Artikel 1. Artikel 23, § 1, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, vervangen bij het decreet van 22 november 1995, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 1. Er wordt een Fonds voor Landinrichting en -beheer opgericht.
Aan het Fonds voor Landinrichting en - beheer worden rechtstreeks de inkomsten toegewezen voortvloeiend uit :
a) de ontvangsten voortvloeiende uit de toepassing van artikel 14, artikel 46 en artikel 76 van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van wet, aangevuld door de wet van 11 augustus 1978 met bijzondere bepalingen eigen aan het Vlaamse Gewest;
b) de opbrengst van administratieve geldboeten en alle bedragen welke door de diensten van het Vlaamse Gewest worden geïnd lastens de overtreders van de wetgeving en reglementering inzake ruilverkaveling en landinrichting;
c) de opbrengst van concessies van verhuur en van vervreemdingen van landeigendommen, installaties en aanhorigheden, die verworden werden met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen inzake landinrichting en ruilverkaveling;
d) de vrijwillige, contractuele, reglementaire of decretale bijdragen van natuurlijke personen, rechtspersonen, openbare besturen en instellingen ter realisatie van landinrichtingsplannen zoals bedoeld in artikel 13 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij.
De Vlaamse regering beschikt over de kredieten van het Fonds voor Landinrichting en -beheer voor al wat kan dienen in het raam van het beleid inzake de uitvoering van verordening (EEG) nr. 2078/92 van de Raad van 30 juni 1992 betreffende landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming en betreffende natuurbeheer, ruilverkaveling van landeigendommen en landinrichting, met uitzondering evenwel van de loon- en werkingskosten van de diensten van de Vlaamse Gemeenschap.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
7 JULI 1998. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-08-1998 en tekstbijwerking tot 30-12-2025)
Titre
7 JUILLET 1998. - Décret contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 1998 (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-08-1998 et mise à jour au 30-12-2025)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Fonds voor Landinrichting en -be...
HOOFDSTUK II. - Gezondheidszorg.
HOOFDSTUK III. - Oprichting van begrotingsfondsen.
HOOFDSTUK IV. - Media.
HOOFDSTUK V. - Leegstandsheffing.
HOOFDSTUK VI. - Onroerende voorheffing.
HOOFDSTUK VII. - Omvorming van indirecte schuld...
HOOFDSTUK VIII. - Successierechten.
HOOFDSTUK IX. - Onderwijs.
HOOFDSTUK X. - Dienst met afzonderlijk beheer "...
HOOFDSTUK XI. - Inwerkingtreding.
Table des matières
CHAPITRE I. - " Fonds voor Landinrichting en -b...
CHAPITRE II. - Politique de santé.
CHAPITRE III. - Création de fonds budgétaires.
CHAPITRE IV. - Médias.
CHAPITRE V. - Redevance de désaffectation.
CHAPITRE VI. - Précompte immobilier.
CHAPITRE VII. - Conversion de dettes indirectes...
CHAPITRE VIII. - Droits de succession.
CHAPITRE IX. - Enseignement.
CHAPITRE X. - Service à gestion séparée " Auton...
CHAPITRE XI. - Entrée en vigueur.
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK I. - Fonds voor Landinrichting en -beheer.
CHAPITRE I. - " Fonds voor Landinrichting en -beheer " (Fonds d'aménagement et de gestion de l'espace rural).
Article 1. L'article 23, § 1er, du décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions budgétaires techniques ainsi que des dispositions accompagnant le budget 1991, remplacé par le décret du 22 novembre 1995, est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Il est créé un " Fonds voor Landinrichting en -beheer ".
Sont attribuées directement au " Fonds voor Landinrichting en -beheer ", les ressources provenant :
a) des recettes effectuées en application des articles 14, 46 et 76 de la loi du 22 juillet 1970 relative au remembrement légal des biens ruraux, complétée par la loi du 11 août 1978 fixant des dispositions particulières à la Région flamande;
b) du produit des amendes administratives et de toute autre somme percue par les services de la Région flamande à charge de contrevenants à la législation et la réglementation sur le remembrement et l'aménagement de l'espace rural;
c) du produit des concessions de location et des aliénations de propriétés terriennes, installations et annexes, acquises en vue de la réalisation des objectifs dans les domaines de l'aménagement de l'espace rural et du remembrement;
d) des contributions volontaires, contractuelles, réglementaires ou décrétales de personnes physiques, personnes morales, organismes et administrations publics, visant à mettre en oeuvre les plans d'aménagement du territoire visés par l'article 13 du décret du 21 décembre 1988 portant création de la Société terrienne flamande.
Le Gouvernement flamand dispose des crédits du " Fonds voor Landinrichting en -beheer " à toutes fins utiles dans le cadre de la politique relative à la mise en oeuvre du règlement (CEE) n° 2078/92 du Conseil, du 30 juin 1992, concernant des méthodes de production agricole compatibles avec les exigences de la protection de l'environnement ainsi que l'entretien de l'espace naturel, le remembrement des propriétés terriennes et l'aménagement de l'espace rural, les frais salariaux et de fonctionnement des services de la Communauté flamande étant exceptés. ".
" § 1er. Il est créé un " Fonds voor Landinrichting en -beheer ".
Sont attribuées directement au " Fonds voor Landinrichting en -beheer ", les ressources provenant :
a) des recettes effectuées en application des articles 14, 46 et 76 de la loi du 22 juillet 1970 relative au remembrement légal des biens ruraux, complétée par la loi du 11 août 1978 fixant des dispositions particulières à la Région flamande;
b) du produit des amendes administratives et de toute autre somme percue par les services de la Région flamande à charge de contrevenants à la législation et la réglementation sur le remembrement et l'aménagement de l'espace rural;
c) du produit des concessions de location et des aliénations de propriétés terriennes, installations et annexes, acquises en vue de la réalisation des objectifs dans les domaines de l'aménagement de l'espace rural et du remembrement;
d) des contributions volontaires, contractuelles, réglementaires ou décrétales de personnes physiques, personnes morales, organismes et administrations publics, visant à mettre en oeuvre les plans d'aménagement du territoire visés par l'article 13 du décret du 21 décembre 1988 portant création de la Société terrienne flamande.
Le Gouvernement flamand dispose des crédits du " Fonds voor Landinrichting en -beheer " à toutes fins utiles dans le cadre de la politique relative à la mise en oeuvre du règlement (CEE) n° 2078/92 du Conseil, du 30 juin 1992, concernant des méthodes de production agricole compatibles avec les exigences de la protection de l'environnement ainsi que l'entretien de l'espace naturel, le remembrement des propriétés terriennes et l'aménagement de l'espace rural, les frais salariaux et de fonctionnement des services de la Communauté flamande étant exceptés. ".
HOOFDSTUK II. - Gezondheidszorg.
CHAPITRE II. - Politique de santé.
Art. 2. § 1. [2 Het Fonds voor verwerking en analyse van gezondheidsindicatoren ten behoeve van derden, de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en de aanhangsels bij het protocolakkoord van 20 maart 2003 van 11 december 2006 en 2 maart 2009, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, voor de uitvoering van Europese overeenkomsten en voor de uitvoering van het Protocolakkoord van 28 september 2012 tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet inzake preventie, met aanhangsel van 18 juni 2012 [5 , voor de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, [6 , voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers, voor de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, [14 voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid en voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid]14]6]5 [12 voor de uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, meer bepaald voor de afhandeling van de kosten verbonden aan het goedkeuringsprotocol alternatieve beheersmaatregelen, [15 ...]15 [17 voor de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, conform artikel 54/1 van het voormelde decreet]17,]12 [15 en voor de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het [17 Departement Zorg]17,]15 wordt opgericht, hierna het Fonds te noemen.
Het Fonds is een begrotingsfonds zoals vermeld in [13 artikel 15, § 2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019]13.]2
§ 2. Het Fonds wordt gespijsd met de middelen die in uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden k dat door de administratie Gezondheidszorg wordt uitgevoerd, door de verkoop van publicaties en door de inkomsten in uitvoering van het protocolakkoord bedoeld in § 1.
