Artikel 1. Landbouwattachés kunnen worden toegevoegd aan Belgische diplomatieke posten en aan de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de Europese Unie of in het buitenland met een rondreizende opdracht worden belast.
Bij de landbouwattachés kunnen adjunct-landbouwattachés worden aangesteld.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titre
16 APRIL 1998. - Koninklijk besluit betreffende de landbouwattachés en adjunct-landbouwattachés.
Titre
16 AVRIL 1998. - Arrêté royal relatif aux attachés agricoles et attachés agricoles adjoints.
Informations sur le document
Info du document
Tekst (15)
Texte (15)
Article 1. Des attachés agricoles peuvent être adjoints à des postes diplomatiques belges et à la Représentation permanente de la Belgique auprès de l'Union européenne ou être chargés d'une mission itinérante à l'étranger.
Des attachés agricoles adjoints peuvent être désignés auprès des attachés agricoles.
Des attachés agricoles adjoints peuvent être désignés auprès des attachés agricoles.
Art. 2. § 1. Het aantal landbouwattachés en het aantal adjunct-landbouwattachés worden door Ons vastgesteld, op de voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken en van de Minister die bevoegd is voor Landbouw en met het akkoord van Onze Minister van Ambtenarenzaken en het akkoord van Onze Minister van Begroting.
§ 2. De landbouwattachés en de adjunct-landbouwattachés worden door Ons aangesteld, op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken en van Onze Minister die bevoegd is voor Landbouw.
§ 2. De landbouwattachés en de adjunct-landbouwattachés worden door Ons aangesteld, op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken en van Onze Minister die bevoegd is voor Landbouw.
Art. 2. § 1er. Le nombre des attachés agricoles et le nombre des attachés agricoles adjoints sont fixés par Nous, sur proposition de Notre Ministre des Affaires étrangères et de Notre Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions, avec l'accord de Notre Ministre de la Fonction publique et l'accord de Notre Ministre du Budget.
§ 2. Les attachés agricoles et les attachés agricoles adjoints sont désignés par Nous, sur la proposition de Notre Ministre des Affaires étrangères et de Notre Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions.
§ 2. Les attachés agricoles et les attachés agricoles adjoints sont désignés par Nous, sur la proposition de Notre Ministre des Affaires étrangères et de Notre Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions.
Art. 3. Alleen vastbenoemde ambtenaren van het Ministerie van Middenstand en Landbouw die de administratieve graad hebben van ingenieur, ingenieur-directeur, dierenarts of dierenarts-directeur, kunnen als landbouwattaché worden aangesteld.
Alleen vastbenoemde ambtenaren van het Ministerie van Middenstand en Landbouw die de administratieve graad hebben van ingenieur of dierenarts kunnen als adjunct-landbouwattaché worden aangesteld.
Alleen vastbenoemde ambtenaren van het Ministerie van Middenstand en Landbouw die de administratieve graad hebben van ingenieur of dierenarts kunnen als adjunct-landbouwattaché worden aangesteld.
Art. 3. Peuvent être seuls désignés comme attaché agricole des agents définitifs du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture ayant le grade administratif d'ingénieur, d'ingénieur-directeur, de vétérinaire ou de vétérinaire-directeur.
Peuvent être seuls désignés comme attaché agricole adjoint les agents définitifs du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture ayant le grade administratif d'ingénieur ou de vétérinaire.
Peuvent être seuls désignés comme attaché agricole adjoint les agents définitifs du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture ayant le grade administratif d'ingénieur ou de vétérinaire.
Art. 4. De wedde van de als landbouwattaché of adjunct-landbouwattaché aangewezen ingenieur of dierenarts wordt in de weddeschaal 10 D vastgesteld.
De als landbouwattaché of adjunct-landbouwattaché aangewezen ingenieur of dierenarts, die ten minste vier jaar graadanciënniteit heeft, kan de weddeschaal 10 E bekomen.
De als landbouwattaché of adjunct-landbouwattaché aangewezen ingenieur of dierenarts die ten minste twaalf jaar graadanciënniteit heeft, kan, voor zover er vacante betrekkingen zijn, de weddeschaal 10 F bekomen.
De wedde van de als landbouwattaché aangewezen ingenieur-directeur of dierenarts-directeur wordt in de weddeschaal 13 D vastgesteld.
De als landbouwattaché aangewezen ingenieur-directeur of dierenarts-directeur, die ten minste drie jaar graadanciënniteit heeft, kan, voor zover er vacante betrekkingen zijn, de weddeschaal 13 E bekomen.
