Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
14 MEI 1998. - Ordonnantie houdende regeling van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. (NOTA : de wijziging gebracht in art. 9; 10; 14 door art. 74, 4° van ORD2016-10-06/04is niet uitgevoerd kunnen worden) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-07-1998 en tekstbijwerking tot 18-10-2016)
Titre
14 MAI 1998. - Ordonnance organisant la tutelle administrative sur les communes de la Région de Bruxelles-Capitale. (NOTE : la modification apportée aux art. 9; 10; 14 par l'art. 74, 4°de l'ORD2016-10-06/04n'a pas pu être effectuée)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-07-1998 et mise à jour au 18-10-2016)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Informatie van de toezichthoude...
HOOFDSTUK III. - Algemeen toezicht.
HOOFDSTUK IV. - Goedkeuringstoezicht.
HOOFDSTUK V. - Hervorming en maatregelen van am...
HOOFDSTUK VI. - Bijzondere commissaris.
HOOFDSTUK VII. - Opheffings- en overgangsbepali...
Table des matières
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art. 2. Deze ordonnantie organiseert het gewoon administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art. 2. La présente ordonnance organise la tutelle administrative ordinaire sur les communes de la Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 3. <ORD 2002-04-18/37, art. 2, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002> Voor de toepassing van deze ordonnantie worden de akten van de gemeenteoverheden en de besluiten van de regering [1 alsook de lijst zoals bedoeld in artikel 7]1 verzonden, hetzij bij ter post aangetekende brief met ontvangstmelding, hetzij per bode, tegen afgifte van een ontvangstbewijs.
De regering kan deze verzending via elektronische post, geauthentiseerd door een elektronische handtekening, toelaten. [1 De ontvangst van de akte die wordt verzonden via elektronische post wordt tevens bevestigd met een ontvangstmelding.]1
De regering kan deze verzending via elektronische post, geauthentiseerd door een elektronische handtekening, toelaten. [1 De ontvangst van de akte die wordt verzonden via elektronische post wordt tevens bevestigd met een ontvangstmelding.]1
Modifications
Art. 3. <ORD 2002-04-18/37, art. 2, 005; En vigueur : 18-05-2002> Pour l'application de la présente ordonnance, la transmission des actes des autorités communales et des arrêtés du gouvernement [1 ainsi que de la liste mentionnée à l'article 7]1 se fait soit par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception, soit par porteur moyennant la remise d'un récépissé.
Le gouvernement peut autoriser ces envois par courrier électronique, authentifié par une signature électronique. [1 La réception de l'acte envoyé par courrier électronique est également confirmée par un accusé de réception.]1
Le gouvernement peut autoriser ces envois par courrier électronique, authentifié par une signature électronique. [1 La réception de l'acte envoyé par courrier électronique est également confirmée par un accusé de réception.]1
Modifications
Art. 4. Inzake de haar toegemeten termijnen is de Regering aan de volgende regels gehouden :
1° [1 de termijn gaat in de dag na die waarop de akte van de gemeenteoverheid ontvangen is in zijn authentieke vorm of, in geval van een elektronische verzending, de dag na het ontvangen van een akte van de gemeenteoverheid die identiek is aan de authentieke akte van deze gemeenteoverheid;]1
2° de vervaldag wordt gerekend tot de termijn;
3° van alle besluiten van de Regering moet schriftelijk kennis gegeven worden aan de gemeenteoverheid, en op straffe van nietigheid van dit besluit, moet het verzonden worden uiterlijk de dag waarop de termijn verstrijkt.
Wanneer de vervaldag een zaterdag, een zondag of een feestdag is, wordt de vervaldag op de volgende werkdag gebracht. Onder feestdagen worden de volgende dagen verstaan : 1 januari, paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, pinkstermaandag, 21 juli, 15 augustus, 1, 2, 11 en 15 november, 25 en 26 december, alsmede de bij ordonnantie of bij besluit van de Regering bepaalde dagen.
1° [1 de termijn gaat in de dag na die waarop de akte van de gemeenteoverheid ontvangen is in zijn authentieke vorm of, in geval van een elektronische verzending, de dag na het ontvangen van een akte van de gemeenteoverheid die identiek is aan de authentieke akte van deze gemeenteoverheid;]1
2° de vervaldag wordt gerekend tot de termijn;
3° van alle besluiten van de Regering moet schriftelijk kennis gegeven worden aan de gemeenteoverheid, en op straffe van nietigheid van dit besluit, moet het verzonden worden uiterlijk de dag waarop de termijn verstrijkt.
Wanneer de vervaldag een zaterdag, een zondag of een feestdag is, wordt de vervaldag op de volgende werkdag gebracht. Onder feestdagen worden de volgende dagen verstaan : 1 januari, paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, pinkstermaandag, 21 juli, 15 augustus, 1, 2, 11 en 15 november, 25 en 26 december, alsmede de bij ordonnantie of bij besluit van de Regering bepaalde dagen.
Modifications
Art. 4. En ce qui concerne les délais qui lui sont impartis, le Gouvernement est tenu par les règles suivantes :
1° [1 le point de départ du délai est le lendemain du jour de la réception de l'acte de l'autorité communale en sa forme authentique ou, en cas d'envoi par courrier électronique, le lendemain du jour de la réception de l'acte de l'autorité communale, identique à l'acte authentique pris par cette autorité communale;]1
2° le jour de l'échéance est compté dans le délai;
3° tout arrête du Gouvernement doit être notifié par écrit à l'autorité communale et à peine de nullité de cet arrêté, son envoi doit se faire au plus tard le jour de l'échéance du délai.
