerste instantie verleend door de leiding van de school die het kind bezoekt of door de leiding van de school waar de personen belast met de opvoeding het kind of de jongere willen laten inschrijven.
  De personen belast met de opvoeding kunnen zich ook laten adviseren door een psycho-medisch-sociaal centrum dat door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt of door andere gekwalificeerde instellingen.
  § 3 - De adviezen en de informatie die de in § 2 vermelde instellingen aan de personen belast met de opvoeding bieden over de problemen die bij het kind of de jongere zijn vastgesteld, de ondersteuningsmaatregelen die tot hier toe zijn genomen, de resultaten van de eventuele tests om de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning vast te stellen en de verschillende mogelijkheden om gespecialiseerde pedagogische ondersteuning te bieden, moeten zo uitvoerig en objectief mogelijk zijn.
  § 4 - De aanvraag tot vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning bevat de inlichtingen over de hele procedure die voor de personen belast met de opvoeding noodzakelijk zijn. De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van die inlichtingen.]1

  
Art. 93.3. [1 Conseils prodigués aux personnes chargées de l'éducation.
   § 1er. Les personnes chargées de l'éducation ont le droit d'être conseillées et encadrées de façon objective, professionnelle et aussi large que possible, notamment dans la période précédant l'introduction de la demande ainsi qu'avant et pendant la procédure visant à établir les besoins.
   § 2. Les conseils sont prodigués en premier lieu par la direction de l'école fréquentée par l'enfant ou par la direction de l'école où les personnes chargées de l'éducation souhaitent inscrire l'enfant ou le jeune.
   Les personnes chargées de l'éducation peuvent également s'adresser pour des conseils à un centre psycho-médico-social organisé ou subventionné par la Communauté germanophone ou à tout autre établissement qualifié.
   § 3. Les conseils et l'information que les établissements mentionnés au § 2 fournissent aux personnes chargées de l'éducation quant aux problèmes constatés chez l'enfant ou le jeune et à propos des mesures de soutien déjà prises et des résultats d'éventuels contrôles portant sur le soutien pédagogique spécialisé doivent être aussi larges et objectifs que possible.
   § 4. La demande visant à établir la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé contient les informations nécessaires aux personnes chargées de l'éducation pour l'ensemble de la procédure. Le Gouvernement fixe la forme et le contenu de ces informations.]1

  
Onderafdeling 2. - [1 Starten van de procedure tot vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning]1
Sous-section 2. [1 - Début de la procédure visant à établir la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé]1
Art. 93.4. [1 Aanvraag
  Indien bij een kind of een jongere een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning wordt vermoed, moet de vaststelling van die behoefte uiterlijk op 1 februari bij een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd psycho-medisch-sociaal centrum worden aangevraagd, indien vanaf het daaropvolgende schooljaar gespecialiseerde pedagogische ondersteuning moet worden aangeboden.
  Bij ziekte, ongeval of verhuizing kan de procedure tot vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning ook buiten de in het eerste lid vermelde termijn worden gestart. De indiener moet in zijn aanvraag motiveren waarom hij de termijn niet naleeft.
  § 2 - De personen belast met de opvoeding of het hoofd van de gewone school waar het kind of de jongere ingeschreven is of moet worden ingeschreven, dient de aanvraag tot vaststelling van een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning schriftelijk in bij een psycho-medisch-sociaal centrum. Indien de aanvraag wordt ingediend door een inrichtingshoofd is de instemming van de personen belast met de opvoeding vereist.
  § 3 - De indiening van een aanvraag opent geen recht op gespecialiseerde pedagogische ondersteuning.]1

  
Art. 93.4. [1 Demande.
   § 1er. Si l'on suppose qu'un enfant ou un jeune a besoin d'un soutien pédagogique spécialisé, il faut demander l'établissement de cette nécessité auprès d'un centre psycho-médico-social organisé ou subventionné par la Communauté germanophone pour le 1er février au plus tard si un soutien pédagogique spécialisé doit être mis en place dès l'année scolaire suivante.
   En cas de maladie, d'accident ou de migration, la procédure visant à établir la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé peut être entamée en dehors du délai visé au premier alinéa. Le demandeur doit motiver dans sa demande le non-respect du délai.
   § 2. La demande visant à établir la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé est introduite par écrit auprès d'un centre psycho-médico-social par les personnes chargées de l'éducation ou par le chef d'établissement de l'école ordinaire où l'enfant ou le jeune est déjà ou doit être inscrit; dans ce dernier cas, les personnes chargées de l'éducation doivent marquer leur accord.
   § 3. L'introduction d'une demande n'ouvre aucun droit à un soutien pédagogique spécialisé.]1

  
Art. 93.5. [1 Vorm van de aanvraag
  De aanvraag tot vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning wordt met redenen omkleed. Hiertoe kunnen adviezen van artsen, psychologen of andere deskundigen worden voorgelegd.
  Indien de aanvraag door een gewone school wordt ingediend, wordt de schriftelijke toestemming van de personen belast met de opvoeding bijgevoegd.
  Indien het kind of de jongere al naar een basisschool of secundaire school gaat, wordt in de aanvraag vermeld welke ondersteuningsmaatregelen tot hier toe zijn genomen.]1

  
Art. 93.5. [1 Forme de la demande.
   La demande visant à établir la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé est motivée. Des avis rendus par des médecins, psychologues ou autres spécialistes peuvent être présentés à cette fin.
   Si la demande est introduite par l'école ordinaire, elle est accompagnée de l'accord écrit des personnes chargées de l'éducation.
   Si l'enfant ou le jeune fréquente déjà une école fondamentale ou secondaire, la demande doit indiquer les mesures de soutien déjà prises.]1

  
Art. 93.6. [1 Aanvraag door een gewone school
  § 1 - Indien het hoofd van de gewone school een aanvraag tot vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning wil indienen, informeert hij de personen belast met de opvoeding per aangetekend schrijven over dit voornemen, voert hij hiervoor de redenen aan en wijst hij het psycho-medisch-sociaal centrum aan waarbij de aanvraag zal worden ingediend.
  § 2 - Indien de personen belast met de opvoeding het met dat voornemen eens zijn, verlenen zij hun schriftelijke toestemming binnen een termijn van acht kalenderdagen na ontvangst van het aangetekend schrijven.
  § 3 - Indien de personen belast met de opvoeding niet instemmen met de aanwijzing van een bepaald centrum, stellen zij het hoofd van de gewone school daarvan in kennis binnen een termijn van acht kalenderdagen na ontvangst van het aangetekend schrijven. Tegelijk wijzen zij een ander door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd psycho-medisch-sociaal centrum aan dat met de procedure belast moet worden.
  § 4 - Indien de personen belast met de opvoeding binnen een termijn van acht kalenderdagen na ontvangst van het aangetekend schrijven niet hun schriftelijke toestemming geven om een procedure tot vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning te starten, mag het hoofd van de gewone school een beroep doen op het in artikel 93.24 vermelde Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Hij stelt de personen belast met de opvoeding daarvan in kennis.
  Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften deelt de personen belast met de opvoeding en het hoofd van de gewone school binnen een termijn van twintig werkdagen, te rekenen vanaf de dag waarop het het beroep ontvangen heeft, per aangetekend schrijven zijn gemotiveerde beslissing mee.
  Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, delen zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter van dat Comité, binnen een termijn van veertien kalenderdagen na ontvangst van het aangetekend schrijven. Deze verwijst de zaak vervolgens naar de bevoegde jeugdrechter.
  Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften verwijst de zaak ook naar de bevoegde jeugdrechter wanneer de personen belast met de opvoeding geen gevolg geven aan de beslissing van het Comité.]1

  
Art. 93.6. [1 Demande introduite par l'école ordinaire.
   § 1er. Lorsque le chef d'établissement de l'école ordinaire veut introduire la demande visant à établir la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé, il en informe par recommandé les personnes chargées de l'éducation en indiquant ses motivations et en désignant le centre psycho-médico-social auprès duquel la demande serait introduite.
   § 2. Si les personnes chargées de l'éducation approuvent cette intention, elles marquent leur accord par écrit dans les huit jours calendrier suivant la réception du recommandé.
   § 3. Si les personnes chargées de l'éducation n'approuvent pas la désignation du centre psycho-médico-social en question, elles en informent le chef d'établissement de l'école ordinaire dans les huit jours calendrier suivant la réception du recommandé. Elles désignent en même temps un autre centre psycho-médico-social organisé ou subventionné par la Communauté germanophone qui sera chargé de la procédure.
   § 4. Si les personnes chargées de l'éducation n'approuvent pas par écrit dans les huit jours calendrier suivant la réception du recommandé l'initiative d'entamer une procédure visant à établir la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé, le chef d'établissement de l'école ordinaire peut prendre contact avec la Commission de soutien visée à l'article 93.24. Il en informe les personnes chargées de l'éducation.
   La Commission de soutien transmet sa décision motivée aux personnes chargées de l'éducation et au chef d'établissement de l'école ordinaire, et ce par recommandé dans les vingt jours ouvrables suivant la réception du recours.
   Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision de la Commission de soutien, elles en informent le président de la Commission par écrit dans les quinze jours calendrier suivant la réception du recommandé. Le président renvoie alors l'affaire devant le juge de la jeunesse compétent.
   La Commission de soutien renvoie également l'affaire devant le juge de la jeunesse compétent si les personnes chargées de l'éducation ne donnent pas suite à la décision qu'elle a prise.]1

  
Onderafdeling 3. - [1 Vaststellen van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning]1
Sous-section 3. [1 - Etablissement de la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé]1
Art. 93.7. [1 Opstellen van een advies
  Na ontvangst van de overeenkomstig onderafdeling 2 ingediende aanvraag stelt het psycho-medisch-sociaal centrum in het kader van een multidisciplinair onderzoek een gemotiveerd advies op waarin op bindende wijze wordt vastgelegd :
  1. of de leerling gespecialiseerde pedagogische ondersteuning nodig heeft;
  2. welke aard van beperking de leerling heeft;
  3. op welke gebieden gespecialiseerde pedagogische ondersteuning moet worden aangeboden;
  4. welke aard van gespecialiseerde pedagogische ondersteuning of welke therapeutische en verzorgende maatregelen vereist zijn.
  Indien een medisch onderzoek tot vaststelling van de lichamelijke ontwikkeling en de gezondheidstoestand werd uitgevoerd en indien het medisch verslag gegevens bevat die van betekenis zijn voor de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning en de therapeutische ondersteuning door gekwalificeerde personen, moeten die gegevens bij het advies worden gevoegd.]1

  
Art. 93.7. [1 Etablissement d'un avis
   Après réception de la demande introduite conformément à la sous-section 2, le centre psycho-médico-social établit dans le cadre d'un examen pluridisciplinaire un avis motivé stipulant de façon contraignante :
   1° si l'élève a besoin d'un soutien pédagogique spécialisé;
   2° la nature du handicap;
   3° les domaines où le soutien pédagogique spécialisé doit être apporté;
   4° la nature du soutien pédagogique spécialisé nécessaire, respectivement les mesures thérapeutiques ou sanitaires nécessaires.
   S'il y a eu un examen médical visant à constater le développement physique et l'état de santé et si le rapport médical contient des données significatives pour le soutien pédagogique spécialisé et thérapeutique par des personnes qualifiées, ces données doivent être jointes à l'avis concerné.]1

  
Art. 93.8. [1 Overzending van het advies
  Uiterlijk op [2 1 mei]2 van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de ondersteuningsmaatregelen voor het eerst moeten worden genomen, zendt het psycho-medisch-sociaal centrum het advies over aan de volgende personen :
  1. de personen belast met de opvoeding;
  2. het hoofd van de gewone school die het kind of de jongere bezoekt of volgens de wens van de ouders moet bezoeken;
  3. het hoofd van de gespecialiseerde school waarmee de gewone school die het kind of de jongere bezoekt of volgens de wens van de ouders moet bezoeken, tot dusver heeft samengewerkt.
  In afwijking van het eerste lid zendt het psycho-medisch-sociaal centrum het advies niet over aan het hoofd van de gespecialiseerde school vermeld in de bepaling onder 3°, wanneer in het advies staat dat de leerling geen gespecialiseerde pedagogische ondersteuning nodig heeft.]1

  
Art. 93.8. [1 Transmission de l'avis.
   Le centre psycho-médico-social transmet l'avis aux personnes suivantes au plus tard le [2 1er mai]2 de l'année scolaire précédant celle où doivent débuter les mesures de soutien :
   1° aux personnes chargées de l'éducation;
   2° au chef d'établissement de l'école ordinaire que l'enfant, respectivement le jeune, fréquente ou fréquentera conformément au souhait des parents;
   3° au chef d'établissement de l'école spécialisée avec laquelle collaborait jusque là l'école ordinaire que l'enfant, respectivement le jeune, fréquente ou fréquentera conformément au souhait des parents.
   Par dérogation au premier alinéa, le centre psycho-médico-social ne transmet pas l'avis au chef d'établissement de l'école spécialisée visé au 3° si l'avis conclut qu'un soutien pédagogique spécialisé n'est pas nécessaire.]1

  
Art. 93.9. [1 Gevolgen van het advies
  Indien in het advies een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning wordt vastgesteld, ontstaat binnen de perken van de beschikbare ondersteuningsmiddelen een recht op gespecialiseerde pedagogische ondersteuning. Dat betekent echter niet dat de betrokkene recht heeft op een bepaald aantal uren ondersteuning of dat de ondersteuningsmiddelen op een bepaalde plaats ter beschikking moeten worden gesteld.
  Indien een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning is vastgesteld, vragen de personen belast met de opvoeding, op basis van het advies, de inschrijving van hun kind in een gespecialiseerde school of in een gewone school aan.]1

  
Art. 93.9. [1 Conséquences de l'avis.
   Si l'avis stipule qu'un soutien pédagogique spécialisé est nécessaire, un droit à un soutien pédagogique spécialisé s'ouvre dans les limites des moyens de soutien disponibles. Ceci n'implique cependant aucun droit à un nombre déterminé d'heures de soutien ni à la mise à disposition des moyens de soutien à un endroit précis.
   Si la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé est établie, les personnes chargées de l'éducation demandent l'inscription de leur enfant dans une école spécialisée ou dans une école ordinaire sur la base de l'avis établi.]1

  
Art. 93.10. [1 Nagaan van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning
  Onverminderd de artikelen 93.4, 93.5 en 93.6 kan worden gevraagd om de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning te laten nagaan door een psycho-medisch-sociaal centrum dat door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd wordt. [3 Dit lid is niet van toepassing op het geval vermeld in artikel 93.14.1.]3
  [3 ...]3]1

  [2 Onverminderd de artikelen 93.4, 93.5 en 93.6 blijft een advies over de vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning bij leerlingen die een gewone basisschool bezoeken, zes schooljaren geldig, ingaand op 1 september na de datum van het advies. Na die termijn wordt de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning opnieuw getoetst. De ondersteuningsvergadering kan de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning opheffen indien de betrokken leerling een bewijs van basisonderwijs verkrijgt.]2
  
Art. 93.10. [1 Vérification de la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé.
   Sans préjudice des articles 93.4, 93.5 et 93.6, il peut être demandé de faire vérifier la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé par un centre psycho-médico-social organisé ou subventionné par la Communauté germanophone. [3 Le présent alinéa ne s'applique pas dans le cas mentionné à l'article 93.14.1.]3
  [3 ...]3]1

  [2 Sans préjudice des articles 93.4, 93.5 et 93.6, l'avis constatant la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé chez des élèves fréquentant l'enseignement fondamental ordinaire conserve sa validité pendant six années scolaires à dater du 1er septembre suivant la date à laquelle il a été rendu. La nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé est vérifiée au terme du délai. La conférence de soutien peut lever la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé lorsque l'élève concerné obtient un certificat d'études de base.]2
  
Afdeling 3. - [1 Inschrijving in een gewone school]1
Section 3. [1 - Inscription dans une école ordinaire]1
Art. 93.11. [1 Beleggen van een ondersteuningsvergadering
  Indien de personen belast met de opvoeding wensen dat het kind respectievelijk de jongere bij wie een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning is vastgesteld, in een gewone school wordt ingeschreven, belegt het hoofd van de gewone school waar de personen belast met de opvoeding hun kind wensen in te schrijven of waar hun kind al naar school gaat, na ontvangst van het door het psycho-medisch-sociaal centrum opgestelde advies, een ondersteuningsvergadering.]1

  [2 De leden van de ondersteuningsvergadering vermeld in artikel 93.12, § 1, eerste lid, worden minstens tien werkdagen voordat de ondersteuningsvergadering bijeenkomt, schriftelijk uitgenodigd door de voorzitter van die vergadering.]2
  
Art. 93.11. [1 Convocation d'une Conférence de soutien.
   Si les personnes chargées de l'éducation souhaitent que l'enfant, respectivement le jeune, chez qui la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé a été constatée, soit inscrit dans une école ordinaire, le chef d'établissement de l'école ordinaire où les personnes chargées de l'éducation souhaitent inscrire leur enfant ou que l'enfant fréquente déjà convoque une Conférence de soutien après avoir reçu l'avis établi par le centre psycho-médico-social.]1

  [2 Le président de la conférence de soutien invite par écrit les membres mentionnés à l'article 93.12, § 1er, alinéa 1er, au moins dix jours ouvrables avant la réunion de celle-ci.]2
  
Art. 93.12. [1 Samenstelling van de ondersteuningsvergadering
  § 1 - De ondersteuningsvergadering bestaat uit :
  1. de personen belast met de opvoeding;
  2. het hoofd van de gewone school;
  3. de klastitularis van de betrokken klas in het gewoon secundair, lager of kleuteronderwijs;
  4. het hoofd van de gespecialiseerde school die met de gewone school samenwerkt of diens gevolmachtigde vertegenwoordiger;
  5. een lid van het onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het paramedisch of het psychosociaal personeel van de betrokken gespecialiseerde school.
  Het hoofd van de gewone school zit de ondersteuningsvergadering voor.
  § 2 - Op verzoek van het hoofd van de gewone school kunnen maximaal twee vertegenwoordigers van het Bestuur voor Onderwijs met adviserende stem aan de ondersteuningsvergadering deelnemen.
  De personen belast met de opvoeding hebben het recht zich tijdens de ondersteuningsvergadering te laten begeleiden door een adviseur van eigen keuze.
  § 3 - Een gevolmachtigde vertegenwoordiger van het psycho-medisch-sociaal centrum dat de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning heeft vastgesteld, is adviserend lid van de ondersteuningsvergadering en wordt door die vergadering gehoord om het advies toe te lichten.]1

  
Art. 93.12. [1 Composition de la Conférence de soutien.
   § 1er. La Conférence de soutien est composée comme suit :
   1° les personnes chargées de l'éducation;
   2° le chef d'établissement de l'école ordinaire;
   3° le titulaire de classe de l'enseignement ordinaire secondaire, primaire ou maternel concerné;
   4° le chef d'établissement de l'école spécialisée qui collabore avec l'école ordinaire, ou son mandataire;
   5° un membre du personnel enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical ou sociopsychologique de l'école spécialisée concernée.
   Le chef d'établissement de l'école ordinaire préside la Conférence de soutien.
   § 2. A la demande du chef d'établissement de l'école ordinaire, deux représentants au plus de l'administration de l'enseignement peuvent participer avec voix consultative à la Conférence de soutien.
   Les personnes chargées de l'éducation ont le droit de se faire accompagner à la conférence de soutien par le conseil de leur choix.
   § 3. Un représentant mandaté par le centre psycho-médico-social qui a établi la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé participe avec voix consultative à la Conférence de soutien et est entendu par elle afin d'expliciter l'avis établi.]1

  
Art. 93.13. [1 Beslissingen van de ondersteuningsvergadering
  § 1 - Uiterlijk op [2 31 mei]2 leggen de in artikel 93.12, § 1, vermelde leden van de ondersteuningsvergadering voor het volgende schooljaar unaniem vast :
  1. of het kind respectievelijk de jongere onderwijs krijgt dat geheel of gedeeltelijk gebaseerd is op de referentiekaders, dan wel of het uitsluitend onderwijs krijgt op basis van een individueel ondersteuningsplan;
  2. welke ondersteuningsdoelen moeten worden nagestreefd;
  3. welke pedagogische, therapeutische en/of verzorgende ondersteuningsmaatregelen moeten worden genomen;
  4. op welke plaats de ondersteuningsmiddelen kunnen worden ingezet;
  5. welke onderwijsvorm wordt gekozen, indien het gaat om een leerling die een gespecialiseerde secundaire school bezoekt of moet bezoeken.
  Bovendien geven ze een aanbeveling met betrekking tot de personeelsmiddelen die in het volgende schooljaar moeten worden ingezet voor de ondersteuning.
  [3 Het feit dat een lid van de ondersteuningsvergadering of, naargelang van het geval, zijn plaatsvervanger niet op de bijeenkomst van de ondersteuningsvergadering verschijnt, belet de ondersteuningsvergadering niet om over de zaak te beslissen.]3
  § 2 - De inrichtingshoofden van de gespecialiseerde scholen die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd en gesubsidieerd worden, onderzoeken de aanbeveling die op basis van § 1, tweede lid, is gedaan; ze nemen in onderling overleg en in nauwe samenwerking met de betrokken gewone scholen een definitieve beslissing over de personeelsmiddelen die voor de ondersteuning moeten worden ingezet, rekening houdend met de bepalingen van Art. 53ter , §§ 3, 4 en 5, van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel voor buitengewoon onderwijs worden bepaald.
  [2 Uiterlijk op 15 juni delen de inrichtingshoofden van de gespecialiseerde scholen hun met redenen omklede beslissing schriftelijk mee aan de inrichtingshoofden van de betrokken gewone scholen, waarbij de datum van de poststempel als bewijs geldt.]2
  [2 Uiterlijk op 20 juni deelt het hoofd van de gewone school de gemotiveerde beslissing over de personeelsmiddelen die voor de ondersteuning zullen worden ingezet, per aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs mee aan de personen belast met de opvoeding, waarbij de datum van de poststempel of van het ontvangstbewijs als bewijs geldt.]2
  § 3 - Bij het vaststellen van de plaats waar de ondersteuning wordt aangeboden, wordt principieel een school aangewezen overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap dat op 13 december 2006 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is aangenomen. Indien de ondersteuningsvergadering, uitgaande van de individuele behoefte van de leerling aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning, tot de vaststelling zou komen dat de leerling thuishoort in een gespecialiseerde school, kan ze ook een gespecialiseerde school als ondersteuningsplaats aanwijzen.
  Alle beslissingen van de ondersteuningsvergadering worden uitvoerig gemotiveerd.
  § 4 - Indien de procedure tot vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning overeenkomstig artikel 93.4, § 1, tweede lid, in geval van ziekte, ongeval of verhuizing van een leerling buiten de vastgestelde termijnen wordt gestart en bij de betrokken leerling een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning is vastgesteld, kan de ondersteuningsvergadering buiten de in § 1 vermelde termijnen bijeenkomen.
  § 5 - Indien gevolg wordt gegeven aan een verzoek tot verandering van school dat uitgaat van een leerling bij wie een behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning werd vastgesteld en voor wie een gewone school als ondersteuningsplaats werd aangewezen, belegt het hoofd van de gewone school die de leerling opneemt onmiddellijk een nieuwe ondersteuningsvergadering. Daarbij gelden de nadere regels vervat in de §§ 1 tot 3 en artikel 93.14.]1

  
Art. 93.13. [1 Décisions prises par la Conférence de soutien.
   § 1er. Pour le [2 31 mai]2 au plus tard, les membres de la Conférence de soutien visés à l'article 93.12, § 1er, établissent par consensus pour l'année scolaire suivante :
   1° si l'enfant, respectivement le jeune, recevra un enseignement basé en tout ou en partie sur les référentiels de compétences ou basé exclusivement sur un plan de soutien individuel;
   2° les objectifs du soutien;
   3° les mesures de soutien pédagogiques, thérapeutiques et/ou sanitaires à mettre en oeuvre;
   4° le lieu de soutien où les moyens de soutien peuvent être mis en oeuvre;
   5° la forme d'enseignement, lorsqu'il s'agit d'un élève qui fréquente ou fréquentera l'école secondaire spécialisée.
   Ils formulent en outre une recommandation sur les moyens humains à mettre en oeuvre pour le soutien durant l'année scolaire suivante.
  [3 L'absence d'un membre de la conférence de soutien ou de son suppléant lors de la réunion de la conférence n'empêche pas celle-ci de statuer sur l'affaire.]3
   § 2. Les chefs d'établissement des écoles spécialisées organisées ou subventionnées par la Communauté germanophone examinent la recommandation formulée conformément au § 1er, alinéa 2; ils prennent de commun accord et en étroite collaboration avec les établissements d'enseignement ordinaire concernés une décision définitive quant aux moyens humains à mettre en oeuvre au niveau du soutien dans le respect des dispositions de l'article 53ter, §§ 3, 4 et 5, du décret du 27 juin 1990 fixant la façon de déterminer les fonctions du personnel dans l'enseignement spécialisé.
   Au plus tard pour le [2 15 juin]2, les chefs d'établissement des écoles spécialisées communiquent leur décision motivée aux chefs d'établissement des écoles ordinaires concernées, et ce [2 par écrit, la date de la poste faisant foi]2 .
   Au plus tard pour le [2 20 juin]2 , le chef d'établissement de l'école ordinaire communique aux personnes chargées de l'éducation, [2 par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception - la date du cachet de la poste ou de l'accusé de réception faisant foi -]2 , la décision motivée relative aux moyens humains à mettre en oeuvre pour le soutien.
   § 3. La décision quant au lieu de soutien désignera par principe une école conformément à la Convention des Nations unies relative aux droits des personnes handicapées adoptée par l'Assemblée générale des Nations unies le 13 décembre 2006. Si la Conférence de soutien constate, sur la base des besoins individuels de l'élève en matière de soutien pédagogique spécialisé, que l'école spécialisée constitue le lieu de soutien approprié pour l'élève, elle peut aussi désigner une école spécialisée comme lieu de soutien.
   Toutes les décisions de la Conférence de soutien sont motivées de manière détaillée.
   § 4. Si la procédure visant à établir la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé est, conformément à l'article 93.4, § 1er, alinéa 2, introduite hors délai en cas de maladie, d'accident ou de migration d'un élève et que la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé est établie chez cet élève, la Conférence de soutien peut se réunir en-dehors des délais fixés au § 1er.
   § 5. S'il est donné suite à une demande de changement d'école introduite pour un élève chez lequel la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé a été établie et pour lequel une école ordinaire a été désignée comme lieu de soutien, le chef d'établissement de l'école ordinaire qui accueille l'élève convoque sans tarder une nouvelle Conférence de soutien conformément aux modalités fixées aux §§ 1er à 3 et à l'article 93.14.]1

  
Art. 93.14. [1 Bijeenroeping van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften
  [3 § 1.]3 Indien de leden tijdens de ondersteuningsvergadering geen unanimiteit betreffende de in artikel 93.13, § 1, eerste lid, 1° tot 5°, opgesomde aspecten bereiken, verwijst het hoofd van de gewone school binnen een termijn van acht kalenderdagen na afsluiting van het overleg tijdens de ondersteuningsvergadering het dossier per aangetekende brief door aan het in artikel 93.24 vermelde Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.
  Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften bezorgt de personen belast met de opvoeding, het hoofd van de gewone school en het hoofd van de gespecialiseerde school per aangetekende brief zijn beslissing inzake de in artikel 93.13, § 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, vermelde aspecten, evenals zijn aanbeveling met betrekking tot de in het volgende schooljaar in te zetten personeelsmiddelen voor de ondersteuning binnen een termijn van twintig [2 werkdagen]2 na verzending van het in het vorige lid vermelde aangetekende schrijven.
  Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, delen zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter van dat Comité, binnen een termijn van veertien kalenderdagen na ontvangst van het aangetekend schrijven. Deze verwijst de zaak vervolgens naar de bevoegde jeugdrechter.]1

  [3 § 2 - Het dossier vermeld in § 1, eerste lid, bevat de volgende stukken:
   1° het advies vermeld in artikel 93.7;
   2° een verslag over de leerbegeleiding en de ondersteuning die de leerling tot dusver heeft gekregen; dat verslag is opgesteld door het hoofd van de school waar de leerling tot dusver onderwijs volgde;
   3° een kopie van het laatste rapport van de leerling;
   4° de notulen van de ondersteuningsvergadering;
   5° een schriftelijk standpunt van de klastitularis van de school waar de leerling tot dusver onderwijs volgde, als hij niet persoonlijk aanwezig kan zijn op de zitting van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.
   De stukken vermeld in het eerste lid, 2°, 3° en 5°, hoeven alleen te worden ingediend als de leerling al onderwijs volgde.
   Het staat de personen belast met de opvoeding vrij om een schriftelijk standpunt in te dienen.]3

  [3 § 3 - Als de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vaststelt dat het dossier van het hoofd van de gewone school onvolledig is, stelt hij het hoofd van de gewone school daarvan in kennis. Binnen vijf werkdagen na mededeling van de ontbrekende stukken dient het hoofd van de gewone school de ontbrekende stukken in. Als de ontbrekende stukken niet binnen de gestelde termijn worden ingediend, blijft de leerling in de school waar hij al onderwijs volgde voordat de ondersteuningsvergadering werd gehouden.
   Als de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vaststelt dat de procedure die overeenkomstig de artikelen 93.11 tot 93.13 werd vastgelegd niet werd nageleefd, dan zendt hij het dossier per aangetekend schrijven terug naar het hoofd van de gewone school, zodat de ondersteuningsvergadering een nieuwe beslissing kan nemen.
   In het geval vermeld in het tweede lid roept het hoofd van de gewone school de ondersteuningsvergadering opnieuw bijeen. De ondersteuningsvergadering neemt een nieuwe beslissing binnen een termijn van 20 werkdagen na verzending van het aangetekend schrijven vermeld in het vorige lid. Als in de ondersteuningsvergadering geen consensus werd bereikt, zendt het hoofd van de gewone school het volledige dossier binnen een termijn van acht kalenderdagen na het afsluiten van de beraadslagingen in de ondersteuningsvergadering aan het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, dat het dossier dan behandelt overeenkomstig § 1, eerste lid tot derde lid.]3

  
Art. 93.14. [1 Convocation de la Commission de soutien.
  [2 § 1er.]2 Si les membres de la Conférence de soutien ne parviennent pas à un accord quant aux aspects visés à l'article 93.13, § 1er, alinéa 1er, 1° à 5°, le chef d'établissement de l'école ordinaire renvoie le dossier devant la Commission de soutien mentionnée à l'article 93.24, et ce par recommandé dans les huit jours calendrier suivant la clôture des délibérations au sein de la Conférence de soutien.
   La Commission de soutien communique sa décision motivée quant aux aspects visés à l'article 93.13, § 1er, alinéa 1er, 1° à 5°, ainsi que sa recommandation quant aux moyens humains à mettre en oeuvre pour le soutien durant l'année scolaire suivante aux personnes chargées de l'éducation, au chef d'établissement de l'école ordinaire et au chef d'établissement de l'école spécialisée, et ce par recommandé dans les vingt jours ouvrables suivant l'envoi du recommandé mentionné à l'alinéa précédent.
   Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision de la Commission de soutien, elles en informent le président de la Commission par écrit dans les quinze jours calendrier suivant l'envoi du recommandé contenant la décision. Le président renvoie alors l'affaire devant le juge de la jeunesse compétent.]1

  [2 § 2. Le dossier mentionné au § 1er, alinéa 1er, comprend les documents suivants :
   1° l'avis mentionné à l'article 93.7;
   2° un rapport relatif à l'accompagnement de l'apprentissage mené jusqu'à présent et du soutien apporté à l'élève, établi par le directeur de l'école dans laquelle ledit élève était scolarisé jusqu'alors;
   3° une copie du dernier bulletin de l'élève;
   4° le procès-verbal de la conférence de soutien;
   5° un avis écrit par le titulaire de classe de l'école dans laquelle l'élève était scolarisé jusqu'alors, si ledit titulaire ne peut pas se rendre personnellement à la séance de la commission de soutien.
   Les documents mentionnés à l'alinéa 1er, 2°, 3° et 5°, ne doivent être introduits que si l'élève était déjà scolarisé.
   Les personnes chargées de l'éducation sont libres d'introduire un avis écrit]2

  [2 § 3. Si le président de la commission de soutien constate que le dossier transmis par le chef d'établissement de l'école ordinaire est incomplet, il l'en informe. Le chef d'établissement de l'école ordinaire introduit les documents manquants dans un délai de cinq jours ouvrables à compter de cette information. Si les documents ne sont pas introduits dans ce délai, l'élève restera dans l'école dans laquelle il était déjà scolarisé avant la tenue de la conférence de soutien.
   Si le président de la commission de soutien constate que la procédure fixée conformément aux articles 93.11 à 93.13 n'a pas été respectée, il renvoie le dossier par lettre recommandée au chef d'établissement de l'école ordinaire, et ce, aux fins d'une nouvelle décision par la conférence de soutien.
   Dans le cas mentionné à l'alinéa 2, le chef d'établissement de l'école ordinaire convoque une nouvelle fois la conférence de soutien. Celle-ci prend une nouvelle décision dans un délai de vingt jours calendrier après l'envoi de la lettre recommandée mentionnée à l'alinéa précédent. Si aucun accord n'est atteint au sein de la conférence de soutien, le chef d'établissement de l'école ordinaire transmet, dans un délai de huit jours calendrier après la clôture des délibérations de la conférence de soutien, le dossier complet à la commission de soutien qui le traitera conformément au § 1er, alinéas 1er à 3.]2

  

Modifications

[0]<Inséré par DCG 2016-09-20/09, art. 60, 026; En vigueur : 01-09-2016>
Afdeling 3.1. [1 - Bijzondere bepaling voor de inschrijving in een secundaire school]1
Section 3.1. [1 - Disposition particulière pour l'inscription dans une école secondaire]1
Art. 93.14.1. [1 - Inschrijving in een secundaire school
   Voor de leerlingen die in de lagere school al gespecialiseerde pedagogische ondersteuning hebben gekregen en die zich voor het eerst in een secundaire school laten inschrijven, maakt het hoofd van de lagere school een transferverslag op dat een samenvatting bevat van alle in het kader van het individuele ondersteuningsplan en ondersteuningsportfolio vastgelegde doelstellingen en maatregelen, alsook van de bereikte resultaten; dat verslag, het individueel ondersteuningsplan, het ondersteuningsportfolio en het advies over de vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning dat niet ouder mag zijn dan zes jaar zendt hij toe aan het hoofd van de secundaire school waar de leerling ingeschreven wordt.
   De personen belast met de opvoeding kunnen bij het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren een met redenen omklede aanvraag indienen om een nieuw advies op te stellen. Die aanvraag bevat het standpunt van het hoofd van de lagere school waar de leerling ingeschreven is en het standpunt van de onderwijsinspectie over de vraag of een nieuw advies in het licht van de huidige pedagogische, medische en psychologische ontwikkelingen nuttig is. Bij de aanvraag worden het bestaande advies en alle relevante stukken gevoegd. Als het schoolhoofd en de onderwijsinspectie hier positief tegenover staan, stelt het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren een nieuw advies op binnen 20 werkdagen.]1

  
Art. 93.14.1. [1 - Inscription dans une école secondaire
   Pour les élèves qui ont déjà reçu un soutien pédagogique spécialisé dans l'enseignement fondamental et qui s'inscrivent pour la première fois dans une école secondaire, le chef d'établissement d'enseignement fondamental établit un rapport de transfert qui résume tous les objectifs fixés, les mesures ainsi que les résultats atteints dans le cadre du plan de soutien individuel et du portfolio de soutien; il transmet ce rapport ainsi que le plan de soutien individuel, le portfolio de soutien et l'avis relatif à la nécessité constatée d'un soutien pédagogique spécialisé de moins de six mois de date au directeur de l'école secondaire où sera inscrit l'élève.
   Les personnes chargées de l'éducation peuvent introduire auprès du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes une demande motivée visant l'établissement d'un nouvel avis. Cette demande comporte l'avis du directeur de l'école fondamentale où l'élève est inscrit, ainsi que l'avis de l'inspection scolaire relatif à l'utilité d'un nouvel avis en raison de l'évolution actuelle aux niveaux pédagogique, médical et psychologique. La demande doit être accompagnée de l'avis existant et de tous les documents pertinents. Si le chef d'établissement et l'inspection scolaire émettent un avis positif, le centre pour le développement sain des enfants et des jeunes établit un nouvel avis dans les vingt jours ouvrables.]1

  
Afdeling 4. - [1 Individueel ondersteuningsplan en ondersteuningsportfolio]1
Section 4. [1 - Plan de soutien individuel et portfolio de soutien]1
Art. 93.15. [1 Individueel ondersteuningsplan
  Onder de verantwoordelijkheid van het hoofd van de school die door de ondersteuningsvergadering als ondersteuningsplaats is aangewezen en met medewerking van de personen belast met de opvoeding, evenals van de met de uitvoering van de ondersteuningsmaatregelen belaste leden van het bestuurs-, onderwijzend, opvoedend hulp-, paramedisch en psychosociaal personeel wordt bij het begin van het schooljaar voor elke leerling die gespecialiseerde pedagogische ondersteuning nodig heeft, een individueel ondersteuningsplan opgesteld. Dit ondersteuningsplan omvat het volgende :
  1. een precieze beschrijving van de ondersteuningsdoelen die in samenwerking met de personen belast met de opvoeding moeten worden bereikt;
  2. de beschrijving van de ondersteuningsmaatregelen en de namen van de leden van het bestuurs-, onderwijzend, opvoedend hulp-, paramedisch en psychosociaal personeel die met de uitvoering van die maatregelen belast zijn;
  [2 3° indien voorhanden, de compenserende maatregelen voor redelijke aanpassingen vermeld in artikel 93.33.]2
  Voor het opstellen van het ondersteuningsplan kan ook advies worden gevraagd aan externe deskundigen.]1

  
Art. 93.15. [1 Plan de soutien individuel.
   Sous la responsabilité du chef d'établissement de l'école désignée comme lieu de soutien par la Conférence de soutien, et en collaboration avec les personnes chargées de l'éducation et les membres du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique chargés d'exécuter les mesures de soutien, un plan de soutien individuel est établi en début d'année scolaire pour chaque élève qui nécessite un soutien pédagogique spécialisé. Ce plan de soutien comprend les éléments suivants :
   1° une description précise des objectifs de soutien qui doivent être réalisés en collaboration avec les personnes chargées de l'éducation;
   2° la description des mesures de soutien et les noms des membres du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique chargés de la mise en oeuvre des mesures de soutien;
  [2 3° le cas échéant, les mesures de compensation des désavantages visées à l'article 93.33.]2
   Des spécialistes extérieurs peuvent être consultés dans le cadre de l'élaboration du plan de soutien.]1

  
Art. 93.16. [1 Ondersteuningsportfolio
  De in artikel 93.15, eerste lid, 2°, vermelde personen documenteren hun visie op de leerontwikkeling en de uitvoering van het ondersteuningsplan in een ondersteuningsportfolio.
  De verantwoordelijkheid voor het bijhouden van het portfolio ligt bij het inrichtingshoofd van de plaats waar de ondersteuning wordt aangeboden.]1

  
Art. 93.16. [1 Portfolio de soutien.
   Les personnes visées à l'article 93.15 alinéa 1er, 2°, présentent leur vision quant au développement de l'apprentissage et quant à la mise en oeuvre du plan de soutien dans un portfolio de soutien.
   Le chef d'établissement du lieu de soutien est responsable de la tenue du portfolio de soutien.]1

  
Art. 93.17. [1 Evaluatie
  De in artikel 93.15, eerste lid, 2°, vermelde personen evalueren op basis van het individuele ondersteuningsplan en op basis van het portfolio minstens één keer per schooljaar, samen met de personen belast met de opvoeding, in welke mate de in het individuele ondersteuningsplan vastgelegde ondersteuningsdoelen werden bereikt. Indien nodig stellen ze de doelen en de maatregelen bij.]1

  
Art. 93.17. [1 Evaluation.
   Avec les personnes chargées de l'éducation, les personnes énumérées à l'article 93.15, alinéa 1er, 2°, évaluent au moins une fois par année scolaire, sur la base du plan de soutien individuel et du portfolio, en quelle mesure les objectifs de soutien fixés dans le plan de soutien individuel ont été atteints. Ils corrigent le cas échéant les objectifs et les mesures correspondantes.]1

  
Afdeling 5. - [1 Voortzetting of stopzetting van lopende integratieprojecten]1
Section 5. [1 - Poursuite ou cessation de projets d'intégration en cours]1
Art. 93.18. [1 Evaluatie van een integratieproject door de ondersteuningsvergadering
  Op basis van de in artikel 93.17 vermelde evaluatie beslissen de in artikel 93.12, § 1, vermelde leden van de ondersteuningsvergadering uiterlijk op [2 31 mei]2 van het lopende schooljaar unaniem over de voortzetting of de stopzetting van een lopend integratieproject voor het volgende schooljaar.]1

  
Art. 93.18. [1 Evaluation d'un projet d'intégration par la Conférence de soutien.
   Au plus tard pour le [2 31 mai]2 de l'année scolaire en cours, les membres de la Conférence de soutien visés à l'article 93.12, § 1er, décident par consensus et sur la base de l'évaluation visée à l'article 93.17 si un projet d'intégration en cours sera ou non poursuivi l'année scolaire suivante.]1

  
Art. 93.19. [1 Voortzetting van een integratieproject
  § 1. Indien de in artikel 93.12, § 1, vermelde leden van de ondersteuningsvergadering zich voor een voortzetting van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone school uitspreken, leggen zij ten laatste op [2 31 mei]2 van het lopende schooljaar unaniem voor het volgende schooljaar vast :
  1. of het kind respectievelijk de jongere geheel of gedeeltelijk volgens de referentiekaders respectievelijk uitsluitend volgens een individueel ondersteuningsplan wordt onderwezen;
  2. de ondersteuningsdoelen;
  3. de pedagogische, therapeutische en/of verzorgende maatregelen die moeten worden genomen.
  De ondersteuningsvergadering verstrekt bovendien een aanbeveling over de personeelsmiddelen die tijdens het volgende schooljaar moeten worden ingezet.
  § 2. De inrichtingshoofden van de door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde scholen voor gespecialiseerd onderwijs onderzoeken de in § 1, tweede lid, vermelde aanbeveling en nemen een definitieve beslissing over de personeelsmiddelen die voor ondersteuning moeten worden ingezet. Zij doen dit in onderling overleg en in nauwe samenwerking met de betrokken scholen voor gewoon onderwijs, rekening houdend met de bepalingen van Art. 53ter , §§ 3, 4 en 5, van het decreet van 27 juni 1990 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het personeel voor buitengewoon onderwijs worden bepaald.
  [2 De inrichtingshoofden van de gespecialiseerde scholen delen de inrichtingshoofden van de betrokken gewone scholen uiterlijk op 15 juni schriftelijk hun gemotiveerde beslissing mee, waarbij de datum van de poststempel als bewijs geldt.]2
  [2 Uiterlijk op 20 juni deelt het hoofd van de gewone school de gemotiveerde beslissing over de personeelsmiddelen die voor de ondersteuning zullen worden ingezet, per aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs mee aan de personen belast met de opvoeding, waarbij de datum van de poststempel als bewijs geldt.]2 ]1

  
Art. 93.19. [1 Poursuite d'un projet d'intégration.
   § 1er. Si les membres de la Conférence de soutien visés à l'article 93.12, § 1er, se prononcent en faveur d'une poursuite du soutien pédagogique spécialisé dans l'école ordinaire, ils déterminent par consensus pour l'année scolaire suivante et avant le [2 31 mai]2 de l'année scolaire en cours :
   1° si l'enfant, respectivement le jeune, recevra un enseignement basé en tout ou en partie sur les référentiels de compétences ou basé exclusivement sur un plan de soutien individuel;
   2° les objectifs du soutien;
   3° les mesures pédagogiques, thérapeutiques et/ou sanitaires qui devront être mises en place.
   La Conférence de soutien formule, en outre, une recommandation quant aux moyens humains à mettre en oeuvre durant l'année scolaire suivante.
   § 2. Les chefs d'établissement des écoles spécialisées organisées ou subventionnées par la Communauté germanophone examinent la recommandation formulée conformément au § 1er, alinéa 2; ils prennent de commun accord et en étroite collaboration avec les établissements d'enseignement ordinaire concernés une décision définitive quant aux moyens humains à mettre en oeuvre au niveau du soutien dans le respect des dispositions de l'article 53ter, §§ 3, 4 et 5, du décret du 27 juin 1990 fixant la façon de déterminer les fonctions du personnel dans l'enseignement spécialisé.
   Au plus tard pour le [2 15 juin]2 , les chefs d'établissement des écoles spécialisées communiquent leur décision motivée aux chefs d'établissement des écoles ordinaires concernées, et ce [2 par écrit, la date de la poste faisant foi]2 .
   Au plus tard pour le [2 20 juin]2 , le chef d'établissement de l'école ordinaire communique aux personnes chargées de l'éducation, [2 par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception - la date du cachet de la poste ou de l'accusé de réception faisant foi -]2 , la décision motivée relative à la poursuite et aux moyens humains à mettre en oeuvre pour le soutien.]1

  
Art. 93.20. [1 Stopzetting van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in een gewone school na afloop van een schooljaar
  § 1. Indien de in artikel 93.12, § 1, vermelde leden van de ondersteuningsvergadering zich tegen een voortzetting van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in een gewone school uitspreken, stellen zij ten laatste op [2 31 mei]2 van het lopende schooljaar unaniem vast of de verdere scolarisatie in de gewone school zonder gespecialiseerde pedagogische ondersteuning of in een gespecialiseerde school dient plaats te vinden.
  Een beslissing tot stopzetting van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone school kan alleen worden genomen, indien voorafgaandelijk :
  1. het advies van het begeleidend psycho-medisch-sociaal centrum werd ingewonnen en dit advies in de ondersteuningsvergadering toegelicht werd;
  2. het standpunt van de personen belast met de opvoeding werd ingewonnen.
  § 2. [2 Het hoofd van de gewone school zendt de personen belast met de opvoeding uiterlijk op 31 mei van het lopende schooljaar per aangetekend schrijven of tegen ontvangstbewijs de gemotiveerde beslissing over de stopzetting van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de betrokken gewone school en over de plaats waar de ondersteuning voortaan zal worden aangeboden, waarbij de datum van de poststempel als bewijs geldt.]2 ]1

  
Art. 93.20. [1 Cessation du soutien pédagogique spécialisé dans une école ordinaire au terme d'une année scolaire.
   § 1er. Si les membres de la Conférence de soutien visés à l'article 93.12, § 1er, se prononcent contre la poursuite du soutien pédagogique spécialisé dans une école ordinaire, ils déterminent par consensus, au plus tard le [2 31 mai]2 de l'année scolaire en cours, si la scolarisation doit être poursuivie dans une école ordinaire sans soutien pédagogique spécialisé ou dans une école spécialisée.
   La décision relative à la cessation du soutien pédagogique spécialisé dans l'école ordinaire ne peut être prise qu'après avoir obtenu :
   1° un avis du centre psycho-médico-social assurant l'encadrement, explicité au sein de la Conférence de soutien;
   2° l'avis des personnes chargées de l'éducation.
   § 2. Au plus tard pour le [2 31 mai]2 de l'année scolaire en cours, le chef d'établissement de l'école ordinaire transmet [2 , par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception - la date du cachet de la poste ou de l'accusé de réception faisant foi -,]2 aux personnes chargées de l'éducation la décision motivée relative à la cessation du soutien pédagogique spécialisé dans l'école ordinaire concernée et au futur lieu de soutien.]1

  
Art. 93.21. [1 Bijeenroeping van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften
  [3 § 1.]3 Indien de leden tijdens de ondersteuningsvergadering geen overeenstemming bereiken over de aspecten vermeld in de artikelen 93.18, 93.19, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, en 93.20, § 1, eerste lid, verwijst het hoofd van de gewone school het dossier binnen een termijn van [2 tien kalenderdagen]2 na het afsluiten van het overleg in de ondersteuningsvergadering door naar het in artikel 93.24 vermelde Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.
  Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften deelt binnen een termijn van twintig werkdagen na het verzenden van het in het vorige lid vermelde aangetekend schrijven aan de personen belast met de opvoeding, het hoofd van de gewone school en het hoofd van de gespecialiseerde school per aangetekend schrijven zijn gemotiveerde beslissing over de in de artikelen 93.18, 93.19, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3, en 93.20, § 1, eerste lid, vermelde aspecten mee, evenals zijn aanbeveling met betrekking tot de personeelsmiddelen die in het volgende schooljaar voor ondersteuning moeten worden ingezet.
  Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, delen zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter van dat Comité, binnen een termijn van veertien kalenderdagen na verzending van het aangetekend schrijven waarin de beslissing staat. Deze verwijst de zaak vervolgens naar de bevoegde jeugdrechter.]1

  [3 § 2 - Het dossier vermeld in § 1, eerste lid, bevat de volgende stukken:
   1° het advies vermeld in artikel 93.20, § 1, tweede lid, 1° ;
   2° een verslag over de leerbegeleiding en de ondersteuning die de leerling tot dusver heeft gekregen; dat verslag is opgesteld door het hoofd van de school waar de leerling tot dusver onderwijs volgde;
   3° een kopie van het laatste rapport van de leerling;
   4° de notulen van de ondersteuningsvergadering;
   5° een schriftelijk standpunt van de klastitularis van de school waar de leerling tot dusver onderwijs volgde, als hij niet persoonlijk aanwezig kan zijn op de zitting van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.
   Het staat de personen belast met de opvoeding vrij om een schriftelijk standpunt in te dienen.]3

  [3 § 3 - Als de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vaststelt dat het dossier van het hoofd van de gewone school onvolledig is, stelt hij het hoofd van de gewone school daarvan in kennis. Binnen vijf werkdagen na mededeling van de ontbrekende stukken dient het hoofd van de gewone school de ontbrekende stukken in. Als de ontbrekende stukken niet binnen de gestelde termijn worden ingediend, blijft de leerling in de school waar hij al onderwijs volgde voordat de ondersteuningsvergadering werd gehouden.
   Als de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vaststelt dat de procedure die overeenkomstig de artikelen 93.11 tot 93.13 werd vastgelegd niet werd nageleefd, zendt hij het dossier per aangetekend schrijven terug naar het hoofd van de gewone school, zodat de ondersteuningsvergadering een nieuwe beslissing kan nemen.
   In het geval vermeld in het tweede lid roept het hoofd van de gewone school de ondersteuningsvergadering opnieuw bijeen. De ondersteuningsvergadering neemt een nieuwe beslissing binnen een termijn van 20 werkdagen na verzending van het aangetekend schrijven vermeld in het vorige lid. Als in de ondersteuningsvergadering geen consensus werd bereikt, zendt het hoofd van de gewone school het volledige dossier binnen een termijn van acht kalenderdagen na het afsluiten van de beraadslagingen in de ondersteuningsvergadering aan het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, dat het dossier dan behandelt overeenkomstig § 1, eerste lid tot derde lid.]3