[1 § 2/1. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van Europese overeenkomsten worden betaald.]1
[2 § 2/2. Het Fonds wordt gespijsd met uitbetalingen in het kader van de cofinanciering van de federale overheid voor de uitgevoerde testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen, in het kader van een Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, zoals bepaald in het protocolakkoord van 28 september 2009.]2
[4 § 2/3. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van [6 de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 juli 2016) van 13 oktober 2015]6 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]4
[5 § 2/4. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in § 1, worden betaald voor de aankoop van vaccins door het Agentschap Zorg en Gezondheid voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen.]5
[6 § 2/5. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]6
[6 § 2/6. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]6
§ 2/7. [17 Het Fonds wordt gespijsd met middelen die ter uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald als dekking van de kosten die verbonden zijn aan de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject voor de goedkeuring van alternatieve beheersmaatregelen voor de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, vermeld in het Legionellabesluit van 9 februari 2007]17.
[8 [17 § 2/7/1.]17 Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]8
§ 2/8. [17 Het Fonds wordt gespijsd met al de volgende elementen:
1° vrijwillige financiële bijdragen van bedrijven die medeverantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van fysische of chemische factoren die schadelijk zijn voor de gezondheid als vermeld in artikel 54/1, § 2, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid;
2° vrijwillige bijdragen in het kader van het `vervuiler betaalt'-principe, vermeld in artikel 54/1, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet;
3° vrijwillige bijdragen in het kader van een gedeelde beleidsmatige verantwoordelijkheid die duidelijk is vastgesteld als vermeld in artikel 54/1, § 3, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet;
4° vrijwillige bijdragen in het kader van een gemeenschappelijke wetenschappelijke interesse als vermeld in artikel 54/1, § 3, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet;
5° terugvorderingen van salarissen, vergoedingen en toelagen als vermeld in paragraaf 3/8, van de personeelsleden die zijn toegekend binnen het Departement Zorg en die voor bepaalde duur projectmatig worden ingezet om de initiatieven, vermeld in artikel 54/1, § 1, van het voormelde decreet, te realiseren.
De bijdragen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en degene die de bijdrage aan het fonds levert]17.
[9 [17 § 2/8/1.]17 Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]9
[14 § 2/9. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]14
[14 § 2/10. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]14
[15 § 2/11. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]15
[16 § 2/12. Het Fonds wordt gespijsd met middelen van het Minafonds die het Minafonds heeft ontvangen conform artikel 3 van de Saneringsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering enerzijds en 3M Belgium van 6 juli 2022.]16
§ 3. Ten lasbetaald voor contractonderzoete van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van de administratie Gezondheidszorg aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting, voorzover deze uitgaven verband houden met onderzoek dat door derden wordt betaald, betrekking hebben op het centraal beheer van het informatiesysteem, op de kosten gegenereerd door de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de Federale Overheid en de Overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en het aanhangsel bij het protocolakkoord van 20 maart 2003, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad of op het preventief gezondheidsbeleid.
[1 § 3/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van [17 het Departement Zorg]17 aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting voor zover deze uitgaven verband houden met de uitvoering van Europese overeenkomsten.]1
[2 § 3/2. [3 Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 28 september 2009, door de Vlaamse overheid, in het kader van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, de aankoop betaald van de testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen door een daartoe aangeduid laboratorium, het versturen van de uitnodigingen en de testkits en het verwerken van de uitslagen.]3]2
[4 § 3/3. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]4
[5 § 3/4. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 5 februari 2016, vermeld in § 1, door de Vlaamse Gemeenschap, de aankoop betaald van vaccins die via het [17 Departement Zorg]17 besteld worden voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen.]5
[6 § 3/5. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]6
[6 § 3/6. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]6
§ 3/7. [17 Ten laste van dit Fonds worden de expertisekosten die gedragen worden door het Departement Zorg, aangerekend als ze verband houden met de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject in het kader van alternatieve beheersmaatregelen voor legionella, ter uitvoering van artikel 19 tot en met 21 van het Legionellabesluit van 9 februari 2007]17.
[10 [17 § 3/7/1.]17 Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]10
§ 3/8. [17 Ten laste van dit Fonds worden conform artikel 54/1, § 1, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid de uitgaven aangerekend die verband houden met de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het voormelde decreet. Die uitgaven omvatten ook de betaling van salarissen, vergoedingen en toelagen van de personeelsleden binnen het Departement Zorg die voor bepaalde duur projectmatig worden ingezet om die initiatieven te realiseren.
De overeenkomst, vermeld in paragraaf 2/8, tweede lid, omschrijft welke initiatieven en maatregelen die verband houden met de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid met de bijdragen uit de overeenkomst gefinancierd kunnen worden. De inkomsten, vermeld in paragraaf 2/8, worden steeds aangewend voor uitgaven, vermeld in het eerste lid, die overeenstemmen met hetgeen voorzien is in de overeenkomst op basis waarvan de inkomsten verkregen zijn]17.
[11 [17 § 3/8/1.]17 Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]11
[14 § 3/9. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]14
[14 § 3/10. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]14
[15 § 3/11. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]15
§ 4. De rekenplichtige die de ontvangsten gedaan heeft, beschikt rechtstreeks over de kredieten van het Fonds.
Het Fonds is een begrotingsfonds zoals vermeld in [13 artikel 15, § 2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019]13.]2
§ 2. Het Fonds wordt gespijsd met de middelen die in uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden k dat door de administratie Gezondheidszorg wordt uitgevoerd, door de verkoop van publicaties en door de inkomsten in uitvoering van het protocolakkoord bedoeld in § 1.
[1 § 2/1. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van Europese overeenkomsten worden betaald.]1
[2 § 2/2. Het Fonds wordt gespijsd met uitbetalingen in het kader van de cofinanciering van de federale overheid voor de uitgevoerde testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen, in het kader van een Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, zoals bepaald in het protocolakkoord van 28 september 2009.]2
[4 § 2/3. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van [6 de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 juli 2016) van 13 oktober 2015]6 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]4
[5 § 2/4. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in § 1, worden betaald voor de aankoop van vaccins door het Agentschap Zorg en Gezondheid voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen.]5
[6 § 2/5. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]6
[6 § 2/6. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]6
§ 2/7. [17 Het Fonds wordt gespijsd met middelen die ter uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald als dekking van de kosten die verbonden zijn aan de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject voor de goedkeuring van alternatieve beheersmaatregelen voor de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, vermeld in het Legionellabesluit van 9 februari 2007]17.
[8 [17 § 2/7/1.]17 Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]8
§ 2/8. [17 Het Fonds wordt gespijsd met al de volgende elementen:
1° vrijwillige financiële bijdragen van bedrijven die medeverantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van fysische of chemische factoren die schadelijk zijn voor de gezondheid als vermeld in artikel 54/1, § 2, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid;
2° vrijwillige bijdragen in het kader van het `vervuiler betaalt'-principe, vermeld in artikel 54/1, § 3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet;
3° vrijwillige bijdragen in het kader van een gedeelde beleidsmatige verantwoordelijkheid die duidelijk is vastgesteld als vermeld in artikel 54/1, § 3, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet;
4° vrijwillige bijdragen in het kader van een gemeenschappelijke wetenschappelijke interesse als vermeld in artikel 54/1, § 3, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet;
5° terugvorderingen van salarissen, vergoedingen en toelagen als vermeld in paragraaf 3/8, van de personeelsleden die zijn toegekend binnen het Departement Zorg en die voor bepaalde duur projectmatig worden ingezet om de initiatieven, vermeld in artikel 54/1, § 1, van het voormelde decreet, te realiseren.
De bijdragen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en degene die de bijdrage aan het fonds levert]17.
[9 [17 § 2/8/1.]17 Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]9
[14 § 2/9. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]14
[14 § 2/10. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]14
[15 § 2/11. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.]15
[16 § 2/12. Het Fonds wordt gespijsd met middelen van het Minafonds die het Minafonds heeft ontvangen conform artikel 3 van de Saneringsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering enerzijds en 3M Belgium van 6 juli 2022.]16
§ 3. Ten lasbetaald voor contractonderzoete van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van de administratie Gezondheidszorg aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting, voorzover deze uitgaven verband houden met onderzoek dat door derden wordt betaald, betrekking hebben op het centraal beheer van het informatiesysteem, op de kosten gegenereerd door de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de Federale Overheid en de Overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en het aanhangsel bij het protocolakkoord van 20 maart 2003, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad of op het preventief gezondheidsbeleid.