Lorsque le jour de l'échéance est un samedi, un dimanche ou un jour férié, l'échéance est reportée au jour ouvrable suivant. On entend par jours fériés, les jours suivants : le 1er janvier, le lundi de Pâques, le 1er mai, l'Ascension, le lundi de Pentecôte, le 21 juillet, le 15 août, les 1er, 2, 11 et 15 novembre, les 25 et 26 décembre, ainsi que les jours déterminés par ordonnance ou par arrêté du Gouvernement.
1° [1 le point de départ du délai est le lendemain du jour de la réception de l'acte de l'autorité communale en sa forme authentique ou, en cas d'envoi par courrier électronique, le lendemain du jour de la réception de l'acte de l'autorité communale, identique à l'acte authentique pris par cette autorité communale;]1
2° le jour de l'échéance est compté dans le délai;
3° tout arrête du Gouvernement doit être notifié par écrit à l'autorité communale et à peine de nullité de cet arrêté, son envoi doit se faire au plus tard le jour de l'échéance du délai.
Lorsque le jour de l'échéance est un samedi, un dimanche ou un jour férié, l'échéance est reportée au jour ouvrable suivant. On entend par jours fériés, les jours suivants : le 1er janvier, le lundi de Pâques, le 1er mai, l'Ascension, le lundi de Pentecôte, le 21 juillet, le 15 août, les 1er, 2, 11 et 15 novembre, les 25 et 26 décembre, ainsi que les jours déterminés par ordonnance ou par arrêté du Gouvernement.
Modifications
Art. 5 <ORD 2002-04-18/37, art. 3, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002> Elk besluit tot vernietiging, schorsing, niet-goedkeuring, dat een vervangend optreden inhoudt, of een termijn verlengt, moet formeel met redenen omkleed zijn.
Art. 5. <ORD 2002-04-18/37, art. 3, 005; En vigueur : 18-05-2002> Tout arrêté qui porte annulation, suspension, improbation, qui comporte une mesure de substitution d'action ou qui proroge un délai doit faire l'objet d'une motivation formelle.
HOOFDSTUK II. - Informatie van de toezichthoudende overheid.
CHAPITRE II. - De l'information de l'autorité de tutelle.
Art. 6. § 1. (De gemeenten zenden de regering de in artikel 13 bedoelde akten toe binnen een termijn van twintig dagen na de vaststelling ervan.) <ORD 2002-04-18/37, art. 4, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
§ 2. De Regering bepaalt welke andere akten dan die bedoeld in artikel 13, de gemeentelijke overheden haar moeten toezenden, alsmede de nadere regels betreffende deze toezending.
[1 § 3. - De Regering bezorgt het Observatorium van de referentieprijzen voor de overheidsopdrachten de akten van de gemeentelijke overheden die aan haar advies onderworpen zijn of verzoekt de gemeente om dit te doen.]1
§ 2. De Regering bepaalt welke andere akten dan die bedoeld in artikel 13, de gemeentelijke overheden haar moeten toezenden, alsmede de nadere regels betreffende deze toezending.
[1 § 3. - De Regering bezorgt het Observatorium van de referentieprijzen voor de overheidsopdrachten de akten van de gemeentelijke overheden die aan haar advies onderworpen zijn of verzoekt de gemeente om dit te doen.]1
Modifications
Art. 6. § 1er. (Les communes transmettent au gouvernement les actes mentionnés à l'article 13 dans les vingt jours de la date où ils ont été pris.) <ORD 2002-04-18/37, art. 4, 005; En vigueur : 18-05-2002>
§ 2. Le Gouvernement détermine les actes des autorités communales autres que les actes visés à l'article 13, qui doivent lui être transmis, ainsi que les modalités relatives à cette transmission.
[1 § 3. - Le Gouvernement transmet ou invite la commune à transmettre à l'Observatoire des prix de référence dans les marchés publics, les actes des autorités communales soumis à ses avis.]1
§ 2. Le Gouvernement détermine les actes des autorités communales autres que les actes visés à l'article 13, qui doivent lui être transmis, ainsi que les modalités relatives à cette transmission.
[1 § 3. - Le Gouvernement transmet ou invite la commune à transmettre à l'Observatoire des prix de référence dans les marchés publics, les actes des autorités communales soumis à ses avis.]1
Modifications
Art. 7. De gemeenten zenden aan de Regering de lijst toe van alle akten van de gemeenteraad, die niet door of krachtens artikel 6 bedoeld zijn, binnen een termijn van twintig dagen nadat ze aangenomen zijn. De lijst omvat een beknopte omschrijving van deze akten.
Art. 7. Les communes transmettent au Gouvernement la liste de tous les actes du conseil communal autres que ceux visés par ou en vertu de l'article 6, dans les vingt jours où ils ont été pris. La liste comprend un bref exposé de ces actes.
Art. 8. [1 De Regering kan aan de gemeenten vragen om haar alle informatie, elk gegeven of elke inlichting die relevant is voor de uitoefening van het administratief toezicht of voor het opstellen van statistieken op gewestelijk niveau over te maken of deze ter plaatse te verzamelen. De Regering verduidelijkt bij besluit de wijze waarop de gevraagde gegevens haar zullen worden overgemaakt.]1
Modifications
Art. 8. [1 Le Gouvernement peut demander aux communes de lui transmettre toute information, toute donnée ou tout renseignement utile à l'exercice de la tutelle administrative ou à l'établissement de statistiques au niveau régional ou de les recueillir sur place. Le Gouvernement précise par arrêté de quelle manière les données sollicitées lui sont transmises.]1
Modifications
HOOFDSTUK III. - Algemeen toezicht.
CHAPITRE III. - Tutelle générale.
Art. 9. De Regering kan bij besluit de uitvoering schorsen van de akte waarbij een gemeenteoverheid de wet schendt of het algemeen belang schaadt.