  
Art. 93.21. [1 Convocation de la Commission de soutien.
  [3 § 1er.]3 Si les membres de la Conférence de soutien ne parviennent pas à un accord quant aux aspects visés aux articles 93.18, 93.19, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, et 93.20, § 1er, alinéa 1er, le chef d'établissement de l'école ordinaire renvoie le dossier devant la Commission de soutien mentionnée à l'article 93.24, et ce par recommandé dans les [2 dix jours ouvrables]2 suivant la clôture des délibérations au sein de la Conférence de soutien.
   La Commission de soutien communique sa décision motivée quant aux aspects visés aux articles 93.18, 93.19, § 1er, alinéa 1er, 1° à 3°, et 93.20, § 1er, alinéa 1er, ainsi que - le cas échéant - sa recommandation quant aux moyens humains à mettre en oeuvre pour le soutien durant l'année scolaire suivante aux personnes chargées de l'éducation, au chef d'établissement de l'école ordinaire et au chef d'établissement de l'école spécialisée, et ce par recommandé dans les vingt jours ouvrables suivant l'envoi du recommandé mentionné à l'alinéa précédent.
   Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision de la Commission de soutien, elles en informent le président de la Commission par écrit dans les quinze jours calendrier suivant l'envoi du recommandé contenant la décision. Le président renvoie alors l'affaire devant le juge de la jeunesse compétent.]1

  [3 § 2. Le dossier mentionné au § 1er, alinéa 1er, comprend les documents suivants :
   1° l'avis mentionné à l'article 93.20, § 1er, alinéa 2, 1° ;
   2° un rapport relatif à l'accompagnement de l'apprentissage mené jusqu'à présent et du soutien apporté à l'élève, établi par le directeur de l'école dans laquelle ledit élève était scolarisé jusqu'alors;
   3° une copie du dernier bulletin de l'élève;
   4° le procès-verbal de la conférence de soutien;
   5° un avis écrit par le titulaire de classe de l'école dans laquelle l'élève était scolarisé jusqu'alors, si ledit titulaire ne peut pas se rendre personnellement à la séance de la commission de soutien.
   Les personnes chargées de l'éducation sont libres d'introduire un avis écrit.]3

  [3 § 3. Si le président de la commission de soutien constate que le dossier transmis par le chef d'établissement de l'école ordinaire est incomplet, il l'en informe. Le chef d'établissement de l'école ordinaire introduit les documents manquants dans un délai de cinq jours ouvrables à compter de cette information. Si les documents ne sont pas introduits dans ce délai, l'élève restera dans l'école dans laquelle il était déjà scolarisé avant la tenue de la conférence de soutien.
   Si le président de la commission de soutien constate que la procédure fixée conformément aux articles 93.11 à 93.13 n'a pas été respectée, il renvoie le dossier par lettre recommandée au chef d'établissement de l'école ordinaire, et ce, aux fins d'une nouvelle décision par la conférence de soutien.
   Dans le cas mentionné à l'alinéa 2, le chef d'établissement de l'école ordinaire convoque une nouvelle fois la conférence de soutien. Celle-ci prend une nouvelle décision dans un délai de vingt jours calendrier après l'envoi de la lettre recommandée mentionnée à l'alinéa précédent. Si aucun accord n'est atteint au sein de la conférence de soutien, le chef d'établissement de l'école ordinaire transmet, dans un délai de huit jours calendrier après la clôture des délibérations de la conférence de soutien, le dossier complet à la commission de soutien qui le traitera conformément au § 1er, alinéas 1er à 3.]3

  
Art. 93.22. [1 Afbreken van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in een gewone school in de loop van een schooljaar
  § 1. Het afbreken van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in een gewone school in de loop van een schooljaar gebeurt op basis van een unanieme beslissing van de in artikel 93.12, § 1, vermelde leden van de ondersteuningsvergadering. Zij kunnen deze beslissing slechts nemen, mits voorafgaandelijk :
  1. het advies van het begeleidend psycho-medisch-sociaal centrum werd ingewonnen;
  2. het standpunt van de personen belast met de opvoeding werd ingewonnen.
  § 2. Het hoofd van de gewone school stuurt de personen belast met de opvoeding per aangetekend schrijven de gemotiveerde beslissing over de stopzetting van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de betrokken gewone school en over de plaats waar de ondersteuning voortaan zal worden aangeboden. Bovendien stelt hij het Bestuur voor Onderwijs over de stopzetting in kennis.
  § 3. Indien de leden tijdens de ondersteuningsvergadering geen overeenstemming bereiken, verwijst het hoofd van de gewone school het dossier binnen een termijn van acht kalenderdagen na het afsluiten van het overleg in de ondersteuningsvergadering door naar het in artikel 93.24 vermelde Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.
  Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften deelt de personen belast met de opvoeding, het hoofd van de gewone school en het hoofd van de gespecialiseerde school zijn gemotiveerde beslissing mee binnen een termijn van twintig werkdagen na verzending van het aangetekend schrijven waarbij beroep wordt ingesteld.
  Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, delen zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter van dat Comité, binnen een termijn van veertien kalenderdagen na verzending van het aangetekend schrijven waarin de beslissing staat. Deze verwijst de zaak vervolgens naar de bevoegde jeugdrechter.]1

  [2 § 4. Het dossier vermeld in § 3, eerste lid, bevat minstens de volgende stukken:
   1° het advies vermeld in § 1, 1° ;
   2° een verslag over de leerbegeleiding en de ondersteuning die de leerling tot dusver heeft gekregen; dat verslag is opgesteld door het hoofd van de school waar de leerling tot dusver onderwijs volgde;
   3° een kopie van het laatste rapport van de leerling;
   4° de notulen van de ondersteuningsvergadering;
   5° een schriftelijk standpunt van de klastitularis van de school waar de leerling tot dusver onderwijs volgde, als hij niet persoonlijk aanwezig kan zijn op de zitting van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.
   Het staat de personen belast met de opvoeding vrij om een schriftelijk standpunt in te dienen.]2

  [2 § 5. Als de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vaststelt dat het dossier van het hoofd van de gewone school onvolledig is, stelt hij het hoofd van de gewone school daarvan in kennis. Binnen vijf werkdagen na mededeling van de ontbrekende stukken dient het hoofd van de gewone school de ontbrekende stukken in. Als de ontbrekende stukken niet binnen de gestelde termijn worden ingediend, blijft de leerling in de school waar hij al onderwijs volgde voordat de ondersteuningsvergadering werd gehouden.
   Als de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vaststelt dat de procedure die overeenkomstig de artikelen 93.11 tot 93.13 werd vastgelegd niet werd nageleefd, zendt hij het dossier per aangetekend schrijven terug naar het hoofd van de gewone school, zodat de ondersteuningsvergadering een nieuwe beslissing kan nemen.
   In het geval vermeld in het tweede lid roept het hoofd van de gewone school de ondersteuningsvergadering opnieuw bijeen. De ondersteuningsvergadering neemt een nieuwe beslissing binnen een termijn van 20 werkdagen na verzending van het aangetekend schrijven vermeld in het vorige lid. Als in de ondersteuningsvergadering geen consensus werd bereikt, zendt het hoofd van de gewone school het volledige dossier binnen een termijn van acht kalenderdagen na het afsluiten van de beraadslagingen in de ondersteuningsvergadering aan het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, dat het dossier dan behandelt overeenkomstig § 3, eerste lid tot derde lid.]2

  
Art. 93.22. [1 Interruption du soutien pédagogique spécialisé dans une école ordinaire en cours d'année scolaire.
   § 1er. Le soutien pédagogique spécialisé dans une école ordinaire est interrompu en cours d'année scolaire sur décision unanime des membres de la Conférence de soutien visés à l'article 93.12, § 1er. Ils ne peuvent prendre cette décision qu'après avoir obtenu :
   1° un avis du centre psycho-médico-social assurant l'encadrement;
   2° l'avis des personnes chargées de l'éducation.
   § 2. Le chef d'établissement de l'école ordinaire transmet par recommandé aux personnes chargées de l'éducation la décision motivée relative à la cessation du soutien pédagogique spécialisé dans l'école ordinaire concernée et au futur lieu de soutien. Il informe, en outre, l'administration de l'enseignement de cette interruption.
   Si les membres de la Conférence de soutien ne parviennent pas à un accord, le chef d'établissement de l'école ordinaire renvoie le dossier devant la Commission de soutien mentionnée à l'article 93.24, et ce par recommandé dans les huit jours calendrier suivant la clôture des délibérations au sein de la Conférence de soutien.
   La Commission de soutien communique sa décision motivée aux personnes chargées de l'éducation, au chef d'établissement de l'école ordinaire et au chef d'établissement de l'école spécialisée, et ce par recommandé dans les vingt jours ouvrables suivant l'envoi du recommandé qui introduit le recours.
   Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision de la Commission de soutien, elles en informent le président de la Commission par écrit dans les quinze jours calendrier suivant l'envoi du recommandé contenant la décision. Le président renvoie alors l'affaire devant le juge de la jeunesse compétent.]1

  [2 § 4. Le dossier mentionné au § 3, alinéa 1er, comprend les documents suivants :
   1° l'avis mentionné au § 1er, 1° ;
   2° un rapport relatif à l'accompagnement de l'apprentissage mené jusqu'à présent et du soutien apporté à l'élève, établi par le directeur de l'école dans laquelle ledit élève était scolarisé jusqu'alors;
   3° une copie du dernier bulletin de l'élève;
   4° le procès-verbal de la conférence de soutien;
   5° un avis écrit par le titulaire de classe de l'école dans laquelle l'élève était scolarisé jusqu'alors, si ledit titulaire ne peut pas se rendre personnellement à la séance de la commission de soutien.
   Les personnes chargées de l'éducation sont libres d'introduire un avis écrit.]2

  [2 § 5. Si le président de la commission de soutien constate que le dossier transmis par le chef d'établissement de l'école ordinaire est incomplet, il l'en informe. Le chef d'établissement de l'école ordinaire introduit les documents manquants dans un délai de cinq jours ouvrables à compter de cette information. Si les documents ne sont pas introduits dans ce délai, l'élève restera dans l'école dans laquelle il était déjà scolarisé avant la tenue de la conférence de soutien.
   Si le président de la commission de soutien constate que la procédure fixée conformément aux articles 93.11 à 93.13 n'a pas été respectée, il renvoie le dossier par lettre recommandée au chef d'établissement de l'école ordinaire, et ce, aux fins d'une nouvelle décision par la conférence de soutien.
   Dans le cas mentionné à l'alinéa 2, le chef d'établissement de l'école ordinaire convoque une nouvelle fois la conférence de soutien. Celle-ci prend une nouvelle décision dans un délai de vingt jours calendrier après l'envoi de la lettre recommandée mentionnée à l'alinéa précédent. Si aucun accord n'est atteint au sein de la conférence de soutien, le chef d'établissement de l'école ordinaire transmet, dans un délai de huit jours calendrier après la clôture des délibérations de la conférence de soutien, le dossier complet à la commission de soutien qui le traitera conformément au § 3, alinéas 1er à 3.]2

  
Art. 93.23. [1 Advies van het psycho-medisch-sociaal centrum
  Indien de personen belast met de opvoeding principieel niet willen dat het in artikel 93.20, § 1, tweede lid, 1°, of 93.22, § 1, eerste lid, 1°, vermelde advies bij een psycho-medisch-sociaal centrum wordt ingewonnen, kan het hoofd van de gewone school zich wenden tot het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Hij stelt de personen belast met de opvoeding ervan in kennis dat hij de zaak voorlegt aan het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.
  Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften deelt de personen belast met de opvoeding en het hoofd van de gewone school binnen een termijn van twintig werkdagen, te rekenen vanaf de dag waarop het comité het beroep ontvangen heeft, per aangetekend schrijven zijn beslissing mee.
  Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, delen zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter van dat Comité, binnen een termijn van veertien dagen na ontvangst van het aangetekend schrijven. Deze verwijst de zaak vervolgens naar de bevoegde jeugdrechter.
  Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften verwijst de zaak eveneens naar de bevoegde jeugdrechter, wanneer de personen belast met de opvoeding geen gevolg geven aan de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.]1

  
Art. 93.23. [1 Avis du centre psycho-médico-social.
   Si les personnes chargées de l'éducation s'opposent par principe à demander l'avis émis par le centre psycho-médico-social visé à l'article 93.20, § 1er, alinéa 2, 1° ou 93.23, § 1er, alinéa 1er, 1°, le chef d'établissement de l'école ordinaire peut contacter la Commission de soutien. Il informe les personnes chargées de l'éducation du fait qu'il contacte la Commission de soutien.
   La Commission de soutien communique sa décision aux personnes chargées de l'éducation et au chef d'établissement de l'école ordinaire par recommandé, et ce dans les vingt jours ouvrables suivant la réception du recours.
   Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision de la Commission de soutien, elles en informent le président de la Commission par écrit dans les quinze jours calendrier suivant la réception du recommandé. Le président renvoie alors l'affaire devant le juge de la jeunesse compétent.
   La Commission de soutien renvoie également l'affaire devant le juge de la jeunesse compétent si les personnes chargées de l'éducation ne donnent pas suite à la décision qu'elle a prise.]1

  
Afdeling 6.-. [1 Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften]1
Section 6. [1 - La Commission de soutien]1
Art. 93.24. [1 Oprichting
  § 1. De Regering richt een Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften op, bestaande uit :
  1. een voorzitter;
  2. een vertegenwoordiger van de [4 [5 door de Regering bepaalde dienst die bevoegd is inzake zelfbeschikkend leven]5]4;
  3. een persoon met bijzondere ervaring of een bijzondere kwalificatie op het gebied van bevorderingspedagogiek;
  4. een persoon, voorgesteld door de inrichtende macht van de gewone school waar de leerling naar school gaat of volgens de wens van de ouders naar school dient te gaan en die geen deel uitmaakt van het personeel van de betrokken gewone school;
  5. een secretaris [2 ;]2
  [2 6. een vertegenwoordiger [3 van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor pedagogie]3.]2
  In afwijking van het eerste lid, 4°, worden de vergaderingen waarin het Comité beraadslaagt over de toekenning van de afwijkingsmogelijkheid bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet van 6 juli 1970 op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs bijgewoond door een persoon die is voorgedragen door de inrichtende macht van de gespecialiseerde school waar de leerling naar school gaat en die niet tot het personeel van de betrokken school behoort.
  [6 In afwijking van het eerste lid, 4°, worden de vergaderingen waarin het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften beraadslaagt over redelijke aanpassingen en bescherming van de schoolcijfers of over de verlenging van die maatregelen voor op te leiden personen met specifieke onderwijsbehoeften, bijgewoond door een persoon die is voorgedragen door het Instituut voor de opleiding en de voortgezette opleiding in de middenstand en de kmo's.]6
  § 2. Voor elk in § 1 vermeld gewoon lid wijst de Regering een plaatsvervangend lid aan. In geval van ontslag of verlies van het ambt krachtens hetwelk het lid in het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften werd opgenomen, doet het plaatsvervangend lid het mandaat uit en wordt een nieuw plaatsvervangend lid aangewezen. Indien een gewoon lid verhinderd is, neemt het plaatsvervangend lid aan de vergadering deel.
  De voorzitter en zijn plaatsvervanger evenals de secretaris en zijn plaatsvervanger worden gekozen onder de leden van het Bestuur voor Onderwijs die in actieve dienst zijn.
  § 3. De in § 1 vermelde leden en de in § 2 vermelde plaatsvervangende leden worden voor een termijn van vier jaar door de Regering aangewezen.]1

  
Art. 93.24. [1 Installation.
   § 1er. Le Gouvernement installe une Commission de soutien. Elle se compose :
   1° d'un président;
   2° d'un représentant de l'[4 [5 du service désigné par le Gouvernement, compétent en matière de vie autodéterminée ]5]4;
   3° d'une personne disposant d'une expérience ou qualification spécifique dans le domaine de la pédagogie de soutien;
   4° d'une personne proposée par le pouvoir organisateur de l'école ordinaire que l'élève fréquente ou fréquentera conformément au souhait des parents, et qui n'appartient pas au personnel de l'école ordinaire concernée;
   5° d'un secrétaire [2 ;]2
  [2 6° d'un représentant [3 du département du Ministère compétent en matière de Pédagogie]3.]2
   Par dérogation à l'alinéa 1er, 4°, une personne proposée par le pouvoir organisateur de l'école spécialisée que l'élève fréquente et qui n'appartient pas au personnel de l'école spécialisée concernée est présente aux réunions où la Commission de soutien délibère sur l'octroi de la dérogation prévue à l'article 4, alinéa 2, de la loi du 6 juillet 1970 sur l'enseignement spécialisé et intégré.
  [5 Par dérogation à l'alinéa 1er, 4°, une personne proposée par l'Institut pour la formation et la formation continue dans les Classes moyennes et les PME est présente lors des séances au cours desquelles la Commission de soutien délibère sur les décisions concernant les mesures de compensation des désavantages ou la protection des notes ou sur la prolongation de ces mesures dans le cas d'un apprenant nécessitant un soutien spécifique.]5
   § 2. Le Gouvernement désigne un suppléant pour chaque membre effectif mentionné au § 1er. En cas de démission ou de perte de la fonction en vertu de laquelle la personne a été désignée membre de la Commission de soutien, le suppléant achève le mandat et un autre suppléant est désigné. Si un membre effectif est empêché, c'est le suppléant qui participe à la séance.
   Le président et son suppléant ainsi que le secrétaire et son suppléant sont désignés parmi les membres de l'administration de l'enseignement en activité de service.
   § 3. Les membres visés au § 1er et leurs suppléants visés au § 2 sont désignés par le Gouvernement pour une période de quatre ans.]1

  
Art. 93.25. [1 Opdrachten
  Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vervult de in de artikelen 93.6, § 4, 93.14, [2 93.21, 93.22, § 3, en 93.23]2 vermelde taken.
  Bovendien is het bevoegd om de afwijkingsmogelijkheid toe te kennen die wordt vermeld in artikel 4, tweede lid, van de wet van 6 juli 1970 op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs.]1

  [3 Voorts doet het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften uitspraak over beroepen tegen beslissingen over redelijke aanpassingen en bescherming van de schoolcijfers en tegen beslissingen over de verlenging van die maatregelen voor op te leiden personen met specifieke onderwijsbehoeften..]3
  
Art. 93.25. [1 Missions.
   La Commission de soutien remplit les missions citées aux articles 93.6, § 4, 93.14, 93.20, 93.22, 93.23, § 3 et 93.24.
   En outre, elle est compétente pour octroyer la dérogation prévue à l'article 4, alinéa 2, de la loi du 6 juillet 1970 sur l'enseignement spécialisé et intégré.]1

  [3 En outre, la Commission de soutien se penche sur les recours contre les décisions concernant les mesures de compensation des désavantages ou la protection des notes ou contre les décisions relatives à la prolongation de ces mesures en ce qui concerne un apprenant nécessitant un soutien spécifique.]3
  
Art. 93.26. [1 Huishoudelijk reglement
  Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften werkt zijn eigen huishoudelijk reglement uit en legt het ter goedkeuring aan de Regering voor.]1

  
Art. 93.26. [1 Règlement d'ordre intérieur.
   La Commission de soutien se dote d'un règlement d'ordre intérieur et le soumet à l'approbation du Gouvernement.]1

  
Art. 93.27. [1 Vrijstelling van leden
  Een lid kan vrijstelling vragen, indien het denkt een moreel belang bij de zaak te hebben of wanneer het denkt dat men zijn onpartijdigheid in twijfel zou kunnen trekken. De voorzitter beslist of aan dat verzoek gevolg wordt gegeven. Hij kan ook op eigen initiatief een lid om dezelfde redenen vrijstellen.
  De voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de gewone leden en de plaatsvervangende leden mogen niet vergaderen over een zaak die hun kind respectievelijk het kind van een familielid tot de vierde graad aanbelangt.]1

  
Art. 93.27. [1 Décharge de membres.
   Un membre peut demander à être déchargé s'il estime avoir un intérêt moral en la cause ou s'il croit que l'on pourrait douter de son impartialité. Le président décide s'il fait droit à cette demande ou pas. Il peut aussi dispenser de sa propre initiative un membre pour les mêmes raisons.
   Le président, le président suppléant, les membres effectifs et les membres suppléants ne peuvent siéger dans une affaire concernant leur enfant, respectivement l'enfant d'un parent jusqu'au 4e degré inclus.]1

  
Art. 93.28. [1 Werkwijze van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften in geval van bijeenroeping krachtens de artikelen 93.6, § 4, 93.14, 93.21, 93.22, § 3, en 93.23
  De voorzitter roept de in het tweede lid vermelde partijen binnen [2 15 werkdagen]2 na ontvangst van het dossier bijeen. Tussen het uitnodigen en het horen van de partijen liggen minstens drie werkdagen, waarbij de poststempel als bewijs geldt.
  Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften hoort de personen belast met de opvoeding, het hoofd van de gewone school in zijn hoedanigheid van voorzitter van de ondersteuningsvergadering en het hoofd van de gespecialiseerde school.
  De personen belast met de opvoeding, het hoofd van de gewone school en het hoofd van de gespecialiseerde school kunnen zich laten bijstaan door een advocaat of een vertegenwoordiger van een vereniging die hun respectieve belangen behartigt. De personen belast met de opvoeding hebben bovendien het recht zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat of een vertegenwoordiger van een vereniging die hun belangen behartigt.
  Het Comité kan een aanvullend onderzoek gelasten. Het kan ook deskundigen consulteren.
  Het feit dat de personen belast met de opvoeding, het hoofd van de gewone school, het hoofd van de gespecialiseerde school of hun respectieve vertegenwoordiger niet op de vergadering verschijnen, belet het Comité niet om uitspraak te doen.
  [3 In geval van beroep tegen beslissingen over redelijke aanpassingen en bescherming van de schoolcijfers en tegen beslissingen over de verlenging van die maatregelen voor op te leiden personen met specifieke onderwijsbehoeften wordt onder hoofd van de gewone school en hoofd van de gespecialiseerde school de directeur van het ZAWM verstaan.]3]1

  
Art. 93.28. [1 Fonctionnement de la Commission de soutien en cas de convocation conformément aux articles 93.6, § 4, 93.14, 93.21, 93.22, § 3, et 93.23.
   Les parties visées à l'alinéa 2 sont convoquées par le président dans les [2 15 jours ouvrables]2 suivant la réception du dossier. Trois jours ouvrables au moins doivent séparer l'invitation et l'audition des parties; le cachet de la poste fait foi.
   Les personnes chargées de l'éducation, le chef d'établissement de l'école ordinaire en sa qualité de président de la Conférence de soutien, et le chef d'établissement de l'école spécialisée sont entendus par la Commission de soutien.
   Les personnes chargées de l'éducation, le chef d'établissement de l'école ordinaire et le chef d'établissement de l'école spécialisée peuvent se faire assister par un avocat ou un représentant d'une association qui défend leurs intérêts respectifs. Les personnes chargées de l'éducation ont, en outre, le droit de se faire représenter par un avocat ou un représentant d'une association qui défend leurs intérêts.
   La Commission de soutien peut ordonner une enquête complémentaire. Elle peut aussi consulter des experts.
   Le fait que les personnes chargées de l'éducation, le chef d'établissement de l'école ordinaire, le chef d'établissement de l'école spécialisée ou encore leur représentant respectif ne comparaissent pas lors de la séance n'empêche pas la Commission de soutien de statuer.]1

  [3 Dans le cas d'un recours contre les décisions concernant les mesures de compensation des désavantages ou la protection des notes et contre les décisions relatives à la prolongation de ces mesures en ce qui concerne un apprenant nécessitant un soutien spécifique, il faut entendre par chef d'établissement de l'école ordinaire et chef d'établissement de l'école spécialisée le directeur du ZAWM. ]3
  
Art. 93.29. [1 Werkwijze van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften indien het wordt bijeengeroepen om een afwijking toe te kennen om een leerling in het gespecialiseerd onderwijs te laten blijven
  De in het tweede lid vermelde partijen worden door de voorzitter bijeengeroepen binnen [2 15 werkdagen]2 na ontvangst van het positieve advies van de klassenraad van de gespecialiseerde school over de vraag of een bepaalde leerling na zijn eenentwintigste jaar in het gespecialiseerd secundair onderwijs kan blijven. Tussen het uitnodigen en het horen van de partijen liggen minstens drie werkdagen, waarbij de poststempel als bewijs geldt.
  De personen belast met de opvoeding en het hoofd van de gespecialiseerde school worden door het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften gehoord.
  De personen belast met de opvoeding en het hoofd van de gespecialiseerde school kunnen zich laten bijstaan door een advocaat of een vertegenwoordiger van een vereniging die hun respectieve belangen behartigt. De personen belast met de opvoeding hebben bovendien het recht zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat of een vertegenwoordiger van een vereniging die hun belangen behartigt.
  Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften kan een aanvullend onderzoek gelasten. Het kan ook deskundigen consulteren.
  Het feit dat de personen belast met de opvoeding, het hoofd van de gespecialiseerde school of hun respectieve vertegenwoordiger niet op de vergadering verschijnen, belet het Comité niet om uitspraak te doen.]1

  
Art. 93.29. [1 Fonctionnement de la Commission de soutien en cas de convocation de la Commission pour octroyer une dérogation en vue du maintien dans l'enseignement spécialisé.
   Les parties citées à l'alinéa 2 sont convoquées par le président dans les [2 15 jours ouvrables]2 suivant la réception de l'avis positif émis par le conseil de classe de l'école spécialisée à propos du maintien de l'élève dans l'école secondaire spécialisée au-delà de son vingt-et-unième anniversaire. Trois jours ouvrables au moins doivent séparer l'invitation et l'audition des parties; le cachet de la poste fait foi.
   Les personnes chargées de l'éducation et le chef d'établissement de l'école spécialisée sont entendus par la Commission de soutien.
   Les personnes chargées de l'éducation et le chef d'établissement de l'école spécialisée peuvent se faire assister par un avocat ou un représentant d'une association qui défend leurs intérêts respectifs. Les personnes chargées de l'éducation ont, en outre, le droit de se faire représenter par un avocat ou un représentant d'une association qui défend leurs intérêts.
   La Commission de soutien peut ordonner une enquête complémentaire. Elle peut aussi consulter des experts.
   Le fait que les personnes chargées de l'éducation, le chef d'établissement de l'école spécialisée ou encore leur représentant respectif ne comparaissent pas lors de la séance n'empêche pas la Commission de soutien de statuer.]1

  
Art. 93.30. [1 Quorum voor de aanwezigheden en de stemming
  Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften kan slechts rechtsgeldig beraadslagen, als [2 minstens drie van de leden vermeld in artikel 93.24, § 1, 1°, 2°, 3°, 4°en 6° - onder wie minstens één lid dat geen personeelslid van het Ministerie is - aanwezig zijn.]2 Is dat niet het geval, dan convoceert de voorzitter binnen vijf werkdagen een nieuwe vergadering. Op die vergadering kan dan een beslissing worden genomen, ongeacht het aantal aanwezige leden.
  Alle in artikel 93.24, § 1, [2 1°, 2°, 3°, 4° en 6°]2 vermelde gewone leden, of indien ze afwezig zijn, hun respectieve plaatsvervangers zijn stemgerechtigd.
  De gemotiveerde beslissing wordt genomen na stemming bij gewone meerderheid. Stemonthoudingen zijn niet toegestaan. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter.]1

  
Art. 93.30. [1 Quorum de présence et de vote.
   La Commission de soutien ne peut délibérer valablement que si [2 au moins 3 des membres mentionnés à l'article 93.24, § 1er, 1°, 2°, 3°, 4° et 6°, sont présents, dont au moins un n'est pas membre du personnel du Ministère]2 . Si ce n'est pas le cas, le président convoque une nouvelle réunion dans les cinq jours ouvrables. Au cours de cette nouvelle réunion, une décision peut être prise indépendamment du nombre de membres présents.
   Tous les membres effectifs cités à l'article 93.24, § 1er, [2 1, 2°, 3°, 4° et 6°]2 , ou s'ils sont absents, leurs suppléants respectifs, ont voix délibérative.
   La décision motivée est prise à l'issue d'un vote à la majorité simple. Les abstentions ne sont pas admises. En cas de parité, la voix du président est prépondérante.]1

  
Art. 93.31. [1 Mededeling van de beslissing
  De gemotiveerde beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften wordt de partijen binnen vijf werkdagen na de vergadering waarin zij werd genomen per aangetekend schrijven meegedeeld.]1

  
Art. 93.31. [1 Communication de la décision.
   La décision motivée de la Commission de soutien est communiquée par recommandé aux parties, dans les cinq jours ouvrables qui suivent la réunion au cours de laquelle elle a été prise.]1

  
Art. 93.32. [1 Werkingskosten en vergoedingen
  De werkingskosten van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften vallen ten laste van de Duitstalige Gemeenschap.
  Bij toepassing van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap ontvangen de leden respectievelijk de plaatsvervangende leden van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften presentiegeld en reiskostenvergoedingen ten laste van de begroting van de Duitstalige Gemeenschap.]1

  
Art. 93.32. [1 Frais de fonctionnement et indemnités.
   Les frais de fonctionnement de la Commission de soutien sont à charge de la Communauté germanophone.
   En application de l'arrêté du Gouvernement du 12 juillet 2001 portant harmonisation des jetons de présence et des indemnités de déplacement au sein d'organismes et de conseils d'administration de la Communauté germanophone, les membres effectifs, respectivement les membres suppléants, perçoivent des jetons de présence et une indemnité de déplacement à charge du budget de la Communauté germanophone.]1

  
Art. 93.32.1. [1 Vertrouwelijkheid
   Met behoud van de toepassing van andersluidende wettelijke of decretale bepalingen moeten de Regering en andere personen die bij de uitvoering van deze afdeling betrokken zijn, de gegevens die hun in de uitoefening van hun opdracht toevertrouwd worden, vertrouwelijk behandelen.]1

  
Art. 93.32.1. [1 Confidentialité
   Sans préjudice de dispositions légales ou décrétales contraires, le Gouvernement et les autres personnes qui sont parties prenantes à l'exécution de la présente section sont tenus de traiter confidentiellement les informations qui leur sont confiées dans l'exercice de leur mission.]1

  
Art. 93.32.2. [1 Verwerking van persoonsgegevens
   De verzameling en verwerking van persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
   De Regering verwerkt persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van de opdrachten die in deze afdeling worden bepaald.
   In het kader van de uitvoering van de artikelen 93.6, § 4, 93.14, 93.21, 93.22, § 3, 93.23 en 93.25 is de Regering de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, punt 7, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming voor de verwerking van de persoonsgegevens.]1

  
Art. 93.32.2. [1 Traitement des données à caractère personnel
   La collecte et le traitement de données à caractère personnel s'effectue dans le respect du règlement général sur la protection des données.
   Le Gouvernement traite des données à caractère personnel exclusivement aux fins d'exécution des missions prévues dans la présente section.
   Dans le cadre de l'exécution des articles 93.6, § 4, 93.14, 93.21, 93.22, § 3, 93.23 et 93.25, le Gouvernement est responsable du traitement des données à caractère personnel au sens de l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données.]1

  
Art. 93.32.3. [1 Gegevenscategorieën
   De Regering kan alle overeenkomstig artikel 93.32.2, derde lid, toereikende, ter zake dienende en niet overmatige persoonsgegevens uit de volgende gegevenscategorieën verwerken:
   1° identiteitsgegevens en contactgegevens van de leerling;
   2° identiteitsgegevens en contactgegevens van de personen belast met de opvoeding van de leerling;
   3° gegevens over het schoolbezoek of, naargelang van het geval, de opleiding van de leerling;
   4° gegevens over de gezinssituatie van de leerling;
   5° gegevens over de sociale en financiële situatie van de leerling;
   6° gegevens over de vrijetijdsbesteding en interesses van de leerling;
   7° gegevens over de gezondheid en de ontwikkeling van de leerling:
   a) gegevens over de lichamelijke gezondheid;
   b) gegevens over inentingen;
   c) gegevens over de geestelijke gezondheid;
   d) gegevens over het gedrag;
   e) gegevens over risico's en risicofactoren;
   8° gevoelige gegevens van de leerling, vermeld in artikel 9 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;
   9° gerechtelijke gegevens over de leerling.
   De Regering preciseert de gegevenscategorieën vermeld in het eerste lid.]1

  
Art. 93.32.3. [1 Catégories de données
   Conformément à l'article 93.32.2, alinéa 3, le Gouvernement peut traiter toutes les données personnelles des catégories suivantes qui sont appropriées, utiles et proportionnées :
   1° les données relatives à l'identité de l'élève et ses données de contact;
   2° les données relatives à l'identité des personnes chargées de l'éducation de l'élève et leurs données de contact;
   3° les données relatives à la fréquentation scolaire ou à la formation de l'élève, selon le cas;
   4° les données relatives à la situation familiale de l'élève;
   5° les données relatives à la situation sociale et financière de l'élève;
   6° les données relatives aux loisirs et centres d'intérêt de l'élève;
   7° les données relatives à la santé et au développement de l'élève :
   a) les données relatives à sa santé physique;
   b) les données relatives à ses vaccinations;
   c) les données relatives à sa santé psychique;
   d) les données relatives à son comportement;
   e) les données relatives aux risques et facteurs de risque;
   8° les données de l'élève particulièrement dignes d'être protégées, mentionnées à l'article 9 du règlement général sur la protection des données;
   9° les données judiciaires relatives à l'élève.
   Le Gouvernement précise les catégories de données mentionnées à l'alinéa 1er.]1

  
Art. 93.32.4. [1 Duur van de gegevensverwerking
   Met behoud van de toepassing van andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen die eventueel in een langere bewaartermijn voorzien, worden de gegevens gedurende tien jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het leerlingendossier, bij het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften verwerkt en bewaard.
   Met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende het archiefwezen worden ze uiterlijk na het verstrijken van die termijn vernietigd.]1

  
Art. 93.32.4. [1 Durée du traitement des données
   Sans préjudice d'autres dispositions légales, décrétales ou règlementaires qui prévoient, le cas échéant, un délai de conservation plus long, les données sont traitées et conservées pendant dix ans à compter de la réception du dossier de l'élève par la commission de soutien.
   Sans préjudice des dispositions relatives à l'archivage, elles sont détruites au plus tard au terme de ce délai.]1

  
HOOFDSTUK VIIIter. [1 - Redelijke aanpassingen en bescherming van de schoolcijfers]1
CHAPITRE VIIIter. [1 - Compensation des désavantages et protection des notes]1
Afdeling 1. [1 - Redelijke aanpassingen]1
Section 1. [1 - La compensation des désavantages]1
Art. 93.33. [1 Definitie
   De redelijke aanpassingen hebben tot doel een onevenwichtige situatie in het lager en secundair onderwijs recht te zetten om discriminatie van de leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te voorkomen.
   De redelijke aanpassingen worden gekenmerkt door passende pedagogische maatregelen die bedoeld zijn om een specifiek individueel tekort te compenseren en de leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften zo in staat te stellen de verworven kennis, bekwaamheden en vaardigheden tot uiting te kunnen brengen.
   De competenties die in de betrokken referentiekaders en leerplannen worden vereist, moeten worden bereikt. Het toekennen van redelijke aanpassingen betekent niet dat met hetzelfde doel gegeven ondersteuning overbodig wordt. Redelijke aanpassingen worden niet in het schoolrapport vermeld.
   Onder "leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften" wordt verstaan :
   1° leerlingen met een zintuiglijke beperking of een waarnemingsstoornis;
   2° leerlingen met vastgestelde bijzondere leerbehoeften of leerstoornissen;
   3° leerlingen met een lichamelijke beperking of een tijdelijke functionele beperking.]1

  
Art. 93.33. [1 Définition
   La compensation des désavantages vise à corriger une situation déséquilibrée dans l'enseignement primaire et secondaire afin de parer une discrimination des élèves nécessitant un soutien spécifique.
   Cette compensation se définit par des aménagements pédagogiques appropriés, destinés à contrebalancer un déficit individuel spécifique et à permettre aux élèves nécessitant un soutien spécifique d'exprimer les connaissances, capacités et aptitudes acquises.
   Les compétences exigées par les référentiels de compétences et les programmes de cours doivent être acquises. L'octroi de mesures visant à compenser des désavantages ne remet pas en question un soutien ayant le même objectif. La compensation des désavantages n'est pas mentionnée sur le bulletin.
   Par "élèves nécessitant un soutien spécifique", l'on entend :
   1° les élèves souffrant de troubles sensoriels ou de la perception;
   2° les élèves dont les besoins spécifiques en termes d'apprentissage ou de troubles d'apprentissage ont été constatés;
   3° les élèves souffrant de troubles moteurs ou de déficit fonctionnel temporaire.]1

  
Art. 93.34. [1 Indiening van de aanvraag
   § 1. De personen belast met de opvoeding dienen een aanvraag voor redelijke aanpassingen in bij het hoofd van de school waar het kind of de jongere ingeschreven is of ingeschreven zal worden. Daarvoor gebruiken ze een door de Regering vastgelegd aanvraagformulier.
   Bij de aanvraag gaat een deskundigenadvies dat niet ouder is dan zes maanden waarin de noodzaak van de redelijke aanpassingen wordt gemotiveerd. Het advies wordt ingewonnen door de personen belast met de opvoeding.
   Het advies vermeld in het tweede lid bevat de volgende gegevens :
   1° naam van de instelling;
   2° titel en beroepsreferenties van de deskundige(n) die de evaluatie en het advies over de leerling opgemaakt heeft/hebben;
   3° de aard van de medische, psychologische en algemene problemen van de leerling;
   4° de tests en technieken waarmee de problemen werden vastgesteld;
   5° relevante sterkten en zwakten van de leerling en de uitwerkingen ervan op het leerproces;
   6° aanbevolen compenserende maatregelen.
   Het indienen van een aanvraag opent geen recht op de compenserende maatregelen die worden aanbevolen.
   § 2. In afwijking van § 1 hoeft geen aanvraag voor redelijke aanpassingen te worden ingediend wanneer de leerling reeds ondersteund wordt door een pedagoog voor specifieke onderwijsbehoeften in het kader van de laagdrempelige onderwijsondersteuning.
   In afwijking van § 1 hoeft geen aanvraag voor redelijke aanpassingen te worden ingediend wanneer de leerling met specifieke onderwijsbehoeften reeds ondersteund wordt in het kader van de hoogdrempelige onderwijsondersteuning. Redelijke aanpassingen worden genoteerd in het individueel ondersteuningsplan van de leerling vermeld in artikel 93.15.
   § 3. In afwijking van § 1 kan het schoolhoofd, na overleg met de personen belast met de opvoeding, redelijke aanpassingen voor een leerling vastleggen.]1

  
Art. 93.34. [1 Introduction de la demande
   § 1er. Les personnes chargées de l'éducation introduisent, auprès du chef de l'établissement dans lequel l'enfant ou le jeune est ou sera inscrit, une demande en vue d'obtenir la compensation des désavantages. Pour ce faire, elles utilisent le formulaire de demande établi par le Gouvernement.
   Un avis rendu par un organisme expert en la matière, datant de moins de six mois et motivant la nécessité de compenser des désavantages, est joint à la demande. L'avis est sollicité par les personnes chargées de l'éducation.
   L'avis mentionné à l'alinéa 2 reprend les données suivantes :
   1° le nom de l'organisme;
   2° le titre et les références professionnelles du ou des experts qui ont établi l'évaluation de l'élève et l'avis;
   3° la nature des problèmes médicaux, psychologiques et généraux de l'élève;
   4° les techniques et tests utilisés pour les constater;
   5° les points forts et les points faibles de l'élève qui peuvent avoir une influence sur le processus d'apprentissage;
   6° les recommandations formulées quant aux mesures de compensation.
   L'introduction d'une demande n'ouvre aucun droit aux mesures de compensation recommandées dans l'avis.
   § 2. Par dérogation au § 1er, aucune demande de compensation ne doit être introduite lorsque l'élève bénéficie déjà d'un soutien apporté par un pédagogue de soutien dans le cadre du soutien élémentaire organisé dans les écoles.
   Par dérogation au § 1er, aucune demande de compensation ne doit être introduite lorsque l'élève nécessitant un soutien pédagogique spécialisé bénéficie déjà d'un soutien dans le cadre du soutien avancé organisé dans les écoles. Les mesures de compensation sont mentionnées dans le plan de soutien individuel de l'élève mentionné à l'article 93.15.
   § 3. Par dérogation au § 1er, le chef d'établissement peut, après avoir discuté avec les personnes chargées de l'éducation, fixer pour un élève des mesures visant à compenser les désavantages.]1

  
Art. 93.35. [1 Beslissing over de redelijke aanpassingen
   § 1. Indien het schoolhoofd de aanvraag vermeld in artikel 93.34, § 1, aanvaardt, legt hij de passende redelijke aanpassingen binnen 15 werkdagen na de aanvraag schriftelijk vast op een door de Regering vastgelegd aanvraagformulier, met inachtneming van de aanbevelingen vermeld in artikel 93.34, § 1, derde lid, 6°, en met medewerking van de met de uitvoering van de redelijke aanpassingen belaste leden van het bestuurspersoneel, onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel en het personeel [2 van het Centrum voor bevorderingspedagogiek]2. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
   Met behoud van de toepassing van het eerste lid houden het schoolhoofd en de met de uitvoering van de maatregelen belaste leden van het bestuurspersoneel, onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel, alsook de verantwoordelijken voor het technisch en beroepsonderwijs en de bedrijfsverantwoordelijken rekening met de veiligheids- en gezondheidsvereisten en, naargelang van het geval, de bedrijfsvereisten bij het vastleggen van redelijke aanpassingen, indien de aanvraag betrekking heeft op een leerling van de doorstromingsafdeling en de kwalificatieafdeling van het technisch onderwijs, van de kwalificatieafdeling van het beroepsonderwijs of van het onderwijs met beperkt leerplan. Dat kan ertoe leiden dat op grond van die vereisten op deelgebieden geen redelijke aanpassingen kunnen worden toegekend.
   De redelijke aanpassingen kunnen van technische, persoonlijke, organisatorische of infrastructurele aard zijn.
   Bij het vastleggen van de redelijke aanpassingen kan het schoolhoofd zich laten adviseren door externe deskundigen.
   § 2. Onder passende redelijke aanpassingen worden de volgende maatregelen verstaan :
   1° ze zijn doelgericht aan de individuele behoeften van de leerling aangepast;
   2° ze zorgen ervoor dat de leerling, afhankelijk van zijn mogelijkheden, aan alle schoolse activiteiten kan deelnemen;
   3° ze zorgen ervoor dat de autonomie van de leerling gewaarborgd blijft wanneer hij voldoet aan de eisen die aan hem worden gesteld;
   4° ze waarborgen de veiligheid en de waardigheid van de persoon met specifieke onderwijsbehoeften.
   Een aanpassing die financieel en/of organisatorisch niet in verhouding staat tot het nut van de aanpassing, moet als niet-passend worden beschouwd.
   § 3. Het schoolhoofd deelt de beslissing over de redelijke aanpassingen binnen vijf werkdagen na de dag waarop de beslissing genomen is per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs mee aan de personen belast met de opvoeding. De datum van de poststempel of van het ontvangstbewijs geldt als indieningsdatum.
   Tegelijkertijd deelt het schoolhoofd de beslissing over de redelijke aanpassingen schriftelijk mee aan de met de uitvoering van de redelijke aanpassingen belaste leden van het bestuurspersoneel, onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel en aan het met de uitvoering van de redelijke aanpassingen belaste leden [2 van het Centrum voor bevorderingspedagogiek]2.]1

  
Art. 93.35. [1 Décision concernant les mesures de compensation
   § 1er. Si le chef d'établissement fait droit à la demande visée à l'article 93.34, § 1er, il fixe, dans un délai de 15 jours ouvrables suivant l'introduction de ladite demande, par écrit sur un formulaire de demande établi par le Gouvernement, des mesures de compensation appropriées; pour ce, il tient compte des recommandations mentionnées à l'article 93.34, § 1er, alinéa 3, 6°, et implique les membres du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique et du personnel [2 du centre de pédagogie de soutien]2 chargés d'exécuter les mesures de compensation. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
   Sans préjudice de l'alinéa 1er, le chef d'établissement, les membres du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique chargés d'exécuter les mesures de compensation, les responsables des cours techniques et professionnels ainsi que ceux des entreprises tiennent compte, lors de la mise en place des mesures de compensation, des exigences en matière de sécurité et d'hygiène ainsi que des besoins opérationnels lorsque la demande concerne un élève de l'enseignement technique de transition ou de qualification, de l'enseignement professionnel de qualification ou de l'enseignement à horaire réduit. Il se pourrait qu'en raison de ces exigences, aucune mesure de compensation ne puisse être accordée dans des sous-domaines.
   Les mesures de compensation peuvent être de nature technique, personnelle, organisationnelle ou infrastructurelle.
   Lors de la fixation des mesures de compensation, le chef d'établissement peut demander l'avis d'experts externes.
   § 2. Sont considérées comme mesures de compensation appropriées celles qui :
   1° sont adaptées aux besoins individuels de l'élève;
   2° veillent à ce que l'élève participe à toutes les activités scolaires selon ses possibilités;
   3° veillent à ce que l'autonomie de l'élève reste assurée lorsqu'il répond aux exigences lui étant imposées;
   4° garantissent la sécurité et la dignité de la personne nécessitant un soutien spécifique.
   Une mesure de compensation qui représente un investissement financier ou organisationnel disproportionné par rapport à son utilité est considéré comme inappropriée.
   § 3. Dans un délai de cinq jours ouvrables suivant le jour où la décision concernant les mesures de compensation a été prise, le chef d'établissement la transmet aux personnes chargées de l'éducation, par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception. La date du cachet de la poste ou de l'accusé de réception fait foi.
   Au même moment, le chef d'établissement transmet la décision concernant les mesures de compensation, par écrit, aux membres du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique et du personnel [2 du centre de pédagogie de soutien]2 chargés d'exécuter les mesures de compensation.]1

  
Art. 93.36. [1 Geldigheidsduur van de redelijke aanpassingen
   De redelijke aanpassingen zijn vanaf de dag van de beslissing vermeld in artikel 93.35 hoogstens geldig voor het lopende schooljaar en het daaropvolgende schooljaar en kunnen met toestemming van de personen belast met de opvoeding op de aanvraag vermeld in artikel 93.34, § 1 aangepast worden of voor hoogstens twee schooljaren verlengd worden [2 , waarbij meerdere verlengingen mogelijk zijn]2.
   De geldigheidsduur van de redelijke aanpassingen wordt opgenomen in de beslissing vermeld in artikel 93.35 en 93.37, derde lid.
   Wanneer de leerling van school verandert, zijn de redelijke aanpassingen bindend voor de school waar hij zich laat inschrijven. De personen belast met de opvoeding hebben de plicht de school waar ze de leerling laten inschrijven, in te lichten over de toegekende redelijke aanpassingen en haar alle relevant geachte documenten te bezorgen.]1

  
Art. 93.36. [1 Validité des mesures de compensation des désavantages
   Les mesures de compensation entrent en vigueur le jour où la décision mentionnée à l'article 93.35 est prise et restent valables au moins pour l'année scolaire en cours et la suivante; avec l'accord des parents, elles peuvent être adaptées sur la demande visée à l'article 93.34, § 1er, ou prolongées pour maximum deux années scolaires [2 , plusieurs prolongations étant possibles ]2.
   La durée de validité des mesures de compensation est indiquée sur la décision mentionnée à l'article 93.35 et à l'article 93.37, alinéa 3.
   Dans le cas d'un changement d'école, les mesures de compensation sont contraignantes pour la nouvelle école. Il incombe aux personnes chargées de l'éducation d'informer la nouvelle école des mesures de compensation accordées et de lui faire parvenir tous les documents jugés pertinents. ]1

  
Art. 93.37. [1 Opnieuw overdenken van de redelijke aanpassingen
   Het schoolhoofd is verantwoordelijk voor de uitvoering van de beslissing vermeld in artikel 93.35.
   Indien redelijke aanpassingen voor afloop van de geldigheidsduur niet meer noodzakelijk zijn, kan het schoolhoofd die aanpassingen met schriftelijke toestemming of op verzoek van de personen belast met de opvoeding opheffen.
   Indien de personen belast met de opvoeding voor afloop van de geldigheidsduur een aanvraag om verlenging van de redelijke aanpassingen indienen, worden de vastgelegde redelijke aanpassingen door het schoolhoofd, met medewerking van de met de uitvoering van de redelijke aanpassingen belaste leden van het bestuurspersoneel, onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel en het personeel [2 van het Centrum voor bevorderingspedagogiek]2 opnieuw overdacht, aangepast, verlengd of opgeheven. De beslissing over de redelijke aanpassingen en de geldigheidsduur van de redelijke aanpassingen zijn in overeenstemming met de artikelen 93.35 en 93.36.
   Het geven van een nieuw advies is niet dwingend noodzakelijk, maar moet worden ingeschat door de met de uitvoering van de redelijke aanpassingen belaste leden van het bestuurspersoneel, onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel en het personeel [2 van het Centrum voor bevorderingspedagogiek]2. Een advies kan echter slechts maximaal zes jaar geldig zijn.]1

  
Art. 93.37. [1 Vérification des mesures de compensation des désavantages
   Le chef d'établissement est responsable de la mise en oeuvre de la décision mentionnée à l'article 93.35.
   Si des mesures de compensation se révèlent inutiles avant l'expiration de la durée de validité, le chef d'établissement peut les lever moyennant l'accord écrit des personnes chargées de l'éducation ou à la demande de celles-ci.
   Si celles-ci introduisent une demande de prolongation avant l'expiration de la durée de validité des mesures en question, le chef d'établissement vérifie, adapte, prolonge ou lève lesdites mesures avec le concours des membres du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique et du personnel [2 du centre de pédagogie de soutien]2 chargés d'exécuter ces mesures. La décision et la validité des mesures de compensation sont conformes aux articles 93.35 et 93.36.
   L'avis ne doit pas impérativement être renouvelé; le renouvellement est toutefois soumis à l'évaluation des membres du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique et du personnel [2 du centre de pédagogie de soutien]2, membres qui sont chargés d'exécuter les mesures de compensation. Un avis n'est néanmoins valable que six ans au maximum.]1

  
Afdeling 2. [1 - Bescherming van de schoolcijfers]1
Section 2. [1 - La protection des notes]1
Art. 93.38. [1 Definitie
   Bescherming van de schoolcijfers is het niet-beoordelen van de leerling in één of meer deelgebieden van de competenties die in het referentiekader of in het leerplan worden vereist en beschreven en kan alleen aangevraagd worden voor het lager en het secundair onderwijs.
   Bescherming van de schoolcijfers is de maatregel die de leerling met specifieke onderwijsbehoeften bij de berekening en de beoordeling van de schoolprestatie moet beschermen tegen de mogelijke negatieve uitwerkingen van zijn beperking op zijn schoolloopbaan, zijn motivatie en zijn psychische ontwikkeling.
   Redelijke aanpassingen hebben voorrang op de bescherming van de schoolcijfers.
   Leerlingen met een verstandelijke beperking en een intelligentiequotiënt beneden het gemiddelde komen niet in aanmerking voor de bescherming van de schoolcijfers. Voor het intelligentiequotiënt wordt het gemiddelde op 100 gesteld met een standaardafwijking van 15. Een intelligentiequotiënt beneden het gemiddelde ligt aldus onder 85.]1

  
Art. 93.38. [1 Définition
   La protection des notes s'opère lorsque l'élève n'est pas évalué dans un ou plusieurs sous-domaines des compétences exigées dans le cadre des référentiels de compétences ou des programmes de cours et peut uniquement être sollicitée pour l'enseignement primaire et secondaire.
   La protection des notes consiste, lors de l'évaluation certificative des compétences, à préserver l'élève nécessitant un soutien spécifique des conséquences négatives que son handicap peut éventuellement avoir sur sa scolarité, sa motivation et son développement psychique.
   Les mesures de compensation priment sur la protection des notes.
   Les élèves qui présentent un handicap mental et qui ont un quotient intellectuel inférieur à la moyenne ne bénéficient pas de la protection des notes. Le quotient intellectuel moyen se situe à 100, avec un écart-type de 15. En dessous de 85, le quotient est considéré comme étant en dessous de la moyenne.]1

