Artikel 1. Artikel 6bis, § 3, van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming, ingevoegd door het koninklijk besluit van 14 april 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 3. Voor het bepalen van het recht op de integratietegemoetkoming, worden de bedragen beoogd in §§ 1 en 2 in aanmerking genomen die van kracht zijn op de datum van de uitwerking van de aanvraag tot tegemoetkoming of op de eerste dag van de maand die volgt op de ambtshalve herziening.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
15 JANUARI 1999. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de inkomensvervangende tegemoetkoming en de integratietegemoetkoming.
Titre
15 JANVIER 1999. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 6 juillet 1987 relatif à l'allocation de remplacement de revenus et à l'allocation d'intégration.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (22)
Texte (22)
Article 1. L'article 6bis, § 3, de l'arrêté royal du 6 juillet 1987 relatif à l'allocation de remplacement de revenus et à l'allocation d'intégration, inséré par l'arrêté royal du 14 avril 1993, est remplacé par la disposition suivante :
"§ 3. Pour la détermination du droit à l'allocation d'intégration, sont pris en considération les montants visés aux §§ 1er et 2 qui sont en vigueur à la date de prise d'effet de la demande d'allocation ou au premier jour du mois qui suit la révision d'office.".
"§ 3. Pour la détermination du droit à l'allocation d'intégration, sont pris en considération les montants visés aux §§ 1er et 2 qui sont en vigueur à la date de prise d'effet de la demande d'allocation ou au premier jour du mois qui suit la révision d'office.".
Art. 2. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 april 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, tweede lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"De in aanmerking te nemen gegevens inzake inkomen zijn deze welke betrekking hebben op het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de uitwerkingsdatum van de aanvraag om tegemoetkoming of aan de maand die volgt op de ambtshalve herziening";
2° in § 1, vierde lid, worden de woorden "de aanvulling op het loon en de uitkeringen" vervangen door de woorden "de uitkeringen en het aanvullend loon";
3° § 3, derde lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Is de aanvrager, zijn echtgenoot of de persoon met wie hij een huishouden vormt, eigenaar, bezitter, vruchtgebruiker of gerechtigde op erfpacht of opstal van een woonhuis, bewoond door hemzelf, door zijn echtgenoot of door de persoon met wie hij een huishouden vormt, dan wordt het kadastraal inkomen hiervan slechts in rekening genomen in de mate dat het 120 000 F te boven gaat. Dit bedrag wordt verhoogd met 10 000 F voor de echtgenoot, of voor de persoon met wie hij een huishouden vormt, en voor elk ander persoon te zijnen laste overeenkomstig het Wetboek van de inkomstenbelasting op 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarvan de inkomsten in aanmerking genomen worden.".
1° § 1, tweede lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"De in aanmerking te nemen gegevens inzake inkomen zijn deze welke betrekking hebben op het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de uitwerkingsdatum van de aanvraag om tegemoetkoming of aan de maand die volgt op de ambtshalve herziening";
2° in § 1, vierde lid, worden de woorden "de aanvulling op het loon en de uitkeringen" vervangen door de woorden "de uitkeringen en het aanvullend loon";
3° § 3, derde lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Is de aanvrager, zijn echtgenoot of de persoon met wie hij een huishouden vormt, eigenaar, bezitter, vruchtgebruiker of gerechtigde op erfpacht of opstal van een woonhuis, bewoond door hemzelf, door zijn echtgenoot of door de persoon met wie hij een huishouden vormt, dan wordt het kadastraal inkomen hiervan slechts in rekening genomen in de mate dat het 120 000 F te boven gaat. Dit bedrag wordt verhoogd met 10 000 F voor de echtgenoot, of voor de persoon met wie hij een huishouden vormt, en voor elk ander persoon te zijnen laste overeenkomstig het Wetboek van de inkomstenbelasting op 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarvan de inkomsten in aanmerking genomen worden.".
Art. 2. A l'article 8 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 14 avril 1993, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er, alinéa 2, est remplacé par la disposition suivante :
"Les données à prendre en considération en matière de revenus sont celles relatives à la deuxième année civile précédant la date d'effet de la demande d'allocation ou le mois qui suit la révision d'office.";
2° dans le § 1er, alinéa 4, les mots "compléments de rémunérations et d'allocations" sont remplacés par les mots "allocations et compléments de rémunération";
3° le § 3, alinéa 3, est remplacé par la disposition suivante :
"Si le demandeur, son conjoint ou la personne avec laquelle il est établi en ménage est propriétaire, possesseur, usufruitier, emphytéote ou superficiaire d'une maison d'habitation occupée par lui-même, par son conjoint ou par la personne avec laquelle il est établi en ménage, le revenu cadastral de celle-ci n'entre en compte que dans la mesure où il excède 120 000 F. Ce montant est majoré de 10 000 F pour le conjoint ou pour la personne avec laquelle il est établi en ménage et pour chacune des autres personnes à charge du contribuable conformément au Code des impôts sur les revenus, au 1er janvier de l'année qui suit celle dont les revenus sont pris en considération.".
1° le § 1er, alinéa 2, est remplacé par la disposition suivante :
"Les données à prendre en considération en matière de revenus sont celles relatives à la deuxième année civile précédant la date d'effet de la demande d'allocation ou le mois qui suit la révision d'office.";
2° dans le § 1er, alinéa 4, les mots "compléments de rémunérations et d'allocations" sont remplacés par les mots "allocations et compléments de rémunération";
3° le § 3, alinéa 3, est remplacé par la disposition suivante :
"Si le demandeur, son conjoint ou la personne avec laquelle il est établi en ménage est propriétaire, possesseur, usufruitier, emphytéote ou superficiaire d'une maison d'habitation occupée par lui-même, par son conjoint ou par la personne avec laquelle il est établi en ménage, le revenu cadastral de celle-ci n'entre en compte que dans la mesure où il excède 120 000 F. Ce montant est majoré de 10 000 F pour le conjoint ou pour la personne avec laquelle il est établi en ménage et pour chacune des autres personnes à charge du contribuable conformément au Code des impôts sur les revenus, au 1er janvier de l'année qui suit celle dont les revenus sont pris en considération.".
