Artikel 1. In artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 30 december 1992 betreffende het vervoer van vers vlees, vleesprodukten en vleesbereidingen, worden tussen de woorden "vers vlees, vleesproducten" en de woorden "en vleesbereidingen" de woorden ", bijproducten van dierlijke oorsprong" ingevoegd.
In hetzelfde artikel, § 3, wordt het woord "gekweekt" geschrapt.
In hetzelfde artikel, § 4, worden tussen de woorden "vers vlees, vleesproducten" en de woorden "en vleesbereidingen" de woorden ", bijproducten van dierlijke oorsprong" ingevoegd en wordt de afkorting "EEG" vervangen door de afkorting "EG".
In hetzelfde artikel wordt § 5 aangevuld met volgend lid :
"Dit besluit is evenmin van toepassing in de gevallen van vervoer van niet met een keurmerk beklede karkassen van schapen of geiten en hun slachtafval bekomen door een particuliere slachting in een door de Minister van Landbouw op grond van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren erkende inrichting met het oog op het uitvoeren van slachtingen voorgeschreven door de ritus van een eredienst. Evenwel dient dit vervoer vergezeld te gaan van het bewijs van de slachtingsaangifte.".
In hetzelfde artikel, § 6, worden tussen de woorden "toepassing op het" en de woorden "thuis bezorgen", de woorden "bij een particulier" ingevoegd.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
9 OKTOBER 1998. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 december 1992 betreffende het vervoer van vers vlees, vleesprodukten en vleesbereidingen.
Titre
9 OCTOBRE 1998. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 30 décembre 1992 relatif au transport des viandes fraîches, des produits à base de viande et des préparations de viandes.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (19)
Texte (19)
Article 1. Dans l'article 1er, § 2, de l'arrêté royal du 30 décembre 1992 relatif au transport des viandes fraîches, des produits à base de viande et des préparations de viandes, les mots " , les autres issues traitées d'origine animale " sont insérés entre les mots " les produits à base de viande " et les mots " et les préparations de viandes ".
Dans le même article, § 3, les mots " d'élevage " sont supprimés.
Dans le même article, § 4, les mots " , autres issues traitées d'origine animale " sont insérés entre les mots " produits à base de viande " et les mots " ou préparations de viandes ", et le sigle " CEE " est remplacé par le sigle " CE ".
Dans le même article, le § 5 est complété de l'alinéa suivant :
" Le présent arrêté ne s'applique pas davantage aux cas de transport de carcasses ovines ou caprines et des abats leur correspondant non munis d'une marque de salubrité qui ont été obtenus lors d'un abattage privé dans un établissement agréé en vertu de la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux par le Ministre de l'Agriculture en vue d'effectuer des abattages prescrits par un rite religieux. Toutefois, ce transport doit être accompagné du récépissé de la déclaration d'abattage. ".
Dans le même article, § 6, les mots " d'une personne privée " sont insérés entre les mots " à domicile " et les mots " par un détaillant ".
Dans le même article, § 3, les mots " d'élevage " sont supprimés.
Dans le même article, § 4, les mots " , autres issues traitées d'origine animale " sont insérés entre les mots " produits à base de viande " et les mots " ou préparations de viandes ", et le sigle " CEE " est remplacé par le sigle " CE ".
Dans le même article, le § 5 est complété de l'alinéa suivant :
" Le présent arrêté ne s'applique pas davantage aux cas de transport de carcasses ovines ou caprines et des abats leur correspondant non munis d'une marque de salubrité qui ont été obtenus lors d'un abattage privé dans un établissement agréé en vertu de la loi du 14 août 1986 relative à la protection et au bien-être des animaux par le Ministre de l'Agriculture en vue d'effectuer des abattages prescrits par un rite religieux. Toutefois, ce transport doit être accompagné du récépissé de la déclaration d'abattage. ".
Dans le même article, § 6, les mots " d'une personne privée " sont insérés entre les mots " à domicile " et les mots " par un détaillant ".
Art. 2. In hetzelfde besluit, wordt in artikel 2, tweede lid, wordt het woord "goederen" vervangen door het woord "waren".
Art. 2. Dans l'article 2, deuxième alinéa, du même arrêté, le mot " marchandises " est remplacé par le mot " denrées ".
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt in de Franse tekst het opschrift van hoofdstuk III vervangen door het volgende opschrift : "Les denrées.".
Art. 3. Dans le même arrêté, l'intitulé du chapitre III du texte français est remplacé par l'intitulé suivant : " Les denrées. ".
Art. 4. In artikel 4, eerste lid van hetzelfde besluit worden de woorden "of merk" vervangen door de woorden "of identificatiemerkteken" en worden tussen de woorden "keurmerk" en "dragen" de woorden "of identificatiemerkteken" ingevoegd.
In hetzelfde artikel zal het eerste lid van de tegenwoordige tekst § 1 vormen, terwijl de andere leden § 2 vormen.
In hetzelfde artikel wordt de aldus gevormde § 1 aangevuld met volgend lid :
"Karkassen en slachtafval van slachtdieren bekleed met het keurmerk voorbehouden voor te bevriezen gortig vlees, mogen slechts worden vervoerd naar de daartoe erkende inrichting aangeduid op het vervoerdocument bedoeld in artikel 7, § 7.".
In hetzelfde artikel zal het eerste lid van de tegenwoordige tekst § 1 vormen, terwijl de andere leden § 2 vormen.
In hetzelfde artikel wordt de aldus gevormde § 1 aangevuld met volgend lid :
"Karkassen en slachtafval van slachtdieren bekleed met het keurmerk voorbehouden voor te bevriezen gortig vlees, mogen slechts worden vervoerd naar de daartoe erkende inrichting aangeduid op het vervoerdocument bedoeld in artikel 7, § 7.".
Art. 4. Dans l'article 4, premier alinéa, du même arrêté, les mots " ou une marque " sont remplacés par les mots " ou une marque d'identification " et l'alinéa est complété par les mots " ou une marque d'identification ".
Dans le même article, l'alinéa premier du texte actuel formera § 1er, tandis que les autres alinéas formeront § 2.
Dans le même article, le § 1er formé de cette façon est complété de l'alinéa suivant :
" Les carcasses et les abats d'animaux de boucherie revêtus de la marque de salubrité réservée aux viandes ladres à congeler, ne peuvent être transportés qu'à destination de l'établissement agréé pour cette opération et désigné dans le document de transport visé à l'article 7, § 7. ".
Dans le même article, l'alinéa premier du texte actuel formera § 1er, tandis que les autres alinéas formeront § 2.
Dans le même article, le § 1er formé de cette façon est complété de l'alinéa suivant :
" Les carcasses et les abats d'animaux de boucherie revêtus de la marque de salubrité réservée aux viandes ladres à congeler, ne peuvent être transportés qu'à destination de l'établissement agréé pour cette opération et désigné dans le document de transport visé à l'article 7, § 7. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidend als volgt :
"Art. 4bis. § 1. Gedode dieren, ook als ze geheel of gedeeltelijk zijn uitgeslacht overeenkomstig de geldende reglementering maar die niet zijn gemerkt omdat ze geen of slechts een gedeeltelijke keuring hebben ondergaan, mogen slechts worden vervoerd in de volgende gevallen en onder de volgende voorwaarden :
1° op een vetmestingsbedrijf gedood gevogelte dat voor de produktie van foie gras wordt gebruikt en dat binnen 24 uur na het doden naar een erkende inrichting wordt overgebracht voor verdere bewerking, op voorwaarde dat het daarbij vergezeld is van het gezondheidscertificaat bedoeld in het koninklijk besluit van 21 september 1970 betreffende de keuring van en de handel in vlees van gevogelte, artikel 20, zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 4 september 1981;
2° op de plaats van oorsprong gedood gekweekt wild dat naar een erkende inrichting wordt overgebracht voor verdere bewerking, op voorwaarde dat het daarbij vergezeld is van een verklaring inzake de gezondheid bedoeld in het koninklijk besluit van 30 december 1992 betreffende de keuring van en de handel in vlees van gekweekt wild, artikelen 4, § 2, en 5bis, § 2;
3° op een bedrijf van oorsprong in kleine hoeveelheden geslacht gevogelte, konijnen of gekweekt vederwild van een producent die ten hoogste 10.000 stuks van deze dieren per jaar kweekt en die voor het rechtstreeks afstaan aan particulieren naar weekmarkten worden overgebracht, op voorwaarde dat ze daarbij vergezeld zijn van het registratiedocument bedoeld in het koninklijk besluit van 30 december 1992 betreffende de erkenning en de inrichtingsvoorwaarden van de slachthuizen en andere inrichtingen, artikel 5bis;
4° een bij noodslachting gedood slachtdier dat voor het uitslachten naar een daartoe erkend slachthuis wordt overgebracht, op voorwaarde dat het daarbij vergezeld is van het vervoerdocument bedoeld in de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, artikel 24, tweede lid.