De schorsingstermijn bedraagt ([1 dertig]1) dagen vanaf de ontvangst van de akte. <ORD 2002-04-18/37, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
[1 ...]1
De gemeenteoverheid kan de geschorste akte intrekken of rechtvaardigen.
Op straffe van nietigheid van de geschorste akte, zendt zij de akte waarbij zij de geschorste akte rechtvaardigt naar de Regering binnen een termijn van (veertig) dagen vanaf de ontvangst van het schorsingsbesluit. <ORD 2002-04-18/37, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
De schorsing is opgeheven na verstrijking van een termijn van ([1 dertig]1) dagen vanaf de ontvangst van de akte waarbij de gemeenteoverheid de geschorste akte rechtvaardigt. <ORD 2002-04-18/37, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
[1 De termijn zoals bedoeld in het tweede en vijfde lid, kan eenmalig door de Regering verlengd worden met een termijn van vijftien dagen. De beslissing tot verlenging van de termijn moet eveneens ter kennis worden gebracht van de gemeente voor het verstrijken van de oorspronkelijke termijn.]1
De schorsingstermijn bedraagt ([1 dertig]1) dagen vanaf de ontvangst van de akte. <ORD 2002-04-18/37, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
[1 ...]1
De gemeenteoverheid kan de geschorste akte intrekken of rechtvaardigen.
Op straffe van nietigheid van de geschorste akte, zendt zij de akte waarbij zij de geschorste akte rechtvaardigt naar de Regering binnen een termijn van (veertig) dagen vanaf de ontvangst van het schorsingsbesluit. <ORD 2002-04-18/37, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
De schorsing is opgeheven na verstrijking van een termijn van ([1 dertig]1) dagen vanaf de ontvangst van de akte waarbij de gemeenteoverheid de geschorste akte rechtvaardigt. <ORD 2002-04-18/37, art. 5, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
[1 De termijn zoals bedoeld in het tweede en vijfde lid, kan eenmalig door de Regering verlengd worden met een termijn van vijftien dagen. De beslissing tot verlenging van de termijn moet eveneens ter kennis worden gebracht van de gemeente voor het verstrijken van de oorspronkelijke termijn.]1
Modifications
Art. 9. Le Gouvernement peut suspendre par arrêté l'exécution de l'acte par lequel une autorité communale viole la loi ou blesse l'intérêt général.
Le délai de suspension est de ([1 trente]1) jours à partir de la réception de l'acte. <ORD 2002-04-18/37, art. 5, 005; En vigueur : 18-05-2002>
[1 ...]1
L'autorité communale peut retirer l'acte suspendu ou le justifier.
Sous peine de nullité de l'acte suspendu, elle transmet au Gouvernement l'acte par lequel elle justifie l'acte suspendu, dans un délai de (quarante) jours à dater de la réception de l'arrêté de suspension. <ORD 2002-04-18/37, art. 5, 005; En vigueur : 18-05-2002>
La suspension est levée après l'expiration d'un délai de ([1 trente]1) jours à partir de la réception de l'acte par lequel l'autorité communale justifie l'acte suspendu. <ORD 2002-04-18/37, art. 5, 005; En vigueur : 18-05-2002>
[1 Le délai mentionné au deuxième et au cinquième alinéas peut être prorogé une fois par le Gouvernement pour un délai de quinze jours. La décision de proroger le délai doit également être notifiée à la commune avant l'expiration du délai initial.]1
Le délai de suspension est de ([1 trente]1) jours à partir de la réception de l'acte. <ORD 2002-04-18/37, art. 5, 005; En vigueur : 18-05-2002>
[1 ...]1
L'autorité communale peut retirer l'acte suspendu ou le justifier.
Sous peine de nullité de l'acte suspendu, elle transmet au Gouvernement l'acte par lequel elle justifie l'acte suspendu, dans un délai de (quarante) jours à dater de la réception de l'arrêté de suspension. <ORD 2002-04-18/37, art. 5, 005; En vigueur : 18-05-2002>
La suspension est levée après l'expiration d'un délai de ([1 trente]1) jours à partir de la réception de l'acte par lequel l'autorité communale justifie l'acte suspendu. <ORD 2002-04-18/37, art. 5, 005; En vigueur : 18-05-2002>
[1 Le délai mentionné au deuxième et au cinquième alinéas peut être prorogé une fois par le Gouvernement pour un délai de quinze jours. La décision de proroger le délai doit également être notifiée à la commune avant l'expiration du délai initial.]1
Modifications
Art. 10. De Regering kan bij besluit de akte vernietigen waarbij een gemeenteoverheid de wet schendt of het algemeen belang schaadt.
De vernietigingstermijn bedraagt ([1 dertig]1) dagen vanaf de ontvangst van de akte of, in voorkomend geval, vanaf de ontvangst van de akte waarbij de gemeenteoverheid een geschorste akte rechtvaardigt. <ORD 2002-04-18/37, art. 6, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
[1 ...]1
[1 Deze termijn kan eenmalig door de Regering verlengd worden met een termijn van vijftien dagen. De beslissing tot verlenging van de termijn moet eveneens ter kennis worden gebracht van de gemeente voor het verstrijken van de oorspronkelijke termijn.]1
De vernietigingstermijn bedraagt ([1 dertig]1) dagen vanaf de ontvangst van de akte of, in voorkomend geval, vanaf de ontvangst van de akte waarbij de gemeenteoverheid een geschorste akte rechtvaardigt. <ORD 2002-04-18/37, art. 6, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
[1 ...]1
[1 Deze termijn kan eenmalig door de Regering verlengd worden met een termijn van vijftien dagen. De beslissing tot verlenging van de termijn moet eveneens ter kennis worden gebracht van de gemeente voor het verstrijken van de oorspronkelijke termijn.]1
Modifications
Art. 10. Le Gouvernement peut annuler par arrêté l'acte par lequel une autorité communale viole la loi ou blesse l'intérêt général.
