Artikel 1. § 1. Voor het deelnemen aan de zittingen van het Bureau, samengesteld overeenkomstig artikel 12, § 4 van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling en artikel 5, § 3 van het huishoudelijk reglement van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 10 augustus 1998 en aan de algemene vergadering van de raad, samengesteld overeenkomstig artikel 12, § 1 van voornoemde wet en artikel 13 van voornoemd huishoudelijk reglement, wordt een presentiegeld toegekend aan de volgende personen :
- de leden, uitgezonderd de leden met raadgevende stem bedoeld in artikel 12, § 3 van de wet;
- de wetenschappelijke raadgevers, bedoeld in artikel 13, § 1 van het huishoudelijk reglement.
§ 2. Deze presentiegelden bedragen F 500 per persoon per zitting die langer dan twee uur duurt.
§ 3. De presentiegelden worden jaarlijks door het secretariaat van de Raad betaald.
(§ 4. De presentiegelden mogen, op verzoek van de begunstigden, bedoeld in § 1 van dit artikel, uitgekeerd worden aan de organisaties die ze vertegenwoordigen binnen de Raad.) <KB 2000-09-29/34, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2000>
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
1 DECEMBER 1998. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de presentiegelden en de vergoedingen toegekend aan de leden van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling. - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-12-1998 en tekstbijwerking tot 28-10-2000.)
Titre
1er DECEMBRE 1998. - Arrêté royal fixant les jetons de présence et les indemnités en faveur des membres du Conseil fédéral pour le développement durable. - (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-12-1998 et mise à jour au 28-10-2000.)
Informations sur le document
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Article 1. § 1er. Pour la participation aux séances du bureau, composé conformément à l'article 12, § 4 de la loi du 5 mai 1997 relative à la coordination de la politique fédérale en matière de développement durable et à l'article 5, § 3 du règlement d'ordre intérieur du Conseil fédéral pour le développement durable, approuvé par arrêté royal du 10 août 1998, et à l'assemblée générale du Conseil, composée conformément à l'article 12, § 1er de la loi susmentionnée et à l'article 13 du règlement d'ordre intérieur susmentionné, est accordé un jeton de présence aux personnes suivantes :
- les membres, à l'exception des membres ayant voix consultative visés à l'article 12, § 3 de la loi;
- les conseillers scientifiques, visés à l'article 13, § 1er du règlement d'ordre intérieur.
§ 2. Ces jetons de présence s'élèvent à F 500 par personne et par séance qui dure plus de deux heures.
§ 3. Les jetons de présence sont versés annuellement par le secrétariat du Conseil.
(§ 4. Les jetons de présence pourront être versés, à la demande des bénéficiaires désignés au paragraphe 1er du présent article, aux organisations qu'ils représentent au sein du Conseil.) <AR 2000-09-29/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2000>
- les membres, à l'exception des membres ayant voix consultative visés à l'article 12, § 3 de la loi;
- les conseillers scientifiques, visés à l'article 13, § 1er du règlement d'ordre intérieur.
§ 2. Ces jetons de présence s'élèvent à F 500 par personne et par séance qui dure plus de deux heures.
§ 3. Les jetons de présence sont versés annuellement par le secrétariat du Conseil.
(§ 4. Les jetons de présence pourront être versés, à la demande des bénéficiaires désignés au paragraphe 1er du présent article, aux organisations qu'ils représentent au sein du Conseil.) <AR 2000-09-29/34, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2000>
Art. 2. § 1. Voor het deelnemen aan de zittingen van werkgroepen die door de algemene vergadering van de Raad zijn opgericht, wordt een vergoeding toegekend aan de volgende personen :
- de leden of hun plaatsvervanger, overeenkomstig artikel 18, § 1 van het huishoudelijk reglement, uitgezonderd de leden met een raadgevende stem bedoeld in artikel 12, § 3 van de wet;
- de wetenschappelijke raadgevers, bedoeld in artikel 13, § 1 van het huishoudelijk reglement;
- de experten uitgenodigd overeenkomstig artikel 19, § 2 van het huishoudelijk reglement.
§ 2. De in § 1 bedoelde vergoedingen bedragen F 2 000 per persoon per halve dag vergadering.
§ 3. De externe experten die voor een éénmalige toelichting door een door de algemene vergadering opgerichte werkgroep worden uitgenodigd, overeenkomstig artikel 19, § 1 van het huishoudelijk reglement, kunnen voor hun bijdrage door het secretariaat worden vergoed op basis van een op voorhand door het bureau van de Raad goedgekeurd budget.