Het gedode en uitgebloede dier moet onder bevredigende hygiënische omstandigheden en zo spoedig mogelijk na het doden worden vervoerd. Wanneer het gedode dier niet binnen één uur naar het slachthuis kan worden gebracht, moet het worden vervoerd in een vervoermiddel waarin een temperatuur heerst tussen 0 °C en 4 °C;
5° vrij wild dat wordt vervoerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 2, of van artikel 16, 1° of 2° van het koninklijk besluit van 9 november 1994 betreffende de keuring van en de handel in vlees van vrij wild.
§ 2. Hij die de gedode dieren vervoert of hij die ze te koop aanbiedt in het geval bedoeld in § 1, 3°, dient de nodige documenten op iedere vordering te vertonen.
In de gevallen bedoeld in § 1, 1°, 2°, 4° en 5°, voor zover in dit laatste geval een document verplicht is, dient hij de documenten in de inrichting van bestemming bij de slachtingsaangifte af te leveren.".
"Art. 4bis. § 1. Gedode dieren, ook als ze geheel of gedeeltelijk zijn uitgeslacht overeenkomstig de geldende reglementering maar die niet zijn gemerkt omdat ze geen of slechts een gedeeltelijke keuring hebben ondergaan, mogen slechts worden vervoerd in de volgende gevallen en onder de volgende voorwaarden :
1° op een vetmestingsbedrijf gedood gevogelte dat voor de produktie van foie gras wordt gebruikt en dat binnen 24 uur na het doden naar een erkende inrichting wordt overgebracht voor verdere bewerking, op voorwaarde dat het daarbij vergezeld is van het gezondheidscertificaat bedoeld in het koninklijk besluit van 21 september 1970 betreffende de keuring van en de handel in vlees van gevogelte, artikel 20, zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 4 september 1981;
2° op de plaats van oorsprong gedood gekweekt wild dat naar een erkende inrichting wordt overgebracht voor verdere bewerking, op voorwaarde dat het daarbij vergezeld is van een verklaring inzake de gezondheid bedoeld in het koninklijk besluit van 30 december 1992 betreffende de keuring van en de handel in vlees van gekweekt wild, artikelen 4, § 2, en 5bis, § 2;
3° op een bedrijf van oorsprong in kleine hoeveelheden geslacht gevogelte, konijnen of gekweekt vederwild van een producent die ten hoogste 10.000 stuks van deze dieren per jaar kweekt en die voor het rechtstreeks afstaan aan particulieren naar weekmarkten worden overgebracht, op voorwaarde dat ze daarbij vergezeld zijn van het registratiedocument bedoeld in het koninklijk besluit van 30 december 1992 betreffende de erkenning en de inrichtingsvoorwaarden van de slachthuizen en andere inrichtingen, artikel 5bis;
4° een bij noodslachting gedood slachtdier dat voor het uitslachten naar een daartoe erkend slachthuis wordt overgebracht, op voorwaarde dat het daarbij vergezeld is van het vervoerdocument bedoeld in de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, artikel 24, tweede lid.
Het gedode en uitgebloede dier moet onder bevredigende hygiënische omstandigheden en zo spoedig mogelijk na het doden worden vervoerd. Wanneer het gedode dier niet binnen één uur naar het slachthuis kan worden gebracht, moet het worden vervoerd in een vervoermiddel waarin een temperatuur heerst tussen 0 °C en 4 °C;
5° vrij wild dat wordt vervoerd overeenkomstig de bepalingen van artikel 3, § 2, of van artikel 16, 1° of 2° van het koninklijk besluit van 9 november 1994 betreffende de keuring van en de handel in vlees van vrij wild.
§ 2. Hij die de gedode dieren vervoert of hij die ze te koop aanbiedt in het geval bedoeld in § 1, 3°, dient de nodige documenten op iedere vordering te vertonen.
In de gevallen bedoeld in § 1, 1°, 2°, 4° en 5°, voor zover in dit laatste geval een document verplicht is, dient hij de documenten in de inrichting van bestemming bij de slachtingsaangifte af te leveren.".
Art. 5. Dans le même arrêté, un article 4bis est inséré, rédigé comme suit :
" Art. 4bis. § 1er. Des animaux mis à mort, même s'ils sont entièrement ou partiellement habillés selon la réglementation en vigueur mais qui ne sont pas marqués parce qu'ils n'ont subi aucune expertise ou ont uniquement subi une expertise partielle, ne peuvent être transportées que dans les cas suivants et sous les conditions suivantes :
1° des volailles destinées à la production de foie gras, mises à mort à la ferme d'engraissement, transportées dans les 24 heures après la mise à mort vers un établissement agréé en vue du traitement ultérieur, à condition qu'elles soient accompagnées du certificat de salubrité mentionné à l'arrêté royal du 21 septembre 1970 relatif à l'expertise et au commerce des viandes de volaille, article 20, tel que modifié par l'arrêté royal du 4 septembre 1981;
2° du gibier d'élevage mis à mort au lieu d'origine, transporté vers un établissement agréé en vue du traitement ultérieur, à condition qu'il soit accompagné de l'attestation sanitaire mentionnée à l'arrêté royal du 30 décembre 1992 relatif à l'expertise et au commerce de viandes de gibier d'élevage, articles 4, § 2, et 5bis, § 2;
3° des volailles, des lapins ou du gibier d'élevage à plumes abattus en petites quantités à l'exploitation d'origine d'un producteur dont la production annuelle n'est pas supérieure à 10.000 unités de ces animaux qui sont transportés aux marchés hebdomadaires en vue de la cession directe à des personnes privées, à condition qu'ils soient accompagnés du document d'enregistrement mentionné à l'arrêté royal du 30 décembre 1992 relatif à l'agrément et aux conditions d'installation des abattoirs et d'autres établissements, article 5bis;
4° un animal de boucherie, abattu par abattage de nécessité, transporté vers un abattoir agréé à cette fin en vue de l'habillage, à condition qu'il soit accompagné du document de transport mentionné à la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes, article 24, alinéa deux.
L'animal abattu et saigné est transporté, dans des conditions d'hygiène satisfaisantes, et ce le plus rapidement possible après l'abattage. Dans la mesure où l'animal abattu ne peut être amené à l'abattoir dans un délai d'une heure, il doit être transporté dans un moyen de transport dans lequel règne une température comprise entre 0 °C et 4 °C;
5° du gibier sauvage transporté conformément aux dispositions de l'article 3, § 2, ou de l'article 16, 1° ou 2° de l'arrêté royal du 9 novembre 1994 relatif à l'expertise et au commerce des viandes de gibier sauvage.
§ 2. Le transporteur des animaux mis à mort ou celui qui les offre en vente dans le cas visé au § 1er, 3°, devra exhiber à toute réquisition les documents nécessaires.
Dans les cas visés au § 1er, 1°, 2°, 4° et 5°, pour autant que dans ce dernier cas un document soit obligatoire, il doit, lors de la déclaration d'abattage, remettre les documents dans l'établissement de destination. ".
" Art. 4bis. § 1er. Des animaux mis à mort, même s'ils sont entièrement ou partiellement habillés selon la réglementation en vigueur mais qui ne sont pas marqués parce qu'ils n'ont subi aucune expertise ou ont uniquement subi une expertise partielle, ne peuvent être transportées que dans les cas suivants et sous les conditions suivantes :
1° des volailles destinées à la production de foie gras, mises à mort à la ferme d'engraissement, transportées dans les 24 heures après la mise à mort vers un établissement agréé en vue du traitement ultérieur, à condition qu'elles soient accompagnées du certificat de salubrité mentionné à l'arrêté royal du 21 septembre 1970 relatif à l'expertise et au commerce des viandes de volaille, article 20, tel que modifié par l'arrêté royal du 4 septembre 1981;
2° du gibier d'élevage mis à mort au lieu d'origine, transporté vers un établissement agréé en vue du traitement ultérieur, à condition qu'il soit accompagné de l'attestation sanitaire mentionnée à l'arrêté royal du 30 décembre 1992 relatif à l'expertise et au commerce de viandes de gibier d'élevage, articles 4, § 2, et 5bis, § 2;
3° des volailles, des lapins ou du gibier d'élevage à plumes abattus en petites quantités à l'exploitation d'origine d'un producteur dont la production annuelle n'est pas supérieure à 10.000 unités de ces animaux qui sont transportés aux marchés hebdomadaires en vue de la cession directe à des personnes privées, à condition qu'ils soient accompagnés du document d'enregistrement mentionné à l'arrêté royal du 30 décembre 1992 relatif à l'agrément et aux conditions d'installation des abattoirs et d'autres établissements, article 5bis;
4° un animal de boucherie, abattu par abattage de nécessité, transporté vers un abattoir agréé à cette fin en vue de l'habillage, à condition qu'il soit accompagné du document de transport mentionné à la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes, article 24, alinéa deux.