De als landbouwattaché of adjunct-landbouwattaché aangewezen ingenieur of dierenarts, die ten minste vier jaar graadanciënniteit heeft, kan de weddeschaal 10 E bekomen.
De als landbouwattaché of adjunct-landbouwattaché aangewezen ingenieur of dierenarts die ten minste twaalf jaar graadanciënniteit heeft, kan, voor zover er vacante betrekkingen zijn, de weddeschaal 10 F bekomen.
De wedde van de als landbouwattaché aangewezen ingenieur-directeur of dierenarts-directeur wordt in de weddeschaal 13 D vastgesteld.
De als landbouwattaché aangewezen ingenieur-directeur of dierenarts-directeur, die ten minste drie jaar graadanciënniteit heeft, kan, voor zover er vacante betrekkingen zijn, de weddeschaal 13 E bekomen.
Art. 4. Le traitement de l'ingénieur ou du vétérinaire désigné comme attaché agricole ou comme attaché agricole adjoint est fixé dans l'échelle de traitement 10 D.
L'ingénieur ou le vétérinaire désigné comme attaché agricole ou attaché agricole adjoint qui compte au moins quatre ans d'ancienneté de grade peut obtenir l'échelle de traitement 10 E.
L'ingénieur ou le vétérinaire désigné comme attaché agricole ou comme attaché agricole adjoint qui compte au moins douze ans d'ancienneté de grade peut obtenir, dans la limite des emplois vacants, l'échelle de traitement 10 F.
Le traitement de l'ingénieur-directeur ou du vétérinaire-directeur désigné comme attaché agricole est fixé dans l'échelle de traitement 13 D.
L'ingénieur-directeur ou le vétérinaire-directeur désigné comme attaché agricole, qui compte au moins trois ans d'ancienneté de grade, peut obtenir, dans la limite des emplois vacants, l'échelle de traitement 13 E.
L'ingénieur ou le vétérinaire désigné comme attaché agricole ou attaché agricole adjoint qui compte au moins quatre ans d'ancienneté de grade peut obtenir l'échelle de traitement 10 E.
L'ingénieur ou le vétérinaire désigné comme attaché agricole ou comme attaché agricole adjoint qui compte au moins douze ans d'ancienneté de grade peut obtenir, dans la limite des emplois vacants, l'échelle de traitement 10 F.
Le traitement de l'ingénieur-directeur ou du vétérinaire-directeur désigné comme attaché agricole est fixé dans l'échelle de traitement 13 D.
L'ingénieur-directeur ou le vétérinaire-directeur désigné comme attaché agricole, qui compte au moins trois ans d'ancienneté de grade, peut obtenir, dans la limite des emplois vacants, l'échelle de traitement 13 E.
Art. 5. Onverminderd artikel 10, tweede en derde lid, kan te allen tijde door Ons, op de voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken en van de Minister die bevoegd is voor Landbouw, een einde worden gemaakt aan de aanstelling als landbouwattaché of als adjunct-landbouwattaché.
Art. 5. Sans préjudice de l'article 10, alinéas 2 et 3, il peut à tout moment être mis fin par Nous, sur proposition du Ministre des Affaires étrangères et du Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions, à la désignation comme attaché agricole ou comme attaché agricole adjoint.
Art. 6. De standplaats van de landbouwattachés wordt bepaald door de Minister van Buitenlandse Zaken en door de Minister die bevoegd is voor Landbouw.
De adjunct-landbouwattachés hebben hun standplaats in één van de landen die vallen onder de territoriale bevoegdheid van de landbouwattaché bij wie zij door Ons zijn aangesteld overeenkomstig de artikelen 1 en 3.
De adjunct-landbouwattachés hebben hun standplaats in één van de landen die vallen onder de territoriale bevoegdheid van de landbouwattaché bij wie zij door Ons zijn aangesteld overeenkomstig de artikelen 1 en 3.
Art. 6. La résidence des attachés agricoles est fixée par le Ministre des Affaires étrangères et par le Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions.
Les attachés agricoles adjoints ont leur résidence dans un des pays ressortant de la compétence territoriale de l'attaché agricole auprès duquel ils sont désignés par Nous, conformément aux articles 1er et 3.
Les attachés agricoles adjoints ont leur résidence dans un des pays ressortant de la compétence territoriale de l'attaché agricole auprès duquel ils sont désignés par Nous, conformément aux articles 1er et 3.
Art. 7. De landbouwattachés dragen, in de uitoefening van hun ambt, de titel van landbouwraad en de adjunct-landbouwattachés de titel van adjunct-landbouwraad.
De rondreizende landbouwattaché draagt, in de uitoefening van zijn ambt, de titel van landbouwraad.