Art. 3. Artikel 9, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 april 1993, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"§ 1. Wanneer de inkomsten van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar in de loop waarvan de aanvraag uitwerking heeft ten minste met 20 pct. verlaagd of verhoogd zijn ten opzichte van de inkomsten van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar in de loop waarvan de aanvraag haar uitwerking heeft, wordt rekening gehouden met de inkomsten van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar in de loop waarvan de aanvraag haar uitwerking heeft.
Wanneer, in geval van herziening van ambtswege, de inkomsten van het kalenderjaar dat voorafgaat aan de maand die volgt op de datum van de herziening van ambtswege, ten minste met 20 pct. verlaagd of verhoogd zijn ten opzichte van de inkomsten van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de maand die volgt op de datum van de herziening van ambtswege, wordt rekening gehouden met de inkomsten van het kalenderjaar voorafgaand aan de maand die volgt op de datum van de herziening van ambtswege.".
"§ 1. Wanneer de inkomsten van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het jaar in de loop waarvan de aanvraag uitwerking heeft ten minste met 20 pct. verlaagd of verhoogd zijn ten opzichte van de inkomsten van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het jaar in de loop waarvan de aanvraag haar uitwerking heeft, wordt rekening gehouden met de inkomsten van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar in de loop waarvan de aanvraag haar uitwerking heeft.
Wanneer, in geval van herziening van ambtswege, de inkomsten van het kalenderjaar dat voorafgaat aan de maand die volgt op de datum van de herziening van ambtswege, ten minste met 20 pct. verlaagd of verhoogd zijn ten opzichte van de inkomsten van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan de maand die volgt op de datum van de herziening van ambtswege, wordt rekening gehouden met de inkomsten van het kalenderjaar voorafgaand aan de maand die volgt op de datum van de herziening van ambtswege.".
Art. 3. L'article 9, § 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 14 avril 1993, est remplacé par la disposition suivante :
"§ 1er. Lorsque les revenus de l'année civile qui précède l'année au cours de laquelle la demande produit ses effets ont diminué ou augmenté de 20 pct au moins par rapport aux revenus de la deuxième année civile précédant l'année au cours de laquelle la demande produit ses effets, il est tenu compte des revenus de l'année civile qui précède l'année au cours de laquelle la demande produit ses effets.
En cas de révision d'office, lorsque les revenus de l'année civile précédant le mois qui suit la révision d'office ont diminué ou augmenté de 20 pour cent au moins par rapport aux revenus de la deuxième année civile précédant le mois qui suit la révision d'office, il est tenu compte des revenus de l'année civile précédant le mois qui suit la révision d'office.".
"§ 1er. Lorsque les revenus de l'année civile qui précède l'année au cours de laquelle la demande produit ses effets ont diminué ou augmenté de 20 pct au moins par rapport aux revenus de la deuxième année civile précédant l'année au cours de laquelle la demande produit ses effets, il est tenu compte des revenus de l'année civile qui précède l'année au cours de laquelle la demande produit ses effets.
En cas de révision d'office, lorsque les revenus de l'année civile précédant le mois qui suit la révision d'office ont diminué ou augmenté de 20 pour cent au moins par rapport aux revenus de la deuxième année civile précédant le mois qui suit la révision d'office, il est tenu compte des revenus de l'année civile précédant le mois qui suit la révision d'office.".
Art. 4. In artikel 12, vijfde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 8 januari 1992, worden de woorden "waarop hij ontvoogd wordt door het huwelijk" vervangen door de woorden "waarop hij huwt".
Art. 4. Dans l'article 12, alinéa 5, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 8 janvier 1992, les mots "où il est émancipé par le mariage" sont remplacés par les mots "où il se marie".
Art. 5. In artikel 15, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "het Ministerie van Sociale Voorzorg" vervangen door de woorden "het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu".
Art. 5. Dans l'article 15, alinéa 1er, du même arrêté, les mots "le Ministère de la Prévoyance sociale" sont remplacés par les mots "le Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement".
Art. 6. In artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 april 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "van het Ministerie van Sociale Voorzorg of van de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering" vervangen door de woorden "van de Bestuursdirectie van de uitkeringen aan gehandicapten van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu";
2° in het tweede lid worden de woorden "van het Ministerie van Sociale Voorzorg is belast met het toezicht op de activiteiten van de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en" vervangen door de woorden "van de Bestuursdirectie van de uitkeringen aan gehandicapten van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu is belast met het toezicht";
3° in het derde lid worden de woorden "aan de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering evenals" geschrapt.
1° in het eerste lid worden de woorden "van het Ministerie van Sociale Voorzorg of van de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering" vervangen door de woorden "van de Bestuursdirectie van de uitkeringen aan gehandicapten van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu";
2° in het tweede lid worden de woorden "van het Ministerie van Sociale Voorzorg is belast met het toezicht op de activiteiten van de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en" vervangen door de woorden "van de Bestuursdirectie van de uitkeringen aan gehandicapten van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu is belast met het toezicht";
3° in het derde lid worden de woorden "aan de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering evenals" geschrapt.
Art. 6. A l'article 16 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 14 avril 1993, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er les mots "du Ministère de la Prévoyance sociale ou du Service du contrôle médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité" sont remplacés par les mots "de la Direction d'administration des prestations aux handicapés du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement";
2° à l'alinéa 2 les mots "du Ministère de la Prévoyance sociale est chargé de la surveillance des activités du Service du contrôle médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité et" sont remplacés par les mots "de la Direction d'administration des prestations aux handicapés du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement est chargé de la surveillance";
3° à l'alinéa 3 les mots "au Service du contrôle médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité ainsi qu'" sont supprimés.