  
Art. 93.39. [1 Indiening van de aanvraag
   § 1. De personen belast met de opvoeding dienen een aanvraag voor bescherming van de schoolcijfers in bij het hoofd van de school waar het kind of de jongere ingeschreven is of ingeschreven zal worden. Daarvoor gebruiken ze een door de Regering vastgelegd aanvraagformulier.
   Bij de aanvraag worden de volgende stukken gevoegd : de beslissing van het schoolhoofd over de redelijke aanpassingen, de documentatie over die maatregelen en een deskundigenadvies. Het advies mag niet ouder zijn dan zes maanden en bevat de redenen waarom de bescherming van de schoolcijfers noodzakelijk is en wordt ingewonnen door de personen belast met de opvoeding. Indien het advies opgemaakt wordt door een andere instelling [2 dan het Centrum voor bevorderingspedagogiek]2, dan moeten de personen belast met de opvoeding het advies door het centrum laten goedkeuren. Het centrum onderzoekt binnen 15 werkdagen in hoeverre het advies de onderstaande gegevens bevat. Indien het centrum na inhoudelijk onderzoek tot de slotsom komt dat het advies niet goedgekeurd kan worden of dat de in het derde lid vermelde gegevens in het advies ontbreken, zendt het centrum per gewone brief een met redenen omklede weigering aan de personen belast met de opvoeding. Het is de taak van de personen belast met de opvoeding om bij het centrum of bij een andere instelling een nieuw advies in te winnen. Het centrum houdt een bijgewerkte en voor het publiek toegankelijke lijst bij van de door het centrum erkende tests en technieken om de medische, psychologische en algemene problemen vast te stellen.
   Het advies vermeld in het tweede lid bevat de volgende gegevens :
   1° naam van de instelling;
   2° titel en beroepsreferenties van de deskundige/deskundigen die de evaluatie en het advies over de leerling opgemaakt heeft/hebben;
   3° de aard van de medische, psychologische en algemene problemen van de leerling;
   4° de tests en technieken waarmee de problemen werden vastgesteld;
   5° relevante sterkten en zwakten van de leerling en de uitwerkingen ervan op het leerproces;
   6° aanbevelingen over deelgebieden die relevant zijn voor de bescherming van de schoolcijfers.
   Het indienen van een aanvraag opent geen recht op de bescherming van de schoolcijfers op de deelgebieden die in het advies worden aanbevolen.
   § 2. Na overleg met de betrokken leden van het bestuurspersoneel, onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel en het personeel [2 van het Centrum voor bevorderingspedagogiek]2 deelt het schoolhoofd binnen 15 werkdagen zijn standpunt mee over de aanvraag vermeld in § 1 en bepaalt hij met inachtneming van de aanbevelingen vermeld in § 1, derde lid, 6°, de deelgebieden van het referentiekader of het leerplan die onder de bescherming van de schoolcijfers vallen en bezorgt de ingevulde aanvraag per gewone brief aan de onderwijsinspectie. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
   De aanvraag van het schoolhoofd bevat :
   1° de aanvraag vermeld in § 1 en de bijlagen ervan;
   2° het standpunt van het schoolhoofd;
   3° aanbevelingen over deelgebieden van het referentiekader of van het leerplan die relevant zijn voor de bescherming van de schoolcijfers;
   4° alle andere relevant geachte documenten.
   Voor het bepalen van zijn standpunt kan het schoolhoofd zich laten adviseren door externe deskundigen.
   § 3. In afwijking van de §§ 1 en 2 dient de voorzitter van de ondersteuningsvergadering, in overleg met de in artikel 93.12, § 1, vermelde leden van de ondersteuningsvergadering, een aanvraag om bescherming van de schoolcijfers in, indien de leerling met specifieke onderwijsbehoeften al ondersteund wordt in het kader van de hoogdrempelige ondersteuning in de gewone school. Daarvoor gebruikt hij een door de Regering vastgelegd aanvraagformulier.
   De aanvraag van de voorzitter van de ondersteuningsvergadering bevat :
   1° de aanvraag vermeld in het eerste lid;
   2° het reeds voorliggende advies over de vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning vermeld in artikel 93.7;
   3° het individueel ondersteuningsplan van de leerling vermeld in artikel 93.15;
   4° de door de leden van de ondersteuningsvergadering vastgelegde beslissing over de redelijke aanpassingen en de documentatie over de maatregelen die op dat gebied al zijn uitgevoerd;
   5° het standpunt van de leden van de ondersteuningsvergadering;
   6° aanbevelingen over deelgebieden van het referentiekader of van het leerplan die relevant zijn voor de bescherming van de schoolcijfers;
   7° alle andere relevant geachte documenten.
   Het indienen van een aanvraag opent geen recht op de bescherming van de schoolcijfers op de deelgebieden die in de aanvraag worden aanbevolen.
   De voorzitter van de ondersteuningsvergadering bezorgt de aanvraag per gewone brief aan de onderwijsinspectie.
   § 4. Met behoud van de toepassing van de §§ 2 en 3 houden het schoolhoofd en de met de uitvoering van de maatregelen belaste leden van het bestuurspersoneel, onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel, de medewerkers van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren, alsook de verantwoordelijken voor het technisch en beroepsonderwijs en de bedrijfsverantwoordelijken rekening met de veiligheids- en gezondheidsvereisten en, naargelang van het geval, de bedrijfsvereisten bij de aanbevelingen over deelgebieden van het referentiekader of van het leerplan die relevant zijn voor de bescherming van de schoolcijfers, indien de aanvraag betrekking heeft op een leerling van de doorstromingsafdeling en kwalificatieafdeling van het technisch onderwijs, van de kwalificatieafdeling van het beroepsonderwijs of van het onderwijs met beperkt leerplan.
   § 5. Indien een bescherming van de schoolcijfers voor het eerst in het eerste jaar van het secundair onderwijs of in het eerste jaar van het lager onderwijs wordt aangevraagd, moet een termijn van twee observatiemaanden in acht worden genomen voordat de personen belast met de opvoeding de aanvraag kunnen indienen.]1

  
Art. 93.39. [1 Introduction de la demande
   § 1er. Les personnes chargées de l'éducation introduisent une demande de protection des notes auprès du chef de l'établissement dans lequel l'enfant ou le jeune est ou sera inscrit. Pour ce faire, elles utilisent le formulaire de demande établi par le Gouvernement.
   La demande est accompagnée de la décision prise par le chef d'établissement à propos des mesures de compensation, des documents relatifs à ces mesures ainsi que d'un avis rendu par un organisme expert en la matière. L'avis ne date pas de plus de six mois et motive la nécessité de protéger les notes; il est demandé par les personnes chargées de l'éducation. Si l'avis est établi par un organisme autre que [2 le centre de pédagogie de soutien]2, les personnes chargées de l'éducation doivent le faire approuver par ledit centre. Dans un délai de 15 jours ouvrables, le centre vérifie si l'avis contient les données mentionnées ci-dessous. Si le centre conclut que, après examen du contenu, l'avis ne peut être approuvé ou qu'il ne reprend pas les données mentionnées à l'alinéa 3, il transmet un refus motivé aux personnes chargées de l'éducation, et ce, par simple courrier. Il revient aux personnes chargées de l'éducation de solliciter un nouvel avis soit auprès du centre, soit auprès d'un autre organisme. Le centre tient une liste actualisée, accessible au public, qui présente les techniques et tests reconnus par lui et visant à établir les problèmes médicaux, psychologiques et généraux.
   L'avis mentionné à l'alinéa 2 reprend les données suivantes :
   1° le nom de l'organisme;
   2° le titre et les références professionnelles du ou des experts qui ont établi l'évaluation de l'élève et l'avis;
   3° la nature des problèmes médicaux, psychologiques et généraux de l'élève;
   4° les techniques et tests utilisés pour les constater;
   5° les points forts et les points faibles de l'élève qui peuvent avoir une influence sur le processus d'apprentissage;
   6° les recommandations formulées quant aux sous-domaines pertinents pour la protection des notes.
   L'introduction d'une demande n'ouvre aucun droit à la protection des notes dans les sous-domaines recommandés dans l'avis.
   § 2. Après avoir consulté les membres concernés du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique et du personnel [2 du centre de pédagogie de soutien]2, le chef d'établissement se prononce, dans un délai de 15 jours ouvrables, sur la demande mentionnée au § 1er, définit les sous-domaines du référentiel de compétences ou, selon le cas, du programme de cours concernés par la protection des notes en tenant compte des recommandations visées au § 1er, alinéa 3, 6°, et transmet la demande complète à l'inspection scolaire par simple courrier. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
   La demande du chef d'établissement contient :
   1° la demande et les annexes mentionnées au § 1er;
   2° la prise de position adoptée par le chef d'établissement;
   3° les recommandations formulées quant aux sous-domaines du référentiel de compétences ou du programme de cours pertinents pour la protection des notes;
   4° tous les autres documents jugés pertinents.
   Lors de sa prise de position, le chef d'établissement peut demander l'avis d'experts externes.
   § 3. Par dérogation aux §§ 1er et 2, le président de la Conférence de soutien, en accord avec les membres de la Conférence de soutien mentionnés à l'article 93.12, § 1er, introduit une demande de protection des notes si l'élève nécessitant un soutien pédagogique spécialisé bénéficie déjà d'un soutien dans le cadre du soutien avancé organisé dans l'enseignement ordinaire. Pour ce faire, il utilise le formulaire de demande établi par le Gouvernement.
   La demande du président de la Conférence de soutien contient :
   1° la demande mentionnée à l'alinéa 1er;
   2° l'avis tel que mentionné à l'article 93.7 et qui constate la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé;
   3° le plan de soutien individuel mentionné à l'article 93.15;
   4° la décision concernant la compensation des désavantages prise par les membres de la Conférence de soutien et la documentation concernant les mesures déjà menées dans ce domaine;
   5° la prise de position adoptée par les membres de la Conférence de soutien;
   6° les recommandations formulées quant aux sous-domaines du référentiel de compétences ou du programme de cours pertinents pour la protection des notes;
   7° tous les autres documents jugés pertinents.
   L'introduction d'une demande n'ouvre aucun droit à la protection des notes dans les sous-domaines y recommandés.
   Le président de la Conférence de soutien adresse, par simple courrier, la demande à l'inspection scolaire.
   § 4. Sans préjudice des §§ 2 et 3, le chef d'établissement, les membres du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique chargés d'exécuter les mesures, les collaborateurs [2 du centre de pédagogie de soutien]2, les responsables des cours techniques et professionnels ainsi que ceux des entreprises tiennent compte, lors des recommandations relatives aux sous-domaines du référentiel de compétences ou du programme de cours concernés par la protection des notes, des exigences en matière de sécurité et d'hygiène ainsi que des besoins opérationnels lorsque la demande concerne un élève de l'enseignement technique de transition ou de qualification, de l'enseignement professionnel de qualification ou de l'enseignement à horaire réduit. Il se pourrait qu'en raison de ces exigences, aucune mesure de protection des notes ne puisse être accordée dans des sous-domaines.
   § 5. Si une protection des notes est demandée pour la première fois en première année primaire ou secondaire, il convient de respecter un délai d'observation de deux mois avant que les personnes chargées de l'éducation puissent introduire la demande.]1

  
Art. 93.40. [1 Beslissing van de onderwijsinspectie
   De onderwijsinspectie beslist binnen twintig werkdagen na ontvangst van de aanvraag vermeld in artikel 93.39, § 2 of § 3, over de bescherming van de schoolcijfers. Aangezien de eindgetuigschriften als volwaardige diploma's moeten worden beschouwd, wordt bij de goedkeuring van de bescherming van de schoolcijfers rekening gehouden met de omvang van het deelgebied waarvoor de bescherming van de schoolcijfers zou moeten gelden; het deelgebied is altijd beperkt. In geval van stilzwijgen van de onderwijsinspectie wordt de aanvraag als goedgekeurd beschouwd. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
   De beslissing van de onderwijsinspectie wordt per gewone brief meegedeeld aan het schoolhoofd of aan de voorzitter van de ondersteuningsvergadering binnen drie werkdagen na de dag waarop de beslissing werd genomen.
   Het schoolhoofd of de voorzitter van de ondersteuningsvergadering licht de personen belast met de opvoeding per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs in over de beslissing betreffende de bescherming van de schoolcijfers binnen drie werkdagen na ontvangst van de beslissing. De datum van de poststempel of van het ontvangstbewijs geldt als indieningsdatum.
   Het schoolhoofd of de voorzitter van de ondersteuningsvergadering licht de betrokken leden van het bestuurspersoneel, onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel binnen drie werkdagen na ontvangst van de beslissing schriftelijk in over de bescherming van de schoolcijfers.
   Indien bescherming van de schoolcijfers werd toegekend, wordt dit, samen met de betreffende deelgebieden van het referentiekader of van het leerplan, vermeld in het schoolrapport van de leerling. De schoolcijfers die vóór de toekenning van de bescherming van de schoolcijfers werden gegeven, mogen niet gewijzigd worden.]1

  
Art. 93.40. [1 Décision de l'inspection scolaire
   L'inspection scolaire se prononce, dans un délai de 20 jours ouvrables suivant la réception de la demande de protection des notes mentionnée à l'article 93.39, §§ 2 ou 3. Chaque certificat d'études ou d'enseignement devant être considéré comme un diplôme à part entière, le volume du sous-domaine concerné par la protection des notes est pris en compte lors de l'approbation de ladite protection des notes; le sous-domaine est toujours limité. Si l'inspection scolaire n'a pas statué, la demande est censée être approuvée. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
   Dans un délai de trois jours ouvrables suivant la prise de décision, l'inspection scolaire transmet celle-ci au chef d'établissement ou au président de la Conférence de soutien par simple courrier.
   Dans un délai de trois jours ouvrables suivant la réception de la décision, le chef d'établissement ou le président de la Conférence de soutien informe les personnes chargées de l'éducation par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception. La date du cachet de la poste ou de l'accusé de réception fait foi.
   Dans un délai de trois jours après réception de la décision, le chef d'établissement ou le président de la Conférence de soutien informe par écrit les membres concernés du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique que les notes sont protégées.
   Si la protection des notes est accordée, celle-ci est mentionnée dans le bulletin de l'élève en reprenant également les sous-domaines concernés du référentiel de compétences ou, selon le cas, du programme de cours. Les notes attribuées avant l'approbation de la protection des notes ne peuvent être modifiées.]1

  
Art. 93.41. [1 Geldigheidsduur van de bescherming van de schoolcijfers
   De bescherming van de schoolcijfers is vanaf de dag van de beslissing vermeld in artikel 93.40, eerste lid, hoogstens geldig voor het lopende schooljaar en het daaropvolgende schooljaar en kan op basis van een aanvraag als vermeld in artikel 93.39, § 2 of § 3, voor telkens twee schooljaren verlengd worden [2 , waarbij meerdere verlengingen mogelijk zijn]2.
   De geldigheidsduur van de bescherming van de schoolcijfers wordt vermeld in de beslissing vermeld in artikel 93.40, eerste lid.
   Indien de aanvraag om bescherming van de schoolcijfers in geval van stilzwijgen van de onderwijsinspectie overeenkomstig artikel 93.40, eerste lid, als goedgekeurd wordt beschouwd, geldt de bescherming van de schoolcijfers voor het lopende schooljaar en voor het daaropvolgende schooljaar.
   Wanneer de leerling van school verandert, is de bescherming van de schoolcijfers bindend voor de school waar hij zich laat inschrijven. De personen belast met de opvoeding hebben de plicht de school waar ze de leerling laten inschrijven, in te lichten over de toegekende bescherming van de schoolcijfers en haar alle relevant geachte documenten te bezorgen.]1

  
Art. 93.41. [1 Validité de la protection des notes
   La protection des notes entre en vigueur le jour où la décision mentionnée à l'article 93.40, alinéa 1er, est prise et reste valable au plus pour l'année scolaire en cours et la suivante; elle peut être prolongée, par la demande visée à l'article 93.39, §§ 2 ou 3, chaque fois pour deux années scolaires [2 , plusieurs prolongations étant possibles ]2.
   La durée de validité de la protection des notes est indiquée sur la décision mentionnée à l'article 93.40, alinéa 1er.
   Si la demande de protection des notes a été approuvée par acceptation tacite de l'inspection scolaire conformément à l'article 93.40, alinéa 1er, ladite protection des notes est valable pour l'année scolaire en cours et la suivante.
   Dans le cas d'un changement d'école, la protection des notes est contraignante pour la nouvelle école. Il incombe aux personnes chargées de l'éducation d'informer la nouvelle école que la protection des notes a été approuvée et de lui faire parvenir tous les documents jugés pertinents.]1

  
Art. 93.42. [1 Evaluatie en controle van de bescherming van de schoolcijfers
   § 1. Het schoolhoofd is verantwoordelijk voor de uitvoering van de beslissing vermeld in artikel 93.40.
   § 2. Het schoolhoofd evalueert jaarlijks de bescherming van de schoolcijfers, samen met de betrokken leden van het bestuurspersoneel, onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel en betrekt de personen belast met de opvoeding erbij.
   Het werkelijke prestatieniveau wordt op het einde van het schooljaar afzonderlijk meegedeeld aan de personen belast met de opvoeding.
   § 3. Voordat de geldigheidsduur van de bescherming van de schoolcijfers afloopt, controleert het schoolhoofd, in overleg met de betrokken leden van het bestuurspersoneel, onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel, of de schoolcijfers nog moeten worden beschermd en betrekt de personen belast met de opvoeding daarbij. Als die bescherming nog noodzakelijk is, dient het schoolhoofd een met redenen omklede aanvraag om verlenging in. De aanvraag stemt overeen met de aanvraag vermeld in artikel 93.39, § 2 of § 3. Daarvoor gebruikt hij een door de Regering vastgelegd formulier.
   De beslissing van de onderwijsinspectie en de geldigheidsduur van de bescherming van de schoolcijfers zijn in overeenstemming met de artikelen 93.40 en 93.41.
   Het geven van een nieuw advies is niet dwingend noodzakelijk, maar moet worden ingeschat door de met de uitvoering van de bescherming van de schoolcijfers belaste leden van het bestuurspersoneel, onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel en [2 van het Centrum voor bevorderingspedagogiek]2. Een advies is hoogstens zes jaar geldig.]1

  
Art. 93.42. [1 Evaluation et vérification de la protection des notes
   § 1er. Le chef d'établissement est responsable de la mise en oeuvre de la décision mentionnée à l'article 93.40.
   § 2. Le chef d'établissement évalue chaque année la protection des notes avec les membres concernés du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique en impliquant les personnes chargées de l'éducation.
   Le niveau effectif de restitution des acquis est communiqué séparément, à la fin de l'année scolaire, aux personnes chargées de l'éducation.
   § 3. Avant l'expiration de la validité de la protection des notes, le chef d'établissement, en concertation avec les membres concernés du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique et avec les personnes chargées de l'éducation, vérifie la nécessité de protéger les notes. Le chef d'établissement introduit, le cas échéant, une demande motivée de prolongation. Cette demande correspond à celle mentionnée à l'article 93.39, §§ 2 ou 3. Pour ce faire, il utilise un des formulaires établis par le Gouvernement.
   La décision rendue par l'inspection scolaire et la validité de la protection des notes correspondent aux articles 93.40 et 93.41.
   L'avis ne doit pas impérativement être renouvelé; le renouvellement est toutefois soumis à l'évaluation des membres du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique et du personnel [2 du centre de pédagogie de soutien]2 chargés d'exécuter les mesures de protection des notes. Un avis est valable six ans au maximum.]1

  
Art. 93.43. [1 Overgang
   De klassenraad beslist op pedagogisch verantwoorde basis en in het belang van de leerling over de overgang van leerlingen van wie het prestatieniveau in één of meer deelgebieden van het leerplan of referentiekader op grond van de behoefte aan bijzondere ondersteuning die bij hen werd vastgesteld en op grond van de bescherming van de schoolcijfers die daarvoor werd toegekend, niet in overeenstemming is met de eisen die aan het leerjaar worden gesteld.]1

  
Art. 93.43. [1 Passage à la classe supérieure
   En ce qui concerne les élèves dont le niveau de restitution des acquis dans un ou plusieurs sous-domaines du programme de cours ou du référentiel de compétences ne correspond pas aux exigences de l'année d'études en raison de leurs besoins spécifiques constatés et de la protection des notes correspondante accordée, le conseil de classe statue sur leur passage dans la classe supérieure en prenant ses responsabilités pédagogiques et dans l'intérêt de l'élève.]1

  
Art. 93.44. [1 Overstap van de lagere school naar de secundaire school
   Indien de schoolcijfers in het zesde jaar van het lager onderwijs voor het lopende schooljaar en het daaropvolgende schooljaar werden beschermd, is de secundaire school ertoe verplicht die bescherming van de schoolcijfers in het eerste jaar van het secundair onderwijs te behouden.]1

  
Art. 93.44. [1 Passage de l'école primaire à l'école secondaire
   Une protection des notes qui est accordée en 6e année primaire et vaut pour l'année scolaire en cours et l'année scolaire suivante oblige l'école secondaire à appliquer cette mesure en première année du secondaire.]1

  
Art. 93.45. [1 Beëindiging van de bescherming van de schoolcijfers
   De bescherming van de schoolcijfers die door de in artikel 93.40 vermelde beslissing werd goedgekeurd, kan op basis van een consensusgebaseerde beslissing tussen de personen belast met de opvoeding en het schoolhoofd, in overleg met de betrokken leden van het bestuurspersoneel, onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, paramedisch en psychosociaal personeel, vóór afloop van de toegekende geldigheidsduur opgeheven worden. In dat geval moet de onderwijsinspectie schriftelijk daarover worden ingelicht.]1

  
Art. 93.45. [1 Fin de la protection des notes
   En se basant sur une décision consensuelle prise par les personnes chargées de l'éducation et le chef d'établissement en concertation avec les membres concernés du personnel directeur, enseignant, auxiliaire d'éducation, paramédical et sociopsychologique, la protection des notes approuvée par la décision mentionnée à l'article 93.40 peut être levée avant l'expiration de la durée autorisée. Dans ce cas, il convient d'informer par écrit l'inspection scolaire.]1

  
Afdeling 3. [1 - Bijeenroeping van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften]1
Section 3. [1 - Convocation de la Commission de soutien]1
Art. 93.46. [1 Bijeenroeping van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften
   Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met één van de beslissingen inzake redelijke aanpassingen of bescherming van de schoolcijfers vermeld in de artikelen 93.35, 93.37, derde lid, 93.40 of 93.42, § 3, kunnen ze binnen acht kalenderdagen na ontvangst van de beslissing per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs beroep instellen bij de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. De datum van de poststempel of van het ontvangstbewijs geldt als indieningsdatum.
   Het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften bezorgt de personen belast met de opvoeding en het hoofd van de gewone of gespecialiseerde school, binnen 20 werkdagen na verzending van de aangetekende brief vermeld in het vorige lid, per aangetekende brief zijn met redenen omklede beslissing, alsook zijn aanbeveling over de redelijke aanpassingen of de bescherming van de schoolcijfers die in het volgende schooljaar moeten worden ingezet.
   Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, delen zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter van dat Comité, binnen een termijn van veertien werkdagen na verzending van de aangetekende brief die de beslissing bevat. Deze verwijst de zaak vervolgens naar de bevoegde jeugdrechter.
   De procedure vermeld in artikel 93.28 is van toepassing.]1
.
  [2 Dit artikel is van toepassing op de op te leiden personen met specifieke onderwijsbehoeften, waarbij onder hoofd van de gewone school en hoofd van de gespecialiseerde school de directeur van het ZAWM en onder schooljaar het opleidingsjaar wordt verstaan.]2
  
Art. 93.46. [1 Convocation de la Commission de soutien
   Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec l'une des décisions mentionnées aux articles 93.35, 93.37, alinéa 3, 93.40 ou 93.42, § 3, et concernant la compensation des désavantages ou la protection des notes, elles peuvent, par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception, introduire un recours auprès du président de la Commission de soutien dans un délai de huit jours calendrier suivant la réception de ladite décision. La date du cachet de la poste ou de l'accusé de réception fait foi.
   Dans un délai de 20 jours ouvrables suivant l'envoi recommandé mentionné à l'alinéa précédent, la Commission de soutien transmet aux personnes chargées de l'éducation, au chef de l'établissement d'enseignement ordinaire ou spécialisé, par recommandé, sa décision motivée ainsi que sa recommandation quant aux mesures de compensation des désavantages ou de protection des notes à mettre en oeuvre l'année scolaire suivante.
   Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision prise par la Commission de soutien, elles en informent le président de la Commission par écrit dans les 14 jours ouvrables suivant l'envoi du recommandé contenant la décision. Le président renvoie alors l'affaire devant le juge de la jeunesse compétent.
   La procédure mentionnée à l'article 93.28 s'applique.]1

  [2 Le présent article s'applique aux apprenants nécessitant un soutien spécifique; à cet égard, il faut entendre par chef d'établissement de l'école ordinaire et chef d'établissement de l'école spécialisée le directeur du ZAWM et par année scolaire l'année de formation. ]2
  
HOOFDSTUK VIIIquater. [1 - Huisonderwijs]1
CHAPITRE VIIIquater. [1 - Enseignement à domicile]1
Afdeling 1. [1 - Algemeen]1
Section 1. [1 - Généralités]1
Art. 93.47. [1 Toepassingsgebied
   Dit hoofdstuk is van toepassing op de personen belast met de opvoeding die hun woonplaats in de Duitstalige Gemeenschap hebben en hun leerplichtige kinderen huisonderwijs laten volgen, alsook op de personen die huisonderwijs geven.]1

  
Art. 93.47. [1 Champ d'application
   Le présent chapitre s'applique aux personnes chargées de l'éducation qui ont leur domicile en Communauté germanophone, à leurs enfants soumis à l'obligation scolaire qui suivent un enseignement à domicile ainsi qu'aux personnes dispensant l'enseignement à domicile.]1

  
Art. 93.48. [1 Beginsel van het huisonderwijs
   Personen belast met de opvoeding die hun leerplichtige kinderen huisonderwijs geven of laten volgen, organiseren en financieren dat huisonderwijs zelf.
   Het huisonderwijs vindt plaats in het Duitse taalgebied van België.
   In gewettigde uitzonderlijke gevallen kan de Regering van het tweede lid afwijken en aanvullende afwezigheden toestaan, indien uitzonderlijke omstandigheden dat vereisen. Daartoe dienen de personen belast met de opvoeding een schriftelijke aanvraag met bewijsstukken in voor de betrokken leerling.]1

  
Art. 93.48. [1 Principe de l'enseignement à domicile
   Les personnes chargées de l'éducation qui dispensent un enseignement à domicile à leurs enfants soumis à l'obligation scolaire ou leur font suivre un tel enseignement, l'organisent et le financent elles-mêmes.
   L'enseignement à domicile se déroule en région de langue allemande.
   Dans des cas individuels motivés, le Gouvernement peut déroger à l'alinéa 2 et octroyer des absences supplémentaires lorsque des circonstances exceptionnelles l'exigent. A cette fin, les personnes chargées de l'éducation de l'élève concerné introduisent pour lui une demande écrite accompagnée de justificatifs.]1

  
Art. 93.49. [1 Commissie voor huisonderwijs
   § 1. De Regering richt een commissie voor huisonderwijs op die in dit hoofdstuk is afgekort als "commissie" en die als volgt is samengesteld :
   1° een voorzitter die wordt uitgekozen onder de medewerkers van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor pedagogie;
   2° een lid van de onderwijsinspectie dat niet belast is met de controle van het huisonderwijs;
   3° een personeelslid van het Ministerie dat over de nodige kennis betreffende de organisatie van het onderwijs beschikt;
   4° een personeelslid van het departement van de autonome hogeschool dat bevoegd is voor externe evaluatie;
   5° een personeelslid van het Ministerie dat over de nodige kennis inzake jeugdbijstand beschikt;
   6° een personeelslid van het centrum voor bevorderingspedagogiek;
   7° een personeelslid van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren;
   8° een deskundige die over de nodige kennis inzake huisonderwijs beschikt;
   9° een secretaris die uitgekozen wordt onder de personeelsleden van het Ministerie.
   Voor elk in het eerste lid vermeld lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen dat volgens dezelfde criteria wordt uitgekozen als het lid dat het vervangt.
   De leden en plaatsvervangende leden van de commissie worden voor een onbepaalde duur aangewezen.
   § 2. De commissie hoort de personen belast met de opvoeding en naar de onderwijsinspectie. Ze kunnen zich laten vergezellen door een persoon naar keuze.
   Het feit dat de personen belast met de opvoeding of de onderwijsinspectie niet op de zitting verschijnen, belet de commissie niet om over de zaak te beslissen.
   Op verzoek van de commissie kunnen externe deskundigen bij de zaak betrokken worden als adviserend lid.
   § 3. De commissie kan slechts geldig beraadslagen als minstens vier van de leden vermeld in § 1, eerste lid, 1° tot 5°, of hun plaatsvervangende leden aanwezig zijn.
   Wordt het quorum niet bereikt, dan roept de voorzitter ten vroegste op de daarop volgende werkdag een nieuwe zitting bijeen.
   De met redenen omklede beslissing wordt bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Stemonthoudingen zijn niet toegestaan. De leden vermeld in § 1, eerste lid, 6° tot 9°, zijn niet stemgerechtigd. De leden vermeld in § 1, eerste lid, 6° tot 8°, wonen de vergaderingen bij met raadgevende stem.
   De commissieleden vermeld in § 1, eerste lid, en hun plaatsvervangers zijn tot geheimhouding verplicht over de verhoren en de beraadslagingen.
   § 4. De commissie werkt haar huishoudelijk reglement uit en legt het ter goedkeuring voor aan de Regering.]1

  
Art. 93.49. [1 Commission de l'enseignement à domicile
   § 1er. Le Gouvernement institue une commission de l'enseignement à domicile, ci-après dénommée "commission", qui se compose comme suit :
   1° un président choisi parmi les membres du personnel du département du Ministère compétent pour la pédagogie;
   2° un membre de l'inspection scolaire qui n'est pas chargé du contrôle de l'enseignement à domicile;
   3° un membre du personnel du Ministère qui dispose des connaissances techniques nécessaires en matière d'organisation de l'enseignement;
   4° un membre du personnel du département pour l'évaluation externe de la haute école autonome;
   5° un membre du personnel du Ministère qui dispose des connaissances techniques nécessaires en matière d'aide à la jeunesse;
   6° un membre du personnel du centre de pédagogie de soutien;
   7° un membre du personnel du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes;
   8° un expert qui dispose des connaissances techniques nécessaires en matière d'enseignement à domicile;
   9° un secrétaire choisi parmi les membres du personnel du Ministère.
   Pour chaque membre effectif mentionné à l'alinéa 1er, il est prévu un suppléant sélectionné selon les mêmes critères.
   Les membres effectifs et suppléants de la commission sont désignés pour une durée indéterminée.
   § 2. Les personnes chargées de l'éducation et l'inspection scolaire sont entendues par la commission. Elles peuvent se faire assister par la personne de leur choix.
   La non-comparution des personnes chargées de l'éducation ou de l'inspection scolaire n'empêche pas la commission de statuer sur l'affaire.
   A la demande de la commission, des experts externes peuvent être invités en tant que membres ayant voix consultative.
   § 3. La commission ne peut délibérer valablement que si au moins quatre des membres effectifs mentionnés au § 1er, alinéa 1er, 1° à 5°, ou leurs suppléants sont présents.
   Si le quorum n'est pas atteint, le président convoque une nouvelle réunion au plus tôt pour le jour ouvrable suivant.
   La décision motivée est émise après un vote à la majorité simple des voix. Les membres ne peuvent s'abstenir. Les membres mentionnés au § 1er, alinéa 1er, 6 à 9°, n'ont pas voix délibérative. Les membres mentionnés au § 1er, alinéa 1er, 6 à 8°, participent avec voix consultative.
   Les membres effectifs de la commission mentionnés au § 1er, alinéa 1er, ainsi que leurs suppléants sont tenus au secret en ce qui concerne les auditions et les délibérations.
   § 4. La commission élabore son règlement d'ordre intérieur qu'elle soumet à l'approbation du Gouvernement.]1

  
Afdeling 2. [1 - Vereisten waaraan het huisonderwijs moet voldoen]1
Section 2. [1 - Exigences concernant l'enseignement à domicile]1
Art. 93.50. [1 Vereisten waaraan het huisonderwijs moet voldoen
   [2 Het huisonderwijs voldoet aan de voorwaarden vermeld in de artikelen 5 tot 13 en biedt leerplichtige kinderen de mogelijkheid om ontwikkelingsdoelen voor het kleuteronderwijs en competentieniveaus voor het lager en het secundair onderwijs te bereiken. Het competentieniveau is telkens gelijkwaardig met de competenties, kerncompetenties, eindtermen en verwijzingen naar de eindtermen die voor het onderwijs gedefinieerd zijn.]2
   De personen belast met de opvoeding bieden hun kind dat huisonderwijs volgt optimale ontplooiingskansen. Ze ondersteunen in dezelfde mate [2 de in artikel 11 vermelde ontwikkelingsdoelen, alsook]2 vakcompetenties en de in artikel 13 vermelde vakoverschrijdende competenties. Voorts bieden ze voldoende structuur via regels en continuïteit in het verloop van het onderwijs.
   De personen belast met de opvoeding laten het huisonderwijs plaatsvinden in een daarvoor geschikte omgeving en in ruimten die voldoende groot, veilig en proper zijn.]1

  
Art. 93.50. [1 Exigences concernant l'enseignement à domicile
   [2 L'enseignement à domicile satisfait aux exigences mentionnées aux articles 5 à 13 et permet aux enfants soumis à l'obligation scolaire d'atteindre les objectifs de développement pour la section maternelle et les niveaux de compétences pour l'école primaire et secondaire. Chaque niveau de compétences équivaut aux compétences, macro-compétences, compétences attendues et références par rapport à ces dernières qui ont été définies pour l'enseignement.]2
   Les personnes chargées de l'éducation garantissent à leur enfant qui suit un enseignement à domicile les meilleures conditions d'épanouissement. Elles développent de la même manière [2 les objectifs de développement mentionnés à l'article 11 ainsi que]2 les compétences disciplinaires et les compétences transversales mentionnées à l'article 13. De plus, elles offrent suffisamment de structure grâce à des règles et à la continuité dans le déroulement des cours.
   Les personnes chargées de l'éducation s'assurent que l'enseignement à domicile se déroule dans un environnement adapté et dans des locaux suffisamment grands, sûrs et propres.]1

  
Art. 93.51. [1 Redelijke aanpassingen
   In afwijking van artikel 93.50, eerste lid, kan het te bereiken competentieniveau aangepast worden als bij het kind een beperking of klinisch beschreven en/of in een advies vastgestelde uiterlijke kenmerken van bepaalde leerstoornissen bewezen zijn. Het advies stemt overeen met het advies vermeld in artikel 93.34, § 1.
   De personen belast met de opvoeding dienen een aanvraag voor redelijke aanpassingen in bij de onderwijsinspectie en voegen het advies vermeld in het eerste lid bij de aanvraag.
   Na de eerste aanmelding in het huisonderwijs wordt om de twee jaar, vóór het begin van het nieuwe schooljaar, uit eigen beweging een geactualiseerd advies voorgelegd aan de onderwijsinspectie. Indien geen geactualiseerd advies wordt voorgelegd, blijven de onderwijsdoelstellingen onveranderd.
   De onderwijsinspectie legt de passende compenserende onderwijsmaatregelen schriftelijk vast in onderlinge overeenstemming met de personen belast met de opvoeding. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, kunnen zowel de onderwijsinspectie als de personen belast met de opvoeding de commissie bijeenroepen.
   De commissie deelt haar beslissing binnen 15 werkdagen na ontvangst van de brief van de onderwijsinspectie of van de personen belast met de opvoeding mee; de mededeling aan de personen belast met de opvoeding geschiedt per aangetekende brief; de mededeling aan de onderwijsinspectie geschiedt per gewone brief.]1

  
Art. 93.51. [1 Compensation des désavantages
   Par dérogation à l'article 93.50, alinéa 1er, le niveau de compétences à atteindre peut être adapté lorsqu'il est prouvé que l'enfant souffre d'un handicap ou de troubles d'apprentissage précis, cliniquement décrits et/ou constatés par des experts. L'avis correspond à l'avis mentionné à l'article 93.34, § 1er.
   Les personnes chargées de l'éducation introduisent, auprès de l'inspection scolaire, une demande visant la compensation des désavantages et y joignent l'avis mentionné au premier alinéa.
   Après la première inscription dans l'enseignement à domicile, un avis actualisé sera présenté à l'inspection scolaire tous les deux ans et sans rappel, et ce, avant le début de la nouvelle année scolaire. Dans le cas contraire, l'objectif des cours reste inchangé pour l'enfant.
   En accord avec les personnes chargées de l'éducation, l'inspection scolaire détermine par écrit les mesures de compensation pédagogiques appropriées. Si aucun accord ne peut être trouvé, tant l'inspection scolaire que les personnes chargées de l'éducation peuvent convoquer la commission.
   La commission transmet sa décision aux personnes chargées de l'éducation par recommandé et à l'inspection scolaire par simple courrier dans un délai de 15 jours ouvrables après réception du courrier de l'inspection scolaire ou des personnes chargées de l'éducation.]1

  
Art. 93.52. [1 Individueel werkplan
   Voor elk kind dat huisonderwijs volgt, wordt een individueel werkplan opgesteld dat een uiteenzetting van de eigen visie op de leerprocessen en minstens een tijdschema en de [2 te bereiken ontwikkelingsdoelen en competenties]2 per vak bevat.]1

  
Art. 93.52. [1 Plan de travail individuel
   Un plan de travail individuel est établi pour chaque enfant suivant un enseignement à domicile; il présente les perspectives en matière de processus d'apprentissage et contient au moins un calendrier ainsi que [2 les objectifs de développement et]2 les compétences à atteindre par discipline.]1

  
Afdeling 3. [1 - Aanmelding voor huisonderwijs]1
Section 3. [1 - Inscription à l'enseignement à domicile]1
Art. 93.53. [1 Tijdstip van de aanmelding
   De personen belast met de opvoeding die voor huisonderwijs kiezen, melden hun leerplichtige kind voor huisonderwijs aan bij de onderwijsinspectie en dit uiterlijk drie werkdagen voor het begin van het schooljaar waarin hun kind huisonderwijs zal volgen. De personen belast met de opvoeding gebruiken hiervoor het inschrijvingsformulier dat door de Regering is vastgelegd.
   Indien de personen belast met de opvoeding in de loop van het schooljaar voor huisonderwijs kiezen, melden ze hun leerplichtige kind bij de onderwijsinspectie aan en dit uiterlijk bij de overstap van de school naar huisonderwijs.]1

  
Art. 93.53. [1 Moment de l'inscription
   Les personnes chargées de l'éducation qui optent pour l'enseignement à domicile inscrivent leur enfant soumis à l'obligation scolaire auprès de l'inspection scolaire, et ce, au plus tard trois jours ouvrables avant le début de l'année scolaire où il suivra cet enseignement. Pour ce faire, les personnes chargées de l'éducation utilisent le formulaire d'inscription établi par le Gouvernement.
   Si les personnes chargées de l'éducation optent pour l'enseignement à domicile au cours de l'année scolaire, elles inscrivent leur enfant soumis à l'obligation scolaire auprès de l'inspection scolaire au plus tard au moment du passage de l'école à l'enseignement à domicile.]1

  
Art. 93.54. [1 Aanmelding
   De personen belast met de opvoeding dienen op het ogenblik van de aanmelding volgende documenten en/of inlichtingen in :
   1° een woonplaatsattest dat niet ouder is dan twee maanden en waaruit blijkt dat zij en de leerplichtige kinderen die huisonderwijs zullen volgen, hun woonplaats in het Duitse taalgebied hebben;
   2° een afschrift van hun identiteitskaart en een afschrift van de identiteitskaart van de leerplichtige kinderen die huisonderwijs zullen volgen;
   3° voor elk kind de contactgegevens van de laatstbezochte school en een afschrift van het schoolrapport van de laatstbezochte school, voor zover de kinderen een school bezocht hebben;
   4° de onderwijstaal overeenkomstig het decreet van 19 april 2004 betreffende de taaloverdracht en het gebruik van de talen in het onderwijs;
   5° voor elk kind het individueel werkplan vermeld in artikel 93.52;
   6° de tijdens het schooljaar voorziene schoolvrije dagen, indien die op dat tijdstip al bekend zijn;
   7° een schriftelijke instemming met het toezicht dat wordt uitgeoefend door de onderwijsinspectie, vermeld in artikel 93.55.
   De personen belast met de opvoeding moeten de onderwijsinspectie minstens tien werkdagen op voorhand schriftelijk meedelen wanneer de kinderen die huisonderwijs volgen meer dan vijf werkdagen na elkaar vakantie nemen, voor zover die afwezigheden nog niet bij de aanmelding werden meegedeeld.]1

  
Art. 93.54. [1 Inscription
   Au moment de l'inscription, les personnes chargées de l'éducation fournissent les informations et documents suivants :
   1° un certificat de domicile datant de deux mois au plus et prouvant qu'elles-mêmes et leurs enfants soumis à l'obligation scolaire qui suivront l'enseignement à domicile sont domiciliés en région de langue allemande;
   2° une copie de leur carte d'identité et de celle des enfants soumis à l'obligation scolaire qui suivront l'enseignement à domicile;
   3° pour chaque enfant, les coordonnées du dernier établissement scolaire fréquenté ainsi qu'une copie du bulletin délivré à l'enfant par celui-ci, pour autant que les enfants aient fréquenté un tel établissement;
   4° la langue dans laquelle l'enseignement sera dispensé conformément au décret du 19 avril 2004 relatif à la transmission des connaissances linguistiques et à l'emploi des langues dans l'enseignement;
   5° pour chaque enfant, le plan de travail individuel mentionné à l'article 93.52;
   6° les jours de congé scolaire prévus pendant l'année scolaire, dans la mesure où ils sont déjà connus à ce moment-là;
   7° un consentement écrit relatif au contrôle mentionné à l'article 93.55, mené par l'inspection scolaire.
   Les absences de plus de cinq jours ouvrables en raison de vacances des élèves suivant un enseignement à domicile doivent être préalablement signalées par écrit à l'inspection scolaire par les personnes chargées de l'éducation si elles n'ont pas été communiquées lors de l'inscription.]1

  
Afdeling 4. [1 - Toezicht op het huisonderwijs]1
Section 4. [1 - Contrôle de l'enseignement à domicile]1
Art. 93.55. [1 Toezicht op het huisonderwijs
   De personen belast met de opvoeding, de kinderen die huisonderwijs volgen en de personen die in het huisonderwijs werkzaam zijn, vallen onder het toezicht van de onderwijsinspectie.
   Voor het uitoefenen van die taak kan de onderwijsinspectie zich laten bijstaan door externe deskundigen.
   De onderwijsinspectie kan na voorafgaande aankondiging :
   1° iedere persoon ondervragen over feiten waarvan de bekendheid nuttig kan zijn voor het toezicht op het huisonderwijs;
   2° zich op de plaats waar het huisonderwijs wordt gegeven of in het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap alle documenten vermeld in artikel 93.56, tweede lid, laten overleggen en afschriften of uittreksels daarvan maken;
   3° inzage nemen van alle andere relevante documenten die betrekking hebben op het huisonderwijs;
   4° het leerniveau inschatten door middel van gestandaardiseerde examens om de verworven kennis te toetsen of tests;
   5° alle ruimten bezoeken waar huisonderwijs wordt gegeven.]1

  
Art. 93.55. [1 Contrôle de l'enseignement à domicile
   Les personnes chargées de l'éducation, les élèves suivant l'enseignement à domicile ainsi que les personnes actives dans cet enseignement sont soumis à la surveillance de l'inspection scolaire.
   Pour exercer ses missions, elle peut se faire accompagner par des experts externes.
   Après s'être annoncée, l'inspection scolaire peut :
   1° interroger toute personne quant à des faits dont la connaissance est utile au contrôle de l'enseignement à domicile;
   2° se faire remettre, au lieu où est dispensé l'enseignement à domicile ou au Ministère de la Communauté germanophone, tous les documents mentionnés à l'article 93.56, alinéa 2, et en établir des copies ou extraits;
   3° consulter tous les autres documents pertinents se rapportant à l'enseignement à domicile;
   4° évaluer le niveau d'apprentissage au moyen d'évaluations des acquis et de tests;
   5° avoir accès à toutes les pièces dans lesquelles l'enseignement à domicile est dispensé.]1

  
Art. 93.56. [1 Medewerking van de personen belast met de opvoeding aan het toezicht op het huisonderwijs
   De personen belast met de opvoeding zijn ertoe verplicht aan het toezicht op het huisonderwijs mee te werken.
   Bij de aangekondigde controle door de onderwijsinspectie leggen de personen belast met de opvoeding de documenten voor die ze voor het huisonderwijs gebruiken. Onder "documenten" worden de volgende zaken verstaan : de gebruikte schoolboeken, de pedagogische hulpmiddelen, de documenten die door de leerlingen worden opgesteld - zowel digitaal als op papier - en het individuele werkplan vermeld in artikel 93.52.]1

  
Art. 93.56. [1 Concours des personnes chargées de l'éducation lors du contrôle de l'enseignement à domicile
   Les personnes chargées de l'éducation sont obligées d'apporter leur concours lors du contrôle de l'enseignement à domicile.
   Au moment du contrôle annoncé, les personnes chargées de l'éducation présentent à l'inspection scolaire les documents qu'elles utilisent pour l'enseignement à domicile. Par documents, l'on entend les manuels scolaires, le matériel didactique, les documents établis par les élèves, sur support digital ou papier, ainsi que le plan de travail individuel mentionné à l'article 93.52.]1

  
Art. 93.57. [1 Rapportering na het toezicht op het huisonderwijs
   Na het toezicht op het huisonderwijs maakt de onderwijsinspectie een verslag op; dat verslag omvat een met redenen omkleed advies over de leeromgeving, het leerniveau en de vereisten vermeld in artikel 93.50.
   Binnen 20 werkdagen na het toezicht wordt dat verslag aangetekend toegezonden aan de personen belast met de opvoeding; dat verslag wordt ter informatie meegedeeld.
   De personen belast met de opvoeding hebben de mogelijkheid om de onderwijsinspectie binnen 20 werkdagen na ontvangst van het verslag per aangetekende brief hun standpunt mee te delen.
   Het verslag en het eventuele standpunt van de personen belast met de opvoeding worden opgenomen in het dossier van de leerling die huisonderwijs volgt.]1

  
Art. 93.57. [1 Rapport établi après le contrôle de l'enseignement à domicile
   Après avoir contrôlé l'enseignement à domicile, l'inspection scolaire établit un rapport qui contient un avis motivé relatif à l'environnement d'apprentissage, au niveau d'apprentissage et aux exigences mentionnées à l'article 93.50.
   Dans les 20 jours ouvrables suivant le contrôle, ce rapport est envoyé par recommandé aux personnes chargées de l'éducation afin qu'elles en prennent connaissance.
   Dans les 20 jours ouvrables suivant la réception dudit rapport, les personnes chargées de l'éducation ont la possibilité de faire parvenir leur prise de position à l'inspection scolaire par recommandé.
   Le rapport et la position éventuellement adoptée par les personnes chargées de l'éducation sont joints au dossier de l'élève suivant l'enseignement à domicile.]1

  
Art. 93.58. [1 Gevolgen van het toezicht
   § 1. Indien de onderwijsinspectie naar aanleiding van het toezicht oordeelt dat het huisonderwijs niet plaatsvindt in een daartoe noodzakelijke leeromgeving en niet voldoet aan de vereisten vermeld in artikel 93.50, voert de onderwijsinspectie een nieuwe controle uit binnen vier maanden nadat het verslag ter kennis werd gebracht van de personen belast met de opvoeding.
   Indien de onderwijsinspectie bij de tweede controle tot dezelfde conclusie komt, bezorgt ze de commissie de beide verslagen en, indien voorhanden, de standpunten van de personen belast met de opvoeding.
   Indien het welzijn van het kind in het gedrang komt, roept de onderwijsinspectie de commissie al na de eerste controle bijeen en licht ze het parket in.
   § 2. Indien de onderwijsinspectie op drie op elkaar volgende aangekondigde afspraken geen controle kan uitvoeren, wordt de commissie binnen tien werkdagen bijeengeroepen en worden de personen belast met de opvoeding per aangetekende brief daarvan in kennis gesteld.
   § 3. Indien de commissie bijeengeroepen wordt, beslist zij in hoeverre en onder welke voorwaarden het huisonderwijs kan worden voortgezet.]1

  
Art. 93.58. [1 Conséquences du contrôle
   § 1er. Lorsque l'inspection scolaire estime après le contrôle que l'environnement nécessaire pour l'enseignement à domicile ne convient pas et que l'enseignement dispensé à domicile ne satisfait pas aux exigences mentionnées à l'article 93.50, elle mène un nouveau contrôle dans les quatre mois suivant la notification du rapport aux personnes chargées de l'éducation.
   Si l'inspection scolaire arrive à la même conclusion à l'issue du deuxième contrôle, elle transmet les deux rapports à la commission ainsi que, le cas échéant, la position adoptée par les personnes chargées de l'éducation.
   Si le bien-être de l'enfant est menacé, l'inspection scolaire convoque déjà la commission après le premier contrôle et informe le parquet.
   § 2. Lorsque l'inspection scolaire, à trois rendez-vous annoncés successifs, n'a pu mener aucun contrôle, la commission est convoquée dans les dix jours ouvrables et les personnes chargées de l'éducation en sont informées par recommandé.
   § 3. Si la commission est convoquée, elle décide dans quelle mesure et à quelles conditions l'enseignement à domicile peut être poursuivi.]1