De rondreizende landbouwattaché draagt, in de uitoefening van zijn ambt, de titel van landbouwraad.
Art. 7. Les attachés agricoles portent, dans l'exercice de leur fonction, le titre de conseiller agricole et les attachés agricoles adjoints le titre de conseiller agricole adjoint.
L'attaché agricole itinérant porte, dans l'exercice de sa fonction, le titre de conseiller agricole.
L'attaché agricole itinérant porte, dans l'exercice de sa fonction, le titre de conseiller agricole.
Art. 8. De titel ingesteld bij artikel 7 gaat niet vergezeld van enige geldelijke of administratieve wijziging voor belanghebbenden.
Art. 8. Le titre créé à l'article 7 n'est assorti d'aucun changement dans la situation tant pécuniaire qu'administrative des intéressés.
Art. 9. De als landbouwattaché of adjunct-landbouwattaché aangestelde ambtenaren worden aangewezen voor één van de betrekkingen voorbehouden aan de landbouwraden en aan de adjunct-landbouwraden onder de rubriek Vertegenwoordiging in het buitenland van de personeelsformatie van het Ministerie van Middenstand en Landbouw.
De ambtenaren die sinds een ononderbroken periode van ten minste drie jaar aangewezen zijn, kunnen bevorderd worden, door verhoging in graad of door verhoging in weddeschaal, tot één van de in het eerste lid bedoelde betrekkingen, na het advies van de Directieraad overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het Rijkspersoneel inzake bevorderingen.
De ambtenaren die sinds een ononderbroken periode van ten minste drie jaar aangewezen zijn, kunnen bevorderd worden, door verhoging in graad of door verhoging in weddeschaal, tot één van de in het eerste lid bedoelde betrekkingen, na het advies van de Directieraad overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het Rijkspersoneel inzake bevorderingen.
Art. 9. Les agents désignés comme attaché agricole ou comme attaché agricole adjoint sont affectés à un des emplois de la rubrique Représentation à l'étranger réservés aux conseillers agricoles et aux conseillers agricoles adjoints du cadre du personnel du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture.
Les agents désignés depuis une période ininterrompue de trois ans, peuvent être promus par avancement de grade ou par avancement barémique sur un des emplois visés à l'alinéa 1er et après avis du Conseil de direction conformément aux dispositions applicables aux agents de l'Etat en matière de promotion.
Les agents désignés depuis une période ininterrompue de trois ans, peuvent être promus par avancement de grade ou par avancement barémique sur un des emplois visés à l'alinéa 1er et après avis du Conseil de direction conformément aux dispositions applicables aux agents de l'Etat en matière de promotion.
Art. 10. Bij de andere diensten van het Ministerie van Middenstand en Landbouw dan de Vertegenwoordiging in het buitenland, komen de landbouwattachés titularissen van een graad van rang 10 en de adjunct-landbouwattachés niet in aanmerking voor bevordering door verhoging in weddeschaal.
De bevordering van een landbouwattaché door verhoging in de graad in een andere dienst van het Ministerie van Middenstand en Landbouw dan de Vertegenwoordiging in het buitenland maakt van rechtswege een einde aan zijn aanstelling als landbouwattaché.
De bevordering van een adjunct-landbouwattaché door verhoging in de graad in een andere dienst van het Ministerie van Middenstand en Landbouw dan de Vertegenwoordiging in het buitenland maakt van rechtswege een einde aan zijn aanstelling als adjunct-landbouwattaché.
De bevordering van een landbouwattaché door verhoging in de graad in een andere dienst van het Ministerie van Middenstand en Landbouw dan de Vertegenwoordiging in het buitenland maakt van rechtswege een einde aan zijn aanstelling als landbouwattaché.
De bevordering van een adjunct-landbouwattaché door verhoging in de graad in een andere dienst van het Ministerie van Middenstand en Landbouw dan de Vertegenwoordiging in het buitenland maakt van rechtswege een einde aan zijn aanstelling als adjunct-landbouwattaché.
Art. 10. Les attachés agricoles titulaires d'un grade de rang 10 et les attachés agricoles adjoints ne peuvent participer aux mouvements de promotion par avancement barémique dans les services du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture autres que la Représentation à l'étranger.
La promotion par avancement de grade d'un attaché agricole dans un service du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture autre que la Représentation à l'étranger met fin de plein droit à sa désignation comme attaché agricole.
La promotion par avancement de grade d'un attaché agricole adjoint dans un service du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture autre que la Représentation à l'étranger met fin de plein droit à sa désignation comme attaché agricole adjoint.
La promotion par avancement de grade d'un attaché agricole dans un service du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture autre que la Représentation à l'étranger met fin de plein droit à sa désignation comme attaché agricole.
