Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
25 JUNI 1998. - Bijzondere wet tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leden van een gemeenschaps- of gewestregering. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 27-06-1998 en tekstbijwerking tot 11-04-2006)
Titre
25 JUIN 1998. - Loi spéciale réglant la responsabilité pénale des membres des gouvernements de communauté ou de région. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 27-06-1998 et mise à jour au 11-04-2006)
Informations sur le document
Info du document
Table des matières
TITEL I. - Toepassingsgebied.
TITEL II. - Vervolging en onderzoek jegens lede...
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Bijzondere bepalingen betreffen...
HOOFDSTUK III. - Afsluiting van het gerechtelij...
HOOFDSTUK IV. - Verlof van (het parlement) voor...
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Afdeling 2. - Procedure.
Afdeling 3.- Gevolgen van het verlof.
HOOFDSTUK V. - De procedure voor de kamer van i...
TITEL III. - Aanhouding en voorlopige hechtenis...
TITEL IV. - Procedure voor het hof van beroep.
HOOFDSTUK I. - Samenstelling van de zetel.
HOOFDSTUK II. - Procedure ter terechtzitting.
TITEL V. - Cassatieberoep.
TITEL VI. - Bijzondere bepalingen.
Table des matières
TITRE I. - Champ d'application.
TITRE II. - Poursuites et instruction à l'encon...
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
CHAPITRE II. - Dispositions particulières relat...
CHAPITRE III. - Clôture de l'instruction dans l...
CHAPITRE IV. - Autorisation du (parlement) pour...
Section 1. - Dispositions générales.
Section 2. - Procédure.
Section 3. - Conséquences de l'autorisation.
CHAPITRE V. - La procédure devant la chambre de...
TITRE III. - Arrestation et détention préventiv...
TITRE IV. - Procédure devant la cour d'appel.
CHAPITRE I. - Composition du siège.
CHAPITRE II. - Procédure à l'audience.
TITRE V. - Pourvoi en cassation.
TITRE VI. - Dispositions particulières.
Tekst (47)
Texte (47)
TITEL I. - Toepassingsgebied.
TITRE I. - Champ d'application.
Artikel 1. Deze bijzondere wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi spéciale règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
Art. 2. § 1. In deze bijzondere wet wordt onder lid van een gemeenschaps- of gewestregering verstaan de leden van de Vlaamse regering, de leden van de Franse Gemeenschapsregering, de leden van de regering van de Duitstalige Gemeenschap, de leden van de Waalse regering, de leden van de Brusselse hoofdstedelijke regering, de leden van het verenigd college van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, evenals de leden van het college van de Franse Gemeenschapscommissie wanneer artikel 138 van de Grondwet is toegepast.
§ 2. Voor de berechting van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering voor misdrijven die hij mocht gepleegd hebben in de uitoefening van zijn ambt, is uitsluitend het hof van beroep bevoegd van het rechtsgebied waar de regering, waarvan het betrokken lid deel uitmaakt, zijn zetel heeft.
Maakt het lid deel uit van verschillende regeringen, dan bepaalt de hoedanigheid van lid van een gemeenschaps- of gewestregering waarin hij voornoemde misdrijven mocht hebben gepleegd, het overeenkomstig het eerste lid bevoegde hof van beroep.
§ 3. Voor de berechting van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering tijdens de uitoefening van zijn ambt van lid van welke gemeenschaps- of gewestregering ook, voor misdrijven die hij buiten de uitoefening van zijn ambt mocht gepleegd hebben, zijn de hoven van beroep van de plaats van het misdrijf, die van de verblijfplaats van de verdachte en die van de plaats waar de verdachte gevonden is, gelijkelijk bevoegd.
§ 2. Voor de berechting van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering voor misdrijven die hij mocht gepleegd hebben in de uitoefening van zijn ambt, is uitsluitend het hof van beroep bevoegd van het rechtsgebied waar de regering, waarvan het betrokken lid deel uitmaakt, zijn zetel heeft.
Maakt het lid deel uit van verschillende regeringen, dan bepaalt de hoedanigheid van lid van een gemeenschaps- of gewestregering waarin hij voornoemde misdrijven mocht hebben gepleegd, het overeenkomstig het eerste lid bevoegde hof van beroep.
§ 3. Voor de berechting van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering tijdens de uitoefening van zijn ambt van lid van welke gemeenschaps- of gewestregering ook, voor misdrijven die hij buiten de uitoefening van zijn ambt mocht gepleegd hebben, zijn de hoven van beroep van de plaats van het misdrijf, die van de verblijfplaats van de verdachte en die van de plaats waar de verdachte gevonden is, gelijkelijk bevoegd.
Art. 2. § 1er. Dans la présente loi spéciale, il faut entendre par membre d'un gouvernement de communauté ou de région, les membres du gouvernement flamand, les membres du gouvernement de la Communauté française, les membres du gouvernement de la Communauté germanophone, les membres du gouvernement wallon, les membres du gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale, les membres du collège réuni de la Commission communautaire commune, ainsi que les membres du collège de la Commission communautaire française lorsqu'il a été fait application de l'article 138 de la Constitution.
§ 2. Pour le jugement d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région, pour des infractions qu'il aurait commises dans l'exercice de ses fonctions, la cour d'appel du ressort où le gouvernement dont fait partie le membre en question, a son siège, est seule compétente.
Si le membre concerné fait partie de différents gouvernements, la qualité de membre d'un gouvernement de communauté ou de région en laquelle il aurait commis des infractions précitées, détermine la cour d'appel compétente conformément à l'alinéa 1er.
§ 3. Pour le jugement d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région, pendant l'exercice de ses fonctions comme membre de quelque gouvernement de communauté ou de région que ce soit, pour des infractions qu'il aurait commises en dehors de l'exercice de ses fonctions, les cours d'appel du lieu de l'infraction, celle de la résidence du prévenu et celle du lieu où le prévenu a été trouvé, sont également compétentes.
§ 2. Pour le jugement d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région, pour des infractions qu'il aurait commises dans l'exercice de ses fonctions, la cour d'appel du ressort où le gouvernement dont fait partie le membre en question, a son siège, est seule compétente.
Si le membre concerné fait partie de différents gouvernements, la qualité de membre d'un gouvernement de communauté ou de région en laquelle il aurait commis des infractions précitées, détermine la cour d'appel compétente conformément à l'alinéa 1er.
§ 3. Pour le jugement d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région, pendant l'exercice de ses fonctions comme membre de quelque gouvernement de communauté ou de région que ce soit, pour des infractions qu'il aurait commises en dehors de l'exercice de ses fonctions, les cours d'appel du lieu de l'infraction, celle de la résidence du prévenu et celle du lieu où le prévenu a été trouvé, sont également compétentes.
TITEL II. - Vervolging en onderzoek jegens leden van een gemeenschaps- of gewestregering in de gevallen bedoeld in artikel 2.
TITRE II. - Poursuites et instruction à l'encontre de membres d'un gouvernement de communauté ou de région dans les cas visés à l'article 2.
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Art. 3. De vervolging van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering kan uitsluitend door de procureur-generaal bij het bevoegde hof van beroep ingesteld worden. Ze wordt onder zijn leiding en gezag uitgeoefend.