L'animal abattu et saigné est transporté, dans des conditions d'hygiène satisfaisantes, et ce le plus rapidement possible après l'abattage. Dans la mesure où l'animal abattu ne peut être amené à l'abattoir dans un délai d'une heure, il doit être transporté dans un moyen de transport dans lequel règne une température comprise entre 0 °C et 4 °C;
5° du gibier sauvage transporté conformément aux dispositions de l'article 3, § 2, ou de l'article 16, 1° ou 2° de l'arrêté royal du 9 novembre 1994 relatif à l'expertise et au commerce des viandes de gibier sauvage.
§ 2. Le transporteur des animaux mis à mort ou celui qui les offre en vente dans le cas visé au § 1er, 3°, devra exhiber à toute réquisition les documents nécessaires.
Dans les cas visés au § 1er, 1°, 2°, 4° et 5°, pour autant que dans ce dernier cas un document soit obligatoire, il doit, lors de la déclaration d'abattage, remettre les documents dans l'établissement de destination. ".
Art. 6. In artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in 1° en 2° worden de woorden "en gekweekt tweehoevig wild" telkens vervangen door de woorden ", gekweekt tweehoevig wild en grof vrij wild";
2° in 3° worden de woorden "en gekweekt gevederd wild" vervangen door de woorden ", gekweekt vederwild en klein vrij wild";
3° in 7° worden de woorden ", vlees in stukken van minder dan 100 gram" geschrapt.
1° in 1° en 2° worden de woorden "en gekweekt tweehoevig wild" telkens vervangen door de woorden ", gekweekt tweehoevig wild en grof vrij wild";
2° in 3° worden de woorden "en gekweekt gevederd wild" vervangen door de woorden ", gekweekt vederwild en klein vrij wild";
3° in 7° worden de woorden ", vlees in stukken van minder dan 100 gram" geschrapt.
Art. 6. A l'article 5, § 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
1° aux points 1° et 2°, les mots " et de gibier d'élevage biongulé " sont remplacés à chaque reprise par les mots " , de gibier d'élevage biongulé et de gros gibier sauvage ";
2° au point 3°, les mots " et de gibier à plumes d'élevage " sont remplacés par les mots " , de gibier d'élevage à plumes et de petit gibier sauvage ";
3° au point 7°, les mots " , les viandes en morceaux de moins de 100 grammes " sont supprimés.
1° aux points 1° et 2°, les mots " et de gibier d'élevage biongulé " sont remplacés à chaque reprise par les mots " , de gibier d'élevage biongulé et de gros gibier sauvage ";
2° au point 3°, les mots " et de gibier à plumes d'élevage " sont remplacés par les mots " , de gibier d'élevage à plumes et de petit gibier sauvage ";
3° au point 7°, les mots " , les viandes en morceaux de moins de 100 grammes " sont supprimés.
Art. 7. Artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepalingen :
"§ 1. Andere producten die de hygiënische kwaliteit van het vers vlees, de vleesproducten of de vleesbereidingen nadelig kunnen beïnvloeden of verontreinigen of er een kwalijke geur kunnen aan geven of ze schadelijk kunnen maken voor de gezondheid van de mens, mogen er niet mee te samen in hetzelfde vervoermiddel worden vervoerd.
Behalve in het geval van vers vlees van gevogelte kan worden afgeweken van het bepaalde in het vorig lid, op voorwaarde dat passende voorzorgsmaatregelen worden getroffen, met name dat het vers vlees, de vleesproducten en de vleesbereidingen zijn eindverpakt en er met de andere producten een afdoende fysieke afscheiding is aangebracht.".
In hetzelfde artikel, § 2, van de Franse tekst worden de woorden "ne sont pas propres et qui n'ont pas été" vervangen door de woorden "n'ont pas été nettoyés et".
In hetzelfde artikel, § 4, 1°, worden tussen de woorden "van slachtdieren" en "moet worden opgehangen" de woorden ", van gekweekt tweehoevig wild of van grof vrij wild" ingevoegd.
In hetzelfde artikel, § 4, 2°, worden de woorden "of van gekweekt wild" vervangen door de woorden ", van gekweekt vederwild of van klein vrij wild".
In hetzelfde artikel, § 4, 8°, worden de woorden "mogen niet rechtstreeks met de vloer in aanraking komen tenzij deze geribd is waarbij de ribben ten minste 2 cm hoog zijn. Ze" geschrapt.
In hetzelfde artikel, § 5, wordt het woord "gekweekt" geschrapt.
Hetzelfde artikel wordt aangevuld met de volgende paragraaf :
"§ 6. Bijproducten van dierlijke oorsprong moeten in hygiënisch bevredigende omstandigheden worden vervoerd. Ze moeten verpakt zijn of zich in gesloten recipiënten of containers bevinden.".
"§ 1. Andere producten die de hygiënische kwaliteit van het vers vlees, de vleesproducten of de vleesbereidingen nadelig kunnen beïnvloeden of verontreinigen of er een kwalijke geur kunnen aan geven of ze schadelijk kunnen maken voor de gezondheid van de mens, mogen er niet mee te samen in hetzelfde vervoermiddel worden vervoerd.
Behalve in het geval van vers vlees van gevogelte kan worden afgeweken van het bepaalde in het vorig lid, op voorwaarde dat passende voorzorgsmaatregelen worden getroffen, met name dat het vers vlees, de vleesproducten en de vleesbereidingen zijn eindverpakt en er met de andere producten een afdoende fysieke afscheiding is aangebracht.".
In hetzelfde artikel, § 2, van de Franse tekst worden de woorden "ne sont pas propres et qui n'ont pas été" vervangen door de woorden "n'ont pas été nettoyés et".
In hetzelfde artikel, § 4, 1°, worden tussen de woorden "van slachtdieren" en "moet worden opgehangen" de woorden ", van gekweekt tweehoevig wild of van grof vrij wild" ingevoegd.
In hetzelfde artikel, § 4, 2°, worden de woorden "of van gekweekt wild" vervangen door de woorden ", van gekweekt vederwild of van klein vrij wild".
In hetzelfde artikel, § 4, 8°, worden de woorden "mogen niet rechtstreeks met de vloer in aanraking komen tenzij deze geribd is waarbij de ribben ten minste 2 cm hoog zijn. Ze" geschrapt.
In hetzelfde artikel, § 5, wordt het woord "gekweekt" geschrapt.
Hetzelfde artikel wordt aangevuld met de volgende paragraaf :
"§ 6. Bijproducten van dierlijke oorsprong moeten in hygiënisch bevredigende omstandigheden worden vervoerd. Ze moeten verpakt zijn of zich in gesloten recipiënten of containers bevinden.".
Art. 7. L'article 6, § 1er, du même arrêté, est remplacé par les dispositions suivantes :
" § 1er. Aucun autre produit susceptible d'affecter la qualité hygiénique des viandes fraîches, des produits à base de viande ou des préparations de viandes ou de les contaminer ou de leur communiquer une mauvaise odeur ou de les rendre nuisibles pour la santé humaine ne peut être transporté en même temps dans un même moyen de transport.
Sauf dans le cas de viandes fraîches de volaille, il peut être dérogé à la disposition de l'alinéa précédent, à condition que des précautions appropriées soient prises, notamment l'emballage des viandes fraîches, des produits à base de viande et des préparations de viandes et l'installation d'une séparation physique adéquate avec les autres produits. ".
Dans le même article, § 2, les mots " ne sont pas propres et qui n'ont pas été " sont remplacés par les mots " n'ont pas été nettoyés et ".
Dans le même article, § 4, 1°, les mots " , de gibier d'élevage biongulé et de gros gibier sauvage " sont insérés entre les mots " d'animaux de boucherie " et " doivent être suspendues ".
Dans le même article, § 4, 2°, les mots " ou de gibier d'élevage " sont remplacés par les mots " , de gibier d'élevage à plumes ou de petit gibier sauvage ".
Dans le même article, § 4, 8°, les mots " ne peuvent entrer en contact direct avec le plancher sauf si celui-ci est strié et dont les nervures ont une hauteur d'au moins 2 cm. Ils " sont supprimés.
Dans le même article, § 5, les mots " d'élevage " sont supprimés.
Le même article est complété par le paragraphe suivant :
" § 6. Les autres issues traitées d'origine animale doivent être transportées dans des conditions d'hygiène satisfaisantes. Elles doivent être emballées ou contenues dans des récipients ou containers fermés. ".
" § 1er. Aucun autre produit susceptible d'affecter la qualité hygiénique des viandes fraîches, des produits à base de viande ou des préparations de viandes ou de les contaminer ou de leur communiquer une mauvaise odeur ou de les rendre nuisibles pour la santé humaine ne peut être transporté en même temps dans un même moyen de transport.
Sauf dans le cas de viandes fraîches de volaille, il peut être dérogé à la disposition de l'alinéa précédent, à condition que des précautions appropriées soient prises, notamment l'emballage des viandes fraîches, des produits à base de viande et des préparations de viandes et l'installation d'une séparation physique adéquate avec les autres produits. ".
Dans le même article, § 2, les mots " ne sont pas propres et qui n'ont pas été " sont remplacés par les mots " n'ont pas été nettoyés et ".