[1 § 3/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van [17 het Departement Zorg]17 aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting voor zover deze uitgaven verband houden met de uitvoering van Europese overeenkomsten.]1
[2 § 3/2. [3 Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 28 september 2009, door de Vlaamse overheid, in het kader van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, de aankoop betaald van de testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen door een daartoe aangeduid laboratorium, het versturen van de uitnodigingen en de testkits en het verwerken van de uitslagen.]3]2
[4 § 3/3. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]4
[5 § 3/4. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 5 februari 2016, vermeld in § 1, door de Vlaamse Gemeenschap, de aankoop betaald van vaccins die via het [17 Departement Zorg]17 besteld worden voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen.]5
[6 § 3/5. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]6
[6 § 3/6. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]6
§ 3/7. [17 Ten laste van dit Fonds worden de expertisekosten die gedragen worden door het Departement Zorg, aangerekend als ze verband houden met de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject in het kader van alternatieve beheersmaatregelen voor legionella, ter uitvoering van artikel 19 tot en met 21 van het Legionellabesluit van 9 februari 2007]17.
[10 [17 § 3/7/1.]17 Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]10
§ 3/8. [17 Ten laste van dit Fonds worden conform artikel 54/1, § 1, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid de uitgaven aangerekend die verband houden met de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het voormelde decreet. Die uitgaven omvatten ook de betaling van salarissen, vergoedingen en toelagen van de personeelsleden binnen het Departement Zorg die voor bepaalde duur projectmatig worden ingezet om die initiatieven te realiseren.
De overeenkomst, vermeld in paragraaf 2/8, tweede lid, omschrijft welke initiatieven en maatregelen die verband houden met de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid met de bijdragen uit de overeenkomst gefinancierd kunnen worden. De inkomsten, vermeld in paragraaf 2/8, worden steeds aangewend voor uitgaven, vermeld in het eerste lid, die overeenstemmen met hetgeen voorzien is in de overeenkomst op basis waarvan de inkomsten verkregen zijn]17.
[11 [17 § 3/8/1.]17 Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]11
[14 § 3/9. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]14
[14 § 3/10. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]14
[15 § 3/11. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid.]15
§ 4. De rekenplichtige die de ontvangsten gedaan heeft, beschikt rechtstreeks over de kredieten van het Fonds.
Modifications
Art. 2. § 1er. [2 Il est créé un Fonds de traitement et d'analyse des indices de santé à l'usage de tiers, l'exécution du protocole d'accord du 20 mars 2003 conclu entre l'autorité fédérale et les autorités visées aux articles 128, 130 et 135 de la Constitution en ce qui concerne l'harmonisation de la politique de vaccination et des avenants au protocole d'accord des 20 mars 2003, 11 décembre 2006 et 2 mars 2009, sur l'harmonisation de la politique de vaccination relatif au réseau de distribution des vaccins et relatif à l'accord conclu entre les Communautés et la Commission communautaire commune de la Région bilingue de Bruxelles-Capitale, pour l'exécution de conventions européennes et pour l'exécution du Protocole d'accord du 28 septembre 2012 entre l'autorité fédérale et les autorités visées aux articles 128, 130 et 135 de la Constitution en ce qui concerne la prévention, avec avenant du 18 juin 2012 [,5 pour l'exécution de la convention (01/08/2015 - 31/07/2016) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé, [6 , pour l'exécution du protocole d'accord du 5 février 2016 entre l'autorité fédérale et la Communauté flamande au sujet de l'achat de vaccins pour la vaccination de demandeurs d'asile, [14 pour l'exécution de l'avenant du 19 septembre 2019 à la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2020) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé, et pour l'exécution de l'avenant du 19 septembre 2019 à la convention (1er janvier 2018 - 31 décembre 2021) du 1er octobre 2018 entre le Comité de l'assurance soins de santé, instituté auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé]14 [12 pour l'exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 février 2007 relatif à la prévention de la maladie du légionnaire dans les lieux publics, notamment pour le traitement des frais liés au protocole d'approbation de mesures de gestion alternatives, [15 ...]15 [17 pour l'exécution des articles 51, 53, 53/1 et 54 du décret du 21 novembre 2003 relatif à la politique de santé préventive, conformément à l'article 54/1 du décret précité]17,]12 [15 et pour l'exécution de la convention (01/01/2020 - 31/12/2021) entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé]15 dénommé ci-après le Fonds.
Le Fonds est un fonds budgétaire, tel que visé à [13 l'article 15, § 2, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019]13.]2
§ 2. Le Fonds est alimenté par les ressources acquises en application d'une convention conclue entre la Communauté flamande et des tiers pour des recherches contractuelles effectuées par l'Administration de la Santé, ou par la vente de publications et par les recettes en exécution du protocole d'accord visé au § 1er.
[1 § 2/1. Le Fonds est alimenté par les moyens payés en exécution de conventions européennes.]1
[2 § 2/2. Le Fonds est alimenté par des paiements dans le cadre du cofinancement de l'autorité fédérale pour les tests effectués pour la détection de sang occulte dans les selles, ainsi que pour l'interprétation des tests, dans le cadre d'un dépistage flamand de population de cancer du côlon, tel que fixé au protocole d'accord du 28 septembre 2009.]2
[4 § 2/3. Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution [6 de la convention (1er août 2015 - 31 juillet 2016) du 13 octobre 2015]6 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]4
[5 § 2/4. Le Fonds est alimenté par des moyens qui, en exécution du protocole d'accord du 5 février 2016 entre l'autorité fédérale et la Communauté flamande, visé au § 1er, sont payés pour l'achat de vaccins par l'Agentschap [17 du Département Soins]17 pour la vaccination de nouveaux demandeurs d'asile entrant en Belgique.]5
[6 § 2/5. Le Fonds est alimenté par des moyens versés en exécution de l'avenant du 16 janvier 2017 à la convention (1er août 2015 - 31 décembre 2017) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]6
[6 § 2/6. Le Fonds est alimenté par des moyens versés en exécution de la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2018) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]6
§ 2/7. [17 Le Fonds est alimenté par les moyens payés en exécution d'une convention entre la Communauté flamande et des tiers pour couvrir les frais liés à l'agrément, à la réalisation et au suivi d'un projet-pilote concernant l'approbation de mesures de gestion alternatives relatif à la prévention de la maladie du légionnaire dans des espaces accessibles au public, visée à l'arrêté Legionella du 9 février 2007]17.
[8 [17 § 2/7/1.]17 Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution de l'avenant du 1er octobre 2018 à la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2019) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]8
§ 2/8. [17 Le Fonds est alimenté par tous les éléments suivants :
1° des contributions financières volontaires d'entreprises qui sont coresponsables de la présence de facteurs physiques ou chimiques qui sont nuisibles à la santé, figurant à l'article 54/1, § 2, du décret du 21 novembre 2003 relatif à la politique de santé préventive ;
2° des contributions volontaires dans le cadre du principe du " pollueur-payeur ", visé à l'article 54/1, § 3, alinéa 1er, 1°, du décret précité ;
3° des contributions volontaires dans le cadre d'une responsabilité politique partagée qui a été clairement établie telle que visée à l'article 54/1, § 3, alinéa 1er, 2°, du décret précité ;
4° des contributions volontaires dans le cadre d'un intérêt scientifique commun, tel que visé à l'article 54/1, § 3, alinéa 1er, 3°, du décret précité ;
5° des récupérations de traitements, d'indemnités et d'allocations, telles que visées au paragraphe 3/8, des membres du personnel affectés au Département Soins et engagés pour une durée déterminée dans le cadre d'un projet visant à réaliser les initiatives visées à l'article 54/1, § 1er, du décret précité.
Les contributions visées à l'alinéa 1er, 1° à 4°, sont définies dans une convention entre la Communauté flamande et celui qui fournit la contribution au fonds]17.