Le délai d'annulation est de ([1 trente]1) jours à partir de la réception de l'acte ou, le cas échéant, de la réception de l'acte par lequel l'autorité communale justifie un acte suspendu. <ORD 2002-04-18/37, art. 6, 005; En vigueur : 18-05-2002>
[1 ...]1
[1 Ce délai peut être prorogé une fois par le Gouvernement pour un délai de quinze jours. La décision de proroger le délai doit également être notifiée à la commune avant l'expiration du délai initial. ]1
Le délai d'annulation est de ([1 trente]1) jours à partir de la réception de l'acte ou, le cas échéant, de la réception de l'acte par lequel l'autorité communale justifie un acte suspendu. <ORD 2002-04-18/37, art. 6, 005; En vigueur : 18-05-2002>
[1 ...]1
[1 Ce délai peut être prorogé une fois par le Gouvernement pour un délai de quinze jours. La décision de proroger le délai doit également être notifiée à la commune avant l'expiration du délai initial. ]1
Modifications
Art. 11. De akten van de gemeenteraad vermeld in de in artikel 7 bedoelde lijst kunnen niet meer worden geschorst of vernietigd indien de Regering deze akten niet opgevraagd heeft bij aangetekende brief met ontvangstmelding, binnen twintig dagen na de ontvangst van de lijst.
De termijn voor de schorsing of de vernietiging van de akte die de Regering binnen de in het eerste lid gestelde termijn opgevraagd heeft, bedraagt (twintig) dagen te rekenen van de ontvangst van de akte. <ORD 2002-04-18/37, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
De termijn voor de schorsing of de vernietiging van de akte die de Regering binnen de in het eerste lid gestelde termijn opgevraagd heeft, bedraagt (twintig) dagen te rekenen van de ontvangst van de akte. <ORD 2002-04-18/37, art. 7, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
Art. 11. Les actes du conseil communal repris sur la liste visée a l'article 7 ne sont plus susceptibles d'être suspendus ou annules si le Gouvernement n'a pas réclamé ces actes, par lettre recommandée avec accusé de réception, dans les vingt jours de la réception de la liste.
Le délai de suspension ou d'annulation de l'acte réclamé par le Gouvernement dans le délai prescrit au premier alinéa est de (vingt) jours à partir de la réception de l'acte. <ORD 2002-04-18/37, art. 11, 005; En vigueur : 18-05-2002>
Le délai de suspension ou d'annulation de l'acte réclamé par le Gouvernement dans le délai prescrit au premier alinéa est de (vingt) jours à partir de la réception de l'acte. <ORD 2002-04-18/37, art. 11, 005; En vigueur : 18-05-2002>
Art. 12. De akten van het college van burgemeester en schepenen houdende gunning van een opdracht voor aanneming van werken, leveringen en diensten, zijn slechts uitvoerbaar vanaf de dag dat zij niet meer vatbaar zijn voor schorsing of venietiging, of, in voorkomend geval, vanaf de dag dat de Regering aan de gemeente ter kennis brengt dat de akte onmiddellijk uitgevoerd mag worden.
Het eerste lid is niet van toepassing op :
1° de akten waarbij opdrachten worden gegund als bedoeld in [1 artikel 26, § 1, 1°, c), van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten]1;
2° de akten waarbij opdrachten worden gegund die met toepassing van artikel 6 niet aan de Regering behoeven te worden toegezonden.
Het eerste lid is niet van toepassing op :
1° de akten waarbij opdrachten worden gegund als bedoeld in [1 artikel 26, § 1, 1°, c), van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten]1;
2° de akten waarbij opdrachten worden gegund die met toepassing van artikel 6 niet aan de Regering behoeven te worden toegezonden.
Modifications
Art. 12. Les actes par lesquels le collège des bourgmestre et échevins attribue les marchés de travaux, de fournitures et de services, ne sont exécutoires qu'à partir du jour où ils ne sont plus susceptibles d'être suspendus ou annulés, ou le cas échéant, à partir du jour où le Gouvernement notifie à la commune que l'acte peut être exécuté immédiatement.
L'alinéa 1er n'est pas applicable :
1° aux actes attribuant les marches visés à l'[1 article 26, § 1er, 1°, c), de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services]1;
2° aux actes attribuant des marchés qui ne doivent pas être transmis au Gouvernement en application de l'article 6.
L'alinéa 1er n'est pas applicable :
1° aux actes attribuant les marches visés à l'[1 article 26, § 1er, 1°, c), de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services]1;
2° aux actes attribuant des marchés qui ne doivent pas être transmis au Gouvernement en application de l'article 6.
Modifications
HOOFDSTUK IV. - Goedkeuringstoezicht.
CHAPITRE IV. - Tutelle d'approbation.