  
Art. 93.59. [1 Inschrijving in een school [2 ...]2
   § 1. [2 Indien de commissie met toepassing van artikel 93.58, § 3, beslist dat het huisonderwijs niet kan worden voortgezet, moet de leerling ingeschreven worden in een school die georganiseerd, gesubsidieerd of erkend is door de Duitstalige Gemeenschap, de Franstalige Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of door [2 een lidstaat van de Europese Unie of door een territoriale entiteit van een lidstaat van de Europese Unie]2. De commissie schat het bereikte competentieniveau in en stelt op basis van het advies van de onderwijsinspectie en met instemming van het lid vermeld in artikel 93.49, § 1, eerste lid, 3°, een toelatingsattest op dat betrekking heeft op de ondersteuningsplaats, de studievorm, de studierichting en het studiejaar, met uitzondering van het zesde en het zevende jaar van het secundair onderwijs. Indien het toelatingsattest opgesteld wordt voor een gespecialiseerde school, moet ook het advies vermeld in artikel 93.7 worden ingediend.
   De commissie deelt haar beslissing mee binnen vijftien werkdagen na ontvangst van de brief van de onderwijsinspectie; de mededeling aan de personen belast met de opvoeding geschiedt per aangetekende brief; de mededeling aan de onderwijsinspectie geschiedt per gewone brief.
   Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing, kunnen ze binnen acht dagen na ontvangst van de beslissing beroep instellen; als het toelatingsattest opgesteld is voor een gewone school, kunnen ze beroep instellen bij de Regering; als het toelatingsattest opgesteld is voor een gespecialiseerde school, kunnen ze beroep instellen bij de voorzitter van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften. Het beroep wordt ingesteld per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs. De datum van de poststempel of van het ontvangstbewijs geldt als indieningsdatum. Het beroep is opschortend.
   De Regering of, naargelang van het geval, het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften deelt de met redenen omklede beslissing schriftelijk mee binnen een termijn van twintig werkdagen na de datum van het beroep; de mededeling aan de personen belast met de opvoeding geschiedt per aangetekende brief; de mededeling aan de voorzitter van de commissie voor huisonderwijs geschiedt per gewone brief.
   Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing van het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften, delen zij dit schriftelijk mee aan de voorzitter van dat Comité, binnen een termijn van veertien werkdagen na verzending van de aangetekende brief die de beslissing bevat. Deze verwijst de zaak vervolgens naar de bevoegde jeugdrechter.
   De procedure vermeld in artikel 93.28 is van toepassing op het beroep ingesteld bij het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften.
   De Regering legt de vorm van het toelatingsattest vast.]2
  [2 § 1.1 Indien de personen belast met de opvoeding beslissen om hun leerplichtige kind dat huisonderwijs volgt, in te schrijven in een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde school, kan de commissie voor huisonderwijs met toepassing van paragraaf 1 zo nodig een toelatingsattest opstellen, waarbij onder de 'brief van de onderwijsinspectie' vermeld in § 1, tweede lid, de aanvraag van de personen belast met de opvoeding moet worden verstaan.]2
   § 2. Na ontvangst van de beslissing om schoolonderwijs op te leggen, hebben de personen belast met de opvoeding tien werkdagen de tijd om de onderwijsinspectie per aangetekende brief te bevestigen dat ze hun kind hebben laten inschrijven in een door hen gekozen school die georganiseerd, gesubsidieerd of erkend wordt door de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of een territoriale entiteit van een lidstaat van de Europese Unie. Indien de onderwijsinspectie binnen die termijn geen inschrijvingsbevestiging heeft ontvangen, worden de personen belast met de opvoeding per aangetekende brief ertoe aangemaand om die bevestiging alsnog binnen tien werkdagen toe te zenden. Indien de personen belast met de opvoeding geen gevolg geven aan die aanmaning, wordt het dossier overgezonden aan het parket.]1

  
Art. 93.59. [1 Retour à l'école [2 ...]2
   § 1er. [2 Si la commission, en application de l'article 93.58, § 3, décide que l'enseignement à domicile ne peut être poursuivi, l'inscription dans une école organisée, subventionnée ou reconnue par la Communauté germanophone, la Communauté française ou la Communauté flamande ou encore par un Etat membre de l'Union européenne ou par l'une de ses entités territoriales est obligatoire. La commission estime le niveau de compétences atteint; sur avis de l'inspection scolaire et moyennant l'accord du membre mentionné à l'article 93.49, § 1er, alinéa 1er, 3°, elle établit une attestation d'admissibilité portant sur le lieu de soutien, ainsi que sur la forme, l'orientation et l'année d'études, à l'exception des sixième et septième années de l'enseignement secondaire. Si l'attestation d'admissibilité est établie pour une école spécialisée, il faut en plus l'accord mentionné à l'article 93.7.
   La commission transmet sa décision aux personnes chargées de l'éducation, par recommandé, et à l'inspection scolaire, par simple courrier, dans un délai de 15 jours ouvrables suivant la réception du courrier de l'inspection scolaire.
   Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision, elles peuvent, dans les huit jours de sa réception, introduire un recours auprès du Gouvernement lorsque l'attestation d'admissibilité est établie pour une école ordinaire et auprès du président de la commission de soutien lorsque l'attestation est établie pour une école spécialisée. Le recours est introduit par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception. La date du cachet de la poste ou de l'accusé de réception fait foi. Le recours est suspensif.
   Le Gouvernement ou la commission de soutien, selon le cas, communique par écrit - par recommandé aux personnes chargées de l'éducation et par simple lettre au président de la commission de l'enseignement à domicile - sa décision motivée, et ce, dans un délai de 20 jours ouvrables suivant la date du recours.
   Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision prise par la commission de soutien, elles en informent le président de la commission par écrit dans les 14 jours ouvrables suivant l'envoi du recommandé contenant la décision. Le président renvoie alors l'affaire devant le juge de la jeunesse compétent.
   La procédure mentionnée à l'article 93.28 s'applique au recours introduit devant la commission de soutien.
   Le Gouvernement fixe la forme de l'attestation d'admissibilité.]2

  [2 § 1.1. Si les personnes chargées de l'éducation décident d'inscrire dans une école organisée ou subventionnée par la Communauté germanophone leur enfant soumis à l'obligation scolaire et suivant l'enseignement à domicile, la commission de l'enseignement à domicile peut, si nécessaire, délivrer une attestation d'admissibilité en application du § 1er; par lettre de l'inspection scolaire, mentionnée au § 1er, alinéa 2, il faut entendre la demande introduite par les personnes chargées de l'éducation.]2
   § 2. Après réception de la décision de retour à l'école, les personnes chargées de l'éducation ont un délai de dix jours ouvrables pour présenter à l'inspection scolaire, par recommandé, la confirmation d'une inscription dans une école de leur choix organisée, subventionnée ou reconnue par la Communauté germanophone, la Communauté française ou la Communauté flamande ou encore [2 par un Etat membre de l'Union européenne ou par l'une de ses entités territoriales]2. Si, dans ce délai, l'inspection scolaire ne dispose d'aucune confirmation d'inscription, les personnes chargées de l'éducation sont invitées par recommandé à la transmettre dans un délai de dix jours ouvrables. Si les personnes chargées de l'éducation ne répondent toujours pas à cette invitation, le dossier est transmis au parquet.]1

  
Afdeling 5. [1 - Inschrijving voor de zittijden van de examencommissies]1
Section 5. [1 - Inscription aux sessions d'examens devant jury]1
Art. 93.60. [1 Inschrijving voor de zittijden van de examencommissies
   § 1. De personen belast met de opvoeding die voor huisonderwijs kiezen, zijn ertoe verplicht hun kinderen voor de externe examens in te schrijven.
   Uiterlijk in het schooljaar waarin de leerplichtige leerling vóór 1 januari 11 jaar is geworden, neemt de leerplichtige leerling voor het eerst deel aan de externe zittijd om het bewijs van basisonderwijs te behalen.
   Uiterlijk in het schooljaar waarin de leerplichtige leerling vóór 1 januari 14 jaar is geworden, legt de leerplichtige leerling voor het eerst examen af voor de externe examencommissie om het eindgetuigschrift van lager secundair onderwijs te behalen.
   Uiterlijk in het schooljaar waarin de leerplichtige leerling vóór 1 januari 17 jaar is geworden, legt de leerplichtige leerling voor het eerst examen af voor de externe examencommissie om het eindgetuigschrift van hoger secundair onderwijs te behalen.
   § 2. In afwijking van § 1, tweede tot vierde lid, kan de onderwijsinspectie, op basis van een met redenen omklede aanvraag van de personen belast met de opvoeding, de termijn waarbinnen examen moet worden afgelegd verlengen voor een leerplichtige leerling die niet de vereiste rijpheid en competenties heeft bereikt of die gezondheidsproblemen, leerproblemen of gedragsproblemen heeft of motorisch, zintuiglijk of geestelijk gehandicapt is. D-2 De aanvullende termijn bedraagt hoogstens twee jaar per aanvraag. De eerste aanvraag tot toekenning van een aanvullende termijn moet uiterlijk op 15 maart van het schooljaar waarin de examens hadden moeten worden afgelegd, worden ingediend. Elke volgende aanvraag moet uiterlijk op 15 maart van het schooljaar waarin de toegekende aanvullende termijn eindigt, worden ingediend."]2
   Indien de personen belast met de opvoeding het niet eens zijn met de beslissing van de onderwijsinspectie kunnen ze schriftelijk beroep instellen bij de commissie binnen een termijn van tien dagen na ontvangst van de beslissing van de onderwijsinspectie.
   De commissie deelt haar beslissing binnen 15 werkdagen na ontvangst van het beroep mee aan de personen belast met de opvoeding en aan de onderwijsinspectie; de mededeling aan de personen belast met de opvoeding geschiedt per aangetekende brief; de mededeling aan de onderwijsinspectie geschiedt per gewone brief.]1

  
Art. 93.60. [1 Inscription aux sessions d'examens devant jury
   § 1er. Les personnes chargées de l'éducation qui ont opté pour l'enseignement à domicile sont obligées d'inscrire leurs enfants aux examens présentés devant un jury extrascolaire.
   Au plus tard au cours de l'année scolaire où l'élève soumis à l'obligation scolaire a 11 ans accomplis avant le 1er janvier, il participe pour la première fois à la session d'examens extrascolaires en vue d'obtenir le certificat d'études de base.
   Au plus tard au cours de l'année scolaire où l'élève soumis à l'obligation scolaire a 14 ans accomplis avant le 1er janvier, il participe pour la première fois à la session d'examens extrascolaires en vue d'obtenir le certificat d'enseignement secondaire inférieur.
   Au plus tard au cours de l'année scolaire où l'élève soumis à l'obligation scolaire a 17 ans accomplis avant le 1er janvier, il participe pour la première fois à la session d'examens extrascolaires en vue d'obtenir le certificat d'enseignement secondaire inférieur.
   § 2. Par dérogation au § 1er, alinéas 2 à 4, l'inspection scolaire peut, sur la base d'une demande motivée introduite par les personnes chargées de l'éducation, accorder un délai supplémentaire concernant la présentation des examens visés aux mêmes alinéas à l'enfant soumis à l'obligation scolaire qui ne possède ni la maturité, ni les compétences correspondantes ou qui a des problèmes de santé, d'apprentissage ou de comportement ou qui présente un handicap moteur, sensoriel ou mental. [2 Le délai supplémentaire est de deux ans au maximum pour chaque introduction de demande. La première demande d'octroi d'un délai supplémentaire doit être introduite au plus tard le 15 mars de l'année scolaire lors de laquelle les examens devraient être présentés. Chaque demande suivante doit être introduite au plus tard le 15 mars de l'année scolaire au cours de laquelle le délai supplémentaire accordé prend fin. ]2.
   Si les personnes chargées de l'éducation ne sont pas d'accord avec la décision de l'inspection scolaire, elles peuvent introduire, par écrit, un recours auprès de la commission dans un délai de dix jours suivant la réception de ladite décision.
   La commission transmet sa décision aux personnes chargées de l'éducation, par recommandé, et à l'inspection scolaire, par simple courrier, dans un délai de 15 jours ouvrables suivant la réception du recours.]1

  
Art. 93.61. [1 Inschrijving in een school omdat eindgetuigschrift niet binnen de gestelde termijn werd behaald
   Indien de leerplichtige leerling, uiterlijk in het jaar waarin hij 14 jaar wordt, [3 het bewijs van basisonderwijs niet behaald heeft]3, zijn de personen belast met de opvoeding ertoe verplicht hun kind - uiterlijk in het schooljaar dat begint in het jaar waarin de leerplichtige leerling 14 jaar wordt - in te schrijven in een school die georganiseerd, gesubsidieerd of erkend wordt door de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of [2 een lidstaat van de Europese Unie of een territoriale entiteit van een lidstaat van de Europese Unie]2.
   Indien de leerplichtige leerling, uiterlijk in het jaar waarin hij 17 jaar wordt, [3 het getuigschrift van lager secundair onderwijs niet behaald heeft]3, zijn de personen belast met de opvoeding ertoe verplicht hun kind - uiterlijk in het schooljaar dat begint in het jaar waarin de leerplichtige leerling 17 jaar wordt - in te schrijven in een school die georganiseerd, gesubsidieerd of erkend wordt door de Duitstalige Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of [2 een lidstaat van de Europese Unie of een territoriale entiteit van een lidstaat van de Europese Unie]2.]1

  [3 Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op leerplichtigen die overeenkomstig artikel 20.1, § 1, van het decreet van 26 april 1999 betreffende het gewoon basisonderwijs een vrijstelling van de examens om het bewijs van basisonderwijs te behalen, hebben gekregen.]3
  
Art. 93.61. [1 Retour à l'école à la suite de la non-obtention du diplôme de fin d'études dans le temps imparti
   Lorsque l'élève soumis à l'obligation scolaire n'a pas, au plus tard l'année où il atteint les 14 ans, [3 obtenu le certificat d'études de base]3, les personnes chargées de l'éducation sont obligées d'inscrire leur enfant dans une école organisée, subventionnée ou reconnue par la Communauté germanophone, la Communauté française ou la Communauté flamande ou encore [2 par un Etat membre de l'Union européenne ou par l'une de ses entités territoriales]2. Cette inscription doit se faire au plus tard dans le courant de l'année scolaire qui débute dans l'année où l'élève soumis à l'obligation scolaire aura 14 ans.
   Lorsque l'élève soumis à l'obligation scolaire n'a pas, au plus tard l'année où il atteint les 17 ans, [3 obtenu le certificat d'enseignement secondaire inférieur]3, les personnes chargées de l'éducation sont obligées d'inscrire leur enfant dans une école organisée, subventionnée ou reconnue par la Communauté germanophone, la Communauté française ou la Communauté flamande ou encore [2 par un Etat membre de l'Union européenne ou par l'une de ses entités territoriales]2. Cette inscription doit se faire au plus tard dans le courant de l'année scolaire qui débute dans l'année où l'élève soumis à l'obligation scolaire aura 17 ans.]1

  [3 Les alinéas 1er et 2 ne s'appliquent pas aux élèves soumis à l'obligation scolaire à qui une dispense a été accordée pour les examens visant à obtenir le certificat d'études conformément à l'article 20.1, § 1er, du décret du 26 avril 1999 relatif à l'enseignement fondamental ordinaire.]3
  
Afdeling 6. [1 - Hervatting van het huisonderwijs]1
Section 6. [1 - Reprise de l'enseignement à domicile]1
Art. 93.62. [1 Hervatting van het huisonderwijs
   Huisonderwijs kan ten vroegste hervat worden in het schooljaar dat volgt op het schooljaar van de inschrijving in een school vermeld in de artikelen 93.59 en 93.61.
   De personen belast met de opvoeding dienen de aanvraag om het huisonderwijs in het volgende schooljaar te hervatten uiterlijk op 1 juni bij de onderwijsinspectie in; daarvoor gebruiken ze het door de Regering ter beschikking gestelde aanmeldingsformulier om het huisonderwijs te hervatten en voegen daarbij de documenten vermeld in artikel 93.54, eerste lid, alsook de referenties van de schoolboeken en de pedagogische hulpmiddelen die ze van plan zijn te gebruiken.
   Binnen 20 werkdagen na ontvangst van de aanvraag maakt de onderwijsinspectie een advies over de aanvraag op en zendt ze het advies en de aanvraag over aan de commissie zodat deze een beslissing kan nemen.
   Indien de commissie op basis van de aanvraag en het advies van de onderwijsinspectie tot de slotsom komt dat de vastgestelde leemten in het huisonderwijs die tot de stopzetting van het huisonderwijs hebben geleid, werden weggewerkt, keurt de commissie de toelating tot het huisonderwijs goed. Indien de documenten vermeld in het tweede lid ontbreken, wordt de toelating tot het huisonderwijs geweigerd.]1

  
Art. 93.62. [1 Reprise de l'enseignement à domicile
   La reprise de l'enseignement à domicile est possible au plus tôt dans le courant de l'année scolaire suivant celle du retour à l'école mentionné aux articles 93.59 et 93.61.
   Les personnes chargées de l'éducation introduisent auprès de l'inspection scolaire, pour le 1er juin au plus tard, la demande de reprise de l'enseignement à domicile pour l'année scolaire suivante; pour ce faire, elles utilisent le formulaire d'inscription pour la reprise de l'enseignement à domicile et y annexent les documents mentionnés à l'article 93.54, alinéa 1er, ainsi que les références des manuels et le matériel didactique qui sera utilisé.
   Dans les 20 jours ouvrables suivant la réception de la demande, l'inspection scolaire établit un avis à propos de la demande et le transmet accompagné de celle-ci à la commission afin qu'elle puisse statuer.
   Si la commission, sur la base de la demande et de l'avis émis par l'inspection scolaire, conclut que les manquements constatés dans l'enseignement à domicile et ayant mené à l'interruption de celui-ci, ont été corrigés, elle approuve l'admission à l'enseignement à domicile. Si les documents mentionnés à l'alinéa 2 manquent, l'admission à l'enseignement à domicile est refusée.]1

  
Afdeling 7. [1 - Bescherming van de persoonsgegevens]1
Section 7. [1 - Protection des données]1
Art. 93.63. [1 Dossier en recht op inzage
   Voor elk kind dat huisonderwijs volgt, maakt de onderwijsinspectie een dossier op. De personen belast met de opvoeding en de kinderen of jongeren die het nodige beoordelingsvermogen bezitten, hebben recht op inzage in hun dossier.]1

  
Art. 93.63. [1 Dossier et droit de regard
   L'inspection scolaire constitue un dossier pour tout enfant suivant l'enseignement à domicile. Les personnes chargées de l'éducation et les enfants ou jeunes qui possèdent la capacité de jugement nécessaire ont le droit de consulter leur dossier.]1

  
Art. 93.64. [1 Doorgifte van gegevens
   De onderwijsinspectie of, naargelang van het geval, de commissie geeft persoonsgegevens alleen door aan een school, een andere overheidsdienst of een andere rechtspersoon voor zover dat in het belang van het kind of de jongere toereikend, ter zake dienend en niet overmatig is. Persoonsgegevens worden alleen uitgewisseld met instemming van het hoofd van de onderwijsinspectie en van het adviespunt voor schoolontwikkeling of, naargelang van het geval, met instemming van de voorzitter van de commissie.]1

  
Art. 93.64. [1 Transmission de données
   L'inspection scolaire ou, selon le cas, la commission communique à une autre administration ou une autre personne morale des données à caractère personnel pour autant que ce soit approprié, utile et proportionné dans l'intérêt de l'enfant ou du jeune. L'échange de données à caractère personnel s'opère uniquement lorsque le chef de l'inspection scolaire et de la guidance en développement scolaire ou, selon le cas, le président de la commission a marqué son accord.]1

  
Art. 93.65. [1 Vernietiging van het dossier
   Het dossier wordt twee jaar nadat de leerling in het huisonderwijs meerderjarig geworden is, vernietigd.]1

  
Art. 93.65. [1 Destruction du dossier
   Le dossier est détruit le jour où l'enfant suivant l'enseignement à domicile devient majeur.]1

  
HOOFDSTUK VIIIquinquies. [1 - Deelneming van nieuwkomers aan het onderwijs.]1
CHAPITRE VIIIquinquies. [1 - Scolarisation des élèves primo-arrivants.]1
Afdeling 1. [1 - Toepassingsgebied en doelstelling]1
Section 1re. [1 - Champ d'application et objectif]1
Art. 93.66. [1 - Toepassingsgebied
   Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de gewone basisscholen en de gewone secundaire scholen die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd en gesubsidieerd worden.
   Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de schoolvakanties niet als werkdagen beschouwd.]1

  
Art. 93.66. [1 - Champ d'application ".
   Le présent chapitre s'applique exclusivement aux établissements d'enseignement fondamental et secondaire ordinaire organisés ou subventionnés par la Communauté germanophone.
   Pour l'application du présent chapitre, les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.]1

  
Art. 93.67. [1 - Doelstelling
   De deelneming aan het onderwijs georganiseerd door dit hoofdstuk moet de nieuwkomers in het bijzonder door intensief, actiegericht en intercultureel onderwijs zo snel mogelijk in staat stellen hun schoolloopbaan en beroepsloopbaan met succes te voltooien en actief aan het maatschappelijk leven deel te nemen.]1

  
Art. 93.67. [1 - Objectif
   La scolarisation d'élèves primo-arrivants organisée par le présent chapitre doit, notamment par un cours de langue intensif, orienté sur les activités et organisé de manière interculturelle, habiliter le plus tôt possible les élèves primo-arrivants à accomplir leur cursus scolaire et leur carrière professionnelle avec succès et à participer activement à la vie sociale.]1

  
Afdeling 2. [1 - Inschrijving en deelneming aan het onderwijs van de nieuwkomers in een gewone school en in een taalklas of in taalcursussen]1
Section 2. [1 - Inscription et scolarisation des élèves primo-arrivants dans une école ordinaire et dans une classe ou des cours d'apprentissage linguistique]1
Art. 93.68. [1 - Algemeen
   Deze afdeling is van toepassing, onverminderd de bepalingen van hoofdstuk IV, afdeling 1.]1

  
Art. 93.68. [1 - Généralités
   La présente section s'applique sans préjudice des dispositions du chapitre IV, section 1re.]1

  
Art. 93.69. [1 - Nieuwkomers in het kleuteronderwijs
   § 1 - [2 Nieuwkomers worden bij hun eerste inschrijving onmiddellijk door het schoolhoofd opgenomen in een door de Regering vastgelegde lijst. In het gesubsidieerd officieel onderwijs is er één enkele lijst voor alle nieuwkomers bij de inrichtende macht. In het gesubsidieerd vrij onderwijs en in het gemeenschapsonderwijs is er één lijst per school.]2.
   Bij de eerste inschrijving van de nieuwkomers vult het schoolhoofd een formulier in dat door de Regering is vastgelegd; dat formulier bevat inlichtingen over de taal van de ouders en over het taalniveau van de leerling.
  [2 De in het tweede lid genoemde lijst wordt bij elke nieuwe inschrijving onmiddellijk elektronisch toegezonden aan de Regering. Met de toezending van de lijst bevestigt het schoolhoofd dat de nieuwkomer voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden.
   Zo nodig kan het schoolhoofd de leerling aan een taalniveautest onderwerpen, waarvoor de Regering een model ter beschikking stelt.
   Voor het eerste gesprek kan eventueel een beroep worden gedaan op een vertaler.]2

   § 2 - Artikel 93.70 is van toepassing op de nieuwkomers die op 31 december van het lopende schooljaar de volle leeftijd van vijf jaar bereikt hebben en die op aanvraag van de personen belast met de opvoeding in het kleuteronderwijs ingeschreven worden.]1

  
Art. 93.69. [1 - Elèves primo-arrivants en section maternelle
   § 1er - La scolarisation d'élèves primo-arrivants qui n'ont pas atteint l'âge de 5 ans au 31 décembre de l'année scolaire en cours s'opère en section maternelle sur la base du principe d'immersion. Ces enfants sont, dans le cadre des activités linguistiques de la section maternelle, soutenus comme tous les autres.
  [2 Lors de la première inscription des élèves primo-arrivants, ceux-ci sont directement inscrits par le chef d'établissement sur une liste établie par le Gouvernement. Dans l'enseignement officiel subventionné, tous les élèves primo-arrivants du pouvoir organisateur sont inscrits sur une liste unique. Dans l'enseignement libre subventionné et dans l'enseignement communautaire, il est établi une liste par école.]2
  [2 A chaque nouvelle inscription, la liste mentionnée à l'alinéa 2 est transmise immédiatement par voie électronique au Gouvernement. En transmettant la liste, le chef d'établissement confirme que l'élève primo-arrivant satisfait aux conditions d'inscription.
   Si nécessaire, le chef d'établissement peut évaluer le niveau linguistique de l'élève à l'aide d'un test dont un modèle est mis à disposition par le Gouvernement.
   Le cas échéant, un traducteur peut intervenir lors du premier entretien.]2

   § 2 - L'article 93.70 s'applique aux élèves primo-arrivants qui, au 31 décembre de l'année scolaire en cours, auront atteint l'âge de 5 ans et sont inscrits en section maternelle à la demande des personnes chargées de leur éducation.]1

  
Art. 93.70. [1 - Nieuwkomers in het gewoon lager onderwijs
  [3 Nieuwkomers worden bij hun eerste inschrijving onmiddellijk door het schoolhoofd opgenomen in een door de Regering vastgelegde lijst.]3
  [3 In het gesubsidieerd officieel onderwijs is er één enkele lijst voor alle nieuwkomers van de gemeente. In het gesubsidieerd vrij onderwijs en in het gemeenschapsonderwijs is er één lijst per school.]3
  [3 De in het tweede lid genoemde lijst wordt bij elke nieuwe inschrijving onmiddellijk elektronisch toegezonden aan de Regering. Deze lijst geldt als aanvraag tot inschrijving van nieuwkomers en tot toekenning van het betrekkingenpakket om taalcursussen of taalklassen te organiseren. Met de toezending van de lijst bevestigt het schoolhoofd dat de nieuwkomer voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden en les moet volgen in een taalklas.
   Zo nodig kan het schoolhoofd de leerling aan een taalniveautest onderwerpen, waarvoor de Regering een model ter beschikking stelt.
   Voor het eerste gesprek kan eventueel een beroep worden gedaan op een vertaler.
   Het schoolhoofd of, in het gesubsidieerd officieel onderwijs, de inrichtende macht dient die lijst in bij de Regering, zodat de nieuwkomer eerst een taalklas of, als er een taalcursus georganiseerd wordt, een taalcursus kan volgen. De Regering beslist [5 ...]5 binnen tien werkdagen na de elektronische toezending van de lijst of de aanvraag wordt goedgekeurd of afgewezen. Bij stilzwijgen wordt de aanvraag als goedgekeurd beschouwd.]3

   Indien de gewone lagere school die de taalklas aanvraagt en de gewone lagere school die de taalklas organiseert, het niet eens zijn over de inschrijving of het tijdstip van de definitieve integratie in het gewoon lager onderwijs, dan legt het schoolhoofd dat het eerste gesprek gevoerd heeft met de personen belast met de opvoeding die vragen voor aan de onderwijsinspectie, opdat die een beslissing neemt. Hiertoe dient deze een met redenen omklede aanvraag in bij de onderwijsinspectie. [4 Daarvoor gebruikt hij een door de Regering vastgelegd aanvraagformulier, dat de volgende gegevens bevat:
   1° identiteitsgegevens en contactgegevens van de leerling;
   a) naam en voornaam;
   b) woonplaats: straat, huisnummer, postcode en plaats;
   c) geboortedatum:
   d) moedertaal;
   2° informatie over de schoolcontext:
   a) school;
   b) onderwijsniveau;
   c) bezochte klas en schooljaar;
   d) datum van de eerste inschrijving;
   e) duur van de deelneming aan het onderwijs als nieuwkomer;
   f) eventuele behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning;
   g) opleiding en statuut van de leerkracht;
   3° redenen waarom een verlenging van het statuut van nieuwkomer wordt aangevraagd in uitzonderlijke gevallen;
   a) eventuele gezondheidsbeperkingen;
   b) aantal afwezigheden van de leerling;
   c) taalniveau van de leerling;
   d) overige;
   4° aangevraagde verlenging van het statuut van nieuwkomer.]4
Die aanvraag bevat het advies van de beide schoolhoofden. De onderwijsinspectie beslist binnen tien werkdagen over de aanvraag.
   Nieuwkomers in het gewoon lager onderwijs bezoeken de taalklas gedurende hoogstens één jaar. [2 In uitzonderlijke gevallen kan de schoolinterne integratieraad aan de Regering vragen om het verblijf in een taalklas met maximaal een jaar te verlengen.]2 De nieuwkomers bezoeken vier dagen per week een taalklas of een taalcursus.
   Vanaf de inschrijvingsdag neemt de nieuwkomer, gedurende één door de Regering vastgestelde dag per week, deel aan het onderwijs van de gewone lagere school waar hij ingeschreven is.]1

  
Art. 93.70. -Elèves primo-arrivants dans l'enseignement fondamental ordinaire
  [3 Lors de la première inscription des élèves primo-arrivants, ceux-ci sont directement inscrits par le chef d'établissement sur une liste établie par le Gouvernement.]3
  [3 Dans l'enseignement officiel subventionné, tous les élèves primo-arrivants de la commune sont inscrits sur une liste unique. Dans l'enseignement libre subventionné et dans l'enseignement communautaire, il est établi une liste par école.]3
  [3 A chaque nouvelle inscription, la liste mentionnée à l'alinéa 2 est transmise immédiatement par voie électronique au Gouvernement. Cette liste vaut demande d'inscription d'élèves primo-arrivants et d'octroi d'un capital emplois pour l'organisation de cours ou de classes d'apprentissage linguistique. En transmettant la liste, le chef d'établissement confirme que l'élève primo-arrivant satisfait aux conditions d'inscription et qu'il doit être scolarisé dans une classe d'apprentissage linguistique.
   Si nécessaire, le chef d'établissement peut évaluer le niveau linguistique de l'élève à l'aide d'un test dont un modèle est mis à disposition par le Gouvernement.
   Le cas échéant, un traducteur peut intervenir lors du premier entretien.
   Le chef d'établissement ou, dans l'enseignement officiel subventionné, le pouvoir organisateur introduit cette liste auprès du Gouvernement afin que l'élève primo-arrivant puisse d'abord fréquenter une classe d'apprentissage linguistique ou un cours d'apprentissage linguistique si celui-ci est organisé. Le Gouvernement décide d'approuver ou de rejeter la demande [5 ...]5 dans les dix jours ouvrables suivant la transmission de la liste par voie électronique. A défaut, la demande est censée être approuvée.]3

   Si l'école primaire ordinaire " cédante " et l'école primaire ordinaire où est organisée la classe d'apprentissage linguistique ne sont pas d'accord en ce qui concerne les questions relatives à l'inscription ou à l'intégration définitive dans l'école primaire ordinaire, le chef d'établissement qui a mené le premier entretien avec les personnes chargées de l'éducation soumet ces questions à l'inspection scolaire pour qu'elle prenne une décision. A cette fin, il introduit une demande motivée auprès de l'inspection scolaire.[4 Il utilise à cet effet un formulaire de demande fixé par le Gouvernement, comprenant les données suivantes :
   1° l'identité et les données de contact de l'élève :
   a) le nom de famille et le prénom;
   b) le domicile : la rue, le numéro de rue, le code postal et la ville;
   c) la date de naissance;
   d) la langue maternelle;
   2° les données concernant le contexte scolaire :
   a) l'école;
   b) le niveau d'enseignement;
   c) la classe fréquentée et l'année scolaire;
   d) la date de la première inscription;
   e) la durée de la scolarisation en tant qu'élève primo-arrivant;
   f) l'existence de la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé;
   g) la formation et le statut de l'enseignant;
   3° les raisons pour lesquelles il est demandé une prolongation exceptionnelle du statut d'élève primo-arrivant :
   a) l'existence de problèmes de santé;
   b) le nombre d'absences de l'élève;
   c) le niveau linguistique de l'élève;
   d) d'autres informations;
   4° la demande de prolongation du statut d'élève primo-arrivant.]4
Cette demande reprend les avis émis par les deux chefs d'établissement. L'inspection scolaire statue sur la demande dans les dix jours ouvrables.
   Les élèves primo-arrivants de l'enseignement primaire fréquentent la classe d'apprentissage linguistique pendant un an au plus. [2 Dans des cas exceptionnels, le conseil consultatif interne de l'école peut demander au Gouvernement une prolongation de maximum un an de la fréquentation de la classe d'apprentissage linguistique.]2 Les élèves primo-arrivants fréquentent une classe ou un cours d'apprentissage linguistique quatre jours par semaine.
   A partir du jour de son inscription, l'élève primo-arrivant participe aux cours de l'école primaire ordinaire où il est inscrit, et ce, à raison d'un jour par semaine fixé par le Gouvernement.]1
  
Art. 93.71. [1 - Nieuwkomers in het gewoon secundair onderwijs
   Het [3 eerste, het derde, [4 het vierde, het vijfde en het zesde]4]3 lid van artikel 93.70 zijn van toepassing op de nieuwkomers in het secundair onderwijs.
   Indien geen taalklas kan worden georganiseerd aan de gewone secundaire school waar de nieuwkomer zich laat inschrijven, wordt de nieuwkomer van het gewoon secundair onderwijs, gedurende de periode waarin hij een taalklas moet bezoeken, ingeschreven in een gewone secundaire school waar wel een taalklas georganiseerd wordt.
   Nieuwkomers bezoeken de taalklas gedurende hoogstens twee schooljaren. [2 In uitzonderlijke gevallen kan de integratieraad beslissen om het verblijf in een taalklas met maximaal een jaar te verlengen.]2
  [2 Een nieuwkomer die in de loop van zijn verblijf in de taalklas de leeftijd van 18 jaar bereikt, wordt tot het einde van de in het derde lid vermelde duur van het verblijf in de taalklas meegeteld voor de berekening van het betrekkingenpakket dat overeenkomstig artikel 93.81 aan de gewone secundaire scholen wordt toegekend om taalklassen te organiseren.]2
   Indien mogelijk nemen de nieuwkomers in het secundair onderwijs geleidelijk deel aan de lessen in verschillende vakken van de gewone school. Uiterlijk op dat ogenblik geeft de integratieraad advies over het verdere onderwijstraject van de nieuwkomer en beslist de integratieraad over de definitieve integratie in een studiejaar of een studierichting.]1

  
Art. 93.71. [1 - Elèves primo-arrivants dans l'enseignement secondaire ordinaire
   L'article 93.70, [3 alinéas 1er, 3, [4 4, 5 et 6]4]3, s'applique aux élèves primo-arrivants du secondaire.
   Si aucune classe d'apprentissage linguistique ne peut être organisée dans l'école secondaire ordinaire où l'élève primo-arrivant s'inscrit, celui-ci est pour la période où il doit fréquenter une classe d'apprentissage linguistique inscrit auprès d'une école secondaire ordinaire où une telle classe est organisée.
   Les élèves primo-arrivants fréquentent la classe d'apprentissage linguistique pendant deux années scolaires au plus. [2 Dans des cas exceptionnels, le conseil d'intégration peut décider de prolonger de maximum un an la fréquentation de la classe d'apprentissage linguistique.]2
  [2 Tout élève primo-arrivant qui atteint l'âge de dix-huit ans au cours de sa fréquentation de la classe d'apprentissage linguistique est, jusqu'au terme de la durée de ladite fréquentation mentionnée à l'alinéa 3, pris en compte pour le capital emplois octroyé aux écoles secondaires ordinaires conformément à l'article 93.81.]2
   Si possible, les élèves primo-arrivants de l'enseignement secondaire prennent progressivement part aux différents cours de l'école ordinaire. Au plus tard à ce moment, le conseil d'intégration délibère sur le futur cursus scolaire de l'élève primo-arrivant et statue sur l'intégration définitive dans une année d'études et une orientation.]1

  
Art. 93.72. [1 - Toelating van de nieuwkomers tot bepaalde studiejaren
   § 1 - [2 In de gewone basisscholen komt een schoolinterne integratieraad bijeen; die integratieraad beslist over de vraag of de in de artikelen 93.69 en 93.70 vermelde leerlingen van het gewoon basisonderwijs - op grond van hun leeftijd en hun competenties - kunnen worden toegelaten tot een bepaald leerjaar van het gewoon basisonderwijs, hij beveelt zo nodig - op grond van ontbrekende competenties in de onderwijstaal - redelijke aanpassingen aan voor nieuwkomers in de gewone basisschool en kan de Regering vragen om het verblijf in de taalklas te verlengen.]2
   Om een beslissing te nemen, leggen de nieuwkomers van het gewoon basisonderwijs een door de onderwijsinspectie goedgekeurde niveautest af over de competenties in de onderwijstaal in niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen; als de leerlingen nog niet gealfabetiseerd zijn, beperkt die test zich tot de mondelinge competenties Luistervaardigheid en Spreken.
  [2 De schoolinterne integratieraad bestaat minstens uit de leerkracht van de taalklas of van de taalcursus, de opnemende leerkracht van de gewone basisschool, het schoolhoofd en een adviseur voor bevorderingspedagogiek van het Centrum voor bevorderingspedagogiek die belast is met het verlenen van advies aan de nieuwkomers in het Centrum voor bevorderingspedagogiek. Als dat nodig is, kunnen externe deskundigen worden ingeschakeld.]2
   § 2 - De nieuwkomers van het secundair onderwijs die een taalklas bezoeken, kunnen in het onderwijs van een gewone secundaire school geïntegreerd worden, als de integratieraad daartoe een met redenen omkleed positief advies heeft afgegeven. Dat advies bevat een uitvoerig verslag over de verworven competenties van de nieuwkomer en de aanbevelingen over de verdere ondersteuning, alsook over redelijke aanpassingen wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal.
   De integratieraad beslist, met het oog op de definitieve integratie van de nieuwkomer in een gewone secundaire school, over de toelating tot bepaalde studiejaren. Hij neemt die beslissing om pedagogische redenen, in overeenstemming met de leeftijd en het competentieniveau van de nieuwkomer. Indien de nieuwkomer diploma's of getuigschriften heeft ingediend, kunnen die in aanmerking worden genomen bij het nemen van een beslissing.
   De integratieraad maakt een toelatingsattest op voor het aan het niveau en de leeftijd van de nieuwkomer aangepaste studiejaar, met inbegrip van de onderwijsvorm, in het gewoon secundair onderwijs, met uitzondering van het zesde en het zevende studiejaar van het gewoon secundair onderwijs.
   Opdat de integratieraad een toelatingsattest voor een nieuwkomer kan opstellen, is een medewerker van het Ministerie aanwezig die belast is met het gelijkwaardig verklaren van buitenlandse diploma's. Een toelatingsattest wordt alleen opgesteld als de meerderheid van de integratieraad met die beslissing ingestemd heeft.
   De Regering legt de vorm van het toelatingsattest vast.]1

  
Art. 93.72. [1 - Admission des élèves primo-arrivants dans certaines années d'études
   § 1er - [2 Dans les écoles primaires ordinaires, un conseil consultatif interne se réunit pour statuer sur l'admission des élèves de l'enseignement fondamental ordinaire visés aux articles 93.69 et 93.70 à une année scolaire particulière dans l'école primaire ordinaire sur la base de leur âge et de leurs compétences, pour recommander, si nécessaire, des mesures visant à compenser les désavantages dus à un manque de compétences dans la langue d'enseignement pour les élèves primo-arrivants dans l'enseignement fondamental ordinaire et pour demander au Gouvernement une prolongation de leur fréquentation de la classe d'apprentissage linguistique.]2
   Pour la prise de décision, les élèves primo-arrivants de l'enseignement fondamental ordinaire présentent un test de classement des compétences approuvé par l'inspection scolaire, et ce, au niveau A2 du cadre européen commun de référence pour les langues; si les élèves ne sont pas encore alphabétisés, ce test se limite aux domaines de compétences orales de compréhension à l'audition et du parler.
  [2 Le conseil consultatif interne de l'école se compose au moins de l'enseignant de la classe ou du cours d'apprentissage linguistique, de l'enseignant de l'école fondamentale ordinaire accueillante, du chef d'établissement et d'un conseiller en pédagogie de soutien du centre de pédagogie de soutien chargé de conseiller les élèves primo-arrivants auprès du même centre. Si nécessaire, des experts externes peuvent être invités.]2
   § 2 - Les élèves primo-arrivants du secondaire qui fréquentent une classe d'apprentissage linguistique peuvent être intégrés dans les cours d'une école secondaire ordinaire lorsque le conseil d'intégration a émis un avis positif motivé. Cet avis comprend un rapport détaillé sur les compétences acquises par l'élève primo-arrivant et les recommandations formulées à propos du soutien futur et de mesures de compensation des désavantages en raison d'un manque de compétences dans la langue de l'enseignement.
   Le conseil d'intégration statue, en vue de l'intégration définitive de l'élève primo-arrivant dans une école secondaire ordinaire, sur l'admission dans certaines années d'études. Il prend cette décision pour des motifs pédagogiques correspondant à l'âge et au niveau de compétences de l'élève primo-arrivant. Si des diplômes ou certificats existent, ils peuvent être pris en considération pour rendre la décision.
   Le conseil d'intégration établit une attestation d'admissibilité pour l'année d'études adaptée au niveau et à l'âge de l'élève primo-arrivant, y compris la forme d'enseignement dans l'enseignement secondaire ordinaire, excepté pour la 6e et la 7e années d'études de l'enseignement secondaire ordinaire.
   Afin que le conseil d'intégration puisse établir une attestation d'admissibilité pour un élève primo-arrivant, un agent du Ministère chargé de l'équivalence de diplômes étrangers est présent. Une attestation d'admissibilité n'est délivrée que lorsque le conseil d'intégration a approuvé cette décision à la majorité.
   Le Gouvernement fixe la forme de l'attestation d'admissibilité.]1

  
Art. 93.73. [1 - Schoolvervoer voor de nieuwkomers
   Om artikel 24, derde en vierde lid, van hetzelfde decreet van 31 augustus 1998 toe te passen op de nieuwkomers, wordt de school waar de nieuwkomers de taalklas bezoeken als "dichtstbijgelegen school naar vrije keuze" beschouwd op de weekdagen waarop ze de taalklas bezoeken en wordt de school waar de nieuwkomers ingeschreven zijn als "dichtstbijgelegen school naar vrije keuze" beschouwd op de weekdagen waarop ze de taalklas niet bezoeken.]1

  
Art. 93.73. [1 - Transport scolaire pour les élèves primo-arrivants
   Pour l'application de l'article 24, alinéas 3 et 4, du même décret du 31 août 1998 aux élèves primo-arrivants, les jours de la semaine où les élèves primo-arrivants fréquentent la classe d'apprentissage linguistique, l'établissement est considéré comme l'école de libre choix la plus proche; les autres jours, c'est l'école où ils sont inscrits qui est considérée comme l'école de libre choix la plus proche.]1

  
Afdeling 3. [1 - Integratieraad]1
Section 3. [1 - Conseil d'intégration]1
Art. 93.74. [1 - Samenstelling van de integratieraad
   § 1 - Voor het gewoon secundair onderwijs richt de Regering één integratieraad op voor de leerlingen die de taalklas van een secundaire school op het grondgebied van de gemeenten Eupen, Kelmis, Lontzen en Raeren bezoeken en één integratieraad voor de leerlingen die de taalklas van een secundaire school op het grondgebied van de gemeenten Amel, Büllingen, Burg-Reuland, Bütgenbach en Sankt Vith bezoeken; de integratieraad zorgt ervoor dat de nieuwkomers zo goed mogelijk in de school geïntegreerd kunnen worden en is samengesteld als volgt :
   1° een voorzitter, uitgekozen onder de medewerkers van het departement van het Ministerie dat bevoegd is voor Pedagogie;
   2° de leraren van de taalklassen op het grondgebied van de gemeenten Eupen, Kelmis, Lontzen en Raeren enerzijds, en op het grondgebied van de gemeenten Amel, Büllingen, Burg-Reuland, Bütgenbach en Sankt Vith anderzijds;
   3° de schoolhoofden resp. hun plaatsvervangers van de gewone secundaire scholen op het grondgebied van de gemeenten Eupen, Kelmis, Lontzen en Raeren enerzijds, en op het grondgebied van de gemeenten Amel, Büllingen, Burg-Reuland, Bütgenbach en Sankt Vith anderzijds;
   4° een medewerker van het Ministerie die belast is met het gelijkwaardig verklaren van de buitenlandse diploma's;
   5° een adviseur voor bevorderingspedagogiek van het Competentiecentrum die belast is met het verlenen van advies aan de nieuwkomers aan het Centrum voor bevorderingspedagogiek;
   6° een secretaris, uitgekozen onder de medewerkers van het Ministerie.
   Voor de leden vermeld in het eerste lid, 1°, 4° en 6°, wordt een plaatsvervangend lid aangewezen dat volgens dezelfde criteria wordt uitgekozen als het lid dat het vervangt.
   De leden en plaatsvervangende leden van de integratieraad worden voor onbepaalde duur aangewezen.
   § 2 - Op verzoek van de integratieraad kunnen externe deskundigen de vergaderingen bijwonen als leden met raadgevende stem.
   § 3 - De bevoegde integratieraad kan slechts geldig beraadslagen en besluiten als minstens de helft van de leden vermeld in § 1, eerste lid, 1° tot 5°, of de helft van hun plaatsvervangers aanwezig is.
   Wordt het quorum niet bereikt, dan roept de voorzitter ten vroegste op de daarop volgende werkdag een nieuwe zitting bijeen.
   De gemotiveerde beslissing wordt genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Stemonthoudingen zijn niet toegestaan. De secretaris is niet stemgerechtigd.]1

  
Art. 93.74. [1 - Composition du conseil d'intégration
   § 1er - Pour l'enseignement secondaire ordinaire, le Gouvernement institue un conseil d'intégration pour les élèves qui fréquentent la classe d'apprentissage linguistique d'une école secondaire située dans la région regroupant les communes d'Eupen, La Calamine, Lontzen et Raeren, d'une part, et un pour ceux qui fréquentent la classe d'apprentissage linguistique d'une école secondaire située dans la région regroupant les communes d'Amblève, Bullange, Burg-Reuland, Butgenbach et Saint-Vith; ce conseil permet la meilleure intégration scolaire possible des élèves primo-arrivants et se compose comme suit :
   1° un président choisi parmi les membres du personnel du Ministère compétents pour la pédagogie;
   2° les professeurs des classes d'apprentissage linguistique de la région regroupant les communes d'Eupen, La Calamine, Lontzen et Raeren, d'une part, et de la région regroupant les communes d'Amblève, Bullange, Burg-Reuland, Butgenbach et Saint-Vith, d'autre part;
   3° les chefs d'établissement (ou leur représentant) de l'enseignement secondaire dans la région regroupant les communes d'Eupen, La Calamine, Lontzen et Raeren, d'une part, et dans la région regroupant les communes d'Amblève, Bullange, Burg-Reuland, Butgenbach et Saint-Vith, d'autre part;
   4° un agent du Ministère chargé de l'équivalence des diplômes étrangers;
   5° un conseiller en pédagogie de soutien du centre de pédagogie de soutien chargé d'y conseiller les élèves primo-arrivants;
   6° un secrétaire choisi parmi les agents du Ministère.
   Pour les membres effectifs mentionnés à l'alinéa 1er, 1°, 4° et 6°, un suppléant sélectionné selon les mêmes critères est prévu.
   Les membres effectifs et suppléants du conseil d'intégration sont désignés pour une durée indéterminée.
   § 2 - A la demande du conseil d'intégration, des experts externes peuvent être invités en tant que membres ayant voix consultative.
   § 3 - Le conseil d'intégration compétent ne peut délibérer valablement que si au moins la moitié des membres effectifs mentionnés au § 1er, alinéa 1er, 1° à 5°, ou leurs suppléants sont présents.
   Si le quorum n'est pas atteint, le président convoque une nouvelle réunion au plus tôt le jour ouvrable suivant.
   La décision motivée est émise après un vote à la majorité simple des voix. Les membres ne peuvent s'abstenir. Le secrétaire n'a pas voix délibérative.]1

  
Art. 93.75. [1 - Taken van de integratieraad
   De integratieraad begeleidt de nieuwkomers met het oog op een optimale integratie in de gewone secundaire scholen die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd worden.
   Hij beraadslaagt en beslist over het verdere onderwijstraject en over het tijdstip van de definitieve integratie in de gewone secundaire scholen op basis van een gestandaardiseerde en door de onderwijsinspectie goedgekeurde niveautest van de competenties in de onderwijstaal.
   De integratieraad formuleert aanbevelingen over de verdere ondersteuning en over de redelijke aanpassingen wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal voor de nieuwkomers in de gewone secundaire school. Die beslissingen worden schriftelijk vastgelegd en worden door de voorzitter van de integratieraad binnen 20 werkdagen per aangetekende brief toegezonden aan de personen belast met de opvoeding.
   Met de ondersteuning van de voorzitter van de integratieraad kunnen de personen belast met de opvoeding redelijke aanpassingen aanvragen.]1

  
Art. 93.75. [1 - Missions du conseil d'intégration
   Le conseil d'intégration est chargé de guider les élèves primo-arrivants en vue d'une intégration optimale dans les écoles secondaires ordinaires organisées ou subventionnées par la Communauté germanophone.
   Il délibère et statue sur le futur cursus scolaire et le moment de l'intégration définitive dans les écoles secondaires ordinaires, et ce, en se basant sur un test standardisé de classement des compétences dans la langue de l'enseignement, approuvé par l'inspection scolaire.
   Le conseil d'intégration formule des recommandations quant au soutien futur et à des mesures de compensation des désavantages en raison d'un manque de compétences dans la langue de l'enseignement. Ces décisions sont consignées par écrit; dans les 20 jours ouvrables, le président du conseil d'intégration les notifie par recommandé aux personnes chargées de l'éducation.
   Avec le soutien du président du conseil d'intégration, les personnes chargées de l'éducation peuvent introduire une demande en vue de mesures de compensation des désavantages.]1

  
Afdeling 4. [1 - Redelijke aanpassingen wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal en bescherming van de schoolcijfers wegens ontbrekende competenties in de onderwijs en de vreemde talen]1
Section 4. [1 - Compensation des désavantages en raison d'un manque de compétences dans la langue de l'enseignement et protection des notes en raison d'un manque de compétences dans la langue de l'enseignement et dans les langues étrangères]1
Art. 93.76. [1 - Beginsel
   Met de aanpassingen vermeld in de artikelen 93.77 en 93.78 zijn de artikelen 93.33 tot 93.46 van toepassing op de leerlingen met ontbrekende competenties in de onderwijstaal; daaronder wordt verstaan dat hun talenkennis onder het niveau B1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen ligt. Met de aanpassingen vermeld in de artikelen 93.77 en 93.78 zijn de artikelen 93.38 tot 93.46 van toepassing op de leerlingen met ontbrekende competenties in de vreemde talen.]1

  
Art. 93.76. [1 - Principe
   Moyennant les adaptations mentionnées aux articles 93.77 et 93.78, les articles 93.33 à 93.46 s'appliquent aux élèves présentant un manque de compétences dans la langue d'enseignement; par cela, il faut entendre que leurs connaissances linguistiques se situent sous le niveau B1 du cadre européen commun de référence pour les langues. Moyennant les adaptations mentionnées aux articles 93.77 et 93.78, les articles 93.38 à 93.46 s'appliquent en plus aux élèves présentant un manque de compétences dans les langues étrangères.]1

  
Art. 93.77. [1 - Redelijke aanpassingen wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal
   Om de procedure inzake redelijke aanpassingen toe te passen op de leerlingen met ontbrekende competenties in de onderwijstaal, gelden de volgende aanpassingen :
   1° artikel 93.33, vierde lid, is niet van toepassing en onder het begrip "specifieke onderwijsbehoeften" vermeld in artikel 93.33 wordt "ontbrekende competenties in de onderwijstaal" verstaan;
   2° artikel 93.34, § 2, is niet van toepassing en in afwijking van artikel 93.34, derde lid, bevat het advies de volgende gegevens :
   2.1. naam van de instelling;
   2.2. titel en professionele referenties van de deskundige/deskundigen die de evaluatie en het advies over de leerling heeft/hebben opgesteld;
   2.3. naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de leerling;
   2.4. naam en adres van de gewone school waar de leerling een taalklas heeft bezocht, voor zover hij in een taalklas ingeschreven was;
   2.5. naam en adres van de gewone basisschool of gewone secundaire school, studiejaar met inbegrip van onderwijsvorm van het secundair onderwijs waaraan de leerling zal deelnemen;
   2.6. de voor de vaststelling gebruikte en door de onderwijsinspectie goedgekeurde niveautests en de evaluatie van die tests;
   2.7. aard van de algemene problemen die de leerling in de onderwijstaal heeft;
   2.8. relevante sterkten en zwakten van de leerling in de vier onderstaande deelaspecten van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen en de uitwerkingen ervan op het leerproces :
   2.8.1. leesvaardigheid
   2.8.2. spreken
   2.8.3. luistervaardigheid
   2.8.4. schrijven
   2.9. aanbevolen compenserende maatregelen;
   3° in afwijking van artikel 93.35, § 1, derde lid, kunnen de redelijke aanpassingen van uitsluitend technische, personele of organisatorische aard zijn;
   4° onverminderd artikel 93.36, eerste lid, is een verlenging van de redelijke aanpassingen uitgesloten;
   5° Het derde en het vierde lid van artikel 93.37 zijn niet van toepassing.]1