[9 [17 § 2/8/1.]17 Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution de la convention (1er janvier 2018 - 31 décembre 2020) du 1er octobre 2018 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]9
[14 § 2/9. Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution de l'avenant du 19 septembre 2019 à la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2020) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]14
[14 § 2/10. Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution de l'avenant du 19 septembre 2019 à la convention (1er janvier 2018 - 31 décembre 2021) du 1er octobre 2018 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]14
[15 § 2/11. Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution de la convention (01/01/2020 - 31/12/2021) entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]15
[16 § 2/12. Le Fonds est alimenté par des ressources provenant du Fonds MINA reçues par le Fonds MINA conformément à l'article 3 de l'accord d'assainissement conclu entre le Gouvernement flamand, d'une part, et 3M Belgium, d'autre part, le 6 juillet 2022.]16
§ 3. Sont imputées sur le Fonds, les dépenses de toute nature de l'Administration de la Santé, à savoir les frais tant de personnel que de fonctionnement et d'équipement, dans la mesure où elles ont trait aux recherches rémunérées par des tiers, ou à la gestion centrale du système informatique, aux frais exposés en exécution du protocole d'accord conclu le 20 mars 2003 entre l'Autorité fédérale et les Autorités visées aux articles 128, 130 et 135 de la Constitution en ce qui concerne l'harmonisation de la politique de vaccination et de l'avenant au protocole d'accord du 20 mars 2003 sur l'harmonisation de la politique de vaccination relatif au réseau de distribution des vaccins et relatif à l'accord conclu entre les Communautés et la Commission communautaire commune de la Région bilingue de Bruxelles-Capitale ou à la politique de santé préventive.
[1 § 3/1. Sont imputées sur ce Fonds, les dépenses de toute nature de l'administration [17 du Département Soins]17, tant pour le personnel que pour le fonctionnement ou équipement, dans la mesure où ces dépenses ont trait à l'exécution de conventions européennes.]1
[2 § 3/2. [3 Conformément au protocole d'accord du 28 septembre 2009, l'achat des tests pour la détection de sang occulte dans les selles, ainsi que l'interprétation des tests par un laboratoire désigné à cet effet, l'envoi des invitations et des kits de test et le traitement des résultats, sont payés par l'Autorité flamande dans le cadre du dépistage flamand de population de cancer du côlon, à charge de ce Fonds.]3]2
[4 § 3/3. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, pour les dépenses liées à l'exécution de la convention (01/08/2015 - 31/07/2016) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]4
[5 § 3/4. Conformément au protocole d'accord du 5 février 2016, visé au § 1er, l'achat de vaccins, commandés par l'intermédiaire [17 du Département Soins]17 pour la vaccination de nouveaux demandeurs d'asile entrant en Belgique, est payé par la Communauté flamande à charge de ce Fonds.]5
[6 § 3/5. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses effectuées par l'Agence des Soins et de la Santé dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de l'avenant du 16 janvier 2017 à la convention (1er août 2015 - 31 décembre 2017) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]6
[6 § 3/6. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses effectuées par l'Agence des Soins et de la Santé dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2018) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]6
§ 3/7. [17 Sont imputés à charge de ce Fonds, les frais d'expertise supportés par le Département Soins, dans la mesure où ils sont liés à l'agrément, à la réalisation et au suivi d'un projet-pilote dans le cadre des mesures de gestion alternatives pour la maladie du légionnaire, en exécution des articles 19 à 21 de l'arrêté Legionella du 9 février 2007]17.
[10 [17 § 3/7/1.]17 Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de l'avenant du 1er octobre 2018 à la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2019) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]10
§ 3/8. [17 Sont imputées à charge de ce Fonds conformément à l'article 54/1, § 1er, du décret du 21 novembre 2003 relatif à la politique de santé préventive, les dépenses liées à l'exécution des articles 51, 53, 53/1 et 54 du décret précité. Ces dépenses comprennent également le paiement des traitements, indemnités et allocations des membres du personnel du Département Soins engagés pour une durée déterminée dans le cadre d'un projet visant à réaliser ces initiatives.
La convention, visée au paragraphe 2/8, alinéa 2, décrit les initiatives et mesures liées à l'exécution des articles 51, 53, 53/1 et 54 du décret du 21 novembre 2003 relatif à la politique de santé préventive, qui peuvent être financées par les contributions de la convention. Les recettes, visées au paragraphe 2/8, sont toujours affectées aux dépenses, visées à l'alinéa 1er, qui correspondent à ce qui est prévu dans la convention sur la base de laquelle les recettes ont été obtenues]17.
[11 [17 § 3/8/1.]17 Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de la convention (1er janvier 2018 - 31 décembre 2020) du 1er octobre 2018 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]11
[14 § 3/9. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de l'avenant du 19 septembre 2019 à la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2020) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]14
[14 § 3/10. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de l'avenant du 19 septembre 2019 à la convention (1er janvier 2018 - 31 décembre 2021) du 1er octobre 2018 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]14
[15 § 3/11. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, dans la mesure où elles sont liées à l'exécution de la convention (01/01/2020 - 31/12/2021) entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI et l'Agence des Soins et de la Santé.]15
§ 4. L'agent comptable ayant perçu les recettes dispose directement des crédits du Fonds.
Le Fonds est un fonds budgétaire, tel que visé à [13 l'article 15, § 2, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019]13.]2
§ 2. Le Fonds est alimenté par les ressources acquises en application d'une convention conclue entre la Communauté flamande et des tiers pour des recherches contractuelles effectuées par l'Administration de la Santé, ou par la vente de publications et par les recettes en exécution du protocole d'accord visé au § 1er.
[1 § 2/1. Le Fonds est alimenté par les moyens payés en exécution de conventions européennes.]1
[2 § 2/2. Le Fonds est alimenté par des paiements dans le cadre du cofinancement de l'autorité fédérale pour les tests effectués pour la détection de sang occulte dans les selles, ainsi que pour l'interprétation des tests, dans le cadre d'un dépistage flamand de population de cancer du côlon, tel que fixé au protocole d'accord du 28 septembre 2009.]2
[4 § 2/3. Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution [6 de la convention (1er août 2015 - 31 juillet 2016) du 13 octobre 2015]6 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]4
[5 § 2/4. Le Fonds est alimenté par des moyens qui, en exécution du protocole d'accord du 5 février 2016 entre l'autorité fédérale et la Communauté flamande, visé au § 1er, sont payés pour l'achat de vaccins par l'Agentschap [17 du Département Soins]17 pour la vaccination de nouveaux demandeurs d'asile entrant en Belgique.]5
[6 § 2/5. Le Fonds est alimenté par des moyens versés en exécution de l'avenant du 16 janvier 2017 à la convention (1er août 2015 - 31 décembre 2017) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]6
[6 § 2/6. Le Fonds est alimenté par des moyens versés en exécution de la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2018) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]6
§ 2/7. [17 Le Fonds est alimenté par les moyens payés en exécution d'une convention entre la Communauté flamande et des tiers pour couvrir les frais liés à l'agrément, à la réalisation et au suivi d'un projet-pilote concernant l'approbation de mesures de gestion alternatives relatif à la prévention de la maladie du légionnaire dans des espaces accessibles au public, visée à l'arrêté Legionella du 9 février 2007]17.
[8 [17 § 2/7/1.]17 Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution de l'avenant du 1er octobre 2018 à la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2019) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]8
§ 2/8. [17 Le Fonds est alimenté par tous les éléments suivants :
1° des contributions financières volontaires d'entreprises qui sont coresponsables de la présence de facteurs physiques ou chimiques qui sont nuisibles à la santé, figurant à l'article 54/1, § 2, du décret du 21 novembre 2003 relatif à la politique de santé préventive ;
2° des contributions volontaires dans le cadre du principe du " pollueur-payeur ", visé à l'article 54/1, § 3, alinéa 1er, 1°, du décret précité ;
3° des contributions volontaires dans le cadre d'une responsabilité politique partagée qui a été clairement établie telle que visée à l'article 54/1, § 3, alinéa 1er, 2°, du décret précité ;
4° des contributions volontaires dans le cadre d'un intérêt scientifique commun, tel que visé à l'article 54/1, § 3, alinéa 1er, 3°, du décret précité ;
5° des récupérations de traitements, d'indemnités et d'allocations, telles que visées au paragraphe 3/8, des membres du personnel affectés au Département Soins et engagés pour une durée déterminée dans le cadre d'un projet visant à réaliser les initiatives visées à l'article 54/1, § 1er, du décret précité.