Art. 13. [1 De akten van de gemeenteoverheden met betrekking tot de volgende onderwerpen worden ter goedkeuring aan de Regering voorgelegd :
1° de gemeentebegroting, de begroting van de gemeentebedrijven en hun wijzigingen;
2° de gemeenterekeningen, de rekeningen en de staat van ontvangsten en uitgaven van de gemeentebedrijven en de eindrekening van de plaatselijke ontvanger of van de bijzondere agent bedoeld in artikel 138, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet en van de bedrijfsontvanger.]1
1° de gemeentebegroting, de begroting van de gemeentebedrijven en hun wijzigingen;
2° de gemeenterekeningen, de rekeningen en de staat van ontvangsten en uitgaven van de gemeentebedrijven en de eindrekening van de plaatselijke ontvanger of van de bijzondere agent bedoeld in artikel 138, § 1, van de Nieuwe Gemeentewet en van de bedrijfsontvanger.]1
Modifications
Art. 13. [1 Sont soumis à l'approbation du Gouvernement, les actes des autorités communales portant sur les objets suivants :
1° le budget communal, le budget des régies communales et leurs modifications;
2° les comptes communaux, les comptes et les états des recettes et des dépenses des régies communales et le compte de fin de gestion du receveur local ou de l'agent spécial visé à l'article 138, § 1er, de la Nouvelle loi communale et du trésorier des régies communales.]1
1° le budget communal, le budget des régies communales et leurs modifications;
2° les comptes communaux, les comptes et les états des recettes et des dépenses des régies communales et le compte de fin de gestion du receveur local ou de l'agent spécial visé à l'article 138, § 1er, de la Nouvelle loi communale et du trésorier des régies communales.]1
Modifications
Art. 14. (Van de besluiten vastgesteld krachtens [1 artikel 13, 1°]1, moet binnen veertig dagen na ontvangst van de akte kennis worden gegeven. Die termijn kan eenmaal door de regering verlengd worden met niet meer dan de oorspronkelijke termijn. de beslissing tot verlenging van de termijn moet eveneens ter kennis worden gebracht van de gemeenten voor het verstrijken van de oorspronkelijke termijn.) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
(Van de besluiten vastgesteld krachtens [1 artikel 13, 2°]1, moet binnen tachtig dagen na ontvangst van de akte kennis worden gegeven. Die termijn kan eenmaal door de regering verlengd worden met niet meer dan de oorspronkelijke termijn. De beslissing tot verlenging van de termijn moet eveneens ter kennis worden gebracht van de gemeenten voor het verstrijken van de oorspronkelijke termijn.) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
(lid opgeheven) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
(lid opgeheven) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
[1 ...]1
Als deze termijnen niet nageleefd worden, wordt de akte als goedgekeurd beschouwd.
(Van de besluiten vastgesteld krachtens [1 artikel 13, 2°]1, moet binnen tachtig dagen na ontvangst van de akte kennis worden gegeven. Die termijn kan eenmaal door de regering verlengd worden met niet meer dan de oorspronkelijke termijn. De beslissing tot verlenging van de termijn moet eveneens ter kennis worden gebracht van de gemeenten voor het verstrijken van de oorspronkelijke termijn.) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
(lid opgeheven) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
(lid opgeheven) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
[1 ...]1
Als deze termijnen niet nageleefd worden, wordt de akte als goedgekeurd beschouwd.
Modifications
Art. 14. (Les arrêtés pris en exécution de l'[1 article 13, 1°]1, doivent être notifiés dans un délai de quarante jours suivant la réception de l'acte. Ce délai peut être prorogé une fois par le gouvernement pour un délai ne pouvant pas dépasser le délai initial. La décision de proroger le délai doit également être notifiée à la commune avant l'expiration du délai initial.) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; En vigueur : 18-05-2002>
(Les arrêtés pris en exécution de l'[1 article 13, 2°]1, doivent être notifiés dans un délais de quatre-vingt jours. Ce délai peut être prorogé une fois par le gouvernement pour un délai ne pouvant pas dépasser le délai initial. La décision de proroger le délai doit également être notifié à la commune avant l'expiration du délai initial.) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; En vigueur : 18-05-2002>
(alinéa abrogé) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; En vigueur : 18-05-2002>
(alinéa abrogé) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; En vigueur : 18-05-2002>
[1 ...]1
Si ces délais ne sont pas respectés, lacte est réputé approuvé.
(Les arrêtés pris en exécution de l'[1 article 13, 2°]1, doivent être notifiés dans un délais de quatre-vingt jours. Ce délai peut être prorogé une fois par le gouvernement pour un délai ne pouvant pas dépasser le délai initial. La décision de proroger le délai doit également être notifié à la commune avant l'expiration du délai initial.) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; En vigueur : 18-05-2002>
(alinéa abrogé) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; En vigueur : 18-05-2002>
(alinéa abrogé) <ORD 2002-04-18/37, art. 8, 005; En vigueur : 18-05-2002>
[1 ...]1
Si ces délais ne sont pas respectés, lacte est réputé approuvé.
Modifications
HOOFDSTUK V. - Hervorming en maatregelen van ambtswege.
CHAPITRE V. - Réformation et mesures d'office.
Art. 15. § 1. De Regering stelt de begrotingen en de begrotingswijzigingen van de gemeenten en van de gemeentebedrijven definitief vast.
Indien de gemeenteraad weigert de verplichte uitgaven die krachtens de wet ten laste van de gemeente komen, geheel of gedeeltelijk op de begroting te brengen, kan de Regering het vereiste bedrag ambtshalve in de begroting inschrijven.
In alle gevallen waarin de gemeenteraad artikel 259 van de nieuwe gemeentewet niet naleeft, kan de Regering van ambtswege een in die bepaling bedoelde ontvangst op de begroting inschrijven, mits zij de ontvangst specifieert.
Indien de gemeenteraad geen sluitende begroting zoals voorgeschreven in artikel 252 van de nieuwe gemeentewet voorlegt, kan de Regering, na het college van burgemeester en schepenen te hebben gehoord, elke maatregel nemen die nodig is om het begrotingsevenwicht te herstellen. De gemeenteraad kan de aldus door de Regering vastgestelde begroting aannemen, of een nieuwe gewijzigde begroting aannemen binnen een termijn van (zestig) dagen na de datum van ontvangst van de door de Regering vastgestelde begroting. <ORD 2002-04-18/37, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
Indien dat niet gebeurt, wordt de door de Regering vastgestelde begroting definitief.
§ 2. De Regering stelt de begrotingsrekeningen van de gemeenten en de staten van ontvangsten en uitgaven van de gemeentebedrijven definitief vast, na indien nodig de uitgaven te hebben verworpen die vastgelegd zijn in strijd met de bepalingen van artikel 247, eerste lid, van de nieuwe gemeentewet of die betaald zijn op basis van onregelmatige bevelschriften, alsook de onrechtmatig geïnde ontvangsten.