1° à l'alinéa 1er les mots "du Ministère de la Prévoyance sociale ou du Service du contrôle médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité" sont remplacés par les mots "de la Direction d'administration des prestations aux handicapés du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement";
2° à l'alinéa 2 les mots "du Ministère de la Prévoyance sociale est chargé de la surveillance des activités du Service du contrôle médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité et" sont remplacés par les mots "de la Direction d'administration des prestations aux handicapés du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement est chargé de la surveillance";
3° à l'alinéa 3 les mots "au Service du contrôle médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité ainsi qu'" sont supprimés.
Art. 7. In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 april 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "van het Ministerie van Sociale Voorzorg" vervangen door de woorden "van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu";
2° in het derde lid worden de woorden "van het Ministerie van Sociale Voorzorg, de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering" vervangen door de woorden "van de Bestuursdirectie van de uitkeringen aan gehandicapten van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu".
1° in het eerste lid worden de woorden "van het Ministerie van Sociale Voorzorg" vervangen door de woorden "van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu";
2° in het derde lid worden de woorden "van het Ministerie van Sociale Voorzorg, de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering" vervangen door de woorden "van de Bestuursdirectie van de uitkeringen aan gehandicapten van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu".
Art. 7. A l'article 17 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 14 avril 1993, sont apportées les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er les mots "du Ministère de la Prévoyance sociale" sont remplacés par les mots "du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement";
2° à l'alinéa 3 les mots "du Ministère de la Prévoyance sociale, le Service du contrôle médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité" sont remplacés par les mots "de la Direction d'administration des prestations aux handicapés du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement".
1° à l'alinéa 1er les mots "du Ministère de la Prévoyance sociale" sont remplacés par les mots "du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement";
2° à l'alinéa 3 les mots "du Ministère de la Prévoyance sociale, le Service du contrôle médical de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité" sont remplacés par les mots "de la Direction d'administration des prestations aux handicapés du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement".
Art. 8. Artikel 19 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met het volgende lid :
"Het recht op de tegemoetkoming gaat evenwel in op de eerste dag van de maand die volgt op die in de loop waarvan de aanvrager de leeftijd van 21 jaar bereikt, voor zover hij tot deze leeftijd heeft genoten van de bijkomende gezinsbijslag voor gehandicapte kinderen, dat hij aan de voorwaarden bepaald bij de wet voldoet, en dat de aanvraag ingediend wordt ten laatste zes maanden na de datum op dewelke de aanvrager de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.".
"Het recht op de tegemoetkoming gaat evenwel in op de eerste dag van de maand die volgt op die in de loop waarvan de aanvrager de leeftijd van 21 jaar bereikt, voor zover hij tot deze leeftijd heeft genoten van de bijkomende gezinsbijslag voor gehandicapte kinderen, dat hij aan de voorwaarden bepaald bij de wet voldoet, en dat de aanvraag ingediend wordt ten laatste zes maanden na de datum op dewelke de aanvrager de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.".
Art. 8. L'article 19 du même arrêté est complété par l'alinéa suivant :
"Toutefois, le droit à l'allocation prend cours le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le demandeur atteint l'âge de 21 ans, pour autant qu'il ait bénéficié jusqu'à cet âge du supplément d'allocations familiales pour enfants handicapés, qu'il remplisse les conditions prévues par la loi, et que la demande soit introduite au plus tard six mois après la date à laquelle le demandeur a atteint l'âge de 21 ans.".
"Toutefois, le droit à l'allocation prend cours le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le demandeur atteint l'âge de 21 ans, pour autant qu'il ait bénéficié jusqu'à cet âge du supplément d'allocations familiales pour enfants handicapés, qu'il remplisse les conditions prévues par la loi, et que la demande soit introduite au plus tard six mois après la date à laquelle le demandeur a atteint l'âge de 21 ans.".
Art. 9. Artikel 21 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 april 1993 en van 26 september 1995, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 21. Er wordt ambtshalve overgegaan tot een herziening van het recht op de tegemoetkoming :
1° wanneer de gerechtigde niet meer beantwoordt aan de in artikel 4 van de wet bedoelde voorwaarden van nationaliteit en/of verblijf;
2° wanneer de gerechtigde zich in één van de volgende situaties bevindt :
- wijziging van burgerlijke staat;
- het vormen van een huishouden;
- feitelijke scheiding of einde van de samenwoning van minstens één jaar, in de zin van artikel 10;
- einde van de feitelijke scheiding;
- het feit dat ten minste één kind al of niet meer ten laste is;
- het overlijden van de persoon met wie de gerechtigde een huishouden vormt;
- verandering van categorie, van alleenstaande naar samenwonende, of omgekeerd;
3° wanneer de gerechtigde de voorwaarden vervult opdat de betaling van de tegemoetkomingen geheel of gedeeltelijk al of niet meer wordt opgeschort in de zin van artikel 12 van de wet;
4° wanneer de inkomsten bedoeld in artikel 7 van de wet met ten minste 20 pct. zijn verhoogd ten opzichte van de inkomsten van het voorafgaandelijk kalenderjaar.