Art. 3. Les poursuites à l'encontre d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région peuvent être intentées uniquement par le procureur général près la cour d'appel compétente. Elles sont exercées sous sa direction et son autorité.
Art. 4. De ambtsverrichtingen die in de regel behoren tot de bevoegdheid van de onderzoeksrechter en van de procureur des Konings, worden uitgeoefend door de raadsheer in het bevoegde hof van beroep, daartoe aangewezen door de eerste voorzitter van dat hof, en door de bevoegde procureur-generaal, ieder wat hem betreft.
Zij mogen over het hele grondgebied van het Rijk alle handelingen van opsporings- of gerechtelijk onderzoek verrichten en gelasten die tot hun respectieve bevoegdheid behoren. Zij stellen de procureur-generaal van het rechtsgebied waar de handeling moet worden verricht hiervan in kennis. Deze laatste licht op zijn beurt de procureur des Konings in van het arrondissement waar de handeling verricht moet worden.
Zij mogen over het hele grondgebied van het Rijk alle handelingen van opsporings- of gerechtelijk onderzoek verrichten en gelasten die tot hun respectieve bevoegdheid behoren. Zij stellen de procureur-generaal van het rechtsgebied waar de handeling moet worden verricht hiervan in kennis. Deze laatste licht op zijn beurt de procureur des Konings in van het arrondissement waar de handeling verricht moet worden.
Art. 4. Les fonctions qui relèvent en principe de la compétence du juge d'instruction et du procureur du Roi, sont exercées par le conseiller près de la cour d'appel compétente désigné à cette fin par le premier président de cette cour, et par le procureur général compétent, chacun pour ce qui le concerne.
Ils peuvent procéder et faire procéder à tout acte d'information ou d'instruction relevant de leurs attributions respectives sur tout le territoire du Royaume. Ils en informent le procureur général du ressort où l'acte doit être posé. Ce dernier en informe à son tour le procureur du Roi de l'arrondissement où l'acte doit être posé.
Ils peuvent procéder et faire procéder à tout acte d'information ou d'instruction relevant de leurs attributions respectives sur tout le territoire du Royaume. Ils en informent le procureur général du ressort où l'acte doit être posé. Ce dernier en informe à son tour le procureur du Roi de l'arrondissement où l'acte doit être posé.
Art. 5. Indien tijdens het onderzoek ten aanzien van misdrijven gepleegd buiten de uitoefening van het ambt, een einde gemaakt wordt aan de uitoefening van elk ambt van lid van een gemeenschaps- of gewestregering, wordt het onderzoek onmiddellijk verder gezet door de bevoegde procureur des Konings en, in voorkomend geval, door de bevoegde onderzoeksrechter, overeenkomstig de voorschriften van het Wetboek van strafvordering en de wetten die de strafvordering betreffen.
Art. 5. Lorsqu'il est mis fin à l'exercice de toute fonction de membre d'un gouvernement de communauté ou de région au cours de l'instruction concernant des infractions commises en dehors de l'exercice des fonctions, l'instruction est immédiatement reprise par le procureur du Roi compétent et, le cas échéant, par le juge d'instruction compétent, conformément aux prescriptions du Code d'instruction criminelle et aux lois relatives à l'action publique.
Art. 6. De regels van de strafrechtspleging die niet in strijd zijn met de procesvormen bij deze bijzondere wet voorgeschreven, worden bovendien nagekomen.
Art. 6. Les règles en matière d'instruction criminelle qui ne sont pas contraires aux formes de procéder prescrites par la présente loi spéciale, sont également respectées.
HOOFDSTUK II. - Bijzondere bepalingen betreffende het gerechtelijk onderzoek in de gevallen bedoeld in artikel 2.
CHAPITRE II. - Dispositions particulières relatives à l'instruction dans les cas visés à l'article 2.
Art. 7. Behalve bij op heterdaad ontdekte misdaden of wanbedrijven kunnen de dwangmaatregelen waarvoor het bevel van een rechter vereist is, met name bevelen tot medebrenging, huiszoekingen, inbeslagnemingen, het opsporen en aftappen van telefoongesprekken, alsook onderzoeken aan het lichaam, ten opzichte van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering alleen bevolen worden door een college dat is samengesteld uit de in artikel 4 bedoelde raadsheer en twee andere raadsheren in het hof van beroep die door de voorzitter van dat hof werden aangewezen. Het college beslist bij meerderheid.
Art. 7. Hormis le cas de crime ou délit flagrant, les mesures de contrainte pour lesquelles le mandat d'un juge est requis, notamment les mandats d'amener, les perquisitions, les saisies, les repérages d'appel et les écoutes téléphoniques, ainsi que les explorations corporelles, peuvent uniquement être ordonnées à l'égard d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région, par un collège composé du conseiller visé à l'article 4 et de deux autres conseillers à la cour d'appel désignés par le président de cette cour. Le collège statue à la majorité.
HOOFDSTUK III. - Afsluiting van het gerechtelijk onderzoek in de gevallen bedoeld in artikel 2.
CHAPITRE III. - Clôture de l'instruction dans les cas visés à l'article 2.
Art. 8. Wanneer de raadsheer bedoeld in artikel 4, oordeelt dat het gerechtelijk onderzoek is voltooid, deelt hij de processtukken en zijn verslag aan de procureur-generaal mee. Indien deze laatste het onderzoek onvolledig acht, kan hij bijkomende vorderingen richten tot de raadsheer bedoeld in artikel 4.
Art. 8. Lorsque le conseiller visé à l'article 4 estime que l'instruction est terminée, il communique la procédure et son rapport au procureur général. Lorsque ce dernier juge l'instruction incomplète, il peut adresser des requêtes complémentaires au conseiller visé à l'article 4.
Art. 9. Indien de procureur-generaal geen andere onderzoekshandelingen vordert, vordert hij de regeling van de rechtspleging voor de kamer van inbeschuldigingstelling van het bevoegde hof van beroep, indien (het parlement) daartoe verlof gegeven heeft. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Art. 9. Lorsque le procureur général ne requiert pas d'autres actes d'instruction, il requiert le règlement de la procédure devant la chambre des mises en accusation de la cour d'appel compétente, pour autant que le (parlement) ait donné l'autorisation à cette fin. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
HOOFDSTUK IV. - Verlof van (het parlement) voor de rechtstreekse dagvaarding of de vordering tot regeling van de rechtspleging.
CHAPITRE IV. - Autorisation du (parlement) pour la citation directe ou la réquisition en vue du règlement de la procédure.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Section 1. - Dispositions générales.