Dans le même article, § 4, 1°, les mots " , de gibier d'élevage biongulé et de gros gibier sauvage " sont insérés entre les mots " d'animaux de boucherie " et " doivent être suspendues ".
Dans le même article, § 4, 2°, les mots " ou de gibier d'élevage " sont remplacés par les mots " , de gibier d'élevage à plumes ou de petit gibier sauvage ".
Dans le même article, § 4, 8°, les mots " ne peuvent entrer en contact direct avec le plancher sauf si celui-ci est strié et dont les nervures ont une hauteur d'au moins 2 cm. Ils " sont supprimés.
Dans le même article, § 5, les mots " d'élevage " sont supprimés.
Le même article est complété par le paragraphe suivant :
" § 6. Les autres issues traitées d'origine animale doivent être transportées dans des conditions d'hygiène satisfaisantes. Elles doivent être emballées ou contenues dans des récipients ou containers fermés. ".
Art. 8. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 7. § 1. Gedurende het vervoer moet vers vlees van slachtdieren vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en met dien verstande dat dit document volgende gegevens bevat :
1° de aanduidingen van het keurmerk of identificatiemerkteken waarmee het vlees of in voorkomend geval de verpakking is bekleed;
2° het toelatingsnummer van de inrichting van verzending;
3° voor bevroren of diepgevroren vlees, de niet gecodeerde vermelding van de maand en het jaar van bevriezing of diepvriezing;
4° voor het voor Finland en Zweden bestemde vlees, een van volgende vermeldingen :
- de in artikel 5, lid 3, onder a) van richtlijn 64/433/EEG bedoelde test is verricht;
- het vlees is bestemd voor verwerking;
- het vlees is afkomstig van een inrichting waarvoor een programma geldt als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder c), van richtlijn 64/433/EEG.
Na overlegging van de nodige bewijsstukken door de verzender van het vlees, zal de keurder de in 4° bedoelde vermelding ondertekenen.
§ 2. Gedurende het vervoer moet vers vlees van gevogelte vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en met dien verstande dat dit document volgende gegevens bevat :
1° de aanduidingen van het keurmerk of identificatiemerkteken waarmee het vlees of in voorkomend geval de verpakking is bekleed;
2° het codenummer van de keurder belast met de keuring en de controle in de inrichting van oorsprong op de dag van de produktie van het vlees;
3° in voorkomend geval de volgende vermelding :
"vlees van gevogelte gekoeld door onderdompeling - richtlijn 71/118/EEG, Bijlage I, Hoofdstuk VII, punten 42 en 43";
4° voor het voor Finland en Zweden bestemde vlees, een van volgende vermeldingen :
- de in artikel 5, lid 3, onder a) van richtlijn 71/118/EEG bedoelde test is verricht;
- het vlees is afkomstig van een inrichting waarvoor een programma geldt als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b), van richtlijn 71/118/EEG.
Na overlegging van de nodige bewijsstukken door de verzender van het vlees, zal de keurder de in 4° bedoelde vermelding ondertekenen.
§ 3. Gedurende het vervoer dat beperkt blijft tot het nationaal grondgebied, moeten vers vlees van konijnen en vers vlees van gekweekt wild vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument analoog aan dat bedoeld in § 1, evenwel zonder de vermelding onder 4°.
§ 4. Gedurende het vervoer moet vers vlees van vrij wild vergezeld gaan van een door een keurder geviseerd begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en met dien verstande dat dit document volgende gegevens bevat :
1° de aanduidingen van het keurmerk of identificatiemerkteken waarmee het vlees of in voorkomend geval de verpakking is bekleed;
2° een codenummer waarmee de keurder kan worden geïdentificeerd;
3° voor bevroren of diepgevroren vlees, de niet gecodeerde vermelding van de maand en het jaar van bevriezing of diepvriezing.
§ 5. In afwijking op de bepalingen van §§ 1, 2, en 4, moet vers vlees vergezeld gaan van het originele exemplaar van het keuringscertificaat voor vlees van slachtdieren of van gevogelte of van het keurings- en dierengezondheidscertificaat voor vlees van vrij wild indien :
1° het vlees is afkomstig uit een slachthuis, respectievelijk een vrij-wildverwerkingsinrichting gelegen in een gebied of een zone waarvoor op het vlak van de dierengezondheidspolitie beperkingen gelden voor de diersoort waarvan het vlees bekomen is, of;
2° het vlees is bestemd voor of herkomstig uit een andere Lid-Staat van de EG na doorvoer door een land dat geen lid is van de EG, in welk geval bovendien het vervoermiddel met een loodje moet zijn verzegeld.
§ 6. Gedurende het vervoer moeten vers vlees van konijnen en vers vlees van gekweekt wild dat verzonden wordt naar of vanuit een andere Lid-Staat van de EG vergezeld gaan van het originele exemplaar van het keuringscertificaat.
§ 7. Onverminderd de bepalingen van §§ 1 en 5, 1°, moet voorwaardelijk voor de voeding goedgekeurd gortig vlees dat vanuit een slachthuis wordt verzonden naar een door de belanghebbende gekozen inrichting die erkend is voor de reglementaire bevriezing, gedurende het vervoer vergezeld gaan van een vervoerdocument afgeleverd door de keurder en waarin de exclusieve bestemming is aangeduid.".
"Art. 7. § 1. Gedurende het vervoer moet vers vlees van slachtdieren vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en met dien verstande dat dit document volgende gegevens bevat :
1° de aanduidingen van het keurmerk of identificatiemerkteken waarmee het vlees of in voorkomend geval de verpakking is bekleed;
2° het toelatingsnummer van de inrichting van verzending;
3° voor bevroren of diepgevroren vlees, de niet gecodeerde vermelding van de maand en het jaar van bevriezing of diepvriezing;
4° voor het voor Finland en Zweden bestemde vlees, een van volgende vermeldingen :
- de in artikel 5, lid 3, onder a) van richtlijn 64/433/EEG bedoelde test is verricht;
- het vlees is bestemd voor verwerking;
- het vlees is afkomstig van een inrichting waarvoor een programma geldt als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder c), van richtlijn 64/433/EEG.
Na overlegging van de nodige bewijsstukken door de verzender van het vlees, zal de keurder de in 4° bedoelde vermelding ondertekenen.
§ 2. Gedurende het vervoer moet vers vlees van gevogelte vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en met dien verstande dat dit document volgende gegevens bevat :
1° de aanduidingen van het keurmerk of identificatiemerkteken waarmee het vlees of in voorkomend geval de verpakking is bekleed;
2° het codenummer van de keurder belast met de keuring en de controle in de inrichting van oorsprong op de dag van de produktie van het vlees;
3° in voorkomend geval de volgende vermelding :
"vlees van gevogelte gekoeld door onderdompeling - richtlijn 71/118/EEG, Bijlage I, Hoofdstuk VII, punten 42 en 43";
4° voor het voor Finland en Zweden bestemde vlees, een van volgende vermeldingen :
- de in artikel 5, lid 3, onder a) van richtlijn 71/118/EEG bedoelde test is verricht;
- het vlees is afkomstig van een inrichting waarvoor een programma geldt als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder b), van richtlijn 71/118/EEG.
Na overlegging van de nodige bewijsstukken door de verzender van het vlees, zal de keurder de in 4° bedoelde vermelding ondertekenen.
§ 3. Gedurende het vervoer dat beperkt blijft tot het nationaal grondgebied, moeten vers vlees van konijnen en vers vlees van gekweekt wild vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument analoog aan dat bedoeld in § 1, evenwel zonder de vermelding onder 4°.
§ 4. Gedurende het vervoer moet vers vlees van vrij wild vergezeld gaan van een door een keurder geviseerd begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en met dien verstande dat dit document volgende gegevens bevat :
1° de aanduidingen van het keurmerk of identificatiemerkteken waarmee het vlees of in voorkomend geval de verpakking is bekleed;
2° een codenummer waarmee de keurder kan worden geïdentificeerd;
3° voor bevroren of diepgevroren vlees, de niet gecodeerde vermelding van de maand en het jaar van bevriezing of diepvriezing.
§ 5. In afwijking op de bepalingen van §§ 1, 2, en 4, moet vers vlees vergezeld gaan van het originele exemplaar van het keuringscertificaat voor vlees van slachtdieren of van gevogelte of van het keurings- en dierengezondheidscertificaat voor vlees van vrij wild indien :
1° het vlees is afkomstig uit een slachthuis, respectievelijk een vrij-wildverwerkingsinrichting gelegen in een gebied of een zone waarvoor op het vlak van de dierengezondheidspolitie beperkingen gelden voor de diersoort waarvan het vlees bekomen is, of;
2° het vlees is bestemd voor of herkomstig uit een andere Lid-Staat van de EG na doorvoer door een land dat geen lid is van de EG, in welk geval bovendien het vervoermiddel met een loodje moet zijn verzegeld.
§ 6. Gedurende het vervoer moeten vers vlees van konijnen en vers vlees van gekweekt wild dat verzonden wordt naar of vanuit een andere Lid-Staat van de EG vergezeld gaan van het originele exemplaar van het keuringscertificaat.