Er wordt evenwel niet tot een ambtshalve herziening van het recht op de tegemoetkoming overgegaan als deze verhoging het gevolg is van de tewerkstelling van de gerechtigde voor een periode van 6 maanden of minder;
5° op 31 december van het jaar in de loop waarvan de uitkeringen bedoeld in artikel 13, § 1, eerste lid, 1°, van de wet worden vervangen door een inkomen voortkomend uit werkelijk door de gehandicapte gepresteerde arbeid voor zover deze vervanging een periode van tenminste zes maanden duurt;
6° wanneer de in artikel 13,§ 1, eerste lid, van de wet bedoelde uitkeringen met ten minste 20 pct. verhoogd zijn ten opzichte van de uitkeringen op de eerste dag van de maand die voorafgaat;
7° wanneer het inkomen voortkomend uit werkelijk door de gehandicapte gepresteerde arbeid wordt vervangen door uitkeringen bedoeld in artikel 13, § 1, eerste lid, 1°, van de wet voor zover deze vervanging een periode van tenminste zes maanden duurt;
8° op de datum bepaald door een vorige beslissing wanneer die werd getroffen op grond van voorlopige of evoluerende elementen;
9° vijf jaar na de eerste ingangsdatum van de laatste beslissing waarbij een tegemoetkoming werd toegekend. Deze herziening heeft nochtans geen betrekking op de beoordeling van het verdienvermogen of van de graad van zelfredzaamheid;
10° wanneer de gerechtigde niet meer voldoet aan de voorwaarden van verdienvermogen en/of van de graad van zelfredzaamheid.".
"Art. 21. Er wordt ambtshalve overgegaan tot een herziening van het recht op de tegemoetkoming :
1° wanneer de gerechtigde niet meer beantwoordt aan de in artikel 4 van de wet bedoelde voorwaarden van nationaliteit en/of verblijf;
2° wanneer de gerechtigde zich in één van de volgende situaties bevindt :
- wijziging van burgerlijke staat;
- het vormen van een huishouden;
- feitelijke scheiding of einde van de samenwoning van minstens één jaar, in de zin van artikel 10;
- einde van de feitelijke scheiding;
- het feit dat ten minste één kind al of niet meer ten laste is;
- het overlijden van de persoon met wie de gerechtigde een huishouden vormt;
- verandering van categorie, van alleenstaande naar samenwonende, of omgekeerd;
3° wanneer de gerechtigde de voorwaarden vervult opdat de betaling van de tegemoetkomingen geheel of gedeeltelijk al of niet meer wordt opgeschort in de zin van artikel 12 van de wet;
4° wanneer de inkomsten bedoeld in artikel 7 van de wet met ten minste 20 pct. zijn verhoogd ten opzichte van de inkomsten van het voorafgaandelijk kalenderjaar.
Er wordt evenwel niet tot een ambtshalve herziening van het recht op de tegemoetkoming overgegaan als deze verhoging het gevolg is van de tewerkstelling van de gerechtigde voor een periode van 6 maanden of minder;
5° op 31 december van het jaar in de loop waarvan de uitkeringen bedoeld in artikel 13, § 1, eerste lid, 1°, van de wet worden vervangen door een inkomen voortkomend uit werkelijk door de gehandicapte gepresteerde arbeid voor zover deze vervanging een periode van tenminste zes maanden duurt;
6° wanneer de in artikel 13,§ 1, eerste lid, van de wet bedoelde uitkeringen met ten minste 20 pct. verhoogd zijn ten opzichte van de uitkeringen op de eerste dag van de maand die voorafgaat;
7° wanneer het inkomen voortkomend uit werkelijk door de gehandicapte gepresteerde arbeid wordt vervangen door uitkeringen bedoeld in artikel 13, § 1, eerste lid, 1°, van de wet voor zover deze vervanging een periode van tenminste zes maanden duurt;
8° op de datum bepaald door een vorige beslissing wanneer die werd getroffen op grond van voorlopige of evoluerende elementen;
9° vijf jaar na de eerste ingangsdatum van de laatste beslissing waarbij een tegemoetkoming werd toegekend. Deze herziening heeft nochtans geen betrekking op de beoordeling van het verdienvermogen of van de graad van zelfredzaamheid;
10° wanneer de gerechtigde niet meer voldoet aan de voorwaarden van verdienvermogen en/of van de graad van zelfredzaamheid.".
Art. 9. L'article 21 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux du 14 avril 1993 et du 26 septembre 1995, est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 21. Il est procédé d'office à une révision du droit à l'allocation :
1° lorsque le bénéficiaire ne répond plus aux conditions de nationalité et/ou de résidence visées à l'article 4 de la loi;
2° lorsque le bénéficiaire se trouve dans l'une des situations suivantes :
- modification de l'état civil;
- établissement en ménage;
- séparation de fait ou fin de la cohabitation d'au moins un an, au sens de l'article 10;
- fin de la séparation de fait;
- le fait d'avoir ou de ne plus avoir au moins un enfant à charge;
- le décès de la personne avec laquelle le bénéficiaire est établi en ménage;
- changement de catégorie, d'isolé à cohabitant, ou inversement;
3° lorsque le bénéficiaire remplit les conditions pour que le paiement de tout ou partie des allocations soit ou ne soit plus suspendu au sens de l'article 12 de la loi;
4° lorsque les revenus visés à l'article 7 de la loi ont augmenté de 20 pct au moins par rapport aux revenus de l'année civile précédente;
Il n'est toutefois pas procédé à une révision d'office du droit à l'allocation lorsque cette augmentation résulte d'une mise au travail du bénéficiaire pour une période de 6 mois ou moins;
5° le 31 décembre de l'année au cours de laquelle des prestations visées à l'article 13, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la loi sont remplacées par un revenu d'un travail effectivement presté par le handicapé, pour autant que ce remplacement dure pendant une période de 6 mois au moins;
6° lorsque les prestations visées à l'article 13, § 1er, alinéa 1er, de la loi ont augmenté de 20 pct au moins par rapport aux prestations au premier jour du mois précédent;
7° lorsque le revenu provenant d'un travail effectivement presté par le handicapé est remplacé par des prestations visées à l'article 13, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la loi, pour autant que ce remplacement dure pendant une période de six mois au moins;
8° à la date fixée par une décision antérieure lorsque celle-ci a été prise sur la base d'éléments à caractère provisoire ou évolutif;
9° cinq ans après la première date d'effet de la dernière décision d'octroi d'une allocation. Toutefois, cette révision ne porte pas sur l'appréciation de la capacité de gain ou du degré d'autonomie;
10° lorsque le bénéficiaire ne répond plus aux conditions de capacité de gain et/ou de degré d'autonomie.".