Art. 10. § 1. In deze bijzondere wet wordt onder (parlement) verstaan de assemblee waaraan een in artikel 2, § 1, bepaald lid verantwoording is of was verschuldigd. <W 2006-03-27/33, art. 18, B, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
§ 2. Wanneer de procureur-generaal een lid van een gemeenschaps- of gewestregering rechtstreeks wil dagvaarden voor het hof van beroep in de gevallen bedoeld in artikel 2, § 2, kan deze rechtstreekse dagvaarding niet plaatsvinden dan na verlof van (het parlement) ten aanzien waarvan het lid verantwoordelijk is of was. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Maakt het lid deel uit van meerdere regeringen, dan is het verlof vereist van (dat parlement) ten aanzien waarvan het lid, in de hoedanigheid waarin hij de feiten heeft gepleegd, verantwoordelijk is of was. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
§ 3. In de gevallen bedoeld in artikel 2, § 3, is voor de rechtstreekse dagvaarding het verlof vereist van (dat parlement) ten aanzien waarvan het lid op het ogenblik van het verzoek om verlof verantwoordelijk is. Maakt het lid op dat moment deel uit van meerdere regeringen, dan is het verlof van (het gewestparlement) vereist. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
§ 2. Wanneer de procureur-generaal een lid van een gemeenschaps- of gewestregering rechtstreeks wil dagvaarden voor het hof van beroep in de gevallen bedoeld in artikel 2, § 2, kan deze rechtstreekse dagvaarding niet plaatsvinden dan na verlof van (het parlement) ten aanzien waarvan het lid verantwoordelijk is of was. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Maakt het lid deel uit van meerdere regeringen, dan is het verlof vereist van (dat parlement) ten aanzien waarvan het lid, in de hoedanigheid waarin hij de feiten heeft gepleegd, verantwoordelijk is of was. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
§ 3. In de gevallen bedoeld in artikel 2, § 3, is voor de rechtstreekse dagvaarding het verlof vereist van (dat parlement) ten aanzien waarvan het lid op het ogenblik van het verzoek om verlof verantwoordelijk is. Maakt het lid op dat moment deel uit van meerdere regeringen, dan is het verlof van (het gewestparlement) vereist. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Art. 10. § 1er. Dans la présente loi spéciale, il faut entendre par (parlement), l'assemblée devant laquelle un membre défini à l'article 2, § 1er, est ou était responsable. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
§ 2. Lorsque le procureur général entend citer directement un membre d'un gouvernement de communauté ou de région devant la cour d'appel dans les cas visés à l'article 2, § 2, cette citation directe ne peut intervenir qu'en vertu de l'autorisation du (parlement) devant lequel le membre est ou était responsable. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Si le membre fait partie de plusieurs gouvernements, l'autorisation requise est celle du (parlement) devant lequel le membre est ou était responsable vu la qualité en laquelle il a commis les faits. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
§ 3. Dans les cas visés à l'article 2, § 3, la citation directe nécessite l'autorisation du (parlement) devant lequel le membre est responsable au moment de la demande d'autorisation. Si le membre fait à ce moment-là partie de plusieurs gouvernements, l'autorisation requise est celle du (parlement) de région. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
§ 2. Lorsque le procureur général entend citer directement un membre d'un gouvernement de communauté ou de région devant la cour d'appel dans les cas visés à l'article 2, § 2, cette citation directe ne peut intervenir qu'en vertu de l'autorisation du (parlement) devant lequel le membre est ou était responsable. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Si le membre fait partie de plusieurs gouvernements, l'autorisation requise est celle du (parlement) devant lequel le membre est ou était responsable vu la qualité en laquelle il a commis les faits. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
§ 3. Dans les cas visés à l'article 2, § 3, la citation directe nécessite l'autorisation du (parlement) devant lequel le membre est responsable au moment de la demande d'autorisation. Si le membre fait à ce moment-là partie de plusieurs gouvernements, l'autorisation requise est celle du (parlement) de région. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Art. 11. § 1. Indien de procureur-generaal, overeenkomstig artikel 9, de regeling van de rechtspleging wil vorderen in de gevallen bedoeld in artikel 2, § 2, is daartoe het verlof vereist van (het parlement) ten aanzien waarvan het lid verantwoordelijk is of was. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Maakt het lid deel uit van meerdere regeringen, dan is het verlof vereist van die raad ten aanzien waarvan het lid, in de hoedanigheid waarin hij de feiten heeft gepleegd, verantwoordelijk is of was.
§ 2. In de gevallen, bedoeld in artikel 2, § 3, is voor de vordering tot regeling van de rechtspleging het verlof vereist van (het parlement) ten aanzien waarvan het lid verantwoordelijk is op het ogenblik van het verzoek om verlof. Maakt het lid op dat moment deel uit van meerdere regeringen, dan wordt het verlof verleend door (het gewestparlement). <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Maakt het lid deel uit van meerdere regeringen, dan is het verlof vereist van die raad ten aanzien waarvan het lid, in de hoedanigheid waarin hij de feiten heeft gepleegd, verantwoordelijk is of was.
§ 2. In de gevallen, bedoeld in artikel 2, § 3, is voor de vordering tot regeling van de rechtspleging het verlof vereist van (het parlement) ten aanzien waarvan het lid verantwoordelijk is op het ogenblik van het verzoek om verlof. Maakt het lid op dat moment deel uit van meerdere regeringen, dan wordt het verlof verleend door (het gewestparlement). <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Art. 11. § 1er. Lorsque, conformément à l'article 9, le procureur général entend requérir le règlement de la procédure dans les cas visés à l'article 2, § 2, l'autorisation du (parlement) devant lequel le membre est ou était responsable, est requise à cette fin. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Si le membre fait partie de plusieurs gouvernements, l'autorisation requise est celle du (parlement) devant lequel le membre est ou était responsable vu la qualité en laquelle il a commis les faits. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
§ 2. Dans les cas visés à l'article 2, § 3, la réquisition en vue du règlement de la procédure nécessite l'autorisation du (parlement) devant lequel le membre est responsable au moment de la demande d'autorisation. Si le membre fait à ce moment-là partie de plusieurs gouvernements, l'autorisation requise est celle du (parlement) de région. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Si le membre fait partie de plusieurs gouvernements, l'autorisation requise est celle du (parlement) devant lequel le membre est ou était responsable vu la qualité en laquelle il a commis les faits. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
§ 2. Dans les cas visés à l'article 2, § 3, la réquisition en vue du règlement de la procédure nécessite l'autorisation du (parlement) devant lequel le membre est responsable au moment de la demande d'autorisation. Si le membre fait à ce moment-là partie de plusieurs gouvernements, l'autorisation requise est celle du (parlement) de région. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Afdeling 2. - Procedure.
Section 2. - Procédure.
Art. 12. § 1. In geval van een verzoek om verlof voor de rechtstreekse dagvaarding zendt de procureur-generaal aan (het parlement) een overzicht van de aanwijzingen en de indicatie omtrent hun mogelijke kwalificatie over. In geval van een verzoek om verlof voor de vordering tot regeling van de rechtspleging zendt de procureur-generaal aan (het parlement) eveneens een overzicht van de aanwijzingen en de indicatie omtrent hun mogelijke kwalificatie over, samen met de akte van inverdenkingstelling.
Zonder zich over de grond van het dossier uit te spreken gaat (het parlement) na of de vraag ernstig is. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
(Het) kan het verlof weigeren indien blijkt dat: <W 2006-03-27/33, art. 18, C, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
- zowel de strafvordering als de feiten duidelijk hoofdzakelijk gestoeld zijn op politieke gronden;
- de aangedragen elementen onrechtmatig, willekeurig of onbeduidend zijn.