§ 7. Onverminderd de bepalingen van §§ 1 en 5, 1°, moet voorwaardelijk voor de voeding goedgekeurd gortig vlees dat vanuit een slachthuis wordt verzonden naar een door de belanghebbende gekozen inrichting die erkend is voor de reglementaire bevriezing, gedurende het vervoer vergezeld gaan van een vervoerdocument afgeleverd door de keurder en waarin de exclusieve bestemming is aangeduid.".
Art. 8. L'article 7 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 7. § 1er. Au cours de leur transport, les viandes fraîches d'animaux de boucherie doivent être accompagnées d'un document d'accompagnement commercial établi par l'établissement d'expédition, étant entendu que ce document doit comporter les données suivantes :
1° les indications de la marque de salubrité ou de la marque d'identification avec laquelle la viande ou, le cas échéant, l'emballage est muni;
2° le numéro d'agrément de l'établissement d'expédition;
3° pour les viandes congelées ou surgelées, la mention en clair du mois et de l'année de congélation ou de surgélation;
4° pour les viandes destinées à la Finlande et à la Suède, une des mentions suivantes :
- le test visé à l'article 5, paragraphe 3, point a) de la directive 64/433/CEE a été effectué;
- les viandes sont destinées à la transformation;
- les viandes proviennent d'un établissement soumis à un programme tel que visé à l'article 5, alinéa 3, point c) de la directive 64/433/CEE.
Après remise des pièces probantes nécessaires par l'expéditeur des viandes, l'expert apposera sa signature en dessous de la mention visée au point 4°.
§ 2. Au cours de leur transport, les viandes fraîches de volaille doivent être accompagnées d'un document d'accompagnement commercial établi par l'établissement d'expédition, étant entendu que ce document doit comporter les données suivantes :
1° les indications de la marque de salubrité ou d'identification avec laquelle la viande ou, le cas échéant, l'emballage est muni;
2° le numéro de code de l'expert chargé de l'expertise et du contrôle dans l'établissement d'origine le jour de la production des viandes;
3° le cas échéant, la mention suivante :
" viandes de volaille réfrigérées par immersion - directive 71/118/CEE, Annexe I, Chapitre VII, points 42 et 43 ";
4° pour les viandes destinées à la Finlande et à la Suède, une des mentions suivantes :
- le test visé à l'article 5, paragraphe 3, point a) de la directive 71/118/CEE a été effectué;
- les viandes proviennent d'un établissement soumis à un programme tel que visé à l'article 5, paragraphe 3, point b) de la directive 71/118/CEE.
Après remise des pièces probantes nécessaires par l'expéditeur des viandes, l'expert apposera sa signature en dessous de la mention visée au point 4°.
§ 3. Au cours de leur transport, limité au territoire national, les viandes fraîches de lapin et de gibier d'élevage doivent être accompagnées d'un document d'accompagnement commercial analogue à celui mentionné au § 1er, toutefois sans la mention sous 4°.
§ 4. Au cours de leur transport, les viandes fraîches de gibier sauvage doivent être accompagnées d'un document d'accompagnement commercial visé par l'expert, établi par l'établissement d'expédition étant entendu que ce document doit comporter les données suivantes :
1° les indications de la marque de salubrité ou d'identification avec laquelle la viande ou, le cas échéant, l'emballage est muni;
2° un numéro de code permettant d'identifier l'expert;
3° pour les viandes congelées ou surgelées, la mention en clair du mois et de l'année de congélation ou de surgélation.
§ 5. Par dérogation aux dispositions des §§ 1er, 2, et 4, les viandes fraîches doivent être accompagnées de l'exemplaire original, soit du certificat de salubrité pour les viandes d'animaux de boucherie ou de volaille, soit du certificat de salubrité et de police sanitaire pour les viandes de gibier sauvage si :
1° les viandes sont originaires d'un abattoir ou respectivement d'un atelier de traitement de gibier sauvage situé dans une région ou une zone à restriction dans le cadre de la police sanitaire visant l'espèce animale dont proviennent les viandes, ou;
2° les viandes sont destinées à ou provenant d'un autre Etat, membre de la CE après transit par un pays, non membre de la CE, auquel cas, le moyen de transport doit en outre être plombé.
§ 6. Au cours de leur transport, les viandes fraîches de lapin et de gibier d'élevage expédiées vers ou en provenance d'un autre Etat, membre de la CE doivent être accompagnées de l'exemplaire original du certificat de salubrité.
§ 7. Sans préjudice aux dispositions des §§ 1er et 5, 1°, les viandes ladres, reconnues conditionnellement propres à la consommation, expédiées à partir d'un abattoir vers un établissement choisi par l'intéressé et agréé pour la congélation réglementaire, doivent être accompagnées au cours de leur transport d'un document de transport délivré par l'expert et indiquant la destination exclusive. ".
" Art. 7. § 1er. Au cours de leur transport, les viandes fraîches d'animaux de boucherie doivent être accompagnées d'un document d'accompagnement commercial établi par l'établissement d'expédition, étant entendu que ce document doit comporter les données suivantes :
1° les indications de la marque de salubrité ou de la marque d'identification avec laquelle la viande ou, le cas échéant, l'emballage est muni;
2° le numéro d'agrément de l'établissement d'expédition;
3° pour les viandes congelées ou surgelées, la mention en clair du mois et de l'année de congélation ou de surgélation;
4° pour les viandes destinées à la Finlande et à la Suède, une des mentions suivantes :
- le test visé à l'article 5, paragraphe 3, point a) de la directive 64/433/CEE a été effectué;
- les viandes sont destinées à la transformation;
- les viandes proviennent d'un établissement soumis à un programme tel que visé à l'article 5, alinéa 3, point c) de la directive 64/433/CEE.
Après remise des pièces probantes nécessaires par l'expéditeur des viandes, l'expert apposera sa signature en dessous de la mention visée au point 4°.
§ 2. Au cours de leur transport, les viandes fraîches de volaille doivent être accompagnées d'un document d'accompagnement commercial établi par l'établissement d'expédition, étant entendu que ce document doit comporter les données suivantes :
1° les indications de la marque de salubrité ou d'identification avec laquelle la viande ou, le cas échéant, l'emballage est muni;
2° le numéro de code de l'expert chargé de l'expertise et du contrôle dans l'établissement d'origine le jour de la production des viandes;
3° le cas échéant, la mention suivante :
" viandes de volaille réfrigérées par immersion - directive 71/118/CEE, Annexe I, Chapitre VII, points 42 et 43 ";
4° pour les viandes destinées à la Finlande et à la Suède, une des mentions suivantes :
- le test visé à l'article 5, paragraphe 3, point a) de la directive 71/118/CEE a été effectué;
- les viandes proviennent d'un établissement soumis à un programme tel que visé à l'article 5, paragraphe 3, point b) de la directive 71/118/CEE.
Après remise des pièces probantes nécessaires par l'expéditeur des viandes, l'expert apposera sa signature en dessous de la mention visée au point 4°.
§ 3. Au cours de leur transport, limité au territoire national, les viandes fraîches de lapin et de gibier d'élevage doivent être accompagnées d'un document d'accompagnement commercial analogue à celui mentionné au § 1er, toutefois sans la mention sous 4°.
§ 4. Au cours de leur transport, les viandes fraîches de gibier sauvage doivent être accompagnées d'un document d'accompagnement commercial visé par l'expert, établi par l'établissement d'expédition étant entendu que ce document doit comporter les données suivantes :
1° les indications de la marque de salubrité ou d'identification avec laquelle la viande ou, le cas échéant, l'emballage est muni;
2° un numéro de code permettant d'identifier l'expert;
3° pour les viandes congelées ou surgelées, la mention en clair du mois et de l'année de congélation ou de surgélation.
§ 5. Par dérogation aux dispositions des §§ 1er, 2, et 4, les viandes fraîches doivent être accompagnées de l'exemplaire original, soit du certificat de salubrité pour les viandes d'animaux de boucherie ou de volaille, soit du certificat de salubrité et de police sanitaire pour les viandes de gibier sauvage si :
1° les viandes sont originaires d'un abattoir ou respectivement d'un atelier de traitement de gibier sauvage situé dans une région ou une zone à restriction dans le cadre de la police sanitaire visant l'espèce animale dont proviennent les viandes, ou;
2° les viandes sont destinées à ou provenant d'un autre Etat, membre de la CE après transit par un pays, non membre de la CE, auquel cas, le moyen de transport doit en outre être plombé.
§ 6. Au cours de leur transport, les viandes fraîches de lapin et de gibier d'élevage expédiées vers ou en provenance d'un autre Etat, membre de la CE doivent être accompagnées de l'exemplaire original du certificat de salubrité.
§ 7. Sans préjudice aux dispositions des §§ 1er et 5, 1°, les viandes ladres, reconnues conditionnellement propres à la consommation, expédiées à partir d'un abattoir vers un établissement choisi par l'intéressé et agréé pour la congélation réglementaire, doivent être accompagnées au cours de leur transport d'un document de transport délivré par l'expert et indiquant la destination exclusive. ".