"Art. 21. Il est procédé d'office à une révision du droit à l'allocation :
1° lorsque le bénéficiaire ne répond plus aux conditions de nationalité et/ou de résidence visées à l'article 4 de la loi;
2° lorsque le bénéficiaire se trouve dans l'une des situations suivantes :
- modification de l'état civil;
- établissement en ménage;
- séparation de fait ou fin de la cohabitation d'au moins un an, au sens de l'article 10;
- fin de la séparation de fait;
- le fait d'avoir ou de ne plus avoir au moins un enfant à charge;
- le décès de la personne avec laquelle le bénéficiaire est établi en ménage;
- changement de catégorie, d'isolé à cohabitant, ou inversement;
3° lorsque le bénéficiaire remplit les conditions pour que le paiement de tout ou partie des allocations soit ou ne soit plus suspendu au sens de l'article 12 de la loi;
4° lorsque les revenus visés à l'article 7 de la loi ont augmenté de 20 pct au moins par rapport aux revenus de l'année civile précédente;
Il n'est toutefois pas procédé à une révision d'office du droit à l'allocation lorsque cette augmentation résulte d'une mise au travail du bénéficiaire pour une période de 6 mois ou moins;
5° le 31 décembre de l'année au cours de laquelle des prestations visées à l'article 13, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la loi sont remplacées par un revenu d'un travail effectivement presté par le handicapé, pour autant que ce remplacement dure pendant une période de 6 mois au moins;
6° lorsque les prestations visées à l'article 13, § 1er, alinéa 1er, de la loi ont augmenté de 20 pct au moins par rapport aux prestations au premier jour du mois précédent;
7° lorsque le revenu provenant d'un travail effectivement presté par le handicapé est remplacé par des prestations visées à l'article 13, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la loi, pour autant que ce remplacement dure pendant une période de six mois au moins;
8° à la date fixée par une décision antérieure lorsque celle-ci a été prise sur la base d'éléments à caractère provisoire ou évolutif;
9° cinq ans après la première date d'effet de la dernière décision d'octroi d'une allocation. Toutefois, cette révision ne porte pas sur l'appréciation de la capacité de gain ou du degré d'autonomie;
10° lorsque le bénéficiaire ne répond plus aux conditions de capacité de gain et/ou de degré d'autonomie.".
Art. 10. In artikel 22 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 maart 1990, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
"De herziening wordt onderzocht overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 8 tot 10, 14, laatste zin, 14bis, 14ter, 16, 17 en 18.";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd :
"Wanneer de herziening geen betrekking heeft op de beoordeling van het verdienvermogen of van de graad van zelfredzaamheid wordt niet tot een nieuw medisch onderzoek overgegaan.".
1° het eerste lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
"De herziening wordt onderzocht overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 8 tot 10, 14, laatste zin, 14bis, 14ter, 16, 17 en 18.";
2° tussen het eerste en het tweede lid wordt het volgende lid ingevoegd :
"Wanneer de herziening geen betrekking heeft op de beoordeling van het verdienvermogen of van de graad van zelfredzaamheid wordt niet tot een nieuw medisch onderzoek overgegaan.".
Art. 10. A l'article 22 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 5 mars 1990, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
"La révision est instruite conformément aux dispositions des articles 8 à 10, 14, dernière phrase, 14bis, 14 ter, 16, 17 et 18.";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1 et 2 :
"Lorsque la révision ne porte pas sur l'appréciation de la capacité de gain ou du degré d'autonomie, il n'est pas procédé à un nouvel examen médical".
1° l'alinéa 1er est remplacé par la disposition suivante :
"La révision est instruite conformément aux dispositions des articles 8 à 10, 14, dernière phrase, 14bis, 14 ter, 16, 17 et 18.";
2° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 1 et 2 :
"Lorsque la révision ne porte pas sur l'appréciation de la capacité de gain ou du degré d'autonomie, il n'est pas procédé à un nouvel examen médical".
Art. 11. Artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 14 april 1993 en 26 september 1995, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 23. § 1. De herziening op aanvraag heeft uitwerking op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van indiening van de aanvraag.
§ 2. De ambtshalve herziening heeft uitwerking op :
1° de eerste dag van de maand die volgt op deze in de loop waarvan de gerechtigde zich in een van de in artikel 21, 1° tot 3°, bedoelde situaties bevindt;
2° de eerste januari van het jaar dat volgt op het jaar in de loop waarvan de in artikel 21, 4° of 5° respectievelijk bedoelde verhoging of vervanging heeft plaats gehad, of, indien de verhoging of vervanging wordt aangegeven in de zin van artikel 8 van de wet, binnen de zes maanden respectievelijk na de verhoging of vervanging, op de eerste dag van de maand die volgt na die in de loop waarvan de beslissing wordt betekend;
3° de eerste dag van de maand die volgt op die in de loop waarvan de in artikel 21, 6° en 7° respectievelijk bedoelde verhoging of vervanging heeft plaats gehad of, indien de verhoging of vervanging wordt aangegeven, in de zin van artikel 8 van de wet, binnen de zes maanden na respectievelijk de verhoging of vervanging, op de eerste dag van de maand die volgt na die in de loop waarin de beslissing wordt betekend.
Indien de verhoging met terugwerkende kracht wordt toegekend, begint de termijn van zes maanden te lopen vanaf de datum waarop de beslissing tot toekenning van deze verhoging aan betrokkene werd betekend;
4° in de in artikel 21, 8° tot 10°, bedoelde gevallen, op de eerste dag van de maand volgend op de betekening van de beslissing.