§ 4. De vergoedingen bedoeld in de voorgaande paragrafen worden door het Secretariaat trimestrieel betaald.
(§ 5. De vergoedingen mogen, op verzoek van de leden of hun plaatsvervangers, bedoeld in § 1 van dit besluit, uitgekeerd worden aan de organisaties die ze vertegenwoordigen binnen de Raad.) <KB 2000-09-29/34, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2000>
- de leden of hun plaatsvervanger, overeenkomstig artikel 18, § 1 van het huishoudelijk reglement, uitgezonderd de leden met een raadgevende stem bedoeld in artikel 12, § 3 van de wet;
- de wetenschappelijke raadgevers, bedoeld in artikel 13, § 1 van het huishoudelijk reglement;
- de experten uitgenodigd overeenkomstig artikel 19, § 2 van het huishoudelijk reglement.
§ 2. De in § 1 bedoelde vergoedingen bedragen F 2 000 per persoon per halve dag vergadering.
§ 3. De externe experten die voor een éénmalige toelichting door een door de algemene vergadering opgerichte werkgroep worden uitgenodigd, overeenkomstig artikel 19, § 1 van het huishoudelijk reglement, kunnen voor hun bijdrage door het secretariaat worden vergoed op basis van een op voorhand door het bureau van de Raad goedgekeurd budget.
§ 4. De vergoedingen bedoeld in de voorgaande paragrafen worden door het Secretariaat trimestrieel betaald.
(§ 5. De vergoedingen mogen, op verzoek van de leden of hun plaatsvervangers, bedoeld in § 1 van dit besluit, uitgekeerd worden aan de organisaties die ze vertegenwoordigen binnen de Raad.) <KB 2000-09-29/34, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2000>
Art. 2. § 1er. Pour la participation aux séances des groupes de travail créés par l'assemblée générale du Conseil une indemnité est accordée aux personnes suivantes :
- les membres ou leurs suppléants conformément à l'article 18, § 1er du règlement d'intérieur, à l'exception des membres avec voix consultative visés à l'article 12, § 3 de la loi;
- les conseillers scientifiques visés à l'article 13, § 1er du règlement d'ordre intérieur;
- les experts invités conformément à l'article 19, § 2 du règlement d'ordre intérieur.
§ 2. Les indemnités reprises sous le § 1er, s'élèvent à F 2 000 par personne par demi journée de réunion.
§ 3. Les experts externes invités pour un seul exposé par un groupe de travail créé par l'assemblée générale, conformément à l'article 19, § 1er du règlement d'ordre intérieur, peuvent être indemnisés pour leur contribution par le secrétariat sur base d'un budget approuvé au préalable par le Bureau du Conseil.
§ 4. Les allocations reprises aux paragraphes précédents seront versées trimestriellement par le secrétariat.
(§ 5. Les allocations pourront être versées, à la demande des membres ou de leurs suppléants désignés au § 1er du présent article, aux organisations qu'ils représentent au sein du Conseil.) <AR 2000-09-29/34, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2000>
- les membres ou leurs suppléants conformément à l'article 18, § 1er du règlement d'intérieur, à l'exception des membres avec voix consultative visés à l'article 12, § 3 de la loi;
- les conseillers scientifiques visés à l'article 13, § 1er du règlement d'ordre intérieur;
- les experts invités conformément à l'article 19, § 2 du règlement d'ordre intérieur.
§ 2. Les indemnités reprises sous le § 1er, s'élèvent à F 2 000 par personne par demi journée de réunion.
§ 3. Les experts externes invités pour un seul exposé par un groupe de travail créé par l'assemblée générale, conformément à l'article 19, § 1er du règlement d'ordre intérieur, peuvent être indemnisés pour leur contribution par le secrétariat sur base d'un budget approuvé au préalable par le Bureau du Conseil.
§ 4. Les allocations reprises aux paragraphes précédents seront versées trimestriellement par le secrétariat.
(§ 5. Les allocations pourront être versées, à la demande des membres ou de leurs suppléants désignés au § 1er du présent article, aux organisations qu'ils représentent au sein du Conseil.) <AR 2000-09-29/34, art. 2, 002; En vigueur : 01-01-2000>
Art. 3. De door leden en experten, in het kader van de werking van de Raad en zijn werkgroepen, verrichte specifieke diensten kunnen worden vergoed door het secretariaat na goedkeuring door het bureau van de Raad.
Art. 3. Les services spécifiques fournies par les membres et experts dans le cadre du fonctionnement du Conseil et de ses groupes de travail peuvent être indemnisés par le secrétariat après approbation par le Bureau du Conseil.