§ 2. (Het parlement) beraadslaagt over het verzoek om verlof van de procureur-generaal overeenkomstig de bepalingen van zijn reglement. De procedure verloopt met gesloten deuren. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
(Het parlement) kan het dossier opvragen, alsook de procureur-generaal en de minister en zijn raadsman afzonderlijk horen in de bevoegde commissie. In geen geval kan een tegensprekelijk debat plaatsvinden. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
§ 3. Indien (het parlement) het verlof weigert, is deze beslissing definitief, tenzij in geval van nieuwe bezwaren. (Het parlement) kan evenwel zijn beslissing uitstellen en afhankelijk maken van (de redenen die het inroept). <W 2006-03-27/33, art. 18, D, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006> <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Zonder zich over de grond van het dossier uit te spreken gaat (het parlement) na of de vraag ernstig is. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
(Het) kan het verlof weigeren indien blijkt dat: <W 2006-03-27/33, art. 18, C, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
- zowel de strafvordering als de feiten duidelijk hoofdzakelijk gestoeld zijn op politieke gronden;
- de aangedragen elementen onrechtmatig, willekeurig of onbeduidend zijn.
§ 2. (Het parlement) beraadslaagt over het verzoek om verlof van de procureur-generaal overeenkomstig de bepalingen van zijn reglement. De procedure verloopt met gesloten deuren. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
(Het parlement) kan het dossier opvragen, alsook de procureur-generaal en de minister en zijn raadsman afzonderlijk horen in de bevoegde commissie. In geen geval kan een tegensprekelijk debat plaatsvinden. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
§ 3. Indien (het parlement) het verlof weigert, is deze beslissing definitief, tenzij in geval van nieuwe bezwaren. (Het parlement) kan evenwel zijn beslissing uitstellen en afhankelijk maken van (de redenen die het inroept). <W 2006-03-27/33, art. 18, D, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006> <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Art. 12. § 1er. Lorsqu'il s'agit d'une demande d'autorisation visant la citatiion de leur qualification possible. Lorsqu'il s'agit d'une demande d'autorisation visant la réquisition en vue du règlement de la procédure, le procureur général transmet également au (parlement) un relevé des indices et de l'indication de leur qualification possible ainsi que l'acte d'inculpation. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Sans se prononcer sur le fond du dossier, le conseil vérifie si la demande est sérieuse.
Il peut refuser son autorisation lorsqu'il s'avère :
- que tant l'action publique que les faits sont manifestement fondés essentiellement sur des motifs politiques;
- que les éléments fournis sont irréguliers, arbitraires ou insignifiants.
§ 2. Le (parlement) délibère sur la demande d'autorisation du procureur général conformément aux dispositions de son règlement. La procédure se déroule à huis clos. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Le (parlement) peut demander le dossier ainsi qu'entendre séparément le procureur général et le ministre et son conseil au sein de la commission compétente. En aucun cas, un débat contradictoire ne peut avoir lieu. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
§ 3. Si le (parlement) refuse l'autorisation, cette décision est définitive, sauf en cas de charges nouvelles. Le (parlement) peut toutefois reporter sa décision et subordonner celle-ci aux motifs invoqués par lui. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Sans se prononcer sur le fond du dossier, le conseil vérifie si la demande est sérieuse.
Il peut refuser son autorisation lorsqu'il s'avère :
- que tant l'action publique que les faits sont manifestement fondés essentiellement sur des motifs politiques;
- que les éléments fournis sont irréguliers, arbitraires ou insignifiants.
§ 2. Le (parlement) délibère sur la demande d'autorisation du procureur général conformément aux dispositions de son règlement. La procédure se déroule à huis clos. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Le (parlement) peut demander le dossier ainsi qu'entendre séparément le procureur général et le ministre et son conseil au sein de la commission compétente. En aucun cas, un débat contradictoire ne peut avoir lieu. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
§ 3. Si le (parlement) refuse l'autorisation, cette décision est définitive, sauf en cas de charges nouvelles. Le (parlement) peut toutefois reporter sa décision et subordonner celle-ci aux motifs invoqués par lui. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Afdeling 3.- Gevolgen van het verlof.
Section 3. - Conséquences de l'autorisation.
Art. 13. (Het parlement) zendt zijn beslissing over aan de procureur-generaal.
Indien (het parlement) het verlof heeft verleend, zal de procureur-generaal het betrokken lid rechtstreeks dagvaarden voor het hof van beroep, respectievelijk de regeling van de rechtspleging vorderen bij de kamer van inbeschuldigingstelling. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Indien (het parlement) het verlof heeft verleend, zal de procureur-generaal het betrokken lid rechtstreeks dagvaarden voor het hof van beroep, respectievelijk de regeling van de rechtspleging vorderen bij de kamer van inbeschuldigingstelling. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Art. 13. Le (parlement) communique sa décision au procureur général.
Lorsque le (parlement) a donné son autorisation, le procureur général procède, selon le cas, à la citation directe du membre concerné devant la cour d'appel ou requiert le règlement de la procédure devant la chambre des mises en accusation. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Lorsque le (parlement) a donné son autorisation, le procureur général procède, selon le cas, à la citation directe du membre concerné devant la cour d'appel ou requiert le règlement de la procédure devant la chambre des mises en accusation. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Art. 14. De verjaring van de strafvordering wordt geschorst gedurende de procedure voor de raad tot en met zijn eindbeslissing.
Indien de raad geen verlof verleent voor de rechtstreekse dagvaarding of voor de vordering tot regeling van de rechtspleging, in de gevallen bedoeld in artikel 2, § 3, wordt de verjaring van de strafvordering geschorst tot op het moment dat een einde gemaakt wordt aan de uitoefening van het ambt van lid van een of meer gemeenschaps- of gewestregeringen.
Indien de raad geen verlof verleent voor de rechtstreekse dagvaarding of voor de vordering tot regeling van de rechtspleging, in de gevallen bedoeld in artikel 2, § 3, wordt de verjaring van de strafvordering geschorst tot op het moment dat een einde gemaakt wordt aan de uitoefening van het ambt van lid van een of meer gemeenschaps- of gewestregeringen.
Art. 14. La prescription de l'action publique est suspendue durant la procédure devant le (parlement) jusqu'à sa décision finale. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Lorsque le (parlement) ne donne pas son autorisation pour la citation directe ou pour la réquisition en vue du règlement de la procédure, dans les cas visés l'article 2, § 3, la prescription de l'action publique est suspendue jusqu'au moment où il est mis fin à l'exercice de la fonction de membre d'un ou plusieurs gouvernements de communauté ou de région. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Lorsque le (parlement) ne donne pas son autorisation pour la citation directe ou pour la réquisition en vue du règlement de la procédure, dans les cas visés l'article 2, § 3, la prescription de l'action publique est suspendue jusqu'au moment où il est mis fin à l'exercice de la fonction de membre d'un ou plusieurs gouvernements de communauté ou de région. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Art. 15. Indien een einde wordt gemaakt aan de uitoefening van elk ambt van lid van een gemeenschaps- of gewestregering, na de verwijzing door de kamer van inbeschuldigingstelling, maar vóór de dagvaarding voor het hof van beroep, en het misdrijven betreft gepleegd buiten de uitoefening van het ambt, adieert de procureur-generaal de kamer van inbeschuldigingstelling, uitsluitend met het oog op de vaststelling dat er een einde werd gemaakt aan de uitoefening van elk ambt van lid van een gemeenschaps- of gewestregering, en dat, bijgevolg, het verdere verloop van de procedure zal worden beheerst door de voorschriften van het Wetboek van strafvordering en de wetten die de strafvordering betreffen.