§ 3. De herziening kan geen uitwerking hebben vóór de ingangsdatum van de beslissing waarbij voor de eerste maal een tegemoetkoming wordt toegekend.".
"Art. 23. § 1. De herziening op aanvraag heeft uitwerking op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van indiening van de aanvraag.
§ 2. De ambtshalve herziening heeft uitwerking op :
1° de eerste dag van de maand die volgt op deze in de loop waarvan de gerechtigde zich in een van de in artikel 21, 1° tot 3°, bedoelde situaties bevindt;
2° de eerste januari van het jaar dat volgt op het jaar in de loop waarvan de in artikel 21, 4° of 5° respectievelijk bedoelde verhoging of vervanging heeft plaats gehad, of, indien de verhoging of vervanging wordt aangegeven in de zin van artikel 8 van de wet, binnen de zes maanden respectievelijk na de verhoging of vervanging, op de eerste dag van de maand die volgt na die in de loop waarvan de beslissing wordt betekend;
3° de eerste dag van de maand die volgt op die in de loop waarvan de in artikel 21, 6° en 7° respectievelijk bedoelde verhoging of vervanging heeft plaats gehad of, indien de verhoging of vervanging wordt aangegeven, in de zin van artikel 8 van de wet, binnen de zes maanden na respectievelijk de verhoging of vervanging, op de eerste dag van de maand die volgt na die in de loop waarin de beslissing wordt betekend.
Indien de verhoging met terugwerkende kracht wordt toegekend, begint de termijn van zes maanden te lopen vanaf de datum waarop de beslissing tot toekenning van deze verhoging aan betrokkene werd betekend;
4° in de in artikel 21, 8° tot 10°, bedoelde gevallen, op de eerste dag van de maand volgend op de betekening van de beslissing.
§ 3. De herziening kan geen uitwerking hebben vóór de ingangsdatum van de beslissing waarbij voor de eerste maal een tegemoetkoming wordt toegekend.".
Art. 11. L'article 23 du même arrêté, modifié par les arrêtés royaux du 14 avril 1993 et du 26 septembre 1995, est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 23. § 1er. La révision sur demande produit ses effets le premier jour du mois qui suit la date d'introduction de la demande.
§ 2. La révision d'office produit ses effets :
1° le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le bénéficiaire se trouve dans une des situations visées à l'article 21, 1° à 3°;
2° le premier janvier de l'année qui suit celle au cours de laquelle l'augmentation ou le remplacement visés respectivement à l'article 21, 4° et 5° ont eu lieu ou, si l'augmentation ou le remplacement ont été déclarés au sens de l'article 8 de la loi, endéans les six mois respectivement de l'augmentation ou du remplacement, le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision est notifiée;
3° le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'augmentation ou le remplacement visés respectivement à l'article 21, 6° et 7° ont eu lieu ou, si l'augmentation ou le remplacement sont déclarés, au sens de l'article 8 de la loi, endéans les six mois respectivement de l'augmentation ou du remplacement, le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision est notifiée.
Si l'augmentation est accordée avec effet rétroactif, le délai de six mois commence à courir à partir de la date à laquelle la décision octroyant cette augmentation est notifiée à l'intéressé;
4° dans les cas visés à l'article 21, 8° à 10°, le premier jour du mois qui suit la notification de la décision.
§ 3. La révision ne peut avoir effet avant la date de prise de cours de la décision qui attribue pour la première fois une allocation.".
"Art. 23. § 1er. La révision sur demande produit ses effets le premier jour du mois qui suit la date d'introduction de la demande.
§ 2. La révision d'office produit ses effets :
1° le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel le bénéficiaire se trouve dans une des situations visées à l'article 21, 1° à 3°;
2° le premier janvier de l'année qui suit celle au cours de laquelle l'augmentation ou le remplacement visés respectivement à l'article 21, 4° et 5° ont eu lieu ou, si l'augmentation ou le remplacement ont été déclarés au sens de l'article 8 de la loi, endéans les six mois respectivement de l'augmentation ou du remplacement, le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision est notifiée;
3° le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel l'augmentation ou le remplacement visés respectivement à l'article 21, 6° et 7° ont eu lieu ou, si l'augmentation ou le remplacement sont déclarés, au sens de l'article 8 de la loi, endéans les six mois respectivement de l'augmentation ou du remplacement, le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel la décision est notifiée.
Si l'augmentation est accordée avec effet rétroactif, le délai de six mois commence à courir à partir de la date à laquelle la décision octroyant cette augmentation est notifiée à l'intéressé;
4° dans les cas visés à l'article 21, 8° à 10°, le premier jour du mois qui suit la notification de la décision.
§ 3. La révision ne peut avoir effet avant la date de prise de cours de la décision qui attribue pour la première fois une allocation.".
Art. 12. In artikel 25 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid van § 2, worden de woorden "een tegemoetkoming uitkeert, kunnen op hun aanvraag die uitkering bekomen op een persoonlijke rekening geopend" vervangen door de woorden "een tegemoetkoming betaalt, kunnen op hun aanvraag die tegemoetkoming bekomen op een rekening geopend op naam van de gehandicapte";
2° in het tweede lid van § 2, worden de woorden "het Ministerie van Sociale Voorzorg" telkens vervangen door de woorden "het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu";
3° het derde lid, 2° van § 2, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"2° de instellingen bedoeld in artikel 13, tweede lid, b) en c), van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen";
4° het derde lid, 3°, van § 2, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"3° de Post";
5° in het eerste en het tweede lid van § 3 worden de woorden "Ministerie van Sociale Voorzorg" vervangen door de woorden "Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu";
6° in § 4 worden de woorden "Ministerie van Sociale Voorzorg" vervangen door de woorden "Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu".