La promotion par avancement de grade d'un attaché agricole adjoint dans un service du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture autre que la Représentation à l'étranger met fin de plein droit à sa désignation comme attaché agricole adjoint.
Art. 11. In geval van toepassing van artikel 10, tweede en derde lid, wordt de ambtenaar aangewezen voor de betrekking waarop hij werd bevorderd.
Art. 11. En cas d'application de l'article 10, alinéas 2 et 3, l'agent est affecté à l'emploi auquel il a été promu.
Art. 12. Als aan de aanstelling als landbouwattaché of adjunct-landbouwattaché een einde wordt gemaakt, blijft de betrokken ambtenaar niet langer aangewezen voor een betrekking van de Vertegenwoordiging in het buitenland van de personeelsformatie van het Ministerie van Middenstand en Landbouw.
Hij wordt door de Minister die bevoegd is voor Landbouw aangesteld voor één bij het Hoofdbestuur van het Ministerie van Middenstand en Landbouw vacante betrekking van een gelijkwaardige graad, voor zover hij voldoet aan de bijzondere en aanvullende toegangsvoorwaarden en aan de vereiste taalvoorwaarden.
Bij ontstentenis van een vacante betrekking als bedoeld in het vorige lid, wordt hij gebezigd voor het vervullen van taken die in overeenstemming zijn met zijn graad en hem worden toegewezen door de Minister die bevoegd is voor Landbouw en blokkeert hij, ongeacht zijn graad, in de personeelsformatie van het Departement, inclusief de betrekkingen van de Vertegenwoordiging in het buitenland, een betrekking waarvoor een ambtenaar met de graad van ingenieur, van dierenarts, van ingenieur-directeur of van dierenarts-directeur kan worden aangewezen.
Hij wordt door de Minister die bevoegd is voor Landbouw aangesteld voor één bij het Hoofdbestuur van het Ministerie van Middenstand en Landbouw vacante betrekking van een gelijkwaardige graad, voor zover hij voldoet aan de bijzondere en aanvullende toegangsvoorwaarden en aan de vereiste taalvoorwaarden.
Bij ontstentenis van een vacante betrekking als bedoeld in het vorige lid, wordt hij gebezigd voor het vervullen van taken die in overeenstemming zijn met zijn graad en hem worden toegewezen door de Minister die bevoegd is voor Landbouw en blokkeert hij, ongeacht zijn graad, in de personeelsformatie van het Departement, inclusief de betrekkingen van de Vertegenwoordiging in het buitenland, een betrekking waarvoor een ambtenaar met de graad van ingenieur, van dierenarts, van ingenieur-directeur of van dierenarts-directeur kan worden aangewezen.
Art. 12. S'il est mis fin à la désignation comme attaché agricole ou attaché agricole adjoint, l'agent intéressé cesse d'être affecté à un emploi de la Représentation à l'étranger du cadre du personnel du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture.
Il est affecté par le Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions à un emploi d'un grade équivalent vacant à l'Administration centrale du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, pour autant qu'il satisfasse aux conditions particulières et complémentaires d'accès et aux conditions linguistiques requises.
A défaut d'un emploi au sens de l'alinéa précédent, il est utilisé pour l'accomplissement de tâches en rapport avec son grade et lui assignées par le Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions et il bloque, quel que soit son grade, au cadre du personnel du Département, y compris les emplois de la Représentation à l'étranger, un emploi auquel peut être affecté un agent ayant le grade d'ingénieur, de vétérinaire, d'ingénieur-directeur ou de vétérinaire-directeur.
Il est affecté par le Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions à un emploi d'un grade équivalent vacant à l'Administration centrale du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture, pour autant qu'il satisfasse aux conditions particulières et complémentaires d'accès et aux conditions linguistiques requises.
A défaut d'un emploi au sens de l'alinéa précédent, il est utilisé pour l'accomplissement de tâches en rapport avec son grade et lui assignées par le Ministre qui a l'Agriculture dans ses attributions et il bloque, quel que soit son grade, au cadre du personnel du Département, y compris les emplois de la Représentation à l'étranger, un emploi auquel peut être affecté un agent ayant le grade d'ingénieur, de vétérinaire, d'ingénieur-directeur ou de vétérinaire-directeur.