Indien de feiten waarvoor werd verwezen strafbaar zijn met criminele straffen, stelt de kamer van inbeschuldigingstelling vast of er gronden zijn om alleen een correctionele straf uit te spreken. De procureur-generaal doet, met het oog op de verderzetting van de strafvordering, het dossier toekomen aan het bevoegde lid van het openbaar ministerie.
Indien de feiten waarvoor werd verwezen strafbaar zijn met criminele straffen, stelt de kamer van inbeschuldigingstelling vast of er gronden zijn om alleen een correctionele straf uit te spreken. De procureur-generaal doet, met het oog op de verderzetting van de strafvordering, het dossier toekomen aan het bevoegde lid van het openbaar ministerie.
Art. 15. Lorsqu'il est mis fin à l'exercice de toute fonction de membre d'un gouvernement de communauté ou de région après le renvoi par la chambre des mises en accusation, mais avant la citation devant la cour d'appel, et qu'il s'agit d'infractions commises en dehors de l'exercice des fonctions, le procureur général saisit la chambre des mises en accusation, exclusivement dans le but de constater qu'il a été mis fin à l'exercice de toute fonction de membre d'un gouvernement de communauté ou de région, et que par conséquent, la suite de la procédure sera régie par les dispositions du Code d'instruction criminelle et les lois concernant l'action publique.
Lorsque les faits ayant donné lieu au renvoi sont punissables de peines criminelles, la chambre des mises en accusation détermine s'il existe des motifs pour prononcer uniquement une peine correctionnelle. En vue de la poursuite de l'action publique, le procureur général fait parvenir le dossier au membre compétent du ministère public.
Lorsque les faits ayant donné lieu au renvoi sont punissables de peines criminelles, la chambre des mises en accusation détermine s'il existe des motifs pour prononcer uniquement une peine correctionnelle. En vue de la poursuite de l'action publique, le procureur général fait parvenir le dossier au membre compétent du ministère public.
HOOFDSTUK V. - De procedure voor de kamer van inbeschuldigingstelling.
CHAPITRE V. - La procédure devant la chambre des mises en accusation.
Art. 16. Indien de kamer van inbeschuldigingstelling van oordeel is dat het feit noch een misdaad, noch een wanbedrijf, noch een overtreding is of dat er tegen de inverdenkinggestelde generlei bezwaar bestaat, verklaart zij dat er geen reden tot vervolging is.
Zij kan, zo nodig, bijkomende onderzoekshandelingen bevelen.
Indien de kamer van inbeschuldigingstelling van oordeel is dat er tegen de inverdenkinggestelde voldoende bezwaren bestaan, verwijst ze hem naar het bevoegde hof van beroep.
Zij kan, zo nodig, bijkomende onderzoekshandelingen bevelen.
Indien de kamer van inbeschuldigingstelling van oordeel is dat er tegen de inverdenkinggestelde voldoende bezwaren bestaan, verwijst ze hem naar het bevoegde hof van beroep.
Art. 16. Lorsque la chambre des mises en accusation est d'avis que le fait n'est ni un crime, ni un délit, ni une contravention ou qu'il n'existe aucune charge contre l'inculpé, elle déclare qu'il n'y a pas lieu à poursuivre.
Elle peut, si nécessaire, ordonner des actes d'instruction complémentaires.
Lorsque la chambre des mises en accusation est d'avis qu'il existe des charges suffisantes à l'encontre de l'inculpé, elle le renvoie devant la cour d'appel compétente.
Elle peut, si nécessaire, ordonner des actes d'instruction complémentaires.
Lorsque la chambre des mises en accusation est d'avis qu'il existe des charges suffisantes à l'encontre de l'inculpé, elle le renvoie devant la cour d'appel compétente.
TITEL III. - Aanhouding en voorlopige hechtenis in de gevallen bedoeld in artikel 2.
TITRE III. - Arrestation et détention préventive dans les cas visés à l'article 2.
Art. 17. § 1. Behalve bij ontdekking op heterdaad kan een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, in de gevallen bedoeld in artikel 2, § 2, niet worden aangehouden of in voorlopige hechtenis genomen worden, dan met verlof van (het parlement) ten aanzien waarvan het lid verantwoordelijk is of was. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Maakt het lid deel uit van meerdere regeringen, dan is het verlof vereist van (dat parlement) ten aanzien waarvan het lid, in de hoedanigheid waarin hij de feiten heeft gepleegd, verantwoordelijk is of was. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
§ 2. Behalve bij ontdekking op heterdaad, kan, in de gevallen bedoeld in artikel 2, § 3, een lid van een gemeenschaps- of gewestregering tijdens de uitoefening van zijn ambt, niet worden aangehouden of in voorlopige hechtenis genomen worden dan met verlof van (het parlement) ten aanzien waarvan hij op het ogenblik van het verzoek om verlof verantwoordelijk is. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Maakt het lid op dat moment deel uit van meerdere regeringen, dan is het verlof vereist van (het gewestparlement). <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Maakt het lid deel uit van meerdere regeringen, dan is het verlof vereist van (dat parlement) ten aanzien waarvan het lid, in de hoedanigheid waarin hij de feiten heeft gepleegd, verantwoordelijk is of was. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
§ 2. Behalve bij ontdekking op heterdaad, kan, in de gevallen bedoeld in artikel 2, § 3, een lid van een gemeenschaps- of gewestregering tijdens de uitoefening van zijn ambt, niet worden aangehouden of in voorlopige hechtenis genomen worden dan met verlof van (het parlement) ten aanzien waarvan hij op het ogenblik van het verzoek om verlof verantwoordelijk is. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Maakt het lid op dat moment deel uit van meerdere regeringen, dan is het verlof vereist van (het gewestparlement). <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Art. 17. § 1er. Hormis le cas de flagrant délit, l'arrestation et la mise en détention préventive d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région ne sont possibles dans les cas visés à l'article 2, § 2, qu'en vertu de l'autorisation du (parlement) devant lequel le membre est ou était responsable. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Si le membre fait partie de plusieurs gouvernements, l'autorisation est requise du conseil devant lequel il est ou était responsable, compte tenu de la qualité en laquelle il a commis les faits.
§ 2. Hormis le cas de flagrant délit, l'arrestation et la détention préventive d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région pendant l'exercice de ses fonctions ne sont possibles dans les cas visés à l'article 2, § 3, qu'en vertu de l'autorisation du (parlement) devant lequel le membre est responsable au moment de la demande d'autorisation. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Si le membre fait à ce moment-là partie de plusieurs gouvernements, l'autorisation du conseil de région est requise.
Si le membre fait partie de plusieurs gouvernements, l'autorisation est requise du conseil devant lequel il est ou était responsable, compte tenu de la qualité en laquelle il a commis les faits.
§ 2. Hormis le cas de flagrant délit, l'arrestation et la détention préventive d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région pendant l'exercice de ses fonctions ne sont possibles dans les cas visés à l'article 2, § 3, qu'en vertu de l'autorisation du (parlement) devant lequel le membre est responsable au moment de la demande d'autorisation. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Si le membre fait à ce moment-là partie de plusieurs gouvernements, l'autorisation du conseil de région est requise.