Les contributions visées à l'alinéa 1er, 1° à 4°, sont définies dans une convention entre la Communauté flamande et celui qui fournit la contribution au fonds]17.
[9 [17 § 2/8/1.]17 Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution de la convention (1er janvier 2018 - 31 décembre 2020) du 1er octobre 2018 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]9
[14 § 2/9. Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution de l'avenant du 19 septembre 2019 à la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2020) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]14
[14 § 2/10. Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution de l'avenant du 19 septembre 2019 à la convention (1er janvier 2018 - 31 décembre 2021) du 1er octobre 2018 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]14
[15 § 2/11. Le Fonds est alimenté par des moyens payés en exécution de la convention (01/01/2020 - 31/12/2021) entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]15
[16 § 2/12. Le Fonds est alimenté par des ressources provenant du Fonds MINA reçues par le Fonds MINA conformément à l'article 3 de l'accord d'assainissement conclu entre le Gouvernement flamand, d'une part, et 3M Belgium, d'autre part, le 6 juillet 2022.]16
§ 3. Sont imputées sur le Fonds, les dépenses de toute nature de l'Administration de la Santé, à savoir les frais tant de personnel que de fonctionnement et d'équipement, dans la mesure où elles ont trait aux recherches rémunérées par des tiers, ou à la gestion centrale du système informatique, aux frais exposés en exécution du protocole d'accord conclu le 20 mars 2003 entre l'Autorité fédérale et les Autorités visées aux articles 128, 130 et 135 de la Constitution en ce qui concerne l'harmonisation de la politique de vaccination et de l'avenant au protocole d'accord du 20 mars 2003 sur l'harmonisation de la politique de vaccination relatif au réseau de distribution des vaccins et relatif à l'accord conclu entre les Communautés et la Commission communautaire commune de la Région bilingue de Bruxelles-Capitale ou à la politique de santé préventive.
[1 § 3/1. Sont imputées sur ce Fonds, les dépenses de toute nature de l'administration [17 du Département Soins]17, tant pour le personnel que pour le fonctionnement ou équipement, dans la mesure où ces dépenses ont trait à l'exécution de conventions européennes.]1
[2 § 3/2. [3 Conformément au protocole d'accord du 28 septembre 2009, l'achat des tests pour la détection de sang occulte dans les selles, ainsi que l'interprétation des tests par un laboratoire désigné à cet effet, l'envoi des invitations et des kits de test et le traitement des résultats, sont payés par l'Autorité flamande dans le cadre du dépistage flamand de population de cancer du côlon, à charge de ce Fonds.]3]2
[4 § 3/3. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, pour les dépenses liées à l'exécution de la convention (01/08/2015 - 31/07/2016) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]4
[5 § 3/4. Conformément au protocole d'accord du 5 février 2016, visé au § 1er, l'achat de vaccins, commandés par l'intermédiaire [17 du Département Soins]17 pour la vaccination de nouveaux demandeurs d'asile entrant en Belgique, est payé par la Communauté flamande à charge de ce Fonds.]5
[6 § 3/5. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses effectuées par l'Agence des Soins et de la Santé dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de l'avenant du 16 janvier 2017 à la convention (1er août 2015 - 31 décembre 2017) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]6
[6 § 3/6. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses effectuées par l'Agence des Soins et de la Santé dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2018) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]6
§ 3/7. [17 Sont imputés à charge de ce Fonds, les frais d'expertise supportés par le Département Soins, dans la mesure où ils sont liés à l'agrément, à la réalisation et au suivi d'un projet-pilote dans le cadre des mesures de gestion alternatives pour la maladie du légionnaire, en exécution des articles 19 à 21 de l'arrêté Legionella du 9 février 2007]17.
[10 [17 § 3/7/1.]17 Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de l'avenant du 1er octobre 2018 à la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2019) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]10
§ 3/8. [17 Sont imputées à charge de ce Fonds conformément à l'article 54/1, § 1er, du décret du 21 novembre 2003 relatif à la politique de santé préventive, les dépenses liées à l'exécution des articles 51, 53, 53/1 et 54 du décret précité. Ces dépenses comprennent également le paiement des traitements, indemnités et allocations des membres du personnel du Département Soins engagés pour une durée déterminée dans le cadre d'un projet visant à réaliser ces initiatives.
La convention, visée au paragraphe 2/8, alinéa 2, décrit les initiatives et mesures liées à l'exécution des articles 51, 53, 53/1 et 54 du décret du 21 novembre 2003 relatif à la politique de santé préventive, qui peuvent être financées par les contributions de la convention. Les recettes, visées au paragraphe 2/8, sont toujours affectées aux dépenses, visées à l'alinéa 1er, qui correspondent à ce qui est prévu dans la convention sur la base de laquelle les recettes ont été obtenues]17.
[11 [17 § 3/8/1.]17 Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de la convention (1er janvier 2018 - 31 décembre 2020) du 1er octobre 2018 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]11
[14 § 3/9. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de l'avenant du 19 septembre 2019 à la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2020) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]14
[14 § 3/10. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de l'avenant du 19 septembre 2019 à la convention (1er janvier 2018 - 31 décembre 2021) du 1er octobre 2018 entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé.]14
[15 § 3/11. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses réalisées par l'Agence des Soins et de la Santé, dans la mesure où elles sont liées à l'exécution de la convention (01/01/2020 - 31/12/2021) entre le Comité de l'assurance soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI et l'Agence des Soins et de la Santé.]15
§ 4. L'agent comptable ayant perçu les recettes dispose directement des crédits du Fonds.
Modifications
HOOFDSTUK III. - Oprichting van begrotingsfondsen.
CHAPITRE III. - Création de fonds budgétaires.
Art. 3. § 1. Artikel 19, § 2, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, wordt aangevuld als volgt :
"Aan het Fonds Onroerende Goederen worden tevens toegewezen de opbrengsten voortvloeiend uit financieel technische transacties met betrekking tot gebouwen en aanhorigheden bestemd voor de huisvesting van de diensten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.".
§ 2. Artikel 19, § 3, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, wordt aangevuld als volgt :
"De middelen van het Fonds Onroerende Goederen mogen tevens aangewend worden voor de aankoop, de bouw, de studie, de uitrusting en geschiktmaking van gebouwen van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest en alle publiekrechtelijke rechtspersonen die onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest vallen met inbegrip van de Vlaamse Openbare Instellingen, de universiteiten, de diensten met afzonderlijk beheer.".
"Aan het Fonds Onroerende Goederen worden tevens toegewezen de opbrengsten voortvloeiend uit financieel technische transacties met betrekking tot gebouwen en aanhorigheden bestemd voor de huisvesting van de diensten van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.".
§ 2. Artikel 19, § 3, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, wordt aangevuld als volgt :
"De middelen van het Fonds Onroerende Goederen mogen tevens aangewend worden voor de aankoop, de bouw, de studie, de uitrusting en geschiktmaking van gebouwen van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest en alle publiekrechtelijke rechtspersonen die onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest vallen met inbegrip van de Vlaamse Openbare Instellingen, de universiteiten, de diensten met afzonderlijk beheer.".
Art. 3. § 1er. L'article 19, § 2, du décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions budgétaires techniques ainsi que des dispositions accompagnant le budget 1991, est complété par la disposition suivante :
" Sont attribuées également au " Fonds Onroerende Goederen " (Fonds des biens immobiliers), le produit des opérations financières techniques relatives aux bâtiments et leurs annexes destinés au logement des services du Ministère de la Communauté flamande. ".