§ 3. De Regering stelt de resultatenrekeningen en de balansen van de gemeenten en van de gemeentebedrijven definitief vast, na indien nodig, de uitgaven die betaald zijn op basis van onregelmatige bevelschriften te hebben verworpen. Zij verbetert de geschriften om ze in overeenstemming te brengen met de financiële en de boekhoudkundige voorschriften vastgesteld krachtens artikel 239 van de nieuwe gemeentewet.
§ 4. De Regering stelt de eindrekening van de plaatselijke ontvangers, van de bijzondere agenten bedoeld in artikel 138, § 1, van de nieuwe gemeentewet en van de bedrijfsontvangers, definitief vast en verleent definitief kwijting of stelt definitief een tekort vast.
§ 5. Onverminderd de bepalingen van artikel 239 van de nieuwe gemeentewet schrijft de Regering de vorm voor en bepaalt zij de bijlagen die vereist zijn voor de definitieve vaststelling van de in dit artikel bedoelde documenten.
Indien de gemeenteraad weigert de verplichte uitgaven die krachtens de wet ten laste van de gemeente komen, geheel of gedeeltelijk op de begroting te brengen, kan de Regering het vereiste bedrag ambtshalve in de begroting inschrijven.
In alle gevallen waarin de gemeenteraad artikel 259 van de nieuwe gemeentewet niet naleeft, kan de Regering van ambtswege een in die bepaling bedoelde ontvangst op de begroting inschrijven, mits zij de ontvangst specifieert.
Indien de gemeenteraad geen sluitende begroting zoals voorgeschreven in artikel 252 van de nieuwe gemeentewet voorlegt, kan de Regering, na het college van burgemeester en schepenen te hebben gehoord, elke maatregel nemen die nodig is om het begrotingsevenwicht te herstellen. De gemeenteraad kan de aldus door de Regering vastgestelde begroting aannemen, of een nieuwe gewijzigde begroting aannemen binnen een termijn van (zestig) dagen na de datum van ontvangst van de door de Regering vastgestelde begroting. <ORD 2002-04-18/37, art. 9, 005; Inwerkingtreding : 18-05-2002>
Indien dat niet gebeurt, wordt de door de Regering vastgestelde begroting definitief.
§ 2. De Regering stelt de begrotingsrekeningen van de gemeenten en de staten van ontvangsten en uitgaven van de gemeentebedrijven definitief vast, na indien nodig de uitgaven te hebben verworpen die vastgelegd zijn in strijd met de bepalingen van artikel 247, eerste lid, van de nieuwe gemeentewet of die betaald zijn op basis van onregelmatige bevelschriften, alsook de onrechtmatig geïnde ontvangsten.
§ 3. De Regering stelt de resultatenrekeningen en de balansen van de gemeenten en van de gemeentebedrijven definitief vast, na indien nodig, de uitgaven die betaald zijn op basis van onregelmatige bevelschriften te hebben verworpen. Zij verbetert de geschriften om ze in overeenstemming te brengen met de financiële en de boekhoudkundige voorschriften vastgesteld krachtens artikel 239 van de nieuwe gemeentewet.
§ 4. De Regering stelt de eindrekening van de plaatselijke ontvangers, van de bijzondere agenten bedoeld in artikel 138, § 1, van de nieuwe gemeentewet en van de bedrijfsontvangers, definitief vast en verleent definitief kwijting of stelt definitief een tekort vast.
§ 5. Onverminderd de bepalingen van artikel 239 van de nieuwe gemeentewet schrijft de Regering de vorm voor en bepaalt zij de bijlagen die vereist zijn voor de definitieve vaststelling van de in dit artikel bedoelde documenten.
Art. 15. § 1er. Le Gouvernement arrête définitivement les budgets et les modifications budgétaires des communes et des régies communales.
Dans tous les cas où le conseil communal refuse de porter au budget, en tout ou en partie, des dépenses obligatoires que la loi met à charge de la commune, le Gouvernement peut inscrire d'office le montant nécessaire dans le budget.
Dans tous les cas où le conseil communal est en défaut de satisfaire à l'article 259 de la nouvelle loi communale, le Gouvernement peut inscrire d'office dans le budget, en la spécifiant, une recette visée par cette disposition.
Si le conseil communal est en défaut de présenter un budget en équilibre comme prévu à l'article 252 de la nouvelle loi communale, le Gouvernement peut, après avoir entendu le collège des bourgmestre et échevins, prendre toute mesure nécessaire pour rétablir l'équilibre budgétaire. Le conseil communal peut soit adopter le budget ainsi arrêté par le Gouvernement, soit adopter un nouveau budget modifié dans un délai de (soixante) jours à dater de la réception du budget arrêté par le Gouvernement. <ORD 2002-04-18/37, art. 9, 005; En vigueur : 18-05-2002>
A défaut, le budget arrêté par le Gouvernement devient définitif.
§ 2. Le Gouvernement arrête définitivement les comptes budgétaires des communes et les états des recettes et des dépenses des régies communales après avoir, s'il échet, rejeté les dépenses engagées contrairement a l'article 247, alinéa 1er, de la nouvelle loi communale ou acquittées sur mandats irréguliers, ainsi que les recettes percues indûment.
§ 3. Le Gouvernement arrête définitivement les comptes de résultat et les bilans des communes et des régies communales après avoir, s'il échet, rejeté les dépenses mandatées irrégulièrement. Il rectifie les écritures pour les mettre en conformité avec les règles financières et comptables prescrites en application de l'article 239 de la nouvelle loi communale.