Art. 3bis. <INGEVOEGD bij KB 2000-09-29/34, art. 3; Inwerkingtreding : 01-01-2000> § 1. In afwijking van de bepalingen van artikel 3, kunnen de diensten verleend door de leden en vertegenwoordigers aangesteld op voorstel van de niet-gouvernementele organisaties, bedoeld in artikel 12, d), e) en f), van de wet van 5 mei 1997, in het kader van de werking van de Raad door hun actieve deelneming aan de werkzaamheden van de werkgroepen vergoed worden op forfaitaire en jaarlijkse wijze ten bedrage van het krediet dat te dien einde is opgenomen in de begroting van de Raad, indien de betrokken organisaties erom verzoeken en voldoen aan de voorwaarden bepaald in dit artikel.
§ 2. Deze vergoedingen zijn bestemd tot dekking van de kosten aangegaan door de niet-gouvernementele organisaties die door deze leden of vertegenwoordigers in de Raad worden vertegenwoordigd en worden aan deze organisaties uitgekeerd.
§ 3. Om in aanmerking te komen moeten de betrokken niet-gouvernementele organisaties actief deelnemen aan de werkzaamheden van tenminste twee werkgroepen door de aanwezigheid van hun leden of vertegenwoordigers op tenminste 80 % van de vergaderingen van deze twee groepen die tijdens het jaar in kwestie plaatshebben en moeten ze, elk jaar voor 30 januari en met betrekking tot het afgelopen jaar, een verzoek indienen bij het secretariaat van de Raad om hun recht op deze vergoedingen te doen gelden.
§ 4. Het krediet dat te dien einde is opgenomen in de begroting van de Raad zal verdeeld worden onder de effectief in aanmerking komende niet-gouvernementele organisaties.
§ 2. Deze vergoedingen zijn bestemd tot dekking van de kosten aangegaan door de niet-gouvernementele organisaties die door deze leden of vertegenwoordigers in de Raad worden vertegenwoordigd en worden aan deze organisaties uitgekeerd.
§ 3. Om in aanmerking te komen moeten de betrokken niet-gouvernementele organisaties actief deelnemen aan de werkzaamheden van tenminste twee werkgroepen door de aanwezigheid van hun leden of vertegenwoordigers op tenminste 80 % van de vergaderingen van deze twee groepen die tijdens het jaar in kwestie plaatshebben en moeten ze, elk jaar voor 30 januari en met betrekking tot het afgelopen jaar, een verzoek indienen bij het secretariaat van de Raad om hun recht op deze vergoedingen te doen gelden.
§ 4. Het krediet dat te dien einde is opgenomen in de begroting van de Raad zal verdeeld worden onder de effectief in aanmerking komende niet-gouvernementele organisaties.
Art. 3bis. § 1er. Par dérogation aux dispositions de l'article 3, les services rendus par les membres et représentants désignés sur proposition des organisations non gouvernementales, visées à l'article 12, d), e) et f), de la loi du 5 mai 1997 dans le cadre du fonctionnement du Conseil par leur participation active aux travaux des groupes de travail, peuvent être indemnisés de manière forfaitaire et annuelle, à raison du montant de l'allocation prévue à cette fin dans le budget du Conseil, lorsque les organisations concernées en font la demande et satisfont aux conditions fixées dans le présent article.
§ 2. Ces indemnités sont destinées à couvrir les frais encourus par les organisations non gouvernementales que ces membres ou experts représentent au Conseil et seront donc perçues par elles.
§ 3. Pour être éligibles, les organisations non gouvernementales concernées devront participer activement aux travaux d'au moins deux groupes de travail par une présence de membres ou d'experts à au moins 80 % des réunions de ces deux groupes qui ont lieu au cours de l'année en question et devront déposer, chaque année avant le 30 janvier et ce pour l'année écoulée, une demande auprès du secrétariat du Conseil destinée à faire valoir leur droit à ces indemnités.
§ 4. L'allocation prévue à cette fin dans le budget du Conseil sera divisée par le nombre d'organisations non gouvernementales effectivement éligibles.
§ 2. Ces indemnités sont destinées à couvrir les frais encourus par les organisations non gouvernementales que ces membres ou experts représentent au Conseil et seront donc perçues par elles.