§ 2. L'article 19, § 3, du décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions budgétaires techniques ainsi que des dispositions accompagnant le budget 1991, est complété par la disposition suivante :
" Les moyens du " Fonds Onroerende Goederen " peuvent également être affectés à l'acquisition, la construction, l'étude, l'équipement et l'aménagement de bâtiments de la Communauté flamande, de la Région flamande et de toutes les personnes morales de droit public relevant de la Communauté flamande ou de la Région flamande, y compris les organismes publics flamands, les universités et les services à gestion séparée. ".
" Sont attribuées également au " Fonds Onroerende Goederen " (Fonds des biens immobiliers), le produit des opérations financières techniques relatives aux bâtiments et leurs annexes destinés au logement des services du Ministère de la Communauté flamande. ".
§ 2. L'article 19, § 3, du décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions budgétaires techniques ainsi que des dispositions accompagnant le budget 1991, est complété par la disposition suivante :
" Les moyens du " Fonds Onroerende Goederen " peuvent également être affectés à l'acquisition, la construction, l'étude, l'équipement et l'aménagement de bâtiments de la Communauté flamande, de la Région flamande et de toutes les personnes morales de droit public relevant de la Communauté flamande ou de la Région flamande, y compris les organismes publics flamands, les universités et les services à gestion séparée. ".
HOOFDSTUK IV. - Media.
CHAPITRE IV. - Médias.
Art. 4. De wet van 19 juli 1979 tot behoud van de verscheidenheid in de opiniedagbladpers en het koninklijk besluit van 20 juli 1979 houdende vaststelling van de criteria en de modaliteiten voor de uitvoering van de wet van 19 juli 1979 tot behoud van de verscheidenheid in de opiniedagbladpers worden, voor wat de Vlaamse Gemeenschap betreft, met ingang van 1 januari 1998 opgeheven.
Art. 4. La loi du 19 juillet 1979 tendant à maintenir la diversité dans la presse quotidienne d'opinion et l'arrêté royal du 20 juillet 1979 portant fixation des critères et des modalités pour l'exécution de la loi du 19 juillet 1979 tendant à maintenir la diversité dans la presse quotidienne d'opinion sont abrogés à partir du 1er janvier 1998, en ce qui concerne la Communauté flamande.
HOOFDSTUK V. - Leegstandsheffing.
CHAPITRE V. - Redevance de désaffectation.
Art. 5. In artikel 24 van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in punt 4°, gewijzigd bij decreet van 8 juli 1997, worden de woorden "artikel 42" vervangen door de woorden "artikel 42, § 1";
2° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
"6° woning : elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;".
1° in punt 4°, gewijzigd bij decreet van 8 juli 1997, worden de woorden "artikel 42" vervangen door de woorden "artikel 42, § 1";
2° punt 6° wordt vervangen door wat volgt :
"6° woning : elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande;".
Art. 5. A l'article 24 du décret du 22 décembre 1995 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1996, sont apportées les modifications suivantes :
1° au point 4°, modifié par le décret du 8 juillet 1997, les mots " l'article 42 " sont remplacés par les mots " l'article 42, § 1er ";
2° le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° habitation : tout bien immeuble ou partie de celui-ci destiné principalement à servir de logement d'une famille ou d'une personne vivant seule; ".
1° au point 4°, modifié par le décret du 8 juillet 1997, les mots " l'article 42 " sont remplacés par les mots " l'article 42, § 1er ";
2° le point 6° est remplacé par la disposition suivante :
" 6° habitation : tout bien immeuble ou partie de celui-ci destiné principalement à servir de logement d'une famille ou d'une personne vivant seule; ".
Art. 6. Artikel 39, § 2, eerste lid van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
"De belastingplichtige kan binnen 30 kalenderdagen na de verzending van de aanslag, met een gemotiveerd verzoekschrift in beroep gaan bij de Vlaamse regering. Hij voegt bij het verzoekschrift de nodige bewijskrachtige stukken om zijn bezwaren te staven. De Vlaamse regering vraagt eventuele ontbrekende gegevens en/of stukken binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het verzoekschrift op. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen om de ontbrekende gegevens en/of stukken alsnog voor te leggen.
De Vlaamse regering neemt een beslissing binnen de zes maanden na de verzendingsdatum van het verzoekschrift of, in het geval ontbrekende gegevens en/of stukken worden opgevraagd, na het verstrijken van de in het vorige lid bepaalde termijn om de ontbrekende gegevens en/of stukken voor te leggen.
Wordt het beroep ingewilligd, dan beslist de Vlaamse regering of de heffing geheel of gedeeltelijk moet betaald worden, dan wel of het gebouw en/of de woning wordt geschrapt van de lijst. De beslissing kan gesteund zijn op bewezen overmacht.".
"De belastingplichtige kan binnen 30 kalenderdagen na de verzending van de aanslag, met een gemotiveerd verzoekschrift in beroep gaan bij de Vlaamse regering. Hij voegt bij het verzoekschrift de nodige bewijskrachtige stukken om zijn bezwaren te staven. De Vlaamse regering vraagt eventuele ontbrekende gegevens en/of stukken binnen 30 kalenderdagen na ontvangst van het verzoekschrift op. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen om de ontbrekende gegevens en/of stukken alsnog voor te leggen.
De Vlaamse regering neemt een beslissing binnen de zes maanden na de verzendingsdatum van het verzoekschrift of, in het geval ontbrekende gegevens en/of stukken worden opgevraagd, na het verstrijken van de in het vorige lid bepaalde termijn om de ontbrekende gegevens en/of stukken voor te leggen.
Wordt het beroep ingewilligd, dan beslist de Vlaamse regering of de heffing geheel of gedeeltelijk moet betaald worden, dan wel of het gebouw en/of de woning wordt geschrapt van de lijst. De beslissing kan gesteund zijn op bewezen overmacht.".
Art. 6. L'article 39, § 2, (NOTE : le texte néerlandais ajoute : "aliná premier") du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" Le redevable peut interjeter appel auprès du Gouvernement flamand par un requête motivée, dans les 30 jours de calendrier de l'envoi de l'imposition. Il joint à la requête toutes les pièces probantes tendant à appuyer ses objections. Le Gouvernement flamand réclame, le cas échéant, les données et/ou les pièces qui manquent, dans les 30 jours de calendrier de la réception de la requête. Le redevable dispose d'un délai de 30 jours de calendrier pour produire les données et/ou les pièces qui font défaut.
Le Gouvernement flamand statue dans les six mois à compter de la date d'envoi de la requête d'appel ou, lorsqu'il réclame des données et/ou des pièces qui font défaut, à compter de la date d'expiration du délai fixé à l'alinéa précédent pour produire ces données et/ou pièces.
Lorsqu'il est fait droit à l'appel, le Gouvernement flamand décide que la redevance n'est pas due en tout ou en partie, ou bien que le bâtiment et/ou l'habitation est rayé de la liste. La décision peut être fondée sur un cas de force majeure établie. ".
" Le redevable peut interjeter appel auprès du Gouvernement flamand par un requête motivée, dans les 30 jours de calendrier de l'envoi de l'imposition. Il joint à la requête toutes les pièces probantes tendant à appuyer ses objections. Le Gouvernement flamand réclame, le cas échéant, les données et/ou les pièces qui manquent, dans les 30 jours de calendrier de la réception de la requête. Le redevable dispose d'un délai de 30 jours de calendrier pour produire les données et/ou les pièces qui font défaut.
Le Gouvernement flamand statue dans les six mois à compter de la date d'envoi de la requête d'appel ou, lorsqu'il réclame des données et/ou des pièces qui font défaut, à compter de la date d'expiration du délai fixé à l'alinéa précédent pour produire ces données et/ou pièces.
Lorsqu'il est fait droit à l'appel, le Gouvernement flamand décide que la redevance n'est pas due en tout ou en partie, ou bien que le bâtiment et/ou l'habitation est rayé de la liste. La décision peut être fondée sur un cas de force majeure établie. ".