§ 4. Le Gouvernement arrête définitivement les comptes de fin de gestion des receveurs locaux, des agents spéciaux visés à l'article 138, § 1er, de la nouvelle loi communale et des trésoriers des régies et les déclare définitivement quittes ou fixe définitivement le débet.
§ 5. Sans préjudice des dispositions de l'article 239 de la nouvelle loi communale, le Gouvernement prescrit la forme et requiert les annexes nécessaires à l'arrêt définitif des documents visés au présent article.
Dans tous les cas où le conseil communal refuse de porter au budget, en tout ou en partie, des dépenses obligatoires que la loi met à charge de la commune, le Gouvernement peut inscrire d'office le montant nécessaire dans le budget.
Dans tous les cas où le conseil communal est en défaut de satisfaire à l'article 259 de la nouvelle loi communale, le Gouvernement peut inscrire d'office dans le budget, en la spécifiant, une recette visée par cette disposition.
Si le conseil communal est en défaut de présenter un budget en équilibre comme prévu à l'article 252 de la nouvelle loi communale, le Gouvernement peut, après avoir entendu le collège des bourgmestre et échevins, prendre toute mesure nécessaire pour rétablir l'équilibre budgétaire. Le conseil communal peut soit adopter le budget ainsi arrêté par le Gouvernement, soit adopter un nouveau budget modifié dans un délai de (soixante) jours à dater de la réception du budget arrêté par le Gouvernement. <ORD 2002-04-18/37, art. 9, 005; En vigueur : 18-05-2002>
A défaut, le budget arrêté par le Gouvernement devient définitif.
§ 2. Le Gouvernement arrête définitivement les comptes budgétaires des communes et les états des recettes et des dépenses des régies communales après avoir, s'il échet, rejeté les dépenses engagées contrairement a l'article 247, alinéa 1er, de la nouvelle loi communale ou acquittées sur mandats irréguliers, ainsi que les recettes percues indûment.
§ 3. Le Gouvernement arrête définitivement les comptes de résultat et les bilans des communes et des régies communales après avoir, s'il échet, rejeté les dépenses mandatées irrégulièrement. Il rectifie les écritures pour les mettre en conformité avec les règles financières et comptables prescrites en application de l'article 239 de la nouvelle loi communale.
§ 4. Le Gouvernement arrête définitivement les comptes de fin de gestion des receveurs locaux, des agents spéciaux visés à l'article 138, § 1er, de la nouvelle loi communale et des trésoriers des régies et les déclare définitivement quittes ou fixe définitivement le débet.
§ 5. Sans préjudice des dispositions de l'article 239 de la nouvelle loi communale, le Gouvernement prescrit la forme et requiert les annexes nécessaires à l'arrêt définitif des documents visés au présent article.
Art. 16. Indien tussen twee of meer gemeenten onenigheid bestaat over de onderlinge verdeling van een verplichte uitgave waarbij ze alle betrokken zijn, beslist de Regering over de verhouding van het belang dat ze erbij hebben en verdeelt ze volgens dezelfde verhouding de lasten die eruit voortvloeien.
De Regering hoort voorafgaandelijk de betrokken colleges van burgemeester en schepenen.
De Regering hoort voorafgaandelijk de betrokken colleges van burgemeester en schepenen.
Art. 16. Lorsqu'il y a désaccord entre deux ou plusieurs communes sur la répartition entre elles d'une dépense obligatoire qui les intéresse toutes, le Gouvernement statue sur la proportion d'intérêts ont chacune en la cause et repartit suivant la même proportion les charges qui en découlent.
Le Gouvernement entend préalablement les collèges des bourgmestre et échevins concernés.
Le Gouvernement entend préalablement les collèges des bourgmestre et échevins concernés.
Art. 17. De Regering kan, bij weigering van of vertraging in het betaalbaar stellen van het bedrag der uitgaven die de wet aan de gemeente oplegt, de onmiddellijke betaling ervan bevelen, na het college van burgemeester en schepenen te hebben gehoord.
Die beslissing geldt als een regelmatig en door de ontvanger ambtshalve uit te voeren bevelschrift.
Die beslissing geldt als een regelmatig en door de ontvanger ambtshalve uit te voeren bevelschrift.
Art. 17. En cas de refus ou de retard d'ordonnancer le montant des dépenses que la loi met à charge des communes, le Gouvernement peut en ordonner le paiement immédiat, après avoir entendu le collège des bourgmestre et échevins.
Cette décision tient lieu de mandat régulier que le receveur doit exécuter d'office.
Cette décision tient lieu de mandat régulier que le receveur doit exécuter d'office.
HOOFDSTUK VI. - Bijzondere commissaris.
CHAPITRE VI. - Commissaire spécial.
Art. 18. De Regering kan, na twee opeenvolgende waarschuwingen verstuurd per aangetekende brief met ontvangstmelding of per bode tegen afgifte van een recu, een of meer commissarissen gelasten zich ter plaatse te begeven, teneinde de gevraagde inlichtingen of opmerkingen in te zamelen of een op de gemeenteoverheid rustende verplichting na te komen.
Art. 18. Après deux avertissements consécutifs et transmis par lettre recommandée avec accusé de réception ou remis par porteur contre récépissé, le Gouvernement peut charger un ou plusieurs commissaires de se rendre sur place aux fins de recueillir les informations ou les observations demandées ou d'exécuter une obligation qui s'impose a l'autorité communale.
HOOFDSTUK VII. - Opheffings- en overgangsbepalingen.
CHAPITRE VII. - Dispositions abrogatoires et transitoires.