  
Art. 93.77. [1 - Compensation des désavantages en raison d'un manque de compétences dans la langue de l'enseignement
   Les adaptations suivantes valent pour appliquer la procédure relative à la compensation des désavantages aux élèves présentant un manque de compétences dans la langue de l'enseignement :
   1° l'article 93.33, alinéa 4, ne s'applique pas et par la notion " nécessitant un soutien spécifique ", il faut entendre " un manque de compétences dans la langue de l'enseignement ";
   2° l'article 93.34, § 2, ne s'applique pas et, par dérogation à l'article 93.34, § 1er, alinéa 3, l'avis reprend les données suivantes :
   2.1. le nom de l'organisme;
   2.2. le titre et les références professionnelles du ou des experts qui ont établi l'évaluation de l'élève et l'avis;
   2.3. les nom, prénom, date et lieu de naissance ainsi que le domicile de l'élève;
   2.4. le nom et l'adresse de l'école ordinaire où l'élève a fréquenté une classe d'apprentissage linguistique, dans la mesure où il était inscrit dans une telle classe;
   2.5. le nom et l'adresse de l'école fondamentale ou secondaire ordinaire, l'année d'études, y compris la forme d'enseignement de l'enseignement secondaire où il sera scolarisé à l'avenir;
   2.6. le test de classement approuvé par l'inspection scolaire pour la constatation et son exploitation;
   2.7. la nature des problèmes généraux rencontrés par l'élève dans la langue de l'enseignement;
   2.8. les forces et faiblesses pertinentes de l'élève dans l'un des quatre sous-domaines du cadre européen commun de référence pour les langues, figurant ci-dessous, ainsi que leurs répercussions sur le processus d'apprentissage :
   2.8.1. compréhension à la lecture;
   2.8.2. parler;
   2.8.3. compréhension à l'audition;
   2.8.4. écrire;
   2.9. les recommandations formulées quant aux mesures de compensation;
   3° par dérogation à l'article 93.35, § 1er, alinéa 3, les mesures de compensation des désavantages ne peuvent être que de nature technique, personnelle ou organisationnelle;
   4° sans préjudice de l'article 93.36, alinéa 1er, une prolongation des mesures de compensation des désavantages est exclue;
   5° les alinéas 3 et 4 de l'article 93.37 ne s'appliquent pas.]1

  
Art. 93.78. [1 - Bescherming van de schoolcijfers wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal en in de vreemde talen
   Om de procedure inzake bescherming van de schoolcijfers toe te passen op de leerlingen met ontbrekende competenties in de onderwijstaal en in de vreemde talen, gelden de volgende aanpassingen :
   1° artikel 93.38, derde en vierde lid, zijn niet van toepassing en de bescherming van de schoolcijfers wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal en in de vreemde talen mag alleen worden aangevraagd voor de onderwijstaal en de vreemde talen;
   2° in afwijking van artikel 93.39, § 1, eerste tot derde lid, geldt het volgende :
   2.1. Binnen zes maanden na de definitieve integratie in een gewone basisschool of in een gewone secundaire school dienen de personen belast met de opvoeding een aanvraag om bescherming van de schoolcijfers wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal en in de vreemde talen aan bij het hoofd van de school waar het kind of de jongere ingeschreven is. Daarvoor gebruiken ze een door de Regering vastgelegd aanvraagformulier. Aanvragen die na het verstrijken van de termijn worden ingediend, zijn niet-ontvankelijk.
   Bij de aanvraag worden de volgende stukken gevoegd: de beslissing van het schoolhoofd omtrent de redelijke aanpassingen, de documentatie over de maatregelen die op dat gebied al zijn uitgevoerd en een deskundigenadvies. Het advies mag niet ouder zijn dan zes maanden, bevat de redenen waarom de bescherming van de schoolcijfers noodzakelijk is en wordt ingewonnen door de personen belast met de opvoeding.
   2.2. Het advies bevat de volgende gegevens :
   2.2.1. naam van de instelling;
   2.2.2. titel en professionele referenties van de deskundige/deskundigen die de evaluatie en het advies over de leerling heeft/hebben opgesteld;
   2.2.3. naam, voornaam, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de leerling;
   2.2.4. naam en adres van de gewone school waar de leerling een taalklas heeft bezocht, voor zover hij in een taalklas ingeschreven was;
   2.2.5. naam en adres van de gewone basisschool of gewone secundaire school, studiejaar met inbegrip van onderwijsvorm van het secundair onderwijs waaraan de leerling zal deelnemen;
   2.2.6. de voor de vaststelling gebruikte en door de onderwijsinspectie goedgekeurde niveautests en de evaluatie van die tests;
   2.2.7. aard van de algemene problemen die de leerling in de onderwijstaal heeft;
   2.2.8. relevante sterkten en zwakten van de leerling in de vier onderstaande deelaspecten van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen en de uitwerkingen ervan op het leerproces :
   2.2.8.1. leesvaardigheid;
   2.2.8.2. spreken;
   2.2.8.3. luistervaardigheid;
   2.2.8.4. schrijven;
   2.2.9. aanbevolen compenserende maatregelen en aanbevelingen omtrent de bescherming van de schoolcijfers in de relevante deelaspecten van het referentiekader of het leerplan;
   2.3. vanaf het vijfde jaar secundair onderwijs wordt geen bescherming van de schoolcijfers wegens ontbrekende taalcompetenties in de onderwijstaal en in de vreemde talen meer toegekend;
   3° onverminderd artikel 93.41, eerste lid, en artikel 93.42, § 3, eerste lid, is een verlenging van de bescherming van de schoolcijfers wegens ontbrekende taalcompetenties in de onderwijstaal en in de vreemde talen uitgesloten.]1

  
Art. 93.78. [1 - Protection des notes en raison d'un manque de compétences dans la langue de l'enseignement et dans les langues étrangères
   Les adaptations suivantes valent pour appliquer la procédure relative à la protection des notes aux élèves présentant un manque de compétences dans la langue de l'enseignement et dans les langues étrangères :
   1° les alinéas 3 et 4 de l'article 93.38 ne s'appliquent pas et la protection des notes en raison d'un manque de compétences dans la langue de l'enseignement et dans les langues étrangères ne peut être demandée que pour la langue de l'enseignement et les langues étrangères;
   2° par dérogation à l'article 93.39, § 1er, alinéas 1er à 3, s'applique ce qui suit :
   2.1. dans les six mois suivant l'intégration définitive dans une école fondamentale ou secondaire ordinaire, les personnes chargées de l'éducation introduisent, auprès du chef d'établissement de l'école dans laquelle l'enfant ou le jeune est inscrit, une demande de protection des notes en raison d'un manque de compétences dans la langue de l'enseignement et dans les langues étrangères. Pour ce faire, elles utilisent le formulaire de demande établi par le Gouvernement. Les demandes introduites hors délai ne sont pas admises.
   La demande est accompagnée de la décision prise par le chef d'établissement à propos des mesures de compensation, des documents relatifs à ces mesures ainsi que d'un avis rendu par un organisme expert en la matière. L'avis ne date pas de plus de six mois et motive la nécessité de protéger les notes; il est sollicité par les personnes chargées de l'éducation.
   2.2. L'avis reprend les données suivantes :
   2.2.1. le nom de l'organisme;
   2.2.2. le titre et les références professionnelles du ou des experts qui ont établi l'évaluation de l'élève et l'avis;
   2.2.3. les nom, prénom, date et lieu de naissance ainsi que le domicile de l'élève;
   2.2.4. le nom et l'adresse de l'école ordinaire où l'élève a fréquenté une classe d'apprentissage linguistique, dans la mesure où il était inscrit dans une telle classe;
   2.2.5. le nom et l'adresse de l'école fondamentale ou secondaire ordinaire, l'année d'études, y compris la forme d'enseignement de l'enseignement secondaire où il sera scolarisé à l'avenir;
   2.2.6. le test de classement approuvé par l'inspection scolaire pour la constatation et son exploitation;
   2.2.7. la nature des problèmes généraux rencontrés par l'élève dans la langue de l'enseignement;
   2.2.8. les forces et faiblesses pertinentes de l'élève dans l'un des quatre sous-domaines du cadre européen commun de référence pour les langues, figurant ci-dessous, ainsi que leurs répercussions sur le processus d'apprentissage :
   2.2.8.1. compréhension à la lecture;
   2.2.8.2. parler;
   2.2.8.3. compréhension à l'audition;
   2.2.8.4. écrire;
   2.2.9. des recommandations formulées à propos des mesures de compensation et de la protection des notes dans les sous-domaines pertinents du référentiel de compétences ou du programme;
   2.3. la protection des notes en raison d'un manque de compétences dans la langue d'enseignement et dans les langues étrangères n'est plus octroyée à partir de la 5e année secondaire;
   3° sans préjudice de l'article 93.41, alinéa 1er, et de l'article 93.42, § 3, alinéa 1er, une prolongation de la protection des notes en raison d'un manque de compétences dans la langue d'enseignement et dans les langues étrangères est exclue.]1

  
Afdeling 5. [1 - Betrekkingenpakket voor nieuwkomers en voor de organisatie van taalklassen of taalcursussen]1
Section 5. [1 - Capital emplois pour des élèves primo-arrivants et pour l'organisation des classes et cours d'apprentissage linguistique]1
Art. 93.79. [1 - Betrekkingenpakket voor nieuwkomers in het kleuteronderwijs
   Voor de leerlingen vermeld in artikel 93.69, § 1, eerste lid, kan de inrichtende macht een aanvullend betrekkingenpakket aanvragen indien minstens 40 % van het totale aantal leerlingen van de kleuterschool de onderwijstaal niet beheerst en indien in die kleuterschool minstens twaalf kinderen ingeschreven zijn.
   Zodra op basis van [3 de lijst]3 vermeld in artikel 93.69, § 1, tweede lid, vaststaat dat 40 % van het totale aantal leerlingen van de kleuterschool binnen een schooljaar uit nieuwkomers bestaat, kan de inrichtende macht bij de Regering een aanvraag indienen om een aanvullend betrekkingenpakket te krijgen. D[4 ...]4.
  [2 In afwijking van het eerste en het tweede lid bedraagt het percentage in de kleuterscholen 30 %, als ze georganiseerd worden met toepassing van artikel 6, § 1.2, van het decreet van 19 april 2004 betreffende de taaloverdracht en het gebruik van de talen in het onderwijs.]2
   Het aanvullende betrekkingenpakket geldt telkens voor het lopende schooljaar en tot 30 september van het daaropvolgende schooljaar.
   Het aanvullende betrekkingenpakket bedraagt bij :
   1° 5 tot 10 nieuwkomers : één 1/4 betrekking extra;
   2° 11 tot 17 nieuwkomers : één 1/4 betrekking extra;
   3° 18 tot 24 nieuwkomers : één 1/4 betrekking extra;
   4° vanaf 25 nieuwkomers : per groep van zes nieuwkomers telkens één 1/4 betrekking extra.
   De voormelde normen gelden per taalafdeling.]1

  
Art. 93.79. [1 - Capital emplois pour des élèves primo-arrivants en section maternelle
   Pour les élèves mentionnés à l'article 93.69, § 1er, alinéa 1er, le pouvoir organisateur peut demander du capital emplois supplémentaire, si au moins 40 % de l'ensemble des élèves de la section maternelle ne maîtrisent pas la langue de l'enseignement et qu'au moins 12 enfants y sont inscrits.
   Dès que 40 % de l'ensemble des élèves de la section maternelle sont, au cours d'une année scolaire, identifiés comme élèves primo-arrivants au moyen [3 de la liste mentionnée]3 à l'article 93.69, § 1er, alinéa 2, le pouvoir organisateur peut introduire une demande auprès du Gouvernement en vue d'obtenir du capital emplois supplémentaire. [4 ...]4.
  [2 Par dérogation aux alinéas 1er et 2, le pourcentage s'élève à 30 % pour les sections maternelles si elles sont organisées en application de l'article 6, § 1.2, du décret du 19 avril 2004 relatif à la transmission des connaissances linguistiques et à l'emploi des langues dans l'enseignement.]2
   Le capital emplois supplémentaire vaut chaque fois pour l'année scolaire en cours et jusqu'au 30 septembre de l'année scolaire suivante.
   Le capital emplois supplémentaire correspond à :
   1° un quart d'emploi supplémentaire pour 5 à 10 élèves primo-arrivants;
   2° un quart d'emploi supplémentaire pour 11 à 17 élèves primo-arrivants;
   3° un quart d'emploi supplémentaire pour 18 à 24 élèves primo-arrivants;
   4° un quart d'emploi supplémentaire par tranche de six élèves primo-arrivants à partir du 25e élève primo-arrivant.
   Les normes susmentionnées valent par section linguistique.]1

  
Art. 93.80. [1 - Organisatie van de taalklassen en taalcursussen in de gewone [2 basisscholen, op basis van alle nieuwkomers die op dat ogenblik bij de inrichtende macht ingeschreven zijn,]2
   Zodra de normen bereikt zijn, ontvangen de inrichtende machten van de gewone basisscholen het volgende betrekkingenpakket voor de organisatie van een taalklas of taalcursus :
   1° van 3 tot 5 nieuwkomers: één 1/4 betrekking;
   2° van 6 tot 8 nieuwkomers: één 1/4 betrekking extra;
   3° van 9 tot 12 nieuwkomers: één halve betrekking extra;
   4° vanaf 13 nieuwkomers: per groep van drie nieuwkomers telkens één 1/4 betrekking extra.
  [8 De normen gelden per taalafdeling.]8
  [8 In afwijking van het eerste lid wordt het lestijdenpakket voor elke school van een inrichtende macht afzonderlijk berekend, indien dit in het voordeel van de inrichtende macht is.]8
  [3 Nieuwkomers genereren uitsluitend lestijdenpakket als ze een taalcursus of een taalklas bezoeken.]3
   Zodra de vastgestelde normen bereikt zijn, kan de inrichtende macht het aanvullende betrekkingenpakket op om het even welk tijdstip in het schooljaar aanvragen. Het aanvullende betrekkingenpakket geldt voor het lopende schooljaar en tot 30 september van het daaropvolgende schooljaar.
   Voor de gewone basisscholen wordt een taalklas georganiseerd zodra er bij de inrichtende macht negen nieuwkomers ingeschreven zijn. De inrichtende macht organiseert die taalklas waar zij dat wil.
   [4 Als een inrichtende macht de normen vermeld in het eerste lid om een taalcursus of een taalklas te organiseren niet bereikt, kunnen twee of meer inrichtende machten hun nieuwkomers samentellen om de normen vermeld in het eerste lid te bereiken. De inrichtende machten bepalen samen aan welke school de taalcursus of de taalklas zal worden georganiseerd. De inrichtende macht die de taalklas of de taalcursus organiseert, krijgt het desbetreffende extra lestijdenpakket voor de nieuwkomers op wie die samenwerking tussen de inrichtende machten betrekking heeft.]4
   Indien geen negen nieuwkomers op het grondgebied van de gemeenten Eupen, Kelmis, Lontzen en Raeren voldoen aan de voorwaarden om aan het onderwijs deel te nemen via een taalklas, kan in afwijking van de norm een taalklas georganiseerd worden die niet aan het minimale norm van negen nieuwkomers voldoet. Dit geldt ook voor het grondgebied van de gemeenten Büllingen, Burg-Reuland, Bütgenbach en Sankt Vith.
   Indien de inrichtende macht geen taalklassen kan organiseren, gebruikt ze het haar ter beschikking gestelde urenpakket uitsluitend voor taalcursussen in haar gewone basisscholen. Die vinden alleen plaats in de scholen waar de nieuwkomers om organisatorische redenen geen taalklas voor nieuwkomers kunnen bezoeken. [5 Een taalcursus bestaat minstens uit een 1/4-lesrooster.]5
   De oorspronkelijke school waar de nieuwkomers ingeschreven zijn ontvangt het betrekkingenpakket "[6 onderwijspersoneel, schoolhoofd,]6, coördinatie en projecten", alsook de middelen voor pedagogische doeleinden en de werkingsdotaties of werkingssubsidies.
   De gewone basisschool waar de taalklas wordt georganiseerd, ontvangt de middelen tot verlaging van de schoolkosten.
  [8 Gewone basisscholen die nieuwkomers bij besluit van de schoolinterne integratieraad definitief in de gewone lessen integreren, krijgen - voor de duur van één schooljaar - in het ambt van leraar taalklassen:
   1° van 3 tot 10 leerlingen: een 1/4-betrekking;
   2° van 11 tot 17 leerlingen: een 1/4-betrekking extra;
   3° van 18 tot 24 leerlingen: een 1/4-betrekking extra;
   4° vanaf 25 leerlingen: per groep van zes bijkomende leerlingen één 1/4-betrekking extra.]8

  
Art. 93.80. [1 - Organisation des classes et cours d'apprentissage linguistique dans les écoles fondamentales ordinaires
   [2 Sur la base de tous les élèves primo-arrivants du pouvoir organisateur inscrits à ce moment-là et pour]2 l'organisation d'une classe ou, selon le cas, d'un cours d'apprentissage linguistique dès que les normes sont atteintes, les pouvoirs organisateurs d'écoles fondamentales ordinaires obtiennent le capital emplois suivant :
   1° un quart d'emploi pour 3 à 5 élèves primo-arrivants;
   2° un quart d'emploi supplémentaire pour 6 à 8 élèves primo-arrivants;
   3° un demi-emploi supplémentaire pour 9 à 12 élèves primo-arrivants;
   4° un quart d'emploi supplémentaire par tranche de trois élèves primo-arrivants à partir du 13e élève primo-arrivant.
  [8 Les normes s'appliquent par section linguistique.]8
  [8 Par dérogation à l'alinéa 1er, le calcul du capital périodes s'opère par école d'un pouvoir organisateur si cela est avantageux pour lui.]8
  [3 Les élèves primo-arrivants génèrent un capital emplois uniquement s'ils fréquentent un cours ou une classe d'apprentissage linguistique. ]3
   Dès que les normes prévues sont atteintes, le pouvoir organisateur peut demander le capital emplois supplémentaire à n'importe quel moment de l'année scolaire. Il vaut pour l'année scolaire en cours et jusqu'au 30 septembre de l'année scolaire suivante.
   Dans les écoles fondamentales ordinaires, une classe d'apprentissage linguistique est organisée à partir du 9e élève primo-arrivant inscrit auprès d'un pouvoir organisateur. Le pouvoir organisateur organise celle-ci à l'endroit de son choix.
   [4 Si un pouvoir organisateur n'atteint pas les normes mentionnées à l'alinéa 1er pour pouvoir organiser un cours ou une classe d'apprentissage linguistique, il peut s'associer à un ou plusieurs autres pouvoirs organisateurs afin d'y répondre. Les pouvoirs organisateurs déterminent de commun accord l'école dans laquelle le cours ou la classe d'apprentissage linguistique seront organisés. Le pouvoir organisateur qui organise le cours ou la classe d'apprentissage linguistique reçoit le capital périodes supplémentaire correspondant pour les élèves primo-arrivants concernés par cette coopération entre les pouvoirs organisateurs.]4
   S'il n'y a pas dans les région regroupant les communes d'Eupen, La Calamine, Lontzen et Raeren, neuf élèves primo-arrivants remplissant les conditions pour être scolarisés dans une classe d'apprentissage linguistique, une telle classe ne satisfaisant pas à la norme minimale de neuf élèves primo-arrivants peut être organisée par dérogation à la norme. Cela vaut aussi pour la région regroupant les communes d'Amblève, Bullange, Burg-Reuland, Butgenbach et Saint-Vith.
   Lorsqu'aucune classe d'apprentissage linguistique ne peut être organisée, le pouvoir organisateur n'utilise le capital périodes mis à sa disposition que pour des cours d'apprentissage linguistique dans ses écoles fondamentales ordinaires. Ceux-ci n'ont lieu que dans les implantations où les élèves primo-arrivants ne peuvent, pour des raisons organisationnelles, fréquenter de classe d'apprentissage linguistique pour élèves primo-arrivants. [5 Un cours d'apprentissage linguistique représente au moins un quart d'horaire;]5
   C'est l'école d'origine où les élèves primo-arrivants sont inscrits qui obtient le capital emplois [6 pour le personnel enseignants]6 pour les chefs d'établissement, la coordination, les projets ainsi que les moyens financiers pour les objectifs pédagogiques et les dotations ou subventions de fonctionnement.
   C'est l'école fondamentale ordinaire où la classe d'apprentissage linguistique est organisée qui reçoit les moyens pour la réduction des frais scolaires.
  [8 Les écoles fondamentales ordinaires qui, par décision du conseil consultatif interne de l'école, intègrent définitivement dans l'enseignement fondamental les élèves primo-arrivants reçoivent, pendant une année scolaire, dans la fonction de professeur pour classes d'apprentissage linguistique :
   1° de 3 à 10 élèves : un quart d'emploi;
   2° de 11 à 17 élèves : un quart d'emploi supplémentaire;
   3° de 18 à 24 élèves : un quart d'emploi supplémentaire;
   4° à partir du 25e élève : un quart d'emploi supplémentaire par tranche de six élèves primo-arrivants.]8

  
Art. 93.81. [1 - Organisatie van de taalklassen in de gewone secundaire scholen
   In het gewoon secundair onderwijs wordt één taalklas georganiseerd op het grondgebied van de gemeenten Eupen, Kelmis, Lontzen en Raeren en wordt één taalklas georganiseerd op het grondgebied van de gemeenten Amel, Büllingen, Burg-Reuland, Bütgenbach en Sankt Vith. [5 Daarvoor staan dertig uren ter beschikking in het ambt van leraar taalklassen voor tot twaalf nieuwkomers en vier uren in het ambt van leraar algemene vakken (wiskunde) in het lager of hoger secundair onderwijs.]5
   Indien er meer dan twaalf nieuwkomers in het gewoon onderwijs in een taalklas ingeschreven zijn, worden overeenkomstig de onderstaande normen de volgende [5 extra uren in het ambt van leraar taalklassen]5 toegekend :
   1° 13 tot 15 nieuwkomers: 15 uren extra;
   2° 16 tot 24 nieuwkomers: 15 uren extra;
   3° 25 tot 27 nieuwkomers: 15 uren extra;
   4° 28 tot 36 nieuwkomers: 15 uren extra;
   5° vanaf 37 nieuwkomers: per groep van zes nieuwkomers telkens 15 uren extra.
   Die aanvullende taalklassen worden in andere gewone secundaire scholen georganiseerd, in overleg met de inrichtende machten.
  [4 In afwijking van het eerste lid kan de Regering extra taalklassen openen als de bestaande taalklassen niet aan de behoefte kunnen voldoen. De in dit hoofdstuk vastgestelde normen zijn van toepassing.]4
  [4 De Regering kan de extra taalklassen die met toepassing van het vierde lid worden geopend, op 1 oktober van elk jaar sluiten, als er minder dan negen nieuwkomers in de extra taalklassen ingeschreven zijn en als een andere taalklas uit hetzelfde geografische gebied in de behoefte kan voorzien.]4
   De gewone secundaire school waar de nieuwkomers ingeschreven zijn ontvangt het betrekkingenpakket of urenpakket "schoolhoofd, coördinatie, projecten, opvoeders".
   De gewone secundaire school waar de nieuwkomers ingeschreven zijn, ontvangt de middelen tot verlaging van de schoolkosten.
   De gewone secundaire school waar de nieuwkomers ingeschreven zijn, ontvangt de middelen voor pedagogische doeleinden en de werkingsdotaties of werkingssubsidies.
   Zodra de normen bereikt zijn, kan de inrichtende macht het urenpakket op om het even welk tijdstip in het schooljaar aanvragen. Het geldt voor het lopende schooljaar en tot 30 september van het daaropvolgende schooljaar.]1

  [2 Gewone secundaire scholen die leerlingen die de afgelopen drie jaar regelmatig in een taalklas ingeschreven waren [3 met toepassing van artikel 93.75, tweede lid, definitief]3 gewoon onderwijs laten volgen, krijgen in het ambt van leraar taalklassen :
   1° van 3 tot 6 leerlingen : een 1/4-betrekking;
   2° van 7 tot 12 leerlingen : een 1/4-betrekking extra;
   3° van 13 tot 18 leerlingen : een 1/4-betrekking extra;
   4° van 19 tot 24 leerlingen : een 1/4-betrekking extra;
   5° per groep van telkens zes bijkomende leerlingen ontvangt de secundaire school telkens één 1/4-betrekking extra.]2

  
Art. 93.81. [1 - Organisation des classes d'apprentissage linguistique dans les écoles secondaires ordinaires
   Dans l'enseignement secondaire ordinaire est organisée ou subventionnée une classe d'apprentissage linguistique pour les élèves primo-arrivants dans la région regroupant les communes d'Eupen, La Calamine, Lontzen et Raeren, d'une part, et dans la région regroupant les communes d'Amblève, Bullange, Burg-Reuland, Butgenbach et Saint-Vith, d'autre part. [5 Pour ce faire sont à chaque fois mises à disposition trente heures dans la fonction de professeur de classes d'apprentissage linguistique pour des groupes allant jusqu'à douze élèves primo-arrivants ainsi que quatre heures dans la fonction de professeur de cours généraux (mathématiques) dans le degré inférieur ou supérieur de l'enseignement secondaire.]5
   S'il y a plus de douze élèves primo-arrivants régulièrement inscrits dans une classe d'apprentissage linguistique, des heures supplémentaires [5 dans la fonction de professeur de classes d'apprentissage linguistique]5 sont accordées selon les normes ci-dessous :
   1° de 13 à 15 élèves primo-arrivants : 15 heures supplémentaires;
   2° de 16 à 24 élèves primo-arrivants : 15 heures supplémentaires;
   3° de 25 à 27 élèves primo-arrivants : 15 heures supplémentaires;
   4° de 28 à 36 élèves primo-arrivants : 15 heures supplémentaires;
   5° 15 heures supplémentaires par tranche de six élèves primo-arrivants à partir du 37e.
   Ces classes d'apprentissage linguistique supplémentaires sont organisées dans d'autres écoles secondaires ordinaires en accord avec les pouvoirs organisateurs.
  [4 Par dérogation à l'alinéa 1er, le Gouvernement peut ouvrir des classes d'apprentissage linguistique supplémentaires, si les classes existantes ne suffisent pas à répondre aux besoins. Les normes du présent chapitre s'appliquent.]4
  [4 Le Gouvernement peut, au 1er octobre de chaque année, fermer les classes d'apprentissage linguistique supplémentaires ouvertes en application de l'alinéa 4 si moins de neuf élèves primo-arrivants sont inscrits dans la classe d'apprentissage linguistique supplémentaire et qu'il est possible de répondre aux besoins dans une autre classe d'apprentissage linguistique située dans la même région géographique.]4
   C'est l'école secondaire ordinaire où sont inscrits les élèves primo-arrivants qui obtient le capital emplois ou capital périodes pour les chefs d'établissement, la coordination, les projets ainsi que les éducateurs.
   C'est l'école secondaire ordinaire où les élèves primo-arrivants sont inscrits qui reçoit les moyens pour la réduction des frais scolaires.
   C'est l'école secondaire ordinaire où les élèves primo-arrivants sont inscrits qui reçoit les moyens financiers pour les objectifs pédagogiques et les dotations ou subventions de fonctionnement.
   Dès que les normes sont atteintes, le pouvoir organisateur peut demander le capital périodes à n'importe quel moment de l'année scolaire. Il vaut chaque fois pour l'année scolaire en cours et jusqu'au 30 septembre de l'année scolaire suivante.]1

  [2 Les écoles secondaires ordinaires qui intègrent dans l'enseignement ordinaire [3 , définitivement en application de l'article 93.75, alinéa 2,]3 des élèves qui étaient inscrits régulièrement dans une classe d'apprentissage linguistique au cours des trois dernières années reçoivent, pour la fonction de professeur pour classes d'apprentissage linguistique :
   1° de 3 à 6 élèves : un quart d'emploi;
   2° de 7 à 12 élèves : un quart d'emploi supplémentaire;
   3° de 13 à 18 élèves : un quart d'emploi supplémentaire;
   4° de 19 à 24 élèves : un quart d'emploi supplémentaire;
   5° par tranche de six autres élèves, l'école secondaire reçoit à chaque fois un quart d'emploi supplémentaire.]2

  
Afdeling 6. [1 - Gegevensbescherming]1
Section 6. [1 - Protection des données]1
Art. 93.81.1. [1 - Vertrouwelijkheid
   Met behoud van de toepassing van andersluidende wettelijke of decretale bepalingen moet eenieder die, in welke hoedanigheid ook, meewerkt aan de toepassing van dit hoofdstuk, de gegevens die hem in de uitoefening van zijn opdracht toevertrouwd worden, vertrouwelijk behandelen.]1

  
Art. 93.81.1. [1 - Confidentialité
   Sans préjudice de dispositions légales ou décrétales contraires, quiconque, à quelque titre que ce soit, participe à l'application du présent chapitre est tenu de traiter confidentiellement les données qui lui sont confiées dans l'exercice de sa mission.]1

  
Art. 93.81.2. [1 - Verwerking van persoonsgegevens in het kader van de deelneming van nieuwkomers aan het onderwijs
   Met behoud van de toepassing van artikel 93.81.3 is de Regering verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens vermeld in artikel 93.81.4 in de zin van artikel 4, punt 7, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
   De Regering verzamelt en verwerkt persoonsgegevens met het oog op de uitvoering van haar wettelijke of decretale taken, in het bijzonder wat betreft de taken vermeld in de artikelen 93.69, 93.70 en 93.71 van dit decreet. De Regering mag de verzamelde gegevens niet gebruiken voor andere doeleinden dan de uitvoering van haar wettelijke of decretale taken.
   De verwerking van persoonsgegevens geschiedt met inachtneming van de toepasselijke regelgeving inzake gegevensbescherming.
   De Regering wijst haar medewerkers en externe adviseurs in dat verband op hun plichten inzake informatieveiligheid en gegevensbescherming.]1

  
Art. 93.81.2. [1 - Traitement de données à caractère personnel dans le cadre de la scolarisation des élèves primo-arrivants
   Sans préjudice de l'article 93.81.3, le Gouvernement est responsable du traitement des données à caractère personnel mentionnées à l'article 93.81.4, au sens de l'article 4, 7), du règlement général sur la protection des données.
   Le Gouvernement collecte et traite des données à caractère personnel en vue de l'exercice de ses missions légales ou décrétales, notamment en ce qui concerne les missions mentionnées aux articles 93.69, 93.70 et 93.71 du présent décret. Le Gouvernement ne peut utiliser les données collectées à d'autres fins que l'exercice de ses missions légales ou décrétales.
   Le traitement des données à caractère personnel s'opère dans le respect des dispositions légales applicables en matière de protection des données.
   Le Gouvernement informe à cet égard ses collaborateurs et conseillers externes de leurs devoirs en matière de sécurité de l'information et de protection des données.]1

  
Art. 93.81.3. [1 - Verwerking van gezondheidsgegevens
   De verwerking van gegevens over de gezondheid van de betrokken personen geschiedt onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar uit de gezondheidszorg.]1

  
Art. 93.81.3. [1 - Traitement de données relatives à la santé
   Le traitement de données relatives à la santé des personnes concernées s'opère sous la responsabilité d'un professionnel des soins de santé.]1

  
Art. 93.81.4. [1 - Gegevenscategorieën
   § 1 - Het schoolhoofd of, in het gesubsidieerd officieel onderwijs, de inrichtende macht kan alle overeenkomstig artikel 93.81.2 toereikende, ter zake dienende en niet-overmatige persoonsgegevens uit de volgende gegevenscategorieën verzamelen en verwerken:
   1° identiteitsgegevens en contactgegevens van de leerling;
   a) naam en voornaam;
   b) woonplaats: straat, huisnummer, postcode en plaats;
   2° gegevens over de geboortedatum van de leerling;
   3° identiteitsgegevens en contactgegevens van de personen belast met de opvoeding van de leerling:
   a) naam en voornaam;
   b) woonplaats: straat, huisnummer, postcode en plaats;
   4° gegevens over het schoolbezoek en de afwezigheden van de leerling;
   5° gegevens over de taalkennis van de leerling;
   6° gegevens over de gezondheid en de ontwikkeling van de leerling:
   a) eventuele behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning;
   b) redelijke aanpassingen wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal en bescherming van de schoolcijfers wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal en de vreemde talen;
   7° gegevens over de opleiding en het statuut van de leerkracht.
   De gegevenscategorieën vermeld in het eerste lid kunnen worden verwerkt voor de volgende doeleinden:
   1° eerste of hernieuwde inschrijving als nieuwkomer in het kleuteronderwijs overeenkomstig artikel 93.69, § 1, eerste tot derde lid;
   2° aanvraag tot eerste of hernieuwde inschrijving als nieuwkomer in het gewoon lager onderwijs en toekenning van betrekkingen voor de organisatie van taalcursussen of -klassen overeenkomstig artikel 93.70, eerste tot derde lid;
   3° aanvraag aan de onderwijsinspectie betreffende vragen in verband met de inschrijving of het tijdstip van de definitieve integratie in het gewoon lager onderwijs, overeenkomstig artikel 93.70, zevende lid;
   4° aanvraag tot inschrijving als nieuwkomer in het gewoon secundair onderwijs overeenkomstig artikel 93.71, eerste lid;
   5° taalniveautest van de leerling overeenkomstig artikel 93.69, § 1, vierde lid, en artikel 93.70, vierde lid.
   § 2 - De Regering kan alle overeenkomstig artikel 93.81.2 toereikende, ter zake dienende en niet-overmatige persoonsgegevens uit de volgende gegevenscategorieën verwerken:
   1° identiteitsgegevens en contactgegevens van de leerling;
   a) naam en voornaam;
   b) woonplaats: straat, huisnummer, postcode en plaats;
   2° gegevens over de geboortedatum van de leerling;
   3° identiteitsgegevens en contactgegevens van de personen belast met de opvoeding van de leerling:
   a) naam en voornaam;
   b) woonplaats: straat, huisnummer, postcode en plaats;
   4° gegevens over het schoolbezoek en de afwezigheden van de leerling;
   5° gegevens over de taalkennis van de leerling;
   6° gegevens over de gezondheid en de ontwikkeling van de leerling:
   a) eventuele behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning;
   b) redelijke aanpassingen wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal en bescherming van de schoolcijfers wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal en de vreemde talen;
   7° gegevens over de opleiding en het statuut van de leerkracht.
   De gegevenscategorieën vermeld in het eerste lid kunnen worden verwerkt voor de volgende doeleinden:
   1° eerste of hernieuwde inschrijving als nieuwkomer in het kleuteronderwijs overeenkomstig artikel 93.69, § 1, eerste tot derde lid;
   2° goedkeuring of afwijzing van de aanvraag tot eerste of hernieuwde inschrijving als nieuwkomer in het gewoon lager onderwijs overeenkomstig artikel 93.70, zesde lid;
   3° inschrijving als nieuwkomer in het gewoon secundair onderwijs overeenkomstig artikel 93.71, eerste lid;
   4° toekenning van betrekkingen om taalcursussen of taalklassen te organiseren overeenkomstig artikel 93.70, derde lid, en artikel 93.71, vierde lid.
   § 3 - De in artikel 93.70, zevende lid, vermelde onderwijsinspectie kan alle overeenkomstig artikel 93.81.2 toereikende, ter zake dienende en niet-overmatige persoonsgegevens uit de volgende gegevenscategorieën verwerken:
   1° identiteitsgegevens en contactgegevens van de leerling;
   a) naam en voornaam;
   b) woonplaats: straat, huisnummer, postcode en plaats;
   2° gegevens over de geboortedatum van de leerling;
   3° identiteitsgegevens en contactgegevens van de personen belast met de opvoeding van de leerling:
   a) naam en voornaam;
   b) woonplaats: straat, huisnummer, postcode en plaats;
   4° gegevens over het schoolbezoek en de afwezigheden van de leerling;
   5° gegevens over de taalkennis van de leerling;
   6° gegevens over de gezondheid en de ontwikkeling van de leerling:
   a) eventuele behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning;
   b) redelijke aanpassingen wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal en bescherming van de schoolcijfers wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal en de vreemde talen;
   7° gegevens over de opleiding en het statuut van de leerkracht.
   De gegevenscategorieën vermeld in het eerste lid kunnen worden verwerkt voor de volgende doeleinden:
   1° het opstellen van een advies met het oog op de beslissing van de Regering over de goedkeuring of afwijzing van de aanvraag tot eerste of hernieuwde inschrijving als nieuwkomer in het gewoon lager onderwijs overeenkomstig artikel 93.70, zesde lid;
   2° beslissing betreffende vragen in verband met de inschrijving of het tijdstip van de definitieve integratie in het gewoon lager onderwijs, overeenkomstig artikel 93.70, zevende lid.
   § 4 - De in artikel 93.74 vermelde schoolinterne integratieraad kan alle overeenkomstig artikel 93.81.2 toereikende, ter zake dienende en niet-overmatige persoonsgegevens uit de volgende gegevenscategorieën verwerken:
   1° identiteitsgegevens en contactgegevens van de leerling;
   a) naam en voornaam;
   b) woonplaats: straat, huisnummer, postcode en plaats;
   2° gegevens over de geboortedatum van de leerling;
   3° identiteitsgegevens en contactgegevens van de personen belast met de opvoeding van de leerling:
   a) naam en voornaam;
   b) woonplaats: straat, huisnummer, postcode en plaats;
   4° gegevens over het schoolbezoek en de afwezigheden van de leerling;
   5° gegevens over de taalkennis van de leerling;
   6° gegevens over de gezondheid en de ontwikkeling van de leerling:
   a) gegevens over de lichamelijke gezondheid;
   b) eventuele behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning;
   c) redelijke aanpassingen wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal en bescherming van de schoolcijfers wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal en de vreemde talen;
   7° gegevens over de opleiding en het statuut van de leerkracht.
   De gegevenscategorieën vermeld in het eerste lid kunnen worden verwerkt voor de volgende doeleinden:
   1° bij de Regering ingediende aanvraag om het verblijf in een taalklas te verlengen overeenkomstig artikel 93.70, achtste lid, en artikel 93.72, § 1, eerste lid;
   2° beslissing over een verlenging van het verblijf in een taalklas overeenkomstig artikel 93.71, derde lid;
   3° advies over het verdere onderwijstraject van de nieuwkomer overeenkomstig artikel 93.71, vijfde lid;
   4° beslissing over de definitieve integratie van de leerling in een studiejaar en een studierichting van het gewoon secundair onderwijs overeenkomstig artikel 93.71, vijfde lid, en artikel 93.72, § 2, tweede lid;
   5° beslissing over de toelating van de leerlingen van het gewoon lager onderwijs vermeld in de artikelen 93.69 en 93.70 tot een bepaald leerjaar van het gewoon basisonderwijs overeenkomstig artikel 93.72, § 1, eerste lid;
   6° aanbeveling tot redelijke aanpassingen wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal voor de nieuwkomers in het gewoon lager onderwijs overeenkomstig artikel 93.72, § 1, eerste lid;
   7° advies betreffende de integratie van een nieuwkomer in het secundair onderwijs die een taalklas bezoekt, in het onderwijs van een gewone secundaire school en aanbevelingen tot verdere ondersteuning alsook tot redelijke aanpassingen wegens ontbrekende competenties in de onderwijstaal overeenkomstig artikel 93.72, § 2, eerste lid.]1

  
Art. 93.81.4. [1 - Catégories de données
   § 1er - Le chef d'établissement ou, dans l'enseignement officiel subventionné, le pouvoir organisateur peut collecter et traiter toutes les données à caractère personnel appropriées, utiles et proportionnées conformément à l'article 93.81.2, relevant des catégories de données suivantes :
   1° les données relatives à l'identité de l'élève et ses données de contact :
   a) le nom de famille et le prénom;
   b) le domicile : la rue, le numéro de rue, le code postal et la ville;
   2° les données relatives à la date de naissance de l'élève;
   3° les données relatives à l'identité des personnes chargées de l'éducation de l'élève et leurs données de contact :
   a) le nom de famille et le prénom;
   b) le domicile : la rue, le numéro de rue, le code postal et la ville;
   4° les données relatives à la fréquentation scolaire et aux absences de l'élève;
   5° les données relatives aux connaissances linguistiques de l'élève;
   6° les données relatives à la santé et au développement de l'élève :
   a) l'existence de la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé;
   b) la compensation des désavantages dus à un manque de compétences dans la langue d'enseignement et la protection des notes en raison d'un manque de compétences dans la langue d'enseignement et dans les langues étrangères;
   7° les données relatives à la formation et au statut de l'enseignant.
   Les catégories de données mentionnées à l'alinéa 1er peuvent être traitées aux fins suivantes :
   1° première inscription ou réinscription en tant qu'élève primo-arrivant en section maternelle conformément à l'article 93.69, § 1er, alinéas 1 à 3;
   2° demande de première inscription ou de réinscription en tant qu'élève primo-arrivant dans l'école primaire ordinaire et octroi d'un capital emplois pour l'organisation de cours ou de classes d'apprentissage linguistique conformément à l'article 93.70, alinéas 1 à 3;
   3° demande adressée à l'inspection scolaire en ce qui concerne les questions relatives à l'inscription ou à la date d'intégration définitive dans l'école primaire ordinaire conformément à l'article 93.70, alinéa 7;
   4° demande d'inscription en tant qu'élève primo-arrivant dans l'école secondaire ordinaire conformément à l'article 93.71, alinéa 1er;
   5° test du niveau de langue de l'élève conformément à l'article 93.69, § 1er, alinéa 4, et à l'article 93.70, alinéa 4.6.
   § 2 - Le Gouvernement peut traiter toutes les données à caractère personnel appropriées, utiles et proportionnées, conformément à l'article 93.81.2, relevant des catégories de données suivantes :
   1° les données relatives à l'identité de l'élève et ses données de contact :
   a) le nom de famille et le prénom;
   b) le domicile : la rue, le numéro de rue, le code postal et la ville;
   2° les données relatives à la date de naissance de l'élève;
   3° les données relatives à l'identité des personnes chargées de l'éducation de l'élève et leurs données de contact :
   a) le nom de famille et le prénom;
   b) le domicile : la rue, le numéro de rue, le code postal et la ville;
   4° les données relatives à la fréquentation scolaire et aux absences de l'élève;
   5° les données relatives aux connaissances linguistiques de l'élève;
   6° les données relatives à la santé et au développement de l'élève :
   a) l'existence de la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé;
   b) la compensation des désavantages dus à un manque de compétences dans la langue d'enseignement et la protection des notes en raison d'un manque de compétences dans la langue d'enseignement et dans les langues étrangères;
   7° les données relatives à la formation et au statut de l'enseignant.
   Les catégories de données mentionnées à l'alinéa 1er peuvent être traitées aux fins suivantes :
   1° première inscription ou réinscription en tant qu'élève primo-arrivant en section maternelle conformément à l'article 93.69, § 1er, alinéas 1 à 3;
   2° approbation ou rejet de la demande de première inscription ou de réinscription en tant qu'élève primo-arrivant dans l'école primaire ordinaire conformément à l'article 93.70, alinéa 6;
   3° inscription en tant qu'élève primo-arrivant dans l'école secondaire ordinaire conformément à l'article 93.71, alinéa 1er;
   4° octroi d'un capital emplois pour l'organisation de cours ou de classes d'apprentissage linguistique conformément à l'article 93.70, alinéa 3, et à l'article 93.71, alinéa 4.
   § 3 - L'inspection scolaire mentionnée à l'article 93.70, alinéa 7, peut traiter toutes les données à caractère personnel appropriées, utiles et proportionnées, conformément à l'article 93.81.2, relevant des catégories de données suivantes :
   1° les données relatives à l'identité de l'élève et ses données de contact :
   a) le nom de famille et le prénom;
   b) le domicile : la rue, le numéro de rue, le code postal et la ville;
   2° les données relatives à la date de naissance de l'élève;
   3° les données relatives à l'identité des personnes chargées de l'éducation de l'élève et leurs données de contact :
   a) le nom de famille et le prénom;
   b) le domicile : la rue, le numéro de rue, le code postal et la ville;
   4° les données relatives à la fréquentation scolaire et aux absences de l'élève;
   5° les données relatives aux connaissances linguistiques de l'élève;
   6° les données relatives à la santé et au développement de l'élève :
   a) l'existence de la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé;
   b) la compensation des désavantages dus à un manque de compétences dans la langue d'enseignement et la protection des notes en raison d'un manque de compétences dans la langue d'enseignement et dans les langues étrangères;
   7° les données relatives à la formation et au statut de l'enseignant.
   Les catégories de données mentionnées à l'alinéa 1er peuvent être traitées aux fins suivantes :
   1° établissement d'un avis en vue de la décision du Gouvernement concernant l'approbation ou le rejet de la demande de première inscription ou de réinscription en tant qu'élève primo-arrivant dans l'école primaire ordinaire conformément à l'article 93.70, alinéa 6;
   2° décision en ce qui concerne les questions relatives à l'inscription ou à la date d'intégration définitive dans l'école primaire ordinaire conformément à l'article 93.70, alinéa 7.
   § 4 - Le conseil d'intégration mentionné à l'article 93.74 peut traiter toutes les données à caractère personnel appropriées, utiles et proportionnées, conformément à l'article 93.81.2, relevant des catégories de données suivantes :
   1° les données relatives à l'identité de l'élève et ses données de contact :
   a) le nom de famille et le prénom;
   b) le domicile : la rue, le numéro de rue, le code postal et la ville;
   2° les données relatives à la date de naissance de l'élève;
   3° les données relatives à l'identité des personnes chargées de l'éducation de l'élève et leurs données de contact :
   a) le nom de famille et le prénom;
   b) le domicile : la rue, le numéro de rue, le code postal et la ville;
   4° les données relatives à la fréquentation scolaire et aux absences de l'élève;
   5° les données relatives aux connaissances linguistiques de l'élève;
   6° les données relatives à la santé et au développement de l'élève :
   a) les données relatives à sa santé physique;
   b) l'existence de la nécessité d'un soutien pédagogique spécialisé;
   c) la compensation des désavantages dus à un manque de compétences dans la langue d'enseignement et la protection des notes en raison d'un manque de compétences dans la langue d'enseignement et dans les langues étrangères;
   7° les données relatives à la formation et au statut de l'enseignant.
   Les catégories de données mentionnées à l'alinéa 1er peuvent être traitées aux fins suivantes :
   1° demande de prolongation de la fréquentation de la classe d'apprentissage linguistique auprès du Gouvernement conformément à l'article 93.70, alinéa 8, et à l'article 93.72, § 1er, alinéa 1er;
   2° décision concernant une prolongation de la fréquentation de la classe d'apprentissage linguistique conformément à l'article 93.71, alinéa 3;
   3° délibération sur le futur cursus scolaire de l'élève primo-arrivant conformément à l'article 93.71, alinéa 5;
   4° décision concernant l'intégration définitive des élèves de l'enseignement secondaire ordinaire dans une année d'études et une orientation conformément à l'article 93.71, alinéa 5, et à l'article 93.72, § 2, alinéa 2;
   5° décision concernant l'admission des élèves de l'enseignement fondamental ordinaire mentionnés aux articles 93.69 et 93.70 à une année scolaire particulière dans l'école primaire ordinaire conformément à l'article 93.72, § 1er, alinéa 1er;
   6° recommandation de mesures visant à compenser les désavantages dus à un manque de compétences dans la langue d'enseignement pour les élèves primo-arrivants dans l'enseignement fondamental ordinaire conformément à l'article 93.72, § 1er, alinéa 1er;
   7° établissement d'un avis pour l'intégration d'un élève primo-arrivant du secondaire qui fréquente une classe d'apprentissage linguistique dans les cours d'une école secondaire ordinaire et recommandations formulées à propos du soutien futur et de mesures de compensation des désavantages en raison d'un manque de compétences dans la langue de l'enseignement conformément à l'article 93.72, § 2, alinéa 1er.]1

  
Art. 93.81.5. [1 - Samenwerking
   De Regering werkt samen met de gewone scholen in de Duitstalige Gemeenschap en met de integratieraad vermeld in artikel 93.74 die betrokken zijn bij de deelneming van nieuwkomers aan het onderwijs. Met dat doeleinde wisselen de genoemde organen de in artikel 93.81.4 vermelde gegevens over de nieuwkomers uit indien die informatie-uitwisseling noodzakelijk is in het belang van de leerling en de doorgegeven informatie toereikend, ter zake dienend en niet overmatig is.]1

  
Art. 93.81.5. [1 - Coopération
   Le Gouvernement travaille en coopération avec les écoles ordinaires de la Communauté germanophone et le conseil d'intégration mentionné à l'article 93.74, lesquels sont impliqués dans la scolarisation des élèves primo-arrivants. A cette fin, les organismes précités échangent les données relatives aux élèves primo-arrivants qui sont mentionnées à l'article 93.81.4, lorsque la transmission des informations est nécessaire dans l'intérêt de l'élève et que les informations transmises sont appropriées, utiles et proportionnées.]1

  
Art. 93.81.6. [1 - Gebruik van gegevens voor analysen en statistieken
   De Regering maakt in beginsel bij voorkeur gebruik van anonieme gegevens voor het opstellen van analysen en statistieken met betrekking tot de vervulling van haar taken in het kader van dit hoofdstuk.
   Deze dienen ten eerste voor de bepaling van de financiële noden en ten tweede voor het uitwerken van een algemeen onderwijsbeleid.
   Indien de analysen en statistieken niet volledig kunnen worden opgesteld met de anonieme gegevens vermeld in het eerste lid, mogen gepseudonimiseerde gegevens worden gebruikt.
   Voor de toepassing van het tweede lid vermeldt de Regering in de aangifte betreffende de verwerking waarom het niet mogelijk is de analysen en statistieken vermeld in het eerste lid op te stellen met anonieme gegevens.]1

  
Art. 93.81.6. [1 - Utilisation de données pour établir des analyses et statistiques
   En principe, le Gouvernement recourt de préférence à des données anonymes pour établir des analyses et statistiques en ce qui concerne l'exercice de ses missions dans le cadre du présent chapitre.
   Celles-ci servent d'un côté à déterminer les besoins financiers et de l'autre, à élaborer la politique générale de l'enseignement.
   Si les données anonymes mentionnées à l'alinéa 1er ne permettent pas d'établir des analyses et statistiques détaillées, le recours à des données pseudonymisées est autorisé.
   Pour l'application de l'alinéa 2, le Gouvernement mentionne dans la déclaration de traitement les raisons pour lesquelles le traitement de données anonymes ne permet pas d'établir les analyses et statistiques mentionnées à l'alinéa 1er.]1

  
Art. 93.81.7. [1 - Duur van de gegevensverwerking
   Met behoud van de toepassing van andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen die eventueel in een langere bewaartermijn voorzien, worden de gegevens gedurende tien jaar, te rekenen vanaf de datum van inschrijving van de leerling, verwerkt en bewaard.
   Met behoud van de toepassing van de bepalingen betreffende het archiefwezen worden ze uiterlijk na het verstrijken van de termijn vermeld in het eerste lid vernietigd.]1

  
Art. 93.81.7. [1 - Durée du traitement des données
   Sans préjudice d'autres dispositions légales, décrétales ou règlementaires qui prévoient, le cas échéant, un délai de conservation plus long, les données sont traitées et conservées pendant dix ans à dater de l'inscription de l'élève.
   Sans préjudice des dispositions relatives à l'archivage, elles sont détruites au plus tard au terme du délai mentionné à l'alinéa 1er.]1