Art. 13. Worden opgeheven :
1° het koninklijk besluit van 21 mei 1982 betreffende de landbouwattachés en de adjunct-landbouwattachés;
2° het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot aanvulling van het besluit van de Regent van 28 mei 1946 houdende vaststelling van het statuut van de aan sommige diplomatieke posten in het buitenland toegevoegde landbouwattachés, van het besluit van de Regent van 23 januari 1948 houdende inrichtingsreglement van de landbouwattachés, van het koninklijk besluit van 12 april 1973 houdende inrichtingsreglement van de rondreizende landbouwattaché, van het koninklijk besluit van 21 mei 1982 betreffende de landbouwattachés en de adjunct-landbouwattachés, van het koninklijk besluit van 21 mei 1982 tot vaststelling van het aantal landbouwattachés en adjunct-landbouwattachés en van het koninklijk besluit van 21 mei 1982 tot wijziging van de personeelsformatie van het Ministerie van Landbouw.
1° het koninklijk besluit van 21 mei 1982 betreffende de landbouwattachés en de adjunct-landbouwattachés;
2° het koninklijk besluit van 11 januari 1993 tot aanvulling van het besluit van de Regent van 28 mei 1946 houdende vaststelling van het statuut van de aan sommige diplomatieke posten in het buitenland toegevoegde landbouwattachés, van het besluit van de Regent van 23 januari 1948 houdende inrichtingsreglement van de landbouwattachés, van het koninklijk besluit van 12 april 1973 houdende inrichtingsreglement van de rondreizende landbouwattaché, van het koninklijk besluit van 21 mei 1982 betreffende de landbouwattachés en de adjunct-landbouwattachés, van het koninklijk besluit van 21 mei 1982 tot vaststelling van het aantal landbouwattachés en adjunct-landbouwattachés en van het koninklijk besluit van 21 mei 1982 tot wijziging van de personeelsformatie van het Ministerie van Landbouw.
Art. 13. Sont abrogés :
1° l'arrêté royal du 21 mai 1982 relatif aux attachés agricoles et aux attachés agricoles adjoints;
2° l'arrêté royal du 11 janvier 1993 complémentaire à l'arrêté du Régent du 28 mai 1946 fixant le statut des attachés agricoles adjoints à des postes diplomatiques à l'étranger, à l'arrêté du Régent du 23 janvier 1948 portant règlement organique des attachés agricoles, à l'arrêté royal du 12 avril 1973 portant règlement organique de l'attaché agricole itinérant, à l'arrêté royal du 21 mai 1982 relatif aux attachés agricoles et aux attachés agricoles adjoints, à l'arrêté royal du 21 mai 1982 fixant le nombre d'attachés agricoles et d'attachés agricoles adjoints, et à l'arrêté royal du 21 mai 1982 modifiant le cadre du personnel du Ministère de l'Agriculture.
1° l'arrêté royal du 21 mai 1982 relatif aux attachés agricoles et aux attachés agricoles adjoints;
2° l'arrêté royal du 11 janvier 1993 complémentaire à l'arrêté du Régent du 28 mai 1946 fixant le statut des attachés agricoles adjoints à des postes diplomatiques à l'étranger, à l'arrêté du Régent du 23 janvier 1948 portant règlement organique des attachés agricoles, à l'arrêté royal du 12 avril 1973 portant règlement organique de l'attaché agricole itinérant, à l'arrêté royal du 21 mai 1982 relatif aux attachés agricoles et aux attachés agricoles adjoints, à l'arrêté royal du 21 mai 1982 fixant le nombre d'attachés agricoles et d'attachés agricoles adjoints, et à l'arrêté royal du 21 mai 1982 modifiant le cadre du personnel du Ministère de l'Agriculture.
Art. 14. Dit besluit treedt in werking op de dag van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 7 januari 1998 tot vaststelling van de personeelsformatie van het Ministerie van Middenstand en Landbouw.
Art. 14. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de l'entrée en vigueur de l'arrêté royal du 7 janvier 1998 fixant le cadre organique du Ministère des Classes moyennes et de l'Agriculture.
Art. 15. Onze Minister van Buitenlandse Zaken en Onze Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen zijn belast; ieder wat hem betreft, met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 16 april 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Buitenlandse Zaken,
E. DERYCKE
De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
K. PINXTEN
Gegeven te Châteauneuf-de-Grasse, 16 april 1998.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Buitenlandse Zaken,
E. DERYCKE
De Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen,
K. PINXTEN
Art. 15. Notre Ministre des Affaires étrangères et Notre Ministre de l'Agriculture et des Petites et Moyennes Entreprises sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 16 avril 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires étrangères,
E. DERYCKE
Le Ministre de l'Agriculture et des Petites et Moyennes Entreprises,
K. PINXTEN
Donné à Châteauneuf-de-Grasse, le 16 avril 1998.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Affaires étrangères,
E. DERYCKE
Le Ministre de l'Agriculture et des Petites et Moyennes Entreprises,
K. PINXTEN