Art. 9. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 8. § 1. Gedurende het vervoer moet gehakt vlees vergezeld gaan van :
a) hetzij een begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en met dien verstande dat dit document volgende gegevens bevat :
1° het veterinaire toelatingsnummer van de inrichting waar het gehakt vlees is vervaardigd;
2° voor ingevroren gehakt, de niet gecodeerde vermelding van de maand en het jaar van invriezing;
3° voor het voor Finland en Zweden bestemde vlees, een van volgende vermeldingen :
- de in artikel 5, lid 3, onder a) van richtlijn 64/433/EEG bedoelde test is verricht;
- het vlees is bestemd voor verwerking;
- het vlees is afkomstig van een inrichting waarvoor een programma geldt als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder c), van richtlijn 64/433/EEG.
Na overlegging van de nodige bewijsstukken door de verzender van het vlees, zal de keurder de in 3° bedoelde vermelding ondertekenen;
b) hetzij het originele exemplaar van het keuringscertificaat wanneer het gaat om gehakt dat :
1° afkomstig is uit een inrichting gelegen in een gebied of een zone waarvoor op het vlak van de dierengezondheidspolitie beperkingen gelden voor de diersoort waarvan het gehakt bekomen is, of;
2° bestemd is voor of herkomstig uit een andere Lid-Staat van de EG na doorvoer door een land dat geen lid is van de EG, in welk geval bovendien het vervoermiddel met een loodje moet zijn verzegeld.
§ 2. Gedurende het vervoer moeten vleesbereidingen die verzonden worden naar of vanuit een andere Lid-Staat van de EG, vergezeld gaan van het originele exemplaar van het keuringscertificaat.
Gedurende het vervoer dat beperkt blijft tot het nationaal grondgebied, moeten vleesbereidingen vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument analoog aan dat bedoeld in § 1, evenwel zonder de vermelding onder 3°.
§ 3. Gedurende het vervoer moeten vleesprodukten vergezeld gaan van :
a) hetzij een begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en met dien verstande dat dit document volgende gegevens bevat :
1° de aanduidingen van het identificatiemerkteken van de inrichting van verzending;
2° een codenummer dat de keurkring identificeert waartoe deze inrichting behoort;
b) hetzij het originele exemplaar van het keuringscertificaat wanneer het gaat om vleesprodukten die :
1° verkregen zijn van vlees afkomstig uit een slachthuis of een vrij-wildverwerkingsinrichting gelegen in een gebied of zone waarvoor op het vlak van de dierengezondheidspolitie beperkingen gelden voor diersoorten waarvan het aangewende vlees bekomen is;
2° bestemd zijn voor of herkomstig uit een andere Lid-Staat van de EG na doorvoer door een land dat geen lid is van de EG, in welk geval bovendien het vervoermiddel met een loodje moet zijn verzegeld.
Evenwel volstaat een begeleidend handelsdocument als bedoeld in a) en is geen keuringscertificaat vereist :
1° voor gepasteuriseerde of gesteriliseerde vleesproducten in hermetisch gesloten recipiënten die bestemd zijn voor opslag bij omgevingstemperatuur indien daarop op onuitwisbare wijze het identificatiemerkteken is aangebracht;
2° voor vleesproducten die andere voedingsmiddelen bevatten en die niet meer dan 10 gewichtspercenten toegevoegd vlees of vleesprodukten bevatten in verhouding tot het eindprodukt, klaar voor gebruik, na bereiding volgens de gebruiksaanwijzingen van de fabrikant, indien het identificatiemerkteken aangevuld wordt met het cijfer 8 gevolgd door een streepje (8-), te plaatsen voor het veterinair toelatingsnummer van de inrichting.
§ 4. Gedurende het vervoer moeten bijprodukten van dierlijke oorsprong die geschikt zijn voor de menselijke voeding, vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument als bedoeld in § 3, a.".
"Art. 8. § 1. Gedurende het vervoer moet gehakt vlees vergezeld gaan van :
a) hetzij een begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en met dien verstande dat dit document volgende gegevens bevat :
1° het veterinaire toelatingsnummer van de inrichting waar het gehakt vlees is vervaardigd;
2° voor ingevroren gehakt, de niet gecodeerde vermelding van de maand en het jaar van invriezing;
3° voor het voor Finland en Zweden bestemde vlees, een van volgende vermeldingen :
- de in artikel 5, lid 3, onder a) van richtlijn 64/433/EEG bedoelde test is verricht;
- het vlees is bestemd voor verwerking;
- het vlees is afkomstig van een inrichting waarvoor een programma geldt als bedoeld in artikel 5, lid 3, onder c), van richtlijn 64/433/EEG.
Na overlegging van de nodige bewijsstukken door de verzender van het vlees, zal de keurder de in 3° bedoelde vermelding ondertekenen;
b) hetzij het originele exemplaar van het keuringscertificaat wanneer het gaat om gehakt dat :
1° afkomstig is uit een inrichting gelegen in een gebied of een zone waarvoor op het vlak van de dierengezondheidspolitie beperkingen gelden voor de diersoort waarvan het gehakt bekomen is, of;
2° bestemd is voor of herkomstig uit een andere Lid-Staat van de EG na doorvoer door een land dat geen lid is van de EG, in welk geval bovendien het vervoermiddel met een loodje moet zijn verzegeld.
§ 2. Gedurende het vervoer moeten vleesbereidingen die verzonden worden naar of vanuit een andere Lid-Staat van de EG, vergezeld gaan van het originele exemplaar van het keuringscertificaat.
Gedurende het vervoer dat beperkt blijft tot het nationaal grondgebied, moeten vleesbereidingen vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument analoog aan dat bedoeld in § 1, evenwel zonder de vermelding onder 3°.
§ 3. Gedurende het vervoer moeten vleesprodukten vergezeld gaan van :
a) hetzij een begeleidend handelsdocument, opgesteld door de inrichting van waaruit het vlees is verzonden en met dien verstande dat dit document volgende gegevens bevat :
1° de aanduidingen van het identificatiemerkteken van de inrichting van verzending;
2° een codenummer dat de keurkring identificeert waartoe deze inrichting behoort;
b) hetzij het originele exemplaar van het keuringscertificaat wanneer het gaat om vleesprodukten die :
1° verkregen zijn van vlees afkomstig uit een slachthuis of een vrij-wildverwerkingsinrichting gelegen in een gebied of zone waarvoor op het vlak van de dierengezondheidspolitie beperkingen gelden voor diersoorten waarvan het aangewende vlees bekomen is;
2° bestemd zijn voor of herkomstig uit een andere Lid-Staat van de EG na doorvoer door een land dat geen lid is van de EG, in welk geval bovendien het vervoermiddel met een loodje moet zijn verzegeld.
Evenwel volstaat een begeleidend handelsdocument als bedoeld in a) en is geen keuringscertificaat vereist :
1° voor gepasteuriseerde of gesteriliseerde vleesproducten in hermetisch gesloten recipiënten die bestemd zijn voor opslag bij omgevingstemperatuur indien daarop op onuitwisbare wijze het identificatiemerkteken is aangebracht;
2° voor vleesproducten die andere voedingsmiddelen bevatten en die niet meer dan 10 gewichtspercenten toegevoegd vlees of vleesprodukten bevatten in verhouding tot het eindprodukt, klaar voor gebruik, na bereiding volgens de gebruiksaanwijzingen van de fabrikant, indien het identificatiemerkteken aangevuld wordt met het cijfer 8 gevolgd door een streepje (8-), te plaatsen voor het veterinair toelatingsnummer van de inrichting.
§ 4. Gedurende het vervoer moeten bijprodukten van dierlijke oorsprong die geschikt zijn voor de menselijke voeding, vergezeld gaan van een begeleidend handelsdocument als bedoeld in § 3, a.".
Art. 9. L'article 8 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 8. § 1er. Au cours de leur transport, les viandes hachées doivent être accompagnées :
a) soit d'un document d'accompagnement commercial, établi par l'établissement d'expédition étant entendu que ce document doit comporter les données suivantes :
1° le numéro d'agrément vétérinaire de l'établissement où les viandes hachées sont produites;
2° pour les viandes hachées congelées, la mention en clair du mois et de l'année de congélation;
3° pour les viandes destinées à la Finlande et à la Suède, une des mentions suivantes :
- le test visé à l'article 5, paragraphe 3, point a) de la directive 64/433/CEE a été effectué;
- les viandes sont destinées à la transformation;
- les viandes proviennent d'un établissement soumis à un programme tel que visé à l'article 5, paragraphe 3, point c) de la directive 64/433/CEE.
Après remise des pièces probantes nécessaires par l'expéditeur des viandes, l'expert apposera sa signature en dessous de la mention visée au point 3°;
b) soit de l'exemplaire original du certificat de salubrité s'il s'agit de viandes hachées :
1° originaires d'un établissement situé dans une région ou une zone à restriction dans le cadre de la police sanitaire visant l'espèce animale dont proviennent les viandes hachées, ou;
2° destinées à ou provenant d'un autre Etat, membre de la CE après transit par un pays, non membre de la CE, auquel cas, le moyen de transport doit en outre être plombé.