  
Art. 93.81.8. [1 - Veiligheidsmaatregelen
   De Regering legt eventueel de nodige veiligheidsmaatregelen vast voor de in deze afdeling bedoelde verwerking van de persoonsgegevens.]1

  
Art. 93.81.8. [1 - Mesures de sécurité
   Le cas échéant, le Gouvernement fixe les mesures de sécurité nécessaires pour le traitement des données à caractère personnel prévu par la présente section.]1

  
HOOFDSTUK VIIIsexies. [1 Deelneming aan het onderwijs in een time-outinstelling]1
CHAPITRE VIIIsexies. [1 Scolarisation dans une structure d'accrochage scolaire]1
Art. 93.82. [1 Toepassingsgebied
   Dit hoofdstuk is van toepassing op de time-outinstellingen die door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd worden.]1

  
Art. 93.82. [1 Champ d'application
   Le présent chapitre s'applique aux structures d'accrochage scolaire organisées ou subventionnées par la Communauté germanophone.]1

  
Art. 93.83. [1 Doelstelling
   Enerzijds biedt de bij dit hoofdstuk georganiseerde time-outinstelling jongeren die wegens sociaal-emotionele gedragsstoornissen geen aansluiting meer vinden in de schoolopleiding of middenstandsopleiding en mettertijd beperkt zijn in hun deelneming aan de schoolgemeenschap de mogelijkheid om die opleiding tijdelijk te onderbreken en zo tijd te hebben om hun schoolplannen en beroepsplannen te overdenken en blijvende motivatie en competenties te ontwikkelen met het oog op de verwezenlijking van hun leer-, beroeps- en levensperspectieven. Anderzijds kan de time-outinstelling vroegtijdig schoolverlaten tegengaan door de personeelsleden van de school ondersteuning te bieden in de vorm van advies over de manier waarop ze beter kunnen omgaan met sociaal-emotionele gedragsstoornissen.]1

  
Art. 93.83. [1 Objectif
   La structure d'accrochage scolaire organisée en vertu du présent chapitre permet, d'une part, aux jeunes qui, en raison de troubles du comportement socio-affectif, ont perdu pied dans leur formation scolaire ou en alternance, et dont la participation à la vie scolaire finira par être limitée, d'interrompre momentanément ladite formation pour, pendant cette période, redéfinir leurs projets scolaires et professionnels ainsi que développer une motivation et des compétences durables en vue de concrétiser leurs propres perspectives d'apprentissage, professionnelles et de vie. D'autre part, la structure d'accrochage scolaire permet d'agir de manière préventive contre le décrochage scolaire en proposant au personnel enseignant un soutien sous la forme de conseils visant à étendre les possibilités d'action lors de troubles du comportement socio-affectif en milieu scolaire.]1

  
Art. 93.84. [1 Opdracht
   De opdracht van de time-outinstelling omvat volgende opdrachten:
   1° het geven van onderwijs aan de jongeren vermeld in artikel 93.83 in de time-outinstelling, wat volgende opdrachten omvat :
   1.1. reïntegratie in de oorspronkelijke school of in het oorspronkelijke ZAWM;
   1.2. integratie in een nieuwe school of in een nieuw ZAWM;
   1.3. voorbereiding op de examens van de externe examencommissies of de examens aan scholen of ZAWM's;
   1.4. verbinding van theorie en praktijk door stages mogelijk te maken;
   1.5. voorbereiding op een beroepsopleiding, waarbij uitgebreide ondersteuning wordt geboden bij :
   1.5.1. het vinden van een passende leertijd;
   1.5.2. de voorbereiding op een toelatingsexamen;
   1.5.3. de vroegtijdige samenwerking met de ZAWM's, toegesneden op het concrete geval;
   1.6. in de tijd beperkte, sociaal-pedagogische, individuele begeleidingen in bijzonder moeilijke crisissituaties;
   2° ondersteuning van de scholen, de ZAWM's, de personen belast met de opvoeding, de jongeren en de diensten met een adviserende functie die op verwante gebieden werkzaam zijn, om alternatieven uit te werken voor jongeren die het gevaar lopen vroegtijdige schoolverlaters te worden of voor jongeren die al vroegtijdige schoolverlaters zijn. De adviesverlening omvat volgende taken op het gebied van de sociaal-emotionele stoornissen :
   2.1. preventieve voorlichting, bewustwording en adviesverlening voor de personeelsleden van de school of van het ZAWM;
   2.2. adviesgesprekken over analyses van individuele gevallen;
   2.3. advies geven over individuele ondersteuningsplannen en over de manier waarop les wordt gegeven;
   2.4. het reïntegratieproces van time-outleerlingen begeleiden;
   3° deskundig advies over sociale en emotionele aspecten aanbieden, waarbij :
   3.1. de betrokken personeelsleden van de school en van de ZAWM's ter plaatse advies krijgen en ondersteund worden, om te voorkomen dat de jongere de school of de leertijd vroegtijdig verlaat en om voor oplossingen ter plaatsen te zorgen;
   3.2. de jongeren en de betrokken personeelsleden van de school of van het ZAWM, na de time-outinterventie, in het kader van reïntegratie- en integratieprocessen begeleid worden.]1

  
Art. 93.84. [1 Mission
   La mission de la structure d'accrochage scolaire comprend les tâches suivantes :
   1° la scolarisation des jeunes visés à l'article 93.83 dans une structure d'accrochage scolaire ayant pour tâches :
   1.1. la réintégration dans l'école ou le centre de formation des classes moyennes (ZAWM) d'origine;
   1.2. l'intégration dans une nouvelle école ou dans un nouveau ZAWM;
   1.3. la préparation aux examens du jury externe ou à ceux de l'école ou du ZAWM;
   1.4. la mise en relation de la théorie et de la pratique par la possibilité de faire des stages;
   1.5. la préparation à une formation professionnelle en vue d'un soutien complet lors :
   1.5.1. de la transmission dans l'apprentissage;
   1.5.2. de la préparation à un examen d'entrée;
   1.5.3. de la coopération précoce, au cas par cas, avec les ZAWM;
   1.6. l'accompagnement sociopédagogique individuel limité dans le temps afin de gérer des situations de crise particulièrement difficiles;
   2° le soutien des écoles et des centres de formation des classes moyennes, des personnes chargées de l'éducation, des jeunes et des services spécialisés connexes ayant un rôle de soutien afin de développer des possibilités d'actions alternatives pour les jeunes menacés par une exclusion ou un décrochage scolaire, ou qui ne sont plus liés à une école. Concernant les troubles socio-affectifs, ces conseils comprennent les tâches suivantes :
   2.1. information, sensibilisation et conseils préventifs des membres du personnel de l'école ou du ZAWM;
   2.2. entretiens-conseils destinés aux analyses individuelles;
   2.3. conseils relatifs aux plans de soutien individuels et à l'organisation des cours;
   2.4. accompagnement lors des processus de réintégration des élèves qui ont fréquenté une structure d'accrochage scolaire;
   3° proposition de conseils spécialisés en matière socio-émotionnelle prodigués :
   3.1. aux membres du personnel concernés de l'école ou du ZAWM, destinés à les soutenir dans leurs actions préventives contre les décrochages scolaires ou d'apprentissage, et à développer des solutions sur place;
   3.2. afin d'accompagner, dans le cadre des processus d'intégration et de réintégration, les jeunes et les membres du personnel concernés de l'école ou du ZAWM au terme de l'intervention de la structure d'accrochage scolaire. ]1

  
Art. 93.85. [1 Samenwerking met de gewone en gespecialiseerde scholen en met de ZAWM's
   De scholen en ZAWM's die door de time-outinstelling ondersteund worden, hebben de volgende verplichtingen :
   1° ze stellen de time-outinstelling onderwijsmateriaal voor wiskunde, Duits en Frans als eerste vreemde taal ter beschikking; ze doen dit bij de inschrijving in de time-outinstelling, alsook op regelmatige tijdstippen tijdens de periode waarin de leerling aan het onderwijs in de time-outinstelling deelneemt. In opdracht van de coördinator van de time-outinstelling stellen de oorspronkelijke scholen of oorspronkelijke ZAWM's ook onderwijsmateriaal voor andere vakken ter beschikking van de time-outinstelling;
   2° ze nodigen een vertegenwoordiger van de time-outinstelling uit op klassenraden van de oorspronkelijke school of het oorspronkelijke ZAWM, zodat hij de klassenraad kan informeren over de ontwikkeling van de leerling die in de time-outinstelling onderwijs volgt;
   3° het bevoegde personeelslid van de time-outinstelling en de betrokken personeelsleden van de oorspronkelijke school of van het oorspronkelijke ZAWM komen minstens één keer om de twee maanden bijeen;
   4° bij (re)ïntegratieprocessen organiseert de oorspronkelijke school of het oorspronkelijke ZAWM minstens een voorbereidende bijeenkomst waaraan de betrokken personeelsleden van de school of van het ZAWM, alsook vertegenwoordigers van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren deelnemen. In het kader van die bijeenkomst worden de door de time-outinstelling aanbevolen maatregelen voorgesteld en wordt de uitvoering ervan voorbereid;
   5° voor de uitvoering van het onderwijsaanbod kan de time-outinstelling een beroep doen op personeel, uitrusting en lokalen van de volgende instellingen :
   a. alle secundaire scholen en instituten voor voortgezette schoolopleiding, ongeacht tot welke inrichtende macht ze behoren;
   b. ZAWM's.]1

  
Art. 93.85. [1 Coopération avec les écoles ordinaires et spécialisées ainsi qu'avec les ZAWM
   Les écoles et ZAWM soutenus par une structure d'accrochage scolaire sont tenus aux obligations suivantes.
   1° Pour les cours de mathématiques, d'allemand et de français première langue, ils mettent du matériel didactique à disposition de la structure d'accrochage scolaire au moment de l'inscription de l'élève dans celle-ci et à des intervalles réguliers pendant la fréquentation de ladite structure par l'élève. A la demande du coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire, les écoles ou les ZAWM d'origine mettent également du matériel didactique à disposition de la structure pour les autres cours.
   2° Ils invitent un représentant de la structure d'accrochage scolaire lors des conseils de classe de l'école ou du ZAWM d'origine pour qu'il puisse informer ledit conseil de classe de l'évolution de chaque élève scolarisé dans la structure d'accrochage scolaire.
   3° Ils organisent, au moins une fois tous les deux mois, une rencontre entre le membre du personnel responsable de la structure d'accrochage scolaire et ceux concernés de l'école ou du ZAWM d'origine.
   4° Ils organisent, lors des processus d'intégration et de réintégration, au moins un entretien de préparation auquel prennent part les membres du personnel concernés de l'école ou du ZAWM ainsi que les représentants du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes. Dans le cadre de cet entretien, les actions recommandées par la structure d'accrochage scolaire sont présentées et préparées pour leur mise en place.
   5° Pour la mise en place des offres de cours, la structure d'accrochage scolaire peut recourir au personnel, à l'équipement et aux locaux des institutions suivantes :
   a. toutes les écoles secondaires et tous les instituts de formation scolaire continue, indépendamment du pouvoir organisateur;
   b. les ZAWM.]1

  
Art. 93.86. [1 Samenwerking met andere gespecialiseerde diensten
   Zo nodig doet de time-outinstelling een beroep op de ondersteuning van de dienst voor jeugdbijstand.
   Minstens één keer per schooljaar vindt een coördinatievergadering plaats voor de evaluatie en de bijsturing van de samenwerking :
   1° tussen vertegenwoordigers van de dienst voor jeugdbijstand, de dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand en de time-outinstelling;
   2° tussen vertegenwoordigers van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren en de time-outinstelling.]1

  
Art. 93.86. [1 Collaboration avec d'autres services spécialisés
   En cas de besoin, la structure d'accrochage scolaire peut recourir au soutien du service d'aide à la jeunesse.
   Pour évaluer et adapter la coopération, une réunion de coordination est organisée, au moins une fois par année scolaire, entre
   1° des représentants du service d'aide à la jeunesse, du service d'aide judiciaire à la jeunesse et de la structure d'accrochage scolaire;
   2° des représentants du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes et de la structure d'accrochage scolaire.]1

  
Art. 93.87. [1 - Geheimhoudingsplicht
   De personeelsleden van de time-outinstelling zijn in het kader van de uitvoering van hun taken tot geheimhouding verplicht. Artikel 4.11 van het decreet van 31 maart 2014 betreffende het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren is van toepassing, waarbij onder 'centrum' de time-outinstelling moet worden verstaan.]1

  
Art. 93.87. [1 Obligation de secret
   Les membres du personnel de la structure d'accrochage scolaire sont tenus au secret professionnel dans le cadre de l'exercice de leurs activités. L'article 4.11 du décret du 31 mars 2014 relatif au centre pour le développement sain des enfants et des jeunes s'applique; le "centre" devant s'entendre comme désignant la "structure d'accrochage scolaire".]1

  
Art. 93.88. [1 Inschrijving van de leerlingen
   De jongeren vermeld in artikel 93.83 kunnen als regelmatige leerlingen in de time-outinstelling ingeschreven worden, indien ze op het tijdstip van de inschrijving aan de volgende voorwaarden voldoen :
   1° ze zijn leerplichtig;
   2° ze zijn ten minste 12 jaar oud;
   3° ze zijn ingeschreven in een school of instelling voor middenstandsopleidingen in de Duitstalige Gemeenschap of hebben hun woonplaats in de Duitstalige Gemeenschap;
   4° in de in artikel 93.91 vermelde beslissing van de onderwijsinspectie wordt gepleit voor de inschrijving.
   De onderwijsinspectie kan wegens uitzonderlijke omstandigheden in specifieke gevallen afwijken van de voorwaarden vermeld in het eerste lid, 1° en 2°.
   De leerling die in de time-outinstelling ingeschreven is, blijft ook ingeschreven in de school of het ZAWM waar hij ingeschreven was tot op het ogenblik van zijn inschrijving in de time-outinstelling.
   Door de time-outinstelling te bezoeken, voldoet de leerling aan de leerplicht.]1

  
Art. 93.88. [1 Inscription des élèves
   Les jeunes visés à l'article 93.83 peuvent être inscrits en tant qu'élèves réguliers dans la structure d'accrochage scolaire si, au moment de ladite inscription, ils remplissent les conditions suivantes :
   1° ils sont soumis à l'obligation scolaire;
   2° ils sont âgés d'au moins douze ans;
   3° ils sont inscrits dans un établissement scolaire ou de formation dans les classes moyennes en Communauté germanophone ou ils ont leur domicile en Communauté germanophone;
   4° la décision de l'inspection scolaire mentionnée à l'article 93.91 préconise ladite inscription.
   En raison de circonstances exceptionnelles, l'inspection scolaire peut, dans certains cas, déroger aux dispositions mentionnées à l'alinéa 1er, 1° et 2°.
   En outre, l'élève inscrit dans la structure d'accrochage scolaire reste inscrit dans l'école ou le ZAWM qu'il fréquentait au moment de l'inscription dans ladite structure.
   L'élève satisfait à l'obligation scolaire s'il fréquente une structure d'accrochage scolaire.]1

  
Art. 93.89. [1 Aanvraag voor het geval dat de jongere in een school of een ZAWM ingeschreven is
   § 1 - Indien het hoofd van de school of het ZAWM waar de jongere ingeschreven is, hierna oorspronkelijke school te noemen, een inschrijving in de time-outinstelling noodzakelijk acht op grond van de criteria vermeld in artikel 93.83, organiseert het hoofd van die school of het ZAWM - na een eerste adviesgesprek tussen de betrokken personeelsleden die een bevorderingsambt of selectieambt bekleden, de coördinator van de time-outinstelling, een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren - een 'waar-staat-de-leerling-gesprek' met de personen belast met de opvoeding, de coördinator van de time-outinstelling, de betrokken personeelsleden van de oorspronkelijke school en een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren.
   Externe deskundigen kunnen bij het 'waar-staat-de-leerlinggesprek' betrokken worden.
   De jongere kan tijdens of voor dat gesprek gehoord worden door één of meer personen die aan dat gesprek deelnemen, voor zover de personen belast met de opvoeding het daarmee eens zijn.
   Het hoofd van de oorspronkelijke school is verantwoordelijk voor het opstellen van een verslag over het 'waar-staat-de-leerlinggesprek'; dat verslag bevat het volgende :
   1° de deelnemers van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek';
   2° plaats en datum van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek';
   3° doelstellingen;
   4° denkpistes voor mogelijke oplossingen;
   5° beslissing van de deelnemers;
   6° lijst van de betrokken personeelsleden van de oorspronkelijke school.
   Het hoofd van de oorspronkelijke school stelt, in overleg met de deelnemers van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek', het verslag over dat gesprek op en zendt het binnen tien werkdagen aan hen toe.
   § 2 - Indien de deelnemers van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek' voorstander zijn van een inschrijving in een time-outinstelling, vraagt het hoofd van de oorspronkelijke school de schriftelijke toestemming van de personen belast met de opvoeding om een aanvraag in die zin in te dienen en om het advies vermeld in het tweede lid, 4°, in te winnen. Het hoofd van de oorspronkelijke school dient een aanvraag tot inschrijving in een time-outinstelling in bij de coördinator van de time-outinstelling.
   De aanvraag van het hoofd van de oorspronkelijke school bevat :
   1° de contactgegevens van de leerling;
   2° de toestemming van de personen belast met de opvoeding;
   3° het standpunt van de klassenraad;
   4° het advies van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren dat een gemotiveerde aanbeveling omtrent de ondersteuningsplaats bevat;
   5° het verslag over het 'waar-staat-de-leerlinggesprek';
   6° de gegevens over de vermoedelijke verblijfsduur in de time-outinstelling;
   7° een kopie van het laatste rapport;
   8° een overzichtslijst met alle leerkrachten van de leerling, met vermelding van het vak dat ze geven;
   9° de mededeling van de aanspreekpartner in de oorspronkelijke school.
   § 3 - De coördinator van de time-outinstelling neemt binnen tien werkdagen een standpunt in omtrent de vermelde aanvraag en zendt de aanvraag, samen met zijn standpunt over de mogelijkheid tot opvang op korte termijn, per gewone brief toe aan de onderwijsinspectie. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
   Voor het bepalen van zijn standpunt kan de coördinator van de time-outinstelling zich laten adviseren door externe deskundigen.
   Het indienen van een aanvraag opent geen recht op een inschrijving in de time-outinstelling.]1

  
Art. 93.89. [1 Introduction de la demande si le jeune est inscrit dans une école ou un ZAWM
   § 1er - Si le directeur d'une école ou d'un ZAWM où le jeune est inscrit - ci-après, " école d'origine " - considère comme nécessaire l'inscription dans une structure d'accrochage scolaire en vertu des critères mentionnés à l'article 93.83, il organise, après un premier entretien-conseil réunissant les membres du personnel concernés occupant une fonction de sélection ou de promotion, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire, un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, un entretien de situation avec les personnes chargées de l'éducation, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire, les membres du personnel concernés de l'école d'origine et un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes.
   Des experts externes peuvent être invités à participer à l'entretien de situation.
   Pour autant que les personnes chargées de l'éducation soient d'accord, le jeune peut être entendu par l'un ou plusieurs participants à l'entretien de situation soit au cours de celui-ci, soit avant.
   Le directeur de l'école d'origine est tenu d'établir un procès-verbal de l'entretien de situation qui contient les éléments suivants :
   1° participants à l'entretien de situation;
   2° lieu et date dudit entretien;
   3° objectifs;
   4° pistes de solution;
   5° décision des participants;
   6° liste des membres du personnel concernés de l'école d'origine.
   Le directeur de l'école d'origine établit le procès-verbal de l'entretien de situation en concertation avec les participants audit entretien et leur envoie celui-ci dans un délai de dix jours ouvrables.
   § 2 - Si les participants à l'entretien de situation préconisent une inscription dans la structure d'accrochage scolaire, le directeur de l'école d'origine demande l'accord écrit des personnes chargées de l'éducation pour pouvoir introduire la demande et solliciter l'avis mentionné à l'alinéa 2, 4°. Le directeur de l'école d'origine introduit une demande d'inscription dans une structure d'accrochage scolaire auprès du coordinateur de cette dernière.
   La demande du directeur de l'école d'origine contient :
   1° les données de contact de l'élève;
   2° l'accord des personnes chargées de l'éducation;
   3° la prise de position adoptée par le conseil de classe;
   4° l'avis du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes qui contient une recommandation motivée portant sur le lieu de soutien;
   5° le procès-verbal de l'entretien de situation;
   6° les informations concernant la durée supposée de la fréquentation de la structure d'accrochage scolaire;
   7° une copie du dernier bulletin;
   8° une liste récapitulative reprenant tous les enseignants de l'élève ainsi que leurs matières;
   9° les informations concernant le correspondant au sein de l'école d'origine.
   § 3 - Dans un délai de dix jours ouvrables, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire prend position concernant la demande visée et envoie celle-ci par simple courrier à l'inspection scolaire, accompagnée de son avis relatif à la possibilité d'une admission dans les plus brefs délais. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
   Lors de sa prise de position, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire peut demander l'avis d'experts externes.
   L'introduction d'une demande n'ouvre aucun droit à l'inscription dans la structure d'accrochage scolaire.]1

  
Art. 93.90. [1 Aanvraag voor het geval dat de jongere niet meer in een school of een ZAWM ingeschreven is
   § 1 - Indien de jongere die voldoet aan de criteria vermeld in artikel 93.83 in geen enkele school of geen enkel ZAWM in de Duitstalige Gemeenschap meer ingeschreven is en de onderwijsinspectie een inschrijving in een time-outinstelling noodzakelijk acht, organiseert de onderwijsinspectie - op eigen initiatief of op verzoek van de personen belast met de opvoeding of op verzoek van andere instellingen - een 'waar-staat-de-leerlinggesprek' waaraan de personen belast met de opvoeding, de coördinator van de time-outinstelling en een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren deelnemen.
   De onderwijsinspectie kan externe deskundigen en de betrokken personeelsleden van de school of het ZAWM waar de jongere het laatst ingeschreven was, bij het gesprek betrekken.
   Artikel 93.89, § 1, derde tot vijfde lid, is van toepassing, waarbij de coördinator verantwoordelijk is voor het opstellen van het verslag.
   § 2 - Indien de deelnemers van het 'waar-staat-de-leerlinggesprek' voorstander zijn van een inschrijving in een time-outinstelling, dienen de personen belast met de opvoeding de aanvraag tot inschrijving in de time-outinstelling in bij de coördinator van de time-outinstelling en geven ze hun schriftelijke toestemming om het advies vermeld in het tweede lid, 4°, in te winnen.
   De coördinator van de time-outinstelling neemt binnen tien werkdagen een standpunt in omtrent de vermelde aanvraag en zendt de aanvraag, samen met zijn standpunt over de mogelijkheid tot opvang op korte termijn, per gewone brief toe aan de onderwijsinspectie. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
   De aanvraag van de coördinator van de time-outinstelling bevat :
   1° de contactgegevens van de leerling;
   2° de aanvraag en de toestemming van de personen belast met de opvoeding;
   3° het advies van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren dat een gemotiveerde aanbeveling omtrent de ondersteuningsplaats bevat;
   4° het verslag over het 'waar-staat-de-leerlinggesprek';
   5° de gegevens over de vermoedelijke verblijfsduur in de time-outinstelling;
   6° een kopie van het laatste rapport.]1

  
Art. 93.90. [1 Introduction de la demande si le jeune n'est plus inscrit dans une école ou un ZAWM
   § 1er - Si le jeune qui remplit les critères mentionnés à l'article 93.83 n'est plus inscrit dans une école ou un ZAWM en Communauté germanophone, et que l'inspection scolaire considère comme nécessaire l'inscription dans une structure d'accrochage scolaire, cette dernière organise, de sa propre initiative ou à la demande des personnes chargées de l'éducation ou d'autres établissements, un entretien de situation réunissant les personnes chargées de l'éducation, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire et un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes.
   L'inspection scolaire peut faire appel à des experts externes et aux membres du personnel concernés de l'école ou du ZAWM où le jeune était inscrit en dernier lieu.
   L'article 93.89, § 1er, alinéas 3 à 5, s'applique, le coordinateur étant responsable de l'établissement du procès-verbal.
   § 2 - Si les participants à l'entretien de situation préconisent une inscription dans la structure d'accrochage scolaire, les personnes chargées de l'éducation introduisent une demande d'inscription dans ladite structure auprès du coordinateur de celle-ci et donnent leur accord écrit pour solliciter l'avis mentionné à l'alinéa 2, 4°.
   Dans un délai de dix jours ouvrables, le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire prend position concernant la demande visée et envoie celle-ci par simple courrier à l'inspection scolaire, accompagnée de son avis relatif à la possibilité d'une admission dans les plus brefs délais. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
   La demande du coordinateur de la structure d'accrochage scolaire reprend :
   1° les données de contact de l'élève;
   2° la demande et l'accord des personnes chargées de l'éducation;
   3° l'avis du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes qui contient une recommandation motivée portant sur le lieu de soutien;
   4° le procès-verbal de l'entretien de situation;
   5° les informations concernant la durée supposée de la fréquentation de la structure d'accrochage scolaire;
   6° une copie du dernier bulletin.]1

  
Art. 93.91. [1 Beslissing van de onderwijsinspectie
   Binnen tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag tot inschrijving in de time-outinstelling neemt de onderwijsinspectie een beslissing over de opvang van de leerling in de time-outinstelling; in die beslissing legt ze de inschrijvingsdatum en de verblijfsduur vast. Bij stilzwijgen wordt de aanvraag als goedgekeurd beschouwd. Schoolvakantiedagen worden niet als werkdagen beschouwd.
   Binnen drie werkdagen na de dag waarop de beslissing werd genomen, wordt de beslissing van de onderwijsinspectie per gewone brief meegedeeld aan:
   1° het hoofd van de oorspronkelijke school, indien de aanvraag overeenkomstig artikel 93.89 geschied is, waarbij het hoofd van de oorspronkelijke school de beslissing ter kennis brengt van de personen belast met de opvoeding en van de coördinator van de time-outinstelling;
   2° de coördinator van de time-outinstelling, indien de aanvraag overeenkomstig artikel 93.90 geschied is, waarbij die coördinator de beslissing ter kennis brengt van de personen belast met de opvoeding.
   Indien de aanvraag bij stilzwijgen als goedgekeurd wordt beschouwd, is de inschrijvingsdatum de eerste schooldag die volgt op het verstrijken van de termijn vermeld in het eerste lid en stemt de verblijfsduur overeen met de duur die in de aanvraag werd voorgesteld.]1

  
Art. 93.91. [1 Décision de l'inspection scolaire
   Dans un délai de dix jours ouvrables après réception de la demande d'inscription dans la structure d'accrochage scolaire, l'inspection scolaire statue sur l'admission de l'élève au sein de ladite structure; la décision précise la date de l'inscription ainsi que la durée de la fréquentation. A défaut, la demande est censée être approuvée. Les vacances scolaires ne sont pas considérées comme des jours ouvrables.
   Dans un délai de trois jours ouvrables suivant la prise de décision, l'inspection scolaire transmet celle-ci par simple courrier :
   1° si la demande a été introduite conformément à l'article 93.89, au directeur de l'école d'origine qui en informe les personnes chargées de l'éducation et le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire;
   2° si la demande a été introduite conformément à l'article 93.90, au coordinateur de la structure d'accrochage scolaire qui en informe les personnes chargées de l'éducation.
   Si la demande est approuvée par acceptation tacite, la date de l'inscription correspond au premier jour d'école qui suit le terme du délai mentionné à l'alinéa 1er, et la durée de fréquentation, à celle proposée dans ladite demande.]1

  
Art. 93.92. [1 Verlenging van het verblijf en voortijdige beëindiging
   Op aanvraag van de coördinator van de time-outinstelling kan de onderwijsinspectie het verblijf van de jongere in de time-outinstelling overeenkomstig artikel 93.91 verlengen. De aanvraag van de coördinator van de time-outinstelling bevat :
   1° de contactgegevens van de leerling;
   2° de toestemming van de personen belast met de opvoeding;
   3° een actuele stand van zaken van de time-outinstelling;
   4° de gegevens over de vermoedelijke verlenging van de verblijfsduur in de time-outinstelling.
   In overleg met de adviseurs voor bevorderingspedagogiek en met de personen belast met de opvoeding kan de coördinator de deelneming van een leerling aan het onderwijs in de time-outinstelling voortijdig beëindigen. Hij licht de onderwijsinspectie schriftelijk in over de voortijdige beëindiging en bezorgt de onderwijsinspectie een gemotiveerd eindverslag. Het lid is niet van toepassing in geval van wangedrag van de leerling.]1

  
Art. 93.92. [1 Prolongation de la fréquentation et fin prématurée
   A la demande du coordinateur de la structure d'accrochage scolaire, l'inspection scolaire peut, conformément à l'article 93.91, prolonger la durée de fréquentation de ladite structure par le jeune. La demande du coordinateur de la structure d'accrochage scolaire reprend :
   1° les données de contact de l'élève;
   2° l'accord des personnes chargées de l'éducation;
   3° un rapport de situation actualisé, établi par la structure d'accrochage scolaire;
   4° les informations concernant les perspectives d'une prolongation de la durée de fréquentation de la structure d'accrochage scolaire.
   En concertation avec les conseillers en pédagogie de soutien et les personnes chargées de l'éducation, le coordinateur peut mettre fin prématurément à la scolarisation d'un élève dans la structure d'accrochage scolaire. Il informe l'inspection scolaire par écrit de la fin prématurée et lui remet un rapport de clôture motivé. L'alinéa ne s'applique pas en cas de mauvais comportements de l'élève.]1

  
Art. 93.93. [1 Uitsluiting en tijdelijke verwijdering uit de time-outinstelling
   Overeenkomstig de artikelen 42 tot 45 kan de coördinator van de time-outinstelling leerlingen uitsluiten uit de time-outinstelling of tijdelijk uit de time-outinstelling verwijderen.
   Als de jongere door de dienst voor jeugdbijstand of door de dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand begeleid wordt, wordt overleg gepleegd met die bevoegde dienst en met een vertegenwoordiger van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren; dat overleg geschiedt voordat de in artikel 45 vermelde procedure bij tijdelijke verwijdering en bij uitsluiting uit de school wordt gevolgd. De uitnodiging voor dat overleg gaat uit van de coördinator.]1

  
Art. 93.93. [1 Renvoi et exclusion temporaire de la structure d'accrochage scolaire
   Le coordinateur de la structure d'accrochage scolaire a la possibilité de renvoyer des élèves conformément aux articles 42 à 45 ou de prononcer une exclusion temporaire du programme.
   Si le jeune est encadré par le service d'aide à la jeunesse ou le service d'aide judiciaire à la jeunesse, une concertation a lieu entre ledit service compétent et un représentant du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes; cette concertation se tient avant l'application de la procédure mentionnée à l'article 45 dans le cas d'une exclusion temporaire et est convoquée par le coordinateur.]1

  
Art. 93.94. [1 Organisatie van de lessen
   Het onderwijs in de time-outinstelling kan:
   1° sociaal-pedagogische maatregelen, lessen in algemene, technische en beroepsvakken omvatten en aangevuld worden met stages;
   2° georganiseerd worden per vak of vakoverschrijdend, in het kader van onderwijseenheden en in het kader van het sociaal-pedagogisch leeraanbod.
   Het onderwijs in de time-outinstelling wordt verstrekt op de schooldagen bepaald in hoofdstuk VI, met uitzondering van de stages, die tijdens de schoolvakanties van het schooljaar mogen plaatsvinden.]1

  
Art. 93.94. [1 Organisation des études
   L'enseignement dispensé au sein de la structure d'accrochage scolaire peut :
   1° comprendre des mesures sociopédagogiques, des cours généraux, techniques et professionnels et être complété par des stages;
   2° être organisé au niveau disciplinaire ou interdisciplinaire dans le cadre d'unités d'enseignement ainsi que d'offres d'apprentissage sociopédagogique.
   L'enseignement dispensé dans la structure d'accrochage scolaire se déroule les jours de cours fixés conformément au chapitre VI, à l'exception des stages qui peuvent être effectués pendant les vacances scolaires d'une année scolaire.]1

  
Art. 93.95. [1 Time-outinstelling
   Een time-outinstelling mag opgericht en gesubsidieerd worden als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
   1° de time-outinstelling is verbonden aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school;
   2° ze telt op 15 november van het betrokken schooljaar op zijn minst drie leerlingen.
   Als de time-outinstelling niet voldoet aan de voorwaarde vermeld in het eerste lid, 2°, wordt ze vanaf 16 november gesloten of, naargelang van het geval, niet langer gesubsidieerd en zijn de loon- en werkingskosten tot 15 november voor rekening van de inrichtende macht.
   Op verzoek van de onderwijsinspectie kan de Regering een afwijking van de voorwaarde vermeld in het eerste lid, 2°, toekennen; die afwijking geldt alleen voor het betrokken schooljaar.
   De time-outinstelling wordt geleid door het hoofd van de school waaraan de time-outinstelling verbonden is.]1

  
Art. 93.95. [1 Structure d'accrochage scolaire
   Une structure d'accrochage scolaire peut être créée ou subventionnée aux conditions suivantes :
   1° ladite structure dépend d'une école fondamentale et secondaire spécialisée;
   2° elle compte au moins trois élèves au 15 novembre de l'année scolaire concernée.
   Si la structure d'accrochage scolaire ne remplit pas les conditions mentionnées à l'alinéa 1er, 2°, elle est, à partir du 16 novembre, fermée ou, selon le cas, elle n'est plus subventionnée, et le pouvoir organisateur prend les frais de traitement et de fonctionnement en charge jusqu'au 15 novembre.
   A la demande de l'inspection scolaire, le Gouvernement peut accorder une dérogation à la condition mentionnée à l'alinéa 1er, 2°, qui ne sera valable que pour l'année scolaire concernée.
   La direction de la structure d'accrochage scolaire est assurée par le directeur de l'école à laquelle elle est rattachée.]1

  
Art. 93.96. [1 Betrekkingenpakket
   De time-outinstelling krijgt vier betrekkingen in het ambt van adviseur voor bevorderingspedagogiek aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school en een betrekking in het ambt van coördinator van een time-outinstelling.
   De school waar de jongere tot het tijdstip van zijn inschrijving in de time-outinstelling ingeschreven was, ontvangt het lestijdenpakket. Als de jongere op het tijdstip van zijn inschrijving in de time-outinstelling een leerovereenkomst had, blijft hij meetellen voor de klassennormen van de ZAWM's.
   De middelen voor pedagogische doeleinden of, naargelang van het geval, de middelen tot verlaging van de schoolkosten gaan naar de school waar de jongere tot het tijdstip van zijn inschrijving in de time-outinstelling ingeschreven was.]1

  
Art. 93.96. [1 Capital emplois
   La structure d'accrochage scolaire reçoit quatre emplois dans la fonction de conseiller en pédagogie de soutien dans une école fondamentale ou secondaire spécialisée et un emploi dans la fonction de coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire.
   Ce capital emplois revient à l'école dans laquelle le jeune était inscrit jusqu'au moment de son inscription dans la structure d'accrochage scolaire. Si, à ce moment, le jeune était sous contrat d'apprentissage, il continue à compter dans les normes de classe des ZAWM.
   Les moyens financiers pour les objectifs pédagogiques ou, selon le cas, la réduction des frais scolaires reviennent à l'école dans laquelle le jeune était inscrit jusqu'au moment de son inscription dans la structure d'accrochage scolaire.]1

  
HOOFDSTUK IX. - Opdrachten van het personeel.
CHAPITRE IX. - Mission du personnel.
Afdeling 1. - Beschrijving van de opdrachten.
Section 1. - Description de la mission.
Art. 94. Opdrachten. De opdrachten van de personeelsleden omvatten de prestaties die beslist nodig zijn voor de uitoefening van hun respectievelijke functie en andere opdrachten die bijdragen tot de verwezenlijking van het schoolproject.
Art. 94. Généralités. Les missions des membres du personnel comprennent les prestations absolument indispensables à l'exercice de chaque fonction et d'autres tâches qui servent la réalisation du projet d'établissement.
Art. 95. Vastlegging. Na er met de betrokken personeelsleden gesproken te hebben, verdeelt de inrichtende macht of het schoolhoofd op billijke wijze de opdrachten, waarvoor de personeelsleden al hun beroepsvaardigheden zullen moeten aanwenden, en legt ze schriftelijk vast.
Art. 95. Détermination. Après en avoir discuté avec les membres du personnel concernés, le pouvoir organisateur ou le chef d'école détermine les missions par écrit, en les répartissant équitablement, missions pour lesquelles ils devront mettre en oeuvre toutes leurs compétences professionnelles.
Art. 96. Schoolhoofd. De opdracht van het schoolhoofd bestaat erin :
  1° voor de pedagogische en organisatorische leiding van de school op de voordracht van de inrichtende macht te zorgen;
  2° het maatschappelijk project, het opvoedkundig project en het schoolproject in praktijk te brengen;
  3° het personeel van de school te leiden en te begeleiden;
  4° de school buiten te vertegenwoordigen;
  5° het verstrekken van het onderwijs te garanderen;
  6° de klasseraden en andere schoolvergaderingen te voorzitten;
  7° de cursussen te verdelen;
  8° de wekelijkse en jaarlijkse uurroosters op te maken;
  9° de leerlingen op de voordracht van de inrichtende macht op te nemen en uit de school uit te sluiten;
  10° de toezichten en de vervangingen te organiseren;
  11° na te gaan of de wettelijke en reglementaire bepalingen en het schoolreglement nageleefd worden;
  12° met de personeelsleden, de pedagogische raad [4 , het middenmanagement]4 en andere representatieve verenigingen binnen de school samen te werken;
  13° met de PMS-centra samen te werken;
  14° de leerlingen en de personen belast met hun opvoeding te adviseren;
  15° met de inrichtende macht samen te werken;
  16° bijscholingen en voortgezette opleidingen te organiseren;
  17° bijscholingen en voortgezette opleidingen persoonlijk te volgen;
  18° taken te vervullen die tot de verwezenlijking van [2 het schoolproject en het schoolcurriculum]2 bijdragen. [1 ,]1
  [1 19° de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning coördineren;]1
  [3 20° de taken te vervullen die bijdragen tot de schoolontwikkeling in de zin van het model en de schoolontwikkelingsdoelen om de kwaliteit continu te verbeteren;
   21° de middenmanager te belasten met operatieve managementtaken inzake schoolorganisatie en met strategische taken inzake school- en onderwijsontwikkeling.]3

  [5 De opdracht van een adjunct-hoofdonderwijzer van een lagere school of een adjunct-directeur van een autonome lagere school stemt overeen met de opdracht vermeld in het eerste lid en omvat de taken die het inrichtingshoofd aan wie hij ter ondersteuning is toegevoegd, hem opdraagt.]5
  
Art. 96. Chef d'école. La mission du chef d'école consiste à :
  1° assurer la direction pédagogique et organisationnelle de l'école sur ordre du pouvoir organisateur;
  2° mettre en application le projet social, le projet éducatif et le projet d'établissement;
  3° assurer la direction et le suivi du personnel de l'école;
  4° représenter l'école à l'extérieur;
  5° veiller à ce que les cours aient lieu;
  6° présider les conseils de classe et autres conférences scolaires;
  7° distribuer les cours;
  8° établir les horaires hebdomadaires et annuels;
  9° accueillir et renvoyer les élèves sur ordre du pouvoir organisateur;
  10° organiser les surveillances et les remplacements;
  11° contrôler le respect des dispositions légales et réglementaires ainsi que du règlement intérieur de école;
  12° collaborer avec les membres du personnel, le Conseil pédagogique [4 , la gestion intermédiaire]4 et les autres organes représentatifs au sein de l'école;
  13° collaborer avec les centres P.M.S.;
  14° conseiller les élèves et les personnes chargées de leur éducation;
  15° collaborer avec le pouvoir organisateur;
  16° organiser des recyclages et la formation continuée;
  17° suivre personnellement des recyclages et une formation continuée;
  18° remplir les tâches qui concourent à la réalisation du [2 projet d'établissement et le curriculum d'établissement]2 [1 ;]1
  [1 19° coordonner des mesures de soutien pédagogique;]1
  [3 20° assurer les missions qui contribuent au développement scolaire au sens du schéma directeur et aux objectifs de développement scolaire pour l'amélioration continue de la qualité,
   21° mandater les cadres intermédiaires en ce qui concerne les missions opératives de gestion dans l'organisation de l'école et les missions stratégiques dans le développement de l'école et de l'enseignement.]3

  [5 La mission d'un instituteur en chef adjoint dans une école primaire ou d'un directeur adjoint d'une école primaire autonome correspond à celle mentionnée à l'alinéa 1er et comprend les tâches qui leur sont attribuées par le chef d'établissement dont ils sont les adjoints.]5
  
Art. 96.1. [1 Departementshoofd van een gespecialiseerde school
   De opdracht van het departementshoofd van een gespecialiseerde school omvat vooral de volgende taken :
   1° de pedagogische en organisatorische leiding over het door het inrichtingshoofd toegewezen takenpakket;
   2° de coördinatie van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning;
   3° de ondersteuning van het inrichtingshoofd bij de uitvoering van het maatschappelijk project, het opvoedkundig project en het schoolproject;
   4. [2 het opmaken van de wekelijkse en jaarlijkse uurroosters, de organisatie van het toezicht en de vervangingen evenals andere administratieve taken;]2
   5° de ondersteuning van het inrichtingshoofd bij het leiden en begeleiden van het personeel van de school;
   6° de coördinatie bij de implementering van de kerncompetenties en referentiekaders;
   7° de coördinatie bij de aanschaf van didactisch materiaal;
   8° de bevordering van de teamvorming binnen het personeel;
   9° het verwelkomen van nieuwe leerkrachten en het bijdragen tot hun snelle integratie;
   10° de samenwerking met de personeelsleden, de pedagogische raad en de andere vertegenwoordigingsorganen van de school;
   11° de samenwerking met de psycho-medisch-sociale centra;
   12° de adviesverlening aan de leerlingen en de personen belast met hun opvoeding;
   13° zich permanent bijscholen en voortgezette opleiding volgen;
   14° taken die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen.]1

  
Art. 96.1. [1 Chef de département d'une école spécialisée.
   La mission du chef de département d'une école spécialisée comprend surtout les tâches suivantes :
   1° direction pédagogique et organisationnelle des attributions confiées par le chef d'établissement;
   2° coordination des mesures de soutien pédagogique spécialisé;
   3° soutien du chef d'établissement dans la mise en oeuvre du projet social, du projet éducatif et du projet d'établissement;
   4. [2 établissement d'horaires hebdomadaires et annuels, organisation de surveillances et de remplacements, ainsi que d'autres tâches administratives;]2
   5° soutien du chef d'établissement dans la direction et l'encadrement du personnel;
   6° coordination de la mise en oeuvre des macro-compétences et des référentiels;
   7° coordination de l'acquisition de matériel didactique;
   8° promotion de la formation d'équipes au sein de l'effectif;
   9° accueil des nouveaux enseignants et contribution à leur intégration rapide;
   10° collaboration avec les membres du personnel, le conseil pédagogique et les autres organes de représentation au sein de l'école;
   11° collaboration avec les centres psycho-médico-sociaux;
   12° conseils aux élèves et aux personnes chargées de leur éducation;
   13° formation continuée et perfectionnement personnels;
   14° les tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.]1

  
Art. 96.2. [1 Middenmanager van een gewone secundaire school
   De operatieve en strategische taken van de middenmanager van een gewone secundaire school omvatten vooral het volgende :
   1° adviesverlening aan en ondersteuning van de schoolleiding en het lerarenkorps inzake schoolontwikkeling;
   2° ondersteuning van de schoolleiding bij managementtaken op het gebied van schoolorganisatie en organisatie- en personeelsontwikkeling;
   3° conceptuele planning, structurerende planning en kennismanagement voor schoolspecifieke ontwikkelingsprocessen;
   4° verandermanagement door het initiëren, coördineren en sturen van schoolontwikkelingsprocessen, in het bijzonder op het gebied van onderwijsontwikkeling;
   5° kwaliteitsontwikkeling en kwaliteitsbewaking, in het bijzonder het documenteren en evalueren van schoolspecifieke ontwikkelingsprocessen;
   6° opbouwen, ondersteunen, leiden en begeleiden van lerarenteams en werkgroepen;
   7° waarborgen van een praktijkgerichte kennistransfer tussen de schoolleiding en het lerarenkorps;
   8° coördinatie en uitbouw van een netwerk van alle schoolorganen;
   9° organisatie van voortgezette opleidingen binnen de school en leiden van doelgerichte pedagogische vergaderingen;
   10° ontwikkeling van organisatorische ondersteuningsmogelijkheden om de werkomstandigheden en werkresultaten in het dagelijks leven op school te verbeteren;
   11° overdracht van praktijkrelevante bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek [2 ;]2]1

  [2 12° coördinatie, implementering, uitvoering en evaluatie van de manier waarop vakoverschrijdende competenties op het gebied van mediageletterdheid, politieke vorming en beroepskeuze worden doorgegeven.]2
  
Art. 96.2. [1 Cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire
   Les missions opératives et stratégiques du cadre intermédiaire dans une école secondaire ordinaire consistent notamment à :
   1° conseiller et soutenir la direction de l'école et le corps professoral dans le développement scolaire;
   2° soutenir la direction de l'école dans ses missions de gestion en termes d'organisation scolaire et de développement du personnel;
   3° planifier de manière conceptuelle et structurée ainsi que gérer les connaissances pour les processus de développement propres à l'établissement;
   4° gérer les changements par l'initiation, la coordination et le contrôle des processus des parcours de développement scolaire, notamment dans le domaine du développement de l'enseignement;
   5° développer et garantir la qualité, notamment par la documentation et l'évaluation des processus de développement propres à l'établissement scolaire;
   6° constituer, soutenir, animer et guider des équipes professorales et des groupes de travail;
   7° garantir un transfert des connaissances axé sur la pratique entre la direction de l'école et le corps professoral;
   8° coordonner et mettre en réseau tous les organes scolaires;
   9° organiser des formations continuées propres à l'établissement et animer des journées pédagogiques ciblées;
   10° développer des offres de soutien organisationnelles destinées à améliorer au quotidien les conditions de travail et les résultats du travail accompli dans l'école;
   11° transmettre les connaissances issues de la recherche et pertinentes dans la pratique [2 ;]2]1

  [2 12° coordonner, intégrer, mettre en oeuvre et évaluer la transmission des compétences transversales dans les domaines de la formation aux médias, de la formation politique et de l'orientation professionnelle.]2
  
Art. 96.3. [1 Coördinator van een instituut voor voortgezette schoolopleiding
   De opdracht van de coördinator van een instituut voor voortgezette schoolopleiding omvat vooral de volgende taken op het niveau van het instituut:
   1° pedagogische en organisatorische leiding van het instituut voor voortgezette schoolopleiding;
   2° ondersteuning van de schoolleiding inzake personeelsontwikkeling en conceptontwikkeling;
   3° opstellen van het cursusprogramma en schoolinterne vakcurricula;
   4° kwaliteitsbewaking van het cursus- en opleidingsaanbod;
   5° opstellen van de wekelijkse en jaarlijkse uurroosters, de organisatie van het toezicht en de vervangingen evenals andere administratieve taken;
   6° ondersteuning van het inrichtingshoofd bij het leiden en begeleiden van het personeel van het instituut voor voortgezette schoolopleiding;
   7° verwelkomen van nieuwe leerkrachten en het bijdragen tot hun snelle integratie;
   8° conflictbeslechting en handhaving van de kwaliteit van het teamwerk;
   9° pedagogische begeleiding en advisering van de cursisten;
   10° deelnemen aan interne en externe werkgroepen;
   11° uitvoering en controle van de veiligheidsrichtlijnen tijdens de cursusuren;
   12° samenwerking met externe partners;
   13° beheer van het budget dat ter beschikking wordt gesteld voor de voortgezette schoolopleiding;
   14° zich permanent bijscholen en voortgezette opleidingen volgen;
   15° taken die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen. ]1

  
Art. 96.3. [1 Coordinateur d'un institut de formation scolaire continuée
   La mission d'un coordinateur d'un institut de formation scolaire continuée comprend principalement les missions énumérées ci-après au niveau de l'institut de formation continuée :
   1° assurer la direction pédagogique et organisationnelle de l'institut de formation scolaire continuée;
   2° soutenir la direction de l'école en ce qui concerne le développement du personnel et des concepts;
   3° élaborer le programme des cours et les curriculums disciplinaires d'établissement;
   4° assurer la qualité des offres de cours et de formation;
   5° établir les horaires hebdomadaires et annuels, organiser les surveillances et remplacements, et effectuer d'autres tâches administratives;
   6° soutenir le chef d'établissement dans la direction et l'encadrement du personnel de l'institut de formation scolaire continuée;
   7° accueillir les nouveaux enseignants et contribuer à leur intégration rapide;
   8° aplanir les conflits et garantir la qualité du travail en équipe;
   9° encadrer les participants aux cours sur le plan pédagogique et leur fournir des conseils;
   10° participer à des groupes de travail internes et externes;
   11° appliquer les règles de sécurité et contrôler le respect de celles-ci pendant les heures de cours;
   12° coopérer avec des partenaires externes;
   13° gérer le budget alloué à la formation scolaire continuée;
   14° participer personnellement à des recyclages et formations continuées;
   15° assurer les tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement. ]1

  
Art. 97. [2 §1.]2 Onderwijzend personeel. De opdracht van elk lid van het onderwijzend personeel bestaat hoofdzakelijk erin :
  1° de hem toegewezen opdracht te vervullen, t.w. de lestijden en de overige pedagogische activiteiten volgens het leerplan te programmeren, voor te bereiden en te verstrekken;
  2° zijn opvoedingsopdracht te vervullen, d.w.z de leerling regelmatig en persoonlijk te begeleiden en zijn zin voor verantwoordelijkheid te ontwikkelen;
  3° regelmatig deel te nemen aan de georganiseerde bijscholingen en voortgezette opleidingen;
  4° aan de schoolvergaderingen deel te nemen;
  5° aan de personeelsvergaderingen, vergaderingen van de klasseraad en coördinatievergaderingen deel te nemen;
  6° de toezichten en vervangingen waar te nemen;
  7° de contacten met de ouders te organiseren en ervoor te zorgen dat zij aan de ouderavonden deelnemen;
  8° mede te beslissen bij de interne en externe evaluatie van de school;
  9° met de PMS-centra samen te werken;
  10° een klas te leiden en de desbetreffende administratieve taken waar te nemen, zoals het opstellen van verslagen en schoolrapporten;
  11° [1 mee te werken aan het schoolcurriculum en vakcurricula uit te werken;]1
  12° een leraarsagenda te houden;
  13° de werken van de leerlingen te verbeteren en de leerlingen regelmatig te beoordelen;
  [7 13.1° begeleiding, advisering en mentorschap van leraren in opleiding en beginnende leerkrachten;]7
  14° taken te vervullen die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen.
  [2 § 2. In afwijking van § 1 omvat de opdracht van de pedagoog voor specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon basisonderwijs de volgende taken :
   1° observeren van leseenheden, afzonderlijke leerlingen en groepen van leerlingen;
   2° adviseren en ondersteunen van het onderwijzend personeel bij het plannen en uitvoeren van doelgerichte differentiatie- of ondersteuningsmaatregelen tijdens de lessen voor afzonderlijke leerlingen of voor groepen van leerlingen;
   3° zoeken, voorbereiden, opmaken en invoeren van ondersteuningsmateriaal en ondersteuningsstrategieën;
   4° individueel werk met leerlingen en groepen van leerlingen;
   5° opmaken van individuele documentatie over de ontwikkeling van leerlingen;
   6° samenwerking, uitwisseling en coördinatie met de relevante partners; daartoe behoren onder meer de personen belast met de opvoeding, het onderwijzend personeel, het paramedisch of psychosociaal personeel, het opvoedend hulppersoneel, externe adviseurs of therapeuten;
   7° deelnemen aan personeelsvergaderingen, vergaderingen van de klassenraad en coördinatievergaderingen;
   8° deelnemen aan bijscholingen, voortgezette opleidingen en pedagogische conferenties;
   9° opdrachten die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen.
   De pedagoog voor specifieke onderwijsbehoeften in het gewoon basisonderwijs mag in het kader van zijn werk geen ander personeelslid van het bestuurs- en onderwijzend personeel vervangen.]2