§ 3. Pour être éligibles, les organisations non gouvernementales concernées devront participer activement aux travaux d'au moins deux groupes de travail par une présence de membres ou d'experts à au moins 80 % des réunions de ces deux groupes qui ont lieu au cours de l'année en question et devront déposer, chaque année avant le 30 janvier et ce pour l'année écoulée, une demande auprès du secrétariat du Conseil destinée à faire valoir leur droit à ces indemnités.
§ 4. L'allocation prévue à cette fin dans le budget du Conseil sera divisée par le nombre d'organisations non gouvernementales effectivement éligibles.
Art. 3ter. <INGEVOEGD bij KB 2000-09-29/34, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2000> Voor het begrotingsjaar 2000 alléén wordt het bedrag van het onder de in aanmerking komende organisaties te verdelen krediet vastgesteld op 2 800 000 BEF (100 %) af te houden door de Raad op zijn werkingskosten, basisallocatie 26.58.21.12.01 van de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.
Art. 3ter. Pour l'année budgétaire 2000 uniquement, le montant de l'allocation à diviser entre le nombre d'organisations éligibles est fixé à 2 800 000 BEF (100 %) à prélever par le Conseil sur ses frais de fonctionnement, allocation de base 26.58.21.12.01 du Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement.
Art. 4. De verplaatsingskosten van de deelnemers aan een zitting van de algemene vergadering, het bureau of een werkgroep van de Raad, worden forfaitair vergoed ten bedrage van de prijs van een eerste klasse treinrit tussen de meest nabije stations van de plaats van tewerkstelling van de desbetreffende deelnemer enerzijds en de plaats waar de vergadering plaatsvindt anderzijds.
Art. 4. Les frais de déplacement des participants à une séance de l'assemblée générale, du bureau ou d'un groupe de travail du Conseil sont indemnisés forfaitairement au prix d'un billet de chemin de fer de première classe entre la gare la plus proche du lieu de travail du participant d'une part et l'endroit où se tient la réunion, d'autre part.
Art. 5. De bedragen vermeld in de artikels 1, § 2 en 2, § 2, worden gekoppeld aan de mobiliteitsregeling die geldt voor de wedden van ambtenaren verbonden aan de ministeries. De aanvangsindex bedraagt hierbij 121,92.
Art. 5. Les montants mentionnés aux articles 1er, § 2 et 2, § 2, sont liés au régime de mobilité applicable aux traitements des fonctionnaires des ministères. L'indexation de départ est de 121,92.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1998.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 1998.
Art. 7. Onze Eerste Minister, Onze Minister van Wetenschapsbeleid, Onze Minister van Volksgezondheid, Onze Minister van Sociale Zaken, de Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking en de Staatssecretaris voor Leefmilieu, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 1 december 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
J.-L. DEHAENE
De Minister van Economie,
E. DI RUPO
De Minister van Wetenschapsbeleid,
Y. YLIEFF
De Minister van Volksgezondheid,
M. COLLA
De Minister van Sociale Zaken,
M. DE GALAN
De Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking,
R. MOREELS
De Staatssecretaris voor Leefmilieu,
J. PEETERS
Gegeven te Brussel, 1 december 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
J.-L. DEHAENE
De Minister van Economie,
E. DI RUPO
De Minister van Wetenschapsbeleid,
Y. YLIEFF
De Minister van Volksgezondheid,
M. COLLA
De Minister van Sociale Zaken,
M. DE GALAN
De Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking,
R. MOREELS
De Staatssecretaris voor Leefmilieu,
J. PEETERS
Art. 7. Notre Premier Ministre, Notre Ministre de la Politique scientifique, Notre Ministre de la Santé publique, Notre Ministre des Affaires sociales, le Secrétaire d'Etat à la Coopération au développement et le Secrétaire d'Etat à l'Environnement, sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 1er décembre 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
J.-L. DEHAENE
Le Ministre de l'Economie,
E. DI RUPO
Le Ministre de la Politique scientifique,
Y. YLIEFF
Le Ministre de la Santé publique,
M. COLLA
La Ministre des Affaires sociales,
Mme. DE GALAN
Le Secrétaire d'Etat à la Coopération au développement,
R. MOREELS
Le Secrétaire d'Etat à l'Environnement,
J. PEETERS
Donné à Bruxelles, le 1er décembre 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
J.-L. DEHAENE
Le Ministre de l'Economie,
E. DI RUPO
Le Ministre de la Politique scientifique,
Y. YLIEFF
Le Ministre de la Santé publique,
M. COLLA
La Ministre des Affaires sociales,
Mme. DE GALAN
Le Secrétaire d'Etat à la Coopération au développement,
R. MOREELS
Le Secrétaire d'Etat à l'Environnement,
J. PEETERS