Art. 18. Indien de aanhouding of voorlopige hechtenis van het lid van een gemeenschaps- of gewestregering noodzakelijk blijkt, verzoekt de procureur-generaal om verlof aan de overeenkomstig artikel 17 bevoegde raad.
Art. 18. Lorsque l'arrestation ou la mise en détention préventive d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région s'avère nécessaire, le procureur général en demande l'autorisation au (parlement) compétent conformément à l'article 17. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Art. 19. (Het overeenkomstig artikel 17 bevoegde parlement) vergadert zo spoedig mogelijk en doet binnen vijf dagen, op verslag van de raadsheer bedoeld in artikel 4, na de procureur-generaal, het lid, en zijn raadsman gehoord te hebben, uitspraak over het verzoek om verlof voor de aanhouding of voorlopige hechtenis. De procedure verloopt met gesloten deuren en zoals geregeld in het reglement van (het parlement). <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
Art. 19. Le (parlement) compétent conformément à l'article 17, se réunit dans les plus brefs délais et statue dans les cinq jours, sur la base du rapport du conseiller visé à l'article 4, après avoir entendu le procureur général, le membre et son conseil, sur la demande d'autorisation pour l'arrestation ou la mise en détention préventive. La procédure se déroule à huis clos et comme le prévoit le règlement du conseil. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Art. 20. Indien (het overeenkomstig artikel 17 bevoegde parlement) daartoe verlof heeft gegeven, kan het bevel tot aanhouding tegen het betrokken lid worden verleend door de raadsheer bedoeld in artikel 4. <W 2006-03-27/33, art. 18, A, 002; Inwerkingtreding : 21-04-2006>
De artikelen 16 tot 20 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, zijn van toepassing op de afgifte van het bevel tot aanhouding, voor zover zij verenigbaar zijn met de bepalingen van deze bijzondere wet.
De artikelen 16 tot 20 van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, zijn van toepassing op de afgifte van het bevel tot aanhouding, voor zover zij verenigbaar zijn met de bepalingen van deze bijzondere wet.
Art. 20. Lorsque le (parlement) compétent conformément à l'article 17, a donné son autorisation, le mandat d'arrêt à l'encontre du membre concerné peut être décerné par le conseiller visé à l'article 4. <L 2006-03-27/33, art. 18, 002; En vigueur : 21-04-2006>
Les articles 16 à 20 de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive, s'appliquent à la délivrance du mandat d'arrêt, pour autant qu'ils soient compatibles avec les dispositions de la présente loi spéciale.
Les articles 16 à 20 de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive, s'appliquent à la délivrance du mandat d'arrêt, pour autant qu'ils soient compatibles avec les dispositions de la présente loi spéciale.
Art. 21. De kamer van inbeschuldigingstelling doet uitspraak over de handhaving van de voorlopige hechtenis, vóór het verstrijken van de termijn van vijf dagen, bedoeld in artikel 21, § 1, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis. Vervolgens oordeelt deze kamer van maand tot maand over de handhaving van de voorlopige hechtenis.
De artikelen 21 tot 25 en 35 tot 38 van dezelfde wet zijn van toepassing op de handhaving van de voorlopige hechtenis voor zover ze verenigbaar zijn met de bepalingen van deze bijzondere wet.
De artikelen 21 tot 25 en 35 tot 38 van dezelfde wet zijn van toepassing op de handhaving van de voorlopige hechtenis voor zover ze verenigbaar zijn met de bepalingen van deze bijzondere wet.
Art. 21. La chambre des mises en accusation se prononce sur le maintien de la mise en détention préventive, avant l'expiration du délai de 5 jours visé à l'article 21, § 1er, de la loi du 20 juillet 1990 relative à la détention préventive. Ensuite, cette chambre se prononcera chaque mois sur le maintien de la détention préventive.
Les articles 21 à 25 et 35 à 38 de la même loi sont d'application au maintien de la détention préventive dans la mesure où ils sont compatibles avec les dispositions de la présente loi spéciale.
Les articles 21 à 25 et 35 à 38 de la même loi sont d'application au maintien de la détention préventive dans la mesure où ils sont compatibles avec les dispositions de la présente loi spéciale.
TITEL IV. - Procedure voor het hof van beroep.
TITRE IV. - Procédure devant la cour d'appel.
HOOFDSTUK I. - Samenstelling van de zetel.
CHAPITRE I. - Composition du siège.
Art. 22. § 1. De misdrijven bedoeld in artikel 2 worden toegewezen aan de algemene vergadering van het bevoegde hof van beroep, die, voor de berechting van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering, bestaat uit vijf leden.
De eerste voorzitter, die de algemene vergadering voorzit, wijst de overige leden naar rangorde aan.
§ 2. In het geval het hof van beroep te Brussel bevoegd is, behoren alle leden van de algemene vergadering tot de Nederlandse taalrol indien het lid zich bij de eedaflegging, in voorkomend geval het eerst, van de Nederlandse taal heeft bediend. Zij worden aangewezen naar rangorde door de eerste voorzitter. De eerste naar rangorde zit de algemene vergadering voor.
Indien het lid zich bij de eedaflegging, in voorkomend geval het eerst, van de Franse taal heeft bediend, behoren alle leden van de algemene vergadering tot de Franse taalrol. Zij worden aangewezen naar rangorde door de eerste voorzitter. De eerste naar rangorde zit de algemene vergadering voor.
Worden meerdere leden van een gemeenschaps- of gewestregering samen berecht voor het hof van beroep te Brussel, en hebben zij zich, in voorkomend geval het eerst, van een andere taal bediend bij de eedaflegging, dan bestaat de algemene vergadering uit zeven leden, aangewezen naar rangorde. In dit geval wordt ze samengesteld als volgt:
- drie leden die behoren tot de Nederlandse taalrol;
- drie leden die behoren tot de Franse taalrol;
- en, als voorzitter, de raadsheer die, als eerste naar rangorde, het bewijs van de kennis van beide talen heeft geleverd overeenkomstig artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Voor de terechtzittingen, bedoeld in het vorig lid, wordt een beroep gedaan op simultaanvertaling.
§ 3. De raadsheren die onderzoekshandelingen hebben verricht of dwangmaatregelen hebben bevolen, of die gezeteld hebben in de kamer van inbeschuldigingstelling, nemen geen zitting in de algemene vergaderingen, bedoeld in de §§ 1 en 2.
De eerste voorzitter, die de algemene vergadering voorzit, wijst de overige leden naar rangorde aan.
§ 2. In het geval het hof van beroep te Brussel bevoegd is, behoren alle leden van de algemene vergadering tot de Nederlandse taalrol indien het lid zich bij de eedaflegging, in voorkomend geval het eerst, van de Nederlandse taal heeft bediend. Zij worden aangewezen naar rangorde door de eerste voorzitter. De eerste naar rangorde zit de algemene vergadering voor.
Indien het lid zich bij de eedaflegging, in voorkomend geval het eerst, van de Franse taal heeft bediend, behoren alle leden van de algemene vergadering tot de Franse taalrol. Zij worden aangewezen naar rangorde door de eerste voorzitter. De eerste naar rangorde zit de algemene vergadering voor.