  [3 § 3. In afwijking van § 1 omvat de opdracht van de leraar-mediathecaris in het gewoon secundair onderwijs de volgende taken :
   1° opbouw van de collectie : keuze van de aan te schaffen media, in nauwe samenwerking met de leerkrachten, het opvoedend personeel en de mediatheekcommissie van de school;
   2° onderhoud van de collectie : hoofdverantwoordelijke voor het bibliotheektechnisch beheer bij de catalogisering van de collectie in het verbond MediaDG;
   3° planning van maatregelen voor de technische uitrusting van de schoolmediatheek, in overleg met de gemachtigde voor de schoolmediatheken;
   4° organisatie en administratief beheer van de schoolmediatheek;
   5° samenwerking met de schoolmediatheken van de andere secundaire scholen, de openbare bibliotheken en de pedagogische mediatheek van de autonome hogeschool;
   6° advisering van de gebruikers van de schoolmediatheek;
   7° deelnemen aan opleidingen en voortgezette opleidingen inzake bibliotheekwezen en mediapedagogiek, alsook begeleiden van hulpkrachten in de schoolmediatheek;
   8° opmaken van een pakket van maatregelen inzake mediapedagogiek met alle geplande activiteiten in de schoolmediatheek per semester;
   9° andere door de inrichtende macht bepaalde opdrachten.]3

  [4 § 4- In afwijking van § 1 omvat de opdracht van de leermeester taalklassen of taalcursussen en van de leraar taalklassen de volgende taken :
   1° adviseren en ondersteunen van het onderwijzend personeel bij het plannen en uitvoeren van doelgerichte differentiatie- of ondersteuningsmaatregelen tijdens de lessen voor afzonderlijke leerlingen of voor groepen van leerlingen;
   2° individueel werk met leerlingen en groepen van leerlingen;
   3° opmaken van individuele documentatie over de ontwikkeling van leerlingen;
   4° uitvoeren van de taalniveautests die door de onderwijsinspectie zijn goedgekeurd;
   5° samenwerking, uitwisseling en coördinatie met de relevante partners, waartoe onder meer de volgende personen behoren: de personen belast met de opvoeding, het onderwijzend personeel van de gewone scholen, de adviseur voor bevorderingspedagogiek;
   6° deelneming aan personeelsvergaderingen, vergaderingen van de klassenraad, coördinatievergaderingen en vergaderingen van de integratieraad;
   7° deelnemen aan bijscholingen, voortgezette opleidingen en pedagogische conferenties;
   8° opdrachten die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen;
   9° de lesopdracht, d.w.z. planning, voorbereiding en uitvoering van de lesuren en de andere pedagogische activiteiten;
   10° de opvoedende taak, d.w.z. de regelmatige en persoonlijke begeleiding van de leerling en de ontwikkeling van zijn zin voor verantwoordelijkheid;
   11° het toezicht houden;
   12° oudercontacten organiseren en deelnemen aan spreekuren voor ouders;
   13° meewerken aan de interne en externe evaluatie van de school;
   14° samenwerken met het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren;
   15° een klas leiden en de desbetreffende administratieve taken uitvoeren, zoals het opstellen van verslagen en schoolrapporten;
   16° het meewerken aan het schoolcurriculum en het uitwerken van vakcurricula;
   17° het houden van een lerarenagenda;
   18° het corrigeren van werken van de leerlingen en de formatieve evaluatie van de leerlingen.
   De leermeester taalklassen of taalcursussen en de leraar taalklassen mogen in het kader van hun werk geen ander personeelslid van het bestuurs- en onderwijzend personeel vervangen.]4

  [5 § 5 - In afwijking van § 1 omvat de opdracht van de coördinator van een time-outinstelling de volgende taken :
   1° de aanschaf van didactisch materiaal voor de time-outinstelling coördineren;
   2° nieuwe medewerkers in een time-outinstelling verwelkomen en bijdragen tot hun snelle integratie;
   3° samenwerken met de vertegenwoordigers van de scholen of instellingen voor middenstandsopleidingen;
   4° samenwerken met relevante instellingen en externe deskundigen;
   5° advies verlenen aan leerlingen en personen belast met hun opvoeding;
   6° zich permanent bijscholen en voortgezette opleidingen volgen;
   7° conflicten beslechten en de kwaliteit van het teamwerk handhaven;
   8° ontwikkelingsprocessen die specifiek zijn voor time-outinstellingen documenteren en evalueren en praktijkrelevante bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek doorgeven;
   9° het schoolhoofd ondersteunen bij het bewaken van de kwaliteit van het pedagogische en psychosociale aanbod van de time-outinstelling.]5

  [6 § 6 - Met behoud van de toepassing van § 1 omvat de opdracht van de kleuteronderwijzer de ondersteuning van de kinderen bij de lichaamsverzorging, het toiletbezoek en de maaltijden. De kleuteronderwijzer kan die taken eventueel delegeren aan de kleuterschoolassistent.]6
  [8 § 7 - Onverminderd § 1 omvat de opdracht van de vakleerkracht voor activiteiten in vreemde talen in het kleuteronderwijs de voorbereiding van de activiteiten in vreemde talen in het kleuteronderwijs en de uitvoering ervan in teamteaching met de klastitularis.]8
  
Art. 97. [2 §1.]2 Personnel enseignant. La mission de chacun des membres du personnel enseignant consiste principalement à :
  1° assurer la charge qui lui est attribuée, à savoir planifier, préparer et dispenser les périodes de cours et autres activités pédagogiques en suivant le programme des cours;
  2° assurer sa tâche éducative qui consiste à encadrer régulièrement et personnellement l'élève et à développer son sens des responsabilités;
  3° participer régulièrement aux recyclages et formations continuée organisés;
  4° participer aux conférences pédagogiques;
  5° participer aux réunions du personnel, du conseil de classe et de coordination;
  6° assurer les surveillances et les remplacements;
  7° organiser les contacts avec les parents et veiller à ce qu'ils participent aux réunions de parents;
  8° s'impliquer dans l'évaluation interne et externe de l'école;
  9° collaborer avec les centres P.M.S.;
  10° diriger une classe et assurer les tâches administratives y afférentes, telles que la rédaction de rapports et de bulletins;
  11° [1 coopérer au curriculum d'établissement et à la conception de curriculums disciplinaires;]1
  12° tenir un journal de classe;
  13° corriger les travaux effectués par les élèves et évaluer régulièrement les élèves;
  [7 13.1° accompagner, conseiller et encadrer les futurs enseignants et les enseignants débutants;]7
  14° assurer les tâches qui concourent à la concrétisation du projet d'établissement.
  [2 § 2. Par dérogation au § 1er, la mission du pédagogue de soutien dans l'enseignement fondamental ordinaire consiste à :
   1° observer des unités de cours, des élèves individuellement et des groupes d'élèves;
   2° conseiller et soutenir le personnel enseignant lors de la planification et de la mise en oeuvre de mesures de différenciation et de soutien dans l'enseignement, pour des élèves individuellement ou pour des groupes d'élèves;
   3° rechercher, préparer, établir et introduire des matériaux et stratégies de soutien;
   4° travailler individuellement avec des élèves et groupes d'élèves;
   5° établir un historique individuel pour les élèves;
   6° coopérer, échanger et coordonner avec les partenaires pertinents, notamment les personnes chargées de l'éducation, le personnel enseignant, les membres du personnel paramédical et sociopsychologique, les membres du personnel auxiliaire d'éducation, les conseillers ou thérapeutes externes;
   7° participer à des réunions de personnel, à des conseils de classe et à des réunions de coordination;
   8° participer à des activités de recyclage et de formation continuée ainsi qu'à des conférences pédagogiques;
   9° accomplir des tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.
   Il est interdit au pédagogue de soutien dans l'enseignement fondamental ordinaire de remplacer, dans le cadre de ses activités, un autre membre du personnel appartenant à la catégorie du personnel directeur et enseignant.]2

  [3 § 3. Par dérogation au § 1er, la mission du professeur-médiathécaire dans l'enseignement secondaire ordinaire consiste à :
   1° constituer le fonds : sélectionner les médias à acquérir en collaboration étroite avec les enseignants, le personnel auxiliaire d'éducation et le comité de médiathèque de l'école;
   2° entretenir le fonds : être le principal responsable du traitement bibliothéconomique lors du catalogage du fonds dans le cadre de l'association " Mediadg.be ";
   3° en concertation avec le responsable des médiathèques scolaires, programmer des mesures en vue d'équiper en moyens techniques la médiathèque scolaire;
   4° organiser et administrer la médiathèque scolaire;
   5° coopérer avec les médiathèques scolaires des autres écoles secondaires, les bibliothèques publiques et la médiathèque pédagogique de la haute école autonome;
   6° prodiguer des conseils aux utilisateurs de la médiathèque scolaire;
   7° participer à des formations et formations continuées en bibliothéconomie et éducation aux médias, encadrer les aidants de la médiathèque scolaire;
   8° établir un catalogue de mesures en matière d'éducation aux médias reprenant toutes les activités prévues par semestre au sein de la médiathèque scolaire;
   9° assumer d'autres tâches définies par le pouvoir organisateur.]3

  [4 § 4 - Par dérogation au § 1er, la mission du maitre de classes ou cours d'apprentissage linguistique et du professeur de classes d'apprentissage linguistique consiste à :
   1° conseiller et soutenir le personnel enseignant lors de la planification et de la mise en oeuvre de mesures de différenciation et de soutien dans l'enseignement, pour des élèves individuellement ou pour des groupes d'élèves;
   2° travailler individuellement avec des élèves et groupes d'élèves;
   3° établir un historique individuel pour les élèves;
   4° faire passer les tests approuvés par l'inspection scolaire en vue d'établir le niveau linguistique;
   5° coopérer, échanger et coordonner avec les partenaires pertinents, notamment les personnes chargées de l'éducation, le personnel enseignant des écoles ordinaires, le conseiller en pédagogie de soutien;
   6° participer à des réunions de personnel, à des conseils de classe, à des réunions de coordination et à des réunions du conseil d'intégration;
   7° participer à des activités de recyclage et de formation continuée ainsi qu'à des conférences pédagogiques;
   8° accomplir des tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement;
   9° assumer la charge professorale, à savoir planifier, préparer et donner les heures de cours et accomplir d'autres activités pédagogiques;
   10° assurer la mission éducative, à savoir l'encadrement régulier et personnel de l'élève et le développement de son sens des responsabilités;
   11° assurer les surveillances;
   12° organiser les contacts avec les parents et participer aux réunions de parents;
   13° s'impliquer dans l'évaluation interne et externe de l'école;
   14° coopérer avec les membres du personnel du centre pour le développement sain des enfants et des jeunes;
   15° diriger une classe et assurer les tâches administratives y afférentes telles que la rédaction de rapports et de bulletins;
   16° coopérer au curriculum d'établissement et concevoir des curriculums disciplinaires;
   17° tenir un journal de classe;
   18° corriger les travaux effectués par les élèves et mener l'évaluation formative des élèves.
   Il est interdit aux maitres de classes ou cours d'apprentissage linguistique et aux professeurs de classes d'apprentissage linguistique de remplacer, dans le cadre de leurs activités, un autre membre du personnel appartenant à la catégorie du personnel directeur et enseignant.]4

  [5 Par dérogation au § 1er, la mission du coordinateur d'une structure d'accrochage scolaire consiste à :
   1° coordonner l'acquisition de matériel didactique pour la structure d'accrochage scolaire;
   2° accueillir de nouveaux collaborateurs au sein de la structure d'accrochage scolaire et contribuer à leur intégration rapide;
   3° coopérer avec les représentants des établissements scolaires et de formation des classes moyennes;
   4° coopérer avec des institutions pertinentes et des experts externes;
   5° conseiller les élèves et les personnes chargées de leur éducation;
   6° participer personnellement à des recyclages et formations continuées;
   7° aplanir les conflits et garantir la qualité du travail en équipe;
   8° documenter et évaluer les processus de développement propres à la structure d'accrochage scolaire et transmettre les connaissances issues de la recherche et pertinentes dans la pratique;
   9° soutenir le chef d'établissement pour garantir la qualité des offres pédagogiques et psychosociales de la structure d'accrochage scolaire.]5

  [6 § 6 - Sans préjudice du § 1er, la mission des assistants en maternelle comprend l'aide apportée aux enfants dans leurs soins corporels, lorsqu'ils vont aux toilettes et lors des repas. Le cas échéant, l'instituteur maternel peut déléguer ces tâches aux assistants en maternelle. ]6
  [8 § 7 - Sans préjudice du § 1er, la mission du maitre spécial d'activités en langue étrangère en section maternelle comprend la préparation des activités en langue étrangère en section maternelle et leur mise en oeuvre dans le cadre d'un enseignement par équipe avec le titulaire de classe.]8
  
Art. 98. [5 § 1.]5 Opvoedend personeel. De opdracht van elk lid van het opvoedend personeel bestaat hoofdzakelijk erin :
  1° zijn opvoedingsopdracht te vervullen, d.w.z. de leerlingen regelmatig en persoonlijk te begeleiden en hun zin voor verantwoordelijkheid te ontwikkelen;
  2° de toezichten en vervangingen waar te nemen;
  3° administratieve taken te vervullen;
  4° regelmatig deel te nemen aan de georganiseerde bijscholingen en voortgezette schoolopleidingen;
  5° aan pedagogische vergaderingen deel te nemen;
  6° aan personeelsvergaderingen, vergaderingen van de klasseraad en coördinatievergaderingen deel te nemen;
  7° de contacten met de ouders te organiseren en ervoor te zorgen dat zij aan de ouderavonden deelnemen;
  8° mede te beslissen bij de interne en externe evaluatie van de school en van hun eigen werk;
  9° met de PMS-centra samen te werken;
  10° taken te vervullen die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen.
  [5 § 2.]5 [1 Onverminderd [5 § 1]5 omvat de opdracht van de school- en leerbegeleider voor bevorderingspedagogiek de volgende taken :
   1° hulp bij het opstellen van individuele ondersteuningsplannen en bij het aanpassen van de leerdoelstellingen;
   2° begeleiding en advisering van de personeelsleden bij het omgaan met leerlingen die verschillende leermogelijkheden hebben;
   3° begeleiding en advisering bij het inzetten van methoden en materialen voor pedagogische ondersteuning;
   4° ontwikkeling van individuele leerstrategieën bij individuele leerlingen;
   5° initiëren en ontwikkelen van bijscholingen over pedagogische ondersteuning in samenwerking met de Autonome Hogeschool in de Duitstalige Gemeenschap.
   De school- en leerbegeleider voor bevorderingspedagogiek vervult deze taken op het gebied van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone scholen en in [2 de gespecialiseerde school]2 .]1

  [5 § 3.]5 [4 Met behoud van de toepassing van het eerste lid omvat de opdracht van de adviseur voor bevorderingspedagogiek aan een gespecialiseerde basis- en secundaire school de volgende taken :
   1° de advisering en begeleiding van de gewone scholen en de centra voor opleiding en voortgezette opleiding in de middenstand en in de kmo's bij de verdieping en uitbreiding van hun methodisch-didactische, pedagogische en psychologische competenties inzake gespecialiseerde pedagogische ondersteuning;
   2° de begeleiding van leerlingen die wegens bijzondere moeilijkheden gedurende enige tijd de gewone lessen niet meer volgen en sociaal-pedagogische begeleiding moeten krijgen om zo snel mogelijk weer aan het dagelijkse schoolleven te kunnen deelnemen;
   3° organisatie en uitvoering van maatregelen om de competenties inzake gespecialiseerde pedagogische ondersteuning bij de personeelsleden in het onderwijs uit te breiden;
   4° adviseren en begeleiden op het gebied van intercultureel onderwijs en taalonderwijs;
   5° meewerken aan de ontwikkeling van concepten inzake gespecialiseerde pedagogische ondersteuning aan de sturing van de uitvoering van die concepten.]4

  [5 § 4. In afwijking van § 1 omvat de opdracht van de coördinator voor bevorderingspedagogiek in het gespecialiseerd onderwijs de volgende taken :
   1° advisering en ondersteuning van de leerkrachten bij het lesgeven of doelgerichte differentiërende of ondersteunende maatregelen voor afzonderlijke leerlingen of groepen van leerlingen, eventueel teamteaching;
   2° lessen, afzonderlijke leerlingen en groepen van leerlingen observeren;
   3° de interne en externe hulp en de contacten met de ouders coördineren;
   4° speciaal materiaal of speciale methoden voorbereiden en invoeren die de leerkrachten en/of de leerlingen daarna zelfstandig kunnen benutten;
   5° alle vormen van pedagogische ondersteuning aan de school in kwestie coördineren;
   6° een catalogus voor ondersteunend materiaal selecteren en opmaken;
   7° de samenwerking met de andere instellingen die op de campus gevestigd zijn, bevorderen;
   8° gerichte ondersteuning bieden wanneer het personeel voortgezette opleidingen volgt;
   9° werken met kinderen;
   10° de individuele ontwikkeling van de leerlingen documenteren, in samenwerking met de klastitularis en/of de therapeuten (ondersteuningsportfolio);
   11° deelnemen aan regelmatige bijeenkomsten met partnerorganisaties, in het bijzonder het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren, maar ook - onder meer - de dienst voor jeugdbijstand, de dienst voor gerechtelijke jeugdbijstand en therapeutische instellingen;
   12° indien nodig deelnemen aan teamvergaderingen, conferentiedagen, supervisie, voortgezette opleiding en klassenraden.
   De coördinatoren voor bevorderingspedagogiek hebben geen beslissingsbevoegdheid ten aanzien van de klastitularissen.
   De coördinator voor bevorderingspedagogiek in het gespecialiseerd onderwijs mag in het kader van zijn werk geen ander personeelslid van het bestuurs- en onderwijzend personeel vervangen.]5

  [6 § 5 - Met behoud van de toepassing van § 1 omvat de opdracht van de kleuterschoolassistent onder leiding van de kleuteronderwijzer de volgende taken :
   1° met de kinderen spelen;
   2° met de kinderen tekenen, knutselen en werken;
   3° met de kinderen muziek maken;
   4° met de kinderen turnen, zwemmen en gaan wandelen;
   5° de kinderen ondersteunen bij de lichaamsverzorging, het toiletbezoek en de maaltijden;
   6° ervoor zorgen dat de speel- en turntoestellen klaar staan voor gebruik;
   7° spel- en knutselmateriaal onderhouden en proper houden;
   8° de groepsruimten poetsen;
   9° de spel- en sportvoorzieningen buiten proper houden;
   10° logistieke ondersteuning bieden bij de voorbereiding en uitvoering van feesten en evenementen [9 ;]9
  [9 11° toezicht te houden tijdens de middagpauze in de basisschool.]9
   De kleuterschoolassistent voert de taken vermeld in het eerste lid, 2° tot 4°, altijd in aanwezigheid van een kleuteronderwijzer uit.
   De kleuteronderwijzers hebben beslissingsbevoegdheid ten aanzien van de kleuterschoolassistenten.]6

  [9 In afwijking van het tweede lid kan de kleuterschoolassistent de taken vermeld in het eerste lid, 1° tot 4°, occasioneel zonder de aanwezigheid van een kleuteronderwijzer uitvoeren.]9
  [7 § 6. Met behoud van de toepassing van § 1 omvat de opdracht van de beheerder Financiën en Gebouwen vooral de volgende taken:
   1° materieel beheer van de onderwijsinstelling, d.w.z.:
   a) alle bestellingen afwikkelen met inachtneming van de bepalingen voor overheidsopdrachten;
   b) alle rekeningen van de school controleren en vrijgeven voor ondertekening door de schoolleiding;
   c) leveringen in ontvangst nemen en de voorraad beheren;
   2° financieel beheer van de onderwijsinstelling, d.w.z.:
   a) de boekhouding en comptabiliteit verrichten met inachtneming van de wettelijke voorschriften;
   b) de ontvangsten en uitgaven van de hele school beheren;
   c) de kas beheren;
   d) de kostenafrekeningen beheren;
   e) de inventarissen opstellen en bijhouden;
   3° de jaarlijkse budgetplanning en investeringsplanning voorbereiden;
   4° alle overeenkomsten van de school controleren en vrijgeven voor ondertekening door de schoolleiding;
   5° de financiële afwikkeling van de Erasmus+projecten coördineren;
   6° algemeen gebouwenmanagement zoals planning en supervisie van infrastructuurwijzigingen in de school;
   7° optreden als aanspreekpartner voor economische en financiële belangen;
   8° zorgen voor de supervisie en coördinatie van het vak- en dienstpersoneel dat in de school werkzaam is;
   9° administratieve, logistieke en technische ondersteuning bieden aan de schoolleiding;
   10° deelnemen aan personeelsvergaderingen;
   11° zich bijscholen en voortgezette opleidingen volgen;
   12° taken uitvoeren die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen."
   In afwijking van het eerste lid behoren de taken vermeld in het eerste lid, 2°, niet tot de opdracht van de beheerder Financiën en Gebouwen als die taken uitgeoefend worden door een schoolexterne rekenplichtige die is aangesteld overeenkomstig het decreet van 25 mei 2009 houdende het financieel reglement van de Duitstalige Gemeenschap. In dat geval ondersteunt de beheerder Financiën en Gebouwen de schoolexterne rekenplichtige bij het verrichten van die taken.]7

  [8 § 7 - Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 omvat de opdracht van de assistent in een gespecialiseerde basisschool de volgende taken onder leiding van de klastitularis:
   1° de klastitularis ondersteunen bij het uitvoeren van binnenschoolse en buitenschoolse activiteiten;
   2° de kinderen ondersteunen bij de lichaamsverzorging, het toiletbezoek en de maaltijden;
   3° ervoor zorgen dat de speel- en turntoestellen klaar staan voor gebruik;
   4° spel- en knutselmateriaal onderhouden en proper houden;
   5° de groeps- en klaslokalen proper houden;
   6° de spel- en sportvoorzieningen buiten proper houden;
   7° logistieke ondersteuning bieden bij de voorbereiding en uitvoering van feesten en evenementen [9 ;]9
  [9 8° toezicht houden tijdens de middagpauze in de basisschool.]9
   De assistent in een gespecialiseerde basisschool voert de taak vermeld in het eerste lid, 1°, altijd uit in aanwezigheid van een klastitularis.
   De klastitularissen hebben beslissingsbevoegdheid ten aanzien van de assistenten in een gespecialiseerde basisschool.]8

  
Art. 98. [5 § 1er.]5 Personnel éducatif. La mission de chacun des membres du personnel éducatif consiste principalement à :
  1° assurer sa charge éducative, c'est-à-dire accompagner et encadrer régulièrement et personnellement les élève et développer leur sens des responsabilités;
  2° assurer les surveillances et les remplacements;
  3° accomplir des tâches administratives;
  4° participer régulièrement aux recyclages et formations continuées organisés;
  5° participer à des conférences pédagogiques;
  6° participer aux réunions du personnel, du conseil de classe et de coordination;
  7° organiser les contacts avec les parents et veiller à ce qu'ils participent aux réunions de parents;
  8° s'impliquer dans l'évaluation interne et externe de l'école et de leur propre travail;
  9° collaborer avec les centres P.M.S.;
  10° assurer les tâches qui concourent à la concrétisation du projet d'établissement.
  [5 § 2.]5 [1 Sans préjudice [5 du § 1er]5 la mission de l'auxiliaire d'intégration scolaire en pédagogie de soutien comprend les tâches suivantes :
   1. aider lors de l'élaboration de plans de soutien individuels, respectivement de l'adaptation des objectifs d'apprentissage;
   2. guider et conseiller les membres du personnel dans la gestion des élèves qui présentent des aptitudes d'apprentissage différentes;
   3. guider et conseiller lors de l'application de méthodes et de matériels de pédagogie de soutien;
   4. développer des stratégies d'apprentissage individuelles avec des élèves individuels;
   5. conception et développement de formations continues dans le domaine de la pédagogie de soutien, en collaboration avec la Autonome Hochschule (Haute Ecole autonome) de la Communauté germanophone.
   L'auxiliaire d'intégration scolaire en pédagogie de soutien assume ces missions dans le domaine du soutien pédagogique spécialisé au niveau de l'école ordinaire et de [2 l'école spécialisée]2.]1

  [5 § 3.]5 [4 Sans préjudice de l'alinéa 1er, la mission du conseiller en pédagogie de soutien dans une école fondamentale et secondaire spécialisée comprend les tâches suivantes :
   1° conseiller et encadrer les écoles ordinaires et les centres de formation et de formation continue dans les classes moyennes et les PME lors de l'approfondissement et l'élargissement de leurs compétences didactico-méthodologiques, pédagogiques et psychologiques dans le domaine du soutien pédagogique spécialisé;
   2° assurer la guidance d'élèves qui, en raison de difficultés particulières rencontrées pendant une certaine période, quittent la classe normale et doivent bénéficier d'un soutien sociopédagogique, et ce, dans le but de les réintégrer le plus rapidement possible dans le système scolaire;
   3° organiser et mettre en place des mesures visant à élargir les compétences en pédagogie de soutien chez les membres du personnel de l'enseignement;
   4° assurer le conseil et la guidance en pédagogie interculturelle et la promotion des langues étrangères;
   5° participer au développement de concepts en matière de pédagogie de soutien et au pilotage de leur mise en oeuvre.]4

  [5 § 4. Par dérogation au § 1er, la mission du coordinateur en pédagogie de soutien dans l'enseignement spécialisé consiste à :
   1° conseiller et soutenir les enseignants lors des cours ou de mesures ciblées de différenciation ou de soutien pour des élèves individuellement ou des groupes d'élèves, éventuellement faire de l'enseignement en équipe;
   2° observer des cours, des élèves individuellement et des groupes d'élèves;
   3° coordonner les aides internes et externes ainsi que les contacts avec les parents;
   4° préparer et introduire du matériel ou des modes d'intervention spéciaux que les enseignants et/ou les élèves peuvent ensuite utiliser de façon autonome;
   5° coordonner toutes les mesures relatives à la pédagogie de soutien dans l'école concernée;
   6° examiner du matériel relatif à la pédagogie de soutien et établir un catalogue;
   7° promouvoir la coopération avec les autres établissements implantés sur le campus;
   8° aider de manière ponctuelle lorsque les membres du personnel suivent des formations continuées;
   9° travailler avec les enfants;
   10° tenir les documents individuels relatifs aux élèves en coopération avec le titulaire de classe et/ou le thérapeute (portfolio de soutien);
   11° participer à des réunions régulières avec des organisations partenaires, notamment le Centre pour le développement sain des enfants et des jeunes, mais aussi, entre autres, le service d'aide à la jeunesse, le service d'aide judiciaire à la jeunesse et des établissements thérapeutiques;
   12° participer à des réunions d'équipe et à des journées de conférence, à la supervision, à la formation continuée, à des conseils de classe si nécessaire.
   Les coordinateurs en pédagogie de soutien n'ont aucune autorité vis-à-vis des titulaires de classe.
   Il est interdit au coordinateur en pédagogie de soutien dans l'enseignement spécialisé de remplacer, dans le cadre de ses activités, un autre membre du personnel appartenant à la catégorie du personnel directeur et enseignant.]5

  [6 § 5 - Sans préjudice du § 1er, la mission des assistants en maternelle consiste à exécuter les tâches suivantes sur instruction des instituteurs maternels :
   1. jouer avec les enfants;
   2. peindre, bricoler et travailler avec les enfants;
   3. faire de la musique avec les enfants;
   4. faire de la gymnastique, nager et se promener avec les enfants;
   5. apporter de l'aide aux enfants dans leurs soins corporels, lorsqu'ils vont aux toilettes et lors des repas;
   6. préparer les engins de jeu et agrès;
   7. maintenir propres et en état les matériels ludiques et occupationnels;
   8. nettoyer les locaux collectifs;
   9. maintenir propres les installations ludiques et sportives extérieures;
   10. apporter un soutien logistique lors de la préparation et de l'organisation de fêtes et d'actions [9 ;]9
  [9 11° assurer des surveillances durant le temps de midi à l'école fondamentale.]9
   L'assistant en maternelle n'exécute les missions mentionnées à l'alinéa 1er, 2° à 4°, qu'en présence d'un instituteur maternel.
   Les instituteurs maternels ont autorité sur les assistants en maternelle.]6

  [9 Par dérogation à l'alinéa 2, l'assistant en maternelle peut exécuter de manière ponctuelle les missions mentionnées à l'alinéa 1er, 1° à 4°, sans la présence d'un instituteur maternel.]9
  [7 § 6. Sans préjudice du § 1er, la mission du gestionnaire financier et immobilier comprend avant tout les tâches suivantes :
   1° gérer matériellement l'établissement d'enseignement, c'est-à-dire :
   a) passer toutes les commandes dans le respect des dispositions relatives aux marchés publics;
   b) vérifier toutes les factures de l'école et les transmettre à la direction pour signature;
   c) réceptionner les livraisons et gérer les stocks;
   2° gérer financièrement l'établissement d'enseignement, c'est-à-dire :
   a) tenir la comptabilité conformément aux prescriptions légales;
   b) gérer les recettes et dépenses de toute l'école;
   c) tenir la caisse;
   d) gérer les décomptes de frais;
   e) établir et actualiser l'inventaire;
   3° préparer le projet annuel du budget et des investissements;
   4° vérifier tous les contrats de l'école et les transmettre à la direction pour signature;
   5° coordonner l'exécution financière des projets Erasmus+;
   6° assurer la gestion immobilière générale ainsi que la planification et la supervision des changements infrastructurels dans l'école;
   7° être la personne de contact pour les questions économiques et financières;
   8° assurer la supervision et la coordination du personnel ouvrier et des gens de service occupés dans l'école;
   9° apporter un soutien administratif, logistique et technique à la direction de l'école;
   10° participer à des réunions du personnel;
   11° participer personnellement à des recyclages et formations continuées;
   12° accomplir des tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, les tâches mentionnées à l'alinéa 1er, 2°, ne relèvent pas de la mission du gestionnaire financier et immobilier, si ces tâches sont assurées par un comptable désigné en dehors de l'école conformément aux dispositions du décret du 25 mai 2009 relatif au règlement budgétaire de la Communauté germanophone. Dans ce cas, le gestionnaire financier et immobilier appuie le comptable externe dans l'accomplissement de ces tâches.]7

  [8 § 7 - Sans préjudice du § 1er, la mission des assistants en école fondamentale spécialisée consiste à exécuter, sur instruction des titulaires de classe, les tâches suivantes :
   1° soutenir le titulaire de classe lors de l'organisation d'activités scolaires et extrascolaires;
   2° apporter de l'aide aux enfants dans leurs soins corporels, lorsqu'ils vont aux toilettes et lors des repas;
   3° préparer les engins de jeu et agrès;
   4° maintenir propres et en état les matériels ludiques et occupationnels;
   5° nettoyer les locaux de groupe ou de classe;
   6° nettoyer les installations ludiques et sportives extérieures;
   7° apporter un soutien logistique lors de la préparation et de l'organisation de fêtes et d'actions [9 ;]9
  [9 8° assurer des surveillances durant le temps de midi à l'école fondamentale.]9
   L'assistant en école fondamentale spécialisée n'exécute la mission mentionnée à l'alinéa 1er, 1°, qu'en présence du titulaire de classe.
   Les titulaires de classe ont autorité sur les assistants en école fondamentale spécialisée.]8

  
Art. 98.1. [1 Paramedisch personeel
   § 1. De opdracht van de verpleegkundigen omvat vooral de volgende taken :
   1° de verpleegkundige opdracht, dat wil zeggen de bevordering van het algemeen welzijn van de leerling, de door de arts bevolen medische hulp, de eerste hulp bij ongevallen en ziekte, de coördinatie en begeleiding van de bezoeken aan de schoolarts evenals het coördineren en verstrekken van medische inlichtingen tussen de ouders en de school;
   2° de opvoedende opdracht, dat wil zeggen de persoonlijke en regelmatige omkadering en begeleiding van de leerling, de ontwikkeling en bevordering van de sociale en persoonlijke vaardigheden van de leerling, inzonderheid de bevordering van de zelfredzaamheid van de leerlingen qua hygiëne en voeding, en hulpverlening aan meervoudig gehandicapten bij het toiletbezoek;
   3° regelmatig deelnemen aan voortgezette opleidingen;
   4° deelnemen aan pedagogische conferenties;
   5° deelnemen aan personeelsvergaderingen, vergaderingen van de klassenraad en coördinatievergaderingen;
   6° vervangingen;
   7° oudercontacten organiseren, deelnemen aan spreekuren voor ouders en samenwerken met de personen belast met de opvoeding;
   8° meewerken aan de interne en externe evaluatie van de school;
   9° samenwerken met de psycho-medisch-sociale centra en andere begeleidingsdiensten;
   10° de taken die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen.
   § 2. De opdracht van de kinderverzorgers omvat vooral de volgende taken :
   1° de verzorgende taken, dat wil zeggen de bevordering van het algemeen welzijn van de leerling, de eerste hulp bij ongevallen en ziekte, de coördinatie en begeleiding van de bezoeken aan de schoolarts evenals het coördineren en verstrekken van medische inlichtingen tussen de ouders en de school;
   2° de opvoedende opdracht, de persoonlijke en regelmatige omkadering en begeleiding van de leerling, de ontwikkeling en bevordering van de sociale en persoonlijke vaardigheden van de leerling, inzonderheid de bevordering van de zelfredzaamheid van de leerlingen qua hygiëne en voeding, en hulpverlening aan meervoudig gehandicapten bij het toiletbezoek;
   3° regelmatig deelnemen aan voortgezette opleidingen;
   4° deelnemen aan pedagogische conferenties;
   5° deelnemen aan personeelsvergaderingen, vergaderingen van de klassenraad en coördinatievergaderingen;
   6° vervangingen;
   7° oudercontacten organiseren, deelnemen aan spreekuren voor ouders en samenwerken met de personen belast met de opvoeding;
   8° meewerken aan de interne en externe evaluatie van de school;
   9° samenwerken met de psycho-medisch-sociale centra en andere begeleidingsdiensten;
   10° de taken die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen.
   § 3. De opdracht van de logopedisten, kinesitherapeuten en ergotherapeuten omvat vooral de volgende taken :
   1° de therapeutische opdracht, dat wil zeggen het onderzoeken van de uitgangssituatie van de leerlingen en het opstellen van een individueel therapieplan rekening houdend met de medische voorschriften, het toepassen van passende methoden en technieken, de samenwerking met de klastitularis en de ouders evenals het opmaken en bijhouden van een dossier per leerling;
   2° de opvoedende opdracht, dat wil zeggen de persoonlijke en regelmatige begeleiding van de leerling, de ontwikkeling en bevordering van zijn persoonlijke en sociale vaardigheden door passende therapievormen;
   3° regelmatig deelnemen aan voortgezette opleidingen;
   4° deelnemen aan pedagogische conferenties;
   5° deelnemen aan personeelsvergaderingen, vergaderingen van de klassenraad en coördinatievergaderingen;
   6° vervangingen;
   7° organiseren van oudercontacten, deelnemen aan spreekuren voor ouders en samenwerken met de personen belast met de opvoeding;
   8° meewerken aan de interne en externe evaluatie van de school;
   9° samenwerken met de psycho-medisch-sociale centra en andere begeleidingsdiensten;
   10° de taken die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen.
   Onverminderd het vorige lid omvat de opdracht van de kinesitherapeuten en de ergotherapeuten bovendien de hulp aan meervoudig gehandicapten bij het toiletbezoek.]1

  [2 § 4 - De opdracht van de paramedische coördinator voor inclusieve scholen omvat vooral de volgende taken:
   1° de paramedische ondersteuningsmaatregelen in inclusieve scholen coördineren;
   2° paramedische concepten voor de inclusieve scholen ontwikkelen, in overleg met de schoolleiding van de gespecialiseerde school;
   3° pedagogiek met assistentie van dieren organiseren en begeleiden in inclusieve scholen;
   4° het schoolhoofd van de gespecialiseerde school ondersteunen bij de leiding en begeleiding van het paramedisch personeel van de gespecialiseerde school dat in inclusieve scholen wordt ingezet;
   5° het toezicht organiseren;
   6° klassenraden en 'waar-staat-de-leerlinggesprekken' organiseren en leiden;
   7° observatiestages organiseren en begeleiden;
   8° de overstap van leerlingen uit het lager onderwijs naar het secundair onderwijs coördineren;
   9° personeelsvergaderingen, pedagogische conferenties en coördinatievergaderingen leiden en bijwonen;
   10° met de personeelsleden, de pedagogische raad en andere representatieve verenigingen binnen de school samenwerken;
   11° advies verlenen aan de leerlingen en de personen belast met hun opvoeding;
   12° samenwerken met externe partners, in het bijzonder met het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren;
   13° zich permanent bijscholen en voortgezette opleidingen volgen;
   14° taken uitoefenen die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen.]2

  
Art. 98.1. [1 Personnel paramédical.
   § 1er. La mission de l'infirmier comprend surtout les tâches suivantes :
   1° les tâches de soins, c'est-à-dire la promotion du bien-être général de l'élève, l'aide médicale prescrite par le médecin, les premiers soins en cas d'accident et de maladie, la coordination et l'accompagnement des visites médicales scolaires, ainsi que la coordination et la diffusion d'informations médicales entre parents et école;
   2° la mission éducative, c'est-à-dire l'accompagnement et la guidance réguliers et personnels de l'élève, le développement et la promotion de ses compétences personnelles et sociales, notamment la promotion de son autonomie dans le domaine des soins corporels et de l'alimentation et le soutien et l'accompagnement à la toilette des personnes polyhandicapées;
   3° la participation régulière à des formations continues;
   4° la participation à des conférences pédagogiques;
   5° la participation à des réunions de personnel, à des réunions des conseils de classe et à des réunions de coordination;
   6° les remplacements;
   7° l'organisation de contacts avec les parents, la participation aux réunions de parents ainsi que la coopération avec les personnes chargées de l'éducation;
   8° la participation à l'évaluation interne et externe de l'école;
   9° la coopération avec les centres psycho-médico-sociaux et autres services de guidance;
   10° les tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.
   § 2. La mission du puériculteur comprend avant tout les tâches suivantes :
   1° les tâches d'aide aux soins, c'est-à-dire la promotion du bien-être général de l'élève, les premiers soins en cas d'accident et de maladie, la coordination et l'accompagnement des visites médicales scolaires, ainsi que la coordination et la diffusion d'informations médicales entre parents et école;
   2° la mission éducative, c'est-à-dire l'accompagnement et la guidance réguliers et personnels de l'élève, le développement et la promotion de ses compétences personnelles et sociales, notamment la promotion de son autonomie dans le domaine des soins corporels et de l'alimentation et le soutien et l'accompagnement à la toilette des personnes polyhandicapées;
   3° la participation régulière à des formations continues;
   4° la participation à des conférences pédagogiques;
   5° la participation à des réunions de personnel, à des réunions des conseils de classe et à des réunions de coordination;
   6° les remplacements;
   7° l'organisation de contacts avec les parents, la participation aux réunions de parents ainsi que la coopération avec les personnes chargées de l'éducation;
   8° la participation à l'évaluation interne et externe de l'école;
   9° la coopération avec les centres psycho-médico-sociaux et autres services de guidance;
   10° les tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.
   § 3. La mission des logopèdes, kinésithérapeutes et ergothérapeutes comprend surtout les tâches suivantes :
   1° la mission thérapeutique, c'est-à-dire l'analyse de la situation de départ de l'élève et l'établissement d'un plan thérapeutique individuel en tenant compte des prescriptions médicales, la mise en oeuvre de méthodes et techniques adéquates, la coopération avec le titulaire de classe et les parents ainsi que la tenue d'un dossier pour chaque élève;
   2° la mission éducative, c'est-à-dire la guidance régulière et personnelle de l'élève, le développement et la promotion de ses compétences personnelles et sociales par des thérapies adaptées;
   3° la participation régulière à des formations continues;
   4° la participation à des conférences pédagogiques;
   5° la participation à des réunions de personnel, à des réunions des conseils de classe et à des réunions de coordination;
   6° les remplacements;
   7° l'organisation de contacts avec les parents, la participation aux réunions de parents ainsi que la coopération avec les personnes chargées de l'éducation;
   8° la participation à l'évaluation interne et externe de l'école;
   9° la coopération avec les centres psycho-médico-sociaux et autres services de guidance;
   10° les tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.
   Sans préjudice de l'alinéa précédent, la mission des kinésithérapeutes et des ergothérapeutes comprend en outre l'accompagnement à la toilette des personnes polyhandicapées.]1

  [2 § 4 - La mission du coordinateur paramédical dans des écoles inclusives comprend surtout les tâches suivantes :
   1° la coordination de mesures de soutien dans des écoles inclusives;
   2° en concertation avec la direction de l'école spécialisée, le développement de concepts pédagogiques destinés aux écoles inclusives;
   3° l'organisation et l'encadrement de la pédagogie assistée par l'animal au sein des écoles inclusives;
   4° le soutien du chef d'établissement de l'école spécialisée dans la direction et l'encadrement du personnel paramédical de ladite école spécialisée qui intervient dans les écoles inclusives;
   5° l'organisation des surveillances;
   6° l'organisation et la direction des conseils de classe et des entretiens de situation;
   7° l'organisation et l'encadrement des stages d'observation;
   8° la coordination de la transition des élèves de l'école primaire vers l'école secondaire;
   9° la direction de réunions de personnel, de conférences pédagogiques et de réunions de coordination et la participation à celles-ci;
   10° la collaboration avec les membres du personnel, le conseil pédagogique et les autres organes de représentation au sein de l'école;
   11° les conseils aux élèves et aux personnes chargées de leur éducation;
   12° la coopération avec les partenaires externes, notamment le centre pour le développement sain des enfants et des jeunes;
   13° la participation personnelle à des recyclages et formations continuées;
   14° les tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.]2

  
Art. 98.2. [1 Psychosociaal personeel
   § 1. De opdracht van de psychosociale begeleider omvat vooral de volgende taken :
   1° de psychosociale begeleiding van leerlingen met opvallend gedrag of met emotionele en gedragsstoornissen;
   2° de advisering van en hulp aan personeelsleden bij de beheersing van moeilijke opvoedingssituaties;
   3° de opvoedende opdracht, dat wil zeggen de persoonlijke en regelmatige omkadering en begeleiding van de leerling en de ontwikkeling en bevordering van zijn persoonlijke en sociale vaardigheden door de ontwikkeling van zijn verantwoordelijkheidsbesef;
   4° regelmatig deelnemen aan voortgezette opleidingen;
   5° deelnemen aan pedagogische conferenties;
   6° deelnemen aan personeelsvergaderingen, vergaderingen van de klassenraad en coördinatievergaderingen;
   7° vervangingen;
   8° organiseren van oudercontacten, deelnemen aan spreekuren voor ouders en samenwerken met de personen belast met de opvoeding;
   9° meewerken aan de interne en externe evaluatie van de school en van het eigen werk;
   10° samenwerken met de psycho-medisch-sociale centra en andere begeleidingsdiensten;
   11° de taken die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen."
   § 2. De opdracht van de maatschappelijk assistent omvat vooral de volgende taken :
   1° de sociale opdracht, dat wil zeggen het probleemgericht opvoedende en adviserende werk, de hulp bij het voorkomen, beheersen en oplossen van sociale problemen evenals de coördinatie tussen school, ouders en verschillende sociale instellingen;
   2° de opvoedende opdracht, dat wil zeggen de persoonlijke en regelmatige omkadering en begeleiding van de leerling, de ontwikkeling en bevordering van zijn persoonlijke en sociale vaardigheden door aangepast advies;
   3° de beroepsoriëntatie van de leerling in samenwerking met de [2 [4 door de Regering bepaalde dienst]4]2, inzonderheid de planning en begeleiding van de stages samen met de leerling, de personen belast met de opvoeding en de leraars;
   4° vervangingen;
   5° regelmatig deelnemen aan voortgezette opleidingen;
   6° deelnemen aan pedagogische conferenties;
   7° deelnemen aan personeelsvergaderingen, vergaderingen van de klassenraad en coördinatievergaderingen;
   8° organiseren van oudercontacten, deelnemen aan spreekuren voor ouders en samenwerken met de personen belast met de opvoeding;
   9° meewerken aan de interne en externe evaluatie van de school;
   10° samenwerken met de psycho-medisch-sociale centra en andere begeleidingsdiensten;
   11° de taken die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen.]1

  [3 De opdracht van de adviseur voor schoolpsychologie omvat vooral de volgende taken:
   1° psychosociale en psychopedagogische adviesverlening, ondersteuning en begeleiding van leerlingen met gedragsproblemen en gevoels- en gedragsstoornissen;
   2° adviesverlening en bemiddeling in crisissituaties;
   3° advisering en ondersteuning van personeelsleden om moeilijke opvoedingssituaties aan te kunnen;
   4° de opvoedende opdracht, dat wil zeggen de persoonlijke en regelmatige omkadering en begeleiding van de leerling, de ontwikkeling en bevordering van zijn sociale en persoonlijke vaardigheden door zijn verantwoordelijkheidszin te ontwikkelen;
   5° preventiemaatregelen en interventies in groepen en klassen plannen, coördineren, uitvoeren en evalueren;
   6° regelmatig deelnemen aan voortgezette opleidingen;
   7° deelnemen aan pedagogische vergaderingen;
   8° deelnemen aan personeelsvergaderingen, vergaderingen van de klassenraad en coördinatievergaderingen;
   9° organiseren van oudercontacten, deelnemen aan spreekuren voor ouders en samenwerken met de personen belast met de opvoeding;
   10° meewerken aan de interne en externe evaluatie van de school, alsook meewerken aan het uitwerken van concepten;
   11° samenwerken met het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren, alsook met andere begeleidende diensten, in het bijzonder ook op het gebied van beroepsintegratie;
   12° taken uitoefenen die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen.]3

  
Art. 98.2. [1 Personnel sociopsychologique.
   § 1er. La mission de l'auxiliaire psychosocial comprend avant tout les tâches suivantes :
   1° la guidance psychosociale d'élèves au comportement difficile ou qui présentent des troubles émotionnels ou comportementaux;
   2° le conseil et l'assistance aux membres du personnel pour gérer des situations éducatives difficiles;
   3° la mission éducative, c'est-à-dire la guidance et l'encadrement réguliers et personnels de l'élève et le développement et la promotion de ses compétences personnelles et sociales par le développement de son sens des responsabilités;
   4° la participation régulière à des formations continues;
   5° la participation à des conférences pédagogiques;
   6° la participation à des réunions de personnel, à des réunions des conseils de classe et à des réunions de coordination;
   7° les remplacements;
   8° l'organisation de contacts avec les parents, la participation aux réunions de parents ainsi que la coopération avec les personnes chargées de l'éducation;
   9° la collaboration à l'évaluation interne et externe de l'école et de leur propre travail;
   10° la coopération avec les centres psycho-médico-sociaux et autres services de guidance;
   11° les tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.
   § 2. La mission de l'assistant social comprend avant tout les tâches suivantes :
   1° la mission sociale, c'est-à-dire le travail d'éducation et de guidance ciblant les problèmes, l'aide à la prévention, la gestion et la résolution de problèmes sociaux ainsi que la coordination entre l'école, la maison parentale et différentes institutions sociales;
   2° la mission éducative, c'est-à-dire la guidance et l'encadrement réguliers et personnels de l'élève et le développement et la promotion de ses compétences personnelles et sociales par des conseils adaptés;
   3° l'orientation professionnelle de l'élève en collaboration avec l'[2 [4 avec le service désigné par le Gouvernement]4]2, notamment la planification et l'encadrement des stages en concertation avec l'élève, les personnes chargées de l'éducation et les enseignants;
   4° les remplacements;
   5° la participation régulière à des formations continues;
   6° la participation à des conférences pédagogiques;
   7° la participation à des réunions de personnel, à des réunions des conseils de classe et à des réunions de coordination;
   8° l'organisation de contacts avec les parents, la participation aux réunions de parents ainsi que la coopération avec les personnes chargées de l'éducation;
   9° la participation à l'évaluation interne et externe de l'école;
   10° la coopération avec les centres psycho-médico-sociaux et autres services de guidance;
   11° les tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.]1

  [3 § 3 - La mission du conseiller en psychologie scolaire comprend avant tout les tâches suivantes :
   1° les conseils, le soutien et l'encadrement psychosocial et psychopédagogique des élèves qui présentent des troubles émotionnels et comportementaux;
   2° le conseil et la médiation dans des situations de crise;
   3° le conseil et l'assistance aux membres du personnel afin de gérer des situations éducatives difficiles;
   4° la mission éducative, à savoir la guidance et l'encadrement réguliers et personnels de l'élève, le développement et la promotion de ses compétences personnelles et sociales, par le développement de son sens des responsabilités;
   5° la planification, la coordination, la mise en oeuvre et l'évaluation de mesures préventives ainsi que les interventions au sein des groupes et des classes;
   6° la participation régulière à des formations continuées;
   7° la participation à des conférences pédagogiques;
   8° la participation à des réunions de personnel, à des conseils de classe et à des réunions de coordination;
   9° l'organisation de contacts avec les parents, la participation aux réunions de parents ainsi que la coopération avec les personnes chargées de l'éducation;
   10° la collaboration à l'évaluation interne et externe de l'école ainsi qu'à l'élaboration de concepts;
   11° la collaboration avec le centre pour le développement sain des enfants et des jeunes ainsi qu'avec d'autres services de guidance, notamment aussi dans le domaine de l'intégration professionnelle;
   12° les tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.]3

  
Art. 98.3. [1 - Administratief personeel
   De opdracht van de leden van het administratief personeel omvat vooral de volgende taken:
   1° administratieve, logistieke en technische ondersteuning bieden aan de schoolleiding;
   2° secretariaatswerk en administratieve taken organiseren en uitvoeren;
   3° de boekhouding organiseren en bijhouden;
   4° vergaderingen en conferenties plannen, organiseren en daarbij assisteren;
   5° deelnemen aan personeelsvergaderingen;
   6° zich bijscholen en voortgezette opleidingen volgen;
   7° opdrachten die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen.]1

  [2 In afwijking van het eerste lid bestaat de opdracht van de IT-verantwoordelijke vooral uit de volgende taken:
   1° computerondersteund onderwijs op de school vakkundig begeleiden en stimuleren;
   2° het onderwijzend personeel adviseren en helpen bij het kiezen en inzetten van geschikte onderwijssoftware;
   3° de in de school beschikbare IT-uitrusting beheren, verzorgen en onderhouden;
   4° advies en administratieve ondersteuning bieden bij de aanschaf van IT-materiaal;
   5° hulp verlenen bij de foutenanalyse, alsook advies en ondersteuning bieden bij het oplossen van IT-systeemproblemen;
   6° ondersteuning en hulp verlenen bij de IT-ondersteunde afwikkeling van administratieve taken;
   7° advies geven over systeembeveiliging, met name uitvoering en actualisering van systemen om de gegevensbeveiliging te waarborgen;
   8° hardware en software herstellen;
   9° een jaarlijkse inventaris van de hardware opstellen;
   10° de in de school aanwezige technische apparatuur beheren, verzorgen en onderhouden, met name de printers, de fotokopieermachines, de digitale schoolborden en de klank- en lichttechniek;
   11° de mediatheek technisch ondersteunen;
   12° deelnemen aan personeelsvergaderingen en pedagogische conferenties;
   13° deelnemen aan coördinatievergaderingen van de IT-verantwoordelijken in het onderwijs;
   14° samenwerken met de functionaris voor gegevensbescherming van de school;
   15° samenwerken met externe diensten en bedrijven, in het bijzonder met het departement Informatica van het Ministerie;
   16° zich bijscholen en voortgezette opleidingen volgen;
   17° taken uitvoeren die tot de verwezenlijking van het schoolproject bijdragen.]2

  
Art. 98.3. [1 - Personnel administratif
   La mission des membres du personnel administratif comprend avant tout les tâches suivantes :
   1° le soutien administratif, logistique et technique de la direction de l'école;
   2° l'organisation et la réalisation des tâches administratives et de secrétariat;
   3° l'organisation et la tenue à jour de la comptabilité;
   4° la planification, l'organisation et l'assistance dans le cadre de réunions et conférences;
   5° la participation à des réunions du personnel;
   6° la participation personnelle à des recyclages et formations continuées;
   7° l'accomplissement de tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.]1

  [2 Par dérogation à l'alinéa 1er, la mission du responsable informatique contient entre autres les tâches suivantes :
   1° supervision technique et promotion de l'enseignement assisté par les technologies de l'information à l'école;
   2° conseils et aide au personnel enseignant dans le choix et l'utilisation de logiciels d'enseignement appropriés;
   3° gestion, entretien et maintenance du matériel informatique présent dans l'école;
   4° conseils et soutien administratif pour l'achat de matériel informatique;
   5° aide à l'analyse des défaillances, conseils et soutien pour résoudre les problèmes posés par les systèmes informatiques;
   6° soutien et assistance dans le traitement des tâches administratives à l'aide des technologies de l'information;
   7° conseils sur la sécurité des systèmes, en particulier la mise en oeuvre et la mise à jour des systèmes pour assurer la sécurité des données;
   8° réparation du matériel et des logiciels;
   9° établissement d'un inventaire annuel du matériel;
   10° supervision, entretien et maintenance des équipements techniques disponibles dans l'école, notamment les imprimantes, les photocopieurs, les systèmes de tableau noir numérique et les équipements scéniques;
   11° support technique de la médiathèque;
   12° participation aux réunions du personnel et aux conférences pédagogiques;
   13° participation aux réunions générales de coordination des responsables informatiques dans l'enseignement;
   14° coopération avec le responsable de la protection des données de l'école;
   15° coopération avec des services et des entreprises externes, notamment avec le département " Informatique " du Ministère;
   16° participer personnellement à des recyclages et formations continuées;
   17° accomplissement des tâches qui contribuent à la réalisation du projet d'établissement.]2

  
HOOFDSTUK X. - Bijscholing en voortgezette opleiding van het personeel.
CHAPITRE X. - Recyclage et formation continuée du personnel.
Art. 99. Doeleinden. § 1. Alle personeelsleden zijn ertoe gehouden regelmatig aan bijscholingen en aan de voortgezette opleiding deel te nemen.
  § 2. De bijscholing en voortgezette opleiding georganiseerd voor het onderwijzend en opvoedend personeel alsmede voor het schoolhoofd dienen ertoe :
  1° de persoonlijke en professionele ontwikkeling te bevorderen;
  2° de kwaliteit van de aangeboden opleidingen te garanderen;
  3° nader kennis te maken met de maatschappelijke omgeving van de school;
  4° de kennis van het verstrekte vak te actualiseren en uit te breiden;
  5° de pedagogische bekwaamheden en vaardigheden te bevorderen;
  6° nieuwe onderwijsvormen en -methodes, alsmede actuele leermiddelen te leren kennen en ze desgevallend in de praktijk te gebruiken;
  7° de menselijke betrekkingen te verbeteren.
Art. 99. Objectifs. § 1er. Tous les membres du personnel sont tenus de participer régulièrement à des recyclages et à la formation continuée.
  § 2. Les mesures de recyclage et de formation continuée organisées pour le personnel enseignant et éducatif ainsi que pour le chef d'école servent principalement à :
  1° promouvoir le développement personnel et professionnel;
  2° garantir la qualité des formations proposées;
  3° faire mieux connaître l'environnement social de l'école;
  4° actualiser et élargir les connaissances dans la discipline enseignée;
  5° promouvoir les aptitudes et capacités pédagogiques;
  6° faire connaître de nouvelles formes et méthodes d'enseignement ainsi que du matériel didactique actuel et à les appliquer le cas échéant;
  7° améliorer les relations humaines.
Art. 100. Conceptie. De [1 onderwijsinspectie]1 legt een concept vast voor de voortgezette opleiding.
  