Art. 7. In artikel 42 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, gewijzigd bij decreet van 8 juli 1997, worden de woorden "één jaar" vervangen door "twee jaar";
2° in § 1, eerste lid, gewijzigd bij decreet van 8 juli 1997, wordt het tweede gedachtestreepje vervangen door wat volgt :
"- ofwel bij het verstrijken van voormelde periode een periode van vrijstelling op grond van artikel 41 of artikel 42, § 2, loopt, of een periode van schorsing loopt op grond van artikel 43 en deze schorsing achteraf niet ongedaan wordt gemaakt.";
3° in § 2 wordt een 5° toegevoegd die luidt als volgt :
"5° de gebouwen en/of woningen waarvan het effectief gebruik onmogelijk is omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot twee jaar na het einde van de onmogelijkheid.".
1° in § 1, eerste lid, gewijzigd bij decreet van 8 juli 1997, worden de woorden "één jaar" vervangen door "twee jaar";
2° in § 1, eerste lid, gewijzigd bij decreet van 8 juli 1997, wordt het tweede gedachtestreepje vervangen door wat volgt :
"- ofwel bij het verstrijken van voormelde periode een periode van vrijstelling op grond van artikel 41 of artikel 42, § 2, loopt, of een periode van schorsing loopt op grond van artikel 43 en deze schorsing achteraf niet ongedaan wordt gemaakt.";
3° in § 2 wordt een 5° toegevoegd die luidt als volgt :
"5° de gebouwen en/of woningen waarvan het effectief gebruik onmogelijk is omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik tot twee jaar na het einde van de onmogelijkheid.".
Art. 7. A l'article 42 du même décret, sont apportées les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 1er, modifié par le décret du 8 juillet 1997, les mots " d'un an " sont remplacés par les mots " de deux ans ";
2° au § 1er, alinéa 1er, modifié par le décret du 8 juillet 1997, la disposition du deuxième tiret est remplacée par la disposition suivante :
" ou bien, à l'expiration de la période précitée, une période d'exemption soit en cours en vertu de l'article 41 ou de l'article 42, § 2, ou une période de suspension soit en cours en vertu de l'article 43 et la suspension ne soit pas rendue non avenue ultérieurement. ";
3° le § 2 est complété par un 5°, rédigé comme suit :
" 5° les bâtiments et/ou habitations qui ne peuvent être utilisés réellement parce que le scellé a été apposé dans le cadre d'une procédure criminelle ou parce qu'une expertise est en cours dans le cadre d'une procédure en justice, à partir de la date à laquelle l'impossibilité d'utiliser réellement ces biens survient jusqu'à deux ans après la date à laquelle cette impossibilité cesse d'exister. ".
1° au § 1er, alinéa 1er, modifié par le décret du 8 juillet 1997, les mots " d'un an " sont remplacés par les mots " de deux ans ";
2° au § 1er, alinéa 1er, modifié par le décret du 8 juillet 1997, la disposition du deuxième tiret est remplacée par la disposition suivante :
" ou bien, à l'expiration de la période précitée, une période d'exemption soit en cours en vertu de l'article 41 ou de l'article 42, § 2, ou une période de suspension soit en cours en vertu de l'article 43 et la suspension ne soit pas rendue non avenue ultérieurement. ";
3° le § 2 est complété par un 5°, rédigé comme suit :
" 5° les bâtiments et/ou habitations qui ne peuvent être utilisés réellement parce que le scellé a été apposé dans le cadre d'une procédure criminelle ou parce qu'une expertise est en cours dans le cadre d'une procédure en justice, à partir de la date à laquelle l'impossibilité d'utiliser réellement ces biens survient jusqu'à deux ans après la date à laquelle cette impossibilité cesse d'exister. ".
Art. 8. Artikel 43, vierde lid, van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd bij decreet van 8 juli 1997, wordt aangevuld met de volgende woorden :
"tenzij op dat ogenblik een periode van vrijstelling loopt op grond van artikel 41 of artikel 42, § 2.".
"tenzij op dat ogenblik een periode van vrijstelling loopt op grond van artikel 41 of artikel 42, § 2.".
Art. 8. L'article 43, alinéa 4, du même décret, modifié par le décret du 8 juillet 1997, est complété par les mots suivants :
" à moins qu'une période d'exemption soit en cours en vertu de l'article 41 ou de l'article 42, § 2, à l'expiration de la période précitée. ".
" à moins qu'une période d'exemption soit en cours en vertu de l'article 41 ou de l'article 42, § 2, à l'expiration de la période précitée. ".
Art. 9. Artikel 5, 1°, treedt in werking op de dag van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 5, 2°, treedt in werking op het moment dat Titel III van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode in werking treedt.
De andere artikelen van dit hoofdstuk hebben uitwerking met ingang van 1 januari 1998.
Artikel 5, 2°, treedt in werking op het moment dat Titel III van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode in werking treedt.
De andere artikelen van dit hoofdstuk hebben uitwerking met ingang van 1 januari 1998.
Art. 9. L'article 5, 1°, entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
L'article 5, 2°, entre en vigueur à la date d'entrée en vigueur du Titre III du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement.
Les autres articles du présent chapitre produisent leurs effets le 1er janvier 1998.
L'article 5, 2°, entre en vigueur à la date d'entrée en vigueur du Titre III du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement.
Les autres articles du présent chapitre produisent leurs effets le 1er janvier 1998.
HOOFDSTUK VI. - Onroerende voorheffing.
CHAPITRE VI. - Précompte immobilier.
Art. 10. Artikel 60, derde lid, van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994, wordt vervangen door wat volgt :
"Deze bepaling is niet van toepassing in het Vlaamse Gewest op :
- een niet-gemeubileerd gebouwd onroerend goed, opgenomen in een onteigeningsplan;
- een onroerend goed waarvan door toedoen van een ramp, een lopende gerechtelijke procedure of onderzoek of een niet-afgehandelde procedure van erfenis de belastingplichtige zijn zakelijke rechten niet kan uitoefenen. De onroerende voorheffing is opnieuw verschuldigd vanaf 1 januari van het aanslagjaar volgend op het jaar tijdens hetwelke de omstandigheden die het vrij genot van het onroerend goed belemmerden wegvallen.".
"Deze bepaling is niet van toepassing in het Vlaamse Gewest op :
- een niet-gemeubileerd gebouwd onroerend goed, opgenomen in een onteigeningsplan;
- een onroerend goed waarvan door toedoen van een ramp, een lopende gerechtelijke procedure of onderzoek of een niet-afgehandelde procedure van erfenis de belastingplichtige zijn zakelijke rechten niet kan uitoefenen. De onroerende voorheffing is opnieuw verschuldigd vanaf 1 januari van het aanslagjaar volgend op het jaar tijdens hetwelke de omstandigheden die het vrij genot van het onroerend goed belemmerden wegvallen.".
Art. 10. L'article 60, alinéa 3, du décret du 22 décembre 1993 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1994, est remplacé par la disposition suivante :
" La présente disposition ne s'applique pas, en Région flamande, à :
- un immeuble bâti non meublé, figurant sur un plan d'expropriation;
- un immeuble pour lequel le redevable se trouve dans l'impossibilité d'exercer ses droits réels par le fait d'une calamité, d'une procédure ou enquête en justice qui est en cours ou d'une succession non encore réglée. Le précompte immobilier est dû de nouveau à partir du 1er janvier de l'année d'imposition qui suit l'année au cours de laquelle les circonstances faisant obstacle à la jouissance libre du bien immeuble cessent d'exister. ".
" La présente disposition ne s'applique pas, en Région flamande, à :
- un immeuble bâti non meublé, figurant sur un plan d'expropriation;
- un immeuble pour lequel le redevable se trouve dans l'impossibilité d'exercer ses droits réels par le fait d'une calamité, d'une procédure ou enquête en justice qui est en cours ou d'une succession non encore réglée. Le précompte immobilier est dû de nouveau à partir du 1er janvier de l'année d'imposition qui suit l'année au cours de laquelle les circonstances faisant obstacle à la jouissance libre du bien immeuble cessent d'exister. ".
HOOFDSTUK VII. - Omvorming van indirecte schuld naar directe schuld.
CHAPITRE VII. - Conversion de dettes indirectes en dettes directes.
Art. 11.
Art. 11.