Worden meerdere leden van een gemeenschaps- of gewestregering samen berecht voor het hof van beroep te Brussel, en hebben zij zich, in voorkomend geval het eerst, van een andere taal bediend bij de eedaflegging, dan bestaat de algemene vergadering uit zeven leden, aangewezen naar rangorde. In dit geval wordt ze samengesteld als volgt:
- drie leden die behoren tot de Nederlandse taalrol;
- drie leden die behoren tot de Franse taalrol;
- en, als voorzitter, de raadsheer die, als eerste naar rangorde, het bewijs van de kennis van beide talen heeft geleverd overeenkomstig artikel 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.
Voor de terechtzittingen, bedoeld in het vorig lid, wordt een beroep gedaan op simultaanvertaling.
§ 3. De raadsheren die onderzoekshandelingen hebben verricht of dwangmaatregelen hebben bevolen, of die gezeteld hebben in de kamer van inbeschuldigingstelling, nemen geen zitting in de algemene vergaderingen, bedoeld in de §§ 1 en 2.
Art. 22. § 1er. Les infractions visées à l'article 2 sont attribuées à l'assemblée générale de la cour d'appel compétente, qui se compose, pour le jugement d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région, de cinq membres.
Le premier président, qui préside l'assemblée générale, désigne les autres membres en fonction du rang.
§ 2. Au cas où la cour d'appel de Bruxelles est compétente, tous les membres de l'assemblée générale appartiennent au rôle linguistique néerlandais lorsque le membre s'est exprimé, le cas échéant en premier lieu, en néerlandais lors de la prestation de serment. Ils sont désignés en fonction du rang par le premier président. Le premier en rang préside l'assemblée générale.
Lorsque le membre s'est exprimé, le cas échéant en premier lieu, en français lors de la prestation de serment, tous les membres de l'assemblée générale appartiennent au rôle linguistique francais. Ils sont désignés en fonction du rang par le premier président. Le premier en rang préside l'assemblée générale.
Lorsque plusieurs membres d'un gouvernement de communauté ou de région sont jugés ensemble devant la cour d'appel de Bruxelles, et s'ils se sont exprimés, le cas échéant en premier lieu, dans une langue différente lors de la prestation de serment, l'assemblée générale se compose de sept membres, désignés en fonction du rang. Dans ce cas, elle se compose comme suit :
- trois membres appartenant au rôle linguistique néerlandais;
- trois membres appartenant au rôle linguistique francais;
- et, comme président, le conseiller qui, comme premier en rang, a apporté la preuve de la connaissance des deux langues conformément à l'article 43quinquies de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire.
Les audiences, visées à l'alinéa précédent, font l'objet d'une traduction simultanée.
§ 3. Les conseillers qui ont accompli des actes d'instruction, qui ont ordonné des mesures de contrainte ou qui ont siégé à la chambre des mises en accusation, ne siègent pas au sein des assemblées générales visées aux §§ 1er et 2.
Le premier président, qui préside l'assemblée générale, désigne les autres membres en fonction du rang.
§ 2. Au cas où la cour d'appel de Bruxelles est compétente, tous les membres de l'assemblée générale appartiennent au rôle linguistique néerlandais lorsque le membre s'est exprimé, le cas échéant en premier lieu, en néerlandais lors de la prestation de serment. Ils sont désignés en fonction du rang par le premier président. Le premier en rang préside l'assemblée générale.
Lorsque le membre s'est exprimé, le cas échéant en premier lieu, en français lors de la prestation de serment, tous les membres de l'assemblée générale appartiennent au rôle linguistique francais. Ils sont désignés en fonction du rang par le premier président. Le premier en rang préside l'assemblée générale.
Lorsque plusieurs membres d'un gouvernement de communauté ou de région sont jugés ensemble devant la cour d'appel de Bruxelles, et s'ils se sont exprimés, le cas échéant en premier lieu, dans une langue différente lors de la prestation de serment, l'assemblée générale se compose de sept membres, désignés en fonction du rang. Dans ce cas, elle se compose comme suit :
- trois membres appartenant au rôle linguistique néerlandais;
- trois membres appartenant au rôle linguistique francais;
- et, comme président, le conseiller qui, comme premier en rang, a apporté la preuve de la connaissance des deux langues conformément à l'article 43quinquies de la loi du 15 juin 1935 sur l'emploi des langues en matière judiciaire.
Les audiences, visées à l'alinéa précédent, font l'objet d'une traduction simultanée.
§ 3. Les conseillers qui ont accompli des actes d'instruction, qui ont ordonné des mesures de contrainte ou qui ont siégé à la chambre des mises en accusation, ne siègent pas au sein des assemblées générales visées aux §§ 1er et 2.
HOOFDSTUK II. - Procedure ter terechtzitting.
CHAPITRE II. - Procédure à l'audience.
Art. 23. De procureur-generaal oefent de strafvordering uit voor het hof van beroep.
Art. 23. Le procureur général exerce l'action publique devant la cour d'appel.
Art. 24. Het betrokken lid verschijnt na dagvaarding door de procureur-generaal.
Art. 24. Le membre concerné comparaît sur la citation du procureur général.
Art. 25. De procedure wordt geregeld door de van kracht zijnde procedurebepalingen van toepassing op de correctionele rechtbanken, voor zover ze niet tegenstrijdig zijn met deze bijzondere wet.
Art. 25. La procédure est réglée par les dispositions de procédure en vigueur applicables aux tribunaux correctionnels, pour autant qu'elles ne soient pas contraires à la présente loi spéciale.
Art. 26. Indien na de dagvaarding een einde gemaakt wordt aan de uitoefening van elk ambt van lid van een gemeenschaps- of gewestregering, en het misdrijven buiten de uitoefening van het ambt betreft, blijft de zaak aanhangig bij het hof van beroep.
Art. 26. Lorsqu'après la citation, il est mis fin à l'exercice de toute fonction de membre d'un gouvernement de communauté ou de région, et qu'il s'agit d'infractions commises en dehors de l'exercice des fonctions, la cour d'appel reste saisie de l'affaire.
TITEL V. - Cassatieberoep.
TITRE V. - Pourvoi en cassation.
Art. 27. § 1. Tegen arresten gewezen door het hof van beroep staat enkel beroep bij het Hof van Cassatie, in verenigde kamers, open.
§ 2. In de gevallen bedoeld in artikel 2, § 2, verwijst het Hof van Cassatie, wanneer het het arrest vernietigt, in voorkomend geval, de zaak terug naar het hof van beroep dat het vernietigd arrest heeft gewezen. In dat geval wordt de zaak behandeld door de algemene vergadering, bedoeld in artikel 22, § 1 en § 2, eerste en tweede lid, die bestaat uit vijf andere leden en samengesteld wordt overeenkomstig de regels van hetzelfde artikel 22, §§ 1 en 2.
In het geval de algemene vergadering van het hof van beroep te Brussel samengesteld was overeenkomstig artikel 22, § 2, derde lid, wordt de zaak behandeld door de algemene vergadering, bedoeld in artikel 22, § 2, derde lid, die evenwel bestaat uit zeven andere leden, samengesteld overeenkomstig de regels van hetzelfde artikel 22, § 2, derde lid.
§ 3. In de gevallen, bedoeld in artikel 2, § 3, verwijst het Hof van Cassatie, wanneer het het arrest vernietigt, in voorkomend geval, de zaak naar een ander hof van beroep, overeenkomstig de regels van het gemeen recht. In dat geval wordt de zaak behandeld door de algemene vergadering die bestaat uit vijf leden, aangewezen naar rangorde door de eerste voorzitter, die de vergadering voorzit.