§ 2. Au cours de leur transport, les préparations de viandes, expédiées vers ou en provenance d'un autre Etat, membre de la CE, doivent être accompagnées de l'exemplaire original du certificat de salubrité.
Au cours de leur transport, limité au territoire national, les préparations de viandes doivent être accompagnées d'un document d'accompagnement commercial analogue à celui mentionné au § 1er, toutefois sans la mention sous 3°.
§ 3. Au cours de leur transport, les produits à base de viande doivent être accompagnés :
a) soit d'un document d'accompagnement commercial, établi par l'établissement d'expédition étant entendu que ce document doit comporter les données suivantes :
1° les indications de la marque d'identification de l'établissement d'expédition;
2° un numéro de code identifiant le cercle d'expertise auquel appartient cet établissement;
b) soit de l'exemplaire original du certificat de salubrité s'il s'agit de produits à base de viande :
1° obtenus à partir de viandes originaires d'un abattoir ou d'un atelier de traitement de gibier sauvage situé dans une région ou une zone à restriction dans le cadre de la police sanitaire visant l'espèce animale dont proviennent les viandes utilisées;
2° destinés à ou provenant d'un autre Etat, membre de la CE après transit par un pays, non membre de la CE, auquel cas, le moyen de transport doit en outre être plombé.
Toutefois, un document d'accompagnement commercial visé sous a) suffit et un certificat de salubrité n'est pas requis :
1° pour les produits à base de viande pasteurisés ou stérilisés contenus dans des récipients hermétiquement clos, destinés à être entreposés à température ambiante, si la marque d'identification y est appliquée de manière indélébile;
2° pour des produits à base de viande contenant d'autres denrées alimentaires et ne contenant pas plus de 10 % p/p de viande ou de produits à base de viande par rapport au produit fini, prêt à utilisation après préparation conformément au mode d'emploi du fabricant, à condition que la marque d'identification soit complétée du chiffre 8 suivi d'un tiret (8-), à placer devant le numéro d'agrément vétérinaire de l'établissement.
§ 4. Au cours de leur transport, les autres issues traitées d'origine animale propres à la consommation humaine, doivent être accompagnées d'un document d'accompagnement commercial visé au § 3, a. ".
" Art. 8. § 1er. Au cours de leur transport, les viandes hachées doivent être accompagnées :
a) soit d'un document d'accompagnement commercial, établi par l'établissement d'expédition étant entendu que ce document doit comporter les données suivantes :
1° le numéro d'agrément vétérinaire de l'établissement où les viandes hachées sont produites;
2° pour les viandes hachées congelées, la mention en clair du mois et de l'année de congélation;
3° pour les viandes destinées à la Finlande et à la Suède, une des mentions suivantes :
- le test visé à l'article 5, paragraphe 3, point a) de la directive 64/433/CEE a été effectué;
- les viandes sont destinées à la transformation;
- les viandes proviennent d'un établissement soumis à un programme tel que visé à l'article 5, paragraphe 3, point c) de la directive 64/433/CEE.
Après remise des pièces probantes nécessaires par l'expéditeur des viandes, l'expert apposera sa signature en dessous de la mention visée au point 3°;
b) soit de l'exemplaire original du certificat de salubrité s'il s'agit de viandes hachées :
1° originaires d'un établissement situé dans une région ou une zone à restriction dans le cadre de la police sanitaire visant l'espèce animale dont proviennent les viandes hachées, ou;
2° destinées à ou provenant d'un autre Etat, membre de la CE après transit par un pays, non membre de la CE, auquel cas, le moyen de transport doit en outre être plombé.
§ 2. Au cours de leur transport, les préparations de viandes, expédiées vers ou en provenance d'un autre Etat, membre de la CE, doivent être accompagnées de l'exemplaire original du certificat de salubrité.
Au cours de leur transport, limité au territoire national, les préparations de viandes doivent être accompagnées d'un document d'accompagnement commercial analogue à celui mentionné au § 1er, toutefois sans la mention sous 3°.
§ 3. Au cours de leur transport, les produits à base de viande doivent être accompagnés :
a) soit d'un document d'accompagnement commercial, établi par l'établissement d'expédition étant entendu que ce document doit comporter les données suivantes :
1° les indications de la marque d'identification de l'établissement d'expédition;
2° un numéro de code identifiant le cercle d'expertise auquel appartient cet établissement;
b) soit de l'exemplaire original du certificat de salubrité s'il s'agit de produits à base de viande :
1° obtenus à partir de viandes originaires d'un abattoir ou d'un atelier de traitement de gibier sauvage situé dans une région ou une zone à restriction dans le cadre de la police sanitaire visant l'espèce animale dont proviennent les viandes utilisées;
2° destinés à ou provenant d'un autre Etat, membre de la CE après transit par un pays, non membre de la CE, auquel cas, le moyen de transport doit en outre être plombé.
Toutefois, un document d'accompagnement commercial visé sous a) suffit et un certificat de salubrité n'est pas requis :
1° pour les produits à base de viande pasteurisés ou stérilisés contenus dans des récipients hermétiquement clos, destinés à être entreposés à température ambiante, si la marque d'identification y est appliquée de manière indélébile;
2° pour des produits à base de viande contenant d'autres denrées alimentaires et ne contenant pas plus de 10 % p/p de viande ou de produits à base de viande par rapport au produit fini, prêt à utilisation après préparation conformément au mode d'emploi du fabricant, à condition que la marque d'identification soit complétée du chiffre 8 suivi d'un tiret (8-), à placer devant le numéro d'agrément vétérinaire de l'établissement.
§ 4. Au cours de leur transport, les autres issues traitées d'origine animale propres à la consommation humaine, doivent être accompagnées d'un document d'accompagnement commercial visé au § 3, a. ".
Art. 10. Een artikel 8bis, luidend als volgt, wordt in hetzelfde besluit ingevoegd :
"Art. 8bis. In geval van vervoer naar meer dan een bestemming, moeten er van de waren evenveel partijen worden gemaakt als er bestemmingen zijn. Elke partij moet vergezeld gaan van een in artikel 7 of 8 bedoeld begeleidend handelsdocument of certificaat.".
"Art. 8bis. In geval van vervoer naar meer dan een bestemming, moeten er van de waren evenveel partijen worden gemaakt als er bestemmingen zijn. Elke partij moet vergezeld gaan van een in artikel 7 of 8 bedoeld begeleidend handelsdocument of certificaat.".
Art. 10. Un article 8bis, rédigé comme suit, est inséré dans le même arrêté :
" Art. 8bis. Lorsque le transport concerne plusieurs lieux de destination, les denrées doivent être regroupées en autant de lots qu'il y a de lieux de destination. Chaque lot doit être accompagné d'un document d'accompagnement commercial ou d'un certificat visé à l'article 7 ou 8. ".
" Art. 8bis. Lorsque le transport concerne plusieurs lieux de destination, les denrées doivent être regroupées en autant de lots qu'il y a de lieux de destination. Chaque lot doit être accompagné d'un document d'accompagnement commercial ou d'un certificat visé à l'article 7 ou 8. ".
Art. 11. Artikel 9, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Alle in de artikelen 7 en 8 bedoelde certificaten, ter beschikking gesteld door de verzender, worden door de keurder ondertekend en afgegeven op het tijdstip van de lading. Ze moeten uit één vel bestaan en ten minste in de of in een van de officiële talen van de plaats van bestemming worden opgesteld.".
In het tweede lid van hetzelfde artikel worden de woorden "en de in artikel 16" geschrapt.
"Alle in de artikelen 7 en 8 bedoelde certificaten, ter beschikking gesteld door de verzender, worden door de keurder ondertekend en afgegeven op het tijdstip van de lading. Ze moeten uit één vel bestaan en ten minste in de of in een van de officiële talen van de plaats van bestemming worden opgesteld.".
In het tweede lid van hetzelfde artikel worden de woorden "en de in artikel 16" geschrapt.
Art. 11. L'article 9, premier alinéa, du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Tous les certificats, visés aux articles 7 et 8, mis à disposition par l'expéditeur, sont signés et délivrés par l'expert au moment du chargement. Ils doivent comporter un seul feuillet et doivent être établis dans la ou dans une des langues officielles du lieu de destination. ";
Dans l'alinéa deux du même article, les mots " et à l'article 16 " sont supprimés.
" Tous les certificats, visés aux articles 7 et 8, mis à disposition par l'expéditeur, sont signés et délivrés par l'expert au moment du chargement. Ils doivent comporter un seul feuillet et doivent être établis dans la ou dans une des langues officielles du lieu de destination. ";
Dans l'alinéa deux du même article, les mots " et à l'article 16 " sont supprimés.
Art. 12. In artikel 10 van hetzelfde besluit wordt het woord "gekweekt" geschrapt.