1° in het eerste lid van § 2, worden de woorden "een tegemoetkoming uitkeert, kunnen op hun aanvraag die uitkering bekomen op een persoonlijke rekening geopend" vervangen door de woorden "een tegemoetkoming betaalt, kunnen op hun aanvraag die tegemoetkoming bekomen op een rekening geopend op naam van de gehandicapte";
2° in het tweede lid van § 2, worden de woorden "het Ministerie van Sociale Voorzorg" telkens vervangen door de woorden "het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu";
3° het derde lid, 2° van § 2, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"2° de instellingen bedoeld in artikel 13, tweede lid, b) en c), van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen";
4° het derde lid, 3°, van § 2, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"3° de Post";
5° in het eerste en het tweede lid van § 3 worden de woorden "Ministerie van Sociale Voorzorg" vervangen door de woorden "Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu";
6° in § 4 worden de woorden "Ministerie van Sociale Voorzorg" vervangen door de woorden "Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu".
Art. 12. A l'article 25 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er du § 2, les mots "octroie une allocation, peuvent, sur demande, percevoir cette allocation à un compte personnel au nom du bénéficiaire" sont remplacés par les mots "paie une allocation, peuvent sur demande percevoir cette allocation sur un compte ouvert au nom du handicapé";
2° dans l'alinéa 2 du § 2, les mots "le Ministère de la Prévoyance sociale" sont chaque fois remplacés par les mots "le Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement";
3° l'alinéa 3, 2° du § 2, est remplacé par la disposition suivante :
"2° les institutions visées à l'article 13, alinéa 2, b) et c), de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des institutions de crédit";
4° l'alinéa 3, 3°, du § 2, est remplacé par la disposition suivante :
"3° la Poste";
5° dans les alinéas 1er et 2 du § 3, les mots "Ministère de la Prévoyance sociale" sont remplacés par les mots "Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement";
6° dans le § 4, les mots "Ministère de la Prévoyance sociale" sont remplacés par les mots "Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement".
1° dans l'alinéa 1er du § 2, les mots "octroie une allocation, peuvent, sur demande, percevoir cette allocation à un compte personnel au nom du bénéficiaire" sont remplacés par les mots "paie une allocation, peuvent sur demande percevoir cette allocation sur un compte ouvert au nom du handicapé";
2° dans l'alinéa 2 du § 2, les mots "le Ministère de la Prévoyance sociale" sont chaque fois remplacés par les mots "le Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement";
3° l'alinéa 3, 2° du § 2, est remplacé par la disposition suivante :
"2° les institutions visées à l'article 13, alinéa 2, b) et c), de la loi du 22 mars 1993 relative au statut et au contrôle des institutions de crédit";
4° l'alinéa 3, 3°, du § 2, est remplacé par la disposition suivante :
"3° la Poste";
5° dans les alinéas 1er et 2 du § 3, les mots "Ministère de la Prévoyance sociale" sont remplacés par les mots "Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement";
6° dans le § 4, les mots "Ministère de la Prévoyance sociale" sont remplacés par les mots "Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement".
Art. 13. In artikel 28, eerste lid, 3°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 april 1993, wordt tussen de woorden "15" en "dagen" het woord "opeenvolgende" ingevoegd.
Art. 13. Dans l'article 28, alinéa 1er, 3°, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 14 avril 1993, le mot "successifs" est inséré entre les mots "jours" et "en dehors".
Art. 14. In artikel 30 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 april 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 1, eerste lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Voor de toepassing van artikel 13, § 1, van de wet, zijn de in aanmerking te nemen uitkeringen degene waarop de gehandicapte recht heeft op de datum van uitwerking van de aanvraag tot tegemoetkoming of op de eerste dag van de maand die volgt op de ambtshalve herziening";
2° § 2 wordt aangevuld met het volgende lid :
"In de gevallen waarin het vonnis of de minnelijke schikking het gedeelte van het kapitaal dat voor de vergoeding van de vermindering van het verdienvermogen is bestemd niet nader bepaalt, geschiedt de omzetting in lijfrente op 70 pct. van het kapitaal dat als vergoeding aan de aanvrager werd toegekend.".
1° § 1, eerste lid, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Voor de toepassing van artikel 13, § 1, van de wet, zijn de in aanmerking te nemen uitkeringen degene waarop de gehandicapte recht heeft op de datum van uitwerking van de aanvraag tot tegemoetkoming of op de eerste dag van de maand die volgt op de ambtshalve herziening";
2° § 2 wordt aangevuld met het volgende lid :
"In de gevallen waarin het vonnis of de minnelijke schikking het gedeelte van het kapitaal dat voor de vergoeding van de vermindering van het verdienvermogen is bestemd niet nader bepaalt, geschiedt de omzetting in lijfrente op 70 pct. van het kapitaal dat als vergoeding aan de aanvrager werd toegekend.".
Art. 14. A l'article 30 du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 14 avril 1993, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 1er, alinéa 1er, est remplacé par la disposition suivante :
"Pour l'application de l'article 13, § 1er, de la loi, les prestations à prendre en considération sont celles auxquelles le handicapé a droit à la date de prise d'effet de la demande d'allocation ou le premier jour du mois qui suit la révision d'office";
2° le § 2 est complété par l'alinéa suivant :
"Dans les cas où le jugement ou l'accord ne précise pas la partie du capital affectée à l'indemnisation de la réduction de capacité de gain, la conversion en rente viagère hypothétique se fait sur la base de 70 pct. du capital-indemnité alloué au demandeur.".
1° le § 1er, alinéa 1er, est remplacé par la disposition suivante :
"Pour l'application de l'article 13, § 1er, de la loi, les prestations à prendre en considération sont celles auxquelles le handicapé a droit à la date de prise d'effet de la demande d'allocation ou le premier jour du mois qui suit la révision d'office";
2° le § 2 est complété par l'alinéa suivant :
"Dans les cas où le jugement ou l'accord ne précise pas la partie du capital affectée à l'indemnisation de la réduction de capacité de gain, la conversion en rente viagère hypothétique se fait sur la base de 70 pct. du capital-indemnité alloué au demandeur.".