§ 2. In de gevallen bedoeld in artikel 2, § 2, verwijst het Hof van Cassatie, wanneer het het arrest vernietigt, in voorkomend geval, de zaak terug naar het hof van beroep dat het vernietigd arrest heeft gewezen. In dat geval wordt de zaak behandeld door de algemene vergadering, bedoeld in artikel 22, § 1 en § 2, eerste en tweede lid, die bestaat uit vijf andere leden en samengesteld wordt overeenkomstig de regels van hetzelfde artikel 22, §§ 1 en 2.
In het geval de algemene vergadering van het hof van beroep te Brussel samengesteld was overeenkomstig artikel 22, § 2, derde lid, wordt de zaak behandeld door de algemene vergadering, bedoeld in artikel 22, § 2, derde lid, die evenwel bestaat uit zeven andere leden, samengesteld overeenkomstig de regels van hetzelfde artikel 22, § 2, derde lid.
§ 3. In de gevallen, bedoeld in artikel 2, § 3, verwijst het Hof van Cassatie, wanneer het het arrest vernietigt, in voorkomend geval, de zaak naar een ander hof van beroep, overeenkomstig de regels van het gemeen recht. In dat geval wordt de zaak behandeld door de algemene vergadering die bestaat uit vijf leden, aangewezen naar rangorde door de eerste voorzitter, die de vergadering voorzit.
Art. 27. § 1er. Les arrêts rendus par la cour d'appel sont uniquement susceptibles de pourvoi devant la Cour de cassation, chambres réunies.
§ 2. Dans les cas visés à l'article 2, § 2, la Cour de cassation, lorsqu'elle annule l'arrêt, renvoie, le cas échéant, la cause devant la cour d'appel qui a rendu l'arrêt annulé. Dans ce cas, l'assemblée générale, visée à l'article 22, § 1er et § 2, alinéas 1er et 2, qui comporte cinq autres membres et est composée conformément aux règles du même article 22, §§ 1er et 2, connaît de la cause.
Au cas où l'assemblée générale de la cour d'appel de Bruxelles a été composée conformément à l'article 22, § 2, alinéa 3, c'est l'assemblée générale, visée à l'article 22, § 2, alinéa 3, comportant toutefois sept autres membres et composée conformément aux règles du même article 22, § 2, alinéa 3, qui connaît de la cause.
§ 3. Dans les cas visés à l'article 2, § 3, la Cour de cassation, lorsqu'elle annule l'arrêt, renvoie, le cas échéant, la cause devant une autre cour d'appel, conformément aux règles de droit commun. Dans ce cas, l'assemblée générale, qui se compose de cinq membres désignés en fonction du rang par le premier président, qui préside lui-même l'assemblée, connaît de la cause.
§ 2. Dans les cas visés à l'article 2, § 2, la Cour de cassation, lorsqu'elle annule l'arrêt, renvoie, le cas échéant, la cause devant la cour d'appel qui a rendu l'arrêt annulé. Dans ce cas, l'assemblée générale, visée à l'article 22, § 1er et § 2, alinéas 1er et 2, qui comporte cinq autres membres et est composée conformément aux règles du même article 22, §§ 1er et 2, connaît de la cause.
Au cas où l'assemblée générale de la cour d'appel de Bruxelles a été composée conformément à l'article 22, § 2, alinéa 3, c'est l'assemblée générale, visée à l'article 22, § 2, alinéa 3, comportant toutefois sept autres membres et composée conformément aux règles du même article 22, § 2, alinéa 3, qui connaît de la cause.
§ 3. Dans les cas visés à l'article 2, § 3, la Cour de cassation, lorsqu'elle annule l'arrêt, renvoie, le cas échéant, la cause devant une autre cour d'appel, conformément aux règles de droit commun. Dans ce cas, l'assemblée générale, qui se compose de cinq membres désignés en fonction du rang par le premier président, qui préside lui-même l'assemblée, connaît de la cause.
Art. 28. Artikel 131 van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld als volgt:
"Cassatieberoep tegen beslissingen van het hof van beroep, genomen met toepassing van artikel 125 van de Grondwet, wordt behandeld door de verenigde kamers.".
"Cassatieberoep tegen beslissingen van het hof van beroep, genomen met toepassing van artikel 125 van de Grondwet, wordt behandeld door de verenigde kamers.".
Art. 28. L'article 131 du Code judiciaire est complété comme suit :
" Tout pourvoi en cassation contre les décisions de la cour d'appel, prises en application de l'article 125 de la Constitution, est examiné par les chambres réunies. ".
" Tout pourvoi en cassation contre les décisions de la cour d'appel, prises en application de l'article 125 de la Constitution, est examiné par les chambres réunies. ".
TITEL VI. - Bijzondere bepalingen.
TITRE VI. - Dispositions particulières.
Art. 29. De mededaders van en de medeplichtigen aan het misdrijf waarvoor het lid van een gemeenschaps- of gewestregering wordt vervolgd en de daders van samenhangende misdrijven, worden samen met het lid vervolgd en berecht.
Het voorgaande lid vindt evenwel geen toepassing op de daders van misdaden en van politieke misdrijven en drukpersmisdrijven die samenhangen met het misdrijf waarvoor het lid wordt vervolgd.
Het voorgaande lid vindt evenwel geen toepassing op de daders van misdaden en van politieke misdrijven en drukpersmisdrijven die samenhangen met het misdrijf waarvoor het lid wordt vervolgd.
Art. 29. Les coauteurs et les complices de l'infraction pour laquelle le membre d'un gouvernement de communauté ou de région est poursuivi et les auteurs des infractions connexes sont poursuivis et jugés en même temps que le membre.
L'alinéa précédent ne s'applique toutefois pas aux auteurs de crimes et de délits politiques et délits de presse qui sont connexes avec l'infraction pour laquelle le membre est poursuivi.
L'alinéa précédent ne s'applique toutefois pas aux auteurs de crimes et de délits politiques et délits de presse qui sont connexes avec l'infraction pour laquelle le membre est poursuivi.
Art. 30. Deze bijzondere wet is niet van toepassing op de vervolging en de berechting van een lid van een gemeenschaps- of gewestregering voor misdrijven die door hem mochten zijn gepleegd in de uitoefening van het ambt van federaal minister.
Art. 30. La présente loi spéciale ne s'applique pas aux poursuites et jugement d'un membre d'un gouvernement de communauté ou de région pour des infractions qu'il aurait commises dans l'exercice de la fonction de ministre fédéral.
Art. 31. Deze bijzondere wet treedt in werking op 1 juli 1998.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 25 juni 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
J.-L. DEHAENE
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 25 juni 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
J.-L. DEHAENE
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
T. VAN PARYS
Art. 31. La présente loi spéciale entre en vigueur le 1er juillet 1998. Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 25 juin 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
J.-L. DEHAENE
Le Ministre de la Justice,
T. VAN PARYS
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
T. VAN PARYS
Donné à Bruxelles, le 25 juin 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Premier Ministre,
J.-L. DEHAENE
Le Ministre de la Justice,
T. VAN PARYS
Scellé du sceau de l'Etat :
Le Ministre de la Justice,
T. VAN PARYS