Art. 19. Opgeheven worden, inzoverre zij bepalingen bevatten omtrent het toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest :
1° de bepalingen van de gemeentewet van 30 maart 1836 die een administratief toezicht op de gemeenten organiseren;
2° artikel 7 van de wet van 21 december 1927 betreffende de beroepsklerken, technische bedienden, politieagenten en in 't algemeen al de aangestelden der gemeenten en de daarvan afhangende besturen;
3° de artikelen 5, tweede lid, 13, 32 en 33 van het besluit van de Regent van 18 juni 1946 betreffende het financieel beheer van de gemeentebedrijven;
4° artikel 6 van de besluitwet van 23 december 1946 tot instelling van een betrekking van adjunct-secretaris in de gemeenten met meer dan 125 000 inwoners;
5° artikel 71, § 1, derde lid, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, vervangen bij de wet van 27 juli 1961;
6° artikel 56 van de wet van 26 juli 1971 houdende organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten, gewijzigd bij de wet van 14 juli 1976;
7° artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 110 van 13 december 1982 waarbij het begrotingsevenwicht wordt opgelegd aan de provincies, aan de gemeenten en aan de agglomeraties en federaties van gemeenten;
8° het koninklijk besluit van 30 juli 1985 tot regeling van het administratief toezicht op de Brusselse agglomeratie en de gemeenten die tot het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 januari 1989.
1° de bepalingen van de gemeentewet van 30 maart 1836 die een administratief toezicht op de gemeenten organiseren;
2° artikel 7 van de wet van 21 december 1927 betreffende de beroepsklerken, technische bedienden, politieagenten en in 't algemeen al de aangestelden der gemeenten en de daarvan afhangende besturen;
3° de artikelen 5, tweede lid, 13, 32 en 33 van het besluit van de Regent van 18 juni 1946 betreffende het financieel beheer van de gemeentebedrijven;
4° artikel 6 van de besluitwet van 23 december 1946 tot instelling van een betrekking van adjunct-secretaris in de gemeenten met meer dan 125 000 inwoners;
5° artikel 71, § 1, derde lid, van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, vervangen bij de wet van 27 juli 1961;
6° artikel 56 van de wet van 26 juli 1971 houdende organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten, gewijzigd bij de wet van 14 juli 1976;
7° artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 110 van 13 december 1982 waarbij het begrotingsevenwicht wordt opgelegd aan de provincies, aan de gemeenten en aan de agglomeraties en federaties van gemeenten;
8° het koninklijk besluit van 30 juli 1985 tot regeling van het administratief toezicht op de Brusselse agglomeratie en de gemeenten die tot het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behoren, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 januari 1989.
Art. 19. Sont abrogés, en tant qu'ils contiennent des dispositions relatives â la tutelle sur les communes de la Région de Bruxelles-Capitale :
1° les dispositions de la loi communale du 30 mars 1836 qui organisent une tutelle administrative sur les communes;
2° l'article 7 de la loi du 21 décembre 1927 relative aux commis de carrière, employés techniciens, agents de police et généralement â tous les préposés des communes et des administrations subordonnées;
3° les articles 5, alinéa 2, 13, 32 et 33 de l'arrêté du Régent du 18 juin 1946 relatif â la gestion financière des régies communales;
4° l'article 6 de l'arrêté-loi du 23 décembre 1946 portant création d'une place de secrétaire adjoint dans les communes de plus de 125 000 habitants;
5° l'article 71, § 1er, troisième alinéa, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier, remplacé par la loi du 27 juillet 1961;
6° l'article 56 de la loi du 26 juillet 1971 organisant les agglomérations et les fédérations des communes modifié par la loi du 14 juillet 1976;
7° l'article 3 de l'arrêté royal n° 110 du 13 décembre 1982 imposant l'équilibre budgétaire aux provinces. aux communes et aux agglomérations et fédérations de communes;
8° l'arrêté royal du 30 juillet 1985 réglant la tutelle administrative sur l'agglomération bruxelloise et les communes qui composent la Région de Bruxelles-Capitale, modifié par l'arrêté royal du 19 janvier 1989.
1° les dispositions de la loi communale du 30 mars 1836 qui organisent une tutelle administrative sur les communes;
2° l'article 7 de la loi du 21 décembre 1927 relative aux commis de carrière, employés techniciens, agents de police et généralement â tous les préposés des communes et des administrations subordonnées;
3° les articles 5, alinéa 2, 13, 32 et 33 de l'arrêté du Régent du 18 juin 1946 relatif â la gestion financière des régies communales;
4° l'article 6 de l'arrêté-loi du 23 décembre 1946 portant création d'une place de secrétaire adjoint dans les communes de plus de 125 000 habitants;
5° l'article 71, § 1er, troisième alinéa, de la loi du 14 février 1961 d'expansion économique, de progrès social et de redressement financier, remplacé par la loi du 27 juillet 1961;
6° l'article 56 de la loi du 26 juillet 1971 organisant les agglomérations et les fédérations des communes modifié par la loi du 14 juillet 1976;
7° l'article 3 de l'arrêté royal n° 110 du 13 décembre 1982 imposant l'équilibre budgétaire aux provinces. aux communes et aux agglomérations et fédérations de communes;
8° l'arrêté royal du 30 juillet 1985 réglant la tutelle administrative sur l'agglomération bruxelloise et les communes qui composent la Région de Bruxelles-Capitale, modifié par l'arrêté royal du 19 janvier 1989.
Art. 20. Deze ordonnantie is niet van toepassing op de akten van de gemeenteoverheden gesteld voor de inwerkingtreding van de ordonnantie. Ze is evenmin van toepassing op het toezicht op die akten.
Art. 20. La présente ordonnance ne s'applique pas aux actes des autorités communales pris avant son entrée en vigueur. Elle ne s'applique pas non plus au contrôle de tutelle relatif à ces actes.
Art. 21. Deze ordonnantie treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op die gedurende welke zij in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art. 21. La présente ordonnance entre en vigueur le premier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel elle aura été publiée au Moniteur belge.