In hetzelfde artikel wordt het woord "goederen" vervangen door het woord "waren".
In hetzelfde artikel wordt de afkorting "EEG" telkens vervangen door de afkorting "EG".
In hetzelfde artikel wordt het woord "goederen" vervangen door het woord "waren".
In hetzelfde artikel wordt de afkorting "EEG" telkens vervangen door de afkorting "EG".
Art. 12. Dans l'article 10 du même arrêté, les mots " d'élevage " sont supprimés. Dans le même article, le mot " marchandises " est remplacé par le mot " denrées ".
Dans le même article, le sigle " CEE " est remplacé à chaque reprise par le sigle " CE ".
Dans le même article, le sigle " CEE " est remplacé à chaque reprise par le sigle " CE ".
Art. 13. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 11. Hij die het vlees vervoert dient de handelsdocumenten, certificaten en vervoerdocumenten bedoeld in de artikelen 7 en 8 op iedere vordering te vertonen en ze aan de exploitant van de inrichting van bestemming af te leveren.".
"Art. 11. Hij die het vlees vervoert dient de handelsdocumenten, certificaten en vervoerdocumenten bedoeld in de artikelen 7 en 8 op iedere vordering te vertonen en ze aan de exploitant van de inrichting van bestemming af te leveren.".
Art. 13. L'article 11 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 11. Le transporteur des viandes devra exhiber à toute réquisition les documents commerciaux, certificats et documents de transport visés aux articles 7 et 8 et les remettre à l'exploitant de l'établissement de destination. ".
" Art. 11. Le transporteur des viandes devra exhiber à toute réquisition les documents commerciaux, certificats et documents de transport visés aux articles 7 et 8 et les remettre à l'exploitant de l'établissement de destination. ".
Art. 14. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 12. Op voorwaarde dat de temperatuur, voorgeschreven in artikel 5, § 1, gerespecteerd blijft en dat elke verontreiniging of besmetting of aantasting van de organoleptische kwaliteit voorkomen wordt, gelden volgende afwijkingen :
1° bij het rechtstreeks vervoer door een detailhandelaar, van vers vlees, vleesproducten en vleesbereidingen naar zijn detailhandel of naar grootkeukens of handelszaken uit de horecasektor zijn de bepalingen vervat in artikel 2, sub 2°, 3°, 5° en 6°, in artikel 5, § 3, in artikel 6, § 4, in artikel 7 en in artikel 8 niet van toepassing;
2° voor de vervoermiddelen waarvan het volume niet meer dan 1,6 m3 bedraagt, zijn de bepalingen vervat in artikel 2, sub 2°, 3° en 6°, in artikel 5, § 3 en in artikel 6, § 4, 1°, niet van toepassing.
In deze gevallen moeten het vers vlees, de vleesprodukten en de vleesbereidingen die niet zijn opgehangen, worden voorzien van minstens een onmiddellijke verpakking en in recipiënten of op dragers worden geplaatst of worden voorzien van een eindverpakking.".
"Art. 12. Op voorwaarde dat de temperatuur, voorgeschreven in artikel 5, § 1, gerespecteerd blijft en dat elke verontreiniging of besmetting of aantasting van de organoleptische kwaliteit voorkomen wordt, gelden volgende afwijkingen :
1° bij het rechtstreeks vervoer door een detailhandelaar, van vers vlees, vleesproducten en vleesbereidingen naar zijn detailhandel of naar grootkeukens of handelszaken uit de horecasektor zijn de bepalingen vervat in artikel 2, sub 2°, 3°, 5° en 6°, in artikel 5, § 3, in artikel 6, § 4, in artikel 7 en in artikel 8 niet van toepassing;
2° voor de vervoermiddelen waarvan het volume niet meer dan 1,6 m3 bedraagt, zijn de bepalingen vervat in artikel 2, sub 2°, 3° en 6°, in artikel 5, § 3 en in artikel 6, § 4, 1°, niet van toepassing.
In deze gevallen moeten het vers vlees, de vleesprodukten en de vleesbereidingen die niet zijn opgehangen, worden voorzien van minstens een onmiddellijke verpakking en in recipiënten of op dragers worden geplaatst of worden voorzien van een eindverpakking.".
Art. 14. L'article 12 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 12. A condition que la température prescrite à l'article 5, § 1er, soit respectée et que toute souillure ou contamination ou atteinte à la qualité organoleptique soient prévenues, les dérogations suivantes sont applicables :
1° lors du transport direct par un détaillant, de viandes fraîches, de produits à base de viande et de préparations de viandes vers son commerce de détail ou vers des cuisines collectives ou des commerces du secteur horeca, les dispositions de l'article 2, sub 2°, 3°, 5° et 6°, de l'article 5, § 3, de l'article 6, § 4, de l'article 7 et de l'article 8 ne sont pas d'application;
2° pour les moyens de transport dont le volume n'excède pas 1,6 m3, les dispositions de l'article 2, sub 2°, 3° et 6°, de l'article 5, § 3 et de l'article 6, § 4, 1°, ne sont pas d'application.
Dans ces cas, les viandes fraîches, les produits à base de viande et les préparations de viandes qui ne sont pas suspendus, doivent au moins être pourvus d'un conditionnement et placés dans des récipients ou sur des supports ou bien être emballés. ".
" Art. 12. A condition que la température prescrite à l'article 5, § 1er, soit respectée et que toute souillure ou contamination ou atteinte à la qualité organoleptique soient prévenues, les dérogations suivantes sont applicables :
1° lors du transport direct par un détaillant, de viandes fraîches, de produits à base de viande et de préparations de viandes vers son commerce de détail ou vers des cuisines collectives ou des commerces du secteur horeca, les dispositions de l'article 2, sub 2°, 3°, 5° et 6°, de l'article 5, § 3, de l'article 6, § 4, de l'article 7 et de l'article 8 ne sont pas d'application;
2° pour les moyens de transport dont le volume n'excède pas 1,6 m3, les dispositions de l'article 2, sub 2°, 3° et 6°, de l'article 5, § 3 et de l'article 6, § 4, 1°, ne sont pas d'application.
Dans ces cas, les viandes fraîches, les produits à base de viande et les préparations de viandes qui ne sont pas suspendus, doivent au moins être pourvus d'un conditionnement et placés dans des récipients ou sur des supports ou bien être emballés. ".
Art. 15. In artikel 13, 1° en 2°, van de Franse tekst van hetzelfde besluit, wordt het woord "marchandises" telkens vervangen door het woord "denrées".
In hetzelfde artikel wordt het 3° opgeheven.
In hetzelfde artikel wordt het 3° opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 13, 1° et 2°, du même arrêté, le mot " marchandises " est remplacé à chaque reprise par le mot " denrées ".
Dans le même article, le point 3° est abrogé.
Dans le même article, le point 3° est abrogé.
Art. 16. De artikelen 16 en 17 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 16. Les articles 16 et 17 du même arrêté sont abrogés.
Art. 17. § 1. In artikel 20, van het koninklijk besluit van 9 maart 1953 betreffende de handel in slachtvlees en houdende reglementering van de keuring der hier te lande geslachte dieren, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 juli 1986, worden in het eerste lid de woorden "het dichtstbijgelegen" vervangen door het woord "een".
In hetzelfde artikel wordt in het tweede lid, eerste zin, het woord "vervoervergunning" vervangen door het woord "vervoerdocument" en worden de tweede en de derde zin opgeheven.
§ 2. Artikel 35 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
In hetzelfde artikel wordt in het tweede lid, eerste zin, het woord "vervoervergunning" vervangen door het woord "vervoerdocument" en worden de tweede en de derde zin opgeheven.
§ 2. Artikel 35 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 17. § 1er. A l'article 20, de l'arrêté royal du 9 mars 1953 concernant le commerce des viandes de boucherie et réglementant l'expertise des animaux abattus à l'intérieur du pays, modifié par l'arrêté royal du 30 juillet 1986, dans le premier alinéa les mots " de l'abattoir public " sont remplacés par les mots " d'un abattoir public " et les mots " le plus rapproché " sont abrogés.
Dans le même article, deuxième alinéa, première phrase, les mots " un permis de transport " sont remplacés par les mots " un document de transport " et les deuxième et troisième phrases sont abrogés.
§ 2. L'article 35 du même arrêté est abrogé.
Dans le même article, deuxième alinéa, première phrase, les mots " un permis de transport " sont remplacés par les mots " un document de transport " et les deuxième et troisième phrases sont abrogés.
§ 2. L'article 35 du même arrêté est abrogé.
Art. 18. Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand volgend op die gedurende welke het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Art. 18. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit celui au cours duquel il aura été publié au Moniteur belge.
Art. 19. Onze Minister van Volksgezondheid en Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 9 oktober 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
Gegeven te Brussel, 9 oktober 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid en Pensioenen,
M. COLLA
Art. 19. Notre Ministre de la Santé publique et des Pensions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 9 octobre 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique et des Pensions,
M. COLLA
Donné à Bruxelles, le 9 octobre 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique et des Pensions,
M. COLLA