Art. 100. Conception. L'[1 inspection scolaire]1 établit un concept pour la formation continuée.
  
Art. 101. Organisatie en verwezenlijking van de maatregelen m.b.t. de bijscholing en de voortgezette opleiding. De Regering belast deskundigen met volgende opdrachten :
  1° maatregelen m.b.t. de bijscholing en de voortgezette opleiding op de voordracht van de Regering te programmeren en te verwezenlijken;
  2° maatregelen m.b.t. de bijscholing en de voortgezette opleiding op de voordracht van een inrichtende macht of van een school te programmeren en te verwezenlijken;
  3° inlichtingen te verstrekken over de bijscholing en de voortgezette opleiding die door andere binnen- of buitenlandse instellingen aangeboden worden.
Art. 101. Organisation et réalisation des mesures recyclage et de formation continuée. Le Gouvernement charge des experts des missions suivantes :
  1° planifier et réaliser des mesures de recyclage et de formation continuée sur ordre du Gouvernement;
  2° planifier et réaliser des mesures de recyclage et de formation continuée sur ordre d'un pouvoir organisateur ou d'une école;
  3° prodiguer des informations sur les offres de recyclage et de formation continuée proposées par d'autres institutions, en Belgique ou à l'étranger.
Art. 102. Opstelling van het plan van bijscholing en voortgezette opleiding. Voor elk schooljaar stelt de pedagogische raad zijn eigen plan van bijscholing en voortgezette opleiding op in overeenstemming met de inrichtende macht of haar vertegenwoordiger.
  Meerdere scholen kunnen samen bijscholingsmaatregelen programmeren.
  De inrichtende macht kan de personeelsleden ertoe dwingen aan een bijscholing of een voortgezette opleiding deel te nemen.
Art. 102. Etablissement d'un plan de recyclage et de formation. Pour chaque année scolaire, le Conseil pédagogique établit son propre plan de recyclage et de formation continuée en accord avec le pouvoir organisateur ou son représentant.
  Plusieurs écoles peuvent planifier ensemble des mesures de recyclage.
  Le pouvoir organisateur peut obliger les membres du personnel à participer à un recyclage ou à une formation continuée.
Art. 103. (Opgeheven)
Art. 103. (Abrogé)
HOOFDSTUK X.1. [1 - Wekelijkse werktijd]1
CHAPITRE X.1. [1 - Temps de travail hebdomadaire]1
Art. 103.1. [1 - Wekelijkse werktijd van de personeelsleden die een wervingsambt bekleden in de categorie van het opvoedend hulppersoneel in het gewoon en het gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs."
   De personeelsleden die een wervingsambt bekleden in de categorie van het opvoedend hulppersoneel in het gewoon en gespecialiseerd secundair onderwijs presteren in het kader van een voltijdse betrekking gemiddeld 36 tot 38 uren van 60 minuten per week. Het gemiddelde wordt over een referentieperiode van vier maanden berekend.
   In afwijking van het eerste lid presteert een coördinator voor bevorderingspedagogiek in het gespecialiseerd onderwijs, in het kader van een voltijdse betrekking, gemiddeld 38 uren van 60 minuten per week. Het gemiddelde wordt over een referentieperiode van vier maanden berekend. De coördinator voor bevorderingspedagogiek presteert in de praktijk ten minste 19 uren van 60 minuten per week bij één inrichtende macht.
   In afwijking van het eerste lid presteert een kleuterschoolassistent, in het kader van een voltijdse betrekking, gemiddeld 36 uren van 60 minuten per week. Het gemiddelde wordt over een referentieperiode van vier maanden berekend. De kleuterschoolassistent presteert in de praktijk ten minste 9 uren van 60 minuten bij één inrichtende macht.
   In afwijking van het eerste lid presteert een assistent in een gespecialiseerde basisschool, in het kader van een voltijdse betrekking in het gespecialiseerd onderwijs, gemiddeld 36 uren van 60 minuten per week. Het gemiddelde wordt over een referentieperiode van vier maanden berekend. De assistent in een gespecialiseerde basisschool presteert in de praktijk ten minste 9 uren van 60 minuten in een gespecialiseerde basisschool.
   De wekelijkse werktijd mag in geen geval 50 uur overschrijden.]1

  
Art. 103.1. [1 - Temps de travail hebdomadaire des membres du personnel dans une fonction de recrutement de la catégorie du personnel auxiliaire d'éducation dans l'enseignement fondamental et secondaire ordinaire et spécialisé
   Les prestations fournies par les membres du personnel dans une fonction de recrutement de la catégorie du personnel auxiliaire d'éducation dans l'enseignement fondamental et secondaire ordinaire et spécialisé s'élèvent, dans le cadre d'une activité à temps plein, à 36 à 38 heures de 60 minutes par semaine en moyenne. Cette moyenne est calculée sur une période de référence de quatre mois.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, les prestations fournies par le coordinateur en pédagogie de soutien dans l'enseignement spécialisé s'élèvent, dans le cadre d'une activité à temps plein, à 38 heures de 60 minutes par semaine en moyenne. Cette moyenne est calculée sur une période de référence de quatre mois. Dans les faits, le coordinateur en pédagogie de soutien preste au moins 19 heures de 60 minutes par semaine auprès d'un pouvoir organisateur.
   Par dérogation à l'alinéa 1er, les prestations fournies par l'assistant en maternelle s'élèvent, dans le cadre d'une activité à temps plein, à 36 heures de 60 minutes par semaine en moyenne. Cette moyenne est calculée sur une période de référence de quatre mois. Dans les faits, l'assistant en maternelle preste au moins 9 heures de 60 minutes par semaine auprès d'un pouvoir organisateur. "
   Par dérogation à l'alinéa 1er, les prestations fournies par l'assistant en école fondamentale spécialisée dans l'enseignement spécialisé s'élèvent, dans le cadre d'une activité à temps plein, à 36 heures de 60 minutes par semaine en moyenne. Cette moyenne est calculée sur une période de référence de quatre mois. Dans les faits, l'assistant en école fondamentale spécialisée preste au moins neuf heures de 60 minutes dans une école fondamentale spécialisée.
   Le temps de travail hebdomadaire ne peut en aucun cas dépasser 50 heures.]1

  
HOOFDSTUK XI. - Wijzigingen van het decreet van 30 juni 1997 houdende Oprichting, handhaving, sluiting en organisatie van het gewoon basisonderwijs op basis van een betrekkingenpakket en van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs.
CHAPITRE XI. - Modifications du décret du 30 juin 1997 portant création, maintien, fermeture et organisation de l'enseignement fondamental ordinaire sur base d'un capital-emplois et de la loi du 30 juillet 1963 concernant le régime linguistique dans l'enseignement.
Art. 104. Artikel 3, 12° van het decreet van 30 juni 1997 houdende oprichting, handhaving, sluiting en organisatie van het gewoon basisonderwijs op basis van een betrekkingenpakket wordt opgeheven.
Art. 104. L'article 3, 12° du décret du 30 juin 1997 portant création, maintien, fermeture et organisation de l'enseignement fondamental ordinaire sur base d'un capital-emplois est abrogé.
Art. 105. Artikel 5 van hetzelfde decreet wordt door volgende bepaling vervangen :
  "Artikel 5. In het kleuteronderwijs worden in aanmerking genomen de leerlingen die hun woonplaats in de Duitstalige Gemeenschap hebben en die tot de laatste schooldag van de maand september gedurende ten minste 10 schooldagen, ten belope van halve dagen, aanwezig waren.
  In afwijking van het eerste lid kunnen ook de leerlingen in aanmerking worden genomen die hun woonplaats in het ambtsgebied van een buitenlandse entiteit hebben, indien deze evenredig bijdraagt in de personeels- en werkingskosten die de Duitstalige Gemeenschap voor deze kleuterschool moet dragen; die kostenbijdrage moet in een geschreven overeenkomst vastgelegd zijn.".
Art. 105. L'article 5 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 5. Dans l'enseignement maternel, sont pris en considération les élèves domiciliés en Communauté germanophone qui ont, jusqu'au dernier jour d'école du mois de septembre, été présents pendant au moins 10 jours d'école à raison de demi-journées.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les élèves domiciliés dans le ressort d'une entité étrangère peuvent aussi être pris en compte si cette entité participe proportionnellement aux frais de personnel et de fonctionnement encourus par la Communauté germanophone pour cette école maternelle, à condition que cette participation fasse l'objet d'une convention écrite. ".
Art. 106. In artikel 7 van hetzelfde decreet wordt de passus "geen 8 regelmatige leerlingen" door de passus "geen 12 regelmatige leerlingen" vervangen.
Art. 106. A l'article 7 du même décret, le passage " pas 8 élèves régulièrement inscrits " est remplacé par " pas 12 élèves régulièrement inscrits".
Art. 107. § 1. In artikel 9 van hetzelfde decreet wordt de passus "van de artikels 10 tot 12" door de passus "van de artikels 11 en 12" vervangen.
  § 2. Artikel 10 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 107. § 1er. A l'article 9 du même décret, le passage " des articles 10 à 12 " est remplacé par " des articles 11 et 12 ".
  § 2. L'article 10 du même décret est abrogé.
Art. 108. In artikel 11, § 1 van hetzelfde decreet wordt de passus "Onverminderd artikel 10" door de passus "Onverminderd artikel 6 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs" vervangen.
Art. 108. A l'article 11, § 1er du même décret, le passage " Nonobstant l'article 10 " est remplacé par " Nonobstant l'article 6 de la loi du 30 juillet 1963 concernant le régime linguistique dans l'enseignement ".
Art. 109. In artikel 12, lid 2 van hetzelfde decreet wordt de passus "in de artikels 10 en 11" door de passus "in artikel 11" vervangen.
Art. 109. A l'article 12, alinéa 2 du même décret, le passage " aux articles 10 et 11 " est remplacé par " à l'article 1 ".
Art. 110. Artikel 19 van hetzelfde decreet wordt door volgend lid aangevuld :
  "De leerlingen die krachtig moeten worden gesteund, zoals bedoeld in artikel 29 van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs, en die een gewone lagere school bezoeken en wekelijks tenminste aan 14 lestijden deelnemen, worden eveneens in aanmerking genomen.".
Art. 110. L'article 19 du même décret est complété par l'alinéa suivant :
  " Les élèves nécessitant un soutien accru visés à l'article 29 du décret du 31 août 1998 relatif aux missions confiées aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles et portant des dispositions générales d'ordre pédagogique et organisationnel pour les écoles ordinaires, qui fréquentent une école primaire ordinaire et suivent au moins 14 périodes de cours par semaine, sont également pris en considération. ".
Art. 111. Artikel 21 van hetzelfde decreet wordt door de volgende bepaling vervangen :
  "Artikel 21. Een vestigingsplaats lager onderwijs die ten minste 12 regelmatige leerlingen telt, verkrijgt op 1 oktober een bepaald aantal voltijdse betrekkingen, berekend als volgt :
Art. 111. L'article 21 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 21. Un lieu d'implantation primaire qui compte au moins 12 élèves régulièrement inscrits obtient au 1er octobre un nombre déterminé d'emplois à temps plein, calculé comme suit :
Aantal leerlingenAantal voltijdse betrekkingen
12-151,25
16-201,5
21-252
26-302,25
Aantal leerlingenAantal voltijdse betrekkingen12-151,2516-201,521-25226-302,25
en bijkomend 1/4 voltijdse betrekking voor elke begonnen groep van 5 leerlingen.".
Nombre d'élèvesNombre d'emplois à temps plein
12-151,25
16-201,5
21-252
26-302,25
Nombre d'élèvesNombre d'emplois à temps plein12-151,2516-201,521-25226-302,25
pour tout autre groupe entamé de 5 élèves : 1/4 d'emploi supplémentaire. ".
Art. 112. Artikel 22, 2, lid 3 van hetzelfde decreet wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Op grond van het zo bepaald aantal leerlingen wordt het aantal cursussen als volgt vastgelegd :
Art. 112. L'article 22, § 2, alinéa 3 du même décret est remplacé par la disposition suivante :
  " Le nombre de cours, déterminé sur base de ce total, est fixé comme suit :
tot 23 leerlingen . . . . . . . . . . . . . 1 cursus
van 24 tot 44 leerlingen . . . . . . . . . .2 cursussen
van 45 tot 71 leerlingen . . . . . . . . . .3 cursussen
van 72 tot 94 leerlingen . . . . . . . . . .4 cursussen
van 95 tot 117 leerlingen . . . . . . . . . .5 cursussen
van 118 tot 140 leerlingen . . . . . . . . . .6 cursussen
van 141 tot 163 leerlingen . . . . . . . . . .7 cursussen
van 164 tot 186 leerlingen . . . . . . . . . .8 cursussen
van 187 tot 209 leerlingen . . . . . . . . . .9 cursussen
van 210 tot 231 leerlingen . . . . . . . . . .10 cursusen
van 232 tot 256 leerlingen . . . . . . . . . .11 cursussen
tot 23 leerlingen . . . . . . . . . . . . . 1 cursusvan 24 tot 44 leerlingen . . . . . . . . . .2 cursussenvan 45 tot 71 leerlingen . . . . . . . . . .3 cursussenvan 72 tot 94 leerlingen . . . . . . . . . .4 cursussenvan 95 tot 117 leerlingen . . . . . . . . . .5 cursussenvan 118 tot 140 leerlingen . . . . . . . . . .6 cursussenvan 141 tot 163 leerlingen . . . . . . . . . .7 cursussenvan 164 tot 186 leerlingen . . . . . . . . . .8 cursussenvan 187 tot 209 leerlingen . . . . . . . . . .9 cursussenvan 210 tot 231 leerlingen . . . . . . . . . .10 cursusenvan 232 tot 256 leerlingen . . . . . . . . . .11 cursussen
en 1 bijkomend cursus voor elke begonnen groep van 25 leerlingen.".
jusqu'à 23 élèves : 1 cours
de 24 à 44 élèves : 2 cours
de 45 à 71 élèves : 3 cours
de 72 à 94 élèves : 4 cours
de 95 à 117 élèves : 5 cours
de 118 à 140 élèves : 6 cours
de 141 à 163 élèves : 7 cours
de 164 à 186 élèves : 8 cours
de 187 à 209 élèves : 9 cours
de 210 à 231 élèves : 10 cours
de 232 à 256 élèves : 11 cours
jusqu'à 23 élèves : 1 coursde 24 à 44 élèves : 2 coursde 45 à 71 élèves : 3 coursde 72 à 94 élèves : 4 coursde 95 à 117 élèves : 5 coursde 118 à 140 élèves : 6 coursde 141 à 163 élèves : 7 coursde 164 à 186 élèves : 8 coursde 187 à 209 élèves : 9 coursde 210 à 231 élèves : 10 coursde 232 à 256 élèves : 11 cours
pour tout autre groupe entamé de 25 élèves : 1 cours supplémentaire. ".
Art. 113. In artikel 22, § 3 van hetzelfde decreet wordt de passus "minder dan 26 leerlingen per graad" door "minder dan 24 leerlingen per graad" vervangen.
Art. 113. A l'article 22, § 3 du même décret, le passage " moins de 26 élèves par degré " est remplacé par " moins de 24 élèves par degré ".
Art. 114. Artikel 26 van hetzelfde decreet wordt met volgend lid aangevuld :
  "In afwijking van het eerste lid, 1° verkrijgt een basisschool 1/4 voltijdse betrekking als zij ten minste 220 leerlingen telt en ten minste vier vestigingsplaatsen heeft.".
Art. 114. L'article 26 du même décret est complété par l'alinéa suivant :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, 1°, l'école fondamentale obtient 1/4 d'emploi si elle compte au moins 220 élèves et 4 implantations. ".
Art. 115. In hetzelfde decreet wordt een artikel 26bis ingevoegd dat luidt als volgt :
  "Artikel 26bis. Een door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde en een vrije gesubsidieerde basisschool die zich niet in een vestigingsplaats van een secundaire of hogeschool van éénzelfde inrichtende macht bevinden, verkrijgen naargelang de schoolbevolking volgende betrekkingen als rekenplichtig correspondent :
Art. 115. Dans le même décret, il est inséré un article 26bis libellé comme suit :
  " Art. 26bis. Une école fondamentale organisée par la Communauté germanophone et une école fondamentale libre subventionnée qui ne se situent pas dans une implantation d'une école secondaire ou supérieure du même pouvoir organisateur, obtiennent d'après le nombre d'élèves le nombre d'emplois suivant pour la fonction de correspondant-comptable :
1° tot 49 leerlingen : 1/4 betrekking;
2° van 50 tot 149 leerlingen : 2/4 betrekking;
3° van 150 tot 249 leerlingen : 3/4 betrekking;
4° vanaf 250 leerlingen : een voltijdse betrekking.''.
1° tot 49 leerlingen : 1/4 betrekking;2° van 50 tot 149 leerlingen : 2/4 betrekking;3° van 150 tot 249 leerlingen : 3/4 betrekking;4° vanaf 250 leerlingen : een voltijdse betrekking.''.
1° jusqu'à 49 élèves : 1/4 d'emploi;
2° de 50 à 149 élèves : 2/4 d'emploi;
3° de 150 à 249 élèves : 3/4 d'emploi;
4° à partir de 250 élèves : 1 emploi à temps plein. ''.
1° jusqu'à 49 élèves : 1/4 d'emploi;2° de 50 à 149 élèves : 2/4 d'emploi;3° de 150 à 249 élèves : 3/4 d'emploi;4° à partir de 250 élèves : 1 emploi à temps plein. ''.
Art. 116. In hetzelfde decreet wordt een artikel 26ter ingevoegd dat luidt als volgt :
  "Artikel 26ter. Bij de berekening van het betrekkingenpakket of van de aanvulling bij het betrekkingenpakket voor het ambt als rekenplichtig correspondent, zoals bedoeld in de artikels 25, 26 en 26bis, worden de leerlingen die krachtig moeten worden gesteund, zoals bedoeld in artikel 29 van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs, en die een gewone lagere school bezoeken en wekelijks tenminste aan 14 lestijden deelnemen, eveneens in aanmerking genomen.".
Art. 116. Dans le même décret, il est inséré un article 26ter libellé comme suit :
  " Art. 26ter. Les élèves nécessitant un soutien accru visés à l'article 29 du décret du 31 août 1998 relatif aux missions confiées aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles et portant des dispositions générales d'ordre pédagogique et organisationnel pour les écoles ordinaires, qui fréquentent une école primaire ordinaire et suivent au moins 14 périodes de cours par semaine, sont également pris en considération lors du calcul du complément au capital-emplois et du capital-emplois pour la fonction de correspondant-comptable, visés aux articles 25, 26 et 26bis. ".
Art. 117. In hetzelfde decreet wordt een artikel 31bis ingevoegd dat luidt als volgt :
  "Artikel 31bis. In afwijking van de artikels 15, 18 en 21 kan een inrichtende macht reeds op de eerste dag van het lopende schooljaar bijkomende 1/4 van betrekkingen organiseren op basis van de schoolbevolking op die dag; zij moet echter de betrekkingen op zich nemen die op grond van de nieuwe berekening op 1 oktober niet meer beschikbaar zijn.".
Art. 117. Dans le même décret, il est inséré un article 31bis libellé comme suit :
  " Art. 31bis. Par dérogation aux articles 15, 18 et 21, un pouvoir organisateur peut, dès le premier jour de l'année scolaire en cours, organiser des quarts d'emploi supplémentaires d'après le nombre d'élèves, en devant supporter ceux qui, en raison du calcul intervenu, ne seront plus disponibles au 1er octobre. ".
Art. 118. In hetzelfde decreet worden in artikel 38 de punten 3° en 4° ingevoegd, luidend als volgt :
  "3° het koninklijk besluit van 2 december 1969 tot vaststelling van de normen voor de schepping van betrekkingen van rekenplichtig correspondent en geselecteerd rekenplichtig correspondent in de inrichtingen van het Rijksonderwijs, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 april 1977 en door de koninklijke besluiten nr. 66 van 20 juli 1982 en 211 van 23 september 1983;
  4° het besluit van de Executieve van 12 juni 1990 tot vaststelling van de normen voor de schepping van betrekkingen van rekenplichtig correspondent en geselecteerd rekenplichtig correspondent in de vrije gesubsidieerde autonome inrichtingen voor basisonderwijs, wanneer het schoolhoofd niet volledig van het houden van een klas vrijgesteld is.".
Art. 118. Dans le même décret, l'article 38 est complété par les points 3° et 4° suivants :
  " 3° l'arrêté royal du 2 décembre 1969 fixant les normes de création d'emplois de correspondant-comptable et de correspondant-comptable sélectionné dans les établissements d'enseignement de l'Etat, modifié par l'arrêté royal du 15 avril 1977 et les arrêtés royaux n° 66 du 20 juillet 1982 et 211 du 23 septembre 1983;
  4° l'arrêté de l'Exécutif du 12 juin 1990 fixant les normes de création d'emplois de correspondant-comptable et de correspondant-comptable sélectionné dans les établissements d'enseignement fondamental autonomes libres subventionnés dont le chef d'école n'est pas entièrement dispensé de l'enseignement. ".
Art. 119. Artikel 6, lid 2 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Dit kleuter- of lager onderwijs mag slechts worden ingericht, als telkens ten minste 16 personen belast met de opvoeding erom vragen en die binnen een afstand van 4 kilometer geen dienovereenkomstige kleuterschool resp. lagere school vinden; de kleuterschool mag echter slechts als onderwijsniveau van een basisschool opgericht worden.".
Art. 119. L'article 6, alinéa 2 de la loi du 30 juillet 1963 concernant le régime linguistique dans l'enseignement est remplacé par la disposition suivante :
  " Cet enseignement maternel ou primaire ne peut être organisé qu'à la demande d'au moins 16 personnes chargées de l'éducation qui ne trouvent pas d'école maternelle ou primaire à une distance de 4 km, une école maternelle ne pouvant être crée qu'en tant que niveau d'enseignement d'une école fondamentale. ".
Art. 120. Artikel 6, lid 4 van de wet van 30 juli 1963 houdende taalregeling in het onderwijs wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "Het recht van de personen belast met de opvoeding, zoals bepaald in artikel 24 van het decreet van 31 augustus 1998 betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs, moet geëerbiedigd worden.".
Art. 120. L'article 6, alinéa 4 de la loi du 30 juillet 1963 concernant le régime linguistique dans l'enseignement est remplace par la disposition suivante :
  " Le droit des personnes chargées de l'éducation défini à l'article 24 du décret du 31 août 1998 relatif aux missions confiées aux pouvoirs organisateurs et au personnel des écoles et portant des dispositions générales d'ordre pédagogique et organisationnel pour les écoles ordinaires doit être respecté. ".
HOOFDSTUK XII. - Opheffings-; wijzigings- en overgangsbepalingen.
CHAPITRE XII. - Dispositions abrogatoires, modificatives et transitoires.
Art. 121. Opheffing. § 1. Zijn opgeheven :
  1° de artikelen 23, lid 4, 50 en 50bis van de wetten op het lager onderwijs, gecoördineerd op 20 augustus 1957;
  2° de artikelen 4 en 8, leden 3 tot 6 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
  3° artikel 1, § 4, 3° en § 6, en artikel 3, § 1, lid 2, §§ 2 en 3 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht;
  4° het koninklijk besluit van 29 maart 1985 houdende vastlegging van de openingsdagen van de inrichtingen voor onderwijs met volledig leerplan;
  5° het besluit van de Executieve van 4 september 1991 tot inrichting van een pedagogische commissie voor de voortgezette opleiding in het onderwijs;
  6° het besluit van de Executieve van 16 juni 1993 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan een schoolgemeenschap voor secundair onderwijs moet voldoen.
  § 2. Op een door de Regering vastgelegde datum zullen worden opgeheven :
  1° de artikelen 6, 41, 42, 43 en 44 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving;
  2° artikel 1, leden 1 en 2, en artikel 3 van de wet van 19 juli 1971 betreffende de algemene structuur en de organisatie van het secundair onderwijs;
  3° artikel 5bis van de wet van 6 juli 1970 op het buitengewoon en geïntegreerd onderwijs;
  4° het decreet van 18 april 1994 betreffende de inrichting van een examencommissie van de Duitstalige Gemeenschap voor het secundair onderwijs en de organisatie van de examens afgelegd voor deze examencommissie;
  5° het koninklijk besluit van 15 juni 1984 betreffende het kantonnaal examen tot uitreiking van het getuigschrift van basisonderwijs;
  6° het koninklijk besluit van 15 juni 1984 tot vaststelling van de vorm en van de regels voor de uitreiking van het getuigschrift van het basisonderwijs;
  7° de artikelen 5, 6, 7, 8, 10, 11 en 12 van het koninklijk besluit van 11 december 1987 tot vaststelling van het organiek reglement voor de rijksonderwijsinrichtingen met volledig leerplan, waarvan de onderwijstaal het Frans of het Duits is, met uitzondering van de inrichtingen voor hoger onderwijs.
  § 3. Zijn opgeheven voor het gewoon basisonderwijs, het gewoon secundair onderwijs en het buitengewoon onderwijs :
  1° het decreet van 17 juli 1995 betreffende het inschrijvings- en het schoolgeld in het onderwijs;
  2° artikel 5 van het besluit van de Regering van 8 december 1993 over de vakantie- en verlofregeling in het onderwijs.
Art. 121. Abrogation. § 1er. Sont abrogés :
  1° les articles 23, alinéa 4, 50 et 50bis des lois sur l'enseignement primaire coordonnées le 20 août 1957;
  2° les articles 4 et 8, alinéas 3 à 6 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement;
  3° l'article 1er, § 4, 3° et § 6 ainsi que l'article 3, § 1er, alinéa 2, §§ 2 et 3 de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire;
  4° l'arrêté royal du 29 mars 1985 fixant les jours d'ouverture des établissements d'enseignement de plein exercice;
  5° l'arrêté de l'Exécutif du 4 septembre 1991 instituant une Commission pédagogique pour la formation continuée dans l'enseignement;
  6° l'arrêté de l'Exécutif du 16 juin 1993 fixant les conditions auxquelles doit répondre un Centre d'enseignement secondaire.
  § 2. Sont abrogés à une date fixée par le Gouvernement :
  1° les articles 6, 41, 42, 43 et 44 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement;
  2° l'article 1er, alinéas 1er et 2 et l'article 3 de la loi du 19 juillet 1971 relative à la structure générale et à l'organisation de l'enseignement secondaire;
  3° l'article 5bis de la loi du 6 juillet 1970 sur l'enseignement spécial et intégré;
  4° le décret du 18 avril 1994 relatif à l'installation d'un jury d'examen de la Communauté germanophone pour l'enseignement secondaire et à l'organisation des examens présentés devant ce jury;
  5° l'arrêté royal du 15 juin 1984 relatif à l'examen cantonal pour la délivrance du certificat d'études de base;
  6° l'arrêté royal du 15 juin 1984 déterminant la forme et les règles de délivrance du certificat d'études de base;
  7° les articles 5, 6, 7, 8, 10, 11 et 12 de l'arrêté royal du 11 décembre 1987 déterminant le règlement organique des établissements de plein exercice de l'Etat dont la langue de l'enseignement est le français ou l'allemand, à l'exclusion des établissements d'enseignement supérieur.
  § 3. Sont abrogés pour l'enseignement fondamental ordinaire, l'enseignement secondaire ordinaire et l'enseignement spécial :
  1° le décret du 17 juillet 1995 relatif aux droits d'inscription et au minerval dans l'enseignement;
  2° l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement du 8 décembre 1993 relatif au régime des vacances et congés dans l'enseignement.
Art. 122. Wijziging. Artikel 1, § 1, lid 2 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht, gewijzigd bij het decreet van 17 oktober 1994, wordt door de volgende bepaling vervangen :
  "De leerplicht is voltijds tot op het einde van het schooljaar, dat tijdens het kalenderjaar eindigt, tijdens hetwelk de minderjarige de leeftijd van vijftien jaar bereikt. Ze omvat ten minste de eerste twee leerjaren van het secundair onderwijs met volledig leerplan; in geen geval duurt ze voort na het einde van het schooljaar, dat tijdens het kalenderjaar eindigt, tijdens hetwelk de minderjarige de leeftijd van zestien jaar bereikt.".
Art. 122. Modification. L'article 1er, § 1er, alinéa 2 de la loi du 29 juin 1983 concernant l'obligation scolaire, modifié par le décret du 17 octobre 1994, est remplacé par la disposition suivante :
  " L'obligation scolaire est à temps plein jusqu'à la fin de l'année scolaire intervenant pendant l'année civile au cours de laquelle le mineur atteint l'âge de quinze ans. Elle comporte au moins les deux premières années de l'enseignement secondaire de plein exercice. Elle ne peut en aucun cas se prolonger au-delà de l'année scolaire prenant fin durant l'année civile au cours de laquelle le mineur atteint l'âge de seize ans. ".
Art. 123. Wijziging. Artikel 2, lid 3 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving wordt vervangen door de volgende bepaling :
  "De inrichtende macht is een rechts- of een natuurlijke persoon die de rechtelijke verantwoordelijkheid voor de oprichting, de organisatie en het bestuur van één of meerdere scholen op zich neemt en die prestaties verleent die eigen zijn aan het beheer van een school.".
  In artikel 8, lid 2 van dezelfde wet van 29 mei 1959, gewijzigd bij de wet van 20 februari 1978, wordt de eerste zin door de volgende bepaling vervangen :
  "Onder cursus godsdienst verstaat men het onderwijzen van de godsdienst (katholieke, protestante, orthodoxe, Israëlitische of islamitische) en van de ervan voortvloeiende zedenleer.".
Art. 123. Modification. L'article 2, alinéa 3 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement est remplacé par la disposition suivante :
  " Le pouvoir organisateur est une personne morale ou physique qui est juridiquement responsable de la création, de l'organisation et de la gestion d'une ou de plusieurs écoles et fournit des prestations propres à la gestion de l'école. ".
  A l'article 8, alinéa 2 de la même loi du 29 mai 1959, modifié par la loi du 20 février 1978, la première phrase est remplacée par la disposition suivante :
  " Par enseignement de la religion, il faut entendre l'enseignement de la religion (catholique, protestante, orthodoxe, israélite et islamique) et de la morale inspirée par cette religion. ".
Art. 123bis. <INGEVOEGD bij DDG 1999-05-25/76, art. 28; Inwerkingtreding : 01-05-1999> Overgangsbepaling
  De beslissingen die qua overgang of uitreiking van een studiekwalificatie door de klasseraad genomen worden, moeten schriftelijk met redenen omkleed worden.
Art. 123bis. Disposition transitoire
  Les décisions prises par le conseil de classe en ce qui concerne le passage et la délivrance d'un titre d'études sont motivées par écrit.
Art. 123ter. <INGEVOEGD bij DDG 1999-05-25/76, art. 29; Inwerkingtreding : 01-05-1999> In afwijking van artikel 31, lid l, moet het verzoek betreffende projecten die tijdens het schooljaar 1999-2000 moeten worden verwezenlijkt, vóór 30 juni 1999 ingediend worden.
Art. 123ter. Par dérogation à l'article 31, premier alinéa, la demande concernant des projets qui doivent être réalisés durant l'année scolaire 1999-2000 doit être introduite pour le 30 juin 1999.
Art. 123quater. [1 Artikel 93.60 is niet van toepassing op leerplichtigen in het huisonderwijs die vóór 2006 geboren zijn.
   Artikel 93.61 is slechts van toepassing op leerplichtigen in het huisonderwijs die vóór 2006 geboren zijn als de leerplichtige tweemaal gezakt is voor de examens van de externe examencommissie en dit, ongeacht zijn leeftijd.]1

  
Art. 123quater. [1 L'article 93.60 ne s'applique pas aux enfants soumis à l'obligation scolaire nés avant 2006 qui suivent un enseignement à domicile.
   L'article 93.61 s'applique aux enfants soumis à l'obligation scolaire nés avant 2006 uniquement si l'enfant concerné a raté deux fois les examens externes, et ce, indépendamment de son âge.]1

  
Art. 123quinquies. [1 - Leerlingen die op 1 september 2017 niet langer dan 20 maanden aan het onderwijs in het Duitse taalgebied hebben deelgenomen en die niet over het niveau A2 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen beschikken, worden tot 30 juni 2019 als nieuwkomers beschouwd.]1
  
Art. 123quinquies. [1 - Les élèves qui, au 1er septembre 2017, n'ont pas été scolarisés plus de 20 mois sur le territoire de la région de langue allemande et qui ne disposent pas du niveau de compétence A2 du cadre européen commun de référence pour les langues sont, jusqu'au 30 juin 2019, considérés comme des élèves primo-arrivants.]1
  
Art. 123sexies. [1 Leerlingen die in het schooljaar 2017-2018 begeleid werden in het kader van de taak vermeld in artikel 6, eerste lid, 9°, van het decreet van 11 mei 2009 over het Centrum voor bevorderingspedagogiek, ter verbetering van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de gewone en gespecialiseerde scholen, evenals ter aanmoediging van de ondersteuning van leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone en gespecialiseerde scholen worden op 1 september 2018 ingeschreven in de time-outinstelling en de duur van het verblijf in de time-outinstelling stemt overeen met de duur die vóór die inschrijving was vastgelegd.]1
  
Art. 123sexies. [1 Les élèves qui, au cours de l'année scolaire 2017-2018, ont été suivis dans le cadre de la mission mentionnée à l'article 6, alinéa 1er, 9°, du décret du 11 mai 2009 relatif au centre de pédagogie de soutien, visant l'amélioration du soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées et encourageant le soutien des élèves à besoins spécifiques ou en difficulté d'adaptation ou d'apprentissage dans les écoles ordinaires et spécialisées, seront inscrits dans la structure d'accrochage scolaire au 1er septembre 2018, et la durée de la fréquentation correspondra à celle qui avait été fixée avant ladite inscription.]1
  
Art. 123septies. [1 In afwijking van artikel 21, § 2, eerste lid, en artikel 21.1, § 2, eerste lid, en § 3, eerste en tweede lid, worden kinderen die tussen drie en vijf jaar oud zijn vanaf 1 september 2020 tot en met 31 augustus 2024 toegelaten tot het kleuteronderwijs.]1
  
Art. 123septies. [1 Par dérogation à l'article 21, § 2, alinéa 1er, et l'article 21.1, § 2, alinéa 1er, et § 3, alinéas 1er et 2, les enfants qui ont entre trois et cinq ans sont admis en section maternelle du 1er septembre 2020 au 31 août 2024.]1
  
Art. 123octies. [1 In afwijking van artikel 40, eerste lid, kan een inrichtende macht of een schoolhoofd na overleg met de inrichtende macht in het schoolreglement de wijzigingen aanbrengen die in de loop van het schooljaar [2 2019-2020 en 2020-2021]2 door de coronamaatregelen noodzakelijk zijn. Als gebruik gemaakt wordt van die mogelijkheid, hoeven de wijzigingen, in afwijking van artikel 41, niet ter ondertekening te worden voorgelegd aan de personen belast met de opvoeding en aan de leerlingen van het secundair onderwijs. Het schoolhoofd deelt de wijzigingen schriftelijk mee aan de personen belast met de opvoeding en aan de leerlingen van het secundair onderwijs.]1
  
Art. 123octies. [1 Par dérogation à l'article 40, alinéa 1er, un pouvoir organisateur ou un chef d'établissement en concertation avec le pouvoir organisateur peut, dans le courant de [2 les années scolaires 2019-2020 et 2020-2021]2, apporter au règlement d'ordre intérieur de l'école les modifications rendues nécessaires par les mesures visant à enrayer le coronavirus (COVID-19). S'il est fait usage de cette possibilité, les modifications ne seront, par dérogation à l'article 41, pas obligatoirement présentées pour signature aux personnes chargées de l'éducation et aux élèves du secondaire. Le chef d'établissement communique les informations par écrit aux personnes chargées de l'éducation et aux élèves du secondaire.]1
  
Art. 123novies. [1 Voor het schooljaar 2019-2020 worden de bepalingen inzake gespecialiseerde pedagogische ondersteuning als volgt toegepast in het gewoon en het gespecialiseerd onderwijs:
   1° Met behoud van de toepassing van artikel 93.8 wordt het advies van het psycho-medisch-sociaal centrum ten laatste op 3 juni 2020 overgezonden;
   2° Met behoud van de toepassing van artikel 93.10, tweede lid, is een 'advies over de vaststelling van de behoefte aan gespecialiseerde pedagogische ondersteuning' over leerlingen die een gewone school bezoeken alleen geldig tijdens het schooljaar 2020-2021, als het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren dat advies - bij gebrek aan mogelijkheden om tot de juiste inzichten te komen - onder voorbehoud heeft gegeven in het schooljaar 2019-2020.
   3° Met behoud van de toepassing van artikel 93.13, § 1, eerste lid, artikel, 93.18, artikel 93.19, § 1, eerste lid, en artikel 93.20, § 1, eerste lid, neemt de ondersteuningsvergadering de in die artikelen vermelde beslissingen ten laatste op 26 juni 2020.
   4° Met behoud van de toepassing van artikel 93.13, § 2, tweede lid, en artikel 93.19, § 2, tweede lid, deelt het hoofd van de gespecialiseerde school zijn gemotiveerde beslissing ten laatste op 30 juni 2020 schriftelijk mee aan de betrokken gewone school.
   5° Met behoud van de toepassing van artikel 93.13, § 2, derde lid, en artikel 93.19, § 2, derde lid, deelt het hoofd van de gewone school de gemotiveerde beslissing ten laatste op 3 juli 2020 mee aan de personen belast met de opvoeding; die mededeling geschiedt aangetekend of tegen ontvangstbewijs.
   6° Met behoud van de toepassing van artikel 93.14, tweede lid, artikel 93.21, tweede lid, en artikel 93.22, § 3, tweede lid, zendt het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften zijn gemotiveerde beslissing en, in voorkomend geval, zijn aanbeveling over de personeelsmiddelen die tijdens het volgende schooljaar moeten worden ingezet, aangetekend toe aan de personen belast met de opvoeding, aan het hoofd van de gewone school en aan het hoofd van de gespecialiseerde school; dat geschiedt zo mogelijk binnen 20 werkdagen na ontvangst van het aangetekend schrijven, maar ten laatste op 25 augustus 2020.
   7° Met behoud van de toepassing van artikel 93.20, § 2, zendt het hoofd van de gewone school de gemotiveerde beslissing over de stopzetting van de gespecialiseerde pedagogische ondersteuning in de betrokken gewone school en over de plaats waar de ondersteuning voortaan zal worden aangeboden ten laatste op 26 juni 2020 toe aan de personen belast met de opvoeding; dat geschiedt aangetekend of tegen ontvangstbewijs.
   8° In afwijking van artikel 93.23, tweede lid, zendt het Comité voor onderwijs aan leerlingen met specifieke behoeften zijn beslissing zo mogelijk binnen 20 werkdagen na ontvangst van het beroep, maar ten laatste op 25 augustus 2020 toe aan de personen belast met de opvoeding en aan het hoofd van de gewone school; dat geschiedt aangetekend.]1

  
Art. 123novies. [1 Pour l'année scolaire 2019-2020, l'application des dispositions relatives au soutien pédagogique spécialisé dans les écoles ordinaires et spécialisées s'opère comme suit :
   1° Sans préjudice de l'article 93.8, l'avis du centre psycho-médico-social est transmis au plus tard le 3 juin 2020.
   2° Par dérogation à l'article 93.10, alinéa 2, l'avis "réservé" relatif à la nécessité constatée d'un soutien pédagogique spécialisé auprès d'élèves qui ont fréquenté une école ordinaire, établi dans le courant de l'année scolaire 2019-2020 par le centre pour le développement sain des enfants et de jeunes en raison d'un manque de connaissances, conserve sa validité uniquement pendant l'année scolaire 2020-2021.
   3° Par dérogation aux articles 93.13, § 1er, alinéa 1er, 93.18, 93.19, § 1er, alinéa 1er, et 93.20, § 1er, alinéa 1er, la conférence de soutien rend les différentes décisions énumérées dans les articles précités au plus tard pour le 26 juin 2020.
   4° Par dérogation aux articles 93.13, § 2, alinéa 2, et 93.19, § 2, alinéa 2, le chef d'établissement de l'école spécialisée communique par écrit aux écoles ordinaires concernées sa décision motivée au plus tard pour le 30 juin 2020.
   5° Par dérogation aux articles 93.13, § 2, alinéa 3, et 93.19, § 2, alinéa 3, le chef d'établissement de l'école ordinaire communique aux personnes chargées de l'éducation sa décision motivée au plus tard pour le 3 juillet 2020, et ce, par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception.
   6° Par dérogation aux articles 93.14, alinéa 2, 93.21, alinéa 2, et 93.22, § 3, alinéa 2, la commission de soutien communique aux personnes chargées de l'éducation, au chef d'établissement de l'école ordinaire et à celui de l'école spécialisée sa décision motivée ainsi que, le cas échéant, sa recommandation quant aux moyens humains à mettre en oeuvre pour le soutien durant l'année scolaire suivante, et ce, si possible dans les vingt jours ouvrables suivant la réception du recommandé, au plus tard toutefois pour le 25 août 2020.
   7° Sans préjudice de l'article 93.20, § 2, et au plus tard pour le 26 juin 2020, le chef d'établissement de l'école ordinaire transmet aux personnes chargées de l'éducation la décision motivée relative à la cessation du soutien pédagogique spécialisé dans l'école ordinaire concernée et au futur lieu de soutien, et ce, par recommandé ou contre remise d'un accusé de réception.
   8° Par dérogation à l'article 93.23, alinéa 2, la commission de soutien communique aux personnes chargées de l'éducation et au chef d'établissement de l'école ordinaire sa décision par recommandé, et ce, si possible dans les vingt jours ouvrables suivant la réception du recours, au plus tard toutefois pour le 25 août 2020.]1

  
Art. 123decies. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 93.70, vierde lid, en artikel 93.71, derde lid, kan de duur van het verblijf in de taalklas - voor leerlingen die vóór 13 maart 2020 als nieuwkomer ingeschreven waren - zo nodig verlengd worden met het aantal weken waarin door de coronamaatregelen geen les werd gegeven in het schooljaar 2019-2020.]1
  
Art. 123decies. [1 Par dérogation aux articles 93.70, alinéa 4, et 93.71, alinéa 3, la durée de la fréquentation de la classe d'apprentissage linguistique par les élèves qui y étaient inscrits comme élèves primo-arrivants avant le 13 mars 2020 peut être prolongée si nécessaire du nombre de semaines pendant lesquelles aucun cours n'a été dispensé au cours de l'année scolaire 2019-2020 en raison des mesures visant à enrayer le coronavirus (COVID-19).]1
  
Art. 123undecies. [1 - In afwijking van artikel 93.69, § 1, tweede lid, respectievelijk in afwijking van artikel 93.70, eerste lid, worden het door de Regering vastgelegde formulier en het door de Regering ter beschikking gestelde aanvraagformulier gedurende de periode van 23 maart 2022 tot [2 30 juni 2023]2 vervangen door een Excel-lijst.]1
  
Art. 123undecies. [1 - Par dérogation à l'article 93.69, § 1er, alinéa 2, et par dérogation à l'article 93.70, alinéa 1er, le formulaire fixé par le Gouvernement et la demande mise à disposition par le Gouvernement sont remplacés, pour la période entre le 23 mars 2022 et le [2 30 juin 2023]2, par un tableau Excel prédéfini par le Gouvernement.]1
  
Art. 123duodecies. [1 - Gewone scholen die op 30 september 2022 meer nieuwkomers tellen dan op 30 september 2021, ontvangen voor het extra aantal nieuwkomers een eenmalige aanvullende subsidie ten belope van 214,88 euro per nieuwkomer in het kleuteronderwijs, 318,14 euro per nieuwkomer in het lager onderwijs en 767,49 euro per nieuwkomer in het secundair onderwijs.
   Dat extra aantal wordt berekend op basis van de nieuwkomers die vóór 30 juni 2022 via de in artikel 123undecies vermelde Excel-lijst bij het Ministerie zijn gemeld en die uiterlijk op 30 juni 2022 naar behoren in de schoolbeheersoftware zijn geregistreerd.
   In het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs geschiedt de uitbetaling rechtstreeks aan de scholen. In het gesubsidieerd officieel onderwijs geschiedt de uitbetaling aan de inrichtende macht.]1

  
Art. 123duodecies. [1 - Les écoles ordinaires qui, au 30 septembre 2022, comptent plus d'élèves primo-arrivants qu'au 30 septembre 2021, obtiennent, pour le nombre d'élèves primo-arrivants supplémentaires, une subvention supplémentaire unique d'un montant de 214,88 euros par élève primo-arrivant en section maternelle, 318,14 euros par élève primo-arrivant en primaire et 767,49 euros par élève primo-arrivant en secondaire.
   Sont pris en compte les élèves primo-arrivants qui ont été portés à la connaissance du Ministère au moyen du tableau Excel mentionné à l'article 123undecies avant le 30 juin 2022 et qui ont été inscrits en bonne et due forme dans le système de gestion de l'école au plus tard le 30 juin 2022.
   Dans l'enseignement communautaire et dans l'enseignement libre subventionné, le paiement s'effectue directement auprès des écoles. Dans l'enseignement officiel subventionné, le paiement s'effectue auprès des pouvoirs organisateurs.]1

  
HOOFDSTUK XIII. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE XIII. - Entrée en vigueur.
Art. 124. Entrée en vigueur. Les dispositions du présent décret entrent en vigueur le 1er septembre 1998, à l'exception de l'article 38 qui entrera en vigueur le 1er mai 1999 et des articles 11 à 13, 16 à 20, 22, 33, 39 à 45, 48 à 56, 61, 62, 65 et 68 à 103 qui entreront en vigueur à une date fixée par le Gouvernement.
  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 16, 19, 40 à 45, 48 à 56, 62, 65, 90 et 94 à 98 fixée le 01-09-1999 par ACG 1999-06-02/54, art. 1)
  (NOTE : Entrée en vigueur de l'article 39 fixée le 01-05-1999 par ACG 1999-06-02/54, art. 1)
  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 20,33 et 99 à 103 fixée le 01-09-2000 par ACG 2000-12-07/35, art. 1)
   (NOTE : Entrée en vigueur des articles 84, 85, 86, 88 et 89 fixée au 01-09-2009 par DCG 2009-05-11/15, art. 204)
  (NOTE : Entrée en vigueur des articles 11-13, 17, 22, 61, 76-81, 83 et 92 fixée au 01-09-2009 par ACG 2010-03-11/07, art. 1, 1°)
  (NOTE : Entrée en vigueur de l'article 18 fixée au 01-09-2011, par ACF 2011-03-14/10, art. 1)