Art. 12. § 1. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om voor de huurovereenkomsten met automatische eigendomsoverdracht op het einde van de huurovereenkomst voor het Graaf De Ferraris-gebouw en het Hendrik Conscience-gebouw de eigendom onmiddellijk te verwerven en de beleggingswaarde van deze gebouwen verhoogd met een wederbeleggingsvergoeding en verminderd met de reeds verrichte huurbetalingen die betrekking hebben op de uitstaande beleggingswaarde, aan de promotor te betalen door middel van een thesaurieverrichting en dit bedrag op te nemen in de directe schuld van de Vlaamse Gemeenschap.
§ 2. (...).
§ 3. Dit artikel treedt in werking op 1 mei 1998.
§ 2. (...).
§ 3. Dit artikel treedt in werking op 1 mei 1998.
Art. 12. § 1er. Le Gouvernement flamand est autorisé à acquérir dès à présent la propriété des bâtiments " Graaf De Ferraris " et " Hendrik Conscience ", pour lesquels des contrats de bail prévoyant le transfert automatique de la propriété à l'expiration du bail ont été conclus, à payer au promoteur immobilier par la voie d'une opération de trésorerie une somme correspondant à la valeur d'investissement de ces bâtiments, augmentée d'une indemnité de remploi et diminuée des loyers déjà payés, et à ajouter ce montant à la dette directe de la Communauté flamande.
§ 2. (...).
§ 3. Le présent article entre en vigueur le 1er mai 1998.
§ 2. (...).
§ 3. Le présent article entre en vigueur le 1er mai 1998.
HOOFDSTUK VIII. - Successierechten.
CHAPITRE VIII. - Droits de succession.
Art. 13. In het Wetboek der Successierechten wordt voor wat het Vlaamse Gewest betreft, artikel 56, tweede lid, vervangen door de volgende bepaling :
"Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, ongeacht de omvang van het netto-erfdeel, een vermindering verleend van 3 000 F op de rechten berekend volgens Tabel 1 van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot ten belope van de helft van de overeenkomstig deze alinea berekende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten.".
(Dit artikel treedt in werking op 1 januari 1997.)
"Ten gunste van de kinderen die de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt wordt er, ongeacht de omvang van het netto-erfdeel, een vermindering verleend van 3 000 F op de rechten berekend volgens Tabel 1 van artikel 48 en artikel 60bis, voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot zij de leeftijd van 21 jaar bereiken en ten gunste van de overlevende echtgenoot ten belope van de helft van de overeenkomstig deze alinea berekende verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen samen genieten.".
(Dit artikel treedt in werking op 1 januari 1997.)
Art. 13. L'article 56, alinéa 2, du Code des droits de succession est remplacé, en ce qui concerne la Région flamande, par la disposition suivante :
" En faveur des enfants n'ayant pas atteint l'âge de 21 ans, une réduction de 3 000 F est accordée, sans égard à l'importance de la part nette héréditaire, sur les droits calculés conformément au tableau I de l'article 48 et à l'article 60bis, pour chaque année entière devant encore s'écouler avant qu'ils auront atteint l'âge de 21 ans; la réduction en faveur du conjoint survivant correspond à la moitié de l'ensemble des réductions calculées par application du présent alinéa dont bénéficient les enfants communs. ".
(Le présent article entre en vigueur le 1er janvier 1997.)
" En faveur des enfants n'ayant pas atteint l'âge de 21 ans, une réduction de 3 000 F est accordée, sans égard à l'importance de la part nette héréditaire, sur les droits calculés conformément au tableau I de l'article 48 et à l'article 60bis, pour chaque année entière devant encore s'écouler avant qu'ils auront atteint l'âge de 21 ans; la réduction en faveur du conjoint survivant correspond à la moitié de l'ensemble des réductions calculées par application du présent alinéa dont bénéficient les enfants communs. ".
(Le présent article entre en vigueur le 1er janvier 1997.)
HOOFDSTUK IX. - Onderwijs.
CHAPITRE IX. - Enseignement.
Art. 14. Artikel 20, § 2, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, vervangen bij decreet van 20 december 1996, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Aan het fonds voor leerlingenvervoer worden alle ontvangsten toegewezen voortvloeiend uit :
1° de bijdragen van de leerlingen in de kostprijs van het leerlingenvervoer georganiseerd of gesubsidieerd door het departement Onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° de meerprijs ten laste gelegd aan beroepsvervoerders, waarvan het contract verbroken werd ingevolge ernstige tekortkomingen en waarvoor de nieuwe overeenkomst aangegaan door de opdrachtgever, duurder is;
3° de geldelijke sancties opgelegd aan beroepsvervoerders, afhankelijk van de aard van de fouten en/of tekortkomingen vastgesteld bij de uitvoering van de rit.".
"Aan het fonds voor leerlingenvervoer worden alle ontvangsten toegewezen voortvloeiend uit :
1° de bijdragen van de leerlingen in de kostprijs van het leerlingenvervoer georganiseerd of gesubsidieerd door het departement Onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
2° de meerprijs ten laste gelegd aan beroepsvervoerders, waarvan het contract verbroken werd ingevolge ernstige tekortkomingen en waarvoor de nieuwe overeenkomst aangegaan door de opdrachtgever, duurder is;
3° de geldelijke sancties opgelegd aan beroepsvervoerders, afhankelijk van de aard van de fouten en/of tekortkomingen vastgesteld bij de uitvoering van de rit.".
Art. 14. L'article 20, § 2, du décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions budgétaires techniques ainsi que des dispositions accompagnant le budget 1991, remplacé par le décret du 20 décembre 1996, est remplacé par la disposition suivante :
" Sont attribuées au " Fonds voor het leerlingenvervoer " (Fonds du transport scolaire), toutes les recettes provenant :
1° des contributions des élèves dans le coût des transports scolaires organisés ou subventionnés par le Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande;
2° du surcoût à prendre en charge par des entreprises de transport à la suite de la résiliation de leur contrat pour manquement grave, le nouveau contrat passé par l'adjudicateur revenant plus cher;
3° des amendes infligées aux entreprises de transport en fonction de la nature des fautes ou manquements constatés au cours du trajet. ".
" Sont attribuées au " Fonds voor het leerlingenvervoer " (Fonds du transport scolaire), toutes les recettes provenant :
1° des contributions des élèves dans le coût des transports scolaires organisés ou subventionnés par le Département de l'Enseignement du Ministère de la Communauté flamande;
2° du surcoût à prendre en charge par des entreprises de transport à la suite de la résiliation de leur contrat pour manquement grave, le nouveau contrat passé par l'adjudicateur revenant plus cher;
3° des amendes infligées aux entreprises de transport en fonction de la nature des fautes ou manquements constatés au cours du trajet. ".
HOOFDSTUK X. - Dienst met afzonderlijk beheer "Autonome Vlaamse fiscale inning".
CHAPITRE X. - Service à gestion séparée " Autonome Vlaamse fiscale inning " (S.A.G. de Perception fiscale autonome pour la Flandre).
Art. 15. Er wordt een dienst met afzonderlijk beheer opgericht, zoals bedoeld in artikel 140 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991 houdende coördinatie van de wetten op de rijkscomptabiliteit onder benaming "Autonome Vlaamse fiscale inning", en die belast wordt met de organisatieopzet en het kwaliteitstoezicht op de uitvoering en de controle van de inning van de in artikel 3 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van Gewesten en Gemeenschappen bedoelde belastingen.
Art. 15. Il est créé, sous la dénomination de " Autonome Vlaamse fiscale inning ", un service à gestion séparée au sens de l'article 140 de l'arrêté royal du 17 juillet 1991 portant coordination des lois sur la comptabilité de l'Etat, qui est chargé de mettre au point l'approche organisationnelle et assurer le contrôle de qualité, en ce qui concerne la perception et le contrôle de la perception des impôts visés par l'article 3 de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et Régions.
HOOFDSTUK XI. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE XI. - Entrée en vigueur.
Art. 16. Tenzij anders bepaald in dit decreet, treden de bepalingen van dit decreet in werking op 1 juli 1998.
Art. 16. A moins qu'il n'en soit autrement disposé par le présent décret, les dispositions du présent décret entrent en vigueur le 1er juillet 1998.