Art. 15. In artikel 31 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het tweede lid worden de woorden "Ministerie van Sociale Voorzorg" vervangen door de woorden "Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu";
2° het laatste lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Het wordt verleend ten belope van de bedragen van de inkomensvervangende tegemoetkoming en van de integratietegemoetkoming waarop de gehandicapte aanspraak kan maken overeenkomstig de artikelen 2 tot 9, 12 en 13, § 1 van de wet.".
1° in het tweede lid worden de woorden "Ministerie van Sociale Voorzorg" vervangen door de woorden "Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu";
2° het laatste lid wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Het wordt verleend ten belope van de bedragen van de inkomensvervangende tegemoetkoming en van de integratietegemoetkoming waarop de gehandicapte aanspraak kan maken overeenkomstig de artikelen 2 tot 9, 12 en 13, § 1 van de wet.".
Art. 15. A l'article 31 du même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 2, les mots "Ministère de la Prévoyance sociale" sont remplacés par les mots "Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement";
2° le dernier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
"Elle est accordée jusqu'à concurrence des montants de l'allocation de remplacement de revenus et de l'allocation d'intégration auxquels le handicapé peut prétendre conformément aux articles 2 à 9, 12 et 13, § 1er de la loi.".
1° dans l'alinéa 2, les mots "Ministère de la Prévoyance sociale" sont remplacés par les mots "Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement";
2° le dernier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
"Elle est accordée jusqu'à concurrence des montants de l'allocation de remplacement de revenus et de l'allocation d'intégration auxquels le handicapé peut prétendre conformément aux articles 2 à 9, 12 et 13, § 1er de la loi.".
Art. 16. In artikel 33, vijfde lid van hetzelfde besluit worden de woorden "Ministerie van Sociale Voorzorg" vervangen door de woorden "Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu".
Art. 16. Dans l'article 33, alinéa 5 du même arrêté, les mots "Ministère de la Prévoyance sociale" sont remplacés par les mots "Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement".
Art. 17. Een artikel 34bis, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd :
"Art. 34bis. De aanvraag tot verzaking gebeurt bij gewone brief.".
"Art. 34bis. De aanvraag tot verzaking gebeurt bij gewone brief.".
Art. 17. Un article 34bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
"Art. 34bis. La demande en renonciation se fait par simple lettre.".
"Art. 34bis. La demande en renonciation se fait par simple lettre.".
Art. 18. Artikel 38 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 38. De eerste herziening van het recht op een tegemoetkoming toegekend krachtens de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan gehandicapten, welke ten vroegste met ingang van 1 juli 1987 plaatsgrijpt, wordt geacht een aanvraag tot herziening van het verdienvermogen en van de graad van zelfredzaamheid te omvatten, ongeacht de bepaling van artikel 21, 9°, laatste zin.".
"Art. 38. De eerste herziening van het recht op een tegemoetkoming toegekend krachtens de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan gehandicapten, welke ten vroegste met ingang van 1 juli 1987 plaatsgrijpt, wordt geacht een aanvraag tot herziening van het verdienvermogen en van de graad van zelfredzaamheid te omvatten, ongeacht de bepaling van artikel 21, 9°, laatste zin.".
Art. 18. L'article 38 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
"Art. 38. La première révision du droit à une allocation octroyée en vertu de la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés, qui a lieu au plus tôt avec effet au 1er juillet 1987, est considérée comme comportant une demande en révision de l'appréciation de la capacité de gain et du degré d'autonomie, nonobstant la disposition de l'article 21, 9°, dernière phrase.".
"Art. 38. La première révision du droit à une allocation octroyée en vertu de la loi du 27 juin 1969 relative à l'octroi d'allocations aux handicapés, qui a lieu au plus tôt avec effet au 1er juillet 1987, est considérée comme comportant une demande en révision de l'appréciation de la capacité de gain et du degré d'autonomie, nonobstant la disposition de l'article 21, 9°, dernière phrase.".
Art. 19. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de personen wier aanvraag om tegemoetkoming uitwerking heeft, of wier recht op de tegemoetkoming door een administratieve of gerechtelijke beslissing herzien wordt, vanaf 1 februari 1999.
Art. 19. Les dispositions du présent arrêté s'appliquent aux personnes dont la demande d'allocation prend cours, ou dont le droit à l'allocation est revu par une décision administrative ou judiciaire, à partir du 1er février 1999.
Art. 20. Artikel 262 van de wet van 22 februari 1998 houdende sociale bepalingen treedt in werking op 1 februari 1999.
Art. 20. L'article 262 de la loi du 22 février 1998 portant des dispositions sociales entre en vigueur le 1er février 1999.
Art. 21. Dit besluit treedt in werking op 1 februari 1999, met uitzondering van artikel 15, 2°, dat op 3 maart 1998 uitwerking heeft.
Art. 21. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er février 1999, à l'exception de l'article 15, 2°, qui produit ses effets le 3 mars 1998.
Art. 22. Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 15 januari 1999.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
M. COLLA
De Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie,
J. PEETERS
Gegeven te Brussel, 15 januari 1999.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
M. COLLA
De Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie,
J. PEETERS
Art. 22. Notre Ministre de la Santé publique et Notre Secrétaire d'Etat à l'Intégration sociale sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 15 janvier 1999.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique,
M. COLLA
Le Secrétaire d'Etat à l'Intégration sociale,
J. PEETERS
Donné à Bruxelles, le 15 janvier 1999.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique,
M. COLLA
Le Secrétaire d'Etat à l'Intégration sociale,
J. PEETERS